CConstaterende datenschede
Koppel je AI →
Document · PDF

Haaksbergerstraat 1045 herziening 1_Toelichting

Raadsvergadering 6 maart 2023, gemeente enschedeBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan "Haaksbergerstraat 1045 herziening 1"16.794 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Toelichting Bestemmingsplan Haaksbergerstraat 1045 Herziening 1

Status: Vastgesteld

Haaksbergerstraat 1045 herziening 1

Inhoudsopgave

Toelichting

3

Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding bestemmingsplan 1.2 Ligging en begrenzing plangebied 1.3 Geldende juridische regelingen 1.4 Wettelijk kader 1.5 Adviezen, vooroverleg en procedure

3 3 3 4 4 5

Hoofdstuk 2 Planologisch beleidskader 2.1 Ruimtelijk beleid en regels van het Rijk 2.2 Ruimtelijk beleid en regels van de provincie Overijssel 2.3 Gemeentelijk ruimtelijk relevant strategisch beleid

8 8 9 13

Hoofdstuk 3 Gebiedsbeschrijving 3.1 Ruimtelijke structuur 3.2 Functionele structuur 3.3 Cultuurhistorie

16 16 17 18

Hoofdstuk 4 Planbeschrijving 4.1 Realisatie paardenkliniek 4.2 Wijziging inrichting buitenruimte 4.3 Aanpassing bestemmingsplan 4.4 Ladder Duurzame Verstedelijking (artikel 3.1.6, 2e lid Bro) 4.5 Welstand en beeldkwaliteit 4.6 Duurzaamheid

19 19 19 20 20 21 21

Hoofdstuk 5 Omgevingsaspecten 5.1 Milieu 5.2 Water 5.3 Natuur

25 25 30 31

Hoofdstuk 6 Juridische planopzet 6.1 Algemeen 6.2 Indeling planregels 6.3 Beschrijving van het plan 6.4 Handhaving

34 34 34 35 42

Hoofdstuk 7

43

2 steld)

Economische uitvoerbaarheid

bestemmingsplan Haaksbergerstraat 1045 herziening 1 (vastge

Toelichting Hoofdstuk 1

1.1

Inleiding

Aanleiding bestemmingsplan

Voorliggend bestemmingsplan "Haaksbergerstraat 1045 herziening 1" is opgesteld voor de realisatie van een paardenkliniek aan de Haakbergerstraat 1045 en met name een aanpassing van het bijbehorende inrichtingsplan . Binnen het vigerend bestemmingsplan "Haaksbergerstraat 1045" is een paardenkliniek hier al toegestaan. Dat bestemmingsplan is op 9 december 2019 door de gemeenteraad vastgesteld. De wijziging die met dit bestemmingsplan mogelijk wordt gemaakt, gaat over de terreininrichting. Voor de realisatie van de paardenkliniek is in 2019 al een bestemmingsplan vastgesteld. Vanaf toen konden de bouwwerkzaamheden voor de paardenkliniek worden gestart. Het huidige plan is in de basis hetzelfde als het plan, dat in 2019 is vastgesteld. Slechts op kleine onderdelen vinden wijzigingen plaats. Deze hebben te maken met de inrichting van het terrein. Daarvoor is in 2019 een inrichtingsplan opgenomen in het bestemmingsplan. Nieuwe inzichten hebben geleid tot de wens om het terrein anders in te richten. Om dat mogelijk te maken is voorliggende herziening van het bestemmingsplan noodzakelijk. Het inrichtingsplan was als voorwaardelijke verplichting opgenomen in het bestemmingsplan van 2019. Hierin was een specifieke tekening opgenomen. Dit heeft tot gevolg dat kleine wijzigingen/aanpassingen niet voldoen aan het bestemmingsplan.

De ruimte voor de paardenkliniek met omliggend erf blijft nagenoeg hetzelfde. De wijziging heeft betrekking op een andere inrichting van het parkeerterrein en een andere inrichting van het terrein waar de drafbaan, paddocks, rijpiste en longeerruimtes komen. Om te voorkomen dat bij toekomstige gewijzigde inzichten wederom een herziening nodig is, is de inrichting van het erf vrijer gelaten. De inrichting van natuur en groen is wel aangegeven. Het voorliggende bestemmingsplan beoogt voor het plangebied "Haaksbergerstraat 1045 herziening 1" een actuele planologisch-juridische regeling te geven. In voorliggende toelichting wordt aangetoond dat het plan ruimtelijk verantwoord is.

1.2

Ligging en begrenzing plangebied

Het gebied waarop het bestemmingsplan "Haaksbergerstraat 1045 herziening 1" betrekking heeft, ligt in het buitengebied ten zuidwesten van de kern Enschede en wordt globaal begrensd door de Haaksbergerstraat (de voormalige N18) in het noorden, de Rutbeek in het oosten, bosschage in het zuiden en de Rutbeekweg in het westen. Afbeelding 1.1 geeft de ligging van het plangebied weer.

Afbeelding 1.1: Glob ale ligging plangeb ied

bestemmingsplan Haaksbergerstraat 1045 herziening 1 (vastgesteld) 3

1.3

Geldende juridische regelingen

Het plangebied valt onder het bestemmingsplan "Haakbergerstraat 1045", dat op 9 december 2019 is vastgesteld door de gemeenteraad van Enschede. Dat bestemmingsplan is opgesteld om de paardenkliniek in het plangebied mogelijk te maken. Doordat er nu een ander inrichtingsplan wordt gerealiseerd is een herziening van dat bestemmingsplan nodig. Afbeelding 1.2 geeft de verbeelding van het vigerende bestemmingsplan "Haaksbergerstraat 1045" weer.

Afbeelding 1.2: Verb eelding b estemmingsplan Haaksbergerstraat 1045

1.4

Wettelijk kader

Het wettelijk kader van een bestemmingsplan is de Wet ruimtelijke ordening (hierna Wro) en het Besluit ruimtelijke ordening (hierna Bro).

Wet ruimtelijke ordening (Wro) De Wro schrijft voor dat de gemeenteraad "voor het gehele grondgebied van de gemeente een of meer bestemmingsplannen vaststelt, waarbij ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening de bestemming van de in dat plan begrepen grond wordt aangewezen en met het oog op die bestemming regels worden gegeven". 4 steld)

bestemmingsplan Haaksbergerstraat 1045 herziening 1 (vastge

Besluit ruimtelijke ordening (Bro) In het Bro is geregeld hoe een bestemmingsplan en andere ruimtelijke plannen er uit moeten zien, wat vastgelegd moet worden en wat meegewogen moet worden (artikelen 3.1.2 t/m 3.1.7 en artikelen 3.2.1 t/m 3.2.4 Bro). In artikel 3.1.6 van het Bro is bepaald dat elk bestemmingsplan vergezeld gaat van een toelichting. In de toelichting moet worden vermeld wat de uitkomsten zijn van onderzoeken over ecologie/flora/fauna, hoe het is gesteld met de waterhuishouding, of de Wet milieubeheer van toepassing is voor bijvoorbeeld een Milieu Effect Rapport (MER), of sprake is van archeologische/cultuurhistorische waarden, welke milieukwaliteitseisen wat betreft lucht, bodem, geluid bij het plan betrokken zijn en welk beleid van gemeente, provincie en Rijk een rol speelt. Een bestemmingsplan is daarom een juridisch ruimtelijk beleidsdocument, waarin de bestemming van de gronden met inbegrip van de daarop van toepassing zijnde gebruiks- en bouwregels en de daarop aanwezige bebouwing worden vastgelegd, maar waarin ook ruimtelijke ontwikkelingsmogelijkheden zijn opgenomen. Digitalisering Alle ruimtelijke plannen moeten voor iedereen digitaal beschikbaar en raadpleegbaar zijn. Daarvoor is een landelijke voorziening in het leven geroepen.

Er moet gewerkt worden via landelijk vastgestelde regels (artikel 1.2.1 en 1.2.2 Bro, nader uitgewerkt in de ministeriële Regeling standaarden ruimtelijke ordening). Kosten In de wet is bepaald dat de kosten voor het maken van een bestemmingsplan verhaald kunnen worden op de aanvrager. Die kosten worden vastgesteld in een exploitatieplan, maar ze kunnen ook op een andere wijze verhaald worden bijvoorbeeld door het sluiten van een overeenkomst (afdeling 6.4 Wro).

