Landgoed Hof te Boekelo_Bijlagen toelichting
Tekst van het document
Erfontwikkelingen, Hof te Boekelo | Eelerwoude | 20
Egel Egel is een zeer algemeen voorkomende soort in Overijssel, de soort komt veel voor in dorpskernen en randen van de stedelijke omgeving. Tuinen, bosranden, struweel en loofbos, liefst met ondergroei, zijn goede leefgebieden voor deze soort. Gezien het gevoerde beheer op de locatie van de schuur (gazon) worden verblijfplaatsen van de egel hier niet verwacht. Mogelijk dat de egel het omringende erf gebruikt om te foerageren. Het plangebied ter hoogte van de Kwinkelerweg is zeer geschikt als leefgebied voor egel, met name door de aanwezigheid van een dik bladerdek en ondergroei van diverse kruidachtige. Gezien de ligging van het plangebied in een afwisselend landschap (bos) is het aannemelijk dat de egel hier voorkomt. Verblijfplaatsen van de egel zijn echter onvindbaar, een egel heeft in een leefgebied meerdere verblijfplaatsen die kan bestaan uit een blad- of takkenhoop. Verblijfplaatsen van de egel kunnen op de locatie van de Kwinkelerweg niet op voorhand worden uitgesloten. Effecten en ontheffing Soorten waarvoor een provinciale vrijstelling geldt De ingreep zal naar verwachting leiden tot een beperkt verlies van leefgebied van de genoemde (algemeen) voorkomende zoogdieren met het beschermingsregime “andere soorten”. Voor deze beschermde soorten is bij een ruimtelijke inrichting door de provincie Overijssel een vrijstelling van de ontheffingsplicht opgesteld.
Soorten waarvoor geen provinciale vrijstelling geldt Voor bovenstaande soorten, de soorten met een bescherming als, wezel, hermelijn, bunzing, steenmarter, boommarter en eekhoorn geldt dat negatieve effecten zijn uit te sluiten. Verblijfplaatsen en essentieel leefgebied zijn ter plaatse van de voorgenomen ontwikkelingen niet aangetroffen en worden ook niet verwacht. Mogelijk maakt het plangebied wel onderdeel uit van het leefgebied van de betreffende soorten. De bossingels, bospassage en watergangen blijven behouden. Een negatief effect op genoemde beschermde grondgebonden zoogdieren is daarom uitgesloten.
Erfontwikkelingen, Hof te Boekelo | Eelerwoude | 21
Egel Dit geldt echter niet voor de beschermde soort egel op de locatie Kwinkelerweg. Verblijfplaatsen van deze soort zijn niet uit te sluiten. Om negatieve effecten op de egel te voorkomen, dient men maatregelen te nemen. Een groot gedeelte van het jaar, tussen november/ december tot april/ mei zijn egels in winterslaap. De winterrustperiode is sterk afhankelijk van de weersomstandigheden op dat moment, waardoor deze periode langer dan wel korter kan zijn. Door voorafgaand aan het winterseizoen het plangebied ongeschikt te maken voor de egel, worden negatieve effecten zoveel mogelijk voorkomen. Het ongeschikt maken van het plangebied voor de egel is alleen mogelijk als vooraf door de ecoloog geconcludeerd wordt dat er geen verblijfplaatsen aanwezig zijn. Derhalve is er voldoende alternatief in de omgeving waar egels elders een rustplaats kunnen vinden. Het is wel noodzakelijk dat er voor de egel voorzieningen worden getroffen, in de nieuwe situatie dient het plangebied weer geschikt te zijn voor de egels om te verblijven. Dit wordt gedaan in samenspraak met een ter zake kundig ecoloog op het gebied van de egel. Het ongeschikt maken van het plangebied dient uitgevoerd te worden door een ecologisch ter zake kundige op het gebied van de egel.
Conclusie: mits men voorafgaand aan de werkzaamheden het plangebied ongeschikt maakt voor de egel en in de nieuwe situatie weer nieuwe voorzieningen treft, is een ontheffing Wet natuurbescherming voor grondgebonden zoogdieren niet noodzakelijk. Het geschikt maken van het plangebied voor de egel wordt gedaan in samenspraak met een ecologisch ter zake kundige op het gebied van de egel.
Erfontwikkelingen, Hof te Boekelo | Eelerwoude | 22
5.3 Vogels Voorkomen en functie Alle vogels zijn als soort beschermd in de Wet natuurbescherming. Onderscheid wordt gemaakt tussen vogels met jaarrond beschermde nesten, vogels met jaarrond beschermde functionele leefomgeving en overige (broed)vogels. Onder de vogels met jaarrond beschermde nesten vallen onder andere soorten die hun nesten ook buiten het broedseizoen gebruiken, soorten die elk jaar op dezelfde plaats broeden en daarin zeer honkvast zijn en soorten die steeds van hetzelfde nest gebruik maken en niet of nauwelijks zelf een nest kunnen bouwen. Onder de vogels met jaarrond beschermde leefomgeving vallen soorten die weliswaar vaak terugkeren naar de plaats die zij het jaar daarvoor hebben gebruikt of de directe omgeving daarvan, maar die wel over voldoende flexibiliteit beschikken om, als de broedplaats verloren is gegaan, zich elders te vestigen. Jaarrond beschermde nesten De reeds gesloopte schuur bood potentie voor de jaarrond beschermde soort steenuil en kerkuil. Recente verspreidingsgegevens laten echter geen waarnemingen van deze genoemde soorten zien (NDFF, 2021). Ook de omringende erven elders in het gebied, laten geen waarnemingen van deze soort zien. Omdat de schuur reeds is gesloopt, is gezocht naar sporen (uitwerpselen en braakballen) elders op het erf.
