Energievisie_Bijlage 3
Tekst van het document
716134 28 januari 2021
MILIEUEFFECTRAPPORT ENERGIEVISIE GEMEENTE ENSCHEDE
Gemeente Enschede
Definitief v5.0
Duurzame oplossingen in energie, klimaat en milieu Postbus 579 7550 AN Hengelo Telefoon (074) 248 99 40
Documenttitel
Milieueffectrapport Energievisie Gemeente Enschede
Soort document
Definitief v5.0
Datum
28 januari 2021
Projectnummer
716134
Opdrachtgever
Gemeente Enschede
Auteur
Eric Arends, Jorieke Letteboer, Steven Geujen Pondera Consult
Vrijgave
Eric Arends, Pondera Consult
Pondera Consult
INHOUDSOPGAVE SAMENVATTING
Aanleiding Energievisie Enschede
1
Aanpak
1
Proces van totstandkoming van het milieueffectrapport
2
Mondiaal en Europees beleid
4
Rijksbeleid
4
Beleid van provincie Overijssel
4
Regionaal beleid
5
Energiebeleid en doelstellingen gemeente Enschede
5
Bepalen van de scope van het m.e.r.-onderzoek
6
Huidige duurzame energieproductie
7
Zonne-energie
8
Windenergie
10
Geothermie
11
Biomassa
12
Ambitieniveaus voor 2030
12
Alternatief 1. Landschap en natuur centraal
14
Alternatief 2. Netaansluiting centraal
15
Alternatief 3. Leefomgeving centraal
15
Alternatief 4. Landbouw centraal
16
Alternatief 5. Evenredige bijdrage
17
Milieuaspecten en beoordelingscriteria
17
Milieueffectrapport Energievisie Gemeente Enschede | 716134 28 januari 2021 | Definitief v5.0
Pondera Consult
Scoren van milieueffecten
18
Effectbeoordeling biomassa (alle alternatieven)
19
Beoordeling milieueffecten van de alternatieven
20
Totstandkoming van het voorkeursalternatief
23
Beschrijving van het voorkeursalternatief
24
Beoordeling van het voorkeursalternatief
26
Aanleiding Energievisie Enschede
1
Doelstelling MER
1
Aanpak
2
Proces van totstandkoming van dit milieueffectrapport
4
Leeswijzer
5
Plan-m.e.r.-plicht
7
M.e.r.-procedure
7
Benodigde besluiten
8
Initiatiefnemer, bevoegd gezag en andere overheden
9
Inspraak, advies en meedenken
9
Inleiding
10
Mondiaal en Europees beleid
10
Rijksbeleid
11
Beleid van provincie Overijssel
17
Regionaal beleid
19
Energiebeleid en doelstellingen gemeente Enschede
20
716134 | Milieueffectrapport Energievisie Gemeente Enschede 28 januari 2021 | Definitief v5.0
Pondera Consult
Bepalen van de scope van het MER-onderzoek
23
Huidige duurzame energieproductie
27
Zonne-energie
30
Windenergie
35
Geothermie
41
Biomassa
47
Ambitieniveaus voor 2030
49
Alternatief 1. Landschap en natuur centraal
52
Alternatief 2. Netaansluiting centraal
57
Alternatief 3. Leefomgeving centraal
64
Alternatief 4. Landbouw centraal
68
Alternatief 5. Evenredige bijdrage
72
Milieuaspecten
79
Beoordelingskader: milieuaspecten en beoordelingscriteria
86
Scoren van milieueffecten
88
Mitigerende maatregelen
89
Leemten in kennis en informatie; evaluatie en monitoring
89
Beoordelingskader
90
Effectbeoordeling biomassa en geothermie (alle alternatieven)
90
Beoordeling milieueffecten windturbines per locatie
93
Beoordeling milieueffecten zonnevelden
96
Beoordeling milieueffecten van de alternatieven
96
Totstandkoming van het voorkeursalternatief
106
Beschrijving van het voorkeursalternatief
106
Beoordeling van het voorkeursalternatief
117
Kennisleemten
127
Evaluatieprogramma
128
Milieueffectrapport Energievisie Gemeente Enschede | 716134 28 januari 2021 | Definitief v5.0
Pondera Consult
BIJLAGEN Bijlage 1 Scan windenergie gemeente Enschede Bijlage 2 Voorbeeldberekening opbrengst windturbine Bijlage 3 Beoordelingskader Bijlage 4 Beoordeling milieueffecten windturbinelocaties Bijlage 5 Beoordeling milieueffecten alternatieven Bijlage 6a Definitieve zonnestudie gemeente Enschede H+N+S Bijlage 6b Bijlage bij zonnestudie gemeente Enschede H+N+S – eindmatrix Bijlage 7 Waarderingsstudie landschap gemeente Enschede H+N+S Bijlage 8 Fotovisualisaties windturbines Bijlage 9 Beleidsregels zonne-energie gemeente Enschede (2020) Bijlage 10 Beleidsregels windenergie gemeente Enschede (2020)
716134 | Milieueffectrapport Energievisie Gemeente Enschede 28 januari 2021 | Definitief v5.0
Pondera Consult
SAMENVATTING
SAMENVATTING INLEIDING Aanleiding Energievisie Enschede De gemeente Enschede bereidt een Energievisie voor om de energietransitie in de gemeente te versnellen en in goede banen te leiden. In de Energievisie zal beleid voor de periode tot 2030 worden vastgelegd, 7met een doorkijkje naar de situatie in 2050. Het is de bedoeling deze Energievisie vast te stellen in de vorm van een structuurvisie in de zin van de Wet ruimtelijke ordening. De Energievisie gaat in op: •
Energiebesparing en uitfasering van het gebruik van aardgas;
•
Aanwijzing productielocaties voor duurzame energie;
•
Aanpak voor bevordering draagvlak;
•
Samenwerking op regionaal niveau;
•
innovaties rondom productie en opslag van duurzame energie.
De voorbereiding van de Energievisie wenst de gemeente te combineren met de procedure van een plan-milieueffectrapportage (plan-m.e.r.) zodat de milieugevolgen van de keuzes in de visie inzichtelijk zijn. De doelstelling van het MER kan als volgt samengevat worden: Informatie aanleveren op basis waarvan een zorgvuldig afgewogen besluit kan worden genomen over de energiedoelstelling voor het jaar 2030 en de duurzame energiebronnen die daarvoor worden ingezet.
Aanpak Achtereenvolgens worden de volgende stappen gezet (nummers verwijzen naar de blokken in het schema): 1. Allereerst wordt het huidige energieverbruik van de gemeente Enschede vastgesteld. Daarna wordt het energieverbruik in 2030 bepaald aan de hand van een scenario van de ontwikkeling van energieverbruik en energiebesparing. 2. Hiermee is het verwachte verbruik in 2030 bepaald. Vervolgens wordt vastgesteld welke
3.
4.
doelstellingen de gemeente Enschede gaat hanteren voor het percentage duurzame energie dat in 2030 minimaal opgewekt moet worden. Hiermee is vastgelegd hoeveel duurzame energie minimaal opgewekt dient te worden in 2030 om de minimumdoelstelling te bereiken. Nagegaan wordt welke duurzame energiebronnen ter beschikking staan en welke ruimte er technisch gezien is om deze in te zetten. Aan de hand van de mogelijk in 2030 in te zetten duurzame energiebronnen worden 5 alternatieven uitgewerkt op basis van verschillende thema’s. Van de inzet van de duurzame energiebronnen in deze 5 alternatieven worden de milieueffecten die er mee gepaard gaan, vastgesteld en beoordeeld.
Milieueffectrapport Energievisie Gemeente Enschede | 716134 28 januari 2021 | Definitief v5.0
Pondera Consult
SAMENVATTING
5.
Na een afweging van de milieueffecten en van eventuele andere belangen, overwegingen en argumenten wordt door de gemeente een inzet en invulling van duurzame energiebronnen gekozen. Dit is het voorkeursalternatief (VKA) dat wordt vastgelegd in de energievisie. Ook dit VKA wordt beoordeeld op de milieueffecten die er mee gepaard gaan.
Figuur Aanpak opstellen milieueffectrapport (met verwijzing naar paragrafen en hoofdstukken)
Proces van totstandkoming van het milieueffectrapport Start van m.e.r. in 2017 Het initiatief om een milieueffectrapportage te gaan doorlopen voor de op te stellen Energievisie dateert al uit 2016 en het opstellen van het MER is in 2017 begonnen. Duurzame energie, en dan met name de inpassing van grootschalige zonnevelden en het plaatsen van windturbines ligt gevoelig en vraagt om een goede interactie met inwoners en belangengroepen. Na een reeks debatten heeft het college eind 2020 een voorkeursalternatief kunnen bepalen waarvoor naar verwachting voldoende steun bestaat in de gemeenteraad. Verschillende referentiejaren in het MER Door de lange doorlooptijd hebben bepaalde delen van het MER andere referentiejaren uitgangspunten voor wat betreft het aandeel opgewekte duurzame energie. Het bepalen van huidige opwek en verbruik (hoofdstuk 4) en alternatieven (hoofdstuk 5) gaat uit van 2017 als destijds meest recent beschikbare jaar voor informatie. Bij het voorkeursalternatief is dat eind 2018.
