Nota Samenvatt. en beantw. zienswijzen.pdf
Tekst van het document
Nota Samenvatting en beantwoording zienswijzen
-
Bestemmingsplan “Voormalige Vliegbasis Twenthe – Midden 2021”
-
Omgevingsvergunning Milieu “Vliegveldweg 345 te Enschede”
-
Verkeersbesluit
Geanonimiseerde versie
Gemeente Enschede
NOTA SAMENVATTING EN BEANTWOORDING ZIENSWIJZEN
Plannaam:
Gecoördineerde besluiten tbv nieuwe natuur, bestaande radarsysteem en terrein voor evenementen en leisure op de voormalige vliegbasis Twenthe, bestaande uit: 1. 2. 3. 4.
Een ontwerp-bestemmingsplan “Voormalige Vliegbasis Twenthe – Midden 2021” (NL.IMRO.0153.R20200008-0002) op grond van de Wet ruimtelijke ordening, in procedure gebrachtdoor de gemeenteraad van de gemeente Enschede; Een ontwerp-omgevingsvergunning voor de activiteit milieu, in procedure gebracht door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Enschede; Een ontwerp-verkeersbesluit voor het realiseren van een fysieke middengeleider op de kruising van de Vliegveldweg en de Oude Deventerweg, in procedure gebracht door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Enschede; Een ontwerp-vergunning op grond van de Wet natuurbescherming, in procedure gebracht door het college van gedeputeerde staten van de provincie Overijssel.
Voor de ontwerp-vergunning op grond van de Wet natuurbescherming is het college van gedeputeerde staten van de provincie Overijssel het bevoegd gezag. Eventuele zienswijzen die hierop betrekking hebben, zijn doorgezonden en maken geen onderdeel uit van deze nota. Met het vaststellen van de besluiten wordt, naast het vastleggen van nieuwe natuur en een bestaande radar van Defensie, een terrein voor evenementen en leisure mogelijk gemaakt. De gecoördineerde besluiten hebben van 3 juni 2021 tot en met 14 juli 2021 voor eenieder ter inzage gelegen. De terinzagelegging van deze besluiten is van tevoren aangekondigd in het plaatselijke huis-aan-huis blad en de Staatscourant. Gedurende de inzagetermijn zijn 7 zienswijzen ingediend. De zienswijzen worden in deze nota samengevat en beantwoord.
Op grond van de Wet bescherming persoonsgegevens is het niet toegestaan om (zonder toestemming) gegevens van natuurlijke personen digitaal beschikbaar te stellen. In versies van deze zienswijzennota die digitaal openbaar beschikbaar gesteld worden zijn daarom de persoonsgegevens geanonimiseerd. Overzicht indieners zienswijzen: Nr. Organisatie 1. Stichting Lonnekerberg (StiL), Stichting Lonneker Land (SLL) en Stichting Natuur en Milieuraad Enschede (NMrE)
Naam
Kenmerk
2. 3.
Groen Beraad Dorpsraad Lonneker
4.
Dassenwerkgroep Twente
DWG210708.01
5. 6. 7.
Landschap Overijssel Coörperative Whitepaper en stichting AMMON
448/UIT/2021
Adres
Inleiding Er wordt uitvoering gegeven aan De opdracht die college heeft meegekregen is het opnemen van een evenemententerrein op de voormalige vliegbasis. Onderhavig plan voorziet hierin. A. Voorgeschiedenis In 2003 heeft het kabinet besloten om de militaire luchtmachtbasis Twenthe te sluiten. Met het daadwerkelijk beëindigen van de functie van de militaire luchtmachtbasis Twenthe op 1 januari 2008 zijn naar schatting 2.500 (directe en indirecte) banen verloren gegaan in Twente. Sinds 2007 werken het Rijk, provincie Overijssel en gemeente Enschede samen aan de gebiedsontwikkeling van de voormalige luchtmachtbasis, en is gezocht naar een invulling van het gebied waarmee een economische en duurzaamheidsimpuls aan de regio zouden kunnen worden gegeven. Deze ambitie is vastgelegd in de structuurvisie ‘Gebiedsontwikkeling Luchthaven Twente e.o. Voor een economisch sterker en duurzamer Twente.' in 2009. In de visie werd voor het plangebied Midden (dat het onderwerp vormt van onderhavig bestemmingsplan) gewezen op de mogelijkheden van leisure, evenementen en innovatieve bedrijvigheid. Met medeneming van economische- en marktontwikkelingen is de ontwikkelingsrichting voor het gebied in de jaren daarna in provinciaal en gemeentelijk beleid verder uitgekristalliseerd.
De ontwikkelingsrichting die zich in het beleid heeft afgetekend, heeft in 2012 geleid tot opneming van de Gebiedsontwikkeling Luchthaven Twente in de Crisis- en herstelwet (Chw) als Gebiedsontwikkeling met nationale uitstraling. De integrale gebiedsontwikkeling bestaat uit de transformatie van de voormalige vliegbasis Twente en de herontwikkeling van de voormalige militaire kampen en bijbehorende gronden (ontwikkeling burgerluchthaven, natuurontwikkeling, leisure, bedrijvigheid, evenementen en woningbouw). Binnen de integrale gebiedsontwikkeling zijn economische ontwikkeling en duurzaamheid van belang, die ook onderdeel zijn geweest van de aanmelding voor de pilot ‘bestemmingsplan met een bredere reikwijdte’ onder de Chw. Duurzaamheid is daarbij integraal opgevat als het toevoegen van waarde aan de gebiedsontwikkeling. Voor het middengebied bestaat dat onder andere uit de toevoeging van natuurgebied aan het Natuurnetwerk Nederland (ruim tweederde van plangebied Midden) dat ook bijdraagt aan het behoud en ontwikkeling van biodiversiteit en de beleefbaarheid van natuur en landschap, en op de evenementenlocatie uit het hergebruik en de inpassing van bestaand vastgoed en behoud van cultuurhistorisch waardevolle elementen.
De grofmazige ambitie uit de structuurvisie uit 2009 en de aanwijzing in de Chw heeft verder invulling gekregen in: - de Ontwikkelvisie 2012; - het advies van de Commissie Wientjes (oktober 2014); - het Evenementenbeleid (november 2014); - de Nota van uitgangspunten Middengebied (20 april 2015); - de Gebiedsgerichte uitwerking van de structuurvisie (november 2016) - het bestemmingsplan ‘Voormalige Vliegbasis Twenthe - Midden’ (maart 2018).
PAS uitspraak Raad van State In de uitspraak van 29 mei 2019 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State aangegeven de programmatische aanpak stikstof (PAS) niet als basis mag worden gebruikt voor toestemming voor activiteiten die extra stikstofuitstoot veroorzaken. Alle vergunningen en plannen in Nederland die op het PAS waren gebaseerd en waartegen beroepszaken liepen, zijn vervolgens vernietigd. Dat gold ook voor het bestemmingsplan ‘Voormalige Vliegbasis Twenthe – Midden’ uit maart 2018. De PAS-uitspraak had tot gevolg dat alsnog een onderzoek (passende beoordeling) moest worden verricht naar de effecten van de stikstofdepositie als gevolg van de activiteiten die in het bestemmingsplan worden toegestaan. In het kader van de passende beoordeling die voor het bestemmingsplan 'Voormalige Vliegbasis Twenthe - Midden 2021' is uitgevoerd, is rekening gehouden met de recente jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak en met de Beleidsregels intern en extern salderen van de provincie Overijssel. Aan de hand van deze kaders is een oplossingsrichting geformuleerd om de op de evenementenlocatie beoogde activiteiten planologisch mogelijk te maken. Ook is op basis van de ervaringen in de afgelopen jaren een gedetailleerder bestemmingsplan opgesteld. B.
