CConstaterende datenschede
Koppel je AI →
Document · PDF

Lonneker Molenweg 82_Toelichting

Raadsvergadering 9 oktober 2023, gemeente enschedeBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan "Lonneker Molenweg 82"14.321 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Avondperiode (19.00 - 22.00 uur)

Nachtperiode (22.00 – 06.00 uur)

Richtwaarde

45 dB(A)

40 dB(A)

35 dB(A)

Grenswaarde

55 dB(A)

50 dB(A)

45 dB(A)

Van de richtwaarde kan volgens de Geluidnota gemotiveerd worden afgeweken tot de grenswaarde. De richten grenswaarden uit de Geluidnota vormen het beoordelingskader bij beoordeling van geluid in het kader van een goede ruimtelijke ordening. In de Geluidnota zijn geen normen voor het maximale geluidsniveau opgenomen. Voor de beoordeling van het maximale geluidsniveau wordt aangesloten bij de in het Activiteitenbesluit opgenomen grenswaarde van 70 dB(A) in de dagperiode, 65 dB(A) in de avondperiode en 60 dB(A) in de nachtperiode.

26

bestemmingsplan Lonneker Molenw eg 82 (vastgesteld)

De Geluidnota bevat ook regels ten aanzien van festiviteiten / evenementen binnen inrichtingen. De standaard is dat binnen een inrichting maximaal 2 evenementen per jaar mogen plaatsvinden. Het Activiteitenbesluit kent een maximum van 12 evenementen per jaar. Tijdens evenementen geldt dat het equivalente geluidniveau LAeq veroorzaakt door de inrichting, bedraagt niet meer dan 70 dB(A), gemeten op de gevel van gevoelige gebouwen op een hoogte van 1,5 meter. Onder het equivalente geluidniveau wordt verstaan, het in de meterstand LAeq (“Fast”) gemeten niveau gedurende minimaal één minuut. Voor de beoordeling van het geluid van verkeer van en naar de inrichting wordt aangesloten bij de circulaire “Beoordeling geluidhinder wegverkeer in verband met vergunningverlening Wet milieubeheer (29 februari 1996)”.

Akoestisch onderzoek Om inzicht te krijgen in de geluidsbelasting die woningen in de omgeving van de Lonneker Molen zullen ondervinden is door Van der Boom een akoestisch onderzoek uitgevoerd. De resultaten van het onderzoek zijn opgenomen in het rapport “Akoestisch onderzoek Lonneker Molenweg 82 te Enschede'; rapportnummer 23.012; d.d. 20 april 2023”. Het rapport is als bijlage8 bij deze toelichting gevoegd. In het rapport zijn drie soorten dagen beschouwd die het meeste geluid genereren. Dag 1 is een maatgevende mix van de activiteiten: winkel, schoolbezoek en bedrijfsbezoek. Winkel: In de huidige situatie mag de winkel van de molen al elke dag open zijn van 09.00-18.00 voor het verkopen van eigen producten en het verstrekken van koffie en (pannen) koek. Op een dergelijke dag komen er een tiental bezoekers met auto en met de fiets. De impact van deze dagen is niet expliciet in beeld gebracht maar uit het onderzoek is op te maken dat dit ruimschoots aan de richtwaarden voldoet. Schoolbezoek: Per jaar zijn er ca. 25 dagen dat klassen schoolkinderen een rondleiding krijgen. Die rondleidingen vinden plaats tussen 09.00 en 14.30. Op ca. 5 van die 25 dagen kan het voorkomen dat er dit 2 klassen zijn. De klassen komen overwegend per fiets of lopend en een enkele keer per auto. Omdat dit akoestisch maatgevend is wordt die situatie in het onderzoek weergegeven.

Bij een bezoek enkel met fiets/lopend is het geluidbelasting in de omgeving uiteraard lager. Tijdens een bezoek wordt inpandig een toelichting gegeven en wordt de molen maximaal 1,5 uur per dag “aangezet” vervolgens zullen de kinderen ca. 1 uur buiten spelen. Bedrijfsbezoek: Daarnaast is het mogelijk dat maximaal 20 dagen per jaar in de avond (tussen 18.00 en 20.00) een rondleiding wordt gegeven. Hiertoe komen 2 minibusjes met maximaal 20 gasten voor een bezichtiging en is er de mogelijkheid tot verkopen van eigen producten en het verstrekken van koffie en (pannen)koek. De dag 2 en 3 zijn de 10 evenementdagen. Waarvan “Dag 2” de 9 dagen per jaar zijn dat niet-belastende evenementen worden gehouden met max 500 bezoekers (hoofdzakelijk met fiets/lopend) En “Dag 3” is het 1 keer per jaar te houden Oogstfeest. Dit is een wat meer belastend evenement zoals afgelopen jaren met max. 1.500 bezoekers (hoofdzakelijk met fiets/lopend). Uit het rapport kan worden opgemaakt dat, gemiddeld over het jaar de impact van het huidige gebruik, niet zal verschillen met het nu te bestemmen gebruik. 25 dagen met school kinderen, waarop 1 dag maximaal 2 groepen 1 uur buiten spelen. Maximaal 20 avonden met bedrijfsbezoek. En de 10 evenementdagen. Ervaring leert dat door overlap ca. 45 dagen per jaar er meer activiteiten plaatsvinden dan enkel het gebruik van de winkel.