716134 | Milieueffectrapport Energievisie Gemeente Enschede 28 januari 2021 | Definitief v5.0
Pondera Consult
SAMENVATTING
PROCEDURES EN BESLUITVORMING M.e.r.-procedure Een m.e.r.-procedure bestaat uit verschillende onderdelen, waarvan het milieueffectrapport (MER) het belangrijkste is. Figuur 2.1 geeft de belangrijkste stappen weer. In de eerste stap wordt door de gemeente Enschede de mededeling gepubliceerd dat een energievisie met daarvoor een plan-milieueffectrapportage (planMER) opgesteld gaat worden. In de notitie reikwijdte en detailniveau (NRD) die daarbij wordt gepubliceerd, wordt beschreven waarover deze energievisie zal gaan en wat onderzocht zal gaan worden. Eenieder kan zienswijzen indienen op de NRD en aangeven wat eventueel nog aanvullend onderzocht zou moeten worden. Ook worden relevante andere (overheids)instanties geraadpleegd en kan optioneel de Commissie voor de milieueffectrapportage (Cie m.e.r.) geraadpleegd worden. Op basis van de inspraak en de reacties uit de raadplegingen wordt de NRD vastgesteld, die vervolgens geldt als de richtlijn voor het opstellen van het milieueffectrapport (MER). Het MER reikt informatie aan die gebruikt wordt bij het opstellen van de concept energievisie. De concept energievisie die een ontwerpstructuurvisie is in de zin van de Wet ruimtelijke ordening (Wro), wordt vervolgens samen met het planMER ter inzage gelegd en aan de Cie m.e.r. voorgelegd voor toetsing. Na het verwerken van de zienswijzen en het toetsingsadvies van de Cie m.e.r.
wordt de energievisie met als bijlage het planMER, vastgesteld door de gemeenteraad. Figuur Hoofdlijnen plan-m.e.r.-procedure Energievisie Enschede
Initiatiefnemer en bevoegd gezag De initiatiefnemer voor deze plan-m.e.r.-procedure en Energievisie zijn Burgemeester en Wethouders van de gemeente Enschede. De gemeenteraad is het bevoegd gezag voor het vaststellen van het milieueffectrapport (MER) en voor de Energievisie.
Milieueffectrapport Energievisie Gemeente Enschede | 716134 28 januari 2021 | Definitief v5.0
Pondera Consult
SAMENVATTING
DOELSTELLING EN BELEID Mondiaal en Europees beleid Klimaatconferentie Parijs 2015 In december 2015 zijn (onder toezicht van de Verenigde Naties) op de eenentwintigste klimaatconferentie in Parijs (COP21) 195 landen akkoord gegaan met een nieuw klimaatverdrag dat de uitstoot van broeikasgassen moet terugdringen. De Europese Unie heeft dit verdrag ook mede ondertekend. Europese doelstelling Het Europese doel voor 2020 is om 20% van het totale energieverbruik duurzaam te realiseren, voor Nederland is dit vertaald in een doel van 14% in 2020. Dit is vastgelegd in de EU-richtlijn 2009/28/EG (2009) . Op 14 juni 2018 is er politieke overeenstemming bereikt waarin een bindende doelstelling ten aanzien van duurzame energieopwekking is vastgelegd. De Europese Unie moet in 2030 32% van het totale energieverbruik duurzaam realiseren. In december 2020 heeft de Europese Unie haar klimaatdoelstellingen aangescherpt, met inbegrip van een nieuwe EU-doelstelling voor de vermindering van de broeikasgasemissies van ten minste 55% in 2030 ten opzichte van 1990 (in plaats van 40%).
Rijksbeleid Nationaal Klimaatakkoord (2019) Om de doelen te halen die in het Klimaatakkoord van Parijs zijn afgesproken heeft Nederland gewerkt aan een nationaal Klimaatakkoord. In het Klimaatakkoord, onder regie van het kabinet, maken bedrijven, maatschappelijke organisaties en overheden concrete afspraken over de maatregelen waarmee de CO2-uitstoot in 2030 in Nederland gehalveerd kan worden. Het centrale doel van het Klimaatakkoord is het terugdringen van de uitstoot van broeikasgassen in Nederland met ten minste 49% in 2030 ten opzichte van 1990, de verschillende sectoren (zoals gebouwde omgeving, mobiliteit, industrie, elektriciteit, landbouw en landgebruik) hebben hier hun eigen taak en rol in om dit gezamenlijk te bereiken. Voor hernieuwbaar op land (35 TWh) wordt vooral gekeken naar wind op land en zonne-energie. Om deze opwekcapaciteit te realiseren is in het Klimaatakkoord opgenomen dat in dertig regio’s door gemeenten wordt samengewerkt aan een regionale energiestrategie (RES).
Beleid van provincie Overijssel Omgevingsvisie en verordening De provincie Overijssel geeft in de Omgevingsvisie en de Actualisatie Omgevingsvisie 2018/2019 (vastgesteld 13 november 2019) aan in 2023 20% van de energie duurzaam op te willen wekken, de ambitie voor 2030 ligt op 30%. In de ‘Omgevingsverordening Overijssel 2017’ (geconsolideerd 13 november 2019) zijn regels opgenomen die gelden voor windenergieprojecten en hieraan zijn gemeenten gebonden. Voor de gemeente Enschede betekent dit dat windturbines potentieel mogelijk zijn onder de voorwaarde dat er sprake is van een goede landschappelijke inpassing op basis van de gebiedskenmerken. Ten aanzien van installaties voor de opwekking van zonne-energie heeft de
716134 | Milieueffectrapport Energievisie Gemeente Enschede 28 januari 2021 | Definitief v5.0
Pondera Consult
SAMENVATTING
provincie een zonneladder opgesteld. De zonneladder is verder uitgewerkt in de ‘Handreiking Kwaliteitsimpuls zonnevelden’.
Regionaal beleid Regionale Energiestrategieën Vanuit het Klimaatakkoord is de Regionale Energie Strategie (RES) voortgekomen. De nationale doelen zijn alleen te halen door regionaal samen te werken. Afspraken over bijvoorbeeld grote zonprojecten in de ene gemeente, hebben invloed op een buurgemeente. De RES is een document waarin elke regio beschrijft welke energiedoelstellingen zij wil halen, op welke termijn en welke aanpak/strategie de regio hanteert om deze energiedoelstellingen te bepalen en te halen. De RES Twente moet op 1 juli 2021 worden opgeleverd aan het Nationaal Programma RES. Uiteindelijk stellen de volksvertegenwoordigers (gemeenteraden) de RES Twente 1.0 vast. De gemeente Enschede valt onder de RES regio Twente1. De RES Twente heeft voor 2030 twee hoofddoelstellingen: Twente ontwikkelen als warmteregio en 50% van het huidige elektriciteitsverbruik in 2030 duurzaam opwekken. Voor het duurzaam opwekken van elektriciteit wordt gekozen voor een combinatie van wind- en zonne-energie. De gemeenteraad van Enschede heeft uitgesproken dat de inhoud van de Energievisie kaderstellend is voor de inbreng van de gemeente in de RES.
Energiebeleid en doelstellingen gemeente Enschede Actieplan duurzaamheid en Enschede wekt op Op 8 juni 2015 stelde de gemeenteraad van Enschede het Actieplan duurzaamheid vast. Het Actieplan duurzaamheid bevat een opsomming van de speerpunten van beleid en een aanpak voor de realisatie daarvan. De gemeente Enschede wil energiebesparing stimuleren en wil decentrale opwekking van duurzame energie faciliteren. Daarbij wordt zowel gekeken naar mogelijkheden binnen de eigen gemeente, als kansen in de regio. De bevolking is via de campagne ‘Enschede wekt op’ actief betrokken bij de uitvoering van het Actieplan duurzaamheid. Enschede wekt op is een initiatief van verschillende partners, variërend van onderwijsinstellingen tot het bedrijfsleven en de overheid. Coalitieakkoord 2018 – 2022 In juli 2018 hebben Burgerbelangen Enschede, D66, VVD, PvdA en ChristenUnie het coalitieakkoord ‘Trots, Lef, Bouwen, Kansrijk Enschede’2 gepubliceerd. Met betrekking tot duurzaamheid heeft de coalitie de doelstelling om Enschede in 2050 klimaatneutraal te laten zijn. Voor alle duurzame energieopwekking zal van initiatiefnemers worden gevraagd projecten zo vorm te geven dat er een acceptabele verdeling tussen lusten en lasten voor omwonenden is. In de gemeenteraad zijn diverse debatten gevoerd over het opstellen van de Energievisie.
