Franklinstraat en Oostburgweg_Toelichting
Tekst van het document
Figuur 4.1 Schets b ouwplan Lage Bolthofweg en Oostburgweg
Franklinstraat Daarnaast wordt op het perceel van het voormalig buurthuis “Galvani” Franklinstraat 16 (in 2015 gesloopt) en het naastgelegen speelpark (skatepark en speelveld) grondgebonden rijwoningen in de koopsector gerealiseerd. Het aanwezige openbare groen wordt ingepast in het ontwerp. De woningbouw is met de voorzijde gericht op de bestaande en nieuw in te richten groenvoorziening. De bestaande bomen worden ingepast in het ontwerp. In de massastudie wordt uitgegaan van 2 bouwlagen met kap. De massastudie is uitgevoerd door het architectenbureau Beltman (zie bijlage 3).
bestemmingsplan Franklinstraat en Oostburgw eg (concept)
23
Door de invulling van de woningbouwlocatie aan de Franklinstraat verdwijnt het aanwezige skatepark. Om voldoende goede speelplekken in de buurt te behouden is in het plan budget opgenomen om een andere speelplek te kunnen realiseren, zodat ondanks het verdwijnen van het skatepark er genoeg uitdagende speelplekken in de wijk aanwezig zijn. Welke locatie een speelvoorziening krijgt, wordt in overleg met de wijk bepaald.
Figuur 4.2 Schets b ouwplan Franklinstraat
Parkeren Franklinstraat Auto parkeren De Franklinstraat bevind zich in het gebied 'rest bebouwde kom'. De parkeernorm (bron: Nota Parkeernormen Enschede 2017) is, afhankelijk van de grootte van de woningen, als volgt: Functie
Rest bebouwde kom
Woning > 120 m 2 GO
1,7 pp / won
Woning tussen > 80 m 2 en 120 m 2
1,6 pp / won
Woning tussen > 60 m 2 en < 80 m 2
1,4 pp / won
Woning < 60 m 2
0,8 pp / won
Bij realisatie van twaalf woningen van > 120 m2 is de parkeerberekening als volgt: Type:
Aantal:
Oppervlakte:
Parkeernorm:
Aantal PP:
Woning
12
> 120 m2
1,7
20,4
Elke nieuwe woning wordt gerealiseerd met een parkeerplaats. Bovendien worden aan de kopse kant van de te realiseren woonblokken aan de Franklinstraat drie langsparkeerplekken gerealiseerd. Dat betekent dat er 6 parkeerplaatsen bij komen. In de nieuwe situatie vervallen 8 bestaande parkeerplaatsen aan de overzijde van het perceel Franklinstraat 15. Ter plaatse van deze parkeerkoffer worden de gronden met dit plan, beschikbaar voor wonen. Deze parkeerplaatsen worden verplaatst en in een nieuwe parkeerkoffer bij de entree naar het Franklinplein aangelegd. Zie figuur 4.3. Deze zal ruimer zijn dan in de huidige situatie en voorzien in 10 parkeerplaatsen.
24
bestemmingsplan Franklinstraat en Oostburgw eg (concept)
Figuur 4.3 Schets parkeerkoffer Franklinplein Bij parkeren op eigen terrein moet rekening worden gehouden dat van de parkeernorm, 0,3 pp / woning in de openbare ruimte opgelost moet worden. In het huidige plan betekent dit 4 parkeerplekken. Dit aantal wordt ruimschoots gehaald. Fietsparkeren Fietsparkeren moet op eigen terrein worden opgelost. Hierbij geldt een parkeernorm van 6 pp / woning. Uitrit In het plan wordt parkeren in de Franklinstraat gedeeltelijk op eigen terrein opgelost. Hierbij geldt dat bij iedere woning een uitrit van 3 m breed wordt gerealiseerd (Bron: Standaarddetail 2023). Volgende de Verordening Kwaliteit Leefomgeving artikel 4.12 mag een uitrit niet breder zijn dan noodzakelijk, dus 3 meter breed. Verkeersintensiteit De Franklinstraat is een erftoegangsweg met een maximumsnelheid van 30 km/uur. De verkeersintensiteit is op de Franklinkstraat vrij laag. Op een gemiddelde werkdag rijden er zo'n 150 motorvoertuigen door de straat (bron: RVMO). De weg heeft meer dan genoeg capaciteit om de verkeersbewegingen van twaalf extra woningen op te vangen. Parkeren Lage Bothofstraat / Oostburgweg Auto parkeren De straten Lage Bothofstraat en Oostburgweg bevinden zich in het gebied 'rest bebouwde kom'. De parkeernorm is, afhankelijk van de grootte van de woningen, als volgt:
bestemmingsplan Franklinstraat en Oostburgw eg (concept)
25
Functie
Rest bebouwde kom
Woning > 120 m 2 GO
1,7 pp / won
Woning tussen > 80 m 2 en 120 m 2
1,6 pp / won
Woning tussen > 60 m 2 en < 80 m 2
1,4 pp / won
Woning < 60 m 2
0,8 pp / won
Bij realisatie van acht woningen van > 120 m 2 is de parkeerberekening als volgt: Type:
Aantal:
Oppervlakte:
Parkeernorm:
Aantal PP:
Woning
8
> 120 m2
1,6
12,8
Fietsparkeren Fietsparkeren moet op eigen terrein worden opgelost. Hierbij geldt een parkeernorm van 6 pp / woning.
Bezettingsgraad parkeren Op dinsdag 14 februari en donderdag 16 februari 2023 is in dit gebied parkeeronderzoek uitgevoerd. Hierbij is op het drukste moment een bezettingsgraad van 64% gemeten. Globaal geldt dat bij een bezettingsgraad van 80% voldoende parkeerplekken beschikbaar zijn (bron: CROW, Handboek Parkeren). In woonwijken kan een hogere grens worden gehanteerd. In de huidige situatie is er dus voldoende ruimte om parkeerplekken op te heffen.
Figuur 4.3 Parkeeronderzoek In de nieuwe situatie is ervoor gekozen om in gebied C en D, het aantal parkeerplekken te verlagen van 27 parkeerplekken naar 19. In de nieuwe situatie worden acht woningen gerealiseerd, waarbij een parkeernorm van 1,6 is gebruikt. Na omrekenen komt de verwachte bezettingsgraad in het gehele onderzoeksgebied rond de 84% uit. Dit is niet optimaal maar acceptabel.
Verkeersintensiteit De Lage Bothofstraat en Oostburgweg zijn beide erftoegangswegen met een maximumsnelheid van 30 km/uur. De gemiddelde verkeersintensiteit op de Lage Bothofstraat is per werkdag ongeveer 2.700 26
bestemmingsplan Franklinstraat en Oostburgw eg (concept)
motorvoertuigen. Op de Oostburgweg zijn dit 1.500 motorvoertuigen (bron: RVMO). Er is voldoende wegcapaciteit om de verkeersbewegingen van de geplande woningen op te vangen.
Groenvoorziening Aan de Franklinstraat vervalt de huidige speelvoorzieningen; het speelveld met skatebaan zal door het bouwplan vervallen. In overleg met de wijkraad zal een nieuwe speelvoorziening in de wijk terugkomen. De groenvoorziening zal centraal tussen de woningen overeind blijven. De bestaande beschermwaardige bomen blijven behouden en zullen niet worden gekapt.
4.2
Welstand en beeldkwaliteit
In de Welstandsnota "Bouwen aan identiteit" is aangegeven aan welke welstandseisen bouwplannen moeten worden getoetst. Daartoe zijn in de Welstandsnota voor het gehele grondgebied van de gemeente Enschede welstandsidentiteiten opgenomen. Voor het plangebied van het bestemmingsplan "Franklinstraat en Oostburgweg" geldt de welstandsidentiteiten dorpse linten. Zie figuur 4.3.
