Nota zienswijzen Leuriks Oost anoniem
Tekst van het document
De bestemming geeft de gebruiks- en bebouwingsmogelijkheden aan van de betreffende gronden. De bestemming “Groen” wordt inderdaad vaak gebruikt voor openbare gronden. Openbare gronden kunnen ook ‘groen’ worden ingericht en gebruikt. Reclamant geeft geen nadere onderbouwing van hetgeen hij als passend gebruik ziet binnen de
kinderen, loslopende honden etc. Het aanleggen van wandelpaden doet hier niets aan af. Mensen zullen zich niet vanzelfsprekend aan deze paden houden.
bestemming “Groen”. Het gebruik van gronden door spelende kinderen en loslopende honden wordt ruimtelijk gezien als passend binnen de bestemming “Groen”. De gronden met de bestemming “Groen” in het plangebied hebben dezelfde bestemming als die nu geldt. Ook het perceel van reclamant heeft de bestemming “Groen” in het vigerende bestemmingsplan waarbinnen fiets- en wandelpaden, speelvoorzieningen en straatmeubilair is toegestaan. De beoogde bestemming “Groen” in het plangebied sluit daarom goed aan bij de vigerende bestemming en het toekomstige gebruik.
4.5
Reclamant geeft verder aan dat zijn punt onder 4.4 tot gevolg heeft dat ook zijn eigen perceel ‘vanzelf’ openbaar gebied wordt. Er is geen fysieke afscheiding aanwezig tussen het door de gemeente beoogde groengebied, met zijn discutabele invulling, en het perceel van reclamant. Reclamant maakt bezwaar tegen het ongewenste gemeenschappelijke gebruik van zijn perceel. Er wordt door de gemeente niet aangegeven hoe dit gemeenschappelijke gebruik voorkomen denkt te worden.
Wij zullen de opmerking van reclamant meenemen bij de verdere uitwerking van de concrete inrichting. Daarnaast kan aangegeven worden dat er in het bosperceel dat direct grenst aan de gronden van reclamant geen wandelpaden aangelegd zullen worden om mogelijke verstoring zoveel mogelijk te voorkomen. Dit vanwege de aanwezigheid van een buizerdnest in het oostelijk gelegen bosperceel. Het staat reclamant natuurlijk wel vrij om op zijn eigen terrein een afscheiding aan te brengen. We zijn bereid hierover met reclamant in overleg te treden.
4.6
Reclamant geeft aan dat het uitvoeren van het bestemmingsplan zal leiden tot het verdwijnen van al het thans aanwezige wild in het gebied. Dat zal ook gelden voor het perceel van reclamant omdat deze dan door vier zijden wordt omgeven door intensieve menselijke activiteiten.
De stelling van reclamant dat al het wild zal verdwijnen wordt niet gemotiveerd. Uit de uitgevoerde onderzoeken van Natuurbank Overijssel blijkt dat geen negatieve effecten op (strikt) beschermde soorten zijn te verwachten, mits rekening wordt gehouden met het buizerdnest en de kamsalamander. De aanwezige beschermde soorten zullen conform de Wet Natuurbescherming op een passende wijze worden ingepast. Er zullen maatregelen getroffen worden om hun habitat te beschermen. Er is geen sprake van intensief gebruik van de ‘groene’ gronden rondom het
perceel van reclamant. Er zullen geen paden aangelegd worden in dat deel van het plangebied. 4.7
Reclamant stelt dat aan de huidige groene invulling van de bestemming geen ecologische invulling gegeven zal kunnen worden. Een rapportage van de effecten in de breedte zin van het woord, van de realisatie van het door de gemeente voorgestelde plan, ontbreekt. Reclamant verzoekt dat er alsnog een dergelijke rapportage wordt opgesteld.
