Concept Bestuursovereenkomst
Tekst van het document
BESTUURSOVEREENKOMST OVER DE VESTIGING VAN EEN TIJDELIJKE EN ACUTE NOODOPVANGLOCATIE
Noodopvang
: Enschede
Adres
: Vliegveldweg 345 (kadastraal bekend gemeente Lonneker, Sectie Y, nr. 47)
Plaats
: Enschede
Paraaf COA
1
Paraaf Gemeente
Bestuursovereenkomst over de vestiging van een tijdelijke en acute noodopvanglocatie PARTIJEN: 1. het Centraal Orgaan opvang asielzoekers, ingesteld bij de Wet Centraal Orgaan opvang asielzoekers, gevestigd en kantoorhoudend te (2515 XP) Den Haag aan de Rijnstraat 8, ten deze rechtsgeldig vertegenwoordigd door zijn bestuurslid, de heer drs. J. Kapteijns, hierna te noemen: “het COA”; en 2. de publiekrechtelijke rechtspersoon gemeente Enschede, kantoorhoudend te (7511 HC) Enschede aan de Langestraat 24, ten deze ingevolge artikel 171 van de Gemeentewet rechtsgeldig vertegenwoordigd door haar burgemeester, de heer drs. Th.J.F.M. Bovens, daartoe gemandateerd krachtens en handelend ter uitvoering van het besluit van het college van burgemeester en wethouders van [datum], hierna te noemen: “de Gemeente”, hierna gezamenlijk en afzonderlijk te noemen “Partijen” respectievelijk “Partij”.
OVERWEGENDE: • dat het COA als wettelijke kerntaak heeft de opvang en huisvesting van asielzoekers; • dat de Gemeente bij brief van 14 december 2021 (kenmerk 2021-0000668848) een politiekbestuurlijke aanwijzing ontving van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, hierna te noemen: “de Aanwijzing”; • dat in de Aanwijzing de locatie Vliegveld Twenthe aan de Vliegveldweg 345 in Enschede is aangewezen als acute locatie voor de noodopvang van asielzoekers: hierna: “de aangewezen locatie”; • dat dit blijkens de Aanwijzing, gelet op de noodsituatie over de opvang van asielzoekers in Nederland, nodig is om crisisnoodopvang te voorkomen; • dat blijkens de Aanwijzing het kabinet zich gedwongen ziet om aan het bestuur van de Gemeente de aanwijzing te geven om medewerking te verlenen aan, dan wel zelf alle maatregelen te treffen om op de kortst mogelijke termijn de aangewezen locatie gereed te maken voor de opvang en begeleiding van 500 asielzoekers voor een periode van 6 maanden; • dat daarnaast blijkens de Aanwijzing aan het bestuur van de Gemeente wordt verzocht om in afstemming met het COA de start-up van de aangewezen locatie vorm te geven, inclusief de exploitatie van de opvang en begeleiding van de asielzoekers in de eerste fase; • dat in de Aanwijzing wordt verzekerd dat de Gemeente gedurende het gehele traject zo
maximaal mogelijk zal worden ondersteund; • dat blijkens de Aanwijzing de kosten die de Gemeente maakt, via het COA, door het Rijk worden vergoed; • dat de Gemeente met het COA over die kosten blijkens de Aanwijzing nadere afspraken dient te maken; • dat blijkens de Aanwijzing het COA ondersteuning zal bieden bij het opzetten een opvanglocatie, bijvoorbeeld in de vorm van advisering bij technische voorbereiding en wijze van inrichten, advisering over de wijze van exploitatie en het aanstellen van een locatieleider of liaison van het COA; • dat de Gemeente geen eigenaar is van de aangewezen locatie;
Paraaf COA
2
Paraaf Gemeente
• dat blijkens de Aanwijzing het COA reeds contact met de eigenaar van de aangewezen locatie heeft en zij desgewenst de (huur)overeenkomsten met de eigenaar kan afsluiten, alsmede de vergunningsaanvraag samen met de eigenaar kan voorbereiden en indienen; • dat het COA inmiddels met de eigenaar van de aangewezen locatie diverse overeenkomsten heeft gesloten, waaronder een huurovereenkomst en (een) overeenkomst(en) over te leveren goederen en/of diensten ten behoeve van de asielzoekers; • dat de Gemeente de precieze inhoud van die overeenkomsten tussen het COA en de eigenaar van de aangewezen locatie niet kent; • dat blijkens de Aanwijzing het COA de exploitatie en verantwoordelijkheid van de aangewezen locatie binnen een nader te bepalen termijn zal overnemen; • dat de Gemeente blijkens de Aanwijzing wordt verzocht de vormgeving van een transitieplan over de overdracht van diensten samen met het COA tot stand te brengen, zo mogelijk vóór de start van de opvang; • dat het Rijk blijkens de Aanwijzing blijvend streeft naar stabilisatie van het opvangsysteem, zodat de tijdelijke en acute noodopvang op de aangewezen locatie zo spoedig mogelijk kan sluiten; • dat de Gemeente onder voorwaarden bereid is mee te werken aan de tijdelijke en acute noodopvang van asielzoekers en zo te voldoen aan de opdracht in de Aanwijzing; • dat over deze voorwaarden onder meer is gedebatteerd in de
