Notitie Reikwijdte en Detailniveau voor het omgevingseffectrapport
Tekst van het document
Omgevingsvisie Enschede Notitie Reikwijdte en Detailniveau voor het omgevingseffectrapport
Gemeente Enschede 5 december 2022
Project Opdrachtgever
Document Status Datum Referentie
Projectcode Projectleider Projectdirecteur
Auteur(s) Gecontroleerd door Goedgekeurd door
Omgevingsvisie Enschede Gemeente Enschede
Notitie Reikwijdte en Detailniveau voor het omgevingseffectrapport Definitief 02 5 december 2022 127683/22-017.618
127683 P.A. Feij MSc Drs.ing. E.J.N. Rijsdijk
Ir. F.D. Cieraad A.M. Springer-Rouwette MSc P.A. Feij MSc
Paraaf
Adres
Witteveen+Bos Raadgevende ingenieurs B.V. | Deventer Daalsesingel 51c Postbus 24087 3502 MB Utrecht +31 (0)30 765 19 00 www.witteveenbos.com KvK 38020751
Het kwaliteitsmanagementsysteem van Witteveen+Bos is gecertificeerd op basis van ISO 9001. © Witteveen+Bos Niets uit dit document mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt in enige vorm zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van Witteveen+Bos noch mag het zonder dergelijke toestemming worden gebruikt voor enig ander werk dan waarvoor het is vervaardigd, behoudens schriftelijk anders overeengekomen. Witteveen+Bos aanvaardt geen aansprakelijkheid voor enigerlei schade die voortvloeit uit of verband houdt met het wijzigen van de inhoud van het door Witteveen+Bos geleverde document.
INHOUDSOPGAVE
1
INLEIDING
5
1.1
Waarom een Omgevingsvisie?
5
1.2
Waarom een onderzoek naar effecten?
5
1.3
Doel van de Notitie Reikwijdte en Detailniveau
6
1.4
Initiatiefnemer en Bevoegd Gezag
7
1.5
Leeswijzer
7
2
PARTICIPATIE
8
2.1
Zienswijze procedure
8
2.2
Participatiemomenten
8
3
PROCES VAN OMGEVINGSVISIE EN PROCEDURE OER
9
3.1
Het proces van de Omgevingsvisie
9
3.2
De procedure van de o.e.r.
10
4
OPGAVEN EN AMBITIES VOOR ENSCHEDE
12
4.1
Strategische opgaven in Enschede 2050
12
4.2
Ruimtelijke ambitie
13
4.3
Grensoverschrijdende opgaven en ambities
14
5
VERKENNINGEN VOOR DE OMGEVINGSVISIE
15
5.1
Wat zijn verkenningen?
15
5.2
Hoe zijn de verkenningen geformuleerd?
15
5.3
Vier verkenningen van Enschede
16
6
EFFECTENONDERZOEK EN BEOORDELINGSKADER
20
6.1
Beoordelingskader
20
6.2
Wijze van beoordelen
22
Laatste pagina
Bijlage(n) I
Begrippen- en afkortingenlijst
23
Aantal pagina's 1
1 INLEIDING Voor u ligt de Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD) voor de Omgevingsvisie Enschede. De NRD vormt de eerste stap in de zogeheten omgevingseffectrapportage1 (o.e.r.). Enschede doorloopt deze o.e.r.-procedure als onderbouwing van de besluitvorming over de Omgevingsvisie. De NRD gaat in op het ‘waarom’ van de Omgevingsvisie, beschrijft de verkenningen voor de omgevingsvisie van Enschede en licht toe hoe de gemeente de onderzoeken voor het op te stellen omgevingseffectrapport (OER) uitvoert. Naast de klassieke milieuthema’s uit het milieueffectrapport (MER) besteedt het OER ook aandacht aan sociale en economische aspecten. Hiermee krijgen alle aspecten van de fysieke leefomgeving gestructureerd aandacht. Wat is een verkenning? Met een verkenning bedoelt de gemeente Enschede een gezichtspunt van waaruit naar de toekomst van Enschede wordt gekeken. Voor het OER worden de verkenningen als alternatieven beoordeeld. De gemeente vraagt iedereen om binnen de aangegeven periode een reactie te geven op deze NRD. Meer informatie hier over is te lezen in hoofdstuk 2.
1.1
Waarom een Omgevingsvisie?
Met de nieuwe Omgevingswet2 worden gemeenten verplicht een Omgevingsvisie voor het eigen grondgebied op te stellen. De Omgevingsvisie is een langetermijnvisie waarin de gemeente aangeeft wat de kwaliteiten zijn van de fysieke leefomgeving en op welke wijze deze kwaliteiten ontwikkeld of beschermd moeten worden in het licht van trends en ontwikkelingen en opgaven die op de gemeente afkomen. Voor Enschede zijn die opgaven bijvoorbeeld het vasthouden en aantrekken van en tegelijkertijd de veranderende eisen aan de woon- en werkomgeving en internationalisering van bedrijven. Daarnaast ontkomt Enschede ook niet aan de effecten van klimaatverandering, de energietransitie en de veranderende mobiliteitsvraag. De Omgevingsvisie Enschede schetst een inspirerend en eerlijk toekomstbeeld voor de gemeente en de gemeente wil samen met de inwoners aan dit gezamenlijk gewenste toekomstbeeld werken. De Omgevingsvisie biedt een kader, dat richting geeft aan beslissingen die in het fysiek domein moeten worden genomen.
1.2
Waarom een onderzoek naar effecten?
De Omgevingsvisie is een kaderstellend plan voor de fysieke leefomgeving. Het geeft richting aan de toekomstige ontwikkeling en stelt kaders aan de uitwerking van diverse opgaven in de gemeente Enschede.
1
Formeel is het de milieueffectrapportage (m.e.r.) voor een kaderstellend plan, maar voor de eenduidigheid wordt hier gesproken over de omgevingseffectrapportage (o.e.r.). De termen o.e.r./m.e.r. staan voor het proces inclusief procedure. De term omgevingseffectrapport (OER) staat voor het onderzoeksrapport zelf.
2
De Omgevingswet gaat naar verwachting in op 1 juli 2023.
