Inrichtingsplan Beheerplan V4
Tekst van het document
5.3 Verbinding met en inpassing in de directe omgeving Zonnepark Broekheurne zal vanuit de directe omgeving zo minimaal mogelijk te beleven zijn als energie productieveld. Het projectgebied wordt geheel omsloten door bestaande wegen. Aan de randen van de projectlocatie worden parallel aan de hoofdwegen die noord (Usselerveenweg), west (Usselermarkeweg) en oost (Riethermsteeg) zijn gelegen, brede struwelen (10m breed) voorzien, waardoor er een ruime afstand tussen de openbare weg en productievelden gecreëerd wordt, de randen op een groene wijze verzacht worden en de productievelden zoveel mogelijk aan het zicht onttrokken worden. Deze struwelen kennen vanaf de wegen gezien een oplopende structuur, waardoor de ruimtelijkheid behouden blijft. Wanneer het zonnepark gepasseerd wordt via de omliggende doorgaande openbare wegen, valt het zonnepark niet op en rijdt men langs parallel aan de wegen gelegen landschapselementen. Er ontstaat een eenduidige groene uitstraling aan de buitenzijde. 32|ZONNEPARK BROEKHEURNE |Inrichtingsplan & Beheerplan
Studio Nico Wissing
Aan de zuidzijde is de Ontginningsweg gelegen, welke ook begeleid wordt door parallel aan de weg gelegen aanwezige bomenrijen. Aan deze zijde van het projectgebied wordt een landschappelijke (bijen)haag toegepast om de productievelden aan het directe zicht te onttrekken. Vanwege veiligheidsredenen worden de productievelden rondom omzoomd middels een (zo onopvallend mogelijk) hekwerk van ca. 240cm hoog. Tevens zullen er camera’s geplaatst worden die bijdragen aan de beveiliging van de productievelden. Het hekwerk wordt zoveel mogelijk aan het directe zicht onttrokken door deze aan de binnenzijde van de omliggende groene landschapselementen te plaatsen. Aan de onderzijde van het gaas is ca. 10cm vrijgelaten t.o.v. het maaiveld, t.b.v. de passeerbaarheid van het hekwerk voor kleine zoogdieren, dat daardoor wel tot de productievelden toe kan treden. Het totale plangebied wordt als één Zonnepark ontwikkeld, waarbij wel een opdeling in twee productievelden plaatst zal vinden. Deze opdeling in twee verschillende gebieden komt tot stand door de aanwezigheid van de watergang Usselerstroom. Hierdoor is er een oostwest verbinding doorheen het gebied welke uitermate geschikt is en een uitgelezen kans biedt hier een groenblauwe drager van te maken binnen het totale plangebied .
Deze kans hebben wij dan ook aangegrepen, waardoor er een zeer ruimtelijke groenblauwe zone (binnen de totale productielocatie) ontstaan is waar een diversiteit aan groene inrichtingselementen alle kans voor flora & fauna biedt en de biodiversiteit & natuurlijke uitstraling van het gebied versterkt worden. Het creëert lucht en ruimte binnen het totale plangebied en door de invulling met een diversiteit aan landschapselementen, ruimte voor waterberging en natuurontwikkeling heeft het een multifunctioneel natuurlijk en gebruiksvriendelijk karakter die tevens bijdraagt aan het in stand houden van de ruimtelijke indeling en verkaveling binnen het gebied en daardoor de aansluiting met de directe omliggende omgeving behoudt. Door de randen van de Usselerstroom deels anders vorm te geven en te verlagen, waarbij de verwijzing naar het verleden van ontginning van het veengebied (turfsteken) gemaakt wordt, ontstaan er parallel aan beide zijden van de Usselerstroom plas-draszones. Deze zones dragen in perioden met overvloedige regenval, door het water bufferend vermogen dat ze hebben, bij aan een vertraagde afvoer van het hemelwater, dat hier dan vastgehouden kan worden en langzaam in de ondergrond kan wegzakken.
Tevens is er in dit gebied tussen de twee productievelden de mogelijkheid om wellicht later een toeristisch/recreatief voet- / fietspad aan te leggen in deze groenblauwe tussenzone. Om de verbinding met en inpassing in de directe omgeving te verduidelijken, zijn er een aantal doorsneden gemaakt om onder andere de inrichting van de randen van de projectlocatie te visualiseren (zie bijlage 2 & 3).
5.4 Inrichting van het zonnepark/ productievelden De productievelden voor opwekking van duurzame energie bestaan uit diverse technische elementen, welke hieronder beschreven en toegelicht worden. De paneelopstelling/ richting is zuid georiënteerd en volgt de verkavelingsstructuur. Er wordt gebruik gemaakt van paneeltafels met een minimale hoogte van 80cm en maximale hoogte van 240cm t.o.v. maaiveld. Door voldoende tussenruimte tussen en rond de paneelopstelling vrij te houden (minimaal 350cm) wordt rekening gehouden met toetreding van daglicht rondom en onder de panelen en voldoende mogelijkheid voor waterinfiltratie in de bodem. Hierdoor blijft voldoende goede bodemkwaliteit en groeiomstandigheden voor een bloem en kruidenrijk grasland vegetatie gewaarborgd. De panelen worden uitgevoerd in een donkerblauwe/zwarte kleur en zijn van één type, waardoor er een uniformiteit ontstaat. 33|ZONNEPARK BROEKHEURNE |Inrichtingsplan & Beheerplan
Studio Nico Wissing
Verdeeld over de productievelden worden meerdere transformatoren geplaatst, welke meer centraal binnen de productievelden, op een ruime afstand van omliggende woningen en openbare wegen gelegen zijn. Hierdoor is de kans op direct zicht op en mogelijke hinder van de transformatoren vanuit de omgeving zoveel mogelijk weggenomen en zeer gering. (zie bijlage 5, Technisch ontwerp) Er geldt een opruimplicht voor de paneelopstelling(en) en bijbehorende technische installaties na 25 jaar in gebruik te zijn geweest. Hiervoor is een Bëindigingsplan met bijbehorende tekening opgesteld (zie bijlage 6 & 7). Ten behoeve van beheer en onderhoud van de productievelden is toegang tot de productievelden noodzakelijk. Ieder productieveld heeft (vanuit veiligheidsoogpunt) twee toegangspoorten welke de bereikbaarheid en toegankelijkheid van de velden verzorgt. De productievelden worden via de aanwezige omliggende openbare wegen ontsloten, maar zijn ook centraal binnen het totale gebied verbonden met elkaar door een onderhoudspad en twee toegangspoorten. Deze toegangen en het doorgaande onderhoudspaden binnen de productievelden zullen voorzien worden van waterpasserbare halfverharding welke de toegankelijkheid waarborgen. Binnen het plangebied zijn de productievelden, vanwege veiligheidsredenen, niet vrij toegankelijk.