In het Activiteitenbesluit is bepaald dat het stemgeluid van de bezoekers aan de Lonneker Molen en de maximale geluidsniveaus vanwege laden en lossen tussen 07.00 tot 19.00 uur buiten beschouwing blijven. Echter bij de beoordeling in het kader van een goede ruimtelijke ordening dienen deze geluiden wel te worden meegenomen. Uit het onderzoek is zowel de situatie met als zonder stemgeluid en laden/lossen op te maken. In het kader van dit bestemmingsplan is uitsluitend de situatie met stemgeluid en laden/lossen relevant.

Onderzoeksresultaten bestemmingsplan Lonneker Molenw eg 82 (vastgesteld)

27

Uit het akoestisch onderzoek blijkt dat op ca. 320 dagen per jaar vanwege het terrein van de Lonneker molen geen relevante geluidniveaus optreden naar de omgeving. Op deze dagen komen bezoekers overwegend met de fiets naar de winkel waar het verkopen van eigen producten en het verstrekken van koffie en (pannen) koek, net zoals in de huidige situatie, is toegestaan. De overige dagen zijn zoals hierboven is beschreven ingedeeld in 3 soorten dagen. Op dag 1 met winkel, schoolbezoek en bedrijfsbezoek is het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau op de maatgevende woningen aan de Lonneker Molenweg 81 en IJzerhaarweg 20 maximaal 44 dB(A) in de dagperiode en respectievelijk 22 en 23 dB(A) in de avondperiode. Daarmee wordt in de dag- en avondperiode voldaan aan de richtwaarde. Aan de rand van de tuinen van de Lonneker Molenweg 81 en de Ruiterkampweg 24 wordt de richtwaarde van 45 dB(A) in de dagperiode met respectievelijk 3 en 2 dB(A) overschreden. Wel wordt in de dagperiode voldaan aan de standaardnorm uit het Activiteitenbesluit en de grenswaarde van respectievelijk 50 en 55 dB(A). De overschrijding van de richtwaarde wordt acceptabel geacht omdat dit uitsluitend optreedt overdag op dagen dat er 2 klassen een bezoek brengen aan de Lonneker Molen. Dat vindt op ca. 5 dagen per jaar plaats. Op dagen dat er 1 klas een bezoek brengt aan de molen is er geen sprake van een overschrijding.

In de avondperiode wordt ruimschoots voldaan aan de richtwaarde en in de nachtperiode vinden geen activiteiten plaats. De maximaal 9 dagen per jaar, omschreven als Dag 2 in de rapportage, met niet-belastende evenementen zoals het Paasfeest is het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau op de maatgevende woning aan de Lonneker Molenweg 81 maximaal 39 dB(A) in de dagperiode. Daarmee wordt ruimschoots voldaan aan de richtwaarde. Aan de rand van de tuin van de Lonneker Molenweg 81 wordt de richtwaarde van 45 dB(A) in de dagperiode met 2 dB(A) overschreden. Wel wordt in de dagperiode voldaan aan de standaardnorm uit het Activiteitenbesluit en de grenswaarde van respectievelijk 50 en 55 dB(A). De geringe overschrijding van de richtwaarde wordt acceptabel geacht omdat dit uitsluitend optreedt overdag op maximaal 9 dagen per jaar. In de avondperiode wordt voldaan aan de richtwaarde omdat de activiteiten qua geluidemissie niet verschillen met de Dag 1-activiteiten in de avondperiode. In de nachtperiode vinden op deze 9 dagen geen activiteiten plaats. Op maximaal 1 dag per jaar dat het Oogstfeest wordt georganiseerd, dag 3 uit de rapportage, treedt op de maatgevende woningen een geluidsniveau op van 58 dB(A) in de dagperiode en 57 dB(A) in de avondperiode.

Daarmee wordt ruimschoots voldaan aan de in de Geluidnota van de gemeente Enschede gehanteerde norm voor festiviteiten van 70 dB(A), gemeten over 1 minuut, op de gevel. Daarbij is bij de berekende waarden rekening gehouden met een strafcorrectie van 10 dB(A), het gemeten geluidniveau is derhalve 10 dB(A) lager. Op basis van de Geluidnota is het standaard mogelijk om 2 dagen per jaar een festiviteit te houden, maar in dit bestemmingsplan is dit gemaximaliseerd op 1 dag. Op de dichtstbijzijnde woningen bedraagt het maximale geluidsniveau ten hoogste 65 dB(A) in de dagperiode en 60 dB(A) in de avondperiode. Daarmee wordt voldaan aan de waarde van 70 en 65 dB(A) uit het Activiteitenbesluit. In de nachtperiode worden geen relevante maximale geluidsniveaus veroorzaakt. Uit het akoestisch onderzoek blijkt dat vanwege het verkeer van en naar de inrichting de geluidsbelasting op alle beoordelingspunten lager is dan de voorkeursgrenswaarde uit de Circulaire voor beoordeling van geluid vanwege verkeer van en naar de inrichting. Het verkeer van en naar de inrichting vormt derhalve geen belemmering voor dit plan.

Conclusie geluid Op grond van het bovenstaande kan worden geconcludeerd dat vanwege de Lonneker Molen sprake zal zijn van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat.