5 | 23
Witteveen+Bos | 127683/22-017.618 I Definitief 02
Omdat deze opgaven en toekomstige ontwikkelingen effecten hebben op de fysieke leefomgeving is het voor de Omgevingsvisie verplicht om een omgevingseffectrapportage1 (o.e.r.) te doorlopen. Daarnaast heeft de Omgevingsvisie mogelijk ook significante gevolgen voor één of meerdere Natura 2000gebieden. Op dit moment is nog niet duidelijk of hiervan sprake is. Bij het opstellen van het OER wordt bepaald of een passende beoordeling2 nodig is in verband met effecten op Natura 2000. Een passende beoordeling leidt ook tot een verplichting tot het uitvoeren van een o.e.r 3. Doel van het OER Het doel van de o.e.r. (het proces) is om de effecten van gemaakte en te maken keuzes in de Omgevingsvisie in beeld te brengen, zodat omgevingsbelangen volwaardig meewegen in de besluitvorming. Dit draagt bij aan transparante besluitvorming. Hiermee wordt aangesloten op de bredere kijk van de Omgevingswet op de fysieke leefomgeving. Het gaat dus niet alleen om geluid, luchtkwaliteit en water, maar ook bijvoorbeeld om gezondheid, welzijn, (brede) welvaart, klimaat en grondstoffengebruik. Het OER (het rapport) bevat een beschrijving en beoordeling van de omgevingseffecten. Daarbij gaat het OER in op verschillende mogelijkheden voor de beoogde ontwikkelingen die vanuit het oogpunt van milieuen sociale effecten onderscheidend zijn, ter onderbouwing van de in de Omgevingsvisie te maken keuzes.
In het OER wordt dus uitgelegd wat de effecten zijn van (voorgenomen) veranderingen in de gemeente. OER als ondersteuning bij visievorming Alle informatie die voor de o.e.r. nodig is, is ook voor het opstellen van de Omgevingsvisie nodig. Het opstellen van de visie loopt daarom gelijk op met het opstellen van het OER. De o.e.r. brengt kansen en risico’s voor Enschede in beeld en toetst of de maatregelen in de visie zorgen dat de doelen en ambities ten aanzien van de leefomgeving bereikt kunnen worden. Waar nodig, worden doelen en ambities tijdens de visievorming zo bijgesteld, dat de visie ambitieus blijft en tegelijkertijd realistisch wordt. Het OER maakt op deze manier onderdeel uit van ontwerpend onderzoek waarmee de gemeente Enschede tot de Omgevingsvisie komt. Tijdens de o.e.r. wordt ook de basis gelegd voor monitoring en evaluatie van de visie. Gedacht wordt aan een 'light' evaluatie/actualisatie elke 2 jaar en een meer uitgebreide evaluatie/actualisatie elke 4 jaar. De precieze uitwerking wordt vastgelegd in een nog op te stellen monitoring- en evaluatieplan. Door op regelmatige basis in beeld te brengen hoe de gemeente zich ontwikkelt, weet de gemeente Enschede of zij op koers ligt voor het behalen van haar ambities en kan zij tijdig bijsturen als dat nodig blijkt.
De Omgevingsvisie wordt zo een levend document, dat op basis van regelmatige evaluaties bijgesteld kan worden.
1.3
Doel van de Notitie Reikwijdte en Detailniveau
De Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD) is de eerste stap in de o.e.r.-procedure en dient onder andere als aankondiging van het op te stellen Omgevingseffectrapport (OER). Het belangrijkste doel van de NRD is het informeren en raadplegen van adviseurs en betrokkenen, door een toelichting te geven op de volgende zaken: - de beoogde ontwikkelingen en de verkenningen van de Omgevingsvisie Enschede; - het overzicht van thema’s die onderzocht worden (de reikwijdte); en, - de beoordelingsmethode en diepgang (detailniveau) van het OER. Daarmee maakt de NRD duidelijk wat de onderzoeksagenda en -aanpak is voor de o.e.r.-procedure.
1
Zoals aangegeven gaat het hierbij formeel om een milieueffectrapportage (m.e.r.) voor een kaderstellend plan. De wettelijke bepalingen zijn te vinden in afdeling 7.3 en 7.4 van de Wet milieubeheer of in de toekomst onder in afdeling 16.4.1 van de Omgevingswet.
2
Op grond van artikel 2.8 van de Wet natuurbescherming.
3
Op grond van artikel 7.2a van de Wet milieubeheer, met uitzondering van de gevallen zoal genoemd in artikel 3.1 van het Besluit milieueffectrapportage.
6 | 23
Witteveen+Bos | 127683/22-017.618 I Definitief 02
1.4
Initiatiefnemer en Bevoegd Gezag
In de o.e.r.-procedure voor de Omgevingsvisie is gemeente Enschede zowel initiatiefnemer als bevoegd gezag. Het college van burgermeester en wethouders is verantwoordelijk voor de voorbereiding van de Omgevingsvisie en het OER. Zij treden op als initiatiefnemer. De Omgevingsvisie wordt vastgesteld door de gemeenteraad. De gemeenteraad vormt daarmee het bevoegd gezag.
1.5
Leeswijzer
In deze notitie wordt het waarom, het wat en het hoe beschreven van een omgevingseffectrapportage voor de Omgevingsvisie Enschede. Deze inleiding beschrijft de aanleiding (en verplichting) voor een effectrapportage. In hoofdstuk 2 leest u hoe u bij kunt dragen aan de Omgevingsvisie en het OER. Hoofdstuk 3 licht het proces van totstandkoming van een Omgevingsvisie toe. Hoofdstuk 4 beschrijft de opgaven en ambities van huidig en toekomstig Enschede. In hoofdstuk 5 vindt u de voorgestelde aanpak van het effectenonderzoek en worden de verkenningen voor de Omgevingsvisie toegelicht. Tenslotte bevat hoofdstuk 6 het beoordelingskader en de wijze van beoordelen van de verkenningen voor de Omgevingsvisie.
7 | 23
Witteveen+Bos | 127683/22-017.618 I Definitief 02
2 PARTICIPATIE Het doel van Enschede is te komen tot een voor alle inwoners, organisaties en bedrijven herkenbare en gedragen Omgevingsvisie die kan rekenen op soepele besluitvorming. Om dat doel zoveel mogelijk te bereiken is het noodzakelijk om onder andere inwoners, ondernemers, belangenverenigingen, wijkraden, omgevingsdiensten en omliggende gemeenten te informeren en te raadplegen. Dit doet de gemeente zowel via de wettelijke zienswijze procedure, als via informele participatiemomenten.
2.1
Zienswijze procedure
Tijdens de terinzagelegging van deze Notitie Reikwijdte en Detailniveau en van de ontwerp-Omgevingsvisie is het voor iedereen mogelijk om een zienswijze in te dienen. De gemeente beantwoordt de reacties in een reactienota en verwerkt deze indien wenselijk in de plannen. Daarna kan iedereen nog inspreken tijdens de behandeling van de Omgevingsvisie in de Raadscommissie(s) en Raad. Indienen zienswijze op de NRD De gemeente Enschede vraagt als bevoegd gezag nadrukkelijk iedereen om een reactie op de NRD in te dienen bij de gemeente. De gemeente vraagt in het bijzonder om een reactie te geven op de volgende vragen: - welke kansen en dilemma’s ziet u voor Enschede, ten aanzien van de fysieke leefomgeving? - mist u onderzoeksthema’s in de NRD? - wat zou u specifieker onderzocht willen hebben in het effectonderzoek, en waarom? De gemeente raadpleegt ook de wettelijke adviseurs en betrokken bestuursorganen over de reikwijdte en het detailniveau van het OER. Wat gebeurt er met uw reactie? In een nota van antwoord bij de ontwerp-Omgevingsvisie krijgt u van de gemeente een terugkoppeling op uw reactie. In de nota van antwoord wordt aangegeven hoe uw reactie is gebruikt bij het bepalen van de inhoud en aanpak van de o.e.r. en de Omgevingsvisie. De NRD zelf wordt alleen bij grote wijzigingen aangepast.
