d. Usseler Es West regels
Tekst van het document
28
bestemmingsplan Usseler Es West (vastgesteld)
6.3
Afwijken van de bouwregels
6.3.1
Omschrijving b evoegdheid
Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 6.2.5 onder a. voor de bouw van erf- en terreinafscheidingen tot maximaal 2 meter. 6.3.2
Nadere voorwaarden
Bij toepassing van een afwijkingsbevoegdheid als bedoeld in artikel 6.3.1., worden de in artikel 22.2. genoemde bepalingen, als nadere voorwaarden gesteld.
6.4
Specifieke gebruiksregels
Tot een gebruik strijdig met deze bestemming wordt in ieder geval gerekend: a.
de opslag van mest, hooibalen, zand, stenen of andere goederen op onbebouwde gronden.
6.5 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden a.
b.
c.
Het is verboden om zonder of in afwijking van een door burgemeester en wethouders verleende omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: 1. het rooien en verwijderen/afgraven van bosbodem en houtwallen, c.q. het rooien van singels; 2. het ontginnen, bodemverlagen, afgraven, ophogen en egaliseren van gronden 3. het aanbrengen van ondergrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen en de daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur; 4. het aanleggen of verharden van wegen, paden, banen of parkeergelegenheid en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen, met een oppervlakte van meer dan 50 m2; 5. het verrichten van onderzoeks- en exploitatieboringen ten behoeve van de winning van delfstoffen, water en andere bodemschatten; 6. het graven en/of dempen van sloten en het door afwateren, ontwateren of afdammen wijzigen van de grondwaterstand; 7. het leggen van drainagebuizen. De onder a bedoelde verboden zijn niet van toepassing op werken of werkzaamheden, die het normale onderhoud, gebruik en beheer betreffen of die reeds in uitvoering waren op het tijdstip van het van kracht worden van het bestemmingsplan.
De omgevingsvergunning wordt geweigerd, indien door de uitvoering van de aldaar genoemde werken of werkzaamheden, danwel door de daarvan direct of indirect te verwachten gevolgen de aanwezige landschappelijke, cultuurhistorische, geomorfologische en natuurlijke waarden in onevenredige mate worden of kunnen worden aangetast.
bestemmingsplan Usseler Es West (vastgesteld)
29
Artikel 7
7.1
Groen
Bestemmingsomschrijving
De voor Groen aangewezen gronden zijn bestemd voor: a.
groenstroken, plantsoenen, waterpartijen, -lopen, -bergingen, wadi's, infiltratiestroken en andere voorzieningen in het kader van de waterbeheersing; in- en uitritten, wandel- en fietspaden; (openbare) nutsvoorzieningen; ondergrondse infrastructurele voorzieningen (hoogspanningsverbindingen en hoge druk aardgastransportleidingen uitgezonderd); de winning van zout, voor zover daarvoor een concessie is gegeven; Voorzieningen ten behoeve van de geluidwering, zoals geluidschermen en geluidwallen; uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'parkeerterrein' zijn parkeervoorzieningen toegestaan.
b. c. d. e. f. g.
met de daarbij behorende bouwwerken, geen gebouwen zijnde, voorzieningen, straatmeubilair en andere werken. 7.2
Bouwregels
7.2.1 a.
Algemeen
Op de voor Groen aangewezen gronden mag uitsluitend worden gebouwd voor zover dit in overeenstemming is met het bepaalde in lid 7.1.
7.2.2
Nutsvoorzieningen
Voor het bouwen van nutsvoorzieningen gelden de volgende bepalingen: a. b. c.
het maximum oppervlakte van een bouwwerk bedraagt 25 m2; de maximum goothoogte van een bouwwerk bedraagt 3 meter; de maximum bouwhoogte van een bouwwerk bedraagt 5 meter.
7.2.3
Bouwwerken ten b ehoeve van de zoutwinning
Voor het bouwen van bouwwerken ten behoeve van de zoutwinning gelden de volgende bepalingen: a. b.
het maximum oppervlakte van een bouwwerk ten behoeve van de zoutwinning bedraagt 25 m2; de maximum bouwhoogte van een bouwwerk ten behoeve van de zoutwinning bedraagt 3 meter.
7.2.4
Overige b ouwwerken
Voor het bouwen van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde gelden de volgende bepalingen: a. b. c.
de maximum bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen bedraagt 1 meter; de maximum bouwhoogte van kunstobjecten, vlaggenmasten en lichtmasten bedraagt 8 meter; de maximum bouwhoogte van overige, niet eerder genoemde bouwwerken geen gebouw zijnde bedraagt 3 meter.
7.2.5 a.
Bestaande b eb ouwing
Bestaande bebouwing, die afwijkt van het bepaalde in lid 7.2.1, 7.2.2, 7.2.3 en 7.2.4 mag worden gehandhaafd en/of vernieuwd, mits de bestaande afwijkingen naar aard en omvang niet worden vergroot. Het in de vorige volzin bepaalde geldt niet voor bouwwerken, die zijn gebouwd in strijd met het voorheen geldende plan en niet krachtens de overgangsbepalingen van dat plan waren toegestaan.
30
bestemmingsplan Usseler Es West (vastgesteld)
7.3
Specifieke gebruiksregels
Tot een gebruik strijdig met deze bestemming wordt in ieder geval gerekend: a. b.
het buiten het bouwvlak opslaan van zand, stenen en naar aard daarmee gelijk te stellen materialen langer dan zes maanden per jaar; gebruik voor parkeren of als parkeerterrein buiten de aanduiding 'parkeerterrein'.
bestemmingsplan Usseler Es West (vastgesteld)
31
Artikel 8
8.1
Maatschappelijk - Religie
Bestemmingsomschrijving
De voor “Maatschappelijk - Religie” aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c.
levensbeschouwelijke voorzieningen; congres- en vergaderaccomodaties; ter plaatse van de aanduiding "bedrijfswoning" is een bedrijfswoning toegestaan;
met de daarbij behorende bouwwerken, erven, terreinen en voorzieningen, zoals parkeervoorzieningen, voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding, kunstobjecten, groenvoorzieningen en nutsvoorzieningen. 8.2
Bouwregels
8.2
Bouwregels
8.2.1
Algemeen
a. b. c.
op de voor “Maatschappelijk - Religie” aangewezen gronden mag uitsluitend worden gebouwd voor zover dit in overeenstemming is met het bepaalde in artikel 8.1; ter plaatse van de aanduiding “maximum bebouwingspercentage" mag het bebouwingspercentage niet worden overschreden. Ter plaatse van de bouwaanduiding 'karakteristiek' dient, met in acht neming van het bepaalde in lid 8.4 de karakteristieke hoofdvorm van het gebouw in stand te worden gehouden.
8.2.2
Hoofdgeb ouwen
Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende bepalingen: a. b. c. d.
hoofdgebouwen dienen binnen het bouwvlak te worden gebouwd; ter plaatse van de aanduiding “maximum bouwhoogte” mag de bouwhoogte niet worden overschreden; de minimale afstand tot de zijdelingse perceelsgrenzen bedraagt 3 meter; ter plaatse van de aanduiding "bedrijfswoning" is maximaal één bedrijfswoning toegestaan, waarbij voor het bouwen van een bedrijfswoning de volgende bepalingen gelden: 1. de maximum inhoud bedraagt 750 m3; 2. de maximum bouwhoogte bedraagt 9 meter; 3. de maximum goothoogte bedraagt 4 meter.
8.2.3
Bijbehorende b ouwwerken
Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken gelden de volgende bepalingen: a. b. c. d.
bijbehorende bouwwerken dienen binnen het bouwvlak te worden gebouwd; het maximum oppervlakte bedraagt in totaal 250 m2; de maximum bouwhoogte bedraagt 6 meter; de maximum goothoogte bedraagt 4 meter.
8.2.4
Nutsvoorzieningen
Voor het bouwen van nutsvoorzieningen gelden de volgende bepalingen: a. b. c.
het maximum oppervlakte bedraagt 25 m2; de maximum goothoogte bedraagt 3 meter; de maximum bouwhoogte bedraagt 5 meter.
