CConstaterende datenschede
Koppel je AI →
Document · PDF

Energievisie_GemeenteEnschede_18 mei 2021

Raadsvergadering 6 juli 2021, gemeente enschedeBij agendapunt: Vaststelling Energievisie19.517 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

ONTWE RP

Energie

18 MEI 2021

samen voor iedereen

Hoofdstuk 2 Industrie en bedrijvigheid

17

Hoofdstuk 6 Innovatie

53

Beleidskeuzes

20

Beleidskeuzes

56

Pijler 2.1 Ondersteunen van industrie en bedrijven bij de energietransitie

Inhoud

Pijler 6.1 Samenwerking stimuleren tussen bedrijfs­leven, 22 Pijler 6.2

Pijler 2.2 Een gebiedsgerichte aanpak voor werklocaties

23

Pijler 2.3 Gebruik maken van het gemeentelijk instrumentarium

24

Hoofdstuk 3 Elektriciteit

25

Beleidskeuzes

28

ruimtes binnen de bebouwde kom

59

Pijler 6.3 Sturen op innovaties bij projecten in de gebouwde omgeving

60

Hoofdstuk 7 Communicatie en participatie

61

Terugblik

63

Beleidskeuzes

65

bewonersinitiatieven

69

32

Pijler 7.2 Het inrichten van een energieloket

33

Pijler 7.3 Betrokkenheid via inwonersparticipatie

71

34

Hoofdstuk 8 Uitvoering

72

Beleidskeuzes

75

Pijler 3.2 Inzetten op het grootschalig opwekken van zonne- en windenergie

58

Optreden als launching customer

Pijler 7.1 Stimuleren en faciliteren van

Pijler 3.1  Benutten van daken en onbebouwde voor het opwekken van zonne-energie

kennisinstellingen en overheid

voor bewoners en ondernemers

70

Pijler 3.3 Werken aan een toekomstbestendige elektriciteits­infrastructuur

Inleiding

4

Doelstelling

5

Het Europese klimaatplan 2030

5

Hoofdstuk 4 Mobiliteit

35

De opgave

5

Beleidskeuzes

39

en lobbyen voor aanvullende

Visie op de opgave

6

Pijler 4.1 Verminderen van vervoersbewegingen

41

instrumenten

Samenhang met andere beleidsproducten

6

Pijler 4.2

Het verkeersgedrag verduurzamen

42

Pijler 4.3

Verschonen van vervuilende voertuigen

43

Structuurvisie in de zin van de Wet ruimtelijke

Hoofdstuk 9 Doorkijkje richting 2050

8

Leeswijzer

8

Hoofdstuk 1 Gebouwde omgeving

9

Beleidskeuzes

13

Pijler 5.2  Bijdragen aan het verduurzamen van het

Pijler 1.1

16

82

Hoofdstuk 5 Landbouw en landgebruik

44

daar een bijdrage aan

Beleidskeuzes

48

Bouwstenen voor een klimaatneutrale

Pijler 5.1

49

samenleving

84

Beelden voor de periode 2030 - 2050

84

Verduurzamen van het landgebruik bedrijfssysteem - kringlooplandbouw

50

Pijler 5.3 Stimuleren van de productie van Pijler 5.4

duurzame energie

51

Stimuleren van energiebesparing

52

Bijlagen 1. Beleidsregels zonne-energie 2. Beleidsregels windenergie 3. Milieueffectrapport 4. Factsheet innovatie

2

81

Europa wordt klimaatneutraal en Enschede levert

ordening

Eigen vastgoed neutraal in 2040

Pijler 8.1  Zoeken naar additionele middelen

83

Inleiding Het klimaat is aan het veranderen, de gemiddelde temperatuur op aarde stijgt. Dit leidt tot smeltende gletsjers en poolkappen en een stijgende zeespiegel. Maar ook tot extreme droogte, het uitsterven van planten- en diersoorten en honger en oorlog. Enschede wil een bijdrage leveren aan de oplossing van dit probleem. Deze visie beschrijft maatregelen die leiden tot energiebesparing, de overschakeling van fossiele naar duurzame bronnen van energie en de opslag en vastlegging van koolstofdioxide in de bodem en gewassen. 3

Inleiding Het klimaat verandert. De hete zomers van 2018-2020 staan niet op zichzelf, maar passen in de voorspelde trend. Veel mensen maken zich grote zorgen over de door de mens veroorzaakte opwarming. Talloze dieren worden met uitsterven bedreigd en veel mensen in kwetsbare gebieden betalen nu al dagelijks de prijs. Eilandbewoners zien de zee dichterbij komen en veel boeren vechten een niet te winnen strijd tegen de verwoestijning. De voedselzekerheid neemt wereldwijd af. We staan voor een ongekende ecologische crisis en dit vraagt wereldwijd om collectieve actie. Om het tij te keren, is in het Klimaatakkoord van Parijs uit 2015 afgesproken, dat de opwarming van de aarde wordt beperkt tot

ENERGIEVISIE

4

minder dan twee graden Celsius ten opzichte van het pre-industriële tijdperk. Het streven is echter om de opwarming beperkt te houden tot anderhalve graad. Om dit doel te halen dienen landen drastisch minder CO2 uit te stoten. De Rijksoverheid wil in 2030 de uitstoot aan broeikasgassen in Nederland met 49% verminderen ten opzichte van 1990. Meer dan 100 bedrijven, instellingen en belangenorganisaties hebben daarvoor een samenhangend pakket aan maatregelen samengesteld. Die maatregelen zijn terecht gekomen in het nationale Klimaatakkoord dat op 29 november 2019 door de Vereniging Nederlandse Gemeenten werd ondertekend. Met de Energievisie die nu voor u ligt, geven we een lokale invulling aan datgene wat het Klimaatakkoord van gemeenten vraagt.

Inleiding

Doelstelling De energietransitie is niet alleen noodzakelijk om de opwarming van de aarde tot stilstand te brengen, het is ook een voorwaarde om met de gaswinning in Groningen te kunnen stoppen. Daar komt bij dat de overstap van fossiele naar duurzame vormen van energie volop kansen biedt voor onze inwoners en bedrijven. Denk daarbij aan woningen die comfortabeler en energiezuiniger worden, aan meer werkgelegenheid en aan de verbetering van de luchtkwaliteit. Zo bezien draagt de energietransitie bij aan de ambitie van Enschede om nu en in de toekomst een aantrekkelijke en leefbare stad te zijn voor iedereen die er woont, werkt of op bezoek komt. Om al deze redenen dragen we als gemeente graag actief bij aan het nationale klimaatbeleid. In deze Energievisie geven we inzicht in de wijze waarop we dat willen gaan doen. Onze focus ligt daarbij op het verminderen van de uitstoot aan koolstofdioxide (CO2) in de lucht. CO2 is immers het belangrijkste broeikasgas. Om de uitstoot daarvan te verminderen, kiezen we voor een beleid dat resulteert in: - energiebesparing, - de overschakeling van fossiele naar duurzame bronnen van energie en - de opslag en vastlegging van CO2 in de bodem en gewassen.

Enschede het klimaat niet nadelig beïnvloedt. De Energievisie biedt daarom ook een doorkijkje naar wat er na 2030 nog moet gebeuren om dat doel te behalen.

sectoren binnen de zogeheten ESR-verordening (gebouwde omgeving, mobiliteit, landbouw en kleine industrie). Als hierover meer duidelijk is, kan dit aanleiding geven tot een bijstelling van deze visie.

Het Europese klimaatplan 2030

De opgave voor Enschede

Op 17 september 2020 presenteerde de Europese Commissie het Europese Klimaatplan 2030. Daarin stelt ze voor om het doel voor de reductie van broeikasgasemissies in 2030 te verhogen van 40 naar ten minste 55 procent ten opzichte van 1990. Het plan maakt onderdeel uit van de Europese Klimaatwet, waarin ‘klimaatneutraliteit in 2050’ als doel is vastgelegd. Het EU-Klimaatplan doet nog geen concreet voorstel voor verdeling van die inspanning over landen of sectoren.

In 2018 bedroeg de totaal bekende uitstoot aan CO2 in Enschede volgens de Klimaatmonitor van Rijkswaterstaat 752.237 ton. Het leeuwendeel daarvan (441.287 ton) kwam voor rekening van de gebouwde omgeving. Daaronder wordt in de Klimaatmonitor de energiegerelateerde uitstoot aan CO2 van woningen (244.081 ton) en commerciële (106.104 ton) en publieke dienstverlening (91.102 ton) verstaan. Met 182.266 ton leveren ook onze vervoersbewegingen een substantiële bijdrage aan de gemeentelijke CO2-uitstoot. Ook de sector Industrie, energie, afval en water is in Enschede met 125.650 ton een grote producent van CO2. In vergelijking daarmee levert de land- en bosbouw met 3.034 ton een bescheiden bijdrage aan de stedelijke CO2-uitstoot.

