Centrumkwadraat - Molenstraat Zuidzijde_Bijlagen toelichting_compressed
Tekst van het document
Bijlagen Toelichting Bestemmingsplan Centrumkwadraat - Molenstraat Zuidzijde
Status: Concept
Centrum kwadraat - Molenstraat Zuidzijde
Inhoudsopgave
Bijlagen toelichting
3
Bijlage 1
Overzicht bijlagen en onderzoeksrapporten
4
Bijlage 2
Verslag overleg ex artikel 3.1.1. Bro
5
Bijlage 3
Radarhindertoetsing Hoogbouw Voormalige Brandweerkazerne Enschede
18
Bijlage 4
Rapportage boominspectie, Molenstraat Enschede
38
Bijlage 5 Hengelosestraat/Molenstraat, Enschede - Cultuurhistorische waardering en aanbevelingen
49
Bijlage 6
Quickscan en nader onderzoek Wet natuurbescherming Molenstraat Enschede
116
Bijlage 7
Stadsbrede Laddertoets Enschede
152
Bijlage 8
Actualiserend bodemonderzoek
165
Bijlage 9
Stroomschema protocol toevalsvondst
496
Bijlage 10
Beeldkwaliteitplan Pakhuiskwartier
498
Bijlage 11
Voorlopig ontwerp Bölke
509
Bijlage 12
Verslag Monumentencommissie d.d. 12 oktober 2021
563
Bijlage 13
Onderzoek naar trillingen ten gevolge van railverkeer (Peutz)
567
Bijlage 14
Centrumkwadraat beleidsregel Pakhuiskwartier
579
Bijlage 15
Geohydrologisch onderzoek, Tauw
589
Bijlage 16
Verkeersgeneratie tbv aspect luchtkwaliteit
615
Bijlage 17
Berekening NIBM-tool
618
Bijlage 18
Akoestisch onderzoek
621
Bijlage 19
Besluit Hogere grenswaarden Wet geluidhinder
784
Bijlage 20
Beoordeling Muziekkwartier Wenninkgaarde 40-42/Willem Wilminkplein 1
790
Bijlage 21
Bedrijveninventarisatie
795
Bijlage 22
Bezonningsonderzoek
798
Bijlage 23
Windklimaatonderzoek
821
Bijlage 24
Aerius-berekening
836
Bijlage 25
Notitie t.b.v. vormvrije m.e.r.-beoordeling
876
Bijlage 26
Memo parkeerbalans
892
2 ept)
bestemmingsplan Centrumkwadraat - Molenstraat Zuidzijde (conc
Bijlagen toelichting
bestemmingsplan Centrumkwadraat - Molenstraat Zuidzijde (concept) 3
Bijlage 1 Overzicht bijlagen en onderzoeksrapporten Bijlage 1: Overzicht bijlagen en onderzoeksrapportages Bijlage 2: Verslag vooroverleg als bedoeld in artikel 3.1.1 Besluit ruimtelijke ordening Bijlage 3: Radarhindertoetsing hoogbouw voormalige locatie brandweerkazerne Enschede, TNO d.d. 13 augustus 2019) Bijlage 4: Rapportage Boominspectie, Expedio Arbori d.d. 22 november 2019 Bijlage 5: Cultuurhistorische aanbevelingen Hengelosestraat Molenstraat Enschede, SteenhuisMeurs d.d. april 2021 Bijlage 6: Quickscan Wet natuurbescherming & nader onderzoek vleermuizen en gierzwaluw, Eelerwoude 8 november 2021 Bijlage 7: Stadsbrede laddertoetst Enschede, Stec Groep d.d. 8 juni 2021 Bijlage 8: Actualiserend bodemonderzoek, Bilfinger d.d. 27 februari 2020 Bijlage 9: Stroomschema protocol toevalsvondst Bijlage 10: Beeldkwaliteitsplan Pakhuiskwartier Bijlage 11: Stedenbouwkundig plan Bolke Bijlage 12: Verslag Monumentencommissie d.d. 12 oktober 2021 Bijlage 13: Onderzoek naar trillingen ten gevolge van railverkeer, Peutz d.d. 15 augustus 2019 Bijlage 14: Beleidsregel Stedenbouwkundig plan Pakhuiskwartier, december 2021 Bijlage 15: Geohydrologisch onderzoek met kenmerk R001-1284886LFK-V01, Tauw, d.d. 28 januari 2022 Bijlage 16: Verkeersgeneratie tbv aspect luchtkwaliteit Bijlage 17: Berekening NIBM-tool Bijlage 18: Akoestisch onderzoek, d.d.
28 januari 2022 Bijlage 19: (Ontwerp)besluit Hogere grenswaarden Wet geluidhinder Bijlage 20: Beoordeling Muziekkwartier Wenninkgaarde 40-42/Willem Wilminkplein 1 Bijlage 21: Bedrijveninventarisatie Bijlage 22: Bezonningsonderzoek , Peutz d.d. 14 februari 2022 Bijlage 23: Windklimaatonderzoek, Peutz d.d. 14 februari 2022 Bijlage 24: Aerius-berekening, Tauw d.d. 25 februari 2022 Bijlage 25: Notitie t.b.v. vormvrije m.e.r.-beoordeling
4 ept)
bestemmingsplan Centrumkwadraat - Molenstraat Zuidzijde (conc
Bijlage 2 Verslag overleg ex artikel 3.1.1. Bro
bestemmingsplan Centrumkwadraat - Molenstraat Zuidzijde (concept) 5
Bestemmingsplan Centrumkwadraat – Molenstraat Zuidzijde
Nota samenvatting en beantwoording reacties vooroverleg
Gemeente Enschede Cluster Omgeving en Recht Afdeling Bestemmen 7 februari 2022
Overzicht van de reacties uit het vooroverleg met betrekking tot het bestemmingsplan Centrumkwadraat – Molenstraat Zuidzijde Op 12 januari 2022 zijn diverse overheidsinstanties en vaste overlegpartners benaderd om over te adviseren over het bestemmingsplan Centrumkwadraat – Molenstraat Zuidzijde. De volgende overlegpartners zijn benaderd om te adviseren over het nieuw op te stellen bestemmingsplan. • Provincie Overijssel • Waterschap Vechtstromen • ProRail • Nederlandse Spoorwegen • Brandweer Twente • Wijkraad Binnenstad • Wijkraad Lasonder-Zeggelt-Boddenkamp Hiervan hebben provincie Overijssel en wijkraad Lasonder-Zeggelt-Boddenkamp aangegeven dat de voorgenomen ontwikkeling niet strijdig is met hun beleidsvisie, dan wel dat hun belangen hierdoor niet worden geschaad. Daarnaast hebben ProRail en Brandweer Twente inhoudelijk gereageerd. De reacties zijn hieronder samengevat en van een gemeentelijke reactie voorzien. 1. Brandweer Twente 1.1
Op basis van de ontvangen documenten adviseren wij te borgen dat bij de uitwerking van de plannen voldaan kan worden aan de Handreiking Bluswatervoorziening en Bereikbaarheid 2019. Rekening moet worden gehouden met het bijplaatsen van extra brandkranen en het realiseren van opstelplaatsen voor brandweervoertuigen binnen het plangebied. De opstelplaatsen moeten bereikbaar zijn en afhankelijk van de gekozen locaties moet de draagkracht van de parkeergarage voldoen aan het gewicht van de brandweervoertuigen. Wij kunnen u hierover bij de beoordeling van de omgevingsvergunning van een aanvullend advies voorzien. Reactie gemeente In de planregels is een nadere eisenregeling opgenomen dat ertoe bijdraagt dat het college van burgemeester en wethouders nadere eisen kunnen stellen met betrekking tot de brandveiligheid en bereikbaarheid van de hulpdiensten. Hiermee wordt gehoor gegeven aan het advies van de brandweer.