28

bestemmingsplan Lonneker Molenw eg 82 (vastgesteld)

5.1.4

Luchtkwaliteit

Bij de toetsing of een bestemmingsplan uitvoerbaar is, moet worden nagegaan of de realisatie van beoogde ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk gevolgen kan hebben voor de luchtkwaliteit. Op grond van het bepaalde in hoofdstuk 5, titel 5.2 van de Wet milieubeheer en onderliggende algemene maatregelen van bestuur en ministeriële regelingen vormen de luchtkwaliteitseisen in ieder geval geen belemmering voor ruimtelijke ontwikkelingen indien: a. b. c. d. e.

er geen sprake is van feitelijke of dreigende overschrijding van de grenswaarde; een project, al dan niet per saldo, niet leidt tot een verslechtering van de luchtkwaliteit; een project 'niet in betekenende mate' bijdraagt aan de luchtverontreiniging; een project is opgenomen in een regionaal programma van maatregelen of in het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL); een project niet voorziet in de realisatie van gevoelige bestemmingen binnen de zone van een op grond van het Besluit gevoelige bestemmingen gezoneerde rijksweg of provinciale weg.

Luchtkwaliteit en het plangebied “Lonneker Molenweg 82” Het bestemmingsplan “Lonneker Molenweg 82” is een herziening waarbij de bestaande bestemming gehandhaafd wordt. De regels met betrekking tot de bouw- en gebruikmogelijkheden zullen aangepast worden op basis van de visie voor het molenterrein. Dit plan beoogt, naast het instandhouden van de molen, het planologisch mogelijk maken van enkele gebouwen. Het gaat hierbij om gebouwen die de cultuurhistorie doen herleven, zoals een graanspieker, een bakspieker en ontmoetingsruimte. Deze kleinschalige ontwikkelingen dragen niet in betekenende mate bij aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Conclusie luchtkwaliteit Op basis van het bovenstaande kan worden geconcludeerd dat de luchtkwaliteit geen belemmering vormt voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan.

5.2

Water

Op grond van artikel 3.1.6 van het Bro wordt in een bestemmingsplan een beschrijving opgenomen van de wijze waarop in het plan rekening is gehouden met de waterhuishouding. Hemelwater Uitgangspunt in het beleid van zowel gemeente als waterschap is het voorkomen van wateroverlast, ook bij hevige buiten. De gemeenteraad heeft op 25 oktober 2021 het Water- en Klimaatadaptatieplan 2022-2026 vastgesteld. Dit beleidsplan beschrijft hoe Enschede toewerkt naar een waterrobuuste, klimaatbestendige en biodiverse gemeente in 2050. Enschede wordt nog 'groener' en 'blauwer' om goed voorbereid te zijn op een nattere, hetere en drogere toekomst. Water de ruimte geven en stenen vervangen door planten en bomen gaan wateroverlast, hittestress en verdroging tegen. Zo werkt Enschede verder aan een aantrekkelijke 'duurzame en groene stad' waar mensen graag wonen, leven en werken! Nu en in de toekomst. In het plan zijn nieuwe waterbergingsnormen opgenomen. Bij nieuwbouwplannen worden eisen gesteld aan de hoeveelheid regenwater die op eigen terrein moet worden geborgen. Die eisen zijn vanaf 1 januari 2022 strenger geworden en zijn nu voor alle situaties 55 mm per m 2 verhard oppervlak. Afvalwater Uitgangspunt in het gemeentelijk beleid voor de waterhuishouding is dat het ontstaan van afvalwater wordt beperkt.

In nieuwe situaties (nieuwbouw, herontwikkeling) wordt afvalwater gescheiden van het hemelwater aangeboden en afgevoerd. De gemeente zorgt er voor dat het afvalwater vanaf de perceelsgrens wordt getransporteerd naar de rioolwaterzuiveringsinstallatie van het waterschap Vechtstromen. In het buitengebied is niet overal in de openbare ruimte een systeem aanwezig voor de afvoer van afvalwater. In dat geval moet op eigen terrein een individuele behandeling van afvalwater (IBA), al dan niet met een helofytenfilter, worden ingericht.

bestemmingsplan Lonneker Molenw eg 82 (vastgesteld)

29

Oppervlaktewater Uitgangspunt in het gemeentelijk beleid voor de waterhuishouding bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen is dat bestaand oppervlaktewater (sloten en vijvers) gehandhaafd blijft. Bij de herinrichting van het oppervlaktewatersysteem zijn de benodigde afvoercapaciteit, de streefbeelden en de kwaliteitsdoelstellingen van het waterschap Vechtstromen en de gemeente Enschede leidend. Het oppervlaktewater wordt liefst op fraaie wijze geïntegreerd in het stedenbouwkundig plan, zodanig dat het water beleefd kan worden en goed te beheren is. Eventueel nieuw oppervlaktewater mag geen permanente verlaging van de grondwaterstand veroorzaken, tenzij dit oppervlaktewater mede als doel heeft grondwateroverlast in bestaand stedelijk gebied te beperken. De aanleghoogte van nieuw oppervlaktewater dient zodanig te zijn dat de overstromingskans vanuit oppervlaktewater beperkt wordt tot eens per 100 jaar (T=100). Bij ontwikkelingen nabij watergangen geeft het waterschap Vechtstromen een aanleghoogte advies. Grondwater en ontwatering In de Waterwet is vastgelegd dat perceeleigenaren zelf verantwoordelijk zijn voor het grondwater op hun perceel. De ontwatering van een perceel is afhankelijk van het gebruik van de grond. Onder ontwatering wordt verstaan: het verschil tussen het peil van de weg of van de bebouwing en de gemiddeld hoogste grondwaterstand (GHG).

