Eindrapport Rekenkamer.pdf
Tekst van het document
REKENKAMER
EEN (T)HUIS IN ENSCHEDE CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN NAAR AANLEIDING VAN HET REKENKAMERONDERZOEK NAAR WONEN
INLEIDING In het jaarplan 2021 van de Rekenkamer Enschede is een onderzoek naar wonen opgenomen. De Rekenkamer wil met dit onderzoek een beeld geven van de effecten van het gevoerde woonbeleid op de doorstroming in de stad en de bevolkingssamenstelling van de stad. Het onderzoek moet inzicht geven in de effectiviteit van het gevoerde woonbeleid en moet de gemeenteraad in staat stellen om na te gaan of de ambities uit het vastgestelde woonbeleid ook op de langere termijn haalbaar zijn. De onderzoeksvragen luidden als volgt: • Hoe heeft de bevolkingssamenstelling van Enschede zich in de periode 2010 – 2022 ontwikkeld? • Hoe ziet het huizenbestand van de gemeente Enschede eruit? • Hoe verloopt de doorstroming op de woningmarkt? • Welke mogelijkheden heeft de gemeente om te sturen op inwoneraantal, bevolkingssamenstelling en doorstroming op de woningmarkt? Het onderzoek is tussen maart en november 2022 uitgevoerd door Companen en bestrijkt de periode 2010-2022. De Rekenkamer vindt het rapport van Companen zeer informatief, het bevat een gedegen cijfermatige onderbouwing en geeft veel details. De Rekenkamer is van mening dat het rapport een door feiten gestaafd beeld geeft van het tussen 2010 en 2022 gevoerde woonbeleid.
Op basis van de gepresenteerde cijfers is het verder mogelijk verkennende uitspraken te doen over de vraagstukken die op het terrein van wonen op de gemeente afkomen.
DOEL VAN DIT RAPPORT In dit eindrapport geeft de Rekenkamer eerst de feitelijke constateringen op hoofdlijnen weer, waarna de conclusies en aanbevelingen volgen die de Rekenkamer op basis van het onderzoek van Companen heeft geformuleerd. De conclusies en aanbevelingen worden met een raadsvoorstel ter besluitvorming aan de raad voorgelegd. In het raadsvoorstel zijn de conclusies en aanbevelingen kort en bondig geformuleerd, in dit eindrapport is een uitgebreidere toelichting op de conclusies en aanbevelingen te vinden. De raad wordt geadviseerd om het rapport van Companen zelfstandig te lezen voor een verdiepend inzicht.
WONEN EN WOONBELEID IN ENSCHEDE ‘Wonen’ is actueel en er vinden voortdurend ontwikkelingen plaats die van invloed (kunnen) zijn op het woonbeleid van de gemeente. Het door de Rekenkamer uitgezette onderzoek is dan ook een momentopname. Het verrichte onderzoek geeft een cijfermatig inzicht in de ontwikkelingen en stand van zaken rondom wonen in Enschede. De Rekenkamer geeft hieronder per thema kort de belangrijkste constateringen uit het onderzoek weer, om in één oogopslag een eerste beeld te geven van wonen in Enschede. Voor de onderbouwing verwijst de Rekenkamer naar het rapport van Companen.
Wonen Ontwikkeling van de bevolking: -
Het aantal huishoudens is sneller gegroeid dan het aantal inwoners;
-
Meer dan de helft van de huishoudens is alleenstaand;
-
Buitenlands vestigingsoverschot, voor een deel veroorzaakt door buitenlandse studenten, zorgt voor de meeste inwonersgroei;
-
Er zijn wijken met duidelijk verschillende bewonersprofielen; corporaties hebben zorgen over concentratie van kwetsbare mensen in bepaalde wijken.
Ontwikkeling van de woningvoorraad: -
Het aantal goedkope corporatiewoningen is afgenomen, er is meer verhuur in het middenhuursegment;
-
De particuliere huursector is sterk gegroeid, er is daar veel middenhuur en dure huur;
-
Er is sprake van een sterke stijging van de WOZ-waarde van koopwoningen;
-
Er is een grote verduurzamingsopgave in de particuliere koop- en huursector;
-
Bijna twee derde van de woningen is levensloopgeschikt of levensloopgeschikt te maken.
