Omgevingsvergunning BOPA aanleg bos AVG-proof
Tekst van het document
Briefnummer 0153Z2025030500044
Besluit aanvraag omgevingsvergunning Aanvraag Wij ontvingen op 4 maart 2025 uw aanvraag omgevingsvergunning voor afwijken van regels in het omgevingsplan t.b.v. bosaanleg op de locaties Geerdink, Levink, Landgoed Het Nijhuis en Landgoed Haagenbos. Deze aanvraag heeft het nummer 0153Z2025030500044. Dit besluit is de beslissing op deze aanvraag. Besluit Wij hebben op <DATUM> besloten om de omgevingsvergunning te verlenen voor het afwijken van regels in het omgevingsplan t.b.v. bosaanleg. De omgevingsvergunning is verleend voor de volgende activiteit(en) en werkzaamheid/-heden: 1. Afwijken van de regels in het omgevingsplan (Buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA)); 2. Omgevingsplanactiviteiten voor het uitvoeren van werkzaamheden. Wij nemen dit besluit op basis van wetten en regels. In dit besluit leest u voor elke activiteit in een apart hoofdstuk welke wetten en regels dat zijn en hoe uw aanvraag is getoetst. De volgende documenten horen bij dit besluit. Naam
Documenttype
20250710_Overzicht_Gemeente_Enschede.pdf Aanvullende informatie Ecologische beoordeling Geerdink.pdf Aanvullende informatie Ecologische beoordeling Landgoed Aanvullende Haagenbos.pdf informatie Ecologische beoordeling Landgoed Het Aanvullende Nijhuis.pdf informatie Ecologische beoordeling Levink.pdf Aanvullende informatie inrichtingsplan eigendom Geerdink.pdf Aanvullende informatie inrichtingsplan eigendom Levink.pdf Aanvullende informatie Inrichtingsplan 23425 Nijhuis.pdf Aanvullende informatie inrichtingsplan landgoed Haagenbos.pdf Aanvullende informatie 20231130_inrichtingsplan_Levink Aanvullende informatie 20240117_inrichtingsplant_Landgoed het Aanvullende Nijhuis informatie
Ons kenmerk Datum toegevoegd ZS00164842 13-08-2025 ZS00164848
13-08-2025
ZS00164849
13-08-2025
ZS00164850
13-08-2025
ZS00164851
13-08-2025
ZS00164857
13-08-2025
ZS00164858
13-08-2025
ZS00164834
04-09-2025
ZS00164869
13-08-2025
ZS00164833
13-08-2025
ZS00164834
13-08-2025
Briefnummer 0153Z2025030500044
20240530_Geerdink_inrichtingsplan 20250703_inrichtingsplan_Haagenbos RAAP resultaten archeologisch onderzoek Haagenbos RAAP resultaten archeologisch onderzoek Nijhuis RAAP resultaten archeologisch onderzoek Levink RAAP resultaten archeologisch onderzoek Geerdink Verzoek 2025030400892_000pdf Evaluatie participatie Meer Bos
Aanvullende informatie Aanvullende informatie Overig
ZS00164838
13-08-2025
ZS00164840
13-08-2025
ZS00117539
04-03-2025
Overig
ZS00117541
04-03-2025
Overig
ZS00117544
04-03-2025
Overig
ZS00117551
04-03-2025
Aanvraag Overig
ZS00117550 ZS00117536
04-03-2025 04-03-2025
Inwerkingtreding Het besluit geldt vanaf de dag ná de dag waarop het besluit is bekend gemaakt. Onder ‘bekendmaking’ verstaan wij het toezenden of uitreiken van de omgevingsvergunning aan de aanvrager. Publicatie Het besluit om de omgevingsvergunning te verlenen, publiceren wij in het Gemeenteblad, het weekblad Huis aan Huis en via de website www.officielebekendmakingen.nl. Belanghebbenden kunnen bezwaar maken U en andere belanghebbenden kunnen bezwaar maken tegen het verlenen van de omgevingsvergunning. Dit kan binnen 6 weken na de verzenddatum van dit besluit. Procedure De besluitvorming is conform artikel 16.64, lid 1 van de Omgevingswet voorbereid met de reguliere procedure. Partijen zijn overeengekomen dat voor deze aanvraag meer tijd nodig is dan de gebruikelijke proceduretermijn. Dit hangt samen met het adviesrecht van de gemeenteraad en de provincie Overijssel. Ontvankelijkheid Bij de aanvraag zijn gegevens ingediend. Deze gegevens hebben wij getoetst aan de eisen van de wet. Bij het indienen van de aanvraag ontbraken een aantal gegevens. Die hebben we op 7 en 22 mei 2025 opgevraagd bij de aanvrager. Op 13 augustus 2025 ontvingen wij de aanvullende gegevens. Wij hebben nu genoeg informatie om goed in te kunnen schatten wat de gevolgen van de activiteit(en) zijn voor de fysieke leefomgeving. De aanvraag is dus alsnog in behandeling genomen.
Briefnummer 0153Z2025030500044
Advies gemeenteraad Op grond van het bepaalde in artikel 16.15a, lid b onder 1 en artikel 16.55, lid 7 van de Omgevingswet dient de aanvraag omgevingsvergunning voor (bindend) advies te worden voorgelegd aan de gemeenteraad voordat de vergunning kan worden verleend. Het plan valt namelijk onder categorie 10 van de door de raad vastgestelde ‘Lijsten adviesrecht en participatieplicht Enschede 2022’. De categorie 10 betreft grote herstructurering of functiewijziging met bijbehorende voorzieningen van (overwegend) onbebouwde gronden in het buitengebied, met een oppervlakte groter dan 2000m2 ten opzichte van wat het omgevingsplan toestaat. Bij grote herstructurering van grond wordt gedoeld op bijvoorbeeld verandering van agrarisch naar natuur. De oppervlakte van het plangebied bedraagt meer, namelijk ca. 11 hectare. De gemeenteraad is om advies gevraagd. De gemeenteraad zal in de raadsvergadering van december 2025 een advies uitbrengen. Advies en instemming provincie Het plan betreft een ontwikkeling zoals benoemd in het provinciale beleidskader ‘Samenwerken en sturen bij ruimtelijke ontwikkelingen’. Het plan heeft betrekking heeft op een functiewijzing van een perceel in het buitengebied.
