CConstaterende datenschede
Koppel je AI →
Document · PDF

Nibud onderzoek MER 2023 Enschede def

Raadsvergadering 13 mei 2024, gemeente enschedeBij agendapunt: Minima Effectrapportage, minimamonitor KWIZ en Evaluatie kadernota ‘Rondkomen met je inkomen’21.928 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Minima-effectrapportage gemeente Enschede 2023 De invloed van landelijke en gemeentelijke maatregelen op de financiële positie van inwoners met lage inkomens Corinne van Gaalen, Guus Wieman

13 oktober 2023

Minima-effectrapportage gemeente Enschede 2023

De invloed van landelijke en gemeentelijke maatregelen op de financiële positie van inwoners met lage inkomens

Auteurs Corinne van Gaalen Guus Wieman

Nibud, Enschede 13 oktober 2023 In opdracht van de gemeente Enschede

Voorwoord Het Nibud (Nationaal Instituut voor Budgetvoorlichting) is een onafhankelijke stichting zonder winstoogmerk. Ons doel is het voorkomen van geldproblemen. Naast het verzamelen, berekenen en bijhouden van basiscijfers, doet of initieert het Nibud ook onderzoek naar andere aspecten over omgaan met geld, zoals bijvoorbeeld gedragsaspecten. Op basis van dit onderzoek kunnen we snel inspelen op maatschappelijke ontwikkelingen. Het Nibud is gespecialiseerd in het maken van de vertaalslag van de verzamelde data en kennis over de huishoudfinanciën in methodes, materialen en tools. Daarbij wordt voortdurend voeling gehouden met de actualiteit en de praktijk van alledag. We gaan uit van drie niveaus van voorlichting en financiële educatie: direct voor consumenten (via onze websites, (social) media, interactieve tools, voorlichtingsmaterialen en hulpmiddelen en de helpdesk), via onderwijs/educatie door derden en door deskundigheidsbevordering van professionals. Als kenniscentrum vervult het Nibud ook een adviesrol naar derden. Bij dit alles gaat het Nibud uit van een standaardmethode van begroten. Dit resulteert in een reeks voorbeeldbegrotingen met referentiecijfers die zijn gebaseerd op empirisch wetenschappelijk onderzoek. Het Nibud stelt de keuzevrijheid en de eigen verantwoordelijkheid van de huishoudens voorop.

Het Nibud geeft gemeenten meer inzicht in het effect van hun minimabeleid. Door middel van een minima-effectrapportage (MER) helpt het Nibud gemeenten het geld bestemd voor minimabeleid, optimaal te besteden. Deze rapportage is uitgevoerd door het Nibud, in opdracht van de gemeente Enschede. Met dit onderzoek wil de gemeente Enschede inzicht krijgen in de effecten van haar minimabeleid. Utrecht, oktober 2023

Inhoud 1 Inleiding 1.1 Centrale vraag 1.2 Kern minima-effectrapportage 1.2.1 Huishoudtypen 1.2.2 Inkomensniveaus 1.2.3 Armoedeval 1.2.4 Voorbeeldhuur 1.2.5 Huishoudens met een zorgvraag 1.2.6 Zelfstandig wonende 18-jarige 1.3 Leeswijzer 2 Onderzoeksmethode: begrotingen 2.1 Inleiding 2.2 Inkomsten 2.3 Uitgaven: basispakket & sociale participatie 2.4 Uitgavensoorten 2.5 Voorwaarden aan de begrotingen 2.6 De begrotingen 3 Minimabeleid 3.1 Landelijk beleid 3.2 Lokaal minimabeleid 3.2.1 Kwijtscheldingsbeleid 3.2.2 Collectieve (aanvullende) zorgverzekering 3.2.3 Individuele inkomenstoeslag 3.2.4 Extra geld voor jongeren voor cultuur en sport 3.2.5 Kindpakket 3.2.6 Witgoedregeling 3.2.7 Energietoeslag 3.2.8 Kinderopvang en peuterspeelzaal 3.2.9 Overige regelingen 3.3 Huishoudens met een zorgvraag 3.3.1 Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) 3.3.2 Collectieve zorgverzekering 3.3.3 Meerkosten huishoudens met zorgvraag 4 Resultaten 4.1 Bestedingsruimte per huishoudtype 4.2 Armoedeval 5 Extra berekeningen 5.1 Energietoeslag 5.2 Resultaten bij 140 procent voor huishoudens met kinderen 5.3 Resultaten bij een huur van 575 euro 5.4 Resultaten zonder gemeentelijke tegemoetkomingen 6 Conclusies en aanbevelingen 6.1 Bestedingsruimte en armoedeval 6.2 Aannames en aanbevelingen Bijlage 1 | Verantwoording uitgaven Bijlage 2 | Begrotingen Bijlage 3 | Begrotingen zonder gemeentelijke regelingen

1 Inleiding 1.1

Centrale vraag

Iedere gemeente beschikt over mogelijkheden om invloed uit te oefenen op de financiële positie van inwoners met lage inkomens. Dat kan bijvoorbeeld door het kwijtschelden van gemeentelijke heffingen en/ of door bijzondere bijstand. Het is echter niet direct zichtbaar wat in de praktijk de effecten van die maatregelen zijn op het budget van verschillende groepen huishoudens. De gemeente Enschede wenst inzicht te krijgen in het samenspel van landelijk en lokaal minimabeleid. De centrale vraag van dit onderzoek luidt: Wat is het effect van landelijke en lokale inkomensondersteunende regelingen op de financiële positie van huishoudens met een laag inkomen in de gemeente Enschede, uitgaande van het beleid voor 2023? Bekeken wordt welke groepen huishoudens in de gemeente het best ondersteund worden door middel van het gemeentelijke minimabeleid en welke groepen minder goed. Ook maakt deze rapportage eventuele armoedevallen inzichtelijk. In de begrotingen worden alle minimaal onvermijdbare uitgaven afgezet tegen verschillende inkomensniveaus.

1.2

Kern minima-effectrapportage

Om tot een antwoord te komen op de centrale vraag, worden voor een aantal voorbeeldsituaties alle inkomsten geïnventariseerd. Hierbij wordt rekening gehouden met alle landelijke en gemeentelijke inkomensondersteunende maatregelen. Dit inkomen zal in een begroting worden afgezet tegen de minimale uitgaven waarmee huishoudens met een laag inkomen worden geconfronteerd. De minimale uitgaven zijn gebaseerd op de Nibud methode van budgetteren, aangevuld met lokale tarieven en tegemoetkomingen.

1.2.1 Huishoudtypen In deze minima-effectrapportage wordt voor een aantal huishoudtypen de bestedingsruimte inzichtelijk gemaakt. In overleg met de gemeente Enschede is een keuze gemaakt voor de volgende voorbeeldsituaties: 1. Een alleenstaande tot de AOW-gerechtigde leeftijd; 2. Een paar zonder kinderen tot de AOW-gerechtigde leeftijd; 3. Een paar zonder kinderen vanaf de AOW-gerechtigde leeftijd; 4. Een alleenstaande met twee jonge kinderen (3 en 5 jaar); 5. Een alleenstaande met twee oudere kinderen (14 en 16 jaar); 6. Een paar met twee jonge kinderen (3 en 5 jaar); 7. Een paar met twee oudere kinderen (14 en 16 jaar); 8. Een alleenstaande tot de AOW-gerechtigde leeftijd met een zorgvraag; 9. Een alleenstaande vanaf de AOW-gerechtigde leeftijd met een zorgvraag; 10. Een zelfstandig wonende 18-jarige.

Minima-effectrapportage gemeente Enschede 2023

1.2.2 Inkomensniveaus De rapportage laat zien welke effecten de landelijke en gemeentelijke maatregelen hebben op de financiële positie van de huishoudtypen bij verschillende inkomensniveaus. In overleg met de gemeente Enschede is in dit rapport gekozen om begrotingen op te stellen met de volgende inkomensniveaus: bijstand- of AOW- niveau, 110 procent, 120 procent en 130 procent van de geldende bijstandsnorm. Voor de zelfstandig wonende 18-jarige kijken we naar andere inkomensniveaus, te weten bijstand, studiefinanciering en het (netto) minimumjeugdloon.

