CConstaterende datenschede
Koppel je AI →
Document · PDF

Motivering TAM-omgevingsplan H22C omgeving Haimersweg 200_vastgesteld_1_Motivering wijzigingsbesluit

Raadsvergadering 8 december 2025, gemeente enschedeBij agendapunt: Vaststellen ongewijzigd omgevingsplan 'Omgeving Haimersweg 200'.18.135 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Dit is opgebouwd uit ca 1650 m3 o.b.v. de Buitenplaatsregeling en ca ruim 1000 m3 plus 250 m3 aan bijgebouw o.b.v. de investeringen in de uitbreiding van het landgoed en ruim 7 hectare nieuwe natuur.

Maatschappelijk belang Op de volgende aspecten levert de beoogde ontwikkeling een bijdrage aan het maatschappelijk belang: • Goede landschappelijke inpassing Uitgangspunt bij iedere ontwikkeling in het buitengebied is dat eventuele negatieve effect van het toestaan van de ontwikkeling op de ruimtelijke kwaliteit worden gecompenseerd. Er is vanuit dit oogpunt voor gekozen om alleen op het bestaande erf Haimersweg 200 vier woningen toe te voegen en bijvoorbeeld niet op en momenteel nog onbebouwde locatie op het landgoed. De nieuwe bebouwing zal bovendien met (erf)beplanting landschappelijk worden ingepast. • Ontwikkeling om beheer en behoud landgoed veilig te stellen Beheer en onderhoud om de bestaande 24 w eg 200 (vastgesteld)

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan H22C omgeving Haimers

kwaliteiten van het landgoed in stand te houden en te herstellen vergen jaarlijks de nodige kosten waar onvoldoende inkomsten uit het landgoed tegenover staan. Door het toestaan van vier nieuwe woningen op het landgoed (in erfpacht uit te geven) verbetert de financiële basis om deze investeringen te kunnen blijven opbrengen en achterstallig onderhoud te kunnen aanpakken. De inkomsten uit de erfpacht van deze woningen wordt geraamd op ca € 40.000,- per jaar). • Nieuwe natuur Voor dit plan heeft het landgoed 12,3 ha landschappelijk heringericht. In totaal is 7,1 ha landbouwgrond omgezet in natuur. Voor de omvorming van 12,3 ha landbouwgrond is 8,7 ha landbouwgrond aangekocht van derden. Voor de percelen die al in eigendom waren wordt een marktprijs van 60.000,- per hectare gerekend en afgewaardeerd naar natuurgrond met een waarde van 10.000,- per ha. De inrichtingskosten voor omzetting naar natuur zijn gemiddeld € 20.000,- per hectare. De totale investering in nieuwe natuur door aankoop, afwaardering en herinrichting bedraagt € 418.915,-. In april 2023 is de geplande herinrichting geheel uitgevoerd. De wijziging van gebruik/inrichting is echter nog niet vastgelegd in een omgevingsplan (bestemmen als“natuur” ipv “agrarisch”). Het gebruik als natuur kan dus nog weer worden teruggedraaid. Door middel van dit plan krijgen de gronden de functie: "Natuur".

• Behoud openstelling landgoed Het landgoed is al toegankelijk voor bezoekers/wandelaars. Om de opengestelde paden veilig (bijv ivm vallende takken e.d.) en begaanbaar te houden is jaarlijks/peridiek het nodige onderhoud noodzakelijk. De opbrengsten uit de erfpacht van de nieuw te realiseren woningen worden o.a. aangewend voor dit onderhoud. Daarmee wordt voorkomen dat er paden moeten worden afgesloten ivm veiligheid en het landgoed verminderd toegankelijk wordt. Uitgangspunt is dat er een weging moet plaatsvinden tussen het privé-belang en maatschappelijk belang. Ontwikkelruimte (privé-belang) Vier woningen in erfpacht uit te geven met een totaal bouwvolume van circa 2900 m 3.

Tegenprestratie (maatschappelijk belang) Aanleg 7,1 hectare nieuwe natuur; Veilig stellen beheer, onderhoud en herstel landgoed; Behoud openstelling; Goede ruimtelijke inpassing van nieuwe woningen; Behoud natuur, landschap en cultuurhistorie op het landgoed.

De conclusie is dat de tegenprestratie voldoende is om de vier woningen te ontwikkelen. In algemene zin is het privébelang van de initiatiefnemer in evenwicht met het algemeen belang van de kwaliteit van de fysieke leefomgeving.

Ontwikkelprincipes In de Visie Landelijk gebied is het plangebied aangewezen om bij nieuwe initiatieven in te zetten op 'inpassen'. Het planvoornemen betreft het realiseren van woningen op een bestaande erf nabij bestaande gebouwen, dan wel vervangende nieuwbouw. Het plan voldoet hiermee aan het ontwikkelprincipe 'inpassen'. Themabeleid Binnen het thema Wonen wil de gemeente de groene kwaliteit behouden en versterken en om die reden de verstening van het landelijk gebied tegengaan. Dat is al jaren het beleid en die lijn zet deze Visie voort. Het landelijk gebied wordt echter niet op slot gezet. Hergebruik van landschappelijk en cultuurhistorisch waardevolle gebouwen is onder voorwaarden mogelijk. Belangrijke uitgangspunten zijn het behoud van cultuurhistorische waardevolle gebouwen en structuren (zoals erven) en de beperking van het gebouwde volume. Het voorliggende plan biedt niet meer volume dan in de bestaande situatie aanwezig is, dan wel dat deze met een bestaande vergunning hergebouwd mag worden. Het initiatief sluit dus aan bij de gemeentelijke ambitie voor wonen in het landelijk gebied.

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan H22C omgeving Haimersw eg 200 (vastgesteld) 25

Opgaven voor het landelijk gebied De opgaven betreffen een gemeentelijke opgaven om concrete invulling te geven aan de beschreven ambities. Voorliggend plan betreft een particulier initiatief en staat buiten de opgaven die de gemeente voor zichzelf heeft gesteld. De gemeente kan echter de samenwerking opzoeken om de opgaven te verwezenlijken.

Woonvisie De Woonvisie vormt een nadere uitwerking van de Structuurvisie, specifiek toegespitst op de gemeentelijke beleidsdoelstellingen ten aanzien van het wonen. In de Woonvisie staan belangrijke thema's omschreven zoals het vasthouden van 'talent' en 'werken aan de inclusieve samenleving'. In paragraaf 3.1.1.3 is de woningbouwbehoefte ook toegelicht.

n deze paragraaf wordt de wijziging van het Omgevingsplan getoetst aan gemeentelijk beleid dat relevant is voor deze wijziging. In paragraaf 3.3 (Omgevingsaspecten) komen, voor zover relevant voor deze wijziging, sectorale beleidsstukken aan bod, zoals het Water- en Klimaatadaptatieplan (WEK) en het archeologiebeleid.

Visie Landelijke gebied In zijn vergadering van 6 juli 2021 heeft de gemeenteraad -met toepassing van artikel 2.1 van de Wet ruimtelijke ordening- de structuurvisie 'Visie landelijk gebied Enschede' (NL.IMRO.0153.SV00011-0003) vastgesteld. De gemeente wil met de Visie landelijk gebied richting geven aan de verandering, houvast bieden bij keuzen en actief bijdragen aan de toekomst van het landelijk gebied. De Visie gaat over het bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving in het landelijk gebied. De gemeente wil met de Visie landelijk gebied richting geven aan de verandering, houvast bieden bij keuzen en actief bijdragen aan de toekomst van het landelijk gebied. De Visie gaat over het bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving in het landelijk gebied. De Visie Landelijk gebied geeft eerst enkele algemene ambities. Deze vormen een opmaat naar meer concrete uitspraken in het vervolg van de visie. De algemene ambities zijn op dit abstractieniveau niet zodanig vastomlijnd uitgewerkt dat zij als basis dienen voor latere besluiten met mogelijke milieueffecten. Vervolgens geeft de visie vier ontwikkelingsprincipes (de "vier V's").

