Oost Boswinkel_Bijlagen toelichting
Tekst van het document
Bijlagen Toelichting Bestemmingsplan Oost Boswinkel
Status: Vastgesteld
Oost Boswinkel
Inhoudsopgave
Bijlagen toelichting
3
Bijlage 1
Overzicht bijlagen en onderzoeksrapporten
4
Bijlage 2
Verslag overleg ex artikel 3.1.1. Bro
5
Bijlage 3
Bodemonderzoek
8
Bijlage 4
Bedrijveninventarisatie Oost Boswinkel
219
Bijlage 5
Stedenbouwkundig plan "Vernieuwingsplan Oost Boswinkel"
223
Bijlage 6
Beeldkwaliteitsplan
260
Bijlage 7
Aerius-berekening
287
Bijlage 8
Archeologisch onderzoek
397
Bijlage 9
Flora en fauna onderzoek
444
Bijlage 10
Vleermuisonderzoek
448
Bijlage 11
Activiteitenplan gewone dwergvleermuis
493
Bijlage 12
Akoestisch onderzoek Wet geluidhinder
517
Bijlage 13
Besluit Hogere grenswaarden Wet geluidhinder
737
2
bestemmingsplan Oost Boswinkel (vastgesteld)
Bijlagen toelichting
bestemmingsplan Oost Boswinkel (vastgesteld)
3
Bijlage 1 Overzicht bijlagen en onderzoeksrapporten Bijlage 1: Overzicht bijlagen en onderzoeksrapportages Bijlage 2: Verslag vooroverleg als bedoeld in artikel 3.1.1 Besluit ruimtelijke ordening Bijlage 3: Rapportage bodemonderzoek "Verkennend Milieukundig Bodemonderzoek, Asbestonderzoek en Kwaliteit Asfalt (rapportnr. 083979433, Adviesbureau Arcadis d.d. 22 augustus 2019) Bijlage 4: Bedrijven- en Milieu inventarisatie, 4 januari 2022 Bijlage 5: Stedenbouwkundig plan "Vernieuwingsplan Oost Boswinkel" (MUST stedebouw, december 2021) Bijlage 6: Beeldkwaliteitsplan (MUST stedebouw d.d. 19 januari 2022) Bijlage 7: Stikstofonderzoek; Aerius-berekening herstructurering Oost Boswinkel, Enschede (BJZ.nu, mei 2022) Bijlage 8: Rapportage archeologisch onderzoek IVO-O (karterend) en IVO-P Enschede Boswinkel (rapportnr. 266725.03, Adviesbureau Antea Group d.d. 28 april 2014) Bijlage 9: Rapportage Wet natuurbescherming soortenbescherming (rapportnr. 2294A, Adviesbureau Natuurbank Overijssel d.d. 14 april 2022) Bijlage 10: Vleermuisonderzoek (rapportnr. 2291, 2292, 2293, 2294, Adviesbureau Natuurbank Overijssel d.d. 4 december 2019) Bijlage 11: Activiteitenplan gewone dwergvleermuis (rapportnr. 4065, Adviesbureau Natuurbank Overijssel d.d. 25 februari 2022) Bijlage 12: Rapportage akoestisch onderzoek Wet geluidhinder (rapportnr. 21.027.01, versie 4, Adviesbureau Tideman d.d.
21 april 2022) Woningen Oost Boswinkel Bijlage 13: (ontwerp)besluit hogere grenswaarden Wet geluidhinder
4
bestemmingsplan Oost Boswinkel (vastgesteld)
Bijlage 2 Verslag overleg ex artikel 3.1.1. Bro
bestemmingsplan Oost Boswinkel (vastgesteld)
5
Bestemmingsplan Oost Boswinkel
Nota samenvatting en beantwoording reacties vooroverleg
Gemeente Enschede Cluster Omgeving en Recht Afdeling Bestemmen April 2022
Overzicht van de reacties uit het vooroverleg met betrekking tot het bestemmingsplan Oost Boswinkel Op 23 maart 2022 zijn diverse overheidsinstanties en vaste overlegpartners benaderd om over te adviseren over het bestemmingsplan Oost Boswinkel. De volgende overlegpartners zijn benaderd om te adviseren over het nieuw op te stellen bestemmingsplan. • Provincie Overijssel • Waterschap Vechtstromen • Brandweer Twente Hiervan heeft provincie Overijssel aangegeven dat de voorgenomen ontwikkeling niet strijdig is met hun beleidsvisie, dan wel dat hun belangen hierdoor niet worden geschaad. Daarnaast heeft Brandweer Twente inhoudelijk gereageerd. De reactie is hieronder samengevat en van een gemeentelijke reactie voorzien. 1. Brandweer Twente 1.1
De voorgenomen ontwikkeling bevindt zich binnen het effectgebied van meerdere hogedruk aardgastransportleidingen en de A35/N35. Het is aan de gemeente Enschede om te bepalen welke veiligheidsniveau voor dit plangebied acceptabel is. Hier zijn buiten het plaatsgebonden risico, geen harde criteria voor. Het is een weging tussen het bieden van bescherming (en de bijbehorende kosten) tegen de kans op het optreden van de beschreven scenario’s. Ondanks getroffen maatregelen kunnen incidenten niet worden uitgesloten en moet rekening worden gehouden met slachtoffers. Reactie gemeente In paragraaf 5.1.7 van de toelichting behorende bij het ontwerp bestemmingsplan is toegelicht op welke wijze wordt omgegaan met het aspect externe veiligheid. De afstanden tot de aardgastransportleidingen als ook de A35/N35 liggen op voldoende ruime afstand tot het plangebied. Het plan voldoet aan het gemeentelijke externe veiligheidsbeleid.
1.2
Op basis van de ontvangen documenten adviseren wij te borgen dat bij de uitwerking van de plannen voldaan kan worden aan de Handreiking Bluswatervoorziening en Bereikbaarheid 2019. Rekening moet worden gehouden met het bijplaatsen van extra brandkranen en het realiseren van opstelplaatsen voor brandweervoertuigen binnen het plangebied. De opstelplaatsen moeten bereikbaar zijn en afhankelijk van de gekozen locaties moet de draagkracht van de parkeergarage voldoen aan het gewicht van de brandweervoertuigen. Wij kunnen u hierover bij de beoordeling van de omgevingsvergunning van een aanvullend advies voorzien. Reactie gemeente De bestemmingen Verkeer en Verkeer-Verblijfsgebied bieden de ruimte om te voldoen aan de benodigde breedte van de wegen. De bestaande infrastructuur vormt de basis voor de uitvoering van het nieuwe stedenbouwkundig plan. Dit stedenbouwkundig plan is vertaald in dit bestemmingsplan. De bereikbaarheid van calamiteitendiensten en vuilniswagens is geborgd in het bestemmingsplan. In nader overleg met de brandweer zal het concrete plan worden doorlopen, zodat hiervan kennis kan worden genomen.
Bijlage 3 Bodemonderzoek
8
bestemmingsplan Oost Boswinkel (vastgesteld)
VERKENNEND MILIEUKUNDIG BODEMONDERZOEK, ASBESTONDERZOEK EN KWALITEIT ASFALT Oost Boswinkel Enschede Woningbouwvereniging Ons Huis
22 AUGUSTUS 2019
VERKENNEND MILIEUKUNDIG BODEMONDERZOEK, ASBESTONDERZOEK EN KWALITEIT ASFALT
Contactpersoon BERNADETTE NOORDMAN
Arcadis Nederland B.V. Postbus 264 6800 AG Arnhem Nederland
Onze referentie: 083979433 2 van 45
VERKENNEND MILIEUKUNDIG BODEMONDERZOEK, ASBESTONDERZOEK EN KWALITEIT ASFALT
INHOUDSOPGAVE 1
2
3
4
INLEIDING
5
1.1
Aanleiding
5
1.2
Doel
5
1.3
Aanpak
5
1.4
Leeswijzer
6
VOORONDERZOEK
7
2.1
Situatie en gebruik
7
2.2
Eerder uitgevoerde bodemonderzoeken
8
2.3
Achtergrondinformatie
8
2.4
Verwachting ten aanzien van de bodemkwaliteit en kwaliteit asfalt
9
2.4.1
Archeologie en bodem
9
2.4.2
Asbest
9
2.4.3
Asfaltverharding
10
2.4.4
Bodemkwaliteitskaart
10
2.4.5
Bodemopbouw en geohydrologie
10
2.5
Conclusies vooronderzoek
11
2.6
Onderzoekshypothese en –opzet
11
OPZET EN UITVOERING VAN HET ONDERZOEK
12
3.1
Hypothese en onderzoeksopzet
12
3.2
Uitvoering veldwerk
12
3.3
Uitvoering laboratoriumonderzoek
13
3.4
Kwaliteitsborging
14
RESULTATEN
15
4.1
Bodemopbouw en grondwater
15
4.2
Veldwaarnemingen
15
4.2.1
Grond
15
4.2.2
Asbest
15
4.2.3
Grondwater
15
Onze referentie: 083979433
3 van 45
VERKENNEND MILIEUKUNDIG BODEMONDERZOEK, ASBESTONDERZOEK EN KWALITEIT ASFALT
5
6
4.3
Laboratoriumonderzoek en toetsing analyseresultaten
16
4.3.1
Grond
17
4.3.2
Grondwater
20
INTERPRETATIE ONDERZOEKSGEGEVENS
22
5.1
Kwaliteit asfaltverharding binnen plangebied
22
5.1.1
Asbest
22
5.2
Bodem
22
5.2.1
Grondwater
24
5.3
Toetsing hypothese
24
SAMENVATTING, CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN
25
6.1
Aanleiding en doel
25
6.2
Conclusies
25
BIJLAGEN BIJLAGE A RAPPORTAGE VOORONDERZOEK
27
BIJLAGE B BOORPROFIELEN EN LEGENDA
28
BIJLAGE C ANALYSECERTIFICATEN
39
BIJLAGE D TOETSING VAN DE ANALYSERESULTATEN
40
BIJLAGE E TOELICHTING OP HET TOETSINGSKADER
41
BIJLAGE F VERKLARING ONAFHANKELIJKHEID
42
BIJLAGE G FOTO’S VAN DE LOCATIE
43
BIJLAGE H TEKENING
44
COLOFON
45
Onze referentie: 083979433 4 van 45
VERKENNEND MILIEUKUNDIG BODEMONDERZOEK, ASBESTONDERZOEK EN KWALITEIT ASFALT
1
INLEIDING
In opdracht van Woningbouwvereniging Ons Huis heeft Arcadis Nederland B.V. in juli 2019 een verkennend milieukundig bodem- en asbestonderzoek verricht op de locatie Oost- Boswinkel in Enschede. Daarnaast is onderzoek naar de kwaliteit van asfalt binnen het plangebied uitgevoerd. De onderzoekslocatie betreft de kadastrale percelen, gemeente Enschede, nummers 729, 483, 486, 488, 2196, 481, 484, 485 en 487. Het onderzoek is uitgevoerd conform de volgende normen: • •
NEN 5740+A1 (Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek, 2016); NEN5707 +C2 (Inspectie en monsterneming van asbest in bodem en partijen grond, 2017, of NEN 5897+C2;
Het onderzochte terrein (de onderzoekslocatie) heeft een oppervlakte van in totaal circa 6,8 ha. Hiervan is ongeveer de helft bebouwd of verhard (zie tekening in Bijlage H).