1.2.3 Armoedeval Het kan voorkomen dat een huishouden met een hoger inkomen, minder overhoudt dan met een lager inkomen, nadat rekening is gehouden met alle noodzakelijke uitgaven. Een dergelijke situatie ontstaat bijvoorbeeld doordat er geen recht meer is op inkomensondersteunende regelingen. Als een armoedeval zich voordoet binnen de gestelde kaders, dan blijkt dat uit de resultaten van dit onderzoek. Hierbij onderscheiden we twee soorten armoedevallen, namelijk een armoedeval bij uitstroom uit een bijstandsuitkering naar betaald werk (werkloosheidsval/uitstroomval) en een armoedeval bij het meer gaan verdienen (doorstroomval). Bij huishoudens boven de AOW-gerechtigde leeftijd wordt officieel niet gesproken van een armoedeval, omdat deze gewoonlijk geen inkomensstijging meemaken. Toch kan er bij hen ook sprake zijn van een geringere vrije bestedingsmogelijkheid bij een hoger inkomen.

1.2.4 Voorbeeldhuur Uit het WoOn-onderzoek van het CBS komt dat 96 procent van de huishoudens die de bijstandsuitkering als belangrijkste inkomstenbron hebben, in een huurwoning woont. Op basis hiervan gaan we er in deze rapportage vanuit dat huishoudens in een huurwoning wonen. De huur vormt in de meeste huishoudens de hoogste uitgave op de begroting. De huurprijzen in dit onderzoek zijn vastgesteld in overleg met de gemeente, waarbij we uitgaan van de aftoppingsgrens van de huurtoeslag: 647 euro voor een- en tweepersoonshuishoudens en 694 euro voor huishoudens met drie of meer personen. Huurders waarvan het inkomen niet hoger is dan 120 procent van het sociale minimum en die in een corporatiewoning wonen krijgen per 1 juli 2023 een huurverlaging. Vanaf die datum gaat de nieuwe huurprijs gelden van 575 euro per maand. Voor huurcontracten die na 1 maart 2023 zijn ingegaan, kan geen huurverlaging worden aangevraagd. In deze rapportage wordt in aparte tabellen weergegeven wat deze lagere huur betekent voor de bestedingsruimte van huishoudens die voor deze huurverlaging in aanmerking komen.

1.2.5 Huishoudens met een zorgvraag Bij de alleenstaanden met een zorgvraag worden in de begroting extra kosten meegenomen die veel voorkomen wanneer een persoon binnen het huishouden een chronische ziekte of beperking heeft. Tegelijkertijd houden we ook rekening met de regelingen die de gemeente Enschede voor deze huishoudens kent.

Minima-effectrapportage gemeente Enschede 2023

De begrotingen voor deze huishoudens zijn opgesteld aan de hand van zogenoemde zorgprofielen. Op basis van deze zorgprofielen hebben we bepaald wat voor deze huishoudens de extra kosten zijn en welke vergoedingen daar tegenover staan. Het zorgprofiel is een illustratie van hoe de situatie van mensen met een zorgvraag eruit kan zien. In werkelijkheid hebben mensen te maken met zeer uiteenlopende zorgbehoeftes en varieert de hoogte van de zorgkosten sterk in individuele gevallen. Dat betekent dat conclusies die getrokken worden op basis van de uitkomsten, rekening houdend met de zorgvraag zoals die in dit rapport is geformuleerd, niet zonder meer gelden voor iedereen met zorgkosten. Het geeft wel aan dat een deel van de vaak voorkomende zorgkosten wordt vergoed. En dat mensen in veel gevallen daarnaast nog eigen betalingen in verband met zorg hebben. In paragraaf 3.3 worden de zorgprofielen van de huishoudens met een zorgvraag verder uitgewerkt.

1.2.6 Zelfstandig wonende 18-jarige In dit onderzoek kijken we ook naar de bestedingsruimte van een zelfstandig wonende 18-jarige. Hierbij kijken we naar de volgende drie situaties: Situatie waarin hij/zij niet werkt of studeert en bijstand ontvangt; Situatie waarin hij/zij werkt tegen het minimumloon dat geldt voor een 18-jarige; Situatie waarin hij/zij een mbo-opleiding (BOL) volgt en studiefinanciering ontvangt. Hier wordt dus niet wordt doorgerekend met een percentage van de bijstandsnorm, zoals dat bij de andere onderzochte huishoudtypen wel is gedaan. De bijstandsnorm voor zelfstandig wonende jongeren (18 tot 21 jaar) wordt in de gemeente Enschede aangevuld vanuit de bijzondere bijstand. De hoogte van deze aanvulling is gelijk aan het verschil tussen de jongerennorm en de reguliere norm of het netto minimumjeugdloon (alle bedragen exclusief vakantietoeslag). Voor een 18-jarige wordt gekeken naar het verschil met het minimumloon. De aanvulling vanuit de bijzondere bijstand is opgenomen bij de inkomsten (lokale tegemoetkoming). Voor de 18-jarige die studeert gaan we uit van MBO via de Beroeps Opleidende Leerweg, met het maximale bedrag aan studiefinanciering (basisbeurs en aanvullende beurs). Dit komt neer op 866 euro. Daarnaast zijn studiekosten opgenomen (collegegeld plus schoolkosten) van 196 euro per maand.

Ten slotte zijn de kosten voor openbaar vervoer uit de begroting gehaald, omdat studenten in aanmerking komen voor een studentenreisproduct. Dit geldt ook voor de vervoerskosten in de post “sociale participatie”. De huur van de 18-jarige is in deze rapportage lager dan voor de overige eenpersoonshuishoudens, waarvoor we een huur van 647/575 euro hanteren (zie paragraaf 1.2.4). Voor een 18-jarige is dit waarschijnlijk geen reëel bedrag, zeker gezien het feit dat voor jongeren tot 23 jaar geen huurtoeslag mogelijk is bij een huur boven 452,20 euro per maand. Daarom wordt in deze rapportage gerekend met een huur van 450 euro, iets hoger dan in 2021 toen met 400 euro werd gerekend.

Minima-effectrapportage gemeente Enschede 2023

Ten slotte is bij de 18-jarige gekozen voor een minder uitgebreide zorgverzekering, namelijk GarantVerzorgd 1. Dit is een basisverzekering, een aanvullende verzekering plus een tandartsverzekering. De premie bedraagt 165,52 euro per maand. Deze premie hanteren we voor alle drie de onderzochte situaties.

1.3

Leeswijzer

Het rapport is als volgt opgebouwd. In hoofdstuk 2 wordt ingegaan op de onderzoeksmethode. Hoofdstuk 3 geeft een toelichting op de landelijke en lokale inkomensondersteunende regelingen. In hoofdstuk 4 worden de resultaten weergegeven: Wat is de bestedingsruimte van de onderzochte huishoudtypen? En wat zijn de effecten van het minimabeleid op de financiële positie van deze huishoudens? Hoofdstuk 5 belicht een aantal scenario’s: hoe ziet de bestedingsruimte eruit als rekening wordt gehouden met de energietoeslag (die waarschijnlijk in 2024 verdwijnt), wat zijn de gevolgen van de huurverlaging per 1 juli 2023 en krijgen huishoudens met kinderen te maken met een armoedeval op 140 procent als het recht op de gemeentelijke kindregelingen wegvalt? Ten slotte worden in hoofdstuk 6 de conclusies en aanbevelingen beschreven. In de bijlagen wordt meer informatie gegeven over bronnen van de referentiecijfers en staan de begrotingen per huishoudtype naar inkomen.

Minima-effectrapportage gemeente Enschede 2023

2 Onderzoeksmethode: begrotingen 2.1

Inleiding

Om het effect van inkomensondersteunende regelingen op de financiële positie van huishoudens te berekenen, maakt het Nibud gebruik van begrotingen. Uit deze begrotingen zijn de inkomsten en uitgaven van de huishoudens af te lezen. De begrotingen in deze rapportage zijn gemaakt voor verschillende huishoudtypen op verschillende inkomensniveaus. Hierbij gaan we ervan uit dat huishoudens in een huurwoning wonen. De begrotingen zijn voor groepen van huishoudens. De bedragen in de begrotingen zijn gemiddelden; in werkelijkheid zal de financiële situatie van de individuele huishoudens er anders uitzien. De begroting laat dus niet zien in hoeverre een individueel huishouden een sluitende begroting heeft. Bij het opstellen van de begrotingen wordt geen rekening gehouden met schulden, omdat daarover niets algemeens te zeggen valt. Schulden komen echter vaak voor onder huishoudens met lage inkomens. Ook is er geen rekening gehouden met inkomsten of betalingen vanwege alimentatie. Maandbegrotingen Alle begrotingen zijn maandbegrotingen, waarbij de inkomsten en uitgaven zijn omgerekend naar gemiddelde maandbedragen. In de praktijk kunnen er flinke verschillen zijn tussen de maanden van het jaar. Vakantiegeld wordt bijvoorbeeld vaak jaarlijks uitgekeerd, maar wordt in deze rapportage uitgedrukt in een maandelijks bedrag. Het inkomen is in iedere begroting een vast gegeven.