Bestemmingsplan Voormalige Vliegbasis Twenthe - Midden 2021 Het voorliggende bestemmingplan ‘Voormalige Vliegbasis Twenthe - Midden 2021” geeft samen met de inmiddels onherroepelijke bestemmingsplannen Noord en Zones invulling aan de gebiedsontwikkeling Luchthaven Twenthe. Uit het milieueffectrapport dat aan de basis ligt van de bestemmingsplannen blijkt dat bij het bepalen van het voorkeursalternatief is gezocht naar een goede balans tussen economie, landschap, natuur en recreatie. Het bestemmingsplan bevat duidelijke algemene kaders, alsmede regels ter bescherming van de belangen van omwonenden, natuurwaarden en cultuur-historische waarden. Deze kaders worden hierna geschetst. Daarbij is aangegeven op welke punten de zienswijzen hebben geleid tot een aanpassing van de planregels. Algemeen De activiteiten op het terrein in zijn algemeenheid ingekaderd door een maximaal aantal bezoekers (evenementen en leisure) van 500.000 per jaar. Binnen de bestemming ‘Cultuur en ontspanning – Leisurepark’ past een scala aan activiteiten. Naast activiteiten die zich richten op het grote publiek en private evenementen, vervult de locatie een belangrijke ondersteunende functie voor economische activiteiten in de regio zoals een locatie voor vakbeurzen, congressen en productpresentaties.
Uit het behoefteonderzoek komt naar voren dat de beoogde activiteiten op de locatie positief bijdragen aan het woon- en leefklimaat van bewoners in de gemeente en de regio en de economie en het ondernemersklimaat door de beoogde invulling worden versterkt. Binnen het plangebied staat het gebruik van bestaande gebouwen en voorzieningen centraal. Het bestemmingsplan laat slechts een beperkte toename van het bouwvolume van maximaal 1,1 ha bruto vloeroppervlak (ten opzichte van ca. 3,8 ha aan bestaand bebouwd oppervlak). Dit betreft dus een beperkt deel van de totale oppervlakte (52 ha) van de evenementenlocatie. De planregels bevatten ook een inperking van de bouwhoogte. Daarmee zijn de bouwmogelijkheden beperkt ten opzichte van het bestemmingsplan uit 2018 dat een aanvullend bouwvolume van 2,4 ha mogelijk maakte.
Omwonenden en milieu De op het terrein toegestane activiteiten mogen plaatsvinden binnen een aantal kaders waarmee geluidbelasting op de omgeving wordt gereguleerd: - Er is een geluidszone-industrie vastgesteld op grond van de Wet geluidhinder. Binnen deze geluidszone bevinden zich geen geluidgevoelige objecten, zoals woningen. Op de grens van de geluidszone is maximaal 50 dB(A)-etmaalwaarde toegestaan. Hierop geldt alleen een uitzondering tijdens de 12 evenementdagen. - In het plangebied is – behoudens tijdens de 12 evenementdagen – maximaal milieucategorie 4.2 toegestaan. Oorspronkelijk was het uitgangspunt om op bepaalde delen van het terrein milieucategorie 5.3 mogelijk te maken, gelet op de lage dichtheid aan gevoelige bestemmingen in de omgeving en gelet op de grote afstand tussen deze bestemmingen en het terrein. De exploitatie van de evenementenlocatie past binnen de maximale milieucategorie 4.2, zodat uit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening ook een beperking tot maximaal deze milieucategorie is opgenomen. - Wat betreft de geluidbelasting tijdens de 12 evenementdagen zijn de belangen van de omwonenden meegewogen. Daarbij is niet alleen de maximaal toegestane geluidbelasting in dB(A) begrensd, maar ook de maximale geluidbelasting in dB(C). De geluidbelasting tijdens deze 12 dagen is aanmerkelijk strikter gereguleerd dan op grond van de Nota Limburg nodig is.
- Het afsteken van vuurwerk is alleen nog toegestaan tijdens de 12 evenementdagen. - Het aantal grootschalige verkoopevenementen is beperkt tot maximaal drie per jaar. Vanuit de omgeving zijn zorgen geuit over automotive-activiteiten op de evenementenlocatie. Zoals hiervoor is toegelicht, kan op de evenementenlocatie een groot scala aan activiteiten plaatsvinden, en dat is in de afgelopen jaren ook het geval geweest. Evenementen met voertuigen met verbrandingsmotoren vormen slechts een zeer beperkt deel daarbinnen. Deze activiteiten worden ingekaderd door de hiervoor genoemde geluidszone en de beperking tot maximaal milieucategorie 4.2, maar worden ook gereguleerd door een verbod op deze activiteiten in het kader van leisure. Daarnaast is het gebruik van quads, crossmotoren en karts met verbrandingsmotor voor recreatieve doeleinden - buiten de 12 evenementdagen - verboden. Deze bepaling legt het amendement, dat in 2018 door gemeenteraad van Enschede is aangenomen, vast. Naar aanleiding van de ingebrachte zienswijzen zijn de activiteiten met voertuigen met verbrandingsmotoren nader afgebakend en is een planregel opgenomen waarin het maximaal aantal uren per jaar per type voertuig (motoren, lichte motorvoertuigen en vrachtwagens) is vastgelegd. Naast de activiteiten op de evenementenlocatie is ook het verkeer van en naar de locatie een aandachtspunt.
In het bestemmingsplan is om die reden vastgelegd dat de geluidbelasting door indirecte hinder op geluidgevoelige gebouwen of op de grens van een geluidgevoelig terrein maximaal 65 dB(A) bedragen.
Cultuurhistorische waarde In het bestemmingsplan zijn ook de cultuurhistorische waarden binnen het plangebied in aanmerking genomen. Het gebied rond de bunkerstrip in Oostkamp is aangewezen met “Waarde-cultuurhistorie”. Binnen deze bestemming geldt een sloop – en aanlegvergunningenstelsel. Ook zijn rondom de bunkerstrip het bouwvlak en de bouwhoogte beperkt zodat de ontwikkelruimte aansluit op de beschermde cultuurhistorische waarde. Ecologie Binnen het plangebied is de afgelopen jaren een groot aantal ecologische onderzoeken verricht en wordt jaarlijks het vóórkomen van beschermde flora en fauna gemonitord. De onderzoeken en monitoringsresultaten hebben geleid tot een aantal kaders waaraan de activiteiten op de evenementenlocatie gebonden zijn. In het voorliggende bestemmingsplan zijn állereerst de kaders die ook reeds in het bestemmingsplan uit 2018 waren opgenomen, overgenomen. - In verband met de in een aantal gebouwen en bomen aanwezige vleermuisverblijfplaatsen en vogelnesten hebben de delen van het plangebied de dubbelbestemming “Ecologie” gekregen. Binnen deze bestemming geldt een sloop – en aanlegvergunningenstelsel. - Met het oog op in de omgeving aanwezige natuurwaarden, is de geluidbelasting op de omgeving tijdens de 12 evenementdagen ook in dB’s en in KHz beperkt.
- In verband met het broedseizoen van vogels mogen de 12 evenementdagen niet plaatsvinden van 15 maart tot 15 mei, en van 15 mei tot 1 juli slechts tweemaal met een beperkte geluidbelasting. In de periode van 1 juli tot 15 juli is het aantal evenementen eveneens beperkt. - Met het oog op de bescherming van natuurwaarden in het Natuurnetwerk Nederland is op dat gebied een kunstlichtinvloed van maximaal 0,5 lux toegestaan. Zoals opgemerkt zijn de mogelijkheden tot het afsteken van vuurwerk beperkt ten opzichte van hetgeen het bestemmingsplan in 2018 mogelijk maakte. Het afsteken van vuurwerk is alleen nog toegestaan tijdens deze 12 evenementdagen. Deze beperking is niet nodig vanuit de ecologische waarden, maar komt daaraan wel ten goede. Verder zijn op de evenementenlocatie twee dassenburchten aangetroffen. Zowel de burchten als de migratieroute van de dassen naar het foerageergebied, worden in het bestemmingsplan beschermd. Naar aanleiding van de zienswijzen wordt voor de dassenburchten in de planregels nu expliciet bepaald dat ter plaatse van de dassenburcht geen evenementen, leisure, bouwwerken en verharding zijn toegestaan. Ook is ter plaatse van de burchten het rooien van bomen en andere begroeiing niet toegestaan. Communicatie Aan de totstandkoming is een zeer uitvoerig voorbereidingstraject voorafgegaan, met een ruime mate aan inbreng van het maatschappelijk veld.