In de kapschuur, ten noorden van de schuur, is gezocht naar (verse) sporen die wijzen op de aanwezigheid van de steenuil en de kerkuil, zonder resultaat. Volgens de bewoners heeft hier zich nog geen kerkuil of steenuil gevestigd. Waarschijnlijk heeft de schuur geen functie gehad als verblijfplaats voor de jaarrond beschermde soorten kerkuil of steenuil. In en rond het plangebied Kwinkelerweg is geschikt leefgebied voorhanden voor de jaarrond beschermde soorten bosuil en zwarte specht. Genoemde soorten leven vaak in wat oudere bossen met de aanwezigheid van beuk, den en eik. In de afgelopen 5 jaar zijn diverse waarnemingen gedaan van de zwarte specht. De soort is hier dan ook in de bossen als broedvogel aanwezig. Verblijfplaatsen (grote holten of spechtgaten) zijn ter hoogte van de Kwinkelerweg niet aangetroffen. De mogelijk te kappen beuken en eiken zijn extra goed bekeken en laten geen nesten of nestmogelijkheden zien. Verblijfplaatsen van andere vogelsoorten, of aanwijzingen (braakballen of uitwerpselen) hiertoe, die jaarrond van vaste rust- en verblijfplaatsen gebruikmaken zijn niet aangetroffen. Het veldbezoek lag in de winterperiode, wat het zoeken naar eventuele nestlocaties van jaarrondsoorten in boomkronen makkelijk maakte.
Mogelijk dat enkele soorten jaarrond beschermde nesten wel het plangebied gebruiken als onderdeel van hun leefgebied, zoals buizerd, wespendief, sperwer, boomvalk, torenvalk, ooievaar en kerkuil. Jaarrond beschermde functionele leefomgeving In deze situatie zijn enkele vogelsoorten aangetroffen dan wel te verwachten waarvan de functionele leefomgeving jaarrond beschermd is. Het gaat om soorten als koolmees, pimpelmees, boomklever, holenduif, boomkruiper, groene specht, grote bonte specht, bonte vliegenvanger etc. Genoemde soorten zijn veelal holenbroeders en broeden in boomholten en spechtgaten. Overige (broed)vogels De aangetroffen vogels binnen en direct rondom het plangebied vallen onder de algemene broedvogels van bossen, struwelen en parken. Onder andere de volgende vogelsoorten kunnen gebruikmaken van het plangebied; houtduif, merel, staartmees, vink, zanglijster, roodborst en winterkoning. Binnen het plangebied zijn verschillende nesten aangetroffen van algemeen voorkomende broedvogels.
Erfontwikkelingen, Hof te Boekelo | Eelerwoude | 23
Effecten en ontheffing Vogels met jaarrond beschermde nesten Van een aantal vogelsoorten zijn de nesten het hele jaar door beschermd. Ook de functionele leefomgeving is daarbij beschermd. Bij de aantasting van de nestlocatie en/of de functionele leefomgeving is een ontheffing Wet natuurbescherming noodzakelijk. Van de jaarrondsoorten zijn geen horsten, holten of spechtgaten aangetroffen. Verblijfplaatsen van jaarrondsoorten worden daarom niet verwacht. Vogels met jaarrond beschermde functionele leefomgeving Gelet op de beperkte omvang van de projectlocatie en het relatief grote aanbod aan geschikt leefgebied voor deze soorten, gaat het om slechts enkele broedparen van genoemde algemeen voorkomende soorten. Er zijn in de omgeving voldoende alternatieve nestmogelijkheden en leefgebied aanwezig. Genoemde soorten zijn bovendien goed in staat alternatieve nestplaatsen te vinden. Compenserende maatregelen of het aanvragen van een ontheffing is om deze redenen dan ook niet aan de orde. Overige (broed)vogels Alle vogelsoorten in Nederland zijn beschermd onder de Wet natuurbescherming. Voor alle beschermde inheemse (ook algemeen voorkomende) vogelsoorten geldt een verbod op handelingen die opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren vernielen of beschadigen, alsook op het wegnemen van nesten van vogels.
Daarnaast is het verboden vogels opzettelijk te storen, tenzij de verstoring niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort. Door verstorende werkzaamheden buiten het broedseizoen uit te voeren kan in veel situaties worden voorkomen dat gehandeld wordt in strijd met deze verbodsbepaling. De periode van 1 maart tot 15 juli wordt over het algemeen beschouwd als broedseizoen 1. Werkzaamheden binnen het broedseizoen zijn mogelijk indien is vastgesteld dat er met deze werkzaamheden geen nesten van broedvogels worden verstoord. Voor de Wet natuurbescherming zijn echter alle bewoonde vogelnesten beschermd, ongeacht het tijdstip van het jaar en ongeacht de zeldzaamheid van de soort. Conclusie: bij de werkzaamheden dient rekening gehouden te worden met (in gebruik zijnde) nesten van vogels.
