CConstaterende datenschede
Koppel je AI →
Document · PDF

Franklinstraat en Oostburgweg_Bijlagen toelichting

Raadsvergadering 13 mei 2024, gemeente enschedeBij agendapunt: Vaststelling van het bestemmingsplan "Franklinstraat en Oostburgweg”15.200 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Bijlagen Toelichting Bestemmingsplan Franklinstraat En Oostburgweg

Status: Concept

Franklinstraat en Oostburgweg

Inhoudsopgave

Bijlagen toelichting

3

Bijlage 1

Overzicht bijlagen en onderzoeksrapporten

4

Bijlage 2

Stadsbrede Laddertoets Enschede

5

Bijlage 3

Stedenbouwkundige studie Franklinstraat

18

Bijlage 4

Stedenbouwkundige studie Lage Bothofstraat en Oostburgweg

34

Bijlage 5

Trillingshinder

44

Bijlage 6

Verkennend archeologisch onderzoek

53

Bijlage 7

Aerius

94

Bijlage 8

Verkennend bodemonderzoek inclusief asbest

156

Bijlage 9

Akoestisch onderzoek

306

Bijlage 10

Nader trillingsonderzoek

402

2

bestemmingsplan Franklinstraat en Oostburgw eg (concept)

Bijlagen toelichting

bestemmingsplan Franklinstraat en Oostburgw eg (concept)

3

Bijlage 1 Overzicht bijlagen en onderzoeksrapporten Bijlage 1: Overzicht bijlagen en onderzoeksrapportages Bijlage 2: Stadsbrede laddertoetst Enschede, Stec Groep d.d. 8 juni 2021 Bijlage 3: Voorlopig ontwerp Franklinstraat Enschede (rapportnr. 86590, Beltman Architecten, 22 november 2022) Bijlage 4: Voorlopig ontwerp Oostburgweg Enschede (rapportnr. 90940, Beltman Architecten, 7 april 2022) Bijlage 5: Quickscan Spoortrillingen Brammelerdwarsstraat in Enschede (rapportnr. WBD2022-059, We-Boost B.V. d.d. 20 december 2022) Bijlage 6: Rapportage archeologisch onderzoek "Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek verkennende fase Franklinstraat, Enschede, gemeente Enschede (OV) (rapportnr. 1048, Adviesbureau Laagland Archeologie, februari 2023) Bijlage 7: Aerius-berekening, Ad fontem d.d. 24 maart 2023 Bijlage 8: Verkennend bodemonderzoek inclusief asbest Oostburgweg en Franklinstraat te Enschede (rapportnr. R001-1289908WRR-V02-mwl-NL, Adviesbureau Tauw d.d. 22 juni 2023) Bijlage 9: Akoestisch onderzoek woningen Oostburgweg en Franklinstraat, Enschede (rapportnr. 23.164, Adviesbureau Munsterhuis d.d. 17 augustus 2023) Bijlage 10: Nader onderzoek trillingshinder (rapportnr. WBD2023-021, Adviesbureau We-Boost d.d. 28 juni 2023)

4

bestemmingsplan Franklinstraat en Oostburgw eg (concept)

Bijlage 2 Stadsbrede Laddertoets Enschede

bestemmingsplan Franklinstraat en Oostburgw eg (concept)

5

Stadsbrede Laddertoets Enschede Kwantitatieve analyse

Stec Groep aan Gemeente Enschede

Lotte Huiskens, Anneloes Bouma & Lukas Meuleman 8 juni 2021

2

Stadsbrede Laddertoets Enschede (kwantitatieve analyse) 21.038

Inhoudsopgave 1

Inleiding 1.1 1.2 1.3

2

3

3.3 3.4 3.5

7

Welke woningbehoefte is er de komende tien jaar? ............................. 7 Relevant beleid: woonvisie gemeente Enschede en Regionale Woonagenda Twente............................................................................... 7 Uitbreidingsvraag: toename van 3.225 huishoudens in Enschede tot 2031 ..................................................................................................... 8 Planaanbod: harde plancapaciteit biedt ruimte aan circa 1.215 woningen .................................................................................................. 9 Ladderruimte: additionele behoefte aan circa 2.010 woningen ........... 9

Bestaand stedelijk gebied (BSG) 4.1 4.2

5

Is er sprake van een ‘nieuwe’ stedelijke ontwikkeling (NSO)? ............. 5 Wat is het ruimtelijk verzorgingsgebied? ............................................... 5

Behoefte 3.1 3.2

4

Optimaal woningbouwprogramma met behulp van Stadsbrede Ladderstrategie ........................................................................................ 3 Laddersystematiek ................................................................................... 3 Leeswijzer ................................................................................................. 4

Uitgangspunten 2.1 2.2

3

10

Is er sprake van een locatie binnen of buiten BSG? ............................ 10 Circa 3.700 woningen (van de 3.900 harde en zachte plannen) binnen BSG............................................................................................. 10

Bijlage: inzichten herijking trendscenario

11

Stadsbrede Laddertoets Enschede (kwantitatieve analyse) 21.038

3

1 Inleiding 1.1 Optimaal woningbouwprogramma met behulp van Stadsbrede Ladderstrategie Gemeente Enschede werkt aan diverse (stedelijke) ontwikkelingsplannen voor woningbouw De gemeente Enschede (hierna: U) signaleert een grote behoefte aan meer woningen en heeft de ambitie om de komende jaren verder te blijven groeien. Dit heeft de gemeente niet alleen geformuleerd in haar woonvisie, maar ook de provincie Overijssel en regio Twente sturen op groei in de regionale woonagenda 1. Om in deze woningbehoefte te kunnen voorzien lopen er op dit moment diverse (stedelijke) ontwikkelingsprojecten voor woningbouw in de gemeente Enschede. Ladder voor Duurzame Verstedelijking voor nieuwe bestemmingsplannen Om deze nieuwe projecten mogelijk te maken dient de gemeente Enschede bestemmingsplannen (straks: omgevingsplannen) vast te stellen. Een veelvoorkomend onderdeel van deze procedure is een toets op de Ladder voor Duurzame Verstedelijking (hierna: de Ladder). Deze Laddertoets vraagt om een onderbouwing van de (actuele) behoefte aan de betreffende woningbouwontwikkeling en bij ligging buiten Bestaand Stedelijk Gebied (BSG), om een motivering waarom deze ontwikkeling niet binnen BSG gerealiseerd kan worden.

Op basis van actueel inzicht in vraag en aanbod naar een optimaal woonprogramma Voor een optimaal woonprogramma – en het zorgvuldig kunnen toetsen aan de Ladder – zijn actuele inzichten in vraag naar en aanbod van woningen nodig. De gemeente Enschede hanteert voor de woningvraag het trendscenario (uit 2019). In voorliggend rapport actualiseren we dit trendscenario, zodat er een actuele basis ontstaat voor (de onderbouwing van) een optimaal woonprogramma. Daarnaast geven we een actueel overzicht van de beoogde woningbouwplannen, zodat zicht ontstaat op de mate waarin de gemeente al in de geconstateerde kwantitatieve woningbehoefte kan voorzien. Het resultaat is een actueel trendscenario voor de woningbehoefte en stadsbrede inzichten/bouwstenen voor de Ladder. Hiermee kunt u als gemeente aan de slag met uw optimale woonprogramma. Dit zorgt voor meer regie op het (gelijktijdig) kunnen onderbouwen van verschillende woningbouwplannen die de komende jaren een bestemmingsplanprocedure zullen doorlopen. Door vanuit de gemeente regie te houden op de programmering, kan er (snel) worden gezorgd voor passend woonaanbod binnen Enschede. Let op: dit rapport biedt de bouwstenen om zorgvuldig een Laddertoets te kunnen doorlopen. Ter onderbouwing van nieuwe bestemmingsplannen dient u zelf nog wel een Laddertoets op te stellen.

1.2 Laddersystematiek In onze aanpak (en de opbouw van dit rapport) volgen we nadrukkelijk de Laddersystematiek, zoals opgenomen in artikel 3.1.6 lid 2 Bro zoals die sinds 1 juli 2017 van kracht is. Daarvoor gaan we in op: 1. Uitgangspunten: wanneer is er sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling en wat is het ruimtelijk verzorgingsgebied van de ontwikkeling van het voorgenomen plan? 2. Beschrijving van de behoefte: aan hoeveel woningen (kwantitatief) is er de komende tien jaar behoefte? 3. Afweging locatiekeuze: in hoeverre liggen de locaties binnen of buiten bestaand stedelijk gebied (BSG)? En hoe verhoudt dit zich tot het principe ‘inbreiding voor uitbreiding’ achter de Ladder?

1

De regionale Woonagenda’s Twente en West-Overijssel zijn op 25 maart 2021 ondertekend door gemeenten en provincie.