De Europese Raad heeft dit voorstel inmiddels omarmd. Het aangescherpte EU-doel betekent waarschijnlijk dat er in de periode 2021-2030 een grotere inzet in Nederland nodig is, zowel in de sectoren die onder het Europese emissiehandelssysteem ETS (elektriciteit en grote industrie) vallen, als in de

Productie CO2-uitstoot in Enschede, 2018 Totale uitstoot 752.237 ton

16,7% De Energievisie geeft richting voor de periode 20212030. Met ons beleid willen we bereiken dat het aandeel - in Enschede geproduceerde – duurzame energie in het totale energieverbruik met ten minste 8 procent stijgt. Per 1 januari 2019 bedroeg dat aandeel 9,9 %. In 2050 willen we zelfs klimaatneutraal zijn. Dat betekent dat het wonen, werken en recreëren in

1

Gebouwde omgeving

Gebouwde omgeving Woningen

20,7%

Vervoersbewegingen

24,2%

58,7%

PBL (2020), Het Europese Klimaatplan 2030 . Den Haag: Planbureau voor de Leefomgeving.

Industrie, energie, afval en water

Commerciële dienstverlening

55,3% 24%

Publieke dienstverlening

Land- en bosbouw

Bron: Klimaatmonitor Rijkswaterstaat

5

Inleiding

Visie op de opgave In deze Energievisie stellen we een aanpak voor, die ervan uitgaat dat we onze doelen alleen behalen als voldaan wordt aan de volgende randvoorwaarden: •  We doen het samen De grootste uitdaging van deze transformatie is niet technisch, financieel of bestuurlijk, maar sociaal van aard. We bereiken onze doelen alleen, als iedereen meedoet en verantwoordelijkheid neemt. • Er is ruimte voor eigen initiatief en keuze Inwoners en ondernemers maken graag zelf keuzes. De Energievisie moedigt eigen initiatief aan en biedt ruimte voor eigen oplossingen. • We focussen op betaalbare oplossingen De energietransitie heeft alleen kans van slagen als iedereen mee kan doen. Als er ook oplossingen komen voor mensen met lagere inkomens. • Er komen voldoende middelen beschikbaar om ons beleid uit te voeren Ook voor de gemeente Enschede geldt dat we de benodigde bijdrage aan de energietransitie alleen kunnen leveren als de oplossingen haalbaar en betaalbaar zijn. Het zoeken naar dekking voor onze kosten maakt onderdeel uit van de enorme opgave die de energietransitie is. • We brengen de kansen die door de energie­­tran­ sitie ontstaan voor het voetlicht De energietransitie biedt volop kansen. Door betere isolatie verhogen we het wooncomfort van onze woningen en als we meer elektrisch gaan rijden, verbetert de luchtkwaliteit in onze stad.

Ook voor onze bedrijven ontstaan er nieuwe mogelijkheden. Daarbij gaat het om werk gericht op het bedenken en uitvoeren van vele noodzakelijke (vaak technische) maatregelen, maar ook om mogelijkheden voor bedrijven die werken aan maatregelen en technieken

6

die we in de toekomst nodig hebben. En dat leidt weer tot extra werkgelegenheid. Door consequent deze en andere positieve gevolgen van de energietransitie onder de aandacht te brengen, ontstaat het draagvlak dat nodig is voor de maatregelen die worden gevraagd. • We kiezen voor de meeste duurzaamheid (CO2reductie) voor één euro Iedere euro kunnen we maar één keer uitgeven. We kiezen voor de maatregelen die het meest effect hebben. • We geven het goede voorbeeld We zien voor onszelf bij de uitvoering van deze visie een rol weggelegd om ontwikkelingen aan te jagen, de regie te voeren en inwoners en ondernemers te stimuleren om hun steentje bij te dragen. Die rol kunnen we alleen pakken als we geloofwaardig zijn en zelf het goede voorbeeld geven.

Samenhang met andere beleidsproducten en bijdrage aan strategische opgaven van de stad We gebruiken energie bij vrijwel alles wat we doen. Energiebeleid heeft daardoor gevolgen voor de manier waarop we wonen, werken, ons voedsel verbouwen en ons verplaatsen. En dus ook voor het beleid dat de gemeente op deze beleidsterreinen voert. De Energievisie heeft raakvlakken met andere producten die tegelijk met de Energievisie werden voorbereid. Dat geldt in het bijzonder voor de Transitievisie Warmte, de Regionale energiestrategie (RES) Twente, de Visie landelijk gebied en de gebiedsagenda’s voor onze werklocaties. Wat de Energievisie gemeen heeft met de RES Twente en de Transitievisie Warmte, is dat ook in die documenten het klimaatvraagstuk centraal staat. Kenmerkend voor de Energievisie is daarbij de brede

De energietransitie heeft alleen kans van slagen als iedereen mee kan doen.

De Visie landelijk gebied is een gebiedsvisie, die op hoofdlijnen de gewenste ontwikkeling van het landelijk gebied in Enschede beschrijft. De relatie met de Energievisie hangt samen met de mogelijkheden die er in het landelijk gebied worden gezien voor de vastlegging van CO2 en de grootschalige opwek van elektriciteit. Ook de gebiedsagenda’s voor de werklocaties staan niet volledig in het teken van ons klimaatbeleid. De gebiedsagenda’s worden gemaakt om onze werklocaties toekomstbestendig te maken of te houden en zijn gericht op waardevermeerdering. Dat de gebiedsagenda’s een belangrijke rol krijgen bij de uitvoering van de Energievisie, houdt verband met de energiescans die voor de zes grootste werklocaties worden gemaakt. De afbeelding hiernaast verbeeldt de relatie tussen de hiervoor genoemde beleidsproducten.

REGIO

GEMEENTE

BUURT/WIJK

Energievisie

Regionale energie strategie

Transitievisie Warmte

Wijkuitvoeringsplannen

Visie werklocaties

Gebiedsagenda’s

RUIMTELIJK BELEID

blik van waaruit we dit vraagstuk benaderen. In de Energievisie kijken we namelijk naar alle sectoren die energie verbruiken en die daarbij CO2 uitstoten, terwijl de Transitievisie Warmte zich alleen richt op de gebouwde omgeving. De verduurzaming van de gebouwde omgeving maakt dus onderdeel uit van de grotere opgave van het klimaatneutraal maken van Enschede. De Transitievisie Warmte is daarmee een uitwerking van een deel van de Energievisie. Ook de scope van de RES Twente is niet zo breed als die van de Energievisie. In de RES Twente worden in onderlinge afstemming plannen ontwikkeld voor het opwekken van zonne- en windenergie. Ook wordt op regionale schaal vraag en aanbod van (duurzame) warmte afgestemd. Op 7 september 2020 heeft de gemeenteraad via de vaststelling van de nota Uitgangspunten Energievisie uitgesproken, dat de Energievisie het kader vormt voor de inbreng van Enschede aan de RES Twente.

SECTORAAL BELEID

Inleiding

Omgevingsvisie

Visie landelijk gebied

Enschede wil een stad zijn waar mensen graag willen komen, verblijven en groeien. Daarom heeft de gemeenteraad vijf strategische opgaven voor Enschede geformuleerd en kent de gemeente Enschede een opgavegerichte gemeentebegroting. We hebben geleerd dat investeren in deze doelen de stad als geheel het meest vooruit helpen. De uitvoering van de Energievisie draagt op verschillende manieren bij aan de aanpak van deze strategische opgaven. Zo ondersteunen we met de uitfasering van het gebruik van fossiele brandstoffen

7

Inleiding een beperking van de opwarming van de aarde en wordt onze lucht schoner. Daarmee wordt Enschede groener en duurzamer. En door de aanplant van bomen slaan we niet alleen CO2 op, maar verbeteren we ook het woon- en leefklimaat in Enschede. Wat weer bij kan dragen aan het vasthouden van talent. Als we dan ook de economische kansen grijpen die het energiebeleid biedt, komen er nieuwe banen beschikbaar. De realisatie van onze duurzaamheidsdoelen vraagt bovendien om goed bestuur. Onze duurzaamheidsdoelen komen alleen door een goede samenwerking tussen de gemeente, inwoners en partners in zicht. Maar iedereen moet, zo kwam hiervoor al even aan de orde, ook mee kunnen doen en van de voordelen van een duurzaam en groen Enschede kunnen profiteren.