raadsvergadering van 20 december 2021 en daar door de raad aan het bestuur van de Gemeente bepaalde richtlijnen en kaders zijn meegegeven, waaronder het vasthouden aan de indeling van de gebouwen op de aangewezen locatie, namelijk alleen alleenstaande meerderjarige mannen in het gebouw Hangar 18 en alleen gezinnen en/of alleenstaande meerderjarige vrouwen in gebouw C15; • dat de tijdelijke noodopvanglocatie zal worden gevestigd op de locatie Vliegveld Twenthe aan de Vliegveldweg 345 (kadastraal bekend: gemeente Lonneker, Sectie Y, nr. 47); • dat het COA en de Gemeente gezamenlijk invulling willen geven aan de opdracht in de Aanwijzing en deze afspraken vastleggen in deze bestuursovereenkomst; • dat het COA en de Gemeente een optimaal functioneren van de acute noodopvanglocatie in de plaatselijke gemeenschap en in relatie tot de betrokken diensten en instellingen willen bewerkstelligen door het maken van afspraken en het treffen van de nodige voorzieningen; • dat het Faciliteitenbesluit opvangcentra van toepassing is, alsmede eventuele toekomstige wijzigingen en aanvullingen, uitsluitend voor zover deze toekomstige wijzigingen en aanvullingen niet ten nadele strekken van de Gemeente; • dat deze bestuursovereenkomst onverlet laat dat het COA en de eigenaar van de aangewezen locatie voor het gebruik van de acute noodopvanglocatie over de benodigde vergunning(en) en eventuele
andere publiekrechtrechtelijke toestemmingen moet beschikken; • dat het bestuur van de Gemeente zich binnen haar publiekrechtelijke verantwoordelijkheden inspant voor een zorgvuldige en voortvarende behandeling van de vergunningsaanvraag en eventueel andere aanvragen voor publiekrechtelijke toestemmingen; • dat de directe verantwoordelijkheid voor het nemen van de noodzakelijke maatregelen op de beleidsterreinen Onderwijs, Gezondheidszorg en Openbare orde en veiligheid, behalve bij het COA en de Gemeente, bij meerdere partijen ligt, waarbij uitgangspunt is dat de randvoorwaarden voor de te nemen maatregelen in verband met de opvang van asielzoekers op genoemde terreinen daarvoor in beginsel voldoende vastliggen in bestaande wet- en regelgeving.
Paraaf COA
3
Paraaf Gemeente
KOMEN OVEREEN ALS VOLGT: Hoofdstuk I
Algemene bepaling
Artikel 1 Definities Voor de toepassing van deze bestuursovereenkomst wordt verstaan onder: a) Asielzoeker: een persoon die op de Noodopvanglocatie wordt opgevangen, zoals bedoeld in artikel 3 van de Wet Centraal Orgaan opvang asielzoekers; b) Capaciteitsplaatsen: plaatsen in de tijdelijke en acute Noodopvanglocatie beschikbaar voor de opvang van asielzoekers; c) Noodopvanglocatie: de tijdelijke en acute opvangvoorziening waarin opvang wordt geboden aan asielzoekers in de vorm van noodopvang op de locatie zoals aangewezen in de Aanwijzing; d) De Aanwijzing: de politiek-bestuurlijke aanwijzing van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid waarin de locatie Vliegveld Twenthe aan de Vliegveldweg 345 in Enschede is aangewezen als acute locatie voor de noodopvang van asielzoekers, zoals gedaan bij brief van 14 december 2021 (kenmerk 20210000668848); e) Datum van ingebruikname: de datum waarop de eerste asielzoeker gebruik maakt van de Noodopvanglocatie. Hoofdstuk II
De Noodopvanglocatie
Artikel 2 De Noodopvanglocatie 1. De Gemeente stemt in met de realisatie en het gebruik van de Noodopvanglocatie op de locatie als genoemd in de Aanwijzing, met inachtneming van de daarvoor geldende procedures en voorschriften. 2. Het COA is samen met de Gemeente verantwoordelijk voor het feitelijk realiseren van de Noodopvanglocatie. Het COA heeft over het uitvoeren van (een deel van) zijn taken contractueel afspraken gemaakt met de eigenaar van de gronden en opstallen van de Noodopvanglocatie, welke partij in de hoedanigheid van contractspartij van het COA medeverantwoordelijk is. 3. De datum van ingebruikname van de Noodopvanglocatie is in onderling overleg tussen het COA en de Gemeente bepaald op dinsdag 4 januari 2022. Artikel 3 Plaatsing, opvang en begeleiding 1. Het COA draagt zorg voor de plaatsing van asielzoekers op de Noodopvanglocatie gedurende de gehele looptijd van deze bestuursovereenkomst. 2. De Gemeente draagt zorg voor de opvang en begeleiding van de asielzoekers op de Noodopvanglocatie vanaf de datum van ingebruikname tot het moment dat de opvang en begeleiding door de Gemeente wordt overgedragen aan het COA. Vanaf de datum van ingebruikname valt het gebruik van de Noodopvanglocatie onder verantwoordelijkheid van de Gemeente.