Eén van de mijlpalen is de vaststelling van de nota Uitgangspunten Energievisie (7 september 2020)3. 1
De regio Twente bestaat uit de gemeenten Almelo, Borne, Dinkelland, Enschede, Haaksbergen, Hellendoorn, Hengelo, Hof van Twente, Losser, Oldenzaal, Rijssen-Holten, Tubbergen, Twenterand, Wierden 2 Geraadpleegd via https://www.enschede.nl/bestuur/organisatie/beleid/coalitieakkoord-enschede-2018-2022 3 https://ris2.ibabs.eu/Agenda/Details/enschede/4ceb860d-8b4c-45df-a743-fa782b4cd93c
Milieueffectrapport Energievisie Gemeente Enschede | 716134 28 januari 2021 | Definitief v5.0
Pondera Consult
SAMENVATTING
DUURZAME ENERGIEBRONNEN EN AMBITIENIVEAUS Bepalen van de scope van het m.e.r.-onderzoek Afbakening plan- en studiegebied Het plangebied bestaat uit de gemeente Enschede en dit vormt ook het studiegebied voor de m.e.r. De milieueffecten van de inzet van duurzame energie afkomstig van buiten de grenzen van de gemeente Enschede worden niet onderzocht. Binnen de gemeentegrens van de Gemeente Enschede wordt het studiegebied voornamelijk beperkt tot het buitengebied en de bedrijventerreinen van Enschede, het overig bebouwd stedelijk gebied wordt niet beschouwd. Op voorhand wordt namelijk uitgesloten dat daar ruimte zal zijn voor grootschalige energieopwekking zoals grote windturbines of zonneparken. Duurzame energiebronnen die beschouwd worden in dit MER Voor het bepalen van de mogelijkheden om de doelstellingen van de gemeente Enschede te verwezenlijken wordt gekeken naar de energiebronnen die de grootste bijdrage kunnen leveren. Onder meer op basis van de inschatting van de potentie van een veelheid aan energiebronnen door ECN (2015)4 zijn dit: •
Zonne-energie in veldopstellingen (zonneparken5); ‘zon-op-dak’ heeft eveneens een groot potentieel en wordt meegerekend in het doelbereik (maar valt buiten het MER).
•
Windenergie met behulp van grote windturbines;
•
Geothermie; de potentie van deze bron is nog grotendeels onbekend;
•
Biomassa; ook de potentie van deze bron wordt nader in beeld gebracht.
Zon op dak Het benutten van dakoppervlak voor het plaatsen van zonnepanelen is van belang om de doelstellingen te bereiken, het potentieel van zonnepanelen op daken is namelijk groot. De milieueffecten daarvan op de omgeving zijn echter beperkt en worden daarom niet in de m.e.r. onderzocht. Wel is de bijdrage van deze energiebron aan het halen van de duurzame energiedoelen van de gemeente Enschede ingeschat. De benutting van het potentieel van ‘zon op dak’ van 10% in 2030 en 30% in 2050 wordt voor het MER als uitgangspunt genomen. Energiebesparing en energieopslag Ook energiebesparing blijft buiten beschouwing van het onderzoek in het MER. Het is een belangrijk aspect binnen de energietransitie, maar heeft niet direct milieueffecten die in dit MER aan de orde komen. Ook voor energiebesparing doen we een aanname voor de gerealiseerde mate van besparing in 2030 en 2050. Duurzame energiebronnen zoals zonne-energie en windenergie hebben een fluctuerend aanbod, omdat zon en wind niet altijd in dezelfde mate aanwezig zijn. Daarom is de opslag van energie in de toekomst waarschijnlijk een belangrijk onderdeel bij het balanceren van vraag en aanbod en (het bijdragen aan) het oplossen van netwerkproblemen. In het MER wordt niet verder ingegaan op energieopslag, vanwege de verwachting dat het in 2030 nog geen noemenswaardige rol zal spelen in de energie-infrastructuur.
4
Verkenning potentieel hernieuwbare energie Gemeente Enschede, ECN, 2 april 2015 De benamingen zonneparken, zonneweiden, zonnevelden worden door elkaar gebruikt en zijn niet onderscheidend; in alle gevallen worden grondgebonden opstellingen van zonnepanelen bedoeld die over het algemeen niet in bebouwd (stedelijk) gebied gelegen zijn. 5
716134 | Milieueffectrapport Energievisie Gemeente Enschede 28 januari 2021 | Definitief v5.0
Pondera Consult
SAMENVATTING
Overige duurzame productiemethode In het voorgenoemde onderzoeksrapport van ECN (2015) worden kleinschalige, stedelijke windturbines en zonneboilers als duurzame energiebronnen beoordeeld. Gezien de geringe bijdrage van deze energiebronnen worden deze niet verder beschouwd in dit MER.
Huidige duurzame energieproductie Huidige productie duurzame energie binnen gemeente Enschede (exclusief Twence) Op basis van de Klimaatmonitor kunnen meerdere duurzame energiebronnen worden onderscheiden voor de toepassingen elektriciteit, warmte en transport, zie onderstaande tabel. Tabel Productie duurzame energie binnen gemeente Enschede in 2017 Energiebron
Toepassing
Productie in TJ (2017)
Zonne-energie
Elektriciteit
44
Biogas RWZI
Elektriciteit
19
Biogas RWZI
Warmte
32
Biomassa ketels bij bedrijven
Warmte
3
Houtkachels in woningen
Warmte
121
Gebruik van houtskool
Warmte
2
Warme-koude opslag (WKO) utiliteitsbouw
Warmte
1
Biobrandstoffen
Transport
71
Totale duurzame energie
294
Toewijzing van productie duurzame energie van Twence In het geval van Twence wordt de voorgenoemde grondgebied-benadering losgelaten en wordt de energieproductie verdeeld op basis van aandeelhouderschap. De gemeente Enschede bezit 24,17% van de aandelen. Op basis hiervan wordt een gedeelte van de duurzame energieproductie van Twence aan Enschede toegewezen van ongeveer 579 TJ in 2017. Huidig energieverbruik en huidig aandeel duurzame energie De productie van duurzame energie binnen de gemeente Enschede (294 TJ) opgeteld bij de hoeveelheid duurzame energie van Twence (579 TJ), resulteert 873 TJ in totaal in 2017. Volgens de Klimaatmonitor6 is het energieverbruik van de gemeente Enschede in 2017 in totaal 10.116 TJ. Dit betekent dat het aandeel duurzame energie in 2017 in totaal 8,6% was. Tabel Aandeel duurzame energie in de gemeente Enschede in 2017
6
Onderwerp
Hoeveelheid in TJ
Aandeel
Duurzame energie binnen gemeente
294
2,9%
Duurzame energie Twence
579
5,7%
Totaal duurzame energie (2017)
873
8,6%
Totaal energieverbruik gemeente Enschede (2017)
10.116
100%
Rijkswaterstaat, Klimaatmonitor rapportage Energiegebruik, Energiegebruik in Gemeente Enschede.
Milieueffectrapport Energievisie Gemeente Enschede | 716134 28 januari 2021 | Definitief v5.0
Pondera Consult
SAMENVATTING
Zonne-energie Zonneparken voor de productie van duurzame elektriciteit dienen ergens gepositioneerd te worden binnen de gemeente Enschede. De zonneladder van de provincie Overijssel geeft sturing aan de locatie waar zonneparken gerealiseerd mogen worden en onder welke voorwaarden dit is toegestaan. Verder zijn er weinig harde wettelijke bepalingen die de plaatsing van zonneparken beperken (anders dan de voorwaarden die het bestemmingsplan stelt). Tegelijkertijd is het evident dat zonneparken niet overal in onbeperkte mate toegepast kunnen worden, met name omdat zij dan erg overheersend en allesbepalend aanwezig zullen zijn in het landschap. Voor het plaatsen van zonneparken ten behoeve van het onderzoek in het MER, is daarom nagegaan wat de mogelijkheden zijn om vanuit landschappelijk perspectief zonneparken te plaatsen zonder de landschappelijke waarden in onaanvaardbare mate aan te tasten. Op basis van landschappelijke waarden is het ‘maximale laadvermogen’ van het landschap voor zonneparken bepaald. Ten behoeve hiervan zijn de verschillende landschapstypes in de gemeente Enschede door H+N+S Landschapsarchitecten in kaart gebracht en geanalyseerd.