2.2

Inkomsten

In deze rapportage worden op vier inkomensniveaus begrotingen opgesteld voor de betreffende voorbeeldhuishoudens: het minimuminkomen (bijstand/AOW-uitkering), 110 procent, 120 procent en 130 procent van de geldende bijstandsnorm. Met bijstandsniveau wordt in deze rapportage bedoeld de norm op grond van de Participatiewet, artikel 5 lid 1 sub c. Uitgangspunt in deze rapportage is het totaal besteedbaar maandinkomen. Dat inkomen bestaat uit alle inkomsten van het huishouden, zoals netto salarissen, uitkeringen, kortingen op de belasting, landelijke toeslagen (zorgtoeslag, huurtoeslag, kinderopvangtoeslag en kindgebonden budget), kinderbijslag en vakantietoeslag. Hoe de regelingen doorwerken in de begrotingen en wat de invloed is op het inkomen van de verschillende huishoudens is te zien in bijlage 2. In de rapportage wordt verondersteld dat de huishoudens maximaal gebruik maken van alle inkomensondersteunende regelingen die op hen van toepassing zijn, zowel de landelijke als de gemeentelijke.

Minima-effectrapportage gemeente Enschede 2023

2.3

Uitgaven: basispakket & sociale participatie

De noodzakelijke uitgaven vullen we in via een basispakket waarvan een pakket voor sociale participatie een onderdeel vormt. Het basispakket bestaat uit uitgaven die voor elk huishouden niet of moeilijk vermijdbaar zijn. In bijlage 1 staan de uitgangspunten en de samenstelling van de pakketten beschreven. Het basispakket inclusief het pakket voor sociale participatie zijn op bepaalde punten verschillend voor de diverse huishoudtypen. Een alleenstaande staat immers voor andere kosten dan bijvoorbeeld een gezin met kinderen. De pakketten bestaan uit relatief goedkope artikelen (niet de allergoedkoopste) die algemeen verkrijgbaar zijn. We houden geen rekening met tweedehands artikelen. De pakketten zijn vastgesteld in samenwerking met andere deskundigen. Zo bestaat het voedingspakket uit gezonde voeding zoals vastgesteld door het Voedingscentrum. Sociale participatie Het pakket voor sociale participatie is opgesteld door het Nibud in samenwerking met het Sociaal Cultureel Planbureau. Het gaat om uitgaven aan contributies en abonnementen, bezoek ontvangen en op bezoek gaan, vakantie/uitgaan en recreatief vervoer. Sociale participatie wordt als noodzakelijk beschouwd en is in veel gemeenten op de een of andere manier onderdeel van het minimabeleid.

Persoonlijk onvermijdbare uitgaven Naast de noodzakelijke uitgaven van de pakketten zijn er in individuele gevallen persoonlijk moeilijk of niet-vermijdbare uitgaven. Dit zijn uitgaven die voor een bepaald persoon onontkoombaar zijn. Bijvoorbeeld wanneer iemand een speciaal dieet moet volgen. Voor dit soort uitgaven is vaak een tegemoetkoming mogelijk via gemeentelijk beleid. Deze uitgaven worden in dit rapport niet meegenomen. In de begrotingen is ook geen rekening gehouden met kosten voor een huisdier of voor roken. Deze uitgaven worden niet gezien als noodzakelijk. Indien een huishouden hiervoor toch kosten heeft, wordt het saldo op de begroting lager dan in deze rapportage is weergegeven. Mensen die werken maken extra kosten ten opzichte van niet werkenden. Deze kosten zijn meegenomen in het basispakket als aparte post bij een inkomen vanaf 110 procent van het toepasselijk minimum.

2.4

Uitgavensoorten

In alle begrotingen onderscheidt het Nibud vier soorten uitgaven: • Vaste lasten. Dit zijn periodiek terugkerende uitgaven, waarbij het bedrag veelal elke periode hetzelfde is. Vaak is er een contract afgesloten voor deze uitgaven. • Reserveringsuitgaven. Dit zijn uitgaven die niet iedere maand terugkomen. De bedragen voor de verschillende reserveringsuitgaven zou een huishouden in principe maandelijks opzij moeten zetten om deze onregelmatige uitgaven direct te kunnen betalen. • Huishoudelijke uitgaven. Dit zijn regelmatig terugkerende uitgaven, waarvan het bedrag per keer (per aankoopbeurt) verschilt. • Sociale Participatie. Dit zijn uitgaven die een huishouden wat vrijer kan invullen. In deze rapportage vallen daaronder: contributies en abonnementen, bezoek ontvangen en op bezoek gaan, vakantie/uitgaan en recreatief vervoer.

Minima-effectrapportage gemeente Enschede 2023

Lokale tarieven In deze rapportage wordt gerekend met minimale bedragen die huishoudens nodig hebben om deze uitgaven te kunnen betalen. Voor de uitgaven is waar mogelijk uitgegaan van lokale tarieven. Voorbeelden hiervan zijn de tarieven voor gemeentelijke heffingen, de premie van de collectieve zorgverzekering en de kosten van de peuterspeelzaal. Minimabeleid Als er inkomensondersteunende maatregelen zijn die een vergoeding vormen voor bepaalde uitgavenposten, dan is hier rekening mee gehouden in de begrotingen. De regelingen staan beschreven in het volgende hoofdstuk. Zo zijn alle meer generieke lokale minimaregelingen meegenomen in de berekeningen. Dit geldt niet voor de individuele bijzondere bijstand, omdat daarvoor geldt dat deze sterk afhankelijk is van de persoonlijke situatie.

2.5

Voorwaarden aan de begrotingen

In het onderzoek rekenen we met voorbeeldhuishoudens en met minimale bedragen. Om voor deze huishoudens berekeningen te kunnen maken moet het Nibud uitgaan van drie belangrijke voorwaarden. Het is raadzaam om rekening te houden met het feit dat die voorwaarden in de praktijk niet altijd opgaan en huishoudens daarbij hulp nodig hebben. 1. Zeer goed met geld kunnen omgaan Een goed overzicht van alle inkomsten en uitgaven is noodzakelijk. Alleen dan kan er voldoende geld opzij worden gezet om onregelmatige uitgaven te kunnen doen. Een gebrek aan goed overzicht kan vaak confronterend zijn en moeilijk te doorbreken. 2. Alle inkomensondersteuning aanvragen Toeslagen en tegemoetkomingen beslaan vaak een groot deel van het totale inkomstenplaatje. Het is daarom voor huishoudens belangrijk om te weten op welke inkomensondersteuning men recht heeft en hoe en waar deze moet worden aangevraagd. Het tijdig doorgeven van gegevens is hierbij belangrijk. En daarmee dus ook een actieve houding. 3. Geen grote persoonlijk onvermijdbare uitgaven hebben Hoge persoonlijk onvermijdbare uitgaven zoals afbetalingen, zorgkosten of een hoge huur, kunnen het moeilijk of onmogelijk maken om een sluitende begroting op te stellen. Als de uitgaven niet omlaag gebracht kunnen worden, dan resteert er niks anders dan om te bezuinigen op overige uitgaven.

In het geval van de begrotingen met minimale uitgaven, zoals ze in dit rapport zijn opgesteld, ontstaat het gevaar dat er ook bezuinigd wordt op noodzakelijke uitgaven. Dit kan ertoe leiden dat er totaal geen reserves meer zijn om tegenslagen op te kunnen vangen, dat rekeningen niet meer betaald worden waardoor schulden ontstaan of dat gezondheidsbedreigende omstandigheden ontstaan. Deze voorwaarden zijn voor een deel te vangen in competenties voor goed financieel beheer. Het gaat hierbij niet alleen om vaardigheden, maar ook om gedragsaspecten. Daarom is inkomensondersteuning alleen niet voldoende. Het is ook belangrijk om ondersteuning op het gebied van het aanleren van vaardigheden te bieden, aangevuld met ondersteuning die rekening houdt met min of meer individuele gedragsaspecten.

Minima-effectrapportage gemeente Enschede 2023

2.6

De begrotingen

Volgens de methodiek die hierboven staat beschreven, worden de begrotingen opgesteld. Deze begrotingen staan in bijlage 2.

Minima-effectrapportage gemeente Enschede 2023

3 Minimabeleid In dit hoofdstuk worden diverse landelijke en gemeentelijke regelingen voor inkomensondersteuning van minima beschreven. Alleen de regelingen die in de berekeningen zijn meegenomen komen in dit hoofdstuk aan bod. Paragraaf 3.1 beschrijft de landelijke regelingen; in paragraaf 3.2 komen de lokale inkomensondersteunende regelingen aan bod.