Structuurvisie in de zin van de Wet ruimtelijke ordening De Energievisie is een structuurvisie in de zin van de Wet ruimtelijke ordening. Een structuurvisie is een strategisch beleidsdocument dat inzichtelijk maakt hoe langetermijndoelen kunnen worden gerealiseerd, dat richting geeft aan het eigen handelen en duidelijk maakt binnen welke kaders ontwikkelingen kunnen plaatsvinden. In de Energievisie beschrijven we onder meer de keuzes die we in Enschede maken bij het op wekken van zonne- en windenergie. Het toetsingskader voor de beoordeling van plannen voor het opwekken van zonne- en windenergie is verder uitgewerkt in de bijlagen 1 en 2, de beleidsregels voor respectievelijk zonne- en windenergie. Zowel de Energievisie als de beleidsregels voor zonne- en windenergie bieden we ter vaststelling aan de gemeenteraad aan. In veel gevallen vraagt de uitvoering van het opgenomen beleid

8

om nadere besluiten, zoals omgevingsvergunningen en bestemmingsplannen. Daarbij kunnen nog weer andere overwegingen aan de orde zijn. Het college van burgemeester en wethouders en de gemeenteraad moeten daarbij deze beleidsstukken echter als leidraad nemen en dienen in beginsel overeen­komstig te handelen.

Leeswijzer Voor wat betreft de inhoud en opzet van de Energievisie hebben we aansluiting gezocht bij het Klimaatakkoord. Dat betekent dat we voor de sectoren gebouwde omgeving, industrie, elektriciteit en landbouw en grondgebruik in respectievelijk de hoofdstukken 1, 2, 3, 4 en 5 in beeld hebben gebracht wat de gemeente rondom het thema energie wil bereiken, wat ze daarvoor gaat doen en wat daarbij van anderen wordt verwacht. Toen de gemeenteraad in april 2017 opdracht gaf tot de ontwikkeling van een structuurvisie Energie (Energievisie), vroeg zij om daarbij expliciet aandacht te besteden aan de volgende onderwerpen: • Energiebesparing. • Bestaande en nieuwe technieken voor het opwekken en de opslag van duurzame energie. • Beleid voor de beoordeling van energie-initiatieven vanuit de maatschappij. • Mogelijkheden voor het vergroten van draagvlak. Binnen de hiervoor geschetste context besteden we in de hoofdstukken 1, 2, 3, 4 en 5 aandacht aan energiebesparing en verwijzen we in hoofdstuk 3 naar bijlagen 1 en 2. Deze bijlagen bevatten de beleids­ regels voor de beoordeling van plannen voor het opwekken van zonne- en windenergie. Aan innovatie besteden we in hoofdstuk 6 aandacht en het onder­werp communicatie/participatie komt in hoofd-

stuk 7 aan bod. Daarna gaan we in hoofdstuk 8 in op de uitvoering van de Energievisie. Het negende en laatste hoofdstuk geeft het beloofde doorkijkje richting 2050 en is gewijd aan de vraag wat ons na 2030 nog aan maatregelen wacht.

Gebouwde omgeving Circa 60 procent van de uitstoot aan CO2 in Enschede hangt samen met de verwarming en verlichting van onze gebouwen. Het verminderen van de energievraag is daarom een belangrijke eerste stap om vanuit de gebouwde omgeving bij te dragen aan de energietransitie. De verduurzaming van de gebouwde omgeving vraagt om het (beter) isoleren van gebouwen, alternatieven voor ‘koken en stoken’ en het verduurzamen van onze energiebronnen. We gaan daarom Wijkuitvoeringsplannen opstellen en energiebesparing stimuleren om dit doel te bereiken. 9

Gebouwde omgeving We staan aan de vooravond van een duurzame transformatie van de gebouwde omgeving: een proces waarbij we onze matig tot slecht geïsoleerde gebouwen van extra isolatie, duurzame warmte en elektriciteit voorzien. Dat proces gaan we tot 2050 stapsgewijs en samen met bewoners en eigenaren van deze gebouwen doorlopen.

In Enschede staan bijna 75.000 woningen en ruim 11.000 overige gebouwen, zoals scholen, kantoren, winkels en bedrijven. Het overgrote deel van deze gebouwen is al wat ouder en daardoor matig tot slecht geïsoleerd. Niet van elk gebouw is het energielabel bekend, maar naar schatting heeft ongeveer 70% een energielabel C, D, E, F of G. De gebouwde omgeving, waar we de huishoudens en de dienstensector toe rekenen, is een grootverbruiker van energie in Enschede. Meer dan de helft van alle energieverbruik vindt hier plaats. Het overgrote deel van deze energie bestaat uit het gebruik van aardgas voor verwarming, warm water en koken. Aardgas is een fossiele brandstof en dat willen we vervangen door duurzamere vormen van energie.

Mogelijke alternatieven voor de levering van aardgas bestaan uit: • De aanleg van een warmtenet. Dat is een netwerk van leidingen onder de grond, waar warm water doorheen stroomt. Dat warme water wordt gebruikt om gebouwen te verwarmen. • Een verzwaard elektranet. Dat is een elektriciteitsnet dat het mogelijk maakt dat woningen of andere gebouwen in een buurt of wijk via een warmtepomp van warmte worden voorzien. • Een gasnet waarmee groen gas of waterstof wordt vervoerd. Groen gas is de duurzame variant van aardgas en wordt gemaakt door biogas op te waarderen tot het dezelfde kwaliteit heeft als aardgas.

10

Gebouwde omgeving

De warmtetransitie bestaat uit drie sets van maatregelen, die afhankelijk van het gekozen warmtealternatief volgtijdelijk of parallel aan elkaar uitgevoerd kunnen worden. Om in de toekomst elke woning van voldoende warmte te kunnen voorzien, is het noodzakelijk om de energievraag terug te dringen. Daarom bestaat één set van maatregelen uit het verbeteren van de schil van de woning, dat wil zeggen muren, ramen, de vloer en het dak. De tweede set bestaat uit de aanleg van een warmtenet en de aansluiting van gebouwen op dat net, uit de verzwaring van het elektriciteitsnet en/of uit eventuele aanpassingen aan het gasnet. De derde en laatste reeks van maatregelen bestaat uit het verduurzamen van de warmtebronnen. We gaan er bij deze stap voor zorgen, dat de gebruikte elektriciteit her­nieuwbaar is, de via de warmtenetten geleverde warmte CO2-neutraal is en dat er CO2-neutraal gas wordt geleverd. Het aardgasvrij maken van de gebouwde omgeving is een enorme opgave. Elke bewoner of gebruiker van deze gebouwen gaat hier wat van merken, omdat het leidt tot ingrepen achter de voordeur. We zullen de warmtetransitie ook in onze dagelijkse leefomgeving zien: de aanleg van een warmtenet of de uitbreiding van het elektriciteitsnet betekent een (tijdelijke) verbouwing van de buurt, met veel overlast voor de omwonenden.

Ook zijn er structurele veranderingen in de buurt door de plaatsing van zogenaamde onderstations voor het warmtenet en trafohuisjes voor het elektriciteitsnet. En natuurlijk de warmtepompen die aan gebouwen worden bevestigd of bij gebouwen worden geplaatst. Gelukkig beginnen we niet helemaal bij nul; op dit moment zijn er al zo’n 11.000 gebouwen aangesloten

11

op een warmtenet. Het is van groot belang dat de opgave niet nog groter wordt dan nu al het geval is: het is daarom belangrijk dat alle nieuwbouw aardgasvrij is, optimaal geïsoleerd is en bij voorkeur ook energie opwekt, in ieder geval voor eigen gebruik. Het Klimaatakkoord wijst gemeenten aan als regisseurs van de warmtetransitie. Elke gemeente moet voor 1 januari 2022 een Transitievisie Warmte vaststellen. In deze Transitievisie staat omschreven wanneer onze wijken aardgasvrij worden en geven

we per wijk een voorkeursrichting aan voor de toekomstige aardgasvrije infrastructuur. In de raadsvergadering van 1 februari 2021 stelde de gemeenteraad hiervoor uitgangspunten vast. De Transitievisie zelf wordt medio 2021 ter vast­ stelling aan de gemeenteraad aangeboden. Het beleid voor de warmtetransitie wordt verder uitgewerkt in de Transitievisie Warmte. We beperken ons in de Energievisie daarom tot de hoofdlijnen op dit thema.