Doorstroming op de Enschedese woningmarkt: -
Prijzen in de koopsector zijn sterk gestegen, vergelijkbaar met de landelijke prijsontwikkeling, er worden minder goedkope koopwoningen aangeboden;
-
De druk in de sociale huursector is toegenomen; er is meer dynamiek in de particuliere huursector;
-
Enschede trekt jonge mensen, middelbare kleine huishoudens en gezinnen vertrekken;
-
De binding aan de wijk is op veel plaatsen groot.
Ontwikkeling van vraag en aanbod: -
Er is behoefte om een wooncarrière te kunnen maken in de stad;
-
Er is een aanvullende behoefte aan middenhuur en middeldure en dure koop;
-
Ook is er extra behoefte aan sociale huurwoningen.
Woonbeleid De Woonvisie 2019 is door de raad vastgesteld in juni 2019 en herzien in december 2020. De Woonvisie richt zich primair op de periode tot 2030. De overkoepelende ambitie in de Woonvisie is om te groeien naar 78.000 woningen voor 170.000 inwoners. De belangrijkste thema’s van de woonvisie zijn: -
Aantrekken en vasthouden talent
-
Duurzame groene stad
-
Inclusieve samenleving
-
Samenwerking met woningbouwcorporaties
-
Passende woningbouwprogrammering
De Rekenkamer neemt de Woonvisie en de daarin geformuleerde ambities als vertrekpunt voor het formuleren van conclusies en aanbevelingen op basis van de bevindingen uit het rapport van Companen. Deze conclusies en aanbevelingen worden middels een raadsvoorstel ter besluitvorming aan u voorgelegd.
CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN Op basis van het onderzoek van Companen trekt de Rekenkamer de volgende conclusies:
Conclusies 1. Met de huidige groei is het bereiken van de richtinggevende ambitie van 170.000 inwoners in 2030 niet reëel Per saldo vertrekken er meer gezinnen met kinderen en kleine huishoudens in de leeftijd van 35 tot 55 jaar uit Enschede dan dat er naar Enschede verhuizen. Het beter vasthouden van deze huishoudensgroepen in Enschede is belangrijk in het licht van de groeiambitie.
2. Er is een versnelling nodig van de toename van de woningvoorraad naar bijna 300 woningen per jaar om in 2030 uit te komen op 78.000 woningen De woningvoorraad van de gemeente Enschede is gegroeid van ruim 74.000 woningen (2012) naar bijna 76.000 (2021). Dat is een groei van 200 woningen per jaar. De overkoepelende ambitie in de woonvisie 2019 is om te groeien naar 78.000 woningen in 2030 voor 170.000 inwoners. Om dit in de komende zeven jaar te realiseren, is een versnelling nodig in de toename van de woningvoorraad naar bijna 300 woningen per jaar. 3. De sterkste groei in de huurvoorraad zit in de middenhuur (tot € 950 per maand) en dure huur Er worden relatief veel particuliere huurwoningen aan de bestaande woningvoorraad toegevoegd en relatief weinig corporatiewoningen. Dit past bij de ambitie van destijds om minder sociale huurwoningen te realiseren en meer huurwoningen boven de liberalisatiegrens. Het aandeel sociale huurwoningen in Enschede (37%) ligt door historische oorzaken boven de 30% die wordt genoemd in de Nationale Woon- en Bouwagenda. 4. De druk op de voorraad sociale huurwoningen is onverminderd groot Companen signaleert drie ontwikkelingen bij sociale huurwoningen: 1) de mutatiegraad daalt, 2) er komen dus minder woningen vrij, en 3) er is meer tijd nodig om een woning te zoeken en het aantal reacties op een woning stijgt.
