CConstaterende datenschede
Koppel je AI →
Document · PDF

Kaderbrief 2025 Stadsbank Oost Nederland

Raadsvergadering 29 januari 2024, gemeente enschedeBij agendapunt: Vragen toestemming gemeenteraad wijziging gemeenschappelijke regeling Stadsbank Oost Nederland en Kaderbrief 2025 SON2.285 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Kaderbrief Stadsbank Oost Nederland 2025

Inleiding Voor u ligt de Kaderbrief voor het opstellen van de Primitieve begroting 2025 en Meerjarenraming 2026-2028 van Stadsbank Oost Nederland (SON), kortweg ‘Kaderbrief SON 2025’. Stadsbank Oost Nederland (SON) is vanuit verlengd lokaal bestuur de uitvoerings- en expertise organisatie voor schuldhulpverlening voor 21 gemeenten in Twente en de Achterhoek. Wij werken aan het creëren van directe financiële rust voor onze klanten en het bereiken van duurzame financiële stabiliteit en optimale redzaamheid. Als financieel specialist en deskundige en betrouwbare partner zijn wij een steun en toeverlaat voor mensen met financiële problemen. Ook is voorlichting en preventie een belangrijk onderdeel van ons werk. De inzet van de Stadsbank draagt bij aan het realiseren van de gemeentelijke doelen en wettelijke taken (Wet gemeentelijke schuldhulpverlening Wgs). De dienstverlening van de Stadsbank is gericht op: •

•

•

•

•

het voorkomen dat inwoners van de aangesloten gemeenten in financiële problemen komen of de weg naar financiële hulpverlening niet weten te vinden door o.a. voorlichting op scholen en kennisdeling met partners; een stabiele financiële huishouding door het bevorderen dat klanten hun inkomsten en uitgaven zodanig in balans krijgen en houden dat het ontstaan van betalingsachterstanden wordt voorkomen en dat bestaande betalingsachterstanden (kunnen) worden ingelopen; het oplossen van schulden door het realiseren van een minnelijke, onderhandse regeling van schulden tussen klanten in een (problematische) schuldsituatie en hun schuldeisers; het oplossen van schulden door het realiseren van een oplossing voor klanten met een problematische schuldsituatie waarbij de schuldeisers niet akkoord gaan met een minnelijke regeling van de schulden zoals een Dwangakkoord of het opmaken van een WSNP verklaring. het aanbieden van sociale leningen voor inwoners van de aangesloten gemeenten die niet bij de commerciële banken een lening kunnen krijgen.

Deze kaderbrief bevat de ontwikkelingen en ambities voor de komende jaren en de financiële richtlijnen waar rekening mee wordt gehouden. Beide vormen de input voor de Primitieve begroting 2025 en Meerjarenraming 2026-2028. 2

Ontwikkelingen Naar een klant- en resultaatgerichte dienstverlening Samen met gemeenten is gewerkt aan een nieuwe strategische agenda ‘Samen lossen we schulden op’ waar we sinds dit jaar mee aan de slag zijn. Met die agenda is een nieuw toekomstprofiel van de Stadsbank neergelegd: een klant- en resultaatgerichte expertise organisatie in optimale verbinding met en faciliterend naar gemeenten en hun regie op het sociaal domein. Daarmee verbeteren we onze dienstverlening aan onze klant en vergroten we de impact van de dienstverlening van de Stadsbank in het gemeentelijk sociaal domein. We werken vanuit het perspectief van de menselijke maat met oog voor de mens achter de schuld, vanuit vertrouwen en stimuleren eigenaarschap bij de klant om duurzaam resultaat te halen. De strategische agenda is richtinggevend en is een doorontwikkeling van proces- en productgericht werken naar klant- en resultaatgericht werken. Met meer integrale samenwerking en aansluiting tussen de financiële dienstverlening van de Stadsbank en de overige maatschappelijke ondersteuning van de klant. Hoe dat er uit ziet is lokaal verschillend. We zetten in op langdurige financiële stabiliteit voor de klant en financiële rust en ruimte voor aanpalende problematiek. Daarbij concentreren we ons op drie thema’s die nauw met elkaar zijn verweven: •

Klant- en resultaatgerichte financiële hulpverlening;

•

In optimale verbinding met gemeenten;

•

Met een passende bekostiging.