Gebouwde omgeving

Afspraken over de gebouwde omgeving uit het Klimaatakkoord

12

Gebouwde omgeving

Beleidskeuzes

1

2 We zetten extra in op energie­ besparing

3 Wij stellen Wijkuitvoerings­­ plannen op

4 We lobbyen voor additionele middelen en instrumenten

5 We stimuleren energiezuinige nieuwbouw en duurzaam materiaalgebruik

We streven ernaar dat al het gemeentelijk vastgoed uiter­ lijk in 2040 energieneutraal is

Pijler

1 Eigen vastgoed neutraal in 2040

13

De uitwerking van de beleidsuitgangspunten 1 tot en met 4 vindt plaats in de Transitievisie warmte. De Transitie Visie Warmte wordt opgesteld in een zorgvuldig proces, waarbij de inbreng van stakeholders en inwoners op verschillende momenten wordt gevraagd en ruimte is voor inspraak. Omdat deze momenten deels nog moeten gaan plaatsvinden ten tijde van het schrijven van de energievisie, kiezen we ervoor om de uitwerking van de beleidsuitgangspunten verder vorm te geven in de Transitie Visie Warmte.

Gebouwde omgeving

Beleidskeuzes

1

2 We zetten extra in op energiebesparing

3 We stellen Wijk­uitvoerings­ plannen op

We lobbyen voor additionele middelen en instrumenten

1.We zetten extra in op energiebesparing

2. We stellen Wijkuitvoeringsplannen op

3. We lobbyen voor additionele middelen en instrumenten

Het verminderen van de energievraag is de eerste stap in de energietransitie. Hierbij volgen we een tweesporenbeleid: een stedelijke, generieke (isolatie)aanpak en een wijkgerichte aanpak die aansluit bij de Wijkuitvoeringsplannen. We focussen hierbij enerzijds op het terugdringen van de gebouwgebonden energievraag (voor warmte) en anderzijds op de gebruiksenergie voor installaties, apparaten en verlichting.

Na het vaststellen van de Transitievisie Warmte gaan we Wijkuitvoeringsplannen maken. In een Wijkuitvoeringsplan maken we de definitieve keuze voor het alternatief voor aardgas en werken we het proces om dit te realiseren uit. De Wijkuitvoeringsplannen maken we samen met bewoners, bedrijven en stakeholders. We verbinden de aanpak voor verduurzaming zoveel mogelijk met de stedelijke vernieuwing van wijken en werklocaties. Dat doen we door ook naar andere opgaven te kijken en werk met werk te maken, zoals in de Dynamische Investerings Agenda.

De opgave binnen de gebouwde omgeving is enorm: we moeten isoleren, aardgasvrij worden en energiebronnen CO2-vrij maken. Deze opgave kan alleen slagen als er voldoende middelen zijn. Dat is nu niet het geval. Het ontbreekt de gemeente aan voldoende mensen en financiën, de woningbouwcorporaties aan voldoende investeringsvermogen en de bewoners aan financiële instrumenten om de transitie woonlastenneutraal2 uit te kunnen voeren. Lobby richting het Rijk is nodig om dit onder de aandacht te blijven brengen.

2

Het kabinet ziet woonlastenneutraliteit als het gelijk blijven of lager worden van de maandelijkse lasten die een huishouden betaalt aan energie (gas, elektriciteit, warmte) en hypotheeklast of huur. Dat wil zeggen dat de verlaging van de energierekening van een huishouden minimaal gelijk is aan de maandelijkse financieringskosten of huurverhoging op het moment dat de energiebesparende maatregelen worden genomen.

14

Gebouwde omgeving

Beleidskeuzes

4

5 We stimuleren energiezuinige nieuwbouw en duurzaam materiaalgebruik.

15

We streven ernaar dat al het gemeentelijke vastgoed uiterlijk in 2040 energieneutraal is.

4.We stimuleren energiezuinige nieuwbouw en duurzaam materiaalgebruik.

5. We streven ernaar dat al het gemeentelijke vastgoed uiterlijk in 2040 energieneutraal is.

We handelen conform landelijke regelgeving, maar streven daar waar mogelijk hogere ambities na.

Vanuit de ambitie om zelf het goede voorbeeld te geven werken we in 2021 een plan uit waarin we de ambitie uitwerken naar te nemen maatregelen, tempo en kosten.

Gebouwde omgeving

1

Pijler

Eigen vastgoed energieneutraal in 2040

Pijler 1.1 Eigen vastgoed energieneutraal in 2040

16

Wat is de opgave?

Hoe komen we daar?

Wat gaan we doen?

Het uitgangspunt is dat al het gemeentelijke vastgoed uiterlijk in 2040 energieneutraal is. De vastgoedportefeuille bestaat op dit moment uit ruim 120 panden. Al jaren wordt er gestuurd op het verduurzamen van de portefeuille. Wij hebben in de prestatiecontracten met onze onderhoudspartners een jaarlijkse energiebesparing van 3% afgesproken. Zo worden er nu bij onderhoudswerkzaamheden ook meteen duurzaamheidsmaatregelen getroffen. Denk daarbij aan het aanbrengen van ledverlichting bij het vervangen van verlichting, het isoleren van daken bij dakwerkzaamheden en de installatie van een gasloze of energiezuinigere ketel bij het vervangen van verwarmings­ installaties. De 3%-afspraak wordt tot nu jaarlijks behaald, maar het resultaat dat met deze aanpak bereikt kan worden, kent zijn grenzen. Daarom gaan we nu, samen met onze onderhoudspartners, op zoek naar innovatieve en bedrijfseconomisch acceptabele oplossingen om onze doelstellingen te behalen.

Wij hebben in 2017 een Beleidskader Vastgoed opgesteld, waarin de kaders en uitgangspunten voor het verduurzamen van het gemeentelijk vastgoed zijn vastgelegd. Dit beleidskader is een uitwerking van de doelstelling ‘in 2040 is ons gemeentelijk vastgoed energieneutraal’, die ook in het coalitieakkoord 2018-2022 is opgenomen. Dit beleidskader is voor de huidige situatie te weinig concreet. Het geeft ons te weinig houvast voor de volgende te nemen stappen. Daarom werken we aan nieuw beleidskader Vastgoed. Hierin zullen onze duurzaamheidsambities een prominente plek innemen.

• Van alle panden maken we met een stoplicht­ model inzichtelijk welke panden vrijwel zeker nog lang in de gemeentelijke portefeuille blijven, van welke panden de toekomst onzeker is en welke panden op (korte) termijn afgestoten worden. Voor de eerste categorie objecten werken we uit wat er nodig is om deze energieneutraal te maken. Voor panden waarvoor geldt dat energieneutraliteit moeilijk te bereiken is, schetsen we mogelijke alternatieven. Het gaat dan om panden met bijvoorbeeld een monumentale status. • Zodra duidelijk is welke panden verduurzaamd kunnen worden, kunnen we becijferen wat de ambitie ‘energieneutraal’ financieel betekent en welke aanvullende middelen nodig zijn. In 2021 moet duidelijk worden welke panden tot 2040 verduurzaamd gaan worden, wat dit kost en in welk tempo we de verduurzaming kunnen oppakken.

We zijn als gemeente voor het overgrote deel niet zelf de ontwikkelaar of de eigenaar van nieuwe of te transformeren gebouwen. Dit vraagt om een inzet van alle ontwikkelende partijen in de stad. Iedere bouwer wordt gevraagd om stappen te zetten naar een toekomstbestendige nieuwbouw.

Industrie en bedrijvigheid Ook Enschedese bedrijven stoten veel CO2 uit. Zo’n 17 procent van het totaal. De energietransitie betekent voor onze bedrijven het besparen van energie, de uitfasering van het gebruik van aardgas en het produceren van duurzame energie. We kiezen daarbij voor zowel een sectorale, als een gebiedsgerichte aanpak. Dit betekent dat we ondernemers met informatie en adviezen gaan ondersteunen en dat we samen met hen plannen gaan maken voor het beëindigen van het gebruik van aardgas. 17

Industrie en bedrijvigheid In 2050 zijn onze bedrijven circulair en stoten vrijwel geen broeikasgassen meer uit. De fabrieken draaien dan op duurzame elektriciteit opgewekt door zon en wind of op energie uit aardwarmte, groene waterstof en biomassa. Waar toch nog koolstofdioxide vrijkomt, wordt deze afgevangen en opgeslagen. De grondstoffen die we nodig hebben, komen uit biomassa, reststromen en -gassen. De restwarmte die daarbij vrijkomt wordt door (andere) bedrijven gebruikt of doorgezet naar de tuinbouw, gebouwen en woningen. Bedrijven zijn dan niet alleen gebruiker, maar ook producent van energie.