Het plan valt niet onder één van de uitzonderingen genoemd in paragraaf III van de uitzonderingenlijst vooroverleg ruimtelijke initiatieven, zoals opgenomen in bijlage 3 bij het beleidskader ‘Samenwerken en sturen bij ruimtelijke ontwikkelingen’. Voor onderstaand plan is vooroverleg (en advies en instemming) van de provincie nodig. Het plan is voorgelegd aan de provincie, die hiermee akkoord is. Participatie De gemeenteraad heeft in de vastgestelde ‘Lijsten adviesrecht en participatieplicht Enschede 2022’ bepaald dat voor dit plan een verplicht participatietraject geldt. De eigenaren van de percelen hebben de omwonenden per brieven over het plan geïnformeerd. De brieven zijn persoonlijk afgegeven en er is ook telefonisch contact geweest met omwonenden. Er zijn positieve reacties binnengekomen. Er was geen aanleiding om nadere gesprekken te voeren met omwonenden. Van de participatie is een evaluatieverslag gemaakt, welke een onderdeel van deze omgevingsvergunning uitmaakt. Bevoegd gezag Op basis van de wet zijn wij bevoegd een beslissing te nemen op de aanvraag. Vergunninghouder Degene die de aangevraagde activiteit verricht waarop zij betrekking heeft, is vergunninghouder. U vraagt de vergunning aan namens de eigenaren van de vier locaties: Geerdink, Levink, Landgoed Het Nijhuis en Landgoed Haagenbos.
De eigenaren van deze percelen zijn diegenen die zich aan de voorschriften van de vergunning dienen te houden en deze dienen uit te voeren (artikel 5.37, lid 1 van de Omgevingswet). Afschriften Een afschrift van dit besluit wordt toegezonden aan: - Gedeputeerde Staten van Overijssel - De raad van de gemeente Enschede
Briefnummer 0153Z2025030500044
ACTIVITEIT 1. BUITENPLANSE OMGEVINGSPLANACTIVITEIT (BOPA) Op grond van artikel 5.1, eerste lid, onderdeel a van de Omgevingswet hebben wij een omgevingsvergunning verleend voor de buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA). De besluitvormingsprocedure is uitgevoerd overeenkomstig het bepaalde in afdeling 16.5 van de Omgevingswet. Onder punt I vindt u de toetsing van de aanvraag aan het wettelijk kader. De aanvraag is getoetst aan artikel 8.0a Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). Op grond van artikel 5.34 van de Omgevingswet verbinden wij voorschriften aan deze omgevingsvergunning. Deze voorschriften zijn opgenomen onder punt II. I.
Overwegingen en beoordeling
Inleiding Om het aangevraagde plan uit te kunnen voeren heeft u een omgevingsvergunning nodig voor een omgevingsplanactiviteit. U krijgt een omgevingsvergunning als u voldoet aan de volgende beoordelingsregels: a. b.
Uw aanvraag past binnen de regels van het omgevingsplan; Uw plan bijdraagt aan een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.
Wij hebben gekeken of uw aanvraag voldoet aan de beoordelingsregels. Hieronder leest u onze conclusies. Omgevingsplan gemeente Enschede Aanvraag De aanvraag betreft de aanleg van bos en houtwallen in het kader van het project ‘Meer Bos Overijssel’ dat onderdeel is van de provinciale bossenstrategie. De ambitie van de Bossenstrategie is dat er in Nederland in 2030 37.000 hectare nieuw bos wordt gerealiseerd (10% meer bos). Bosuitbreiding is nodig om de klimaatdoelen te realiseren (vastlegging van koolstof) en draagt bovendien bij aan verhoging van de biodiversiteit en aan een gezondere leefomgeving. Ook het compenseren van de bomenkap die nodig was voor natuurherstel binnen de Natura 2000-gebieden is één van de doelen. De regeling “Meer Bos in Overijssel” is een uitwerking van de Bossenstrategie Overijssel en het biedt de particuliere grondeigenaren de mogelijkheid om bos te realiseren op landbouwgrond, waarbij de afwaardering van landbouwgrond naar natuur en inrichtingskosten (deels) worden vergoed door middel van subsidie.
De voorliggende aanvraag heeft betrekking op de aanleg van bos en houwtallen op de volgende vier locaties: • Landgoed Het Nijhuis (Burgemeester Stroinkstraat 367), kadastraal Lonneker AL 731 en 732; • Levink (Assinksweg 25), kadastraal Lonneker AM 1128, 1557, 1262, 1219 en 451; • Landgoed Haagenbos (Haagsebosweg 175), kadastraal Lonneker D 2543 en AL 2431 en 2533; • Geerdink (Lutje Esweg 25), kadastraal Lonneker AL 214,229, 236, 737, 738, 262 en 235. De locaties zijn weergegeven op de bij deze vergunning behorende inrichtingskaarten.
Briefnummer 0153Z2025030500044
Omgevingsplan, onderdeel bestemmingsplan De locaties waar bos wordt aangelegd zijn gelegen in het gebied waarvoor het Omgevingsplan gemeente Enschede, onderdeel bestemmingsplan “Buitengebied Noordwest” geldt en hebben hierin de bestemmingen “Agrarisch” of “Agrarisch met waarden – Agrarische functie met landschapswaarden”. Enkele percelen hebben daarnaast de dubbelbestemming “Waterstaat – Intrekgebied”, “Waarde Cultuurhistorie”, “Leiding – Gas”. Tevens zijn de gebiedsaanduidingen ”archeologisch onderzoeksgebied a”, “archeologisch onderzoeksgebied b”, “Bodemdalingsgebied”, “Geluidzone - industrie” en “Stadsrandzone” van toepassing. Agrarische bestemmingen In artikel 3 van de planregels het bestemmingsplan is bepaald dat de voor “Agrarisch” aangewezen gronden zijn bestemd voor onder andere het weiden van vee en de exploitatie van een grondgebonden agrarisch bedrijf, alsmede het behoud van landschapselementen.
