Nieuwe tekst - oude tekst tabel re-integratie veordening2023
Tekst van het document
Onderwerp: Overzicht wijzigingen Verordening Re-integratie gemeente Enschede 2023 Leeswijzer In dit overzicht staan in de tabel onder ‘Nieuwe tekst’ de artikelen, zoals die in de concept-verordening zijn opgenomen. In de tabel zijn onder ‘Bestaande tekst’ de artikelen opgenomen van de huidige verordeningen: Re-integratieverordening Participatiewet gemeente Enschede 2015 en de Verordening loonkostensubsidie Participatiewet gemeente Enschede 2015’
Nieuwe tekst
Bestaande tekst
Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen
Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen
Nieuwe tekst Artikel 1. Begrippen In deze verordening wordt verstaan onder:
Bestaande tekst Artikel 1. Begrippen In deze verordening wordt verstaan onder:
1.
2.
Alle begrippen die in deze verordening worden gebruikt en die niet nader worden omschreven, hebben dezelfde betekenis als in de Participatiewet, de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en de Gemeentewet. In deze verordening wordt verstaan onder: a. de wet: de Participatiewet; b. IOAW: Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers; c. IOAZ: Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen; d. het college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Enschede; e. de raad: de gemeenteraad van de gemeente Enschede; f. BAS: Bewoners Adviesraad Sociaal; g. doelgroep: personen als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onder a, van de wet; h. doelgroep loonkostensubsidie: personen als bedoeld in artikel 10c, eerste lid van de wet:
- doelgroep: personen als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onder a, van de wet; - Artikel 1. Verordening loonkostensubsidie Participatiewet gemeente Enschede 2015 Vaststelling wie tot doelgroep loonkostensubsidie behoort 1. Het college stelt vast of een persoon behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie. 2. Hierbij neemt het college de volgende criteria in acht: a.
b.
i. j.
korte afstand tot de arbeidsmarkt: deelname aan de arbeidsmarkt is redelijkerwijs mogelijk binnen twee jaar; grote afstand tot de arbeidsmarkt: deelname aan de arbeidsmarkt is redelijkerwijs niet mogelijk binnen twee jaar;
Een persoon moet behoren tot de doelgroep zoals omschreven in artikel 7, eerste lid, onderdeel a, van de Participatiewet, die persoon is niet in staat met voltijdse arbeid het wettelijk minimumloon te verdienen dan wel daaraan gerelateerd met deeltijdarbeid het minimum uurloon te verdienen en die persoon heeft mogelijkheden tot arbeidsparticipatie, of een persoon moet behoren tot de doelgroep zoals omschreven in artikel 10d, tweede lid van de Participatiewet.
k.
interne werkbegeleiding: door een collega geboden dagelijkse werkbegeleiding op de werkvloer omdat de werknemer anders niet in staat is zijn werkzaamheden uit te voeren, en waarbij sprake is van meer dan de gebruikelijke begeleiding van een werknemer op een werkplek; l. jobcoaching: door een erkende deskundige geboden methodische ondersteuning aan personen met een arbeidsbeperking en aan werkgevers, gericht op het vinden en behouden van werk; m. overige voorzieningen: voorzieningen als bedoeld in artikel 8a, tweede lid, onder f, van de wet; n. persoonlijke ondersteuning bij werk: ondersteuning als bedoeld in artikel 10, eerste en derde lid, van de wet en begeleiding op de werkplek als bedoeld in artikel 10a van de wet; o. praktijkroute: het proces om de persoon, behorend tot de doelgroep, toegang tot het doelgroepenregister te laten verkrijgen op basis van loonwaardevaststelling op de werkplek; p. voorziening: een door het college noodzakelijk geachte ondersteuning, gericht op participatie en re-integratie, waaronder mede wordt begrepen persoonlijke ondersteuning bij het verrichten van opgedragen taken; q. werkgever: degene die op basis van een arbeidsovereenkomst de bevoegdheid heeft om de arbeid van een werknemer gedurende een overeengekomen periode aan te wenden in zijn organisatie; r.
werknemer: persoon die op basis van een arbeidsovereenkomst arbeid verricht bij de werkgever, daaronder begrepen een persoon als bedoeld in artikel 10d, eerste of tweede lid van de wet, met wie de werkgever een dienstbetrekking is aangegaan, dan wel dit van plan is. - wet: Participatiewet.
- wet: Participatiewet.
Nieuwe tekst
Bestaande tekst
Hoofdstuk 2. Beleid en evaluatie
Hoofdstuk 2. Voorzieningen
Nieuwe tekst Artikel 2. Evenwichtige verdeling en financiering
Bestaande tekst
-
-
-
Het college kan aan een persoon, die behoort tot de doelgroep, ondersteuning bij de arbeidsinschakeling, en voor zover het college dat noodzakelijk acht, een voorziening gericht op arbeidsinschakeling aanbieden. Het college kan de voorzieningen, bedoeld in hoofdstuk 4, aanbieden aan alle personen die
Artikel 2. Evenwichtige verdeling en financiering
-
Het college biedt aan een persoon uit de doelgroep ondersteuning bij de arbeidsinschakeling en voor zover het college dat noodzakelijk acht een voorziening gericht op arbeidsinschakeling. Bij de keuze van de mogelijkheden van ondersteuning en het aanbieden van voorzieningen, biedt het college maatwerk. Daarbij wordt door het college een afweging gemaakt, waarbij gekeken wordt of de
-
-
-
-
behoren tot de doelgroep, zowel met een korte als met een grote afstand tot de arbeidsmarkt. Het college kan de voorzieningen, bedoeld in hoofdstuk 5, alleen aanbieden aan personen met een arbeidsbeperking, die behoren tot de doelgroep loonkostensubsidie. Het college kan de voorzieningen, bedoeld in hoofdstuk 6, alleen aanbieden aan personen die behoren tot de doelgroep met een grote afstand tot de arbeidsmarkt. Het college houdt bij het aanbieden van de in deze verordening opgenomen voorzieningen rekening met de omstandigheden en functionele beperkingen van een persoon. De omstandigheden hebben in ieder geval betrekking op zorgtaken van die persoon en de mogelijkheid dat hij behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie of gebruik maakt van de voorziening beschut werk. Onder zorgtaken wordt in ieder geval verstaan: a. de opvang van ten laste komende kinderen tot vijf jaar, en b. de noodzakelijkheid van het verrichten van mantelzorg. Het college biedt periodiek aan de raad een verslag aan met betrekking tot de resultaten van het reintegratiebeleid. Dit verslag wordt ook aangeboden aan de BAS.
voorziening, gelet op de mogelijkheden, capaciteiten en wensen van de belanghebbende, het meest doelmatig en de goedkoopste adequate voorziening is met het oog op inschakeling in de arbeid.