De twee toegangspoorten tot de productievelden, welke aan de zijde van de openbare weg gesitueerd zijn, zullen de twee punten zijn van waaruit de productievelden (doorheen de poort) wel te zien en beleven zijn. Om toch te voorzien in informatievoorziening en de mensen te informeren, wordt er (aan de zijde Usselermarkeweg) middels een informatiebord op een educatieve wijze uitgelegd en toelichting gegeven op het zonnepark in zijn totaliteit, duurzame energieopwekking, de landschappelijke inrichting, historie van de plek en natuurontwikkeling. Dit informatiepunt zal tevens voorzien worden van een insectenhotel en een bankje zodat dit ook een rustpunt.
Afbeelding 30; Streefbeeld informatiebord / -punt
34|ZONNEPARK BROEKHEURNE |Inrichtingsplan & Beheerplan
Studio Nico Wissing
Afbeelding 31; Streefbeeld / tekening landschappelijk hekwerk, onderste 10cm vrijhouden t.b.v. doorgang kleine zoogdieren
Afbeelding 32; Streefbeeld kruidenrijk ruiggras vegetatie tussen de panelen
35|ZONNEPARK BROEKHEURNE |Inrichtingsplan & Beheerplan
Studio Nico Wissing
Afbeelding 33; Streefbeeld bloem- & kruidenrijk grasland & insectenhotel
Afbeelding 34; Streefbeeld natuurlijke vegetatie langs watergang
36|ZONNEPARK BROEKHEURNE |Inrichtingsplan & Beheerplan
Studio Nico Wissing
Afbeelding 35; Streefbeeld beheer / natuurlijke begrazing
Afbeelding 36; Streefbeeld bijenhaag
37|ZONNEPARK BROEKHEURNE |Inrichtingsplan & Beheerplan
Studio Nico Wissing
6. Beplantings- en beheerplan Binnen de kaders van het projectgebied wordt een productielocatie voor opwekking van zonneenergie gerealiseerd. Dit productiegebied dient op een zo mooi mogelijke wijze ingepast te worden in de omgeving. Waarbij er ook maatregelen genomen dienen te worden om verslechtering van ecologie, bodem en water te voorkomen. Natuurinclusief zonnepark SDE++-regeling Dit zonnepark valt in de categorie ‘natuurinclusieve zonneparken’ uit de SDE++-regeling (of SCEregeling). Doel van deze categorie is om te bewerkstelligen dat een zonnepark gedurende de looptijd geen verslechtering van ecologie, bodem en water veroorzaakt. In dit beplantings- en beheerplan (en in de ruimtelijke onderbouwing) staan diverse inrichtingskenmerken genoemd die hieraan bijdragen. Ten behoeve van de toetsbaarheid zijn deze in onderstaand overzicht per functie gerangschikt. Ecologie De kwaliteit van de ecologie wordt meestal uitgedrukt in de mate van biodiversiteit – de soortenrijkdom aan flora en fauna. In een nulmeting voorafgaand aan de bouw van het zonnepark geeft een ecoloog op basis van een veldbezoek een algemene indruk van de op dat moment aanwezige soortenrijkdom.
Tijdens de exploitatie wordt dit elke 5 jaar herhaald (veranderprocessen in de natuur gaan in de regel traag) en wordt er ingegrepen als het erop lijkt dat de soortenrijkdom vermindert ten opzichte van de uitgangssituatie. Om achteruitgang te voorkomen, worden er maatregelen getroffen die de soortenrijkdom juist een boost geven - De toegepaste vegetatie (bomen, struiken en kruidachtige gewassen) bestaan uit inheemse soorten (dit levert beschutting en voedsel op voor insecten, vogels en kleine zoogdieren) en zijn afgestemd op de bodem. - Inzaai van bodembedekking over het hele perceel, bestaande uit een mengsel van bloem- en kruidenrijk grasland en ruig-grasvegetatie (dit brengt variatie in bodemgebruik, stimuleert het bodemleven, vormt een voedingsbron voor insecten en biedt beschutting aan verschillende faunasoorten zoals bijvoorbeeld vogels). - De voorgenomen inrichting van de Usselerstroom, waar op een aantal plekken riet- en natuurvriendelijke oevers worden gecreëerd. Hierdoor is ruimte voor een diversiteit aan oevers; steil, flauw, plas-dras, e.d. met een variatie aan gradiënten (belangrijk voor de voedselvoorziening en voortplanting van amfibieën en insectensoorten als libellen). - Door deze verschillen in leefmilieus ontstaan meer gradiënten in het landschap, hetgeen gebieden zijn waar de soortenrijkdom het grootst is.
- Door toepassing van extensief sinusbeheer met schapenbeweiding krijgen grassen en kruiden de gelegenheid te bloeien en zaad te worden, waardoor deze soorten zich in stand kunnen houden en een goede voedingsbron vormen. Bodem Vanuit het perspectief van de ondergrond zijn er meerdere factoren aan te wijzen die een verslechtering betekenen, zoals vervuiling (met zware metalen, minerale oliën, etc.), erosie/kaalslag, verdroging en verdichting. Om achteruitgang te voorkomen, worden met het zonnepark de volgende maatregelen getroffen: - Panelen staan op een hoogte van 0,80 meter aan de voorzijde en 2,40 meter aan de achterzijde, waardoor er voldoende licht en vocht onder de panelen kan komen om de groene bodembedekking in stand te houden (dit voorkomt bodemerosie en verdroging en houdt het organische-stofgehalte in de bodem op peil). Tussen de paneelrijen is telkens 3,50 meter aan onbedekte tussenruimte. - Er wordt niet bemest, er worden geen insecticiden of herbiciden gebruikt.
