Intern advies Zienswijze behandeling
Tekst van het document
Beantwoording zienswijze Afdeling Stadsdeelbeheer
Corsanummer
:
2100008911
Kenmerk/dossiernr
:
Datum
:
2 februari 2021
Datum controle Paraaf
: :
Van
:
Werkveld Bodem de heer M.C. de Jong
Aan
:
College en Raad Enschede
Onderwerp
:
Beantwoording zienswijze Stichting Lonneker Land t.b.v. de verlenging bodembeheernota voormalige vliegbasis Twenthe
Samenvatting
:
De zienswijze verzoekt in de kern genomen met name om nadere toelichting op het voorgenomen besluit. De zienswijze geeft gezien het voorgaande geen aanleiding om het ontwerpbesluit aan te passen voor de definitieve besluitvorming.
1
Inleiding
Op verzoek van TechnologyBase heeft de gemeente Enschede besluitvorming gestart ten behoeve van het verlengen van de geldigheid van de voor het vliegveld Twenthe vastgestelde Bodembeheernota voor het vliegveld. Het ontwerpbesluit heeft van 12 november tot 23 december 2020 ter inzage gelegen. Hiervan is mededeling gedaan in de Huis aan huis Enschede d.d. 11 november 2020.
2
Zienswijze
Door de stichting Lonneker Land is bij brief van 18 december 2020 een zienswijze ingediend. Zakelijk weergegeven brengt de stichting de volgende onderdelen naar voren: 1. Waarom wordt het einde van de geldigheidsduur van de bodembeheernota niet aangegrepen om het grondbeleid van Technology Base onder de regels van het Twentse regionale beleid te stellen waaronder ook de overige terreinen in de gemeente Enschede vallen? 2. Welk veldwerk is er ten behoeve van de vernieuwing van de bodemkwaliteitskaart in het jaar 2000 verricht en hoever is de voorbereiding van de nieuwe bodemkwaliteitskaart inmiddels gevorderd? 3. Waarom wordt de invoering van een nieuwe bodemkwaliteitskaart uitgesteld samen met het voorstel om de bodembeheernota te verlengen? 4. Is deze nieuwe verlenging van de bodemkwaliteitskaart wettelijk mogelijk en welke besluitvorming is daarvoor nodig. Welke evaluaties dienen daaraan voorafgaand worden uitgevoerd? 5. Het argument dat de PFAS-regeling van het rijk nog niet definitief is vastgesteld betekent niet dat de PFAS problematiek genegeerd kan worden. Worden bovengenoemde richtlijnen opgevolgd indien de bodembeheernota 2011-2020 verlengd wordt? 6. Waarom is het bestaan van deze richtlijnen niet voldoende om nu nieuw grondbeleid vast te leggen waarin rekening gehouden wordt met de komende wetgeving op PFASgebied?
Beantwoording zienswijze Afdeling Stadsdeelbeheer 7. 8. 9.
10. 11. 12.
13. 14.
15.
3
Is er nieuw bodemonderzoek nodig voor een nieuwe bodemkaart? Kan een nieuwe bodemkaart onderdeel worden van het regionale Twentse Bodemkwaliteitskaart Twente? Zo nee, waarom niet? Het terrein van de Voormalige vliegbasis Twenthe is opgedeeld in een aantal zones. De ontwikkelingsfase van de verschillende zones van het terrein divergeert. Kunt u de behoefte aan één gebied-specifiek grondbeleid voor de gezamenlijke zones duidelijk maken? Hoe verklaart u dat er met het verlengen van de bodembeheernota kostenbesparing wordt bereikt? Waaruit bestaat de kostenbesparing die verkregen wordt door het verlengen van de bodembeheernota? Zijn de onderzoekkosten niet noodzakelijk indien een nieuwe kwaliteitskaart en bodembeheernota pas over twee jaar gereed zullen zijn? Is het de bedoeling dat de verlengde bodembeheernota ook voor de oprichting van een “nieuwe spottershill” aan de Grefteberghoekweg wordt gebruikt? Dat is verwarrend omdat de spottershill die al bij de EHS (Nieuwe Natuur) is gerealiseerd ook zo wordt aangeduid.