Zo is nader overleg geweest met betrokken partners en partijen, zelfs tot in de tervisielegging van het ontwerpbestemmingsplan in het specifiek ook met partij die zich tegen het vernietigde bestemmingsplan en voorliggende bestemmingsplan heeft verzet. Aanvullend is overleg gevoerd met de Dorpsraad Lonneker, met
omliggende agrarische bedrijven en met het Regieteam. Daarnaast is (wederom) vooroverleg met (vrijwel) dezelfde partijen als het vooroverleg dat gevoerd was voor het bestemmingsplan 2018 (zie bijlage 3 van de toelichting van het bestemmingsplan). Tot slot Het plan voldoet aan geldende wet – en regelgeving en de eisen die daar met het oog op een goede ruimtelijke ordening aan worden gesteld. Ter bescherming van het woon- en leefklimaat en de ecologische waarden in de omgeving is in het bestemmingsplan maatwerk geleverd door specifieke en uitgebreide beperkingen te stellen aan het gebruik van het evenemententerrein. Voor een globaal overzicht van wat planvoornemen behelst wordt verwezen naar de infographic. Bijlagen Bijlage 1. Notitie Tauw d.d. 8 september 2021, kenmerk N001-1277632AIH-V02 Bijlage 2. Weergave verschil geluidszonering 2018 – 2021 Bijlage 3: Overzicht van wijzigingen bestemmingsplan Voormalige Vliegbasis Twenthe - Midden 2021
Samenvatting en beantwoording zienswijzen Nr. 1
1.01
Inhoud zienswijze Participatie Op verzoek van de wethouder is indiener van de zienswijze gevraagd of ze bereid waren om samen met de gemeente een nieuw bestemmingsplan op te stellen. Hiermee is ingestemd. Helaas blijkt dat het college zich niet aan haar afspraken heeft gehouden. In de periode dat de gesprekken ‘on hold’ was gezet, is het bestemmingsplan opgesteld. Deze gang van zaken heeft indiener ook in de naar de gemeente gestuurde brief van 26 april 2021 geschetst. Ook het feit dat de wethouder in andere overleggen aangegeven heeft dat “er goed overleg heeft plaatsgevonden”, terwijl indieners niet betrokken zijn bij de inhoud.
Gemeentelijke reactie
Aanpassing
De stelling van indiener is onterecht. Het is aan de gemeente om de belangen en inbreng van de verschillende partijen af te wegen en tot een besluit te komen.
-
Indiener is meer dan andere partijen betrokken bij de totstandkoming van het bestemmingsplan. De planning is vooraf door de projectleider gedeeld. Indiener had daarmee inzage in de planning van het bestemmingsplan. Indiener is ook de mogelijkheid geboden om tijdens een technische sessie kennis te nemen van het plan. Tevens is indiener in het kader van vooroverleg advies gevraagd. De reactie is meegenomen bij de totstandkoming van het bestemmingsplan. Het rapport vooroverleg is als bijlage bij de toelichting van het bestemmingsplan opgenomen (bijlage 2). Overigens heeft indiener ook een reactie ingediend tegen het vernietigde bestemmingsplan “Voormalig Vliegveld Twenthe – Midden”, vastgesteld in 2018 (bijlage 1, toelichting ontwerpbestemmingsplan). Daarnaast zijn de wettelijke vereisten voortvloeiend uit de Algemene wet bestuursrecht (afdeling 3.4 Awb) en Wet ruimtelijke ordening gevolgd, waarmee indiener ruim de mogelijkheid heeft gekregen om op het plan te reageren, waar indiener getuige van deze zienswijze gebruik van heeft gemaakt. In deze ziet de gemeente dat er geen belangen zijn geschaad en er in ruime zin aandacht is geschonken aan participatie.
1.02
Indiener stelt dat er procedurefouten zijn gemaakt bij de terinzagelegging. De doorlinkfunctie naar de brondocumenten verwijst niet door naar stukken die te maken hebben met de plannen van het vliegveld, maar die van de moskee. De stukken zijn niet op een correcte manier ter inzage gelegd. Dat betekent volgens indiener dat de tervisielegging opnieuw op een wel correcte wijze zal moeten plaatsvinden.
Het plan heeft conform de wettelijke vereisten van 3 juni 2021 tot en met 14 juli 2021 ter inzage gelegen. In de kennisgeving is de link van bronbestanden abusievelijk een spatie opgenomen, waardoor deze verwijst naar een ander bestemmingsplan of een foutmelding verschijnt. Desondanks is de gemeente van mening dat er geen belangen zijn geschaad, omdat: - In de kennisgeving is aangegeven dat het bestemmingsplan digitaal kan worden ingezien met een directe verwijzing naar het plan op de website www.ruimtelijkeplannen.nl. - De bronbestanden bedoeld zijn om het ruimtelijke instrument te ontsluiten. - De bronbestanden zijn ook via de website www.ruimtelijkeplannen.nl (via index manifest per gemeente) beschikbaar, vindbaar en toegankelijk. Hiermee wordt voldaan aan de wettelijke vereisten. - Indiener is niet benadeeld door de verschrijving, omdat zij kennis heeft kunnen nemen van het bestemmingsplan, hetgeen onder meer naar voren komt in de gedetailleerde zienswijze die zij heeft ingediend. - Indiener gedurende de terinzagelegging geen gebruik heeft gemaakt van de mogelijkheid tot stellen van vragen via de wijze die werd geboden in de kennisgeving. - De gecoördineerde ontwerpbesluiten en bijbehorende bestanden ook raadpleegbaar waren via de website van de gemeente https://www.enschede.nl/noord/plannen-projectennoord/technology-base.
Indiener van de zienswijze is door de kennisgeving niet op het verkeerde been gezet. Indiener maakt evenmin aannemelijk dat door de verschrijving in de kennisgeving belangen zijn geschaad.
1.03
Indiener stelt dat de gemeenteraad onjuist is geïnformeerd, omdat in de infographic een onvolledige en onjuiste vergelijking wordt gemaakt met het vernietigde bestemmingsplan uit 2018.
De raad baseert de besluitvorming op de formele besluitdocumenten. Desgewenst kan de raad zich hierover nader laten informeren. De raad brengt het bestemmingsplan pas in procedure als hij zich voldoende geïnformeerd acht. Daargelaten of de infographic inderdaad onjuistheden bevat, behoort deze niet tot de formele besluitdocumenten waarop de raad de besluitvorming baseert. Indiener wijst niet op onjuistheden in de besluitdocumenten en maakt niet aannemelijk dat de beslissing van de raad om het bestemmingsplan in procedure te brengen is gebaseerd op onjuiste informatie.
1.04
Indiener verwijst naar de bijgevoegde zienswijze die zij in 2018 hebben ingediend over de bestemmingsplannen ‘Voormalige vliegbasis Twenthe-Midden’, ‘Twenthe-Noord’ en ‘Twenthe-Zones’ en stellen dat deze stukken integraal onderdeel uitmaken van de zienswijze die zij over het nu voorliggende ontwerp indienen.
De zienswijze uit 2018 is beantwoord in de Nota van beantwoording zienswijzen die in de desbetreffende bestemmingsplanprocedures is opgesteld. Indieners hebben niet aangegeven waarom de toenmalige beantwoording onvolledig of onjuist zou zijn. De verwijzing wordt daarom ter kennisgeving aangenomen.
1.05
Indiener heeft op 6 september 2020 een reactie gegeven op het voornemen van het college om een bestemmingsplan te ontwikkelen (vooroverlegnotitie). Dit was in de verwachting dat daadwerkelijk gesprek over de inhoud van het op te stellen bestemmingsplan zou worden gevoerd. Dit gesprek heeft niet plaatsgevonden en met de ingediende notitie is volgens indiener hoegenaamd niets gedaan.
In de inleiding van deze Nota beantwoording zienswijzen is uitgebreid stilgestaan bij de participatie die bij de voorbereiding van het bestemmingsplan heeft plaatsgevonden. De inspraakmogelijkheden die in dat verband geboden zijn, voldoen aan de eisen die daar in de relevante wet- en regelgeving aan worden gesteld. Het standpunt dat indiener hierover inneemt wordt voor kennisgeving aangenomen.
1.06
Indiener geeft aan dat de zienswijze zich richt op alle gecoördineerde besluiten omdat er zeer veel overlap is. Ondanks de overlap constateert indiener ook dat er hiaten, tegenstrijdigheden en onvolkomenheden zijn bij de verschillende documenten en besluiten. Het is aan bevoegd gezag om e.e.a. met elkaar in overeenstemming te brengen.
