Memo cie omgevingsbeleid 18-10.docx
Tekst van het document
MEMO Datum
: 14 oktober 2021
Aan
: Leden Raadscommissie Omgevingsbeleid
Van
: Anne-Roos de Bloois
Onderwerp : Reactie op vragen en opmerkingen over de Transitievisie Warmte, besproken in vergadering van 4 oktober jl.
Beste leden van de Raadscommissie Omgevingsbeleid, We hebben tijdens uw vergadering van 4 oktober jl. gesproken over de ontwerp-Transitievisie Warmte. U heeft hier een aantal vragen gesteld en opmerkingen gemaakt, die maar ten dele tijdens de vergadering behandeld konden worden. In deze memo vindt u onze reactie op deze vragen en opmerkingen. Ook geven wij aan of wij, op basis van de door u gemaakte opmerkingen, aanleiding zien om een voorstel voor aanpassing van de visie aan het College voor te leggen. Hieronder geven wij geclusterd naar thema een reactie op de door u gestelde vragen. De SIA In de Transitievisie Warmte wordt verwezen naar de Stedelijke Investerings Afweging (de SIA). De SIA is een methodiek die we in Enschede samen met de corporaties hebben ontwikkeld om de “’staat van de wijk” weer te geven en te kunnen beoordelen. Dit op basis van een score op verschillende indicatoren. Hiermee kan een prioritering worden gemaakt in de aanpak van wijken. Uw commissie had interesse in de precieze methodiek van de SIA en zal op een nader moment hierover worden geïnformeerd. Warmteoptie in buitengebied? De warmteopties per wijk zijn bepaald met behulp van vier verschillende modellen. Deze modellen maken gebruik van een aantal verschillende indicatoren, waaronder data over de aanwezige gebouwen in de wijk.
Bijvoorbeeld het bouwjaar en het gebouwtype, de bebouwingsdichtheid, energieverbruik en energieprestatie, investeringsbandbreedtes voor bouwkundige en energetische maatregelen en bandbreedtes voor kosten en besparingen. Om met deze modellen een betrouwbaar beeld te verkrijgen, is een minimale omvang van gebouwen per wijk nodig. In het buitengebied wordt deze minimale omvang per wijk niet gehaald, op een paar kleine locaties na. Daarom is het met deze gebruikte modellen niet mogelijk om voor het buitengebied een voorkeursoptie te vermelden. In de Transitievisie Warmte wordt het buitengebied als “bespaarwijk” behandeld: nadruk op isolatie, en op een later moment een nadere, meer gedetailleerde analyse voor de beste warmteoptie. Houtstook De kans bestaat dat steeds meer mensen kiezen voor een eigen, houtgestookte kachel om hun woning te verwarmen. Dit zou echter een slechte ontwikkeling zijn voor de kwaliteit van de lucht in onze stad. Het verbieden van het gebruik van houtkachels, open haarden etc. is niet mogelijk. Wel is er – zowel landelijk als op Europees niveau - veel aandacht voor het tegenaan van de negatieve gevolgen. Het gaat dan vooral om het vergroten van de bewustwording en op verbeteren van de mogelijkheden tot handhaven van overlast-situaties. Op dit moment is handhaven lastig omdat er geen norm is om objectief vast te stellen dat er sprake is van overlast.
Bovendien is er geen goede methode om emissie door houtstook te meten. Op dit moment loopt er onderzoek om na te gaan wat een geschikte norm is en wordt
gezocht naar een geschikte meetmethode. Ook is de regelgeving rond de emissie van nieuwe houtkachels aangescherpt en is de subsidie op de aanschaf van pelleltkachels beëindigd. Wanneer er in Enschede overlast door houtstook wordt gemeld, gaat de afdeling Handhaving langs bij de houtstoker. Daarbij ontvangt de houtstoker tips om overlast te beperken. De ervaring leert dat de overlast daarna in de meeste gevallen verdwijnt. Voorkomen van condensvorming bij koeling Met een warmtepomp kun je koelen, en dat is erg prettig tijdens warme dagen. Het beste resultaat bereik je wanneer afgifte via lucht plaatsvindt, dus middels lucht oftewel fancoil-units. Maar ook via vloerverwarming of laagtemperatuur-radiatoren kan de warmtepomp voor aangename verkoeling zorgen. Maar als het erg warm is, is condensvorming op de vloer of radiatoren een aandachtspunt. Condensvorming bij koeling ontstaat doordat koude lucht minder vocht kan bevatten dan warme lucht. Bij het afkoelen kan lucht daarom verzadigd raken met vocht, waardoor condensatie ontstaat. Het kan dan helpen om de koeltemperatuur niet te laag te stellen. Belangrijk is om op tijd te koelen en zonnewering te gebruiken.