Het landschap rond Enschede wordt door H+N+S onderverdeeld in 1) jonge veldontginningen; 2) oude hoevelandschappen (erven en velden en essen); 3) beken, beekdalen en matenlandschap; 4) bos- en natuurgebieden; 5) landgoederen en buitenplaatsen; 6) hoogveenlandschap; 7) vliegveld; 8) stadsrandzone; 9) infrastructuur; en 10) grote wateren. Elke landschapstype heeft eigen kenmerken en kwaliteiten. Op basis van de studie (zie bijlage 6) wordt geconcludeerd dat meer grootschalige landschappen (zogenaamde jonge veldontginningen) binnen de gemeente zich beter lenen voor een groter aantal zonnevelden en ook op zich grotere zonnevelden, terwijl kleinschalige landschappen (zogenaamde oude hoevelandschappen) beter kleine zonnevelden faciliteren. Dit onderscheid is weergegeven in onderstaande figuur. De linker figuur toont een grootschalig zonnepark die past binnen het rationele landschap van de jonge veldontginningen. Het oude hoevelandschap in de rechter figuur kent een onregelmatige structuur waar grote zonneparken landschappelijk niet passen in de schaal van het landschap. Figuur Zonneparken in jonge veldontginningen (links) en oude hoevelandschappen (rechts) (1)
(1) Bron: H+N+S Landschapsarchitecten (zie bijlage 6a)
Onderstaande tabel geeft per landschapstype weer wat de maximale mogelijkheden voor zonevelden zijn op basis van de landschappelijke kenmerken van landschapstypen en gebieden in Enschede.
716134 | Milieueffectrapport Energievisie Gemeente Enschede 28 januari 2021 | Definitief v5.0
Pondera Consult
SAMENVATTING
Tabel Mogelijkheden voor de inzet van zonnevelden per landschapstype Landschapstype
Maximaal aantal en omvang zonnevelden (1)
Totaal aantal hectare
Grote waterplassen
Opstelling op het water in Rutbekerveld en Vitens waterbekkens
26 hectare
Vliegveld en grote infrastructuur
Circa 10 hectare vliegveld, 30 hectare A35, 8 hectare N18
48 hectare
Jonge veldontginningen
27 velden van 15 hectare
405 hectare
Oude hoevenlandschap
25 velden van 6,5 hectare
162,5 hectare
Bosgebieden
5 velden van 7,5 hectare
37,5 hectare
Landgoederen
4 velden van 7,5 hectare
30 hectare
Stadsrandzone
5 velden van 7 hectare
35 hectare
Essen, heidevelden, beeklopen en hoogveennatuur
Usseler es
10 hectare
Bron H+N+S, 2020, zie bijlage 6 en 7
Het maximum aan zonne-energie met zonnevelden dat gerealiseerd kan worden bedraagt aldus circa 754 hectare met een totale maximale energieopbrengst van circa 1.555 TJ per jaar. Netaansluiting en beschikbare netcapaciteit Naast ruimtelijke beperkingen speelt bij zonneweiden ook de afstand tot een mogelijke aansluiting op het elektriciteitsnet en de beschikbare transportcapaciteit een rol. Als deze afstand te groot is, brengt de netaansluiting dermate hoge kosten met zich mee dat het zonnepark niet realiseerbaar is. Onderstaande kaart geeft de netaansluitingspunten weer met daar omheen een afstandscirkel waarbinnen ingeschat wordt dat zonnevelden nog rendabel gerealiseerd kunnen worden. Figuur Aansluitmogelijkheden elektriciteitsnetwerk en afstandscontouren voor zonnevelden
Milieueffectrapport Energievisie Gemeente Enschede | 716134 28 januari 2021 | Definitief v5.0
Pondera Consult
SAMENVATTING
Grote zonnevelden dienen op zwaardere stations aangesloten te worden waarvan er minder in de gemeente zijn gelegen. Overigens betekent het kunnen aansluiten van een park nog niet dat er ook transportcapaciteit beschikbaar is. Enexis geeft aan dat er op dit moment (momentopname april 2019) op de hoogspanning-/ middenspanningstations (HS/MS-stations) nog 158 MVA beschikbaar is in Enschede (ongeveer vergelijkbaar met circa 158 MW aan duurzame energie).
Windenergie Afmetingen van windturbines en energieopbrengst Uitgangspunt voor de verkenning van de mogelijkheden voor windenergie in de gemeente Enschede vormen windturbines die volgens de huidige stand der techniek een grote hoeveelheid energie uit de beschikbare wind op een locatie halen. Dit betekent toepassen van turbines met een grote rotor en een hoge tiphoogte. Naar huidige maatstaven betreft dit een turbine met een tiphoogte van 200 tot 250 meter en een rotordiameter van 120 tot 160 meter. In gebieden met minder hoge windsnelheden zoals in de gemeente Enschede wordt daarbij een relatief kleine generator toegepast van circa 4 MW. Dit resulteert in optimale kosten per kWh zodat ook relatief per euro SDE+ subsidie veel energie wordt opgewekt. Aangezien er in de gemeente enige gebieden zijn met hoogtebeperkingen in verband met luchthaven Twente, wordt uitgegaan van een range aan turbineafmetingen van (circa) 190 tot 230 meter tiphoogte. De gemiddelde energieproductie die daaraan verbonden is wordt gesteld op circa 46 TJ per turbine per jaar. Windturbines met een lagere tiphoogte worden in dit MER niet beschouwd omdat deze niet rendabel te exploiteren zijn of naar verhouding een dermate geringe energieopbrengst hebben dat zij geen wezenlijke bijdrage aan het bereiken van de doelstelling van de gemeente leveren.
Verkenning plaatsingsmogelijkheden Windturbines kunnen niet overal geplaatst worden. Rekening moet worden gehouden met (fysieke) belemmeringen zoals woningen en wegen en voorwaarden die voortkomen uit natuur, landschap en wet- en regelgeving. Denk daarbij aan normen voor geluid, slagschaduw en veiligheid (wegen en ondergrondse buisleidingen). Ook geldt een minimaal aan te houden onderlinge afstand tussen windturbines. Indien met deze uitgangspunten een scan wordt gemaakt van de mogelijkheden binnen de gemeente Enschede, dan komen de gebieden naar voren die in onderstaande kaart zijn weergegeven. Twee gebieden zijn nader beschouwd omdat dit voorkeursgebieden van de gemeente Enschede zijn, namelijk de locaties Grolsch en Havengebied (Binnenhaven). Ook in die twee gebieden is eventueel een turbine mogelijk, al zijn er in die gebieden wel specifieke aandachtspunten ten aanzien van nabijgelegen bedrijven, bedrijfswoningen en buisleidingen.
716134 | Milieueffectrapport Energievisie Gemeente Enschede 28 januari 2021 | Definitief v5.0
Pondera Consult
SAMENVATTING
Figuur Theoretisch mogelijke locaties (in groen) voor windturbines (190 – 230 meter tiphoogte)
Maximale opbrengst windenergie in 2030 Voor het berekenen van de mogelijke energieopbrengst is voor de locaties nagegaan hoeveel turbines er eventueel mogelijk zouden bij een minimale tussenafstand van circa 4 maal de rotordiameter. Tabel Theoretisch mogelijk aantal turbines per gebied o.b.v. scan harde belemmeringen Nr. van gebied op kaart
Gebied / locatie
Mogelijk aantal turbines (190-230 m tiphoogte)
1
Binnenhaven
1
2
Windmolenweg
2
3
Grolsch
1
5
Nieuwe en oude N18
2
4
Usseleres
1
6
Rutbeek
4
7
Eschmarke
5
8
Glanerbrug zuid
1
Totaal
17
Op basis van de bovenstaande gegevens kunnen er maximaal 17 grote windturbines geplaats worden. Per windturbine kan er naar verwachting gemiddeld 46 TJ aan duurzame energie per jaar worden geproduceerd, met in totaal een maximale opbrengst van ongeveer 782 TJ in 2030.
Geothermie Geothermie is een techniek waarmee energie uit de (diepe) ondergrond wordt gewonnen in de vorm van warmte. Om deze energie te kunnen winnen dient men putten te boren om een
Milieueffectrapport Energievisie Gemeente Enschede | 716134 28 januari 2021 | Definitief v5.0
Pondera Consult
SAMENVATTING
uitwisseling van warmte tussen de diepe aardlaag en het oppervlakte tot stand te brengen. De mogelijkheid om aardwarmte te kunnen winnen is afhankelijk van de geschiktheid van de gesteenten in de onderliggende aardlagen. Voor het bepalen van de geschiktheid van de ondergrond dienen deze aardlagen in kaart te worden gebracht met kostbaar seismisch onderzoek. Van essentieel belang is dat de ondergrond in de nabijheid van een warmtenet voldoende geschikt is voor de productie van warmte door middel van geothermie; dit is in Enschede nog onzeker. Voor dit MER wordt daarom aangenomen dat geothermie in 2030 nog geen bijdrage zal leveren aan het aandeel duurzame energie in de gemeente Enschede.