De precieze afspraken over de verantwoordelijkheden van de Gemeente gedurende deze periode zijn verwoord in bijlage A bij deze bestuursovereenkomst. 3. Het COA neemt de opvang en begeleiding van asielzoekers op de Noodopvanglocatie uiterlijk vanaf 1 maart 2022, of zoveel eerder als mogelijk, van de Gemeente over. In bijzondere omstandigheden geldt er een eenmalige uitlooptermijn van maximaal 2 weken. Mocht het COA op die uitlooptermijn een beroep willen doen, dan treedt zij daarover zo spoedig mogelijk in overleg met de Gemeente. Paraaf COA
4
Paraaf Gemeente
4. De Gemeente en het COA treden in januari 2022 met elkaar nader in overleg over de overdracht van de taken als bedoeld in het vorige lid en stellen uiterlijk op 31 januari 2022 in gezamenlijkheid een definitieve datum voor overdracht vast, met als uiterste datum 1 maart 2022. Vanaf de overdrachtsdatum wordt de Noodopvanglocatie gebruikt onder verantwoordelijkheid van het COA. 5. De overdacht van taken over de opvang en begeleiding van asielzoekers op de Noodopvanglocatie van de Gemeente naar het COA wordt geacht genoegzaam te zijn opgenomen in de afzonderlijke bepalingen van deze bestuursovereenkomst. Er wordt geen afzonderlijk transitieplan opgesteld. 6. Het COA draagt vanaf de datum van overdracht als bedoeld in het derde lid voornoemd zorg voor een adequate inrichting en instandhouding van de Noodopvanglocatie in overeenstemming met de ter zake geldende wet- en regelgeving. 7. Het COA schept vanaf de datum van overdracht de voorwaarden en omstandigheden die nodig zijn om diensten en instellingen op de Noodopvanglocatie hun taken naar behoren te kunnen laten uitvoeren. 8.
Uitgangspunt is dat alle activiteiten, zowel kort- als langlopend, en voorzieningen die de Gemeente ten behoeve van de asielzoekers op de Noodopvanglocatie heeft georganiseerd gedurende de periode dat de Gemeente verantwoordelijk is voor het gebruik van de Noodopvanglocatie, als bedoeld in artikel 3, lid 2, van deze bestuursovereenkomst, op het moment van overdracht van de opvang en begeleiding van de asielzoekers op de Noodopvanglocatie door het COA tot het einde van de looptijd van deze bestuursovereenkomst onverkort worden overgenomen door het COA. Dit geldt eveneens voor het door de Gemeente ingehuurd/ingezet personeel, in beginsel tot uiterlijk 15 maart 2022. Indien zich onder het door de Gemeente ingehuurde/ingezette personeel geschikte kandidaten bevinden conform de functie-eisen, dit ter beoordeling van het COA, kan het COA overwegen dit personeel over te nemen, evenwel na instemming van betrokken partijen. 9. In aanvulling op het vorige lid voeren het COA en de Gemeente vooraf overleg over de over te nemen activiteiten, voorzieningen en personeel. 10.
In het geval de eigenaar van de gronden en opstallen van de Noodopvanglocatie diensten en/of goederen ten behoeve van asielzoekers op de Noodopvanglocatie levert die naar het oordeel van de Gemeente niet voldoen aan de kwaliteitseisen van de Gemeente, dit ter bepaling van de Gemeente, dan kan de Gemeente zelf diensten en/of goederen (laten) leveren, waarbij de in dat kader te maken kosten door de Gemeente voor rekening van het COA zijn. De onderwerpen waar dit artikellid op ziet zijn onder meer, maar niet uitsluitend: schoonmaak, verhuur van de verblijfsaccommodatie, nutsvoorzieningen en infrastructuur, beveiliging en catering. 11. In geval sprake is van een situatie als bedoeld in het vorige lid treedt de Gemeente hierover eerst in overleg met het COA. 12. Op verzoek van de Gemeente verstrekt het COA aan haar een opgave van het aantal én de samenstelling van asielzoekers (zoals herkomst, geslacht, leeftijd en gezinssituatie) dat in een bepaalde periode is, wordt, dan wel zal worden, opgevangen. In dat laatste geval zal het COA de gevraagde informatie minimaal 24 uur voor aankomst van de betreffende asielzoeker(s) op de Noodopvanglocatie aan de Gemeente verstrekken. 13.
Bij de in het vorige lid bedoelde informatieverstrekking zal steeds het bepaalde in de Algemene verordening gegevensbescherming en aanverwante regelingen over het uitwisselen van persoonsgegevens in acht worden genomen.
Paraaf COA
5
Paraaf Gemeente
Artikel 4 Aantal asielzoekers, capaciteitsplaatsen en doelgroepen 1. Op de Noodopvanglocatie kunnen maximaal 475 capaciteitsplaatsen worden gerealiseerd. 2. Op de Noodopvanglocatie geldt een maximale bezettingsgraad van 94%, tenzij de samenstelling van asielzoekers op de Noodopvanglocatie een hogere bezetting(sgraad) mogelijk maakt, in welk geval Partijen met elkaar in overleg treden. 3. In het gebouw Hangar 18 op de Noodopvanglocatie worden in beginsel alleenstaande meerderjarige mannen opgevangen, met een maximale bezettingsgraad van 94% en waarbij geldt: maximaal 8 alleenstaande meerderjarige mannen per kamer. 4. In het gebouw C15 op de Noodopvanglocatie worden in beginsel gezinnen en/of alleenstaande meerderjarige vrouwen opgevangen, met een maximale bezettingsgraad van 94% en waarbij geldt: maximaal 1 gezin per kamer en maximaal 8 alleenstaande meerderjarige vrouwen per kamer. 5. Als het COA de bezettingsgraad wil ophogen, kan dit alleen in afstemming met en na toestemming van de Gemeente. 6. Ook in geval van een beroep op overmacht – bijvoorbeeld voortvloeiende uit een plotselinge toename van de toestroom van asielzoekers – zal het COA zich houden aan de in lid 2 genoemde maximale bezettingsgraad. 7.