Figuur 4.3 Welstandsidentitteit
In gebieden waar de identiteit Dorpse linten geldt kenmerkt de bebouwing zich door een grote variatie in bouwstijlen en materiaal. Elk pand is anders. Tegelijkertijd vertoont de bebouwing binnen een lint overeenkomst in hoogte en type. De panden zijn allemaal hoger dan breed en hebben meestal twee bouwlagen, al dan niet met een kap. De voordeuren zijn op straatniveau, de voorgevels hebben ramen. Een belangrijk kenmerk is ook dat de meeste panden direct aan de straat staan. In een paar linten komen panden voor die wat van de rooilijn afstaan en een voortuintje hebben. Door dit alles bieden de linten een gevarieerd maar samenhangend beeld en een levendig maar ontspannen sfeer. Kortom, ze hebben nog steeds een dorps karakter. De kwaliteit van de bebouwing is wisselend. Sommige linten hebben een fraai voorkomen, andere zien er minder verzorgd uit. Monumentjes staan naast panden die rijp zijn voor afbraak, hoogstandjes van architectuur worden afgewisseld met gewone huisjes. Maar de dorpse linten zijn hoe dan ook een kweekvijver van bouwactiviteiten. Hierdoor blijven ze zich aanpassen aan de eisen van de tijd. bestemmingsplan Franklinstraat en Oostburgw eg (concept)
27
Het uiteindelijk bouwplan dient bij de omgevingsvergunning getoetst te worden aan de criteria behorende bij deze welstandsidentiteit.
4.3
Duurzaamheid
Duurzaamheid is een centraal thema in het gemeentelijk beleid van Enschede. Duurzaam handelen is daarbij meer dan het ontzien van natuur en milieu. In dat opzicht vraagt duurzaam handelen bijvoorbeeld ook om een solide financieel beleid. Voor 2015 werd onder de noemer van het duurzaamheidsbeleid vooral gewerkt aan maatregelen die gericht zijn op het tegengaan van gevolgen voor de klimaatverandering. Daarmee is niet gezegd dat er voor thema's die op andere plaatsen wel onder het beleidsveld duurzaamheid worden geschaard, zoals afval, water en bodem, geen aandacht was maar van een breed en samenhangend duurzaamheidsbeleid was toen nog geen sprake. Om daar verandering in te kunnen brengen is het Actieplan Duurzaamheid opgesteld. Hierin wordt uitgewerkt aan welke doelen onder de noemer van het duurzaamheidsbeleid actief wordt gewerkt, welke aanpak daarvoor is vereist, welke partijen bij de realisatie daarvan een rol spelen en welke rol de gemeente daarbij voor zichzelf ziet weggelegd, alsmede de toewijzing van mensen en middelen om de gestelde doelen te realiseren. 4.3.1
Speerpunten van het duurzaamheidsbeleid
In het Actieplan duurzaamheid, dat op 8 juni 2015 door de gemeenteraad van Enschede is vastgesteld, heeft de gemeenteraad er voor gekozen om het duurzaamheidsbeleid toe te spitsen op de volgende punten:
Energie Eigen organisatie Verhogen van het op eigen grondgebied Zelf het goede voorbeeld geven. opgewekte aandeel hernieuwbare energie tot minimaal 12 procent in 2030 en minimaal 27 procent van het voor 2050 voorziene gebruik van energie. Biodiversiteit Behoud en versterken van de verscheidenheid aan dier- en plantsoorten in de leefomgeving
Groene groei Groei van de economie zonder dat dit nadelig is voor klimaat, water, bodem, grondstoffen en biodiversiteit.
Circulaire economie Verminderen van de hoeveelheid (rest-)afval door afvalpreventie en het beter scheiden van restafval.
Klimaatadaptatie Negatieve gevolgen die gepaard gaan met klimaatverandering beperken en de kansen die de klimaatverandering biedt benutten.
Duurzame mobiliteit Verhoging van het aandeel fietsgebruik in het totaal aantal verplaatsingen, stimuleren van het gebruik van het openbaar vervoer en stimuleren van het gebruik van elektrische auto's.
WEconomy Bewoners in Enschede dragen in collectief verband actief bij aan een of meer van de duurzame doelstellingen.
Aanpak van het duurzaamheidsbeleid Binnen de aanpak van het Actieplan Duurzaamheid staan de begrippen 'duurzame daden', 'duurzame deals' en 'duurzaam doen' centraal.
Duurzame daden De gedachte hierbij is dat het zichtbaar maken van bestaand duurzaam gedrag de beste manier is om anderen te inspireren en aan te zetten tot duurzaam handelen. We richten ons daarbij op de groep die in
28
bestemmingsplan Franklinstraat en Oostburgw eg (concept)
beginsel bereid is tot duurzaam gedrag.
Duurzame deals Duurzame deals, oftewel afspraken over duurzaam handelen, zijn een middel om nieuw duurzaam gedrag uit te lokken. Bij de uitvoering van duurzame initiatieven lopen bedrijven, instellingen en groepen inwoners soms tegen barrières aan. De gemeente wil die belemmeringen wegnemen. Soms kunnen we daar zelf voor zorgen. In andere gevallen doen we daarvoor een beroep op anderen. De deals maken duidelijk dat verduurzaming van de samenleving een opgave is die we samen moeten oppakken.
Duurzaam Doen Zelf het goede voorbeeld geven is binnen de gekozen aanpak een belangrijk uitgangspunt. Verduurzaming van de eigen organisatie is in dit Actieplan duurzaamheid verder uitgewerkt onder de noemer Duurzaam Doen.
Voor deze benadering is gekozen, omdat het een positieve benadering is, die anderen inspireert en stimuleert tot duurzame handelingen (gedrag, het doen van investeringen etc.). Het voordeel van deze aanpak is bovendien dat het gedrag voor de doelgroep herkenbaar en dichtbij is, de communicatieboodschap hierdoor aansluit bij de belevingswereld van mensen en de huidige doeners de afzender/ambassadeur zijn (in plaats van de gemeente). Hierdoor is het een aanpak van de stad, in plaats van de gemeente. 4.3.2
Duurzaamheidsbeleid en het bestemmingsplan
In deze paragraaf wordt aan de hand van het Actieplan Duurzaamheid bekeken in hoeverre het bestemmingsplan kan bijdragen aan de realisatie van de gemeentelijke duurzaamheidsambities.
Algemeen Bij elke nieuwe ruimtelijke ontwikkeling zal, afhankelijk van de opgave en de locatie, bezien moeten worden welke duurzame energiebronnen aangeboord worden. Dit kan er toe leiden dat in het ene geval ingezet wordt op een zongerichte verkaveling, terwijl in het andere geval gekoerst wordt op het gebruik van bodem- en/of windenergie, dan wel aansluiting op het warmtenet. Ook de aanpassing aan de klimaatverandering is in hoge mate een ruimtelijk vraagstuk. Meer warme zomers en een toenemende kans op extreme weersituaties vragen bij een verdere ontwikkeling van de stad om het vergroten van afvoer- en absorptievermogen in stedelijke watersystemen en het voorkomen van 'hitte-eilanden' en hittestress.
Energie: Voor het realiseren van veel energie besparende maatregelen of voorzieningen in, aan of op gebouwen, zoals isolatie van vloer, muren of dak, het plaatsen van zonnepanelen of een zonnecollector op het dak, is geen omgevingsvergunning vereist. Voor warmte-koude opslag en bodemenergiesystemen is de provincie Overijssel het bevoegd gezag. Voor nieuwbouw geldt dat moet worden voldaan aan de energieprestatienormen uit het Bouwbesluit. Voor dat soort maatregelen en voorzieningen hoeven in een bestemmingsplan geen regels te worden opgenomen. Een bestemmingsplan kan wel regels bevatten voor bijvoorbeeld het realiseren van windturbines of zonneparken en andere voorzieningen en bouwwerken met een mogelijke impact op de kwaliteit van de woon- en leefomgeving.
Klimaatadaptatie: Voor het realiseren van relatief eenvoudige klimaatadaptieve maatregelen en voorzieningen als groene dakbedekking op gebouwen en het in de bodem infiltreren van hemelwater is geen omgevingsvergunning vereist. Voor dat soort maatregelen en voorzieningen hoeven in een bestemmingsplan geen regels te worden opgenomen. Een bestemmingsplan kan wel regels bevatten voor het realiseren van voorzieningen voor de berging van hemelwater, het vrij houden van bebouwing van overloopgebieden (bij overstroming), het vrij houden van bebouwing langs beken of van lage plekken die natuurlijke waterbergingen vormen, het ophogen bestemmingsplan Franklinstraat en Oostburgw eg (concept)
29
van gronden of het realiseren van bouwwerken ter voorkoming van overstromingen en andere voorzieningen en bouwwerken met een mogelijke impact op de kwaliteit van de woon- en leefomgeving.
Circulaire economie: Voor het realiseren van afvalcontainers voor het gescheiden inzamelen van afval en herbruikbare materialen is geen omgevingsvergunning vereist. Voor dat soort voorzieningen hoeven in een bestemmingsplan geen regels te worden opgenomen. Een bestemmingsplan kan wel regels bevatten voor het realiseren van voorzieningen en bedrijven voor de verwerking van afval.