-
Het college houdt bij het aanbieden van de in deze verordening opgenomen voorzieningen rekening met de omstandigheden en functionele beperkingen van een persoon. De omstandigheden hebben in ieder geval betrekking op zorgtaken van die persoon en de mogelijkheid dat hij behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie of gebruik maakt van de voorziening beschut werk. Onder zorgtaken wordt in ieder geval verstaan: a .de opvang van ten laste komende kinderen tot vijf jaar, en; c. de noodzakelijkheid van het verrichten van mantelzorg.
-
Het college zendt tenminste eenmaal per jaar aan de gemeenteraad een voortgangsrapportage met betrekking tot het re-integratiebeleid in het uitvoeringsprogramma. Het verslag bevat in ieder geval het oordeel van de cliëntenraad.
Nieuwe tekst Hoofdstuk 3. Algemene bepalingen over voorzieningen
Bestaande tekst Hoofdstuk 2. Voorzieningen
Nieuwe tekst Artikel 3 Algemene bepalingen over voorzieningen
Bestaande tekst Artikel 3. Algemene bepalingen over voorzieningen
1.
2.
Het college biedt de goedkoopst adequate voorziening aan. Bij het voorzieningenaanbod houdt het college rekening met andere voorzieningen die in het kader van het sociaal domein beschikbaar zijn. Verder wordt het aanbod, als dat nodig is, intern afgestemd zodat het optimaal bijdraagt aan een integrale ondersteuning van de persoon. Het college houdt bij de afstemming ook rekening met voorzieningen op grond van andere wettelijke regelingen en stemt dit af in het plan van aanpak, bedoeld in artikel 44a van de wet. Het college kan een voorziening weigeren als: a. de persoon ten behoeve van wie de voorziening zou worden verstrekt niet behoort tot de doelgroep; b. de persoon onvoldoende medewerking verleent aan het onderzoek dat nodig is voor het beoordelen van het recht op de voorziening; c. de persoon een beroep kan doen op een voorziening op basis van een andere wettelijke regeling, waardoor er sprake is van een voorliggende voorziening;
1. 2.
3.
Het college kan ter uitvoering van deze verordening nadere regels vaststellen. Het college stelt jaarlijks een uitvoeringsprogramma vast. Daarin is vastgelegd welke voorzieningen het college in ieder geval kan aanbieden en de voorwaarden die daarbij gelden voor zover daarover in deze verordening geen nadere bepalingen zijn opgenomen. Het college kan een voorziening beëindigen als: a. de persoon die aan de voorziening deelneemt zijn verplichting als bedoeld in de artikelen 9 en 17 van de wet, de artikelen 13 en 37 van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers of de artikelen 13 en 37 van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen niet nakomt; b. de persoon die aan de voorziening deelneemt niet meer behoort tot de doelgroep; c. de persoon die aan de voorziening deelneemt algemeen geaccepteerde arbeid aanvaardt waarbij geen gebruik wordt gemaakt van een in deze verordening genoemde voorzieningen,
d.
3.
de voorziening naar het oordeel van het college onvoldoende bijdraagt aan de arbeidsinschakeling; of e. er niet wordt voldaan aan de voorwaarden die in deze verordening worden gesteld om in aanmerking te komen voor die voorziening. Het college kan een voorziening beëindigen als: a. de persoon, die aan de voorziening deelneemt, zijn verplichting als bedoeld in de artikelen 9 en 17 van de wet, de artikelen 13 en 37 van de Wet IOAW of de artikelen 13 en 37 van de Wet IOAZ niet nakomt; b. de persoon, die aan de voorziening deelneemt, niet meer behoort tot de doelgroep; c. de persoon, die aan de voorziening deelneemt, algemeen geaccepteerde arbeid aanvaardt, waarbij geen gebruik wordt gemaakt van een in deze verordening genoemde voorziening, tenzij het betreft een persoon als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel a, onder 2, van de wet; d. de voorziening naar het oordeel van het college onvoldoende bijdraagt aan een snelle arbeidsinschakeling; e. de voorziening naar het oordeel van het college niet meer geschikt is voor de persoon, die gebruik maakt van de voorziening; f. de persoon, die aan de voorziening deelneemt, niet (naar behoren) gebruik maakt van de aangeboden voorziening; g. de persoon, die aan de voorziening deelneemt, niet meer voldoet aan de voorwaarden die in deze verordening worden gesteld om in aanmerking te komen voor die voorziening.
d. e. f. g.
tenzij het betreft een persoon als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel a, onder 2, van de wet. naar het oordeel van het college de voorziening onvoldoende bijdraagt aan een snelle arbeidsinschakeling; de voorziening naar het oordeel van het college niet meer geschikt is voor de persoon die gebruik maakt van de voorziening; de persoon die aan de voorziening deelneemt niet naar behoren gebruik maakt van de aangeboden voorziening; de persoon die aan de voorziening deelneemt niet meer voldoet aan de voorwaarden die in deze verordening worden gesteld om in aanmerking te komen voor die voorziening.