Dit standpunt wordt voor kennisgeving aangenomen. Voor zover indiener in haar zienswijze inderdaad wijst op gebreken in het bestemmingsplan of de aanverwante besluiten, wordt in het onderstaande aangegeven tot welke wijzigingen dat heeft geleid. Met deze wijzigingen is geen sprake van hiaten, tegenstrijdigheden of onvolkomenheden.
1.07
Indiener stelt dat het Bedrijventerrein Deventerpoort en het agrarisch gebied aan de noordoostzijde, gelegen aan de Greftenberghoekweg (kadastraal bekend Lonneker AM 842 en Lonneker AM 1436), ten onrechte niet opgenomen zijn in het voorliggende bestemmingsplan. Daarom zou de door de Commissie van Wijzen geadviseerde integraliteit ontbreken en een onvolledig beeld worden verkregen ten aanzien van de milieuaspecten, waaronder geluid, verkeer en stikstof. Indiener verzoekt deze percelen in het bestemmingsplan op te nemen, waarbij wordt verwezen naar de actualiseringsverplichting uit art. 3.1 lid 2 Wro.
Indiener is kennelijk van mening dat de begrenzing van het voorliggende bestemmingsplan in strijd is met een goede ruimtelijke ordening, omdat het bedrijventerrein Deventerpoort en de spottersheuvel daarin niet zijn meegenomen. De raad komt beleidsruimte toe bij het bepalen van de begrenzing van een bestemmingsplan. Die beleidsruimte wordt beperkt door een goede ruimtelijke ordening, in die zin dat de begrenzing niet mag worden vastgesteld als daarmee strijd met een goede ruimtelijke ordening ontstaat. De keuze om de gebieden buiten de planbegrenzing te laten, brengt als zodanig geen risico met zich op ongewenste ruimtelijke effecten. Indiener heeft ook niet aannemelijk gemaakt dat dergelijke ongewenste effecten zich zouden voordoen. Daarom bestaat geen aanleiding voor de conclusie dat in redelijkheid niet tot de huidige planbegrenzing kon worden gekomen. De actualiseringsverplichting staat er, anders dan indieners suggereren, niet aan in de weg dat voor de gebieden verschillende bestemmingsplannen worden vastgesteld, dan wel met een omgevingsvergunningen worden verleend. De gronden ten behoeve van de spottersheuvel zijn niet opgenomen in het
voorliggende bestemmingsplan, omdat bij het opstellen van dit plan aangenomen werd dat de spottersheuvel bij recht gerealiseerd kon worden. Als gevolg is de locatie ten onrechte gebruikt voor stort van vrijkomende grond door werkzaamheden bij Technology Base Voor de herontwikkeling van het Bedrijventerrein Deventerpoort is nog geen planologische regeling vastgesteld, zodat die herontwikkeling momenteel nog niet kan plaatsvinden. Als hiervoor een ruimtelijk besluit in procedure wordt gebracht, dan moeten de gevolgen van de daarin voorziene ruimtelijke ontwikkelingen worden onderzocht en afgewogen, waarbij in lijn met de geldende wet- en regelgeving ook de ruimtelijke effecten van het voorliggende bestemmingsplan betrokken zullen worden. Ditzelfde geldt voor de spottersheuvel, waarbij er voor de goede orde op wordt gewezen dat voor deze locatie reeds een omgevingsvergunning is aangevraagd. Anders dan indiener stelt is dan ook geen sprake van een onvolledig beeld van de milieuaspecten. Ten aanzien van het verkeer is bovendien al wel rekening gehouden met de ontwikkeling van de Deventerpoort, waarbij op basis van kencijfers aannames zijn gedaan over de verkeersaantrekkende werking die dit terrein na de ontwikkeling zal hebben. 1.08
Indiener wijst erop dat de definitie van leisure aangeeft dat het gaat om een permanente voorzieningen ten behoeve van cultuur en ontspanning, vrijetijdsbesteding en/of sport. Daarbij zijn detailhandel, bioscoop, casino en voorzieningen gericht op het gebruik van met verbrandingsmotoren aangedreven voertuigen uitgezonderd. Indiener concludeert hieruit dat het bij leisure niet om activiteiten gaat maar om
De zienswijze geeft aanleiding om de definities te verduidelijken door ze aldus aan te passen: “1.35 Leisure: een permanente commerciële en/of openbare activiteit op of in een permanente voorziening (…)”. De rest van de definitie behoeft geen wijziging.
Artikel “1.35 Leisure: een permanente commerciële en/of openbare activiteit op of in een permanente voorziening (…)”.
“1.41 Permanente voorziening: Een jaarrond aanwezige voorziening op een vaste locatie”. De toevoeging “bestemd voor gebruik voor onbepaalde tijd” is
“1.41 Permanente voorziening: Een jaarrond
1.09
permanente voorzieningen. Een permanente voorziening (artikel 1.41) staat omschreven als een jaarrond aanwezige voorziening op een vaste locatie bestemd voor gebruik voor onbepaalde tijd’. Een plaatsaanduiding van die permanente voorzieningen ontbreekt en daarmee definieert dit begrip onvoldoende, aldus indiener
geschrapt. Het permanente karakter van leisure komt reeds tot uitdrukking in de definitief van Leisure. De vaste locatie is een locatie binnen het VTEterrein. Daarbij kan worden gedacht aan het gebruik van een gebouw of De Strip.
Volgens indiener is het verschil tussen leisure en een evenement als activiteit niet duidelijk, waardoor het lijkt dat rijden met verbrandingsmotoren aangedreven voertuigen iedere dag mogelijk kan zijn onder de noemer van een evenement. Hiervoor is geen permanente voorziening voor nodig, want de baan ligt er feitelijk al, aldus indiener.
Om het verschil tussen leisure en evenementen te verduidelijken, zijn de definities aangepast. Dit wordt toegelicht onder 1.11.
aanwezige voorziening op een vaste locatie”.
De aangepaste definities geven voldoende duidelijk weer wat wordt verstaan onder een evenement en wat onder leisure.
Activiteiten waarbij met verbrandingsmotoren aangedreven voertuigen worden gebruikt (hierna: ´automotive-activiteiten´) zijn in het bestemmingsplan aan specifieke beperkingen gebonden. - In de eerste plaats verbiedt het bestemmingsplan een permanente voorziening voor automotive- activiteiten. De (aangepaste) planregels merken een permanente voorziening immers aan als ´leisure´, terwijl een voorziening die is gericht op het gebruik van met verbrandingsmotoren aangedreven voertuigen in de definitie van ´leisure´ uitdrukkelijk wordt uitgesloten. - In de tweede plaats is in art. 3.4.2 onder a. van de planregels een verbod opgenomen voor het gebruik van quads, crossmotoren en karts met verbrandingsmotor voor recreatieve doeleinden anders dan tijdens de 12 evenementendagen als bedoeld onder 3.4.1 onder e. Deze bepaling verankert het amendement dat in 2018 door gemeenteraad van Enschede is aangenomen in de planregels. - In de derde plaats moet de geluidszone in acht worden genomen als automotive- activiteiten worden georganiseerd. - In de vierde plaats is het aantal uren dat voertuigen met
Artikel 3.4.1 onder f Tijdens evenementen zijn activiteiten toegestaan waarbij gebruik wordt gemaakt van de volgende typen voertuigen met verbrandingsmotoren, met dien verstande dat voor die activiteiten per type voertuig het daarbij aangegeven maximale aantal uren per jaar geldt: - motoren:100 - personenwagens: 200 - vrachtwagens: 100
verbrandingsmotoren bij activiteiten worden gebruikt met het oog op stikstofdepositie beperkt. Naar aanleiding van de zienswijze is ervoor gekozen om het maximale aantal uren dat motoren, personenwagens en vrachtwagens bij activiteiten tijdens evenementen mogen worden gebruikt vast te leggen in de planregels. 1.10
Indiener wijst erop dat het bestemmingsplan ruimte biedt om evenementen elk moment van de dag toe te staan en geen eindtijden voorschrijft.
Aan de organisatie van evenementen zijn in het bestemmingsplan specifieke beperkingen en randvoorwaarden verbonden, zodat het niet noodzakelijk is om eindtijden voor te schrijven. Wat betreft het aspect geluid staat hierbij de geluidszone centraal. Op grond van de Wet geluidhinder mag de geluidbelasting vanwege het gebruik van het evenemententerrein van de zone maximaal 50 dB(A) bedragen, zodat geluidgevoelige objecten buiten de zone in de representatieve geluidsituatie niet zwaarder belast zullen worden. Binnen de zone zijn geen geluidgevoelige objecten aanwezig.