3.1

Landelijk beleid

Bij het opstellen van de begrotingen worden de landelijke uitkeringen, de landelijke heffingskortingen, de landelijke toeslagen en de kinderbijslag in de berekeningen opgenomen. In 2023 zijn er op dit terrein een aantal belangrijke onderdelen aangepast die van invloed zijn op de financiële positie van huishoudens met een laag inkomen. Het belastingtarief in de eerste belastingschijf is gedaald en bijna alle heffingskortingen zijn sterk gestegen. Ook de huurtoeslag, de zorgtoeslag, de kinderbijslag en het kindgebonden budget zijn omhooggegaan. Specifiek gaat het om de volgende veranderingen per 1 januari 2023: 1. Tarief eerste belastingschijf daalt en heffingskortingen stijgen (sterk). 2. De toeslagen stijgen (sterk). 3. Minimumloon en uitkeringen stijgen. 4. Aftrekposten nadeliger voor hoogste inkomens (en minder nadelig voor de laagste inkomens) en zzp’ers. Landelijke heffingskortingen Heffingskortingen zijn kortingen op de belasting. Hiermee wil de overheid bepaalde groepen ondersteunen. Denk aan ouders, ouderen en gehandicapten. Door de heffingskorting betalen zij minder belasting. Er zijn verschillende heffingskortingen: • Algemene heffingskorting: voor iedereen vanaf 18 jaar die inkomstenbelasting betaalt, ook als men niet werkt. • Arbeidskorting: voor iedereen die betaald werk doet, ook als men daarnaast nog gedeeltelijk een uitkering ontvangt.

• Inkomensafhankelijke combinatiekorting: voor werkende ouders met kinderen jonger dan 12 jaar. Deze wordt toegekend aan de alleenstaande ouders of aan de minstverdienende fiscale partner. • Ouderenkorting en alleenstaande ouderenkorting: voor AOW-gerechtigden.

Tabel 1: Tabel landelijke heffingskortingen in bedragen per jaar Algemene heffingskorting Arbeidskorting

Inkomensafhankelijke combinatiekorting Ouderenkorting Alleenstaande ouderenkorting

Onder AOW-leeftijd Vanaf AOW-leeftijd

2022 € 2.888 € 1.494 € 4.260 € 2.534

2023 € 3.070 € 1.583 € 5.052 € 2.694

€ 1.726 € 449

€ 1.835 € 478

Minima-effectrapportage gemeente Enschede 2023

Landelijke toeslagen Toeslagen zijn bijdragen van de overheid om tegemoet te komen in de kosten voor de zorgverzekering, huur of kind(eren). Of een huishouden recht heeft op bepaalde toeslagen, is afhankelijk van een aantal factoren (bijvoorbeeld inkomen). De volgende toeslagen (2023) zijn van belang voor de voorbeeldhuishoudens: Zorgtoeslag Zorgtoeslag is een bijdrage van de overheid voor de kosten van de zorgverzekering. Iemand kan aanspraak maken op zorgtoeslag vanaf 18 jaar. Dit geldt voor zowel alleenstaanden als stellen. Naast de inkomensgrens is er ook een vermogensgrens voor de zorgtoeslag. Hoe lager het inkomen, hoe meer toeslag iemand ontvangt. Tabel 2: Zorgtoeslag bedragen Inkomensgrens alleenstaand Inkomensgrens paar Vermogensgrens alleenstaand Vermogensgrens paar Maximaal maandbedrag alleenstaand Maximaal maandbedrag paar

€ 30.998 € 40.944 € 120.020 € 151.767 € 111 € 121

€ 38.520 € 48.224 € 127.582 € 161.329 € 154 € 265

Huurtoeslag Huurtoeslag is een bijdrage van de overheid in de huurkosten. Huurders van een zelfstandige huurwoning kunnen in aanmerking komen voor huurtoeslag. De hoogte van de huurtoeslag is afhankelijk van het inkomen, het vermogen, de huishoudsamenstelling en de huur. Vanaf 1 januari 2020 kent de huurtoeslag geen inkomensgrenzen meer, maar wordt de huurtoeslag inkomensafhankelijk afgebouwd. De vermogensgrens voor de huurtoeslag is per persoon. Huishoudens krijgen boven de minimale basishuur 1 volledige huurtoeslag tot een bepaalde huur. Vanaf deze huur wordt 65 procent vergoed. Alleenstaanden of ouderen/hulpbehoevenden krijgen daarnaast nog hierboven tot de hoogste huurgrens nog 40 procent vergoed. Tabel 3: Huurtoeslag bedragen Vermogensgrens per persoon Huurgrens volledige huurtoeslag Huurgrens 65% huurtoeslag 1p en 2p Huurgrens 65% huurtoeslag 3p of meer Huurgrens 40%

____________________ 1

Minima-effectrapportage gemeente Enschede 2023

€ 31.747 € 442,46 €633,25 € 678,66 € 763,47

€ 33.748 € 452,20 € 647,19 € 693,60 € 808,06

Kinderopvangtoeslag Kinderopvangtoeslag is een tegemoetkoming in de kosten van kinderopvang. De kinderopvangtoeslag is geregeld in de Wet Kinderopvang. De wet geldt voor dagopvang voor kinderen van 0 tot 4 jaar en buitenschoolse opvang voor basisschoolkinderen. Maar ook voor opvang door ouderparticipatiecrèches of gastouders via een gastouderbureau en voor de peuterspeelzaal. Informele opvang door familie of kennissen valt hier niet onder. Om voor kinderopvangtoeslag in aanmerking te komen moet de instelling zijn aangemeld bij het Landelijk Register Kinderopvang. Ook moeten, in het geval van paren, beide ouders werken, tenzij er een re-integratietraject wordt gevolgd. Tabel 4: Kinderopvangtoeslag bedragen per uur

Maximale vergoeding dagopvang Maximale vergoeding buitenschoolse opvang

€ 8,50 € 7,31

€ 9,12 € 7,85

Kindgebonden budget Elk huishouden met kinderen jonger dan 18 jaar komt in aanmerking voor het kindgebonden budget. Dit is een maandelijkse, inkomensafhankelijke bijdrage in de kosten van kinderen. Voorwaarde is dat iemand zijn of haar kind ‘in belangrijke mate onderhoudt’. Er geldt een inkomensgrens. Na de inkomensgrens wordt de hoogte van het bedrag geleidelijk afgebouwd. Het bedrag aan kindgebonden budget is afhankelijk van het aantal kinderen en de leeftijd van de kinderen. Alleenstaande ouders ontvangen meer dan paren. Het kindgebonden budget voor het tweede kind is lager dan voor het eerste kind en vanaf het derde kind eveneens lager dan voor het tweede kind. Vanaf 12 jaar is het kindgebonden budget hoger. Tabel 5: Kindgebonden budget Inkomensgrens alleenstaande Inkomensgrens paar Alleenstaande ouderkop

€ 22.356 € 39.596 € 273,75

€ 25.070 € 43.397 € 320,67

Kinderbijslag Een ouder heeft recht op kinderbijslag voor eigen kinderen en stiefkinderen tot 18 jaar en soms voor pleegkinderen tot 16 jaar. Kinderbijslag wordt eenmaal per kwartaal uitgekeerd. De bedragen worden in het geval van meerdere kinderen bij elkaar opgeteld. De bedragen voor kinderbijslag zijn afhankelijk van de leeftijd van het kind en onafhankelijk van het inkomen. Tabel 6: Kinderbijslag 0 – 6 jaar 6 – 12 jaar 12 – 18 jaar

€ 249,31 € 302,74 € 356,16

€ 261,70 € 317,77 € 373,85

Minima-effectrapportage gemeente Enschede 2023

Voornemens 2024 Onlangs zijn op Prinsjesdag de plannen voor 2024 bekend gemaakt. Voor huishoudens met een laag inkomen zijn met name de volgende voornemens van belang: Minimumloon en uitkeringen • Het bruto minimumloon gaat met 6,8 procent omhoog. •

De uitkeringen die aan het minimumloon zijn gekoppeld, zoals de bijstand, de Wajong en de AOW, stijgen daardoor ook.

•

Voor de netto bijstandsuitkering betekent dat een stijging van circa 130 euro per maand voor gehuwden/samenwonenden en circa 90 euro per maand voor alleenstaanden.

•

De aanvullende pensioenen worden gemiddeld genomen geïndexeerd met 2,1 procent.

Toeslagen • Het kindgebonden budget gaat voor de meeste huishoudens omhoog. Het maximale bedrag per kind gaat naar 203 euro per maand voor ieder kind. Daarnaast gaat het extra bedrag voor kinderen van 12 tot en met 15 jaar naar 57 euro per maand en voor kinderen van 16 tot en met 17 jaar naar 77 euro per maand. Het extra bedrag voor alleenstaande ouders daalt 30 euro naar 290 euro per maand. •

De maximale huurtoeslag bij een laag inkomen gaat 30 tot 50 euro per maand omhoog. Dit is afhankelijk van de hoogte van de huur en de huishoudsamenstelling. Bij een hoger inkomen zal de stijging lager uitvallen.