Nieuwe tekst Hoofdstuk 4 Algemene voorzieningen gericht op uitstroom naar regulier werk
Bestaande tekst Hoofdstuk 2 Voorzieningen
Nieuwe tekst Artikel 4. Proefplaats 1. Het college kan, als dit door hem noodzakelijk wordt geacht, een persoon als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onder a, van de wet, die algemene bijstand ontvangt, toestemming verlenen om op een proefplaats bij een werkgever onbeloonde werkzaamheden te verrichten met behoud van uitkering. 2. Het doel van een proefplaatsing is het voor een beperkte duur (maximaal 3 maanden) opdoen van werkervaring in een specifieke functie of de inschakeling van de persoon in arbeid bij een werkgever te bevorderen. 3. Voor een proefplaats wordt uitsluitend toestemming verleend als: a. de persoon, gelet op zijn vaardigheden en capaciteiten, tot de werkzaamheden in staat is; b. het college verwacht dat de plaatsing bijdraagt aan het vergroten van de kans op arbeidsinschakeling; c. hierdoor de concurrentieverhoudingen niet onverantwoord worden beïnvloed en er geen verdringing op de arbeidsmarkt plaatsvindt;
Bestaande tekst
d.
4.
5.
6.
7.
8.
de werkzaamheden van de persoon niet al eerder onbeloond door hem bij die werkgever, of diens rechtsvoorganger, zijn verricht; en e. de werkgever bij aanvang van de proefplaats schriftelijk de intentie heeft uitgesproken dat hij de persoon, bij gebleken geschiktheid, direct aansluitend aan zijn proefplaatsing, voor minimaal zes maanden, zonder proeftijd, in dienst zal nemen. Het college weigert de toestemming, bedoeld eerste lid, als redelijkerwijs kan worden aangenomen dat de persoon ook zonder proefplaatsing kan worden aangenomen voor dat werk of als direct na de proefplaatsing sprake is van een dienstverband met forfaitaire loonkostensubsidie als bedoeld in artikel 10d, vijfde lid, van de wet. Als de werkzaamheden op de proefplaats wegens ziekte worden onderbroken, dan wordt deze periode voor de toepassing van de maximale periode, bedoeld in het tweede lid, buiten beschouwing gelaten. Het college kan een persoon op een proefplaats persoonlijke ondersteuning bij werk en overige voorzieningen toekennen overeenkomstig de bepalingen van hoofdstuk 5. Er wordt een schriftelijke overeenkomst opgesteld met de beoogde werkgever en de persoon die op de proefplaats wordt geplaatst. In de overeenkomst worden de invulling van de proefplaats en de wijze van begeleiding vastgelegd.
Het college vergewist zich vóór de plaatsing dat de aansprakelijkheids- en ongevallen risico’s ten behoeve van deze persoon zijn afgedekt.
Nieuwe tekst Artikel 5. Detacheringsbaan 1. Het college kan door detachering zorgen voor toeleiding van een persoon, die behoort tot de doelgroep, naar een dienstverband met een werkgever (zoals een detacheringsbedrijf of uitzendbureau), gericht op arbeidsinschakeling. 2. Voor zover het gaat om een persoon met een arbeidsbeperking, die behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie, kan de gemeente zelf als werkgever optreden in het kader van de CAO Aan de Slag of de CAO SW, en de persoon vervolgens detacheren bij een onderneming. 3. De werknemer wordt voor het verrichten van arbeid gedetacheerd bij een onderneming. De detachering wordt vastgelegd in een schriftelijke overeenkomst tussen zowel de werkgever en inlenende organisatie als tussen de werknemer en inlenende organisatie. 4. Een werknemer wordt uitsluitend geplaatst als hierdoor de concurrentieverhoudingen niet onverantwoord worden beïnvloed en er geen verdringing op de arbeidsmarkt plaatsvindt.
Bestaande tekst
Nieuwe tekst Artikel 6. Participatieplaats 1. Het college kan een persoon van 27 jaar of ouder met recht op algemene bijstand die vooralsnog niet bemiddelbaar is op de arbeidsmarkt, in overeenstemming met artikel 10a van de wet onbeloonde additionele werkzaamheden laten verrichten voor zover dit gezien zijn afstand tot de arbeidsmarkt passend is. 2. De duur van de participatieplaats is 6 maanden, met de mogelijkheid van verlenging van tot maximaal 2 jaar. 3. Er wordt een schriftelijke overeenkomst opgesteld met de werkgever die de participatieplaats aanbiedt en de persoon die de onbeloonde additionele werkzaamheden gaat verrichten. In de overeenkomst worden in ieder geval de uit te voeren werkzaamheden en de wijze, waarop de begeleiding plaatsvindt, vastgelegd. 4. Het college vergewist zich ervan voor de plaatsing dat de aansprakelijkheids- en ongevallen risico’s ten behoeve van de persoon zijn afgedekt. 5. De premie, als bedoeld in artikel 10a, zesde lid, van de wet bedraagt voor de werkzoekende ouder dan 27 jaar € 25 per maand (> 10 uur inzet per week) of € 50 per maand (> 20 uur inzet per week). De premie wordt alleen uitgekeerd indien naar het oordeel van het college voldoende is meegewerkt aan het vergroten van de kans op inschakeling in het arbeidsproces. De betaling vindt maandelijks plaats.
Bestaande tekst Artikel 5. Participatieplaats
Nieuwe tekst Artikel 7. Scholing 1. Het college kan een persoon, die behoort tot de doelgroep, een scholingstraject aanbieden. 2. Een scholingstraject voldoet in ieder geval aan de volgende eisen: a. de persoon moet de mogelijkheden en capaciteiten hebben om de scholing binnen de gestelde termijn met goed gevolg af te ronden, en b. de scholing vergroot de kansen op de arbeidsmarkt. 3. Het college kan bij uitvoeringsbesluit nadere regels stellen ten aanzien van de noodzakelijkheid van de scholing, de duur en de maximaal te vergoeden kosten. 4. Het eerste lid is niet van toepassing op personen als bedoeld in artikel 7, derde lid, onder a, van de wet.