Dwingende karakter van de Transitievisie Warmte Één van de uitgangspunten van de Transitievisie Warmte is dat een woning- of gebouweigenaar keuzevrijheid heeft ten aanzien van de uiteindelijke warmteoptie voor zijn of haar gebouw. De visie geeft een voorkeursoptie aan, maar het is aan de eigenaar zelf of hij/zij hiervoor kiest, of een eigen oplossing zoekt. Dit alternatief zal dan wel een duurzame optie zonder het gebruik van aardgas moeten zijn. Ook is helder dat de gaskraan uiterlijk in 2050 helemaal dicht is. Voor die tijd moet voor een woning of bedrijf dus een overstap naar een aardgasvrij alternatief zijn gemaakt. Dit staat ook in de Transitievisie Warmte vermeld. We zullen dit echter extra onderstrepen in de communicatie naar inwoners. Warmteoptiekaart voorzien van wijknamen Deze opmerking nemen wij mee. Schaalgrootte van de Transitievisie Warmte De Transitievisie Warmte is een visie voor heel Enschede, die per wijk laat zien hoe en wanneer zij aardgasvrij kan worden en welk alternatief het meest geschikt is. De visie gaat over het grote geheel en neemt de 68 CBS-buurten als korrelgrootte en gaat uit van gemiddelden. Binnen wijken zijn verschillende oplossingen mogelijk. Wijken zijn immers niet homogeen en het kan dus best zijn dat in delen van een wijk een andere warmteoplossing efficiënter is dan de “gemiddelde” optie.
Dit geldt vooral bij de wijken die in deze visie als warmtenet wijk staan aangegeven. Een aansluiting op het warmtenet zal wellicht voor nieuwere woningen in de wijk niet de meest voor de hand liggende optie zijn. Bij deze woningen kan een keuze voor een allelectric oplossing logischer zijn. Voor deze wijken zal een Wijkuitvoeringsplan worden gemaakt, waarin nader wordt ingezoomd op de opties binnen de betreffende wijk. Verduurzamen op logische momenten – ‘t blijft geld kosten Het verduurzamen van woningen en gebouwen is de eerste stap in de energietransitie. Een noodzakelijke stap, want “energie die je niet gebruikt, is de meest duurzame energie”. Het terugdringen van het energiegebruik in je woning kan door isoleren, het gebruik van energiezuinige apparaten en het aanpassen van gedrag. Via het Energieloket informeren we bewoners over de mogelijkheden. Het isoleren van de woning kost geld. Ook de aanschaf en installatie van bijvoorbeeld een inductiekookplaat kost geld. Veelal verdient deze investering zich op termijn wel terug; ook neemt de waarde van de woning toe. In de Transitievisie Warmte wordt benadrukt dat het isoleren van de bestaande woningvoorraad noodzakelijk is. Om dit zo efficiënt – en goedkoopmogelijk te doen, wordt ingezet op logische momenten voor de eigenaar. Bijvoorbeeld bij verhuizing, verbouwing of onderhoud of het plaatsen van een nieuwe keuken.