Als de asielinstroom noodzaakt tot andere verdeling als bedoeld in het derde en vierde lid voornoemd vindt dit niet eerder plaats dan na overleg en overeenstemming tussen het COA en de Gemeente, waarbij geldt dat de Gemeente daarbij een doorslaggevende stem heeft en de samenstelling van de asielzoekers zo evenwichtig mogelijk dient te blijven. 8. Vanaf de datum van ingebruikname van de Noodopvanglocatie is de bezettingsgraad niet direct maximaal. De Gemeente doet een uiterste inspanning om dusdanige bemensing te organiseren dat er in de eerste week na ingebruikname van de Noodopvanglocatie 300 asielzoekers kunnen worden opgevangen. In de tweede week na ingebruikname van de Noodopvanglocatie wordt gestreefd naar de maximale bezettingsgraad van 94%. Daartoe monitoren de Gemeente en het COA de in- en uitstroom en bepalen aan de hand daarvan gezamenlijk wat verantwoord is. 9. Het COA spant zich maximaal in voor een evenwichtige samenstelling van de asielzoekers voor wat betreft herkomst, geslacht, leeftijd en gezinssituatie. De instroom is daarbij in beginsel bepalend. 10. Op de Noodopvanglocatie worden in ieder geval niet gehuisvest: a. Kinderen onder 1 jaar en hun gezinsleden; b. Alleenstaande Minderjarige Vreemdelingen (AMV’s); c. Asielzoekers die direct een medische behandeling nodig hebben of asielzoekers met een complexe zorgvraag; d.
Asielzoekers die afhankelijk zijn van thuiszorg, een rolstoel of andere hulpmiddelen zonder welke een zelfstandig verblijf onmogelijk is; e. Asielzoekers die herhaaldelijk een behandeling (moeten) ondergaan in een ziekenhuis, zoals trombosedienst of dialyse; f. Tbc-patiënten; g. Asielzoekers van wie bekend is dat er sprake is van psychiatrische problematiek; h. Vrouwen in de periode van 6 weken voor de uitgerekende bevallingsdatum; i. Asielzoekers waarvan bekend is dat zij behoren tot de doelgroep zoals omschreven in artikel 1F uit het Vluchtelingenverdrag; j. In gevallen waarin dit artikellid niet voorziet treden partijen met elkaar in overleg om tot een goede oplossing te komen, waarbij geldt dat de gemeente daarin een doorslaggevende stem heeft.
Paraaf COA
6
Paraaf Gemeente
Artikel 5 Duur van de overeenkomst 1. Deze bestuursovereenkomst loopt van 15 december 2021 tot en met uiterlijk 30 juni 2022. Op dat moment eindigt de bestuursovereenkomst van rechtswege, zonder dat daarvoor opzegging of enige andere kennisgeving vereist is. 2. De looptijd van deze bestuursovereenkomst kan door Partijen niet worden verlengd. 3. Op het moment dat de eerste asielzoeker gebruikt maakt van de Noodopvanglocatie wordt deze datum vastgelegd in de “Verklaring datum ingebruikname opvanglocatie”, zoals weergegeven in bijlage B en zal aan deze bestuursovereenkomst worden toegevoegd.
Hoofdstuk III
De organisatie op de Noodopvanglocatie
Artikel 6 Verstrekkingen COA 1. Het COA zal iedere op de Noodopvanglocatie verblijvende asielzoeker de verstrekkingen toekennen als bedoeld in artikel 3, derde lid, van de Wet Centraal Orgaan opvang asielzoekers. 2. Het COA draagt zorg voor de bekostiging van de verstrekkingen en de vergoeding van de organisatie en uitvoering van de werkzaamheden die samenhangen met de verstrekkingen, bedoeld in het vorige lid. Artikel 7 Publieke gezondheid en gezondheidszorg 1. De verantwoordelijkheid voor het onderkennen en bestrijden van besmettelijke ziekten op de Noodopvanglocatie en de overige preventieve gezondheidszorgtaken ten behoeve van de bewoners op de Noodopvanglocatie ligt bij de Gemeente gedurende de periode dat de Gemeente verantwoordelijk is voor het gebruik van de Noodopvanglocatie. Gedurende de periode dat het COA verantwoordelijk is voor het gebruik van de Noodopvanglocatie geldt de overeenkomst COA-GGD GHOR NL voor de Publieke Gezondheidszorg Asielzoekers. 2. Als er voor de Gemeente kosten ontstaan die voortvloeien uit het vorige lid, dan komen die voor rekening van het COA. Dit laat de verantwoordelijkheid van de Gemeente krachtens de Wet publieke gezondheid te dien aanzien onverlet. 3. De verantwoordelijkheid voor het organiseren van de huisartsenzorg op de Noodopvanglocatie heeft het COA contractueel belegd bij de Gezondheidszorg Asielzoekers (GZA).