8.2.5
Overige b ouwwerken
Voor het bouwen van overige bouwwerken gelden de volgende bepalingen: a. b.
de maximum bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen bedraagt 2 meter; de maximum bouwhoogte van kunstobjecten, vlaggen- en lichtmasten bedraagt 8 meter;
32
bestemmingsplan Usseler Es West (vastgesteld)
c.
de maximum bouwhoogte van overige, niet eerder genoemde bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt 5 meter.
8.2.6 a.
Bestaande b eb ouwing
Bestaande bebouwing, die afwijkt van het bepaalde in lid 8.2.1, 8.2.2, 8.2.3, 8.2.4 en 8.2.5 mag worden gehandhaafd en/of vernieuwd, mits de bestaande afwijkingen naar aard en omvang niet worden vergroot. Het in de vorige volzin bepaalde geldt niet voor bouwwerken, die zijn gebouwd in strijd met het voorheen geldende plan en niet krachtens de overgangsbepalingen van dat plan waren toegestaan.
8.3
Afwijken van de bouwregels
8.3.1
b evoegdheid
a.
b.
Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in: 1. lid 8.2.2, onder c, en toestaan dat de afstand tussen hoofdgebouwen en de perceelsgrenzen minder dan 3 meter bedraagt; 2. lid 8.2.2, onder d, voor het toestaan van een hogere goothoogte voor een bedrijfswoning tot maximaal 6 meter; De afwijkingen, zoals genoemd onder lid a., worden uitsluitend verleend onder de voorwaarde dat geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: 1. de woonsituatie; 2. het straat- en bebouwingsbeeld; 3. de verkeersveiligheid; 4. de sociale veiligheid; 5. de brandveiligheid, de externe veiligheid, en de rampenbestrijding; 6. de milieusituatie; 7. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.
8.3.2
Nadere voorwaarden
Bij toepassing van een afwijkingsbevoegdheid als bedoeld in artikel 8.3.1., worden de in artikel 22.2. genoemde bepalingen, als nadere voorwaarden gesteld. 8.4
Regels ter bescherming van cultuurhistorische gebouwen en/of bouwdelen van gebouwen
8.4
Regels ter bescherming van cultuurhistorische gebouwen en/of bouwdelen van gebouwen
8.4.1
Sloopverb od
Ter plaatse van de aanduiding 'karakteristiek' is het verboden zonder, of in afwijking van een omgevingsvergunning, bebouwing geheel of gedeeltelijk te slopen.
8.4.2
Uitzonderingen op het sloopverb od
Het sloopverbod voor bouwwerken met de aanduiding 'karakteristiek' geldt niet voor werken en werkzaamheden: a. b. c.
waarvoor ten tijde van inwerkingtreding van het bestemmingsplan een omgevingsvergunning is verleend; die ten tijde van inwerkingtreding van het bestemmingsplan in uitvoering waren; die van geringe omvang zijn, dan wel het normale onderhoud en beheer betreffen.
8.4.3 a.
b.
Toepassingscriteria
Bij de beoordeling van een aanvraag omgevingsvergunning wordt getoetst aan de beleidsregel 'Koesteren cultuurhistorie' dan wel, in het geval deze tussentijds wordt gewijzigd of vervangen door een andere beleidsregel, aan deze gewijzigde respectievelijk vervangende beleidsregel. Een omgevingsvergunning als bedoeld onder a wordt in ieder geval verleend in de volgende gevallen: 1. de karakteristieke hoofdvorm is niet langer aanwezig en kan niet zonder ingrijpende wijzigingen aan het pand worden hersteld;
bestemmingsplan Usseler Es West (vastgesteld)
33
2. 3.
de karakteristieke hoofdvorm is in redelijkheid niet langer te handhaven; het betreft delen van een hoofdgebouw of bijbehorend bouwwerk, die op zichzelf niet als karakteristiek vallen aan te merken, en door sloop daarvan vindt geen onevenredige aantasting plaats van de karakteristieke hoofdvorm. Alvorens een omgevingsvergunning als bedoeld onder a wordt verleend, vragen burgemeester en wethouders advies aan de cultuurhistorisch deskundige.
c.
8.5
Specifieke gebruiksregels
8.5
Specifieke gebruiksregels
Tot een gebruik van gronden en bouwwerken strijdig met de bestemming wordt in ieder geval gerekend: a. b. c.
d.
het gebruik van de gronden en bouwwerken voor detailhandel; het gebruik van de gronden en bouwwerken voor een horecabedrijf; het gebruik van de gronden en bouwwerken ten behoeve van bewoning door (het huishouden van) een persoon wiens huisvesting daar, gelet op de bestemming van het bedrijfsgebouw of het terrein niet noodzakelijk is; het gebruik van de gronden en bouwwerken ten behoeve van een seksinrichting.
34
bestemmingsplan Usseler Es West (vastgesteld)
Artikel 9
9.1
Maatschappelijk - Zorgboerderij
Bestemmingsomschrijving
De voor “Maatschappelijk - Zorgboerderij” aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d.
een maatschappelijke voorziening voor het bieden van zorg in combinatie met grondgebonden agrarische bedrijfsactiviteiten (zorgboerderij) waarbij wonen ten behoeve van deze functie is toegestaan; de verkoop van op het betreffende perceel geteelde of gefokte en/of verwerkte producten, met dien verstande, dat het brutovloeroppervlak van de verkoopruimte niet meer dan 100 meter2 mag bedragen; houtwallen en boomsingels; bij deze doeleinden behorende bouwwerken, erven, tuinen, terreinen en voorzieningen, zoals parkeervoorzieningen, wegen, in- en uitritten, groenvoorzieningen, voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding en nutsvoorzieningen.
9.2
Bouwregels
9.2.1 a. b.
Algemeen
Op de voor “Maatschappelijk - Zorgboerderij” aangewezen gronden mag uitsluitend worden gebouwd voor zover dit in overeenstemming is met het bepaalde in lid 9.1. Ter plaatse van de bouwaanduiding 'karakteristiek' dient, met in acht neming van het bepaalde in lid 9.4 de karakteristieke hoofdvorm van het gebouw in stand te worden gehouden.
9.2.2
Hoofdgeb ouwen
Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende bepalingen: a. b. c. d.
hoofdgebouwen dienen binnen het bouwvlak te worden gebouwd; ter plaatse van de aanduiding “maximale bouwhoogte” mag de bouwhoogte niet worden overschreden; ter plaatse van de aanduiding “maximale goothoogte” mag de goothoogte niet worden overschreden; voor hoofdgebouwen geldt een minimale afstand tot de perceelsgrenzen van 3 meter.
9.2.3
Bijbehorende b ouwwerken
Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken gelden de volgende bepalingen: a. b. c. d.
bijbehorende bouwwerken dienen binnen het bouwvlak te worden gebouwd; het maximum oppervlakte bedraagt in totaal 350 m2; de maximum bouwhoogte bedraagt 10 meter; de maximum goothoogte bedraagt 4 meter.
9.2.4
Nutsvoorzieningen
Voor het bouwen van nutsvoorzieningen gelden de volgende bepalingen: a. b. c.
het maximum oppervlakte bedraagt 25 m2; de maximum goothoogte bedraagt 3 meter; de maximum bouwhoogte bedraagt 5 meter.
9.2.5
Overige b ouwwerken
Voor het bouwen van overige bouwwerken gelden de volgende bepalingen: a. b. c.
de maximum bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen bedraagt 2 meter; de maximum bouwhoogte van kunstobjecten, vlaggen- en lichtmasten bedraagt 8 meter; de maximum bouwhoogte van overige, niet eerder genoemde bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt 5 meter.
bestemmingsplan Usseler Es West (vastgesteld)
35
9.2.6 a.