Maar: het blijft geld kosten. Het is dan ook duidelijk dat er voor de financiering van deze maatregelen financiële instrumenten nodig zijn. Voor een deel bestaan deze al; denk bijvoorbeeld aan de ISDE-subsidie voor isolatie en aanschaf van bijvoorbeeld een warmtepomp. En aan het Warmtefonds waaruit leningen verstrekt worden voor het verduurzamen van woningen. In het Klimaatakkoord is afgesproken dat er meer en betere
mogelijkheden komen, voor alle woningeigenaren. Onlangs is het Warmtefonds uitgebreid. Voor wijken waarvoor het besluit is genomen om ze op korte termijn aardgasvrij te maken, kunnen alle inwoners een lening aanvragen. Het risico voor het niet terugbetalen van de lening, bijvoorbeeld door onvoldoende inkomen, neemt het Rijk voor haar rekening. Voor de komende jaren wordt extra geld vrijgemaakt voor de verduurzaming van woningen en gebouwen. En voor een deel zullen nieuwe, aanvullende instrumenten nodig zijn. Hoe dit precies uitgewerkt wordt, is op dit moment nog niet duidelijk. Twekkelerveld- pilotwijk. Twekkelerveld is destijds als eerste pilotwijk voor aardgasvrij benoemd. Er is gekozen voor Twekkelerveld als 1e pilotwijk omdat hier meerdere opgaven en kansen liggen, gekoppeld aan concrete investeringsvoorstellen van een aantal partijen, waaronder de gemeente. Onder de noemer Dynamische Investerings Agenda (DIA) Twekkelerveld worden deze kansen en opgaven op een integrale wijze opgepakt. De overgang naar een aardgasvrije warmtevoorziening maakt hier onderdeel van uit. Ook de wijk Tubantia-Toekomst maakt onderdeel uit van de DIA Twekkelerveld. Er wordt op dit moment, samen met de corporaties en bewoners, gewerkt aan een Wijkuitvoeringsplan voor de wijk.
Bij het opstellen van de wamteteoptiekaart van Enschede, waarin per wijk de warmteoptie met de laagste maatschappelijke kosten wordt bepaald, is het volgende gebleken: - Voor Twekkelerveld is een warmtenet de optie met de laagste maatschappelijke kosten. Dit zal niet voor elke woning en elke deelbuurt gelden, afhankelijk van de bebouwingsdichtheid en de leeftijd van de woningen. - Voor Tubantia-Toekomst geldt dat er op basis van de gebruikte modellen geen duidelijke voorkeur van een van de warmteopties naar voren komt. Op dit moment wordt er een verdiepend onderzoek uitgevoerd waarbij verder wordt ingezoomd op deze twee wijken. Dit moet leiden tot een scherper inzicht in de voorkeursoptie voor de verschillende deelbuurten. Ook wordt gekeken naar logische plekken in de wijk om met de transitie te starten. Bij dit verdiepende onderzoek wordt actief samengewerkt met de ‘koplopers’ uit de wijk en de woningcorporaties om samen tot een haalbare aanpak voor de wijk te komen. Betrokkenheid woningeigenaren Bij de totstandkoming van de Transitievisie Warmte zijn verschillende partijen betrokken geweest: de woningbouwcorporaties, de netwerkbeheerders en Enschede Energie via de werkgroep, en wijkraden en MKB Twente via de klankbordgroep. Daarnaast is ook overleg geweest met vertegenwoordigers van de werklocaties. Ook de inwoners en individuele bedrijven zijn gevraagd om input te leveren.
Maar, aangezien het hier om een stadsbrede visie gaat die een globaal beeld voor de stad geeft, ging het hier veelal om indirecte input. Via een enquête, verschillende informatieavonden en uiteindelijk via de inspraakperiode. Meer directe betrokkenheid van inwoners (eigenaren en huurders) zal plaatsvinden in de stappen hierna: het opstellen van de Wijkuitvoeringsplannen. Hiermee doen we op dit moment ervaring op in de pilotwijk Twekkelerveld, waar samen met een groep ‘’koplopers’’ wordt gewerkt aan een Wijkuitvoeringsplan. Relatie Transitievisie Warmte en Omgevingswet De inhoud van de Transitievisie Warmte zal te zijner tijd (deels) opgenomen worden in de op te stellen omgevingsvisie. De juridisch bindende elementen uit de Wijkuitvoeringsplannen – denk aan het moment waarop een wijk aardgasvrij wordt en de bijbehorende infrastructuur in die wijkzullen worden opgenomen in het omgevingsplan. Of de Transitievisie Warmte en de bijbehorende Wijkuitvoeringsplannen vastgesteld worden als programma is een besluit wat later zal worden genomen. Wij zijn ons bewust van de noodzaak van een goede verankering. Voor dit moment zien wij paragraaf 8.2 als een eerste stap daartoe. Tevens zullen wij op uw advies een schematische weergave van deze relatie toevoegen.