Biodiversiteit: Natuurgebieden, bossen, parken en andere structurele, veelal openbaar toegankelijke, groenvoorzieningen worden in een bestemmingsplan als zodanig bestemd en voorzien van een passende beschermende gebruiks- en bouwregeling. Daarnaast maakt een bestemmingsplan het in nagenoeg elke bestemming mogelijk om groenvoorzieningen van ondergeschikte aard te realiseren.
Overige actiepunten: Voor de overige actiepunten uit het Actieplan Duurzaamheid kan kortheidshalve worden volstaan met de conclusie dat deze geen ruimtelijke relevantie hebben en als zodanig dus ook niet of hooguit indirect van invloed zijn op de kwaliteit van de woon- en leefomgeving.
30
bestemmingsplan Franklinstraat en Oostburgw eg (concept)
Hoofdstuk 5
Omgevingsaspecten
Op grond van artikel 3.1.6 van het Bro wordt in het kader van de voorbereiding van een bestemmingsplan nagegaan of dat plan uitvoerbaar is. In dat kader moet elk bestemmingsplan worden getoetst aan een aantal omgevingsaspecten. Het vaststellen van een bestemmingsplan kan namelijk gevolgen hebben voor de belangen van natuur en milieu en voor de waterhuishouding. In dit hoofdstuk wordt de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan "Franklinstraat en Oostburgweg" getoetst aan de belangen van milieu, natuur en waterhuishouding.
5.1
Milieu
In deze paragraaf wordt achtereenvolgens ingegaan op de milieuaspecten bodemkwaliteit, geluid, luchtkwaliteit en externe veiligheid. Daarnaast wordt in deze paragraaf verslag gedaan van de uitkomsten van de bedrijven- en milieu-inventarisatie en de toepassing van milieuzonering. 5.1.1
Milieueffectrapportage
Bij ruimtelijke plannen en besluiten die mogelijk gevolgen kunnen hebben voor het milieu dient te worden beoordeeld of ten behoeve van de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling een milieueffectrapportage moet worden opgesteld. Een milieueffectrapportage (m.e.r.) is bedoeld om milieubelangen bij verschillende ruimtelijke procedures een volwaardige plaats bij de besluitvorming te geven. Het wettelijk kader voor de m.e.r. is hoofdstuk 7 van de Wet milieubeheer (Wm) en het daarbij behorende Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.). In het Besluit m.e.r. is geregeld voor welke plannen en besluiten die nieuwe ontwikkelingen mogelijk maken daadwerkelijk een m.e.r.-(beoordelings)procedure doorlopen moet worden dan wel een vormvrije m.e.r.-beoordeling dient te worden uitgevoerd. Bij het toetsen van plannen en besluiten aan het Besluit m.e.r. zijn er vier mogelijkheden: 1. 2. 3. 4.
het plan of besluit maakt geen activiteiten mogelijk die in het Besluit m.e.r. zijn genoemd. Er geldt geen m.e.r.-plicht of (vormvrije) m.e.r.-beoordelingsplicht. m.e.r.-plicht: voor (onderdelen van) het plan of besluit is het uitvoeren van een m.e.r.-verplicht; m.e.r.-beoordelingsplicht: voor (onderdelen van) het plan of besluit moet eerst worden beoordeeld of er mogelijk aanzienlijke milieugevolgen optreden. Zo ja, dan is alsnog het uitvoeren van een m.e.r. verplicht; vormvrije m.e.r.-beoordeling: het plan of het besluit omvat een m.e.r.-beoordelingsplichtige activiteit, maar deze activiteit ligt (ruim) beneden de daarvoor in het Besluit m.e.r. opgenomen indicatieve drempelwaarden. Het bevoegd gezag moet nagaan of die activiteit mogelijk aanzienlijke milieugevolgen zou kunnen hebben. Zo ja, dan moet er alsnog een volledige m.e.r.-(beoordelings)procedure worden doorlopen.
Toetsing bestemmingsplan "Franklinstraat en Oostburgweg" aan het Besluit m.e.r. Voorliggend bestemmingsplan heeft tot doel om in de wijk Velve-Lindenhof totaal 20 woningen mogelijk te maken. De gebieden liggen in een stedelijke omgeving en zijn deels in het verleden bebouwd geweest. Deze beoogde ontwikkeling is geen activiteit / project als genoemd in de bijlage bij het Besluit m.e.r. waarvoor een m.e.r. of m.e.r. beoordeling dient te worden uitgevoerd. Een nadere toetsing aan het Besluit m.e.r. kan dan ook achterwege blijven. Op basis van de kenmerken van de voorgenomen activiteiten is beoordeeld of er een plicht tot een vormvrije m.e.r.-beoordeling kan gelden voor de bestemmingsplanherziening. Op basis van de aard en omvang van de voorgenomen activiteiten is hier geen duidelijke aanleiding toe.
bestemmingsplan Franklinstraat en Oostburgw eg (concept)
31
5.1.2
Milieuhinder van bedrijven en voorzieningen
In het kader van een goede ruimtelijke ordening is nagegaan of er bestaande bedrijfsactiviteiten en voorzieningen rondom het plangebied van het bestemmingsplan "Franklinstraat en Oostburgweg" aanwezig zijn, die van invloed kunnen zijn op het woon- en leefklimaat in het plangebied. Daarbij is gekeken naar de potentiële milieubelasting van deze bedrijfsactiviteiten en voorzieningen. De milieubelasting en de bijbehorende hindercontouren worden bepaald door verschillende ruimtelijk relevante milieuaspecten, zoals geur, stof, geluid en gevaar. Op basis van de VNG publicatie "Bedrijven en milieuzonering", is van de aanwezige bedrijven en voorzieningen rondom het plangebied de milieucategorie bepaald. In zijn algemeenheid kan worden gesteld dat het plangebied is gelegen in een gemengd gebied. Bij het toevoegen van een nieuwe functie dient er gekeken te worden of de nieuwe functie in de omgeving past en de nieuwe functie verenigbaar is met de bestaande functies in de omgeving. De functie ‘wonen’ betreft geen milieubelastende functie voor de omgeving. Er is geen sprake van een aantasting van het woon- en leefklimaat van omwonenden. Om te bepalen of de bestaande functies de nieuwe functie van wonen toelaten is een beknopte beschrijving gemaakt van de (bedrijfs)activiteiten en zijn voor de bedrijven en voorzieningen de indicatieve hindercontouren aangegeven.
De afstanden worden gemeten tussen enerzijds de grens van de bestemming die de milieubelastende functie(s) toelaat en anderzijds de uiterste situering van de gevel van een milieugevoelige functie die op grond van het bestemmingsplan of wijzigingsplan mogelijk is. Hoewel deze richtafstanden indicatief zijn, volgt uit jurisprudentie dat deze afstanden als harde eis gezien worden door de Raad van State bij de beoordeling of woningen op een passende afstand van bedrijven worden gesitueerd. Er zijn rondom het plangebied enkele bedrijven aanwezig of planologisch mogelijk die van invloed zouden kunnen zijn op het woon- en leefklimaat binnen het plangebied. Binnen een straal van 100 meter rondom het plangebied zijn overwegend woningen, maar ook bedrijvigheid, horeca en maatschappelijke voorzieningen aanwezig. Voor het deelgebied: Oostburgweg/ Lage Bothofstraat: Op het perceel Oostweg 5 is een restaurant en afhaalcentrum gevestigd. Ter plaatse ligt de bestemming detailhandel. De horecagelegenheid is met een omgevingsvergunning mogelijk gemaakt en ligt op een afstand van circa 65 meter van het plangebied. Een restaurant is op basis van de VNG-lijst ingedeeld in categorie 2. In een gemengd gebied dient hierbij een richtafstand van 10 meter aangehouden te worden. Met een afstand van circa 65 meter wordt hier ruimschoots aan voldaan.
Op het perceel Lage Bothofstraat 301-303 is een kinderopvang gevestigd. De kinderopvang ligt op een afstand van circa 20 meter. Een kinderopvang is op basis van de VNG-lijst ingedeeld in categorie 2. In een gemengd gebied dient hierbij een richtafstand van 10 meter aangehouden te worden. Met een afstand van ongeveer 20 meter wordt hieraan voldaan.
