Eindrapport Rekenkamer
Tekst van het document
REKENKAMER
DE AANTREKKINGSKRACHT VAN ENSCHEDE CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN NAAR AANLEIDING VAN HET REKENKAMERONDERZOEK NAAR HET VESTIGINGSKLIMAAT
INLEIDING De Rekenkamer Enschede heeft een onderzoek laten uitvoeren naar het vestigingsklimaat in de gemeente Enschede. Het begrip ‘vestigingsklimaat’ verwijst naar “de mate waarin een land, regio of plaats aantrekkelijk is om zich te vestigen als onderneming of persoon”. Het uitgevoerde onderzoek richt zich op de aantrekkelijkheid van Enschede als vestigingsplaats voor bedrijven en ondernemers. De Rekenkamer heeft de volgende onderzoeksvraag voor het onderzoek geformuleerd: Welk beleid omtrent het economisch vestigingsklimaat heeft de gemeente de afgelopen zes jaar gevoerd voor de verschillende doelgroepen en wat zijn daarvan de gerealiseerde en nog te verwachten resultaten (prestaties en effecten)? Het onderzoek is uitgevoerd door Roots Beleidsadvies i.s.m. AnalyZus in de periode januari 2023 tot en met juni 2023. De tijdspanne waar het onderzoek betrekking op heeft is 2016-2022. De Rekenkamer heeft op basis van het door Roots en AnalyZus uitgevoerde onderzoek conclusies en aanbevelingen geformuleerd, die in dit eindrapport worden gepresenteerd. Deze conclusies en aanbevelingen worden met een raadsvoorstel ter bespreking en besluitvorming voorgelegd aan de gemeenteraad. Voor een breder en dieper beeld van het vestigingsklimaat verwijst de Rekenkamer naar het eindrapport van Roots en AnalyZus. De gemeente streeft naar een stad met een goede balans tussen wonen en werken.
Recent publiceerde de Rekenkamer een onderzoek naar Wonen (2022). Wonen en vestigingsklimaat spelen op elkaar in: economische bedrijvigheid zorgt voor werkgelegenheid en een voldoende aanbod van winkels, culturele voorzieningen en bedrijven, wat de aantrekkelijkheid van het woonklimaat vergroot. Een aantrekkelijk woonklimaat zorgt op zijn beurt voor voldoende arbeidspotentieel en een grotere lokale (afzet)markt voor bedrijven en ondernemers. De Rekenkamer hoopt met deze twee rapporten bij te dragen aan de beleidsdiscussie over beide thema’s.
STUREN OP HET LOKALE VESTIGINGSKLIMAAT Vestigingsklimaat is per definitie beleid van de lange adem. Er zijn geen ‘knoppen’ om snel aan te draaien en die het vestigingsklimaat direct verbeteren. De effecten van het gevoerde beleid zijn vaak pas na vele jaren zichtbaar. Bovendien geldt dat er ook een regionale dimensie aan het onderwerp zit, omdat afstanden binnen de regio Twente klein zijn en reistijden binnen de regio daardoor een beperkte rol spelen. De keuze die bedrijven of ondernemers maken voor een bepaalde vestigingsplaats is afhankelijk van meerdere factoren. Per sector verschilt het welke factoren het meest relevant zijn. Bedrijven kijken vaak eerst naar ligging en bereikbaarheid en daarna naar de zogenoemde operationele kosten (arbeid, energie, transport, grond- of huurprijs) en de aanwezigheid van gekwalificeerd personeel. Voor sommige bedrijven is de locatiekeuze (ook) een gevoelskwestie en geeft bijvoorbeeld binding met een bepaalde regio of stad de doorslag. Een gemeente kan de keuze die bedrijven of ondernemers maken voor een vestigingsplaats maar ten dele beïnvloeden. De gemeente kan desalniettemin wel degelijk een goede faciliterende rol spelen die eraan bijdraagt dat bedrijven zich in Enschede vestigen, groeien en ook blijven.