•

De maximale zorgtoeslag bij een laag inkomen gaat 20 tot 30 euro per maand omlaag. Bij hogere inkomens kan de daling lager uitvallen.

•

De energietoeslag van 1.300 euro voor 2023 voor financieel kwetsbare huishoudens vervalt in 2024.

•

De kinderbijslag over 2024 gaat 2 euro per kwartaal omhoog.

Prijzen Het (landelijke) overheidsbeleid is niet het enige dat verandert. Om de bestedingsruimte te bepalen moet ook rekening worden gehouden met prijsstijgingen. Dit zijn verwachtingen. Het is immers vooraf niet zeker hoe hoog de prijzen zullen stijgen. De laatste inschatting van het Centraal Planbureau is dat de prijzen in 2024 met gemiddeld 3,6 procent zullen stijgen. Daarnaast stijgt de premie voor de basiszorgverzekering naar verwachting gemiddeld met 12 euro per maand.

Minima-effectrapportage gemeente Enschede 2023

3.2

Lokaal minimabeleid

Naast de landelijke inkomensondersteunende maatregelen heeft de gemeente Enschede voor huishoudens met een laag inkomen ook een lokaal minimabeleid. De regelingen die worden opgenomen in de begrotingen komen in de volgende paragrafen aan bod.

3.2.1 Kwijtscheldingsbeleid In de gemeente Enschede kan kwijtschelding worden aangevraagd voor de afvalstoffenheffing en de rioolheffing. De kwijtscheldingsnorm bedraagt 100 procent van het sociaal minimum. Dat wil zeggen dat, afhankelijk van het vermogen, huishoudens met een inkomen rond het sociaal minimum in principe geen gemeentelijke heffingen hoeven te betalen. Bij een inkomen hierboven wordt betalingscapaciteit verondersteld. De beleidsvrijheid ten aanzien van het kwijtscheldingsbeleid wordt bepaald door landelijke regelgeving. Hierbij wordt aan gemeenten de mogelijkheid geboden om rekening te houden met de kosten voor kinderopvang en om voor AOW’ers uit te gaan van de netto AOW in plaats van de bijstandsbedragen voor AOW-gerechtigden. De gemeente Enschede maakt geen gebruik van de mogelijkheid om uit te gaan van de verhoogde norm voor AOW’ers. De gemeente houdt ook geen rekening met de kosten voor kinderopvang bij de bepaling van de betalingscapaciteit; het waterschap Vechtstromen doet dit wel. Bij het waterschap is kwijtschelding mogelijk voor de zuiveringsheffing en de watersysteemheffing ingezetenen. Bij de berekening van de kwijtschelding hanteert het waterschap, net zoals de gemeente, de norm van 100 procent van de toepasselijke bijstandsnorm.

De kwijtschelding van de gemeentelijke heffingen en het waterschap wordt apart berekend (gemeentelijke heffingen via GBTwente en waterschapslasten via GBLT).

3.2.2 Collectieve (aanvullende) zorgverzekering Het verzekeren tegen ziektekosten is voor iedereen wettelijk verplicht. Daarom biedt de gemeente Enschede inwoners met een laag inkomen een collectieve zorgverzekering aan bij zorgverzekeraar Menzis. Het gaat om een basisverzekering, een aanvullende verzekering en een tandartsverzekering. Er kan gekozen worden uit drie pakketten. In het meest uitgebreide pakket (GarantVerzord 3) is het eigen risico volledig meeverzekerd. Om voor deelname aan de collectieve zorgverkering in aanmerking te komen, hanteert de gemeente Enschede een inkomensgrens van 120 procent van de toepasselijke bijstandsnorm. Er geldt geen vermogensgrens. Tabel 7: Collectieve zorgverzekering kosten per maand GarantVerzorgd 1 GarantVerzorgd 2 Premie € 173,42 € 188,12 Collectiviteitskorting -/- € 2,90 -/- € 4,22 Gemeentelijke bijdrage -/- € 5,00 -/- € 9,00 Kosten minima € 165,52 € 174,90

GarantVerzorgd 3 € 243,95 -/- €7,96 -/- € 35,00 € 200,99

Minima-effectrapportage gemeente Enschede 2023

Net als in de rapportage van 2021 rekenen we in de begrotingen met de premie van GarantVerzorgd 2. Uitzonderingen zijn de zelfstandig wonende 18-jarige, waarvoor we uitgaan van GarantVerzorgd 1 en de huishoudens met een zorgvraag, waarbij we rekenen met GarantVerzorgd 3. De bijbehorende premies zijn opgenomen onder de post “zorgverzekering”. De zorgtoeslag die huishoudens ontvangen is in de begrotingen opgenomen bij de inkomsten. De post “eigen risico zorgverzekering” is voor het huishouden met een zorgvraag op nul euro gezet, omdat het eigen risico is herverzekerd. Dat is bij de andere huishoudens niet het geval. Men zal dan zelf geld moeten reserveren om het eigen risico op te kunnen vangen.

3.2.3 Individuele inkomenstoeslag De individuele inkomenstoeslag (IIT) in de gemeente Enschede is bedoeld voor inwoners vanaf 21 jaar tot de AOW-gerechtigde leeftijd die weinig zicht hebben op extra inkomen in de toekomst en die wel inzet hebben getoond om meer inkomen te krijgen. Hierbij mag het inkomen in de afgelopen vijf jaar niet hoger zijn geweest dan de geldende bijstandsnorm en het vermogen niet meer dan het wettelijk vrij te laten vermogen. De hoogte van de IIT bedraagt per jaar: • 114 euro voor een alleenstaande of een alleenstaande ouder; • 162 euro voor paren zonder kinderen of met kinderen; Huishoudens met kinderen kunnen een extra toeslag aanvragen: • 65 euro per kind dat op 1 januari van het jaar waarover toeslag wordt aangevraagd jonger is dan 12 jaar; • 130 euro per kind dat op 1 januari van het jaar waarover toeslag wordt aangevraagd tussen de 12 en 18 jaar is. Bij de resultaten van deze rapportage worden de saldi van huishoudens die recht hebben op de individuele inkomenstoeslag apart gepresenteerd, omdat niet elke inwoner van Enschede met een laag inkomen hiervoor in aanmerking komt.

3.2.4 Extra geld voor jongeren voor cultuur en sport Jongeren tussen de 18 en 23 jaar met een laag inkomen (maximaal 120 procent van de bijstandsnorm voor een alleenstaande), kunnen jaarlijks in aanmerking komen voor 100 euro als bijdrage aan allerlei sportieve, culturele of educatieve activiteiten. Bijvoorbeeld voor een theatervoorstelling, lidmaatschap van een sportschool of sportvereniging, creatieve cursus, een festivalkaartje of bioscoopbezoek. De regeling is doorgerekend in de begroting van de zelfstandig wonende 18-jarige. Dit geldt niet voor de 18-jarige student; studenten die recht hebben op studiefinanciering of WTOS komen niet voor de regeling in aanmerking.

3.2.5 Kindpakket Ieder kind moet mee kunnen doen. Met sport, muziekles, scouting of schoolreisje. Ook kinderen van ouders die dit zelf niet kunt betalen. Het Kindpakket biedt diverse regelingen voor kinderen in de gemeente Enschede. Deze worden hieronder besproken.

Minima-effectrapportage gemeente Enschede 2023

Stichting Leergeld Kinderen van 4 tot en met 17 jaar van ouders met een inkomen tot en met 130 procent van de geldende bijstandsnorm2 kunnen via Stichting Leergeld een bijdrage ontvangen voor activiteiten op en buiten school. Concreet gaat het om de volgende vergoedingen: • Een vergoeding voor de fiets. Kinderen van 6 tot 18 jaar kunnen in aanmerking komen voor een fiets om bijvoorbeeld naar school, de sportclub of de muziekvereniging te gaan. Stichting Leergeld werkt samen met een fietsenwinkel in Enschede. Bij deze fietsenwinkel kan een fiets (zonder versnellingen) worden uitgezocht uit het speciale assortiment van Leergeld. Drie gratis servicebeurten zijn inbegrepen. In de begrotingen worden bij de gezinnen met oudere kinderen de kosten van een fiets per kind uit de post “vervoer” gehaald. Omdat de regeling geldt vanaf 6 jaar, verandert er niets in de vervoerskosten bij de gezinnen met kinderen van 3 en 5 jaar. • Een Chromebook voor kinderen op de basisschool vanaf 6 jaar en een laptop voor kinderen die naar het voortgezet onderwijs gaan. Voor de gezinnen met kinderen van 3 en 5 jaar is er dus geen vergoeding. Voor de gezinnen met oudere kinderen wel: ervan uitgaande dat de laptop vijf jaar lang (de gehele middelbare schoolperiode) meegaat, zijn de jaarlijkse (afschrijvings)kosten voor een laptop ongeveer 100 euro. Deze kosten worden door de regeling vergoed.