Stadsbrede Laddertoets Enschede (kwantitatieve analyse) 21.038

4

VERANDERINGEN LADDER VOOR DUURZAME VERSTEDELIJKING NA INVOERING OMGEVINGSWET De Ladder voor duurzame verstedelijking krijgt onder de Omgevingswet vorm als instructieregel in het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). De systematiek van de Ladder verandert voor zover bekend niet bij invoering van de Omgevingswet. Bepaalde toepassingen van de Ladder veranderen wellicht wel, bepaalde afwegingen schuiven door van plan naar vergunning en er kan gedifferentieerd worden in de eindtijden van de behoefteraming. Daarnaast is het binnen de Omgevingswet niet meer mogelijk om planvormen zoals een uitwerkingsplicht of wijzigingsbevoegdheid op te nemen.

1.3 Leeswijzer In hoofdstuk 2 gaan we in op de uitgangspunten die van belang zijn in de onderbouwing. We staan stil bij de volgende vragen: is er sprake van een stedelijke ontwikkeling, is er sprake van bestaand stedelijk gebied en wat is het ruimtelijk verzorgingsgebied voor de beoogde ontwikkelingen? In hoofdstuk 3 bepalen we de kwantitatieve behoefte aan de plannen. In hoofdstuk 4 gaan we in op de ligging van de plannen, binnen of buiten bestaand stedelijk gebied, (BSG) en hoe mogelijkheden binnen BSG bezien moeten worden.

Stadsbrede Laddertoets Enschede (kwantitatieve analyse) 21.038

5

2 Uitgangspunten 2.1 Is er sprake van een ‘nieuwe’ stedelijke ontwikkeling (NSO)? De Ladder is een motiveringsvereiste voor ruimtelijke plannen (waaronder woningbouw) die een ‘nieuwe stedelijke ontwikkeling’ (NSO) mogelijk maken. In de toelichting van het bestemmingsplan dient dan een motivering voor de Ladder te zijn opgenomen. Sinds 1 juli 2017 is de Laddersystematiek in het Besluit ruimtelijk ordening (Bro) gewijzigd. De Ladder is verankerd in artikel 3.1.6. lid 2 Bro en luidt als volgt: “De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.” De Ladder is alleen van toepassing op een plan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt. Is dit het geval, dan is een beschrijving van de behoefte nodig. Voor ontwikkelingen buiten bestaand stedelijk gebied (BSG) is bovendien een uitgebreidere motivering vereist, waarin wordt ingegaan op de vraag waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in de behoefte kan worden voorzien.

Een stedelijke ontwikkeling wordt in artikel 1.1.1 onder i van het Bro gedefinieerd als: ‘Ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijk voorzieningen’ Voor woningbouwlocaties geldt dat vanaf 12 woningen 2 in beginsel sprake is van een stedelijke ontwikkeling. Voor kleinere locaties hoeft u in principe geen Laddertoets uit te voeren, maar deze tellen wel mee als (hard) planaanbod. Van een nieuwe stedelijke ontwikkeling is in beginsel sprake als het nieuwe bestemmingsplan meer bebouwing mogelijk maakt en veelal ook bij functiewijzigingen. Een Laddertoets is dus niet nodig als de huidige bestemming de beoogde woningbouwontwikkeling al mogelijk maakt.

2.2 Wat is het ruimtelijk verzorgingsgebied? Wanneer sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling, moet de toelichting van het bestemmingsplan een beschrijving bevatten van de behoefte aan de woningen die mogelijk worden gemaakt. Bij de beschrijving van de behoefte aan het woningbouwplan is het noodzakelijk om nader in te zoomen op de afbakening van het ruimtelijk verzorgingsgebied: de marktregio. Dit is de regio waarvan vraag en aanbod in beeld moet zijn, om de behoefte aan de ontwikkeling te kunnen bepalen. De omvang van het ruimtelijk verzorgingsgebied verschilt per ontwikkeling en valt niet per definitie samen met de bestuurlijke regio. De aard en omvang van de ontwikkeling zijn leidend voor het schaalniveau waarop de behoefte moet worden afgewogen. Voor wonen geven verhuisbewegingen geven hiervoor een goede indicatie. In huishoudensprognoses zijn reguliere migratiecijfers verwerkt en daarmee is ook het stukje reguliere (boven)regionale migratie als onderdeel van de behoefte meegenomen. Ofwel: in de verwachte huishoudensontwikkeling voor Enschede is de reguliere (boven)regionale behoefte verwerkt.

2

ABRvS 25 maart 2015; ECLI:NL:RVS:2015:953 Zie ook de nieuwe Ladderhandreiking van het Rijk: www.infomil.nl

6

Stadsbrede Laddertoets Enschede (kwantitatieve analyse) 21.038

We taxeren dat het ruimtelijk verzorgingsgebied (de marktregio) voor woningbouw in Enschede doorgaans bestaat uit de gemeente, vanwege de relatief sterke interne verhuisrelaties. Zie onderstaande tabel. Tabel 1: Aandeel binnen Nederland verhuisde personen van/naar Enschede in 2011-2019 Vanuit gemeenten (top 10) naar Enschede Enschede Hengelo Almelo Losser Haaksbergen Groningen Oldenzaal Overig Totaal (incl. binnenverhuizingen)

Aandeel 71,5% 3,1% 1,5% 1,3% 1,1% 1,0% 0,9% 19,5% 100%

Naar gemeenten (top 10) vanuit Enschede Enschede Hengelo Losser Haaksbergen Almelo Amsterdam Utrecht Overig Totaal (incl. binnenverhuizingen)

Aandeel 70,6% 3,3% 1,5% 1,3% 1,3% 1,2% 1,2% 19,6% 100%

Bron: CBS (2021, gegevens periode 2011-2019), bewerking Stec Groep (2021). *Relatieve aandeel interne verhuizingen verschilt door verschil in totaal aantal inkomende (173.998) en uitgaande (176.059) personen in periode 2011-2019.

RUIMTELIJKVERZORGINGSGEBIED VOOR WONINGBOUW IN PRINCIPE GEMEENTE ENSCHEDE Voor woningbouwinitiatieven in de gemeente Enschede geldt in principe de gemeente Enschede als ruimtelijk verzorgingsgebied. De woningmarktregio Enschede is namelijk sterk lokaal georiënteerd. Circa 72% van verhuizers komt uit eigen gemeente. CBS-migratiegegevens van alle verhuisde personen (tussen 2011 en 2019) tonen aan dat ongeveer 72% van de verhuisbewegingen binnengemeentelijk plaatsvindt. Daarnaast zijn er voornamelijk verhuisrelaties met gemeenten uit de woningmarktregio (Twente), waaronder Hengelo, Almelo, Losser, Haaksbergen en Oldenzaal (circa 8%). Binnen de regio Twente vindt afstemming plaats over woningbouw, waardoor gemeenten in principe voor eigen behoefte bouwen. Op basis van de analyse van migratiestromen naar Enschede (in 2011-2019) weten we dat de reguliere migratiestromen er als volgt uit zien:

72% lokaal

11% regionaal

17% bovenregionaal

De woningmarkt van Enschede is in de basis vooral lokaal georiënteerd. We verwachten dat daarom dat woningbouw in Enschede in de basis vooral lokaal huishoudens kan bedienen (waaronder studenten). In het geval van een bijzondere woningbouwontwikkeling kan een grotere (secundaire) marktregio van toepassing zijn. Het gaat dan nadrukkelijk om concepten of aantallen die leiden tot een extra (boven) regionale aantrekkingskracht. Denk bijvoorbeeld aan experimentele CPO-initiatieven of welstandsvrij bouwen. We merken op dat deze extra aantrekkingskracht van projecten in de praktijk vaak beperkt is. Een voordeel van een bijzonder project met een grotere marktregio kan zijn dat er mogelijk een grotere behoefte bestaat in deze bredere marktregio. Aandachtspunt hierbij is wel dat vraag en het aanbod dan ook in beeld moeten zijn voor de bredere marktregio. Daarnaast is doorgaans afstemming met andere (regio)gemeenten nodig. U zult hiermee immers een deel van ‘hun’ lokale behoefte opvullen.

7

Stadsbrede Laddertoets Enschede (kwantitatieve analyse) 21.038

3 Behoefte 3.1 Welke woningbehoefte is er de komende tien jaar? De behoefte bij een woonplan wordt bepaald door de confrontatie van de langetermijnprognose van de vraag naar woningen, met het woningaanbod in de bestaande plancapaciteit om in die vraag te voorzien. Kortgezegd: we confronteren de uitbreidingsvraag (vanuit huishoudensontwikkeling) met het planologisch harde planaanbod dat hierin kan voorzien. Als er minder harde plannen zijn dan vraag, dan is er een resterende behoefte. Hiervoor dient u in ieder geval tien jaar vooruit te kijken. In de woonvisie gaat de gemeente Enschede uit van een uitbreidingsvraag op basis van het trendscenario (2.700 huishoudens tussen 2019-2029). Actuele inzichten hebben geleid tot een geactualiseerd trendscenario (3.225 huishoudens tussen 2021-2031). De totstandkoming van dit scenario lichten we hierna toe. De Ladder vormt geen beletsel voor een werkwijze waar door het naar voren halen van woningbouwplannen op korte of middellange termijn overcapaciteit optreedt, zolang op langere termijn (looptijd bestemmingsplan en straks omgevingsplan) maar (weer) in de pas wordt gelopen met de voorziene behoefte aan woningen in de marktregio. Op dit moment is de resterende kwantitatieve behoefte in de marktregio (de gemeente Enschede) 2.010 woningen tot 2031. We lichten dit in de aankomende paragrafen verder toe.