2. ProRail 2.1 In de toelichting onder paragraaf 5.1.4 Railverkeerslawaai ontbreekt het akoestisch onderzoek hierdoor is het voor ProRail niet mogelijk om dit aspect te beoordelen. Reactie gemeente: De toelichting is op dit punt aangevuld. Het uitgevoerde akoestisch onderzoek zal als onderdeel van het ontwerp ter inzage worden gelegd. Uit het akoestisch onderzoek volgt dat er een hogere grenswaardeprocedure gevolgd dient te worden, onder andere als gevolg van spoorwegverkeerslawaai. Het ontwerpbesluit hogere grenswaardeprocedure zal procedureel gelijk met het ontwerpbestemmingsplan oplopen.
2.2 In de toelichting is onder paragraaf 5.1.9 Trillingshinder verwoord. ProRail adviseert om de conclusies uit het trillingonderzoek door te laten werken in de planregels (aanvraag bouwvergunning). Reactie gemeente: De planregels zijn in overeenstemming gebracht met het advies van onderzoeksbureau Peutz. In de planregels is onder de algemene bouwregels een nadere voorwaarde opgenomen dat er bij een aanvraag omgevingsvergunning tevens onderbouwd dient te worden dat de streefwaarden van Richtlijn B “Hinder voor personen in gebouwen door trillingen, Meet- en beoordelingsrichtlijn” van de Stichting Bouwresearch (SBR Richtlijn B) niet worden overschreden. 2.3 Voor het uitvoeren van werkzaamheden in de nabijheid van de spoorbaan dient rekening gehouden te worden met het bepaalde in artikel 19 van de Spoorwegwet, waarnaar ProRail u kortheidshalve verwijst. Reactie gemeente: Artikel 19 beoogt directe fysieke bedreiging van de spoorweg zelf tegen te gaan en daarnaast een veilig spoorverkeer en een ongestoorde transfer van reizigers te waarborgen. Hiertoe wordt aan het verrichten van bepaalde activiteiten en het plaatsen van bepaalde zaken een vergunningplicht verbonden. Het eerste lid, onderdeel a, betreft vooral het plaatsen en hebben van vaste voorwerpen, als bouwwerken, kabels en beplanting.
Daarnaast wordt in de onderdelen b en c, het storten van vaste stoffen en vloeistoffen, het plaatsen van weer verwijderbare voorwerpen en het verrichten van graafwerkzaamheden, vergunningplichtig gesteld. Op grond van onderdeel d is het verboden licht ontvlambare stoffen in de nabijheid van de spoorweg op te slaan in verband met het risico van vonken. Krachtens Besluit aanwijzing hoofdspoorwegen d.d. 15 oktober 2020, is het traject Oldenzaal – Duitse grens/Enschede – Duitse grens, aangewezen als hoofdspoorweg. In artikel 21 van het Besluit spoorweginfrastructuur in samenhang met Regeling omgevingsregime hoofdspoorwegen (de bijbehorende bijlagen) is opgenomen wat wordt verstaan onder de begrenzing van het hoofdspoorweg. In onderhavige situatie ligt het spoor op een lichte verhoging, echter lager dan 2 meter, waarmee op basis van artikel 21 lid 1 onder a van het Besluit hoofdspoorweginfrastructuur een afstand van 11 meter gemeten vanaf het hart van het buitenste spoor als begrenzing van het hoofdspoorweg dient te worden aangehouden, zover deze betrekking heeft op lid 1 onderdeel a t/m c van artikel 19 Spoorwet. De genoemde afstand wijzigt naar 14 meter indien het gaat om het hebben of opslaan van licht ontvlambare stoffen (conform onderdeel d van artikel 19 lid 1 van de Spoorwet). Deze vergunning zal te zijner tijd door de uitvoerder van de vergravingen aangevraagd worden.
Met ProRail heeft overleg plaatsgevonden. Het voorgenomen bouwplan voor het deelgebied ’t Bölke en de stedenbouwkundige visie met bijbehorende stedenbouwkundige beleidsregel voor het deelgebied Pakhuiskwartier is aan ProRail voorgelegd. Hieruit is niet naar voren gekomen dat de bouwplannen niet uitgevoerd kunnen worden. Uiteraard dient de uitvoerder hiervoor de benodigde vergunning aan te vragen. Op voorhand wordt niet verwacht dat de vergunning niet afgegeven kan worden. 2.4 Verder wordt opgemerkt dat de gemeente goed moet onderzoeken of de plannen geen invloed hebben op de functie van de drie overwegen (Korte Hengelosestraat, Wenninkgaarde en Oldenzaalsestraat).
Reactie gemeente: De verkeerskundige van de gemeente heeft dit nader onderzocht. In bijgaande verkeersprognose (bijlage 1) is berekend op welke wijze de verkeersproductie als gevolg van het programma wat planologisch-juridisch is vastgelegd in het bestemmingsplan, zich zal verdelen over de aanliggende wegen. Uit de berekening van de verkeersprognose valt op te maken dat er geen sprake is van onevenredige belasting op de overwegen. De overweg aan de Oldenzaalsestraat zal naar verwachting zelfs een kleine afname kennen. Bovendien zal er tijdens de bouwfase afdoende rekening gehouden worden met de bevoorrading/bouwverkeer. Ook het verdwijnen van het parkeerterrein aan de Wenninkgaarde met een ontsluitingsroute kort op de overweg, zal bijdragen aan een verbetering van het overzicht op het verkeer en de overweg. Hierdoor ontstaat een verkeersveiligere verkeerssituatie.