Bestaande tekst Artikel 4. Scholing
Nieuwe tekst Artikel 8. Ondersteuning bij leer-werktraject Het college kan ondersteuning aanbieden aan een persoon uit de doelgroep ten aanzien van wie het college van oordeel is dat een leer-werktraject nodig is, voor zover deze ondersteuning nodig is voor het volgen van een leerwerktraject en het personen betreft: a) van 16 of 17 jaar van wie de leerplicht of de kwalificatieplicht, bedoeld in de Leerplichtwet 1969, nog niet is geëindigd, of
Bestaande tekst
1.
2.
3.
Het college kan een persoon van 27 jaar of ouder met recht op algemene bijstand overeenkomstig artikel 10a van de wet onbeloonde additionele werkzaamheden laten verrichten. Het college zorgt ervoor dat de te verrichten additionele werkzaamheden worden vastgelegd in een schriftelijke overeenkomst die wordt ondertekend door het college, de werkgever en de persoon die de additionele werkzaamheden gaat verrichten. De premie, als bedoeld in artikel 10a, zesde lid, van de wet, bedraagt maandelijks 25 euro (bij meer dan 10 uur inzet per week) of 50 euro (bij meer dan 20 uur inzet per week). De premie wordt alleen uitgekeerd indien naar het oordeel van het college voldoende is meegewerkt aan het vergroten van de kans op inschakeling in het arbeidsproces.
Het college kan een persoon die behoort tot de doelgroep een scholingstraject aanbieden voor zover de scholing naar het oordeel van het college bijdraagt aan de arbeidsinschakeling.
b)
van 18 tot 27 jaar die nog geen startkwalificatie hebben behaald.
Nieuwe tekst Artikel 9. Persoonlijke ondersteuning bij werk 1. Het college kan persoonlijke ondersteuning bij werk aanbieden aan personen behorend tot de doelgroep. 2. Persoonlijke ondersteuning bij werk als bedoeld in het eerste lid wordt, onverminderd het bepaalde in artikel 3, verstrekt overeenkomstig de bepalingen van hoofdstuk 5.
Bestaande tekst Artikel 7. Persoonlijke ondersteuning Aan een persoon die behoort tot de doelgroep kan het college persoonlijke ondersteuning bij het verrichten van de aan die persoon opgedragen taken aanbieden in de vorm van structurele begeleiding als hij zonder persoonlijke ondersteuning niet in staat is de aan hem opgedragen taken te verrichten. Zoals aangegeven in de toelichting gaat het om een voorziening zoals een jobcoach.
Nieuwe tekst Artikel 10. Verwervingskosten Het college kan aan een persoon die behoort tot de doelgroep, een bijdrage verstrekken in aantoonbare en reële directe en voorwaardenscheppende kosten die gemaakt moeten worden in het kader van het reintegratietraject.
Bestaande tekst
Nieuwe tekst Hoofdstuk 5 Algemene voorzieningen gericht op uitstroom naar regulier werk
Bestaande tekst
Nieuwe tekst Paragraaf 5.1: administratief proces aanvragen Breed Offensief
Bestaande tekst
Nieuwe tekst Artikel 11. Aanvraagproces loonkostensubsidie 1. Het college verstrekt overeenkomstig artikel 10d van de wet, ambtshalve of op aanvraag, loonkostensubsidie aan de werkgever die voornemens is een dienstbetrekking aan te gaan met een persoon, die behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie. In geval van een aanvraag zijn het tweede tot en met het vijfde lid van toepassing. 2. Het college bevestigt de ontvangst van de aanvraag schriftelijk aan de werkgever, of als de aanvraag wordt gedaan door de persoon, die behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie, aan de werkgever en deze persoon. 3. Een aanvraag voor loonkostensubsidie wordt, als het een persoon betreft die nog niet behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie, ook beschouwd als een aanvraag om vast te stellen of de persoon behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie, bedoeld in artikel 10c, eerste lid, onder a, van de wet. Als deze aanvraag is gedaan binnen 6 maanden na het begin van de dienstbetrekking voor een persoon als bedoeld in artikel 10d, tweede lid van de wet, wordt de vaststelling of de persoon behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie bepaald door middel van de praktijkroute. 4. Het college stelt binnen 8 weken na ontvangst van de aanvraag de loonwaarde vast, tenzij in overleg met de
Bestaande tekst
Artikel 2. Verordening loonkostensubsidie Participatiewet gemeente Enschede 2015.
werkgever toepassing wordt gegeven aan artikel 10d, vijfde lid van de wet.
5.
6.
Vaststelling loonwaarde Een door het college gecontracteerde organisatie adviseert het college met betrekking tot de vaststelling van de loonwaarde van een persoon. Hierbij wordt een gevalideerde methode in acht genomen, waarbij in ieder geval de in de bijlage genoemde stappen worden genomen.
Als een werkgever het nalaat tijdig gegevens aan te leveren dan wel weigert mee te werken aan de uitvoering van de loonwaardemeting behoeft het college (bij het alsnog voldoen aan de verplichtingen) niet met terugwerkende kracht subsidie te verstrekken. Zodra de werkgever aan zijn verplichtingen heeft voldaan, wordt de loonkostensubsidie verstrekt. Het college neemt bij het verstrekken van de loonkostensubsidie het preferente proces loonkostensubsidie in acht.