GEMEENTELIJK BELEID MET BETREKKING TOT HET LOKALE VESTIGINGSKLIMAAT De gemeente Enschede kent geen overkoepelend vastgesteld visie- of beleidsdocument specifiek gericht op het gemeentelijke vestigingsklimaat. Dat betekent niet dat er geen beleid is. In een groot aantal (beleids)documenten is aandacht voor (het verbeteren van) het vestigingsklimaat (zie figuur 1). Dit is ingestoken vanuit bepaalde thema’s zoals mobiliteit en ruimtelijk beleid, geografische locaties (binnenstad, werklocaties) en schaalniveaus (werklocatie, regionaal) en omvat ook beleid voor specifieke locaties (Kennispark, TechBaseTwente). Veel van deze
(beleids)documenten zijn in de onderzoeksperiode (2016-2022) geactualiseerd of staan op de planning voor actualisering.
Figuur 1: Overzicht van gemeentelijke (beleids)documenten die uitgangspunten, keuzes en/of ambities bevatten die raken aan het economisch vestigingsklimaat De (beleids)documenten bevatten beleidsuitspraken over het vestigingsklimaat. De overkoepelende Economische visies (2011, 2019) fungeren daarbij vaak als kapstok, maar ook in de Visie werklocaties (2019) ziet de Rekenkamer een groot aantal speerpunten voor het vestigingsklimaat. Drie kerndoelen komen daarbij steeds terug: 1) het aantrekken en vasthouden van talent, 2) bereikbaarheid van banen en 3) verbinding van kennis en innovatie met het midden- en kleinbedrijf (MKB) en de (grote) maatschappelijke vraagstukken. De Visie werklocaties zet in op de sectoren hightech en innovatie, zakelijke dienstverlening en ICT en de bestaande bedrijvigheid in het lokale midden- en kleinbedrijf. De logistieke sector wordt juist aan de regio overgelaten. Daarbij merkt het gemeentebestuur drie locaties aan als ‘toplocatie’: Binnenstad, Kennispark (gebiedsstrategie) en Technology Base (bestemmingsplan). De onderzoekers geven aan dat in de onderzoekperiode veel aandacht is uitgegaan naar de ontwikkeling van deze locaties.
EEN BEELD VAN HET VESTIGINGSKLIMAAT In figuur 2 zijn de formele werklocaties in Enschede te zien, onder andere de kantorenlocaties, bedrijventerreinen en winkellocaties. Het onderzoek heeft zich met name gericht op deze formele werklocaties, hoewel er op informele werklocaties natuurlijk ook winkeliers, mkb, en andere bedrijvigheid gevestigd is. In figuur 3 is te zien dat er de laatste drie jaar over het algemeen meer MKB-vestigingen gestart dan gestopt zijn, waarbij met name vestigingen in detailhandel en zakelijke diensten gestart en tegelijk ook weer gestopt zijn. Figuur 2: kaart met werklocaties Op de bedrijventerreinen Euregio bedrijvenpark, de Marssteden en Josink Es hebben de meeste vestigingen plaatsgevonden. Het Havengebied en Transportcentrum hebben te maken gehad met een negatief saldo: meer vertrekkende dan vestigende bedrijven.
Figuur 3: gestarte en gestopte MKB-vestigingen & aantal vestigingen bedrijventerreinen In de binnenstad (figuur 4) is het aantal detailhandelsvestigingen de laatst acht jaar afgenomen, maar is het aantal horeca-vestigingen gegroeid.