5.4 Reptielen Voorkomen en functie In de omgeving van Boekelo (of net buiten Boekelo) zijn waarnemingen bekend van de beschermde reptielsoort levendbarende hagedis. Op ongeveer 1 km afstand ligt het dichtstbijzijnde leefgebied van een relictpopulatie levendbarende hagedis rond het terrein van Twence B.V. (Eelerwoude, 2019). Levendbarende hagedissen leven in goed ontwikkelde heideterreinen. Op de locatie Beldershoekweg en Kwinkelerweg ontbreekt dit biotoop. Levendbarende hagedissen worden daarom niet verwacht. Wat betreft andere beschermde soorten, zoals de hazelworm, daarvan is het erf ver buiten het verspreidingsgebied gelegen. Er zijn geen verspreidingsgegevens van de hazelworm bekend in en rond het plangebied. Effecten en ontheffing Het erf ligt ver buiten het bekende verspreidingsgebied van beschermde reptielen zoals levendbarende hagedis en hazelworm. Derhalve ontbreekt geschikt leefgebied voor levendbarende hagedis. Negatieve effecten op reptielen zijn dan ook niet aanwezig. Nader onderzoek of een ontheffing Wet natuurbescherming is voor reptielen niet aan de orde. 1 In het kader van de Wet natuurbescherming wordt voor het broedseizoen geen standaardperiode gehanteerd. Van belang
is of een broedgeval verstoord wordt, ongeacht de datum. Globaal gaat het echter om de periode van 1 maart tot 15 juli.
Erfontwikkelingen, Hof te Boekelo | Eelerwoude | 24
Conclusie: nader onderzoek of het aanvragen van een ontheffing is in het kader van de Wet natuurbescherming voor reptielen niet noodzakelijk.
5.5 Amfibieën Voorkomen en functie Soorten waarvoor een provinciale vrijstelling geldt Een aantal soorten zoals bruine kikker en gewone pad kunnen het plangebied gebruiken als landbiotoop. In het plangebied zelf zijn geen waterelementen aanwezig. Soorten waarvoor geen provinciale vrijstelling geldt Beschermde soorten amfibieën waarvoor geen vrijstelling geldt, zoals kamsalamander, knoflookpad of rugstreeppad, worden niet verwacht in het plangebied vanwege de afwezigheid van geschikt biotoop. Zo ontbreken waterelementen in het plangebied. Er zijn ook geen verspreidingsgegevens bekend van beschermde amfibieën rondom het plangebied (NDFF, 2021). Effecten en ontheffing Soorten waarvoor een provinciale vrijstelling geldt De ingreep zal naar verwachting leiden tot een beperkt verlies van leefgebied van de genoemde (algemeen) voorkomende amfibieën met het beschermingsregime “andere soorten”. Voor deze beschermde soorten is bij een ruimtelijke inrichting door de provincie Overijssel een vrijstelling van de ontheffingsplicht opgesteld. Soorten waarvoor geen provinciale vrijstelling geldt Beschermde amfibieën waarvoor geen vrijstelling geldt, kunnen op basis van de afwezigheid van geschikt biotoop worden uitgesloten, waardoor er geen sprake is van negatieve effecten. Nader onderzoek of een ontheffing Wet natuurbescherming is voor amfibieën niet aan de orde.
Conclusie: nader onderzoek of het aanvragen van een ontheffing is in het kader van de Wet natuurbescherming voor amfibieën niet noodzakelijk.
5.6 Vissen Voorkomen en functie Binnen het plangebied zijn geen watervoerende elementen (sloten, poelen, enzovoort) aanwezig, met uitzondering van de sloten ten westen van de Kwinkelerweg, die ter plaatse van het veldbezoek droog lag. Derhalve ontbreekt geschikt leefgebied voor vissen en zijn deze dan ook niet aanwezig. Effecten en ontheffing Beschermde vissen zijn niet in het plangebied aanwezig. Er worden dan ook geen effecten op beschermde vissen verwacht. Nader onderzoek of een ontheffing Wet natuurbescherming voor vissen is niet aan de orde. Conclusie: nader onderzoek of het aanvragen van een ontheffing is in het kader van de Wet natuurbescherming voor beschermde vissen niet noodzakelijk.
Erfontwikkelingen, Hof te Boekelo | Eelerwoude | 25
5.7 Ongewervelden Voorkomen en functie Van de groep ongewervelden (dagvlinders, libellen, kevers, kreeftachtigen en weekdieren) zijn recent waarnemingen bekend van de licht beschermde soort kleine ijsvogelvlinder (NDFF, 2021). De kleine ijsvogelvlinder is beschermd onder beschermingsregime “andere soorten”. Een aantal van deze waarnemingen liggen op enkele tientallen meters van het plangebied. In de ondergroei van het gemengde bos aan de Kwinkelerweg is de waardplant van de kleine ijsvogelvlinder aanwezig, namelijk wilde kamperfoelie. Dit betreft echter wel zeer kleine planten en tijdens het veldbezoek is nog gezocht naar eventueel poppen van kleine ijsvogelvlinder. Deze zijn niet aangetroffen. Wilde kamperfoelie wordt door deze vlinder gebruikt om haar eitjes in af te zetten (waardplant). De rups overwintert in de twijg waarna deze vlinders rond juni uitvliegen (De Vlinderstichting, 2021). Met name de combinatie van het vochtige hooiland, bos, en de afwisseling met half beschaduwde plekken maakt het plangebied aan de Kwinkelerweg en de directe omgeving geschikt voor deze soort. Ook de aanwezigheid van gewone braam, maakt dat het gebied geschikt is voor deze soort. Gewone braam is een belangrijke nectarplant voor de kleine ijsvogelvlinder (De Vlinderstichting, 2021).