38|ZONNEPARK BROEKHEURNE |Inrichtingsplan & Beheerplan
Studio Nico Wissing
-
Er wordt alleen met zwaar materieel over de aangelegde half-verharde paden gereden (dit voorkomt bodemverdichting). Er worden geen materialen gebruikt die giftige stoffen bevatten of die een significante uitloging hebben. Er zijn geen emissies. De gevarieerde bodembedekking geeft tevens een variëteit in wortelgestellen en nutriëntenopname en bevordert tevens de variëteit in bodemleven. De bodem wordt grotendeels 25 jaar met rust gelaten (er wordt niet geploegd, gefreesd, overheen gereden, etc.)
Water Ook vanuit waterperspectief zijn er meerdere factoren aan te wijzen die een verslechtering betekenen, zoals vervuiling (met zware metalen, minerale oliën, pesticiden, etc.) en een overvloed aan nutriënten (wat in agrarische omgevingen veelal aan de orde is). De volgende maatregelen helpen om achteruitgang te voorkomen: - Er wordt niet bemest, er worden geen insecticiden of herbiciden gebruikt. - Er worden geen materialen gebruikt die giftige stoffen bevatten of die een significante uitloging hebben. - Bij risico-installaties (zoals olie-geïsoleerde trafostations) worden maatregelen getroffen om spill te voorkomen (deze trafo’s hebben een ingebouwde lekbak). Inpassing van het zonnepark in de omgeving en instandhouding groenblauwe structuren De voorkeur gaat uit naar het zoveel mogelijk uit het zicht halen van en het beperken van direct zicht op de productievelden/ paneelopstellingen. Het uitgangspunt en de visie op de toe te passen beplantingen is dat, de diversiteit en variatie aan beplantingstypen/ -elementen die toegepast worden binnen de projectlocatie de aanwezige structuren en patronen binnen het totale gebied en de directe omgeving versterken. Ze dragen bij aan de biodiversiteit, versterken flora & fauna en stimuleren natuurlijke ontwikkeling.
De beplanting (soorten) die toegepast wordt is inheems (bij voorkeur ook autochtoon), betreft een gebiedsselectie/past bij de groeiplaatsomstandigheden van het gebied, is bes-vruchtdragend en zeer gevarieerd in groei en bloeiwijze. (uitgangspunt hierbij is o.a. de lijst met streekeigen en inheemse bomen & struiken in Overijssel van Landschap Overijssel) De Usselerstroom en de bijbehorende onderhoudspaden blijven in beheer en onderhoud bij Waterschap Vechtstromen, zij zullen het onderhoud en beheer volgens hun eigen schema uitvoeren. Dit i.v.m. het waarborgen van de water (af)voerende capaciteit van de Usselerstroom. De plas-draszones en de bijbehorende onderhoudspaden komen in beheer van de ontwikkelmaatschappij. Zij zullen het onderhoud en beheer volgens hun eigen schema uitvoeren, waarbij het gewenste natuurlijke beeld dat wij voor ogen hebben voor deze zone nagestreefd wordt, en de water(af)voerende functionaliteit van de Usselerstroom ten alle tijden de belangrijkste pijler is. Jaarlijks zal er een veldinspectie plaatsvinden om de huidige toestand en staat van onderhoud en beheer van de landschapselementen te controleren en beoordelen. Dit is het moment om hierin bij te sturen en zaken bij te stellen, indien nodig. Hieronder wordt per groen landschapselement een toelichting gegeven met daarbij een beschrijving van het bijbehorende onderhoud en beheer.
39|ZONNEPARK BROEKHEURNE |Inrichtingsplan & Beheerplan
Studio Nico Wissing
6.1 Bomen De bestaande bomen, welke voornamelijk aan de randen van het projectgebied in de openbare buitenruimte staan, blijven (zoveel mogelijk) behouden. Dit is natuurlijk wel afhankelijk en gerelateerd aan de huidige omstandigheden van de boom, waarbij o.a. gezondheid, levensduur/ verwachting, locatie, eigendom en inpassing binnen het opgestelde plan de uitgangspunten en beoordelingscriteria zijn om een boom te behouden of te verwijderen. De nieuwe bomen die in het plan ingepast worden zijn met name bomenrijen die aan de randen van het gebied, in de struwelen parallel aan de omliggende wegen, aangeplant worden. Dit betreft dan specifiek aangeplante boomvormers die vrij uit kunnen en mogen groeien in het struweel. In de delen langs de Usselerstroom welke natuurlijker ingericht worden voor een natuurlijkere uitstraling en waterretentie, worden ook een aantal bomen voorzien in de struwelen. De bomen die aangeplant worden, kennen over het algemeen een zeer summier beheer. Ze kunnen vrijwel overal op een natuurlijke wijze vrij uitgroeien, omdat ze in brede groenstroken (struwelen) staan. Aanleg o Plant in het najaar, zolang het niet vriest, zodat de beplanting langer de kans krijgt aan te slaan voordat de zomer begint. o De bomen worden aangeplant als boomvormer (maat 10-12) zodat er meteen resultaat te zien is. o Aanbrengen (boom)bescherming tegen vraat.