Bestaande b eb ouwing
Bestaande bebouwing, die afwijkt van het bepaalde in lid 9.2.1, 9.2.2, 9.2.3, 9.2.4 en 9.2.5mag worden gehandhaafd en/of vernieuwd, mits de bestaande afwijkingen naar aard en omvang niet worden vergroot. Het in de vorige volzin bepaalde geldt niet voor bouwwerken, die zijn gebouwd in strijd met het voorheen geldende plan en niet krachtens de overgangsbepalingen van dat plan waren toegestaan.
9.3 a.
Afwijken van de bouwregels Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 9.2.2, onder d, en toestaan dat de afstand tussen hoofdgebouwen en de perceelsgrenzen minder dan 3 meter mag bedragen. De afwijkingen, zoals genoemd onder lid a., worden uitsluitend verleend onder de voorwaarde dat geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: 1. de woonsituatie; 2. het straat- en bebouwingsbeeld; 3. de verkeersveiligheid; 4. de sociale veiligheid; 5. de brandveiligheid, de externe veiligheid, en de rampenbestrijding; 6. de milieusituatie; 7. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.
b.
9.3.1
Nadere voorwaarden
Bij toepassing van een afwijkingsbevoegdheid als bedoeld in artikel 9.3.1., worden de in artikel 22.2. genoemde bepalingen, als nadere voorwaarden gesteld. 9.4
Regels ter bescherming van cultuurhistorische gebouwen en/of bouwdelen van gebouwen
9.4.1
Sloopverb od
Ter plaatse van de aanduiding 'karakteristiek' is het verboden zonder, of in afwijking van een omgevingsvergunning, bebouwing geheel of gedeeltelijk te slopen.
9.4.2
Uitzonderingen op het sloopverb od
Het sloopverbod voor bouwwerken met de aanduiding 'karakteristiek' geldt niet voor werken en werkzaamheden: a. b. c.
waarvoor ten tijde van inwerkingtreding van het bestemmingsplan een omgevingsvergunning is verleend; die ten tijde van inwerkingtreding van het bestemmingsplan in uitvoering waren; die van geringe omvang zijn, dan wel het normale onderhoud en beheer betreffen.
9.4.3 a.
b.
c.
Toepassingscriteria
Bij de beoordeling van een aanvraag omgevingsvergunning wordt getoetst aan de beleidsregel 'Koesteren cultuurhistorie' dan wel, in het geval deze tussentijds wordt gewijzigd of vervangen door een andere beleidsregel, aan deze gewijzigde respectievelijk vervangende beleidsregel. Een omgevingsvergunning als bedoeld onder a wordt in ieder geval verleend in de volgende gevallen: 1. de karakteristieke hoofdvorm is niet langer aanwezig en kan niet zonder ingrijpende wijzigingen aan het pand worden hersteld; 2. de karakteristieke hoofdvorm is in redelijkheid niet langer te handhaven; 3. het betreft delen van een hoofdgebouw of bijbehorend bouwwerk, die op zichzelf niet als karakteristiek vallen aan te merken, en door sloop daarvan vindt geen onevenredige aantasting plaats van de karakteristieke hoofdvorm. Alvorens een omgevingsvergunning als bedoeld onder a wordt verleend, vragen burgemeester en wethouders advies aan de cultuurhistorisch deskundige.
36
bestemmingsplan Usseler Es West (vastgesteld)
9.5
Specifieke gebruiksregels
Tot een gebruik strijdig met deze bestemming wordt in ieder geval gerekend a. b. c. d.
het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van detailhandel, dit behoudens detailhandel, zoals genoemd in lid 9.1, onder b; Opslag op onbebouwde gronden; het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van een horecabedrijf; het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van een seksinrichting.
bestemmingsplan Usseler Es West (vastgesteld)
37
Artikel 10
Natuur
10.1
Bestemmingsomschrijving
10.1.1
Basisb estemming
De voor Natuur aangewezen gronden zijn bestemd voor: a.
de bescherming, instandhouding en verbetering van de landschappelijke, cultuurhistorische, geomorfologische en natuurlijke waarden; sloten, beken en daarmee gelijk te stellen waterlopen en andere voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding, waaronder begrepen voorzieningen ten behoeve van het vasthouden en bergen van water; in- en uitritten en wandel- en fietspaden; extensieve recreatie is toegestaan, mits de onder a genoemde waarden hierdoor niet onevenredig worden geschaad; natuurinclusieve landbouw, hieronder ook begrepen extensieve vormen van beweiding door vee, is toegestaan, mits deze een bijdrage levert aan de onder a. genoemde waarden, en deze waarden niet worden geschaad. (de aanleg van) voedselbossen, alsmede agroforestry is toegestaan, mits deze een bijdrage leveren aan de onder a. genoemde waarden, en deze waarden niet worden geschaad.
b.
c. d. e.
f.
10.2
Bouwregels
10.2.1
Algemeen
a.
Op de voor 'Natuur' aangewezen gronden mag uitsluitend worden gebouwd voor zover dit in overeenstemming is met het bepaalde in lid 10.1. Op gronden die middels de functieaanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - schuur' tevens zijn bestemd voor de instandhouding van een schuur, mag een schuur aanwezig zijn waarvan: 1. de oppervlakte niet groter mag zijn dan de functieaanduiding; 2. de goothoogte maximaal 3,5 meter en 3. de bouwhoogte maximaal 6 meter mag bedragen. Een schuur als bedoeld onder b., mag niet worden verplaatst.
b.
c.
10.2.2 a.
Gebouwen en bijbehorende bouwwerken, geen gebouw zijnde zijn niet toegestaan.
10.2.3 b. a.
Overige, niet eerder genoemde, b ouwwerken
De maximale bouwhoogte van terreinafscheidingen bedraagt 1 meter. De maximale bouwhoogte van overige, niet eerder genoemde, bouwwerken bedraagt 2 meter.
10.2.4 a.
Bestaande b eb ouwing
Bestaande bebouwing, die afwijkt van het bepaalde in lid 10.2.1, 10.2.2, en 10.2.3 mag worden gehandhaafd en/of vernieuwd, mits de bestaande afwijkingen naar aard en omvang niet worden vergroot. Het in de vorige volzin bepaalde geldt niet voor bouwwerken, die zijn gebouwd in strijd met het voorheen geldende plan en niet krachtens de overgangsbepalingen van dat plan waren toegestaan.
10.3 a.
Gebouwen en b ijbehorende b ouwwerken, geen geb ouw zijnde
Gebruiksregels Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - schuur' mag op het adres Harberinksweg 59, met inachtneming van het bepaalde in lid 10.4, een bestaand gebouw worden gebruikt voor bewoning.
38
bestemmingsplan Usseler Es West (vastgesteld)
10.4
Specifieke gebruiksregels
Tot een gebruik strijdig met deze bestemming wordt in ieder geval gerekend: a.
b. c. d. e. f.
het gebruik van gronden met de aanduiding "specifieke vorm van agrarisch-schuur" op het adres Harberinksweg 59 voor bewoning, indien deze functie, na de inwerkingtreding van dit plan, voor een aaneengesloten periode van zes maanden, is beëindigd; gebruik van gronden en/of bouwwerken buiten de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch-schuur' ten behoeve van de bij de functie wonen behorende voorzieningen zoals parkeervoorzieningen en/of tuin; het opslaan van mest, hooibalen en/of andere agrarische producten; het opslaan van zand, stenen en naar aard daarmee gelijk te stellen materialen; het kunstmatig bemesten van gronden met meststoffen en/of gebruik van kunstmest en/of het injecteren van gronden met mest; het gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen.
10.5 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden a.
b.
c.
d.
Het is verboden om zonder of in afwijking van een door burgemeester en wethouders verleende omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: 1. het rooien en verwijderen/afgraven van bosbodem en houtwallen, c.q. het rooien van bomen en singels; 2. het scheuren van grasland; 3. het ontginnen, bodemverlagen, afgraven, ophogen en egaliseren van gronden; 4. het aanbrengen van ondergrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen en de daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur; 5. het aanleggen of verharden van wegen, paden, banen of parkeergelegenheid en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen met een oppervlakte van meer dan 50 m2; 6. het verrichten van onderzoeks- en exploitatieboringen ten behoeve van de winning van delfstoffen, water en andere bodemschatten; 7. het graven en/of dempen van sloten en het door afwateren, ontwateren of afdammen wijzigen van de grondwaterstand; 8. het leggen van drainagebuizen. De onder a bedoelde verboden zijn niet van toepassing op werken en werkzaamheden, die het normale onderhoud, gebruik en beheer betreffen of die reeds in uitvoering waren op het tijdstip van het van kracht worden van het bestemmingsplan.