Franklinstraat Op Franklinstraat 16 was een buurthuis gevestigd. Deze is gesloopt. Met de ontwikkeling van dit bestemmingsplan vervalt de maatschappelijke bestemming. Hiermee hoeft geen rekening gehouden te worden. Op perceel Franklinstraat 15 zijn 14 zorgappartementen aanwezig. Het bestemmingsplan maakt ter plaatse een maatschappelijke voorziening tot maximaal milieucategorie 2 mogelijk met een richtafstand van 10 meter (voor een gemengd gebied). Het perceel ligt ten opzichte van het deelgebied aan de overzijde van de Franklinstraat op een afstand van 11 meter. Hiermee wordt voldaan aan de richtafstand. Op perceel Franklinstraat 9 is een bedrijf in ondersteuning voor uitvoerende kunst als voor film- en televisieproductie aanwezig. Het bestemmingsplan heeft ter plaatse een bestemming Bedrijf tot maximaal milieucategorie 2 met een richtafstand van 10 meter (voor een gemengd gebied). Het perceel ligt ten opzichte van het deelgebied aan de overzijde van de Franklinstraat op een afstand van 23 meter. Hiermee wordt voldaan aan de richtafstand. Van die functies en bedrijven is op basis van het bovenstaande beoordeeld of de feitelijke en planologisch toegestane (bedrijfs)activiteiten een knelpunt opleveren voor een goed woon- en leefklimaat. Uit het bovenstaande volgt dat er voor de woningen sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat.
Conclusie milieuhinder bedrijven en voorzieningen
32
bestemmingsplan Franklinstraat en Oostburgw eg (concept)
Op basis van het bovenstaande kan worden geconcludeerd dat er uit oogpunt van milieuhinder van bedrijven en voorzieningen geen belemmering is voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan.
5.1.3
Bodemkwaliteit
Bodemkwaliteit algemeen Bij de toetsing of een bestemmingsplan uitvoerbaar is, moet worden nagegaan of er mogelijk sprake is van bodemverontreiniging. Bij functiewijzigingen en nieuwe ontwikkelingen dient daarom te worden bekeken of de bodemkwaliteit past binnen het toekomstige gebruik van de bodem en of deze optimaal op elkaar kunnen worden afgestemd. Het bodembeleid in Nederland heeft een hervormingsfase ondergaan. Er is sprake van een overgang van het saneren van vervuilde bodems naar het duurzaam beheren en bewust gebruiken van de bodem en de ondergrond. Het beleid richt zich niet uitsluitend meer op het wegnemen van bodemverontreiniging, maar de nadruk is komen te liggen op creatief, innovatief en integraal beheer en gebruik van de bodem en ondergrond. Het oude beginsel van niet bouwen op een vervuilde bodem is hiermee verlaten. Bouwen op een ernstig verontreinigde bodem is onder voorwaarden mogelijk. Functiegericht en kosteneffectief saneren is dan voldoende. Het uitgangspunt hierbij is dat aanwezige bodemverontreiniging geen onaanvaardbaar risico oplevert voor de gebruikers van de bodem.
Bodemkwaliteit en het bestemmingsplan "Franklinstraat en Oostburgweg" Op dit moment is het plangebied leeg en bestaat het uit braakliggend terrein. Bodemonderzoek moet uitwijzen of de bodem geschikt is voor de nieuwe bestemming. Op 28 maart 2023 heeft Tauw in opdracht van gemeente Enschede een bodemonderzoek uitgevoerd op een tweetal deellocaties aan de Oostburgweg en Franklinstraat te Enschede. In de bodem op beide onderzoekslocaties zijn maximaal licht verhoogde gehalten PAK en zink gemeten. Het grondwater is op beide locaties binnen 5 m -mv niet aangetroffen en om deze reden niet onderzocht. Op één van de deellocaties (Franklinstraat) is een stukje asbesthoudend cement aangetroffen. Het totale gehalte asbest in de grond (2,2 mg/ kg d.s.) geeft geen aanleiding tot nader asbestonderzoek (<50 mg/kg d.s.). In de grond van beide locaties is PFAS aangetoond. De bodem voldoet indicatief aan de beperkingen van B1 (toepassing in grondwaterbeschermingsgebieden) ten aanzien van PFAS.
Conclusie bodemkwaliteit Op basis van het bovenstaande kan worden geconcludeerd dat de bodemkwaliteit geen belemmering vormt voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan.
5.1.4
Wet geluidhinder
In artikel 3.3.1 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is bepaald dat in een bestemmingsplan moet worden aangegeven waar geluidsgevoelige gebouwen en terreinen zijn gesitueerd ten opzichte van wegen, spoorwegen en industrieterreinen met een onderzoekszone als bedoeld in de Wet geluidhinder (Wgh). Wanneer het bestemmingsplan binnen deze onderzoekszones de realisatie van nieuwe geluidsgevoelige gebouwen of terreinen mogelijk maakt, moet door middel van een akoestisch onderzoek worden nagegaan of de geluidsbelasting binnen de wettelijke normen blijft. De geluidsbelasting mag de in de Wgh genoemde grenswaarden niet overschrijden. Daarbij moet ook de doeltreffendheid worden onderzocht van de in aanmerking komende maatregelen ter voorkoming van in de toekomst optredende geluidsbelasting van de geluidsgevoelige gebouwen en terreinen. Op de wegen in de directe omgeving van het plangebied bedraagt de maximumsnelheid 30 km per uur. Op 30 km-wegen is de Wet geluidhinder niet van toepassing. Ondanks dat op 30 km-wegen de Wet geluidhinder niet van toepassing is moet op grond van uitspraken van de Raad van State bij een ruimtelijke procedure wel aandacht worden besteed aan de geluidsbelasting vanwege 30 km-wegen. Ten noorden van beide bouwlocaties binnen het bestemmingsplan Lage Bothofstraat is de spoorlijn Enschede-Gronau gelegen.
Op beide locaties worden woningen mogelijk gemaakt binnen de bestemmingsplan Franklinstraat en Oostburgw eg (concept)
33
onderzoekszone van deze spoorlijn. Industrielawaai en luchtvaartlawaai zijn voor het plangebied niet relevant. Om de geluidsbelasting vanwege weg- en railverkeerslawaai in beeld te brengen is door Munsterhuis Geluidsadvies een akoestisch onderzoek uitgevoerd. De resultaten van het onderzoek zijn opgenomen in het rapport “Akoestisch onderzoek woningen Oostburgweg en Franklinstraat, Enschede; projectnummer 23.164; versie 1.2; d.d. 17 augustus 2023”. Het rapport is als bijlage 9 bij deze toelichting gevoegd.
Wegverkeerslawaai Wettelijk kader In artikel 74 van de Wgh is bepaald dat zich aan weerszijden van een weg een zone bevindt. De breedte van de zone is afhankelijk van de ligging van de weg in stedelijk of buitenstedelijk gebied en van het aantal rijstroken. De zonering geldt niet voor wegen die gelegen zijn binnen een als woonerf aangeduid gebied en voor wegen waarvoor een maximumsnelheid geldt van 30 km per uur. Volgens artikel 76a/77 van de Wgh moet bij het vaststellen of herzien van een bestemmingsplan of een projectbesluit, waarin nieuwe woningen of andere geluidsgevoelige functies mogelijk worden gemaakt, binnen onderzoekszones van wegen, als bedoeld in artikel 74 van de Wgh, akoestisch onderzoek worden verricht. In binnenstedelijk gebied binnen de zone van bestaande wegen bedraagt de voorkeurswaarde 48 dB (artikel 82, eerste lid Wgh). Als deze waarde wordt overschreden kan onder voorwaarden een hogere waarde worden verleend tot ten hoogste 63 dB (artikel 83, tweede lid Wgh).
Het vaststellen van een hogere waarde is pas mogelijk indien aangetoond wordt dat maatregelen (bronmaatregelen, overdrachtsmaatregelen en/of maatregelen bij de ontvanger) om te voldoen aan de voorkeursgrenswaarde niet doeltreffend zijn (bezwaren stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige, landschappelijke of financiële aard), en voldaan wordt aan de voorwaarden uit de Geluidnota Enschede (verder Geluidnota). De Geluidnota is op 3 april 2018 door Burgemeester en Wethouders (gedeeltelijk herzien) vastgesteld. De binnen het bestemmingsplan Lage Bothofstraat te realiseren geluidsgevoelige bestemmingen (woningen) zijn gelegen langs en in de nabijheid van wegen waarop een maximumsnelheid van 30 km per uur geldt. Op 30 km-wegen is de Wet geluidhinder niet van toepassing. Ondanks dat op 30 km-wegen de Wet geluidhinder niet van toepassing is moet op grond van uitspraken van de Raad van State bij een ruimtelijke procedure wel aandacht worden besteed aan de geluidsbelasting vanwege 30 km-wegen. De gemeente Enschede hanteert bij de beoordeling van het geluid van 30 km-wegen een binnenwaarde van 33 dB. Onderzoeksresultaten Uit het akoestisch onderzoek blijkt dat vanwege het wegverkeer op de 30 km-wegen op de woningen aan de Lage Bothofstraat, Oostburgweg en Franklinstraat de geluidsbelasting ten hoogste 55, 50 en 44 dB (incl. aftrek 5 dB art.110g Wgh) bedraagt.