1.5

Adviezen, vooroverleg en procedure

Adviezen Voorafgaand aan het in procedure brengen van een bestemmingsplan vragen burgemeester en wethouders aan het binnen het plangebied werkzame erkende wijkorgaan advies uit te brengen over het in voorbereiding zijnde bestemmingsplan. Dit is geen wettelijke procedurestap maar een binnen de gemeente Enschede gehanteerde werkwijze die is vastgelegd in de Regeling Wijkorganen 2008 en nader uitgewerkt in de notitie Wijkorganen en Adviesafspraken. Binnen het plangebied van het bestemmingsplan "Haaksbergerstraat 1045 herziening 1" is het erkende wijkorgaan Buurtkring Usselo actief. Op 4 augustus 2021 is het oude en nieuwe inrichtingsplan toegestuurd aan buurtkring Usselo voor advies. Op 16 augustus 2021 heeft de buurtkring aangegeven geen bezwaren te hebben tegen de herinrichting van het terrein in het plangebied. Vooroverleg In het Bro is voorgeschreven (artikel 3.1.1) dat burgemeester en wethouders voorafgaand aan het in procedure brengen van een nieuw bestemmingsplan overleg moeten plegen met de besturen van eventueel betrokken andere gemeenten, het waterschap, de provincie en met die diensten van het Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen die in het plan in het geding zijn. Van het wettelijke vooroverleg met Rijk en provincie kan in de praktijk in veel gevallen worden afgezien.

De provincie Overijssel en het Rijk hebben beleid vastgesteld, waarin is bepaald dat zij een bestemmingsplan alleen nog voor vooroverleg willen ontvangen, indien dat bestemmingsplan ontwikkelingen mogelijk maakt die raken aan bepaalde ruimtelijke belangen van de provincie of het Rijk. Het plangebied ligt binnen het NNN. Omdat er wijzigingen binnen het NNN plaatsvinden, is het plan in het kader van het vooroverleg voorgelegd aan de provincie. De provincie is akkoord met het plan zoals het nu voorligt.

bestemmingsplan Haaksbergerstraat 1045 herziening 1 (vastgesteld) 5

Het inrichtingsplan bij het bestemmingsplan voorziet in een ruime natuurcompensatie en aanplant van nieuwe houtsingels, samen in totaal een oppervlakte van 4380 m2. De provincie stelt daarbij de voorwaarde dat de natuurcompensatie aan de zuidzijde een positieve natuurbestemming krijgt. Deze locatie zal t.z.t. door de provincie toegevoegd worden aan de NNN-begrenzing, zodat het NNN in oppervlakte niet achteruit gaat. Aan deze voorwaarde komen we tegemoet. Op de verbeelding krijgt de natuurcompensatie aan de zuidzijde van het plangebied de bestemming "Natuur".

Procedure Vooraankondiging Burgemeester en wethouders moeten burgers en anderen informeren over het voornemen een bestemmingsplan voor te bereiden op verzoek van een derde of uit eigen beweging. Dat voornemen wordt gepubliceerd in het gemeentelijk huis-aan-huisblad en op internet. In Enschede wordt geen gelegenheid geboden om zienswijzen hieromtrent naar voren te brengen (artikel 1.3.1 Bro). In dit geval is het voornemen om een nieuw bestemmingsplan genaamd "Haaksbergerstraat 1045 herziening 1" in voorbereiding te nemen op 24 november 2021 gepubliceerd in de "Huis aan Huis", het Gemeenteblad en op de website van de gemeente Enschede. Terinzagelegging ontwerpplan In de Wro staat dat op de procedure van een bestemmingsplan de uniforme openbare voorbereidingsprocedure uit afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing is. Dit betekent dat het ontwerp van een bestemmingsplan gedurende een periode van zes weken ter inzage moet worden

6 steld)

bestemmingsplan Haaksbergerstraat 1045 herziening 1 (vastge

gelegd. Deze terinzagelegging biedt iedereen de mogelijkheid om gedurende die periode zienswijzen naar voren te brengen bij de gemeenteraad. Die terinzagelegging wordt gepubliceerd in de "Huis aan Huis" en op de website van de gemeente Enschede.

Zienswijzen Van de eventueel ingekomen zienswijzen en de gemeentelijke beantwoording daarvan wordt een verslag gemaakt dat als bijlage bij het vaststellingsbesluit van het bestemmingsplan wordt gevoegd. Het ontwerpbestemmingsplan "Haaksbergerstraat 1045 herziening 1" heeft ter visie gelegen van 13 oktober 2022 tot en met 23 november 2022. Er zijn geen zienswijzes kenbaar gemaakt.

Rechtsb escherming Na vaststelling van het bestemmingsplan door de gemeenteraad staat voor belanghebbenden nog de mogelijkheid open om bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State beroep in te stellen tegen het bestemmingsplan.

bestemmingsplan Haaksbergerstraat 1045 herziening 1 (vastgesteld) 7

Hoofdstuk 2

Planologisch beleidskader

2.1

Ruimtelijk beleid en regels van het Rijk

2.1.1

Nationale Omgevingsvisie (NOVI)

Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) vastgesteld als structuurvisie. De NOVI biedt een langetermijnperspectief op de ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland tot 2050. Met de NOVI geeft het kabinet richting aan de grote opgaven die het aanzien van Nederland de komende dertig jaar ingrijpend zullen veranderen. Denk aan het bouwen van nieuwe woningen, ruimte voor opwekking van duurzame energie, aanpassing aan een veranderend klimaat, ontwikkeling van een circulaire economie en omschakeling naar kringlooplandbouw. Alles met zorg voor een gezonde bodem, schoon water, behoud van biodiversiteit en een aantrekkelijke leefomgeving. De NOVI schetst een duurzaam toekomstperspectief voor de leefomgeving in Nederland in 2050.

Dit toekomstperspectief voor Nederland is: Een klimaatbestendige delta, waarbij Nederland beschermd is tegen de negatieve gevolgen van klimaatverandering, waterveiligheid (ook voor de laaggelegen gebieden in het westen) gegarandeerd is en voldoende zoetwater beschikbaar is van goede kwaliteit; Duurzaam, concurrerend en circulair: een toekomstbestendige en volledig circulaire economie zonder vervuilende manieren van produceren en consumeren, met een uitstekend vestigingsklimaat en een hoge quality of life, met een zo goed mogelijke inpassing van duurzame energie in onze leefomgeving en slimme combinaties van functies zonder de risico's en milieunadelen te vergroten. Een economie die veel maatschappelijke winst oplevert in termen van banen, innovatie en nieuwe bedrijvigheid en exportmogelijkheden; Kwaliteit van leven in stad en dorp: met een aantrekkelijke woon- en leefomgeving en een goede verbondenheid van stad en land. De ontwikkelingen zijn gericht op kwaliteit, met gecontroleerde en doordachte groei waar dat nodig is, waardoor diversiteit in wonen, een stedelijk netwerk, prettige woonmilieus, met rust en ruimte maar ook vitale en leefbare regio's ontstaan. Nabijheid en betrouwbare verbindingen: een uitstekende bereikbaarheid wordt met een goede en betrouwbare infrastructuur gegarandeerd, waarbij wordt ingespeeld op locatiekeuzes voor wonen en werken (nabijheid).

De infrastructuur is onderdeel van een mobiliteitssysteem dat een meer divers patroon van mobiliteit veilig, robuust en duurzaam afhandelt. Luchthavens blijven belangrijk voor een sterk internationaal netwerk voor de lange afstanden. De uitdaging is om het vliegverkeer net als het goederenvervoer op een zo veilige, efficiënte en duurzame manier vorm te geven. Veilig en gezond, herkenbaar en natuurlijk: een veilig en gezond leven voor iedereen staat voorop. De leefomgeving nodigt uit om te bewegen, elkaar te ontmoeten en te ontspannen. Daarbij horen een goede milieukwaliteit, robuuste natuur, klimaatbestendigheid en voor iedereen goede toegang tot wonen, werken en voorzieningen. Het realiseren van een fysieke leefomgeving die dit toekomstperspectief mogelijk maakt, is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van alle overheden. In de NOVI benoemt het Rijk 21 nationale belangen voor het omgevingsbeleid, inclusief de opgaven en de rol van het Rijk in het realiseren van deze opgaven. Deze opgaven komen samen in vier prioriteiten. Deze prioriteiten vormen complexe, omvangrijke en dringende opgaven die voortkomen uit of samenhangen met grote transities. Deze prioriteiten zijn: 1. 2. 3. 4.

Naar een ruimte voor klimaat adaptatie en energietransitie; Naar een duurzaam economisch groeipotentieel; Naar sterke en gezonde stedenen regio's; Naar een toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied;

Deze vier opgaven kunnen alleen in samenhang verder worden gebracht wanneer aandacht is voor thema's die hier dwars doorheen lopen, zoals omgevingskwaliteit, gezondheid, cultuurhistorie, klimaatadaptatie, water, bodem, (nationale) veiligheid en milieukwaliteit.