Effecten en ontheffing In het plangebied Kwinkelerweg is biotoop en de waardplant voor de licht beschermde soort kleine ijsvogelvlinder aanwezig. Tijdens het veldbezoek bleken het te gaan om zeer kleine planten kamperfoelie. In het veld is nog gezocht naar eventuele poppen van de kleine ijsvogelvlinder, deze zijn niet aangetroffen. Met de voorgenomen ontwikkeling wordt dan ook niet verwacht dat de gunstige staat van instandhouding van de kleine ijsvogel in het geding komt. Het is wel noodzakelijk om zoveel mogelijk wilde kamperfoelie en gewone braam met de voorgenomen ontwikkelingen te besparen. Door kamperfoelie en diverse soorten bramen toe te passen, neemt het biotoop voor de ijsvogelvlinder mogelijk toe. Conclusie: nader onderzoek of het aanvragen van een ontheffing is in het kader van de Wet natuurbescherming voor beschermde ongewervelden niet noodzakelijk. Men wordt wel geadviseerd zoveel mogelijk waardplanten van de kleine ijsvogel te besparen.
Erfontwikkelingen, Hof te Boekelo | Eelerwoude | 26
6 Conclusie 6.1 Beschermde soorten 6.1.1 Soorten waarvoor een provinciale vrijstelling geldt De ontwikkeling zal naar verwachting leiden tot een beperkt verlies van leefgebied van een aantal beschermde soorten waarvoor een provinciale vrijstelling geldt. Het betreft soorten als ree, haas, konijn en diverse algemene (spits)muizensoorten. De ingreep heeft geen invloed op de gunstige staat van instandhouding van deze soorten omdat er sprake is van een tijdelijke, en plaatselijke verstoring, er voldoende leefgebied aanwezig blijft en het relatief algemene soorten betreft.
6.1.2 Soorten waarvoor geen provinciale vrijstelling geldt Met de volgende soorten en/of soortgroepen dient rekening te worden gehouden. Vleermuizen Men dient rekening te houden met verlichting. Egel Voorafgaand aan het winterseizoen dient het plangebied ongeschikt gemaakt te worden voor de egel. Dit kan alleen als de ecologisch ter zake kundige voorafgaand het terrein controleert op de aanwezigheid van egels. Het wegnemen van een verblijfplaats van de egel is wel ontheffingsplichtig, bij het aantreffen van een verblijfplaats van egel dient een ontheffing aangevraagd te worden. Een ontheffing is alleen noodzakelijk als er ook daadwerkelijk verblijfplaatsen van de egel worden aangetroffen, de ecologisch ter zake kundige bepaald dat. Na het ongeschikt maken van het plangebied dient men in de nieuwe situatie weer voldoende verblijfplaatsmogelijkheden voor egel aan te bieden. Men is verplicht dit uit te voeren in samenspraak met een ecoloog. Broedvogels Voor alle beschermde inheemse (ook algemeen voorkomende) vogelsoorten geldt een verbod op handelingen die opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren vernielen of beschadigen, als ook op het wegnemen van nesten van vogels. Daarnaast is het verboden vogels opzettelijk te storen, tenzij de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort.
In veel situaties kan dit voorkomen worden door verstorende werkzaamheden buiten het broedseizoen2 uit te voeren.
2 In het kader van de Wet natuurbescherming wordt voor het broedseizoen geen standaardperiode gehanteerd. Van belang
is of een broedgeval verstoord wordt, ongeacht de datum. Globaal gaat het echter om de periode van 1 maart tot 15 juli.
Erfontwikkelingen, Hof te Boekelo | Eelerwoude | 27
6.1.3 Algemene zorgplicht Zorgplicht In de Wet natuurbescherming is in artikel 1.11 een omschrijving opgenomen over de algemene zorgplicht. Deze zorgplicht houdt in dat iedereen ‘voldoende zorg’ in acht neemt voor alle in het wild levende dieren en planten, dus ook niet-beschermde soorten, en hun directe leefomgeving. Dit is een algemene verantwoordelijkheid die voor iedereen geldt. Het betekent bijvoorbeeld dat er niet onnodig dieren en planten worden gedood, wanneer er redelijkerwijs een andere oplossing voor is, bijvoorbeeld de dieren te verplaatsen naar een ander gebied.