Alle zorgkosten worden vergoed conform de Regeling Medische zorg Asielzoekers (RMA). 4. Asielzoekers waar meer zorgbehoefte zichtbaar wordt of ontstaat die niet op de Noodopvanglocatie kan worden geboden, worden - in afstemming tussen Partijen en met benodigde organisaties, waaronder bijvoorbeeld de GGD, GZA, EHBO en/of de Gemeente (Wmo en Jeugdwet) - door het COA binnen 24 uur overgeplaatst naar een locatie van het COA waar kan worden voldaan aan deze zorgbehoefte. Artikel 8 COVID-19 1. Gedurende de periode dat de Gemeente verantwoordelijk is voor het gebruik van de Noodopvanglocatie, als bedoeld in artikel 3, lid 2, van deze bestuursovereenkomst, organiseert zij in samenwerking met de GGD het testen van asielzoekers op COVID-19 bij binnenkomst op de Noodopvanglocatie en zorgt de Gemeente ervoor dat er voldoende zelftesten op de Noodopvanglocatie voorradig zijn. Gedurende de periode dat het COA verantwoordelijk is voor het gebruik van de Noodopvanglocatie, als bedoeld in artikel 3, lid 3, van deze bestuursovereenkomst, geldt het Coronaprotocol COA-GGD-GZA.
Paraaf COA
7
Paraaf Gemeente
2. Door de Gemeente wordt in samenwerking en afstemming met de GGD gestreefd naar het versneld vaccineren en/of boosteren van asielzoekers op de Noodopvanglocatie en het/de aldaar aanwezige personeel/vrijwilligers. 3. De asielzoeker die positief is getest op COVID-19 en/of de asielzoeker die nauw contact had met een positief geteste asielzoeker, een en ander conform de protocollen en richtlijnen van de GGD inzake COVID-19, wordt nog diezelfde dag overgebracht naar een uitwijklocatie van het COA waar de asielzoeker in quarantaine wordt geplaatst, een en ander op basis van beschikbaarheid van die locatie. 4. Op de Noodopvanglocatie wordt een beperkte quarantainemogelijkheid gecreëerd voor de asielzoeker(s) die nog niet naar de uitwijklocatie van het COA als bedoeld in het vorige lid kan/kunnen worden overgebracht. 5. In geval van een uitbraak van COVID-19 op de Noodopvanglocatie (meer dan 30 asielzoekers per dag positief getest), dit ter beoordeling van de GGD, treedt dezelfde dag een opnamestop van asielzoekers op de Noodopvanglocatie in werking. Artikel 9 Bedrijfsnoodplan 1. De Gemeente stelt, na hierover overleg te hebben gepleegd met het COA, een bedrijfsnoodplan vast dat voor de Noodopvanglocatie zal gelden en waarmee wordt beoogd in voorkomende gevallen de hulpverleningsorganisaties adequaat te kunnen doen handelen.
Het plan zal door de Gemeente en het COA in de daartoe bestemde gevallen worden gehanteerd. 2. Het in het voorgaande lid bedoelde bedrijfsnoodplan zal in ieder geval zijn vastgesteld op de datum van ingebruikname van de Noodopvanglocatie. 3. Het COA zal de Gemeente onverwijld en volledig informeren over alle situaties waarbij het bedrijfsnoodplan door het COA in werking is gesteld. Hoofdstuk IV
Onderwijs
Artikel 10 Onderwijs 1. De Gemeente voorziet in onderwijs aan leerplichtige kinderen die op de Noodopvanglocatie verblijven voor zover dit voortvloeit uit geldende wet- en regelgeving. 2. De Gemeente voorziet in voor en vroegschoolse educatie (vve) en kinderopvang aan asielzoekers op de Noodopvanglocatie voor zover dit voortvloeit uit geldende wet- en regelgeving. 3. De kosten die de Gemeente maakt in het kader van het eerste en tweede lid voornoemd worden vergoed door het COA. 4. De Gemeente is verantwoordelijk voor de inrichting van de benodigde onderwijsvoorzieningen. Er wordt een schoollocatie en kinderopvanglocatie gerealiseerd in de directe nabijheid van de Noodopvanglocatie wegens onvoldoende beschikbaarheid in bestaande gemeentelijke onderwijsvoorzieningen. De in dat kader door de Gemeente te maken kosten worden vergoed door het COA. 5. Vervoer van en naar onderwijs- en/of kinderopvanglocaties wordt door het COA vergoed. Hoofdstuk V
Werkgelegenheid en dagbesteding
Artikel 11 Werkgelegenheid 1. Het COA en de Gemeente bevorderen dat de diensten en/of goederen die nodig zijn voor de uitvoering van de werkzaamheden die onder zijn/haar zorg en verantwoordelijkheid vallen, zoveel mogelijk vanuit de gemeente en de regio worden ingekocht en/of aangetrokken, voor Paraaf COA
8
Paraaf Gemeente
zover geldende wet- en regelgeving over aanbesteding dit toestaan en voor zover daarover nog geen contracten zijn afgesloten. 2. De Gemeente en het COA spannen zich maximaal in dat de werving van het personeel, met inachtneming van het personeelsbeleid van het COA, zoveel mogelijk zal geschieden in overleg met het Werkplein Twente, locatie Enschede. Het personeel zal zoveel mogelijk bestaan uit inwoners van de gemeente en de regio. Bij gelijke geschiktheid hebben mensen die in de nabijheid van de Noodopvanglocatie wonen, overige inwoners van de gemeente Enschede en van de regio voorrang.