Sinds januari 2023 is de klantreis, als vertaling van het toekomstprofiel, in implementatie en uitvoering. We hebben meer tijd voor de klant en bieden onder meer acute hulp, voeren zoveel gesprekken als nodig, screenen de post om sneller inzicht te krijgen in de financiële situatie en werken aan eigenaarschap om duurzame verandering te realiseren (voordoen → samendoen → zelf doen). We zitten meer op locatie bij gemeenten. Dit betekent dat we sneller kunnen schakelen en beter deel uitmaken van een integrale aanpak, want schulden komen (bijna) nooit alleen. Hier bouwen we op voort en dit bouwen we uit. We versterken ons lokale netwerk zodat klanten sneller worden doorverwezen en bij uitstroom zacht landen en bijvoorbeeld via vrijwilligersorganisaties nog ondersteuning krijgen als dat nodig is.

3

Met een aantal gemeenten en binnen één van de themalijnen van de Twentse Koers bouwen we (verder) aan een aanpak speciaal voor jongeren. Jongeren vallen vaak buiten de reguliere schuldhulpverlening omdat zij geen stabiel inkomen hebben, er verschillende type problemen spelen en niet weten hoe hulp te zoeken. Terwijl het aanpakken van schulden vaak resulteert in rust en daarmee in een positieve ontwikkeling op andere leefgebieden, zoals het vinden van passend werk of opleiding. Zonder drempels, dichtbij en aansluitend bij de belevingswereld van jongeren doen we wat nodig is. Deze dienstverlening is aanvullend op onze standaarddienstverlening en wordt ook als zodanig verwerkt in de begroting.

Sneller schulden regelen en betere begeleiding naar een redzame toekomst Uit recente cijfers van het CBS blijkt dat het aantal huishoudens met problematische schulden de afgelopen twee jaar is gestegen van circa 620.000 naar ongeveer 726.000 huishoudens. Slechts een klein deel daarvan zoekt daadwerkelijk hulp. Met gemeenten en onze partners streven we naar het eerder en sneller inzetten van begeleiding en het regelen van schulden. Het duurt nu vaak jaren voordat inwoners hulp zoeken. De rol van gemeenten verandert, integrale toegang en regie is of wordt ontwikkeld en er is meer aandacht van Rijk en gemeenten voor bestaanszekerheid, de menselijke maat en de impact van schulden. Hoe sneller schulden kunnen worden geregeld, hoe eerder rust voor de klant ontstaat. Met dit perspectief is de aflostermijn van de minnelijke schuldhulpverlening (MSNP), zoals de Stadsbank die verzorgt, gehalveerd. Verkorting van een schuldregeling levert alleen duurzaam wat op als het lukt om een terugkeer naar een problematische schuldensituatie in de toekomst te voorkomen. Samen met gemeenten onderzoeken we, als gevolg van de halvering van de MSNP, hoe we budgetbeheer (het bieden van financiële stabiliteit) nog optimaler inzetten met betere en intensievere begeleiding naar een redzame en schuldenvrije toekomst. Daarbij kijken we hoe we de administratieve kant van het proces kunnen optimaliseren.

Dit past binnen de ontwikkeling om meer klant- en resultaatgericht te werken. Ook sluit het aan bij het initiatief van het Rijk om basisdienstverlening rond schulden vast te leggen; een verbeterplan voor de schuldhulpverlening ten aanzien van het bereik en de kwaliteit en de wijze waarop begeleiding en nazorg worden vormgegeven. Dat is met name ingegeven door de grote verschillen tussen gemeenten in Nederland. Dit laatste is door de regionale samenwerking hier minder van toepassing. Met het realiseren van basisdienstverlening is echter ook structureel extra financiering gemoeid.

4

Naast de inhoudelijke verandering die dit vraagt, brengen we de mogelijke financiële consequenties van deze ontwikkelingen in kaart. Deze worden verwerkt in de primitieve begroting 2025.

Dynamiek in omvang van de dienstverlening Vanwege de grote dynamiek in het sociaal domein en de economie kan onze dienstverlening in de loop van 2024 worden beïnvloed op inhoud en/of omvang. Deze mogelijke impact nemen we mee bij het opstellen van de primitieve begroting 2025 en gedurende het jaar wordt van de voortgang en mogelijke wijzigingen via onze voortgangsrapportages (voorjaarsnota, najaarsnota, jaarverslag) verslag gedaan.