Biomassa Potentieel biomassa 2030 In dit MER wordt het uitgangspunt gehanteerd dat er een uitbreiding van de inzet van duurzame warmte zal plaatsvinden door middel van de inzet van biomassa. Dit kan op twee manieren gerealiseerd worden. Allereerst door het realiseren van een biomassacentrale nabij het warmtenet, die gevoed wordt met deze biomassa uit de gemeente en/of regio. Ten tweede kan deze biomassa gebruikt worden voor aanvullende warmteproductie vanuit Twence. Verwacht wordt dat de warmteproductie van Twence met ongeveer 770 TJ toeneemt. Gezien de methode van toerekening van duurzame energie naar rato van aandeelhouderschap, betekent dit dat hiervan dan 186 TJ toe te schrijven is aan de gemeente Enschede.
Ambitieniveaus voor 2030 Toekomstig energieverbruik in 2030 Volgens de studie van ECN7 wordt in 2030 een totaal jaarlijks energieverbruik verwacht van 10,2 PJ (=10.200 TJ); binnen dit scenario wordt al uitgegaan van jaarlijkse energiebesparingen. Dit energieverbruik wordt in dit MER als uitgangspunt gehanteerd. Ambitieniveau ‘Basis’ In het basis ambitieniveau wordt uitgegaan van de doelstelling van het huidige coalitieakkoord van 8% groei van de productie van duurzame energie in 2030. In de onderstaande tabellen is de opgave in 2030 voor dit ambitieniveau inzichtelijk gemaakt. Tabel Benodigde duurzame energie voor ambitieniveau Basis in 2030
7
Benodigde duurzame energie voor ambitieniveau Basis
Hoeveelheid in TJ
Aandeel
Prognose energieverbruik 2030
10.200
100%
Benodigde productie duurzame energie 2030
1.693
16,6%
Huidige productie duurzame energie
873
8,6%
Benodigde toename duurzame energie
820
8,0%
ECN, 2015. Verkenning potentieel hernieuwbare energie Gemeente Enschede
716134 | Milieueffectrapport Energievisie Gemeente Enschede 28 januari 2021 | Definitief v5.0
Pondera Consult
SAMENVATTING
Tabel In te zetten duurzame energiebronnen om ambitieniveau Basis te bereiken in 2030 Inzet van Energiebronnen 2030 op ambitieniveau Basis
Hoeveelheid in TJ
Benodigde toename duurzame energie
820
Toename Zon op dak
8
127
Energieproductie uit geothermie
0
Inzet biomassa (levering aan warmtenet)
186
Resterende opgave voor windturbines en zonnevelden in 2030
507
Om het basisniveau te bereiken dient aldus 507 TJ per jaar aan wind- en/of zonne-energie gerealiseerd te worden. Ambitieniveau ‘Maximale opbrengst’ De maximale inzet van zonne-energie in veldopstellingen leidt tot een maximale opbrengst van 1.555 TJ (zie ook paragraaf 4.3). Voor windenergie zijn er maximaal circa 17 turbines mogelijk (zie ook paragraaf 4.4) die een maximale bijdrage kunnen leveren van 782 TJ aan duurzame energie. Voor biomassa wordt evenals bij het basisniveau uitgegaan van een toename van 186 TJ. Dit geeft een aandeel duurzame energie van maximaal 3.523 TJ en daarmee 34,5% van het energieverbruik in 2030 voor het ambitieniveau ‘maximale opbrengst’ (zie onderstaande tabel). Tabel Maximale opbrengst duurzame energiebronnen in 2030 Bijdrage energiebronnen 2030 o.b.v. Maximale opbrengst
Hoeveelheid in TJ
Aandeel
Prognose energieverbruik 2030
10.200
100,0%
Huidige productie duurzame energie
873
8,6%
Toename zon op dak
127
1,2%
Uitbreiding warmtenet o.b.v. biomassa
186
1,8%
Energieproductie uit geothermie
0
0,0%
Maximale bijdrage zonne-energie
1.555
15,2%
Maximale bijdrage windenergie
782
7,7%
Totale bijdrage duurzame energie
3.523
34,5%
ALTERNATIEVEN Alternatieven op basis van verschillende thema’s Aan de hand van een aantal thema’s zijn vijf alternatieven samengesteld. Deze thema’s komen voort uit discussies die lopen binnen de gemeente Enschede en daarbuiten ten aanzien van de inzet van duurzame energiebronnen, en zijn in overleg met de gemeente gekozen. Het gaat om de volgende alternatieven: 1. Landschap en natuur centraal 2. Netaansluiting centraal In dit MER wordt het uitgangspunt gehanteerd dat in 2030 10% van de potentie van ‘zon op dak’ is benut. Dit staat volgens het rapport van ECN gelijk aan 171 TJ. Echter, in 2017 werd er reeds 44 TJ door zonneenergie in de gemeente Enschede opgewekt. Dit betekent dat er een toename benodigd is van 127 TJ in de periode tot 2030 om te voldoen aan 10% benutting van het potentieel in 2030. 8
Milieueffectrapport Energievisie Gemeente Enschede | 716134 28 januari 2021 | Definitief v5.0
Pondera Consult
SAMENVATTING
3. 4. 5.
Leefomgeving centraal Landbouw centraal Evenredige bijdrage.
Ambitieniveaus per alternatief: ‘Basis’ en ‘Maximale opbrengst’ Uitgangspunt is dat elk alternatief in ieder geval het ambitieniveau ‘basis’ moet realiseren dat neerkomt op 16,6% duurzame energie in 2030 door de inzet van de duurzame energiebronnen zon, wind, geothermie en biomassa. Dit komt overeen met de ambitie uit het coalitie-akkoord van minimaal 8% extra duurzame energieopwekking. Vervolgens wordt per alternatief nagegaan hoeveel energie maximaal geleverd kan worden vanuit de hiervoor genoemde bronnen aan het ambitieniveau ‘Maximale opbrengst’. Aangezien de bijdrage van biomassa op een vooraf bepaald niveau is gesteld en een bijdrage vanuit geothermie in 2030 verondersteld wordt (nog) niet te zijn gerealiseerd, gaat het er bij de alternatieven om de bijdrage vanuit zonne- en windenergie vast te stellen.
Alternatief 1. Landschap en natuur centraal Bij de plaatsing van zonnevelden en windturbines wordt in dit alternatief zo veel mogelijk rekening gehouden met landschap en natuur. Uitgangspunt voor de plaatsing van zonnevelden is dat de meer kwetsbare landschapstypen zoveel mogelijk ontzien worden en vooral wordt ingezet op zonnevelden in de jonge veldontginningen, grote waterplassen en vliegveld en grote infrastructuur. Bij de opstelling van windturbines wordt gepoogd een heldere structuur te creëren door de turbines in een lijnopstelling of een duidelijk afgebakend cluster te plaatsen. De energiebronnen produceren gezamenlijk een bepaalde hoeveelheid duurzame energie. Onderstaande tabel vat dit samen en geeft tevens aan in welke mate de bronnen bijdragen aan het bereiken van de doelstelling op basisniveau en in hoeverre het maximaal mogelijke niveau wordt gehaald. Tabel Energieproductie en doelbereiking in 2030 met alternatief 1 Landschap en natuur centraal Energiebron
Basisniveau
Maximale bijdrage
Veldopstellingen Zon
401
669
Windenergie
138
276
Geothermie
0
0
Biomassa
186
186
Totaal
725
1131
Benodigd voor basisniveau resp. mogelijk op maximaal niveau (TJ)
693
2523
Percentage doelbereiking duurzame energie op basisniveau resp. maximaal niveau (%)
16,9%
20,9%
716134 | Milieueffectrapport Energievisie Gemeente Enschede 28 januari 2021 | Definitief v5.0
Pondera Consult
SAMENVATTING
Alternatief 2. Netaansluiting centraal Binnen dit alternatief houden we bij de aanwijzing van locaties voor het opwekken van duurzame energie optimaal rekening met de ligging van het elektriciteitsnetwerk en de (maatschappelijke) kosten en mogelijkheden om dit netwerk uit te breiden en te verzwaren. Bij de plaatsing van zonnevelden wordt in dit alternatief zo goed mogelijk rekening gehouden met de bestaande energie-infrastructuur. Windturbines kunnen aangesloten worden met uitzondering van de turbines die ver verwijderd liggen van een netaansluiting. Voor het ambitieniveau Maximale opbrengst wordt ervanuit gegaan dat één nieuw netaansluitingsstation wordt gerealiseerd. De energiebronnen produceren gezamenlijk een bepaalde hoeveelheid duurzame energie. Onderstaande tabel vat dit samen en geeft tevens aan in welke mate de bronnen bijdragen aan het bereiken van de doelstelling op basisniveau en in hoeverre het maximaal mogelijke niveau wordt gehaald. Tabel Energieproductie en doelbereiking in 2030 met alternatief 2 Netaansluiting centraal Energiebron
Basisniveau (TJ)
Maximale opbrengst (TJ)
Veldopstellingen Zon
193
438
Windenergie
368
506
Geothermie
0
0
Biomassa
186
186
Totaal
747
1130
Benodigd voor basisniveau resp. mogelijk op maximaal niveau (TJ)
693
2523
Percentage doelbereiking duurzame energie op basisniveau resp. maximaal niveau (%)
17,1%
20,9%
Alternatief 3. Leefomgeving centraal In dit alternatief worden de hinderaspecten voor bewoners in het buitengebied, in de dorpskernen en aan de stadsrand zoveel mogelijk beperkt. Bij zonnevelden speelt ten aanzien van hinder vooral zicht op de zonnevelden, insluiting van woningen in het buitengebied door zonnevelden en het ontnemen van recreatiemogelijkheden doordat bijvoorbeeld uitloopgebieden vanuit de stadsrand door zonnevelden minder aantrekkelijk of toegankelijk worden. Voor windenergie is het optreden van mogelijke hinder (geluidsbelasting en slagschaduw) met name gerelateerd aan de afstand tot de turbines. Daarom worden alleen die windturbines geplaatst die relatief weinig woningen in de nabijheid hebben. De energiebronnen produceren gezamenlijk een bepaalde hoeveelheid duurzame energie. Onderstaande tabel vat dit samen en geeft tevens aan in welke mate de bronnen bijdragen aan het bereiken van de doelstelling op basisniveau en in hoeverre het maximaal mogelijke niveau wordt gehaald.