Daarmee wordt op de woningen aan de Lage Bothofstraat en de Oostburgweg de voorkeursgrenswaarde van 48 dB uit de Wet geluidhinder overschreden. Op de woningen aan de Franklinstraat wordt voldaan aan de voorkeursgrenswaarde. Met het plan Lage Bothofstraat worden twee open locaties in binnenstedelijk gebied opgevuld. Ook met een andere inrichting van de locatie Lage Bothofstraat/Oostburgweg zal niet aan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB kunnen worden voldaan. Op de wegen in de omgeving heerst een 30 km-regime. Verlaging van de snelheid is gezien de functie van de wegen niet wenselijk. Ook een andere inrichting van de locatie is niet wenselijk. Het vervangen van de klinkers door een stiller wegdek heeft onvoldoende effect, is gezien de ligging binnen een 30 km-zone niet wenselijk en stuit op bezwaren van financiële aard. Het treffen van overdrachtsmaatregelen, in de vorm van een geluidsscherm/-wal, is vanuit verkeers- en stedenbouwkundig oogpunt niet wenselijk. Op de achtergevels (noordgevel van de woningen aan de Lage Bothofstraat en de westgevel van de woningen aan de Oostburgweg) wordt voldaan aan de voorkeursgrenswaarde. Daarmee zijn deze gevels geluidluw. De buitenruimten zijn aan deze gevels gelegen. Ook is het mogelijk om aan deze gevels geluidgevoelige ruimten, zoals slaapkamers, te realiseren.
Voor de woningen op de locatie Lage Bothofstraat/Oostburgweg die een geluidsbelasting ondervinden van
34
bestemmingsplan Franklinstraat en Oostburgw eg (concept)
meer dan 48 dB (incl. aftrek artikel 110g Wgh) is het binnenniveau niet gegarandeerd. Omdat geen hogere waarden kunnen worden vastgesteld, de Wet geluidhinder is niet van toepassing op 30 km-wegen, is het niet mogelijk om via het Bouwbesluit eisen te stellen aan de geluidwering van de gevels van de te realiseren woningen. Om ervoor te zorgen dat het binnenniveau in de woningen ten hoogste 33 dB bedraagt is het noodzakelijk om in de regels van het bestemmingsplan aanvullende eisen voor de gevelwering op te nemen. Conclusie Om voor de woningen die vanwege het wegverkeer een geluidsbelasting ondervinden van meer dan 48 dB (incl. aftrek artikel 110g Wgh) een goed woon- en leefklimaat te kunnen garanderen is het noodzakelijk om in de regels van het bestemmingsplan aanvullende eisen voor de gevelwering op te nemen. Het gaat daarbij om de oost-, zuid- en westgevel van de woningen aan de Lage Bothofstraat en om de oostgevel van de woningen aan de Oostburgweg. Voor de woningen aan de Franklinstraat zijn geen aanvullende eisen voor de gevelwering nodig omdat op deze woningen wordt voldaan aan de voorkeursgrenswaarde en daarmee het binnenniveau is gegarandeerd.
Railverkeerslawaai Het plangebied van het bestemmingsplan Lage Bothofstraat is gelegen aan of in de nabijheid van de op grond van de Wet geluidhinder gezoneerde spoorlijn Enschede-Gronau. De nieuwe geluidsgevoelige bestemmingen die met het bestemmingsplan mogelijk worden gemaakt liggen binnen de onderzoekszone van deze spoorlijn.
Wettelijk kader In de Wet geluidhinder en het Besluit geluidhinder zijn regels opgenomen voor wat betreft het aspect railverkeerslawaai. Langs een spoorweg bevindt zich een zone. In het Besluit geluidhinder (artikel 1.4a) is aangegeven dat de breedte van de zone afhankelijk is van de hoogte van het geluidproductieplafond. Op 1 juli 2012 zijn door een wetswijziging van de Wet milieubeheer de geluidproductieplafonds (gpp's) voor hoofdspoorwegen van kracht geworden. Met de Gpp's is de maximaal toegestane geluidproductie van de hoofdspoorwegen in Nederland vastgelegd. Op grond van artikel 4.3 van het Besluit geluidhinder is het college van Burgemeester en Wethouders verplicht om voor nieuwe situaties bij de voorbereiding van de vaststelling van een bestemmingsplan, of van een wijzigings- of uitwerkingsplan, dat geheel of gedeeltelijk betrekking heeft op gronden die zijn gelegen binnen een zone als bedoeld in artikel 1.4a, een akoestisch onderzoek in te stellen naar de geluidsbelasting die woningen, andere geluidsgevoelige gebouwen en geluidsgevoelige terreinen die binnen de zone zijn gelegen, ondervinden vanwege de spoorweg.
Daarnaast wordt een onderzoek ingesteld naar de doeltreffendheid van de in aanmerking komende maatregelen, om te voorkomen dat de in de toekomst vanwege de spoorweg optredende geluidsbelasting van de geluidsgevoelige objecten, de ten hoogste toelaatbare waarden te boven zou gaan. Op geluidsgevoelige bestemmingen bedraagt vanwege railverkeerslawaai de voorkeurgrenswaarde 55 dB. Een geluidsbelasting hoger dan de voorkeursgrenswaarde is uitsluitend mogelijk als een hogere waarde wordt vastgesteld. De maximaal vast te stellen hogere waarde bedraagt 68 dB.
Onderzoeksresultaten Uit het akoestisch onderzoek blijkt dat op de te realiseren woningen aan de Lage Bothofstraat/Oostburgweg en de Franklinstraat de geluidsbelasting vanwege het railverkeer op de spoorlijn Enschede-Gronau ten hoogste respectievelijk 51 en 40 dB bedraagt. Daarmee wordt ruimschoots aan de voorkeursgrenswaarde van 55 dB uit de Wet geluidhinder wordt voldaan.
Conclusie railverkeerslawaai Railverkeerslawaai vormt daarmee geen belemmering voor het plan.
bestemmingsplan Franklinstraat en Oostburgw eg (concept)
35
Industrielawaai Het plangebied van het bestemmingsplan Lage Bothofstraat is niet gelegen in de nabijheid van een gezoneerd industrieterrein. Bovendien voorziet het bestemmingsplan niet in bestemmingen waarop geluidzoneringsplichtige inrichtingen als bedoeld in bijlage I van het Besluit omgevingsrecht ('grote lawaaimakers') gevestigd kunnen worden.
Luchtvaartlawaai Het plangebied van het bestemmingsplan “Franklinstraat en Oostburgweg” is niet gelegen in de nabijheid van het (voormalige) vliegveld Twente en ook niet gelegen binnen de geluidszone van het vliegveld. Conclusie geluid Op grond van het bovenstaande kan worden geconcludeerd dat het aspect geluid geen belemmering vormt voor de in het bestemmingsplan Lage Bothofstraat te realiseren geluidsgevoelige bestemmingen. Om ervoor te zorgen dat in de woningen op de locatie Lage Bothofstraat/Oostburgweg sprake is van een goed woon- en leefklimaat worden in de regels van het bestemmingsplan aanvullende eisen voor de gevelwering op te nemen.
5.1.5
Luchtverkeerslawaai
Het wettelijke kader met betrekking tot luchtverkeerslawaai is geregeld in de Wet luchtvaart en specifiek de wijzigingswet Regelgeving burgerluchthavens en militaire luchthavens (RBML). De consequenties met betrekking tot het geluid als gevolg van vliegverkeer zijn vastgelegd in het Luchthavenbesluit, dat op 1 maart 2017 door gedeputeerde staten van Overijssel is vastgesteld en op 30 maart 2017 in werking is getreden. Het plangebied van het bestemmingsplan “Franklinstraat en Oostburgweg” is niet gelegen in de nabijheid van het vliegveld Twente en is ook niet gelegen binnen de geluidszone van het vliegveld. Een nadere toetsing aan het Luchthavenbesluit vanwege luchtverkeerslawaai kan daarom achterwege blijven.