8 steld)

bestemmingsplan Haaksbergerstraat 1045 herziening 1 (vastge

2.1.2

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening en Besluit ruimtelijke ordening

De basis van juridische borging van de realisatie van de nationale belangen ligt in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) en het Bro. Het Barro is in werking sinds 2011 en bevat onderwerpen die van rijksbelang zijn, zoals defensie, de ecologische hoofdstructuur, de elektriciteitsvoorziening en toekomstige uitbreiding van het hoofd(spoor)wegennet. Per onderwerp bevat het Barro regels waaraan bestemmingsplannen moeten voldoen. Binnen drie jaar moet het onderwerp zijn opgenomen in een bestemmingsplan. 2.1.3

Toetsing bestemmingsplan aan beleid en regels van het Rijk

Het plangebied ligt deels binnen het Natuurnetwerk Nederland (NNN) en met het plan vinden wijzigingen aan het NNN plaats. Hier wordt verderop in dit bestemmingsplan nader op ingegaan in paragrafen 2.2.3 en 5.3. Het NNN komt echter voort uit het provinciaal beleid. Het plan raakt geen nationale belangen.

2.2

Ruimtelijk beleid en regels van de provincie Overijssel

2.2.1

Omgevingsvisie Overijssel

Het ruimtelijk beleid van de provincie Overijssel staat vooral in de Omgevingsvisie en Omgevingsverordening. Op 12 april 2017 hebben Provinciale Staten van Overijssel een herziening van de visie en verordening vastgesteld en op 1 mei 2017 zijn deze in werking getreden. De Omgevingsvisie is een integrale visie waarin de beleidsambities en doelstellingen staan die van provinciaal belang zijn voor de ontwikkeling van de fysieke leefomgeving van Overijssel. Het uitgangspunt is gericht op het jaar 2030. De visie biedt kaders in de vorm van ontwikkelingsperspectieven voor de groene omgeving en stedelijke omgeving. Daarbinnen krijgen gemeenten, waterschappen, maatschappelijke organisaties en andere initiatiefnemers mogelijkheden om ruimtelijke ontwikkelingen te realiseren. De hoofdambitie van de visie is, net als in de oorspronkelijke omgevingsvisie van 2009, een toekomstvaste groei van welvaart en welzijn met een verantwoord beslag op de beschikbare natuurlijke hulpbronnen en voorraden. De opgaven en kansen waar de provincie Overijssel voor staat heeft men vertaald in centrale beleidsambities voor negen beleidsthema’s. Deze benadert zij vanuit de drie overkoepelende 'rode draden': duurzaamheid, ruimtelijke kwaliteit en sociale kwaliteit.

Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Om te bepalen of een initiatief bijdraagt aan de ambities, gebruikt de provincie het Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel. In dit uitvoeringsmodel staan de stappen of, waar en hoe centraal. Bij een initiatief kan aan de hand van deze drie stappen bepaald worden of een initiatief binnen de geschetste visie voor Overijssel mogelijk is (generieke beleidskeuzes), waar het past (ontwikkelperspectieven) en hoe het uitgevoerd kan worden (gebiedskenmerken) In onderstaande afbeelding is het uitvoeringsmodel weergegeven. Vervolgens zijn de niveaus toegelicht. De '“vishaak” met de drie niveaus uit de Omgevingsvisie van 2009 is daarbij behouden gebleven. Boven het uitvoeringsmodel (in de paraplu) staan de rode draden en centrale beleidsambities weergegeven.

bestemmingsplan Haaksbergerstraat 1045 herziening 1 (vastgesteld) 9

Generieke beleidskeuzes (of) Generieke beleidskeuzes vloeien voort uit beleid van EU, Rijk of provincie. Het zijn keuzes die bepalen of een ontwikkeling nodig is of mogelijk. De generieke beleidskeuzes zijn veelal normstellend. De herziene Omgevingsvisie maakt daarbij onderscheid in: Generieke beleidskeuzes voor heel Overijssel. Dit heeft zij gevat onder de ' Overijsselse ladder voor duurzame verstedelijking'. Dit is een nadere invulling van de nationale Ladder voor duurzame verstedelijking, die voor 'nieuwe stedelijke ontwikkelingen' verplicht moet worden doorlopen. De Overijsselse ladder geeft onder andere aan dat alle belangen die bij een ontwikkeling betrokken zijn, zorgvuldig tegen elkaar moeten worden afgewogen ('integraliteit'; is ook een eis uit het Bro). Ook wordt onder andere ingegaan op zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik (voorheen verwoord in de 'SER-ladder') en '(boven)regionale afstemming' (gemeenten moeten hun ruimtelijke ontwikkelingsplannen afstemmen met buurgemeenten om te voorkomen dat inefficiënte concurrentie tussen gemeenten ontstaat). Gebiedsspecifieke beleidskeuzes, zoals aanduidingen voor grondwaterbeschermingsgebied, Natuurnetwerk Nederland (NNN) en Nationale Landschappen.

Ontwikkelingsperspectieven (waar) Na de toetsing aan de generieke beleidskeuzes komen de ontwikkelingsperspectieven aan de orde. In de Omgevingsvisie staan zes ontwikkelperspectieven beschreven: drie voor de groene en drie voor de stedelijke omgeving. Daarbinnen is nog een onderverdeling gemaakt. De ontwikkelperspectieven zijn flexibel voor de toekomst en geven richting aan wat waar ontwikkeld zou kunnen worden.

Gebiedskenmerken (hoe) Tot slot zijn de gebiedskenmerken van belang, die bestaan uit vier lagen (natuurlijke laag, laag van agrarische cultuurlandschappen, stedelijke laag en laag van de beleving). Voor elke laag gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en -opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. Het is de vraag 'hoe' een ontwikkeling invulling krijgt.

10 steld)

bestemmingsplan Haaksbergerstraat 1045 herziening 1 (vastge

In het resterende deel van deze paragraaf wordt nader ingegaan op de generieke beleidskeuzes, de ontwikkelingsperspectieven en de gebiedskenmerken. 2.2.2

Omgevingsverordening Overijssel

De hoofdlijnen van de Omgevingsvisie zijn juridisch geborgd in de Omgevingsverordening. Het gaat om de onderwerpen uit de visie die de provincie zo belangrijk vindt dat deze dwingend worden opgelegd. In de verordening staan algemene regels op het gebied van de ruimtelijke ordening, mobiliteit, milieu, water en bodem. De verordening als juridisch instrument om de doorwerking van provinciaal beleid af te dwingen, is beperkt tot die onderdelen van het beleid waarvoor de inzet van algemene regels noodzakelijk is om provinciale belangen veilig te stellen of om uitvoering te geven aan wettelijke verplichtingen. De Omgevingsverordening geeft regels aan gemeenten die bij het maken van bestemmingsplannen in acht genomen moeten worden. 2.2.3

Toetsing bestemmingsplan aan beleid en regels van de provincie Overijssel

2.2.3.1 Generieke b eleidskeuze Voorliggend plan maakt geen uitbreiding van het bedrijf mogelijk ten opzichte van het vigerende plan. Daarom zijn alleen artikelen 2.1.5 en 2.7 op voorliggend plan van toepassing. Artikel 2.1.5 Ruimtelijke kwaliteit In de toelichting op b estemmingsplannen wordt onderbouwd dat de nieuwe ontwikkelingen die het bestemmingsplan mogelijk maakt, b ijdragen aan het versterken van de ruimtelijke kwaliteit conform de geldende gebiedskenmerken. Artikel 2.7, lid 4 Natuurnetwerk Nederland Bestemmingsplannen die b etrekking heb ben op gebieden die zijn aangeduid als NNN (voorheen EHS) wijzen geen b estemmingen aan of stellen geen regels die activiteiten mogelijk maken die leiden tot een significante aantasting van de wezenlijke kenmerken en waarden, of tot een significante vermindering van de oppervlakte van die geb ieden, of van de samenhang tussen die gebieden. In de verordening zijn hier afwijkingsmogelijkheden voor opgenomen.