Om ongewenste effecten van hoge grondwaterstanden te voorkomen wordt geadviseerd de in onderstaande tabel genoemde ontwateringshoogtes aan te houden: Grondgebruik

Ontwatering (m – onderkant vloer / maaiveld / as van de weg)

Primaire wegen

0,7 m onder de as van de weg

Secundaire wegen erfontsluitingswegen

en 0,5 m onder de as van de weg

Bouwwerken met kruipruimten

0,7 m onder de onderkant van de vloer

Bouwwerken zonder kruipruimten

0,5 m onder de onderkant van de vloer

Groen

0,5 m onder het maaiveld

De gemeente zorgt in voorkomende gevallen in de openbare ruimte voor passende en doelmatige maatregelen volgens de systematiek van risicogestuurd beheer. Dat betekent dat beslissingen over waar en hoe maatregelen worden getroffen genomen gaan worden op basis van mogelijke risico's.

Afwatering Om op perceelsniveau te kunnen voorkomen dat afstromend regenwater problemen veroorzaakt gelden de volgende advieswaarden voor peilhoogtes: Het vloerpeil minimaal 0,30 m boven straatpeil (kruin van de weg t.o.v. toegang ter plaatse); Het perceel vlak of richting de weg af laten lopen; De maaiveldpeilen en vloerpeilen van de verschillende percelen op elkaar afstemmen.

Waterhuishouding en het bestemmingsplan “Lonneker Molenweg 82” Het bestemmingsplan “Lonneker Molenweg 82” beoogt, naast het instandhouden van de molen, het planologisch mogelijk maken van enkele gebouwen. Het gaat hierbij om gebouwen zoals een graanspieker, een bakspieker en ontmoetingsruimte. Afwatering en berging van regenwater op eigen terrein dient op adequate wijze plaats te vinden. Aangezien bebouwing slechts op een deel van het molenterrein toegestaan is, blijft een groot deel onbebouwd. In artikel 7.2 van de regels van dit bestemmingsplan zijn regels opgenomen met betrekking tot het bergen, vasthouden en afvoeren van hemelwater. Conclusie Op basis van het bovenstaande kan worden geconcludeerd dat de waterhuishouding geen belemmering vormt voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan.

30

bestemmingsplan Lonneker Molenw eg 82 (vastgesteld)

5.3

Natuur

5.3.1

Wet natuurbescherming, beschermde natuurgebieden

In hoofdstuk 2 van de Wet natuurbescherming is de aanwijzing en bescherming van de Europese 'Natura 2000' gebieden en de bijzondere nationale natuurgebieden (toekomstige Natura 2000 gebieden) geregeld. De Wet natuurbescherming bepaalt dat voor alle Natura 2000 gebieden instandhoudingsdoelstellingen en een beheerplan moeten worden vastgesteld. De instandhoudingsdoelstellingen hebben betrekking op de kwaliteit van natuurlijke habitats en de aanwezige habitats van soorten in een Natura 2000 gebied. Bij elke ruimtelijke ontwikkeling moet worden getoetst of de beoogde activiteiten mogelijk significant negatieve gevolgen kunnen hebben voor de aangewezen natuurlijke habitats en habitats van soorten in een Natura 2000 gebied. Indien dat op voorhand niet met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid kan worden uitgesloten dient een passende beoordeling te worden uitgevoerd en een plan-milieu effect rapportage (plan-MER) te worden opgesteld. Wanneer ook op basis van een uitgevoerde passende beoordeling significant negatieve gevolgen niet met aan voldoende zekerheid grenzende waarschijnlijkheid kunnen worden uitgesloten, kunnen de beoogde ruimtelijke ontwikkelingen alleen mogelijk worden gemaakt indien er redelijkerwijs geen alternatieven aanwezig zijn, er sprake is van dwingende redenen van groot openbaar belang en de negatieve gevolgen in voldoende mate worden gecompenseerd.

Beschermde natuurgeb ieden en het plangeb ied “Lonneker Molenweg 82” Het plangebied ligt ten noorden van het centrum van Enschede, aan de oostzijde van het dorp Lonneker. De dichtstbijzijnde Natura 2000 gebieden zijn Lonnekermeer op ca. 4,9 km ten noordwesten van het plangebied en Dinkelland op ca. 5,0 km ten oosten van het plangebied. De voor deze gebieden aangewezen habitattypen en habitats van soorten zijn allen gevoelig tot zeer gevoelig voor verzuring en vermesting als gevolg van stikstofdepositie. Andere Natura 2000 gebieden in de omgeving zijn gelegen op meer dan 5 kilometer afstand van het plangebied.