1.1
Aanleiding
Aanleiding voor het uitvoeren van het verkennend bodem- en asbestonderzoek en de kwaliteitsbepaling van asfaltverhardingen is het hervatten van woningbouwplannen ten behoeve van verduurzaming van de wijk Boswinkel, voor deelgebied Oost-Boswinkel. Verduurzaming van de wijk Oost-Boswinkel betreft sloop, nieuwbouw en het aansluiten van de woningen op het gemeentelijk warmtenet (Duurzame wijk). Het zuidelijk deel van het plangebied Boswinkel werd al eerder ontwikkeld (periode na 2008). De destijds uitgevoerde bodemonderzoeken zijn gedateerd (2008). De regionale ligging van de onderzochte locatie is weergeven op tekening 1 in Bijlage H.
1.2
Doel
Doel van de voorgestelde milieukundige bodemonderzoeken is het vaststellen van de actuele milieu hygiënische kwaliteit van de bodem en de kwaliteit van de aanwezige asfaltverhardingen en het vaststellen of er sprake is van verontreinigingen. Doelstelling van het verkennend asbestonderzoek is om met een geringe onderzoeksinspanning vast te stellen of een verontreiniging met asbest in de bodem aanwezig is. Het bodemonderzoek is niet gericht op het vaststellen van de mogelijkheden voor hergebruik van (eventueel) in een later stadium af te voeren grond. Op hergebruik van grond is het Besluit bodemkwaliteit van toepassing. Voor bodemonderzoek dat in het kader van grondverzet wordt uitgevoerd gelden andere onderzoeksprotocollen. Wel zijn de onderzoeksresultaten indicatief getoetst aan het Besluit bodemkwaliteit. Het doel daarvan is om een indicatie te krijgen over de mogelijkheden om eventueel vrijkomende grond te hergebruiken.
1.3
Aanpak
Het verkennend milieukundig bodemonderzoek wordt voorafgegaan door een vooronderzoek volgens NEN 5725 (Strategie voor het uitvoeren van milieu hygiënisch vooronderzoek, NEN, 2017). Op basis van de resultaten van het vooronderzoek wordt een onderzoekshypothese geformuleerd en wordt een onderzoeksvoorstel opgezet conform de geldende NEN-normen om deze hypothese te toetsen. In het kader van het verkennend bodem- en asbestonderzoek zijn de volgende werkzaamheden verricht: • • •
vooronderzoek conform NEN 5725; veldonderzoek; laboratoriumonderzoek;
Onze referentie: 083979433
5 van 45
VERKENNEND MILIEUKUNDIG BODEMONDERZOEK, ASBESTONDERZOEK EN KWALITEIT ASFALT
• toetsing en interpretatie van de analyseresultaten; • toetsing van de onderzoekshypothese; • rapportage inclusief formuleren van conclusies en eventuele aanbevelingen. In het kader van het verhardingsonderzoek zijn asfaltkernen beschreven en is het asfalt beoordeeld op teerhoudendheid. Disclaimer Hoewel het bodemonderzoek op zorgvuldige wijze is voorbereid en uitgevoerd, kan niet worden uitgesloten dat er in werkelijkheid afwijkingen optreden ten opzichte van de in dit rapport gepresenteerde resultaten. Immers, elk bodemonderzoek is gebaseerd op het nemen van een aantal steekproeven, welke representatief worden geacht voor het onderzochte gebied, maar waarbij (lokale) afwijkingen niet volledig kunnen worden uitgesloten.
1.4
Leeswijzer
Hoofdstuk 2 beschrijft de resultaten van het vooronderzoek. De opzet van het veld- en laboratoriumonderzoek volgen in paragraaf 2.6 en hoofdstuk 3. De resultaten van het onderzoek staan beschreven in hoofdstuk 4. Tenslotte volgen in hoofdstuk 5 een interpretatie van de gegevens en in hoofdstuk 6 een samenvatting en de conclusies. In de bijlagen zijn onder meer boorprofielen, analysecertificaten en kaartmateriaal opgenomen.
Onze referentie: 083979433 6 van 45
VERKENNEND MILIEUKUNDIG BODEMONDERZOEK, ASBESTONDERZOEK EN KWALITEIT ASFALT
2
VOORONDERZOEK
Voor de bepaling van de onderzoeksstrategie is een vooronderzoek uitgevoerd volgens het onderzoeksprotocol NEN 5725 (Strategie voor het uitvoeren van milieu hygiënisch vooronderzoek). Hierbij zijn o.a. de in het verleden op de locatie uitgevoerde activiteiten, de huidige activiteiten en de resultaten van in het verleden (in de omgeving) uitgevoerde bodemonderzoeken geïnventariseerd. Een samenvatting van de resultaten van dit vooronderzoek is weergegeven in dit hoofdstuk. Geraadpleegde bronnen: • • • • • • •
Terreinverkenning voorafgaand of in combinatie met het veldwerk; de opdrachtgever; de website www bodemloket.nl de website www.topotijdreis.nl; de website https://report.dotkadata.com/#!search; de website http://www.grondwatertools.nl; de website http://pdokviewer.pdok.nl/ geactualiseerd Pdok.nl
Voor informatie over de bodemopbouw en geohydrologische informatie is gebruik gemaakt van het DINOloket en informatie uit eerder bodemonderzoek. In het vooronderzoek wordt de verwachting of mogelijk sprake is van verontreiniging op de onderzoekslocatie vastgesteld. Deze gegevens uit het vooronderzoek vormen de basis voor het opstellen van een onderzoekshypothese en de onderzoeksopzet voor uit te voeren bodemonderzoeken om deze hypothese te toetsen.
2.1
Situatie en gebruik
Afbakening van de onderzoekslocatie: De onderzoekslocatie betreft het plangebied Oost-Boswinkel, het terrein tussen de Kotmanlaan, Burgemeester van Veenlaan, Utrechtlaan, Noord-Hollandstraat en Gelderlandstraat in Enschede. • Het betreft de kadastrale percelen, gemeente Enschede, nummers 729, 483, 486, 488, 2196, 481, 484, 485 en 487, met een totale oppervlakte van circa 6,8 ha. Hiervan is ongeveer de helft bebouwd (3,2 ha.) en circa 4500 m² is verhard met klinkers, stoeptegels of asfalt. (zie tekening in Bijlage H en figuur 1). • De wijk Boswinkel is eind jaren ’50 gebouwd. Destijds is “op staal” gebouwd. • De bebouwing betreft grond- en niet grondgebonden woningen. • Het huidige gebruik betreft wonen (met parkeren en toegangswegen binnen de wijk); • Toekomstig gebruik: woningbouw. • Het zuidelijk deel van de wijk is reeds eerder herontwikkeld/ verduurzaamd.