Toetsing bestemmingsplan aan generieke beleidskeuzes Voorliggend plan zorgt net als het vigerend plan voor een verbetering van het NNN. Een deel van het NNN wordt aangetast, maar daarvoor in de plaats wordt de aantasting ruim gecompenseerd. Deze compensatie bestaat uit 477 m2 aan kwaliteitsverbetering van het bestaande NNN achter de nieuwbouw, 814 m2 aan kwaliteitsverbetering van het bestaande NNN aan de noordzijde tegen de weg aan en 1319 m2 aan aanplant van nieuwe houtsingels. Tenslotte wordt er 1770 m 2 nieuwe NNN ontwikkeld aan de zuidzijde van het plangebied. Voorliggend plan heeft nog steeds tot gevolg dat vervallen bebouwing wordt gesloopt en aantasting van de natuur ruimschoots wordt gecompenseerd. 2.2.3.2 Ontwikkelingsperspectief Op de ontwikkelingsperspectievenkaart is het plangebied deels aangewezen als Natuurnetwerk Nederland (NNN), deels als Zone ondernemen met natuur en water buiten het NNN (zone ONW) en het erfdeel als Wonen en werken in het kleinschalig mixlandschap. Op afbeelding 2.1 is de begrenzing van de genoemde gebieden aangegeven.

bestemmingsplan Haaksbergerstraat 1045 herziening 1 (vastgesteld) 11

Afbeelding 2.1: Uitsnede kaart Ontwikkelingsperspectief

NNN Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) bestaat uit een samenhangend netwerk van gebieden met natuurwaarden. Het natuurnetwerk in Overijssel maakt hier deel van uit. Binnen dit natuurnetwerk liggen natuurgebieden die vanwege de hoge natuurwaarden (inter)nationale bescherming genieten, waaronder de Nationale Parken en een groot deel van de Natura 2000-gebieden. De gronden in het plangebied hebben alleen de provinciale bescherming. Naast de bestaande natuurgebieden bestaat het NNN in Overijssel deels uit gebieden die nog omgevormd zullen worden tot natuur.

Zone ondernemen met Natuur en Water (ONW) buiten het NNN Rond het Natuurnetwerk Nederland (NNN) zijn er goede kansen om de kwaliteit van natuur, landschap en water te versterken door ontwikkeling van bestaande en nieuwe functies. Daarmee wordt enerzijds het natuurnetwerk versterkt en anderzijds de regionale economie. Er zijn gebieden binnen de Zone ONW die buiten het natuurnetwerk liggen. In deze gebieden is ruimte voor groen ondernemerschap, voor initiatieven en functies die de economische en maatschappelijke dragers zijn van de kwaliteit van natuur, water en landschap én ruimte voor continuïteit van de aanwezige landbouwfunctie. Initiatieven van bewoners en ondernemers zijn hier leidend: zij zijn eigenaar en vormgever van de omgevingskwaliteit. De na te streven kwaliteitsdoelen voor natuur en water zijn daarbij het uitgangspunt. Wonen en werken in kleinschalig mixlandschap Het ontwikkelingsperspectief Wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap richt zich op het in harmonie met elkaar ontwikkelen van de diverse functies in het buitengebied. Aan de ene kant bijvoorbeeld melkveehouderijen, akkerbouw en opwekking van hernieuwbare energie als belangrijke vormen van landgebruik. Aan de andere kant gebruik voor natuur, recreatie, wonen en andere bedrijvigheid.

Toetsing bestemmingspan aan ontwikkelingsperspectief Met voorliggend plan vindt een ontwikkeling plaats in de Zone ONW, in het mixlandschap en deels in NNN gebied. Voor het NNN gebied wordt gebruik gemaakt van de afwijkingsmogelijkheid. In het plan zoals in 2019 is vastgesteld is akkoord gegeven op een aantasting van het NNN in het noordwestelijke deel van het plangebied. Deze aantasting werd gecompenseerd met 1000 m 2 nieuwe natuur aan de zuidzijde, een versterking van 2000 m 2 bosgebied aan de westzijde en de aanleg van ongeveer 750 m 2 aan houtsingels in het plangebied. Deze compensatie wordt nu uitgebreid. Deze compensatie bestaat uit 477 m2 aan 12 steld)

bestemmingsplan Haaksbergerstraat 1045 herziening 1 (vastge

kwaliteitsverbetering van het bestaande NNN achter de nieuwbouw, 814 m2 aan kwaliteitsverbetering van het bestaande NNN aan de noordzijde tegen de weg aan en 1319 m2 aan aanplant van nieuwe houtsingels. Tenslotte wordt er 1770 nieuwe NNN ontwikkeld aan de zuidzijde van het plangebied. De exacte invulling kan iets wijzigen, maar de oppervlakte aan compensatie blijft hetzelfde. Hierover is contact opgenomen met de provincie. De provincie heeft aangegeven hier medewerking aan te willen verlenen. Doordat de ontwikkeling in het plangebied wordt mogelijk gemaakt, is het tevens mogelijk om de vergroting van het NNN en een kwaliteitsverbetering in het plangebied te realiseren. Voor de zone ONW en het kleinschalig mixlandschap, wordt voldaan aan het provinciale beleid. Er vindt geen aantasting plaats van deze gebieden en de paardenkliniek wordt in de omgeving ingepast. Conclusie: Geconcludeerd kan worden dat de in dit voorliggende bestemmingsplan besloten ruimtelijke ontwikkeling in overeenstemming is met het in de Omgevingsvisie en de Omgevingsverordening verankerde provinciaal ruimtelijk beleid.

2.3

Gemeentelijk ruimtelijk relevant strategisch beleid

Deze paragraaf bevat een korte beschrijving van het algemene ruimtelijke relevante beleid van de gemeente Enschede. De inhoud van deze toelichting is zodanig opgebouwd dat eerst algemene informatie aan de orde komt en vervolgens onderwerpen die specifiek aan dit bestemmingsplan zijn toegeschreven. Het sectorale beleid wordt daarom verderop in deze toelichting behandeld. 2.3.1

Toekomstvisie Enschede 2020 en uitwerkingsvisies

De gemeenteraad heeft op 17 december 2007 de Toekomstvisie Enschede 2020 vastgesteld, waarin de hoofdlijnen en doelstellingen voor het gemeentelijke beleid tot 2020 staan. Het document geeft richting aan het beleid, dat nader uitgewerkt wordt in andere beleidsstukken. De ruimtelijk relevante aspecten van de hoofdlijnen en beleidsdoelstellingen in de Toekomstvisie zijn uitgewerkt in de Herijking van de Ruimtelijke Ontwikkelingsvisie, die op 22 juni 2009 door de gemeenteraad is vastgesteld. Integraal onderdeel hiervan is een visie op de binnenstad (Binnenstadsvisie) en mobiliteit (Mobiliteitsvisie). Vervolgens is de inhoud van het document Herijking RO-Visie, binnenstadsvisie inclusief mobiliteitsvisie ruimtelijk vertaald in de Structuurvisie Enschede, die in één van de volgende paragrafen aan de orde komt. 2.3.2

Stedelijke Koers

Onder de noemer "Stedelijke Koers" heeft de gemeenteraad op 24 september 2012 ingestemd met een andere koers voor Enschede. Dat was nodig omdat vraag en aanbod in de vastgoedmarkt op het gebied van wonen, bedrijventerreinen en kantoren flink uit balans zijn. De maatschappij is veranderd. Het aantal projecten, de ambities en de plannen in Enschede die werden voorbereid en uitgevoerd pasten niet meer bij de huidige en toekomstige vraag. Om dit terug te brengen naar een realistisch aanbod heeft de gemeenteraad gekozen voor de plannen en projecten die het meest waardevol zijn voor de toekomst van Enschede en die de economie van Enschede en de regio zoveel mogelijk stimuleren. De financiële uitwerking hiervan vond plaats tijdens de behandeling van de Programmabegroting op 12 november 2012. In Enschede zullen niet alleen minder woningen worden gebouwd, maar ook andere soorten: minder appartementen en meer woningen met een tuin. De prognose voor de verkoop van grond voor bedrijventerreinen wordt naar beneden bijgesteld. Voor de kantorensector wordt naast verlagen van het aantal te bouwen kantoren ook gekeken naar hergebruik van bestaande kantoren, omdat er sprake is van leegstand.

bestemmingsplan Haaksbergerstraat 1045 herziening 1 (vastgesteld) 13

2.3.3

Richting aan Ruimte

Op 5 april 2016 hebben burgemeester en wethouders van Enschede 'Richting aan Ruimte' (RAR) vastgesteld. Dit is een richtinggevend ontwikkelingskader waarin wordt verduidelijkt hoe Enschede omgaat met de programmering. Niet langer de kwantitatieve aspecten staan centraal maar er wordt gestuurd op kwaliteit. Daarbij wordt gekeken naar de totale stedelijke programmering maar ook naar de behoefte van het gebied. Een integrale afweging van alle relevante belangen (o.a. ruimtelijke kwaliteit, duurzaamheid, economie, welzijn) op basis van het 'RAR-kompas' leidt uiteindelijk tot een besluit over de (on)wenselijkheid van een nieuw ruimtelijk initiatief. Ongewijzigd onderdeel van het integrale afwegingskader is het 'versterken vanuit het hart'.

afbeelding: het 'RAR kompas'

2.3.4

Structuurvisies

De Wro verplicht iedere gemeente om voor het hele grondgebied één of meer structuurvisies vast te stellen voor een goede ruimtelijke ordening. Een soortgelijke verplichting geldt ook voor de provincies en het Rijk. In een gemeentelijke structuurvisie staan de hoofdlijnen van de voorgenomen ontwikkeling van dat gebied en de hoofdzaken van het ruimtelijk beleid. De structuurvisie bevat ook een uitvoeringsparagraaf waarin de raad aangeeft via welke instrumenten en bevoegdheden de voorgenomen ontwikkeling gerealiseerd zal kunnen worden.