3.2 Relevant beleid: woonvisie gemeente Enschede en Regionale Woonagenda Twente Woonvisie Enschede: toename van 2.700 huishoudens tussen 2019 en 2029 op basis van trendscenario De woonvisie van de gemeente Enschede is de basis voor het gemeentelijk woonbeleid. Hierin staan verwachtingen, doelen en ambities voor de toekomst beschreven. Het gaat over kwalitatieve aspecten (zoals duurzaamheid, inclusieve samenleving) en kwantitatieve aspecten, waaronder de woningbouwprogrammering (hoeveel woningen zijn nodig en voor welke doelgroepen). Voor de periode 2019 tot 2029 gaat de gemeente uit van een huishoudensgroei van circa 2.700 huishoudens, zo blijkt uit de woonvisie (vastgesteld in juni 2019). Dit is een stip op de horizon, waarbij aantallen aan de hand van nieuwe inzichten en prognoses herijkt kunnen worden. Dit draagt bij aan een adaptieve en actuele woonvisie en programmering. De verwachte toename van het aantal huishoudens is gebaseerd op het trendscenario 3. Dit scenario is tot stand gekomen op basis van de verwachte huishoudensgroei (volgens Primos 2018), maar houdt daarbij ook rekening met een zekere inhaalvraag: het woningtekort op korte termijn.

Door op korte termijn extra woningen te programmeren voor ‘talenten’ (afgestudeerden, midden en hoge inkomensgroepen) wordt het huidige woningtekort ingelopen en worden doelgroepen die belangrijk zijn voor de sociaaleconomische ontwikkeling van de stad behouden. Wanneer de gemeente erin slaagt om deze doelgroepen te behouden is het trendscenario het meest realistische scenario. De gemeente zet in hun woningbouwprogrammering dan ook sterk in op deze doelgroepen. .

Regionale Woonagenda Twente: circa 20.000 tot 22.000 woningen nodig in de regio tot 2030 Gemeente Enschede maakt deel uit van de woningmarktregio Twente. De provincie Overijssel en de Twentse gemeenten maken periodiek meerjarige woningbouwafspraken met elkaar, om samen te werken aan de opgaven op de regionale woningmarkt. De nieuwste woningbouwafspraken hebben de vorm van

3

Trendscenario op basis van ‘Effectenstudie stedelijk woonprogramma’, door Stec Groep (14 maart 2019).

Stadsbrede Laddertoets Enschede (kwantitatieve analyse) 21.038

8

een Regionale Woonagenda Twente 4. De woonagenda is het kompas van gemeenten en provincie op de woningmarkt: “Waar werken we met elkaar naar toe en op welke manier gaan we daarin samenwerken?” De woonagenda gaat uit van de ambitie om 60.000 woningen toe te voegen in de provincie Overijssel. Hierbij ligt de nadruk op versnellen van bestaande plannen om de woningnood in delen van de provincie en segmenten van de woningmarkt op te lossen. Uit de woonagenda blijkt: “De ambitie is opgebouwd uit drie elementen: de beschikbare woningbehoefteprognoses tot 2030, het naar voren halen van de woningbehoefte die ontstaat na 2030 en een extra impuls om bij te dragen aan het oplossen van de actuele woningnood in Nederland.” Deze ambitie van 60.000 woningen in de provincie Overijssel zal voor twee derde in West-Overijssel worden gerealiseerd en voor een derde in Twente. Het gaat op regionaal niveau dan om een ambitie van circa 20.000 tot 22.000 woningen tot 2030. Deze ambitie is opgebouwd uit een lokale behoefte (circa 15.000 woningen) en een extra woningbouwambitie (circa 5.000 tot 7.000 woningen). 5 De woonagenda geeft geen kwantitatieve verdeling van de opgave per gemeente, maar de vigerende provinciale Omgevingsvisie en –verordening gaan ervan uit dat deze vooral in steden zal landen.

Hierin staat: ‘’Daarin is vastgelegd dat gemeenten in principe alleen voorzien in de lokale woningbehoefte en de behoefte van bijzondere doelgroepen. Alleen de stedelijke netwerken mogen voorzien in een (boven)regionale behoefte.”

3.3 Uitbreidingsvraag: toename van 3.225 huishoudens in Enschede tot 2031 Actuele inzichten vragen om herijking van het trendscenario Sinds de effectenstudie hebben verschillende ontwikkelingen zich op de woningmarkt voorgedaan. Deze ontwikkelingen hebben dusdanig grote impact op de woningvraag in de gemeente Enschede dat actualisatie van het trendscenario nodig is om een volledig en actueel beeld van de huishoudensontwikkeling en woningvraag in de marktregio te krijgen. Wanneer we naar de historische ontwikkeling van het aantal huishoudens kijken, valt op dat het aantal huishoudens sinds 2016 jaarlijks relatief sterker toeneemt dan daarvoor (CBS). Ook de afgelopen twee jaar, sinds de start van het trendscenario, is de huishoudensgroei groter geweest dan verwacht. 6 Ondanks de relatief sterke groei die al heeft plaatsgevonden, laat de nieuwste Primos prognose voor de komende tien jaar een grote groei zien. Dit geeft – samen met de extra bovenregionale groei die de provincie Overijssel verwacht – aanleiding om het trendscenario te actualiseren. Deze actualisatie sluit aan bij het adaptieve karakter dat de gemeente Enschede beoogt voor de gemeentelijke woonvisie en woonprogrammering. Als actuele inzichten erom vragen kan het trendscenario (‘de stip op de horizon’) geactualiseerd worden.

Ook sluit deze actualisatie aan bij de hoofddoelstelling van de gemeentelijke woonvisie: “Vanuit het oogpunt van voorgaande hoofddoelstelling gaan we in deze woonvisie uit van het trendscenario waarbij voor de langere termijn het groeien naar 170.000 inwoners de stip op de horizon is. We herijken de aantallen steeds aan de hand van nieuwe prognoses en onderzoeken.” Geactualiseerd trendscenario houdt rekening met huidig woningtekort, actuele migratie en ambities Het geactualiseerde scenario (voor de periode 2021-2031) is op een vergelijkbare wijze opgebouwd als het trendscenario (voor de periode 2019-2029). Het geactualiseerde scenario is gebaseerd op de verwachtingen rondom de autonome huishoudensontwikkeling (in dit geval op basis van Primos 2020). Daarnaast houdt het geactualiseerde scenario rekening met een additionele woningbehoefte, vanwege 1) het inlopen van het huidige woningtekort, 2) inzichten in actuele migratiecijfers (hoge instroom) en 3) de gemeentelijke ambitie om sterk in te zetten op het vasthouden en aantrekken van jong talent. Dit geactualiseerde scenario Regionale WoonagendaTwente, Provincie Overijssel/Companen (2021). Op 25 maart 2021 ondertekent door alle partijen.

Daarnaast heeft Twente een extra woningbouwambitie/-opgave op basis van onder andere de (gedeeltelijke) inloop van het huidige woningtekort (circa 3%), de krapte op de woningmarkt, de verstedelijkingsopgaven en de toenemende migratiestromen vanuit de Randstad en andere landsdelen. Bron: Regionale Woonagenda Twente (januari 2021). 6 Tussen 1 januari 2019 (78.627) en 1 januari 2020 (79.459) is het aantal particuliere huishoudens in Enschede toegenomen met circa 830, volgens het CBS. De stand per 1 januari 2021 is nog niet bekend, maar de verwachting is dat dit aantal wederom verder is toegenomen (op basis van realisatiecijfers van de woningbouw). 4 5

9

Stadsbrede Laddertoets Enschede (kwantitatieve analyse) 21.038

leidt tot een kwantitatieve behoefte aan 3.225 woningen voor de periode 2021-2031 (ter vergelijking: het trendscenario ging uit van een behoefte van 2.700 woningen voor de periode 2019-2029). De afgelopen jaren lag de huishoudensgroei hoger dan eerder verwacht. Dit is nu verwerkt in het scenario. 7 Prognoses en scenario’s gaan komende tien jaar uit van huishoudensgroei in gemeente Enschede Onderstaand figuur 4 toont het trendscenario uit 2019 (woonvisie), Primos 2020 (meest actuele prognose) en het geactualiseerde trendscenario tegen elkaar afgezet. Te zien is dat de verschillende prognoses met elkaar in lijn liggen en eenzelfde trend volgen De komende tien jaar neemt het aantal huishoudens in Enschede toe, hierna wordt een (licht) afname verwachten. Het geactualiseerde trendscenario leidt tot een additionele woningvraag aan 3.225 woningen voor de komende tien jaar. Dat wil zeggen: de benodigde woningvraag vanwege een uitbreidingsbehoefte door huishoudensontwikkeling (de netto benodigde toevoeging). Uitgangspunt hierbij is dat ieder extra huishouden zich een-op-een vertaalt in de vraag naar één extra woning. Deze additionele woningvraag staat los van (kwalitatieve) vernieuwingsopgaven in de bestaande voorraad – zoals transformatie of sloopnieuwbouw – waarbij het aantal woningen gelijk blijft. Dit leidt immers (netto) niet tot meer woningen.