Bijlage 1. Verkeerberekeningen – irt belasting overwegen
ra n
at
Hengelosest
137 228 en
91 Molenstraat
O ld
ls e
137 zaa
s tr
aat
Deurningestraat
raat
Oldenzaalsestraat
st
se at
Wenninkgaarde
se
Ra i i fe ra st
Korte Hengelosestraat
lo
an
ge
y t e r la
en
De Ru
H
Parkweg
De Ruyterlaan
68 Bolke nieuw
34
35
91 46
164 67 22
45
ra n
at
Hengelosest Molenstraat
228 O ld
en
ls e
s tr
98 zaa
aat
Deurningestraat
raat
98
Oldenzaalsestraat
st
se at
Wenninkgaarde
se
Ra i i fe ra st
Korte Hengelosestraat
lo
an
ge
y t e r la
en
De Ru
H
Parkweg
De Ruyterlaan
49 Pakhuiskwartier nieuw
24
25
66 66 33
164 50 17
33
58 117
H
Bolke + Pakhuiskwartier Nieuw
De Ruyterlaan
De Ru
y t e r la
an
aat s tr ls e zaa
at
en
ra
235
189 Molenstraat 228
O ld
st
raat
Deurningestraat
se
Hengelosest
235
189
157
157
164 117 39
Oldenzaalsestraat
lo n
60
Wenninkgaarde
ge se
at
Korte Hengelosestraat
en Parkweg
Ra
i i fe
ra st
78
79
Parkweg
De Ruyterlaan
45 89
89
^ P Stationsplein ^ 178
89
an Trompla
89
Nijverheidsstraat
89
at stra hem c o L Van
36
^ P Irene 36
Oldenzaalsestraat
45
18
Molenstraat
Wenninkgaarde
Korte Hengelosestraat
De Ru
y t e r la
an
Bezoekers Bölke en Pakhuiskwartier Nieuw
18
57 117
H
Bolke + Pakhuiskwartier + Bezoekers in Irene en Stationsplein garage Nieuw
an
89
89 a Trompla
89
Nijverheidsstraat
89
188 Molenstraat 225
188
156 164 126 48
^ P Stationsplein 178
89
n
aat s tr
233
Korte Hengelosestraat
y t e r la De Ru
De Ruyterlaan
ls e
at
zaa
ra
45
45 Parkweg
en
st
raat
Deurningestraat
se
Hengelosest
233
O ld
lo n
59
36 ^ P Irene 36
Oldenzaalsestraat
ge se
at
Wenninkgaarde
en Ra
i i fe
ra st
96
97
36 + 133
Bolke + Pakhuiskwartier
18 +67 H
De Ruyterlaan
De Ru
y t e r la
an
aat s tr ls e zaa
at
en
ra
72 + 266
48 + 266
Molenstraat
120
O ld
st
raat
Deurningestraat
se
Hengelosest
266 +48
24 + 89
178 + 48
444 36 + 134
12 + 45
24 + 89
Oldenzaalsestraat
lo n
Bestaand/oud
18 +67
Wenninkgaarde
ge se
at
Korte Hengelosestraat
en Parkweg
Ra
i i fe
ra st
-28 -52
Bolke + Pakhuiskwartier
H
an
+89
+89 a Trompla
+89
Nijverheidsstraat
+89
-126 Molenstraat -126 +135
-70 -280 -44
^ P Stationsplein +178
+89
n
aat s tr
-105
Korte Hengelosestraat
y t e r la De Ru
De Ruyterlaan
ls e
at
zaa
ra
+45
+45 Parkweg
-105 en
st
raat
Deurningestraat
se
Hengelosest
Verschil oud en nieuw
O ld
lo n
-21
-9
+36 ^ P Irene +36
Oldenzaalsestraat
ge se
at
Wenninkgaarde
en Ra
i i fe
ra st
-17
-16
Bijlage 3 Radarhindertoetsing Hoogbouw Voormalige Brandweerkazerne Enschede
18 ept)
bestemmingsplan Centrumkwadraat - Molenstraat Zuidzijde (conc
Retouradres: Postbus 96864, 2509 JG Den Haag
Gemeente Enschede T.a.v. mevrouw Gruyters Postbus 20 7500 AA ENSCHEDE
Defensie & Veiligheid Oude Waalsdorperweg 63 2597 AK Den Haag Postbus 96864 2509 JG Den Haag www.tno.nl T +31 88 866 10 00
7500AA20 Datum 13 augustus 2019
Onderwerp
Radarhindertoetsing hoogbouw op voormalige locatie brandweerkazerne Enschede
Onze referentie DHW-2019-RT-100323627 E-mail onno.vangent@tno.nl Doorkiesnummer +31888664025
Geachte mevrouw Gruyters, Bijgaand ontvangt u onze rapportage aangaande het radarverstoringsonderzoek voor het ontwikkelingsplan van de geplande hoogbouw op de voormalige brandweerkazernelocatie in Enschede. Het bouwplan Het bouwplan betreft alle wijzigingen ten opzichte van de huidige situatie die betrekking hebben de geplande nieuwbouw. In dit rapport zullen deze wijzigingen worden aangeduid als ‘het bouwplan’. Voor de huidige aanvraag betreft dit de plaatsing van een enkel gebouw. In de berekeningen zal worden onderzocht of een hoogteaccent van 100, 90 of 80 meter boven het maaiveld voldoet aan de minimale eis van Defensie voor het primaire verkeersleidingsradarnetwerk. Deze berekeningen zullen Variant 1, Variant 2 en Variant 3 genoemd worden. Indien geen van de genoemde varianten voldoet aan de minimale eis, wordt er een vierde variant berekend. In Variant 4 wordt de maximale hoogte t.o.v. NAP bepaald die voldoet aan de minimale eis van Defensie. De uitgevoerde berekeningen TNO heeft de verstoring op de primaire radar als gevolg van schaduweffecten berekend met behulp van het radarhinder simulatiemodel PERSEUS, volgens de toetsingsmethode, die op 1 oktober 2012 is ingevoerd. De detectiekansen boven of in de nabijheid van de nieuwbouw zijn buiten beschouwing gelaten. In PERSEUS worden momenteel reflecties van gebouwen niet mee gesimuleerd.
Omdat de beschouwde radars gebruik maken van Doppler processing heeft een statisch object zoals een gebouw doorgaans beperkte invloed op de detectiekansen van vliegtuigen in de nabijheid van of direct boven dat gebouw. Het bouwplan bevindt zich binnen de 15 km cirkels van één van de Military Approach Surveillance System (MASS) verkeersleidingsradars en buiten de 15 km cirkels rond de gevechtsleidingsradars te Nieuw Milligen, Wier en Herwijnen. De analyse is uitgevoerd voor de volgende radarsystemen:
Projectnummer 060.38347/01.26.01
Op opdrachten aan TNO zijn de Algemene Voorwaarden voor opdrachten aan TNO, zoals gedeponeerd bij de Griffie van de Rechtbank Den Haag en de Kamer van Koophandel Den Haag van toepassing. Deze algemene voorwaarden kunt u tevens vinden op www.tno.nl. Op verzoek zenden wij u deze toe. Handelsregisternummer 27376655.
innovation
MMO for life aimamemem Datum 13 augustus 2019
(1) Het primaire verkeersleidingsradarnetwerk, bestaande uit een zestal MASS verkeersleidingsradarsystemen verspreid over Nederland, aangevuld met de Terminal Approach radar (TAR) West bij Schiphol. Resultaten primaire verkeersleidingsradarnetwerk Op de locatie van de hoogbouwobjecten eist het Ministerie van Defensie voor het verkeersleidingsradarnetwerk een minimale detectiekans van 90% voor een doel met een radaroppervlak van 2 m2. Het volgende mogelijk optredende effect is onderzocht: 1. Reductie van het maximum bereik ten gevolge van de schaduwwerking van het bouwplan: Na realisatie van het bouwplan is er op de toetsingshoogte van 1000 voet een afname van de het maximum bereik waarneembaar. De afname in bereik is afhankelijk van de hoogte van het bouwplan. Voor de hoogtes 138, 128 en 118 meter t.o.v. NAP (gelijk aan circa 100. 90 en 80 meter t.o.v. het maaiveld) is de afname in maximum bereik te groot. De maximale aanvaardbare hoogte van het bouwplan is 115 meter t.o.v. NAP (gelijk aan ongeveer 77 meter t.o.v. het maaiveld). De maximale detectiekans neemt in dat geval binnen het normgebied af tot 93%. Daarmee voldoet een bouwplan met een maximale hoogte van 115 meter t.o.v. NAP aan de thans gehanteerde 2019 norm. Details vindt u in bijgaande documentatie.
Voor de achtergronden van de toegepaste rekenmethode wordt kortheidshalve verwezen naar de toelichting die is te downloaden van de TNO-website: http://www.tno.nl/perseus.
Hoogachtéeid,
Ing. O.J. van Gent Senior Research Medewerker
Onze referentie DHW-2019-RT-100323627 Blad 2/19
Datum 13 augustus 2019
1
Locatie- en radargegevens Het Ministerie van Defensie hanteert een zogenaamd toetsingsvolume dat voor hoogbouw, anders dan windturbines, reikt tot aan 15 km rondom de verkeersleidingsradars en de gevechtsleidingsradars. Het profiel van het toetsingsvolume is weergegeven in Figuur 1. Er dient getoetst te worden indien een gebouw hoger is dan de rode lijn. Bouwplannen die verder verwijderd zijn dan 15 km kunnen zondermeer geplaatst worden.
Figuur 1. Het toetsingsprofiel (niet op schaal) zoals gehanteerd door het Ministerie van Defensie rondom elk van de militaire radarsystemen.