2.2
Participatiemomenten
Voor de Omgevingsvisie is een participatieplan1 opgesteld dat samen met deze NRD door de raad wordt vastgesteld. In dit plan staat beschreven op welke manier gemeente Enschede iedereen betrekt bij het opstellen van de Omgevingsvisie. De komende tijd wordt u bijvoorbeeld gevraagd om mee te denken over de ruimtelijke uitwerking van de verkenningen, zodat er concrete ideeën per gebied ontstaan. Afbeelding 3.2 (op pagina 10) geeft een overzicht wanneer participatie plaatsvindt en een indicatie van de verwachte planning op hoofdlijnen.
1
Participatieplan Omgevingsvisie Enschede.
8 | 23
Witteveen+Bos | 127683/22-017.618 I Definitief 02
3 PROCES VAN OMGEVINGSVISIE EN PROCEDURE OER De Omgevingsvisie en het bijbehorende OER worden voorbereid aan de hand van een integraal onderzoeksproces. De wettelijk voorgeschreven procedures zijn hierin opgenomen. Voor de duidelijkheid beschrijft dit hoofdstuk het proces van de Omgevingsvisie (paragraaf 3.1) en de procedure van het OER (paragraaf 3.2) afzonderlijk.
3.1
Het proces van de Omgevingsvisie
De afgelopen jaren heeft de gemeente Enschede een goede basis gelegd voor haar Omgevingsvisie, onder andere door het opstellen van beleid voor thema’s van de leefomgeving. Nu is de uitdaging om dit te vertalen naar één visie. Deze uitdaging wordt in vijf fases aangepakt. De vijf fasen staan op zichzelf en hebben elk een integraal (tussen)product als resultaat. De Enschedese Identiteit (fase 1) en ambitie (fase 2) worden op gebiedsniveau (fase 3) naar passende strategieën (fase 4) vertaald en vormen zo één integrale Omgevingsvisie (fase 5). Deze NRD is onderdeel van de afronding van fase 2 en vormt een startpunt voor fase 3. De fasering uit afbeelding 3.1 is uitgewerkt naar een routekaart. Deze is te zien in afbeelding 3.2 op de volgende pagina. Hier in is ook de samenhang met het proces van de OER te zien. De beschrijving per fase van de OER wordt na afbeelding 3.2 gegeven.
Afbeelding 3.1 Fasering proces opstellen omgevingsvisie
In 2021 is de gemeente Enschede gestart met Fase 1 (Identiteit). In het Ruimtelijk verhaal van Enschede is opgeschreven waar Enschede vandaan komt, en welke kenmerken en kwaliteiten gekoesterd worden. Deze Enschedese identiteit is uitgewerkt in drie verhaallijnen: Groene Leefstad, Ondernemende Kennisstad, en Internationale Cultuurstad. Ook is er een kaart met ruimtelijke kenmerken opgesteld. De verhaallijnen en kenmerkenkaart vormen samen de basis voor de Omgevingsvisie. Daarnaast is een aanzet voor de opgaven voor de Omgevingsvisie gemaakt op basis van huidige staat van de leefomgeving, trends en ontwikkelingen en beleidsinventarisaties. In Fase 2 (Ambitie) hebben inwoners hun dromen voor Enschede gedeeld. Samen met het nieuwe coalitieakkoord en ambtelijke verdiepingsslagen zijn de ambities verder aangescherpt. Dit is te lezen in het document Ruimtelijke ambitie Enschede 2050. Op basis van deze ambities/opgaven en de eerdere verhaallijnen zijn vier verschillende verkenningen voor Enschede ontwikkeld. Elke verkenning laat een toekomstig Enschede zien waarin het dagelijks leven in de stad, de dorpen en het buitengebied en de inrichting anders is. De verkenningen zijn een hulpmiddel om over deze toekomst in gesprek te gaan en de effecten te onderzoeken, zodat in fase 3 de hoofdkeuzes voor de Omgevingsvisie gemaakt kunnen worden.
9 | 23
Witteveen+Bos | 127683/22-017.618 I Definitief 02
De verkenningen worden in Fase 3 (Gebieden) beoordeeld op hun effecten in het Omgevingseffectrapport en met belangenvertegenwoordigers besproken. Deze NRD is het startpunt voor fase 3 en beschrijft hoe het onderzoek eruit gaat zien. Op basis van een keuzenotitie en het OER maakt de gemeente de hoofdkeuzes voor de Omgevingsvisie. Vervolgens worden deze hoofdkeuzes uitgewerkt naar gebiedsprofielen. Daarbij worden de gemeentebrede verhaallijnen, in gesprek met de betrokkenen uit de gebieden, vertaald naar specifieke verkenningen per gebied. Het eindproduct van fase 3 bestaat uit verschillende gebiedsprofielen (afhankelijk van het aantal gedefinieerde gebieden). Op basis van informatie over gebieden en verkenningen kiest de Raad één toekomstbeeld voor Enschede 2050 met haar diverse gebieden. Het is mogelijk dat dit toekomstbeeld een (nieuwe) combinatie van de in het OER onderzochte verkenningen vormt. Het toekomstbeeld vormt de basis van de Omgevingsvisie. Fase 4 (Strategieën) wordt gebruikt om de vertaalslag te maken van de bouwstenen uit voorgaande fasen naar een complete ontwerp-Omgevingsvisie en een aanpak (sturingsfilosofie) om ambities te realiseren en voortgang te monitoren. De ontwerp-Omgevingsvisie wordt formeel ter inzage gelegd, zodat alle inwoners, bedrijven en andere betrokkenen kunnen reageren.
Fase 5 (Omgevingsvisie) staat in het teken van het vaststellen van de Omgevingsvisie door de gemeenteraad van Enschede. Eventueel in samenhang met andere instrumenten en programma’s onder de Omgevingswet.
Afbeelding 3.2 Routekaart Omgevingsvisie
3.2
De procedure van de o.e.r.