Conclusie Luchtverkeerslawaai Op basis van het bovenstaande kan worden geconcludeerd dat luchtverkeerslawaai wel/geen belemmering vormt voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan.
5.1.6
Luchtkwaliteit
Bij de toetsing of een bestemmingsplan uitvoerbaar is, moet worden nagegaan of de realisatie van beoogde ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk gevolgen kan hebben voor de luchtkwaliteit. Op grond van het bepaalde in hoofdstuk 5, titel 5.2 van de Wet milieubeheer en onderliggende algemene maatregelen van bestuur en ministeriële regelingen vormen de luchtkwaliteitseisen in ieder geval geen belemmering voor ruimtelijke ontwikkelingen indien: a. b. c. d. e.
er geen sprake is van feitelijke of dreigende overschrijding van de grenswaarde; een project, al dan niet per saldo, niet leidt tot een verslechtering van de luchtkwaliteit; een project 'niet in betekenende mate' bijdraagt aan de luchtverontreiniging; een project is opgenomen in een regionaal programma van maatregelen of in het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL); een project niet voorziet in de realisatie van gevoelige bestemmingen binnen de zone van een op grond van het Besluit gevoelige bestemmingen gezoneerde rijksweg of provinciale weg.
Luchtkwaliteit en het plangebied “Franklinstraat en Oostburgweg” Het bestemmingsplan “Franklinstraat en Oostburgweg” beoogt het planologisch mogelijk te maken van totaal 20 woningen. Uit de 'Regeling niet in betekenende mate' blijkt dat woningbouwlocaties met één
36
bestemmingsplan Franklinstraat en Oostburgw eg (concept)
ontsluitingsweg en niet meer dan 1.500 woningen als niet in betekenende mate (NIBM) zijn aan te merken. Het staat vast dat de 20 woningen zeer beneden de grens op de luchtkwaliteit blijft. Het bestemmingsplan maakt ook geen andere relevante ontwikkelingen mogelijk zoals grootschalige horeca of detailhandel, noch bedrijven of maatschappelijke activiteiten of verkeerswijzigingen die veel extra verkeer genereren. Emissies vanwege stookinstallaties zijn er niet omdat alle woningen gasloos zullen zijn. Het plan kan daarmee gezien worden als een ontwikkeling die niet in betekenende mate bijdraagt aan de luchtkwaliteit.
Conclusie luchtkwaliteit Op basis van het bovenstaande kan worden geconcludeerd dat de luchtkwaliteit geen belemmering vormt voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan.
5.1.7
Externe veiligheid
Bij externe veiligheid gaat het om het beheersen van de veiligheid van personen in de omgeving van activiteiten met gevaarlijke stoffen. Ook de risico's die zijn verbonden aan het gebruik van luchthavens vallen onder externe veiligheid. De risico's waar burgers aan worden blootgesteld door de aanwezigheid van risicovolle inrichtingen of transportroutes van gevaarlijke stoffen in hun leefomgeving dienen tot een aanvaardbaar minimum te worden beperkt. Daarom heeft de overheid regels opgesteld voor inrichtingen, buisleidingen en transportroutes van gevaarlijke stoffen die onaanvaardbaar grote risico's opleveren voor personen die zich bevinden in woningen, scholen en bejaardencentra die in de directe omgeving hiervan liggen. Kort samengevat heeft dit tot gevolg dat er veiligheidsafstanden moeten worden aangehouden tussen risicovolle activiteiten en kwetsbare objecten zoals woningen en dergelijke. Bij externe veiligheid wordt onderscheid gemaakt tussen plaatsgebonden risico en groepsrisico. Het plaatsgebonden risico mag in principe nergens groter zijn dan een kans van 1 op 1 miljoen (ofwel 10 -6). Het groepsrisico legt een relatie tussen de kans op een ramp en het aantal mogelijke slachtoffers. De contour is daarom niet bepalend, maar het aantal mensen dat zich gedurende een bepaalde periode binnen een bepaalde afstand (effectafstand) van een risicovolle activiteit ophoudt.
Voor het groepsrisico geldt dat de actuele hoogte van het groepsrisico en de bijdrage aan het groepsrisico van ruimtelijke ontwikkelingen verantwoord moeten worden. De wet- en regelgeving met betrekking tot externe veiligheid kan grofweg in twee categorieën worden ingedeeld: regelgeving met betrekking tot risicovolle activiteiten bij inrichtingen en regelgeving met betrekking tot het transport van gevaarlijke stoffen.
Risicovolle activiteiten bij inrichtingen Het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) en het Besluit Risico's Zware Ongevallen (BRZO) zijn het wettelijk kader voor risicovolle activiteiten bij inrichtingen. Binnen het plangebied van het bestemmingsplan “Franklinstraat en Oostburgweg” of in de directe nabijheid daarvan zijn geen bedrijven of inrichtingen aanwezig waarop het Bevi en/of het BRZO van toepassing is. Bovendien wordt de vestiging van risicovolle inrichtingen in het bestemmingsplan "" expliciet ui9tgesloten. Een nadere toetsing aan het Bevi en/of het BRZO kan daarmee achterwege blijven.
Transport van gevaarlijke stoffen door buisleidingen Voor het transport van gevaarlijke stoffen door buisleidingen is het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) het wettelijk kader. Binnen het plangebied van het bestemmingsplan “Franklinstraat en Oostburgweg” of in de directe nabijheid daarvan zijn geen buisleidingen aanwezig waarop het Bevb van toepassing is. De buisleidingen liggen op een afstand van meer dan 800 meter tot het plangebied. Zie de ligging van de buisleidingen in het paars afgebeeld in figuur 5.1. Een nadere toetsing aan het Bevb kan daarmee achterwege blijven.
bestemmingsplan Franklinstraat en Oostburgw eg (concept)
37
Figuur 5.1 Buisleidingen (b ron: www.risicokaart.nl)
Transport van gevaarlijke stoffen over de weg, het spoor en het water Voor het transport van gevaarlijke stoffen over de weg, per spoor of over het water is recentelijk nieuwe wet- en regelgeving in werking getreden voor het transport van gevaarlijke stoffen over de weg, het spoor en het water. De basis van deze nieuwe regelgeving wordt gevormd door het Basisnet vervoer gevaarlijke stoffen. Het Basisnet kent 3 vervoersmodaliteiten: Basisnet Water, Basisnet Spoor en Basisnet Weg.
Basisnet Weg Binnen het plangebied van het bestemmingsplan “Franklinstraat en Oostburgweg” of in de directe nabijheid daarvan zijn geen wegen aanwezig die in het Basisnet zijn aangewezen als transportroute voor gevaarlijke stoffen over de weg. Een nadere toetsing aan het Basisnet Weg kan daarmee achterwege blijven.
Basisnet Water Binnen het plangebied van het bestemmingsplan “Franklinstraat en Oostburgweg” of in de directe nabijheid daarvan zijn geen waterwegen aanwezig die in het Basisnet zijn aangewezen als transportroute voor gevaarlijke stoffen over water. Een nadere toetsing aan het Basisnet Water kan daarmee achterwege blijven.
Basisnet Spoor Binnen het plangebied van het bestemmingsplan “Franklinstraat en Oostburgweg” of in de directe nabijheid daarvan is geen spoorweg aanwezig die in het Basisnet is aangewezen als transportroute voor gevaarlijke stoffen over het spoor. Een nadere toetsing aan het Basisnet Spoor kan daarmee achterwege blijven.
Gebruik van luchthavens De aanwezigheid van vliegvelden en grote luchthavens in de omgeving is van belang in het kader van de externe veiligheid omdat de kans op het neerstorten van vliegtuigen in de buurt van een vliegveld of luchthaven groter is dan elders. Een luchtvaartongeval is daar dus te voorzien en het is denkbaar dat daarbij (woon)bebouwing wordt getroffen. Een vliegtuig of helikopter kan overal neerstorten, de gevolgen kunnen dus in beginsel op elke plek optreden. Het risico is echter het grootst nabij een vliegveld of luchthaven, vooral bij het opstijgen en landen. 38
bestemmingsplan Franklinstraat en Oostburgw eg (concept)
Het plangebied van het bestemmingsplan “Franklinstraat en Oostburgweg” is hemelsbreed op ca. 5 kilometer van het vliegveld Twente gelegen. Dit betekent dat de kans op een luchtvaartongeluk in het plangebied (zeer) klein is.