In artikel 5 van de planregels van het bestemmingsplan is bepaald dat de voor “Agrarisch met waarden – agrarische functie met landschapswaarden” aangewezen gronden zijn bestemd voor onder andere voor het weiden van vee en de exploitatie van een grondgebonden agrarisch bedrijf, alsmede voor het behoud, herstel en verbetering van de aanwezige landschappelijke, geomorfologische en cultuurhistorische waarde, zoals opgenomen in de koesteransichten die zijn opgesteld voor de verschillende landschapstypen en als bijlage 3 onderdeel uitmaken van de regels van het bestemmingsplan. De aanleg van bos met houtwallen past niet binnen de bij de genoemde bestemming behorende omschrijvingen en is dus in strijd met het bestemmingsplan. De bestemming moet te zijner tijd worden gewijzigd in “Bos” door deze vergunning in te passen in het omgevingsplan gemeente Enschede. Dubbelbestemmingen De locaties waar de aanleg van bos met houwtallen plaats zal vinden zijn verder gelegen in de dubbelbestemming “Waterstaat – Intrekgebied”, waar de gronden bestemd zijn voor de bescherming van het grondwater met het oog op de openbare drinkwatervoorziening. Waterschap Vechtstromen is om advies gevraagd over de locaties Levink en Landgoed Haagenbos. Het Waterschap heeft aangegeven akkoord te kunnen gaan met de bosaanleg. De locatie Geerdink is gelegen op gronden met de dubbelbestemming “Leiding – Gas”.
Op grond van het bepaalde in artikel 39.1 van de planregels van dit bestemmingsplan zijn de voor 'Leiding -Gas' aangewezen gronden mede bestemd voor de aanleg, instandhouding, bescherming en het gebruik van in totaal vier hogedruk gastransportleidingen. Door de locatie loopt een gasleiding. Aan de voorwaarde voor het vrijhouden van een strook grond van 5 meter aan weerszijden van de gasleiding is voldaan. Een deel van deze locatie heeft de dubbelbestemming “Cultuurhistorie”. Op grond van het bepaalde in artikel 42.1 van de planregels van het bestemmingsplan zijn deze gronden mede bestemd voor het behoud van de karakteristieke openheid, de bodemgesteldheid, archeologische waarden en het reliëf
Briefnummer 0153Z2025030500044
van essen. Voor de aanleg van bos/houtwallen aan de randen van deze es is positief geadviseerd door onze adviseur cultuurhistorie. Gebiedsaanduidingen “archeologisch onderzoeksgebied a” en “archeologisch onderzoeksgebied b” Tenslotte zijn de percelen gelegen op gronden met de Gebiedsaanduidingen “archeologisch onderzoeksgebied a” en “archeologisch onderzoeksgebied b”. Artikel 46.1.1 onder a van de planregels van het bestemmingsplan bepaalt dat ter plaatse van de aanduiding "overig - archeologisch onderzoeksgebied a” mogen, in afwijking van het bepaalde elders in de regels van dit plan, geen bouwwerken worden gebouwd en/of werken, geen bouwwerken zijnde, en/of werkzaamheden worden uitgevoerd die een bodemverstoring veroorzaken dieper dan 50 cm onder het maaiveld en met een bodemverstoringsoppervlakte van meer dan 250 m². Uit artikel 46.1.2 onder b van de planregels van dit bestemmingsplan volgt dat ter plaatse van de aanduiding "overig - archeologisch onderzoeksgebied B” mogen, in afwijking van het bepaalde elders in de regels van dit plan, geen bouwwerken worden gebouwd en/of werken, geen bouwwerken zijnde, en/of werkzaamheden worden uitgevoerd die een bodemverstoring veroorzaken dieper dan 50 cm onder het maaiveld en met een bodemverstoringsoppervlakte meer dan 2.500 m².
Op grond van het bepaalde in artikel 46.1.1 onderdeel b en artikel 46.1.2 onderdeel b van de planregels van het bestemmingsplan kunnen burgemeester en wethouders bij een omgevingsvergunning afwijken van de bovenstaande bepalingen, indien uit archeologisch vooronderzoek blijkt dat ter plaatse geen archeologische waarden aanwezig zijn dan wel indien daardoor geen onevenredige aantasting plaats vindt van de aanwezige archeologische waarden. Op alle locaties is archeologisch onderzoek uitgevoerd door RAAP Archeologisch Adviesbureau B.V.. Op basis van het uitgevoerde onderzoek concludeert RAAP, dat de archeologische verwachting in de onderzochte gebieden waar boomaanplant zal plaatsvinden bijgesteld kan worden naar laag. Dit betekent dat door de aanplant van bos met houtwallen geen onevenredige aantasting van de aanwezige archeologische waarden plaats zal vinden. Onze regioarcheoloog heeft de onderzoeken goedgekeurd. Overige gebiedsaanduidingen Het plan past verder in de gebiedsaanduiding “Bodemdalingsgebied”, want op grond van het bepaalde in artikel 46.5 van de planregels mag op de gronden met deze aanduiding niet gebouwd worden. Het past ook in de gebiedsaanduiding “Geluidzone - industrie”, omdat op deze gronden geen woningen worden gebouwd (artikel 46.3.2).
Tenslotte past het plan in de gebiedsaanduiding “Stadsrandzone”, want het plan heeft tot doel het versterken van de landschappelijke waarde (artikel 46.6.1 onderdeel b). Buitenplanse omgevingsplanactivteit Omdat uw aanvraag in strijd is met het geldende omgevingsplan hebben wij beoordeeld of wij, door af te wijken van het omgevingsplan, medewerking kunnen verlenen aan uw aanvraag. In het betreffende omgevingsplanonderdeel is geen bepaling opgenomen die medewerking aan uw plan mogelijk maakt. Aan het afwijken van het omgevingsplan kan worden meegewerkt via een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA).
Briefnummer 0153Z2025030500044
Een buitenplanse omgevingsplanactiviteit kan worden verleend als sprake is van een ‘evenwichtige toedeling van functies aan locaties’ en als wordt voldaan aan de overige beoordelingsregels. Dit staat in artikel 8.0a, lid 2 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). Wij hebben bekeken of uw aanvraag voldoet aan deze regels. Wij zijn van mening dat de aangevraagde activiteit ter plaatse past binnen het beleid en ruimtelijk inpasbaar is. In dat kader hebben wij het volgende overwogen: Onderbouwing Evenwichtige toedeling functies aan locaties (EFTAL) Algemeen Wij hebben de aanvraag omgevingsvergunning beoordeeld met het oog op een EFTAL en getoetst aan geldende beleids- en toetsingskaders van Rijk, provincie, waterschap en gemeente. Hieronder volgen de belangrijkste conclusies van deze beoordeling. Omgevingsverordening Overijssel In artikel 4.6 van de Omgevingsverordening (ontwerp actualisatie omgevingsverordening 2026) is opgenomen dat nieuwe ontwikkelingen alleen mogelijk gemaakt worden als aannemelijk is dat deze toekomstbestendig zijn. Dus in de mogelijkheden van toekomstige generaties om in hun behoeften te voorzien niet in gevaar brengen en duurzaam en evenwichtig bijdragen aan het welzijn van mensen, economische welvaart en het beheer van natuurlijke voorraden en op lange termijn toegevoegde waarden hebben.