Artikel 12 Dagbesteding 1. Gedurende de periode dat de Gemeente verantwoordelijk is voor het gebruik van de Noodopvanglocatie, als bedoeld in artikel 3, lid 2, van deze bestuursovereenkomst, zal de Gemeente zich maximaal inspannen om zoveel mogelijk dagbestedingsactiviteiten binnen de Noodopvanglocatie aan te bieden. Daartoe zal samenwerking worden gezocht met lokale organisaties. De Gemeente faciliteert en stimuleert deelname aan sportactiviteiten en gezondheidsbevordering in het algemeen. De kosten die de Gemeente maakt voor het organiseren van dagbestedingsactiviteiten worden vergoed door het COA. 2. De Gemeente kan, met name vanuit veiligheidsoverwegingen, besluiten om beperkt doelgroepenvervoer aan te bieden aan de asielzoekers op de Noodopvanglocatie. De kosten daarvan worden vergoed door het COA. Partijen evalueren binnen 1 maand na ingebruikname van de Noodopvanglocatie in hoeverre daaraan behoefte bestaat en maken daarna eventueel nadere afspraken over de inzet van het doelgroepenvervoer. 3. Gedurende de periode dat het COA verantwoordelijk is voor het gebruik van de Noodopvanglocatie, als bedoeld in artikel 3, lid 3, van deze bestuursovereenkomst, zal het COA zich maximaal inspannen om zoveel mogelijk dagbestedingsactiviteiten binnen de Noodopvanglocatie aan te bieden. Daartoe zal door het COA samenwerking worden gezocht met lokale organisaties. 4.
Het COA faciliteert en vergoedt de kosten voor de benodigde inzet van maatschappelijke organisaties, zoals bijvoorbeeld de inzet van tolken, vluchtelingenwerk Nederland en het Rode Kruis binnen de Noodopvanglocatie, dit ter beoordeling van de Gemeente. Hoofdstuk VI
Veiligheid en leefbaarheid
Artikel 13 Veiligheid en calamiteiten 1. Gedurende de periode dat de Gemeente verantwoordelijk is voor het gebruik van de Noodopvanglocatie, als bedoeld in artikel 3, lid 2, van deze bestuursovereenkomst, zal de Gemeente zich maximaal inspannen om problemen over veiligheid en leefbaarheid eerst zelf ter plekke op te lossen. Daarna heeft de Gemeente de mogelijkheid om, naar behoefte, daarvoor het COA in te schakelen. 2. Tussen 08.00 uur en 17.00 uur op werkdagen en in het weekend is er een aanspreekpunt vanuit het COA bereikbaar voor de Gemeente voor afstemming en calamiteiten. De bereikbaarheid gaat via de AZC locatie Hengelo. Buiten kantoortijden komt er een noodnummer beschikbaar voor calamiteiten. 3. Het COA organiseert op werkdagen voor de asielzoekers een spreekuur op de Noodopvanglocatie. Na de datum van ingebruikname van de Noodopvanglocatie zal er steeds een medewerker van het COA een (deel van een) dagdeel op werkdagen aanwezig zijn op de Noodopvanglocatie. 4. Wanneer een asielzoeker, zowel gedurende de periode dat de Gemeente verantwoordelijk is voor het gebruik van de Noodopvanglocatie (artikel 3, lid 2), als dat het COA Paraaf COA
9
Paraaf Gemeente
verantwoordelijk is voor het gebruik van de Noodopvanglocatie (artikel 3, lid 3), in of buiten de Noodopvanglocatie, zich meermaals niet houdt aan de geldende huisregels en/of protocollen van het COA en/of de Gemeente, kan de Gemeente, in het uiterste geval, eenzijdig besluiten dat de asielzoeker van de Noodopvanglocatie moet worden verwijderd. Het COA zal deze asielzoeker nog dezelfde dag verplaatsen naar een andere locatie. Indien een dergelijke situatie zich voordoet treden de Gemeente en het COA daarover zo spoedig mogelijk met elkaar in overleg. 5. De burgemeester is op grond van de Gemeentewet verantwoordelijk voor de openbare orde en veiligheid in de gemeente Enschede. De burgemeester en officier van justitie maken op grond van artikel 13 van de Politiewet in het driehoeksoverleg afspraken over de inzet van politie in de gemeente Enschede. 6. Gedurende de periode dat het COA verantwoordelijk is voor het gebruik van de Noodopvanglocatie, als bedoeld in artikel 3, lid 3, van deze bestuursovereenkomst moet het COA bij incidenten binnen de Noodopvanglocatie die gevolgen kunnen hebben voor de openbare orde de politie en de burgemeester daarover informeren. 7.
Gedurende de periode dat het COA verantwoordelijk is voor het gebruik van de Noodopvanglocatie, als bedoeld in artikel 3, lid 3, van deze bestuursovereenkomst, informeert het COA de Gemeente steeds op haar verzoek over aspecten van veiligheid en overlast binnen of buiten de Noodopvanglocatie. 8. Gedurende de periode dat het COA verantwoordelijk is voor het gebruik van de Noodopvanglocatie, als bedoeld in artikel 3, lid 3, van deze bestuursovereenkomst, spant hij zich tot het uiterste in om overlast, in welke vorm dan ook, door gebruik van de Noodopvanglocatie in het algemeen en door asielzoekers op de Noodopvanglocatie, voor de omgeving en omwonenden zoveel mogelijk te voorkomen en te beperken. 9. Het COA is verantwoordelijk voor de beveiliging op het terrein van de Noodopvanglocatie en van de omgeving van het terrein. Het COA heeft ervoor gekozen om hierover afspraken te maken met de eigenaar van de grond en opstallen van de Noodopvanglocatie. 10. Het COA dient voor het gebruik van de Noodopvanglocatie over de benodigde vergunning(en) en eventuele andere publiekrechtrechtelijke toestemmingen te beschikken. 11. Het bestuur van de Gemeente zal zich binnen haar publiekrechtelijke verantwoordelijkheden inspannen voor een zorgvuldige en voortvarende behandeling van de vergunningsaanvraag en eventueel andere aanvragen voor publiekrechtelijke toestemmingen. 12.