Nieuwe tekst Artikel 12. Voorwaarden toekenning persoonlijke ondersteuning bij werk en overige voorzieningen 1. Het college kan persoonlijke ondersteuning bij werk en overige voorzieningen verstrekken ten behoeve van een persoon met een arbeidsbeperking. 2. Bij de toekenning van persoonlijke ondersteuning bij werk en overige voorzieningen gelden, onverminderd het bepaalde in artikel 3, de volgende voorwaarden: a) de persoon behoort tot de doelgroep en is minimaal achttien jaar oud, tenzij hij VSO/PROonderwijs heeft genoten; b) de persoon kan zonder deze vorm van ondersteuning niet aan het arbeidsproces deelnemen; c) de werkgever biedt een dienstbetrekking aan van minimaal zes maanden of een voorziening als bedoeld in artikel 15, derde lid van deze verordening, met een minimale arbeidsduur van 12 uur per week; d) het betreft geen Arbo-taak waarvoor de werkgever verantwoordelijk is; e) het betreft geen meeneembare voorziening die tot de standaarduitrusting van de werkgever behoort of algemeen gebruikelijk is in een organisatie; f) er is naar het oordeel van het college geen sprake van een werkplekaanpassing die in zijn algemeenheid van de werkgever kan worden verlangd; en g) de kosten van de voorziening(en) zijn naar het oordeel van het college proportioneel, dat wil zeggen dat de investering in de voorziening opweegt tegen de maatschappelijke opbrengsten van uitstroom naar werk.
Bestaande tekst
Nieuwe tekst Artikel 13. Aanvraagprocedure persoonlijke ondersteuning bij werk en overige voorzieningen 1. Een aanvraag om persoonlijke ondersteuning bij werk en overige voorzieningen kan bij het college worden ingediend door de persoon, die behoort tot de doelgroep, zoals bedoeld in artikel 12, eerste lid, en/of zijn werkgever. Het college kan hiervoor een aanvraagformulier vaststellen. 2. Het college onderzoekt, zo spoedig mogelijk, maar uiterlijk binnen 8 weken na de aanvraag, de mogelijkheden en ondersteuningsbehoefte van de persoon. 3. Het college kan een deskundig oordeel en advies inwinnen, als de beoordeling van een aanvraag dit vereist. 4. Het college bepaalt na overleg met de persoon, en indien van toepassing met de werkgever, welke ondersteuning of voorziening(en) het beste kunnen bijdragen aan de arbeidsinschakeling. 5.
Het college onderzoekt, voor zover nodig en gelet op de omstandigheden van de persoon, in daartoe voorkomende gevallen de mogelijkheden om door samenwerking met andere partijen, onder meer op het gebied van (publieke) gezondheid, jeugdhulp, maatschappelijke ondersteuning, onderwijs, schuldhulpverlening, welzijn en wonen, te komen tot een zo goed mogelijk afgestemde integrale dienstverlening met het oog op de arbeidsinschakeling, bedoeld in artikel 8a, tweede lid, onder g, onderdeel 1 van de wet, of de wijze van voortgezette persoonlijke ondersteuning, bedoeld in artikel 8a, tweede lid, onder g, onderdeel 2 van de wet. 6. Het college maakt binnen 20 werkdagen na afronding van het onderzoek een schriftelijke weergave van de uitkomsten van het onderzoek, dat wordt neergelegd in een onderzoeksverslag. 7. Op basis van het onderzoeksverslag neemt het college een besluit en zendt dit aan de persoon of zijn gemachtigde en, indien van toepassing, aan de werkgever.
Bestaande tekst
Nieuwe tekst Artikel 14. Inhoud beschikking persoonlijke ondersteuning bij werk en overige voorzieningen 1. Het college geeft in een beschikking tot toekenning van persoonlijke ondersteuning of een overige voorziening in ieder geval aan: a) welke persoonlijke ondersteuning of overige voorziening wordt verstrekt; b) als subsidie wordt verstrekt, wat de omvang is van het subsidiebedrag; c) de duur en intensiteit van de ondersteuning; d) de ingangsdatum van de ondersteuning of overige voorziening; e) als de verstrekking afwijkt van wat is aangevraagd, wat de reden is van afwijking; en f) voor zover van toepassing, welke andere ondersteuning of voorziening relevant is, of kan zijn, waaronder de wijze waarop de persoon integraal kan worden ondersteund.
Bestaande tekst
2.
Het college geeft in een beschikking tot afwijzing van persoonlijke ondersteuning of een overige voorziening op grond van het feit dat er een voorliggende voorziening bestaat, in ieder geval aan welke voorziening dit betreft.
Nieuwe tekst Paragraaf 5.2: Specifieke bepalingen persoonlijke ondersteuning bij werk
Bestaande tekst
Nieuwe tekst Artikel 15. Persoonlijke ondersteuning bij werk 1. Het college kan persoonlijke ondersteuning bij werk in de vorm van jobondersteuning in natura verstrekken door middel van een begeleider, die werkzaam is in een dienstverband bij of in opdracht van de gemeente Enschede. 2. Het college kan persoonlijke ondersteuning bij werk in de vorm van een subsidie toekennen aan de werkgever voor: a) jobcoaching door een interne of externe jobcoach; of b) interne werkbegeleiding door een interne werkbegeleider. 3. De in het eerste of tweede lid genoemde ondersteuning kan ook worden aangeboden met het oog op het verrichten van werkzaamheden, anders dan in dienstverband, zoals bij een proefplaats of een leer-werktraject.
Bestaande tekst
Nieuwe tekst Artikel 16. Specifieke voorwaarden toekenning persoonlijke ondersteuning bij werk 1. De aanvraag voor persoonlijke ondersteuning bij werk moet binnen 8 weken na de ingangsdatum van de dienstbetrekking zijn ontvangen, tenzij voorafgaand aan of op het moment van aanvang van het dienstverband de noodzaak voor die ondersteuning redelijkerwijs nog niet bekend kon zijn. In dat geval is de aanvraagdatum gelijk aan de startdatum van de persoonlijke ondersteuning. 2. Het college besluit op basis van individueel maatwerk, waarbij de aard, omvang, duur en intensiteit van de persoonlijke ondersteuning worden gewogen.