Figuur 1: Huishoudensontwikkeling en prognoses tot 2035, gemeente Enschede

84.000 83.000 82.000 81.000 80.000 79.000 78.000 77.000 76.000 75.000 74.000

Historische ontwikkeling Primos 2020

2010 2011 2012 2013 2014 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 2022 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029 2030 2031 2032 2033 2034 2035

Trendscenario Geactualiseerd scenario

Bron: CBS (2020), ABF (2020). Bewerking Stec Groep (2021).

3.4 Planaanbod: harde plancapaciteit biedt ruimte aan circa 1.215 woningen In de gemeente Enschede bestaat de totale netto harde plancapaciteit, in vastgestelde of onherroepelijke plannen, uit ongeveer 1.215 woningen 8 (bron: planlijst gemeente Enschede, januari 2021). Dit betreft het ‘aanbod’ volgens de systematiek van de Ladder. Daarnaast zijn er zachte plannen voor circa 2.685 woningen in de gemeente Enschede. Deze zachte plannen bevinden zich in verschillende stadia, waarvan een deel ook nog ‘boterzacht’ is (waaronder zoeklocaties, mogelijk ook voor na 2031). Zachte plannen kunnen gebruikt worden om in de resterende woningbehoefte te voorzien.

3.5 Ladderruimte: additionele behoefte aan circa 2.010 woningen Om de huishoudensgroei voor de komende tien jaar te kunnen faciliteren zijn meer harde plannen nodig. Voor de additionele woningvraag tussen 2021 en 2031 gaan we uit van het geactualiseerde trendscenario: dus zo’n 3.225 woningen. Het aanbod in harde plannen bedraagt circa 1.215 woningen. Dit resulteert in een additionele behoefte aan harde plannen voor zo’n 2.010 woningen.

7 8

Vaststelling geactualiseerd scenario vindt plaats door de gemeenteraad. Exclusief onzelfstandige studentenwoningen en zorgwoningen in de plannen.

Stadsbrede Laddertoets Enschede (kwantitatieve analyse) 21.038

10

4 Bestaand stedelijk gebied (BSG) 4.1 Is er sprake van een locatie binnen of buiten BSG? Als de woningbouwontwikkeling voorziet in een behoefte en gepland is binnen bestaand stedelijk gebied (BSG), dan wordt voldaan aan de Ladder. Voor ontwikkelingen buiten bestaand stedelijk gebied is extra motivering vereist, waarom niet binnen bestaand stedelijk gebied in die behoefte voorzien kan worden. Daarbij spelen de beschikbaarheid en geschiktheid van locaties binnen bestaand stedelijk gebied een rol. Het is daarom belangrijk om te checken of het voorgenomen plan een ontwikkeling binnen BSG betreft. Artikel 1.1.1 Bro geeft als definitie: ‘Bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing voor wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, en ook de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur’ Naast de hiervoor genoemde definitie van bestaand stedelijk gebied, blijkt uit jurisprudentie dat ook de geldende bestemming en het huidig gebruik van een plangebied relevant kan zijn. Geldt er bijvoorbeeld een agrarische bestemming die de ontwikkeling ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca niet mogelijk maakt, dan is veelal geen sprake van BSG 9.

4.2 Circa 3.700 woningen (van de 3.900 harde en zachte plannen) binnen BSG We taxeren dat van de 3.900 woningen in harde en zachte plannen in de gemeente Enschede er circa 3.700 woningen binnen BSG gerealiseerd kunnen worden. 10 Dit zijn locaties binnen het stedenbouwkundig samenstel en waar al een (planologisch hard) bestemmingsplan voor wonen geldt, of waar sprake is van transformatie naar wonen vanuit andere stedelijke functies en vigerende bestemmingen. Voor deze plannen is geen extra motivering nodig. Daarnaast zijn er circa 200 woningen beoogd op locaties buiten BSG, voor deze plannen is wel extra motivering nodig.

VOORBEELDEN VAN ARGUMENTEN DAT ONTWIKKELING BINNEN BSG NIET MOGELIJK IS • • •

9

Kwalitatieve aspecten van de behoefte: denk bijvoorbeeld aan woonmilieus die niet binnen bestaand stedelijk gebied passen, zoals waterrijk wonen, grote landgoederen; Andere functies die ter plaatse al aanwezig zijn of volgens ruimtelijk beleid worden beoogd. Denk aan park, maatschappelijke functies, maar ook andere woonplannen die later worden beoogd; Aanzienlijke investeringen die eerst nodig zijn voor de inbreidingsplaatsen, bijvoorbeeld vanwege milieuaspecten die zich voordoen op inbreidingslocaties.

Zie bijvoorbeeld: ABRvS 29 april 2015, ECLI:NL:RVS:2015:1340. Zie ook de nieuwe Ladderhandreiking van het Rijk: www.infomil.nl Waarvan circa 650 woningen in twee plannen met woonbestemming met uitwerkingsplicht.

10

11

Stadsbrede Laddertoets Enschede (kwantitatieve analyse) 21.038

Bijlage: inzichten herijking trendscenario Sinds de effectenstudie hebben verschillende ontwikkelingen op de woningmarkt zich voorgedaan. Deze ontwikkelingen hebben dusdanig grote impact op de woningvraag in de gemeente Enschede dat trendscenario uit de woonvisie geactualiseerd moest worden. Het gaat om inlopen van het huidig woningtekort, actuele (hoge) migratiecijfers en inzetten op behouden van ‘talenten’. In principe zijn dit dezelfde ontwikkelingen als in het trendscenario uit 2019 (huidig woningtekort, sterker inzetten op behouden van ‘talenten’ uit binnen- en buitenland), maar in deze actualisatie splitsen we deze in verschillende indicatoren. Daarmee zijn de kwalitatieve lijnen hetzelfde, maar is kwantitatieve monitoring van ontwikkelingen voor de gemeente Enschede meer gestructureerd en eenduidiger.

Leegstand: krapte op woningmarkt is toegenomen in Enschede Gezonde frictieleegstand op de woningmarkt bedraagt 2 tot 3%, in Enschede is deze circa 2,4% Om de woningmarkt goed te laten functioneren is een bepaald percentage leegstand nodig, zodat huishoudens kunnen verhuizen. Dit noemen we frictieleegstand. Voor een gezonde woningmarkt ligt deze frictieleegstand tussen de 2 tot 3%. Minder leegstand leidt tot beperkte verhuisdynamiek en doorstroming, meer leegstand kan leiden tot ongewenste effecten en (op termijn) waardedaling. De huidige leegstand in de gemeente bedraagt 1.760 woningen, dit is 2,36% van alle woningen in de gemeente (op basis van LV WOZ methode uit de leegstandsmonitor van het CBS). 11 Dit betekent dat de leegstand in de gemeente in principe gezond is, maar nog iets zou mogen toenemen. Enschedese woningmarkt is erg krap: woningzoeker heeft keuze uit gemiddeld twee woningen Een argument om de leegstand iets op te laten lopen is de toegenomen krapte op de woningmarkt sinds het trendscenario. Onderstaand figuur geeft de krapte-indicator op de huizenmarkt van de gemeente Enschede weer, vergeleken met Overijssel en Nederland. De krapte-indicator geeft weer uit hoeveel woningen een koper kan kiezen. Wat opvalt is dat de krapte in Enschede sinds 2017 is toegenomen: kopers konden in 2020 uit twee woningen kiezen in plaats van vier in 2017.

Daarnaast valt op dat de krapte op de Enschedese woningmarkt gelijk loopt met Nederland, maar een stuk hoger is dan gemiddeld in Overijssel. Figuur 2: NVM krapte-indicator gemeente Enschede, provincie Overijssel en Nederland 8 7 6 5 4 3 2 1 0

Enschede Overijssel Nederland 2017

2018

2019

2020

Bron: NVM (2021, gegevens over 2017-2020) Bewerking Stec Groep (2021) Het CBS hanteert verschillende methoden om leegstand in kaart te brengen. Vanaf 1 januari 2020 wordt voor de landelijke leegstandsmonitor gebruik gemaakt van een nieuwe registratie over het gebruik en eigendom van verblijfsobjecten: de LV WOZ. Met dit register kan nauwkeuriger (op één peildatum) en vollediger (meer relaties tussen de WOZ-objecten en de verblijfsobjecten uit de BAG) de eigenaar en gebruiker van objecten vastgesteld worden. Omdat gemeenten zelf de koppeling leggen is er meer aandacht voor individuele objecten zoals bijvoorbeeld vakantiewoningen of appartementencomplexen.