Deze BOPA geeft uitvoering aan een toekomstbestendige ontwikkeling. Het betreft een positieve ontwikkeling in het kader van het welzijn van mensen, duurzaamheid en klimaatadaptatie. In artikel 4.121 van de Omgevingsverordening is opgenomen dat omgevingsplannen die betrekking hebben op gronden die zijn geplant in het kader van de Overijsselse bossenstrategie, voorzien in regels voor deze gebieden die gericht zijn op behoud, herstel en ontwikkeling van natuur- en landschapswaarden, waarbij in ieder geval het kappen van houtopstanden niet is toegestaan (lid 1). Ook mag op deze gronden niet worden voorzien in nieuwe ontwikkelingen waardoor de aanwezige en te ontwikkelen natuur- en landschapswaardenworden aangetast. In lid 3 van het artikel staat genoemd dat tot 1 januari 2032 de instructie in lid 1 wordt uitgevoerd op het moment dat het deel van het tijdelijke omgevingsplan dat van toepassing is op gronden waarop bomen en andere houtopstanden zijn geplant in het kader van de Overijsselse bossenstrategie, wordt omgezet naar het omgevingsplan als bedoeld in artikel 2.4 Omgevingswet. Gemeenten kunnen in afwijking van het bepaalde in lid 1 in het omgevingsplan regelen dat het kappen van houtopstanden is toegestaan als dit nodig is voor herstel en ontwikkeling van natuur- en landschapswaarden, mits herplant op dezelfde gronden is verzekerd.
Toets Met deze BOPA wordt afgeweken van het geldende omgevingsplan, onderdeel “Buitengebied Noordwest” en wordt bosaanplant mogelijk gemaakt. De omgevingsvergunning kent verschillende voorwaarden ten aanzien van het waarborgen van de uitvoering en instandhouding van de bosaanplant. Te zijner tijd wordt deze omgevingsvergunning op passende wijze in het omgevingsplan van de gemeente Enschede ingepast. Omgevingsvisie Enschede In juli 2025 is de Omgevingsvisie van de gemeente Enschede in werking getreden. De Omgevingswet (en daarmee de Omgevingsvisie) heeft als doel het bereiken van een balans.
Briefnummer 0153Z2025030500044
Een balans tussen een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit. De Omgevingsvisie is een lange termijnvisie die inzicht in en richting geeft aan de samenhang tussen alle aspecten die de kwaliteit van de fysieke leefomgeving beïnvloeden. Het begrip fysieke leefomgeving omvat alle elementen die de kwaliteit van de ruimte bepalen voor mens, plant en dier. Denk aan bouwwerken, infrastructuur, watersystemen, water, bodem, lucht, landschappen, natuur en cultureel erfgoed. Er is ook een sociale leefomgeving. Denk aan hoe we met elkaar omgaan, hoe we elkaar ontmoeten, de voorzieningen die er zijn in een buurt, de werkgelegenheid die er is, bereikbaarheid van voorzieningen en het veiligheidsgevoel van inwoners. En aan de organisaties die onze sociale leefomgeving ondersteunen. Bijvoorbeeld zorg- en welzijnsinstellingen, buurtcentra en andere voorzieningen die welzijn stimuleren en sociale contacten mogelijk maken.
Afbeelding 3.1: toekomstbeeld Enschede
Toets In de omgevingsvisie formuleert Enschede haar ruimtelijke ambities. Deze ambities komen voort uit de vier strategische opgaven van Enschede. Dat zijn: Inclusief Enschede, Aantrekkelijk Enschede, Groen en duurzaam Enschede en Open Enschede. Het landelijke gebied van de gemeente Enschede is gevarieerd en rijk aan natuur. Het gebied heeft houtwallen, houtsingels, bossen en beken. Allemaal voorbeelden van bouwstenen van het landschap. In het Natuur- en Landschapsplan noemen we deze bouwstenen de landschapselementen. Deze elementen bepalen in het buitengebied van Enschede het karakter van het landelijke gebied. En ze zijn van groot belang voor planten en dieren. De landschapselementen zijn belangrijke leefgebieden voor planten en dieren, en ze zorgen voor de verbinding tussen leefgebieden. Voor alle inwoners van Enschede is het buitengebied dichtbij en is voor velen een belangrijk gebied om in te verblijven en te recreëren.
Briefnummer 0153Z2025030500044
We zijn zuinig op onze unieke groene kwaliteiten, ons landelijk gebied en onze landgoederen. Typisch voor landgoederen is de mix van maatschappelijke, economische, agrarische, ecologische en recreatieve functies. Het vergroten van de biodiversiteit is belangrijk. Landgoed Enschede ‘groen is altijd dichtbij’ is één van de ambities van de gemeente Enschede die is opgenomen in de Omgevingsvisie. We investeren in bossen en landgoederen. De locaties van de bosaanplant vallen binnen de begrenzing van de bijbehorende kaart in de Omgevingsvisie. De uitvoering van de bossenstrategie, het ontwikkelen van bos- en landschapselementen, is ook genoemd in de Omgevingsvisie. Met de bosaanplant op de percelen wordt dus bijgedragen het realiseren van de doelen die in de Omgevingsvisie zijn opgenomen. Visie landelijk gebied In het landelijk gebied is veel groen, zoals bos en weilanden. In Enschede willen we deze groene omgeving zoveel mogelijk behouden. Er blijft nog wel ruimte voor plannen en ontwikkelingen, bijvoorbeeld recreatie en landbouw.