Onze bedrijfsvoering Ons primaire proces is gericht op de klant en zijn vraag, snelle doorlooptijden, en kwalitatief hoogwaardige dienstverlening op basis van maatwerk, zoveel mogelijk op locatie en dicht bij de klant. Onze ondersteunende processen zijn o.a. gericht op het investeren in en bewaken van een goede ICT, het borgen van een prettige en plezierige werkomgeving en de uitvoering van adequaat Planning en Control en personeelsbeleid. Als gevolg van veranderende wet- en regelgeving nemen onze werkzaamheden hierbij toe, zoals op het vlak van informatiebeveiliging, voorschriften vanuit het BBV, een nieuwe rechtmatigheidsverantwoording en de WOO (wet open overheid). We kijken als Stadsbank continu naar nieuwe ontwikkelingen in schuldhulp, het optimaliseren van achterliggende processen om onze klant zo goed mogelijk van dienst te zijn en onszelf te verbeteren en schaal- en efficiëntie voordelen in onze inkoop. Op deze manier blijven we zorgen voor een zo effectief en efficiënt mogelijke inzet van onze beschikbare middelen.

Richtlijnen De Stadsbank is als verlengd lokaal bestuur een verbonden partij van 14 Twentse en 7 Achterhoekse gemeenten. In onze richtlijnen houden we rekening met de voorwaarden van deze gemeenten en volgen we de gebruikelijke systematiek, rekening houdend met het nieuwe, vastgestelde bekostigingsmodel. Een model dat zoals voorheen is gebaseerd op solidariteit, gemeenschappelijkheid en flexibiliteit, maar met meer voorspelbaarheid, minder productdifferentiatie en meer ruimte voor ontwikkeling. De begrotingsrichtlijnen gaan met name over de uniformiteit in de loon- en prijsmutaties. Voor de loon- en prijsmutaties hanteert SON - conform de richtlijnen van de 5

deelnemende gemeenten voor verbonden partijen - de prijs netto materiële overheidsconsumptie (imoc) en de loonvoet sector overheid van de Macro Economische Verkenning (MEV), opgesteld door van het Centraal Plan Bureau (CPB). Deze cijfers worden hieronder bij de uitgangspunten nader toegelicht. 1. BASIS VOOR HET OPSTELLEN VAN DE BEGROTING 2025-2028 De primaire diensten zijn directe kosten die worden doorberekend als kostprijs per dienst. De materiele kosten en ondersteunde diensten worden als indirecte kosten middels de jaarlijkse bestaansbijdrage (bestaanskosten) voldaan. In het bekostigingsmodel is de totale bijdrage van de gemeenten in feite een optelsom van een bijdrage in de bestaanskosten (vaste kosten) en een bijdrage per dienstafname of beschikbaarheid (variabel deel). De hierboven beschreven ontwikkelingen, de aangepaste bekostiging, de Primaire begroting 2024, de Jaarrekening 2023 en de richtlijnen en voorwaarden van de Twentse en Achterhoekse gemeenten vormen gezamenlijk de leidraad voor de begroting 20252028. Het volumeaantal in de Primaire begroting 2024 wordt doorgetrokken in de Primitieve begroting 2025 en de meerjarenraming 2026-2028. De klantreis wordt op basis van de gemeentelijke pakketkeuze en bijbehorende personele inzet (gewenste beschikbaarheid) berekend.

Additionele afspraken worden opgenomen in de begroting 2025-2028 als er afspraken zijn gemaakt voor deze periode. 2. LOON- EN PRIJSMUTATIES Loonmutaties Uitgangspunt is de actuele salarisstaat inclusief sociale lasten op basis van personele formatie tegen actuele loonkosten op 31-12-2023, geëxtrapoleerd op jaarbasis. Toekenning van periodieken wordt als uitgangspunt meegenomen als ze zeker zijn. Formatie-ontwikkelingen worden afzonderlijk zichtbaar gemaakt in de begroting. Voor vacatures worden de salariskosten van het maximum van de functieschaal gehanteerd min twee periodieken. De cao is voor gemeenten (werkgeversorganisatie VNG) en gemeenschappelijke regelingen (werkgeversorganisatie WSGO) gelijk van strekking. De cao 2023 is begin 2023 van kracht geworden, voor één jaar. Voor 2024 zijn de onderhandelingen begonnen, maar nog niet afgerond.