De gevechtsleidingsradars zullen binnenkort worden vervangen, waarbij de radarlocatie Nieuw Milligen wordt verplaatst naar Herwijnen. Deze nieuwe locatie is per 1 juli 2016 in de Rarro opgenomen en is dan ook meegenomen in deze toetsing. Begin 2017 is de nieuwe Terminal Approach Radar, TAR West bij Schiphol operationeel geworden en is deze radar opgenomen in het MASS verkeersleidingsradarnetwerk. Omdat het geen militaire radar is, geldt er rond deze radar geen toetsingsprofiel zoals weergegeven in Figuur 1. De toetsingsplicht voor windturbines rond deze radar zijn vastgelegd in het Luchtvaart Inpassingsbesluit (LIB) van Schiphol. Tot slot is in 2019 het verkeersleidingsradarnetwerk verder uitgebreid worden met een extra MASSradar op het Marinevliegkamp De Kooy bij Den Helder, die dan ook per 1 januari 2019 eveneens opgenomen is in de Rarro. De locatiegegevens van de verkeersleidingsradars en de gevechtsleidingsradars worden weergegeven in Tabel 1. In deze tabel zijn zowel de antennehoogtes aangegeven die aangehouden worden voor de bepaling van het toetsingsprofiel als ook de feitelijke antennehoogtes van de primaire radarantenne, toegepast in de detectiekansberekeningen.
Onze referentie DHW-2019-RT-100323627 Blad 3/19
Datum 13 augustus 2019
Tabel 1 Locatiegegevens van de zes MASS-radars, de TAR West en de gevechtsleidingsradars te Nieuw Milligen en Wier, de aangehouden antennehoogte voor het toetsingsprofiel en de toepaste feitelijke hoogte van de primaire radarantenne. De gevechtsleidingsradars zullen worden vervangen, waarbij de radarpositie Nieuw Milligen wordt verplaatst naar Herwijnen. Radar
Coördinaten Rijksdriehoekstelsel
30
Feitelijke antennehoogte t.o.v. NAP [m] 27.3
477021
71
68.8
460816
63
60.2
176525
407965
49
46.9
083081 113911 109603 179258 170513 137106
385868 548781 482283 471774 585673 427741
48 27 n.v.t.* 53 24 25
45.2 27.1 34.0 Gerubriceerd** Gerubriceerd** Gerubriceerd**
Leeuwarden
X [m] 179139
Y [m] 582794
Twenthe
258306
Soesterberg
147393
Volkel Woensdrecht De Kooy TAR West Schiphol Nieuw Milligen (MPR) Wier (SMART-L) Herwijnen (SMART-L)
Antennehoogte toetsingsprofiel t.o.v. NAP [m]
* Deze radars zijn niet opgenomen in de Rarro en hebben dus geen toetsingsprofiel ** Deze gegevens zijn bekend bij defensie
Variaties in de hoogte van het terrein worden bepaald uit het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN-2) en AHN3 voor alleen Friesland, Zeeland en delen van Zuid-Holland. In dit bestand bevindt zich bebouwing zoals aanwezig tijdens de opnames tussen 2007 en 2012 voor AHN2 en 2014 voor AHN3. Naast dit hoogtebestand met bebouwing hanteert TNO eveneens een bestand voor het maaiveld bepaald met alleen het AHN2 bestand. Beide bestanden bezitten een ruimtelijke resolutie van 10 m. Buiten Nederland gebruikt TNOterreinhoogtegegevens afkomstig van de NASA Shuttle Radar Topography Mission (SRTM1) met een resolutie van 1 boogseconde (ongeveer 30 m langs een meridiaan). Het kan voorkomen dat een deel van het bouwplan wordt afgeschermd door het tussenliggende terrein of door bebouwing en dus niet wordt belicht door de radar. In dat geval wordt dit deel van het bouwplan niet meegenomen in de berekening. De 15 en 75 km cirkels rond de MASS-radarsystemen en de stedelijke gebieden volgens het AHN-1 bestand zijn weergeven in Figuur 2. De 15 en 75 km cirkels rond de gevechtsleidingsradars en de stedelijke gebieden volgens het AHN-1 bestand zijn weergeven in Figuur 3.
Onze referentie DHW-2019-RT-100323627 Blad 4/19
Datum 13 augustus 2019 Onze referentie DHW-2019-RT-100323627 Blad 5/19
Figuur 2. Locaties van de zes MASS verkeersleidingsradarsystemen (groene ruit) met daaromheen de 15 en 75 km cirkels. De TAR West radar bij Schiphol is aangegeven met een oranje ruit en de infill radar te Wemeldinge met een paarse ruit. De oranje vlakken zijn de in de AHN-1 gedefinieerde stedelijke gebieden. De ligging van het te toetsen bouwplan is aangegeven met een roze ster.
Datum 13 augustus 2019 Onze referentie DHW-2019-RT-100323627 Blad 6/19
Figuur 3. Locaties van de nieuwe SMART-L EWC GB gevechtsleidingsradars (rode ruit) en de bestaande MPR (oranje ruit) met daaromheen de 15 en 75 km cirkels. De oranje vlakken zijn de in de AHN-1 gedefinieerde stedelijke gebieden. De ligging van het te toetsen bouwplan is aangegeven met een roze ster.
Het bouwplan ligt binnen de 15 km cirkel rond de MASS radar van Twenthe en buiten de 15 km cirkels rond de gevechtsleidingsradars. In Figuur 4 is de locatie van hoogbouwproject in Enschede weergegeven. Het ontwikkelingsplan bestaat uit een enkel gebouw. In Figuur 5 is de locatie van het bouwplan geprojecteerd op een satellietfoto.
Datum 13 augustus 2019 Onze referentie DHW-2019-RT-100323627 Blad 7/19
Figuur 4. Een grafische weergave van het ontwikkelingsplan te Enschede [Bron: Gemeente Enschede, 28 mei 2019].
Figuur 5. Het ontwikkelingsplan gezien van boven. Het bouwplan is in het rood geplaatst op beelden van Google Earth. [Luchtfoto: Google Earth].
Het bouwdeel het dichtst bij de verkeersleidingsradar te Twenthe, staat op een afstand van circa 5.4 km van deze radar. Op deze afstand dient bij een antennehoogte van 71 m t.o.v. NAP en de hellingshoek van 0.25° uit Figuur 1 een bouwdeel met een hoogte groter dan 94.6 m t.o.v. NAP getoetst te worden.
Datum 13 augustus 2019
Aangezien het lokale maaiveld op circa 38.0 m t.o.v. NAP ligt, betekent dit dat bouwdelen hoger dan 56.6 m t.o.v. maaiveld getoetst dienen te worden. Alle voorgestelde varianten zijn hoger dan de in Figuur 1 aangegeven hoogte. Het onderhavige bouwplan dient derhalve getoetst te worden voor alleen het verkeersleidingsradarnetwerk. De locaties van de hoekpunten van het bouwplan zijn weergegeven in Tabel 2. De weergegeven rijksdriehoek coördinaten en maaiveldhoogtes zijn afkomstig van de opdrachtgever. De WGS 84 coördinaten voor de locaties zijn hiervan afgeleid. In Tabel 3 zijn de maaiveldhoogte en de getoetste hoogten t.o.v. NAP weergegeven op locatie van de hoekpunten. De hoogte van de hoekpunten worden weergegeven voor drie verschillende varianten. Deze varianten corresponderen met een hoogte van het bouwplan van 138.0, 128.0 en 118.0 m t.o.v. NAP. Tabel 2 Locatiegegevens van het bouwplan zoals opgegeven door de opdrachtgever. ID
Rijksdriehoekstelsel X [m] Y [m]
WGS 84 coördinaten Latitude [º] Longitude [º]
1
257553
471651
52.22338
6.88814
2
257573
471629
52.22318
6.88846
3
257542
471601
52.22294
6.88796
4
257522
471623
52.22314
6.88768
Tabel 3 Maaiveldhoogte en getoetste bouwhoogte op de locatie van het bouwplan t.o.v. NAP. De hoogten 138.0, 128.0 en 118.0 m t.o.v. NAP komen overeen met bouwhoogten van circa. 100, 90 en 80 m boven het maaiveld.