6.2 Bescherming gebieden Niet-stikstof gerelateerde effecten In de omgeving van het plangebied ligt op 6 km afstand het Natura 2000-gebied Buurserzand & Haaksbergerveen. De aard van de voorgenomen werkzaamheden en ontwikkeling maakt dat de effecten uitsluitend tot het plangebied of de zeer directe zone eromheen beperkt blijven. Een toetsing op grond van de Wet natuurbescherming wordt daarom niet noodzakelijk geacht. Stikstof gerelateerde effecten Een AERIUS-berekening is noodzakelijk om de uitstoot en depositie van stikstof, en de gevolgen daarvan op Natura 2000-gebieden te bepalen. De AERIUS-berekening is in een aparte nota uitgewerkt en vormt geen onderdeel van deze natuurtoets.
6.3 Geldigheid rapportage Dit rapport gaat in op de effecten van de ontwikkeling zoals beschreven in hoofdstuk 2.2. Wijzigingen of aanpassingen in de ontwikkeling kunnen tot andere conclusies ten aanzien van de effecten op beschermde soorten leiden.
Erfontwikkelingen, Hof te Boekelo | Eelerwoude | 28
Literatuurlijst -
AERIUS Calculator (2021). Datum van raadplegen: 19-01-2021. https://calculator.aerius.nl/calculator/?locale=nl# BAG Viewer (2021). Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG). Opgehaald van Kadaster: https://bagviewer.kadaster.nl/lvbag/bag-viewer De Vlinderstichting. (2021, januari 19). Kleine ijsvogelvlinder. Opgehaald van De Vlinderstichting: https://www.vlinderstichting.nl/vlinders/overzicht-vlinders/details-vlinder/kleine-ijsvogelvlinder Eelerwoude. (2017). Ontwikkelplan Rood voor Rood Hof te Boekelo. Goor: Eelerwoude. Eelerwoude. (2021). Aanvullende informatie op oorsprokenlijk Ontwikkelplan. Goor: Eelerwoude. ESRI Nederland (2021, januari 19). ESRI. Ministerie van Economische Zaken (2016). Soortenbescherming bij ruimtelijke ingrepen. Ministerie van Economische Zaken, versie 1.3. NDFF (2021, januari 19). Nationale Databank Flora en Fauna. Opgehaald van NDFF- ecogrid: https://ndff-ecogrid.nl/ Provincie Overijssel. (2021, januari 18). Geoviewer Overijssel. Opgehaald van Provincie Overijssel: https://geo.overijssel.nl/viewer/app/master/v1 Van Aalst, J. (2021, januari 19). Imeris. Opgehaald van www.imeris.nl
Bijlage 1 Wettelijk kader natuurwetgeving Bescherming van soorten Zorgplicht De Wet natuurbescherming erkent de intrinsieke waarde van in het wild levende planten- en diersoorten, of de soort nu beschermd is of niet (= zorgplicht). Deze zorgplicht houdt in dat eenieder voldoende zorg in acht moet nemen voor de in het wilde levende dieren en planten, alsmede voor hun directe leefomgeving. Overtreding van de zorgplicht is niet strafbaar gesteld, maar kan door toepassing van bestuursdwang wel worden gehandhaafd. Beschermingsregimes Op het onderdeel soortbescherming deelt de Wet natuurbescherming soorten in drie beschermingsregimes in: 1.
Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn Alle vogels cf. artikel Vogelrichtlijn 2. Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn Soorten uit Bijlage IV Habitatrichtlijn, Bijlage I en II van het Verdrag van Bern en Bijlage II van het Verdrag van Bonn. In de bijlagen van de Verdragen van Bern en Bonn worden ook vogels genoemd 3. 3. Beschermingsregime “andere soorten” Soorten die uit nationaal oogpunt bescherming behoeven. Elk van deze beschermingsregimes heeft zijn eigen verbodsbepalingen en vereisten voor vrijstelling of ontheffing van de verboden. Verbodsbepalingen De Wet natuurbescherming gaat uit van het ‘nee, tenzij-principe’. In de wet worden ten aanzien van de beschermde soorten een aantal verbodsbepalingen genoemd (figuur 1). De verbodsbepalingen zijn gekoppeld aan het beschermingsregime van de soort (resp. Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn of de groep ‘Overige soorten’). Dat betekent dat deze verbodsbepalingen niet overtreden mogen worden, tenzij voor de soort(en): • Een vrijstelling geldt; • Er gewerkt wordt met een goedgekeurde Gedragscode (feitelijk een collectieve ontheffing); • Een ontheffing is verkregen.
3 De brochure ‘Soortenbescherming bij ruimtelijke ingrepen’, versie 1.3. Ministerie van EZ, december 2016 impliceert dat de
bescherming uit de Vogelrichtlijn prevaleert boven de bescherming van vogels uit de verdragen van Bonn en Bern
Figuur 1. Overzicht verbodsbepalingen Wet Natuurbescherming (bron: brochure ‘Soortenbescherming bij ruimtelijke ingrepen’, versie 1.3. Ministerie van EZ, december 2016).