Het sortiment bomen bestaat o.a. uit; Zwarte Els (Alnus glutinosa) Berk (Betula pubescens) Zomereik (Quercus robur) Ontwikkelingsbeheer (jaar 0 t/m 2) o Bij extreme droogte, de eerste paar jaar watergeven. o Bij uitval inboeten van de bomen. o Jaarlijks rond de bomen de kruidachtige vegetatie maaien (let op dat de boom niet beschadigd) Instandhoudingsbeheer (vanaf jaar 2) o Periodieke controle en mogelijk begeleidende snoei is wellicht noodzakelijk om de boomvormers in stand te houden in de struwelen. o Snoeiwerkzaamheden kunnen het beste plaats vinden in de periode van half november tot half maart. o Het snoeiafval (takken) wordt binnen de struwelen verwerkt in takkenrillen, waar het ten goede komt van de biodiversiteit en naast voedsel ook nest- en schuilmogelijkheden biedt aan verschillende zoogdieren, amfibieën, insecten en vogels. Na afloop van de exploitatieperiode Na afloop van de exploitatieperiode (25 jaar) van Zonnepark Broekheurne zullen de bomen behouden blijven. Zie hiervoor ook het Bëindigingsplan en de beëindigingstekening (bijlage 6 & 7).
40|ZONNEPARK BROEKHEURNE |Inrichtingsplan & Beheerplan
Studio Nico Wissing
Afbeelding 37; Streefbeeld bomen in struweel (1)
Afbeelding 38; Streefbeeld bomen in struweel (2)
Afbeelding 39; Doorsnede A - AA (ruimtelijkheid langs openbare weg, Usselerveenweg) (dd. 28-11-2024)
41|ZONNEPARK BROEKHEURNE |Inrichtingsplan & Beheerplan
Studio Nico Wissing
6.2 Struweel Er liggen verspreid langs de randen van het zonnepark een aantal brede struwelen met een mantel/zoomvegetatie. Hier heeft het struweel de ruimte zich te ontwikkelen met een overgangsvegetatie van het kruidenrijk grasland naar de zoom en mantelvegetatie van het struweel waardoor er een ecologisch meerwaarde ontstaat. De biodiversiteitswaarde neemt hierdoor toe. De zoomvegetatie is de plek waar ongewervelden (o.a. vlinders & libellen, maar ook slakken en kevers) van profiteren en daarmee ook positief zijn voor de dieren voor wie zij een prooi zijn, zoals kleine zoogdieren en vogels. Aanleg o Voor het aanplanten van een struikenstruweel moet de te beplanten strook los worden gemaakt, bijvoorbeeld door te frezen. o Tevens zal het aanbrengen van een extra toplaag humushoudende grond (bv. uit de ont-/ vergraving van de Usselerstroom) aangebracht kunnen worden om te voorzien in een grondverbetering die de groeiomstandigheden verbeterd. o Zorg voor plantmateriaal dat inheems (bij voorkeur autochtoon) is en niet diep wortelende beplanting/bosplantsoen passend bij de bodem en waterhuishouding binnen de planlocatie. o Er wordt gekozen voor plantmateriaal van enig formaat, maat 100-120cm, om zo een sneller resultaat te behalen. Nog grotere planten hebben vaak meer moeite met aanslaan waardoor groeivertraging optreedt en meer inboet noodzakelijk is.
o Plant op/tot 1 meter vanaf het hek in wildverband en zet drie tot vijf stuks van dezelfde soort bij elkaar om zo ook trager groeiende soorten de kans te geven zich te handhaven. Plant in meerdere rijen, circa één struik per strekkende meter. Het sortiment bestaat (wisselend over de verschillende struwelen) o.a. uit; Zwarte Els (boomvormer) (Alnus glutinosa) Berk (boomvormer) (Betula pubescens) Haagbeuk (Carpinus betulus) Rode kornoelje (Cornus sanguinea) Hazelaar (Corylus avellana) Eénstijlige meidoorn (Crataegus monogyna) Tweestijlige meidoorn (Crataegus laevigata) Brem (Cytisus scoparius) Duindoorn (Hippophae rhamnoides) Hulst (Ilex aquifolium) Grove den (Pinus sylvestris) Gewone vogelkers (Prunus padus) Sleedoorn (Prunus spinosa) Zomereik (boomvormer) (Quercus robur) Wegedoorn (Rhamnus cathartica) Vuilboom (Rhamnus frangula) Bosaalbes (Ribes rubrum) Hondsroos (Rosa canina) Egelantier (Rosa rubiginosa) Geoorde wilg (Salix aurita) Grauwe Wilg (Salix cinerea) Lijsterbes (Sorbus aucuparia) Gelderse roos (Viburnum opulus)
42|ZONNEPARK BROEKHEURNE |Inrichtingsplan & Beheerplan
Studio Nico Wissing
Ontwikkelingsbeheer (jaar 0 t/m 4) o Bij droogte de eerste paar jaar water geven. o Bij uitval van meer dan 10% inboeten. o Er zal vanaf moment van aanplant de eerste drie jaar, jaarlijks extensief onkruidbeheer plaats vinden om groei van het struweel te stimuleren en het onkruid te verwijderen/in toom te houden. Let hierbij op dat de planten tijdens het onderhoud niet beschadigen. o Invasieve soorten (als Japanse duizendknoop en berenklauw) worden jaarrond bestreden. o Indien noodzakelijk, zal aan de buitenzijden gesnoeid worden (begeleidings-snoei en verwijderen overhangende takken). o Het snoeiafval (takken) wordt binnen de struwelen verwerkt in takkenrillen, waar het ten goede komt van de biodiversiteit en naast voedsel ook nest- en schuilmogelijkheden biedt aan verschillende zoogdieren, amfibieën, insecten en vogels. Instandhoudingsbeheer (vanaf jaar 4) o Het struweel wordt ecologisch beheerd. Dit houdt in dat het struweel niet tegelijk afgezet wordt, maar om de paar jaar een gedeelte (vanaf het 5e jaar, maximaal 15%). o Eens in de 6 tot 15 jaar het struweel, wordt het struweel gedeeltelijk en verspreid gefaseerd afzetten op kniehoogte. Dit is zowel gunstig voor de zichtdichtheid als voor fauna.