Structuurvisie Enschede De gemeenteraad van Enschede heeft op 26 september 2011 de Structuurvisie vastgesteld. Hierin is het bestaande ruimtelijk beleid uit de hieronder genoemde gemeentelijke nota's opgenomen en met elkaar in relatie gebracht. Groenstructuur Actieplan, bevat de belangrijkste gemeentelijke ambities op het gebied van behouden en versterken van parken en groenstructuren; Beleidskader kleine windturbines, hierin zijn mogelijke locaties voor kleine windturbines aangewezen; Mobiliteitsplan 2004-2015, bevat de gemeentelijke ambities voor de verkeerscirculatie en bereikbaarheid van de stad. Hieruit zijn de belangrijkste verkeersprojecten voor auto, openbaar vervoer en fiets in de Structuurvisie opgenomen; Nieuwe Energie voor Enschede, bevat de gemeentelijke duurzaamheidsambities voor nieuwe ontwikkelingen, herstructurering en renovatie. Hierbij staat de reductie van CO2 centraal. Gids Buitenkans, bevat op basis van landschapstypologieën en -plekken het kwalitatieve kader voor 14 steld)

bestemmingsplan Haaksbergerstraat 1045 herziening 1 (vastge

ontwikkelingen in het buitengebied; Hotelnota, hierin zijn de ontwikkellocaties voor hotels aangewezen; Structuurvisie Luchthaven Twente en omgeving, bevat het ruimtelijke ontwikkelingskader voor de herontwikkeling van het terrein van de voormalige militaire vliegbasis Twente; Ruimtelijke Ontwikkelingsvisie 2001, bevat belangrijke gemeentelijke ontwikkellocaties en infrastructuurprojecten. Hieruit zijn de nog actuele projecten en locaties in de Structuurvisie opgenomen; Ruimtelijke Ontwikkelingsvisie en Binnenstadsvisie 2009, bevat het actuele integrale kader voor ruimtelijke ontwikkeling, verkeer, economie en de ontwikkeling van de binnenstad; Ontwikkelingskader Horeca 2005-2015, hierin zijn de horecaconcentratiegebieden en horeca-ontwikkellocaties aangewezen. Met uitzondering van de Ruimtelijke Ontwikkelingsvisie 2001 zijn de individuele beleidsnota's nog steeds van kracht omdat deze meer bevatten dan wat is opgenomen in de Structuurvisie. In de Structuurvisie gaat het om de gewenste ruimtelijke ontwikkelingen voor de toekomst op het gebied van wonen, groen, economie, verkeer, milieu en gebiedsontwikkeling. Het doel van de Structuurvisie is het in samenhang presenteren van de hoofdlijnen van sectoraal of gebiedsgericht beleid.

Het gaat om de hoofdlijnen van ruimtelijk beleid op de lange termijn, zodat er op projectniveau voldoende flexibiliteit is om in te kunnen spelen op veranderingen. De Structuurvisie is continu in ontwikkeling. Bij nieuwe gebiedsontwikkelingen en nieuw stedelijk beleid wordt de Structuurvisie aangevuld of nader uitgewerkt, zodat het een actueel strategisch en integraal kader vormt.

Sectorale en gebiedsgerichte structuurvisies In aanvulling op de eerder genoemde integrale Structuurvisie, heeft de gemeenteraad van Enschede ook diverse sectorale structuurvisies / beleidsregels en een gebiedsgerichte structuurvisie vastgesteld. Hierin worden specifieke onderwerpen geregeld. Voorliggend plan betreft alleen een wijziging van het inrichtingsplan. De verdere plannen voor de ontwikkeling van de paardenkliniek wijzigen niet. Voor deze aanpassing van het vigerende plan is geen specifiek gemeentelijk beleid opgesteld. 2.3.5

Toetsing bestemmingsplan aan het gemeentelijk ruimtelijk relevant strategisch beleid

In de strategische beleidsdocumenten Toekomstvisie, Stedelijke Koers en de diverse structuurvisies zijn voor het plangebied geen specifieke beleidsdoelstellingen of ontwikkelingsrichtingen benoemd. Voorliggend plan is niet in strijd met het gemeentelijk beleid.

bestemmingsplan Haaksbergerstraat 1045 herziening 1 (vastgesteld) 15

Hoofdstuk 3 3.1

Gebiedsbeschrijving

Ruimtelijke structuur

Het plangebied is gelegen tussen de Haaksbergerstraat, de Rutbeekweg en de Rutbeek. Aan de westzijde wordt het terrein begrensd door een bosstrook die de Rutbeekweg begeleid. Hier liggen ook enkele woningen. Het plangebied is gelegen in een bos perceel. Op dit moment vinden de werkzaamheden plaats in het plangebied om het plan zoals in 2019 is vastgesteld uit te kunnen voeren. Als de bouwwerkzaamheden klaar zijn, dan zal het perceel landschappelijk worden ingepast. Afbeelding 3.1 geeft de situatie weer van het plangebied, voordat de bouwwerkzaamheden zijn gestart.

Afbeelding 3.1: Luchtfoto situatie plangeb ied (voor bouwwerkzaamheden)

16 steld)

bestemmingsplan Haaksbergerstraat 1045 herziening 1 (vastge

Afbeelding 3.2: Luchtfoto situatie plangeb ied (halverwege bouwwerkzaamheden) In de Omgevingsvisie is aangegeven dat het terrein deels is gelegen in het Natuur Netwerk Nederland (NNN, voorheen EHS) waarbij de westzijde is aangemerkt als NNN en de rest van het terrein als 'ondernemen met natuur'. Bij de nieuwe plannen dient hiermee rekening te worden gehouden. Verderop in dit bestemmingsplan wordt hier nader op ingegaan (paragraaf 5.3). De bossen en boomopstanden in het gebied vallen onder de Wet natuurbescherming. In hoofdstuk 4 van de Wet natuurbescherming zijn regels opgenomen omtrent het kappen of vellen van deze bomen. Dit heeft echter geen gevolgen voor deze planologische procedure. De oostzijde van het gebied wordt begrenst door een natuurlijke beek (Rutbeek) met bijgaande oeverbeplantingen.

3.2

Functionele structuur

Het complex dateert uit de jaren zestig toen de manege Cromhoffsbleek in Enschede moest wijken voor stadsuitbreiding. De toen opgerichte stichting heeft het complex steeds verhuurd aan de opeenvolgende exploitanten van de manege. Met de laatste exploitant is het contract al enige tijd geleden beëindigd. De manege heeft een behoorlijke tijd leeg gestaan. Het complex omvat onder meer een rijhal met stallen, een woonhuis, en een groot buitenterrein met o.a. een buitenbak, weilanden en diverse verspreid liggende kleinere opstallen. De rijhal is enige jaren geleden na brand vernieuwd, verder is een deel van het complex verouderd en heeft een gebrekkige staat van onderhoud. De huidige eigenaar is gestart met werkzaamheden om dit complex op te knappen en deels te vernieuwen om zodoende een paardenkliniek hier te kunnen vestigen.

bestemmingsplan Haaksbergerstraat 1045 herziening 1 (vastgesteld) 17

3.3

Cultuurhistorie

Monumenten in het plangebied In en in de directe nabijheid van het plangebied staan geen monumenten.

Overige cultuurhistorisch waardevolle elementen en structuren in het plangebied De gronden aan de oostzijde van de Rutbeek maken deel uit van een landgoederenlandschap. In het plangebied worden houtsingels aangelegd, haaks op de beek. Deze houtsingels zijn kenmerkend voor het Twentse beekdallandschap. Deze houtsingels dienen tevens als afscheiding van het plangebied, zoals de afscherming van geparkeerde auto's. Hierdoor vindt een kwaliteitsverbetering plaats, waarmee het plangebied beter aansluit op het naastgelegen landgoederen landschap.