Onze referentie: 083979433
7 van 45
VERKENNEND MILIEUKUNDIG BODEMONDERZOEK, ASBESTONDERZOEK EN KWALITEIT ASFALT
Figuur 1: Onderzoekslocatie Oost Boswinkel (bron: Google Maps)
2.2 • •
Eerder uitgevoerde bodemonderzoeken
Archeologisch onderzoek: Bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennende fase) Baac rapport V-08.0276 juli 2008. Verkennend bodemonderzoek Boswinkel Enschede in opdracht van de Dienst Stedelijke Ontwikkeling en Beheer van de gemeente Enschede, september 2008 met kenmerk 20081278. (zie § 2.3)
2.3
Achtergrondinformatie
Informatie historische bodemkaarten Enschede: plaatselijk is voor het plangebied Oost Boswinkel, op basis van historisch kaartmateriaal, sprake van voormalige boerderijen (fotomateriaal 1961) en voormalige oude dempingen. (Bron: Historisch bestand Enschede, zie bijlage A). Bij eerder onderzoek zijn geen kenmerken van de betreffende voormalige activiteiten in boorbeschrijvingen aangetroffen. Wel is westelijk van het onderzoeksgebied sprake van lood >I. Het is niet bekend of deze verontreiniging gerelateerd is aan een voormalige demping. Asbest in gebouwen: • Een deel van het gebied Boswinkel is reeds eerder herontwikkeld. Op basis van asbestinventarisatierapporten voor meerdere typen woningen in dit al eerder ontwikkelde deel van het plangebied, is bekend dat in de woningen asbest is verwerkt. Op het plangebied Oost-Boswinkel zijn dezelfde typen woningen aanwezig. Er kan worden geconcludeerd dat asbest aanwezig is in de bebouwing. • Op de asbestdakenkaart van de provincie Overijssel is geen asbest dak aangegeven in het plangebied. In 2008 is verkennend bodem en asbestonderzoek en archeologisch onderzoek uitgevoerd. Archeologisch onderzoek (2008): o Op het plangebied Oost- Boswinkel is plaatselijk sprake van hoog archeologische waarde.
o Het gebied Oost-Boswinkel is al onderzocht en door de regio-archeoloog vrijgegeven en in het voorjaar 2019 is door de gemeente aangegeven dat het aanwezige archeologisch onderzoek niet hoeft te worden geactualiseerd. Voor het terrein Oost Boswinkel is sprake van meldingsplicht in het kader van de Erfgoedwet voor wat betreft toevalvondsten. Verkennend bodemonderzoek (2008): Er is in 2008 verkennend bodemonderzoek uitgevoerd voor het gehele terrein Boswinkel. Onze referentie: 083979433 8 van 45
VERKENNEND MILIEUKUNDIG BODEMONDERZOEK, ASBESTONDERZOEK EN KWALITEIT ASFALT
o
•
• • • •
Buiten het plangebied is westelijk van de Burgemeester van Veenlaan, sprake van een verhoogd loodgehalte tot boven de destijds geldende B-waarde. o Op het plangebied zelf zijn de boven- en ondergrond op basis van het eerder uitgevoerd onderzoek licht verontreinigd (>Aw). Incidenteel werd destijds PAK >I aangetoond in de bovengrond; (bij boring 25 uit het verkennend bodemonderzoek van 2008), beoordeeld als gering van omvang (nog geen nader bodemonderzoek). De verhoogde gehalten PAK zijn in 2008 gerelateerd aan bijmengingen in de opgeboorde grond, zoals o.a. kolengruis. Deze bijmenging is destijds niet bij boring 25 aangetroffen en wel bij de overige boringen in dit woonblok grenzend aan de Utrechtlaan. o Het bodemonderzoek van 2008 is gedateerd (ouder dan 10 jaar). Verkennend asbestonderzoek: o Het in 2008 uitgevoerde asbestonderzoek voldoet niet aan de huidige onderzoeksnormen voor asbest in de bodem (NEN5707+C2). o Visueel is destijds geen asbest waargenomen op maaiveld en/of in de onderzochte bovengrond. Ook analytisch is destijds geen asbest aangetoond, uitgezonderd een incidenteel verhoogde waarde binnen het huidige plangebied van 7,5 mg/kg ds gewogen aan asbest. Deze waarde ligt ver beneden de Interventienorm voor asbest van 100 mg/kg.ds gewogen.
De locatie kan op basis van de bekende gegevens in eerste instantie als onverdacht op het voorkomen van asbest in de bodem worden beschouwd. De grondwaterstand is in 2008 aangetroffen op circa 1,5 m-mv. De in eerdere rapporten vermelde verwachte GHG en GLG binnen het plangebied betreft respectievelijk <40 cm/>120 cm-mv tot 40-80 cm/ >120 cm-mv. Pas na sloop van de bebouwing zal verkennend bodem en asbestonderzoek op de vrijgekomen terreindelen plaats kunnen vinden. In het nieuwe plan voor woningbouw blijft het wegenpatroon binnen Oost Boswinkel grotendeels gehandhaafd. Wel zal bij de Overijssellaan aan beide zijden een strook asfalt verwijderd worden en incidenteel zal het asfalt worden opgebroken ten behoeve van de aanleg van huisaansluitingen (betreft Gelderlandstraat en Groningenstraat). Asfaltverharding tussen de woonblokken en bij het garageblok aan de Overijssellaan zal worden verwijderd. De laagopbouw en de kwaliteit van het asfalt (eventuele teerhoudendheid) is niet bekend/ nog niet vastgesteld.
Voorafgaand aan het veldwerk is een visuele terreinverkenning uitgevoerd. Op de onderzoekslocatie zijn tussen de aanwezige bebouwing stroken asfalt aanwezig welke als mogelijk PAK-houdend zijn aangemerkt. Daarnaast zijn enkele bovengrondse afvalcontainers voor huisvuil aanwezig binnen het plangebied, o.a. in de Utrechtlaan. Er zijn geen bijzonderheden met het oog op mogelijke bodemverontreiniging waargenomen.
2.4
Verwachting ten aanzien van de bodemkwaliteit en kwaliteit asfalt
2.4.1
Archeologie en bodem
Op basis van de eerder uitgevoerde onderzoeken en de gegevens uit het vooronderzoek hoeft geen actualisatie van het archeologisch onderzoek plaats te vinden (afgestemd met gemeente Enschede). De bodem binnen het plangebied is op basis van eerder onderzoek licht verontreinigd (>Aw) en incidenteel is de bodem sterk verontreinigd met PAK >I (boring 25 onderzoek 2008). De omvang van de verontreiniging met PAK werd niet eerder vastgesteld.
2.4.2
Asbest
Er is in voorgaand onderzoek visueel en analytisch (indicatief op basis van beperkt veldonderzoek), geen asbest aangetoond in het gebied Boswinkel.
Onze referentie: 083979433
9 van 45
VERKENNEND MILIEUKUNDIG BODEMONDERZOEK, ASBESTONDERZOEK EN KWALITEIT ASFALT
2.4.3
Asfaltverharding
Onderzoek naar de kwaliteit van het asfalt van de wegen of onderliggende fundatielagen heeft eerder niet plaatsgevonden. Onderzoek naar de laagopbouw en kwaliteit van het asfalt wordt uitgevoerd i.v.m. het aanleggen van huisaansluitingen waarbij het asfalt plaatselijk zal worden opgebroken en andere ontgravingswerkzaamheden in de asfaltwegen; (niet ten behoeve van afvoer en hergebruik van (al) het asfalt van de asfaltwegen, daarvoor is intensiever onderzoek volgens CROW 210 richtlijn noodzakelijk).
2.4.4
Bodemkwaliteitskaart
De gemeente Enschede beschikt over een bodemkwaliteitskaart waarop de gemeente Enschede is verdeeld in zones met ieder een eigen bodemkwaliteit (gemiddelde kwaliteit van de zone). De zones zijn gekozen op basis van het historisch gebruik en bodemonderzoekgegevens. De locatie Oost Boswinkel is ingedeeld in functieklasse wonen (bodemkwaliteitskaart 2008, vermelde datum 24 augustus 2010 te vinden op dloket.enschede.nl). De onderzoekslocatie is gelegen in de bodemkwaliteitszone Aw2000.
2.4.5
Bodemopbouw en geohydrologie
Bron: gemeentelijke site Enschede (dloket.enschede.nl). • In de ijstijd zijn door het landijs de bodemlagen opgestuwd en gedeeltelijk over elkaar geschoven. Hierdoor ligt Enschede op de rand van een stuwwal. De bodem onder Enschede bestaat vanaf het maaiveld globaal uit een toplaag (ook wel bovenste laag van de bodem) met gemengde en geroerde grond, een fijnzandige laag, lemige laag, een grofzandige laag en een kleilaag. De lemige laag en de kleilaag zijn slecht doorlatende bodemlagen. In de lemige bodemlaag zijn lokaal zandbanen aanwezig. Via deze goed doorlatende zandbanen en zandlagen kan grondwaterstroming plaatsvinden. De bodemopbouw van de gemeente Enschede is opgenomen in onderstaande figuur 2.
Figuur 2: Schematische weergave bodemopbouw gemeente Enschede
Onze referentie: 083979433 10 van 45
VERKENNEND MILIEUKUNDIG BODEMONDERZOEK, ASBESTONDERZOEK EN KWALITEIT ASFALT
• •
De slecht doorlatende diepe kleilaag bevindt zich tussen de 12 meter en 20 meter beneden het maaiveld. De grofzandige laag hierboven is het eerste watervoerende pakket (diep grondwater), welke wordt afgesloten door de slechter doorlatende lemige laag met zandbanen. Het freatisch grondwater (ondiep grondwater) dat zich boven de grofzandige laag bevindt, is aanwezig in een fijnzandige laag met gemengde en geroerde grond.
De globale bodemopbouw, samengesteld op basis van de bovengenoemde gegevens, en de geologische kaart TNO2000) is weergegeven in Tabel 1. Tabel 1 Schematisering bodemopbouw
Diepte (t.o.v. mv)
Geohydrologische betekenis
Samenstelling
Geologische formaties
0–2
Ophooglaag
2-4
Deklaag
Formatie van Boxtel
4 - 12
1ste watervoerende pakket
Formatie van Drenthe
12 - 20 m-mv
Slecht doorlatende basis
Het freatisch grondwater op de locatie bevindt zich naar verwachting op ca. 1,5 m –mv. De regionale grondwaterstromingsrichting is noordwestelijk gericht (Bron Dloket enschede.nl). De locatie ligt niet in een grondwater- of bodembeschermingsgebied.