De vergoeding is verrekend met de post “onderwijs”. Een vergoeding voor sport of cultuur, voor kinderen van 4 tot 18 jaar. Stichting Leergeld werkt hiervoor samen met het Jeugdfonds Sport & Cultuur. De vergoeding is maximaal 250 euro per kind per jaar voor sport en 475 euro per kind per jaar voor cultuuractiviteiten (bijvoorbeeld muziek, toneel of schilderen). Er is ook een vergoeding voor kleding en/ of attributen mogelijk. In de begrotingen is onder de post “sociale participatie” een bedrag opgenomen voor contributies en abonnementen voor sportieve en culturele activiteiten (zie bijlage 1). De maximale vergoeding is hoger dan het gemiddelde bedrag dat het Nibud meeneemt in de begrotingen. Het Nibud gaat uit van een contributie van 11 euro per maand voor kinderen van 4 tot 8 jaar en 15 euro voor kinderen van 8 tot 16 jaar. Deze bedragen zijn op de post “sociale participatie” in mindering gebracht. Voor sportkleding wordt een bedrag van 100 euro verrekend met de post “kleding”. Voor kinderen vanaf 6 jaar kan een vergoeding van zwemlessen worden aangevraagd. Ook zwemkleding kan worden vergoed. Omdat het Nibud uitgaat van lidmaatschap van één (sport)club, worden de zwemlessen niet apart op de begroting in mindering gebracht. Voor kinderen die naar groep 1, groep 5 of de brugklas (eerste klas van het voortgezet onderwijs) gaan, kan een gevulde rugtas worden aangevraagd.

____________________

Minima-effectrapportage gemeente Enschede 2023

De bedragen die hiervoor gelden zijn: Groep 1: 36 euro Groep 5: 40 euro Brugklas: 70 euro We gaan ervan uit dat de basisschoolkinderen 4 jaar met de materialen kunnen werken die via deze regeling worden bekostigd. De kinderen van de brugklas zouden er 5 jaar (de gemiddelde duur van een middelbare schoolperiode) mee moeten kunnen werken. Om die reden hebben we de eenmalige toekenning verdeeld over een periode van respectievelijk 4 en 5 jaar. De vergoeding wordt verrekend met de post “onderwijs”. Stichting Leergeld verstrekt een bijdrage voor schoolreizen en werkweken: Voor groep 1 tot en met 4: 35 euro per schooljaar Voor groep 5 tot en met 6: 55 euro per schooljaar Voor groep 7 tot en met 8: 100 euro per schooljaar Voor onderbouw middelbare school: 150 euro per schooljaar Voor bovenbouw middelbare school: 450 euro per schooljaar Bovengenoemde vergoeding is verrekend met de post “onderwijs”, waar de kosten van schoolreizen een onderdeel van zijn. Een Jarige Job verjaardagsdoos. Kinderen van 4 t/m 17 jaar kunnen in aanmerking komen voor een goed gevulde verjaardagsdoos. In de verjaardagsbox zitten alle benodigdheden voor een verjaardag: traktaties voor thuis en op school, ballonnen en slingers, cadeautjes, een taart en glazuur, slagroom en kaarsjes. Onderdeel van het sociale participatiebudget is het ontvangen van bezoek.

De gemiddelde kosten hiervan zijn 9,50 euro per maand per persoon binnen het huishouden. We gaan ervan uit dat het geven van een verjaardagsfeestje vier maandbedragen kost (38 euro). Deze kosten zijn in mindering gebracht op het bedrag bij de post “sociale participatie”. Een smartphone voor kinderen die naar de middelbare school gaan. Voor kinderen op de middelbare school neemt het Nibud de kosten van een smartphone mee in het inboedelpakket. Daarbij veronderstellen we dat die telefoon drie jaar lang meegaat. Voor het kind van 16 jaar is het (financiële) voordeel van deze regeling niet meer aanwezig. Dit is anders voor de 14-jarige; die kan nog steeds de telefoon gebruiken die hij/zij in de brugklas via het Kindpakket heeft verkregen. Daarom zijn in de begrotingen voor de gezinnen met het 14-jarige kind de (afschrijvings)kosten voor een smartphone uit de post “inventaris” gehaald. Ook de kosten van een abonnement worden vergoed. Dit is verrekend met de post “telefoon, televisie, internet”. Stichting Leergeld Enschede werkt samen met Stichting Onderwijsbegeleiding. Zij helpen met huiswerk, moeilijke vakken, plannen, leren en samenvatten waardoor de motivatie, zelfstandigheid en zelfvertrouwen van het kind zal toenemen. Onderwijsbegeleiding is ervoor kinderen vanaf groep 6 tot en met het eindexamen middelbare school.

In de begrotingen zijn geen kosten voor onderwijsbegeleiding meegenomen, omdat wij hier niet a priori van uitgaan. Daarom worden deze kosten ook niet in mindering gebracht.

Minima-effectrapportage gemeente Enschede 2023

Kinderen die op school een grafische rekenmachine nodig hebben, kunnen een vergoeding bij Stichting Leergeld Enschede aanvragen. Deze voorziening is alleen bedoeld voor kinderen op het voortgezet onderwijs. In de begrotingen is dit verrekend met de post “onderwijs” bij de huishoudens met oudere kinderen. Omdat het voorkomt dat er thuis soms te weinig geld is voor het kopen van maandverband en tampons, wil de Stichting Leergeld hier graag bij helpen. Daarom kan vier keer per jaar een waardecheque worden aangevraagd te besteden aan menstruatieproducten. In de begrotingen is dit verrekend met de post “persoonlijke verzorging”.

Naast de Stichting Leergeld, kent de gemeente Enschede nog enkele voorzieningen voor kinderen. Deze worden niet in de begrotingen doorgerekend, omdat deze niet direct terug te herleiding zijn tot de posten in de begrotingen. Voor de volledigheid worden zij hier wel genoemd: Bibliotheek Enschede Kinderen en jongeren tot 18 jaar kunnen gratis lid worden van de bibliotheek en boeken, cd’s, bladmuziek en tijdschriften lenen. Jeugdviva In de zomervakantie organiseren de speeltuinen en welzijnsorganisaties in Enschede Jeugd ViVa-activiteiten voor de kinderen. De Gemeente Enschede, stelt jaarlijks een bijdrage beschikbaar aan het Jeugd ViVa-Comité voor de organisatie van de Jeugd ViVa in de Gemeente. KinderResto VanHarte Samen met andere kinderen koken en gezellig samen eten. Dat kan bij KinderResto VanHarte. Tijdens het koken werken de kinderen ook aan hun sociale, creatieve en communicatieve vaardigheden. KinderResto is bedoeld voor kinderen uit groep 6 tot en met 8 en bestaat uit drie lessen van circa twee uur: ontbijt, lunch en avondmaaltijd. Weekendschool Toppers op zondag Weekendschool "Toppers Op Zondag" heeft de ambitie jongeren die een steuntje in de rug nodig hebben de mogelijkheid te bieden hun horizon te verbreden op educatief, sociaalcultureel en maatschappelijk gebied.

Hierdoor zal hun zelfvertrouwen groeien en dit zal hun perspectief op de toekomst positief kunnen beïnvloeden. Jongeren worden zo gemotiveerd en gestimuleerd om een bewuste keuze te maken voor een studie en/of beroep.

3.2.6 Witgoedregeling Incidenteel wordt witgoed vanuit de bijzondere bijstand vergoed. Per 1 november start een nieuwe witgoedregeling, vanuit het oogpunt van energiebesparing/energiearmoede. De regeling is bedoeld voor inwoners die kwijtschelding vanuit de GBT hebben ontvangen in 2022. Daarmee is meteen een controle van een vermogensgrens meegenomen.

Minima-effectrapportage gemeente Enschede 2023

Er is een budgetplafond voor deze regeling van 500.000 euro (1.000 x 500 euro). Als de regeling succesvol is en een wachtlijst ontstaat dan wordt een volgende ronde georganiseerd als er weer geld beschikbaar is. De aanvrager moet ouder dan 18 jaar zijn en woonachtig in de gemeente Enschede. Er kan per huishouden slechts één aanvraag worden gedaan voor de witgoedregeling. Aanvrager heeft in de afgelopen vijf jaar niet eerder een wasmachine en/of koelkast gekregen in het kader van de bijzondere bijstand. Apparaten die geleverd worden hebben een “goed” energielabel. De waarde per witgoed-kadokaart bedraagt 500 euro. Omdat de regeling specifieke voorwaarden kent en niet ieder huishouden met een inkomen op bijstandsniveau voor de regeling in aanmerking komt, is de regeling in de begrotingen niet doorgerekend. Wel is het goed om in deze rapportage de mogelijkheid te benoemen.