Archeologisch erfgoed in het plangebied Het plangebied is volgens de archeologische beleidstoets gelegen in 'Onderzoeksgebied B'. Dit betekend dat archeologisch onderzoek nodig is bij verstoring van de ondergrond op een diepte van 50 cm en een oppervlakte groter dan 2500 m 2. Met de realisatie van de paardenkliniek, vindt een uitbreiding van bebouwing plaats over een oppervlakte van ongeveer 1500 m 2. Deze oppervlakte ligt ver onder de grens van de hiervoor genoemde oppervlakte van 2500 m 2. Een archeologisch onderzoek is dan ook niet nodig.

Beschermwaardige bomen in het plangebied De bescherming van bomen is geregeld in de Verordening kwaliteit leefomgeving (Vkl). Op het bij de Vkl behorende bomenoverzicht zijn de beschermde bomen en boomgroepen weergegeven, voor het vellen waarvan in ieder geval een omgevingsvergunning (kapvergunning) op grond van de Vkl is vereist. Op het bomenoverzicht zijn niet alle beschermde bomen weergegeven. Ook de gemeentelijke bomen die niet op het bomenoverzicht zijn weergegeven zijn beschermd op grond van de Vkl. Het bij de Vkl behorende bomenoverzicht is een interactieve bomenkaart die is te raadplegen op de website van de gemeente Enschede. Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingsprojecten wordt in bestemmingsplannen zoveel mogelijk rekening gehouden met de aanwezige beschermwaardige bomen door bouwgrenzen en infrastructurele werken, voor zover dit redelijkerwijs mogelijk is, zodanig te situeren dat daardoor de maximale kroonprojectie van de bomen niet of zo min mogelijk wordt beperkt.

18 steld)

bestemmingsplan Haaksbergerstraat 1045 herziening 1 (vastge

Hoofdstuk 4 4.1

Planbeschrijving

Realisatie paardenkliniek

Met het bestemmingsplan uit 2019 is het mogelijk gemaakt om een paardenkliniek in het plangebied te realiseren waar per dag 15 tot 20 behandelingen kunnen plaatsvinden. De bouwwerkzaamheden voor de realisatie van de paardenkliniek zijn inmiddels gestart. Hiermee krijgt een voorheen leegstaand perceel weer een nieuwe invulling. De paardenkliniek is een internationaal bekende kliniek die bekend staat om de hoogstaande kwaliteit. Om ervoor te zorgen dat het perceel de gewenste representatieve uitstraling krijgt, zal het perceel worden opgeknapt. De gebouwen van een te slechte kwaliteit worden/zijn gesloopt, hierbij gaat het om ongeveer 700 m 2 aan te slopen bebouwing. Daarvoor in de plaats wordt ongeveer 1500 m 2 aan nieuwbouw gerealiseerd. De bebouwing die blijft staan wordt zodanig opgeknapt, dat voldaan kan worden aan de gewenste kwaliteit. De nieuwbouw aan de noordzijde zal bestaan uit een ontvangstruimte. In de nieuwbouw aan de oostzijde wordt de kliniek gevestigd. De losse bebouwing aan de zuidzijde bestaat uit de nieuwe bedrijfswoning en gebouwen ten behoeve van opslag. De stallen blijven aan de westzijde van de binnenrijbak (in het midden), zoals in de huidige situatie ook het geval is. Deze stallen worden wel opnieuw opgebouwd om aan de gewenste kwaliteit te kunnen voldoen. De binnenrijbak blijft behouden en wordt opgeknapt.

Aan de noordzijde van de stallen (naast de nieuwe ontvangstruimte) wordt mogelijk nog een kantoor gerealiseerd.

4.2

Wijziging inrichting buitenruimte

De buitenruimte krijgt een andere inrichting dan het had in de tijd dat hier een manege was gevestigd. De inrichting is nu ook gewijzigd ten opzichte van het inrichtingsplan zoals dat in 2019 is vastgesteld. Daarom is deze herziening opgesteld. In deze paragraaf wordt het inrichtingsplan beschreven, dat aan dit plan is gekoppeld. De entree voor personeel ligt aan de Rutbeekweg. Aan die zijde worden 15 parkeerplaatsen aangelegd voor medewerkers. Aan die zijde wordt tevens de bedrijfswoning gerealiseerd. De entree voor bezoekers blijft aan de Haaksbergerstraat. Vanaf daar is toegang tot een parkeerplaats waar ruimte is voor 6 trucks en trailers en 16 auto's. Het is wel mogelijk om rond het gehele gebouw te rijden, waardoor de parkeerplaatsen met elkaar in verbinding staan. De parkeerplaats voor bezoekers wordt aan de noord- en zuidzijde omzoomd door een houtsingel. Aan de oostzijde van deze parkeerplaats wordt een wadi aangelegd. Ten zuiden van deze wadi komt een paardenweide. De inrichting van de paardenweide en wadi zorgt voor een open uitzicht op de Rutbeek vanaf de bestaande (naastgelegen) woning aan de Haaksbergerstraat 1041. Naar het zuiden toe wordt een ruimte ingericht met 3 longeercirkels, paddocks, 1 buitenbak en twee drafbanen (paarse arcering op afbeelding 4.1). De exacte inrichting van deze ruimte kan initiatiefnemer zelf nader invullen.

Deze ruimte wordt afgescheiden met een nieuwe houtsingel aan de zuidzijde (aan de noordzijde grenst deze ruimte aan de houtsingel ten zuiden van het parkeerterrein. Bij de inrichting van deze ruimte dient rekening te worden gehouden met het vrije uitzicht op de Rutbeek vanuit de woning aan de Rutbeekweg 15. Ten zuiden van bovenstaande ruimte, worden paardenweides aangelegd. Deze paardenweides liggen naast de woning aan de Rutbeekweg 25, vanwaar ook een vrij uitzicht blijft richting de Rutbeek. Helemaal in het zuiden van het plangebied wordt 1770 m 2 nieuwe natuur aangelegd. Afbeelding 4.1 geeft de toekomstige inrichting van het plangebied weer.

bestemmingsplan Haaksbergerstraat 1045 herziening 1 (vastgesteld) 19

Afbeelding 4.1: Nieuwe inrichting plangeb ied

4.3

Aanpassing bestemmingsplan

Met voorliggend bestemmingsplan worden twee kleine aanpassingen doorgevoerd ten opzichte van het bestemmingsplan uit 2019. Het gaat om de volgende aanpassingen: Het nieuwe inrichtingsplan wordt aan de regels gevoegd. Afbeelding 4.1 geeft dit nieuwe inrichtingsplan weer. De aanduiding 'ontsluiting' wordt aan de noordwest zijde iets verruimd aangezien het erf om het gebouw ligt. Aan de zuidzijde vindt ook een zeer kleine aanpassing plaats van deze aanduiding aangezien daar de inrichting iets schuin loopt.

4.4

Ladder Duurzame Verstedelijking (artikel 3.1.6, 2e lid Bro)

Artikel 3.1.6, 2e tot en met 4e lid van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) schrijft voor dat van een stedelijke ontwikkeling die in een bestemmingsplan wordt mogelijk gemaakt in de toelichting moet worden aangetoond dat er sprake is van een behoefte. Wanneer een bestemmingsplan een stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied moet in de toelichting tevens worden gemotiveerd waarom in die behoefte niet kan worden voorzien binnen het bestaand stedelijk gebied. Bij iedere 'stedelijke ontwikkeling', waaronder iedere ontwikkeling van detailhandelsvloeroppervlak, moet inzichtelijk worden gemaakt of er, in relatie tot het bestaande aanbod, concreet behoefte bestaat aan de desbetreffende ontwikkeling. Die behoefte moet dan worden afgewogen tegen het bestaande aanbod, waarbij moet worden gemotiveerd dat rekening is gehouden met het voorkomen van leegstand. Dit wordt de 'Ladder voor Duurzame Verstedelijking' genoemd. Deze zogenoemde 'Ladder voor Duurzame Verstedelijking' is geen blauwdruk voor een optimale ruimtelijke inpassing van alle nieuwe ontwikkelingen en schrijft geen vooraf bepaald resultaat voor. De 'Ladder' is alleen van toepassing als er sprake is van een 'nieuwe stedelijke ontwikkeling'. Een in een bestemmingsplan voorziene ontwikkeling dient voldoende substantieel te zijn om als 'stedelijke ontwikkeling' te kunnen worden

20 steld)

bestemmingsplan Haaksbergerstraat 1045 herziening 1 (vastge

aangemerkt. Daarvan zal in beginsel geen sprake zijn indien het nieuwe bestemmingsplan ten opzichte van het voorgaande planologische regime geen nieuw planologisch ruimtebeslag mogelijk maakt. Dit kan anders zijn indien het bestemmingsplan ten opzichte van het voorgaande planologische regime in een vanuit ruimtelijk oogpunt ingrijpende nieuwe planologische functiewijziging voorziet. Wanneer de 'stedelijke ontwikkeling' die een bestemmingsplan mogelijk maakt alleen betrekking heeft op de vestiging van een dienst als bedoeld in artikel 1 van de Dienstenwet, heeft het onderzoek naar de behoefte slechts tot doel om na te gaan of de vestiging van een dienst in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening.