Naast de energie die nodig is voor het primaire proces, zoals het produceren, verpakken en koelen van producten, gebruiken bedrijven ook energie voor de gebouwen die zij in gebruik hebben. Het gaat dan met name om het verwarmen, koelen en verlichten van die gebouwen. Wanneer zij daarvoor aardgas verbruiken, moeten zij daarvoor samen met ons op zoek naar een alternatief (zie ook hoofdstuk 1). De opgave voor 2030 voor de sector Industrie en bedrijven in Enschede bestaat uit het besparen van energie, de uitfasering van het gebruik van aardgas en de opwek van energie uit hernieuwbare bronnen, waarmee de uitstoot aan CO2 ten opzichte van 1990 met ongeveer de helft wordt verminderd. De opgave voor onze bedrijven is omvangrijk. Centraal staat hierin de emissiereductie, maar om deze te realiseren

en tegelijk onze welvaart te behouden, is een transitie nodig met opbouw van nieuwe activiteiten, ombouw van bestaande en afbouw van activiteiten die niet meer passen in een klimaatneutrale en circulaire economie in 2050. Deze transitie naar klimaatneutrale industrie en bedrijvigheid is een systeemverandering, die afstemming en samenwerking vereist tussen vele actoren: basis- en maakindustrie, andere actoren in de keten, overheden en kennisinstellingen. Veel van de nieuwe manieren van produceren staan nog in de kinderschoenen en zijn nog te duur. Het treffen van maatregelen is op de eerste plaats een verantwoordelijkheid van de bedrijven zelf. De landelijke overheid initieert en stuurt via regels ontwikkelingen aan, maar faciliteert deze ook met subsidies, belastingvoordelen, kredieten en garanties. In dit hoofdstuk staan we stil bij de vraag wat de gemeente hieraan kan bijdragen. 18

Industrie en bedrijvigheid

Afspraken over de Industrie uit het Klimaatakkoord Slim

Schoon

Nieuw

CO2 als grondstof - CO2 als grondstof voor bijv. kerosine voor vliegtuigen Zuiniger produceren - digitaliseren - efficiënter produceren

Samenwerking industriële clusters - Fabrieken gaan samenwerken; de een zijn afval is de ander zijn grondstof

Grondstof - afgevangen CO2 gebruiken als grondstof voor kassen

Elektrificatie - overstappen van fossiele brandstof naar windenergie - windenergie omzetten in groene waterstof

wa

Opslag - de industrie gaat CO2 afvangen en bewaren in lege gasvelden onder de Noordzee

terstof universiteit

Geothermie - overstappen op aardwarmte

Circulaire productie - afval wordt grondstof - CO2 en biomassa voor nieuwe producten

Restwarmte - warmte uit de industrie om huizen en gebouwen te verwarmen

Groene waterstof - grondstof voor industrie - brandstof voor industrie - buffer voor stroom - onderzoek

Onderzoek en kennisontwikkeling - energie besparende onderzoeken - start met pilots - CO2 + duurzame stroom = brandstof voor vliegtuigen

INDUSTRIE 19

Industrie en bedrijvigheid

Beleidskeuzes

1

2 We ondersteunen de uitvoering van de energietransitie bij industrie en bedrijven

3 We maken gebruik van het gemeentelijk instrumentarium om energie­besparing en de productie van duurzame energie te bevorderen

We kiezen ook voor een gebiedsgerichte aanpak

Pijlers

1

2 Ondersteunen van industrie en bedrijven bij de energietransitie

3 Een gebieds­ gerichte aanpak voor werklocaties

Gebruik maken van het gemeentelijk instrumentarium

20

Industrie en bedrijvigheid

Beleidskeuzes

1

2 We ondersteunen de uitvoering van de energietransitie bij industrie en bedrijven

1.We ondersteunen de uitvoering van de energietransitie bij industrie en bedrijven Het rapport van de rekenkamercommissie ‘Duurzaam in bedrijf?’ (2018) constateert dat onze gemeente geen expliciet beleid voert gericht op de verduurzaming van beleidsterreinen en dat het college vooral oog heeft voor het economisch perspectief van bedrijven. In reactie daarop beloofde het college samen met ondernemers en ondernemersverenigingen te werken aan energiebesparing en het opwekken van duurzame energie. We richten ons daarbij op ondernemers die actief willen samenwerken aan de energietransitie. Om freeriders niet te belonen voor een afwachtende houding, zorgen we dat we onze handhavende taak ook gebalanceerd uitoefenen. Een eerste stap bestaat uit het bieden van begeleiding en ondersteuning aan ondernemers, met name in het MKB. De kantoorgebouwen krijgen daarbij speciale aandacht, omdat deze vanaf 1 januari 2023 voorzien moeten zijn van minimaal energielabel C.

21

3 We kiezen ook voor een gebiedsgerichte aanpak

2. We kiezen ook voor een gebiedsgerichte aanpak Veel bedrijven zijn op een bedrijventerrein gevestigd. Vaak is er al sprake van een vorm van samenwerking, zoals een ondernemersvereniging of parkmanagementorganisatie. Dit maakt een gebiedsgerichte benadering mogelijk én aantrekkelijk. Vanuit de uitvoeringsparagraaf van de Visie Werklocaties werken we samen met ondernemers aan het opstellen van gebiedsagenda’s voor de 6 grootste bedrijventerreinen, inclusief maatregelen op het gebied van energie. De voorlopige resultaten (inventarisatie en analyse) hebben gediend als bouwstenen voor de richting en ambitie van deze Energievisie. Tegelijkertijd biedt deze visie de onderbouwing voor het vervolg van de (energie) aanpak op bedrijventerreinen.

We maken gebruik van het gemeentelijk instrumentarium om energiebesparing en de productie van duurzame energie te bevorderen

3.We maken gebruik van het gemeentelijk instrumentarium om energiebesparing en de productie van duurzame energie te bevorderen Energie die we niet gebruiken, hoeven we ook niet op te wekken. Extra inzetten op handhaving van de energiebesparings- en informatieplicht van bedrijven loont. Voorbeelden uit het land laten zien dat de energieverbruiksreductie per ambtenaar op kan lopen tot de hoeveelheid elektriciteit die door 6 windturbines wordt geproduceerd. Vanuit onze rol als toezichthouder werken we juist ook aan samenwerking en ondersteuning. Zodra het juridisch mogelijk is, gebruiken we de mogelijkheid om met het (juridisch) instrumentarium te sturen op energie-eisen voor nieuwbouw. We bepalen waar en hoe we energie (duurzaamheid) als vestigingsfactor gaan inzetten, ook aansluitend op gebiedsenergieprofielen.

Industrie en bedrijvigheid

2

1

Pijlers Pijler 2.1 O  ndersteunen van industrie en bedrijven bij de energietransitie

3

Ondersteunen van industrie en bedrijven bij de energie­­ transitie

Wat is de opgave?

Hoe komen we daar?

Wat gaan we doen?

We moeten stappen zetten richting de stip op de horizon: in 2050 is de industrie circulair en stoot het vrijwel geen broeikasgas meer uit.

Ondernemers hebben een eigen verant­ woordelijkheid bij het doorvoeren van energiebesparende maatregelen. De gemeente ondersteunt door het verstrekken van informatie en het geven van adviezen. En waar mogelijk ontzorgen we ondernemers en bieden we experimenteerruimte aan.

• We ontwikkelen een algemene energieaanpak voor de Enschedese bedrijvigheid. Daarbij gaan we na waar focus nodig is en bij welke ondernemingen de behoefte aan ondersteuning het grootst is. Uitvoering van de gebiedsagenda’s vormt daarvoor het begin en een leidraad (bouwstenen) voor het vervolg. • We nemen de regie over de ontwikkeling en aanpak op bedrijventerreinen. • We lanceren een (communicatie-)campagne om het beleid te ondersteunen. • We bieden hulp bij technische inventarisaties. • We kijken of we het energieloket voor bewoners kunnen uitbreiden met informatie voor ondernemers, met een focus op het MKB. • We werken samen met MKB Twente en de Green Business Club Twente. • Samen met onder meer bedrijfsmakelaars informeren we huurders en pandeigenaren over de labelverplichtingen, bijvoorbeeld met een (communicatie-)campagne. • We ontwikkelen financiële instrumenten waar dat gemeentelijk mogelijk en gewenst is en we ondersteunen de lobby voor financierings- en subsidiemogelijkheden. Dat doen we met inzet van het gemeentelijke subsidiebureau. • We ontwikkelen beleid voor de circulaire economie om zo onze ambitie en inzet te bepalen.