Milieueffectrapport Energievisie Gemeente Enschede | 716134 28 januari 2021 | Definitief v5.0
Pondera Consult
SAMENVATTING
Tabel Energieproductie en doelbereiking in 2030 met alternatief 3 Leefomgeving centraal Energiebron
Basisniveau (TJ)
Maximale bijdrage (TJ)
Veldopstellingen zonne-energie
287
591
Windenergie
230
276
Geothermie
0
0
Biomassa
186
186
Totaal
703
1053
Benodigd voor basisniveau resp. mogelijk op maximaal niveau (TJ)
693
2523
Percentage doelbereiking duurzame energie op basisniveau resp. maximaal niveau (%)
16,7%
20,1%
Alternatief 4. Landbouw centraal In dit alternatief wordt het behoud van het areaal aan landbouwgronden binnen de gemeente Enschede vooropgesteld. Bij de plaatsing van zonnevelden gaat dit alternatief ervanuit dat zonnevelden conflicteren met het gebruik van de gronden voor landbouw. Bij windenergie wordt de huidige agrarische functie vrijwel volledig te behouden. Slechts de grond die benodigd is voor de fundering van de windturbine, de toegangsweg en de kraanopstelplaats wordt onttrokken aan het landbouwareaal, waarbij de toegangsweg vaak de functie van landbouwweg kan krijgen. De energiebronnen produceren gezamenlijk een bepaalde hoeveelheid duurzame energie. Onderstaande tabel vat dit samen en geeft tevens aan in welke mate de bronnen bijdragen aan het bereiken van de doelstelling op basisniveau en in hoeverre het maximaal mogelijke niveau wordt gehaald. Tabel Energieproductie en doelbereiking in 2030 met alternatief 3 Leefomgeving centraal Energiebron
Basisniveau (TJ)
Maximale bijdrage (TJ)
Veldopstellingen zonne-energie
239
282
Windenergie
276
782
Geothermie
0
0
Biomassa
186
186
Totaal
701
1250
Benodigd voor basisniveau resp. mogelijk op maximaal niveau (TJ)
693
2523
Percentage doelbereiking duurzame energie op basisniveau resp. maximaal niveau (%)
16,7%
22,1%
716134 | Milieueffectrapport Energievisie Gemeente Enschede 28 januari 2021 | Definitief v5.0
Pondera Consult
SAMENVATTING
Alternatief 5. Evenredige bijdrage Het evenredig bijdragen aan de productie van duurzame energie per buurtkring gaat uit van het principe dat iedere buurtkring ten opzichte van elkaar relatief (naar rato van het oppervlak van de buurtkring) evenveel zou moeten bijdragen aan het bereiken van de duurzame energiedoelstellingen. Het stedelijk gebied wordt als één buurtkring gerekend en hiervoor wordt aangenomen dat hier geen ruimte is voor zonnevelden. Wel is er (mogelijk) ruimte voor een windturbine op bedrijventerrein Havengebied (Binnenhaven). Het buitengebied van de gemeente Enschede is opgedeeld in 7 buurtkringen, te weten: Boekelo-Rutbeek, Broekheurne, Driene, Esmarke, Lonneker, Twekkelo en Usselo. Het oppervlak van de buurtkringen is berekend zonder de oppervlakte van stedelijk gebied en/of dorpskernen. De oppervlaktes van de buurtkringen zijn verschillend. Om de duurzame energieinstallaties evenredig te verdelen over de buurtkringen wordt gecorrigeerd voor de oppervlakte van de buurtkringen. Een buurtkring met een grotere oppervlakte zal daardoor in absolute zin meer installaties moeten plaatsen in vergelijking met een buurtkring met een kleinere oppervlakte.
Basisniveau en maximale opbrengst Het model achter dit alternatief van de evenredige bijdrage naar rato van het oppervlak van een buurtkring aan het behalen van de energiedoelstellingen, leidt er toe dat sommige buurtkringen (met name Driene) alle mogelijkheden zullen moeten benutten om naar evenredigheid bij te dragen aan de basisdoelstelling van 16,6% duurzame energie in 2030. Andere buurtkringen hebben juist veel mogelijkheden die onbenut blijven. De bijdrage aan het ambitieniveau Maximale opbrengst blijft ook steken op het basisniveau van circa 17% omdat daarmee al de volledige mogelijkheden van één van de buurtkringen bereikt zijn.
BEOORDELINGSKADER Referentiesituatie: huidige situatie en autonome ontwikkeling De effectbeoordeling van de milieueffecten van de alternatieven vindt plaats ten opzichte van de referentiesituatie. Dat is de situatie die in de toekomst ontstaat als het voornemen (in dit geval de opwekking van duurzame energie) niet doorgaat. De referentiesituatie bestaat uit de huidige situatie (bestaande toestand van het milieu) en autonome ontwikkelingen. Autonome ontwikkelingen zijn ontwikkelingen die met behoorlijke zekerheid plaatsvinden zonder dat het voornemen doorgaat. De verschillende relevante ruimtelijke ontwikkelingen binnen de gemeente Enschede zijn op een rij gezet. Vervolgens is nagegaan of er in cumulatie met de duurzame energieontwikkelingen uit de vijf alternatieven, relevante milieueffecten optreden. Dit is in een aantal gevallen aan de orde en meegenomen bij de effectbeoordelingen.
Milieuaspecten en beoordelingscriteria Voor de milieubeoordeling van de zonnevelden en windparken in de alternatieven zijn milieuaspecten en beoordelingscriteria vastgesteld. Onderstaande tabel geeft hiervan een overzicht. De inzet van biomassa die in elk alternatief gelijk is, is eveneens beoordeeld aan de hand van een vergelijkbaar beoordelingskader dat op sommige punten aangepast is aan de te verwachten effecten van het gebruik van biomassa.