1.11
Indiener wijst erop dat op grond van het bestemmingsplan 12 evenementdagen zijn toegestaan, waarbij de geluidzone mag worden overschreden. Volgens indiener hebben deze dagen geen incidenteel karakter en zouden de definities hierop aangepast moeten worden. Het verschil tussen een regulier evenement en een van de 12 evenementdagen is onvoldoende onderscheidend, aldus indiener
Volgens het bestemmingsplan mag maximaal twaalf dagen per jaar worden afgeweken van de geluidzone tot een maximum van 70 dB(A) en/of 85 dB(C) op de gevels van woningen. Zodra er sprake is van de overschrijding van de geluidzonering is er automatisch sprake van een incidenteel evenement. Een nadere definitie is daarom niet nodig.
Indiener wijst er voorts op dat de definitie van evenement in het bestemmingsplan anders is dan die in de APV en dat dit niet wordt gemotiveerd.
De APV bevat een zelfstandige regeling voor de organisatie van evenementen die naast de regeling geldt die in het voorliggende bestemmingsplan is opgenomen. Beide regelingen hebben een eigen motief. Het bestemmingsplan is gericht op het waarborgen van een goede ruimtelijke ordening. Gelet op deze specifiek doelstelling is ook een andere definitie van het begrip evenement noodzakelijk. Voor zover hier relevant, zijn de regels van het bestemmingsplan bepalend voor de vraag of een evenement georganiseerd mag worden.
Indiener meent dat nergens wordt aangegeven welk toetsingskader van toepassing is. 1.12
Indiener merkt op dat de visievorming rondom het vliegveld vanaf het begin is gekoppeld aan de woorden ´innovatief´ en ´duurzaam´. Volgens indiener is weinig te bedenken dat meer ‘old school’ is dan activiteiten met voertuigen met verbrandingsmotoren. Het verbranden van brandstof is milieuverontreinigend en niet innovatief of duurzaam, aldus indiener
De overwegingen die hebben geleid tot het voorliggende bestemmingsplan en de daarin opgenomen gebruiksmogelijkheden zijn uitgebreid beschreven in de algemene inleiding van deze zienswijzennota.
1.13
Indiener constateert dat het bestemmingsplan onbegrensde mogelijkheden biedt voor het aanleggen van wegen en verhardingen. Het toestaan van een ongebreidelde aanleg van wegen en verhardingen is geen goede ruimtelijke ordeningen dient gekoppeld te worden aan een omgevingsvergunning voor de aanleg van werken en werkzaamheden, waarbij nut, noodzaak en ruimtelijke inpassing belangrijke beoordelingscriteria moeten zijn.
Op de gronden die binnen de bestemming ‘Cultuur en ontspanning – Leisurepark’ liggen, mogen verhardingen en parkeervoorzieningen worden gerealiseerd. Daarvoor is geen nadere vergunning/toestemming vereist. Een nader afwegingskader voorafgaande aan het aanbrengen van verhardingen is niet nodig. De natuurlijke en/of cultuurhistorische waarden binnen het evenemententerrein worden afdoende beschermd.
Indiener stelt dat het bestemmingsplanen de milieuvergunning geen beperkingen bevatten aan het gebruik van voertuigen met verbrandingsmotoren. Op grond van artikel 3.4.2 lid a van de regels van het bestemmingsplan is slechts het gebruik
Aan de organisatie van automotive-activiteiten zijn in de regels van het bestemmingsplan wel degelijk duidelijke en concrete beperkingen gesteld. Deze worden uitgebreid beschreven onder de beantwoording van zienswijze 1.09.
1.14
De mate van verharding wordt beperkt door het vereiste voldoende waterberging aan te leggen voor afvloeiend hemelwater (artikel 13 lid 2 van de planregels).
van quads, crossmotoren en karts met verbrandingsmotoren voor recreatieve doeleinden uitgesloten, hetgeen volgens indiener ruimte biedt voor het gebruik van overige voertuigen, zowel voor recreatieve doeleinden als voor evenementen en wedstrijden. Indiener acht dit onacceptabel. 1.15
Indiener stelt dat 24 uur per dag, 365 dagen per jaar automotive evenementen met muziek en geluid kunnen plaatsvinden, omdat de definitiebepalingen van het bestemmingsplan dat niet uitsluiten. Dat zou een onacceptabele belasting op de omgeving geven, zowel wat betreft verstoring van fauna en omwonenden als wat betreft vervuiling van bodem en lucht, aldus indieners.
Aan de organisatie van automotive-activiteiten zijn in de regels van het bestemmingsplan wel degelijk duidelijke en concrete beperkingen gesteld. Deze worden uitgebreid beschreven onder de beantwoording van zienswijze 1.09. Hetgeen indieners vrezen is daarom feitelijk onmogelijk.
1.16
Indiener merkt op dat tijdens de vergadering van de Stadsdeelcommissie Noord op 20 april 2021 is verteld dat de automotive-activiteiten beperkt zullen blijven tot 100 uur motoren, 200 uur auto’s en 100 uur vrachtauto’s. Volgens indiener resulteert dit erin dat 200 dagen per jaar gecrost en geracet mag worden en dat daarom wordt ingestemd met activiteiten behorende bij een milieucategorie 5.2 en 5.3. Indiener eist dat iedere activiteit gericht op het rijden van/met voertuigen met verbrandingsmotoren gekwalificeerd wordt als
Daargelaten of de suggestie van indiener dat automotive-activiteiten 200 dagen per jaar kunnen plaatsvinden klopt, is de stelling van indiener dat op het evenemententerrein bedrijvigheid is toegestaan uit de milieucategorie 5.2 en 5.3 evident onjuist. Naast leisure en evenementen is slechts de vestiging van bedrijven toegestaan uit ten hoogste milieucategorie 4.2, en dan uitsluitend gericht op rechtstreekse levering van goederen en/of diensten ter ondersteuning van de leisure-activiteiten en de evenementen.
strijdig gebruik.
1.17
Indiener meent dat de raad wordt gepasseerd als op grond van artikel 3.5 van de planregels een hogere milieucategorie wordt toegestaan. Daar komt bij dat er geen rekening mee is gehouden dat activiteiten met een hogere milieucategorie een grotere impact hebben op de natuurlijke omgeving, aldus indiener.
De suggestie dat de raad wordt gepasseerd, is onjuist. De raad kent het college juist uitdrukkelijk de bevoegdheid toe om een hogere milieucategorie toe te staan, mits aan de door de raad gestelde voorwaarden wordt voldaan. Die voorwaarden waarborgen ook dat het gebruik van de bevoegdheid niet leidt tot een grotere impact op de omgeving. De bevoegdheid mag immers alleen worden aangewend om bedrijfsactiviteiten toe te staan die aantoonbaar naar aard en invloed op de omgeving gelijk te stellen zijn aan de toegelaten milieucategorieën.
1.18
Volgens indiener is bij de berekening van de geluidscontour en de omvang van de geluidszone uitgegaan van onterechte uitgangspunten. Indiener wijst daarbij op het volgende. - Hoe is gekomen tot de genoemde decibellen per vierkante meter (67-6055 dB(A) voor de verschillende milieucategorieën (4.2, 3.1 en 2) bij dergelijke kaveloppervlakten? - Hoe is gekomen tot het extreem hoge percentage van 87% benutting van het totale terrein in de reguliere situatie? - Waarom wordt in de berekening van de geluidszone voor de dagperiode gerekend met een ontvangerhoogte van 5 meter in plaats van de gebruikelijke 1,5 meter?
Uitwaartse zonering gaat uit van de milieubelastende functie, met als doel milieugevoelige functies in de omgeving te weren. In de zone rondom de belastende functie gelden beperkingen voor milieugevoelige functies en voor milieubelastende activiteiten. Omvang contour / 87% Het is aan het bevoegd gezag om (de omvang van) een contour vast te stellen waarbij voldaan wordt aan de randvoorwaarde uit de Wet Geluidhinder dat er binnen de 50 dB(A) -contour geen geluidgevoelige objecten zijn gelegen. In deze situatie is voldaan aan de opdracht die door de raad is meegegeven, bestaande uit: -
maximaal milieucategorie 4.2 hele terrein zoneren voldoen aan de Wet natuurbescherming ruimte bieden voor economische ontwikkeling.
