Memo staatssteuntoets Wilminktheater 28112023
Tekst van het document
MEMO Datum
: 28 november 2023
Aan
: College van Burgemeester en Wethouders
Van
: Rosemarie de Wit, Juridische Zaken
Afschrift
:
Onderwerp : Staatssteuntoets bijdrage Wilminktheater
Vraag: Is het ter beschikking stellen van gelden aan Wilminktheater ter verzachting/compensatie van de financiële gevolgen i.v.m. het niet-doorgaan van het project “Huiskamer van de Stad” als ontoelaatbare staatssteun aan te merken? Antwoord: Er is geen sprake van ontoelaatbare staatssteunverlening. Motivering/Juridische kaders: Staatssteun kent op basis van artikel 107 van het Verdrag inzake de Werking van de Europese Unie (VWEU) vijf CUMULATIEVE criteria op basis waarvan beoordeeld moet worden of er sprake is van onrechtmatige steunverlening. Deze criteria zijn achtereenvolgens: 1. de steun wordt verleend aan een onderneming die een economische activiteit verricht. 2. de steun wordt met staatsmiddelen bekostigd; 3. deze middelen verschaffen een economisch voordeel dat niet via de normale economische weg zou zijn verkregen (non-markt conformiteit); 4. de maatregel is selectief: het geldt voor één of enkele ondernemingen, een specifieke sector/regio; 5. de maatregel vervalst de mededinging (in potentie) en dreigt te leiden tot een ongunstige beïnvloeding van het handelsverkeer van de EU. Aan de criteria 1/m 4 lijkt te worden voldaan. Er is echter geen sprake van een ongunstige beïnvloeding van het handelsverkeer van de EU.
Uit onderzoek over de periode 1 mei 2022 tot en met 22 november 2023 blijkt dat de bezoekers van het Wilminktheater vooral (98,38%) afkomstig zijn uit Nederland. De steunmaatregel heeft daarom vooral een lokaal effect dat zich niet of nauwelijks uitstrekt tot over onze landsgrens. Er is daarom geen sprake van staatssteun in de zin van artikel 107 van het VWEU. Het handelsverkeer binnen de EU lijkt er niet onder te lijden. Omdat geen sprake is van staatssteun in de zin van artikel 107 VWEU, is toetsing aan de Algemene Groeps Vrijstellings Verordening (hierna: AGVV) niet aan de orde. De AGVV gaat over specifieke vormen van staatssteun waarvoor de overheid is vrijgesteld van het verzoeken om voorafgaande goedkeuring van te verlenen steun aan de Europese Commissie. Tot slot is van strijdigheid met de Wet Markt en Overheid (dit is een onderdeel van de Mededingingswet dat gaat over overheden die zich met producten of diensten op de markt begeven) evenmin sprake. Op grond van de Verordening Markt en Overheid is de exploitatie van schouwburgen en cultureel vastgoed door de raad van algemeen belang verklaard in de zin van artikel 25h, vijfde lid van de Mededingingswet.