Milieueffectrapport Energievisie Gemeente Enschede | 716134 28 januari 2021 | Definitief v5.0
Pondera Consult
SAMENVATTING
Tabel Overzicht beoordelingscriteria zonnevelden en windparken Aspecten
Beoordelingscriteria •
Aansluiting op landschappelijke structuur
•
Kwaliteit van de opstelling
•
Zichtbaarheid over grotere afstanden
•
Interferentie tussen opstellingen
•
Invloed op landschappelijke kwaliteit
•
Aantasting cultuurhistorische waarden
•
Aantasting archeologische waarden
•
Effect op huidige functies
•
Mogelijkheid meervoudig ruimtegebruik
•
Effect op beschermde gebieden (risico op barrièrewerking, ruimtebeslag, verstoring en aanvaringsslachtoffers)
•
Effect op beschermde soorten (risico op barrièrewerking, ruimtebeslag, verstoring en aanvaringsslachtoffers)
•
Geluid van transformatorstation (zon: o.b.v. afstanden tot woonbebouwing van minimaal 30 meter)
•
Aantal potentieel gehinderden o.b.v. aantal en ligging woningen binnen twee afstanden
•
Cumulatie van geluid (kans en mate van optreden)
Slagschaduw (alleen bij windenergie)
•
Aantal en ligging woningen / gevoelige objecten
Water en bodem
•
Effect op water en bodem (kwaliteit/kwantiteit)
•
Effecten op kwetsbare objecten en industrie, infrastructuur, dijklichamen en waterkeringen
•
Straalpaden, vliegverkeer en radar
•
Mogelijke effecten op de gezondheid
Landschap
Cultuurhistorie en archeologie
Ruimtegebruik
Natuur
Geluid
Veiligheid
Gezondheid
•
Verwachte elektriciteitsopbrengst
Energieproductie en vermeden emissies
•
Vermeden uitstoot aan broeikasgassen en andere schadelijke emissies t.o.v. zelfde energieopbrengst bij toepassing van nietduurzame energiebronnen
Netaansluiting
•
Afstand tot netaansluiting
•
Mate van bijdrage aan bereiken van resp. basisniveau en maximale niveau
Bijdrage aan doel- bereiking
Uitgangspunt is dat geothermie (nog) niet wordt toegepast in 2030, de inzet daarvan is daarom ook niet beoordeeld.
Scoren van milieueffecten Om alternatieven met elkaar te kunnen vergelijken, worden effecten op basis van een + / schaal beoordeeld ten opzichte van de referentiesituatie. Hiervoor wordt de beoordelingsschaal gebruikt, zoals weergegeven in onderstaande tabel.
716134 | Milieueffectrapport Energievisie Gemeente Enschede 28 januari 2021 | Definitief v5.0
Pondera Consult
SAMENVATTING
Tabel Beoordelingsschaal Score
Oordeel ten opzicht van de referentiesituatie
+++
Zeer sterk positief
Het voornemen leidt tot een zeer sterke positieve verandering
++
Sterk positief
Het voornemen leidt tot een sterke positieve verandering
+
Licht positief
Het voornemen leidt tot een positieve verandering
0
Neutraal
Het voornemen onderscheidt zich niet van de referentiesituatie
-
Licht negatief
Het voornemen leidt tot een negatieve verandering
--
Sterk negatief
Het voornemen leidt tot een sterk negatieve verandering
---
Zeer sterk negatief
Het voornemen leidt tot een zeer sterk negatieve verandering
Wat betreft de effecten op ecologie (natuur) wordt een inschatting gemaakt van de kans op het optreden van meer of minder grote effecten.
EFFECTBEOORDELING Effectbeoordeling biomassa (alle alternatieven) Extra biomassa-inzet in de periode tot 2030 komt vooral voort uit de bedrijfsvoering van Twence. Daarnaast is rekening gehouden in de effectbeoordeling onderstaand dat er aanvullend een extra (kleine) biomassacentrale in Enschede kan komen. Uitgangspunt voor deze installatie is dat deze geplaatst wordt op een bedrijventerrein in redelijke nabijheid van een woonwijk, in verband met efficiëntie van warmtetransport en -verliezen. Tabel Beoordeling effecten inzet biomassa in 2030 (voor alle alternatieven gelijk) Aspecten
Score effecten biomassa
Beoordelingscriteria •
Aansluiting bij de schaal en structuur van het landschap
•
Herkenbaarheid en kwaliteit van de ingreep
•
Invloed op landschappelijke kwaliteiten
•
Aantasting cultuurhistorische waarden
•
Aantasting archeologische waarden
•
Effect op huidige functies
•
Mogelijkheid meervoudig ruimtegebruik
•
Effect beschermde gebieden
•
Effect beschermde soorten
•
Emissies naar de lucht (installaties en transportbewegingen)
•
Geur
•
Geluid van installaties
•
Transportbewegingen (bijvoorbeeld aanvoer biomassa)
Externe veiligheid
•
Effecten op (beperkt) kwetsbare objecten
Water en bodem
•
Effect op water en bodem (kwaliteit/kwantiteit)
Gezondheid
•
Effecten op de gezondheid
Netaansluiting
•
Afstand tot netaansluiting elektriciteitsnetwerk (indien relevant)
Landschap
Cultuurhistorie en archeologie Ruimtegebruik
Natuur Luchtkwaliteit en geurhinder Geluid
0
-
+
0
-
0
0 n.v.t.
Milieueffectrapport Energievisie Gemeente Enschede | 716134 28 januari 2021 | Definitief v5.0
Pondera Consult
SAMENVATTING
Score effecten biomassa
Aspecten
Beoordelingscriteria
Vermeden emissies
•
Vermeden uitstoot aan broeikasgassen en andere schadelijke emissies t.o.v. zelfde energieopbrengst bij toepassing van nietduurzame energiebronnen
•
Mate van bijdrage aan bereiken van resp. basisniveau en maximale niveau
Bijdrage aan doelbereiking
+
++/+
Uit de beoordeling volgt dat de inzet van biomassa kan leiden tot licht negatieve effecten en licht tot sterk positieve effecten (bijdrage aan basisdoelstelling). Mitigatie (verzachten of teniet doen) van de negatieve effecten kan plaatsvinden door voorafgaand archeologisch onderzoek of beter nog, het indien mogelijk kiezen van een locatie of leidingtracé waar geen effecten optreden. Emissies naar lucht kunnen met (extra) filters verder beperkt worden. Ook kunnen technische maatregelen ingezet worden om geluidshinder te verkleinen.
Beoordeling milieueffecten van de alternatieven Samenvatting van de beoordeling van de alternatieven Onderstaand is een samenvatting gegeven van de beoordeling op de verschillende thema’s voor ambitieniveaus Basis en Maximale opbrengst van de vijf alternatieven. Het zijn de cumulatieve effecten van zonne- en windenergie per alternatief samen. Om overzicht te behouden zijn de milieuaspecten gebundeld naar een thema (respectievelijk leefomgeving, natuur, landschap, ruimtegebruik, energieproductie, netaansluiting). (In bijlage 5 zijn de details van de beoordelingen op alle criteria binnen de thema’s terug te vinden alsmede een toelichting op de totstandkoming van de scores.) Tabel Samenvatting beoordeling per thema van de alternatieven 1 tot en met 5 op Basisniveau Alternatief 1 Natuur en landschap centraal
Alternatief 2 Netaansluiting centraal
Alternatief 3 Leefomgeving centraal
Alternatief 4 Landbouw centraal
Alternatief 5 Evenredige verdeling
Leefomgeving
-
--
0
-
0
Natuur
0
-
-
-
-
Landschap
-
---
---
---
--
Ruimtegebruik
-
-
-
0
-
Energieproductie
+
+
+
+
+
Netaansluiting
+
+++
0
0
--
Aspect
716134 | Milieueffectrapport Energievisie Gemeente Enschede 28 januari 2021 | Definitief v5.0
Pondera Consult
SAMENVATTING
Tabel Samenvatting beoordeling alternatieven 1 tot en met 5 op ambitieniveau Maximale opbrengst
Aspect
Alternatief 1 Natuur en landschap centraal
Alternatief 2 Netaansluiting centraal
Alternatief 3 Leefomgeving centraal
Alternatief 4 Landbouw centraal
Alternatief 5 Evenredige verdeling
-
--
-
--
-
Leefomgeving Natuur
-
-
-
-
-
Landschap
--
---
---
---
--
Ruimtegebruik
-
-
-
-
-
Energieproductie
++
++
++
++
+
Netaansluiting
--
+++
--
-
--
Bevindingen Uit de beoordeling van de effecten valt af te leiden dat elk alternatief negatieve effecten kent en positieve in de vorm van het bijdragen aan het bereiken van de doelstellingen (energieproductie). Alleen alternatief Netaansluiting centraal kent geen aandacht- of knelpunten ten aanzien van de netaansluiting van de energiebronnen. Op basisniveau springt alternatief 1 Natuur en landschap centraal er enigszins uit met relatief wat minder negatieve effecten. Hoewel hier direct bij gezegd moet worden dat er wel licht negatief ten aanzien van leefomgeving wordt gescoord, en dat dat bijvoorbeeld bij alternatief 3 (Leefomgeving centraal) en 5 (Evenredige verdeling) niet het geval is. Het komt er dus ook op aan welk aspect belangrijker gevonden wordt uiteindelijk, bijvoorbeeld leefomgeving of natuur of landschap. Dat is een afweging die het MER niet kan maken. Op ambitieniveau Maximale opbrengst zijn de effecten over het algemeen groter door de grotere inzet van zon en wind. Mitigerende maatregelen Mitigerende maatregelen zijn maatregelen die eventueel getroffen kunnen worden om effecten die optreden tet verzachten of teniet te doen. Windturbines •
Geluid windturbines: terugregelen van de windturbine (minder hard laten draaien, tot eventueel op bepaalde momenten geheel stilzetten), vooral ’s nachts, zodat minder geluid geproduceerd wordt, leidt tot minder hinder voor de omgeving; de energieopbrengst neemt dan eveneens af.