Vanaf 1 januari 2023 mag een gebouw in beginsel alleen als kantoor in gebruik zijn als het gebouw over een energielabel A, B of C beschikt. In 2030 moeten kantoorgebouwen over minimaal energielabel A beschikken. Ondernemers hebben behoefte aan voldoende financiering met gunstige voorwaarden, zowel voor het proces (het werken aan de strategie en aanpak voor bedrijven) als voor de uitvoering van maatregelen. Een bijkomende en aangrenzende opgave voor bedrijven is de transformatie naar een circulaire economie. Hergebruik van grondstoffen levert ook een belangrijke bijdrage aan energiebesparing.

De gemeente informeert en adviseert kantooreigenaren, waar die nog te weinig kennis over de opgave en maatregelen hebben. We onderzoeken welke financiële instrumenten een bijdrage kunnen leveren. Het kan dan bijvoorbeeld gaan om sturing met OZB-middelen (korting als incentive, bijdrage aan ondernemers-/ bedrijventerreinenfonds), (groene) leges of een variabele grondprijs. We brengen samen met ondernemers kansen en mogelijkheden voor circulaire bedrijvigheid in beeld.

22

Industrie en bedrijvigheid

1

2

3 Een gebieds­ gerichte aanpak voor werk­ locaties

Pijlers Pijler 2.2 Een gebiedsgerichte aanpak voor werklocaties Wat is de opgave?

Hoe komen we daar?

Wat gaan we doen?

Via een gebiedsgerichte aanpak gaan we bedrijven helpen met energie opwekken en besparen. Het is onze ambitie dat werklocaties niet alleen voor zichzelf, maar ook voor omringende wijken duurzame energie produceren. Dit kan als we gebruik maken van het potentieel aan zonne-energie op de daken, (kleine) windturbines, de benutting van restwarmte en lokale WKO-bronnetten (warmtekoude-opslag).

De informatie uit de gebiedsagenda’s (maatregelen vanuit de uitvoering van de visie werklocaties) betrekken we bij de voorbereiding van de Transitievisie Warmte en Wijkuitvoeringsplannen. Zo bepalen we welke opgaven er op de terreinen liggen en kunnen we sturen op ontwikkelingen, zoals herstructurering, vestiging van bedrijven en nieuwbouw.

Om deze opgave te realiseren, versterken we onze aanpak, ontwikkelen we nieuwe maatregelen en ondersteunen we pilots. Daarbij zetten we zeker ook in op innovaties die de grote opgave voor 2050 weten te behalen. We hebben daarbij aandacht voor de transitie naar een circulaire economie.

We bevorderen de samenwerking tussen bedrijven onderling en met de kennisinstellingen. We maken daarbij gebruik van de ondernemersverenigingen van de bedrijventerreinen.

• Als vervolg op de aanpak vanuit de gebiedsagenda’s beginnen we voor één werklocatie met het opstellen van een plan voor de uitfasering van het gebruik van aardgas. Dit noemen we een Bedrijventerreinuitvoeringsplan (BUP), en stellen we analoog op aan de Wijkuitvoeringsplannen (WUP), zie ook hoofdstuk 1. Daarna maken we plannen voor de rest. • We stimuleren de samenwerking tussen ondernemers op de verschillende bedrijven­ terreinen. Dat doen we bijvoorbeeld door het helpen opzetten van een ‘energietafel voor bedrijven’, waar kennisinstellingen en koplopers uit verschillende branches hun kennis en ervaringen delen. • We ondersteunen een proeftuin voor klein­ schalige en realistische ontwikkelingen, gericht op bijvoorbeeld energiebesparing, energie­ management en smart grids. We maken het daarmee mogelijk om pilots te draaien, activiteiten te ontplooien, bedrijven aan te trekken en een aantrekkelijke, groene omgeving te bieden.

We werken samen met ondernemers aan een proeftuin op een bedrijventerrein, bijvoorbeeld Josink Es. We zorgen dat kansen voor circulaire bedrijvigheid benut worden wanneer deze zich voordoen (bijvoorbeeld bij herstructurering) en ondersteunen initiatieven.

23

Industrie en bedrijvigheid

1

2

Pijlers

3 Gebruik maken van het gemeen­telijk instru­men­tarium

Pijler 2.3 G  ebruik maken van het gemeentelijk instrumentarium Wat is de opgave?

Hoe komen we daar?

Wat gaan we doen?

Er valt nog heel veel energie te besparen in de industrie. En in deze sector is ook nog eens de meeste winst op korte termijn te behalen. Hierop inzetten is in deze fase dan ook de snelste en goedkoopste manier om de energietransitie vorm te geven. Intensiveren van het toezicht en hand­ having kan hieraan bijdragen.

We zetten wettelijke instrumenten in. Dat doen we in onze rol als handhaver en vergunningverlener.

• We zetten de komende jaren extra in op energiebesparing door prioriteit te geven aan hand­ having van de energiebesparingsplicht en de energie-informatieplicht uit het Activiteitenbesluit. • We houden voorschriften uit omgevings­ vergunningen actueel en zien toe op de naleving daarvan. • De gemeente bevordert als launching customer duurzame energietechnieken. We stemmen de regelgeving zo goed als mogelijk af op de wensen, bijvoorbeeld door bestemmingsplannen aan te passen. • Bij nieuwbouw van bedrijfshallen zorgen we ervoor dat het (draag-)technisch mogelijk is om zonnepanelen te plaatsen (en eventueel andere duurzaamheidstoepassingen). • We gebruiken energieprofielen en op te stellen uitvoeringsplannen (zie pijler 2.2) om vestigingsbeleid te maken. Daarbij kunnen we dan bij kaveluitgifte (energie-)eisen stellen aan bedrijven en maken we daarover privaatrechtelijke afspraken.

Bedrijven hebben (regel-)ruimte nodig om initiatieven te ontplooien. Denk daarbij aan zonnepanelen op daken, in de openbare ruimte, boven parkeerplekken en de plaatsing van kleine windturbines. Om de opgave niet groter te maken dan die nu al is, stellen we bij nieuwbouw aanvullende eisen rondom energie en klimaat, uiteraard binnen de daarvoor geldende wettelijke kaders.

Bij aanbestedingen bevoordelen we bedrijven die duurzaam gedrag vertonen. We ondersteunen duurzame initiatieven vanuit onze rol rondom ruimtegebruik en regelgeving zo veel als wettelijke mogelijk. Denk daarbij aan het bieden van ruimte voor duurzame productie van energie. We willen de best presterende bedrijven op de (te ontwikkelen) bedrijventerreinen.

24

Elektriciteit Volgens het Klimaatakkoord moet in 2030 70% van alle elektriciteit uit hernieuwbare bronnen afkomstig zijn. Enschede draagt hieraan bij met zonne- en windenergie. Voor zonne-energie maken we daarbij zoveel mogelijk gebruik van daken en onbenutte ruimtes binnen de bebouwde kom, maar we sluiten de aanleg van zonnevelden in het landelijk gebied niet uit. En voor de bouw van grote windturbines wijzen we twee locaties langs de N18 aan. We zorgen er hierbij voor dat omwonenden in een vroegtijdig stadium bij de plannen worden betrokken en dat de lusten en lasten eerlijk worden verdeeld. 25

Elektriciteit Het gebruik van elektriciteit is verweven met onze manier van leven. We gebruiken het thuis, op het werk en - in toenemende mate - om ons te verplaatsen. Ongeveer een kwart van de energie die we in Enschede gebruiken, bestaat uit het gebruik van elektriciteit. En dat aandeel zal de komende jaren nog flink toenemen, doordat we (meer) elektrisch gaan rijden, onze woningen vaker met warmtepompen verwarmen en meer elektrisch gaan produceren.