Daarnaast geeft Companen aan dat sociale huurwoningen voor ouderen een bijdrage kunnen leveren voor de doorstroming op de woningmarkt. 5. Het aantrekken en vasthouden van talent1 lukt deels, maar huisvestingsproblemen staan deze ambitie in de weg Enschede heeft een negatief binnenlands migratiesaldo (meer mensen verhuizen vanuit Enschede naar andere Nederlandse gemeenten dan andersom). Deels is dat inherent aan de situatie in een studentenstad, veel jonge mensen vliegen na hun studie weer uit. Het binden van pas afgestudeerden sluit aan bij de ambitie om talent voor de stad te behouden. Dit lukt deels, maar in het onderzoek van Companen worden zorgen geuit over huisvestingsmogelijkheden van studenten na de studie. Het aantrekken en behouden van talent heeft overigens niet alleen betrekking op studenten, maar kan bijvoorbeeld ook gericht zijn op de leeftijdscategorie 35-55 jaar (zie conclusie 1). Als de gemeente talent wil aantrekken en vasthouden, dan moet voorkomen worden dat huishoudens die in Enschede willen wonen door gebrek aan aantrekkelijk werk, passend woningaanbod en passende woonmilieus naar elders uitwijken. Het blijkt ook dat hoger opgeleiden meer uit Enschede vertrekken dan dat zij zich vestigen. Dit is vanuit de wens om dit type talenten vast te houden en aan te trekken geen goed signaal.
Overigens merkt de Rekenkamer op dat het niet haalbaar of wenselijk zou zijn om alle afgestudeerde studenten in Enschede te huisvesten. 6. Woningcorporaties zijn het verst gevorderd met de verduurzaming van hun woningvoorraad 45% van het corporatiebezit heeft energielabel A of B en 11% label E, F of G. Het woningbezit van particuliere verhuurders heeft gemiddeld de slechtste energetische kwaliteit (21% heeft label A of B en 42% label E, F of G 2), terwijl in absolute aantallen de grootste opgave zit in verduurzaming van woningen bij eigenaar-bewoners. Het lijkt dus terecht dat de gemeente zich mede op deze groep richt.
1
In de voortangsrapportage woonvisie is op blz 28 een beleidsuitspraak omtrent talent opgenomen en wordt de brede doelgroep van talent als volgt omschreven: studenten en net afgestudeerden, internationale kenniswerkers en doorstromend talent in midden- en hogere inkomensgroepen. 2 Dit betreft definitieve energielabels. Waar geen definitief label bekend is, is het voorlopige label gebruikt.
7. Levensloopbestendigheid woningvoorraad is een aandachtspunt In het licht van de toename van het aantal ouderen in de gemeente en de lijn dat ouderen zo lang mogelijk zelfstandig moeten (en doorgaans willen) wonen, is de levensloopgeschiktheid van de voorraad een belangrijk aandachtspunt. De corporaties geven in de gehouden interviews aan bezorgd te zijn over de geschiktheid van de woningvoorraad voor ouderen. Er is in hun ogen beleid nodig om de woningvoorraad gericht aan te passen en te labelen. Het realiseren van voor ouderen geschikte woningen in de sociale huursector kan volgens de corporaties met wie is gesproken een belangrijke bijdrage leveren aan de doorstroming. Companen constateert dat ongeveer de helft van de koopwoningen in Enschede ook levensloop geschikt is te maken. 8. Er zijn zorgen over concentraties kwetsbare inwoners en de impact op buurten Een inclusieve samenleving vooronderstelt een passend woonaanbod voor kwetsbare inwoners met oog voor de draagkracht van buurten en wijken. Corporaties maken zich zorgen over eenvormige wijken waar concentraties kwetsbare inwoners wonen en wijzen op de overlast die kan ontstaan door zorgmijders. Mensen die uitstromen uit Beschermd wonen en Maatschappelijke opvang komen vaak terecht in gebieden in Noord en Zuid waar relatief vaak woningen vrij komen die haalbaar zijn voor deze groep. 9.
De samenwerking tussen bij het wonen betrokken partijen is goed, afstemming en betrokkenheid van onderwijs en zorg kunnen beter. Geïnterviewden zijn erg positief over de samenwerking tussen bij de woningmarkt betrokken partijen, waaronder de gemeente, woningcorporaties, huurdersorganisaties en projectontwikkelaars. Er wordt ook geconstateerd dat met zorgpartijen intensiever overleg nodig is over de ontwikkeling van de behoefte aan wonen met zorg en de eisen die het leveren van zorg stelt aan het wonen. Daarnaast wordt genoemd dat de afstemming tussen gemeente en onderwijsinstellingen op het gebied van het wonen beter kan.