Om af te mogen wijken van de verbodsbepalingen (en deze toch te mogen overtreden) via een ontheffing of een vrijstelling moet aan drie criteria worden voldaan: 1. Er is geen andere bevredigende oplossing voor de handeling (=alternatievenafweging); 2. De afwijking is gebaseerd op een in de wet genoemd belang (b.v. openbare veiligheid of volksgezondheid); 3. De ingreep of handeling mag geen afbreuk doen aan en/of verslechtering betekenen voor de staat van instandhouding van de soort. Als aan (alle) drie deze vereisten voldaan is, kan een ontheffing worden verleend. Voor een aantal handelingen zijn bovendien vrijstellingen mogelijk in de vorm van een provinciale verordening of een (goedgekeurde) gedragscode. Voorgaand figuur geeft een overzicht van de verbodsbepalingen per beschermingsregime. De verbodsbepalingen voor de groep van overige, ‘nationale’ soorten zijn geïnspireerd op de Habitatrichtlijn en op een aantal punten versoepeld. Zo is het opzettelijk verstoren van beschermde soorten (en hun verblijfplaatsen) uit deze groep van overige soorten niet langer verboden. Wel is het nog steeds verboden om vaste verblijfplaatsen van dieren onder dit beschermingsregime opzettelijk te beschadigen of te vernielen.
Voor vogels geldt dat verstoren niet verboden is als de verstoring maar niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de soort (artikel 3.1, lid 4 en lid 5). Het beschadigen van in gebruik zijnde vogelnesten tijdens het broedseizoen blijft verboden, maar het verstoren dus niet meer, tenzij er sprake is van een wezenlijke invloed op de staat van instandhouding van de specifieke soort(en). Het is aan de initiatiefnemer om zich op de hoogte te (laten) stellen, en waar nodig aan te tonen, dat de op zich verstorende activiteit geen bedreiging vormt voor de staat van instandhouding van de betreffende vogelsoort.
Tot slot geldt het opzettelijk doden of vangen en het verbod om vaste verblijfplaatsen of rustplaatsen opzettelijk te vernielen of beschadigen, niet voor bosmuis, huisspitsmuis of veldmuis in of op gebouwen of de daarbij behorende erven of roerende zaken (artikel 3.10 lid 3). Zie kader – Opzettelijkheid. Kader - Opzettelijkheid In de Wet natuurbescherming is bij meer verbodsbepalingen dan onder de Flora en faunawet het opzetvereiste toegevoegd, in lijn met de artikelen van de Habitatrichtlijn en Vogelrichtlijn. In de Flora en faunawet was alleen sprake van het opzetvereiste bij verontrusting (artikel 10). Hierdoor was de Flora en faunawet strenger dan de verbodsbepalingen van de Habitatrichtlijn. Niet-opzettelijke handelingen waarbij de verbodsbepalingen overtreden worden, zijn nu niet langer verboden. Daar is van belang dat het Europees Hof van Justitie in zijn jurisprudentie heeft bepaald dat onder opzet ook voorwaardelijke opzet moet worden begrepen: “Daarvan is sprake als iemand een handeling verricht en daarbij bewust de aanmerkelijke kans aanvaardt dat zijn gedragingen schadelijke gevolgen hebben voor een dier of plant.”.
Andere bevredigende oplossing(en) De initiatiefnemer moet aantonen en beargumenteren dat er geen andere bevredigende oplossingen zijn waardoor overtreding van de verbodsbepaling(en) kan worden voorkomen, bijvoorbeeld door planaanpassing of het aanpassen van de uitvoeringsperiode. Het is aan het bevoegd gezag (doorgaans dus de provincie) om de alternatieve oplossingen te beoordelen en hierover te besluiten. De onderbouwing moet gebaseerd zijn op objectieve en controleerbare gegevens. Belangen Voor de soorten die beschermd zijn onder de Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn kan alleen ontheffing of vrijstelling worden verleend op grond van de in deze richtlijnen genoemde belangen. Voor de groep van overige, nationaal beschermde soorten wordt uitgegaan van de in de Habitatrichtlijn genoemde belangen, plus een aantal aanvullende belangen. In het Kader - Wettelijk Belang wordt een overzicht gegeven van deze belangen. Staat van instandhouding van de soort Tot slot moeten de effecten van de voorgenomen handeling(en) worden beoordeeld aan de staat van instandhouding (SvI) van de soort. Zie ook kader – Staat van instandhouding. De SvI varieert per soort en per handeling, en is niet vastgelegd in de wet. Een handeling op een zeldzame beschermde soort zal eerder leiden tot een negatief effect op de SvI dan bij een algemene soort.
Belangrijk is ook de trend (aantalsontwikkeling) en de ruimtelijke verspreiding van de soort. Bij de beoordeling moet rekening worden gehouden met cumulatieve (versterkende) effecten, bijvoorbeeld door andere handelingen of ontwikkelingen in de omgeving en met reeds verleende ontheffingen voor dezelfde populaties van deze soort(en). Bij de beoordeling mogen compenserende en mitigerende (verzachtende) maatregelen worden betrokken. Het ecologische toetsingscriterium verschilt per beschermingsregime. Om te beoordelen of aan deze criteria wordt voldaan, moet inzicht worden gegeven in: 1. 2.
De SvI (van de populatie) van de soort (in zijn natuurlijke verspreidingsgebied). Het effect van de handeling of ontwikkeling op de soort.
Kader - Staat van instandhouding •
Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn: “De maatregelen leiden niet tot verslechtering van de staat van instandhouding van de betreffende soort”.
•
Beschermingsregime soort Habitatrichtlijn: “Er wordt geen afbreuk gedaan aan het streven de populaties van de betrokken soort in hun natuurlijke verspreidingsgebied in een gunstige staat van instandhouding te laten voortbestaan”.