De onder a bedoelde omgevingsvergunning wordt geweigerd, indien door de uitvoering van de aldaar genoemde werken of werkzaamheden, danwel door de daarvan direct of indirect te verwachten gevolgen de landschappelijke, cultuurhistorische en natuurlijke waarden in onevenredige mate worden of kunnen worden aangetast. Aan de onder a. genoemde omgevingsvergunning kan de voorwaarde worden verbonden, dat er wordt herplant.
bestemmingsplan Usseler Es West (vastgesteld)
39
Artikel 11
11.1
Verkeer
Bestemmingsomschrijving
De voor Verkeer aangewezen gronden zijn bestemd voor wegen, voet- en fietspaden en parkeervoorzieningen, met daaraan ondergeschikt, a. b. c.
waterlopen en waterpartijen; busbanen en bussluizen; faunapassages.
met de daarbij behorende: d. e. f.
bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zoalsals straatmeubilair, bruggen en viaducten, terreinen en voorzieningen, zoals groenvoorzieningen, parkeervoorzieningen, (openbare) nutsvoorzieningen en geluidwerende voorzieningen zoals geluidschermen en geluidwallen.
De voor Verkeer bestemde wegen bestaan uit 2 rijstroken, tenzij door middel van een dwarsprofiel anders in het plan is aangegeven.
11.2
Bouwregels
11.2.1
Algemeen
a. b.
Op de voor Verkeer aangewezen gronden mag uitsluitend worden gebouwd voor zover dit in overeenstemming is met het bepaalde in lid 11.1. Bestaande bebouwing, die afwijkt van het bepaalde in de leden 11.2.1onder a, 11.2.2 en 11.2.3, mag worden gehandhaafd en/of vernieuwd, mits de bestaande afwijkingen naar aard en omvang niet worden vergroot. Het in de vorige volzin bepaalde geldt niet voor bouwwerken, die zijn gebouwd in strijd met het voorheen geldende plan en niet krachtens de overgangsbepalingen van dat plan waren toegestaan.
11.2.2 a. b.
Bouwwerken
De bouwhoogte van bouwwerken voor bewegwijzering, beveiliging en regeling van het verkeer, kunstobjecten, vlaggen- en lichtmasten mag maximaal 10 meter bedragen; De bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag maximaal 15 meter bedragen.
11.2.3
Nutsvoorzieningen
In afwijking van het bepaalde in lid 11.2.2 gelden voor het bouwen van nutsvoorzieningen de volgende bepalingen: a. b.
de oppervlakte van een bouwwerk mag maximaal 25 m² bedragen; de goothoogte mag maximaal 3 meter en de bouwhoogte 5 meter bedragen.
11.2.4 a.
Bestaande b eb ouwing
Bestaande bebouwing, die afwijkt van het bepaalde in lid 11.2.1, 11.2.2 en 11.2.3, mag worden gehandhaafd en/of vernieuwd, mits de bestaande afwijkingen naar aard en omvang niet worden vergroot. Het in de vorige volzin bepaalde geldt niet voor bouwwerken, die zijn gebouwd in strijd met het voorheen geldende plan en niet krachtens de overgangsbepalingen van dat plan waren toegestaan.
40
bestemmingsplan Usseler Es West (vastgesteld)
Artikel 12
12.1
Verkeer - Zandweg
Bestemmingsomschrijving
De voor Verkeer - Zandweg aangewezen gronden zijn bestemd voor onverharde wegen en paden, met daarbij behorende bouwwerken en voorzieningen als groen- en waterhuishoudkundige voorzieningen, alsmede voor (openbare) nutsvoorzieningen. 12.2
Bouwregels
12.2.1
Algemeen
a. b.
Op de voor Verkeer - Zandweg aangewezen gronden mag uitsluitend worden gebouwd voor zover dit in overeenstemming is met het bepaalde in lid 12.1. Bestaande bebouwing, die afwijkt van het bepaalde in de leden 12.2.1 onder a, 12.2.2 en 12.2.3, mag worden gehandhaafd en/of vernieuwd, mits de bestaande afwijkingen naar aard en omvang niet worden vergroot. Het in de vorige volzin bepaalde geldt niet voor bouwwerken, die zijn gebouwd in strijd met het voorheen geldende plan en niet krachtens de overgangsbepalingen van dat plan waren toegestaan.
12.2.2
Bouwwerken
De bouwhoogte van bouwwerken mag maximaal 5 meter bedragen. 12.2.3
Nutsvoorzieningen
In afwijking van het bepaalde in lid 12.2.2 gelden voor het bouwen van nutsvoorzieningen de volgende bepalingen: a. b.
de oppervlakte van een bouwwerk mag maximaal 25 m² bedragen; de goothoogte mag maximaal 3 meter en de bouwhoogte 5 meter bedragen.
12.2.4 a.
12.3
Bestaande b eb ouwing
Bestaande bebouwing, die afwijkt van het bepaalde in lid 12.2.1, 12.2.2 en 12.2.3 mag worden gehandhaafd en/of vernieuwd, mits de bestaande afwijkingen naar aard en omvang niet worden vergroot. Het in de vorige volzin bepaalde geldt niet voor bouwwerken, die zijn gebouwd in strijd met het voorheen geldende plan en niet krachtens de overgangsbepalingen van dat plan waren toegestaan.
Specifieke gebruiksregels
De voor Verkeer - Zandweg aangewezen gronden mogen niet worden verhard, met dien verstande dat zij halfverhard mogen zijn, indien zij reeds halfverhard waren op het tijdstip van terinzagelegging van het ontwerp van dit plan.
bestemmingsplan Usseler Es West (vastgesteld)
41
Artikel 13
13.1
Wonen
Bestemmingsomschrijving
De voor Wonen aangewezen gronden zijn bestemd voor het wonen in één woning door één huishouden, met daaraan ondergeschikt: a.
de uitoefening van een beroep of bedrijf aan huis dat is genoemd in de hoofdgroep Bedrijven of Dienstverlening van de bij deze regels behorende Lijst van Bedrijfstypen (bijlage 2) in de categorie 1 met een maximum oppervlakte van 150 m2; bed and breakfast.met een maximum oppervlakte van 150 m2; ter plaatse van de aanduiding 'kantoor' is een kantoor toegestaan,
b. c.
met de daarbij behorende: d. e. f. g. h.
bouwwerken, erven, tuinen, terreinen en voorzieningen, zoals bergingen, speelvoorzieningen, in- en uitritten, parkeervoorzieningen, voorzieningen ten behoeve van warmte-koude-opslag, voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding, groenvoorzieningen en (openbare) nutsvoorzieningen.
13.2
Bouwregels
13.2.1
Algemeen
a. b. c.
Op de voor Wonen aangewezen gronden mag uitsluitend worden gebouwd voor zover dit in overeenstemming is met het bepaalde in lid 13.1. Nieuwbouw ten behoeve van de uitoefening van een bed and breakfast is niet toegestaan. Ter plaatse van de bouwaanduiding 'karakteristiek' dient, met in acht neming van het bepaalde in lid 13.2.6de karakteristieke hoofdvorm van het gebouw in stand te worden gehouden.
13.2.2 a. b. c. d. e. f. g. h.