AANBEVELINGEN Op basis van het onderzoek doet de Rekenkamer een aantal aanbevelingen, waaraan het college na vaststelling door de Raad uitvoering aan kan geven. De Rekenkamer houdt daarbij, net als bij de conclusies, de indeling aan zoals die ook voor de ambities in de woonvisie 2019 is gebruikt. Het onderwerp wonen is actueel en is op onderdelen onderwerp van politieke discussie, op landelijk, provinciaal en lokaal niveau. De Rekenkamer mengt zich niet in deze discussie en beperkt zich tot het doen van aanbevelingen. Het is aan de raad om in debat te gaan over de wenselijkheid van deze aanbevelingen en de wijze waarop het college die kan uitvoeren. 1. Houd de groeiambities uit de woonvisie kritisch tegen het licht De Rekenkamer vindt het verstandig dat de ambities uit de Woonvisie van 2019 kritisch tegen het licht worden gehouden. Bij ongewijzigd beleid zullen verschillende ambities niet worden gerealiseerd. Dit betreft onder andere de groeiambities in termen van aantal inwoners en aantal woningen. Als aan deze ambities wordt vastgehouden, dan is een versnelling in de woningbouwproductie nodig. De Rekenkamer constateert dat in de actualisatie van de Woonvisie 2021 een ambitie om te versnellen is genoemd, naar circa 930 woningen per jaar.
Het college geeft in de aangepaste Woonvisie overigens ook aan dat de werkelijke planning via ‘adaptief’ programmeren op basis van de werkelijke woningbehoefte zal plaatsvinden. Gezien een aantal exogene ontwikkelingen (zoals stikstof, stijgende materiaalkosten) en de inzet van beleidsinstrumenten die de gemeente tot zijn beschikking heeft [1], zijn er vraagtekens te plaatsen bij de mogelijkheden om op korte termijn al het gewenste volume woningbouw te realiseren. 2. Realiseer woonmilieus die bijdragen aan het aantrekken en vasthouden van talent [1]
Zie hoofdstuk 3 uit het eindrapport van Companen voor een toelichting op de beleidsinstrumenten.
In het rapport van Companen wordt gewezen op het belang van het creëren van ruime groen-stedelijke woonmilieus met toegang tot de voorzieningen in de stad en met aandacht voor de bereikbaarheid van werk om talent aan te trekken en te behouden. De Rekenkamer onderschrijft dit punt en geeft het advies om te bezien op welke wijze dit kan worden gerealiseerd en welke partners daarbij logisch in beeld komen. Realisatie van dergelijke woonmilieus heeft een positief effect op meerdere gemeentelijke ambities. Het niet honoreren van de woonwensen van inwoners brengt het risico met zich mee dat zij zich richten op omliggende gemeenten. Een - vanuit de groeiambitie onwenselijk scenario, temeer daar de gemeente al een negatief migratiesaldo kent. Bovendien kan realisatie bijdragen tot een duurzame groene stad. 3. Tref meer maatregelen om de duurzaamheidsambities dichterbij te brengen De gemeente Enschede wenst een groene en duurzame stad te worden en op termijn klimaatneutraal te zijn. De Rekenkamer constateert op basis van het rapport van Companen dat op het gebied van wonen nog de nodige stappen moeten worden gezet om deze ambities te verwezenlijken. De Rekenkamer adviseert daarom blijvend en waar mogelijk meer maatregelen te treffen die deze duurzaamheidsambities dichterbij brengen. Woningcorporaties zijn het verst gevorderd met de verduurzaming van hun woningvoorraad.
Het woningbezit van particuliere verhuurders kent daarentegen naar verhouding veel woningen met een E-, F- of G-label. De woningen van eigenaar-bewoners bevinden zich qua energetische kwaliteit tussen corporatiehuur en particuliere huur. In absolute aantallen zit de grootste opgave in verduurzaming van woningen bij eigenaar-bewoners. De onderzoekers van Companen merken hier over op dat het terecht is dat de gemeente zich mede op deze groep richt. Maar er is naar mening van de Rekenkamer ook meer aandacht nodig voor de verduurzaming van particuliere huurwoningen. Daarnaast onderschrijft de Rekenkamer de opvatting van de onderzoekers van Companen dat een gedegen strategie nodig is om door ‘gasloosheid’ de energetische kwaliteit van woningen te verbeteren. 4. Zorg voor voldoende sociale huurwoningen voor de diverse groepen die daar behoefte aan hebben De onderzoekers van Companen geven aan dat er diverse groepen afhankelijk zijn van een sociale huurwoning. Naast reguliere huishoudens met een laag inkomen, zijn dat kwetsbare groepen, vergunninghouders, arbeidsmigranten met een langer verblijfsperspectief en mensen die met spoed een goedkope woning nodig hebben. In navolging van Companen adviseert de Rekenkamer de benodigde voorraad sociale huurwoningen niet te krap in te schatten, ondanks het feit dat Enschede al een flinke sociale huurvoorraad heeft.