Bestaande tekst
Nieuwe tekst Artikel 17 Artikel 17. Jobcoaching 1. Een jobcoach die de persoonlijke ondersteuning bij werk verzorgt moet voldoen aan de kwaliteitseisen zoals opgenomen in Bijlage 1. 2. Voor het bepalen van de duur en intensiteit van de in te zetten jobcoaching wordt uitgegaan van de begeleidingsregimes licht, midden of intensief (zoals omschreven in artikel 2.4.1 van de Beleidsregel Protocol Interne Jobcoach UWV 2019, Staatscourant 2019, nr. 51100). De nadere voorwaarden hiervoor en de hoogte van de vergoedingen wordt door het college uitgewerkt in nadere regels, waarbij gestreefd wordt naar regionale afstemming.
Bestaande tekst
3.
4.
Het college kan van de in het tweede lid bedoelde regimes en voorwaarden afwijken voor zover toepassing daarvan, gelet op het belang dat beoogt te worden beschermd, leidt tot onbillijkheid van overwegende aard. Voordat het college de jobcoaching beëindigt, verricht het college onderzoek. Wanneer de beëindiging plaatsvindt met instemming van de werkgever en de werknemer kan het college van dit onderzoek afzien.
Nieuwe tekst Artikel 18. Jobcoaching in natura 1. Het college kan ambtshalve of op aanvraag jobcoaching in natura (jobondersteuning) aanbieden. 2. Bij aanvragen om jobcoaching in natura (jobondersteuning) en de voorbereiding van een beschikking op de aanvraag is het bepaalde in de artikelen 12 tot en met 17 van overeenkomstige toepassing.
Bestaande tekst
Nieuwe tekst Artikel 19. Subsidie voor het organiseren van jobcoaching 1. Het college kan op aanvraag subsidie voor het organiseren van jobcoaching verlenen aan de werkgever. 2. Subsidie voor het organiseren van jobcoaching kan, met inachtneming van het bepaalde in de artikelen 12 tot en met 17, worden verleend als: a) de jobcoaching, bestaande uit een individueel trainings- of inwerkprogramma en een systematische begeleiding van de persoon behorend tot de doelgroep, gericht op het kunnen uitvoeren van de aan hem opgedragen taken, wordt geborgd door middel van een coachingsplan; b) de omvang en de kwaliteit van de georganiseerde jobcoaching passend is; c) de continuïteit van de jobcoaching geborgd is; en d) de persoon voor wie de subsidie wordt gevraagd daarvan op de hoogte is en schriftelijk instemt met het organiseren van jobcoaching door de werkgever. 3. Het college kan voor jobcoaching een maximumtarief per uur hanteren dat toereikend is voor de organisatie van jobcoaching, waarbij het college streeft naar regionale afstemming binnen de arbeidsmarktregio en zorgdraagt voor de kenbaarheid van de voor het betreffende jaar van toepassing zijnde tarieven. 4.
Het college kan in nadere regels uitwerken: a) aan welke eisen het coachingsplan moet voldoen; b) welke activiteiten een jobcoach moet kunnen uitvoeren; c) hoe de continuïteit van de jobcoaching geborgd moet zijn; of d) hoe de evaluatie van de jobcoaching plaatsvindt. 5. Met instemming van de werkgever en de werknemer voor wie de subsidie wordt verleend, kan de jobcoach mede:
Bestaande tekst
a) b)
ondersteuning geven, gericht op het vinden van werk; of integrale ondersteuning geven bij de overgang van werk naar werk en van werk naar onderwijs.
Nieuwe tekst Artikel 20. Interne werkbegeleiding 1. Als een persoon uit de doelgroep voor het kunnen verrichten van werk is aangewezen op begeleiding die de gebruikelijke begeleiding door de werkgever en andere werknemers aanzienlijk te boven gaat, kan het college een subsidie verlenen aan de werkgever voor de aangetoonde meerkosten die verbonden zijn aan het organiseren van de interne werkbegeleiding. Desgewenst kan het college hiervoor nadere regels vaststellen. 2. Het college kan aan de werkgever ambtshalve of op aanvraag een training aanbieden voor één of meer medewerkers om hen in staat te stellen aan personen, behorend tot de doelgroep, interne werkbegeleiding te bieden.
Bestaande tekst
Nieuwe tekst Paragraaf 5.3: Specifieke bepalingen overige voorzieningen
Bestaande tekst
Nieuwe tekst Artikel 21. Specifieke voorwaarden toekenning vervoersvoorziening 1. Het college kan een vervoersvoorziening toekennen aan een persoon die door zijn beperking niet zelfstandig naar zijn werkplek, proefplaats of opleidingslocatie kan reizen. Deze vervoersvoorziening kan zowel in natura als in de vorm van een vergoeding in geld worden verstrekt. 2. Het college biedt een vervoersvoorziening aan als aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: a) de persoon kan door zijn beperking niet zelfstandig reizen of gebruik maken van het openbaar vervoer; en b) het vervoer is beperkt tot woon-werkverkeer. 3. De hoogte van de vergoeding in geld hangt af van het aantal dagen dat moet worden gewerkt en bedraagt het in de markt reguliere tarief voor een taxi of een andere vorm van vervoer. 4. Het college brengt een eventueel bedrag voor een vervoersvoorziening van de werkgever aan de werknemer in mindering op de te verstrekken vervoersvoorziening. 5. Het college kan hiervoor nadere regels opstellen.
Bestaande tekst
Nieuwe tekst Artikel 22. Specifieke voorwaarden noodzakelijke intermediaire activiteit bij visuele of motorische handicap 1. Het college kan een voorziening in de vorm van een intermediaire activiteit toekennen die gericht is op de vervanging of ondersteuning van een door ziekte of gebrek geheel of gedeeltelijk ontbrekende visuele of motorische lichaamsfunctie.
Bestaande tekst
2.
Het college kan in nadere regels uitwerken hoe het de omvang van de noodzakelijke intermediaire activiteit bepaalt.