2.5 • • • •
Conclusies vooronderzoek
Eerder uitgevoerd archeologisch onderzoek van 2008 is nog voldoende actueel. Bij bodem verstorende activiteiten dient men alert te zijn op eventueel archeologisch vondstmateriaal. Bij het aantreffen hiervan dient een melding te worden gedaan bij de gemeente Enschede dienst stedelijke ontwikkeling en beheer (wettelijk verplicht volgens monumentenwet). Eerder uitgevoerd verkennend bodemonderzoek ter plaatse van niet bebouwde terreindelen is verjaard en dient te worden geactualiseerd. Voor de onderzoeksopzet kan in eerste instantie worden uitgegaan van een onverdachte locatie (voor asbest) en een onverdachte locatie voor bodemverontreiniging, uitgezonderd rond boring 25 (verdachte deellocatie, nader bodemonderzoek PAK).
2.6 Onderzoekshypothese en –opzet Op basis van de bekende gegevens is de volgende onderzoekshypothese en onderzoeksopzet opgesteld: Het plangebied heeft een oppervlakte van in totaal circa 6,8 ha. In totaal is circa 3,2 ha onbebouwd terrein en circa 4500 m2 betreft wegen (asfalt, klinkers, stoeptegels). • Verkennend bodemonderzoek volgens NEN5740+A1 uitgaande van een onverdachte locatie, op niet verharde delen van de onderzoekslocatie (totale onverharde oppervlakte circa 3,2 ha. • De bebouwing zal op termijn worden gesloopt waarna vrijkomende terreindelen alsnog verkennend onderzocht dienen te worden. • Nader bodemonderzoek conform NEN5740+A1, rond boring 25 uit eerder onderzoek uitgaande van een verdachte deellocatie voor PAK (100m²). • Verkennend asbestonderzoek conform NEN5707+ C2 (en/of de NEN 5897+C2 bij puin >50 V/V %), uitgaande van een onverdachte locatie. • Het verkennend asbestonderzoek conform NEN5707+C2 kan gelijktijdig met monstername van de grond voor verkennend bodemonderzoek conform NEN5740 +A1 worden uitgevoerd. Voorafgaand dient een terreininspectie uitgevoerd te worden in combi met het zoeken naar mogelijk nog aanwezige eerder geplaatste peilbuizen.
Onderzoek naar de laagopbouw en kwaliteit van de aanwezige asfaltverhardingen en verkennend bodemonderzoek ter plaatse van de fundatie en ondergrond bij de wegen conform NEN5740 +A1 uitgaande van lintvormige deellocaties (oppervlakte totaal 4500 m²). Onze referentie: 083979433
11 van 45
VERKENNEND MILIEUKUNDIG BODEMONDERZOEK, ASBESTONDERZOEK EN KWALITEIT ASFALT
3
OPZET EN UITVOERING VAN HET ONDERZOEK
3.1
Hypothese en onderzoeksopzet
In hoofdstuk 2 zijn de resultaten van het vooronderzoek samengevat. Op basis van deze resultaten is de onderzoekshypothese en de bijbehorende onderzoeksstrategie geformuleerd (§ 2.6). In de NEN 5740+A1 zijn, afhankelijk van de onderzoeksstrategie, richtlijnen gegeven voor de aantallen te verrichten boringen en te analyseren grond‐ en grondwatermonsters als functie van de oppervlakte van de te onderzoeken locatie. In Tabel 2 is de onderzoeksopzet samengevat. Tabel 2 Samenvatting onderzoeksopzet
Deellocatie
Strategie
Aantal Oppervlak (m2) boringen of opmerking
Aantal peilbuizen
Aantal analyses*
Er is sprake van meldingsplicht in het kader van Erfgoedwet
Gehele terrein
voor wat betreft toevalvondsten (archeologie). 29 x 0,5 m-mv Totale locatie 68000m², NEN 5740 +A1ONV
Oost Boswinkel
NEN5707 +C2 ONV
Onderzoekslocatie circa 32000 m² (3,2 ha)*
Hiervan 20 x afwerken tot asbestinspectiegat 0,3 x 0,3 x 0,5 m 8 x 2 m (doorboren met grote diameterboor
4 Pb met filter volgens NEN op circa 2,0 – 3,0 m-mv)
5 x MM STP BG 4 x asbest in grond 4 x MM STP OG 4 x STP GW
t.b.v. asbest)
Rond boring 25 eerder onderzoek
NEN verdacht
100 m²
1 pb
3 x PAK + H + L
PAK
4 x MM STP
Asfaltwegen en parallelweg en stoep
NEN ONV lijnvormig
1500 m Circa 4000 m²
23 boringen x 2,0 m
fundatielaag
Waarvan
4 x MM STP BG 4 x MM STP OG
2 x pb
2 x STP GW Laagopbouw 6 x 3 x PAK
*: Toelichting zie §3.3
Voorafgegaan aan de werkzaamheden wordt een maaiveldinspectie uitgevoerd conform NEN5707+C2. Tijdens het plaatsen van de diepere boringen wordt de GLG en GHG ingeschat door de veldtechnicus (waar zichtbaar). Van de boringen volgens NEN lijnvormig zijn 8 boringen voorzien voor plaatsing in de stoep langs asfaltwegen en 10 boringen in de asfaltverharding. Voorafgaand aan het veldwerk (§ 3.2) is een terreininspectie uitgevoerd. De resultaten van de terreininspectie gaven geen aanleiding tot aanpassing van de onderzoeksopzet.
3.2
Uitvoering veldwerk
Het veldwerk is uitgevoerd op 08 t/m 10-07-2019 en grondwaterbemonstering heeft plaatsgevonden op 1807-2019. In het veld is de vrijgekomen grond beoordeeld op de bodemkundige samenstelling. Hierbij zijn eveneens de percentages lutum en organische stof geschat. Daarnaast is gelet op het voorkomen van puin, slakken, Onze referentie: 083979433 12 van 45
VERKENNEND MILIEUKUNDIG BODEMONDERZOEK, ASBESTONDERZOEK EN KWALITEIT ASFALT
kolengruis en dergelijke en op afwijkingen van geur en kleur, die kunnen duiden op de aanwezigheid van bodemverontreiniging. De grond uit de boringen is met behulp van de oliedetectiepan beoordeeld op de aanwezigheid van olieachtige en oppervlakte-actieve stoffen. De uitgeboorde grond van elke boring is per bodemlaag van maximaal 0,5 m bemonsterd. Afhankelijk van de bodemopbouw en de veldwaarnemingen is eventueel een kleiner monstertraject gekozen. Na een wachttijd van minimaal een week zijn grondwatermonsters van de geplaatste peilbuizen genomen. In deze periode heeft het evenwicht tussen de grond en het grondwater zich kunnen herstellen. Om een indruk te krijgen van de grondwaterkwaliteit zijn in het veld de zuurgraad (pH), het elektrische geleidingsvermogen (EC) en de troebelheid (NTU) bepaald. De resultaten van het veldwerk zijn opgenomen in hoofdstuk 4. De resultaten van het veldwerk gaven geen aanleiding tot aanpassing van de onderzoeksopzet (§ 3.1). Wel zijn, gelet op de aangetroffen bijmengingen in de bovengrond en de diversiteit in bodemopbouw meer mengmonsters ter analyse aangeboden conform NEN-norm. In het veld is geen duidelijke GLG en GHG (gemiddeld laagste grondwaterstand en gemiddeld hoogste grondwaterstand) in het boorprofiel waargenomen.
ASBESTONDERZOEK; MAAIVELDINSPECTIE De maaiveldinspectie is uitgevoerd voorafgaand aan de start van de overige veldwerkzaamheden. Het maaiveld blijk volledig voorzien van gras of is verhard1. Er is geen volledige maaiveldinspectie volgens NEN5707+C2 uitgevoerd2. Wel is tijdens de terreininspectie voorafgaand aan het veldwerk gecontroleerd op het voorkomen van asbest op het maaiveld. Daarnaast is het maaiveld rond elke boring nauwkeurig geïnspecteerd op het voorkomen van asbest. Er zijn geen asbestverdachte materialen aangetroffen op het maaiveld van de onderzoekslocatie.
VISUELE INSPECTIE EN MONSTERNAME GROND Het verkennend asbestonderzoek heeft zich gericht op de actuele contactzone (0,0 tot 0,5 m-mv.) en de ondergrond. Voor het onderzoek naar de actuele contactzone is handmatig bij 20 boringen3 de bovengrond afgewerkt tot asbestinspectiegaten met minimaal een afmeting van 0,3 x 0,3 x 0,5 m (l x b x d). Voor het onderzoek naar mogelijk asbest in de ondergrond zijn vervolgens 8 boringen doorgezet tot in de ongeroerde ondergrond (max. 2,0 m-mv). De in het veld vrijgegraven grond is beoordeeld op de bodemkundige samenstelling, waarbij eveneens de percentages lutum en organische stof zijn geschat. De uitkomende grond per asbestinspectiegat /boring is in het veld visueel geïnspecteerd door de uitgekomen grond te zeven (fractie >20 mm, dit betreft monstervoorbehandeling conform NEN5707+C2). In geen van de proefgaten is hierbij asbestverdacht materiaal aangetroffen. Er is geen asbest verzamelmonster samengesteld. De monstername van de fijne fractie (< 20 mm) heeft in het veld plaatsgevonden door na voorbewerking conform NEN 5707 + C2, 4 mengmonsters samen te stellen van de actuele contactzone.