Deze geven aan of ontwikkelingen bijdragen aan de ambitie van de gemeente voor het landelijk gebied: Versterken groenblauwe structuur: stevige ecologische netwerken en een duurzaam natuurlijk watersysteem t.b.v. behoud van biodiversiteit, natuur en landschap. Vanuit het landschap ontwikkelen: ontwikkelstrategie a.d.h.v. kwaliteit van landschap: inpassen, aanpassen of transformeren. Verbinden stad-land: versterken interactie tussen stad en buitengebied. Kan op veel manieren inhoud krijgen: fysieke projecten, economisch, met kennis, waardering en betrokkenheid. In stadsrand ontmoeting stad en land meest intensief met ruimte voor recreatieve ontwikkeling en interactie. Vernieuwen: ruimtelijke, economisch, sociaal en bestuurlijk. Vernieuwing is nodig, met behoud van wat goed en waardevol is, aangepast aan de huidige tijd. Experimenten nodig om te zien hoe nieuwe oplossingen er uit zien. Gaat vooral om procesbeschrijving/ gebiedsgericht werken. Onderstaande Visiekaart verbeeldt drie van deze vier ontwikkelingsprincipes. De ontwikkelprincipes geven enige richting aan hoe naar de wenselijkheid van ontwikkelingen wordt gekeken: om in het 'hier en nu' te kunnen beoordelen of een project, een maatregel of ander initiatief bijdraagt aan het vergezicht. In de visiekaart zijn geen concrete ontwikkelingen aangegeven. Het is een afwegingskader voor beoordeling van latere projecten.

26 w eg 200 (vastgesteld)

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan H22C omgeving Haimers

In de Visie Landelijk gebied (p. 8) valt het Stroot met Twekkelo onder de landschappen van zeer hoge waarde (hoogste categorie) en dus een gebied waar nieuwe ontwikkelingen zorgvuldig moeten worden 'ingepast' (p. 31). Enschede hecht waarde aan het voortbestaan van de landgoederen en biedt daarbij actieve steun (p. 55). Enschede wil graag haar profiel als stad met veel landgoederen benutten (p. 40). Het plangebied is op de kaart aangewezen om bij nieuwe initiatieven te ontwikkelen vanuit het principe van 'inpassen'. Gezien het planvoornemen de realisatie van 4 woningen plaatsvindt op een bestaand erf, ingevoegd binnen de bestaande bebouwing, dan wel vervangende nieuwbouw, wordt ruimschoots voldaan aan het principe van inpassen.

De regelingen van de Gids buitenkans Voor het initiatief is hoofdstuk 5: “Maatwerk en gebiedsgerichte aanpak” van de Gids Buitenkansvan toepassing. . Gezien de omvang van het initiatief is hier sprake van ‘omvangrijk maatwerk’ en niet van ‘integrale gebiedsaanpak’ omdat de impact van het initiatief zich niet uitstrekt tot de wijde omgeving van het plangebied. Van de initiatiefnemer wordt een kwaliteitsimpuls gevraagd om de kwaliteit van het landelijk gebied in balans te houden. De Visie landelijk gebied bevat de basis om te beoordelen of daarvan sprake is. De initiatiefnemer heeft de verschillende onderdelen van de Gids gebruikt bij het opstellen van het Landgoedversterkingsplan. Het gaat daarbij in het bijzonder om: de overgangsregeling vanuit de Gids Buitenkans 2014 (Buitenplaatsregeling) en de Rood voor Groenregeling. Het landgoedversterkingsplan is als bijlage opgenomen (Bijlage 3 landgoedversterkingsplan).

De paragraaf 4.4 van de gids Buitenkans stelt dat de gemeente binnen haar beperkte mogelijkheden de landgoederen wil steunen in hun ontwikkeling. Voor Het Stroot kan in een overgangsperiode gebruik worden gemaakt van de regeling uit de Gids 2014 om nieuwe bebouwing toe te staan met als doel de kosten voor onderhoud van het landgoed te dekken. De omvang van de bebouwing moet in balans zijn met de aantoonbare kosten van onderhoud, het landhuis uitgezonderd. Ook moet worden gegarandeerd dat de inkomsten blijvend ten goede komen aan het beheer van de buitenplaats. Overigens is ook in de Gids Buitenkans 2022 onder maatwerk aangegeven dat bij initiatieven op een landgoed de financiering van het beheer een overweging is bij de beoordeling. De duurzame en toekomstgerichte exploitatie van het landgoed kan maatregelen nodig maken, zodat het publieke belang van natuur, landschap en cultuurhistorie en de bestemmingsplan TAM-omgevingsplan H22C omgeving Haimersw eg 200 (vastgesteld) 27

zichtbaarheid en toegankelijkheid van een landgoed gewaarborgd worden. Verder wijst de initiatiefnemer op de regeling Rood voor Groen (paragraaf 3.4 van de Gids 2022), waarbij het gaat om een nieuw hoofdgebouw op een aaneengesloten landbouwgebied van 10 ha, waarvan een deel, tenminste 3 hectare wordt omgezet in natuur. Voor de beoordeling van het voorstel is de Buitenplaatsregeling direct van toepassing. De situatie wijkt in een aantal opzichten af van de Rood voor Groenregeling. Die is daardoor niet rechtstreeks toe te passen. Wel kan de gedachte achter de regeling worden benut bij de maatwerktoetsing. Dat is ook de bedoeling van maatwerk: als de Gids niet rechtstreeks een antwoord geeft, dan helpen de regelingen om een aanvraag op een juiste manier te beoordelen.

De beoordeling Het eerste onderdeel van de beoordeling is of het initiatief voldoet aan de Buitenplaatsregeling Deelvragen zijn: 1. Heeft de bebouwing tot doel inkomsten te genereren voor het onderhoud van het landgoed? 2. Staat de bebouwing en daarmee de extra inkomsten in verhouding tot de aantoonbare kosten van onderhoud? 3. Is verzekerd dat de inkomsten blijvend ten goede komen aan het beheer?

Ad 1: De inkomsten uit de jaarlijkse erfpacht van de 4 woningen zullen volledig ten goede komen aan beheer en onderhoud. Afspraken hierover zullen in de met de initiatiefnemer te sluiten overeenkomst worden vastgelegd. Ad 2: De investeringen in de uitbreiding van het landgoed en inrichting als natuur zijn ten koste gegaan van beheer en onderhoud (achterstand). Daarnaast zijn er ook wensen om het landgoed in oorspronkelijke staat te herstellen. De geraamde inkomsten staan in verhouding tot de kosten en leveren een financiële bijdrage om, gefaseerd, vorm te geven aan de ambitie van het Landgoedversterkingsplan. Ad 3: In de met de initiatiefnemer te sluiten privaatrechtelijke overeenkomst zullen hierover afdwingbare afspraken vastgelegd. Het tweede onderdeel van de beoordeling gaat uit naar de balans tussen benutten en beschermen, waarbij de gemeente uitgaat van het “ja, mits beginsel”. De vraag is of het privébelang van de initiatiefnemer in evenwicht is met het algemeen belang: de kwaliteit van de fysieke leefomgeving. Daarbij kan teruggevallen worden op de Visie landelijk gebied, maar kan ook gekeken worden naar de regelingen in de Gids zelf. De initiatiefnemer heeft daarvoor zelf de vergelijking gemaakt met de regeling Rood voor Groen – ontwikkeling van een nieuw landgoed (par 3.4 Gids Buitenkans 2022).

Zoals bovenstaand al aangegeven wijkt deze ontwikkeling in een aantal opzichten af van deze regeling en is die daardoor niet rechtstreeks toe te passen. Wel kan de gedachte achter de regeling worden benut bij de maatwerktoetsing: • De uitbreiding van het landgoed met 8,7 hectare is vergelijkbaar met de 10 hectare die benodigd is om een nieuw landgoed te kunnen oprichten; • Er wordt 7,1 hectare nieuwe natuur toegevoegd, ruimschoots het dubbele van de vereiste 3 hectare uit de regeling; • Het toe te voegen bouwvolume voor woningen dat op basis van deze investering wordt toegevoegd (ca 1000 m3) vergelijkbaar is met de regeling Rood voor Groen (landhuis met inhoud van 1000 tot 1500 m3). Hieruit kan de conclusie getrokken worden dat het op te leveren resultaat en het daaraan te ontlenen bouwvolume zich positief verhoud in vergelijking met deze regeling goed kan doorstaan.