3.2.7 Energietoeslag Vorig jaar zijn de gemiddelde huishoudelijke kosten van energie sterk gestegen. Voor huishoudens met een inkomen op of net boven het sociaal minimum konden en kunnen gemeenten een energietoeslag uitkeren in 2022 en 2023. Het Rijk heeft middelen ter beschikking gesteld en gemeenten kunnen zelf invulling geven aan de hoogte van het bedrag en de inkomensgrens. In de gemeente Enschede hebben inwoners met een inkomen dat niet hoger is dan 120 procent van de geldende bijstandsnorm dit jaar 1.300 euro ontvangen. De energietoeslag is in de begrotingen niet doorgerekend, omdat in 2024 waarschijnlijk geen energietoeslag meer verstrekt kan worden. Wel worden in paragraaf 5.1 de saldi gepresenteerd, zoals deze eruit zien inclusief de energietoeslag.

3.2.8 Kinderopvang en peuterspeelzaal Op grond van de Wet kinderopvang kunnen ouders van kinderen tot 12 jaar een tegemoetkoming toegekend krijgen voor de kosten van kinderopvang, de kinderopvangtoeslag. Vervolgens resteert een eigen bijdrage voor deze kosten. In de gemeente Enschede kunnen ouders die werken of een arbeidsmarktgericht traject volgen en die kinderopvang nodig hebben bijzondere bijstand aanvragen. De vergoeding is het verschil in de meerprijs tussen de maximale uurprijs van het Rijk en de opvanglocatie. Er is geen vergoeding voor de verplichte eigen bijdrage. Bijzondere bijstand is mogelijk voor huishoudens met een inkomen van maximaal 120 procent van de geldende bijstandsnorm; boven 110 procent wordt 35 procent van het meerinkomen als draagkracht meegenomen. In deze rapportage gaan we uit van het uurtarief van het Rijk; bijzondere bijstand is dan niet aan de orde. Alleenstaande ouders met een inkomen boven bijstandsniveau zullen enkele dagen per week werken en gebruik maken van de kinderopvang voor het kind van drie jaar. Bij 110 procent van het minimum inkomen wordt gerekend met 20 uur kinderopvang per week, bij een inkomen op 120 en 130 procent wordt uitgegaan van 30 uur kinderopvang.

Minima-effectrapportage gemeente Enschede 2023

Een alleenstaande ouder met een bijstandsuitkering (die geen arbeidsmarktgericht traject volgt) hoeft geen gebruik van de kinderopvang te maken; daarom zijn in de begrotingen op 100 procent geen kosten voor kinderopvang opgenomen. Wel wordt ervan uitgegaan dat twee dagdelen per week gebruik wordt gemaakt van de peuteropvang. Ook paren zonder werk (met een bijstandsuitkering) of paren waarvan één van beide partners werkt (met een inkomen boven bijstandsniveau), zullen geen gebruik maken van de kinderopvang maar van de peuteropvang, omdat de niet-werkende partner op de kinderen kan passen. In de gemeente Enschede mogen alle kinderen van 2 en 3 jaar twee dagdelen per week naar de peutergroep. Dit geeft ze later een goede start op de basisschool. Kinderen met een VVE-indicatie mogen vier dagdelen per week naar de peutergroep, maar van een dergelijke indicatie wordt in deze rapportage niet uitgegaan. De kosten voor de peuterspeelzaal zijn inkomensafhankelijk, bij een laag inkomen liggen de kosten nog onder de tien euro per maand. De kosten voor kinderopvang en de peuterspeelzaal zijn in de begrotingen opgenomen onder de post “kinderopvang”. Voor de huishoudens die hiervoor in aanmerking komen is de kinderopvangtoeslag in de begrotingen opgenomen bij de inkomsten.

3.2.9 Overige regelingen Naast bovengenoemde regelingen, kent de gemeente Enschede nog een aantal voorzieningen voor huishoudens met een laag inkomen. Deze regelingen nemen we niet mee in de begrotingen. Het gaat dan om voorzieningen die bijvoorbeeld bedoeld zijn voor een andere doelgroep dan die in deze rapportage worden besproken. Andere regelingen zijn een vorm van noodhulp, die ook niet in de standaard maandbegrotingen passen. Voor de volledigheid van dit rapport worden de regelingen hieronder wel besproken. Individuele bijzondere bijstand De gemeente Enschede verstrekt voor bijzondere en noodzakelijke kosten individuele bijzondere bijstand. Uitgangspunt hierbij is dat er geen draagkracht is bij een inkomen tot 110 procent van de geldende bijstandsnorm. Van het meerinkomen boven 110 procent van de geldende norm, wordt 35 procent als draagkracht beschouwd. De individuele bijzondere bijstand wordt in dit onderzoek niet meegenomen omdat deze sterk afhankelijk is van de persoonlijke situatie. Uitzondering zijn de huishoudtypen met een zorgvraag. Bij deze huishoudtypen gaan we uit van een aantal veronderstellingen die worden beschreven in paragraaf 3.3. Indien voor een of meer van deze voorzieningen individuele bijzondere bijstand kan worden aangevraagd, wordt dit meegenomen in de begroting.

Individuele studietoeslag De individuele studietoeslag is een inkomensondersteunende maatregel voor studenten en leerlingen, die door een structurele lichamelijke of psychische arbeidsbeperking naast hun studie niet structureel kunnen bijverdienen. Het moet gaan om een opleiding waarbij recht is op studiefinanciering op grond van de Wet studiefinanciering (Wsf) of op een basistoelage op grond van de Wet Tegemoetkoming Onderwijsbijdrage en Schoolkosten (WTOS). Studenten die een Wajong-uitkering ontvangen hebben geen recht op studietoeslag, maar ontvangen een toeslag van het UWV.

Minima-effectrapportage gemeente Enschede 2023

De individuele studietoeslag wordt in dit onderzoek niet meegenomen omdat we ervan uitgaan dat geen van de (leden van de) onderzochte huishoudens van deze toeslag gebruik hoeft te maken. Fonds Bijzondere Noden Enschede Huishoudens die niet terecht kunnen bij andere regelingen, zoals bijstand, kunnen in aanmerking komen voor een vergoeding via het Fonds Bijzondere Noden. Het Fonds vergoedt ook medische kosten, zoals tandartskosten. FBNE kijkt niet naar de inkomensgrens, maar naar draagkracht. De aanvragen bij FBNE mogen geen structurele kosten zijn en moeten bijdragen aan een structurele verbetering of oplossing. Voorbeelden van vergoedingen zijn: • de kosten van woninginrichting (aankoop/vervanging van duurzame huishoudelijke goederen zoals een koelkast, wasmachine en vloerbedekking) • levensonderhoud (alleen een korte en afgebakende periode) • opknappen woning • reparatiekosten • kleding • zorgkosten De Voedselbank Enschede-Haaksbergen en de Kledingbank De Voedselbank en Kledingbank ondersteunen huishoudens met hulp in natura. Zij hanteren geen inkomensgrens, maar een besteedbaar inkomensgrens. Dat wil zeggen dat zij naast het inkomen ook kijken naar (niet-vermijdbare) uitgaven, zoals bijvoorbeeld hoge zorgkosten.

Woonkostentoeslag Inwoners van de gemeente Enschede die een inkomensdaling ervaren en daardoor hun huur of hypotheek niet meer kunnen betalen kunnen onder bepaalde voorwaarden tijdelijk ondersteuning krijgen in de vorm van een woonkostentoeslag. Dit is een vorm van bijzondere bijstand om de huur of hypotheek te betalen. Het hangt van de persoonlijke situatie af hoe lang iemand Woonkostentoeslag krijgt en hoe hoog het bedrag is. In dit onderzoek hebben we geen rekening gehouden met deze woonkostentoeslag, omdat we niet zijn uitgegaan van een onverwachte inkomensdaling.

3.3

Huishoudens met een zorgvraag

In dit onderzoek worden tevens twee huishoudens met extra zorgkosten onderzocht: Een alleenstaande onder de AOW-gerechtigde leeftijd met chronische ziekte of beperking; Een alleenstaande oudere (AOW-gerechtigd) met chronische ziekte of beperking. Hieronder wordt eerst dieper ingegaan op de voorzieningen van de gemeente Enschede voor huishoudens met een zorgvraag. Daarna worden de profielen van deze huishoudtypen nader omschreven en wordt bekeken wat het effect van de regelingen is op de maandbegroting van de huishoudens met een zorgvraag.

