CConstaterende datenschede
Koppel je AI →
Document · PDF

getekende verordening Bedijveninvesteringszone Euregio Bedrijvenpark I 2023-2027.pdf

Raadsvergadering 7 november 2022, gemeente enschedeBij agendapunt: Verlenging Bedrijveninvesteringszone (BIZ) Euregio Bedrijvenpark I1.868 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Verordening bed rijven in veste ringszone Eu regio Bedrijvenpark I 201 8 - 2022 De raad van de gemeente Enschede;

gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 25 oktober 2022 gelet op de Wet op de bedrijveninvesteringszones van 1 9 november 2014;

gezien de uitvoeringsovereenkomst van 25 oktober 2022 gesloten met de Stichting BIZ Euregio

Bedrijvenpark I; besluit

vast te stellen de Verordening Bedrijveninvesteringszone (BIZ) Euregio Bedrijvenpark I 2023 - 2027.

Artikel 1 Begripsomschrijvingen Deze verordening verstaat onder:

bedrijveninvesteringszone: het bij deze verordening aangewezen gebied in de

gemeente waarbinnen de BIZ-bijdrage wordt geheven. Het aangewezen gebied is vermeld op de bij deze verordening behorende en daarvan deel uitmakende

kaart;

college: college van burgemeester en wethouders van de gemeente; uitvoeringsovereenkomst: tussen de gemeente Enschede en de Stichting BIZ

Euregio Bedrijvenpark I op 25 oktober 2022 gesloten overeenkomst als bedoeld in artikel 7, derde lid, van de wet; wet: Wet op de bedrijveninvesteringszones.

HOOFDSTUK II

BELASTINGBEPALINCEN

Artikel 2 Belastbaar feit en aard van de belasting 1. Onder de naam ‘BIZ-bijdrage’ wordt jaarlijks een directe belasting geheven ter zake van binnen de bedrijveninvesteringszone gelegen onroerende zaken die op

grond van artikel 220a Gemeentewet niet in hoofdzaak tot woning dienen.

2. De BIZ-bijdrage wordt geheven ter bestrijding van de kosten die zijn verbonden aan activiteiten in de openbare ruimte en op internet, die zijn gericht op het bevorderen van de leefbaarheid of de veiligheid in de bedrijveninvesteringszone

of de ruimtelijke kwaliteit of de economische ontwikkeling van de

bedrijveninvesteringszone. Artikel 3 Voorwerp van de belasting 1.

Voorwerp van de belasting is een onroerende zaak.

2.

Als onroerende zaak wordt aangemerkt de onroerende zaak, bedoeld in hoofdstuk III van de Wet waardering onroerende zaken.

Artikel 4 Belastingplicht 1. De BIZ-bijdrage wordt geheven van de gebruiker, zijnde degene die bij het begin

van het kalenderjaar al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht een in de bedrijveninvesteringszone gelegen belastingobject

gebruikt; 2. Voor de toepassing van dit artikel wordt: a. gebruik door degene aan wie een deel van een belastingobject in gebruik is

gegeven, aangemerkt als gebruik door degene die dat deel in gebruik heeft gegeven; degene die het deel in gebruik heeft gegeven, is bevoegd de BIZ-

bijdrage als zodanig te verhalen op degene aan wie dat deel in gebruik is gegeven;

b. het ter beschikking stellen van een belastingobject voor volgtijdig gebruik aangemerkt als gebruik door degene die dat belastingobject ter beschikking

heeft gesteld; degene die het belastingobject ter beschikking heeft gesteld is bevoegd de BIZ-bijdrage als zodanig te verhalen op degene aan wie dat

belastingobject ter beschikking is gesteld. 3. Indien een onroerende zaak bij het begin van het kalenderjaar geen gebruiker

kent, wordt de van de gebruiker te heffen BIZ-bijdrage geheven van de eigenaar.

Artikel 5 Maatstaf van heffing

1. De BIZ-bijdrage wordt geheven naar de op de voet van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken voor het belastingobject vastgestelde waarde

zoals deze geldt voor het kalenderjaar. Bij de bepaling van de heffingsmaatstaf

wordt de waarde van gedeelten van het belastingobject die in hoofdzaak tot woning dienen dan wel in hoofdzaak dienstbaar zijn aan woondoeleinden buiten aanmerking gelaten.