ID
Maaiveldhoogte t.o.v. NAP [m]*
Variant 1 Hoogte bouwplan
Variant 2 Hoogte bouwplan
Variant 3 Hoogte bouwplan
1
37.9
t.o.v. NAP [m] 138.0
t.o.v. NAP [m] 128.0
t.o.v. NAP [m] 118.0
2
38.1
138.0
128.0
118.0
3
38.1
138.0
128.0
118.0
4
37.5
138.0
128.0
118.0
* Conform maaiveldhoogte opgegeven door gemeente.
Onze referentie DHW-2019-RT-100323627 Blad 8/19
Datum 13 augustus 2019
2
Rekenmethode primaire verkeersleidingsradarnetwerk Het radarsimulatiemodel PERSEUS berekent voor elk radarsysteem de detectiekans van een doel met een radardoorsnede van 2 m 2, fluctuatiestatistiek Swerling case 1, en loos alarmkans 1×10-6. Afhankelijk van de locatie van het bouwplan moet de detectiekans geëvalueerd worden op een normhoogte van 300, 500 of 1000 voet ten opzichte van het maaiveld. Indien op 1000 voet geëvalueerd wordt, zal middeling van detectiekansen binnen een cirkel met een straal van 500 m toegepast worden. De 300 en 500 voet normhoogtes liggen over het algemeen rond de verschillende militaire vliegvelden in Nederland. Op een hoogte van 1000 voet dient er, met enige uitzonderingen, landelijke dekking te zijn. In Figuur 6 worden de normhoogtegebieden getoond.
Figuur 6. De ligging van het te toetsen bouwplan aangegeven met een ster en de ligging van de thans gehanteerde 2019 normhoogtes op 300 voet (rood) en 500 voet (blauw). Op 1000 voet (paars) dient het verkeersleidingsradarnetwerk, op enkele uitzonderingen na, een landelijke dekking te hebben. Tevens zijn op deze kaart met een groene markering de locaties aangeven van het primaire verkeersleidingsradarnetwerk bestaande uit een zestal MASS radarsystemen en in oranje de TAR West radar te Schiphol.
Het bouwplan valt binnen de normhoogte van 1000 voet.
Onze referentie DHW-2019-RT-100323627 Blad 9/19
Datum 13 augustus 2019
De detectiekans van de zes MASS radarsystemen te Leeuwarden, Twenthe, Soesterberg, Volkel, Woensdrecht en De Kooy, aangevuld met de TAR West van Schiphol is conform de met Defensie overeengekomen rekenmethode gesimuleerd in één radarnetwerk, waarbij de radars elkaar eventueel ondersteuning kunnen bieden bij de detectie van radardoelen. Daarbij wordt rekening gehouden met de upgrade van de MASS primaire radar en het Wind Farm Filter (WFF) in de TAR West radar, zoals TNO die op dit moment in PERSEUS gemodelleerd heeft. Als referentie zijn ook de radardetectiekansdiagrammen berekend voor de zogenaamde baseline situatie, dat wil zeggen, rekening houdend met alle bestaande windturbines en dus voor realisatie van het bouwplan. Het baselinebestand van windturbines geeft de situatie aan binnen Nederland, vastgelegd in het begin van januari 2019, door Windstats.nl. De voor de simulatie noodzakelijke afmetingen van de windturbines zijn afgeleid van de in dit bestand opgenomen gegevens, zijnde: fabrikant, opgewekt vermogen, ashoogte en rotordiameter. Het bouwplan wordt daar vervolgens aan toegevoegd en voor beide situaties (baseline en baseline met bouwplan) worden detectiediagrammen berekend.
Door een vergelijking van beide diagrammen kan het detectieverlies worden vastgesteld in de directe nabijheid van het bouwplan veroorzaakt door reflecties van het bouwplan en het eventuele verlies aan radarbereik ten gevolge van de schaduwwerking van het bouwplan.
Onze referentie DHW-2019-RT-100323627 Blad 10/19
Datum 13 augustus 2019
3
Berekeningen radardetectiekans diagrammen primaire verkeersleidingsradarnetwerk Variant 1: Detectiekans in de schaduw van het bouwplan met een hoogte van 138.0 m t.o.v. NAP (circa 100 m t.o.v. het maaiveld) In Figuur 7 is de detectiekans op 1000 voet van het primaire verkeersleidingsradarnetwerk uitgerekend voor de gebieden waar schaduw kan ontstaan ten gevolge van het nog te realiseren bouwplan. Op deze resultaten is detectiekansmiddeling toegepast met een straal van 500 m. De stippellijnen afkomstig van de MASS positie van Twenthe, geven de zone aan waarin een verminderde detectiekans zou kunnen ontstaan als gevolg van de schaduwwerking. In Figuur 8 is de detectiekans berekend voor hetzelfde gebied na realisatie van het bouwplan met een hoogte van 138.0 meter t.o.v. NAP. In de figuur is een nieuw schaduwgebied waar te nemen tussen de stippellijnen. Dit schaduwgebied is in Figuur 9 vergroot weergegeven. De detectiekans neemt in het schaduwgebied af tot 61% binnen het normgebied. Hiermee voldoet het bouwplan niet aan de thans gehanteerde 2019 norm.
Figuur 7. Detectiekans van het primaire verkeersleidingsradarnetwerk op 1000 voet in het schaduwgebied van het bouwplan voordat deze is gerealiseerd (baseline). Op dit figuur is detectiekansmiddeling toegepast. De stippellijnen geven aan waar de schaduw kan gaan ontstaan.
Onze referentie DHW-2019-RT-100323627 Blad 11/19
Datum 13 augustus 2019 Onze referentie DHW-2019-RT-100323627 Blad 12/19
Figuur 8. Detectiekans van het primaire verkeersleidingsradarnetwerk berekend op 1000 voet in het schaduwgebied van het bouwplan nadat het bouwplan is gerealiseerd met een hoogte van 138.0 m t.o.v. NAP. Op dit figuur is detectiekansmiddeling toegepast. De stippellijnen geven aan waar de schaduw kan ontstaan.
Figuur 9. Het nieuw ontstane schaduwgebied in Figuur 8 vergoot weergegeven. Dit gebied met verminderede detectiekans is circa 1 km breed en 14 km lang.
Datum 13 augustus 2019
Variant 2: Detectiekans in de schaduw van het bouwplan met een hoogte van 128.0 m t.o.v. NAP (circa 90 m t.o.v. het maaiveld) In Figuur 10 is de detectiekans van het primaire verkeersleidingsradarnetwerk berekend op 1000 voet in het schaduwgebied van het bouwplan nadat het bouwplan is gerealiseerd met een hoogte van 128.0 m t.o.v. NAP. In de figuur is een schaduwgebied waar te nemen tussen de stippellijnen. Dit schaduwgebied is in Figuur 11 vergroot weergegeven. De detectiekans neemt in het schaduwgebied af tot 62% binnen het normgebied. Hiermee voldoet het bouwplan niet aan de thans gehanteerde 2019 norm.
Figuur 10. Detectiekans van het primaire verkeersleidingsradarnetwerk berekend op 1000 voet in het schaduwgebied van het bouwplan nadat het bouwplan is gerealiseerd met een hoogte van 128.0 m t.o.v. NAP. Op dit figuur is detectiekansmiddeling toegepast. De stippellijnen geven aan waar de schaduw kan ontstaan.