Nieuwe tekst Artikel 23. Specifieke voorwaarden meeneembare voorzieningen 1. Het college kan een meeneembare voorziening toekennen als dit nodig is voor de persoon om te kunnen werken. 2. Er is geen limitatieve lijst van voorzieningen. In principe kan elk product als een meeneembare voorziening worden beschouwd als de noodzaak en meerwaarde in de werksfeer aantoonbaar zijn. 3. De meeneembare voorziening wordt in principe in bruikleen beschikbaar gesteld. In bijzondere gevallen kan het college besluiten de voorziening in eigendom te verstrekken. 4. Het college kan in nadere regels uitwerken hoe het de noodzaak en meerwaarde in de werksfeer bepaalt.
Bestaande tekst
Nieuwe tekst Artikel 24. Specifieke voorwaarden werkplekaanpassingen Het college kan een aanpassing van de werkplek toekennen aan een persoon, als dit noodzakelijk is om zijn werk uit te voeren. In beginsel kan daarbij elk product als een werkplekaanpassing worden beschouwd als de noodzaak en meerwaarde in de werksfeer aantoonbaar zijn.
Bestaande tekst
Nieuwe tekst Hoofdstuk 6 Voorzieningen niet gericht op regulier werk
Bestaande tekst Hoofdstuk 2 Voorzieningen
Nieuwe tekst Artikel 25. Participatievoorziening beschut werk 1. Het college biedt ambtshalve of op verzoek de participatievoorziening beschut werk aan, aan een persoon van wie is vastgesteld dat deze door een arbeidsbeperking een zodanige mate van begeleiding op en aanpassingen van de werkplek nodig heeft dat hij/zij alleen in een beschutte omgeving onder aangepaste omstandigheden mogelijkheden tot arbeidsparticipatie heeft, en deze persoon behoort tot de doelgroep, zoals omschreven in artikel 7, eerste lid onder a, of artikel 10b, eerste lid van de wet. 2. Het college gaat voor de realisatie en invulling van beschut werk uit van de door de rijksoverheid vastgestelde minimum taakstelling. Het college kan uit de personen uit de doelgroep een voorselectie maken en wint bij het UWV advies in voor de beoordeling of zij uitsluitend in een beschutte omgeving onder aangepaste omstandigheden mogelijkheden tot arbeidsparticipatie hebben. 3. Het college draagt zorg voor het beheer van een eventuele wachtlijst van de door het UWV geïndiceerde ingezetenen die geen beschutte dienstbetrekking hebben en beschikbaar zijn om een
Bestaande tekst Artikel 6. Participatievoorziening beschut werk 1. Het college biedt ambtshalve of op verzoek de participatievoorziening beschut werk, aan een persoon van wie is vastgesteld dat deze door een lichamelijke, verstandelijke of psychische beperking een zodanige mate van begeleiding op en aanpassingen van de werkplek nodig heeft dat hij/zij alleen in een beschutte omgeving onder aangepaste omstandigheden mogelijkheden tot arbeidsparticipatie heeft, en deze persoon: a) behoort tot de doelgroep zoals omschreven in art. 7 lid 1 sub a van de Participatiewet, of b) een uitkering ontvangt van het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen (UWV). 2. Het college draagt zorg voor het beheer van de wachtlijst van de door het UWV geïndiceerde ingezetenen die geen beschutte dienstbetrekking hebben en beschikbaar zijn om een dergelijke dienstbetrekking te aanvaarden, en stelt hiervoor nadere beleidsregels vast. 3. Onverminderd het bepaalde in het eerste en derde lid krijgt een persoon van wie is vastgesteld dat:
dergelijke dienstbetrekking te aanvaarden, en kan hiervoor nadere regels vaststellen. 4. Om de in artikel 10b, eerste lid, van de wet, bedoelde werkzaamheden mogelijk te maken worden de volgende ondersteunende voorzieningen op de arbeidsinschakeling aangeboden: fysieke aanpassingen van de werkplek of de werkomgeving; a. uitsplitsing van taken; of b. aanpassingen in de wijze van werkbegeleiding, werktempo of arbeidsduur. 5. Voor zover nodig kan één van de volgende voorzieningen gericht op arbeidsinschakeling worden aangeboden in aanloop naar de dienstbetrekking of naast deze voorziening om de voorziening in stand te houden, tot het moment dat de dienstbetrekking beschut werk aanvangt: a) deelname aan vrijwilligerswerk; b) (arbeidsmatige) dagbesteding in de zin van de Wet maatschappelijke ondersteuning; c) scholing als bedoeld in artikel 7; d) sociale activering als bedoeld in artikel 26; e) persoonlijke ondersteuning als bedoeld in artikel 9; f) schuldhulpverlening als bedoeld in de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening; of g) andere voorzieningen die bijdragen aan het participeren in de samenleving.
a)
4.
5.
6.
deze alleen in een beschutte omgeving onder aangepaste omstandigheden mogelijkheden tot arbeidsparticipatie heeft, en b) die nog niet in aanmerking is gekomen voor een beschutte werkplek omdat het aantal geraamde beschutte werkplekken in één jaar al is gerealiseerd, voorrang op personen van wie later is vastgesteld dat zij alleen in een beschutte omgeving onder aangepaste omstandigheden mogelijkheden tot arbeidsparticipatie hebben. Het college kan uit de personen uit de doelgroep een voorselectie maken en wint bij het UWV advies in voor de beoordeling of zij uitsluitend in een beschutte omgeving onder aangepaste omstandigheden mogelijkheden tot arbeidsparticipatie hebben. Het college selecteert voor deze beoordeling uitsluitend personen met een grote afstand tot de arbeidsmarkt; Om de in artikel 10b, eerste lid, van de Participatiewet, bedoelde werkzaamheden mogelijk te maken zet het college de volgende ondersteunende voorzieningen in: a) fysieke aanpassingen van de werkplek of de werkomgeving, b) uitsplitsing van taken of aanpassingen in de wijze van werkbegeleiding, werktempo of arbeidsduur. Het college biedt de volgende voorzieningen gericht op arbeidsinschakeling aan tot het moment dat de dienstbetrekking beschut werk aanvangt: a) deelname aan vrijwilligerswerk, b) (arbeidsmatige) dagbesteding of andere voorzieningen die bijdragen aan het participeren in de samenleving;
Nieuwe tekst Artikel 26. Sociale activering 1. Het college kan een persoon, die behoort tot de doelgroep, activiteiten aanbieden in het kader van sociale activering, voor zover de mogelijkheid bestaat dat hij op enig moment algemeen geaccepteerde arbeid kan verkrijgen waarbij geen gebruik wordt gemaakt van een voorziening. 2. Het college stemt de duur van de in het eerste lid bedoelde activiteiten af op de mogelijkheden en capaciteiten van die persoon. 3. Het college biedt de activiteiten uitsluitend aan als hierdoor de concurrentieverhoudingen niet onverantwoord worden beïnvloed en er geen verdringing op de arbeidsmarkt plaatsvindt.