Slechts 15 procent van de elektriciteit die we op dit moment in Nederland gebruiken, is duurzaam opgewekt; het restant is afkomstig uit fossiele bronnen. Volgens het Klimaatakkoord moet in 2030 70% van alle elektriciteit uit hernieuwbare bronnen afkomstig zijn. Dat gebeurt met windturbines op zee, op land en met zonnepanelen op daken en in zonneparken.

af te stemmen, moet ons energiesysteem flexibeler worden. Dat kan op ver­schillende manieren: door de opslag van elektriciteit in batterijen, door de productie van waterstof, door de beïnvloeding van de vraag naar elektriciteit (via zogenaamde smart grids), door regelbare productie en door uitwisseling van elektriciteit met het buitenland.

Onder invloed van de energietransitie wordt de productie van elektriciteit weersafhankelijk. Om vraag en aanbod onder alle omstandigheden op elkaar

In dit hoofdstuk zetten we uiteen wat Enschede hieraan gaat bijdragen en hoe we dat denken te doen.

Elektriciteit

Afspraken over hernieuwbare elektriciteit uit het Klimaatakkoord Meer schone stroom opwekken en gebruiken

Altijd genoeg stroom

Energie uit zon en wind is weersafhankelijk, daarom slaan we ook energie op d.m.v. - batterijen - waterstof

Elektriciteitscentrales - stand-by als reservecapaciteit

Meer energie uit wind - duurzame stroom voor industrie, bedrijven, elektrische auto’s en huizen

Meer energie uit zon - duurzame stroom uit zonneparken - zonnepanelen op huizen, gebouwen en rijksgronden (o.a. geluidswallen)

Omgevingsfonds - bewoners delen mee in opbrengst

Im- en export van duurzame stroom

Slim laden - als de zon schijnt - als het waait

wa

Slimme netwerken

Burgerparticipatie, bewoners denken en doen mee

terstof

Autobatterij als opslag

Participatie - bewoners denken mee en doen mee

Coöperatie - bewoners financieren samen energieprojecten

ELEKTRICITEIT 27

Elektriciteit

Beleidskeuzes

1

2 We werken in regionaal verband samen en geven daarbij het goede voorbeeld

3 We zetten in op zonne- en wind– energie

4

5 We faciliteren ook de plaatsing van kleine windturbines

We kiezen voor de bouw van grote windturbines

6 We koppelen

De zonneladder is richtinggevend

opgaven

Pijlers

7

8 We zetten in op participatie

28

1

9 We zorgen voor een eerlijke verdeling van lasten en lusten

We stimuleren lokale initiatieven

2 Benutten van daken en onbe­bouwde ruimtes binnen de be­bouwde kom voor het opwekken van zonne-energie

3 Inzetten op het grootschalig opwekken van zonne- en windenergie

Werken aan een toekomst­ bestendige elektriciteits­ infrastructuur

Elektriciteit

Beleidskeuzes

1

2 We werken in regionaal verband samen en geven daarbij het goede voorbeeld

1. We werken in regionaal verband samen en geven daarbij het goede voorbeeld De oplossingen waar de energietransitie om vraagt, overschrijden nogal eens een gemeentegrens. Regionale afstemming is aan de orde bij de aanwijzing van locaties voor de grootschalige opwek van zonne- en windenergie en bij het samenbrengen van vraag en aanbod van warmte. In de Regionale energiestrategie Twente (RES Twente) staat dat Twente in 2030 1,5 terawattuur (TWh) aan hernieuwbare elektriciteit produceert. Enschede draagt hieraan 193 gigawattuur (GWh) bij. Dat is circa 13% van de Twentse bijdrage aan de nationale klimaatdoelen.

3 We zetten in op zonne- en windenergie

We kiezen voor de bouw van grote windturbines

2. We zetten in op zonne- en windenergie

3.We kiezen voor de bouw van grote windturbines

Energie kan duurzaam geproduceerd worden met behulp van de zon, met wind, met biomassa en met warmte uit de bodem.

Verschillen bij windturbines in hoogte en rotordiameter leiden tot grote verschillen in elektriciteitsproductie. Dat geldt eens te meer in de windluwe gedeelten van ons land, waartoe ook Enschede behoort. Grote windturbines produceren in vergelijking tot middelgrote en kleinere turbines veel meer elektriciteit tegen verhoudingsgewijs veel lagere kosten. De SDE++-regeling stimuleert met exploitatiesubsidies kostenefficiënte methoden voor de productie van duurzame energie en CO2-reductie. Plannen voor de realisatie van grote windturbines met een tiphoogte van meer dan 190 meter zijn daardoor veel kansrijker dan initiatieven voor de bouw van middelgrote of kleine windturbines. Daarom zetten we in Enschede in op de bouw van grote windturbines. Locaties die we daarvoor op het oog hebben, worden in de beleidsregels voor windenergie genoemd, zie bijlage 2.

Het gebruik van biomassa voor de productie van energie ligt maatschappelijk steeds meer onder vuur. De SER adviseerde het kabinet in juli 2020 de verbranding van biomassa voor de productie van elektriciteit af te bouwen. Ook is het onduidelijk of de diepe ondergrond van Enschede geschikt is voor de benutting van aardwarmte. Daarom wordt niet verwacht dat geothermie in de periode 2021-2030 zal bijdragen aan de energiedoelstellingen van de gemeente. Enschede leent zich wel voor het opwekken van zonne- en windenergie.

29

Elektriciteit

Beleidskeuzes

4

5 We faciliteren ook de plaatsing van kleine windturbines

4. We faciliteren ook de plaatsing van kleine windturbines De potentiële bijdrage van kleine windturbines met een tiphoogte van maximaal 25 meter aan de gemeentelijke duurzaamheidsdoelstellingen is beperkt. Voor een particulier die zijn energiegebruik wil verduurzamen, kan de plaatsing van een dergelijke turbine echter uitkomst bieden. Daarom faciliteren we particuliere aanvragen die voldoen aan de beleidsregels voor windenergie, zie bijlage 2.

6 De zonneladder is richtinggevend

5. De zonneladder is richtinggevend

6. We koppelen opgaven

Voor de plaatsing van zonnepanelen maken we bij voorkeur gebruik van daken en gevels van gebouwen. Ook onbenutte terreinen in bebouwd gebied, zoals parkeerterreinen, lenen zich hier goed voor.

Bij de voorbereiding van plannen voor de aanleg van een zonneveld op landbouwgrond met een netto-oppervlakte van meer dan 2 hectare streven we naar een koppeling met andere maatschappelijke opgaven, zoals klimaatmaatregelen (waterberging en tegengaan bodemdaling), extensivering van landbouw, herstel landschap en biodiversiteit. Dit doen we op basis van de 80-20 referentie: 80% ruimte voor het panelenveld en 20% ruimte voor groen en/of water.

Om substantieel aan de gestelde energiedoelen bij te dragen, is het noodzakelijk om ook gronden in het landelijk gebied in te zetten voor de aanleg van zonnevelden. We sluiten agrarische gronden niet uit, maar we hebben de voorkeur voor gronden die niet als natuur zijn ingericht of niet voor de landbouw in gebruik zijn, zoals grote wateroppervlakten, bermen van spoor- en autowegen en de luchthavenlocatie. Het beleidskader voor zonne-energie hebben we nader uitgewerkt in bijlage 1, Beleidsregels zonne-energie.

30

We koppelen opgaven

Elektriciteit

Beleidskeuzes

7

8 We zorgen voor een eerlijke verdeling van lasten en lusten

We zetten in op participatie

7. We zetten in op participatie Met de vaststelling van de Energievisie bieden we aan initiatiefnemers en bewoners duidelijkheid over locaties die we in de periode 2021-2030 gezamenlijk kunnen benutten voor het opwekken van duurzame energie. De ‘wat kan er’-vraag is daarmee beantwoord. Over de hoe-vraag moet in een vroegtijdig stadium de dialoog met de omgeving worden geopend. Vragen die kunnen leven, zijn vragen over bijvoorbeeld de exacte (begrenzing van de) projectlocatie, de inrichting van de projectlocatie, financiële participatie, de wijze waarop de projectlocatie wordt ingepast in het landschap en de exploitatie van de installatie.

3

9

8. We zorgen voor een eerlijke verdeling van lasten en lusten Bij de ontwikkeling van locaties voor het opwekken van zonne- of windenergie dient er gestreefd te worden naar een eerlijke verdeling van de lasten en de lusten. In de beleidsregels voor zonne- en windenergie staat daarom dat ten minste 50% van de opbrengst van energieprojecten ten goede van de gemeenschap moet komen. Dit is conform de wens van de gemeenteraad3. Bij de verdeling van de opbrengsten is lokaal eigendom het uitgangspunt. De samenwerking met een lokale energiecoöperatie kan daarbij helpen. Voor andere vormen van financiële participatie is alleen in uitzonderingssituaties plaats.