Parallel aan het opstellen van de Omgevingsvisie wordt ook de o.e.r. (het proces) doorlopen. In fase 1 is de concept-NRD opgesteld. Deze NRD (resultaat van fase 2) vormt de belangrijkste eerste stap in de formele procedure. Aan het einde van fase 2 zijn de Opgaven en verkenningen voor Enschede, samen met het participatieplan voor de omgevingsvisie en de NRD vastgesteld. De NRD is hierna gepubliceerd door de
10 | 23
Witteveen+Bos | 127683/22-017.618 I Definitief 02
gemeenteraad. Iedereen kan zienswijzen indienen op de reikwijdte en het detailniveau van het uit te voeren onderzoek (zie hoofdstuk 2). In fase 3 wordt het omgevingsonderzoek gestart. Dat betekent dat de ruimtelijke verkenningen beoordeeld worden ten aanzien van het effect dat zij hebben op onder andere het milieu, sociale cohesie en gezondheid. Dit wordt opgeschreven in het concept-Omgevingseffectrapport (OER) en in een dialoog met belangenvertegenwoordigers besproken. In het concept-OER worden de effecten van de verkenningen op hoofdlijnen onderzocht op basis van openbaar beschikbare onderzoeken en kennis van experts. In het concept-OER wordt in beeld gebracht welke verkenning het meeste doelbereik heeft, de meeste kansen en de minste risico’s. Op basis van die beoordeling worden aanbevelingen meegegeven bij de formulering van het toekomstbeeld, zodat de gewenste kwaliteit van de leefomgeving in de Omgevingsvisie geborgd kan worden. De beoordeling op hoofdlijnen vormt het concept-OER en is dus de basis voor de verkenningen per gebied. Met de participatie en het OER worden de consequenties en mogelijke kansen en risico’s van elk van de verkenningen duidelijker. Door deze verkenningen te vergelijken wordt inzichtelijk welke keuzes nu gemaakt moeten worden om de gewenste toekomst te bereiken.
De vergelijking van de verkenningen komt terug in de keuzenotitie, die de gemeente gebruikt om de hoofdkeuze voor de Omgevingsvisie te onderbouwen. Parallel aan het opstellen van de ontwerp-Omgevingsvisie wordt het OER in fase 4 verder aangevuld. Het toekomstbeeld wordt dan toegevoegd aan het OER en beoordeeld. Zodra het OER en de Omgevingsvisie in ontwerp gereed zijn (eind van fase 4), geeft het College van burgemeester en wethouders (B&W) de stukken vrij voor zienswijzen. Gedurende een periode van zes weken liggen de ontwerp-Omgevingsvisie en bijbehorend OER ter inzage voor eenieder. Eenieder kan zienswijzen indienen op de keuzes en kaders in de ontwerp-Omgevingsvisie en de inhoud van het OER. De OER gaat als bijlage bij de ontwerp-Omgevingsvisie ter inzage, zodat alle inwoners, bedrijven en andere betrokkenen kunnen reageren. Daarnaast vraagt de gemeente de Commissie voor de milieueffectrapportage1 te beoordelen of het OER voldoende milieuinformatie bevat om het milieubelang een volwaardige plaats te geven in de besluitvorming over de Omgevingsvisie. De zienswijzen en adviezen worden beantwoord en gebruikt om het OER waar nodig aan te vullen en de Omgevingsvisie aan te scherpen. Vervolgens legt het College van B&W de Omgevingsvisie en bijbehorende stukken (waaronder het OER) ter vaststelling voor aan de gemeenteraad.
De gemeenteraad besluit over het vaststellen van de Omgevingsvisie als juridisch-planologisch kader voor de ontwikkelingen in Enschede als integrale langetermijnvisie en als kader voor toekomstige ontwikkelingen. Na het besluit om de Omgevingsvisie vast te stellen, maakt de gemeente dit bekend. De informatie uit het OER kan waar mogelijk en relevant ingezet worden bij toekomstige besluiten over plannen en projecten in Enschede (zoals wijzigingen van het omgevingsplan) en de monitoring en evaluatie van de Omgevingsvisie.
1
De Commissie m.e.r. adviseert, als onafhankelijke organisatie, over de inhoud van milieueffectrapporten. https://www.commissiemer.nl/onze-diensten/wat-doet-de-commissie-mer
11 | 23
Witteveen+Bos | 127683/22-017.618 I Definitief 02
4 OPGAVEN EN AMBITIES VOOR ENSCHEDE De identiteit van Enschede vormt de basis voor de Omgevingsvisie van Enschede: als je weet wie je bent, kun je beter bepalen wie je wilt zijn. Ontwikkelen van het hier en nu naar wat Enschede wil zijn, gaat gepaard met opgaven, doelen en ambities. Dit hoofdstuk is een samenvatting van het document “de Ruimtelijke Ambitie Enschede 2050: Bouwsteen Omgevingsvisie” en beschrijft hoe en wat de gemeente wil zijn in 2050 en welke opgaven en ambities bij dat beeld horen. Paragraaf 4.1 beschrijft hoe Enschede wil zijn in 2050 en welke uitdagingen en strategische opgaven daarbij horen. De ruimtelijke ambities die daaruit volgen, staan beschreven in paragraaf 4.2.
4.1
Strategische opgaven in Enschede 2050
Nederland staat aan de vooravond van een aantal grote transities. Dit zijn grote veranderingen over een langere periode met gevolgen voor de economie, het dagelijkse leven en de ruimtelijke inrichting, zoals klimaatverandering, energietransitie, mobiliteitstransitie, de omschakeling naar een circulaire economie, technologische en demografische ontwikkelingen. Deze transities vragen om ingrijpende veranderingen in de infrastructuur zoals het watersysteem, energiesysteem, inrichting van verkeerswegen en openbare ruimte. Ook Enschede moet een antwoord formuleren hoe met deze transities om te gaan. De transities vormen daarmee opgaven voor de omgevingsvisie van Enschede. Naast een antwoord geven op de uitdaging van de landelijke transities wil Enschede aantrekkelijk en toekomstbestendig zijn. Ze wil werken aan een toekomst waarin talent ontluikt en verbonden blijft aan de stad. Een stad waar banen bereikbaar zijn en waarin iedereen mag meedoen en zich prettig voelt. Een stad die het groen omarmt en de ruimte heeft. Een stad waar innovaties voor een klimaatbestendige stad naadloos zijn verweven met de openbare ruimte. Een stad met het landschap als belangrijkste kwaliteit dat zij waarborgt voor de toekomst.
De opgaven die dus specifiek voor Enschede spelen, naast de eerdergenoemde landelijke transities, zijn Enschede leefbaar houden, de kwaliteiten van de gemeente koesteren en de groei naar 170.000 inwoners faciliteren. Strategische opgaven De uitdaging is om verder te werken aan een toekomstbestendige gemeente, die aantrekkelijk is (en blijft) en tegelijkertijd weerbaar. Daartoe heeft de gemeente vier strategische opgaven geformuleerd.