Toetsing aan Ladder voor duurzame verstedelijking Voorliggend plan maakt niet meer bebouwing mogelijk dan het vigerende plan uit 2019 mogelijk maakt. De enige wijziging betreft de wijziging van de inrichting van het omliggend terrein. Hierdoor is er geen sprake van een stedelijke ontwikkeling. De behoefte van voorliggend plan hoeft dan ook niet te worden gemotiveerd.

4.5

Welstand en beeldkwaliteit

In de Welstandsnota "Bouwen aan identiteit" is aangegeven aan welke welstandseisen bouwplannen moeten worden getoetst. Daartoe zijn in de Welstandsnota voor het gehele grondgebied van de gemeente Enschede welstandsidentiteiten opgenomen. Voor het plangebied van het bestemmingsplan "Haaksbergerstraat 1045" gelden de welstandsidentiteit(en) 'Boerenerven, oude essen' ter plaatse van de erfbebouwing en 'Vrije landelijke bebouwing, oude landschap' voor het overige deel van het plangebied. De bebouwing concentreert zich in het gebied dat is aangewezen als 'Boerenerven, oude essen'. Daarom wordt alleen ingegaan op deze welstandsidentiteit. Voor de verbouwing van de paardenkliniek is een bouwvergunning verleend. Het uiteindelijke resultaat voldoet aan de welstandsnota. Voor de erfinrichting vindt geen toets aan de welstandsnota plaats. Deze nieuwe inrichting is getoetst en akkoord bevonden door de landschapsarchitect van de gemeente.

4.6

Duurzaamheid

Duurzaamheid is een centraal thema in het gemeentelijk beleid van Enschede. Duurzaam handelen is daarbij meer dan het ontzien van natuur en milieu. In dat opzicht vraagt duurzaam handelen bijvoorbeeld ook om een solide financieel beleid. Voor 2015 werd onder de noemer van het duurzaamheidsbeleid vooral gewerkt aan maatregelen die gericht zijn op het tegengaan van gevolgen voor de klimaatverandering. Daarmee is niet gezegd dat er voor thema's die op andere plaatsen wel onder het beleidsveld duurzaamheid worden geschaard, zoals afval, water en bodem, geen aandacht was maar van een breed en samenhangend duurzaamheidsbeleid was toen nog geen sprake. Om daar verandering in te kunnen brengen is het Actieplan Duurzaamheid opgesteld. Hierin wordt uitgewerkt aan welke doelen onder de noemer van het duurzaamheidsbeleid actief wordt gewerkt, welke aanpak daarvoor is vereist, welke partijen bij de realisatie daarvan een rol spelen en welke rol de gemeente daarbij voor zichzelf ziet weggelegd, alsmede de toewijzing van mensen en middelen om de gestelde doelen te realiseren. 4.6.1

Speerpunten van het duurzaamheidsbeleid

In het Actieplan duurzaamheid, dat op 8 juni 2015 door de gemeenteraad van Enschede is vastgesteld, heeft de gemeenteraad er voor gekozen om het duurzaamheidsbeleid toe te spitsen op de volgende punten:

bestemmingsplan Haaksbergerstraat 1045 herziening 1 (vastgesteld) 21

Energie Eigen organisatie Verhogen van het op eigen grondgebied Zelf het goede voorbeeld geven. opgewekte aandeel hernieuwbare energie tot minimaal 12 procent in 2030 en minimaal 27 procent van het voor 2050 voorziene gebruik van energie. Biodiversiteit Behoud en versterken van de verscheidenheid aan dier- en plantsoorten in de leefomgeving

Groene groei Groei van de economie zonder dat dit nadelig is voor klimaat, water, bodem, grondstoffen en biodiversiteit.

Circulaire economie Verminderen van de hoeveelheid (rest-)afval door afvalpreventie en het beter scheiden van restafval.

Klimaatadaptatie Negatieve gevolgen die gepaard gaan met klimaatverandering beperken en de kansen die de klimaatverandering biedt benutten.

Duurzame mobiliteit Verhoging van het aandeel fietsgebruik in het totaal aantal verplaatsingen, stimuleren van het gebruik van het openbaar vervoer en stimuleren van het gebruik van elektrische auto's.

WEconomy Bewoners in Enschede dragen in collectief verband actief bij aan een of meer van de duurzame doelstellingen.

Aanpak van het duurzaamheidsbeleid Binnen de aanpak van het Actieplan Duurzaamheid staan de begrippen 'duurzame daden', 'duurzame deals' en 'duurzaam doen' centraal.

Duurzame daden De gedachte hierbij is dat het zichtbaar maken van bestaand duurzaam gedrag de beste manier is om anderen te inspireren en aan te zetten tot duurzaam handelen. We richten ons daarbij op de groep die in beginsel bereid is tot duurzaam gedrag.

Duurzame deals Duurzame deals, oftewel afspraken over duurzaam handelen, zijn een middel om nieuw duurzaam gedrag uit te lokken. Bij de uitvoering van duurzame initiatieven lopen bedrijven, instellingen en groepen inwoners soms tegen barrières aan. De gemeente wil die belemmeringen wegnemen. Soms kunnen we daar zelf voor zorgen. In andere gevallen doen we daarvoor een beroep op anderen. De deals maken duidelijk dat verduurzaming van de samenleving een opgave is die we samen moeten oppakken.

Duurzaam Doen Zelf het goede voorbeeld geven is binnen de gekozen aanpak een belangrijk uitgangspunt. Verduurzaming van de eigen organisatie is in dit Actieplan duurzaamheid verder uitgewerkt onder de noemer Duurzaam Doen. Voor deze benadering is gekozen, omdat het een positieve benadering is, die anderen inspireert en stimuleert tot duurzame handelingen (gedrag, het doen van investeringen etc.). Het voordeel van deze aanpak is bovendien dat het gedrag voor de doelgroep herkenbaar en dichtbij is, de communicatieboodschap hierdoor aansluit bij de belevingswereld van mensen en de huidige doeners de afzender/ambassadeur zijn (in plaats van de gemeente). Hierdoor is het een aanpak van de stad, in plaats van de gemeente.

22 steld)

bestemmingsplan Haaksbergerstraat 1045 herziening 1 (vastge

4.6.2

Duurzaamheidsbeleid en het bestemmingsplan

In deze paragraaf wordt aan de hand van het Actieplan Duurzaamheid bekeken in hoeverre het bestemmingsplan kan bijdragen aan de realisatie van de gemeentelijke duurzaamheidsambities.

Algemeen Bij elke nieuwe ruimtelijke ontwikkeling zal, afhankelijk van de opgave en de locatie, bezien moeten worden welke duurzame energiebronnen aangeboord worden. Dit kan er toe leiden dat in het ene geval ingezet wordt op een zongerichte verkaveling, terwijl in het andere geval gekoerst wordt op het gebruik van bodem- en/of windenergie, dan wel aansluiting op het warmtenet. Ook de aanpassing aan de klimaatverandering is in hoge mate een ruimtelijk vraagstuk. Meer warme zomers en een toenemende kans op extreme weersituaties vragen bij een verdere ontwikkeling van de stad om het vergroten van afvoer- en absorptievermogen in stedelijke watersystemen en het voorkomen van 'hitte-eilanden' en hittestress.

Energie: Voor het realiseren van veel energie besparende maatregelen of voorzieningen in, aan of op gebouwen, zoals isolatie van vloer, muren of dak, het plaatsen van zonnepanelen of een zonnecollector op het dak, is geen omgevingsvergunning vereist. Voor warmte-koude opslag en bodemenergiesystemen is de provincie Overijssel het bevoegd gezag. Voor nieuwbouw geldt dat moet worden voldaan aan de energieprestatienormen uit het Bouwbesluit. Voor dat soort maatregelen en voorzieningen hoeven in een bestemmingsplan geen regels te worden opgenomen. Een bestemmingsplan kan wel regels bevatten voor bijvoorbeeld het realiseren van windturbines of zonneparken en andere voorzieningen en bouwwerken met een mogelijke impact op de kwaliteit van de woon- en leefomgeving.