Hoofdgeb ouwen en b ijbehorende b ouwwerken
Hoofdgebouwen en bijbehorende bouwwerken mogen uitsluitend worden gebouwd binnen een op de verbeelding aangegeven bouwvlak. Binnen een bouwvlak mag maximaal één woning aanwezig zijn, tenzij door middel van een aanduiding anders is aangegeven. Binnen een bouwvlak mag, ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden', het aantal woningen niet meer bedragen dan is aangegeven. De inhoud van een woning mag maximaal 750 m³ bedragen. Indien de inhoud van een bestaande woning meer bedraagt dan 1000 m³, dan mogen er maximaal twee woningen aanwezig zijn, mits de inhoud in gelijke delen wordt verdeeld. De goothoogte van een woning mag ten hoogste 6 meter en de bouwhoogte mag ten hoogste 10 meter bedragen. Woningen mogen niet worden verplaatst. Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken gelden de volgende bouwregels: 1. de gezamenlijke oppervlakte aan bijbehorende bouwwerken mag, bij een omvang van het bestemmingsvlak tot 250 m², maximaal 75 m² en bij een bestemmingsvlak met een omvang vanaf 250 m², niet meer dan 30 % van de omvang van het bestemmingsvlak, met een maximum van 100 m² bedragen per wooneenheid; 2. de bouw van bijbehorende bouwwerken en bijbehorende bouwwerken, zijnde een uitbreiding van het hoofdgebouw, is uitsluitend toegestaan in het achtererfgebied; 3. de maximale goothoogte voor bijbehorende bouwwerken bedraagt 3 meter; 4.
de maximale bouwhoogte voor bijbehorende bouwwerken bedraagt 6 meter ; 5. bijbehorende bouwwerken mogen niet worden samengevoegd of verplaatst, indien de totale oppervlakte aan bijbehorende bouwwerken op het bouwperceel groter is dan de oppervlakte die
42
bestemmingsplan Usseler Es West (vastgesteld)
6.
7.
13.2.3
ingevolge het bepaalde onder i sub 1 van dit lid is toegestaan; de bouwhoogte van aangebouwde bijbehorende bouwwerken, zijnde een uitbreiding van de wooneenheid, mag binnen het bouwvlak maximaal gelijk zijn aan de bouwhoogte van de wooneenheid; de goothoogte van aangebouwde bijbehorende bouwwerken, zijnde een uitbreiding van de wooneenheid, mag binnen het bouwvlak maximaal gelijk zijn aan de goothoogte van de wooneenheid. Nutsvoorzieningen
In afwijking van het bepaalde in lid 13.2.2 en 13.2.4 geldt voor het bouwen van nutsvoorzieningen de volgende bepalingen: a. b. c.
het maximum oppervlakte bedraagt 25 m2; de maximum goothoogte bedraagt 3 meter; de maximum bouwhoogte bedraagt 5 meter.
13.2.4
Overige, niet eerder genoemde, b ouwwerken
Voor het bouwen van overige, niet eerder genoemde bouwwerken, gelden de volgende bepalingen: a. b. c.
de maximum bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen bedraagt 1,5 meter voor de voorgevelrooilijn en 2 meter achter de voorgevelrooilijn; de maximum bouwhoogte van kunstobjecten, vlaggen- en lichtmasten bedraagt 6 meter; de maximum bouwhoogte van overige, niet eerder genoemde bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt 3 meter.
13.2.5 a.
13.2.6 a. b.
c.
d.
e.
Bestaande b eb ouwing
Bestaande bebouwing, die afwijkt van het bepaalde in artikel 13.2.1 onder a, 13.2.2, 13.2.4 en 13.2.4, mag worden gehandhaafd en/of vernieuwd, mits de bestaande afwijkingen naar aard en omvang niet worden vergroot. Het in de vorige volzin bepaalde geldt niet voor bouwwerken, die zijn gebouwd in strijd met het voorheen geldende plan en niet krachtens de overgangsbepalingen van dat plan waren toegestaan. Slopen
Ter plaatse van de aanduiding "karakteristiek" is het verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning bebouwing geheel of gedeeltelijk te slopen. Het onder a genoemde verbod geldt niet voor werken en werkzaamheden: 1. waarvoor ten tijde van inwerkingtreding van het bestemmingsplan een omgevingsvergunning is verleend; 2. die ten tijde van inwerkingtreding van het bestemmingsplan in uitvoering waren; 3. die van geringe omvang zijn, dan wel het normale onderhoud en beheer betreffen. Bij de beoordeling van een aanvraag omgevingsvergunning wordt getoetst aan de beleidsregel "Koesteren cultuurhistorie" dan wel, in het geval deze tussentijds wordt gewijzigd of vervangen door een andere beleidsregel, aan deze gewijzigde respectievelijk vervangende beleidsregel. Een omgevingsvergunning als bedoeld onder a wordt verleend in de volgende gevallen: 1. de karakteristieke hoofdvorm is niet langer aanwezig en kan niet zonder ingrijpende wijzigingen aan het pand worden hersteld; 2. de karakteristieke hoofdvorm is in redelijkheid niet langer te handhaven; 3. het betreft delen van een hoofdgebouw of bijbehorend bouwwerk, die op zichzelf niet als karakteristiek vallen aan te merken, en door sloop daarvan geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de karakteristieke hoofdvorm.
Alvorens een omgevingsvergunning als bedoeld onder a wordt verleend, vragen burgemeester en wethouders advies aan de cultuurhistorisch deskundige.
bestemmingsplan Usseler Es West (vastgesteld)
43
13.3
Afwijken van de bouwregels
13.3.1
Omschrijving b evoegdheid
Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 13.2.2 ten behoeve van: a.
het vergroten van de inhoud van een voormalige agrarische bedrijfswoning met de inhoud van de in hetzelfde gebouw aanwezige voormalige agrarische bedrijfsruimte, met dien verstande dat de gezamenlijke inhoud van de wooneenheid en het bedrijfsgedeelte niet mag worden vergroot, het aantal woningen niet mag toenemen en de karakteristiek van het gebouw, bepaald door bouwhoogte, goothoogte, gevelindeling en dakvorm niet in onevenredige mate mag worden aangetast de inpandige splitsing van een wooneenheid in maximaal twee woningen, indien de inhoud van dit hoofdgebouw meer bedraagt dan 1000 m³, met dien verstande dat de inhoud in gelijke delen wordt verdeeld en met dien verstande dat de karakteristieke vorm van het gebouw, bepaald door de bouwhoogte, goothoogte, gevelindeling en dakvorm niet mag worden aangetast. het verplaatsen van woningen binnen het bouwvlak.
de bouw van bijbehorende bouwwerken buiten het bouwvlak; de bouw van bijbehorende bouwwerken in het voorerfgebied; het verplaatsen of samenvoegen van bijbehorende bouwwerken, in het geval de totale oppervlakte aan bijbehorende bouwwerken op het bestemmingsvlak groter is dan de oppervlakte die ingevolge het bepaalde in 13.2.2 is toegestaan, met dien verstande dat maximaal 50 procent van het aantal gesloopte m² aan bijbehorende bouwwerken mag worden teruggebouwd; het wijzigen van een bestaand, waardevol bedrijfsgebouw ter plaatse van de aanduiding "karakteristiek", mits geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de karakteristieke waarde van het gebouw, de woonsituatie, het straat- en bebouwingsbeeld, de verkeersveiligheid, de sociale veiligheid, de milieusituatie en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.
b.
c. d. e. f.
g.
13.3.2
Nadere voorwaarden
Bij toepassing van een afwijkingsbevoegdheid als bedoeld in artikel 13.3.1., worden de in artikel 22.2. genoemde bepalingen, als nadere voorwaarden gesteld.
13.4
Specifieke gebruiksregels
Tot een gebruik strijdig met deze bestemming wordt in ieder geval gerekend: a.
voor zover het gebouwen, of delen van gebouwen betreft, die op grond van het bepaalde in lid 13.1 voor de uitoefening van een beroep of bedrijf aan huis mogen worden gebruikt, een medegebruik voorzover dit betrekking heeft op een oppervlakte groter dan het gebruik van meer dan 49 procent van de som van de gebruiksvloeroppervlakte van de woning en de daarbij behorende bouwwerken en groter dan 150 m2; het permanent bewonen van een bed and breakfast accommodatie; het gebruik van vrijstaande bijbehorende bouwwerken voor ieder vorm van bewoning, anders dan als huisvesting in verband met mantelzorg of als gastenverblijf; het gebruik van vrijstaande bijbehorende bouwwerken voor bewoning; de exploitatie van een winkel, horecabedrijf, of seksinrichting.
b. c. d. e.