Conclusie externe veiligheid Op basis van het bovenstaande kan worden geconcludeerd dat de externe veiligheid geen belemmering vormt voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan. 5.1.8
Trillingshinder
De beoordeling van het aspect trillingen vindt zijn grondslag in artikel 3.1 Wet ruimtelijke ordening. Hierin is de zorg voor een goede ruimtelijke ordening voorgeschreven. Daarvoor is het nodig om mogelijke trillingshinder in kaart te brengen en deze te betrekken in de beoordeling. Een hulpmiddel hierbij is de Handreiking Nieuwbouw en Spoortrillingen. Deze geeft aan dat indien met een in voorbereiding zijnde bestemmingsplan binnen een afstand van 100 meter tot een spoorweg nieuwbouw wordt gerealiseerd, dan is het aan te raden om een quickscan trillingshinder uit te voeren. De geplande nieuwbouw op de hoeklocatie van de Oostburgweg en Lage Bothofstraat bevindt zich op een afstand van 20 tot 70 meter van het spoor. Het deelgebied aan de Franklinstraat is de afstand 65 tot 170 meter.
Figuur 5.1 Plangebied ten opzichte van het spoor Als gevolg is een quickscan naar trillingsonderzoek uitgevoerd, zie bijlage 5). De trillingen zijn weergegeven als een bandbreedte, de werkelijke trillingen zijn namelijk afhankelijk van de afstand tot het spoor, de lokale bodem- en spooropbouw, spoorligging en constructiegegevens van de geplande bebouwing (denk aan constructietype, afmetingen, vloertypes, fundering). Uit het onderzoek volgt dat de locatie beoordeeld wordt op basis van de richtlijn SBR-B. Uit de beoordeling volgt dat de locatie aan de Franklinstraat voldoet. Uit de quickscan volgt dat trillingshinder kan worden uitgesloten voor deze ontwikkellocatie. De locatie aan de Oostburgweg en Lage Bothofstraat (gebied aangewezen met "1" in figuur 5.1) voldoet niet automatisch. Voor een groot deel is nader onderzoek met mogelijk maatregelen nodig. Maatregelen als het bestemmingsplan Franklinstraat en Oostburgw eg (concept)
39
creëren van een waterpartij of verdiepte hemelwaterinfiltratie tussen het spoor en de geplande bebouwing, zware bebouwing met dikke vloeren, gebouwen met een zwaardere fundering zodat de gebouwen minder gevoelig zijn voor trillingen. Mede door de resultaten uit de quickscan is besloten om in het ontwikkelingsplan rekening te houden met voldoende afstand tot het spoor. De afstand tot het spoor is ten opzichte van de eerdere stedenbouwkundige ontwerpen (zie bijlage 4) vergroot door aan de zijde van het spoor de ruimte in te vullen met een parkeerplaatsen, die ontsloten worden met een weg. Voor het eindontwerp wordt verwezen naar hoofdstuk 4.1 Stedenbouwkundig plan. Nader onderzoek van WeBoost naar de mogelijke gevolgen van trillingshinder met een aangepast bouwplan wijst uit dat wordt voldaan aan het beoordelingskader, mits geen houtskeletbouw of lichte staalbouw wordt toegepast. Met conventionele bouw (betonnen of kalkzandsteen skelet, betonnen vloeren) wordt voldaan aan het beoordelingskader. Ook vanuit het perspectief van trillingen door wegverkeer (m.n. incidenteel zwaar wegverkeer over de drempels in de Lage Bothofstraat) wordt geadviseerd om geen lichte bouw (houtskeletbouw of staalbouw) toe te passen.
Door lichte bouw te vermijden zijn er geen overschrijdingen van het beoordelingskader voor trillingshinder, en hoeft verder geen rekening te worden gehouden met trillingen tijdens de verdere uitwerking van het plan.
5.2
Water
Op grond van artikel 3.1.6 van het Bro wordt in een bestemmingsplan een beschrijving opgenomen van de wijze waarop in het plan rekening is gehouden met de waterhuishouding. Hemelwater Uitgangspunt in het beleid van zowel gemeente als waterschap is het voorkomen van wateroverlast, ook bij hevige buiten. De gemeenteraad heeft op 25 oktober 2021 het Water- en Klimaatadaptatieplan 2022-2026 vastgesteld. Dit beleidsplan beschrijft hoe Enschede toewerkt naar een waterrobuuste, klimaatbestendige en biodiverse gemeente in 2050. Enschede wordt nog 'groener' en 'blauwer' om goed voorbereid te zijn op een nattere, hetere en drogere toekomst. Water de ruimte geven en stenen vervangen door planten en bomen gaan wateroverlast, hittestress en verdroging tegen. Zo werkt Enschede verder aan een aantrekkelijke 'duurzame en groene stad' waar mensen graag wonen, leven en werken! Nu en in de toekomst. In het plan zijn nieuwe waterbergingsnormen opgenomen. Bij nieuwbouwplannen worden eisen gesteld aan de hoeveelheid regenwater die op eigen terrein moet worden geborgen. Die eisen zijn vanaf 1 januari 2022 strenger geworden en zijn nu voor alle situaties 55 mm per m 2 verhard oppervlak.
Afvalwater Uitgangspunt in het gemeentelijk beleid voor de waterhuishouding is dat het ontstaan van afvalwater wordt beperkt. In nieuwe situaties (nieuwbouw, herontwikkeling) wordt afvalwater gescheiden van het hemelwater aangeboden en afgevoerd. De gemeente zorgt er voor dat het afvalwater vanaf de perceelsgrens wordt getransporteerd naar de rioolwaterzuiveringsinstallatie van het waterschap Vechtstromen. In het buitengebied is niet overal in de openbare ruimte een systeem aanwezig voor de afvoer van afvalwater. In dat geval moet op eigen terrein een individuele behandeling van afvalwater (IBA), al dan niet met een helofytenfilter, worden ingericht.
Oppervlaktewater Uitgangspunt in het gemeentelijk beleid voor de waterhuishouding bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen is dat bestaand oppervlaktewater (sloten en vijvers) gehandhaafd blijft. Bij de herinrichting van het oppervlaktewatersysteem zijn de benodigde afvoercapaciteit, de streefbeelden en de kwaliteitsdoelstellingen van het waterschap Vechtstromen en de gemeente Enschede leidend. Het oppervlaktewater wordt liefst op fraaie wijze geïntegreerd in het stedenbouwkundig plan, zodanig dat het water beleefd kan worden en goed te beheren is. Eventueel nieuw oppervlaktewater mag geen permanente verlaging van de grondwaterstand veroorzaken, tenzij dit oppervlaktewater mede als doel heeft grondwateroverlast in bestaand stedelijk gebied te beperken. De aanleghoogte van nieuw oppervlaktewater dient zodanig te zijn dat de overstromingskans 40
bestemmingsplan Franklinstraat en Oostburgw eg (concept)
vanuit oppervlaktewater beperkt wordt tot eens per 100 jaar (T=100). Bij ontwikkelingen nabij watergangen geeft het waterschap Vechtstromen een aanleghoogte advies.
Grondwater en ontwatering In de Waterwet is vastgelegd dat perceeleigenaren zelf verantwoordelijk zijn voor het grondwater op hun perceel. De ontwatering van een perceel is afhankelijk van het gebruik van de grond. Onder ontwatering wordt verstaan: het verschil tussen het peil van de weg of van de bebouwing en de gemiddeld hoogste grondwaterstand (GHG). Om ongewenste effecten van hoge grondwaterstanden te voorkomen wordt geadviseerd de in onderstaande tabel genoemde ontwateringshoogtes aan te houden: Grondgebruik
Ontwatering (m – bovenkant vloer / maaiveld / as van de weg)
Primaire wegen
0,7 m onder de as van de weg
Secundaire wegen erfontsluitingswegen
en 0,5 m onder de as van de weg
Bouwwerken met kruipruimten
0,7 m onder de bovenkant van de vloer
Bouwwerken zonder kruipruimten
0,5 m onder de bovenkant van de vloer
Groen
0,5 m onder het maaiveld
De gemeente zorgt in voorkomende gevallen in de openbare ruimte voor passende en doelmatige maatregelen volgens de systematiek van risicogestuurd beheer. Dat betekent dat beslissingen over waar en hoe maatregelen worden getroffen genomen gaan worden op basis van mogelijke risico's.
Afwatering Om op perceelsniveau te kunnen voorkomen dat afstromend regenwater problemen veroorzaakt gelden de volgende advieswaarden voor peilhoogtes: Het vloerpeil minimaal 0,30 m boven straatpeil (kruin van de weg t.o.v. toegang ter plaatse); Het perceel vlak of richting de weg af laten lopen; De maaiveldpeilen en vloerpeilen van de verschillende percelen op elkaar afstemmen.