Door of namens het COA zal op de kortst mogelijke termijn een aanvraag voor de benodigde vergunning(en) en eventuele andere publiekrechtrechtelijke toestemmingen worden ingediend. Hoofdstuk VII
Voorlichting, informatie en overleg
Artikel 14 Communicatie omgeving 1. Gedurende de periode dat de Gemeente verantwoordelijk is voor het gebruik van de Noodopvanglocatie, als bedoeld in artikel 3, lid 2, van deze bestuursovereenkomst ligt de primaire verantwoordelijkheid voor de communicatie naar de inwoners van de gemeente en andere betrokkenen bij de Gemeente. Het COA zal de gemeente hierin ondersteunen, daar waar de gemeente hierom verzoekt, dan wel indien de situatie dit vereist. 2. Gedurende de periode dat het COA verantwoordelijk is voor het gebruik van de Noodopvanglocatie, als bedoeld in artikel 3, lid 3, van deze bestuursovereenkomst is het COA, in overleg en na voorafgaande afstemming met de gemeente, primair verantwoordelijk voor de informatie aan de inwoners van de gemeente en andere betrokkenen, over alle zaken met betrekking tot de Noodopvanglocatie. 3. Het COA zet zich ervoor in om buurtbewoners en bewoners van de Noodopvanglocatie met elkaar te laten kennismaken. De locatiemanager van de Noodopvanglocatie onderhoudt in
Paraaf COA
10
Paraaf Gemeente
dat kader contact met onder meer de Gemeente, de noabers, de wijkagent en sociaalculturele organisaties. 4. Het COA is telefonisch en per e-mail bereikbaar voor vragen en klachten uit de gemeente en stelt daartoe een vast lokaal aanspreekpunt aan. Het COA en de Gemeente monitoren de aard en omvang van de vragen en klachten. Artikel 15 Informatie en overleg 1. Het COA en de gemeente verstrekken elkaar onverwijld de informatie die van belang is voor de uitvoering van de taken van eenieder, die verband houden met de aanwezigheid van de Noodopvanglocatie. 2. Op ambtelijk niveau zal er tenminste tweewekelijks, of zoveel vaker als nodig of wenselijk is, overleg plaatsvinden tussen het COA, de Gemeente en de eigenaar van de grond en opstallen van de Noodopvanglocatie. 3. Op bestuurlijk niveau zal er tenminste maandelijks, of zoveel vaker als nodig of wenselijk is, overleg plaatsvinden tussen het COA, de Gemeente en de eigenaar van de grond en opstallen van de Noodopvanglocatie. 4. De Gemeente neemt het initiatief voor deze overlegmomenten. 5. Er vindt maandelijks overleg plaats tussen het COA, de Gemeente en de politie om alle zaken te bespreken over de risico’s van het verstoren van de (openbare) orde buiten en binnen de Noodopvanglocatie. De burgemeester van de gemeente en de locatiemanager kunnen tevens deelnemen aan die overleg.
Op verzoek van de deelnemers kunnen ook andere belanghebbenden worden uitgenodigd. Na 2 maanden wordt bezien in welke frequentie dit overleg verder zal plaatsvinden. 6. Alle overleggen zullen in beginsel op de Noodopvanglocatie worden gehouden. De vergaderkosten zijn voor rekening van het COA. Artikel 16 Overlegcommissie 1. Het COA en de Gemeente stellen zo spoedig mogelijk na ingebruikname van de Noodopvanglocatie gezamenlijk een overlegcommissie in ter bevordering van de relatie tussen de bewoners van de opvanglocatie en de omwonenden, dan wel wordt er gebruik gemaakt van een bestaande overlegstructuur, zoals het ‘Noabersoverleg’. Het COA faciliteert en vergoedt de vergaderkosten van de overlegcommissie. 2. Partijen maken nog nadere afspraken over, in ieder geval, de samenstelling, het voorzitterschap en de vergaderfrequentie van de overlegcommissie, alsmede de vergaderlocatie. 3. In de overlegcommissie hebben in ieder geval zitting: vertegenwoordigers van de gemeente, van de politie, een vertegenwoordiging namens de omwonenden, door het COA aan te wijzen diensten en instellingen die op de Noodopvanglocatie werkzaam zijn en het lokale COA-management. Hoofdstuk XIII Financiële bepalingen Artikel 17 Financiën 1.