13.5
Afwijken van de gebruiksregels
13.5.1
Omschrijving b evoegdheid
Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in: a.
b.
lid 13.1 onder a., ten behoeve van de uitoefening van een beroep of bedrijf aan huis, dat is genoemd in categorie 2 uit de hoofdgroep Bedrijven of Dienstverlening van de bij deze regels behorende lijst van bedrijfstypen (bijlage 2). lid 13.1 onder a. ten behoeve van de vestiging van een bedrijf dan wel wijziging of aanpassing van een
44
bestemmingsplan Usseler Es West (vastgesteld)
bestaand bedrijf in een bedrijf dat niet is genoemd in categorie 1 van de hoofdgroeop Bedrijven van bijlage 2. van deze regels, mits dat bedrijf, gelet op de milieubelasting, naar aard en invloed op de omgeving kan worden gelijkgesteld met de volgens lid 13.1 op die locatie toegestane bedrijven;
13.6
Wijzigingsbevoegdheid
13.6.1
Omschrijving
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd op grond van artikel 3.6 van de Wet ruimtelijke ordening het plan te wijzigen: a.
b.
c.
d.
ten behoeve van dag- of verblijfsrecreatie, bedrijven uit de categorie 1 voorkomend binnen de hoofdgroepen Maatschappelijk, Horeca, Cultuur en Ontspanning en Dienstverlening van de bij deze planregels behorende lijst van bedrijfstypen (bijlage 2) in een bestaand, eventueel daarvoor geschikt te maken, gebouw binnen een bouwvlak, met dien verstande dat: 1. het betreffende gebouw tenminste vijf jaar (niet wederrechtelijk) in gebruik is geweest voor bedrijfsdoeleinden; 2. de functiewijziging ook met vervangende nieuwbouw gepaard kan gaan, indien het bestaande bedrijfsgebouw om bouwtechnische redenen niet geschikt (te maken) is voor het beoogde doel, onder de voorwaarde dat maximaal 50 procent van het aantal gesloopte vierkante meters kan worden teruggebouwd met een maximum van 150 m²; 3. voor plannen die voorzien in de realisatie van recreatieverblijven (boerenappartementen) geldt dat er maximaal 3 recreatieverblijven mogen worden gerealiseerd en elk recreatieverblijf een gebruiksvloeroppervlakte heeft van niet meer dan 65 m²; 4. burgemeester en wethouders bevoegd zijn, de vestiging van andere dan de in de aanhef van dit lid bedoelde bedrijven toe te staan, mits die bedrijven naar hun aard vergelijkbaar zijn met de binnen de genoemde hoofdgroepen toegestane bedrijven uit categorie 1 en die bedrijven, gelet op hun invloed op hun omgeving, daarmee gelijk kunnen worden gesteld; 5.
de exploitatie van een hotel, café/bar, c.q. de exploitatie van een partycentrum niet is toegestaan. ten behoeve van het wonen in een bestaand, eventueel daarvoor geschikt te maken, waardevol voormalig (bedrijfs)gebouw, met dien verstande dat: 1. een woonfunctie slechts wordt toegekend, indien het gebouw een inhoud heeft van minimaal 450 m³; 2. de karakteristieke waarde van het gebouw door de nieuwe functie niet mag worden aangetast; 3. de inhoud van het gebouw niet mag worden vergroot; 4. overige op het erf voorkomende voormalige bedrijfsgebouwen moeten worden afgebroken, tenzij zij van belang zijn voor het behoud van het karakter van het erf. door het verwijderen van de verbeelding van een functie-aanduiding, indien de betreffende activiteit ter plaatse gedurende tenminste een half jaar is beëindigd en er geen redenen zijn om aan te nemen dat de activiteit op korte termijn wordt voortgezet; door het veranderen van de vorm van een bestaand bouwvlak, met dien verstande dat bouwgrenzen met niet meer dan 20 meter mogen worden verschoven.
13.6.2
Nadere voorwaarden
Bij toepassing geving van een afwijkingsbevoegdheid als bedoeld in artikel 13.6.1 sub a, b en d gelden tevens de nadere voorwaarden van artikel 23.2.
bestemmingsplan Usseler Es West (vastgesteld)
45
Artikel 14
14.1
Leiding - Gas
Bestemmingsomschrijving
De op de verbeelding als zodanig aangewezen gronden zijn mede bestemd voor de aanleg en instandhouding van ondergrondse hoge druk gastransportleidingen (inclusief voorzieningen) met de daarbij behorende belemmeringenstroken. 14.2
Voorrangsbepaling
De regels van deze dubbelbestemming gelden primair ten opzichte van de regels van iedere andere bestemming, waarmee deze dubbelbestemming samenvalt. 14.3
Bouwregels
In afwijking afwijking van hetgeen elders in deze regels is bepaald, geldt dat op of in de in 14.1 bedoelde gronden uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten dienste van de leiding(en) mogen worden gebouwd. Overige gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn niet toegestaan uit oogpunt van externe veiligheid en energieleveringszekerheid. 14.4
Afwijken van de bouwregels
Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van de bouwregels voor het bouwen overeenkomstig de andere daar voorkomende bestemming(en) indien de veiligheid van de betrokken leiding niet wordt geschaad en vooraf schriftelijk advies is ingewonnen bij de betrokken leidingexploitant. Een omgevingsvergunning kan slechts worden verleend indien geen kwetsbare objecten worden toegelaten. 14.5
Specifieke gebruiksregels
Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, wordt in ieder geval gerekend: a. b.
het opslaan van goederen, met uitzondering het opslaan van goederen t.b.v. van inspectie en onderhoud van de gastransportleiding het wijzigen van het gebruik van bestaande gebouwen, indien daardoor een kwetsbaar object wordt toegelaten.
14.6 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 14.6.1 Het is verboden om zonder of in afwijking van een door burgemeester en wethouders verleende omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren, te doen of te laten uitvoeren, die de veiligheid kunnen schaden of de continuïteit van de energievoorziening in gevaar kunnen brengen: 1. 2. 3. 4. 5.
het aanbrengen en rooien van diepwortelende beplanting en/of bomen; het aanleggen van wegen of paden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; Het indrijven van voorwerpen in de bodem zoals lichtmasten, wegwijzers en ander straatmeubilair; het uitvoeren van grondbewerkingen waartoe gerekend afgraven, woelen, mengen, diepploegen; egaliseren, ontginnen, ophogen en aanleggen van drainage; het aanlggen, vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere wateren.
14.6.2 Het in 14.6.1 genoemde verbod is niet van toepassing op werken en/of werkzaamheden
46
bestemmingsplan Usseler Es West (vastgesteld)
6. 7. 8. 9.
die reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van het plan; die het normale beheer en onderhoud ten aanzien van de leiding en belemmeringenstrook of ten aanzien van de functies van de andere voorkomende bestemming(en) betreffen; zijnde graafwerkzaamheden als bedoeld in de Wet informatieuitwisseling bovengrondse en ondergrondse netten en netwerken; die mogen worden uitgevoerd krachtens een reed verleende omgevingsvergunning.
14.6.3 Een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden, kan worden verleend indien de betreffende werken en/of werkzaamheden de belangen van de leiding niet schaden.
14.6.4 Alvorens te beslissen op een aanvraag om een omgevingsvergunning, als bedoeld in 14.6.1, wint het bevoegd gezag schriftelijk advies in bij de leidingbeheerder omtrent de vraag of door de voorgenomen werken of werkzaamheden de belangen van de leiding niet worden geschaad en welke voorwaarden gesteld dienen te worden om eventuele schade te voorkomen.
bestemmingsplan Usseler Es West (vastgesteld)
47
Artikel 15
15.1
Leiding - Hoogspanningsverbinding
Bestemmingsomschrijving
In afwijking van het bepaalde elders in deze regels zijn de voor 'Leiding - Hoogspanningsverbinding' aangewezen gronden, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de aanleg, de instandhouding en bescherming van bovengrondse hoogspanningsverbindingen met de daarbij behorende bouwwerken, geen gebouwen zijnde. 15.2 a.