3.3
Uitvoering laboratoriumonderzoek
Voor de analyses van de vaste bodem zijn van zowel de bovengrond als de ondergrond in het laboratorium representatieve mengmonsters samengesteld. De samenstelling van de mengmonsters heeft plaats gevonden op basis van de zintuiglijke waarnemingen, de locaties van de boringen en/of het bodemtype. De monsters zijn geanalyseerd op de parameters van het standaardpakket. Het standaardpakket omvat: Landbodem en grond (STP GR): • Droge stofgehalte. 1 Een deel van het terrein betreft individuele tuinen met paden en tuin beplanting 2 Geen maaiveldinspectie middels inspectiestroken van maximaal 1,5 m die haaks op elkaar zijn doorlopen . 3 I.v.m. misboringen en bijmenging zijn niet 20 maar 25 boringen doorgezet tot asbestinspectiegaten namelijk de
boringen, 34, 35, 36, 37, 38, 39, 40, 41, 43, 44, 46, 48, 51, 54, 56, 59, 60, 62, 63, 66. Onze referentie: 083979433
13 van 45
VERKENNEND MILIEUKUNDIG BODEMONDERZOEK, ASBESTONDERZOEK EN KWALITEIT ASFALT
• • •
Bodemkenmerken: organisch stof en lutum. Metalen: barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink. Organische parameters: som-Pcb’s (polychloorbifenylen; 7), som-PAK's (polycyclische aromatische koolwaterstoffen; 10) en minerale olie.
Grondwater (STP GW): • Metalen: barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink. • Vluchtige aromatische koolwaterstoffen: benzeen, tolueen, ethylbenzeen, som-xylenen (som o, m, p), styreen, naftaleen. • Vluchtige gehalogeneerde koolwaterstoffen: vinylchloride, 1,1-dichlooretheen, dichloormethaan, trans1,2-dichlooretheen, cis-1,2-dichlooretheen, som 1,2-dichlooretheen, 1,1-dichloorethaan, chloroform, 1,1,1-trichloorethaan, tetrachloormethaan, 1,2-dichloorethaan, trichlooretheen, 1,2-dichloorpropaan, 1,1dichloorpropaan, 1,3-dichloorpropaan, som dichloorpropanen, 1,1,2-trichloorethaan, tetrachlooretheen en bromoform. • Minerale olie. In het kader van nader bodemonderzoek zijn bodemmonsters geanalyseerd op PAK (Vrom 10) De resultaten van het laboratoriumonderzoek zijn opgenomen in hoofdstuk 4. De resultaten van het laboratoriumonderzoek gaven geen aanleiding tot verdere aanpassing van de onderzoeksopzet (§ 3.1).
3.4
Kwaliteitsborging
De genoemde werkzaamheden zijn uitgevoerd in overeenstemming met de regelgeving die bekend is onder de naam KWALIBO (dat staat voor kwaliteitsborging bij bodemintermediairs). Arcadis Nederland B.V., met hoofdvestiging in Arnhem en diverse kantoren verspreid in Nederland, en al dan niet ingezette onderaannemers zijn volgens het procescertificaat veldwerk bij milieuhygiënisch bodemen waterbodemonderzoek gecertificeerd voor de uitvoering van het genoemde milieukundig veldwerk. Dit zoals genoemd in de BRL SIKB 2000 en onderliggende protocollen 2001, 2002, 2003 en 2018 en in geval van mechanisch boorwerk zoals genoemd in de BRL 2100. Het milieukundig veldwerk zoals beschreven in deze rapportage is onafhankelijk van de opdrachtgever uitgevoerd door een of meerdere erkende medewerker(s) (zie verklaring in bijlage F). Het laboratoriumonderzoek is uitgevoerd door een conform AS SIKB 3000 geaccrediteerd laboratorium. Een eventuele afwijking op een richtlijn of norm is benoemd in deze rapportage waarbij is beschreven wat hiervan de consequentie is voor de kwaliteit. Dit rapport draagt daarom het keurmerk ‘kwaliteitswaarborg bodembeheer SIKB’.
Peilbuis Pb26 is in afwijking op de BRL 2000 protocol 2002 bemonsterd op de dag van plaatsing. Het betreft een kritische afwijking. Voor onderhavige rapportage is het kwaliteitslogo van toepassing uitgezonderd voor de grondwaterresultaten uit peilbuis Pb26.
Onze referentie: 083979433 14 van 45
VERKENNEND MILIEUKUNDIG BODEMONDERZOEK, ASBESTONDERZOEK EN KWALITEIT ASFALT
4
RESULTATEN
In dit hoofdstuk worden de resultaten van het veld- en laboratoriumonderzoek besproken.
4.1
Bodemopbouw en grondwater
De lokale bodemopbouw is afgeleid uit de uitgevoerde boringen en is in Tabel 3 geschematiseerd weergegeven. In Bijlage B zijn de boorstaten opgenomen van de bij het onderzoek uitgevoerde boringen en geplaatste peilbuizen. De ligging van alle boringen en peilbuizen is weergegeven op tekening 1 (Bijlage H). Tabel 3 Lokale bodemopbouw
Diepte (m –mv.)
omschrijving
0,0 - 1,0
matig siltig, zwak tot matig humeus fijn zand
1,0 – 3,0
Matig siltig sterk roesthoudend matig tot fin zand
Het grondwater is tijdens het onderzoek aangetroffen tussen de 1,0 en 1,5 m –mv.
4.2
Veldwaarnemingen
4.2.1
Grond
De bij de boringen vrijkomende grond is in het veld onderzocht op (zintuiglijk) waarneembare kenmerken. In de boorstaten (Bijlage B) zijn deze waarnemingen per boring weergegeven. Ook is in bijlage B een tabel opgenomen waarin de aangetoonde bijmengen zijn samengevat. Uit de beschrijvingen blijkt dat met name in de boringen ter plaatse van asfaltverhardingen met daaronder fundatielagen, veel bijmenging zijn aangetoond (slakken, puingranulaat, puin). In de overige boringen is sprake van sporen baksteen, beton en slakkenresten. Incidenteel zijn sporen glas waargenomen. Dit kan duiden op de (mogelijke) aanwezigheid van bodemverontreiniging/ dan wel een verontreinigde fundatielaag onder de asfaltverharding.
4.2.2
Asbest
In totaal zijn 20 boringen afgewerkt tot een asbestinspectiegat (0,3m x 0,3m x 0,5 m-mv). In 8 inspectiegaten is een boring doorgezet tot in de ondergrond en uitgevoerd met een grote diameter boor conform NEN5707. Op basis van vooronderzoek is in eerste instantie uitgegaan van een voor asbest onverdachte locatie. In geen van de inspectiegaten of in de ondergrond is tijdens de uitvoering van het veldonderzoek asbestverdacht materiaal aangetroffen. Wel zijn lichte bijmenging met puin sintels, glas, puin of beton aangetroffen. Op basis van deze veldwaarnemingen kan worden gesteld dat de bodem van de onderzochte locatie mogelijk verdacht is op het voorkomen van asbest vanwege de aangetoonde bijmengingen, maar dat visueel geen asbest is waargenomen. In totaal zijn in het veld 4 mengmonsters van de fijne fractie (<20 mm) uit de bovengrond samengesteld om te verifiëren of de verdenking op asbest terecht is.
4.2.3
Grondwater
In Tabel 4 zijn de resultaten van de veldmetingen weergegeven. Tabel 4 Veldmetingen grondwater
Peilbuis
Filterstelling BOPB (m-mv) (m+mv)
Datum grondwaterstand EC pH (-) monstername (m-mv) (µS/cm)
Troebelheid (NTU)#
24
2,0-3,0
18-7-2019
0,98
6,94
380
20
25
1,5-2,5
18-7-2019
0,90
6,87
462
0,6
Onze referentie: 083979433
15 van 45
VERKENNEND MILIEUKUNDIG BODEMONDERZOEK, ASBESTONDERZOEK EN KWALITEIT ASFALT
Peilbuis
Filterstelling BOPB (m-mv) (m+mv)
Datum grondwaterstand EC pH (-) monstername (m-mv) (µS/cm)
Troebelheid (NTU)#
30
2,0-3,0
-0,10
18-7-2019
1,6
6,54
252
161
31
2,0-3,0
-0,10
18-7-2019
1,87
6,19
263
268*
32
1,5-2,5
18-7-2019
1,29
6,83
403
146
33
2,0-3,0
18-7-2019
1,92
5,99
214
477
Pb26
1,5-2,5
18-7-2019
1,0
6,66
256
363
-0,10
*Filter gedeeltelijk in en laag zandig humeus zand #ter hoogte van de peilfilters is sprak van laagjes leem in het zand
De zuurgraad en het geleidingsvermogen van het grondwater zijn normaal te noemen voor dit type bodem. Afwijkende waarden kunnen een indicatie zijn voor bodemverontreiniging. De gemeten waarden geven geen aanleiding aan te nemen dat sprake is van een dergelijke situatie. Een watermonster met een waarde >10 NTU wordt als troebel beschouwd. Het grondwater op de locatie is troebel uitgezonderd het watermonster uit peilbuis 25. De NEN 5744 voor grondwaterbemonstering, schrijft een her bemonstering voor bij troebele watermonsters, met een zo laag mogelijk afpompdebiet. Als hierbij nogmaals een verhoogde troebelheid wordt gemeten kunnen de waarden als representatief worden beschouwd. In dit geval is reeds met een zo laag mogelijk debiet afgepompt, waardoor kan worden aangenomen dat bij herbemonstering sprake zal zijn van troebele grondwatermonsters. De resultaten worden als representatief beoordeeld en gelet op de uiteindelijke analyseresultaten concluderen wij dat een eventuele invloed van troebele monsters op de eindconclusie nihil is. Het betreft een niet kritische afwijking.