Alle kosten die de Gemeente heeft gemaakt en nog zal maken om acute noodopvang te realiseren en te exploiteren in de breedste zin van het woord, waaronder in ieder geval de exploitatie van de Noodopvanglocatie, worden vergoed door het COA, voor zover die samenhangen met de Aanwijzing. Dit is los van en komt boven op eventuele verstrekkingen door het COA aan de Gemeente als bedoeld in artikel 6 van deze bestuursovereenkomst. Onder de kosten als bedoeld in de eerste volzin van dit artikellid vallen niet de kosten die de Gemeente maakt in het kader van haar reguliere wettelijke taken en die kosten op andere wijze voor vergoeding in aanmerking komen. Paraaf COA
11
Paraaf Gemeente
2. Aangezien de opdracht in de Aanwijzing voor beide Partijen een nieuwe situatie betreft, wordt er financieel gewerkt en afgerekend op basis van open boek (open begroting). 3. Uiterlijk op de laatste dag van iedere kalendermaand wordt aan het COA door de Gemeente een (open) begroting voorgelegd voor de volgende kalendermaand. Deze begroting bestaat uit vaste en variabele kosten, alsmede een post voor algemene bevoorschotting voor onvoorziene zaken (out of pocket kosten). Een maand na afloop van de periode waarop de begroting betrekking heeft, vindt door de Gemeente een na-verrekening plaats op basis van door de Gemeente gemaakte werkelijke kosten. 4. Op basis van de (open) begroting als bedoeld in het vorige lid wordt er 50% van de begroting op de 1e van de betreffende kalendermaand door de Gemeente aan het COA gefactureerd en op de 15e van de betreffende kalendermaand de resterende 50%. Na-verrekening wordt door de Gemeente separaat aan het COA gefactureerd of gecrediteerd. 5. Voor de door de Gemeente gemaakte kosten die specifiek samenhangen met het voorbereiden van de acute noodopvang door de Gemeente worden door het COA vergoed, waarvan de eerste dag waarop door de Gemeente kosten zijn gemaakt wordt gesteld op 15 december 2021.
Hiertoe wordt door COA aan de Gemeente een eerste termijn van € 40.000,-- (zegge: veertigduizend Euro) overgemaakt ter afdekking van initiële kosten, door de Gemeente naderhand te verrekenen op basis van daadwerkelijk gemaakte kosten/uren door de Gemeente. Deze eerste termijn omvat onder meer de inzet van gemeentepersoneel dat uit het reguliere proces is onttrokken. 6. Kosten die de Gemeente eventueel maakt als gevolg van het ontmantelen van de Noodopvanglocatie, voor zover niet reeds door derden gerealiseerd, worden eveneens vergoed door het COA. Ook hiervoor wordt in dat geval door de Gemeente een begroting opgesteld en terstond aan het COA gefactureerd, waarbij geldt dat door de Gemeente een na-verrekening plaatsvindt op basis van door de Gemeente werkelijk gemaakte kosten. 7. Het COA betaalt uiterlijk binnen 15 werkdagen na ontvangst van een factuur van de Gemeente het bedrag aan de Gemeente. De Gemeente stelt, in geval van creditering aan het COA, uiterlijk binnen 15 dagen nadat het creditbedrag door de Gemeente is vastgesteld, genoemd creditbedrag betaalbaar aan het COA. Hoofdstuk IX
Overige bepalingen
Artikel 18 Schade 1. Indien en voor zover sprake is van planschade als bedoeld in artikel 6.1 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro), dan wel nadeelcompensatie die samenhangt met de komst van de Noodopvanglocatie dan komt de schade die daaruit voortvloeit voor rekening van het COA. 2. Indien de Gemeente door een derde aansprakelijk wordt gesteld, in welke vorm dan ook, in verband met de komst van de Noodopvanglocatie en dit uiteindelijk leidt tot een verplichting van de Gemeente om een schadevergoeding te betalen, al dan niet met rechterlijke tussenkomst, dan zal het COA deze schadevergoeding betalen. Het COA vrijwaart de Gemeente voor alle aanspraken van derden voor schade die samenhangen met de komst van de Noodopvanglocatie. Artikel 19 Geschillenregeling 1. In situaties waarin deze bestuursovereenkomst niet voorziet, vindt er overleg plaats tussen de Gemeente en het COA. 2. Wijzigingen van deze overeenkomst zullen, na overeenstemming hierover tussen Partijen, schriftelijk worden vastgelegd, en als bijlage aan deze bestuursovereenkomst worden gehecht. 3. Op deze bestuursovereenkomst is Nederlands recht van toepassing. Paraaf COA
12
Paraaf Gemeente
4. In geval van geschillen over deze bestuursovereenkomst, de uitleg en/of de uitvoering ervan, waaronder begrepen geschillen die slechts door één van de Partijen als zodanig wordt beschouwd, zullen Partijen in eerste instantie maximale inspanningen verrichten om deze geschillen in onderling overleg op te lossen. 5. Indien het overleg in het vorige lid niet leidt tot een voor elke Partij acceptabele oplossing, zal (zullen) het geschil (de geschillen) door elk van de Partijen kunnen worden voorgelegd aan de bevoegde rechter, zijnde de rechtbank Overijssel .
ONDERTEKENING: Aldus overeengekomen en in tweevoud opgemaakt en ondertekend.
Den Haag
Enschede
[datum] COA
[datum] Gemeente
drs. J. Kapteijns Bestuurslid
drs. Th.J.F.M. Bovens Burgemeester
Bijlage A: [Takenlijst Noodopvang) Bijlage B: Verklaring datum ingebruikname opvanglocatie. Paraaf COA
13
Paraaf Gemeente