Afbeelding 4.1 Strategische opgaven van Enschede
12 | 23
Witteveen+Bos | 127683/22-017.618 I Definitief 02
1 2 3 4 -
Inclusief Enschede: elke inwoner heeft de mogelijkheid tot financiële zekerheid en stabiliteit; elke inwoner heeft de mogelijkheid om keuzes te maken die gezond leven makkelijker maken; elke inwoner heeft de kans zich optimaal te ontwikkelen; Groen en duurzaam Enschede: Enschede is klimaatneutraal; Enschede is klimaatbestendig en waterrobuust ingericht; Enschede is groen en biodivers; Enschede is circulair; Aantrekkelijk Enschede: Enschede heeft veel baankansen; in Enschede wordt talent aangetrokken, vastgehouden en ontwikkeld; in Enschede kun je prettig en gezond wonen en leven; Open Enschede: Enschede is een mensgerichte gemeente; Enschede is een netwerkende en responsieve gemeente; Enschede is een digitale gemeente.
De omgevingsvisie geeft een uitwerking aan deze opgaven.
4.2
Ruimtelijke ambitie
In de Omgevingsvisie komen de beleidsambities voor de fysieke leefomgeving samen, maar voor het stapelen van alle ambities is onvoldoende fysieke ruimte beschikbaar. Dat vraagt van de gemeente dat zij keuzes maakt, een richting bepaalt en focus aanbrengt in het oplossen van de opgaven. Om de verwachte groei van Enschede te faciliteren heeft zij een zestal ruimtelijke ambities geformuleerd die samenhangen met de strategische doelen voor de gemeente: 1 Wonen voor iedereen; 2 Energie neutraal; 3 Duurzame mobiliteit; 4 Een groot groen park Enschede; 5 Aantrekkelijke vestigingsmilieus; en, 6 Inclusieve stad. Het realiseren van deze ruimtelijke ambities vraagt om ruimte; soms in de bestaande stad maar soms ook aan de randen of in het buitengebied. De totale ruimteclaim vanuit verschillende opgaven en sectoren bedraagt bijna 900 hectare. Hierbij houdt de gemeente rekening met: - haar ambitie ten aanzien van de groei van Enschede naar 170.000 inwoners; en, - de autonome opgave op basis van bestaand beleid en de opgaven uit de transities, zoals bijvoorbeeld op het gebied van klimaatadaptatie. Behoefte aan prioritering Op basis van de beleidsinventarisatie is te concluderen dat beleid ‘stapelt’ in de binnenstad van Enschede, langs hoofdverbindingen en op de topwerklocaties. Dit levert nu nog geen problemen op, maar het prioriteert ook niet en daarmee lijkt alles even belangrijk.
De ambitie voor groei, en de daarbij behorende ruimteclaim, moet een plek krijgen, want het is de verwachting dat er wél conflicten ten aanzien van de beschikbare ruimte gaan ontstaan als het gaat om uitleg- of inbreidingslocaties in en om de stad. Met oog op de strategische opgaven is de verwachting dat woningbouw, met bedrijventerrein en de energie- en klimaatopgave om voorrang gaan strijden. Bestaande kwaliteiten van de gebieden moeten het uitgangspunt vormen om te prioriteren, maar in het centrum en op toplocaties ligt ook een opgave voor een schaalsprong. Daarbij is soms een transformatie van bestaande milieus noodzakelijk.
13 | 23
Witteveen+Bos | 127683/22-017.618 I Definitief 02
Functiemenging Een oplossing voor de grote ruimtevraag is functiemenging. Het mengen van functies geeft vaak voordelen, met name in de buurt van stations. Dit heeft echter ook weer consequenties voor mogelijke milieucategorieën en de mobiliteitsvraag. Daarnaast vertaalt de marktvraag naar wonen of werken zich niet automatisch in functiemenging. In de verkenningen (zie hoofdstuk 5) worden verschillende gradaties van verdichting en functiemenging toegepast, op zoek naar een balans die optimaal is voor Enschede. In de verkenningen wordt ook rekening gehouden met de hoeveelheid ruimte voor autonome doorontwikkeling van wijken (klimaatopgave, sociale vraagstukken) en landelijk gebied (uitvoering visie landelijk gebied).
4.3
Grensoverschrijdende opgaven en ambities
Ondanks dat een omgevingsvisie alleen gaat over het eigen grondgebied, zijn veel opgaven grensoverschrijdend. Daarom kan de gemeente Enschede de uitdagingen alleen samen met buurgemeenten en economische centra in de Euregio aan gaan. Daarom zoekt zij afstemming met omliggende gemeenten, de provincie, de Euregio en het Rijk. De rol van de gemeente in de ruimtelijke ontwikkeling van de stad is afgelopen jaren veranderd. De inzet van actieve grondpolitiek, waarbij de gemeente als eigenaar van de grond ontwikkelingen in gang kan zetten, is sterk verminderd terwijl de rol van partners in de ontwikkeling van de stad veel groter is geworden. Op basis van de verstedelijkingsstrategie moet de gemeente opnieuw bepalen welke rol zij als gemeente wil spelen. Met de invoering van de Omgevingswet verschuift straks de rol van de gemeente: in het algemeen trekt de overheid zich terug en faciliteert, de verantwoordelijkheid en de zeggenschap wordt teruggegeven aan de gemeenschap. In specifieke gevallen zal de overheid juist in bepaalde gebieden of bij complexe opgaven de regie nemen. Dit biedt kansen om de creativiteit van bewoners en ondernemers in te zetten voor het ontwikkelen van een prettige, veilige leefomgeving. De energie die nu vooral gericht is op reguleren en toetsen, kan ingezet worden voor creatie. De gemeente kan zich als partner, meedenker en adviseur gaan opstellen.
In fase 4 van het proces om tot de omgevingsvisie te komen (zie paragraaf 3.1), onderzoekt de gemeente welke rol zij wil spelen in welke situatie.
14 | 23
Witteveen+Bos | 127683/22-017.618 I Definitief 02
5 VERKENNINGEN VOOR DE OMGEVINGSVISIE In dit hoofdstuk staat beschreven welke verkenningen de gemeente Enschede gebruikt om tot haar omgevingsvisie te komen. Dit hoofdstuk is een samenvatting van het document “de Ruimtelijke Toekomstverkenningen - Bouwsteen omgevingsvisie Enschede”, waarin deze verkenningen en de ruimtelijke gevolgen daarvan uitgebreid worden toegelicht. Dit hoofdstuk in de NRD licht kort toe wat verkenningen zijn (5.1), hoe ze tot stand zijn gekomen (5.2) en ten slotte welke vier verkenningen gebruikt worden (0).
5.1
Wat zijn verkenningen?