Kijk eventueel naar de mogelijkheden om de vraag waar op korte termijn niet in kan worden voorzien te bedienen met tijdelijke woningen. De Rekenkamer merkt op dat er op de markt diverse aanbieders zijn die projecten met flexibele woningen realiseren die verder gaan dan korte termijn oplossingen.3 5. Investeer blijvend in de samenwerking met andere partijen over het woonvraagstuk De Rekenkamer is van mening dat de onderzoekers van Companen terecht aangeven dat het ‘woonvraagstuk’ samen met andere partijen moet worden aangepakt. De Rekenkamer adviseert hier blijvend en intensiever in te investeren. De samenwerking tussen bij het wonen betrokken partijen is volgens de onderzoekers van Companen goed, maar meer samenwerking met de woningbouwcorporaties is van meerwaarde. De Rekenkamer acht het van belang dat de gemeente de samenwerking tussen verhuurders en zorgpartijen rond dit thema faciliteert en organiseert. Zo is er een taskforce waarin gemeente, corporaties, de zorgpartijen en de zorgverzekeraar zijn vertegenwoordigd. De corporaties ervaren volgens Companen nog te weinig daadkracht van de taskforce. Het verdient aanbeveling deze daadkracht te vergroten. Tegelijkertijd constateert Companen dat er vraagstukken zijn rondom leefbaarheid en kwetsbare inwoners en dat daar ruimte is om de samenwerking tussen corporaties en zorgpartijen te verbeteren.
De Rekenkamer merkt hierbij op dat coördinatie door de gemeente ingewikkelder wordt als veel zorgpartijen in een bepaalde wijk zijn betrokken. 3
Voorbeelden: https://youtu.be/PhfGbZ5Dksg; een project in Schijndel, een project in Den Bosch: https://www.zayaz.nl/flexwoningen-aartshertogenlaan en recent ontving Hengelo een Rijksbijdrage voor een flexwoningen project (Staatscourant, 2022 nr. 30107).
Samenwerking met universiteit en hogeschool is eveneens relevant, bijvoorbeeld waar het gaat om internationale studenten (ook in verband met het streven om talent te behouden, al geldt dat evenzeer voor regionale en nationale studenten). Het advies van de Rekenkamer is om de aanwas van het aantal (inter)nationale studenten goed te blijven monitoren aangezien er landelijk discussie is over de internationalisering van het hoger onderwijs, en waar nodig acties te koppelen aan de resultaten van die monitoring. 6. Zorg voor een goede en flexibele planvoorraad De onzekerheden op de woningmarkt en huishoudensontwikkeling zullen ook de komende jaren groot blijven. Het advies is derhalve om in de komende jaren de ambities te blijven bezien in het licht van de behoefteontwikkeling en, zoals door Companen aangegeven in haar onderzoeksrapport, te (blijven) werken met een bandbreedte voor de te verwachten woningvraag, zowel kwantitatief als kwalitatief. Het is van groot belang om in de plancapaciteit voldoende ruimte voor (kwantitatieve en kwalitatieve) sturing te houden (adaptief programmeren). Versnellen als het kan en temporiseren als het moet. De onderzoekers van Companen noemen in dit kader een aantal zaken waar de gemeente (politieke) keuzes kan maken.
De Rekenkamer geeft geen richtinggevend advies, maar acht het zinvol om in het kader van deze aanbeveling de volgende zaken te overdenken: -
Companen signaleert vooral behoefte aan grondgebonden woningen in de stad. Zulke woningen vragen meer ruimte dan appartementen en zijn niet overal inpasbaar.
-
Verkoop van corporatiewoningen kunnen middelen genereren om woningen te bouwen die meer aansluiten bij de behoefte van woningzoekers. De Rekenkamer vraagt hierbij wel om aandacht voor de kwaliteit van de te verkopen woningen en het voor het goedkope segment kunnen behouden van de verkochte woningen.