In de nieuwe visie landelijk gebied is opgenomen dat een nieuw initiatief is toe te staan indien voldaan wordt aan de vier ontwikkelprincipes, de vier V’s: 1) de ontwikkeling leidt tot een versterking van de groenblauwe structuur, 2) uitgaat vanuit de kwaliteit van het landschap, 3) de band tussen stad en landelijk gebied versterkt en er 4) vernieuwing van de ruimtelijke, economische, sociale en bestuurlijke banden. Het planten van 170.000 bomen is als opgave in de Visie landelijk gebied opgenomen. Voor elke inwoner 1 nieuwe boom. Deze aanvraag en de uitvoering van deze BOPA draagt bij aan de uitvoering van deze opgave. Daarnaast wordt met uitvoering van de omgevingsvergunning bijgedragen aan versterking van de groenblauwe structuur, wordt aangesloten bij de kwaliteiten van het landschap (en wordt het landschap ter plaatse versterkt). Om de kwaliteit en de leefbaarheid te behouden is vernieuwing nodig in ruimtelijk, economisch, sociaal en bestuurlijk opzicht. Het landelijk gebied moet niet blijven steken in het verleden. Vernieuwing is nodig, met behoud van wat goed en waardevol is maar dan aangepast aan de huidige tijd. Het landelijk gebied en de landbouw staat voor grote opgaven. In dit geval wordt met de bosaanplant op agrarische percelen een nieuwe functie gegeven aan deze gronden en vernieuwing in het landelijk gebied. Uit de beoordeling volgt dat de aspecten zoals o.a.
de landschappelijke en cultuurhistorische waarden, ecologie, waterhuishouding, lucht en externe veiligheid geen belemmering opleveren voor de uitvoerbaarheid van de aanvraag. De belangrijkste punten lichten wij hieronder nader toe. Landschappelijke onderbouwing aanplant bos per locatie Locatie Levink Landschapstype en waardering: Gronden ten zuiden van Landweerweg zijn gelegen in oude hoevenlandschap met zeer hoge waarde en de gronden ten noorden van de Landweerweg zijn gelegen in het jongen ontginningenlandschap met een basiswaarde. Aanplant van bos in het oude hoevenlandschap versterkt de bestaande landschapselementen door hier op aan te sluiten en het halfopen landschap intact te laten. Dit zijn tevens bestaande groenelementen die onderdeel zijn van Natuur Netwerk Nederland, waardoor dit ecologische netwerk ook robuuster wordt, zonder de kenmerken van het landschap aan te tasten. De aanplant van een solitaire boom zorgt voor schaduw voor weidedieren en als de boom vrij is uitgegroeid is dit een fraaie blikvanger in de open ruimte.
Briefnummer 0153Z2025030500044
Aanplant in het jongen ontginningen landschap sluit aan bij de grootschaligheid van dit landschap door hier ook een groter bosperceel aan te planten van 2.4 hectare. Ook dit sluit aan op bestaand NNN. Tevens wordt er struweel aangeplant langs de aanwezige beek. Dit is een versterking voor zowel de natuurwaarden als de waterkwaliteit van de beek. Beplantingskeuze: Op basis van de aanwezige bodem en grondwaterstanden is het bostype bepaald. Er wordt gemengd aangeplant met inheemse soorten en er worden natuurlijke bosranden gecreëerd met mantel-zoomvegetatie. Locatie Nijhuis Landschapstype en waardering: de gronden zijn gelegen in het oude hoevenlandschap met zeer hoge waarde. Aanplant van bos is hier passend in het landschap mits er open ruimtes en zichtlijnen bewaard blijven. De nieuwe aanplant sluit aan op bestaand bos en bestaande houtwallen. Dit zijn tevens gedeeltelijk bestaande groenelementen die onderdeel zijn van Natuur Netwerk Nederland, waardoor dit ecologische netwerk ook robuuster wordt, zonder de kenmerken van het landschap aan te tasten. De nieuwe aanplant draagt ook bij aan het wegnemen van zicht op het aangrenzende bedrijventerrein. Beplantingskeuze: Op basis van de aanwezige bodem en grondwaterstanden is het bostype bepaald. Er wordt gemengd aangeplant met inheemse soorten en er worden natuurlijke bosranden gecreëerd met mantel-zoomvegetatie.
Locatie Haagenbos Landschapstype en waardering: de gronden zijn gelegen in het oude hoevenlandschap met zeer hoge waarde en grenst aan een boslandschap. Aanplant van bos is hier passend in het landschap mits er open ruimtes en zichtlijnen bewaard blijven. De nieuwe aanplant sluit aan op bestaand bos en bestaande houtwallen. Dit zijn tevens bestaande groenelementen die onderdeel zijn van Natuur Netwerk Nederland, waardoor dit ecologische netwerk ook robuuster wordt, zonder de kenmerken van het landschap aan te tasten. Een opening in de nieuwe aanplant zorgt ervoor dat de zichtlijn van de openbare weg op een woning intact blijft. Beplantingskeuze: Op basis van de aanwezige bodem en grondwaterstanden is het bostype bepaald. Er wordt gemengd aangeplant met inheemse soorten en er worden natuurlijke bosranden gecreëerd met mantel-zoomvegetatie. Tevens is gekeken naar reeds aanwezige soorten in de direct omgeving en wordt hierbij aangesloten. Locatie Geerdink Landschapstype en waardering: de gronden zijn gelegen in het oude hoevenlandschap met zeer hoge waarde. Aanplant van bos is hier passend in het landschap mits er open ruimtes en zichtlijnen bewaard blijven. De nieuwe aanplant sluit aan op bestaand bos en bestaande houtwallen.
Dit zijn tevens gedeeltelijk bestaande groenelementen die onderdeel zijn van Natuur Netwerk Nederland, waardoor dit ecologische netwerk ook robuuster wordt, zonder de kenmerken van het landschap aan te tasten. Beplantingskeuze: Op basis van de aanwezige bodem en grondwaterstanden is het bostype bepaald. Er wordt gemengd aangeplant met inheemse soorten en er worden natuurlijke bosranden gecreëerd met mantel-zoomvegetatie. Tevens is gekeken naar reeds aanwezige soorten in de direct omgeving en wordt hierbij aangesloten.
Briefnummer 0153Z2025030500044
Conclusie Wij zijn van mening dat de ingediende inrichtingsplannen en landschapsplannen zorgdragen voor een goede landschappelijke inpassing. Deze plannen maken een onderdeel uit van deze omgevingsvergunning. Om ervoor te zorgen dat de plannen daadwerkelijk uitgevoerd en in stand worden gehouden, hebben wij een plicht daartoe in de voorschriften van deze omgevingsvergunning opgenomen. Ecologie Om de mogelijke aanwezigheid van beschermde soorten te onderzoeken zijn per gebied ecologische beoordelingen gemaakt door Bosgroep Noord-Oost Nederland, bestaande uit een vooronderzoek en een veldbezoek. Uit de rapportages blijkt dat de bosaanleg niet leidt tot aantasting van verblijfsplaatsen of essentieel leefgebied van beschermde soorten. Er kan met aan voldoende zekerheid grenzende waarschijnlijkheid worden geconcludeerd dat de voorgenomen ontwikkeling kan worden uitgevoerd zonder verbodsbepalingen uit afdeling 11.2 (beschermde planten- en diersoorten) van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) te overtreden of het aanvragen van een omgevingsvergunning voor een Flora&fauna activiteit. Wij hebben wel een aantal voorschriften aan deze omgevingsvergunning gekoppeld om o.a. verstoring van vleermuizen en broedvogels te voorkomen. Water Beleidskader Gemeente Enschede en waterschap Vechtstromen hanteren het principe water en bodem sturend bij ruimtelijke ontwikkelingen.