Er wordt hierdoor bijgedragen aan behoud van een overwegend groen en gesloten beeld, welke tijdens de groeiperioden door de pleksgewijze en verspreide snoei, een steeds lossere, gevarieerde en meer volwassen natuurlijke uitstraling krijgt. o Het snoeiafval (takken) wordt binnen de struwelen verwerkt in takkenrillen, waar het ten goede komt van de biodiversiteit en naast voedsel ook nest- en schuilmogelijkheden biedt aan verschillende zoogdieren, amfibieën, insecten en vogels. o Het snoeien kan het beste plaatsvinden in de periode van half november tot half maart. o Er zullen enkele boomvormers (welke specifiek als dusdanig ook aangeplant zijn) de kans krijgen op natuurlijke wijze uit te groeien binnen de struwelen (zie 6.1). Na afloop van de exploitatieperiode Na afloop van de exploitatieperiode (25 jaar) van Zonnepark Broekheurne zullen de struwelen behouden blijven. Zie hiervoor ook het Bëindigingsplan en de beëindigingstekening (bijlage 6 & 7).
Afbeelding 40; Streefbeeld struweel (voorjaar) (1)
43|ZONNEPARK BROEKHEURNE |Inrichtingsplan & Beheerplan
Afbeelding 41; Streefbeeld struweel (najaar) (2)
Studio Nico Wissing
6.3 Landschappelijke (bijen)haag Deels wordt het zonnepark omzoomd middels een landschappelijke (bijen)haag (300cm breed) welke parallel aan de buitenzijde van het hekwerk gesitueerd is en heeft als (hoofd)doel de productievelden / panelenopstelling zoveel mogelijk aan het directe zicht te onttrekken. Een bijenhaag is een lijnvormig landschapselement. Het is een brede, vrijuitgroeiende, gemengde haag met veel bloesem. De haag bestaat uit streekeigen soorten met verschillende bloeiperioden, zodat de bijen een lange periode in het seizoen baat hebben bij deze haag. De haag wordt ongeveer 3 meter breed. De landschappelijke (bijen)haag bestaat voor meer dan 50% uit meidoorn. De overige ca. 50% wordt aangeplant met een gevarieerde mix van struikvormende, voornamelijk bloeiende en bes /vruchtdragende soorten. De beplanting wordt maximaal ca.300cm hoog (gehouden), er worden géén boomvormers toegepast en er wordt gekozen voor plantensoorten die bij de eigenschappen van het gebied passen. Aanleg o Voor het aanplanten van een losse haag moet de te beplanten strook los worden gemaakt. o Bijvoorbeeld door te frezen. o De landschappelijke (bijen)haag wordt middels autochtoon inheems niet diep wortelend bosplantsoen aangeplant dat bij de bodem en waterhuishouding van het gebied past. o Door het toepassen van plantmateriaal met maat 100-120cm wordt er snel resultaat behaald.
Nog grotere planten hebben vaak meer moeite met aanslaan waardoor groeivertraging optreedt en meer inboet noodzakelijk is. o Het aanplanten van een haag kan plaats vinden tussen november en maart, mits het niet vriest. o Door meerdere plantensoorten, een variërende plantafstand , wildverband plantverband en kleine groepjes (max. 5st.) bij elkaar te zetten, wordt een zo gevarieerd, sterk en natuurlijk beeld gerealiseerd. o Om een gevarieerd beeld te krijgen moet geplant worden op variërende afstanden van 0,5 tot één meter vanaf het hek in wildverband en zet afwisselend drie tot vijf stuks van dezelfde soort bij elkaar. Dit geeft ook trager groeiende soorten de kans zich te handhaven. Het sortiment bestaat o.a. uit; Haagbeuk (Carpinus betulus) Rode Kornoelje (Cornus sanguinea) Eénstijlige meidoorn (Crataegus monogyna) Hulst (Ilex aquifolium) Sleedoorn (Prunus spinosa) Bosaalbes (Ribes rubrum) Egelantier (Rosa rubiginosa) Gelderse roos (Viburnum opulus) Ontwikkelingsbeheer o De beplanting wordt minimaal 2,5 meter en maximaal 3,5 meter hoog. o Voor de plantsoorten is gekozen uit een selectie van inheemse struiken bijhorend bij de bodemeenheid. o Er worden in verband met het voorkomen van schaduw op het zonnepark geen boomvormers toegepast.
44|ZONNEPARK BROEKHEURNE |Inrichtingsplan & Beheerplan
Studio Nico Wissing
o
Geef de jonge aanplant, indien mogelijk, met name de eerste twee jaar na aanplant voldoende water in droge perioden o Zorg dat het element niet overwoekerd wordt door snel groeiende kruiden. In de eerste 3 jaar is het hiervoor mogelijk dat de kruiden tussen de planten gemaaid worden. o Invasieve soorten (als Japanse duizendknoop en berenklauw) worden jaarrond bestreden. Instandhoudingsbeheer o De beplanting moet tot het derde jaar na aanplant jaarlijks (tussen 1 november & 15 maart) aan de buitenzijde worden gesnoeid (snoeiafval wordt afgevoerd). Daarna moet de landschappelijke (bijen)haag om de twee tot drie jaar, afhankelijk van de groeisnelheid, middels snoei onderhouden en in toom worden gehouden. Zo wordt zorggedragen voor een los en gesloten beeld, welke tijdens de groeiperioden een steeds lossere en natuurlijkere uitstraling krijgt. o Indien noodzakelijk kan er voor gekozen worden om de beplanting gefaseerd af te zetten en de(bijen)haag te verjongen. Na afloop van de exploitatieperiode Na afloop van de exploitatieperiode (25 jaar) van Zonnepark Broekheurne zullen de Landschappelijke (bijen)hagen (vanwege eigendom van de gronden en terugbrengen in huidige vorm en inrichting t.b.v. agrarische doeleinden) helaas niet behouden kunnen blijven. De gronden worden weer in cultuur gebracht waarmee deze weer t.b.v. agrarisch gebruik ingezet en benut kunnen worden.
Zie hiervoor ook de beëindigingstekening (bijlage 7).