Weging initiatief: maatschappelijk belang versus privé-belang

28 w eg 200 (vastgesteld)

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan H22C omgeving Haimers

Het uitgangspunt bij het toetsen van initiatieven in het landelijk gebied van Enschede is het behoud en waar mogelijk de versterking van de ruimtelijke kwaliteit van het landelijk gebied. Een eigenaar die iets wil realiseren op zijn of haar grondgebied, woning of (agrarisch) bedrijf heeft daar een bedoeling mee en zal die maatregel of ontwikkeling zelf wenselijk vinden. De gemeente voegt daar altijd de vraag aan toe of dat initiatief ook een meer algemeen belang dient: Draagt de maatregel of ontwikkeling ook bij aan de kwaliteit van het landelijk gebied? In algemene zin moet het privébelang van de initiatiefnemer in evenwicht zijn met het algemeen belang van de kwaliteit van de fysieke leefomgeving. Privé-belang De gevraagde ontwikkelruime (het privé-belang) betreft: • Toevoegen 4 woningen aan voormalig boerenerf Haimersweg 200 Op dit erf is momenteel één boerderijtje aanwezig (erfpacht) en een aantal bijgebouwen. Een groot deel van de bijgebouwen (ruim 800 m3) wordt gesloopt waardoor ruimte ontstaat om vier woningen toe te voegen. Dit gebeurt op een zodanige wijze qua positionering, vormgeving en afmetingen/volumes dat het qua verschijningsvorm als een boerenerf blijft ogen, passend in het buitengebied/Twekkelo. Het totaal aan toe te voegen bouwvolume op het erf bedraagt ca 2650 m3 (plus 250 m3 aan inpandige bijgebouw). Dit is opgebouwd uit ca 1650 m3 o.b.v.

de Buitenplaatsregeling en ca ruim 1000 m3 plus 250 m3 aan bijgebouw o.b.v. de investeringen in de uitbreiding van het landgoed en ruim 7 hectare nieuwe natuur.

Maatschappelijk belang Op de volgende aspecten levert de beoogde ontwikkeling een bijdrage aan het maatschappelijk belang: • Goede landschappelijke inpassing Uitgangspunt bij iedere ontwikkeling in het buitengebied is dat eventuele negatieve effect van het toestaan van de ontwikkeling op de ruimtelijke kwaliteit worden gecompenseerd. Er is vanuit dit oogpunt voor gekozen om alleen op het bestaande erf Haimersweg 200 vier woningen toe te voegen en bijvoorbeeld niet op en momenteel nog onbebouwde locatie op het landgoed. De nieuwe bebouwing zal bovendien met (erf)beplanting landschappelijk worden ingepast. • Ontwikkeling om beheer en behoud landgoed veilig te stellen Beheer en onderhoud om de bestaande kwaliteiten van het landgoed in stand te houden en te herstellen vergen jaarlijks de nodige kosten waar onvoldoende inkomsten uit het landgoed tegenover staan. Door het toestaan van vier nieuwe woningen op het landgoed (in erfpacht uit te geven) verbetert de financiële basis om deze investeringen te kunnen blijven opbrengen en achterstallig onderhoud te kunnen aanpakken. De inkomsten uit de erfpacht van deze woningen wordt geraamd op ca € 40.000,- per jaar). • Nieuwe natuur Voor dit plan heeft het landgoed 12,3 ha landschappelijk heringericht. In totaal is 7,1 ha landbouwgrond omgezet in natuur.

Voor de omvorming van 12,3 ha landbouwgrond is 8,7 ha landbouwgrond aangekocht van derden. Voor de percelen die al in eigendom waren wordt een marktprijs van 60.000,- per hectare gerekend en afgewaardeerd naar natuurgrond met een waarde van 10.000,- per ha. De inrichtingskosten voor omzetting naar natuur zijn gemiddeld € 20.000,- per hectare. De totale investering in nieuwe natuur door aankoop, afwaardering en herinrichting bedraagt € 418.915,-. In april 2023 is de geplande herinrichting geheel uitgevoerd. De wijziging van gebruik/inrichting is echter nog niet vastgelegd in een omgevingsplan (bestemmen als“natuur” ipv “agrarisch”). Het gebruik als natuur kan dus nog weer worden teruggedraaid. Door middel van dit plan krijgen de gronden de functie: "Natuur". • Behoud openstelling landgoed Het landgoed is al toegankelijk voor bezoekers/wandelaars. Om de opengestelde paden veilig (bijv ivm vallende takken e.d.) en begaanbaar te houden is jaarlijks/peridiek het nodige onderhoud noodzakelijk. De opbrengsten uit de erfpacht van de nieuw te realiseren woningen worden o.a. aangewend voor dit onderhoud. Daarmee wordt voorkomen dat er paden moeten worden afgesloten ivm veiligheid en het landgoed verminderd toegankelijk wordt. Onderstaand de weging in tabelvorm:

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan H22C omgeving Haimersw eg 200 (vastgesteld) 29

I

De gevraagde ontwikkelruimte van de initiatiefnemer in evenwicht is met het de geboden tegenprestatie, het algemeen belang van de kwaliteit van de fysieke leefomgeving.

3.2 Ladder voor duurzame verstedelijking (zorgvuldig ruimtegebruik en tegengaan van leegstand) Artikel 5.129g van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) bepaalt dat de Ladder voor duurzame verstedelijking betrekking heeft op een stedelijke ontwikkeling die voldoende substantieel is en 'nieuw' is. Onder 'stedelijke ontwikkeling' wordt in het Bkl (Artikel 5.129g) verstaan: een stedelijke ontwikkeling die bestaat uit de ontwikkeling of uitbreiding van een bedrijventerrein, een zeehaventerrein, een woningbouwlocatie, van kantoren, een detailhandelvoorziening of een andere stedelijke voorziening en die voldoende substantieel is. Artikel 5.129g Bkl geeft geen ondergrens aan voor of een plan 'voldoende substantieel' is. De aard en omvang van het plan in relatie met de omgeving bepaalt dat. In uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State zijn hiervoor lijnen uitgezet. Voor woningbouw is dat vanaf 12 woningen. Daarnaast is de Overijsselse Ladder voor duurzame verstedelijking (afdeling 4.2 provinciale Omgevingsverordening) van toepassing wanneer er sprake is van een extra ruimtebeslag. Het plan maakt het mogelijk om vier woningen te ontwikkelen. De Ladder voor duurzame verstedelijking is verplicht bij woningbouw vanaf 12 woningen. Dat is in deze situatie niet van toepassing. Ook de Overijsselse ladder voor duurzame verstedelijking is hier niet van toepassing.

De ontwikkeling van deze woningen wordt namelijk mogelijk gemaakt door middel van de regelingen Rood voor groen in de Gids Buitenkans uit 2022 en de Buitenplaatsenregeling uit de Gids Buitenkans van 2014. Toch is het belangrijk om deze woningbouwbehoefte goed te onderbouwen, in dit geval dus zonder de ladder voor duurzame verstedelijking of de Overijsselse ladder voor duurzame verstedelijking te gebruiken.

Onderbouwing woningbouwbehoefte Volgens het Woningbehoefteonderzoek 2023 van Stec moet er meer aandacht besteed worden aan flexibiliteit in de woningmarkt. Er moet in de gemeente Enschede meer gebouwd worden om doorstroming te bevorderen. In het basisscenario is het doel om de komende 10 jaar 3.520 woningen toe te voegen. Dit aantal kan oplopen tot 9.300 woningen in een ambitieuze scenario. Van deze woningen zijn er nu 1.680 concreet gepland. Er is dus nog voldoende ruimte om extra woningen te programmeren. Er is ruimte om te bouwen voor het reguliere grondgebonden koopsegment en voor levensloopbestendige woningen, zoals appartementen of grondgebonden nultredenwoningen. De vraag naar dure grondgebonden woningen in een groene setting is groter dan nu in harde plannen gefaciliteerd is. Dit plan voldoet hieraan. De vier woningen liggen in hoogwaardig groen, namelijk landgoed het Stroot. De woningen worden goed ingepast in het landschap en krijgen de vorm van een erfensemble. Hierdoor sluiten ze aan bij de bestaande bebouwing. Het zijn vier schuurwoningen, waarbij twee een volwaardige verdieping hebben. De andere schuurwoningen hebben enkel een vliering. De woningen zijn levensloopbestendig of levensloopbestendig in te richten. Twee schuurwoningen bevatten alle functies op de begane grond en de 30 w eg 200 (vastgesteld)

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan H22C omgeving Haimers

andere twee schuurwoningen hebben de ruimte om dat te ontwikkelen. De locatie waar de 4 woningen gebouwd gaan worden ligt in de zone 'ondernemen met natuur en water'. In deze zone zijn ontwikkelingen mogelijk onder de voorwaarde dat de compensatie door investeringen ter versterking van ruimtelijke kwaliteit in de omgeving gericht dienen te zijn op de versterking van de kwaliteit van natuur, water en landschap. Het omzetten van landbouwgronden naar natuurgronden voldoet daaraan. De vier woningen die plan mogelijk maken vormen een inkomstenbron voor de landgoedeigenaren ter behoeve van het onderhouden van het landgoed. Het is voor de landgoedeigenaren niet mogelijk voormalige landbouwgrond om te zetten naar natuur en het landgoed volwaardig te onderhouden, zonder de inkomsten die de nieuwe woningen genereren. De meerwaarde van dit plan voor het buitengebied van Enschede uit zich in de toevoeging van meer natuur en de openstelling van een groter landgoed voor de inwoners en bezoekers van Enschede. De toevoeging van de woningen zorgt voor een inkomstenbron dat ten behoeve komt voor het landschap van Enschede.