-
Overdenk een duurzaamheidsstrategie voor de particuliere voorraad en overweeg of lokale aanvullingen op de bestaande door het Rijk ingestelde instrumenten4 nodig zijn.
-
Doordenk bevordering van de doorstroming van senioren, door voor hen geschikte kleinere woningen in de eigen buurt en met nabijheid van zorg en voorzieningen te realiseren. Het ontzorgen rond het proces van verhuizen kan helpen meer ouderen de stap naar een geschikte woning te laten maken.
-
Overweeg bijzondere woonvormen, zoals tiny houses, wonen in verbouwde niet-woningen (kantoren, boerderijen) en seniorenhofjes. Hoewel het beeld is dat dit een kleine markt betreft, kan het bijdragen aan de beschikbaarheid van woonruimte voor groepen die anders moeilijk aan woonruimte komen of om idealistische redenen voor dergelijke woonvormen kiezen.
7. Volg kritisch de relatie tussen de steeds uitgestelde omgevingswet en het woonbeleid en de gemeentelijke instrumenten De komst van de nieuwe omgevingswet door de Rijksoverheid wordt telkens uitgesteld. De Rekenkamer ziet dat de ALV van de VNG heeft gepleit voor extra uitstel van de omgevingswet. De omgevingswet heeft een relatie met het gemeentelijk woonbeleid en met instrumenten die de gemeente heeft of zal krijgen om de woningmarkt te sturen en te beïnvloeden. De Rekenkamer wil het college suggereren dat het verstandig zou kunnen zijn om de relatie tussen omgevingswet en woonbeleid/instrumenten kritisch te volgen en eventueel te overwegen om landelijk te agenderen deze twee zaken van elkaar te scheiden. Met mogelijk nog verder uitstel van de omgevingswet, wordt de noodzaak om de volkshuisvestelijke vraagstukken los te koppelen van de bouw- en omgevingstechnische vraagstukken des te urgenter. 8. Maak gebruik van de actiemogelijkheden die de gemeente heeft omtrent wonen De gemeente is in het woondomein primair regisseur en geen inhoudelijk leidende partij. Toch zijn er een paar handvatten waarmee de gemeente invloed kan uitoefenen.
4
https://www.svn.nl/stimuleringslening-duurzaam-thuis/
-
Kijk kritisch naar de huidige prestatieafspraken en hun bijdragen aan de volkshuisvestelijke doelstellingen, mede in relatie tot de gesignaleerde vraagstukken rondom zorg-wonen en zwakke doelgroepen.
-
Voer gericht beleid rondom energietransitie voor met name eigenaren van goedkope eigen woningen, en houd scherp toezicht op particuliere huursector in relatie tot woningkwaliteit.
-
Er zijn instrumenten die voorbereid of ingezet kunnen worden om een voorraad in het goedkope domein te behouden. Daarbij merkt de Rekenkamer op dat ‘goedkoop’ steeds een rekbaarder begrip wordt, als er onder de €200.000 geen woning meer te koop is. Hier zit een knelpunt omdat veel voorgenomen instrumentarium samenhangt met introductie van de omgevingswet5.
-
Op domein van flexwoningen kan de gemeente zeker faciliteren en er zijn zelfs gemeenten (Rijswijk) die zelf woningbouw ter hand nemen. De Rekenkamer spreekt zich niet uit over de vraag of dit wenselijk is, maar in de huidige woningmarkt zijn er argumenten voor te vinden.
5
Instrumenten waar dan aan gedacht kan worden zijn bijvoorbeeld: - Huisvestingsverordening met regels over wijziging van bestemming, leefbaarheidscriteria en voorrangsregels. Na invoering van de omgevingswet kan dit ook betrekking hebben op de betaalbare koopwoningen (zie blz 27 Compnanen) - Opkoopbescherming (zie blz 28/29 Companen en raadsvoorstel 2200050743 om per 1 januari 2023 de Huisvestingsverordening Opkoopbescherming vast te stellen) -Doelgroepverordening sociale en middenhuur verbreden naar goedkope koop (zie blz 29-31 Companen) -Vereveningsfonds sociale woningbouw (zie blz 34 Companen) - Diverse privaatrechtelijke instrumenten om doelgroepen te faciliteren (zie blz 34 Companen)
Teksten Rekenkamer Enschede Datum 16 december 2022 Aan dit document kunnen geen rechten worden ontleend.