Andere mogelijke verstoringsfactoren dan stikstofdepositie Eventuele negatieve effecten op de realisatie van de instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000 gebieden als gevolg van andere mogelijke verstoringsfactoren dan stikstofdepositie kunnen op voorhand worden uitgesloten. Verstoringsfactoren als oppervlakteverlies, versnippering, verontreiniging, verdroging, optische verstoring en verstoring door mechanische effecten kunnen alleen aan de orde zijn bij ruimtelijke ontwikkelingen in of in de directe nabijheid van een Natura 2000 gebied. Voor andere verstoringsfactoren dan stikstofdepositie kan een nadere toetsing aan hoofdstuk 2 van de Wet natuurbescherming achterwege blijven. Stikstofdepositie De voorgenomen ontwikkelingen bestaan uit de realisatie van een ontmoetingsruimte, een bakspieker en een graanspieker. In het kader van het voorliggende bestemmingsplan is door Tauw een stikstofdepositie onderzoek uitgevoerd. In het onderzoek is de stikstofdepositie tijdens de aanlegfase en de gebruiksfase bepaald. De resultaten va het onderzoek zijn opgenomen in het rapport “Stikstofdepositie-onderzoek bestemmingsplan Lonneker Molenweg 82; kenmerk R001-1284686JGH-V04-mmp-NK; d.d. 23 mei 2022”. Het rapport is als bijlage 2 bij deze toelichting opgenomen. In het onderzoek van 23 mei 2022 is gebruik gemaakt van Aerius 2021. Inmiddels is de nieuwe versie Aerius 2022 beschikbaar.

Een besluit moet gebaseerd zijn op een berekening met de laatste versie van Aerius. De bij het onderzoek van 23 mei 2022 behorende Aerius-bestanden zijn geïmporteerd in Aerius 2022. De gebruiksfase is opnieuw berekend met Aerius 2022 en geeft eenzelfde uitkomst als met Aerius 2021. In het onderzoek van 23 mei 2022 is voor de realisatiefase het kantelpunt bepaald tussen een stikstofdepositie van 0,00 mol/ha/j en 0,01 mol/ha/j op omliggende Natura 2000-gebieden. Met Aerius 2022 is dit kantelpunt opnieuw bepaald. Ten opzichte van de berekening met Aerius 2021, waarbij het kantelpunt bij

bestemmingsplan Lonneker Molenw eg 82 (vastgesteld)

31

320 uur lag, ligt het kantelpunt met Aerius 2022 op 296 uur. Het maximale aantal uren waarbij mobiele werktuigen (STAGE-klasse IIIA) met een vermogen van 200 kW kunnen worden ingezet, waarbij geen effect optreedt op Natura 2000-gebieden, ligt met de berekening met Aerius 2022 iets lager dan in het rapport van 23 mei 2022 is berekend. Het aantal uren is echter nog steeds ruim toereikend om het plan te kunnen realiseren. De conclusies uit het onderzoek van 23 mei 2022 blijven, na het opnieuw berekenen van het kantelpunt met Aerius 2022, voor de gebruiksfase overeind. De met Aerius 2022 uitgevoerde berekening voor de gebruiksfase en de berekeningen voor het opnieuw bepalen van het kantelpunt voor de realisatiefase zijn als bijlagen 3, 4 en 5 bij deze toelichting opgenomen. Uit het onderzoek, en het opnieuw doorrekenen met Aerius 2022, blijkt dat zowel tijdens de aanlegfase als de gebruiksfase de stikstofdepositie op Natura 2000 gebieden niet hoger zal zijn dan 0,00 mol/ha/j. Er is daarmee geen sprake van een stikstofdepositie met significant negatief effect op Natura 2000 gebieden.

Conclusie Wet natuurbesscherming, beschermde natuurgebieden Op grond van het voorgaande kan met aan voldoende zekerheid grenzende waarschijnlijkheid worden geconcludeerd dat het voorliggende plan geen significant negatieve effecten op Natura 2000 gebieden zal hebben en daarmee in overeenstemming is met het bepaalde in de Wet natuurbescherming voor wat betreft het hoofdstuk Gebiedsbescherming.

5.3.2

Wet natuurbescherming, beschermde planten- en diersoorten

In hoofdstuk 3 van de Wet natuurbescherming is de aanwijzing en bescherming van planten- en diersoorten geregeld. Het gaat daarbij niet om de bescherming van individuele planten of dieren maar om te voorkomen dat het voortbestaan van soorten planten of dieren in gevaar komt en dat vaste rust- en verblijfplaatsen en groeiplaatsen opzettelijk worden vernield of verstoord. Hiertoe zijn in deze wet een aantal verbodsbepalingen opgenomen, zoals het verbod op het opzettelijk doden of verontrusten van dieren of het verbod op het plukken van planten. Daarbij is het "nee, tenzij" principe het uitgangspunt, er mag geen schade worden toegebracht aan beschermde dieren of planten tenzij dit uitdrukkelijk is toegestaan en daarbij zorgvuldig wordt gehandeld. Bij elke ruimtelijke ontwikkeling moet worden getoetst of de beoogde activiteiten mogelijk negatieve gevolgen kunnen hebben voor in dat gebied voorkomende vaste rust- en verblijfplaatsen en/of anderszins functioneel leefgebied van beschermde soorten. Indien noodzakelijk dienen tijdig passende preventieve of mitigerende maatregelen te worden getroffen dan wel dient het plan te worden aangepast om overtreding van verbodsbepalingen te kunnen voorkomen en de functionaliteit van het gebied voor de aanwezige beschermde soorten te kunnen waarborgen.

Indien door maatregelen en eventueel planaanpassing negatieve gevolgen voor aanwezige beschermde soorten niet of niet volledig kunnen worden voorkomen is een ontheffing van de betreffende verbodsbepalingen noodzakelijk en dient aannemelijk te worden gemaakt dat deze redelijkerwijs ook verleend zal kunnen worden.