4.3
Laboratoriumonderzoek en toetsing analyseresultaten
De chemische analyses van de monsters geven informatie over de aanwezigheid en de gehalten van de onderzochte stoffen. De analysecertificaten van de onderzochte grond- en grondwatermonsters zijn opgenomen in Bijlage C. Toetsing van de analyseresultaten van grond- en grondwater heeft plaatsgevonden aan het toetsingskader zoals gedefinieerd in de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013 en de Regeling bodemkwaliteit van 13 december 2007. De gemeten gehalten voor grond zijn gecorrigeerd naar een standaardbodem (25% lutum en 10% organische stof). De toetsingsresultaten zijn, inclusief correctie naar een standaard bodem, opgenomen in Bijlage D. Om de mate van bodemverontreiniging aan te geven wordt in de voorliggende rapportage de volgende terminologie gebruikt: • • •
Niet verontreinigd: Index ≤ 0,0 (gehalte ≤ AW (achtergrondwaarde) / S (streefwaarde)). Licht verontreinigd: Index > 0,0 ≤ 1,0 (AW / S < gehalte ≤ I (interventiewaarde)). Sterk verontreinigd: Index > 1,0 (gehalte > I).
Daarnaast is een toetsing aan de Regeling bodemkwaliteit van 13 december 2007 uitgevoerd (indicatief). Deze toetsing geeft een indicatieve indruk over de toepassingsmogelijkheden van eventueel vrijkomende grond. De resultaten zijn getoetst aan het generieke beleid, zoals vastgesteld in de Regeling bodemkwaliteit. Een uitgebreide toelichting op het toetsingskader is weergegeven in Bijlage E.
Onze referentie: 083979433 16 van 45
VERKENNEND MILIEUKUNDIG BODEMONDERZOEK, ASBESTONDERZOEK EN KWALITEIT ASFALT
4.3.1
Grond
De resultaten van toetsing van de grondmonsters zijn samengevat in Tabel 5. Tabel 5 Samenvatting toetsingsresultaten grond
Analyse code
Deelmonsters
Diepte (m-mv)
> AW (index)
>I bijmenging (index)
Klasse Bbk (indicatief)
Nader onderzoek i.v.m. PAK>I bij boring 25
23-3 (onder fundatielaag)
23-3
0,50 1,00
Geen PAK
geen
Altijd toepasbaar @
27-2
27-2
0,15 0,50
PAK VROM (0,01)
Sporen baksteen
Klasse wonen @
27A-1
27a-1
0,0-0,5
0,35 #
geen
Altijd toepasbaar @
28-1
28-1
0,05 0,40
Geen PAK
-
Altijd toepasbaar @
29-2
29-2
0,20 0,60
Geen PAK
Sporen baksteen
Altijd toepasbaar @
0,05 0,50
PCB7 (0,04)
geen
Klasse industrie
Bij afvalcontainer in Utrechtlaan 14
14 -1
Ter plaatse van aan te leggen kabel en leidingen in stoep en bij huisaansluitingen Burgemeester van Veenlaan
MM01
01-1, 02-1, 03-1, 041, 05-1
0,05 0,50
-
geen
Altijd toepasbaar
MM02
02-2, 03-2, 04-3, 052
0,20 1,00
PAK VROM (0,01)
geen
Altijd toepasbaar
-
geen
Altijd toepasbaar
Parallelweg Wethoudenbeverstraat
MM03
06-1, 07-1, 08-1
0,05 0,50
MM04
06-2, 07-2, 08-2
0,50 1,00
Altijd toepasbaar
Terrein noordelijk van Overijsellaan en bij asfalt voor garageboxen
MM05
09-1, 10-1, 11-1, 131
0,05 0,50
-
geen
Altijd toepasbaar
MM06
09-2, 10-2, 11-2, 133
0,40 0,90
-
geen
Altijd toepasbaar
Onze referentie: 083979433
17 van 45
VERKENNEND MILIEUKUNDIG BODEMONDERZOEK, ASBESTONDERZOEK EN KWALITEIT ASFALT
> AW (index)
39-1, 59-1, 60-1
0,00 0,50
-
19-2 (fundatie onder asfalt)
19-2
0,1-0,5
-
Uiterst puinhoudend Altijd zand onder asfalt toepasbaar
MM17 (bodem onder fundatie van asfalt bij garageboxen)
19-3
0,50 0,90
PAK VROM (0,25)
Zand
20 in Overijssellaan
20-1
0,16-0,50
Deelmonsters
MM12
>I bijmenging (index)
Klasse Bbk (indicatief)
Diepte (m-mv)
Analyse code
Sporen beton, sporen baksteen
Altijd toepasbaar
Klasse industrie
slakken Voor gegevens zie boring 23
Woonblok hoek Wethouder Beverstraat – Utrechtlaan
MM07
34-1, 35-1, 36-1, 371, 48-1
0,00 0,50
Pb (0,03)
Zwak tot sporen baksteen
Altijd toepasbaar
MM08
42-1, 45-1, 47-1, 491, 50-1, 52-1
0,00 0,50
PAK VROM (0,03), PCB7 (0,00)
geen
Altijd toepasbaar
MM09
34-2, 35-2, 36-2, 372, 38-2
0,50 1,00
-
geen
Altijd toepasbaar
18-1 kern
18-1
0,0-0,10
PAK 0,06 mg/kgds
-
Niet teerhoudend
18-2
(onderzocht bij omliggend terrein en >Aw)
Sporen baksteen
Woonblok hoek Burgemeester van Veenlaan - Wethouderbeverstraat
MM10
38-1, 54-1, 56-1
0,00 0,50
-
MM11
30-1, 53-1, 55-1, 57-1, 58-1
0,00 0,50
PAK VROM (0,22), Pb (0,01)
Sporen baksteen
Altijd toepasbaar
geen
Klasse industrie (vanwege pak)
Hoek Kotmanlaan met Burgemeester van Veenlaan
MM13
31-1, 61-1, 65-1
0,00 0,50
PAK VROM (0,04)
MM14
39-2, 40-2, 41-2
0,50 1,00
0,00 0,50
MM15
33-1, 40-1, 41-1, 621, 63-1, 64-1
Matig humeus zand geen bijmenging
Altijd toepasbaar
-
Zandlaag onder laag met sporen baksteen
Altijd toepasbaar
Cd (0,00), PAK VROM (0,13), Pb (0,01), Zn (0,01)
Zwak tot sporen baksteen, zwak glas,
Klasse wonen
Onze referentie: 083979433 18 van 45
VERKENNEND MILIEUKUNDIG BODEMONDERZOEK, ASBESTONDERZOEK EN KWALITEIT ASFALT
Analyse code
>I bijmenging (index)
Klasse Bbk (indicatief)
Deelmonsters
Diepte (m-mv)
> AW (index)
23-2
0,14 0,50
Co (0,22), Min.olie (0,02)
Sterk slakhoudend zwak klasse industrie baksteenhoudend zand
Co (0,11)
Zandlaag direct onder fundatielaag van slakken en granulaat , geen bijmenging
Klasse wonen
geen
Altijd toepasbaar
slakken onder asfalt
23-2
Bodem onder de fundatie laag van asfaltverharding
MM16
15-4 (0,4-0,7) , 17-5(0,5-1,0), 20-3 (0,5-0,8), 21-1 (0,4-0,5 m-mv)
0,33 1,00
Diepere ondergrond (onderkant kabel en leidingen)
MM20
03-5, 13-6, 14-6, 157, 20-6, 21-5
1,50 2,00
Asbest AMM01 (terrein Utrechtlaan/ Wethouderbeverstraat)
34+35+43+44+46
<1,0 mg/kgds
Sporen tot zwak baksteen
nvt
AMM02 (terrein Wethouderbeverstraat /Gelderlandstraat/ noordhollandstraat
36+37+48+51
0,18 mg/kgds
Sporen tot zwak baksteen, sporen glas
nvt
38+39+54+56+59+60
<1,0 mg/kgds
Sporen baksteen, sporen beton,
nvt
AMM04 (B van Veenlaan/Kostmanstraat
40+41+62+63+66
<1,0mg/kgds
Sporen tot zwak baksteen zwak glas
nvt
MM18
Betreft massief materiaal 15-03 brokken slakken + 17-04 uiterst slakken + 2002 brokken slakken +21-7 volledig slakken
Laag onder asfalt verharding
16-03 ( massief zand/puin ) + 19-02 potje
Laag onder asfalt
AMM03 (terrein B van Veenlaan/Weth Beverstraat)
MM19
Massief (brokken) Slakken geen bodem 4
-
Alleen 19-02 is onderzocht in laboratorium (>Aw zie hierboven)
betreft altijd toepasbaar puinhoudend zand
4Het slakkenhoudend materiaal is in zakken en deels in de vorm van kernen aangeleverd. Er is hierdoor geen
samenstellingsonderzoek ingezet in het laboratorium. Sterk slakkenhoudend materiaal is wel onderzocht bij boring 23 (>Aw). Onze referentie: 083979433
19 van 45
VERKENNEND MILIEUKUNDIG BODEMONDERZOEK, ASBESTONDERZOEK EN KWALITEIT ASFALT
# betreft 0,7 x somparameter , alle individuele parameters niet verhoogden / < achtergrondwaarde, waarna wij concluderen dat geen sprake is van verhoogd gehalte PAK
@ alleen beoordeeld voor parameter PAK de overige parameters zijn onderzocht in Circulaire bodemsanering
Regeling bodemkwaliteit
-
Geen van de geanalyseerde stoffen > AW
AW
Achtergrondwaarden (Altijd toepasbaar)
> AW
Gehalte groter dan achtergrondwaarde
WO
Bodemkwaliteitsklasse Wonen
>I
Gehalte groter dan interventiewaarde
IND
Bodemkwaliteitsklasse Industrie
Tabel 6 Samenvatting toetsingsresultaten asfaltverhardingen binnen plangebied
situering
code
Resultaat pakmarker
PAK-analyse
fundatielaag
Gelderlandstraat
15-1
< 250 mg/kg PAK
15-1 (0-12 cm) geen PAK
menggranulaat vast 10 cm daaronder volledig slakken (20 cm)
Groningenstraat
16-1
< 250 mg/kg PAK
vast puin 10 cm met daaronder uiterst puinhoudend vast zand (20 cm)
Noordhollandstraat
17-1
< 250 mg/kg PAK
beton (6 cm) daaronder slakken (20 cm)
Asfalt buiten garageboxen Overijssellaan
19-1
< 250 mg/kg PAK