Bouwregels In afwijking van het bepaalde bij de andere bestemming(en) mag niet worden gebouwd, anders dan ten behoeve van deze dubbelbestemming; Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten behoeve van de bovengrondse hoogspanningsverbinding geldt een maximum bouwhoogte van 50 meter.
b.
15.3
Afwijken van de bouwregels
Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 15.2, onder a en toestaan dat in de andere daar voorkomende bestemming(en) genoemde bebouwing wordt gebouwd, mits: a.
hierdoor geen onevenredige aantasting plaatsvindt van het doelmatig functioneren van de hoogspanningsverbinding, hierdoor geen blijvend onevenredig afbreuk wordt gedaan aan de belangen van en de veiligheidssituatie rond de betreffende hoogspanningsverbinding, en er vooraf schriftelijk advies wordt ingewonnen van de betreffende leidingbeheerder(s).
b. c. 15.4
Specifieke gebruiksregels
Tot een gebruik, strijdig met deze dubbelbestemming, wordt in ieder geval gerekend het gebruik van onbebouwde gronden als permanente opslag-, stort- of bergplaats. 15.5 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden a.
Het is verboden om zonder of in afwijking van een door burgemeester en wethouders verleende omgevingsvergunning de volgende werken of werkzaamheden uit te voeren, te doen of te laten uitvoeren, die de veiligheid kunnen schaden of de continuïteit van de energievoorziening in gevaar kunnen brengen: 1. het aanbrengen van hoogopgaande beplanting en/of bomen; 2. het aanbrengen van bovengrondse constructies, installaties of apparatuur; 3. het ophogen en egaliseren, bodemverlaging of afgraven of anderszins wijzigen in maaiveld- en weghoogte. Het onder a bedoelde verbod geldt niet voor werken of werkzaamheden die het normale onderhoud, gebruik en beheer van de hoogspanningsverbinding betreffen, of die reeds is uitvoering zijn op het tijdstip waarop het plan rechtskracht verkrijgt. De werken en werkzaamheden als bedoeld onder a zijn slechts toelaatbaar, indien door die werken en werkzaamheden, dan wel door de daarvan hetzij direct, hetzij indirect te verwachten gevolgen geen onevenredige aantasting van de belangen van de hoogspanningsverbinding en/of energievoorziening ontstaat of kan ontstaan. Alvorens te beslissen omtrent een omgevingsvergunning als bedoeld onder a, wordt het advies ingewonnen van de betreffende leidingbeheerder.
b.
c.
d.
15.6
Wijzigingsbevoegdheid
Burgemeester en wethouders zijn op grond van artikel 3.6 van de Wet ruimtelijke ordening bevoegd het plan te wijzigen door:
48
bestemmingsplan Usseler Es West (vastgesteld)
a.
b.
15.7 a. b.
het verwijderen van de dubbelbestemming "Leiding - Hoogspanningsverbinding", indien er sprake is van het verwijderen dan wel het permanent buiten gebruik stellen van de bestaande bovengrondse hoogspanningsverbinding; het wijzigen van de situering van de dubbelbestemming "Leiding - Hoogspanningsverbinding", indien er sprake is van het verplaatsen van een bestaande hoogspanningsverbinding. Nadere voorwaarden Bij toepassing van een afwijkingsbevoegdheid als bedoeld in artikle 15.3, worden de in artikel 22.2 genoemde bepalingen, als nadere voorwaarden gesteld. Bij toepassing van een wijzigingsbevoegdheid als bedoeld in artikel 15.6, worden de in artikel 23.2 genoemde bepalingen, als nadere voorwaarden gesteld.
bestemmingsplan Usseler Es West (vastgesteld)
49
Artikel 16
16.1
Waarde - Archeologie
Bestemmingsomschrijving
De voor “Waarde - Archeologie” aangewezen gronden zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud en de bescherming van archeologische waarden, waarbij de bestemming "Waarde-Archeologie" voorrang heeft op de andere daar voorkomende bestemming(en). 16.2
Bouwregels
16.2.1
Algemeen
Op de voor "Waarde - Archeologie" aangewezen gronden mag uitsluitend worden gebouwd voor zover dit in overeenstemming is met het bepaalde in lid 16.1. 16.2.2
Bouwen van b ouwwerken
Voor het bouwen van bouwwerken op de voor "Waarde - Archeologie" aangewezen gronden gelden de volgende bepalingen: a. b.
voor het bouwen van bouwwerken met een bodemverstoring tot 40 cm beneden maaiveld gelden geen beperkingen ten opzichte van de bouwregels behorende bij de daar voorkomende bestemming(en); voor het bouwen van bouwwerken met een bodemverstoring van 40 cm en dieper beneden maaiveld kunnen burgemeester en wethouders uitsluitend een omgevingsvergunning verlenen indien op basis van een archeologisch rapport wordt aangetoond dat: 1. de archeologische waarden van de gronden die blijkens de aanvraag worden verstoord in voldoende mate zijn vastgelegd, en; 2. in voldoende mate is aangegeven op welke wijze de archeologische waarden worden bewaard en/of gedocumenteerd, dan wel; 3. in voldoende mate is aangegeven dat de archeologische waarden van de gronden niet onevenredig worden of kunnen worden geschaad, dan wel niet (meer) aanwezig zijn.
16.2.3 a. b.
Uitzondering
Het bepaalde in lid 16.2.2 is niet van toepassing op het vervangen, vernieuwen of veranderen van bestaande bebouwing, waarbij gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering. Bij de in lid 16.2.2 genoemde omgevingsvergunning kunnen burgemeester en wethouders besluiten dat geen archeologisch onderzoek noodzakelijk is indien de grond ter plaatse reeds zodanig is geroerd dat er feitelijk geen sprake meer kan zijn aantasting van mogelijk aanwezige archeologische waarden.
16.2.4
Voorwaarden aan de omgevingsvergunning
Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning als bedoeld in lid 16.2.2 één of meerdere van de hierna genoemde voorwaarden verbinden indien uit het in lid 16.2.2 bedoelde rapport blijkt dat door het verlenen van de omgevingsvergunning archeologische waarden zullen worden verstoord: a. b. c.
de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor de archeologische waarden in de bodem worden behouden; de verplichting tot het doen van opgravingen overeenkomstig een daartoe door burgemeester en wethouders vastgesteld Programma van Eisen; de verplichting om de activiteit die tot bodemverstoring leidt te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door burgemeester en wethouders bij de vergunning te stellen kwalificaties.
50
bestemmingsplan Usseler Es West (vastgesteld)
16.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 16.3.1 a.
b.
Ter bescherming van de aanwezige archeologische waarden is het uitvoeren van de hierna genoemde werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden alleen toegestaan overeenkomstig een door burgemeester en wethouders verleende omgevingsvergunning: 1. het ophogen van de bodem; 2. het verlagen van het grondwaterpeil, tenzij dit een maatregel is van het bevoegde waterschap. Ter bescherming van de aanwezige archeologische waarden is het uitvoeren van de hierna genoemde werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden, voor zover deze dieper reiken dan 40 cm beneden maaiveld, alleen toegestaan overeenkomstig een door burgemeester en wethouders verleende omgevingsvergunning: 1. het verlagen van de bodem of het afgraven van gronden; 2. het uitvoeren van grondwerkzaamheden, waartoe ook gerekend wordt woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, aanleggen van drainage en ontginnen; 3. het aanleggen, verbreden of verharden van wegen, paden of parkeergelegenheden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; 4. het aanleggen van ondergrondse transport-, energie-, of telecommunicatie- of andere leidingen en daarmee verhand houdende constructies; 5. het aanbrengen van constructies die verband houden met bovengrondse leidingen; 6. het graven, verbreden en dempen van sloten, vijvers en andere wateren; 7.
het uitvoeren van heiwerkzaamheden of het op andere wijze indrijven van objecten in de bodem; 8. het aanbrengen van funderingen op een andere wijze dan door het uitvoeren van heiwerkzaamheden of het indrijven van objecten in de bodem; 9. het tot stand brengen en/of in exploitatie brengen van boor- en pompputten; 10. bomen en/of diepwortelende beplanting aan te brengen; 11. alle overige werken of werkzaamheden die de aanwezige archeologische waarden in het terrein kunnen aantasten.