Dit principe wordt uitgewerkt in de Omgevingsvisie Enschede (vaststelling 2025) en de Watervisie 2050 van Waterschap Vechtstromen. Ontwikkelingen worden getoetst op gevolgen voor waterhuishouding, waterkwaliteit en klimaatbestendigheid. De gemeenteraad heeft op 25 oktober 2021 het Water- en Klimaatadaptatieplan 2022-2026 (WEK) vastgesteld. Daarin is vastgelegd dat Enschede in 2050 waterrobuust en klimaatbestendig wil zijn. Water krijgt meer ruimte en er wordt gewerkt aan vergroening, het tegengaan van hittestress, verdroging en wateroverlast. Het waterschap heeft op 15 december 2021 het Waterbeheerprogramma 2022-2027 vastgesteld. Hierin zijn de uitgangspunten vastgelegd voor beheer van oppervlaktewater, grondwater en afvalwater. Afvalwater Op het perceel van het Levink ligt een persriool. In de plannen wordt echter rekening gehouden met de ligging van deze leiding. Op de overige percelen liggen geen voorzieningen voor transport van afvalwater. Hemelwaterberging Door de aanplant van bos neemt de bergingscapaciteit van de percelen toe. De bodem van voormalige landbouwgrond is doorgaans verdicht en heeft een beperkte infiltratiecapaciteit. Na bebossing verbetert de bodemstructuur door wortelgroei, bodemleven en ophoping van organisch materiaal. Hierdoor wordt meer regenwater vastgehouden in de bodem en de strooisellaag.
Het bladerdak en de kruidlaag vangen neerslag tijdelijk op (interceptie), waardoor neerslag geleidelijker in de bodem infiltreert. Dit resulteert in een grotere hemelwaterberging op perceelsniveau en een vermindering van de afvoerpieken naar het oppervlaktewatersysteem. Hemelwaterafvoer De ontwikkeling leidt tot een duidelijke afname van de oppervlakkige afstroming.
Briefnummer 0153Z2025030500044
Waar op agrarische percelen regenwater vaak snel afstroomt richting sloten of greppels, wordt dit in een bos vertraagd door de aanwezigheid van vegetatie en een ruwe bodemoppervlakte. Er wordt geen verhard oppervlak toegevoegd. Regenwater wordt zoveel mogelijk lokaal vastgehouden en geïnfiltreerd, waardoor de afvoer naar het oppervlaktewater afneemt. De bosaanplant heeft daardoor geen nadelige invloed op de capaciteit van het hemelwaterafvoersysteem, maar draagt juist bij aan het verminderen van belasting tijdens hevige buien. Oppervlaktewater De aanplant van bos heeft een positieve invloed op het oppervlaktewatersysteem in het gebied. Door de lagere en vertraagde afvoer van hemelwater worden piekafvoeren beperkt, waardoor waterstanden in sloten en beken stabieler blijven. Daarnaast wordt geen bemesting of gewasbescherming meer toegepast, waardoor de uitspoeling van nutriënten (nitraat, fosfaat) sterk afneemt. Dit leidt tot een verbetering van de waterkwaliteit. Er wordt geen demping, verlegging of aanleg van nieuwe watergangen voorzien; het bestaande watersysteem blijft ongewijzigd en wordt niet negatief beïnvloed. Grondwater De bebossing heeft geen negatieve effecten op de grondwaterstand of de ontwateringsdiepte in de omgeving.
De verbeterde bodemstructuur en het hogere organische-stofgehalte vergroten het infiltratieen bergend vermogen van de bodem, waardoor regenwater beter kan indringen en minder oppervlakkig afstroomt. Bomen onttrekken via verdamping weliswaar enig water, maar dit effect is lokaal beperkt en wordt gecompenseerd door de verbeterde sponswerking van de bodem. Hierdoor blijft de grondwaterstand meer geleidelijk en natuurlijk gereguleerd. De bestaande afwatering blijft intact; aanvullende ontwateringsmaatregelen zijn niet nodig. Het initiatief leidt daarmee niet tot verslechtering van de ontwatering of afwatering van omliggende gronden. Daar waar er een dubbelbestemming waterstaat-intrekgebied is op de percelen is deze niet meer van toepassing. Deze bestemming was in het verleden van toepassing voor de wateronttrekking van Vitens aan de Weerseloseweg in Enschede. Conclusie De aanleg van bos op een voormalig agrarisch perceel heeft geen negatieve gevolgen voor de waterhuishouding. Integendeel, de ontwikkeling draagt bij aan: • • • •
een toename van de hemelwaterberging, een afname van de afvoerpieken, verbetering van de waterkwaliteit, en versterking van de sponswerking van het gebied.
Hiermee sluit het initiatief aan bij de uitgangspunten van een klimaatrobuust en duurzaam watersysteem. Afweging Op 21 november 2023 hebben wij beleidsregels vastgesteld voor het afwijken van het omgevingsplan: de ‘Beleidsregels planologische afwijkingsmogelijkheden Enschede 2023’. In de beleidsregels is voor een aantal gevallen een concreet afwegingskader opgenomen, zoals voor mantelzorg (artikel 3), tijdelijke woonvoorzieningen in geval van (ver)bouw (artikel 4), voor bouwen op of aan een hoofdgebouw (artikel 5) en voor bouwen op voormalig openbaar groen (artikel 6).
Briefnummer 0153Z2025030500044
Voor alle andere gevallen, ook de gevallen die niet voldoen aan de criteria, geldt dat de overweging om al dan niet mee te werken aan het doorlopen van een afwijkingenprocedure van het omgevingsplan per geval wordt beoordeeld, zodat maatwerk mogelijk is. Hierbij wordt ook rekening gehouden met de in het beleid opgenomen algemene afwegingscriteria. Dit staat in artikel 7 en 8 van het beleid. Wij zijn van mening dat de aanvraag voldoet aan de algemene afwegingscriteria zoals genoemd in art. 8. Conclusie EFTAL Gelet op het bovenstaande concluderen wij dat het gevraagde gebruik in overeenstemming is met een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Het project voldoet aan onze beleidsregels. Wij hebben daarom besloten om in dit individuele geval medewerking te verlenen aan het project en af te wijken van het bepaalde in het omgevingsplan, onderdeel bestemmingsplan. Wij zijn van mening dat het belang van de aanvrager, dat gelegen is in het realiseren van het gevraagde plan, boven het belang van het vasthouden aan de vastgestelde planologische kaders van het omgevingsplan, onderdeel bestemmingsplan mag prevaleren. Er zijn ons geen verdere bijzondere omstandigheden bekend op grond waarvan geen medewerking kan worden verleend aan de aanvraag. Wij zijn daarom bereid mee te werken aan de aanvraag en hiervoor af te wijken van het omgevingsplan, onderdeel bestemmingsplan.