Op basis van de opgaven en ruimtelijke ambities zijn vier verschillende verkenningen voor Enschede geformuleerd. Elke verkenning laat een toekomstig Enschede zien waarin het dagelijks leven in de stad, de dorpen en het buitengebied en de inrichting anders is. De verkenningen zijn een hulpmiddel om over de toekomst in gesprek te gaan en de effecten op onder andere klimaatbestendigheid, gezondheid of bereikbaarheid te onderzoeken. De verkenningen vervullen de rol van alternatieven in het OER. De verkenningen zijn dus een middel om een tweetal doelen te bereiken: - inzicht vergroten in de gevolgen van ruimtelijke keuzes en nieuwe toekomstbeelden, wanneer de opgaves op verschillende plekken en in verschillende wijzen worden gerealiseerd; - faciliteren van de dialoog met beleidsmakers en stakeholders uit verschillende domeinen door de stedenbouwkundige vertaling om zo uiteenlopende verwachtingen en wensen ten aanzien van de ruimte over de toekomst bespreekbaar te maken.
5.2
Hoe zijn de verkenningen geformuleerd?
Om een optimale invulling van de leefomgeving in Enschede te realiseren, wil de gemeente nadrukkelijk integraal naar de toekomst kijken. Integraal kijken betekent niet alleen het samenbrengen van de sectorale opgaven, het betekent ook ontwerpen van ruimtelijke stadsbeelden als vorm van onderzoek. Het ontwerp van toekomstige stadsbeelden gaat meer in op de vraag waar een ontwikkeling plaats kan vinden en in welke context. Plek en context maken dat het ontwerp er verschillend uit kan zien. Ontwerpend onderzoek is daarom als middel gebruikt om nieuwe oplossingen te vinden. Om tot een integrale blik te komen, is geschetst hoe Enschede er uit kan zien als bepaalde elementen op verschillende plekken (waar) en op een verschillende manier (hoe) ontwikkeld worden. Deze schetsen zijn opgebouwd aan de hand van stedelijke patronen die in Enschede aanwezig zijn. Door deze patronen extreem aan te zetten en daarop voort te bouwen zijn vier sterk van elkaar verschillende verkenningen ontstaan, die men kan zien als vier ‘brillen’ die je kunt opzetten om richting te bepalen. Ze maken inzichtelijk wat de effecten zijn van specifieke ruimtelijke keuzes, maar zijn nadrukkelijk niet bedoeld als keuzemodel.
15 | 23
Witteveen+Bos | 127683/22-017.618 I Definitief 02
5.3
Vier verkenningen van Enschede
Voor de omgevingsvisie zijn vier verkenningen geformuleerd: Radialenstad, Uitbreidende Stad, Bronpuntenstad en Internationale Corridorstad. De vier verkenningen zijn verschillend, maar hebben drie dezelfde uitgangspunten: 1 het ruimtelijke verhaal van de stad en de structuur die daardoor is ontstaan; 2 de groei van Enschede naar 170.000 inwoners en de daar bijbehorende ruimtevraag; 3 de ruimtelijke ambities die de gemeente gesteld heeft. Radialenstad De huidige manier van ontwikkelen van de stad is grotendeels gebaseerd op groei vanuit het hart van Enschede. De groei wordt geconcentreerd in en rond de binnenstad, en op een aantal andere plekken in het binnensingelgebied. Verder spelen de radialen een belangrijke rol. Langs de uitvalswegen vindt verstedelijking plaats. Denk hierbij aan de ontwikkelingen langs de Zuiderval of de nieuwe appartementen en kennisbedrijven die de afgelopen jaren langs de Hengelosestraat zijn gebouwd. Deze verkenning (zie Afbeelding 5.1) kijkt hoe de stad eruit ziet als deze ruimtelijke ontwikkeling aanhoudt. Waar kan de groei naar 170.000 inwoners worden opgevangen, en wat betekent dit bijvoorbeeld voor mobiliteit en het landelijk gebied?
Afbeelding 5.1 Concept-schets verkenning Radialenstad
Uitbreidende stad Stadsuitbreidingen zijn van alle tijden. In het verleden is Enschede planmatig uitgebreid, maar de afgelopen 25 jaar is er terughoudender met uitbreidingen omgegaan. Alleen als er geen ruimte in de stad was, is gebouwd in landelijk gebied. De roep om uitbreiding wordt echter steeds groter. Hier worden ook vaak
16 | 23
Witteveen+Bos | 127683/22-017.618 I Definitief 02
concrete locaties aan gekoppeld. Niet alleen voor wonen en werken wordt buiten de stad gekeken, maar ook voor infrastructuur om de bestaande wegen te ontlasten. Wat gebeurt er als alle ruimte voor de groei buiten de stad gezocht wordt? Deze verkenning laat zien hoe dit eruit ziet, zie afbeelding 5.2. Afbeelding 5.2 Concept-schets verkenning Uitbreidende stad
17 | 23
Witteveen+Bos | 127683/22-017.618 I Definitief 02
Afbeelding 5.3 Concept-schets verkenning Bronpuntenstad
Bronpuntenstad Bestaande wijken in Enschede worden, lijkt het, opnieuw ontdekt en gewaardeerd. Zo ontstaan nieuwe, decentrale centrumgebieden, naast het bestaande hart van de stad. Hierdoor neemt de druk op de binnenstad af en ontstaat tegelijkertijd een nieuwe stedelijke laag. Op deze nieuwe bronpunten kan een mix toegevoegd worden van extra wonen, werken, voorzieningen en groen. Deze ontwikkeling zorgt voor goede bereikbaarheid van werk en voorzieningen voor iedereen. Het spreiden van stedelijke druk via meerdere stedelijke knooppunten wordt vaak 10-minutenstad genoemd. Voorzieningen en werk zijn voor iedereen binnen 10 minuten fietsen te bereiken. Naast de voordelen hiervan, is er ook een noodzaak, want niet alle wijken ontwikkelen zich positief. Enschede onderzoekt de problemen en kansen via de Stedelijke Investeringsagenda (SIA). Deze verkenning (zie afbeelding 5.3) kijkt wat er gebeurt als alle groei in de bestaande wijken en dorpen wordt gerealiseerd. Waar ontstaan dan nieuwe centrumgebieden? Internationale Corridorstad Landelijk is er veel aandacht voor stationsomgevingen. Het Rijk investeert veel geld in deze gebieden, waar wonen en werken worden gecombineerd. In Enschede wordt de potentie van de bestaande stationsomgevingen nog niet ten volle benut. In het project Spoorzone Hengelo Enschede (SHE) wordt nu de mogelijkheid verkend om te verdichten langs het spoor.
In dit project werkt de gemeente samen met de provincie, het Rijk en Hengelo. In deze toekomstverkenning wordt SHE als uitgangspunt genomen en wordt bekeken hoe de toekomst van Enschede eruit ziet als alle groei wordt gebundeld langs het spoor. Deze verkenning (afbeelding 5.4) bekijkt de kansen die een dergelijke concentratie biedt, maar ook wat de focus op deze oost-west verbinding zou betekenen voor de rest van de stad.