19-1(0-6 cm) geen PAK
Uiterst puinhoudend zand (44 cm)
Overijssellaan
20-1
< 250 mg/kg PAK
20-1 (0-10 cm) geen PAK
slakken (40 cm)
Kotmanstraat
21-06
< 250 mg/kg PAK
Utrechtlaan
23-1
< 250 mg/kg PAK
23-1 (0-14) geen PAK
sterk slakhoudend, zwak baksteen (36 cm)
Asfalt tussen woonblokken onderzocht bij 18
18-1
-
18-1 (0,0-0,10) PAK onder norm (0,06mg/kgds
Niet beschreven /aangetroffen
4.3.2
slakken (25 cm)
Grondwater
De resultaten van toetsing van de grondwatermonsters zijn samengevat in tabel 7. Tabel 7 Samenvatting toetsingsresultaten grondwater
Peilbuis
Filterstelling (m-mv)
Datum monstername
> S (index)
> I (index)
24
2,0-3,0
08-07-2019
Barium (0,01) Naftaleen (0)
-
25
1,5 – 2,5
08-07-2019
Barium (0,04), Naftaleen (0)
-
Onze referentie: 083979433 20 van 45
VERKENNEND MILIEUKUNDIG BODEMONDERZOEK, ASBESTONDERZOEK EN KWALITEIT ASFALT
Peilbuis
Filterstelling (m-mv)
Datum monstername
> S (index)
> I (index)
30
2,0-3,0
09-07-2019
-
-
31
2,0-3,0
09-07-2019
Barium (0,02) Naftaleen (0)
-
32
1,5-2,5
09-07-2019
Barium (0,01),
-
33
2,0 – 3,0
18-07-2019
Barium (0,06) Nikkel (0,28)
-
26
1,5-2,5
22-3-2019
-
-
-
Geen van de geanalyseerde stoffen > S of I (onderzocht op PAK)
>S
Concentratie groter dan de streefwaarde
>I
Concentratie groter dan de Interventiewaarde
Onze referentie: 083979433
21 van 45
VERKENNEND MILIEUKUNDIG BODEMONDERZOEK, ASBESTONDERZOEK EN KWALITEIT ASFALT
5
INTERPRETATIE ONDERZOEKSGEGEVENS
De analysecertificaten van de onderzochte monsters en laagbeschrijving van de onderzochte asfaltverhardingen zijn opgenomen in Bijlage C. De analyseresultaten zijn getoetst aan de Wet bodembescherming (Wbb) en tevens aan het Besluit bodemkwaliteit (Bbk). De uitkomst van de Bbk toetsing dient als indicatief te worden beschouwd en geeft geen uitsluitsel over de toepassings- en hergebruiksmogelijkheden. Hiervoor is een partijkeuring noodzakelijk.
5.1
Kwaliteit asfaltverharding binnen plangebied
Er zijn meerdere asfaltkernen ter beoordeling aangeboden voor laagopbouw en controle of het asfalt mogelijk teerhoudend asfalt betreft (PAK-marker). Aanvullend is van enkele kernen het PAK-gehalte in het laboratorium bepaald. Het asfalt van de wegen rond en binnen het plangebied en de asfaltverharding die aanwezig is voor de garageboxen bij de Overijssellaan en tussen de woonblokken betreft niet teerhoudend asfalt. Laagdikte van het aanwezige asfalt is circa 12 à 13 cm. Voor meer gedetailleerde gegevens van de laagopbouw verwijzen wij naar bijlage C.
5.1.1
Asbest
Visueel en analytisch is geen asbest aangetoond op de locatie, uitgezonderd in AMM 02, samengesteld uit bodemmateriaal ter plaatse van het woningenblok tussen de Gelderlandstraat en Groningenstraat. Hier is een gewogen asbestgehalte van 0,18 mg/kgds aangetoond. Dit gehalte ligt ver beneden de interventienorm voor asbest van 100 mg/kgds). In de ondergrond zijn geen bijmengingen aangetoond en visueel is geen asbest waargenomen.
5.2
Bodem
Verspreid over de locatie zijn boringen geplaatst. Incidenteel zijn sporen puin, baksteen, beton of glas waargenomen in de bovengrond. Onder de huidige bebouwing is nog geen verkennend onderzoek uitgevoerd (geen onderdeel van onderhavig onderzoek). Op 8 juli 2019 is PFAS als wettelijk verplicht te onderzoeken parameter in het kader van Wbb toegevoegd als te onderzoeken parameter. De onderzoeksplicht betreft locaties in geheel Nederland waar sprake is van afvoer van grond naar elders (buiten het plangebied). Voor het plangebied is geen afvoer naar elders voorzien5. De bodem is niet onderzocht op het voorkomen van PFAS.
Naderbodem onderzoek i.v.m. PAK >I rond boring 25 uit eerder onderzoek Bij boring 25 uit het verkennend bodemonderzoek van 2008, is destijds PAK >I aangetoond in de bovengrond. Rondom en op de plaats van boring 25 zijn meerdere boringen en een peilbuis geplaatst (peilbuis 26, boring 27, 27a, 28 en 29). De bovengrond ter plaatse bevat incidenteel sporen baksteen (27 en 29). Er zijn geen verhoogde gehalten PAK aangetoond in de boven en ondergrond (PAK< Aw). Ook is een boring geplaats in het asfalt van de Utrechtlaan (boring 23), net ten noorden van de eerder aangetoonde PAK-verontreiniging. Hier is een fundatielaag van sterk slak- en zwak baksteen houdend materiaal onder het asfalt aanwezig (circa 35 centimeter dik). Dit fundatiemateriaal bevat licht verhoogde 5 Indien nodig is het mogelijk in een tweede onderzoeksfase, van verkennend bodemonderzoek na sloop van de bebouwing, alsnog te
onderzoeken op de parameter PFAS (speciale monstermaterialen en monstername). Onze referentie: 083979433 22 van 45
VERKENNEND MILIEUKUNDIG BODEMONDERZOEK, ASBESTONDERZOEK EN KWALITEIT ASFALT
gehalten kobalt (>Aw index 0,22) en minerale olie (index 0,02) en betreft indicatief getoetst aan het Bbk klasse industrie materiaal (23-2). De bodem onder de fundatielaag bevat geen verhoogd gehalte PAK (2303 ). Afvalcontainer Utrechtlaan Bij de bovengrondse afvalcontainer aan de Utrechtstraat/ Hoek Wethouderbeverstraat, (boring 14 bij afvalcontainer) bevat de bovengrond visueel geen bijmenging. Chemisch analytisch bevat de bovengrond tot circa 0,5 m-mv een licht verhoogd gehalte pcb’s (index 0,04, indicatief getoetst aan het Bbk klasse industrie). Kwaliteit van de bodem ter plaatse van aan te leggen kabels en leidingen Burgemeester van Veenlaan: In de bodem ter hoogte van de stoep langs de Burgemeester van Veenlaan, net naast de onderzoekslocatie, zijn geen verhoogde gehalten van de onderzochte NEN-parameters aangetoond (<Aw), uitgezonderd een heel licht verhoogd gehalte PAK (MM01 <Aw en MM02 >Aw, index 0,01). Vrijkomende grond is indicatief getoetst aan het Bbk en altijd toepasbaar. De diepere ondergrond op de terreindelen waar kabels en leidingen zijn gepland, bevat geen verhoogde gehalten van de onderzochte NEN-parameters (MM20, <Aw, bodemlaag van circa 1,5-2,0 m-mv). Parallelweg Wethouderbeverstraat: In de bodem onder de tegel- en klinkerverharding van de parallelweg langs de Wethouder Beverstraat zijn visueel geen bijmengingen waargenomen.
Chemisch analytisch zijn geen verhoogde waarden t.o.v. de Aw aangetoond (MM03 en MM04 <Aw). Vrijkomende grond is altijd toepasbaar (Bbk indicatief). Overijssellaan en omgeving: Ter plaatse van de stoep en het groen noordelijk van de Overijsellaan, waar o.a. bij herontwikkeling kabelstroken zullen worden verlegd, zijn meerdere boringen uitgevoerd. De bovengrondmonsters waarin visueel geen bijmengingen zijn aangetoond (MM05) en de bovengrond met bijmengingen van sporen beton en sporen baksteen (MM12), bevatten geen verhoogde gehalten t.o.v. Aw. Getoetst aan het Bbk betreft het altijd toepasbaar materiaal (Bbk indicatief getoetst). Ook in de onderzochte ondergrond zijn geen verhoogde gehalten aangetoond (MM06 <Aw). Onder het niet teerhoudend asfalt bij de aanwezige garages noordelijk van de Overijssellaan is een uiterst puinhoudende fundatielaag aanwezig ((boring 19), dikte fundatielaag circa 45 cm). Deze laag bevat geen verhoogde gehalten van de onderzochte NEN-parameters (<Aw. Indicatief getoetst aan het Bbk betreft het altijd toepasbaar materiaal). De zandige bodemlaag onder de fundatielaag bevat een licht verhoogd gehalte PAK (monster 19-3, bodemlaag van circa 0,5-0,9 m-mv, PAK > Aw, index 0,25), indicatief getoetst aan het Bbk betreft dit klasse industrie materiaal. Onder het niet teerhoudend asfalt van de Overijssellaan is eveneens een fundatielaag aanwezig.