Amendement ‘Verplichte deelname bewoners’ van 7 september 2020.

We stimuleren lokale initiatieven

9.We stimuleren lokale initiatieven De gemeente stimuleert de totstandkoming van initiatieven uit de lokale bevolking, zoals die van energiecoöperatie Enschede Energie.

31

Elektriciteit

1

Pijlers Pijler 3.1 Benutten van daken en onbebouwde ruimtes binnen de bebouwde kom voor het opwekken van zonne-energie

3

Wat is de opgave?

Hoe komen we daar?

Wat gaan we doen?

In gesprekken met inwoners is door hen vaak gewezen op het potentieel aan zonne-energie binnen de bebouwde kom. Ieder paneel dat daar wordt neergelegd, neemt geen ruimte in binnen het landelijk gebied.

We geven het goede voorbeeld door op zoveel mogelijk van onze gebouwen zonnepanelen te leggen.

• Bij nieuwbouw en renovatie van onze gebouwen maken we optimaal gebruik van het potentieel aan zonne-energie van onze gebouwen. • We ondersteunen maatschappelijke organi­ saties, zoals Enschede Energie, die zich actief toeleggen op het leggen van zonnepanelen op daken van derden. • Bij nieuwbouw van bedrijfshallen verplichten we tot de plaatsing van zonnepanelen, zodra we daarvoor over een juridisch instrumentarium beschikken. • We maken afspraken met omliggende gemeenten over de inzet van onze bevoegdheden, omdat we willen voorkomen dat ondernemers Enschede om die reden gaan mijden. • Maatschappelijke partners die van ons subsidie ontvangen, stimuleren we via de subsidievoorwaarden om zonnepanelen op hun vastgoed te leggen. • We besteden de overkapping van gemeentelijke parkeerterreinen aan, voor zover die zich daarvoor lenen.

Enschede beschikt over circa 450 hectare aan dakoppervlak en circa 20 hectare aan grote parkeerplaatsen die qua situering op de zon geschikt of zeer geschikt zijn voor het opwekken van zonne-energie. We stellen ons ten doel dat we in 2030 minimaal 20% van het in Enschede beschikbare potentieel aan zonne-energie op daken hebben benut en dat er minimaal 8 hectare aan parkeerterreinen door zonnepanelen worden overkapt.

32

2 Benutten van da­ken en on­ bebouwde ruim­tes binnen de be­ bouwde kom voor het opwekken van zonne-energie

We stimuleren inwoners, bedrijven en maatschappelijke organisaties om hetzelfde te doen.

Elektriciteit

1

Pijlers Pijler 3.2 Inzetten op het grootschalig opwekken van zonne- en windenergie

2

3 Inzetten op het grootschalig opwekken van zonne- en windenergie

Wat is de opgave?

Hoe komen we daar?

Wat gaan we doen?

We hebben de ambitie het aandeel hernieuwbare energie in de periode 2021-2030 met minimaal 8 procent te laten toenemen. In 2018 werd 9,9% van de energie die in Enschede werd verbruikt op een duurzame wijze binnen de gemeentegrenzen opgewekt.

De toepassing van de beleidsregels voor zonneen windenergie (zie bijlagen 1 en 2) staan borg voor een zorgvuldige locatiekeuze en een goede ruimtelijke inpassing.

Een verhoging van het aandeel hernieuwbare energie vraagt om de grootschalige opwek van zonne- en windenergie.

We sturen op acceptatie door de omgeving.

• Vanuit de gemeente begeleiden we initiatiefnemers met plannen voor grootschalige opwek van zonne- en windenergie. De daarmee samen­ hangende kosten verhalen we via de leges of een exploitatieovereenkomst. • We verplichten initiatiefnemers om in een vroegtijdig stadium met de omgeving in overleg te treden. Ook zien we erop toe dat gerecht­ vaardigde wensen van omwonenden in de plannen worden verwerkt. • Bij de gebiedsontwikkeling ten zuidoosten van het Rutbeek trekken we gelijk op met de gemeente Haaksbergen. En bij de ontwikkeling van het potentieel aan zonne-energie langs de RW35 betrekken we actief de gemeente Hengelo en Rijkswaterstaat. • We zien toe op de totstandkoming van een eerlijke verdeling van de lusten en de lasten. .

We kiezen voor een gebiedsgerichte aanpak.

We stemmen af met buurgemeenten (in het bijzonder met Haaksbergen en Hengelo) en met Rijkswaterstaat.

33

Elektriciteit

1

2

Werken aan een toekomst­ bestendige elektriciteits­ infrastructuur

Pijlers Pijler 3.3 Werken aan een toekomstbestendige elektriciteitsinfrastructuur Wat is de opgave?

Hoe komen we daar?

Wat gaan we doen?

Het elektriciteitsnet is ontworpen om transport van centraal opgewekte elektriciteit naar de afnemer mogelijk te maken. Inmiddels wekken steeds meer consumenten en lokale energiecoöperaties zelf energie op. Er wordt bovendien steeds meer elektriciteit verbruikt voor verwarming van gebouwen, elektrische mobiliteit en het pro­duceren van producten.

We houden in ons beleid rekening met de mogelijkheden om het elektriciteitsnet uit te breiden en te verzwaren.

• We prioriteren grootschalige opwek van zonne-energie. We kiezen ervoor om eerst aan de slag te gaan in de concentratiegebieden in de stadsdelen Oost, Zuid en West. • Bij de uitgifte van reststroken groen stellen we uitdrukkelijk de vraag of deze in de toekomst nodig zijn voor de uitbreiding van het elektriciteitsnet. • We ondersteunen projecten om piekbelasting van het elektriciteitsnet te verminderen. Dat doen we bijvoorbeeld door curtailment4, slimme laadinfrastructuur, opslagmogelijkheden of smart grids. • We voeren meer regie op het gebruik van de bodem voor het leggen van kabels en leidingen. • We overleggen met Tennet en Enexis.

We zoeken de afstemming met onze netbeheerder.

Het elektriciteitsnet moet daarvoor geschikt gemaakt worden.

34

3

4

Het aftoppen van het piekvermogen van de zonne-installatie of de windturbine, waardoor netinfrastructuur efficiënter kan worden benut.

Mobiliteit Ongeveer een kwart van de huidige CO2-uitstoot in Enschede is afkomstig van motorvoertuigen. Duurzame mobiliteit vraagt om verbetering van de fietsvoorzieningen en goed uitgeruste mobipunten waar reizigers over kunnen stappen van het ene vervoersmiddel op het andere. Ook zullen er meer laadpunten voor elektrische auto’s en een waterstoftankstation moeten komen. 35

Mobiliteit Zorgeloze mobiliteit, voor alles en iedereen in 2050. Mobiliteit zonder emissies voor jong en oud, arm en rijk, valide en mindervalide. Betaalbaar, veilig, comfortabel, makkelijk én gezond. Slimme, duurzame, compacte steden met optimale doorstroming van mensen en goederen. Mooie, leefbare en goed ontsloten gebieden en dorpen, waarbij mobiliteit de schakel is tussen wonen, werken en vrije tijd.

Het Klimaatakkoord bevat dit wenkende perspectief voor de manier waarop we ons in de toekomst verplaatsen. De weg daar naartoe bestaat uit het bevorderen van lopen, fietsen en gebruik van het openbaar vervoer, het verminderen van het aantal autoritten en het verschonen van vervuilende voertuigen. We moeten ons kortom anders, minder en schoner gaan verplaatsen. In dit hoofdstuk beschrijven we hoe we hier in Enschede invulling aan willen geven.

Mobiliteit

Afspraken over mobiliteit uit het Klimaatakkoord Duurzame energiedragers

Elektrisch (personen)vervoer

Verduurzaming logistiek

Verduurzaming personenmobiliteit

Inzetten van duurzame geavanceerde biobrandstoffen

Emissieloos vrachtverkeer Minder en schoner zakelijk reizen: - OV gebruik en meer fiets(verbindingen) - flexibel werken

Ontwikkeling van waterstof - realisatie van waterstoftankstations Emissieloze bestelbussen

Elektrificeren vervoer

Schoner varen en vliegen

Emissieloze bouw- en werktuigen

Emissieloze bussen

Stimuleren elektrische auto’s - tweedehands markt voor elektrische auto’s - schone voertuigen in de leasemarkt

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=enschede&id=8f1efea0-ce0e-4ef8-8297-876fad57b2ef