4.8
Reclamant geeft aan dat voor de berekening van de uitstoot (Stikstof en stikstofoxiden) voor zowel de aanleg als de permanente fase daarna, wordt verwezen naar het Aerius-systeem. Aan dit Aeriusmodel rammelt nogal wat. Reclamant doelt hierbij op het beleid en de uitleg van de getallen door de overheid, die voortkomen uit dit systeem, kenmerken zich door een aanéénschakeling van rechtsongelijkheid, niet onderbouwde en verkeerde aannames en onbewezen modelberekeningen. De kader van de juridische houdbaarheid van het Aerius-systeem zijn bepaald nog niet afgebakend, zoals blijkt uit recente uitspraken van de Raad van State en de (voorzieningen) rechter van Noord Nederland.
De stelling dat aan de huidige groene invulling van de bestemming geen ecologische invulling zal kunnen worden gegeven wordt niet verder gemotiveerd. Daarnaast blijft voor de betreffende gronden de bestemming “Groen” gehandhaafd. In algemene zin geldt dat de mogelijk relevante effecten van het plan in de volle breedte zijn onderzocht, zoals beschreven in de plantoelichting. De plantoelichting wordt ondersteund met diverse onderzoekrapportages. Ook is er een notitie ten behoeve van de vormvrije m.e.r.-beoordeling opgesteld waarin is beschreven of er mogelijk belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu te verwachten zijn als gevolg van het plan (zie bijlage 2 van de plantoelichting). Daarbij is ingegaan op allerlei aspecten, waaronder natuur. De gronden van reclamant worden niet verder onderbouwd. De zienswijze maakt niet duidelijk waarom Aerius niet gebruikt kan worden voor onderhavig plan. Er is slechts in algemene zin aangegeven dat Aerius ‘rammelt’. Ook wordt verwezen naar recente uitspraken zonder deze concreet te noemen. Hierdoor is onvoldoende duidelijk gemaakt op welke punten de Aerius-berekening voor het onderhavige plan niet voldoet. Aerius is het wettelijke rekenmodel waarmee stikstofberekeningen moeten worden uitgevoerd. Recente uitspraken hebben daarin geen verandering gebracht.
Wel zijn er recente uitspraken die kanttekeningen bij het gebruik van Aerius hebben geplaats. De meest recente uitspraken die landelijk aandacht hebben gekregen en
waarop in deze zienswijze waarschijnlijk wordt gedoeld zijn: - Logtsebaan, Raad van State, d.d. 20 januari 2021 (Uitspraak 201907146/1/R2) - Tracébesluit viA15, Raad van State, d.d.20 januari 2021 (Uitspraak 201702813/1/R3) - Veehouderij bij Lauwersmeer, Rechtbank Noord Nederland, d.d. 11 maart 2021 (Uitspraak ECLI:NL:RBNNE:2021:810) De uitspraak inzake de Logtsebaan heeft betrekking op intern salderen en de intrekking van natuurvergunningen. Beide zijn niet relevant voor onderhavig plan. Er is geen gebruik gemaakt van intern salderen en er is geen sprake van het intrekken van een natuurvergunning. De uitspaak inzake het tracébesluit ViA15 heeft betrekking op verkeerseffecten buiten vijf kilometer. Verkeer moet in een Aerius-berekening worden meegenomen totdat het is opgenomen in het heersende verkeersbeeld. Voor onderhavig plan is dit zodra het verkeer de Oostweg bereikt. De gehele in Aerius ingevoerde rijroute ligt binnen 5 km van de Natura 2000-gebieden Aamsveen en Dinkelland. Voor deze voor het plangebied maatgevende gebieden wordt het wegverkeer in de Aerius-berekening meegenomen. De uitspraak inzake de veehouderij bij het Lauwersmeer heeft betrekking op de emissie van veehouderijen. Van de emissie van veehouderijen is in onderhavig plan geen sprake.
De genoemde recente uitspraken zijn niet relevant voor onderhavig plan en hebben geen gevolgen voor de wijze waarop de Aerius-berekening voor onderhavig plan is uitgevoerd. 4.9
Reclamant behoudt zich het recht voor, dit bezwaarschrift aan te vullen, daar waar dit door hem noodzakelijk geacht wordt.
Dit wordt voor kennisgeving aangenomen.
Conclusie: de zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan.