Beschermde soorten en het plangebied “Lonneker Molenweg 82” Het bestemmingsplan “Lonneker Molenweg 82” maakt de realisatie van een nieuw ontvangstgebouw, een graanspieker en een bakspieker mogelijk aan de Lonneker Molenweg 82 te Enschede. Het plangebied zal worden gebruikt voor molenactiviteiten met daaraan gerelateerde en ondergeschikte dagrecreatie, educatieve en cultuurhistorische activiteiten, detailhandel, horeca en 10 dagen per jaar (lichte) evenementen. Er vinden geen sloopwerkzaamheden plaats en de aanwezige beplanting blijft behouden. Als gevolg van deze voorgenomen activiteiten kan overtreding van de Wet natuurbescherming op voorhand niet uitgesloten worden. Om te bepalen of de realisatie van deze ontwikkeling mogelijk negatieve gevolgen heeft voor de functionele leefomgeving en/of de gunstige staat van instandhouding van beschermde soorten is door Natuurbank Overijssel een verkennend ecologisch onderzoek (quidkscan) uitgevoerd. Het plangebied is op 21 juni 2022 onderzocht op de (potentiële) aanwezigheid van beschermde planten, dieren en beschermde nesten, holen, vaste rust- en voortplantingslocaties. Dit onderzoek is als bijlage 6 bij deze toelichting opgenomen. Uit de onderzoeksrapportage (rapport nr. 4442 versie 1.0 , d.d. 17-01-2023) blijkt dat negatieve gevolgen op voorhand met aan voldoende zekerheid grenzende waarschijnlijkheid kunnen worden uitgesloten.

32

bestemmingsplan Lonneker Molenw eg 82 (vastgesteld)

Conclusie Wet natuurbescherming, bescherming van planten- en diersoorten Op basis van de bevindingen en conclusies in de aangepaste versie van de onderzoeksrapportage kan met aan voldoende zekerheid grenzende waarschijnlijkheid worden geconcludeerd dat de voorgenomen ontwikkeling kan worden uitgevoerd zonder verbodsbepalingen uit hoofdstuk 3 (beschermde planten- en diersoorten) van de Wet natuurbescherming te overtreden. Het uitvoeren van nader soortgericht onderzoek of het aanvragen van een ontheffing bij het bevoegd gezag Wet natuurbescherming is niet noodzakelijk. Hoofdstuk 3 Wet natuurbescherming vormt daarmee geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan. 5.3.3

Natuurnetwerk Nederland

Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is een samenhangend netwerk van natuurgebieden en landbouwgebieden met veel natuurwaarden. Het NNN heeft als doel het behouden, beschermen en versterken van de rijkdom aan plant- en diersoorten (biodiversiteit) en beoogt een bijdrage te leveren aan het realiseren en in stand houden van een (inter-)nationaal vitaal stelsel van natuurgebieden. De aanwijzing van gebieden als onderdeel van het NNN vindt plaats bij provinciale verordening en dient te worden vertaald in gemeentelijke ruimtelijke plannen zoals structuurvisies en bestemmingsplannen. Het NNN kent geen externe werking, tenzij dit bij provinciale verordening als zodanig is bepaald.

Het NNN en het plangebied “Lonneker Molenweg 82” Het plangebied van het bestemmingsplan “Lonneker Molenweg 82” is niet gelegen binnen de grenzen van een gebied dat onderdeel uitmaakt van het NNN.

Conclusie NNN Op grond van het voorgaande kan met aan voldoende zekerheid grenzende waarschijnlijkheid worden geconcludeerd dat het NNN geen belemmering vormt voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan.

bestemmingsplan Lonneker Molenw eg 82 (vastgesteld)

33

Hoofdstuk 6 6.1

Juridische planopzet

Algemeen

Type bestemmingsplan De Wro en het Bro maken het mogelijk een bestemmingsplan op verschillende manieren vorm te geven. Grofweg kan gekozen worden uit de volgende planvormen: a.

een traditioneel gedetailleerd bestemmingsplan. Een dergelijk plan legt het beoogde gebruik van gronden en opstallen en de bebouwingsmogelijkheden van de in het plan opgenomen gronden gedetailleerd vast. De methodiek wordt wel ingezet om bestaande situaties te conserveren, maar wordt ook gebruikt om beoogde nieuwe ontwikkelingen nauwgezet te sturen; een globaal bestemmingsplan dat nader moet worden uitgewerkt. In een dergelijk bestemmingsplan worden een of meerdere bestemmingen opgenomen, die later moeten worden uitgewerkt. Wordt veelal toegepast in gevallen waar de ontwikkeling van een gebied op hoofdlijnen bekend is, maar waar de concrete invulling nog moet volgen; Een globaal eindplan. In deze planvorm wordt het ruimtelijk en functioneel streefbeeld in globale zin vastgelegd; Een mix van bovenstaande planvormen afhankelijk van de specifieke problemen.

b.

c. d.

Naast dit onderscheid, dat is gebaseerd op de techniek van bestemmen, wordt verschil gemaakt tussen ontwikkelingsgerichte en beheergerichte bestemmingsplannen. Bij de keuze voor een bepaalde systematiek van bestemmingsregeling speelt een rol wat met het plan wordt beoogd: beheren of ontwikkelen. Daarnaast speelt een rol of er in een gebied sprake is van nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. In het bestemmingsplan "Lonneker Molenweg 82" is gekozen voor een traditioneel gedetailleerd bestemmingsplan.