Klimaatadaptatie: Voor het realiseren van relatief eenvoudige klimaatadaptieve maatregelen en voorzieningen als groene dakbedekking op gebouwen en het in de bodem infiltreren van hemelwater is geen omgevingsvergunning vereist. Voor dat soort maatregelen en voorzieningen hoeven in een bestemmingsplan geen regels te worden opgenomen. Een bestemmingsplan kan wel regels bevatten voor het realiseren van voorzieningen voor de berging van hemelwater, het vrij houden van bebouwing van overloopgebieden (bij overstroming), het vrij houden van bebouwing langs beken of van lage plekken die natuurlijke waterbergingen vormen, het ophogen van gronden of het realiseren van bouwwerken ter voorkoming van overstromingen en andere voorzieningen en bouwwerken met een mogelijke impact op de kwaliteit van de woon- en leefomgeving.

Circulaire economie: Voor het realiseren van afvalcontainers voor het gescheiden inzamelen van afval en herbruikbare materialen is geen omgevingsvergunning vereist. Voor dat soort voorzieningen hoeven in een bestemmingsplan geen regels te worden opgenomen. Een bestemmingsplan kan wel regels bevatten voor het realiseren van voorzieningen en bedrijven voor de verwerking van afval.

Biodiversiteit: Natuurgebieden, bossen, parken en andere structurele, veelal openbaar toegankelijke, groenvoorzieningen worden in een bestemmingsplan als zodanig bestemd en voorzien van een passende beschermende gebruiks- en bouwregeling. Daarnaast maakt een bestemmingsplan het in nagenoeg elke bestemming mogelijk om groenvoorzieningen van ondergeschikte aard te realiseren.

Overige actiepunten: Voor de overige actiepunten uit het Actieplan Duurzaamheid kan kortheidshalve worden volstaan met de

bestemmingsplan Haaksbergerstraat 1045 herziening 1 (vastgesteld) 23

conclusie dat deze geen ruimtelijke relevantie hebben en als zodanig dus ook niet of hooguit indirect van invloed zijn op de kwaliteit van de woon- en leefomgeving.

24 steld)

bestemmingsplan Haaksbergerstraat 1045 herziening 1 (vastge

Hoofdstuk 5

Omgevingsaspecten

Op grond van artikel 3.1.6 van het Bro wordt in het kader van de voorbereiding van een bestemmingsplan nagegaan of dat plan uitvoerbaar is. In dat kader moet elk bestemmingsplan worden getoetst aan een aantal omgevingsaspecten. Het vaststellen van een bestemmingsplan kan namelijk gevolgen hebben voor de belangen van natuur en milieu en voor de waterhuishouding. In dit hoofdstuk wordt de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan "Haaksbergerstraat 1045 herziening 1" getoetst aan de belangen van milieu, natuur en waterhuishouding.

5.1

Milieu

In deze paragraaf wordt achtereenvolgens ingegaan op de milieuaspecten bodemkwaliteit, geluid, luchtkwaliteit en externe veiligheid. Daarnaast wordt in deze paragraaf verslag gedaan van de uitkomsten van de bedrijven- en milieu-inventarisatie en de toepassing van milieuzonering. 5.1.1

Milieueffectrapportage

Bij ruimtelijke plannen en besluiten die mogelijk gevolgen kunnen hebben voor het milieu dient te worden beoordeeld of ten behoeve van de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling een milieueffectrapportage moet worden opgesteld. Een milieueffectrapportage (m.e.r.) is bedoeld om milieubelangen bij verschillende ruimtelijke procedures een volwaardige plaats bij de besluitvorming te geven. Het wettelijk kader voor de m.e.r. is hoofdstuk 7 van de Wet milieubeheer (Wm) en het daarbij behorende Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.). In het Besluit m.e.r. is geregeld voor welke plannen en besluiten die nieuwe ontwikkelingen mogelijk maken daadwerkelijk een m.e.r.-(beoordelings)procedure doorlopen moet worden dan wel een vormvrije m.e.r.-beoordeling dient te worden uitgevoerd. Bij het toetsen van plannen en besluiten aan het Besluit m.e.r. zijn er vier mogelijkheden: 5. 6. 7. 8.

het plan of besluit maakt geen activiteiten mogelijk die in het Besluit m.e.r. zijn genoemd. Er geldt geen m.e.r.-plicht of (vormvrije) m.e.r.-beoordelingsplicht. m.e.r.-plicht: voor (onderdelen van) het plan of besluit is het uitvoeren van een m.e.r.-verplicht; m.e.r.-beoordelingsplicht: voor (onderdelen van) het plan of besluit moet eerst worden beoordeeld of er mogelijk aanzienlijke milieugevolgen optreden. Zo ja, dan is alsnog het uitvoeren van een m.e.r. verplicht; vormvrije m.e.r.-beoordeling: het plan of het besluit omvat een m.e.r.-beoordelingsplichtige activiteit, maar deze activiteit ligt (ruim) beneden de daarvoor in het Besluit m.e.r. opgenomen indicatieve drempelwaarden. Het bevoegd gezag moet nagaan of die activiteit mogelijk aanzienlijke milieugevolgen zou kunnen hebben.Zo ja, dan moet er alsnog een volledige m.e.r.-(beoordelings)procedure worden doorlopen.

Toetsing bestemmingsplan "Haaksbergerstraat 1045 herziening 1" aan het Besluit m.e.r. Het bestemmingsplan "Haaksbergerstraat 1045 herziening 1" heeft tot doel de realisatie van het nieuwe inrichtingsplan bij de paardenkliniek aan de Haaksbergerstraat 1045 mogelijk te maken. Deze beoogde ontwikkeling is geen activiteit / project als genoemd in de bijlage bij het Besluit m.e.r. waarvoor een m.e.r. of m.e.r. beoordeling dient te worden uitgevoerd. Een nadere toetsing aan het Besluit m.e.r. kan dan ook achterwege blijven.

bestemmingsplan Haaksbergerstraat 1045 herziening 1 (vastgesteld) 25

5.1.2

Milieuhinder van bedrijven en voorzieningen

In het kader van een goede ruimtelijke ordening is nagegaan of er bestaande bedrijfsactiviteiten en voorzieningen rondom het plangebied van het bestemmingsplan "Haaksbergerstraat 1045 herziening 1" aanwezig zijn, die van invloed kunnen zijn op het woon- en leefklimaat in het plangebied. Daarbij is gekeken naar de potentiële milieubelasting van deze bedrijfsactiviteiten en voorzieningen. De milieubelasting en de bijbehorende hindercontouren worden bepaald door verschillende ruimtelijk relevante milieuaspecten, zoals geur, stof, geluid en gevaar. In zijn algemeenheid kan worden gesteld dat het plangebied kan worden gezien als een rustige woonwijk.

Toetsing bestemmingsplan aan Milieuhinder van bedrijven en voorzieningen De realisatie van de paardenkliniek was al mogelijk gemaakt met het bestemmingsplan "Haaksbergerstraat 1045" uit 2019. Voorliggend plan maakt geen uitbreiding van de paardenkliniek en/of bebouwing mogelijk. Het betreft alleen een aanpassing van het inrichtingsplan. Deze aanpassing heeft geen (negatieve) gevolgen voor omliggende functies. Ten noordwesten van het plangebied ligt de zandwinning als enig bedrijf. Dit bedrijf heeft geen (negatieve) gevolgen voor de wijzigingen in het inrichtingsplan.

Conclusie milieuhinder bedrijven en voorzieningen Op basis van het bovenstaande kan worden geconcludeerd dat er uit oogpunt van milieuhinder van bedrijven en voorzieningen geen belemmering is voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan. 5.1.3

Bodemkwaliteit

Bodemkwaliteit algemeen Bij de toetsing of een bestemmingsplan uitvoerbaar is, moet worden nagegaan of er mogelijk sprake is van bodemverontreiniging. Bij functiewijzigingen en nieuwe ontwikkelingen dient daarom te worden bekeken of de bodemkwaliteit past binnen het toekomstige gebruik van de bodem en of deze optimaal op elkaar kunnen worden afgestemd. Het bodembeleid in Nederland heeft een hervormingsfase ondergaan. Er is sprake van een overgang van het saneren van vervuilde bodems naar het duurzaam beheren en bewust gebruiken van de bodem en de ondergrond. Het beleid richt zich niet uitsluitend meer op het wegnemen van bodemverontreiniging, maar de nadruk is komen te liggen op creatief, innovatief en integraal beheer en gebruik van de bodem en ondergrond. Het oude beginsel van niet bouwen op een vervuilde bodem is hiermee verlaten. Bouwen op een ernstig verontreinigde bodem is onder voorwaarden mogelijk. Functiegericht en kosteneffectief saneren is dan voldoende. Het uitgangspunt hierbij is dat aanwezige bodemverontreiniging geen onaanvaardbaar risico oplevert voor de gebruikers van de bodem.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=enschede&id=0b02b269-6f5f-4128-b0b9-8850189807d2