Onze referentie DHW-2019-RT-100323627 Blad 13/19
Datum 13 augustus 2019 Onze referentie DHW-2019-RT-100323627 Blad 14/19
Figuur 11. Het nieuw ontstane schaduwgebied in Figuur 10 vergoot weergegeven. Dit gebied met verminderede detectiekans is circa 1 km breed en 11 km lang.
Datum 13 augustus 2019
Variant 3: Detectiekans in de schaduw van het bouwplan met een hoogte van 118.0 m t.o.v. NAP (circa 80 m t.o.v. het maaiveld) In Figuur 12 is de detectiekans van het primaire verkeersleidingsradarnetwerk berekend op 1000 voet in het schaduwgebied van het bouwplan nadat het bouwplan is gerealiseerd met een hoogte van 118.0 m t.o.v. NAP. In de figuur is een schaduwgebied waar te nemen tussen de stippellijnen. Dit schaduwgebied is in Figuur 13 vergroot weergegeven. De detectiekans neemt in het schaduwgebied af tot 81% binnen het normgebied. Hiermee voldoet het bouwplan niet aan de thans gehanteerde 2019 norm.
Figuur 12. Detectiekans van het primaire verkeersleidingsradarnetwerk berekend op 1000 voet in het schaduwgebied van het bouwplan nadat het bouwplan is gerealiseerd met een hoogte van 118.0 m t.o.v. NAP. Op dit figuur is detectiekansmiddeling toegepast. De stippellijnen geven aan waar de schaduw kan ontstaan.
Onze referentie DHW-2019-RT-100323627 Blad 15/19
Datum 13 augustus 2019 Onze referentie DHW-2019-RT-100323627 Blad 16/19
Figuur 13 Het nieuw ontstane schaduwgebied in Figuur 12 vergoot weergegeven. Dit gebied met verminderede detectiekans is circa 1 km breed en 7 km lang.
Datum 13 augustus 2019
Variant 4: Detectiekans in de schaduw van het bouwplan met een hoogte van 115.0 m t.o.v. NAP (circa 77 m t.o.v. het maaiveld) Variant 1, 2 en 3 van het bouwplan voldoen alle drie niet aan de norm. De resultaten van variant 3 (118.0 m t.o.v. NAP) geven echter aan dat bij een verder verlaging de norm wel kan worden gerealiseerd. Daarom is er gezocht naar een maximale bouwhoogte door stapsgewijs 1.0 meter lager de detectiekans uit te voeren. Alleen het resultaat dat voldoet aan de norm wordt gepresenteerd. In Figuur 14 is de detectiekans van het primaire verkeersleidingsradarnetwerk berekend op 1000 voet in het schaduwgebied van het bouwplan nadat het bouwplan is gerealiseerd met een hoogte van 115 m t.o.v. NAP. In de figuur is een schaduwgebied waar te nemen tussen de stippellijnen. Dit schaduwgebied is in Figuur 15 vergroot weergegeven. De detectiekans neemt in het schaduwgebied af tot 93% binnen het normgebied. Hiermee voldoet het bouwplan op deze maximale bouwhoogte aan de thans gehanteerde 2019 norm.
Figuur 14. Detectiekans van het primaire verkeersleidingsradarnetwerk berekend op 1000 voet in het schaduwgebied van het bouwplan nadat het bouwplan is gerealiseerd met een hoogte van 115 m t.o.v. NAP. Op dit figuur is detectiekansmiddeling toegepast. De stippellijnen geven aan waar de schaduw kan ontstaan.
Onze referentie DHW-2019-RT-100323627 Blad 17/19
Datum 13 augustus 2019 Onze referentie DHW-2019-RT-100323627 Blad 18/19
Figuur 15 Het nieuw ontstane schaduwgebied in Figuur 14 vergoot weergegeven. Dit gebied met verminderede detectiekans is circa 1 km breed en 5.4 km lang maar ligt echter buiten het normgebied.
Datum 13 augustus 2019
4
Afkortingen AHN CTR EWC GB LIB MASS MPR NAP NASA PSR Rarro RDS SMART-L SRTM TAR WFF
Onze referentie DHW-2019-RT-100323627
Actueel Hoogtebestand Nederland Controlled Traffic Region Early Warning Capability Ground Based Luchtvaart Inpassingsbesluit Military Approach Surveillance System Medium Power Radar Normaal Amsterdams Peil National Aeronautics and Space Administration Primary Surveillance Radar Regeling algemene regels ruimtelijke ordening Rijksdriehoekstelsel Signaal Multibeam Acquisition Radar for Tracking, L band Shuttle Radar Topography Mission Terminal Approach Radar Wind Farm Filter
Blad 19/19
Bijlage 4 Rapportage boominspectie, Molenstraat Enschede
38 ept)
bestemmingsplan Centrumkwadraat - Molenstraat Zuidzijde (conc
RAPPORTAGE BOOMINSPECTIE GEMEENTE ENSCHEDE RAPPORT:
COM-061119B-261
OBJECT:
9 BOMEN
LOCATIE:
MOLENSTRAAT ENSCHEDE
DATUM:
22 NOVEMBER 2019
Colofon Opdrachtgever Naam Afdeling Opdrachtgever Contactpersoon Adres Postcode en Plaats Telefoon Email
: Gemeente Enschede : Stadsingenieurs : Dhr. E. Smits : Mevr. M. Eenschoten : Hengelosestraat 51, Enschede : Postbus 20, 7500 AA Enschede : 14 053 : gemeente@enschede.nl
Opdrachtnemer Naam Afdeling Adres Postcode en Plaats Telefoon Email Internet
: Expedio Arbori : Boomtechnisch onderzoek advies & taxatie : Burg. Kerssemakersstraat 40 : 8101 AP Raalte : 0572-364400 : info@expedio-arbori.nl : www.expedio-arbori.nl
Projectgegevens; Uw kenmerk Ons kenmerk Type onderzoek Straat/locatie Plaats Datum onderzoek
: 1900106703 project Molenstraat : COM-061119B-261 : Kwaliteitsbeoordeling bomen : Molenstraat : Enschede : maandag 11 november 2019
Status; Status rapport Datum
: concept : 22 november 2019
Adviseur:
R. (Ronald) Wobben Boomtechnisch adviseur (ETT) Geregistreerd boomtaxateur Gecertificeerd boomcontroleur De bevindingen en metingen, volstrekt nodig voor dit verslag zijn met de grootst mogelijke zorg en met gespecialiseerd kwaliteitsapparatuur uitgevoerd. Echter, bij bomen spreekt men van levend materiaal en op de schade die natuurkrachten (wind e.d.) ook bij volkomen gezonde bomen kunnen aanrichten, kunnen wij uiteraard geen enkele aansprakelijkheid aanvaarden voor welke schade dan ook ontstaan aan of door deze bomen. Het is niet toegestaan het rapport of delen van het rapport te vermenigvuldigen en/of openbaar te maken, anders dan bedoeld voor intern gebruik zonder schriftelijke toestemming van Expedio Arbori te Raalte.