3.3

Omgevingsaspecten

In deze paragraaf wordt de wijziging van het Omgevingsplan getoetst op de omgevingsaspecten die relevant zijn voor de beoogde ontwikkeling. Waarom is de ontwikkeling op deze locatie niet onuitvoerbaar en welke randvoorwaarden en eisen worden daarbij gesteld? 3.3.1

Welstand, beeldkwaliteit en landschappelijke waarden

De instructieregels in paragraaf 5.1.5 van het Bkl, over het beschermen van landschappelijke of stedenbouwkundige waarden, zijn niet van toepassing op Enschede. Deze gaan over de Waddenzee en de kust. Welstand en beeldkwaliteit In de Welstandsnota "Bouwen aan identiteit" is aangegeven aan welke welstandseisen bouwplannen moeten worden getoetst. Daartoe zijn in de Welstandsnota voor het gehele grondgebied van de gemeente Enschede welstandsidentiteiten opgenomen. Voor het gebied van deze wijziging van het Omgevingsplan geldt de welstandsidentiteit 'Buitenplaatsen/landgoederen'. Daarnaast is het Beeldkwaliteitsplan "Erve Brinkcate Beeldkwaliteitsplan" van toepassing.Daarnaast is een inrichtingsplan gekoppeld aan de regels van deze wijziging van het Omgevingsplan om tot het gewenste eindbeeld te komen.

Beschermwaardige bomen De bescherming van bomen is geregeld in de Verordening kwaliteit leefomgeving (VKL). Op het bij de VKL behorende bomenoverzicht zijn de beschermde bomen en boomgroepen weergegeven, voor het vellen waarvan in ieder geval een omgevingsvergunning (kapvergunning) op grond van de VKL is vereist. De VKL is alleen van toepassing op bomen binnen de bebouwde kom. De gronden binnen het gebied van deze wijziging van het Omgevingsplan vallen buiten de bebouwde kom.De Wet Natuurbescherming hoofdstuk 4 is van toepassing. Voor de uitvoering van het plan worden geen bomen gekapt. Conclusie De voorgenomen ontwikkeling leidt niet tot een onaanvaardbare aantasting van de ruimtelijke kwaliteit en is niet in strijd met redelijke eisen van welstand. 3.3.2

Cultuurhistorische waarden

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan H22C omgeving Haimersw eg 200 (vastgesteld) 31

Uit het Besluit kwaliteit leefomgeving volgt dat gemeenten voor cultureel erfgoed dat voor bescherming in aanmerking komt een toereikend beschermingsregime moeten opnemen in het omgevingsplan. Het Bkl bevat hiervoor instructieregels in artikel 5.130 (par 5.1.5.5; behoud cultureel erfgoed). Ook de Omgevingsverordening van de provincie bevat instructieregels voor cultureel erfgoed (artikel 4.12). Waarden en deze omgevingsplanwijziging Er is een schuur aanwezig die aan te merken is als een cultuurhistorisch waardevol object. De schuur heeft een pannendak en een karakteristieke vorm. Om dit gebouw te bewaren is de aanduiding "schuur" opgenomen.

Conclusie Cultuurhistorische waarden vormen geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van de planwijziging. CH-waarden worden gerespecteerd en waar nodig beschermd. Daarmee wordt voldaan aan de instructieregels van het Rijk (Bkl) en de provincie (Omgevingsverordening). 3.3.3

Archeologische waarden

In de gemeente Enschede is een archeologisch beleidskaart opgesteld. Op basis van deze kaart valt het gebied van deze omgevingsplanwijziging onder de aanduiding 'archeologisch onderzoeksgebied b.

32 w eg 200 (vastgesteld)

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan H22C omgeving Haimers

Afbeelding: uitsnede archeologische b eleidskaart van Enschede

In 'archeologisch onderzoeksgebied b' mogen geen bouwwerken worden gebouwd en/of werken, geen bouwwerken zijnde, en/of werkzaamheden worden uitgevoerd die een bodemverstoring veroorzaken dieper dan 50 cm onder het maaiveld en een bodemverstoringsoppervlakte meer dan 2.500 m² hebben. Met de toevoeging van de 4 wonngen wordt de drempelwaarde niet gehaald. Conclusie Op basis van het bovenstaande kan worden geconcludeerd dat de archeologische waarde geen belemmering vormen voor de uitvoerbaarheid van de voorgestelde wijziging van het Omgevingsplan. Daarmee wordt ook voldaan aan de instructieregels van het Rijk in artikel 5.130 (par 5.1.5.5) van het Bkl (behoud cultureel erfgoed).

3.3.4

Verkeer

De bereikbaarheid en ontsluiting van het plangebied waar vier woningen worden gebouwd is goed. De woningen kunnen ontsloten worden aan de Haimersweg. Er zijn problemen te verwachten met de verkeersafwikkeling of de doorstroming gezien het feit dat er vier nieuwe woningen worden gebouwd. Er is voldoende ruimte om te parkeren op eigen terrrein. De regels om parkeergelegenheid te realiseren zijn opgenomen in de regels. bestemmingsplan TAM-omgevingsplan H22C omgeving Haimersw eg 200 (vastgesteld) 33

3.3.5

Bodem- en grondwaterkwaliteit

De beoogde ontwikkeling die deze wijziging van het Omgevingsplan mogelijk maakt is getoetst aan beleid en regelgeving van het Rijk, zoals benoemd in de instructieregels voor omgevingsplannen in hoofdstuk 5 Bkl (paragraaf 5.1.4.5) . Ook is het getoetst aan de instructieregels van de provincie voor omgevingsplannen. Voor bodem- en grondwaterkwaliteit zijn deze grotendeels uitgewerkt in het provinciaal 'Voorbereidingsbesluit Omgevingsverordening 2021' (dat gaat o.a. over bodem- en grondwaterbescherming https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR708880). Verder staan in Afdeling 4.12 (Ondergrond) van de omgevingsverordening onder andere regels over zout- en zandwinningslocaties. Bodem- en grondwaterkwaliteit en deze wijziging van het Omgevingsplan (ontwikkelingsgericht plan) Deze wijziging van het Omgevingsplan maakt het mogelijk om vier nieuwe woningen te bouwen nabij Haimersweg 200. Voor de destijds b eoogde ontwikkeling is een verkennend bodem- en asbestonderzoek uitgevoerd in 2017. Dit onderzoek is opnieuw beoordeeld en bruikbaar voor de vier nieuwe te bouwen woningen. Zie b ijlage 2. Uit de analyseresultaten kan het volgende worden geconcludeerd worden: • Ter plaatse van de erfverharding is in de bovengrond een lichte verontreiniging aangetroffen aan PAK, kwik, minerale olie en PCB.

In de ondergrond ter plaatse van de erfverharding is geen van onderzochte parameters in een verhoogd gehalte aangetroffen; Ter plaatse van het weiland is zowel in de boven- als ondergrond geen van onderzochteparameters in een verhoogd gehalte aangetroffen; • In het grondwater is een matige verontreiniging met barium aangetroffen en een lichte verontreiniging met cadmium. • In de grond (traject 0-0,5 m-mv) ter plaatse van de erfverharding is geen asbest aangetroffen (het asbestgehalte is lager dan het detectielimiet). In de puinlaag is een asbestgehalte aangetroffen van 11 mg/kg.ds. Hiermee wordt de hergebruiksnorm/ interventiewaarde voor asbest (100 mg/kg.ds.) niet overschreden. De bovengrond ter plaatse van boring B05 (erfverharding, bijmenging) betreft grond die niet geschikt is voor hergebruik. Omdat de interventiewaarde niet wordt overschreden is er geen directe saneringsplicht. Wel kan de gemeente Enschede in het kader van de voorgenomen herontwikkeling aanvullende eisen stellen. Geadviseerd wordt om deze grond ter plaatse van het erf bij de herontwikkeling niet te herschikken op het weiland. De overige bovengrond ter plaatse van de erfverharding voldoet aan de kwaliteitsklasse wonen en de ondergrond voldoet aan de kwaliteitsklasse achtergrondwaarde. Zowel de boven- als de ondergrond ter plaatse van het weiland voldoet aan de kwaliteitsklasse Achtergrondwaarde.