Wat is de reden voor deze uitzondering? Hoe verhoudt zich die uitzondering tot de uitspraak dat alle regelgeving voor PFAS en gerelateerde verontreinigingen voldoet? Het is bevreemdend dat landelijke nieuwe richtlijnen op PFAS-gebied belemmerend zijn voor het opstellen van een nieuwe Bodembeheernota en niet voor het uitvoeren van grondtransporten en grondopslag van grond waarvan op grond van bodemonderzoek duidelijk is dat er PAK of andere vervuiling aanwezig is. Wanneer en op welke wijze wordt het gebied-specifieke grondbeleid voor de Voormalige Vliegbasis Twenthe omgezet naar het regionale grondbeleid Twente? Zou dat ook nu reeds kunnen?
Reactie
Hieronder worden de punten verder beschreven en beantwoord.
3.1 Vliegveld Twenthe onder het Twentse regionale beleid brengen (punt 1, 8, 15) Punt 1:
Waarom wordt het einde van de geldigheidsduur van de bodembeheernota niet aangegrepen om het grondbeleid van Technology Base onder de regels van het Twentse regionale beleid te stellen waaronder ook de overige terreinen in de gemeente Enschede vallen? Punt 8: Kan een nieuwe bodemkaart onderdeel worden van het regionale Twentse Bodemkwaliteitskaart Twente? Zo nee, waarom niet? Punt 15: Wanneer en op welke wijze wordt het gebied-specifieke grondbeleid voor de Voormalige Vliegbasis Twenthe omgezet naar het regionale grondbeleid Twente? Zou dat ook nu reeds kunnen? Conform de Richtlijn bodemkwaliteitskaarten worden acht stappen doorlopen om te komen tot een bodemkwaliteitskaart (en een daarbij aansluitende Nota bodembeheer indien gewenst). In stap 2 wordt beschreven dat onderscheidende kenmerken worden gezocht. Hierbij kan in ieder geval gedacht worden aan bodemopbouw, gebruikshistorie, ontwikkeling wijken of gebieden, geomorfologie, en het huidig bodemgebruik. Het vliegveld kent een zodanig afwijkende gebruikshistorie van de rest van de regio, dat onafhankelijk van de vraag onder welk beleid het gebied valt, bij stap 4 dit zou leiden tot indeling in de klasse Gebiedsgericht.
Het is beleidsmatig niet gewenst om de fysisch (o.m het voorkomen van munitieresten) en chemisch wisselende kwaliteit naar de omgeving te brengen, terwijl hergebruik op het vliegveld en de daar plaatsvindende ontwikkelingen niet tot diezelfde beleidsmatige vragen aanleiding geven omdat het daar beheersbaar blijft. Als terzijde merken wij op dat voor zover er geen gebiedseigen reden is om daarvan af te wijken, het regionaal Twents beleid de onderlegger vormt.
Beantwoording zienswijze Afdeling Stadsdeelbeheer 3.2 Waarom wordt de invoering van een nieuwe bodemkwaliteitskaart uitgesteld (punt 3, 5, 6, 10, 11, 14) Punt 3:
Waarom wordt de invoering van een nieuwe bodemkwaliteitskaart uitgesteld samen met het voorstel om de bodembeheernota te verlengen? Punt 5: Het argument dat de PFAS-regeling van het rijk nog niet definitief is vastgesteld betekent niet dat de PFAS problematiek genegeerd kan worden. Worden bovengenoemde richtlijnen opgevolgd indien de bodembeheernota 2011-2020 verlengd wordt? Punt 6: Waarom is het bestaan van deze richtlijnen niet voldoende om nu nieuw grondbeleid vast te leggen waarin rekening gehouden wordt met de komende wetgeving op PFASgebied? Punt 10: Hoe verklaart u dat er met het verlengen van de bodembeheernota kostenbesparing wordt bereikt? Waaruit bestaat de kostenbesparing die verkregen wordt door het verlengen van de bodembeheernota? Punt 11: Zijn de onderzoekkosten niet noodzakelijk indien een nieuwe kwaliteitskaart en bodembeheernota pas over twee jaar gereed zullen zijn? Punt 14: Het is bevreemdend dat landelijke nieuwe richtlijnen op PFAS-gebied belemmerend zijn voor het opstellen van een nieuwe Bodembeheernota en niet voor het uitvoeren van grondtransporten en grondopslag van grond waarvan op grond van bodemonderzoek duidelijk is dat er PAK of andere vervuiling aanwezig is. Vooropgesteld moet worden dat verlenging mogelijk is, en dat de vraag gesteld wordt of dit nu verstandig is.