6

De Primitieve begroting 2025 van de SON wordt begin 2024 opgesteld. Dan is de salarisstaat per 31-12-2023 bekend en kunnen we deze hanteren als uitgangspunt voor de indexen voor het jaar 2025. Schematisch ziet de stijging van de loonkosten in 2025 er als volgt uit:

Uitgaande van de werkelijke loonkosten per 31-12-2023 (herrekend naar jaarlasten) nemen we voor 2024 de cijfers over van de MEV 2024 (19-09-2023) en voor 2025 de cijfers van de cMEV 2024 (Bijlage_12_cMEV24 Kerngegevens collectieve sector, uitgaven en inkomsten, 1970-2028, augustus 2023). Voor 2024 geldt dan een stijging van 6,7% en voor 2025 een stijging van 5,3%. Daarmee stijgen de loonkosten 2025 ten opzichte van 31-122023 in totaal met 12,0%. Dit percentage wordt geadviseerd door de kerngroep financiën van de deelnemende gemeenten. Voor de meerjarenraming worden de indices 4,7% (2026), 4,8% (2027) en 4,2% (2028) uit de cMEV 2024 gehanteerd (Bijlage_12_cMEV24 Kerngegevens collectieve sector, uitgaven en inkomsten, 1970-2028). Als de cao-onderhandelingen voor 2024 voor het einde van 2023 worden afgerond en een wezenlijke afwijking geven van het advies van de deelnemende gemeenten, zullen de deelnemende gemeenten overwegen om een reële(re) loonontwikkeling mee te nemen in een aangepast advies. Dat zullen we meenemen bij de opstelling van de Primitieve begroting 2025 en Meerjarenraming 2026-2028. Prijsmutaties Voor de prijsmutaties nemen we de prijsontwikkeling volgens de cMEV 2024 (Bijlage_12_cMEV24 Kerngegevens collectieve sector, uitgaven en inkomsten, 19702028) als uitgangspunt. Het CBS stelt deze werkelijke inflatoire effecten achteraf nog bij.

Deze bijstelling is nog niet in onze prijsontwikkeling verwerkt als we uitgaan van het prijspeil van de vorige begroting. Daarom worden de correcties over de jaren 2022 tot en met 2024 alsnog meegenomen voor de bepaling van de totale prijsontwikkeling voor het begrotingsjaar 2025. Dit leidt tot een prijsstijging ten opzichte van de begroting 2023 van 1,9%. 7

Jaar

% al verwerkt

% MEV-2024

2022

7,80%

7,70%

-0,10%

2023

5,90%

4,80%

-1,10%

2024

2,40%

3,50%

1,10%

2%

2,00% 1,90%

2025 Inflatiecorrectie 2025

2025 wordt

De prijspeiltoename 2025 van 2% wordt gecorrigeerd met een afname van 0,1% uit 2022, een afname van 1,1% uit 2023 en een toename 1,1% uit 2024 en komt daarmee voor 2025 uit op 1,9%. Voor de meerjarenraming 2026-2028 gaan we uit van een jaarlijkse prijsstijging van 2,0%, waarbij we de prijsontwikkeling volgens de cMEV 2024 doortrekken. 3. INDEXERING TARIEVEN EN BESTAANSKOSTEN OP BASIS VAN DE LOON- EN PRIJSMUTATIES De tarieven zijn volledig berekend volgens het vastgestelde bekostigingsmodel op basis van de beschrijving van de standaard dienstverlening en bijbehorende werkprocessen. De Klantreis wordt op basis van de gemeentelijke pakketkeuze en bijbehorende personele inzet (gewenste beschikbaarheid) berekend. De kosten van de standaard diensten en de Klantreis bestaan volledig uit een personeelscomponent die dan geïndexeerd wordt conform de ontwikkelingen loonmutaties. De bestaanskosten betreffen zowel een loon- als een materiële component. De indexering voor het jaar 2025 en voor de periode 2026-2028 wordt in de onderstaande tabel weergegeven. Indexering bestaanskosten aandeel loonkostencomponent 45% materiële kosten 55% Indexering 100%

2025 12,0% 1,9% 6,4%

2026 4,7% 2,0% 3,2%

2027 4,8% 2,0% 3,3%

2028 4,2% 2,0% 3,0%

4. VERVANGINGSINVESTERINGEN De vrijval als gevolg van de kapitaaluitgaven die in de begroting zijn afgeschreven, wordt in de basis als dekking ingezet voor toekomstige vervangingsinvesteringen. De vervangingsinvesteringen op installaties en gebouwen binnen de SON geschieden conform het Meerjaren Onderhoudsbeheersplan.

8

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=enschede&id=126ea7e4-34a3-4916-b561-bbe78402cb49