Naar aanleiding van de analyseresultaten is een nader onderzoek niet noodzakelijk. PFAS Het plangebied is historisch gezien onverdacht wat betreft het voorkomen van PFAS. Het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat heeft op 29 november 2019 een aanpassing tijdelijk handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie opgesteld. Het aangepaste tijdelijk handelingskader PFAS heeft betrekking op het grondverzet in Nederland. Indien bij toekomstige werkzaamheden binnen het plangebied grond vrijkomt die elders wordt toegepast of wordt afgevoerd naar een grondbank of verwerker, kan het nodig zijn dat van de partij grond dient te worden bepaald of deze wel of niet voldoet aan het aangepaste tijdelijk handelingskader PFAS. Conclusie Op basis van het bovenstaande kan worden geconcludeerd dat de bodemkwaliteit wel/geen belemmering vormt voor de uitvoerbaarheid van de wijziging van het Omgevingsplan. De planwijziging voldoet aan de instructieregels.

34 w eg 200 (vastgesteld)

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan H22C omgeving Haimers

3.3.6

Waterhuishouding en klimaatadaptatie

Gemeente Enschede en waterschap Vechtstromen hanteren het principe om water en bodem sturend te maken bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. Dit principe wordt opgenomen in de omgevingsvisie van de gemeente (vaststelling verwacht in 2025) en de Watervisie 2050 van het waterschap (vastgesteld 14 april 2021). Ruimtelijke ontwikkelingen worden getoetst op de gevolgen voor de waterhuishouding en de waterkwaliteit en dienen klimaatrobuust te worden ontworpen. De gemeenteraad heeft op 25 oktober 2021 het Water- en Klimaatadaptatieplan 2022-2026 (WEK) vastgesteld. Dit beleidsplan beschrijft hoe Enschede toewerkt naar een waterrobuuste en klimaatbestendige gemeente in 2050. Enschede wordt nog 'groener' en 'blauwer' om goed voorbereid te zijn op een nattere, hetere en drogere toekomst. Water de ruimte geven en stenen vervangen door planten en bomen gaan wateroverlast, hittestress en verdroging tegen. Zo werkt Enschede verder aan een aantrekkelijke 'duurzame en groene stad' waar mensen graag wonen, leven en werken! Nu en in de toekomst. Het waterschap heeft op 15 december 2021 het Waterbeheerprogramma 2022-2027 vastgesteld. In het waterbeheerprogramma staan de uitgangspunten die het waterschap hanteert voor de inrichting en het beheer van het watersysteem en de afvalwaterzuivering, rekening houdend met een veranderend klimaat.

Deze uitgangspunten zijn ingebracht in het WEK van de gemeente Enschede. Paragraaf 22.3.8 Afvalwaterbeheer van de Bruidsschat Omgevingsplan is voor dit thema van toepassing op milieubelastende activiteiten. Hemelwater Uitgangspunt in het gemeentelijk beleid voor de waterhuishouding is dat in bestaand stedelijk gebied hemelwater zo min mogelijk wordt afgevoerd via de riolering en in het buitengebied hemelwater niet wordt afgevoerd via de riolering. Bij een toename van verhard oppervlak komt meer hemelwater versneld tot afvoer, hierop is de riolering en het oppervlaktewatersysteem niet berekend. Het extra afstromend hemelwater moet derhalve op eigen terrein worden verwerkt. Voor nieuwbouw en hernieuwbouw geldt per vierkante meter verharding (daken en bestrating op openbaar en particulier terrein) een waterbergingseis van 55 millimeter. Vervuiling van hemelwater dient zoveel mogelijk voorkomen te worden door geen uitlogende bouwmaterialen te gebruiken. Verder zijn de artikelen 22.142 tot en met 22.144 uit de Bruidsschat Omgevingswet van toepassing op het lozen van afvloeiend hemelwater dat niet afkomstig is van een bodembeschermende voorziening.

Waterberging en van deze planwijziging .

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan H22C omgeving Haimersw eg 200 (vastgesteld) 35

In de nieuwe situatie zal er ca 565 m 2 verhard oppervlak aanwezig zijn in het wijzigingsgebied. Berging van 55 millimeter over genoemd oppervlak betekent een bergingsopgave van 31 m 3 voor de particuliere ruimte. De ontsluiting van deze nieuwe woningen zal niet worden verhard, maar aanleg met gravel. De oppervlakte bedraagt 1488 m 2 . De bergingsopgave voor de halfverharding bedraagt 1488 x 27,5 liter = 41 m 3. De totale bergingsopgave bedraagt 72 m 3. In de particuliere ruimte zal 72 m 3 regenwater middels natuurlijk verloop van het terrein opgevangen worden. geborgen worden. Deze voorzieningen moeten binnen 48 uur leeg zijn. In het onderstaande kaartje wordt met pijlen de afwatering aangegeven. In het terrein is veel reliëf aanwezig en zal het water stromen naar de al aanwezig sloot/wadi.

Ten noorden loopt een beek (licht blauw op bovenstaande afbeelding) die kan overstromen. Dit is een diepliggende sloot die in een komvormige wei ligt. Het water kan nooit de nieuwe vier woningen bereiken.

36 w eg 200 (vastgesteld)

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan H22C omgeving Haimers

Conclusie hemelwaterb erging In het plangebied is ruim voldoende bergings- en infiltratiecapaciteit aanwezig om te voldoen aan de bergingsopgave over het verharde oppervlak en de halfverharding. Afvalwater Uitgangspunt in het gemeentelijk beleid voor de waterhuishouding is dat het ontstaan van afvalwater wordt beperkt. In nieuwe situaties (nieuwbouw, herontwikkeling) wordt afvalwater gescheiden van het hemelwater aangeboden en afgevoerd. In principe zorgt de gemeente er voor dat het afvalwater vanaf de perceelsgrens wordt getransporteerd naar de rioolwaterzuiveringsinstallatie van het waterschap Vechtstromen. Er is of komt niet overal in de openbare ruimte een systeem voor de afvoer van afvalwater. In dat geval moet op eigen terrein een individuele behandeling van afvalwater (IBA) worden ingericht. Een decentrale zuiveringsvoorziening voor afvalwater van meerdere huishoudens is ook een optie. Bij IBA's en decentrale voorzieningen die lozen op oppervlaktewater of in de bodem worden eisen gesteld aan de kwaliteit van het geloosde water. Artikelen 22.145 tot en met 22.150 van de bruidsschat Omgevingsplan dat handelt over het lozen van huishoudelijk afvalwater zijn hierop van toepassing. Voor deze omgevingsplanwijziging geldt dat het afvalwater na aanpassing wel kan worden afgevoerd naar het openbaar gemengde rioolstelsel / de persleiding.