Gelet hierop kan de omgevingsvergunning voor de buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) worden verleend. II.
Uitvoeringsvoorschriften -
-
-
Om verstoring te voorkomen, geldt voor vleermuizen dat de werkzaamheden niet tussen zonsondergang en zonsopkomst mogen worden uitgevoerd. Verder moet lichtuitstraling op aangrenzende bosranden en bomenrijen worden voorkomen tijdens de uitvoering (Geerdink, Landgoed Haagenbos, Landgoed het Nijhuis & Levink); Tijdens de werkzaamheden moet buiten het broedseizoen worden gewerkt; buiten de periode half maart tot half juli. Wanneer de werkzaamheden in het broedseizoen worden opgestart, dan moet de planlocatie voorafgaand aan de start worden onderzocht op aanwezigheid van broedende vogels of nesten met jongen. Als op dat moment jongen in een nest zitten, kunnen de werkzaamheden pas starten als de jongen zijn uitgevlogen. (Geerdink, Landgoed Haagenbos, Landgoed het Nijhuis & Levink) Bij grondwerkzaamheden moet één richting op worden gewerkt. Eventueel aanwezige diersoorten hebben dan de kans om buiten de invloedssfeer van de werkzaamheden te vluchten. (Geerdink, Landgoed Haagenbos, Landgoed het Nijhuis & Levink) De werkzaamheden moeten in de periode april-juli of in de periode na 1 oktober uitgevoerd worden om migrerende individuen te ontzien. Indien voor de periode april-juli wordt gekozen is er vooraf een broedvogelcheck nodig. (Levink)
Briefnummer 0153Z2025030500044
Activiteit 2. Omgevingsplanactiviteit voor aanleggen of werkzaamheden Op grond van artikel 5.1, eerste lid, onderdeel a van de Omgevingswet hebben wij een omgevingsvergunning voor de omgevingsplanactiviteit “het uitvoeren van werk of werkzaamheden” verleend. De besluitvormingsprocedure is uitgevoerd overeenkomstig het bepaalde in afdeling 16.5 van de Omgevingswet. Onder punt I vindt u de toetsing van de aanvraag aan het wettelijk kader. Op grond van artikel 5.34 Omgevingswet verbinden wij voorschriften aan deze omgevingsvergunning. Deze uitvoeringsvoorschriften zijn opgenomen onder punt II. Overwegingen en beoordeling Inleiding Zoals hierboven onder activiteit ‘Buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) is aangegeven, heeft de aanvraag betrekking op het aanleggen van bos met houtwallen op vier locaties in Enschede: Geerdink, Levink, Landgoed Het Nijhuis en Landgoed Haagenbos. De aanleg wordt gerealiseerd in het kader van de Overijsselse Bossenstrategie, welke een nadere uitwerking is van de landelijke Bossenstrategie. Omgevingsplan, onderdeel bestemmingsplan De werkzaamheden vinden plaats in gebieden waar het Omgevingsplan gemeente Enschede, onderdeel bestemmingsplan “Buitengebied Noordwest” geldt en heeft hierin de bestemmingen “Agrarisch” of “Agrarisch met waarden – Agrarische functie met landschapswaarden” hebben.
Enkele percelen hebben daarnaast de dubbelbestemming ‘Waterstaat-Intrekgebied’, ‘Waarde Cultuurhistorie’, of de gebiedsaanduiding ‘Archeologisch onderzoeksgebied a en b’, ‘Bodemdalingsgebied’, ‘Geluidzoneindustrie’ of ‘Stadsrandzone’. Om het aangevraagde plan uit te voeren, heeft u een omgevingsvergunning nodig voor uitvoeren van werkzaamheden. Dat staat namelijk in de volgende artikelen van het bestemmingsplan: -
artikel 3.6 onderdeel a lid 2, het ontginnen, bodemverlagen, afgraven, ophogen en egaliseren van gronden, artikel 5.6 onderdeel a lid 2, het ontginnen, bodemverlagen, afgraven, ophogen en egaliseren van gronden, artikel 42.4 onderdeel a lid 3, het uitvoeren van grondwerkzaamheden dieper dan 40 cm, waartoe ook gerekend wordt woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, aanleggen van drainage en ontginnen, artikel 42.4 onderdeel a lid 9, alle overige werkzaamheden die de cultuurhistorische waarden in het terrein kunnen aantasten en artikel 42.4 onderdeel a lid 10, het planten van bomen of struiken, artikel 46.1.1 onderdeel a, bodemverstoringen dieper dan 50 cm onder het maaiveld en met een bodemverstoringsoppervlakte van meer dan 250 m2, artikel 46.1.2 onderdeel a, bodemverstoringen dieper dan 50 cm onder het maaiveld en met een bodemverstoringsoppervlakte van meer dan 2500 m2.
Of wij een omgevingsvergunning verlenen beoordelen wij op basis van de beoordelingsregels uit de Omgevingswet en het omgevingsplan.
Briefnummer 0153Z2025030500044
Wij hebben gekeken of uw aanvraag voldoet aan de beoordelingsregels. Hieronder leest u onze conclusies. Beoordeling Gelet op artikel 3.6 onderdeel d en artikel 5.6 onderdeel d van de planregels van het bestemmingsplan “Buitengebied Noordwest”, onderdeel van het Omgevingsplan, wordt de omgevingsvergunning geweigerd, indien door de uitvoering van de aldaar genoemde werken of werkzaamheden, dan wel door de daarvan direct of indirect te verwachten gevolgen de aanwezige landschapselementen, landschappelijke, geomorfologische en cultuurhistorische waarden in onevenredige mate worden of kunnen worden aangetast. In artikel 42.4 onderdeel c van de planregels van het bestemmingsplan staat vervolgens dat de vergunning slechts mag worden verleend, indien geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de archeologische waarden en de karakteristieken van de es (openheid). Daarnaast staat in artikel 46.1.1 onderdeel b en artikel 46.1.2 onderdeel b dat burgemeester en wethouders bij een omgevingsvergunning kunnen afwijken van het bepaalde in onderdeel a, indien uit archeologisch vooronderzoek blijkt dat ter plaatse geen archeologische waarden aanwezig zijn dan wel indien daardoor geen onevenredige aantasting plaats vindt van de aanwezige archeologische waarden. Landschapselementen, landschappelijke, geomorfologische, cultuurhistorische waarden en karakteristieken van de es.