Minima-effectrapportage gemeente Enschede 2023

3.3.1 Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) De Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) zorgt ervoor dat mensen met een handicap, chronisch zieken en ouderen een zo normaal mogelijk dagelijks leven kunnen leiden. De gemeente bekijkt of hulp nodig is en waarmee iemand het beste is geholpen. Iedere gemeente regelt dit op zijn eigen manier. Naast algemene taken, zoals het vergroten van de leefbaarheid in de gemeente, heeft de gemeente op basis van de Wmo de volgende taken: ondersteuning van mensen met een lichamelijke, psychische of verstandelijke beperking zodat zij mee kunnen doen aan de samenleving, bijvoorbeeld door begeleiding, zinvolle daginvulling, huishoudelijke verzorging, woningaanpassing, vervoer of een rolstoel; ondersteuning van mantelzorgers en vrijwilligers, bijvoorbeeld door trainingen, of ondersteuning in het geval dat de mantelzorger ziek is.

3.3.2 Collectieve zorgverzekering Zoals in paragraaf 3.2.2 staat beschreven, kent de gemeente Enschede een uitgebreide collectieve zorgverzekering waar huishoudens met extra zorgkosten veel profijt van kunnen hebben: GarantVerzorgd 3. Via dit pakket is onder meer de eigen bijdrage Wmo vergoed, tot een maximum van 300 euro per huishouden. Ook is het volledig eigen risico meeverzekerd.

3.3.3 Meerkosten huishoudens met zorgvraag Om de begrotingen voor huishoudens met een zorgvraag op te maken, moeten zogenoemde zorgprofielen worden opgesteld. Vervolgens kan bepaald worden welke extra kosten dit huishoudens heeft, en welke vergoedingen daar tegenover staan. De profielen zijn opgesteld door het Nibud, in samenspraak met Ieder(In) 3. Voor de huishoudens vanaf de AOW-gerechtigde leeftijd geldt het volgende zorgprofiel: Stofwisselingsziekte Bril Gehoorapparaat Rollator Een medicijn dat door (aanvullende) zorgverzekering vergoed wordt Lichte vorm van incontinentie Maakt gebruik van de maaltijdvoorziening Is aangewezen op een energieverrijkt dieet. 3 uur huishoudelijke verzorging per week 14 uur persoonlijke verzorging per week 4 uur verpleging per week Personenalarmering Gebruik belbus/collectief vervoer Woningaanpassing (drempels weg, traplift)

____________________

Minima-effectrapportage gemeente Enschede 2023

Het profiel voor de huishoudens onder de AOW-gerechtigde leeftijd ziet er als volgt uit: Stofwisselingsziekte Longproblemen Hoog medicijngebruik (deels eigen bijdrage voor betalen) Rolstoelgebonden 2 uur huishoudelijke verzorging per week 12 uur persoonlijke verzorging per week 4 uur verpleging per week Woningaanpassing (drempels weg, traplift) Personenalarmering Gebruik belbus/ collectief vervoer Gezien het bovenstaande, zal de begroting van de huishoudens met een zorgvraag op diverse punten afwijken van de standaardbegrotingen:

Huishoudelijke hulp De huishoudelijke hulp is in de gemeente Enschede een maatwerkvoorziening. Voor de maatwerkvoorziening geldt een eigen bijdrage via het CAK. De eigen bijdrage bedraagt maximaal 19 euro per maand. Voor paren onder de AOW-leeftijd geldt er geen eigen bijdrage. Huishoudens met een GarantVerzorgd 3 verzekering (waar we in deze rapportage van uitgaan), krijgen de eigen bijdrage vergoed. Bij een inkomen boven 120 procent van het minimum moet het huishouden de eigen bijdrage Wmo zelf betalen. Dit wordt verrekend met de uitgavenpost “eigen betalingen zorg”. Persoonlijke verzorging en verpleging De persoonlijke verzorging en verpleging vallen in het basispakket van de zorgverzekering. Hierdoor komen er dus geen extra kosten bij. Maaltijdvoorziening De maaltijdvoorziening zorgt voor meerkosten ten opzichte van de situatie waarin de warme maaltijd zelf wordt bereid. In deze rapportage veronderstellen we dat de AOWgerechtigde met zorgvraag niet in staat is om zelf te koken. Wanneer iemand vanwege medische en/of sociale redenen niet zelf kan koken en/of niet in staat is zelf boodschappen te doen en er is geen partner of een ander die dat wel kan doen, dan kan bijzondere bijstand worden verstrekt voor de kosten van de maaltijdvoorziening. Alleen meerkosten worden vergoed: 115 euro per maand op basis van 7 maaltijden er week.

Bij minder maaltijden per week wordt dit bedrag naar rato aangepast. Bij het vaststellen van de vergoeding via de bijzondere bijstand wordt rekening gehouden met de draagkracht. Tot en met 110 procent van de bijstandsnorm wordt geen draagkracht veronderstelt, vanaf 110 procent is de draagkracht 35 procent van het meerinkomen. De eigen kosten als gevolg van de maaltijdvoorziening zijn in de begrotingen van de alleenstaande oudere met zorgvraag opgenomen onder de post “voeding”.

Minima-effectrapportage gemeente Enschede 2023

Dieetkosten De huishoudens met een zorgvraag maken gebruik van een specifiek dieet. De meerkosten van verschillende diëten kunnen zeer uiteenlopen. Bij deze zorgvraag wordt uitgegaan van een energieverrijkt dieet. De meerkosten van dit dieet bedragen 400 euro per jaar. Vergeleken met andere diëten is dit niet bijzonder hoog. De dieetkosten worden vanuit de zorgverzekering (GarantVerzorgd 3) vergoed tot een bedrag van 650 euro. In de begrotingen worden daarom geen extra kosten voor een dieet opgenomen. Huishoudens die niet voor de collectieve zorgverzekering in aanmerking komen, met een inkomen boven 120 procent van de norm, kunnen voor deze kosten belastingaftrek opvoeren.

Collectief vraagafhankelijk vervoer De huishoudens met een zorgvraag maken gebruik van collectief vraagafhankelijk vervoer. In de gemeente Enschede kan hiervoor gebruik worden gemaakt van de Wmovervoerspas voor reizen tot 25 kilometer met de Regiotaxi. Hiervoor betaalt men een opstaptarief van 1,083 euro en een tarief per kilometer van 0,223 euro. Voor uitbreiding van 25 naar 30 kilometer komt er 1,75 euro extra per kilometer bij. Voor reizen van meer dan 25 kilometer betaalt men 0,22 euro per kilometer zelf. In deze rapportage wordt bij de alleenstaanden (onder en boven de AOW-gerechtigde leeftijd) met zorgvraag gerekend met 4 reizen per maand van 5 kilometer enkele reis, wat neerkomt op 17,56 per maand. Huishoudens met een zorgvraag hebben vaak te maken met kosten in verband met vervoer naar het ziekenhuis en/of specialist. Voor dit vervoer gaan we ook uit van het gebruik van collectief vraagafhankelijk vervoer. We gaan uit van 8 reizen per jaar van 10 kilometer enkele reis, wat neerkomt op 4,42 euro per maand. Ten slotte rekenen we met 4 reizen op langere afstand per jaar van 50 kilometer enkele reis. Hiervan komen de kosten op 7,33 euro per maand. We gaan ervan uit dat de personen met een zorgvraag geen gebruik maken van de fiets en regulier openbaar vervoer; de kosten daarvan zijn daarom uit de begroting gehaald.

De extra vervoerskosten die uiteindelijk resteren zijn opgenomen onder de post ”vervoer”.

Waskosten Voor de extra waskosten in verband met incontinentie bij de oudere huishoudens gaan we uit van twee keer per week extra wassen, wat neerkomt op 10 euro per maand. Voor de extra waskosten is bijzondere bijstand mogelijk. Dit bedrag is in de begrotingen opgenomen onder de post “was- en schoonmaakmiddelen”. Medicijnen Voor de eigen betalingen voor medicijnen rekenen we 123 euro op jaarbasis. De kosten worden vergoed vanuit de zorgverzekering: GarantVerzorgd 3 biedt 100 procent vergoeding van de eigen bijdrage. Voor huishoudens die niet voor de collectieve zorgverzekering in aanmerking komen, worden de eigen bijdragen voor medicijnen verrekend met de uitgavenpost “eigen betalingen zorg”.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=enschede&id=9aafa0f2-11f6-4605-91ac-3ad2de971d88