De ontwikkelaar is hiervoor nog in overleg. Oppervlaktewater Uitgangspunt in het gemeentelijk beleid voor de waterhuishouding bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen is dat bestaand oppervlaktewater (sloten en vijvers) gehandhaafd blijft. Bij de herinrichting van het oppervlaktewatersysteem zijn de benodigde afvoercapaciteit, de streefbeelden en de kwaliteitsdoelstellingen van het waterschap Vechtstromen leidend. Wijzigingen aan het bestaande watersysteem en de aanleg van nieuwe waterpartijen worden altijd afgestemd met gemeente en waterschap. Nieuw en bestaand oppervlaktewater wordt geïntegreerd in het stedenbouwkundig plan, zodanig dat het water beleefd kan worden en goed te beheren is. Voor deze omgevingsplanwijziging geldt…

Grondwater en ontwatering Uitgangspunt in het gemeentelijk beleid voor de waterhuishouding is dat perceeleigenaren zelf verantwoordelijk zijn voor het grondwater op hun perceel. De gemeente zorgt in voorkomende gevallen in de openbare ruimte voor passende maatregelen indien er in een gebied sprake is van structureel nadelige gevolgen door de grondwaterstand en de te treffen maatregelen niet tot de zorg van de provincie of het waterschap behoren. De ontwatering van een perceel is afhankelijk van het gebruik van de grond. Ontwatering is het verschil tussen het peil van de weg of de bebouwing en de gemiddeld hoogste grondwaterstand (GHG). Wegen: ontwateringsdiepte van 0,70 meter, waarbij een zandbed met minimale dikte van 0,50 m aanwezig moet zijn. Een te hoge grondwaterstand kan opvriezen en opdooi van de fundering van de weg veroorzaken. Bebouwing: de ontwateringsdiepte van bebouwing hangt af van het type gebouw. Voor woningen of gebouwen met een niet-waterdichte kruipruimte die goed toegankelijk moet zijn, dient de ontwatering zodanig te zijn dat zich geen grondwater in de kruipruimte bevindt. Als norm wordt vaak gehanteerd dat het grondwater tenminste 0,20 m beneden de vloer van de kruipruimte moet staan. Uitgaande van een 0,50 m hoge kruipruimte en een vloerdikte (woonvloer) van 0,20 m betekent dit een afstand van 0,90 m tussen de GHG en de bovenzijde van de vloer.

Door kruipruimteloos te bouwen kan de ontwateringsnorm onder bepaalde voorwaarden met 0,30 m verminderd worden. Groen / onbebouwd en onverhard terrein: voor deze bestemming wordt meestal een ontwateringdiepte van 0,50 m –mv geadviseerd. Langdurige te hoge grondwaterstanden beïnvloeden de beworteling nadelig.

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan H22C omgeving Haimersw eg 200 (vastgesteld) 37

Afwatering Om op perceelsniveau te kunnen voorkomen dat afstromend regenwater problemen veroorzaakt gelden de volgende adviesnormen: Het vloerpeil van de bebouwing minimaal 0,20 m boven het dichtstbijzijnde wegpeil leggen. Perceel vlak of richting de weg af laten lopen. De maaiveldpeilen en vloerpeilen van de verschillende percelen op elkaar afstemmen.

Bij de bouw van de woningen zal hiermee rekening moeten worden gehouden. Ook omdat er ten noorden van het gebied een beek ligt. Bij overstroming van de beek kan het water het te bebouwen perceel kunnen bereiken. Op de afbeelding hieronder is de hoogteligging te zien in het gebied rondom de Haimersweg 200. de gronden in het blauw liggen lager dan groen/gele gebieden.

Afbeelding 13: Hoogteligging

Het omgevingsplan beoogt het planologisch mogelijk van de bouw van 4 woningen op het erf van de Haimersweg 200. Het bestemmingsplan biedt de ruimte om maatregelen te treffen voor de afwatering.

Conclusie Op basis van het bovenstaande kan worden geconcludeerd dat door de aanleg en instandhouding van waterbergende en afvoerende voorzieningen planologisch te waarborgen in voldoende mate rekening wordt gehouden met voor de toekomst noodzakelijke waterhuishouding Daarmee vormt de waterhuishouding geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van de voorgestelde wijziging van het Omgevingsplan. De planwijziging voldoet ook aan de instructieregels van het Rijk uit paragraaf 5.1.3 van het Bkl (Waarborgen

38 w eg 200 (vastgesteld)

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan H22C omgeving Haimers

van de veiligheid). Voor Enschede betekent dat dat rekening moet worden gehouden met de gevolgen van de ontwikkeling voor het watersysteem en dat het (belang van het) waterschap wordt betrokken (artikel 5.37; weging van het waterbelang). De overige instructieregels in paragraaf 5.1.3 van het Bkl zien op primaire waterkeringen, de kust, de grote rivieren en het IJsselmeer. Deze zijn niet gelegen op Enschedees grondgebied. Er wordt ook voldaan aan de instructieregels van de provincie ten aanzien van 'Sturen op water en bodem (behouden en versterken van een klimaatrobuust water- en bodemsysteem) in afdeling 4.4 van de provinciale verordening en de uitgangspunten voor water en bodem sturend uit de omgevingsvisie van de gemeente Enschede en de watervisie van het waterschap Vechtstromen. 3.3.7

Natura 2000-gebieden

Het gebied van deze wijziging van het Omgevingsplan ligt niet in de nabijheid van een gebied dat is aangewezen als Natura 2000 gebied of bijzonder nationaal natuurgebied. Bij elke ruimtelijke ontwikkeling moet worden getoetst of de beoogde activiteiten mogelijk significant negatieve gevolgen kunnen hebben voor de aangewezen natuurlijke habitats en habitats van soorten in een Natura 2000 gebied. Indien dat op voorhand niet met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid kan worden uitgesloten dient een passende beoordeling te worden uitgevoerd en een plan-milieu effect rapportage (plan-MER) te worden opgesteld. Wanneer ook op basis van een uitgevoerde passende beoordeling significant negatieve gevolgen niet met aan voldoende zekerheid grenzende waarschijnlijkheid kunnen worden uitgesloten kunnen de beoogde ruimtelijke ontwikkelingen alleen mogelijk worden gemaakt indien er redelijkerwijs geen alternatieven aanwezig zijn, er sprake is van dwingende redenen van groot openbaar belang en de negatieve gevolgen in voldoende mate worden gecompenseerd. Beschermde natuurgebieden en het plangebied “Omgevingsplan H22c omgeving Haimersweg 200f” Het plangebied van het omgevingsplan is niet gelegen binnen de grenzen dan wel in de nabijheid van een gebied dat is aangewezen als Natura 2000 gebied of bijzonder nationaal natuurgebied.

De dichtstbijzijnde Natura 2000 gebieden “Aamsveen” en “Lonnekermeer ” zijn op respectievelijk ca. 9 kilometer ten zuidoosten en 6 kilometer ten noordwesten van het plangebied gelegen. Stikstofdepositie Om met zekerheid te stellen dat het omgevingsplan geen negatieve gevolgen heeft voor de nabijgelegen Natura 200 gebieden is een Aeriuesberekening uitgevoerd. Voor de beoogde ontwikkeling is voor de aanleg- en de gebruiksfase een Aeriusberekening uitgevoerd. Voor de resultaten wordt verwezen naar bijlage 5 . Uit de stikstofdepositieberekeningen blijkt dat de stikstofdepositie tijdens zowel de aanleg- als de gebruiksfase niet hoger zal zijn dan 0,00 mol/ha/jaar. Daarom kan met voldoende zekerheid worden geconcludeerd dat het (ontwerp)wijzigingsbesluit geen significant negatieve effecten op het realiseren van de instandhoudingsdoelen van Natura 2000 gebieden zal hebben.

3.3.8

Natuurnetwerk Nederland (NNN)

Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is een samenhangend netwerk van natuurgebieden en landbouwgebieden met veel natuurwaarden. Het NNN heeft als doel het behouden, beschermen en versterken van de rijkdom aan plant- en diersoorten (biodiversiteit) en beoogt een bijdrage te leveren aan het realiseren en in stand houden van een (inter-)nationaal vitaal stelsel van natuurgebieden. De aanwijzing van gebieden als onderdeel van het NNN vindt plaats bij provinciale verordening en dient te worden vertaald in gemeentelijke ruimtelijke plannen zoals de Omgevingsvisie en het Omgevingsplan. De regels met betrekking tot het NNN uit de provinciale verordening voor zover gelegen in het buitengebied zijn vertaald naar de Gids Buitenkans 2022. De Gids Buitenkans 2022 is van toepassing als toetsingskader als het gaat om het Natuur Netwerk Nederland (NNN).

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan H22C omgeving Haimersw eg 200 (vastgesteld) 39

Figuur: 5: NNN, bestaand en te realiseren De gebieden die in het bestemmingsplan zijn opgenomen liggen buiten de NNN. Het NNN en deze wijziging van het Omgevingsplan

Het gebied van de wijziging van het Omgevingsplan is niet gelegen binnen de grenzen van een gebied dat onderdeel uitmaakt van het NNN. De dichtstbijzijnde gronden die onderdeel uitmaken van het NNN liggen (zie bovenstaande afbeelding) dichtbij de te ontwikkelen gebieden. De omzetting van agrarische gronden naar natuur zal een versterking betekenen voor de NNN. Een verdere toetsing aan het NNN kan daarom achterwege blijven. Conclusie NNN Op grond van het voorgaande kan met aan voldoende zekerheid worden geconcludeerd dat het NNN geen belemmering vormt voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan.