•
Slagschaduw windturbines: stilzetten van de turbine(s) op het moment dat de schaduw valt op een daarvoor gevoelig object reduceert de hinder tot nul; de energieopbrengst neemt dan eveneens af.
•
Veiligheid: naast het eventueel schuiven van de turbine binnen de locatie naar de minst risicovolle plek, is eventueel stilzetten in bepaalde omstandigheden (ijsafzetting op bladen, aanwezigheid van heel veel personen op bepaalde momenten) een middel om het risico te reduceren.
•
Natuur: aanvaringsslachtoffers van vleermuizen kunnen voor een groot deel (ordegrootte 80%) gereduceerd worden door turbines in de nazomer stil te zetten op avonden met
Milieueffectrapport Energievisie Gemeente Enschede | 716134 28 januari 2021 | Definitief v5.0
Pondera Consult
SAMENVATTING
weinig wind en geen neerslag. Dit is een maatregel die zodanig veel wordt toegepast dat er bij de bovenstaande beoordelingen al vanuit is gegaan dat deze wordt toegepast. •
Landschap: wijze van plaatsen behoort bij de invulling van het thema van het alternatief; geen mitigatie mogelijk.
•
Netaansluiting: realisatie van nieuwe netaansluitingen behoort wellicht tot de mogelijkheden.
Zonnevelden •
Natuur: effecten op de natuur kunnen verzacht worden of de biodiversiteit kan zelfs verbeterd worden door maatregelen zoals: ruime afstanden tussen de panelen aan te houden, in te zaaien met wilde bloemenmengsels, afrastering aan de onderzijde open te houden voor kleinere dieren, zorgen voor een natuurlijke inpassing, niet sterk laten begrazen etc.
•
Landschap: door zorgvuldig landschappelijk inpassen van een zonneveld zijn landschappelijke effecten te verzachten. Mogelijk zijn ook landschapselementen te herstellen of versterken.
•
Netaansluiting: realisatie van nieuwe netaansluitingen behoort wellicht tot de mogelijkheden.
In de alternatieven zijn steeds thema’s centraal gesteld. Dat betekent dat mitigerende maatregelen vaak, of al deel uitmaken van een alternatief (bijvoorbeeld bij alternatief 1 Natuur en landschap centraal wordt er bij zonneparken al uitgegaan van een zorgvuldige inpassing en veel aandacht voor natuur), of niet zomaar toegepast kunnen worden zonder afbreuk te doen aan het thema van het betreffende alternatief.
BEVINDINGEN UIT DE MILIEUBEOORDELING VAN DE ALTERNATIEVEN Na de analyse van de beschikbare duurzame energiebronnen en de opzet en milieubeoordeling van de alternatieven is het mogelijk om uit de bevindingen enkele conclusies te trekken. Deze zijn onderstaand weergegeven. 6.
Inzetbare energiebronnen voor 2030: zon, wind, biomassa. Voor het bereiken van de doelstellingen voor 2030 voor het opwekken van duurzame energie in de gemeente Enschede zijn drie bronnen in beeld die een aanmerkelijke bijdrage kunnen leveren, dat zijn zonne-energie (zon-PV op daken en zonnevelden), windenergie door middel van grote windturbines en biomassa, vooral door inzet van de capaciteit van Twence.
7.
Ambitie voor 2030: minimaal 16,6% en maximaal 35% duurzame energie; uit de verschillende alternatieven volgt dat alle alternatieven het ambitieniveau Basis kunnen bereiken maar dat circa 20 tot 22% een reëel maximum lijkt te zijn als rekening wordt gehouden met de verschillende thema’s die aan alternatieven ten grondslag liggen. Hierbij kan opgemerkt worden dat de ambitie om in 2050 uiteindelijk op 100% energieneutraal uit te komen met de inzet van zonnevelden en windturbines niet haalbaar is.
716134 | Milieueffectrapport Energievisie Gemeente Enschede 28 januari 2021 | Definitief v5.0
Pondera Consult
SAMENVATTING
8.
Locatiekeuze zonneparken wordt sterk bepaald door nadruk op landschap, landbouw, leefomgeving of netaansluiting. De keuze van locaties voor het realiseren van zonnevelden wordt sterk bepaald door het uitgangspunt dat wordt gehanteerd, nadruk op landschap, landbouw, leefomgeving of netaansluiting. Dit maakt duidelijk dat hierin keuzes gemaakt moeten worden, voor de gemeente Enschede in zijn geheel of per gebied.
9.
Zonneparken kunnen meer of minder worden gespreid, of juist geclusterd in transformatiegebieden. Veel alternatieven gaan uit van het spreiden van de inzet van zonnevelden over verschillende landschapstypen. Bij het realiseren van een nieuw netaansluitingspunt door Enexis voor zonne-en windenergie in het buitengebied, ligt het voor de hand om aldaar zonnevelden te clusteren. Dat betekent dat op die locatie de productie van duurzame energie (zonnevelden en mogelijk ook windturbines) heel nadrukkelijk aanwezig is waardoor het landschap lokaal getransformeerd wordt tot een energielandschap.
10. In Enschede zijn grote (190 tot 230 meter tiphoogte) windturbines het meest geschikt om substantieel bij te dragen aan het bereiken van de energiedoelstellingen van de gemeente. Tegen (heel) kleine turbines (bijvoorbeeld 20 tot 30 meter tiphoogte) bestaan weinig bezwaren omdat zij ook weinig milieueffecten geven, maar de doelstellingen komen er niet mee dichterbij. De categorie turbines die er tussen in ligt (bijvoorbeeld 100 tot 150 meter tiphoogte) hebben het bezwaar dat zij wel forse effecten (zicht en geluid) op de omgeving hebben maar relatief weinig energie opwekken en financieel niet goed haalbaar zijn. Deze categorie ligt daardoor minder voor de hand om als gemeente te faciliteren. 11. Voor de locatiekeuze van grote windturbines zijn wettelijke beperkingen, veel meer dan bij zonnevelden, bepalend voor de ruimte die er eventueel wel en niet is voor een turbine. Daarnaast wordt het benutten van locaties bepaald door allerlei meer ‘zachte’ beperkingen en overwegingen, zoals landschappelijke effecten, nabijheid van woongebieden etc. 12. Windturbines op een aantal bedrijventerreinen (Boeldershoek, Grolsch, Havengebied, Marssteden) zijn niet of met veel moeite wellicht inpasbaar. Dit komt vooral door de afstandseisen die gekoppeld zijn aan de aanwezige bedrijven en bebouwing. 13.
Keuze voor nadruk op landschap, leefomgeving of landbouw resulteert in een andere inzet van energiebronnen, maar niet noodzakelijkerwijs tot meer of minder bereiken van de doelstellingen. Alle alternatieven behalen het ambitie niveau Basis en hebben vergelijkbare bijdragen aan het bereiken van de Maximale opbrengst.
VOORKEURSALTERNATIEF Totstandkoming van het voorkeursalternatief In de periode 2019-2020 hebben college en gemeenteraad van Enschede in diverse bijeenkomsten en raadsdebatten discussies gevoerd over de invulling van de Energievisie voor de periode 2020 - 2030. In deze discussies zijn tal van informatiebronnen gebruikt waaronder het concept milieueffectrapport. In en aantal amendementen en moties zijn kaders gesteld aan
Milieueffectrapport Energievisie Gemeente Enschede | 716134 28 januari 2021 | Definitief v5.0
Pondera Consult
SAMENVATTING
de energievisie en meer specifiek aan de locaties voor windenergie en de wijze waarop zonnevelden gerealiseerd dienen te worden. In de beleidsregels van de gemeente voor respectievelijk windenergie en zonne-energie is dit nader uitgewerkt. Op basis hiervan zijn keuzes gemaakt, leidend tot het voorkeursalternatief (VKA) dat uiteindelijk in de Energievisie verankerd zal worden.
Beschrijving van het voorkeursalternatief Energiedoelstelling Bij de vaststelling van de nota Uitgangspunten Energievisie op 7 september 20209 heeft de gemeenteraad er voor gekozen om in de Energievisie de volgende doelstellingen vast te leggen: •
Enschede is in 2050 klimaatneutraal;
•
Het aandeel op Enschedees grondgebied opgewekte hernieuwbare energie minimaal met 8% verhogen in de periode van 2020 tot 203010. De toename van 8% is nadrukkelijk als minimum benoemd, wat het maximum zou kunnen zijn is evenwel niet bepaald.