Landelijk en regionaal beleid voor PFAS normen moet nog worden op- en vastgesteld. Daarop vooruitlopen leidt tot extra kosten nu het mogelijk is dat dan de kaart opnieuw moet worden vastgesteld, of geconstateerd moet worden dat nog voor het definitief vaststellen van de bodemkwaliteitskaart regelgeving wordt vastgesteld die aanpassing van de kaarten noodzakelijk maakt. Er is dus sprake van kosten die komen bovenop de kosten die in ieder geval al gemaakt moeten worden. De stichting merkt op dat de PFAS problematiek niet genegeerd kan worden. Wij wijzen erop dat zolang er geen nieuw gebiedsgericht beleid in de Bodembeheernota voor PFAS wordt vastgesteld de generieke regels voor PFAS gewoon gelden, ook na verlenging. Deze regelgeving resulteert op zichzelf in extra kosten maar maakt niet dat toepassen van grond onmogelijk wordt. PFAS komt immers maar beperkt voor op het terrein. De conclusie is dat het onder deze omstandigheden, en met name gezien PFAS, op dit moment verstandig is te verlengen en zo snel mogelijk nadat dit beleid bekend is gemaakt een nieuwe bodemnota op te stellen.
3.3 Punt 4:
Wettelijke mogelijkheden (punt 4) Is deze nieuwe verlenging van de bodemkwaliteitskaart wettelijk mogelijk en welke besluitvorming is daarvoor nodig. Welke evaluaties dienen daaraan voorafgaand worden uitgevoerd?
De gemeenteraad is ingevolge art. 44 van het Besluit bodemkwaliteit bevoegd gebiedsgericht beleid vast te stellen. Met een verlenging wordt het vorige besluit aangepast. Ingevolge art. 51 van het Besluit bodemkwaliteit kan dat, maar zijn dan gewoon de procedureregels van toepassing die ook gelden bij vaststelling. Dat houdt in dat een ontwerpbesluit wordt gepubliceerd en de Raad de wijziging vaststelt op grondslag van art. 44 van het Besluit bodemkwaliteit.
Beantwoording zienswijze Afdeling Stadsdeelbeheer 3.4 Activiteiten TechnologyBase (punt 2, 7) Punt 2: Punt 7:
Welk veldwerk is er ten behoeve van de vernieuwing van de bodemkwaliteitskaart in het jaar 2000 verricht en hoever is de voorbereiding van de nieuwe bodemkwaliteitskaart inmiddels gevorderd? Is er nieuw bodemonderzoek nodig voor een nieuwe bodemkaart?
Het beperken van uit te voeren veldwerk is op zichzelf geen grond voor dit besluit. In zoverre behoeft deze zienswijze geen antwoord. Het college beschikt ook nog niet over deze informatie. Aanvullend onderzoek kan noodzakelijk zijn en dat zal blijken als de regelgeving definitief is.
3.5 Behoefte aan gebiedsspecifiek beleid bij divergerende ontwikkelingsfases (punt 9) Punt 9:
Het terrein van de Voormalige vliegbasis Twenthe is opgedeeld in een aantal zones. De ontwikkelingsfase van de verschillende zones van het terrein divergeert. Kunt u de behoefte aan één gebied-specifiek grondbeleid voor de gezamenlijke zones duidelijk maken?
De behoefte aan gebiedsspecifiek beleid wordt niet minder als ontwikkelingen al gerealiseerd zijn. Ook in de daarna volgende onderhoudsfase heeft gebiedsgericht beleid een rol. Dat blijkt ook uit het feit dat er een regionaal bodembeleid is. Immers het is niet de verwachting dat de gehele regio een ontwikkelingslocatie is.
3.6
Spottershill (punt 12)
Punt 12: Is het de bedoeling dat de verlengde bodembeheernota ook voor de oprichting van een “nieuwe spottershill” aan de Grefteberghoekweg wordt gebruikt? Dat is verwarrend omdat de spottershill die al bij de EHS (Nieuwe Natuur) is gerealiseerd ook zo wordt aangeduid. Ten aanzien van de “nieuwe spottershill” verandert dit besluit niets. De situatie blijft zoals die is.
3.7
Onderzoeksplicht voor PFAS (punt 13)
Punt 13: Wat is de reden voor deze uitzondering? Hoe verhoudt zich die uitzondering tot de uitspraak dat alle regelgeving voor PFAS en gerelateerde verontreinigingen voldoet? Het nulsituatie onderzoek voor de locatie Grefteberghoekweg is geen onderdeel van dit besluit noch heeft dit besluit gevolgen voor dat onderzoek. Het wettelijk kader wat daarop betrekking heeft is geregeld in art. 2.11 van het Activiteitenbesluit milieubeheer.