3.3.9

Beschermde planten- en diersoorten

De wijziging van het Omgevingsplan maakt het mogelijk om een 4 woningen te realiseren. Om te bepalen of de realisatie van deze ontwikkeling(en) mogelijk negatieve gevolgen heeft voor de functionele leefomgeving en/of de gunstige staat van instandhouding van beschermde soorten is een verkennend ecologisch onderzoek (quidkscan) uitgevoerd. Alleen voor de locatie aan de Haimersweg 200 is een onderzoek gedaan. De natuurwaarde van de landbouwgronden zullen bij inrichting tot natuur toe nemen. Om te bepalen of de realisatie van de woningbouw mogelijk negatieve gevolgen heeft voor de functionele leefomgeving en/of de gunstige staat van instandhouding van beschermde soorten is door bureau Eelerwoude een verkennend ecologisch onderzoek (quickscan) uitgevoerd. Uit de onderzoeksrapportage (rapport nr. 7777, 27 juni 2016, zie bijlage 5 Natuuronderzoek) blijkt dat negatieve gevolgen op voorhand met aan voldoende zekerheid grenzende waarschijnlijkheid kunnen worden uitgesloten. Een verdere toetsing aan de Wet natuurbescherming voor wat betreft de bescherming van soorten kan daarom achterwege blijven. Wel dient rekening wordt gehouden met broedende vogels.

40 w eg 200 (vastgesteld)

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan H22C omgeving Haimers

In het plangebied zijn geen strikt beschermde plantensoorten aangetroffen, deze worden ook niet verwacht. In de bebouwing en bomen op het erf zijn geen verblijfplaatsen van vleermuizen bekend. In de bomen zijn ook geen geschikte holten aangetroffen die als verblijfplaats voor boombewonende vleermuizen kunnen dienen.

Indien rekening wordt gehouden met broedende vogels worden met de voorgenomen ontwikkelingen geen negatieve effecten verwacht op beschermde soorten.Een verdere toetsing aan de Omgevingswet voor wat betreft de bescherming van soorten kan daarom achterwege blijven.

3.3.10

Activiteiten en milieuzonering

Voor ruimtelijke ontwikkelingen in de omgeving van bedrijvigheid en andere activiteiten die hinder kunnen veroorzaken, kan onder de Omgevingswet gebruik gemaakt te worden van de publicatie 'Activiteiten en milieuzonering Omgevingswet (Milieuzonering Nieuwe Stijl)', van oktober 2024 door de VNG. Hiermee kan worden gemotiveerd dat er sprake is van een goed woon- en leefklimaat op een locatie en/of dat nabijgelegen bedrijven niet beperkt worden door deze ontwikkeling. Milieuzonering en deze wijziging van het omgevingsplan De voorgenomen ontwikkeling betreft de realisatie van 4 woningen. De beoogde woningen betreffen een gevoelige functie in het kader van activiteiten en milieuzonering. Hiertoe dient rekening te worden gehouden met de afstand tot bestaande bedrijfs- en andere relevante activiteiten in de omgeving. Deze kunnen invloed hebben op de beoogde ontwikkeling van de woningen hebben en vice versa. Het plangebied ligt in het landelijk gebied, maar de (agrarische) bedrijvigheid heeft in de loop de jaren plaats gemaakt voor wonen. De boerderijen van vroeger hebben een overwegende woonfunctie gekregen. Alleen ligt op een afstand van ca. 600 meter tot de gewenste ontwikkeling op perceel Strootweg een boerderij met als activiteit het houden van o.a. melkvee.

In de VNG-brochure Milieuzonering Nieuwe stijl signaleert dat geluid en geur milieuaspecten zijn die een rol kunnen hebben bij de aanvaardbaarheid van een goed woon- en leefklimaat van de te realiseren woning. Met het milieuaspect geluid is deze gekwalificeerd op positie 2, wat in voorliggende situatie zich vertaal naar een aan te houden afstand van 50 meter. Met een afstand van ca. 600 meter is het aspect geluid geen belemmering voor de uitvoering van het plan. Het aspect geur wordt niet onderbouwd vanuit de brochure van de VNG. . De afstand van 600 meter is zodanig dat geur op de nieuwbouw geen rol speelt. Geur is uitgewerkt in hoofdstuk 3.3.14 echter speelt geen rol. Hetgeen resulteert dat er ook geen beperking is op de bedrijfsvoering van het agrarisch bedrijf noch een aantasting van de gevestigde planologische rechten van dit agrarisch bedrijf. Conclusie Geconcludeerd wordt dat het aspect 'activiteiten en milieuzonering' geen belemmering vormt voor de voorgenomen ontwikkeling. 3.3.11

Luchtkwaliteit

Een toetsing aan de rijksomgevingswaarden voor luchtkwaliteit is niet nodig als een project of activiteit maar weinig bijdraagt aan luchtverontreiniging. In juridische termen heet dat: niet in betekenende mate (NIBM). Het plan heeft betrekking op 4 woningen, waardoor op grond van artikel 5.54 Bkl er sprake is van NIBM. Conclusie Het plan draagt niet in betekende mate bij aan verslechtering van de luchtkwaliteit. De planwijziging voldoet aan de instructieregels in paragraaf 5.1.4.1 van het Bkl. Het aspect luchtkwaliteit vormt daarmee geen belemmering voor deze wijziging van het Omgevingsplan.

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan H22C omgeving Haimersw eg 200 (vastgesteld) 41

3.3.12

Geluidhinder

Bij het toelaten van een activiteit, (spoor)weg, industrieterrein of geluidgevoelig gebouw moet het bevoegd gezag het geluid op geluidgevoelige gebouwen beoordelen. Ieder bevoegd gezag heeft de algemene taak 'evenwichtige toedeling van functies aan locaties' (artikel 4.2, Omgevingswet) bij de belangenafweging over beschermen en benutten. Instructieregels die deze algemene taak invullen staan in hoofdstuk 5 van het Besluit kwaliteit leefomgeving. Voor het beoordelen van geluid zijn deze regels bedoeld voor de bescherming van de gezondheid en het milieu. Het bevoegd gezag moet rekening houden met gezondheid (artikel 2.1 lid 4, Omgevingswet). De centrale regels voor beoordeling van geluid door activiteiten, lokale (spoor)wegen en op geluidgevoelige gebouwen staan in de artikelen 5.59, 5.78l en 5.78s van het Bkl. Het vaststellen van het omgevingsplan die deze toelaten, moet aan twee eisen voldoen: houd rekening met geluid; voorziet in aanvaardbaar geluid.

Wegverkeerslawaai Met de realisatie van de voorgenomen ontwikkeling worden er geluidsgevoelige gebouwen aan de omgeving toegevoegd. Het Besluit kwaliteit leefomgeving bevat standaardwaarden en grenswaarden voor geluid door een geluidbronsoort op een geluidgevoelig gebouw. Deze waarden zijn van toepassing op het geluid door alle geluidbronnen van een geluidbronsoort. In de omgeving van het plangebied zijn geen provinciale- of rijkswegen gesitueerd. Ook komen er geen 50 km/u-gezoneerde gemeentewegen voor. De Haimersweg betreft een 30 km/u-gezoneerde weg met klinker-verharding. Daarnaast dienen in het kader van wegverkeerslawaai in een onderzoek alle wegen betrokken te worden die een verkeersintensiteit van meer dan 1.000 verkeersbewegingen per etmaal kennen. Dat is niet het geval. Er is geen verder onderzoek naar wegverkeerslawaai nodig.

Conclusie wegverkeerslawaai Het aspect 'wegverkeerslawaai' vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.

Railverkeerslawaai Er geldt van rechtswege voor elke spoorlijn een zone die moet worden aangemerkt als 'geluidaandachtsgebied'. Bij spoorweglawaai is de breedte van de zone onder andere afhankelijk van het aantal sporen en de verkeersintensiteit. Conclusie railverkeerslawaai De hoofdspoorweg Enschede-Zwolle heeft een zonebreedte van 100 meter. De planlocatie ligt buiten deze zone waardoor toetsing van railverkeerslawaai achterwege kan blijven. Industrielawaai Zoals vastgesteld in paragraaf zijn er in de omgeving van het plangebied geen bedrijven of inrichtingen gesitueerd die mogelijk voor geluidhinder ter plekke van de beoogde woningen aan de Haimersweg kunnen zorgen. Derhalve is onderzoek naar effect van industrielawaai op de beoogde woningen niet noodzakelijk. Omgekeerd hebben de beoogde woningen geen effect op omliggende gevoelige functies. Conclusie industrielawaai Het aspect 'industrielawaai' vormt geen belemmering vormt voor de voorgenomen ontwikkeling.