De contour voldoet aan de balans tussen economische haalbare ontwikkeling die tegelijk voldoet aan de Wet natuurbescherming. De eigenaar heeft aangegeven dat met de huidige invulling de onderkant van een economisch uitvoerbaar plan is bereikt.
-
Waarom wordt er geen rekening gehouden met de bodemdemping die plaatsvindt in de natuurlijke omgeving? Volgens Indiener wordt door de wijze van berekening van de geluidszone de geluidszone groter dan voor een groot evenemententerrein van ca. 47 hectare met milieucategorie tot en met 4.2-activiteiten reëel is.
Vanwege de beoogde organische ontwikkeling is niet vooraf in te schatten aan welke randen van het terrein de effecten het grootst zullen zijn. Daarom is worst case berekend voor alle randen, zodat inzichtelijk is of aan de wettelijke en beleidsmatige kaders van worden voldaan. De uitkomst is dat wordt voldaan met de huidige zone. Door deze keuze zal de daadwerkelijke geluidsbelasting in de praktijk lager zijn. De borging van piekbelasting en de exacte invulling van de geluidcontour gebeurt in een omgevingsvergunning milieu, die op basis van de landelijke wetgeving (waaronder de Wet geluidhinder) moet voldoen aan de beperkingen die via de geluidszone worden opgelegd.
De te hanteren kentallen voor de geluidemissie per m2 hangen, naast uiteraard van de milieucategorie, af van de grootte van het terrein en van de vorm van het terrein. Specifiek voor VTE is ten eerste een zeer groot terrein, plaatselijk relatief smal, en een situatie waarbij sommige activiteiten ook mogelijk moeten zijn op een klein deel van het terrein en niet altijd verdeeld over het gehele terrein zullen plaatsvinden. Daarbij speelt verder een rol dat op voorhand niet voor alle activiteiten kan worden aangegeven waar deze plaatsvinden. De zone dient in principe ruimte te bieden om een activiteit op verschillende locaties te laten plaatsvinden. De gehanteerde geluidbronsterkten per m2 zijn mede afgestemd op die noodzakelijke flexibiliteit. Ontvangerhoogte van 1,5 meter De stelling dat de gebruikelijk beoordelingshoogte 1,5 m is is onjuist. Conform de van toepassing zijnde Handleiding meten en rekenen industrielawaai (HMRI 1999) is bij een zone de beoordelingshoogte 5 m boven het plaatselijk maaiveld (par 2.5.1. HMRI 1999). Bij woningen is voor de dag gerekend op 1,5 m hoogte en in de avond en nacht op 5 m hoogte. Ook dat is in overeenstemming met de geldende regelgeving, zie o.a. het
gestelde hieromtrent in de Handreiking Industrielawaai en vergunningverlening. Indien, zoals indiener veronderstelt, de waarden op 1,5 m veel lager zijn dan op 5 m, is berekening op 5 m in plaats van 1,5 m juist in het voordeel van de omgeving en in het nadeel van VTE. Bodemdemping De constatering dat er geen rekening gehouden wordt met de natuurlijke bodemdemping is onjuist. Bij de berekeningen is rekening gehouden met de actuele bodemgesteldheid. Thans verharde delen zijn als ‘hard’ bodemgebied gerekend, thans onverharde delen als ‘zacht’ bodemgebied. De natuurlijke bodemdemping is wel degelijk meegenomen. Ook hier geldt overigens weer dat indien dat, zoals indiener veronderstelt, niet gedaan zou zijn, dit in het nadeel van VTE zou werken en niet in het voordeel.
1.19
Volgens indiener zijn op grond van het bestemmingsplan op reguliere basis extreme geluidspieken mogelijk in de natuurgebieden. Om die reden is het naar de mening van indiener van belang een Lmax aan te geven op de zonegrens en niet de Lmax van 70/65/60 db(A) op de dichtstbij gelegen woningen, want in de natuurgebieden liggen die woningen op meer dan een kilometer van het evenemententerrein. Om de rust in de natuurgebieden te behouden verzoekt indiener om voor de reguliere evenementen dezelfde sluitingstijden te hanteren als genoemd bij de incidentele evenementen en de geluidszone in de nacht te beperken tot de rand van de inrichting.
Uit de ecologische onderzoeken die aan het bestemmingsplan ten grondslag liggen volgt dat er geen effecten zijn op natuurwaarden uitgaande van de in de planregels opgenomen beperkingen. In de zienswijze wordt niet onderbouwd dat sprake zal zijn van extreme geluidspieken die noodzaken tot het opnemen van een planregel ter beperking van piekgeluid of de door indiener verzochte sluitingstijden. De in de planregels opgenomen kaders voor geluid bieden een afdoende bescherming van de natuurlijke waarden in de omgeving.
1.20
Volgens indiener is onduidelijk waarom de geluidszone ter hoogte van de Deventerpoort (oude terminal) is vergroot ten opzichte van de berekening van 2018.
Voor het verschil tussen de oude en de nieuwe contour zie de bijlage 3 van deze notitie. Aan de zijde van Deventerpoort is de nieuwe zone wat groter, omdat het poortgebouwtje met milieucategorie 2 is meegenomen (in het bestemmingsplan uit 2018 was dit niet het geval aangezien ter plaatse toen geen concrete activiteiten waren voorzien).
1.21
Volgens indiener is eveneens onduidelijk hoe de handhaving van de geluidszone en de regels bij de verschillende activiteiten en evenementen door de omgevingsdienst dan wel gemeente ter hand wordt genomen.
De manier waarop het toezicht en eventuele handhaving zullen plaatsvinden ziet op de uitvoering van het bestemmingsplan.
1.22
Indiener stelt dat in de reguliere situatie op grond van het evenementenbeleid van de gemeente geen enkele vergunning voor het houden van (grote) evenementen meer nodig is, ook niet bij grote aantallen bezoekers.
De mogelijkheid om evenementen te organiseren is in het bestemmingsplan toegesneden op de evenementenlocatie in het plangebied. Deze mogelijkheid is in de planregels aan specifieke beperkingen gebonden die waarborgen dat sprake is van een goede ruimtelijke ordening.
1.23
Indiener wijst erop dat Europese regels er binnenkort voor zorgen dat industrielawaai in Lden wordt uitgedrukt. De geluidsmaat Lden is gebaseerd op een gewogen optelsom over de dag, avond- en nachtperiode van een jaargemiddelde situatie. Bij een evenemententerrein met een geluidszonering kan dat volgens indiener grote consequenties hebben voor de omgeving. Indiener is van mening dat het bestemmingsplan onzorgvuldig is voorbereid, omdat er geen rekening met de aanstaande nieuwe geluidsregels wordt
De Omgevingswet en de daarbij behorende amvb’s zijn nog niet in werking getreden. Bestuursorganen nemen besluiten op basis van het vigerende wettelijk kader.
gehouden. 1.24 a
Indiener vraagt zich af waarom naast de reguliere mogelijkheid om evenementen te organiseren ook nog 12 evenementdagen zijn toegestaan waarin de geluidszone mag worden overschreden. Volgens indiener is niet gemotiveerd waarom de 12 incidentele evenementendagen nodig zijn.
In onder meer paragraaf 3.2 van de toelichting bij het (ontwerp)bestemmingsplan (onder het kopje “Evenemententerrein (VTE)”) is gemotiveerd waarom een incidentele bedrijfssituatie voor maximaal 12 dagen per jaar mogelijk wordt gemaakt en op welke wijze die nader zijn gereguleerd. Indiener geeft niet aan waarom het daar gestelde onjuist zou zijn.
1.24 b
Indiener suggereert dat evenementen kunnen worden gekoppeld aan een incidenteel evenement zoals een pre- of afterparty, waardoor er een 3-daags evenement zou plaatsvinden, dat slechts meetelt als 1 incidentele evenementendag. Indiener stelt daarnaast dat op- een afbouw vallen onder regulier gebruik.