11

12

Stadsbrede Laddertoets Enschede (kwantitatieve analyse) 21.038

Actuele migratie: Primos 2020 houdt geen rekening met twee meest actuele jaren Het aantal personen (en huishoudens) in de gemeente Enschede neemt sinds 2017 met name toe door een positief buitenlands migratiesaldo. Zowel de binnenlandse migratie als de natuurlijke aanwas waren negatief in deze periode. Zie onderstaand figuur. Migratie zit gedeeltelijk verwerkt in Primos-prognoses (naast diverse andere indicatoren). Voor Primos 2020 baseerde ABF zich op migratie-cijfers uit de periode 2012 t/m 2018. Dit betekent dat de laatste twee jaren (2019 en 2020) niet meegenomen zijn in deze prognose. Dit terwijl deze twee jaren een relatief sterke instroom kenden. Gezien het economisch profiel van de gemeente en de internationalisering van de Universiteit Twente is te verwachten dat de hoge buitenlandse migratie aanhoudt. Wanneer dit gebeurt, is dit een belangrijke reden voor meer woningbouw. Figuur 3: Bevolkingsontwikkeling (naar personen) in de gemeente Enschede tussen 2003 tot 2021 1.500 1.000 500 0 -500 -1.000 2003 2004 2005 2006 2007 2008 2009 2010 2011 2012 2013 2014 2015 2016 2017 2018 2019 2020 Natuurlijke groei (geboorte minus sterfte) Binnenlandse verhuizingen (saldo) Buitenlandse migratie (saldo) Totaal personen Bron: CBS (2021) Bewerking Stec Groep (2021)

Ambitie: Enschede zet in op vasthouden van afstudeerders en talenten De gemeente Enschede wil ‘talenten’ behouden en aantrekken. Dit zijn huishoudens met midden- en hoge inkomens tot zo’n 35 jaar. Uit verhuisgegevens van de afgelopen jaren blijkt dat er in totaal meer personen tussen de 20 en 35 jaar uit de gemeente vertrekken dan zich vestigen. De leeftijdsgroep hiervoor – de studenten – stromen wel vaker de gemeente in. Zie onderstaand figuur. Om deze reden wil de gemeente Enschede inzetten op het behouden van afstudeerders en ‘talenten’. Figuur 4: Vestigende en vertrekkende personen en migratiesaldo in de periode 2011 tot 2021 20.000

Gevestigd Vertrokken Saldo

15.000 10.000 5.000 0 -5.000 -10.000 -15.000 -20.000 0 tot 5 jaar 5 tot 10 jaar

10 tot 15 jaar

15 tot 20 jaar

Bron: CBS (2020) Bewerking Stec Groep (2021)

20 tot 25 jaar

25 tot 30 jaar

30 tot 40 jaar

40 tot 50 jaar

50 tot 65 jaar

65 tot 85 85 jaar of jaar ouder

Bijlage 3 Stedenbouwkundige studie Franklinstraat

18

bestemmingsplan Franklinstraat en Oostburgw eg (concept)

Noe Display 57pt projectnaam Franklinstraat Noe Enschede Display stedenbouwkundig Noe toevoeging Displayprojecdtnaam 40pt plan opdrachtgever Hegeman Bouwgroep Noe Display 40pt

86590- 22 11 2021

bestaande situatie

2

luchtfoto

86590 - 22 11 2021 Hegeman Bouwgroep Stedenbouwkundigplan Franklinstraat Enschede

bestaande situatie

3

foto’s locatie

86590 - 22 11 2021 Hegeman Bouwgroep Stedenbouwkundigplan Franklinstraat Enschede

bestaande situatie

4

foto’s omgeving

86590 - 22 11 2021 Hegeman Bouwgroep Stedenbouwkundigplan Franklinstraat Enschede

BESTAANDE LOCATIE

1:1000

36

35

38-39C 38-39C

Bestaande situatie 1:1000 40 40

41 41

42 42

44 44

43 43

45 45

46 46

49 49

12457

50 50

51 51

12456

52 52

53 53

54 54

55 55

12083

55A 55A 56 56

12030

58 58

59 59

12283

60-62 60-62

12342 12291

6829

6828

6827

57 57

12290

12289 12003

5

47 47

63-65 63-65 9237 10630

12084 37/1-37/10 37/1-37/10

11316

10756

12449 12450

9236

53-57 53-57

12281

11963

66 66

67 67

68 68

46-50 46-50

11958

11959

43A 43A

11960 11961

39 39

72-74 72-74 78 78

44 44

49 49 37 37

12032

71 71

12327

12294

12085 35 35

70 70

51 51 12295

12326

41 41

12002

69 69

80 80

12278

12284

55-59 55-59

83 83

82 82

81 81

84 84

87 87 12350

47 47

3455 53 53

12716

12329

12351

9061

51 51

43 43 9460

6646 11957

49 49

9840 6714

6713

9530

9531

9532

47 47

50 12328 50

337 337

FranklinsFranklins traat traat

12702 11956 31 31

15 15

339 339

88 88

11581

33 33 12706

11780

45 45

12201

43 43

12167

12169 12168

10927

46 46

12703

12497

36 36

38 38

40 40

35 35

21 21

11951

10935

9 9

11950

10936

352 352

9A 10821 9A

6183 7148

12492 10826

395 395

372 372

399 399

401 401

374 374

403 403

376 376

10823

417 417

405 405

6950

10824

Lipp

10086

8957

10014 10015

10177

8694

erke Lip rkst p erk raat erk stra at

386 386 11465

93 93

396 396

398 398

74 74

402 402

8964

12098

404 404

Snellius Sn straell atiusstra at

103 103

10430

17 17

70 70 72 72

11782

66

12153

4 4

12152

10424

8 8

9 9

10425

6 6 10402

77

10403

5 5

4 4

10426

10552

12151

7609

2 2

11587

11586 11908

11689

7424

44

33

8532 10828

489 489

7421

483 483

7420

12180

441 441

10625

10626

485 485

487 487

481 481 479 479 11909

10627

475 475 445 445

418 418

449 449

471 471

451 451

447 447

461 461 11075

9876

10548

11 11

8 8

9875

12674

10547

10 10

11076 453 453

9877

463 463

420 420

422 422

477 477

473 473

469 469 467 10829 467

484

12179 459 459

480 480

12724 9513

86590 HEGEMAN BOUWGROEP WONINGEN FRANKLINSTRAAT ENSCHEDE 22 11 2021

10175

12673

12405

12 12

13 13

7465

10176

11 11

10422

11077

9874 9512

10421

10431

12150

68 68

16 16

15 15

33

7463

414 414 9902

10420

18 18

12155

7408

9510 7 7

12255 12254

14 14

12156

439 439

412 412

55

20 20

7435

5 5

11176

410 410

9509

9 9

66 66

12408

19 19

11690

408 408

3 3

10327

12426

70 70

7464

437 437

406 406

9511

12407

21 21

10429

435 435

8963

12406

72 72

23 23

12157

6-6B 6-6B 12203

433 433 386A 386A

99 99

t

10333

10924

10926

7407

7462

386B 386B

Le e uwe Van nhoe Le e uwe kstraa t nhoeks traa

12158

2 2

11736

12097

Van

25 25

8-8B 8-8B

431 431

88

12400

95 95

101 101

10427

11781

10 10

11175

427 427

12398

11705

16 16

10 10

429 429

97 97

12159

14 14

10933

425 425 390 390

12401 91 91

18 18

12 12

11174

388 388 12396

89 89

22 22

12154

11173

423 423

10085

87 87

27 27

10334

14 14

16 16

10923

24 24

12161

11172

421 421

12395

83 83

10428

11585

10178

12394

12399

12162

20 20

12 12

9055

12397

24 24

29 29

11080

12160

12204 18 18

15 15

6951

8693 11097

20 20

17 17

11096

85 85

22 22

21 21

19 19

419 419

11095

12393

10827

6949 397 397

370 370

11092 11093 11094

12392

24 24

23 23

10640 12494

368 368

12163

9413

26 26

31 31

aat

7147

10822

366 366

12164

26 26

11764

12200

26 26

25 25

393 393

8951

12391

10825

6182

360 360

11088

9051

10148

387 387

362 362 364 364

8952

10180

385 385 354 354 358 358

28 28

33 33

Siemensstr Siemensstraat

12495 383 383

10239

12165

35 35

11763

11320

10179

356 356

30 30

28 28

381 381

350 350

12166

22 22 11948

11319

379 379

12324 348 12325 348

30-30B 30-30B

11949 11318

377 377

7404

10332

Madame Curieplein Madame Curieplein

375-375A 375-375A

342 342

32 32

12496

10934 10214

344 344

12202 32-32B 32-32B

31 31 15 15

11952 373 373 10213

340

19 19 17 17

371 371

34 34

Galvanistraat Galvanistraat

420 367 420 367

36 36

33 33

12033

11953 7533

11992 12304 11408

38 38

12499

12715

37 37

11583

40 40 37 37

FranklinFranklin plein plein

12303

39 39

39 39

341 341

11910

11582

42 42

11954

11847 11974

34 34

41 41

10331

27 27

41 41

10928

12170

29 29

23 23

91 91

9

12498

44 44

7532

90 90

48 48

43 43

25 25

89 89

45 45

9841

47 47

11955

11664

70

85 85

42 42

40 40

12458

Oostburg Oostburg weg weg

79 79

Lipp er

erkerk Lipp raa t kerkst

482 482

straat

57 57

52 52

86590 - 22 11 2021 Hegeman Bouwgroep Stedenbouwkundigplan Franklinstraat Enschede 472-472A474-474A 472-472A

10234

1023

nieuwe situatie 1:1000

6

VERKAVELINGSVOORSTEL - C

parkeren

nieuwe situatie:

woningen

1.