Overig geluid

42 w eg 200 (vastgesteld)

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan H22C omgeving Haimers

Er zijn geen andere geluidsaspecten die meegenomen hoeven te worden, zoals stemgeluid op terras, evenement of sportveld en ook niet voor de verkeersaantrekkende werking van een activiteit, omdat deze niet mogelijk worden gemaakt in dit omgevingsplan. Conclusie Het aspect 'geluid' vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling. De planwijziging voldoet aan de instructieregels in de paragrafen 5.1.4.2 en 5.1.4.2a van het Bkl.

3.3.13

Trillinghinder

Het onderdeel trillingen is geregeld in paragraaf 22.3.5 van de Bruidsschat. Daarin worden regels gesteld aan trillingen in een frequentie van 1 tot 80 Hz door een activiteit in een trilling gevoelige ruimte van een trilling gevoelig gebouw, die op een locatie is toegelaten op grond van een omgevingsplan. Er gelden maximale waarden voor continue trillingen en voor herhaald voorkomende trillingen. De maximale waarden zijn opgenomen in de tabellen in artikel 22.88 van de Bruidsschat en artikel 5.87 Bkl. Trillinghinder en deze wijziging van het Omgevingsplan Er zijn in de omgeving van de planlocatie geen bronnen aanwezig die mogelijk trillinghinder kunnen veroorzaken, zoals spoorlijnen. Er wordt verondersteld dat trillingen op deze locatie geen problemen opleveren. Het aspect 'trillingen' vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling. De planwijziging voldoet aan de instructieregels in paragraaf 5.1.4.4 van het Bkl.

3.3.14

Geurhinder

In het omgevingsplan moet rekening worden gehouden met geur door activiteiten op geurgevoelige gebouwen. Dit volgt uit artikel 5.92 lid 1 Bkl. De geur van een activiteit moet op een geurgevoelig gebouw aanvaardbaar zijn (artikel 5.92 lid 2 Bkl). Dit betekent dat het bevoegd gezag moet beoordelen of waarden, afstanden of gebruiksregels in het omgevingsplan leiden tot een aanvaardbaar hinderniveau. Het bevoegd gezag bepaalt zelf welke mate van geurhinder ze aanvaardbaar vindt. Geurhinder en deze wijziging van het Omgevingsplan Er zijn er in de omgeving van het plangebied geen bedrijven of inrichtingen gesitueerd die mogelijk voor geurhinder ter plekke van de beoogde woningen kunnen zorgen. verder onderzoek naar geurhinder is niet noodzakelijk. Omgekeerd hebben de beoogde woningen geen effect op omliggende gevoelige functies. In het plan zijn opgenomen de bestemmingen "natuur"en "groen" . In de planregels is opgenomen dat het niet mogelijk is om in deze bestemmingen andere dieren te houden (denk aan vogels, konijnen, honden of een hertenkamp.) De planwijziging voldoet de instructieregels in paragraaf 5.1.4.6 van het Bkl.

3.3.15

Lichthinder

Kunstmatige verlichting kan hinder geven. Geadviseerd wordt niet alleen vanuit waardering van het landelijk gebied, maar ook vanuit ecologie en in het specifiek ter voorkoming van verstoring van vliegroutes van vleermuizen, verlichting naar beneden te richten. Daarmee kan geconcludeerd worden dat bij deze wijziging van het omgevingsplan sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties wat betreft het aspect lichthinder.

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan H22C omgeving Haimersw eg 200 (vastgesteld) 43

3.3.16

Externe veiligheid

Externe Veiligheid beschrijft de risico's die ontstaan als gevolg van opslag, productie, gebruik en vervoer van gevaarlijke stoffen en windturbines. Voor omgevingsveiligheid zijn instructieregels opgenomen in paragraaf 5.1.2 van het Bkl (Waarborgen van de veiligheid). De paragrafen 5.1.2.2 tot en met 5.1.2.6 van het Bkl gaan over het toelaten van beperkt kwetsbare, kwetsbare en zeer kwetsbare gebouwen en beperkt kwetsbare en kwetsbare locaties in verband met het externe veiligheidsrisico van een activiteit die op een locatie is toegelaten op grond van een omgevingsplan. Het betreft onder andere regels over het plaatsgebonden, risico, aandachtsgebieden, belemmeringengebieden voor buisleidingen en risico- en explosieaandachtsgebieden. Ook zijn in bijlage 7 van het Bkl activiteiten aangewezen als risicobronnen. Deze risicobronnen zijn van belang voor de regels over het plaatsgebonden risico en aandachtsgebieden. Het betreffen de volgende activiteiten: Activiteiten met gevaarlijke stoffen bij bedrijven; dit zijn verschillende milieubelastende activiteiten uit het Besluit activiteiten leefomgeving. Het basisnet vervoer gevaarlijke stoffen (weg, water en spoor). Buisleidingen met gevaarlijke stoffen die zijn aangewezen als milieubelastende activiteit in het Besluit activiteiten leefomgeving.

Windturbines die zijn aangewezen als milieubelastende activiteit in het Besluit activiteiten leefomgeving.

Tot slot bevat paragraaf 4.10.4 van de provinciale omgevingsverordening ook instructieregels ten aanzien van externe veiligheid. Deze gaan onder andere over het provinciaal routenetwerk voor transport van gevaarlijke stoffen. Hierna gaan wij in op de diverse risicovolle activiteiten in relatie tot deze omgevingsplanwijziging. Stationaire risicovolle activiteiten In de gemeente Enschede liggen bedrijven waar risicovolle stationaire activiteiten plaatsvinden, zoals opslag van (verpakte) gevaarlijke stoffen. Bij een ongeval met gevaarlijke stoffen bij een risicovolle activiteit kunnen er levensbedreigende effecten ontstaan, zoals een brand, explosie en/of gifwolk. Veel van deze activiteiten kennen daarom aandachtsgebieden waarbinnen we rekening houden met de bescherming van mensen tegen deze effecten. Voor sommige activiteiten moeten de aandachtsgebieden per geval worden berekend. Voor andere activiteiten staan er vaste afstanden in bijlage VII tot en met X van het Besluit kwaliteit leefomgeving, zoals voor LPG-tankstations en propaantanks. Voor deze omgevingsplanwijziging zijn stationaire activiteiten niet relevant. Binnen het plangebied of in de directe nabijheid daarvan zijn geen bedrijven of inrichtingen aanwezig waarbij risicovolle activiteiten zijn toegestaan. Bovendien is geen vestiging van risicovolle inrichtingen mogelijk op basis van het voorliggende wijzigingsplan.

Transportactiviteiten door buisleidingen In de gemeente Enschede bevinden zich meerdere hogedruk aardgasleidingen. De hogedruk aardgasleidingen liggen in de bodem en zijn daardoor in de basis goed beschermd. Door bijvoorbeeld (graaf)werkzaamheden kan er een breuk ontstaan. Het aardgas stroomt dan onder hoge druk uit de leiding. Het brandbare gas zal waarschijnlijk ontsteken, waardoor een fakkelbrand optreedt met een hoge hittestraling. Omdat een fakkelbrand het enige denkbare scenario is, hebben alle hogedruk aardgasleidingen een brandaandachtsgebied, maar geen explosie- en gifwolkaandachtsgebied. Het Rijk regelt in het Bkl de reservering van gebieden voor de eventuele aanleg van nieuwe buisleidingen van nationaal belang. Binnen de reserveringsgebieden worden geen nieuwe activiteiten toegelaten die een belemmering kunnen vormen voor de aanleg van deze buisleiding. In de gemeente Enschede ligt in het zuidwesten een reserveringsgebied. Voor het transport van gevaarlijke stoffen door buisleidingen is het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) het wettelijk kader. Aan de oostzijde van de Haimersweg loopt een gasleiding van 6 inch. De toetsafstand bij deze gasleiding is afhankelijk van de gasdruk 20 - 30 meter. De nieuwe woningen liggen op meer dan 30 meter van de gasleiding. 44 w eg 200 (vastgesteld)

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=enschede&id=5bbd7800-a3e4-47cc-b900-c041143b3a08