Ter bescherming van de omgeving en de zich daar bevindende natuurlijke waarden is de maximale geluidbelasting vanwege de activiteiten op het evenemententerrein in de planregels beperkt. Het organiseren van grootschalige (muziek)evenementen is in de planregels voorts ook in tijd gespreid. Een incidenteel evenement vindt plaats tussen 10.00 en 23.00 uur dan wel tussen 10.00 uur en 01.00 uur wanneer de volgende dag een zaterdag, zondag of een algemeen erkende feestdag is (art. 3.4.1 lid 2 planregels). De door indiener gesuggereerde combinatie met reguliere evenementen impliceert niet dat op de reguliere evenementendagen mag worden afgeweken van de geluidszone. Dat de op- en afbouw van voorzieningen ter voorbereiding van een incidenteel evenement niet tot dat evenement zelf worden gerekend is verklaarbaar, nu het daarbij niet nodig is om af te wijken van de geluidszone. De stelling dat op- en afbouwdagen gebruikelijk worden meegeteld als evenementendag is onjuist. Ook hier is bepalend of bij op- en afbouwdagen kan worden voldaan aan de reguliere normstelling.
1.24 c
Indiener vindt het onbegrijpelijk dat het bouwen van voorzieningen en podia voor evenementen niet aan maximale maten zijn gebonden.
Het bestemmingsplan bevat wel degelijk beperkingen voor het oprichten van tijdelijke bouwwerken bouwregels. Tijdelijke bouwwerken ten behoeve van evenementen buiten het bouwvlak mogen bijvoorbeeld niet hoger dan 10 meter zijn (art. 3.2 sub c planregels).
1.24 d
Evenementen worden in het bestemmingsplan toegestaan tot 1:00 uur ’s nachts, wat leidt tot slaapverstoring, aldus indiener
Bij de geluidnormering voor incidentele evenementen is onder meer aangesloten bij de nota "Evenementen met een luidruchtig karakter" van de Inspectie Milieuhygiëne Limburg”. De beperkingen die in het bestemmingsplan zijn gesteld zijn strenger dan de eisen die in deze nota worden gehanteerd. Mede gelet op de jurisprudentie is er geen aanleiding om te veronderstellen dat geen sprake zal zijn van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Er zal geen onevenredige slaapverstoring optreden.
1.24 e
De vergunninghouder dient tenminste 15 werkdagen voordat een incidenteel evenement wordt gehouden dit schriftelijk bij bevoegd gezag te melden. Indiener wijst erop dat dit niet strookt met de bepalingen in de APV.
Daargelaten dat er geen verplichting bestaat om in de vergunningvoorschriften dezelfde termijn voor een melding te hanteren als is voorgeschreven in de APV, is de termijn in de vergunningvoorschriften langer en moeten incidentele evenementen dus eerder worden gemeld dan op grond van de APV het geval zou zijn.
1.25
Als gevolg van het afsteken van vuurwerk wordt in de omgevingsvergunning milieu uitgegaan van een bronvermogen van 160 decibel en waarden op de gevel van woningen tot 92 db(A). Indiener acht de motivering dat er “in de omgeving reeds sprake is van hogere geluidsniveaus dan gebruikelijk” onacceptabel.
In de planregels is het gebruik van vuurwerk uitsluitend toegestaan tijdens de 12 evenementdagen (incidentele bedrijfssituatie). Gedurende deze dagen zijn hogere geluidsniveaus toegestaan. Om deze reden is het vuurwerk ook alleen op deze dagen toegestaan.
1.26
Volgens indiener zijn de gevolgen van het afsteken van professioneel vuurwerk op de
De effecten van vuurwerk op beschermde soorten zijn onderzocht in het rapport ‘Effecten van de gebiedsontwikkeling Luchthaven Twente op
natuurlijke omgeving en de daarin aanwezige fauna nooit onderzocht. Indiener stelt dat bekend is dat er veel nacht-actieve soorten in het plangebied voorkomen, terwijl vuurwerk altijd aan het eind van het evenement in de nachtelijke uren zal plaatsvinden.
beschermde soorten’ d.d. 2 februari 2018 en het rapport ‘Natuurtoets soortenbescherming voor 12 evenementdagen Evenementenlocatie Vliegveld Twenthe Toetsing van de effecten van 12 evenementdagen naast het regulier gebruik ten behoeve van het bestemmingsplan’ d.d. 2 februari 2018, en nader beschouwd in het rapport ‘Actualisatie natuuronderzoeken Vliegveld Twenthe Evenementenlocatie’ van 28 april 2021. Daarnaast zijn monitoringsgegevens gebruikt die inzicht geven in het gedrag van beschermde soorten tijdens het afsteken van vuurwerk. Ter voorkoming van effecten op vogels en vleermuizen is vuurwerk in de periode van 15 maart tot 15 mei verboden. Buiten deze periode is het afsteken van vuurwerk maximaal 12 keer per jaar toegestaan gedurende maximaal 15 minuten per dag, en mag in de periode van 15 mei en 1 juli slechts op maximaal 2 dagen vuurwerk worden afgestoken. Uit de rapporten volgt dat negatieve effecten door vuurwerk op beschermde soorten door het incidentele karakter kunnen worden uitgesloten.
1.27
Indiener meent dat in de regels van het bestemmingsplan dient te worden opgenomen dat de gronden en bouwwerken binnen de bestemming ‘Cultuur en ontspanningleisurepark’ niet eerder in gebruik mogen worden genomen dan nadat de voorgenomen maatregelen zoals neergelegd in het verkeersbesluit krachtens welk het verkeer van en naar het VTE-terrein via de Oude Deventerweg wordt afgewikkeld, daadwerkelijk zijn uitgevoerd.
In art. 3.4.2 onder f van de planregels is bepaald dat een verkeersbesluit moet zijn genomen dat tot gevolg heeft dat het verkeer van en naar het evenemententerrein via de Oude Deventerweg wordt afgewikkeld. Het verkeersbesluit treedt in beginsel direct in werking, waarna de borden moeten worden geplaatst en de verplichte rijrichtingen kunnen worden gehandhaafd. Het is dus niet nodig om in de planregels verplicht te stellen dat de middengeleider moet worden aangelegd voordat het evenemententerrein in gebruik mag worden genomen.
1.28
Indiener stelt dat de geluidbelasting van gevels ondeugdelijk is gemotiveerd.
Indiener geeft niet aan waarom de motivering ondeugdelijk zou zijn.
1.29 a
Indiener acht de berekeningen van Goudappel zijn onnavolgbaar mede, omdat teruggevallen wordt op werkdagetmaalintensiteiten. Volgens indiener is onduidelijk waarom het verkeer op de Oldenzaalsestraat niet toeneemt als de Weerseloseweg niet meer gebruikt wordt. Indiener leidt uit het rapport af dat er 500 auto’s kwijt zijn in de berekeningen zonder maatregelen en voorkeurscenario.
Het verkeersadviesbureau geeft in haar rapportage van 22 april 2021 op blz. 3 een duidelijke uitleg over de gehanteerde werkwijze. Voor de onderzoeken t.a.v. de aspecten verkeersintensiteit, geluid en stikstofdepositie zijn niet dezelfde tijdsperioden relevant. Het gebruikte regionale verkeersmodel simuleert verkeer op een gemiddelde werkdag. Op werkdagen is het verkeer van en naar VTE veel beperkter dan tijdens evenementen, die voornamelijk in de weekenden plaatsvinden. Dat verklaart onder andere waarom er in de genoemde rapportage op werkdagen geen toename zichtbaar is op de Oldenzaalsestraat, omdat dit VTE-verkeer maar een fractie is van het bestaande verkeer wat dagelijks al gebruik maakt van de Oldenzaalsestraat. Verder zijn de getallen die het model produceert een realistische benadering van de werkelijkheid. In genoemde rapportage zijn de effecten voor een beter begrip vereenvoudigd weergegeven en zijn afrondingen toegepast. Dat verklaart het geconstateerde verschil in auto’s tussen de scenario’s.
1.29 b
Indiener wijst er op dat Syntraal een aantal aannames doet als het gaat om gemiddelde autobezetting, OV-gebruik en fiets, die volgens indiener erg rooskleurig zijn en naar de mening van indiener in strijd zijn met eerdere aannames bij het vorige bestemmingsplan (bijlage MER 2016)
Ten tijde van het opstellen van het milieueffectrapport in 2016 was er nog geen concreet zicht op en ervaring met de activiteiten op het evenemententerrein en is voor de verkeersproductie en -attractie uitgegaan van kentallen en aannames. Inmiddels zijn de activiteiten veel duidelijker in beeld en is gebruik gemaakt van ervaringsgegevens van diverse evenementen die de afgelopen jaren hebben plaatsgevonden. De door Syntraal gehanteerde uitgangspunten zijn realistisch en om voormelde redenen afwijkend van de aannames die in het milieueffectrapport zijn gedaan.