1.

6x park eren op eigen te rrein 6.

-

12 eengezinswoningen 2 lagen met een kap 2 bokken van 6 woningen beukmaat 5700mm

VARIANT C (2 lagen +kap) Totaal aantal woningen

parkeren:

parkeernorm: te realiseren p.p.: in plan:

Parkeernorm Parkeerplaatsen

3.

: 12

1:5 12 x 1.5 = 18 p.p. 12 p.p. op eigen terrein 6 p.p. aan de straat totaal: 18 p.p.

: 1,5 : 18

bankje 4.

6.

7. 12.

6x parker en

op eigen t errein

86590 - 22 11 2021 Hegeman Bouwgroep Stedenbouwkundigplan Franklinstraat Enschede

nieuwe situatie 1:1000

7

situatie maatvoering

11688

6000

maatvoering

57 0 0

57 0 0

57 0 0

57 0 0

59 7 0

5970

5700

5700

5700

5700

5970

6000

11706

11540

1500

1500

11540

59 7 0

86590 - 22 11 2021 Hegeman Bouwgroep Stedenbouwkundigplan Franklinstraat Enschede

nieuwe situatie 1:1000

8

uitgiftekaart

86590 - 22 11 2021 Hegeman Bouwgroep Stedenbouwkundigplan Franklinstraat Enschede

VOGELVLUCHT - VARIANT C

nieuwe situatie

9

massamodel

86590 HEGEMAN BOUWGROEP WONINGEN FRANKLINSTRAAT ENSCHEDE 22 11 2021

86590 - 22 11 2021 Hegeman Bouwgroep Stedenbouwkundigplan Franklinstraat Enschede

vogelvlucht - variant c

nieuwe situatie

10

massamodel

86590 - 22 11 2021 Hegeman Bouwgroep 86590 StedenbouwkundigplanHEGEMAN Franklinstraat Enschede BOUWGROEP WONINGEN FRANKLINSTRAAT ENSCHEDE 22 11 2021

vogelvlucht - variant c

nieuwe situatie

11

massamodel

86590 - 22 11 2021 Hegeman Bouwgroep 86590 StedenbouwkundigplanHEGEMAN Franklinstraat Enschede BOUWGROEP WONINGEN FRANKLINSTRAAT ENSCHEDE 22 11 2021

referentiebeelden

12

inrichting terrein

86590 - 22 11 2021 Hegeman Bouwgroep Stedenbouwkundigplan Franklinstraat Enschede

referentiebeelden

13

inrichting terrein

86590 - 22 11 2021 Hegeman Bouwgroep Stedenbouwkundigplan Franklinstraat Enschede

referentiebeelden

14

wonen aan een groen hof

86590 - 22 11 2021 Hegeman Bouwgroep Stedenbouwkundigplan Franklinstraat Enschede

Spinnerij Oosterveld, unit 2.14 - Rigtersbleek-Zandvoort 10 - 7521 BE Enschede 053 20 32 800 - www.beltmanarchitecten.nl - info@beltmanarchitecten.nl

Bijlage 4 Stedenbouwkundige studie Lage Bothofstraat en Oostburgweg

34

bestemmingsplan Franklinstraat en Oostburgw eg (concept)

Studie woningen Oostburgweg De Woonplaats

90940 - 07 04 2022

satellietfoto

2

90940 - 07 04 2022 De Woonplaats Studie woningen Oostburgweg, Enschede

foto’s omgeving

3

90940 - 07 04 2022 De Woonplaats Studie woningen Oostburgweg, Enschede

analyse 1:1000

4

90940 - 0704 042022 2022 90940 - 07 De Woonplaats De Woonplaats woningen Oostburgweg, Enschede Studie Studie woningen Oostburgweg, Enschede

1:300

6000

10000

1500

5p

1800

30

00

0 30

5000 1500

16 p

00

00

30

30

optie 1

5

0

8000

6p

6000

2829

2139

rijwoningen 4m80 x 9m (hoek): 4 rijwoningen 4m80 x 9m (tussen): 4 totaal aantal woningen: 8 8 woningen x 1,6 pp/won. = 12,8 = 13 pp aanwezig op het terrein: 27 pp 90940 04/06/22 90940-- 07 04 2022 DeDe Woonplaats Woonplaats woningen Oostburgweg,Enschede Enschede Studie Studie woningen Oostburgweg,

1:300

10000

1500

10 p

30

00

00

30

5000 1500 8000

hoge haag / hedera hek

5p

1800

00

6000

30

optie 2

6

6p

2829

1362

rijwoningen 4m80 x 9m (hoek): 4 rijwoningen 4m80 x 9m (tussen): 5 totaal aantal woningen: 9 9 woningen x 1,6 pp/won. = 14,4 = 15 pp aanwezig op het terrein: 21 pp 90940 04/06/22 90940-- 07 04 2022 DeDe Woonplaats Woonplaats woningen Oostburgweg,Enschede Enschede Studie Studie woningen Oostburgweg,

00

00

2911 30

30

864 5000

1:300

6000

1500

6p

9200

16 p 1800

1800

9000 6000

6p

parallel aan de stoep

4677

optie 3

7

rijwoningen 4m80 x 9m (hoek): 4 rijwoningen 4m80 x 9m (tussen): 4 totaal aantal woningen: 8 8 woningen x 1,6 pp/won. = 12,8 = 13 pp aanwezig op het terrein: 28 pp 90940 04/06/22 90940-- 07 04 2022 DeDe Woonplaats Woonplaats woningen Oostburgweg,Enschede Enschede Studie Studie woningen Oostburgweg,

00

00

2911 30

30

864 5000

1:300

9p 6000

1500

6p

9200

hoge haag / hedera hek

9000

1800

1800

6p

parallel aan de stoep

4677

optie 4

8

rijwoningen 4m80 x 9m (hoek): 4 rijwoningen 4m80 x 9m (tussen): 5 totaal aantal woningen: 9 9 woningen x 1,6 pp/won. = 14,4 = 15 pp aanwezig op het terrein: 21 pp 90940 04/06/22 90940-- 07 04 2022 DeDe Woonplaats Woonplaats woningen Oostburgweg,Enschede Enschede Studie Studie woningen Oostburgweg,

Spinnerij Oosterveld, unit 2.14 - Rigtersbleek-Zandvoort 10 - 7521 BE Enschede 053 20 32 800 - www.beltmanarchitecten.nl - info@beltmanarchitecten.nl

Bijlage 5 T rillingshinder

44

bestemmingsplan Franklinstraat en Oostburgw eg (concept)

Opsteller Controle Datum Onderwerp Projectcode

Marjolein Hordijk Pieter Boon 20 december 2022 Quickscan trillingshinder Enschede WBD2022-059

De gemeente Enschede is bezig met het opstellen van een bestemmingsplan voor twee woningbouwontwikkelingen. De eerste locatie is gelegen tussen de Oostburgweg en Lage Bothofstraat, en de tweede locatie aan de Franklinstraat. Voor beide locaties dient het bestaande bestemmingsplan herzien te worden. De twee projecten worden in één gezamenlijke bestemmingsplanprocedure opgenomen. Op beide locaties zal het gaan om grondgebonden woningen met twee bouwlagen en een kap. Omdat beide locaties (gedeeltelijk) binnen 100 meter van de spoorlijn Enschede - Münster liggen, kan trillingshinder van passerende treinen niet op voorhand worden uitgesloten. Het doel van dit onderzoek is daarom om vast te stellen of er sprake zal zijn van trillingshinder in de geplande bebouwing, en zo ja, welke maatregelen er waarschijnlijk nodig zijn om deze hinder te voorkomen. Wij volgen hiervoor de aanpak uit de Handreiking Nieuwbouw en Spoortrillingen van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu. Deze schrijft als eerste stap voor om een quickscan uit te voeren, en daarin te toetsen of er mogelijk sprake kan zijn van trillingshinder. Dit memo bevat deze quickscan.