Ruimtebeslag warmtetransitie De overgang naar een duurzame, aardgasloze warmtevoorziening vraagt ruimte. Het gaat hierbij om ruimte in de openbare ruimte, zowel ondergronds als bovengronds. Maar ook om ruimte in woningen en gebouwen. Zo vraagt de aanleg van een warmtenet of de verzwaring van het elektriciteitsnet om ruimte in de ondergrond. Het plaatsen van extra transformatorhuisjes en warmteoverdrachtstations moet bovengronds, in de bestaande bebouwing plaatsvinden. Een warmtepomp heeft veelal een buitenunit en een binnenunit en voor warm tapwater is een boilervat nodig. Dit alles vraagt om een goede afstemming met andere ruimtelijke ontwikkelingen en goede stedenbouwkundige afwegingen. In de Transitievisie Warmte is hier in paragraaf 8.7 Ruimtebeslag warmteopties in de openbare ruimte en in de woning aandacht voor gevraagd. Bij het opstellen van de Wijkuitvoeringsplannen zal dit per wijk verder worden uitgewerkt. Uit andere projecten weten wij dat pas op dit concrete niveau van uitwerking het mogelijk is om de theoretische benodigde ruimte daadwerkelijk in te vullen, omdat die zeer van de lokale omstandigheden en mogelijkheden afhankelijk is. Conflict met andere beleidsvelden Voor zover wij nu kunnen overzien is er geen sprake van conflict met andere beleidsterreinen.
Hoe leren we van de uitvoering? Het stoppen met het gebruik van aardgas voor het verwarmen van onze woningen en gebouwen, en hiervoor alternatieven realiseren, is een enorme opgave. De gemeente heeft de regierol voor deze operatie maar kan en zal dit natuurlijk niet allemaal zelf doen. Hiervoor zijn verschillende partijen nodig: de woningbouwcorporaties, de netwerkbeheerders, en bovenal: de inwoners. De uitvoering vraagt dus om een gezamenlijk proces. Dat niet op voorhand vastgelegd kan worden, en ook in geen wijk en geen straat hetzelfde zal zijn. Met elkaar leren van de uitvoering is belangrijk, zodat dingen die verkeerd zijn gegaan een volgende keer anders worden opgepakt. Hoe we dit precies gaan vormgeven, is nu nog niet te zeggen; dit zal ook afhankelijk zijn van de ideeën en wensen van partners en inwoners. Wat we in ieder geval wél gaan doen, zijn de volgende zaken: - Inplannen van evaluatie-momenten met woningbouwcorporaties, netbeheerder en Ennatuurlijk - Inplannen van een evaluatiemoment na het opstellen van een Wijkuitvoeringsplan met de betrokken partijen - De behaalde resultaten monitoren om inzicht te krijgen in het aantal aardgasvrije of aardgasvrij-ready woningen. Welke keuzes zijn no regret en welke leggen ons vast? Strikt gesproken leggen we ons met de Transitievisie Warmte nog niet vast.