1.29 c
Indiener wijst op het standpunt van Peutz dat voor een dagactiviteit (tussen 7-19 uur) 11.250 verkeersbewegingen mogelijk zijn zonder vervoersplan. Deze verkeersbewegingen vinden plaats over de Oude Deventerweg, die volgens
De berekening van indiener is onjuist. In de eerste plaats is het door Peutz genoemde aantal verkeersbewegingen ingegeven door het maximaal aanvaardbare geluidsniveau op de gevels van woningen vanwege het wegeverkeer en dus niet door verkeerskundige
het MER uit 2016 een capaciteit heeft van 600 mvt per uur. Volgens indiener betekent dit dat er 10 uur nodig is om het verkeer af te wikkelen.
overwegingen. In de tweede plaats berust de berekening van indiener op de onjuiste veronderstelling dat de aanname uit het milieueffectrapport dat de Oude Deventerweg een capaciteit heeft van 600 motorvoertuigen per uur uitsluitend en direct verband houdt met doorstroming. Deze aanname is afgeleid van de vuistregels die in de publicaties van het landelijk kennisinstituut CROW in algemene zin worden genoemd voor de maximale verkeersintensiteit op een weg. Bij die vuistregels staat het voorkomen van onveiligheid voor (kwetsbare) verkeersdeelnemers en overlast naar de omgeving centraal. De maximale capaciteit van een weg is een resultante van verschillende aspecten, waaronder de verkeersveiligheid voor (kwetsbare) verkeersdeelnemers, milieubelasting en de kenmerken van de desbetreffende weg, zoals de wegindeling, het wegverloop en de aanwezigheid van kruispunten. Daargelaten dat voor de wegcapaciteit geen hard getal te geven is, kan die capaciteit worden bevorderd door maatregelen te treffen. Bij incidentele pieken in het verkeersaanbod, zoals bij evenementen, kan de Deventerweg (veel) meer verkeer per uur verwerkt worden dan indiener suggereert.
Per evenement moet dan wel, afhankelijk van diverse factoren (zoals het type evenement, de doelgroep en de aanwezigheid van een geconcentreerd of juist gespreid aankomst- en vertrekpatroon) beoordeeld worden of nadere maatregelen noodzakelijk zijn om overlast en onveiligheid zoveel mogelijk te voorkomen en zo ja, welke maatregelen dat zijn. De maatregelen worden neergelegd in het verkeer- en vervoersplan dat verplicht is gesteld in de omgevingsvergunning milieu.
1.29 d
Indiener stelt dat niet wordt gemotiveerd waarom met het verkeer over de Oude Deventerweg, de overschrijding van de maximaal toelaatbare geluidsbelasting op de gevels van aanwonenden pas plaatsvindt bij meer dan 21.500 bezoekers, terwijl in het MER uit 2016 het uitgangspunt was dat het hierbij gaat om 8300 bezoekers, waarbij destijds het verkeer verdeeld over de Oude Deventerweg en de Vliegveldweg al sprake was van een geluidsoverschrijding van de maximaal toelaatbare geluidsbelasting op de woningen aan de Oude Deventerweg.
Ten aanzien van het aantal bezoekers ontstaat er verschil door de onderzoeksopzet. In het MER uit 2016 is voor een evenement van 8.300 bezoekers voor de verschillende dagdelen gekeken of dit akoestisch mogelijk was. In het nieuwe onderzoek is dit omgedraaid: de dagdelen zijn als uitgangspunt gehanteerd en vervolgens is per dagdeel gekeken hoe groot een evenement kan zijn. Overdag is er dus meer mogelijk dan 8.300 bezoekers. Omgekeerd geldt ook dat in de avond/nacht er juist minder dan 8.300 bezoekers aanvaardbaar zijn, omdat het wegverkeer zich dan anders verspreidt.
1.30
Indiener stelt dat het opstellen van een verkeer en vervoersplan is niet geborgd. De verkeersafwikkeling is een onderwerp met verstrekkende gevolgen dat in de regels van het bestemmingsplan zelf moet worden geregeld.
Anders dan indiener stelt, is het opstellen van een verkeer- en vervoersplan onder omstandigheden wel degelijk verplicht gesteld. Dit is gebeurd in de voorschriften die zijn verbonden aan de omgevingsvergunning milieu. Voor grote evenementen waarbij meerdere bezoekers gelijktijdig vertrekken, zal in het verkeer- en vervoersplan worden voorzien in maatregelen waarmee de verkeersveiligheid en de doorstroom van het verkeer worden gewaarborgd.
1.31
Volgens indiener is het bestemmingsplan onzorgvuldig voorbereid, onvoldoende gemotiveerd en niet uitvoerbaar ten aanzien van de voorgenomen verkeersafwikkeling: a. In het vervoersplan van het evenement Airforce Festival is opgenomen dat 15.500 bezoekers (dus onder het aantal dat door Tauw en Syntaal genoemd
Ad a. De berekening van indiener is onjuist. Zie de beantwoording van de zienswijze onder 1.29c. Ad b. Een transferium is een mogelijke maatregel die in een verkeers- en vervoersplan kan worden gehanteerd. Bij de voorbereiding van het bestemmingsplan is onderzoek gedaan naar de milieueffecten van een transferium. Uit dit onderzoek is gebleken dat het gebruik van een transferium uitvoerbaar is. De indirecte hinder vanwege het wegverkeer die in
wordt om een vervoersplan op te stellen) tussen middernacht en 1 uur, 65% van de bezoekers vertrekt in 2093 voertuigen. Over de Oude Deventerweg alleen duurt de afwikkeling meer dan 3 uur. b. De rapporten speken over een transferium bij de A1 om vanuit daar om bezoekers met elektrische bussen van en naar het evenemententerrein te vervoeren. De haalbaarheid van een transferium van realisering en/of gebruik van een transferium is volstrekt onduidelijk.
dit geval wordt veroorzaakt ter plaatse van het transferium is aanvaardbaar en het gebruik van het transferium leidt niet tot toename van stikstofdepositie in een Natura 2000-gebied.
1.32
Indiener meent dat de invloed op het verkeer van dit bestemmingsplan niet beoordeeld kan worden zonder de invloed van de ontwikkelingen op de Deventerpoort mee te nemen.
Voor de herontwikkeling van het Bedrijventerrein Deventerpoort is nog geen planologische regeling vastgesteld, zodat die herontwikkeling momenteel nog niet kan plaatsvinden. Als hiervoor een ruimtelijk besluit in procedure wordt gebracht, dan moeten de gevolgen van de daarin voorziene ruimtelijke ontwikkelingen worden onderzocht en afgewogen, waarbij in lijn met de geldende wet- en regelgeving ook de ruimtelijke effecten van het voorliggende bestemmingsplan betrokken zullen worden. Dit neemt niet weg dat bij de verkeersberekeningen die aan dit bestemmingsplan ten grondslag liggen al wel rekening is gehouden met de ontwikkeling van de Deventerpoort, waarbij op basis van kencijfers aannames zijn gedaan over de verkeersaantrekkende werking die dit terrein na de ontwikkeling zal hebben.
1.33 a
Indiener stelt dat het voorliggende bestemmingsplan geen invulling geeft aan de plicht voor gemeente en provincie om belangen
Het belang om de natuurlijke waarden in de omgeving te beschermen, is wel degelijk in de besluitvorming betrokken. Dit volgt uit de onderzoeken die naar de gevolgen van het bestemmingsplan voor deze waarden zijn verricht.
af te wegen. Volgens indiener worden de natuurwaarden op het terrein zelf en in de omgeving daarvan ernstig aangetast door de bestemming evenemententerrein en de omgevingsvergunning milieu. Voor de evenementenlocatie worden de randen van de mogelijkheden opgezocht, waardoor geen acceptabel resultaat wordt bereikt en de Wet natuurbescherming niet wordt gehonoreerd, aldus indiener.