Overzicht van wijzigingen Wijzigingen ten opzichte van het ontwerp bestemmingsplan en het exploitatieplan zoals dat van 25 februari 2021 tot en met 7 april 2021 ter inzage heeft gelegen. Wijzigingen n.a.v. de ingediende zienswijzen De ingediende zienswijzen hebben geleid tot aanpassing van het bestemmingsplanplan: Wijziging toelichting: In de toelichting is de verwijzing naar het oude, niet meer geldende, beleid m.b.t. wonen (Woonvisie 2025) verwijderd onder hoofdstuk 2.3. Er is een verwijzing naar de geldende woonvisie in hoofdstuk 4.3 opgenomen. Wijziging regels: De nummering binnen artikel 5 van de regels was niet geheel juist en is aangepast. Ambtshalve wijzigingen Wijziging toelichting bestemmingsplan: Tijdens het onderhavige bestemmingsplanproces heeft er een actualisatie van de Laddertoets plaatsgevonden voor Leuriks Oost. De geactualiseerde Laddertoets is, ter vervanging van de vorige versie, aan de bijlagen (bijlage 16) behorende bij de toelichting toegevoegd. Tijdens de onderhavige bestemmingsplanprocedure heeft er een nader ecologisch onderzoek plaatsgevonden ten aanzien van de kamsalamander. Dit heeft pas onlangs kunnen plaatsvinden omdat er voldaan dient te worden aan de voorwaarden m.b.t. tot natuur in de Wet natuurbescherming (dit onderzoek mag enkel in bepaalde periode van het jaar worden uitgevoerd).
De conclusies van het nadere onderzoek zijn verwerkt in de toelichting onder hoofdstuk 5.3.2 en hebben niet geleid tot wijziging van de regels en/of de verbeelding van het bestemmingsplan. Het nadere onderzoek naar de kamsalamander is als bijlage 17 opgenomen bij de toelichting van het bestemmingsplan. De provincie Overijssel heeft laat weten akkoord te gaan met het bestemmingsplan en dat het past binnen het provinciaal ruimtelijk beleid. Dit is toegevoegd aan de toelichting onder hoofdstuk 1.5. Wijziging regels bestemmingsplan: Langs de Oostweg is een gasleiding aanwezig. Bijna het gehele tracé is opgenomen middels een dubbelbestemming in het geldende bestemmingsplan “Eschmarke Zuidwest”. Er is geconstateerd dat er een klein stukje van het leidingtracé binnen het plangebied (oostzijde) van Leuriks Oost 2020 valt. Voor dat gedeelte zullen wij de dubbelbestemming Leiding -Gas opnemen in de regels en op de verbeelding. Hierbij wordt een belemmeringenzone van 4 meter aan weerszijde van de leiding aangehouden. De regels van deze dubbelbestemming zullen primair gelden ten opzichte van de regels van bestemming waar deze dubbelbestemming mee samenvalt (bestemming “Groen”). Dit heeft geen gevolgen voor de beoogde ontwikkeling van Leuriks Oost. Voor de regels met betrekking tot deze dubbelbestemming wordt verwezen naar artikel 6 van de planregels.
Wijziging verbeelding bestemmingsplan: Op de verbeelding is de gasleiding met bijbehorende beschermingszone van 4 meter aan weerszijde opgenomen als dubbelbestemming Leiding - Gas. Zie onderstaande rode omlijning voor de ligging van de dubbelbestemming op de verbeelding.
Wijziging toelichting exploitatieplan: Er zijn enkele spelfouten, punten, komma’s en verwijzingen naar genummerde bijlagen verbeterd. Wijziging regels exploitatieplan: In artikel 8.1 van de verbodsregels is een wijziging toegevoegd: Het is verboden te handelen in strijd met de regels van dit exploitatieplan tenzij burgemeester en wethouders, met toepassing van artikel 3.8, 5.8 en 7 hebben besloten tot afwijking van een of meer van deze artikelen. Wijziging bijlagen exploitatieplan: De gewijzigde verbeelding van het bestemmingsplan is als bijlage 2 bij het Exploitatieplan opgenomen. De legenda van de Inrichtingskaart (bijlage 7) is gecorrigeerd door een dubbele tekst van de legenda te verwijderen.