Het betreft een laag van circa 45 centimeter, bestaande uit brokken slakken. Elders is eenzelfde slakkenhoudende fundatielaag onder het asfalt aangetroffen, waarvan de kwaliteit is vastgesteld (boring 23 gehalten >Aw, indicatief getoetst klasse industrie materiaal). De fundatielaag onder Overijssellaan betreft vermoedelijk hetzelfde materiaal (gelijktijdig aangelegd). Gelderlandstraat. Groningenstraat, Noordhollandstraat en Utrechtlaan. Het asfalt van bovengenoemde straten betreft niet teerhoudend asfalt. Onder de asfaltlaag in de Gelderlandstraat, waar de weg t.b.v. huisaansluitingen zal worden opengebroken, is circa 10 centimeter volledig vast menggranulaat/beton als onderdeel van de asfaltverharding aanwezig en een fundatielaag van slakken van circa 20 centimeter (onderzocht bij boring 23, gehalten >Aw). In de Noordhollandstraat is sprake van een fundatielaag van uiterst slakkenhoudend materiaal en een laag beton (totaal circa 40 cm). In de Kotmanstraat betstaat de fundatielaag uit volledig slakken (circa 20 cm). In de Groningenstraat is onder het asfalt een vaste fundatielaag aanwezig welk is omschreven als uiterst puinhoudend materiaal. De onderzochte zandige bodemlaag onder de fundatie van slakken bevat licht verhoogde gehalten kobalt (MM16, CO >Aw, index 0,11). Indicatief getoetst aan Bbk betreft het klasse wonen materiaal.
Er kan worden geconcludeerd dat geen verhoogde gehalten vanuit de fundatielaag naar de onderliggende laag zijn uitgeloogd.
Onze referentie: 083979433
23 van 45
VERKENNEND MILIEUKUNDIG BODEMONDERZOEK, ASBESTONDERZOEK EN KWALITEIT ASFALT
In de onderzochte monsters van de diepere ondergrond ter plaatse van de wegen en aan te leggen k&L langs de Burgemeester van Veenlaan zijn geen verhoogde gehalten aangetoond (indicatie Bbk altijd toepasbar) (MM20, bodemlaag 1,5-2,0; <Aw).
Woonblokken ingesloten door Wethouder Beverstraat – Utrechtlaan – Noordhollandstraat en Gelderlandstraat In de bovengrond tot circa 0,5 m-mv zijn plaatselijk sporen baksteen aangetoond. In de ondergrond zijn visueel geen bijmengingen aangetoond. De bovengrond met bijmenging (MM07) en zonder bijmenging (MM08) bevat licht verhoogde gehalten >Aw met lood (index 0,03) of licht verhoogde gehalten PAK (index 0,03) en pcb’s (index 0,00). De ondergrond bevat geen verhoogde gehalten (MM09). Tussen de woonblokken is een (oude) asfaltverharding aanwezig. Deze is tijdens de terreininspectie beoordeeld als mogelijk teerhoudend. Dit is niet bevestigd. Het asfalt tussen de woonblokken betreft niet teerhoud asfalt (18-1, de overige asfaltverharding tussen de woonblokken zijn gelijktijdig aangelegd en aangenomen kan worden dat deze van dezelfde kwaliteit zijn). Bij boring 18 ligt de asfalt laag op een laag zand met sporen baksteen. De licht puinhoudende zandlaag daaronder komt overeen met de omgeving en is niet separaat onderzocht (licht verhoogde gehalten (>aw)). Rond boring 32, hoek Noordhollandstraat met Gelderlandstraat zijn 3 misboringen uitgevoerd (allen gestaakt op circa 1,0 m-mv). Boring 32 is doorgezet tot 2,5 m-mv. Het is niet bekend wat zich in de ondergrond bevindt, mogelijk betreft het een onderdeel van de riolering.
Woonblok ingesloten door Wethouderbeverstraat, Gelderlandstraat, Burgemeester van Veenstraat en Overijssellaan In de bovengrond tot circa 0,5 m-mv zijn plaatselijk sporen baksteen aangetoond. In de ondergrond zijn visueel geen bijmengingen aangetoond. De bovengrond met bijmenging (MM10) bevat geen verhoogde gehalten < Aw (Bbk altijd toepasbaar indicatief). In het mengmonster samengesteld uit monsters waarin visueel lichte bijmengingen zijn aangetoond zijn licht verhoogde gehalten aangetoond (MM11 PAK >Aw (0,22) en lood >Aw (0,01), indicatief getoetst aan Bbk betreft het klasse industrie materiaal. De ondergrond bevat geen verhoogde gehalten (onderzocht binnen groter deel woonblokken MM14,) Woonblok ingesloten door Overijssellaan, Burgemeester van Veenlaan, Gelderlandstraat en Kotmanlaan In de bovengrond (MM13) zijn geen verhoogde gehalten aangetoond (<Aw, Bbk altijd toepasbaar). In de ondergrond (MM14) met visueel sporen baksteen zijn chemisch analytisch geen verhoogde gehalten (<Aw. (Bbk altijd toepasbaar). Daar waar sprake is van bijmenging met sporen baksteen en glas in de bovengrond zijn licht verhoogde gehalten aangetoond (MM 15 >Aw, Cd 0,00), PAK (0,13), Pb(0,01) en Zn(0,01); Bbk klasse wonen).De ondergrond bevat geen bijmenging en geen verhoogde gehalten (MM14 <Aw).
5.2.1
Grondwater
De resultaten van toetsing van de grondwatermonsters zijn samengevat in tabel 7. Het grondwater op de locatie bevat heel licht verhoogde gehalten t.o.v. Streefwaarde >S (barium (0,01 tot 0,06), naftaleen (0) en plaatselijk nikkel (0,28) in het grondwater ter plaatse van woonblok tussen Burgemeester van Veenlaan, Overijssellaan, Gelderlandstraat en Kotmanlaan.
5.3
Toetsing hypothese
De vooraf opgestelde hypothese onverdacht voor de locatie is voor delen van het terrein onjuist gebleken vanwege heel licht verhoogde gehalten t.o.v. Aw en streefwaarde. De vooraf opgestelde hypothese niet verdacht op het voorkomen van asbest in de bodem is juist gebleken. De hypothese verdacht deelgebied vanwege een plaatselijk aanwezige PAK verontreiniging >I in de bodem met bekende plaats van voorkomen is niet juist gebleken. Er is geen sterk verhoogd gehalte PAK >I bevestigd. De licht verhoogde gehalten >Aw zijn waarschijnlijk gerelateerd aan de sporen baksteenpuin en sporen beton die in de bovengrond zijn waargenomen. De laag fundatie onder het asfalt betreft geen bodem in het kader van de Wbb. Onze referentie: 083979433 24 van 45
VERKENNEND MILIEUKUNDIG BODEMONDERZOEK, ASBESTONDERZOEK EN KWALITEIT ASFALT
6
SAMENVATTING, CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN
6.1
Aanleiding en doel
In opdracht van Woningbouw vereniging Ons Huis heeft Arcadis Nederland B.V. in juli 2019 een verkennend milieukundig bodemonderzoek inclusief verkennend asbestonderzoek uitgevoerd op de locatie OostBoswinkel in Enschede. Ook is onderzoek naar de kwaliteit van asfalt op wegen en verhardingen tussen de woonblokken binnen het plangebied uitgevoerd. De onderzoeklocatie heeft een oppervlakte van in totaal circa 6,8 ha. Hiervan is ongeveer de helft bebouwd of verhard (zie tekening in Bijlage H). Aanleiding voor het uitvoeren van het verkennend bodem- en asbestonderzoek en de kwaliteitsbepaling van asfaltverhardingen is het hervatten van woningbouwplannen ten behoeve van verduurzaming van de wijk Boswinkel, voor deelgebied Oost-Boswinkel. Eerder uitgevoerde bodemonderzoeken zijn gedateerd (2008) en dienen te worden geactualiseerd. Doel van de voorgestelde milieukundige bodemonderzoeken is het vaststellen van de actuele milieu hygiënische kwaliteit van de bodem en de kwaliteit van de aanwezige asfaltverhardingen en het vaststellen of sprake is van verontreinigingen. Doelstelling van het verkennend asbestonderzoek is om met een geringe onderzoeksinspanning vast te stellen of een verontreiniging met asbest in de bodem aanwezig is. Het bodemonderzoek is niet gericht op het vaststellen van de mogelijkheden voor hergebruik van (eventueel) in een later stadium af te voeren grond.
Op hergebruik van grond is het Besluit bodemkwaliteit van toepassing en voor bodemonderzoek dat in het kader van grondverzet wordt uitgevoerd gelden andere onderzoeksprotocollen. Wel zijn de onderzoeksresultaten indicatief getoetst aan het Besluit bodemkwaliteit. Het doel daarvan is om een indicatie te krijgen over de mogelijkheden om eventueel vrijkomende grond te hergebruiken. Het onderzoek is uitgevoerd conform de volgende normen: • •