2. Indien met betrekking tot het belastingobject geen waarde is vastgesteld op de voet van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken wordt de

heffingsmaatstaf van dat belastingobject bepaald met toepassing van artikel 6, alsmede met overeenkomstige toepassing van het bepaalde bij of krachtens de

artikelen 17, 1 8 en 20, tweede lid, van de Wet waardering onroerende zaken. Artikel 6 Vrijstellingen

1. In afwijking in zoverre van artikel 5 wordt bij de bepaling van de

heffingsmaatstaf buiten aanmerking gelaten, voor zover dit niet al is gebeurd bij

de bepaling van de in dat artikel bedoelde waarde, de waarde van:

a. voor de land- of bosbouw bedrijfsmatig geëxploiteerde cultuurgrond, daaronder

mede begrepen de open grond, alsmede de ondergrond van glasopstanden, die

bedrijfsmatig aangewend wordt voor de kweek of teelt van gewassen, zonder daarbij de ondergrond als voedingsbodem te gebruiken; b. glasopstanden, die bedrijfsmatig worden aangewend voor de kweek of teelt van

gewassen, voor zover de ondergrond daarvan bestaat uit de in onderdeel a bedoelde grond; c. onroerende zaken die in hoofdzaak zijn bestemd voor de openbare eredienst of

voor het houden van openbare bezinningssamenkomsten van levensbeschouwelijke aard, een en ander met uitzondering van delen van zodanige onroerende zaken die dienen als woning;

d. één of meer onroerende zaken die deel uitmaken van een op de voet van de Natuurschoonwet 1 928 aangewezen landgoed dat voldoet aan de voorwaarden

genoemd in artikel 8 van het Rangschikkingsbesluit Natuurschoonwet 1 928,met uitzondering van de daarop voorkomende gebouwde eigendommen;

e. natuurterreinen, waaronder mede worden verstaan duinen, heidevelden,

zandverstuivingen, moerassen en plassen, die door rechtspersonen met

volledige rechtsbevoegdheid welke zich uitsluitend of nagenoeg uitsluitend het

behoud van natuurschoon ten doel stellen, beheerd worden; f.

openbare land

en waterwegen en banen voor openbaar vervoer per rail, een en

ander met inbegrip van kunstwerken;

g. waterverdedigings - en waterbeheersingswerken die worden beheerd door organen, instellingen of diensten van publiekrechtelijke rechtspersonen, met uitzondering van de delen van zodanige werken die dienen als woning;

h. werken die zijn bestemd voor de zuivering van riool- en ander afvalwater en die worden beheerd door organen, instellingen of diensten van publiekrechtelijke

rechtspersonen, met uitzondering van de delen van zodanige werken die dienen als woning; i.

werktuigen die van een onroerende zaak kunnen worden afgescheiden zonder dat beschadiging van betekenis aan die werktuigen wordt toegebracht en die

niet op zichzelf als gebouwde eigendommen zijn aan te merken; j.

onroerende zaken voor zover die bestemd en in gebruik zijn voor de publieke dienst van de gemeente;

k. straatmeubilair, waaronder begrepen alle zodanige gebouwde eigendommen -

niet zijnde gebouwen - welke zijn geplaatst voor het belang van het publiek, ten dienste van het verkeer of ter verfraaiing van de gemeente, zoals lichtmasten, verkeersinstallaties, standbeelden monumenten, fonteinen, banken, abri's,

hekken en palen. l.

plantsoenen, parken en waterpartijen, die bij de gemeente in beheer zijn of waarvan de gemeente het genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt

recht, met uitzondering van delen van zodanige eigendommen die dienen als woning; m. begraafplaatsen, urnentuinen en crematoria, een en ander met uitzondering van delen van zodanige onroerende zaken die dienen als woning;

n. onroerende zaken voor zover die bestemd en in gebruik zijn voor het geven van

onderwijs;

o. onroerende zaken die worden beheerd door een vereniging of stichting die geen onderneming drijft, voor zover die objecten bestemd en in gebruik zijn voor het

geven van onderwijs, voor club en buurthuiswerk, voor de beoefening van

sport, kunst of cultuur, of

voor andere activiteiten van sociale of culturele

aard;

p. onroerende zaken voor zover die bestemd en in gebruik zijn voor de publieke

dienst ter zake van brandweerzorg, rampenbeheersing, crisisbeheersing, geneeskundige hulpverlening in de regio en de handhaving van de openbare

orde en veiligheid. q. onroerende zaken die vanuit de WOZ administratie zijn aangemerkt als trafo, telefooncentrale en zendmast.

2. In afwijking in zoverre van artikel 5 wordt bij de bepaling van de heffingsmaatstaf voor de BIZ-bijdrage van de gebruiker buiten aanmerking gelaten de waarde van gedeelten van de onroerende zaak die in hoofdzaak tot

woning dienen dan wel in hoofdzaak dienstbaar zijn aan woondoeleinden.

Artikel 7 Tarief BIZ-bijdrage Het tarief van de BIZ-bijdrage bedraagt 0,1 05% van de heffingsmaatstaf met een minimum van € 120 en een maximum van € 989 per belastingobject.