Figuur 4: ontwikkeling detailhandels- en horecavestigingen in de binnenstad
INGEZETTE INSTRUMENTEN VOOR DE BELEIDSUITVOERING Voor de beleidsuitvoering heeft de gemeente Enschede diverse instrumenten ingezet zoals Accountmanagement: de accountmanagers van het ondernemersloket adviseren ondernemers en doen aan acquisitie. Het
ondernemersloket heeft ongeveer 9000 bedrijven in beeld. Met financiële instrumenten worden directe bijdragen gedaan aan de economie via de begroting, zoals subsidies, fondsenwerving enz. Via Ruimtelijke ordening, zoals met de structuurvisie en concrete bestemmingsplannen, worden keuzes gemaakt. Meest in het oog springend zijn daarbij de bestemmingsplannen voor de binnenstad (vaststelling in 2017), Technology Base (2021) en Kennispark (2022). Marketing en stadspromotie zijn ondergebracht bij Enschede Promotie. De focus ligt op het aantrekken van bezoekers. Er worden volgens de onderzoekers weinig instrumenten ingezet om bedrijven en talenten te bereiken. Op regionaal niveau pakt Twente Board die rol enigszins, hoewel meer gericht op branding van Twente als groene technologische topregio. Het instrument acquisitie is gericht op specifieke doelgroepen. De acquisitie voor de binnenstad wordt voornamelijk uitgevoerd door het ondernemersloket. Novel-T richt zich vooral op starters, en starten scale-ups. Op regionaal niveau werkt de gemeente samen in een netwerkstructuur. Op de arbeidsmarkt zet de gemeente sinds een aantal jaren in op het aantrekken en vasthouden van talent (hbo- en universitair opgeleid). In de praktijk is een combinatie van instrumenten nodig om dit voor elkaar te krijgen.
Via de Enschedese Arbeidsmarktaanpak (EAA) probeert de gemeente om vraag en aanbod te matchen. De EAA richt zich echter primair op bijstandsgerechtigden en staat wat verder af van de doelstelling om talent aan te trekken en te behouden.
RESULTATEN VAN HET BELEID Zoals beschreven is in de inleiding, gaat het bij vestigingsklimaat om beleid van de lange adem. Een harde causale relatie tussen beleidsinzet en de resultaten is op dit beleidsterrein bovendien ook moeilijk te bewijzen in een onderzoek van beperkte omvang. Daar was het in dit onderzoek ook niet om te doen. In het onderzoeksrapport zijn op basis van interviews en een aantal indicatoren wel aanwijzingen dat de gemeentelijke inspanningen hebben geleid tot resultaten. Op een indicator als ‘het aantal banen op de toplocaties en de aantrekkelijkheid van de binnenstad’ is dat ook te zien:
Figuur 5: aantal banen op Kennispark en voormalig vliegveld Diverse doelgroepen hebben, met de genoemde kanttekeningen, het beleid en de inspanningen van de gemeente positief ervaren. Met betrekking tot de binnenstad valt op dat er veel aandacht is voor ontwikkelingen en dat de gemeente faciliterend optreedt, zoals rondom terrassen en horeca. Vertegenwoordigers van de binnenstad geven aan dat niet altijd duidelijk is waarom in specifieke situaties wordt afgeweken van beleid (bijvoorbeeld bij nieuwe vestigingen). Zij kunnen hierdoor afwijkingen van beleid niet altijd motiveren voor de achterban. Ook kan de coördinatie van het nieuwe Actieplan Binnenstad en de bijdrage die ondernemers hieraan kunnen leveren, volgens de vertegenwoordigers van de binnenstad beter. Tegelijkertijd zien de onderzoekers dat Enschede haar stedelijke profiel slechts ten dele verzilvert. De werkgelegenheidsfunctie van Enschede blijft achter bij die van veel steden van vergelijkbare omvang. Zie ter illustratie onderstaande grafiek uit het onderzoeksrapport:
Figuur 6: aantal banen per 1.000 leden van de beroepsbevolking (2022)
INZET VAN MIDDELEN Uit het onderzoek blijkt dat de gemeente in de onderzoeksperiode (2016-2022) bezuinigingsopgaven voor het economisch beleid heeft geformuleerd, die ook de beschikbare middelen voor het vestigingsklimaat raken. In meerdere jaren van de onderzoeksperiode is bezuinigd op de dienstverlening aan ondernemers. Pas in de laatste twee jaar van de onderzoeksperiode nam het budget voor het versterken van de economie en het programma Duurzaam wonen, leven en werken weer toe. In het onderzoeksrapport is te zien dat de gemeente, ondanks structurele bezuinigingen, met incidentele middelen toch impulsen heeft weten te geven aan het vestigingsklimaat. Een risico van het werken met incidentele middelen is dat beleid niet duurzaam kan worden voortgezet, zeker als de economische omstandigheden verslechteren. Het brengt dus een risico met zich mee.