18 | 23
Witteveen+Bos | 127683/22-017.618 I Definitief 02
Afbeelding 5.4 Concept-schets verkenning Internationale Corridorstad
Het OER vergelijkt OER de effecten van deze verkenningen op onder andere het milieu, sociale cohesie en gezondheid met de situatie waarin geen verandering in de ruimtelijke inrichting van Enschede plaatsvindt. Het volgende hoofdstuk beschrijft de methode waarmee die effecten bepaald worden.
19 | 23
Witteveen+Bos | 127683/22-017.618 I Definitief 02
6 EFFECTENONDERZOEK EN BEOORDELINGSKADER Dit hoofdstuk beschrijft het beoordelingskader (6.1) en de wijze van beoordelen (6.2) van de verkenningen voor de omgevingsvisie Enschede.
6.1
Beoordelingskader
Voor het planMER bij de nationale omgevingsvisie (NOVI) is het zogenaamde ‘Rad van de Leefomgeving’ ontwikkeld. Dit Rad vormt het vertrekpunt voor het beoordelingskader in het OER voor de Omgevingsvisie van Enschede. Hiermee wordt tegemoet gekomen aan de vraag naar landelijke consistentie en herkenbaarheid van de beoordelingssystematiek. In de systematiek van de NOVI is onderscheid gemaakt naar vier clusters van aspecten van de leefomgeving: - een goede omgevingskwaliteit; - een veilige en gezonde leefomgeving; - een aantrekkelijke woonomgeving; - een vitale, economische omgeving. Rad van de Leefomgeving en de nationale omgevingsvisie (NOVI) Het Rad van de Leefomgeving volgt de brede en integrale benadering van de Omgevingswet, die ook in de NOVI tot uitdrukking komt. In het PlanMER bij de NOVI wordt de indeling van de vier clusters gehanteerd als hoofdstructuur voor het beschouwen van effecten (HaskoningDHV Nederland B.V, 2019). In de kern van het ‘Rad’ staat de doelstelling van de Omgevingswet centraal: het beschermen van de fysieke leefomgeving en het vervullen van maatschappelijke behoeften. In het Rad is dit uitgewerkt naar vier clusters van aspecten van de fysieke leefomgeving. Beschermen van de fysieke leefomgeving heeft betrekking op een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en goede omgevingskwaliteit.
Het vervullen van maatschappelijke behoeften omvat twee clusters: Woonomgeving en Economische omgeving.
Afbeelding 6.1 Rad van de Leefomgeving (HaskoningDHV Nederland B.V, 2019)
20 | 23
Witteveen+Bos | 127683/22-017.618 I Definitief 02
Het beoordelingskader voor Enschede is afgeleid van het Rad van de Leefomgeving uit de NOVI en is verder geschikt gemaakt voor de specifieke Enschedese situatie met het oog op de strategische opgaven van Enschede (zie 4.1): 1 Inclusief Enschede; 2 Groen en duurzaam Enschede; 3 Aantrekkelijk Enschede; 4 Open Enschede. Het beoordelingskader voor het OER is opgebouwd out clusters en aspecten die overeenkomen met het Rad van de Leefomgeving. Het OER beoordeeld de verkenningen per cluster en aspect. Het OER werkt aspecten en bijbehorende indicatoren uit naar parameters. De indicatoren worden gebruikt om effecten te beschrijven. Samen zeggen de indicatoren iets over een overkoepelend aspect. Meetbare en toetsbare parameters zijn de uitwerking van de indicatoren. Met de parameters wordt de kwalitatieve en (semi-) kwantitatieve effectbeoordeling van de (ontwerp) Omgevingsvisie uitgevoerd. Ook worden de parameters zoveel mogelijk gebruikt in het nog op te stellen (kwantitatieve) monitorings- en evaluatieplan van de Omgevingsvisie. Tabel 6.1 toont het voorgestelde beoordelingskader.
Tabel 6.1 Beoordelingskader OER Omgevingsvisie Enschede Cluster
Aspect
Indicator
goede omgevingskwaliteit
bodem en water
bodem en ondergrond grondwater oppervlaktewater
natuur
biodiversiteit beschermde natuurgebieden ecologische hotspots ecologische verbondenheid
landschap en openbare ruimte
waardevolle landschappen (groen blauwe ruimte, exclusief reguliere landbouw) openbare ruimte en groen in de stad cultureel erfgoed en archeologie
veilige en gezonde fysieke leefomgeving
milieukwaliteit en gezondheid
milieugezondheidsrisico (MGR)1 geur en trillingen licht gezond gedrag
veiligheidsrisico’s
externe veiligheid overstromingen verkeersveiligheid
klimaat
emissie en vastlegging broeikasgassen hitte en droogte wateroverlast
aantrekkelijke woonomgeving
wonen en woonomgeving
woning (-bouwlocaties) voorzieningen recreatie
1
Geluidhinder en luchtkwaliteit zijn onderdeel van de MGR.
21 | 23
Witteveen+Bos | 127683/22-017.618 I Definitief 02
Cluster
Aspect
Indicator
welzijn
kansengelijkheid sociale samenhang sociale veiligheid
vitale, economische omgeving
natuurlijke hulpbronnen
drinkwater minerale en fossiele hulpbronnen circulariteit (grondstoffengebruik)
economische vitaliteit
werkgelegenheid aantrekkelijk vestigingsklimaat
ruimtelijk economische structuur
mobiliteit en bereikbaarheid energienetwerk en energieneutraliteit digitaal netwerk vestigingslocaties
6.2
Wijze van beoordelen
Het OER beschrijft de huidige situatie van Enschede (Staat van de Leefomgeving) voor het peiljaar 2021. Waar geen informatie beschikbaar is over 2021 wordt de meest recente data gebruikt of een kwalitatieve beschrijving gegeven. Er wordt geen hard zichtjaar aan de Omgevingsvisie gebonden, maar grofweg gericht op 2050. Daarom is dit ook het zichtjaar voor de referentiesituatie en de verkenningen. Het plangebied voor de Omgevingsvisie omvat de hele gemeente Enschede. Het studiegebied voor het effectonderzoek betreft de regio Twente en de aangrenzende Duitse regio, tot zover er nog sprake is van te verwachten significante effecten als gevolg van de Omgevingsvisie. De beoordeling van de referentiesituatie en de verkenningen maakt gebruik van de beoordelingsschaal uit tabel 6.2. Voor de beoordeling van de verkenningen wordt in aanvulling daarop ook een specifieke beoordeling van kansen en risico’s gegeven aan de hand van de beoordelingsschaal in tabel 6.3. Huidige situatie en autonome ontwikkeling Per criterium wordt de huidige situatie (2021) én de autonome ontwikkeling (circa 2050) van Enschede beoordeeld op basis van de beoordelingsschaal in tabel 6.2. Bij de waardering wordt bekeken of gemeentelijke ambities worden gehaald en wat knelpunten zijn. Deze uitwerking en beoordeling van de staat van de leefomgeving vormt hiermee een ‘nulmeting’ voor de beoordeling van de verkenningen.