Inhoud 1
Inleiding ....................................................................................................... 3
2
Methode van onderzoek ................................................................................ 3 2.1 Visuele controle ........................................................................................ 5 2.2 Toekomstverwachting ................................................................................ 6 2.3 Indicatie boomverplanting .............................................................................. 6
3
Conclusie en advies ....................................................................................... 7
Bijlage Kaartoverzicht bomen ............................................................................. 8 Bijlage Tabel boominspectie ............................................................................... 9
1 Inleiding Opdracht In opdracht van mevrouw M. Eenschoten, namens de gemeente Enschede, heeft Expedio Arbori kwaliteitsbeoordeling bomen uitgevoerd inzake een 9-tal bomen inzake een herontwikkelingsproject aan de Molenstraat te Enschede. Aanleiding en doelstelling Hoewel de daadwerkelijke planvorming met betrekking tot de herinrichting aan de Molenstraat nog niet bekend is, wil men voorafgaand hieraan de bomen toetsen aan de huidige kwaliteit, toekomstverwachting en de eventuele mogelijkheid tot verplanting. Vraagstelling
‘Zoals vanochtend door de telefoon besproken stuur ik u hierbij de vraag die wij hebben omtrent bomen die staan aan de Molenstraat. Aan het gebied aan de Molenstraat staan bomen die we graag willen behouden (zie ook tekening) In de toekomst gaat er op dit gebied gebouwd worden op dit gebied. Het spanningsveld in de planvorming in momenteel; maken we ruimte voor de bomen of gaan ze eraf. De oranje gekleurde bomen zullen moeten verdwijnen. Van de groen gekleurde bomen willen de landschappers graag alles inpassen echter de stedenbouwers willen een aantal laten verdwijnen. De vraag die we hebben is: wat is de toekomstverwachting, waarde van de groengekleurde bomen? (9 stuks, zie tekening) Is het mogelijk, verstandig, kan het om de 5 bomen aan de rechterkant te verplanten? En wat is daar evt. voor nodig?
3|Pagina
2 Methode van onderzoek 2.1 Visuele controle Door een verscheidenheid aan bomen en boomsoorten met ieder hun eigen soorteigenschappen en de verscheidenheid aan groeiplaatsomstandigheden brengt met zich mee dat iedere boom zich anders ‘gedraagt’ en verschillend reageert op eventueel aanwezige aantastingen en/of mechanische gebreken. Het is daarom wenselijk om boominspecties op boomniveau te rapporteren. Dit betekent dat bij iedere boom afzonderlijk wordt gekeken naar de conditie en vitaliteit, soortspecifieke kenmerken en/of aanwezige aantastingen en gebreken. waarbij naast zichtbare afwijkingen vooral ook aandacht is voor de mechanische opbouw en mechanische defectsymptomen die bij bomen kunnen voorkomen. De bomen zijn afzonderlijk beoordeeld en opgenomen in hoofdstuk 3 van deze rapportage.
2.1.1 Conditie De conditie van de bomen is beoordeeld volgens de beoordeling van de kronenstructuur volgens Dr. A. Roloff. Eén en ander is gebaseerd op respectievelijk knopbezetting en de meting van lengtescheuten (conditie) en de mate van wondovergroeiing (vitaliteit). De conditie van de bomen is in de volgende klassen ingedeeld;
Normaal (lees; goed).
Verminderd (lees; licht afgenomen, maar voldoende).
Sterk verminderd (lees; matig, mogelijk herstelbaar).
Slecht (lees; onherstelbaar).
4|Pagina
Aanvullend wordt gekeken naar signalen (m.n. vruchtlichamen), die wijzen op een (houtparasitaire) schimmelaantasting. Indien dit het geval is, dan zal worden vastgesteld of en in welke mate er al houtafbraak heeft plaatsgevonden en in hoeverre dit van invloed is op de breukvastheid en/of stabiliteit. Het mechanische gedeelte omvat een boomveiligheidsbeoordeling, waarbij de volgende klassenindeling wordt gehanteerd (zie tabel 1): Tabel 1: klassenindeling mechanische kwaliteit Klasse
Kenmerken
Goed
Geen signalen van mechanische verzwakking.
Redelijk
In enige mate signalen van (beginnende) mechanische verzwakking, als gevolg van bijvoorbeeld beginnende overbelasting, inrotting of (beperkt) ingerotte snoeiwonden.
Matig
Boom vertoont bv. als gevolg van zwaar belaste gesteltakken, plakoksels, fors ingerotte wonden of recente scheefstand duidelijke signalen van mechanische verzwakking in de vorm van versterkings- en compensatiegroei en/of vormafwijkingen.
Slecht
De boom is mechanisch gezien sterk verzwakt; de kans op het uitbreken van kroondelen, stam-euk of breuk of windworp is reëel aanwezig.
In veruit de meeste gevallen is het mogelijk om op basis van een visuele beoordeling, eventueel met gebruikmaking van enige hulpmiddelen (sondeerstang en klophamer), te kunnen beoordelen of een boom voldoende stabiel en breukvast is. Bij een (sterk) vermoeden van een (potentieel) veiligheidsrisico is nader onderzoek vereist. Indien noodzakelijk kan dit plaatsvinden met behulp van geavanceerde meetapparatuur.
2.2 Toekomstverwachting De toekomstverwachting van de boom wordt met name bepaald door de volgende factoren:
Kwaliteit (voeding) en kwantiteit (doorwortelbare ruimte) van de groeiplaats; Actuele conditie; Eventuele aanwezigheid van mechanische gebreken; Eventuele aantastingen door (houtparasitaire) schimmelsoorten.
Het bepalen van de toekomstverwachting betreft nadrukkelijk een momentopname en geldt uitsluitend bij gelijkblijvende (groeiplaats)omstandigheden. Bij de beoordeling wordt gebruik gemaakt van de volgende klassenindeling (zie tabel 2 op pagina 6):
5|Pagina
Tabel 2: klassenindeling toekomstverwachting Klasse
Kenmerken
Goed
Boom verkeert in een goede conditie, er zijn geen mechanische gebreken geconstateerd en kan veilig worden gehandhaafd. De levensverwachting van de boom is minimaal 15 jaar.
Redelijk
De toekomstverwachting van de boom is enigszins verminderd, maar de aangetroffen (geringe) afwijkingen zijn van dien aard dat eventueel herstel goed mogelijk wordt geacht. Op basis van de huidige toestand van de boom wordt de komende 10 jaar geen uitval verwacht. De boom kan veilig worden gehandhaafd maar, afhankelijk van de aangetroffen afwijking, kan in sommige gevallen een (licht) verhoogde controlefrequentie noodzakelijk zijn.
Matig
De toekomstverwachting van de boom is sterk verminderd. Er zijn mechanische gebreken en/of schimmelaantastingen aangetroffen of de conditie is verminderd, maar op grond van de huidige toestand van de boom wordt de komende 5 jaar geen uitval verwacht. De boom kan vooralsnog veilig worden gehandhaafd; in sommige gevallen kunnen gerichte (veiligheids)maatregelen nodig zijn. Een verhoogde controlefrequentie is (veelal) noodzakelijk.
Slecht
Boom heeft, vanwege sterk verminderde conditie en/of ernstige mechanische gebreken en/of houtparasitaire schimmelaantastingen een uiterst beperkte toekomstverwachting. De kans is reëel aanwezig dat de boom binnen korte tijd geheel afsterft of anderszins uitvalt. Naast een verhoogde controlefrequentie kan het noodzakelijk zijn gerichte (veiligheids)maatregelen te treffen, om de boom (vooralsnog) veilig te kunnen handhaven.
2.3 Indicatie boomverplanting Bij de huidige uitvraag is gevraagd een haalbaarheidsindicatie boomverplanting aan te geven gebaseerd op de bovengronds verkregen gegevens van de boom. Hierbij wordt zowel gekeken naar de conditie, vitaliteit, fysieke beschadigingen of gebreken alsook de structuur van de kroon. Daarnaast wordt er gekeken naar de huidige groeiplaatsomstandigheden en de eventueel aanwezige boven- of ondergrondse obstructies (mits zichtbaar) welke een boomverplanting doen bemoeilijken. Ook worden de boomsoort gerelateerde eigenschappen meegenomen in de beoordeling.