Afbeelding 42; Streefbeeld landschappelijke (bijen)haag (1)
Afbeelding 43; Streefbeeld landschappelijke (bijen)haag (2)
Afbeelding 44; Doorsnede D - DD (ruimtelijkheid langs openbare wegen, Ontginningsweg) (dd. 28-11-2024)
45|ZONNEPARK BROEKHEURNE |Inrichtingsplan & Beheerplan
Studio Nico Wissing
6.4 Bloem- en kruidenrijk grasland Binnen het projectgebied worden diverse stroken rond de productievelden en een zone rond de Usselerstroom ingezaaid met bloem- en kruidenrijk grasland. Bloem- en kruidenrijk grasland speelt een belangrijke rol voor de biodiversiteit in het gebied en geeft door de bloeiende kruiden een kleurrijk en fleurig beeld en uitstraling. De bloem- en kruidenrijk graslandstroken worden ingezaaid met een specifiek, samen met de lokale agrarische natuurvereniging en de leverancier nader te bepalen en selecteren, mengsel (van bij voorkeur streekeigen zaden/soorten). Er wordt gestreefd naar een soortenrijkdom van een kruidenen faunarijk grasland met een zo lang mogelijke bloeiboog ten behoeve van de wilde bij, vlinders en andere inheemse insecten. Door toepassing van dit bloem- en kruidenrijk mengsel is het mogelijk om binnen het gebied een aantal insectenhotels (t.b.v. de wilde bij) te plaatsen. Het uitgangspunt bij het beheer is verschraling en het stimuleren en creëren van een zo soortenrijk mogelijke bloem- en kruidenrijke vegetatie, dat bloeit op de momenten wanneer de bijen de bloei nodig hebben. Aanleg o Hardnekkige wortelonkruiden als ridderzuring, akkerdistel en kweekgras worden verwijderd. o Als er veel zaden van ongewenste kruiden (bijv. ridderzuring) in de bodem zitten, wordt dit teruggedrongen door eerst een vals zaaibed te maken.
Door het terrein een paar weken met rust te laten na de grondbewerking kiemt het zaad. Door dit machinaal te schoffelen (indien nodig wordt dit meerdere keren herhaald) wordt het aantal onkruidzaden in de toplaag sterk teruggebracht. o Het zaaibed wordt zo min mogelijk geroerd omdat doorgaans alleen kruiden in de bovenste centimeters van de bodem kiemen. o Er wordt in de nazomer of de herfst gezaaid. Dit levert het beste resultaat. Er wordt niet gezaaid als het heel droog of nat is of als het vriest. De zaden van kruiden hebben een langere kiemperiode dan de reguliere landbouwgewassen waardoor enig geduld nodig is. o Er wordt (zoals bovenstaand ook reeds beschreven) gekozen voor inheemse kruidenmengsels passend bij de bodem en waterhuishouding en de voedingstoestand. Dit wordt samen met de lokale agrarische natuurvereniging en de leverancier afgestemd. Ontwikkelingsbeheer Omdat voor het inzaaien de grond is bewerkt, ontwikkelen er waarschijnlijk veel snelgroeiende onkruiden (pionierssoorten). Dit wordt als volgt aangepakt: o De eerste paar jaren wordt het bloem- en kruidenrijk grasland drie tot vijf keer per, (afhankelijk van de groeisnelheid) jaar gemaaid met tussenpozen van minimaal zes weken en het maaisel wordt afgevoerd. o Door maaisel af te voeren wordt de grond verschraald en krijgen kruiden meer kans ten opzichte van grassen.
Het maaisel blijft eerst enkele dagen op het land liggen om te drogen en de zaden uit kunnen vallen. De percelen worden alternerend gemaaid en per perceel van binnen naar buiten zodat de fauna een uitweg heeft naar de randen. o Invasieve soorten (als Japanse duizendknoop en berenklauw) worden jaarrond bestreden. o Plaats bij begrazing van omliggende ruig-gasvegetatie (en vice versa) een afrastering rond de ingezaaide locaties, om het bloem- en kruidenrijk grasland tegen vraat door vee (schapen) te beschermen. Instandhoudingsbeheer o Er wordt gefaseerd beheerd. Zo bloeit altijd een deel van de vegetatie waardoor langer nectar, stuifmeel voorradig is voor insecten en dekking voor vogels en kleine zoogdieren. 46|ZONNEPARK BROEKHEURNE |Inrichtingsplan & Beheerplan
Studio Nico Wissing
o o o o o
o
Bij een goed ontwikkelde bloem- en kruidenrijke vegetatie twee à drie keer maaien en afvoeren per jaar. Als de vegetatie vergrast wordt deze opnieuw ingezaaid. Waar ongewenste soorten domineren wordt selectief extra gemaaid. Voor de overige maatregelen zie Ontwikkelingsbeheer. Een alternatief voor machinaal maaien is drukbegrazing, indien er een lokale schaapherder beschikbaar is. Drukbegrazing houdt in dat schapen een paar keer per jaar, voor slechts een aantal dagen achtereen, op hetzelfde perceel grazen. Hierdoor ontstaat structuurvariatie in de vegetatie en kunnen bloemen tot bloei komen. Insecten profiteren van deze natuurlijke vorm van beheer. Tegelijkertijd geeft dit geen ruimte aan de ontwikkeling van ruigten met bramen en bomen en verschraalt de bodem, wat resulteert in ecologisch waardevoller gevarieerd grasland. Plaats bij begrazing van omliggende ruig-gasvegetatie (en vice-versa) een afrastering rond de ingezaaide locaties, om het bloem- en kruidenrijk grasland tegen vraat door vee (schapen) te beschermen.
Na afloop van de exploitatieperiode Na afloop van de exploitatieperiode (25 jaar) van Zonnepark Broekheurne zullen de Bloem- en kruidenrijke graslandstroken (vanwege eigendom van de gronden en terugbrengen in huidige vorm en inrichting t.b.v. agrarische doeleinden) helaas niet behouden kunnen blijven. De gronden worden weer in cultuur gebracht waarmee deze weer t.b.v. agrarisch gebruik ingezet en benut kunnen worden. Uitzondering hierop is de zone rond de Usselerstroom, hier blijft het Bloem- en kruidenrijk grasland behouden, zie hiervoor ook de bëindigingstekening (bijlage 7).