Waterhuishouding en het bestemmingsplan “Franklinstraat en Oostburgweg” Het bestemmingsplan “Franklinstraat en Oostburgweg” beoogt het planologisch mogelijk te maken van een 20-tal woningen. 5.2.1
Franklinstraat
Voor de locatie aan de Franklinstraat worden totaal 12 woningen gerealiseerd. Het overige gebied is bestemd voor de openbare ruimte. In deze ruimte worden de toegangswegen, parkeerplaatsen, het openbaar groen en ruimte voor waterberging gerealiseerd. Toename verhard oppervlak De verharding bestaat uit het dak van de nieuwe woningen alsmede de wegen en particuliere terreinverhardingen. In de bestaande situatie zijn een aantal parkeerplaatsen en een skatepark aanwezig. De bestaande verharding wordt niet afgetrokken van de verharding in de nieuwe situatie. Totaal betreft de verharding zo'n 1.600 m 2. In figuur 5.2 is de verharding in het grijs weergegeven.
bestemmingsplan Franklinstraat en Oostburgw eg (concept)
41
Figuur 5.2 Verhard oppervlak en waterb erging Franklinstraat Hemelwaterafvoer In het plangebied wordt een wadi of meerdere wadi's gerealiseerd. Deze wadi hebben als functie het water afkomstig uit de openbare ruimte te bergen. Het streven is erop gericht om het hemelwater afkomstig van de nieuwe bebouwing af te wateren op deze te realiseren wadi of wadi's. In bovenstaande figuur 5.2 is in het blauw een mogelijke locatie voor de wadiconstructies weergegeven. Indien de wadi's als bovenstaande situatie worden gerealiseerd is er voldoende ruimte aanwezig voor de waterberging. Indien het niet mogelijk is om de waterbergingsnorm van 55 mm in deze wadi('s) te realiseren dienen voorzieningen te worden getroffen op eigen terrein. De noodoverlaat van de wadiconstructie(s) dient aangesloten te worden op het gemengde stelsel in de Franklinstraat.
Afvalwaterafvoer De vuilwaterafvoer van de ontwikkeling kan worden aangesloten op bestaande riolering aan de Franklinstraat.
Oppervlaktewater Er is geen oppervlaktewaterstructuur binnen het plangebied aanwezig. Van lozing van hemelwater op omliggende oppervlaktewateren is geen sprake. Grondwater, ontwatering en afwatering Rondom het projectgebied zijn een aantal grondwaterpeilingen aanwezig. Deze grondwaterpeilingen geven een beeld dat de Representatieve Hoge Grondwaterstand >100cm onder het maaiveld ligt.
Conclusie Op basis van het bovenstaande kan worden geconcludeerd dat de waterhuishouding geen belemmering vormt voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan.
42
bestemmingsplan Franklinstraat en Oostburgw eg (concept)
5.2.2
Oostburgweg
Voor de locatie aan de Oostburgweg worden totaal 8 woningen gerealiseerd. Het overige gebied is bestemd voor de openbare ruimte. In deze ruimte worden de toegangswegen, parkeerplaatsen (19 stuks), het openbaar groen en ruimte voor waterberging gerealiseerd. Toename verhard oppervlak Voor het nieuwbouwplan geldt dat er in de bestaande situatie geen maatregelen zijn genomen voor het bergen van water voor verhard oppervlak. In de toekomstige situatie is totaal zo'n 800 m2 verhard oppervlak aanwezig. Hierbij zijn doorlatende verhardingen, zoals bij de parkeerplaatsen, voor 50% meegerekend.
Hemelwaterafvoer De nieuwbouw en de nieuwe verharding moeten voldoen aan de eisen van 55mm waterberging per vierkante meter verhard oppervlak. Gezien het karakter van de nieuw te realiseren woningen en de beperkte bergingsruimte is overeengekomen dat de woningen hiervoor gebruik mogen maken van de nieuw te realiseren waterberging in de openbare ruimte. Totaal dient zo'n 44 kubieke meter water te worden geborgen. De wadi geeft ruimte aan maximaal 60 kubieke meter water. De noodoverlaat van de wadiconstructie dient aangesloten te worden op het gemengde riool in de Lage Bothofstraat.
Afvalwaterafvoer De vuilwaterafvoer van de ontwikkeling kan worden aangesloten op bestaande riolering aan de Oostburgweg en Lage Bothofstraat.
Oppervlaktewater Er is geen oppervlaktewaterstructuur binnen het plangebied aanwezig. Van lozing van hemelwater op omliggende oppervlaktewateren is geen sprake. Grondwater, ontwatering en afwatering Rondom het projectgebied zijn een aantal grondwaterpeilingen aanwezig. Deze grondwaterpeilingen geven een beeld dat de Representatieve Hoge Grondwaterstand zo'n 80-100cm onder het maaiveld ligt. Exacte gegevens van het projectgebied ontbreken. Deze grondwaterstand is laag genoeg om de infiltratievoorziening te realiseren en biedt voldoende ontwateringsdiepte voor de woningen en de wegen.
5.3
Natuur
5.3.1
Wet natuurbescherming, beschermde natuurgebieden
In hoofdstuk 2 van de Wet natuurbescherming wordt de aanwijzing en bescherming van de Europese 'Natura 2000' gebieden en de bijzondere nationale natuurgebieden (toekomstige Natura 2000 gebieden) geregeld. De Wet natuurbescherming bepaalt dat voor alle Natura 2000 gebieden instandhoudingsdoelstellingen en een beheerplan moeten worden vastgesteld. De instandhoudingsdoelstellingen hebben betrekking op de kwaliteit van natuurlijke habitats en de aanwezige habitats van soorten in een Natura 2000 gebied. Bij elke ruimtelijke ontwikkeling moet worden getoetst of de beoogde activiteiten mogelijk significant negatieve gevolgen kunnen hebben voor de aangewezen natuurlijke habitats en habitats van soorten in een Natura 2000 gebied. Indien dat op voorhand niet met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid kan worden uitgesloten dient een passende beoordeling te worden uitgevoerd en een plan-milieueffectrapportage (plan-MER) te worden opgesteld. Wanneer ook op basis van een uitgevoerde passende beoordeling bestemmingsplan Franklinstraat en Oostburgw eg (concept)
43
significant negatieve gevolgen niet met aan voldoende zekerheid grenzende waarschijnlijkheid kunnen worden uitgesloten kunnen de beoogde ruimtelijke ontwikkelingen alleen mogelijk worden gemaakt indien er redelijkerwijs geen alternatieven aanwezig zijn, er sprake is van dwingende redenen van groot openbaar belang en de negatieve gevolgen in voldoende mate worden gecompenseerd.
Beschermde natuurgebieden en het plangebied “Franklinstraat en Oostburgweg” Het plangebied van het bestemmingsplan “Franklinstraat en Oostburgweg” is niet gelegen binnen de grenzen dan wel in de nabijheid van een gebied dat is aangewezen als Natura 2000 gebied of bijzonder nationaal natuurgebied. Het dichtstbijzijnde Natura 2000 gebied is het “Aamsveen”, op ca. 5 km ten zuidoosten van het plangebied. Alle andere beschermde gebieden zijn op grotere afstand van het plangebied gelegen. Desondanks kan stikstofdepositie in de verschillende fases van de ontwikkeling (sloop-, bouw- en gebruiksfase) aan de orde zijn. Om te bepalen of deze ontwikkeling mogelijk significant negatieve gevolgen kunnen hebben op de aangewezen natuurlijke habitats en habitats van soorten van het (de) Natura 2000 gebied(en) is door Ad Fontem een onderzoek uitgevoerd naar de stikstofdepositie (zie bijlage 7). Uit die berekening blijkt dat de stikstofdepositie in alle fases ten hoogste 0,0 mol/ha/j bedraagt. Daarmee zijn er geen effecten op de Natura 2000-gebieden te verwachten.
Conclusie Wet natuurbescherming, beschermde natuurgebieden Op grond van het voorgaande kan met aan voldoende zekerheid grenzende waarschijnlijkheid worden geconcludeerd dat het voorliggende plan geen significant negatieve effecten op Natura 2000 gebieden zal hebben en daarmee in overeenstemming is met het bepaalde in de Wet natuurbescherming voor wat betreft het hoofdstuk Gebiedsbescherming. 5.3.2