Bestaande tekst
Nieuwe tekst Hoofdstuk 7 Slotbepalingen
Bestaande tekst
Nieuwe tekst Artikel 27. Nadere regels 1. Het college kan bij uitvoeringsbesluit, ter uitvoering van deze verordening, nadere regels vaststellen voor de uitwerking van het arbeidsmarktinstrumentarium.
Bestaande tekst
Hoofdstuk 4. Slotbepalingen
2.
Het college kan daarbij ook bepalen welke andere, overige voorzieningen, gericht op arbeidsinschakeling, beschikbaar worden gesteld aan de werkzoekende.
Nieuwe tekst Artikel 28. Innovatie 1. Het college kan, als experiment in het kader van het onderzoeken en toepassen van mogelijkheden om de participatie te bevorderen, afwijken van het bepaalde in deze verordening. Wanneer hiervan gebruik wordt gemaakt, wordt de raad hierover geïnformeerd. 2. De duur van een experiment als bedoeld in het eerste lid is ten hoogste drie jaar. 3. Indien het experiment noodzaakt tot bijstelling van deze verordening kan de periode, zoals genoemd in het tweede lid, worden verlengd tot aan het moment van inwerkingtreding van de bijstelling.
Bestaande tekst
Nieuwe tekst Artikel 29. Hardheidsclausule Het college kan in bijzondere gevallen ten gunste van de belanghebbende afwijken van de bepalingen in deze verordening, indien toepassing van de verordening tot onbillijkheden van overwegende aard leidt.
Bestaande tekst Artikel 10. Hardheidsclausule Het college kan in bijzondere gevallen afwijken van de bepalingen in deze verordening, indien toepassing, gelet op het belang van belanghebbende, leidt tot onbillijkheid van overwegende aard.
Nieuwe tekst Artikel 30. Beslissing college in gevallen waarin de verordening niet voorziet In gevallen, de uitvoering van deze verordening betreffende, waarin deze verordening niet voorziet, beslist het college
Bestaande tekst
Nieuwe tekst Artikel 31. Overgangsrecht WSW-doelgroep 1. Het college kan voor personen, die beschikken over een geldige indicatie op grond van de Wet sociale werkvoorziening en die per 31 december 2014 waren aangesteld op basis van een sociale werkvoorziening (SW)-dienstbetrekking of begeleid werken bij een werkgever, zoals bedoeld in deze wet, een loonkostensubsidie verstrekken aan die werkgever ten behoeve van een arbeidsplaats, met een minimale duur van 6 maanden. 2. De loonkostensubsidie per SW-geïndiceerde, zoals bedoeld in het vijfde lid, wordt gebaseerd op de ontbrekende loonwaarde en de begeleidingskosten van de medewerker. Voor de loonwaardemeting hiervan wordt aangesloten bij de in artikel 11, derde lid bedoelde methodiek.
Bestaande tekst
Nieuwe tekst Artikel 32. Inwerkingtreding en overgangsrecht 1. Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag volgende op die van haar bekendmaking onder gelijktijdige intrekking van de Reintegratieverordening Participatiewet gemeente Enschede 2015 en de Verordening
Bestaande tekst Artikel 11. Intrekken oude verordening en overgangsrecht 1. De Verordening werk en bijstand wordt hierbij ingetrokken.
2.
3.
4.
loonkostensubsidie Participatiewet gemeente Enschede 2015 Een persoon die gebruik maakt van een toegekende voorziening op grond van de Reintegratieverordening Participatiewet gemeente Enschede 2015, behoudt deze voorziening, voor zover wordt voldaan aan de voorwaarden uit de Reintegratieverordening gemeente Enschede 2015, voor de duur: a) van 12 maanden; of b) dat deze is verstrekt, als dat korter is dan de periode, bedoeld in onderdeel a. Het college kan na afloop van de in het tweede lid, onderdeel a, bedoelde periode, besluiten of een voorziening in verband met een bijzondere individuele situatie wordt voortgezet. De Re-integratieverordening Participatiewet gemeente Enschede 2015 blijft van toepassing ten aanzien van een voortgezette voorziening als bedoeld in het tweede en derde lid.
Nieuwe tekst Artikel 33. Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als Reintegratieverordening Participatiewet, IOAW, IOAZ, 2023 gemeente Enschede.
2. Een persoon die gebruik maakt van een toegekende voorziening op grond van de Verordening werk en bijstand, die moet worden beëindigd op grond van deze verordening, behoudt deze voorziening voor zover wordt voldaan aan de voorwaarden uit de Verordening werk en bijstand voor de duur: a) van 12 maanden gerekend vanaf de inwerkingtreding van deze verordening, of b) dat deze is verstrekt, als dat korter is dan de periode als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a.
Bestaande tekst Artikel 12. Inwerkingtreding en citeertitel
1.Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2015. 2.Deze verordening wordt aangehaald als: Reintegratieverordening Participatiewet gemeente Enschede 2015.