Afbeelding 45; Streefbeeld bloem- en kruidenrijk grasland(1)
Afbeelding 46; Streefbeeld bloem- en kruidenrijk grasland(2)
Afbeelding 47; Doorsnede E - EE (ruimtelijkheid langs openbare wegen, Riethermsteeg) (dd. 28-11-2024)
47|ZONNEPARK BROEKHEURNE |Inrichtingsplan & Beheerplan
Studio Nico Wissing
6.5 Ruig-grasvegetatie Onder en rond de zonnepanelen komt extensief beheerd grasland. Idealiter gebeurd dit door gefaseerde drukbegrazing door schapen. Een goed en acceptabel alternatief is maaien, waarbij het maaisel afgevoerd wordt. Het aanwezige grasland tussen en onder de panelen zal (bij voorkeur) op natuurlijke wijze verschraald worden, waardoor op den duur het huidige aanwezige (agrarische) grasland (monocultuur) zal verruigen en een meer kruidenrijk karakter gaan kennen, waardoor het gevarieerder en waardevoller wordt en een meer bio-divers karakter kent. Het grasland wordt extensief beheerd en wordt gekenmerkt door een variatie in structuur en een begroeiing die rijk is aan kruiden, insecten zoals vlinders en (wilde) bijen en kleine fauna. Gradiënten zoals in voedselrijkdom, licht - schaduw en nat - droog en diversiteit in beheer zorgen voor diverse vegetatietypen. Het aandeel kruiden is ten minste 20%. Het zonnepark kan worden beheerd door middel van schapen. Hierbij is het van belang dat het terrein wordt opgedeeld in verschillende vakken die afwisselend begraasd worden. Zo is er altijd een deel van de ondergrond waar kruiden in bloei staan en een deel waar begraasd wordt en de verschillende fases er tussenin. Drukbegrazing wordt toegepast van maximaal twee à drie weken achtereen en met tussenpozen van minimaal acht weken.
Zo krijgen kruiden de kans te bloeien en zaad te zetten wat een meerwaarde heeft voor de biodiversiteit. Tevens is onderhoud met schapen, mits ze niet worden bijgevoerd, de eenvoudigste methode om de grond onder een zonnepark te verschralen waardoor op termijn een bloemrijker resultaat kan worden verwacht. Ontwikkelingsbeheer o Bij extreme droogte eerste paar jaar water geven. o De noodzaak van het machinaal onkruidvrijhouden van het element is overbodig. o Invasieve soorten (als Japanse duizendknoop en berenklauw) worden jaarrond bestreden o Plaats bij begrazing van omliggende bloem- en kruidenrijk graslandstroken (en vice-versa) een afrastering tussen het ruig grasland en bloem- en kruidenrijk grasland om het ruiggrasland tegen vraat door vee (schapen) te beschermen. Instandhoudingsbeheer o De vegetatie begrazen of maaien en afvoeren tussen april en november. o Er kan selectief extra worden gemaaid waar ongewenste soorten domineren. o Maai of begraas niet alles in één keer. Zo bloeit altijd een deel van de vegetatie waardoor langer nectar en stuifmeel voorradig is voor insecten en dekking o Plaats bij begrazing van omliggende bloem- en kruidenrijk graslandstroken (en vice-versa) een afrastering tussen het ruig grasland en bloem- en kruidenrijk grasland om het ruiggrasland tegen vraat door vee (schapen) te beschermen.
Na afloop van de exploitatieperiode Na afloop van de exploitatieperiode (25 jaar) van Zonnepark Broekheurne zal de ruig-grasvegetatie (vanwege eigendom van de gronden en terugbrengen in huidige vorm en inrichting t.b.v. agrarische doeleinden) helaas niet behouden kunnen blijven. De gronden worden weer in cultuur gebracht waarmee deze weer t.b.v. agrarisch gebruik ingezet en benut kunnen worden. Zie hiervoor ook de beëindigingstekening (bijlage 7).
48|ZONNEPARK BROEKHEURNE |Inrichtingsplan & Beheerplan
Studio Nico Wissing
Afbeelding 48; Streefbeeld kruidenrijk ruiggras vegetatie (1)
Afbeelding 49; Streefbeeld kruidenrijk ruiggras vegetatie (2)
Afbeelding 50; Doorsnede B – BB (ruimtelijkheid langs openbare wegen, Usselermarkeweg) (dd. 28-11-2024)
Afbeelding 51; Doorsnede F – FF (ruimtelijkheid rond groepsaccommodatie) (dd. 28-11-2024)
49|ZONNEPARK BROEKHEURNE |Inrichtingsplan & Beheerplan
Studio Nico Wissing
6.6 Plas-draszone & vegetatie (natuurvriendelijke oever) De Usselerstroom die dwars door het gebied van oost naar west stroomt, is een belangrijke water(af)voerende watergang welke in eigendom en beheer is van het waterschap. Binnen onze planvorming is het een belangrijke drager voor versterking van het groenblauwe karakter van het gebied. De hoofdwatergang van de Usselerstroom blijft behouden zoals deze nu is om de water(af)voerende capaciteit te waarborgen. Op enkele plekken wordt in het huidige talud van de Usselerstroom een verlaging aangebracht om de parallel aan de Usselerstroom aangelegde plas-draszones te verbinden met de Usselerstroom. In deze plas-draszones is ruimte voor een diversiteit aan oevers met een variatie aan gradiënten; stijl, flauw, plas-dras, e.d. Dit draagt bij aan het verhogen van de biodiversiteit (flora & fauna) doordat er verschillende biotopen kunnen ontstaan waar de natuurlijke beplanting zich kan ontwikkelen en zo de oevers nog waardevoller kan maken. Plas-draszones met bijbehorende vegetatie vormen een zeer waardevolle aanvulling op de bestaande watergang. Amfibieën en libellen planten zich doorgaans succesvoller voort in plasdras situaties vanwege de afwezigheid van vissen. Het aanleggen van plas-draszones, die af en toe droog mogen vallen, draagt sterk bij aan een verhoging van de biodiversiteit.