De locaties van twee plangebieden zijn weergegeven in Figuur 1. De geplande nieuwbouw op de locatie tussen de Oostburgweg en Lage Bothofstraat (gebied 1 in Figuur 1) bevindt zich in een zone van 20 tot 70 meter van het spoor. Op de locatie aan de Franklinstraat (gebied 2 in Figuur 1) is de afstand 65 tot 170 meter. Het huidige treinbeeld, de rijsnelheid en het aantal treinen per uur per richting, zijn weergegeven in Tabel 1. De gegevens in Tabel 1 zijn gebaseerd op het Geluidsregister Spoor en gegevens van de vervoerders. Er is geen sprake van structureel goederenvervoer op deze lijn.

>

<

Tabel 1 Treinen, rijsnelheid en aantal treinen per uur per richting (gemiddeld, per richting) Type trein

Rijsnelheid

dag (7:00 – 19:00)

avond (19:00 – 23:00)

nacht (23:00 – 7:00)

Sprinters

100 - 110 km/h

2.00

2.00

0.75

Voor locatie 1, aan de Lage Bothofstraat, geldt dat lokaal wegverkeer mogelijk ook voor voelbare trillingen kan zorgen: hier is sprake van een wegopbouw met klinkers en drempels, zwaar wegverkeer kan dan voor voelbare trillingen zorgen op korte afstand tot de weg. Dit is echter niet nader beschouwd in deze quickscan, die alleen focust op trillingen door treinverkeer.

Figuur 1 Plangebieden (1= Oostburgweg/Lage Bothofstraat, 2= Franklinstraat)

De geplande bebouwing is nog niet constructief gedetailleerd, daarom is in dit trillingsonderzoek een aantal standaardvarianten beschouwd. De onderzochte varianten zijn weergegeven in Tabel 2 Meegenomen eigenschappen bebouwing. Tabel 2 Meegenomen eigenschappen bebouwing Parameter

Eigenschappen

Vloertype

Verschillende varianten: •

Kanaalplaatvloer 200 en 260 mm, 70 mm zandcement dekvloer

•

Breedplaatvloer 200, 250 en 280 mm, 70 mm zandcement dekvloer

Hoogte

2 bouwlagen met kap

Lengte vloerveld

5 tot 8 meter

Breedte vloerveld

9 tot 12 meter

2

<

WBD2022-059 Quickscan trillingshinder Enschede

Parameter

Eigenschappen

Constructietype

Meerdere varianten

Fundering

•

In-situ of prefab beton, afgewerkt met metselwerk

•

Kalkzandsteen en metselwerk

Op staal

Voor de bodemopbouw is gebruik gemaakt van gegevens uit Dinoloket, een representatieve sondering en boring hebben we weergegeven in Figuur 2. Uit deze informatie blijkt dat de bodem met name is opgebouwd uit leem- en zandlagen. Gezien de relatief draagkrachtige grond, is in de berekeningen uitgegaan van een fundering op staal.

Figuur 2 Sondering (links) en boring (rechts)

Met behulp van de gegevens uit Tabel 1 en Tabel 2 en Figuur 2 Sondering (links) en boring (rechts) berekenen we de trillingen in de geplande bebouwing. Hiervoor maken we gebruik van een door We-Boost ontwikkeld rekenmodel. Dit rekenmodel berekent de trillingen in de geplande bebouwing op basis van de lokale situatie op het spoor, de bodemopbouw, de geplande bebouwing en een slim algoritme op basis van ruim 600 metingen langs het spoor. In deze quickscan rekenen we conservatief (worst-case/bovengrens), omdat we geen metingen op de bouwlocatie hebben uitgevoerd. Zo voorkomen we dat we onterecht concluderen dat er geen maatregelen tegen trillingshinder nodig zijn. 3

<

WBD2022-059 Quickscan trillingshinder Enschede

Er bestaat in Nederland geen wettelijk kader voor de beoordeling van trillingshinder in gebouwen. Wel geldt dat in het kader van een goede ruimtelijke ordening o.b.v. de Wet Ruimtelijke Ordening (Wro) kan worden verzocht om trillingen mee te nemen bij de wijziging van bestemmingsplannen waar trillingen een rol kunnen spelen. Per 1 juli 2023 wordt de Omgevingswet (Ow) naar verwachting van kracht. Ook in de Ow zijn geen streef- en grenswaarden opgenomen voor trillingen afkomstig van hoofd- en spoorwegen. Het begrip ‘goede ruimtelijke ordening’ uit de Wro art. 3.1 is in de Ow vervangen door het begrip ‘evenwichtige toedeling van functies aan locaties’, art. 4.2. Vanuit dit artikel moet ook in het kader van een omgevingsplan onder de Ow trillingshinder (waar relevant) in kaart worden gebracht en betrokken worden bij de afweging in het kader van het beschermen van de fysieke leefomgeving. Net als onder de Wro zijn hulpmiddelen als de Handreiking Nieuwbouw en Spoortrillingen en de SBR-richtlijn van toepassing om mogelijke trillingshinder in kaart te brengen respectievelijk te beoordelen. De SBR-richtlijn bestaat uit drie delen (deel A – schade in gebouwen, deel B – hinder voor personen in gebouwen en deel C – verstoring van gevoelige apparatuur) waarvan alleen deel B voor dit onderzoek relevant is.

De afstand tussen het spoor en het gebouw is dermate groot dat er geen schade aan de gebouwen zal ontstaan, en verstoring van gevoelige apparatuur als gevolg van de realisatie van dit plan is ook niet aan de orde. In deze SBR-richtlijn deel B zijn een aantal aspecten relevant, deze worden hierna kort toegelicht: 1.

De richtlijn toetst zowel een maximaal optredende trillingssterkte (Vmax, treedt op bij de trein die gedurende de meetperiode de hoogste trillingen veroorzaakt) als het tijdsgemiddelde van de trillingen (Vper, deze grootheid is in tegenstelling tot Vmax dus ook afhankelijk van het aantal treinen). 2. De richtlijn maakt in de beoordeling onderscheid tussen verschillende situaties, en toetst daarbij strenger in: a. Nieuwbouwsituaties (nieuwe gebouwen, nieuw spoor, aanleg van wissels). Bij bestaande situaties zijn de streefwaarden minder streng, er wordt dan uitgegaan van een zekere mate van gewenning en er zijn minder mogelijkheden om de trillingen te reduceren. b. Gebouwen met een overnachtingsfunctie (woningen, ziekenhuizen). De meeste hinder wordt vaak in rust ervaren. Bij gebouwen met een niet-overnachtingsfunctie (kantoren, scholen) gelden minder strenge streefwaarden. Winkels, sport- en industriepanden vallen buiten de richtlijn. In dit plan gaat het om gebouwen met een woonfunctie. c. De nacht, omdat de meeste hinder vaak in rust wordt ervaren. De streefwaarden voor overdag zijn ca. een factor 2 minder streng dan ’s nachts.

Een gebouw kan op twee manieren voldoen aan de richtlijn: de trillingssterkte Vmax moet lager zijn dan de onderste streefwaarde A1 (zie Tabel 3), óf Vmax moet lager zijn dan de bovenste streefwaarde A2, waarbij tegelijkertijd de trillingsintensiteit Vper lager is dan de streefwaarde A3. Zie ook het schema in Figuur 3.

4

<

WBD2022-059 Quickscan trillingshinder Enschede

Tabel 3 Streefwaarden in de SBR-richtlijn deel B voor gebouwen met bestemming wonen Dag en avond

Nacht

Situatie

A1

A2

A3

A1

A2

A3

Nieuwe situatie

0.1

0.4

0.05

0.1

0.2

0.05

Bestaande situatie

0.2

0.8

0.10

0.2

0.4

0.10

Figuur 3 Schema beoordeling SBR B-richtlijn

De trillingssterkte Vmax en de gemiddelde trillingssterkte Vper voor beide locaties zijn weergegeven in Figuur 4 en Figuur 5. Op de locatie tussen de Oostburgweg en de Lage Bothofstraat is de trillingssterkte Vmax dichtbij het spoor relatief hoog. Op de locatie aan de Franklinstaat worden relatief lage trillingen verwacht, hier is de afstand tot het spoor ook groter.

Figuur 4 Maximale trillingssterkte Vmax

5

<

WBD2022-059 Quickscan trillingshinder Enschede

Figuur 5 Gemiddelde trillingssterkte Vper

De beoordeling van de trillingen aan de streefwaarden uit de SBR B-richtlijn is weergegeven in Figuur 6. Op de locatie aan de Franklinstaat wordt voldaan aan het beoordelingskader voor trillingshinder. Voor de locatie tussen de Oostburgweg en Lage Bothofstaat kan tot op ongeveer 60 meter van het spoor niet worden uitgesloten dat er trillingshinder zal optreden. Er wordt hier niet voldaan aan het beoordelingskader en dus is nader onderzoek nodig. Alleen in de zone direct op de Lage Bothofstraat is geen nader onderzoek nodig.