Tabel 6.2 Beoordelingsschaal van de staat van de leefomgeving Score
Waardering de staat is overal goed, er zijn geen knelpunten (ambities worden overal gehaald) de staat is overwegend goed, lokaal zijn er wel wat knelpunten (ambities worden grotendeel gehaald) de staat is redelijk, verspreid zijn er knelpunten (ambities worden vaak wel, soms niet gehaald) de staat is matig, er zijn redelijk wat knelpunten (ambities worden soms gehaald) de staat is overal slecht, er zijn overal knelpunten (ambities worden nergens gehaald)
22 | 23
Witteveen+Bos | 127683/22-017.618 I Definitief 02
Uitwerking en beoordeling verkenningen De effecten van de verkenningen op de kwaliteit van de leefomgeving zijn vanwege het abstractieniveau van de nieuwe Omgevingsvisie en de lange termijn waarover ze plaatsvinden behoorlijk onzeker. Daarom wordt in de effectbeoordeling door middel van kansen en risico’s per verkenning de bandbreedte van de effecten aangegeven. Zo wordt duidelijk wat de voor- en nadelen van de verkenningen zijn en wat de randvoorwaarden, aandachtspunten en kansen zijn voor de diverse verkenningen voor de nieuwe Omgevingsvisie. Daarom gebruikt het OER voor de effecten van de verkenningen twee schalen gebruikt. De eerste beoordeling van de effecten van de verkenningen geeft weer hoe de staat van Enschede is na het realiseren van de verkenningen. Hiervoor wordt dezelfde schaal gebruikt als de beoordelingsschaal van de huidige situatie (tabel 6.2). Daarnaast wordt middels pijlen indicatief aangegeven welke kansen en risico’s bij die verkenningen horen (tabel 6.3).
Tabel 6.3 Beoordelingsschaal kansen en risico’s Score
Betekenis groene pijl
Betekenis rode pijl
kleine kans
klein risico
gemiddelde kans
gemiddeld risico
grote kans / veel kansen
groot risico / veel risico’s
Voorbeeld van de beoordeling Een overzicht van de effectbeoordeling kan er dan uit zien als de beoordeling van het aspect ‘voorbeeld’ in tabel 6.4. De staat van ‘voorbeeld’ is in de huidige situatie in Enschede redelijk. De gemeentelijke ambities worden vaak wel, maar soms niet gehaald. Verspreid zijn er wat knelpunten. Onder invloed van autonome ontwikkelingen verslechtert ‘voorbeeld’ tot een matige staat waarin redelijk wat knelpunten zijn (in circa 2050). Het effect van de verkenning is positief: met de realisatie van de verkenning worden de ambities van Enschede grotendeels gehaald en wordt de staat van ‘voorbeeld’ overwegend goed. Vanwege de lange periode tot 2050 hoort bij die beoordeling een bandbreedte waarbij onzekerheden in overweging worden genomen. Bij deze verkenning zijn er ten aanzien van ‘voorbeeld’ veel kansen maar ook een klein risico, zoals aangegeven door de pijlen.
Tabel 6.4 Voorbeeld samenvatting Aspect
Huidige situatie
Autonome situatie
‘Voorbeeld’
23 | 23
Witteveen+Bos | 127683/22-017.618 I Definitief 02
Verkenning
Kansen
Risico’s
Bijlage(n)
I BIJLAGE: BEGRIPPEN- EN AFKORTINGENLIJST Tabel I.1 Begrippen- en afkortingenlijst Afkorting
Uitleg
alternatief
een oplossing voor het behalen van doelstellingen en ambities. De verkenningen vormen in dit OER de alternatieven
autonome ontwikkeling
ontwikkelingen die - ongeacht het gekozen alternatief - doorgaan vinden. Dit kunnen bijvoorbeeld toekomstige ruimtelijke of infrastructurele ontwikkelingen zijn, waarvoor een (ontwerp) besluit beschikbaar is. Maar het kunnen ook algemene trends en ontwikkelingen zijn zoals verandering in bevolkingssamenstelling of klimaat
kwalitatief onderzoek
onderzoek naar opvattingen, meningen, gedragingen en gevoelens van personen over een duidelijk omschreven onderwerp. Men hanteert daarbij kwalitatieve methoden, zoals interview, (participerende) observatie, gespreksgroep en Delphi-methode
kwantitatief onderzoek
onderzoek waarbij de parameters in getallen worden uitgedrukt. Dit type onderzoek is vooral gericht op het toetsen van hypothesen
m.e.r.
milieueffectrapportage (proces) - het in beeld brengen van de milieugevolgen van een besluit voordat het besluit wordt genomen. De onderzoeksresultaten worden gepubliceerd in het milieueffectrapport (MER)
MER
milieueffectrapport (het rapport): een beschrijving en beoordeling van milieueffecten die ingaan op reële verkenningen voor de beoogde ontwikkelingen die vanuit het oogpunt van milieu onderscheidend zijn
NRD
notitie Reikwijdte en Detailniveau - geeft aan welke verkenningen de gemeente onderzoekt en welke criteria en methodes de onderzoekers gebruiken om effecten in beeld te brengen
o.e.r.
omgevingseffectrapportage (proces) - het in beeld brengen van de omgevingsgevolgen van een besluit voordat het besluit wordt genomen. De onderzoeksresultaten worden gepubliceerd in het omgevingseffectrapport (OER)
OER
omgevingseffectrapport (het product) - een beschrijving en beoordeling van omgevingseffecten die ingaan op reële verkenningen voor de beoogde ontwikkelingen die vanuit het oogpunt van milieu onderscheidend zijn
omgevingsplan
het omgevingsplan bevat alle regels over de fysieke leefomgeving die de gemeente stelt binnen haar grondgebied. Per gemeente is er 1 omgevingsplan
Omgevingsvisie
Rijk, provincies en gemeenten stellen ieder een Omgevingsvisie op een strategische visie voor de lange termijn voor de gehele fysieke leefomgeving. De Omgevingsvisie heeft betrekking op alle terreinen van de leefomgeving. Een Omgevingsvisie gaat in op de samenhang tussen ruimte, water, milieu, natuur, landschap, verkeer en vervoer, infrastructuur en cultureel erfgoed
verkenning
gezichtspunt van waaruit naar de toekomst van Enschede wordt gekeken. In het OER wordt een verkenning als alternatief beoordeeld.
Witteveen+Bos | 127683/22-017.618 | Bijlage I | Definitief 02
www.witteveenbos.com