CONCLUSIES Op basis van het onderzoek trekt de Rekenkamer de volgende conclusies: 1.
Hoewel er geen overkoepelend visie- of beleidsdocument is dat richting geeft aan het lokale vestigingsklimaat, heeft het onderwerp de aandacht en is het beleidsmatig ingebed
De Rekenkamer concludeert dat er geen specifiek beleidsdocument is dat zich enkel richt op vestigingsklimaat, maar dat het beleid is versnipperd over verschillende beleidsmatige thema’s. De Rekenkamer trekt daaruit niet de conclusie dat het vestigingsklimaat ‘niet goed’ is ingericht of onderbelicht blijft, maar is wel van oordeel dat de versnippering in ieder geval niet bijdraagt aan de inzichtelijkheid en het totaalbeeld voor de Raad en andere belanghebbenden. Daarnaast deelt de Rekenkamer het oordeel van de onderzoekers dat in voorkomende gevallen – met name in de binnenstad – beter onderbouwd moet worden waarom van bestaand beleid wordt afgeweken. Een overkoepelend beleid kan hier mogelijk ook aan bijdragen. 2.
De gemeente heeft de financiële beperkingen als gevolg van bezuinigingsopgaven opgevangen door verwerving van incidentele middelen voor investeringen in het vestigingsklimaat
In de onderzoeksperiode heeft de gemeente zich bezuinigingsopgaven gesteld, die ook het vestigingsbeleid raken. De beperking in middelen heeft het college creatief opgevangen. Zij heeft mogelijkheden gezocht en gevonden om met incidente middelen in het vestigingsklimaat te blijven investeren. De financiële bijdragen aan het vestigingsklimaat zijn uiteindelijk zelfs iets toegenomen en getuigen van ambitie: het bedrag dat Enschede per inwoner uitgaf aan het vestigingsklimaat lag in 2021 ongeveer 10 euro hoger dan het gemiddelde in Nederland. Tegelijkertijd kent het leunen op incidentele budgetten een risico voor de continuïteit van
het beleid en de uitvoering. Zodra er minder tijdelijke externe budgetten beschikbaar komen (dat wil zeggen mogelijkheden tot verwerven van additionele middelen), bijvoorbeeld wanneer het Rijk en provincies gaan bezuinigen of wanneer het economisch slechter gaat, zijn de budgetten mogelijk niet meer afdoende. 3.
Er is meer aandacht nodig voor de organisatiegraad en het organiserend vermogen van ondernemers
De aanname is dat als ondernemers zich goed organiseren, zij behoeftes en knelpunten beter kunnen articuleren richting gemeente en de gemeente hier adequater op kan inspelen. Meerdere organisaties (Enschedepromotie, koepelorganisaties) benadrukken de meerwaarde van een betere organisatiegraad van de ondernemers. In het onderzoek is aangegeven dat ondernemersverenigingen zichzelf steeds moeilijker organiseren. Dat heeft meerdere oorzaken: (1) bestuurders zijn lastig te vinden; (2) binding met de achterban verschilt per type bedrijvigheid; (3) Enschede heeft geen centrummanager die (mede) door ondernemers wordt aangestuurd. Hoewel de context per vestigingsgebied verschilt, is op zowel de toplocaties als overige werklocaties behoefte aan extra impulsen op dit vlak. De Rekenkamer Enschede concludeerde eerder in het onderzoek naar verduurzaming van bedrijventerreinen (2018) dat bedrijventerreinen verschillen in de mate waarin zij georganiseerd zijn: sommige bedrijventerreinen hebben een ondernemersvereniging of parkmanager, andere niet. Zelfs wanneer er een ondernemersvereniging was, bleken niet alle bedrijven daarvan op de hoogte te zijn. De Rekenkamer concludeerde indertijd dat de aanwezigheid van parkmanagement of een ondernemersvereniging het makkelijker maakt om beleid op te pakken, en dat daarmee ook een natuurlijk aanspreekpunt voor de gemeente voorhanden is.