6

<

WBD2022-059 Quickscan trillingshinder Enschede

Figuur 6 Beoordeling van de trillingen aan de SBR B-richtlijn

Uit de quickscan volgt dat trillingshinder op de locatie aan de Franklinstraat kan worden uitgesloten. De locatie tussen de Oostburgweg en Lage Bothofstaat voldoet echter niet aan het beoordelingskader vor trillingshinder. Het gaat hierbij om de zone binnen 60 meter van het spoor. Omdat trillingshinder in de toekomstige bebouwing tussen de Oostburgweg en Lage Bothofstraat niet kan worden uitgesloten, is voor deze locatie nader onderzoek naar trillingen noodzakelijk. Dit onderzoek dient te bestaan uit een combinatie van meet- en modelonderzoek, conform de Handreiking Nieuwbouw en Spoortrillingen. In deze quickscan is namelijk nog worstcase (bovengrens) gerekend, omdat er geen locatiespecifieke metingen zijn uitgevoerd en detailinformatie over de bebouwing ontbreekt. Door die informatie toe te voegen in vervolgonderzoek, neemt de onzekerheid in de berekende trillingen af en kan worden vastgesteld of er ook echt een kans is op trillingshinder op deze locatie. We adviseren om dat vervolgonderzoek zo vroeg mogelijk uit te voeren, zodat bij de verdere uitwerking van de plannen rekening kan worden gehouden met trillingen. Zo kun je voorkomen dat in een laat stadium ingrijpende en kostbare maatregelen nodig zijn om een prettig woon- en leefklimaat te garanderen. Voor een specifiek advies op maat is nader onderzoek op deze locatie nodig.

Wel zijn vast de volgende algemene adviezen te geven: 1.

Creëer een waterpartij of verdiepte hemelwaterinfiltratie tussen spoor en bebouwing.

2.

Creëer zware bebouwing met dikke vloeren, vermijd slappe, open staalconstructies of houtskeletbouw (hier ook niet doorgerekend).

7

<

WBD2022-059 Quickscan trillingshinder Enschede

3.

Overweeg om gebouwen met een zwaardere fundering uit te voeren, zodat de gebouwen minder gevoelig zijn voor trillingen

8

<

WBD2022-059 Quickscan trillingshinder Enschede

Bijlage 6 Verkennend archeologisch onderzoek

bestemmingsplan Franklinstraat en Oostburgw eg (concept)

53

Laagland Archeologie Rapport 1048

Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase

Franklinstraat, Enschede, gemeente Enschede (OV).

februari 2023 Versie 2 (definitief)

In opdracht van: Gemeente Enschede

v3.1

7 Colofon Laagland Archeologie Rapport 1048

Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Franklinstraat te Enschede, gemeente Enschede (OV) Auteur: Anne Ponten, Erwin Brouwer

In opdracht van: Gemeente Enschede

Foto’s en tekeningen: Laagland Archeologie

Status rapport: definitief

Controle: J. Wijnen Autorisatie: J. Wijnen

ISSN 2468-4759 Laagland Archeologie BV Virulyweg 21F-G 7602 RG Almelo

E-mail: info@laaglandarcheologie.nl KvK-Nummer: 75251876

© Laagland Archeologie BV, Almelo, februari 2023 Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie of op welke wijze dan ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgevers. Laagland Archeologie BV aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit de toepassing van de adviezen of het gebruik van de resultaten van dit onderzoek.

Samenvatting Laagland Archeologie heeft in januari-februari 2023 een Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase uitgevoerd aan de Franklinstraat te Enschede. Het onderzoek vond plaats in verband met de ruimtelijke procedure rondom de nieuwbouw van woningen. Het onderzoek is uitgevoerd conform de protocollen SIKB KNA 4002 en 4003.Het bureauonderzoek had tot doel een archeologisch verwachtingsmodel op te stellen. Centraal staat daarbij de vraag of en zo ja welke archeologische resten (complextype, datering, diepteligging en gaafheid) in het plangebied kunnen worden verwacht. Hiertoe zijn landschappelijke, archeologische en historische bronnen geraadpleegd. Op de geomorfologische kaart ligt het plangebied op een grondmorenerug. Tegen de noordzijde van het plangebied ligt een grote stuwwal. In de omgeving van het plangebied zijn geen archeologische resten bekend. In historische tijden (vanaf circa 1832) werd het terrein omschreven als bouwland. Aan de vorm en het formaat van de akkers is te zien dat het plangebied zich bevindt op een es die mogelijk teruggaat tot in de Late Middeleeuwen. Hoewel het terrein bodemkundig niet is gekarteerd (bebouwde kom), kan op basis van oude kaarten en naburig archeologisch onderzoek de aanwezigheid van een plaggendek worden aangenomen. Het plangebied bleef onbebouwd tot 1970.

Dan verschijnt in het noordelijke deel van het plangebied bebouwing. Deze bebouwing is recent gesloopt. Het terrein is momenteel in gebruik als voetbalveldje en als skatebaan. Op basis van het bureauonderzoek geldt een middelhoge verwachting voor resten uit de periode Neolithicum – Late Middeleeuwen (tot circa 1100 na Chr.). Voor resten uit het Paleolithicum geldt een lage verwachting. Resten uit andere perioden worden niet verwacht. Uit het verkennend booronderzoek blijkt dat de bodem tot in de C-horizont is verstoord. De kans dat het gebied nog archeologische resten met een intacte archeologische context bevat wordt daarom laag geacht. Op basis van de resultaten van het veldonderzoek wordt geadviseerd geen archeologisch vervolgonderzoek in het plangebied uit te voeren en het plangebied vrij te geven voor het aspect archeologie. Dit advies is overgenomen door de bevoegde overheid, de gemeente Enschede. De gemeente wordt hierin vertegenwoordigd door haar deskundige, O. Satijn. Mochten tijdens de werkzaamheden onverhoopt toch archeologische resten worden aangetroffen, of resten waarvan redelijkerwijze kan worden vermoed dat het om archeologische resten gaat, dan geldt op grond van de Erfgoedwet (art. 5.10) een meldingsplicht. Dit kan bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE, www.cultureelerfgoed).

Samenvatting __________________________________________________ 3 1 Inleiding ____________________________________________________ 5 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5 1.6 1.7

Aanleiding onderzoek________________________________________________5 Afbakening plan- en onderzoeksgebied __________________________________5 Administratieve gegevens ____________________________________________6 Huidige situatie en toekomstig gebruik __________________________________8 Geplande verstoring_________________________________________________9 Gemeentelijk beleid _________________________________________________9 Onderzoeksdoel ____________________________________________________9

2 Inventarisatie________________________________________________ 10 2.1 2.2 2.3

Inleiding _________________________________________________________10 Landschappelijke ontwikkeling________________________________________10 Archeologie ______________________________________________________11

2.3.1 2.3.2 2.3.3 2.4

Bekende archeologische waarden ___________________________________11 Gemeentelijke verwachtingskaart ___________________________________11 Eerder archeologisch onderzoek ____________________________________12

Historie _________________________________________________________13

3 Conclusie en verwachtingsmodel _________________________________ 17 3.1 3.2 3.3

Conclusie ________________________________________________________17 Verwachtingsmodel ________________________________________________17 Advies __________________________________________________________18

4 Veldonderzoek _______________________________________________ 19 4.1 4.2 4.3

Beschrijving onderzoeksmethodiek ____________________________________19 Resultaten: lithologie, lithogenese en bodemontwikkeling __________________19 Resultaten: archeologie _____________________________________________21

5 Conclusie en verwachting ______________________________________ 22 6 Selectieadvies _______________________________________________ 23 literatuur _____________________________________________________ 24 BIJLAGE 1 AMZ-cyclus _________________________________________ 26 BIJLAGE 2 Archeologische perioden _______________________________ 27 BIJLAGE 3 Niet-toegankelijke delen voor veldonderzoek________________ 28 BIJLAGE 4 Geomorfologische kaart ________________________________ 29 BIJLAGE 5 Actueel Hoogtebestand Nederland ________________________ 30 BIJLAGE 6 Gemeentelijke archeologische verwachtingskaart ____________ 31 BIJLAGE 7 Waarnemingen, AMK-terreinen en onderzoeksmeldingen ______ 33 BIJLAGE 8 Boorpuntenkaart veldonderzoek _________________________ 34 BIJLAGE 9 Boorstaten veldonderzoek ______________________________ 35 BIJLAGE 10 Verklarende woordenlijst ______________________________ 38

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=enschede&id=a3be9240-c3d0-4bff-beaa-be8e83bb32c7