•
Beschermingsregime Overige soorten: “Er wordt geen afbreuk gedaan aan het streven de populaties van de betrokken soort in hun natuurlijke verspreidingsgebied in een gunstige staat van instandhouding te laten voortbestaan”.
Voorkomen van overtreding verbodsbepalingen In sommige situaties kunnen maatregelen worden getroffen waardoor negatieve effecten en overtreding van de verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming kunnen worden voorkomen. Bijvoorbeeld door de kap van bomen met broedende vogels uit te stellen tot na de broedtijd. Al kan de boom ook een nest bevatten van een vogelsoort waarbij het nest jaarrond beschermd is, waardoor overtreding niet kan worden voorkomen. Het plannen van werkzaamheden buiten de kwetsbare periode(n) van beschermde soorten is een veel toegepaste maatregel. Andere mogelijkheden om overtreding te voorkomen zijn wellicht het aanpassen van de werkvolgorde, gebruik te maken van andere apparatuur of de werkzaamheden te faseren in ruimte en tijd (zoals in het voorbeeld). Vrijstellingen Onder de Wet natuurbescherming is niet altijd een ontheffing nodig bij handelingen die leiden tot overtreding van de verbodsbepalingen in de wet. Dit zijn bijvoorbeeld de provinciale vrijstellingen en de gedragscodes. Ook kan er sprake zijn van een vrijstelling als de handeling is opgenomen in een beheerplan voor een Natura 2000gebied of programma in het kader van een programmatische aanpak. Tot slot kan het Rijk voor handelingen en activiteiten waarvoor zij bevoegd gezag is een vrijstelling geven in de vorm van een Ministeriële Regeling.
Vrijstellingen kunnen alleen gelden voor de verbodsbepalingen en de voorwaarden zoals genoemd bij de verschillende beschermingsregimes. Provinciale verordening Provinciale Staten kunnen vrijstelling van de verbodsbepalingen verlenen. Zo zijn met een provinciale verordening een aantal vooral algemeen voorkomende en beschermde zoogdieren als egel en rosse woelmuis vrijgesteld van de ontheffingsplicht. Door deze mogelijkheid ontstaan echter wel verschillen in de bescherming van soorten tussen de verschillende provincies.
Kader - Wettelijk Belang Voor vogels beschermd onder de Vogelrichtlijn kan ontheffing of vrijstelling worden verleend op grond van de volgende belangen: •
in het belang van de volksgezondheid of de openbare veiligheid;
•
in het belang van de veiligheid van het luchtverkeer;
•
ter voorkoming van belangrijke schade aan gewassen, vee, bossen, visserij of wateren;
•
ter bescherming van flora en fauna;
•
voor onderzoek en onderwijs, het uitzetten of herinvoeren van soorten, of voor de daarmee samenhangende teelt;
•
om het vangen, onder zich hebben of elke andere wijze van verstandig gebruik van bepaalde vogels in kleine hoeveelheden selectief en onder strikt gecontroleerde omstandigheden toe te staan.
Voor soorten beschermd onder de Habitatrichtlijn, het Verdrag van Bern of het Verdrag van Bonn kan ontheffing of vrijstelling worden verleend op grond van de volgende belangen: •
in het belang van de bescherming van wilde flora of fauna, of in het belang van de instandhouding van de natuurlijke habitats;
•
ter voorkoming van ernstige schade aan met name de gewassen, veehouderijen, bossen, visgronden, wateren of andere vormen eigendom;
•
in het belang van volksgezondheid, de openbare veiligheid of andere dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van sociale of economische aard en met inbegrip van voor het milieu wezenlijk gunstige effecten;
•
voor onderzoek en onderwijs, repopulatie of herintroductie van deze soorten, of voor de daartoe benodigde kweek, met inbegrip van kunstmatige vermeerdering van planten, of
•
om onder strikt gecontroleerde omstandigheden mogelijk te maken op selectieve wijze en binnen bepaalde grenzen een beperkt, bij de ontheffing of vrijstelling vastgesteld aantal van bepaalde dieren van de aangewezen soort te vangen, onder zich te hebben, onderscheidenlijk een beperkt bij de ontheffing of vrijstelling vastgesteld aantal planten van de aangewezen soort te plukken of onder zich te hebben.
Voor andere ‘nationaal’ beschermde soorten kan ontheffing of vrijstelling worden verleend op grond van de volgende belangen: •
de belangen die gelden voor soorten van de Habitatrichtlijn zoals hierboven genoemd;
•
in het kader van de ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden, daaronder begrepen het daaropvolgende gebruik van het ingerichte of ontwikkelde gebied;
•
ter voorkoming van schade en overlast, met inbegrip van schade aan sportvelden, schietterreinen, industrieterreinen, kazernes of begraafplaatsen;
•
ter beperking van de omvang van de populatie van dieren, in verband met door deze dieren ter plaatse en in het omringende gebied veelvuldig veroorzaakte schade of in verband met de maximale draagkracht van het gebied waarin de dieren zich bevinden;
•
ter voorkoming of bestrijding van onnodig lijden van zieke of gebrekkige dieren;
•
in het kader van bestendig beheer of onderhoud in de landbouw of bosbouw;
•
in het kader van bestendig beheer of onderhoud aan vaarwegen, watergangen, waterkeringen, waterstaatswerken, oevers, vliegvelden, wegen, spoorwegen of bermen, of in het kader van natuurbeheer;
•
in het kader van bestendig beheer of onderhoud van landschappelijke kwaliteiten van een bepaald gebied;
•
in het algemeen belang van de betreffende soort.