De warmteopties die per wijk benoemd zijn, zijn immers niet in beton gegoten. Er wordt in de Transitievisie per wijk aangegeven welke warmteoptie de laagste totale maatschappelijke kosten kent, en welke planning van wijken voor de hand ligt. Maar er is ook aangegeven dat een belangrijk punt is dat de warmtetransitie alleen slaagt als het voor iedereen haalbaar en betaal is. Op dit moment is dat nog niet overal zo. We pakken het dus stap voor stap op en starten waar het wél kan. Daar waar de overstap naar aardgasvrij nog niet haalbaar en betaalbaar is gaan we op zoek naar tussenstappen. Dan is een belangrijke eerste en no regret stap het isoleren van gebouwen en andere vormen van energiebesparing. Verdere concretisering van de Transitievisie Warmte vindt plaats in de Wijkuitvoeringsplannen, Door de vijfjaarlijkse herijking van de visie is er ruimte voor ontwikkelingen; technisch, sociaal, of vanuit nieuwe wetgeving. Toch hebben enkele van de gemaakte keuzes wel impact: 1. Keus voor warmtenet in aantal wijken legt ons vast op bepaalde hoeveelheid beschikbare warmte. Het bestaande warmtenet wordt gevoed door warmte van Twence. Uit de onderliggende verkenningen blijkt dat de gevraagde hoeveelheid warmte ook in de toekomst door Twence
geleverd kan worden. Formeel gezien ligt de verantwoordelijkheid voor het leveren van voldoende en duurzame warmte bij het warmtebedrijf en niet bij de gemeente Enschede. Maar het is van belang dat we hierover bijtijds goede afspraken maken met zowel Twence als het warmtebedrijf. En dat we ontwikkelingen met betrekking tot (potentieel) nieuwe warmtebronnen -zoals bijvoorbeeld geothermie- goed blijven volgen. 2. Planning van wijken. In de Transitievisie Warmte is een voorstel voor de fasering van planvorming voor warmtenetwijken opgenomen. Dit is gebaseerd op koppelingsmogelijkheden met andere ingrepen in die wijken, of met urgente problemen in die wijken. Inzet op die wijken betekent dat we andere wijken verder in de tijd schuiven. 3. We kiezen voor dit moment uitdrukkelijk voor keuzevrijheid voor de gebouweigenaar. Voor woningeigenaren geldt dat zij in principe zelf mogen kiezen welke warmteoplossing ze willen toepassen, mits die maar aardgasvrij is. De praktijk zal echter uitwijzen dat er niet altijd keuze is. Niet in alle wijken komt een warmtenet, en omdat het gasnet in veel wijken uiteindelijk zal verdwijnen, blijft er in die wijken alleen de all-electric variant over In wijken waar wel een warmtenet komt, kan de individuele bewoner kiezen voor een aansluiting op het warmtenet of voor de all-electric optie.
Hoe meer mensen kiezen om niet aan te sluiten op het warmtenet hoe duurder de realisatie ervan wordt, wat een negatief effect heeft op de betaalbaarheid. Een belangrijk dilemma voor de gemeente als regisseur van de transitie is daarom in welke mate en op welke manier zij sturend wil zijn in het realiseren van de voorkeursoptie per wijk. De gemeente heeft op dit moment nog geen juridische instrumenten om te sturen op de voorkeursinfrastructuur en op de keuzes van woningeigenaren. Met de komst van de Omgevingswet gaat dat veranderen. Dit zijn politieke keuzes die te zijner tijd voorgelegd zullen worden. 4. We kiezen uitdrukkelijk voor het uitgangspunt Woonlastenneutraliteit voor inwoners Wij zien ‘woonlastenneutraliteit’ als het gelijk blijven of lager worden van de maandelijkse lasten die een huishouden betaalt aan energie (gas, elektriciteit, warmte) en hypotheeklast of huur. Dat wil zeggen dat de verlaging van de energierekening van een huishouden minimaal gelijk is aan de maandelijkse financieringskosten of huurverhoging op het moment dat de energiebesparende maatregelen worden genomen. Op dit moment is de overstap naar een aardgasvrije warmtevoorziening vaak nog niet woonlastenneutraal. We kiezen ervoor om wel te starten met de verdere planvorming en ook uitvoering, daar waar het wèl kan, en voor de rest gaan we op zoek naar (betaalbare) tussenstappen.
Er komen nog tal van nieuwe ontwikkelingen aan De verwachting is inderdaad dat er nog tal van nieuwe ontwikkelingen komen. Zoals bijvoorbeeld op het gebied van geothermie en all-electricvarianten. Precies om deze reden wordt Transitievisie Warmte periodiek – om de 5 jaar- geactualiseerd. Het is echter wel van belang om nu te starten waar dit kan. De rol van de gemeenteraad De gemeenteraad stelt de Transitievisie Warmte vast, en op termijn ook de Wijkuitvoeringsplannen. Ook stelt de gemeenteraad de Omgevingsvisie en de omgevingsplannen vast en de eventueel op te stellen programma’s onder de Omgevingswet.
Gezien het bovenstaande zullen wij het college van B&W voorstellen om de Transitievisie Warmte op de volgende punten te wijzigen: 1. De warmteoptiekaarten worden aangepast met een aanduiding c.q. verwijzing naar de wijken. 2. We voegen een schematische weergave van de relatie tussen de Transitievisie Warmte en de omgevingsvisie toe.