Omdat het nieuwe profiel van de Usselerstroom deels een globaal accoladeprofiel zal kennen op de plekken waar de plas-draszones worden gerealiseerd, is er ruimte om het water in nattere perioden langer in het gebied te houden en te laten infiltreren in de ondergrond. Tevens draagt dit bij aan een variatie aan groeiplaatsen en is het in beheer handig omdat beheer van de watergang in droge perioden dan (indien nodig ook) vanuit het profiel plaats kan vinden. De oevers worden over het algemeen niet ingeplant, maar is het de bedoeling dat de natuurlijke oevervegetatie, welke past bij de locatie, zich hier zal ontwikkelen en vestigen. Voorgesteld beheer De plas-draszones vragen om een juist onderhoud om de functie te behouden. De beste periode om onderhoud uit te voeren is de periode tussen begin september en half oktober. Deze periode zijn er weinig amfibieën in het water aanwezig. Bij onderhoudswerkzaamheden dient een gedeelte van de plas-draszone ontzien te worden. Dit deel kan dan dienen als schuil/uitwijkplek voor aanwezige dieren. Het ontwikkelingsbeheer van de natuurvriendelijke oevers is erop gericht een geschikt leefmilieu te creëren voor het ontwikkelen, vestigen en behouden van de flora & fauna. De eerste paar jaar zal het onderhoud minimaal zijn en krijgt de vegetatie de kans zich te ontwikkelen en vestigen.
Onderhoud is nodig wanneer vegetatie meer dan 50% van het oppervlak bedekt. Ook wanneer er een sliblaag op de bodem van de greppel ontstaat is onderhoud nodig. Een dikke modder/sliblaag zorgt voor een te lage waterstand waardoor de plas-draszones te snel droogvallen en amfibieën geen kans hebben om zich voort te planten. Het doorstroomprofiel van de Usselerstroom dient grotendeels open te blijven om de functionele afvoer van water uit het gebied in zeer natte perioden te waarborgen, deze zal dus het huidige beheer en frequentie blijven kennen. Beheer De Usselerstroom blijft in beheer van het Waterschap. Het waterschap zal het beheer en onderhoud
50|ZONNEPARK BROEKHEURNE |Inrichtingsplan & Beheerplan
Studio Nico Wissing
uitvoeren op de voor hen gebruikelijke wijze en volgens het door hen opgestelde beheerschema. Dit ook om de water(af)voerende capaciteit en functie van ede Usselerstroom te waarborgen. De plas-draszones parallel aan de Usselerstroom komen in beheer van de ontwikkelmaatschappij, welke deze volgens het door hen opgestelde beheerschema beheren. Na afloop van de exploitatieperiode Na afloop van de exploitatieperiode (25 jaar) van het zonnepark blijven de plas-draszones behouden. Deze zijn namelijk parallel aan de Usselerstroom en de vergraving daarvan gesitueerd waardoor behoud hiervan goed mogelijk is. Het is onderdeel geworden van en gekoppeld aan/ van het totale waternetwerk heeft een grote meerwaarde voor de waterberging en biodiversiteit in het totale plangebied en daarbuiten verworven. De impact op verder agrarisch gebruik van de overige gronden na de exploitatieperiode van zonnepark Broekheurne zal zo klein en minimaal mogelijk zijn, door de situering direct aan de Usselerstroom aan de randen van de betreffende gronden.
Afbeelding 52; Streefbeeld natuurvriendelijke oever (1)
Afbeelding 53; Streefbeeld natuurvriendelijke oever (2)
Afbeelding 54; Doorsnede C1(1) – CC1(1) + C1(2) – CC1(2) (ruimtelijkheid tussenzone / rond Usselerstroom) (dd. 28-11-2024)
Afbeelding 55; Doorsnede C2(1) – CC2(1) + C2(2) – CC2(2) (ruimtelijkheid tussenzone / rond Usselerstroom) (dd. 28-11-2024)
51|ZONNEPARK BROEKHEURNE |Inrichtingsplan & Beheerplan
Studio Nico Wissing
Afbeelding 56; Doorsnede C3(1) – CC3(1) + C3(2) – CC3(2) (ruimtelijkheid tussenzone / rond Usselerstroom) (dd. 28-11-2024)
Afbeelding 57; Doorsnede C4(1) – CC4(1) + C4(2) – CC4(2) (ruimtelijkheid tussenzone / rond Usselerstroom) (dd. 28-11-2024)
Afbeelding 58; Doorsnede C5(1) – CC5(1) (ruimtelijkheid tussenzone / rond Usselerstroom) (dd. 28-11-2024)
52|ZONNEPARK BROEKHEURNE |Inrichtingsplan & Beheerplan
Studio Nico Wissing
BIJLAGEN Bijlage 1
Landschapsplan
(A0-formaat, schaal 1:750)
Bijlage 2
Doorsneden A-B-D-E-F & overzichtspagina
(A0-formaat, schaal 1:100 & 1:50)
Bijlage 3
Doorsneden C1-C2-C3-C4-C5 & overzichtspagina
(A0-formaat, schaal 1:150 & 1:50)
Bijlage 4
Doorsneden huidig profiel Usselerstroom
(A0-formaat, schaal 1:25)
Bijlage 5
Technisch ontwerp
(A0-formaat, schaal 1:750)
Bijlage 6
Beëindigingsplan
(A4-formaat)
Bijlage 7
Beëindigingstekening
(A0-formaat, schaal 1:750)
53|ZONNEPARK BROEKHEURNE |Inrichtingsplan & Beheerplan
Studio Nico Wissing
Studio Nico Wissing Julianaweg 22 7078 AR Megchelen T: E; W;
088-1001880 info@nicowissing.com www.nicowissing.com
54|ZONNEPARK BROEKHEURNE |Inrichtingsplan & Beheerplan