Vijf jaar na dit onderzoek blijkt het organiserend vermogen en de organisatiegraad van ondernemers echter nog steeds een aandachtspunt. 4.
Dienstverlening voor ondernemers op ‘reguliere’ bedrijventerreinen blijft achter
Veel aandacht is uitgegaan naar de drie toplocaties ‘binnenstad, Kennispark en Technology Base’. Voor ondernemers op bestaande/reguliere bedrijventerreinen is minder capaciteit en deskundigheid beschikbaar. De Rekenkamer vroeg in het onderzoek naar verduurzaming van bedrijventerreinen (2018) ook aandacht voor de bedrijventerreinen waar met name MKB-bedrijven zijn gevestigd. Deze bedrijven gaven indertijd te kennen dat zij zich door de gemeente ondergewaardeerd voelen door de extra aandacht die enkele grote bedrijven, kantorenterreinen en het Kennispark krijgen. In het nu uitgevoerde onderzoek naar vestigingsklimaat zijn deze gevoelens opnieuw naar voren gekomen. Ondernemers op reguliere bedrijventerreinen geven aan zich soms tekort gedaan te voelen in vergelijking met de toplocaties waar de gemeentelijke aandacht voorheen vooral naar uit ging. Ondernemers noemen met name het Kennispark en de binnenstad. Ondanks extra inzet en maatregelen, wordt er nog steeds een verschil gevoeld tussen deze bedrijventerreinen en de toplocaties. 5.
Werkgelegenheidsontwikkeling in Enschede is een aandachtspunt
De gemeente heeft met haar beleid bijgedragen aan het vestigingsklimaat in de gemeente (ontwikkeling toplocaties, bereikbaarheid). De werkgelegenheidsontwikkeling in Enschede blijft evenwel een punt van zorg. Er zijn nog altijd relatief weinig banen ten opzichte van het aantal inwoners. Er is een kloof tussen de op kennis en technologie gedreven economie (die hoog opgeleide werknemers vraagt) versus de relatief lage arbeidsparticipatie en het relatief vaak praktische opleidingsniveau van de eigen bevolking. Voor Enschede is het belangrijk om werkgelegenheid te creëren, banen beter bereikbaar te maken en talent aan de gemeente (en regio) te binden. Met name op dit laatste punt liggen er nog de nodige uitdagingen voor de gemeente. In het onderzoek Wonen (2022) concludeerde de Rekenkamer met betrekking tot het aantrekken en vasthouden van talent dat veel jonge mensen na hun studie weer uitvliegen. Het blijkt ook dat hoger opgeleiden meer uit Enschede vertrekken dan dat zij zich vestigen. Het binden van pas afgestudeerden lukt deels, maar in het onderzoek Wonen werden tevens zorgen geuit, bijvoorbeeld over huisvestingsmogelijkheden van studenten na de studie. Het aantrekken en behouden van talent heeft overigens niet alleen betrekking op studenten, maar moet ook gericht zijn op mensen in de
leeftijdscategorie 35-55 jaar. Als de gemeente talent wil aantrekken en vasthouden, dan moeten er aantrekkelijk werk, passend woningaanbod en passende woonmilieus zijn, om te voorkomen dat deze huishoudens naar elders uitwijken.
AANBEVELINGEN De Rekenkamer stelt vast dat het vestigingsklimaat van groot belang is voor de vitaliteit van de gemeente en haar inwoners. De Rekenkamer stelt tevens vast dat op diverse beleidsterreinen die het vestigingsklimaat raken veel beleidsinitiatieven en -maatregelen zijn genomen en dat er veel beleidsinstrumenten zijn ingezet, zonder dat er sprake is van een specifiek op het vestigingsklimaat gericht visie- of beleidsdocument. Op grond van deze twee constateringen doet de Rekenkamer de volgende aanbevelingen aan de gemeenteraad: 1.