16.3.2 a.
b.
b.
Uitzonderingen op de vergunningplicht
De in lid 16.3.1 genoemde omgevingsvergunningen zijn niet van toepassing op werken en werkzaamheden, die: 1. het normale onderhoud, gebruik of beheer betreffen; 2. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan; 3. worden uitgevoerd in het kader van onderzoek naar de aanwezigheid van mogelijke archeologische vindplaatsen. Bij de in lid 16.3.1 genoemde omgevingsvergunningen kunnen burgemeester en wethouders besluiten dat geen archeologisch onderzoek noodzakelijk is indien de grond ter plaatse reeds zodanig is geroerd dat er feitelijk geen sprake meer kan zijn aantasting van mogelijk aanwezige archeologische waarden.
16.3.3 a.
Uitvoeren van een werk, geen b ouwwerk zijnde, of van werkzaamheden
Voorwaarden aan de omgevingsvergunning
Alvorens een omgevingsvergunning als bedoeld in lid 16.3.1 wordt verleend, dient door de aanvrager een archeologisch onderzoeksrapport te worden overgelegd waarin naar het oordeel van burgemeester en wethouders: 1. de archeologische waarden van de gronden die blijkens de aanvraag worden verstoord in voldoende mate zijn vastgelegd, en; 2. in voldoende mate is aangegeven op welke wijze de archeologische waarden worden bewaard en/of gedocumenteerd, dan wel; 3. in voldoende mate is aangegeven dat de archeologische waarden van de gronden niet onevenredig worden of kunnen worden geschaad, dan wel niet (meer) aanwezig zijn. Indien uit het onder a genoemde archeologisch onderzoeksrapport blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het verlenen van de omgevingsvergunning zullen worden verstoord, kunnen burgemeester en wethouders na advies van de regio-archeoloog één of meerdere van de volgende voorwaarden verbinden aan de omgevingsvergunning: 1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor de archeologische waarden in de bodem worden behouden;
bestemmingsplan Usseler Es West (vastgesteld)
51
2. 3.
de verplichting tot het doen van opgravingen; de verplichting om de activiteit die tot bodemverstoring leidt te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door burgemeester en wethouders bij de omgevingsvergunning te stellen kwalificaties.
16.4
Omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk
16.4.1
Slopen van een b ouwwerk
Ter bescherming van de aanwezige archeologische waarden is het geheel of gedeeltelijk slopen van bouwwerken op of in gronden met de bestemming "Waarde - Archeologie" alleen toegestaan overeenkomstig een door burgemeester en wethouders verleende omgevingsvergunning. 16.4.2 a.
Uitzonderingen op de vergunningplicht
De in lid 16.4.1 genoemde omgevingsvergunning is niet van toepassing op sloopwerkzaamheden tot 30 cm boven maaiveld. Bij de in lid 16.4.1 genoemde omgevingsvergunningen kunnen burgemeester en wethouders besluiten dat geen archeologisch onderzoek noodzakelijk is indien de grond ter plaatse reeds zodanig is geroerd dat er feitelijk geen sprake meer kan zijn aantasting van mogelijk aanwezige archeologische waarden.
b.
16.4.3 a.
Voorwaarden aan de omgevingsvergunning
Aan de omgevingsvergunning, als bedoeld in lid 16.4.1, kunnen burgemeester en wethouders de regel verbinden dat de sloopwerken vanaf maaiveld en dieper worden begeleid door een gekwalificeerd deskundige. Aan de omgevingsvergunning, als bedoeld in lid 16.4.1, kunnen burgemeester en wethouders de regel verbinden dat indien tijdens de begeleiding van de sloopwerken vondsten van archeologische waarde worden aangetroffen, in het belang van de archeologische moumentenzorg, hiervan terstond melding wordt edaan bij burgemeester en wethouders
b.
tijdens de begeleiding van de sloopwerken vondsten van archeologische waarde worden aangetroffen, wordt hiervan terstond melding gedaan bij burgemeester en wethouders, die in het belang van de archeologische monumentenzorg aanvullende regels kunnen verbinden aan de omgevingsvergunning.
16.5
Wijzigingsbevoegdheid
Burgemeester en wethouders zijn op grond van artikel 3.6 van de Wet ruimtelijke ordening bevoegd het plan te wijzigen door de bestemming “Waarde - Archeologie” geheel of gedeeltelijk te doen vervallen, indien op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat op de betreffende locatie geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn.
52
bestemmingsplan Usseler Es West (vastgesteld)
Artikel 17
17.1
Waarde - Cultuurhistorie
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Waarde - Cultuurhistorisch' aangewezen gronden zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud van de karakteristieke openheid, de bodemgesteldheid, archeologische waarden en het reliëf van essen.
17.2
Bouwregels
In afwijking van het bepaalde elders in deze planregels mag op gronden met de dubbelbestemming 'Waarde - Cultuurhistorisch' niet worden gebouwd.
17.3
Afwijken van de bouwregels
Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 17.2 en toestaan dat in de andere daar voorkomende bestemming(en) genoemde bebouwing wordt gebouwd, mits geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de cultuurhistorische waarden en aan de karakteristiek van de es (openheid) geen onevenredige afbreuk wordt gedaan.
17.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden a.
b.
c.
Het is verboden op of in de gronden met de dubbelbestemming 'Waarde - Cultuurhistorisch' om zonder of in afwijking van een door burgemeester en wethouders verleende omgevingsvergunning de volgende werken, voor zover geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: 1. het ophogen van de bodem; 2. het verlagen van de bodem of het afgraven van gronden waarvoor geen ontgrondingvergunning is vereist; 3. het uitvoeren van grondwerkzaamheden dieper dan 40 cm, waartoe ook gerekend wordt woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, aanleggen van drainage en ontginnen; 4. het verlagen van het waterpeil; 5. het aanleggen, verbreden of verharden van wegen, paden of parkeergelegenheden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; 6. het aanleggen van ondergrondse transport-, energie-, of telecommunicatie- of andere leidingen en daarmee verhand houdende constructies; 7. het aanbrengen van constructies die verband houden met bovengrondse leidingen; 8. het graven, verbreden en dempen van sloten, vijvers en andere wateren; 9. alle overige werkzaamheden die de cultuurhistorische waarden in het terrein kunnen aantasten; 10. het planten van bomen of struiken.
Het onder a bedoelde verbod geldt niet voor werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden die het normale onderhoud, gebruik en beheer van de gronden betreffen, of die reeds is uitvoering zijn op het tijdstip waarop het plan rechtskracht verkrijgt. De vergunning mag slechts worden verleend, indien geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de cultuurhistorische waarden en de karakteristieken van de es (openheid).
bestemmingsplan Usseler Es West (vastgesteld)
53
Hoofdstuk 3 Artikel 18
Algemene regels
Anti-dubbeltelregel
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
54
bestemmingsplan Usseler Es West (vastgesteld)
Artikel 19
Algemene bouwregels
19.1
Algemene bouwregels voor het onderkelderen van gebouwen en terreinen
19.1.1
Bouwregels
Daar waar ingevolge het bepaalde in deze planregels het bouwen of verbouwen van gebouwen is toegestaan, is het tevens mogelijk deze gebouwen geheel of gedeeltelijk te onderkelderen of van een onderbouw te voorzien, met dien verstande dat: a. b.
de bovenkant van de vloer van de kelder of onderbouw maximaal 3 meter onder het peil mag zijn gelegen; onderkelderen slechts is toegestaan tussen de boven het peil gelegen buitenwerkse gevelvlakken van het gebouw.
19.1.2
Afwijken van de b ouwregels
Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 19.1.1: a. b. c.