6.2

Indeling planregels

Het juridisch bindend gedeelte van het bestemmingsplan bestaat uit de regels en de bijbehorende verbeelding waarop de diverse bestemmingen zijn aangegeven. De regels en de verbeelding dienen in samenhang te worden bekeken. De regels van dit bestemmingsplan zijn onderverdeeld in vier hoofdstukken: a. b. c. d.

Hoofdstuk 1 - Inleidende regels; Hoofdstuk 2 - Bestemmingsregels; Hoofdstuk 3 - Algemene regels; Hoofdstuk 4 - Overgangs- en slotregels.

Hoofdstuk 1 Inleidende regels Dit hoofdstuk bevat inleidende regels. Deze regels gelden voor het gehele plangebied van het bestemmingsplan “Lonneker Molenweg 82”. In Artikel 1 Begrippen zijn definities van de in de regels gebruikte begrippen opgenomen. Hiermee wordt een eenduidige interpretatie van de begrippen vastgelegd. Artikel 2 Wijze van meten geeft bepalingen hoe onder meer de hoogtes van gebouwen en de inhoud van gebouwen gemeten moeten worden en hoe bepaalde eisen betreffende de maatvoering begrepen moeten worden.

Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels Hoofdstuk 2 geeft een omschrijving - de juridische vertaling - van de verschillende in het plangebied voorkomende en op de verbeelding opgenomen bestemmingen. Bij de indeling van de bestemmingsregels wordt conform de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP) 2012 een vaste volgorde aangehouden. De regels van een bestemming worden als volgt opgebouwd en benoemd: bestemmingsomschrijving (omschrijving van de toegestane functies en gebruiksdoelen);

34

bestemmingsplan Lonneker Molenw eg 82 (vastgesteld)

bouwregels (regels waaraan de bebouwing dient te voldoen); afwijken van de bouwregels (regels op grond waarvan in concrete situaties onder bepaalde voorwaarden kan worden afgeweken van de bouwregels); specifieke gebruiksregels (regels die aangeven welk specifiek gebruik verboden is); afwijken van de gebruiksregels (regels op grond waarvan in concrete situaties onder bepaalde voorwaarden kan worden afgeweken van de gebruiksregels); omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden (regels waarbij wordt geregeld wanneer en onder welke omstandigheden een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden noodzakelijk is); omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk (regels waarbij wordt geregeld wanneer en onder welke omstandigheden er een omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk noodzakelijk is); wijzigingsbevoegdheid (regels die aangeven in welke gevallen en onder welke voorwaarden onderdelen van het plan gewijzigd kunnen worden).

Hoofdstuk 3 Algemene regels Hoofdstuk 3 bevat aanduidingsregels.

de

algemene

regels,

bestaande

uit

de

anti-dubbeltelregel

en

algemene

Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels In hoofdstuk 4 zijn normaal gesproken regels opgenomen met betrekking tot het overgangsrecht voor bouwwerken en gebruik van gronden. Deze artikelen bevatten regels die als doel hebben de rechtstoestand tijdens de overgang naar een nieuw bestemmingsplan vast te leggen. De "Slotregel" geeft de naam van het bestemmingsplan aan.

6.3

Beschrijving van het plan

6.3.1

Bestemmingen

Cultuur en ontspanning - Molen Het hele plangebied heeft de bestemming "Cultuur en ontspanning - Molen". Binnen deze bestemming is de molen toegestaan met enkele bijgebouwen en bijbehorend gebruik. Daarnaast worden ook enkele gerelateerde en ondergeschikte nevenfuncties toegestaan ten dienste van de molen. De toegestane nevenfuncties hebben betrekking op kleinschalige horeca ten behoeve van de bezoekers van de molen, detailhandel (molenwinkel), educatieve en cultuurhistorische activiteiten (rondleidingen etc.) en dagrecreatie. De tijden van de horeca en detailhandel zijn gekoppeld aan de tijden van de molen. Naast het gebruik ten behoeve van de molen en bijbehorende nevenactiviteiten, is het ook toegestaan om niet belastende evenementen te organiseren. Het aantal evenementen is beperkt tot 10 dagen per jaar. Deze evenementen vinden plaats tussen 09.00 uur en 20.00 uur, waarbij maximaal 4 dagen per jaar een evenement mag plaatsvinden tussen 9.00 uur en 22.00 uur. Een deel van het plangebied heeft een bouwblok. Binnen dit bouwblok zijn de bouwwerken toegestaan. De totale oppervlakte van alle gebouwen mag niet meer bedragen dan 535 m 2. De specifieke bouwaanduiding-a geeft aan waar de molen staat met bijbehorende maatvoeringen. De specifieke bouwaanduiding-b geeft aan waar het bezoekerscentrum gerealiseerd mag worden met bijbehorende maatvoeringen.