Artikel 8 Wijze van heffing De BIZ-bijdrage wordt jaarlijks bij wege van aanslag geheven. Artikel 9 Termijnen van betaling 1. De aanslagen moeten worden betaald uiterlijk twee kalendermaanden na de op

het aanslagbiljet vermelde dagtekening.

2. In afwijking van het eerste lid kunnen op verzoek van de belastingplichtige de aanslagen worden betaald in zoveel gelijke termijnen als er na de dagtekening

van het aanslagbiljet nog maanden in het kalenderjaar overblijven, met dien

verstande dat het aantal termijnen ten minste twee bedraagt en maximaal tien, indien aan het navolgende wordt voldaan: a. het totaal bedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen

onroerende zaakbelastingen of andere belastingen moet minder zijn dan

het maximumbedrag vermeld in de verordening onroerendezaakbelastingen van het betreffende jaar;

b. de verschuldigde bedragen moeten door middel van automatische

betalingsincasso van de betaalrekening van de belastingschuldige kunnen worden afgeschreven. De eerste termijn vervalt één maand na de

dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen telkens een maand later. 3. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste lid gestelde

termijnen.

Artikel 10 Looptijd belastingheffing

De BIZ-bijdrage wordt ingesteld voor een periode van 5 jaar.

Artikel 11. Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels stellen met betrekking

tot de heffing en de invordering van de BIZ-bijdrage.

Hoofdstuk III Subsidiebepalingen Artikel 12 Buiten toepassing algemene subsidieverordening Op de subsidie op grond van deze verordening is de Algemene subsidieverordening

gemeente Enschede niet van toepassing. Artikel 13 Aanwijzing Stichting BIZ Euregio Bedrijvenpark I

De Stichting BIZ Euregio Bedrijvenpark I wordt aangewezen als de stichting bedoeld in artikel 7 van de wet, waarmee een overeenkomst als bedoeld in artikel 4:36 van de Algemene wet bestuursrecht is gesloten, waarin is bepaald dat de activiteiten waarvoor

de subsidie wordt verstrekt verplicht moeten worden verricht. Artikel 14 Subsidieverlening

1. De subsidie wordt jaarlijks door het college verleend aan de Stichting BIZ Euregio

Bedrijvenpark I voor de uitvoering van de activiteiten die zijn opgenomen in de

uitvoeringsovereenkomst. De subsidie wordt verleend op een daartoe gedane aanvraag, die vergezeld moet gaan van de in de uitvoeringsovereenkomst

genoemde stukken.

2. De subsidie wordt bepaald op de jaarlijks ontvangen BIZ-bijdragen verminderd met de perceptiekosten voor de heffing en invordering van de BIZ-bijdragen zoals opgenomen in de uitvoeringsovereenkomst.

Artikel 15 Subsidieverplichtingen

Naast de in artikel 4:37 van de Algemene wet bestuursrecht genoemde verplichtingen kunnen aan de Stichting BIZ Euregio Bedrijvenpark I ook andere doel gebonden

verplichtingen worden opgelegd. Deze verplichtingen zijn opgenomen in de met de

Stichting BIZ Euregio Bedrijvenpark I gesloten uitvoeringsovereenkomst.

Artikel 16 Subsidievaststelling 1. De Stichting BIZ Euregio Bedrijvenpark I is verplicht om 3 maanden na afloop van

het subsidiejaar de in de uitvoeringsovereenkomst opgenomen stukken te overleggen.

2. De subsidie wordt vastgesteld uiterlijk 1 3 weken na ontvangst van de in het voorgaande lid genoemde stukken. Artikel 17 Melding van relevante wijzigingen De Stichting BIZ Euregio Bedrijvenpark I stelt het college zo spoedig mogelijk schriftelijk op de hoogte van:

1. Meer dan ondergeschikte veranderingen in haar financiële situatie;

2. Een wijziging van de statuten; 3. Verandering of beëindiging van activiteiten.

Hoofdstuk IV Slotbepalingen Artikel 18 Intrekken oude verordening en overgangsrecht De Verordening bedrijveninvesteringszone Euregio Bedrijvenpark I 201 8 - 2022 wordt

ingetrokken op de datum van ingang van de heffing, bedoeld in artikel 1 8, tweede lid, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.

Artikel 19 Inwerkingtreding 1. Deze verordening treedt in werking per 1 januari 2023.

2. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2023. Artikel 20 Citeertitel

Deze verordening wordt aangehaald als: ‘Verordening Bedrijveninvesteringszone (BIZ)

Euregio Bedrijvenpark I 2023 - 2027’.

Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 7 november 2022.

De griffier,

ZJongedijk

R.W. Bleker

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=enschede&id=2df25bb4-ce8f-467f-93d3-d7b4ad8d84de