Vraag het college om een samenhangend beeld te creëren van het vestigingsklimaat en de ambities daarin op basis van de verschillende beleidsinitiatieven die reeds bestaan
De Rekenkamer heeft geconstateerd dat er geen visie- of beleidsdocument specifiek voor het lokale vestigingsklimaat is. De versnippering van beleidsuitspraken over het vestigingsklimaat maakt het voor de Raad in de praktijk ondoenlijk om de beleidsprestaties en effecten van het vestigingsbeleid goed te beoordelen. De Rekenkamer beveelt de Raad aan om het college te verzoeken om vanuit het perspectief van het vestigingsklimaat de verschillende beleidsinitiatieven en -maatregelen overzichtelijk op een rij te zetten en te integreren tot een overkoepelend kader voor het vestigingsklimaat, en zich over de ambities voor het vestigingsklimaat uit te spreken. Besef hierbij wel dat beleid voor vestigingsklimaat bij uitstek een langetermijnbeleid is en dat een periode van vijf a zes jaar, zoals die ook in dit onderzoek gebruikt is, eigenlijk te kort is om effecten te zien en te beoordelen. Het beleid is zodanig afhankelijk van economie en sectoren dat er pas op lange termijn effecten kunnen optreden. Overkoepelende beleidsuitspraken kunnen in de opvatting van de Rekenkamer wel bijdragen aan een goede discussie in de Raad over de prioriteiten en aandachtspunten. 2.
Heroverweeg de keuze om overwegend met incidentele middelen in het vestigingsklimaat te investeren. Vraag het college om de financiële middelen aangaande het vestigingsklimaat te meerjarig te expliciteren
In de onderzoeksperiode zijn bezuinigingen doorgevoerd. Door incidentele middelen te verwerven en in te zetten, heeft de gemeente toch kunnen investeren in het economisch vestigingsklimaat. Een dergelijke situatie geeft (te) weinig zekerheid voor de lange termijn. De Rekenkamer constateert dat het vestigingsklimaat voor bedrijven en ondernemers een belangrijke factor is voor de groeiambities van de gemeente en vraagt de Raad om te heroverwegen of hij het vermogen om te investeren in het vestigingsklimaat wenst toe te vertrouwen aan incidentele middelen. De Rekenkamer adviseert de Raad in het verlengde daarvan te overwegen om voor de komende jaren meer zekerheid te geven over de beschikbare budgetten voor vestigingsklimaat en daarmee ruimte te creëren voor beleidskeuzes die met een structureel budget gemaakt kunnen worden. Dit zorgt ook voor duidelijkheid over mogelijkheden en omvang van cofinanciering die gebruikt en ingezet kan worden bij het werven van aanvullende fondsen. Tegelijkertijd moet het zoeken naar incidentele middelen niet worden ontmoedigd. De vraag hoe groot die structurele ruimte op de begroting voor handhaving dan wel verbetering van het vestigingsklimaat moet zijn is een politieke keuze, mede afhankelijk van het ambitieniveau van de gemeente. 3.
Vergroot de beleidsaandacht voor het organiserend vermogen van ondernemers
In dit onderzoek, maar ook het eerdere Rekenkameronderzoek naar verduurzaming van bedrijventerreinen, blijkt dat het organiserend vermogen van ondernemers een punt van zorg is. Dit geldt zowel voor ondernemers in de binnenstad als voor ondernemers op werklocaties. Een hogere organisatiegraad en beter organiserend vermogen van bedrijven en ondernemers heeft biedt voordelen voor de communicatie met de gemeente en het gezamenlijk optrekken. De gemeente heeft een eenduidig aanspreekpunt en kan signalen van bedrijven en ondernemers beter opvangen en doorgeleiden in de gemeentelijke organisatie. In het onderlinge verkeer kunnen bedrijven en ondernemers makkelijker tot gezamenlijke standpunten komen en als één gezicht naar buiten treden, bijvoorbeeld bij het aanvragen van subsidies. Het is raadzaam om hierbij aandacht te hebben voor het brede vraagstuk rondom vrijwilligerswerk en het vormen van een georganiseerd verband: de bereidheid van mensen om zich voor dit soort taken in te zetten, neemt op alle fronten af. 4.