De specifieke bouwaanduiidng-c geeft aan waar de wagenloods is gerealiseerd met bijbehorende maatvoeringen. De overige bebouwing binnen het bouwvlak en buiten de specifieke bouwaanduidingen mag per gebouw niet groter zijn dan 35 m 2 en in totaal niet meer bedragen dan 70 m 2. De gebouwen mogen 3,70 meter hoog worden gebouwd met een afwijking naar maximaal 4,5 of 6 meter hoog. Bij de bouwplannen dient altijd rekening te worden gehouden met de molenbiotoop. Vanuit de molenbiotoop is ook een bouwhoogte van 3.70 meter toegestaan waarbij een hogere bouwhoogte toegestaan kan worden indien het gewenste gebouw niet zorgt voor een aantasting van de molenbiotoop. Als de molenbiotoop in tact blijft, dan kan met een afwijking tot maximaal 6 meter hoog worden gebouwd. Voor gebouwen binnen het bouwvlak en buiten een specifieke bouwaanduiding kan maximaal tot een bouwhoogte bestemmingsplan Lonneker Molenw eg 82 (vastgesteld)

35

van 4,5 meter afgeweken worden. 6.3.2

Gebiedsaanduidingen

Vrijwaringszone - molenbiotoop (artikel 6, lid 1.1) In dit bestemmingsplan is de gebiedsaanduiding Vrijwaringszone - molenbiotoop opgenomen. De regels bij deze gebiedsaanduiding zijn bedoeld om te voorkomen dat het huidige en/of toekomstige functioneren van de molen als werktuig door windbelemmering en/of de waarde van de molen als landschapsbepalend element in onevenredige mate in gevaar worden of kunnen worden gebracht. Archeologisch onderzoeksgebied B (artikel 6 , lid 2.1) In de gebieden met de gebiedsaanduiding "overige zone-archeologisch onderzoeksgebied B" geldt een archeologische (voor)onderzoeksplicht voor bodemverstorende activiteiten met een verstoringsoppervlak van meer dan 2500 m 2 en een verstoringsdiepte van meer dan 50 cm. In dat geval is de realisatie van bouwwerken, de sloop van bestaande bouwwwerken of de uitvoering van werken en werkzaamheden, geen bouwwerken zijnde, uitsluitend toegestaan wanneer uit het (voor)onderzoek blijkt dat in de bodem geen archeologische waarden aanwezig zijn dan wel dat de in de bodem aanwezige archeologische waarden door de uit te voeren activiteiten niet zullen worden verstoord of in de plannen kunnen worden ingepast. Waardevolle boom (artikel 6, lid 2.2) In het gebied met de gebiedsaanduiding "overige zone-waardevolle boom" zijn de gronden tevens bestemd voor de bescherming en het beheer van bomen.

Op deze gronden mag, in afwijking van het bepaalde elders in de regels van dit plan, niet worden gebouwd, met uitzondering van het veranderen van bestaande bouwwerken, mits er geen sprake is van een vergroting, en de realisering van hekwerken met een bouwhoogte van maximaal 1 meter.

6.4

Handhaving

Bestemmingsplannen zijn bindend voor iedereen: burgers, ondernemers en de overheid zelf. Het is een juridisch kader voor burgers en ondernemers waaruit kan worden afgeleid wat de eigen bouw- en gebruiksmogelijkheden zijn, maar ook wat de planologische mogelijkheden in juridische zin zijn op percelen in de directe omgeving. Aan de andere kant kan de gemeentelijke overheid naleving van bestemmingsplannen afdwingen als er sprake is van gebruik en/of bebouwing dat niet in het bestemmingsplan passen.

36

bestemmingsplan Lonneker Molenw eg 82 (vastgesteld)

Hoofdstuk 7

Economische uitvoerbaarheid

Op grond van het bepaalde in artikel 6.12 van de Wro dient de gemeenteraad voor gronden waarop een bouwplan als bedoeld in artikel 6.2.1 van het Bro is voorgenomen een exploitatieplan vast te stellen, tenzij het kostenverhaal van de grondexploitatie over de in het bestemmingsplan begrepen gronden anderszins is verzekerd. De bouwmogelijkheden die voorliggend plan biedt, betreft geen bouwplan als bedoeld in artikel 6.2.1 Bro waarvoor een exploitatie overeenkomst moet worden afgesloten. Een exploitatieovereenkomst is voor voorliggend plan dan ook niet nodig. De kosten van de bestemmingsplanprocedure komen voor rekening van de gemeente aangezien het een herstelopgave betreft. De Stichting Lonneker Molen is ermee bekend dat de benodigde planologische maatregel mogelijk zal leiden tot de toekenning van een tegemoetkoming van planschadevergoeding als bedoeld in artikel 6.1 van de Wet ruimtelijke ordening. Op grond van artikel 6.4a van de Wet ruimtelijke ordening is het wettelijk toegestaan dat een gemeente planschadevergoedingen, zoals bedoeld in artikel 6.1 van de Wet ruimtelijke ordening, afwentelt op de private partij in wiens belang de planologische maatregel plaats vindt. Afgesproken is dat eventuele planschadevergoeding ten laste komt van de Stichting Lonneker Molen. De Stichting en de gemeente Enschede hebben daartoe een planschadevergoedingsovereenkomst gesloten.

bestemmingsplan Lonneker Molenw eg 82 (vastgesteld)

37

Colofon Dit is een uitgave van: Afdeling Bestemmen Cluster Omgeving & Recht Gemeente Enschede

© Augustus 2023, gemeente Enschede

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=enschede&id=3c41f255-859d-479d-8264-959bd45a3348