Programmatische aanpak De Wet natuurbescherming biedt de mogelijkheid om een programmatische aanpak toe te passen. Een dergelijk programma kan zowel door het Rijk als door provincies worden opgesteld. Onder de Flora en faunawet is reeds ervaring opgedaan onder de ‘Generieke’ of ‘Gebiedsgerichte aanpak’. Tevens is voor een aantal grootschalige ontwikkelingen en plangebieden een Generieke ontheffing verleend zoals voor de gemeente Tilburg, het Havengebied Rotterdam en Vliegveld Twente. Het biedt de mogelijkheid om door middel van een actieve leefgebiedenbenadering te streven naar een betere verbinding tussen economie en ecologie. Beheerplan Natura 2000-gebied Tot slot zijn handelingen die onderdeel uitmaken van een beheerplan voor een Natura 2000-gebied of een programmatische aanpak (zoals stikstof) vrijgesteld, mits de handelingen zijn getoetst aan de criteria voor afwijking van de soortenbeschermingsregimes.
www.eelerwoude.nl
Bijlage 4 Landschapsplan
bestemmingsplan Landgoed Hof te Boekelo (vastgesteld)
93
Ontwikkelplan Rood voor Rood Hof te Boekelo
Eelerwoude kleurt het landelijk gebied
Onfwllckelplan Rood voor Rood Hof te Boekelo Concept Versie 3
Opdrachtgever Landgoed Hof te Boekelo Mevr. A.J. Stork-Cromhoff Wullenweg 35 7548 TA Enschede
Opdrachtnemer Eelerwoude Postbus 53 7470 AB Goor T (0547)26 35 15 F (0547)26 33 15 E info@eelerwoude.nl I www.eelerwoude.nl
Projectgegevens: Projectnummer: P3266 Datum: 16-11-2017 Projectleider: Inge Rensink Opgesteld: Marjon Gelink Gecontroleerd: © Eelerwoude 2017, niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden zonder schriftelijke toestemming van Eelerwoude bv. De opmaak van dit rapport gaat uit van dubbelzijdig afdrukken
1
INLEIDING.................................................................................................................5
2
ROOD VOOR ROOD OP LANDGOEDNIVEAU....................................................6
2.1 2.2
Hof te Boekelo één landgoedbedrijf........................................................................ 6 Toepassen Rood voor Rood.................................................................................... 6
3
ONTWIKKELLOCATIES LANDGOEDERVEN......................................................8
3.1
Inleiding......................................................................................................................8
3.2 3.3 3.4 3.5 3.6
Boekelerhofweg 75, erf ’n Plas................................................................................ 9 Boekelerhofweg 50, erf Diekboer............................................................................9 Beldershoekweg 200, erf ’n Snieder........................................................................9 Wullenweg 101, erf’t Wullen................................................................................. 10 Weerseloseweg ongenummerd............................................................................. 10
4
LOCATIES NIEUWBOUW.................................................................................... 11
4.1 4.2 4.3
Kapberg symboliseert huidige tijdsperiode........................................................... 11 Boekelerhofweg 50, erf Diekboer..........................................................................11 Kwinkelerweg ongenummerd................................................................................ 12
5
INVESTERING IN RUIMTELIJKE KWALITEIT...................................................13
6
BEELDKWALITEIT NIEUWE BEBOUWING....................................................... 15
5.1
Boekelerhofweg 50 (reeds verankerd in bestemmingsplan)...............................15
5.2 5.3
Kwinkelerweg ongenummerd................................................................................ 17 Boekelerhofweg 75 (nog op te stellen, wordt aan gewerkt)................................18
BIJLAGE 1 FINANCIËLE ONDERBOUWING.....................................................................19 BIJLAGE 2 ERFONTWERPEN.............................................................................................26
4
Eeierwoude
Ontwikkelplan Concept
Een landgoed is geen statisch geheel, maar is en blijft constant in ontwikkeling. Het zal moeten inspelen op veranderingen en vernieuwingen op het gebied van onder andere landbouw, natuur en landschap en recreatie en toerisme. Daar waar landgoederen de gevraagde flexibiliteit niet tonen, is verval vaak goed zichtbaar. Dit rapport beschrijft de ontwikkelingen op landgoed Hof te Boekelo van dit moment, waarbij de Rood voor Roodregeling centraal staat.
Leeswijzer Voorliggend plan beschrijft de herontwikkeiing van een aantal erven op landgoed Hof te Boekelo en de realisatie van twee woningbouwkavels vanuit de Rood voor Rood regeling van de gemeente Enschede. Daarnaast wordt de investering in ruimtelijke kwaliteit beschreven. Ook is een beschrijving van de beeldkwaliteit opgenomen voor de locaties waar gebouwen worden toegevoegd.
Eelerwoude
Rood voor Rood Hotte Boekelo Concept
5