Geef en houd aandacht voor ondernemers en bedrijven op reguliere bedrijventerreinen
Uit de interviews met vertegenwoordigers van bedrijventerreinen komt naar voren dat ondernemers op reguliere bedrijventerreinen zich soms tekort gedaan voelen door de gemeentelijke aandacht die vooral uit gaat naar toplocaties, zoals het Kennispark. In 2018 constateerde de Rekenkamer hetzelfde. Vanaf 2019 heeft de gemeente geprobeerd dit gevoel weg te nemen door aan te haken bij overleggen en directe gemeentelijke aanspreekpunten voor deze ondernemers te organiseren. De Rekenkamer beveelt aan om de aandacht voor deze ondernemers en bedrijventerreinen, die van groot belang zijn voor de stad, vast te houden en waar mogelijk te intensiveren. Een van de manieren waarop dit gedaan kan worden, is een evenredige verdeling van en eventuele uitbreiding van de capaciteit bij het ondernemersloket voor dienstverlening aan bedrijven op reguliere bedrijventerreinen. Op die manier komt er meer kennis en expertise beschikbaar voor de ontwikkeling van deze gebieden en kunnen relevante gebiedsagenda’s sneller tot uitvoering worden gebracht. 5.
Ontwikkel een afwegingskader als onderbouwing voor afwijkingen van beleid
De Rekenkamer constateert dat de gemeente in voorkomende gevallen van bestaand beleid is afgeweken en onderkent dat hiervoor goede redenen kunnen bestaan. Naar het oordeel van de Rekenkamer vraagt een betrouwbare overheid dat afwegingen hieromtrent transparant en navolgbaar worden genomen. Door de ontwikkeling en toepassing van een afwegingskader kunnen afwijkingen die ten goede komen aan het economisch vestigingsklimaat helder worden gemotiveerd en wordt het voor initiatiefnemers duidelijk(er) waarom de gemeente soms van beleid afwijkt – en kan daarop ook door ondernemers worden geanticipeerd. 6.
Vestigingsbeleid overstijgt gemeentegrenzen en vereist een regio-brede aanpak
Vestigingsbeleid is deels een regiovraagstuk, waar de gemeenten in Twente en ook partijen als Novel-T gezamenlijk een rol spelen. Samenwerking tussen de lokale besturen, onderwijs en ondernemers is belangrijk: het (door)ontwikkelen van een netwerk en bouwen aan onderling vertrouwen dat een gezamenlijke opgave voor de Regio Twente onderstreept. Elke gemeente legt zijn eigen accent (in Enschede bijvoorbeeld hightech, in Hengelo de maakindustrie, in Almelo transport en vervoer) en kent eigen uitdagingen (werkgelegenheid, opleidingsniveau), maar de regio is één geheel en dat niveau verdient vanuit het vestigingsklimaat ook aandacht. De Rekenkamer is van mening dat bovengemeentelijke belangen niet uit het oog mogen worden verloren en dat het vastpinnen op een ‘centrumgemeente in de lead’ onwenselijk is: treed op als regio. Betrek daarbij ook de Euregio. Bouw als Twentse gemeente elk vanuit het eigen profiel aan dat netwerk. Gemeenten hoeven niet (altijd) concurrerend te zijn, maar kunnen elkaar aanvullen in het netwerk. Bovenstaande geldt vooral voor MKB en grootbedrijf en in mindere mate voor bijvoorbeeld winkels, horeca en cultuur. Deze ondernemers in winkels en
horeca kennen in mindere mate een regionale functie. Voor cultuur zit concurrentie vooral in de grootschaliger evenementen en voorzieningen.
Teksten Rekenkamer Enschede Datum 19 september 2023 Aan dit document kunnen geen rechten worden ontleend.