De voorgenomen bosaanplant op deze locaties past in de ambitie van de gemeente Enschede zoals neergelegd in de Visie Landelijk Gebied en de Gids Buitenkans 2022. In de Gids is opgenomen dat aanplant van bomen gewenst is, maar niet op elke plek. Waar aanplant kan plaatsvinden en welke vorm daarbij past volgt uit de strategie die geldt voor het landschap. Het gaat dan om inpassen, aanpassen of transformeren. Voor de realisatie van de bosaanplant zelf bevat het Natuur- & Landschapsplan nadere regels. Elk van de gewenste locaties heeft de strategie inpassen, vanwege de zeer hoge kwaliteit van het landschap. Op de locaties moet de aanplant dus gericht zijn op behoud, herstel en verbetering van het landschap. De Gids geeft aan dat, in gebieden met zeer hoge landschappelijke waarden, de aanplant de aanwezige identiteit van het landschap moet versterken. De aanplant moet in de opbouw en de schaal van het aangeduide landschapstype van de Visie Landelijk Gebied passen. Daarnaast moet de aanplant de oorspronkelijke beplanting herstellen. Wij zijn van mening dat de ingediende inrichtingsplannen en landschapsplannen zorgdragen voor een goede landschappelijke inpassing op de genoemde locaties. Archeologie en archeologische waarden van de es. De bij de aanvraag horende uitgevoerde onderzoeken zijn ter advies voorgelegd aan de regioarcheoloog van Het Oversticht.
Op basis van het uitgevoerde onderzoeken concludeert het bureau RAAP dat de archeologische verwachting in de onderzochte gebieden waar boomaanplant zal plaatsvinden bijgesteld kan worden naar laag. Gebleken is dat de deelgebieden ofwel o o o o
te nat zijn (veenvorming), tot in de C-horizont verstoord zijn, altijd erg nat zijn geweest en dus minder geschikt voor bewoning, er verstoringen in de bodem hebben plaatsgevonden die de kans op intacte archeologische resten laag acht.
Briefnummer 0153Z2025030500044
Slechts in 2 boringen is een restant van een plaggendek en een BC-horizont aangetroffen. De kans dat nog intacte resten in de bodem aanwezig zijn wordt laag geacht. De regioarcheoloog onderschrijf deze conclusies van RAAP. In de deelgebieden waar bosaanplant zal plaatsvinden en die onderzocht zijn is de kans dat er archeologische resten aanwezig zijn laag. Vervolgonderzoek is niet noodzakelijk. Gelet op dit alles zijn wij van mening dat in voldoende mate is vastgelegd welke archeologische waarden van de gronden worden verstoord. Vervolgens is in voldoende mate aangetoond op welke wijze de archeologische waarden worden bewaard en/of gedocumenteerd, dan wel in voldoende mate is aangegeven dat de archeologische waarden van de gronden niet onevenredig worden of kunnen worden geschaad, dan wel niet (meer) aanwezig zijn. Gelet hierop kunnen wij dan ook concluderen dat de voorgenomen werkzaamheden de aanwezige waarden niet (onaanvaardbaar) zullen aantasten. Conclusie Samengevat voldoet uw plan aan de regels uit het Omgevingsplan. U krijgt een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van de werkzaamheden. I.
Uitvoeringsvoorschriften
U moet bij het uitvoeren van de activiteit aan de volgende voorschriften voldoen: 1. De vergunning is alleen verleend voor hetgeen is aangevraagd. Een verzwaring/vermeerdering van de activiteit is niet toegestaan 2. De vergunning moet nageleefd worden overeenkomstig de bij deze aanvraag behorende beschrijving en bijlagen. 3. De verleende vergunning inclusief de tekeningen en andere bijlagen moet u altijd kunnen laten zien aan de bouwtoezichthouder als daarom wordt gevraagd. Dit kan ter plekke op de locatie of via het internet. 4. Alle schade of vorderingen tot schadevergoedingen, zowel van de gemeente Enschede als van derden, die ontstaan als gevolg van het gebruik maken van deze omgevingsvergunning, komen voor rekening van de vergunninghouder. 5. Indien bij de graafwerkzaamheden onverhoopt archeologische resten worden aangetroffen geldt er een meldingsplicht volgens artikel 5.10 van de Erfgoedwet. Deze melding kan worden gedaan bij de gemeente Enschede of de RCE. 6. De werkzaamheden opgenomen in de inrichtings- en landschapsplannen dienen binnen 52 weken na definitieve omgevingsvergunning uitgevoerd te worden. 7. De in de inrichtings- en landschapsplannen opgenomen en uitgevoerde werkzaamheden, zoals o.a. de aanleg van bos en houwtallen, dienen in stand gehouden te worden. 8. Kap van houtopstanden is niet toegestaan. 9. De volgende werkzaamheden moeten worden gemeld: Handeling
Hoe
Wanneer
Aanvang van het werk (inclusief ontgravingswerkzaamheden)
Per e-mail
uiterlijk twee werkdagen voor de start van het werk
Briefnummer 0153Z2025030500044
Einde van de werkzaamheden
Per e-mail
uiterlijk op de dag van beëindiging van het werk
Het melden kunt u doen door een e-mail te sturen naar handhavingsloket@enschede.nl. Wij vragen u om bij de melding ons kenmerknummer 0153Z2025030500044 te vermelden. Als u de melding niet op tijd doet, mag u niet beginnen met uw werkzaamheden. Rechtsbescherming De omgevingsvergunning treedt in werking met ingang van de dag na verzending. Tegen het besluit om de omgevingsvergunning te verlenen kan binnen zes weken na de verzenddatum bezwaar worden aangetekend. Het indienen van een bezwaarschrift schorst de werking van het besluit niet. Hebben u of andere belanghebbenden er belang bij dat dit besluit niet in werking treedt, dan kan een voorlopige voorziening worden gevraagd bij de rechtbank Overijssel. Namens burgemeester en wethouders,
G.E.S. Walgemoet, hoofd afdeling Vergunnen