6|Pagina
3 Conclusie en advies De bomen zoals deze in het kaartoverzicht genummerd zijn weergegeven zijn in bijlage 2 ieder afzonderlijk voorzien van een beheeradvies. Aanvullend zijn er bevindingen gedaan naar de mogelijke verplanting;
Bij de bomen 4 en 9, beiden Witte paardenkastanjes is de indicatie negatief weergegeven voor verplanting. Hoewel bij geen van beide bomen symptomen zijn waargenomen van de veel voorkomende kastanjebloedingsziekte (KBZ) is verplanten van de bomen niet aan te bevelen; Boom 4 vertoont wortelopdruk in de verharding en een mogelijk ongelijke wortelontwikkeling, welke het vormen van een kluit bemoeilijkt. Boom 9 staat dusdanig kort aan het voetpad, en daarmee een tracé van kabels en leidingen, dat ook hier het vormen van een kluit wordt bemoeilijkt. Voor beide bomen geldt tevens dat de conditievermindering bij verplanting (zogenoemde verplantschok) het risico op KBZ vergroot. Boom 5 vertoont een zeer laag kroonbeeld, welke het verplanten naar een locatie zonder vereisten aan een takvrije stam behoeft. De boomsoort an sich bemoeilijkt echter de verplanting daar deze doorgaans meerdere diep ontwikkelde penwortels vormt, maar geen samenhangende kluit. Boom 6 en 8, beiden volwassen platanen kunnen boomtechnisch verplant worden. De verplantmethode voor het verplanten van bomen van deze grootte gebeurt doorgaans met de hijsmethode. Hiervoor dient zowel de mogelijke route alsook de herplantlocatie nader onderzocht te worden. Boom 7 kent een ongelijke kroonontwikkeling (zuiger), maar is zowel biologisch als fysiek goed te verplanten. Verplantmethode; verplantmachine
8 9 2
1 7|Pagina
Bijlage Kaartoverzicht bomen
5 3
4 6
1
2
8
7
Bron; Gemeente Enschede, bewerking Expedio Arbori De bomen zijn genummerd weergegeven. De met groen aangeduide bomen is men voornemens te behouden. De bomen 5 t/m 9 zijn aanvullend beoordeeld op de mogelijkheid tot het verplanten.
8|Pagina
9
Kroon Diameter m.
Standplaats
Boomhoogte m.
Conditie
Kwaliteit Stam
Kwaliteit kroon
Kwaliteit stamvoet
Levensfase
Toekomst verwachting
Verplantbaar
89
15 x 18
plantvak
16-18
goed
goed
goed
goed
volwas
goed
nee
2
Plataan
Platanus x acerifolius
64
12 x 16
plantvak
16-18
goed
goed
goed
goed
volwas
goed
nee
3
Plataan
Platanus x acerifolius
65
12 x 14
plantvak
16-18
goed
goed
goed
goed
volwas
goed
nee
4
Witte paardekastanje
Aesculus hippocastanum
38
5x6
plantsoen
10-12
goed
goed
goed
goed
volwas
goed
nee
5
Trompetboom
Catalpa bignonioides
38
10 x 10
gras
5-6
goed
goed
goed
goed
volwas
goed
nee
6
Plataan
Platanus x acerifolius
48
14 x 16
gras
14-16
goed
goed
goed
goed
volwas
goed
ja
7
Tamme kastanje
Castanea sativa
32
6x6
gras
6-8
goed
goed
goed
goed
volwas
goed
ja
Zuiger, bastnecrose stam
8
Plataan
Platanus x acerifolius
58
18 x 18
gras
12-14
goed
goed
goed
goed
volwas
goed
ja
dood hout
9
Witte paardekastanje
Aesculus hippocastanum
37
9 x 10
gras
8-10
goed
goed
goed
goed
volwas
goed
nee
geen KBZ waargenomen, dicht aan trottoir en kabels/leidingen
Advies
Soort
Opmerking
Stamdiameter cm.
Platanus x acerifolius
Boomsrt Lat.naam Plataan
Boomnummer
1
Wurgwortel, meervoudige toppen, losse takken dood hout, te laag kroonbeeld, losse takken Dood hout, zuiger straatzijde, eenzijdige kroon Worteldruk verharding, geen KBZ waargenomen. Takvrije stam circa 2.5 meter, laag kroonbeeld, ongunstige wortelontwikkeling Eenzijdige kroon, geen doorgaande spil.
9|Pagina
onderhoudssnoei onderhoudssnoei onderhoudssnoei
onderhoudssnoei
Bijlage 5 Hengelosestraat/Molenstraat, Enschede Cultuurhistorische waardering en aanbevelingen
bestemmingsplan Centrumkwadraat - Molenstraat Zuidzijde (concept) 49
HENGELOSESTRAAT/ MOLENSTRAAT, ENSCHEDE CULTUURHISTORISCHE WAARDERING EN AANBEVELINGEN
P ROJEC TN U MME R 465 | STE E N H U ISMEU R S | A P R IL 2021
Enschede het centrum, stationsgebied en daarboven de Molenstraat en Hengelosestraat (witte kader). [Google Maps]
2 MOLENSTRAAT HENGELOSESTRAAT, ENSCHEDE
INHOUD INLEIDING5 1. GEBIEDSBIOGRAFIE IN ZES EPISODES Episode 1 - Tot 1830: Agrarisch buitengebied Episode 2 - 1830-1862: Textielindustrie op stoom Episode 3 - 1862-1901: Wederopbouw en explosieve groei Episode 4 - 1901-1941: Stadsuitbreidingen na de woningwet Episode 5 - 1945-1967: Ontwikkeling tot dienstencentrum Episode 6 - Na 1967: Teloorgang van de textielindustrie
7 9 13 17 25 33 39
2. PALETKAART EN KERNWAARDEN 47 Kernwaarden49 Waarderingskaart53 3. RUIMTELIJKE ANALYSE VAN DRIE DEELGEBIEDEN Deelgebied 1: Brandweerkazerne Deelgebied 2: Hoek molenstraat Deelgebied 3: Pakhuizenkwartier
57 59 61 63
BRONNEN EN EINDNOTEN
64
COLOFON
65
STEENHUISMEURS
3
4 MOLENSTRAAT HENGELOSESTRAAT, ENSCHEDE
INLEIDING Met de visie Centrumkwadraat zet de gemeente Enschede in op een groene stad en een aantrekkelijk centrum, met een goed bereikbaar stationsgebied. Vanuit de visie Centrumkwadraat wordt het centrumgebied van Enschede min of meer verdubbeld en over het spoor getrokken. De zone ‘achter’ het spoor, met fabrieken, pakhuizen en latere (kantoor)functies langs de oude route van de Hengelosestraat, staat een verdichting en vergroening te wachten. Een onderdoorgang voor voetgangers en fietsers onder het station moet dit gebied straks sterk verankeren aan het centrum. Delen zullen als fietsstraat worden ingericht. Het gebied (en de randen ervan) wordt gekenmerkt door tal van karakteristieke panden en monumenten, maar veel waardes zijn nog onbekend en/of onbenoemd. Ook is er veel veranderd in deze omgeving, wat de huidige situatie niet altijd even leesbaar maakt. Uitkomsten van deze cultuurhistorische verkenning dienen als verrijking van de verschillende ontwikkelplannen. Wat kan in deze majeure
operatie de rol en betekenis van bestaand stedelijk weefsel en gebouwen zijn? Welke rol vervullen monumenten in deze gebiedsontwikkeling en hoe ontstaat een betekenisvol nieuw stuk stad, waarin oud en nieuw op intelligente wijze vervlochten zijn? Juist in het optimale vestigingsklimaat dat de gemeente wil realiseren, is de rol van erfgoed – of dat nu monument is of niet – cruciaal. Creatieve mensen willen geen stedelijke omgeving die maar uit één tijdlaag bestaat, ze willen patina voelen in de stad, verschillende typen gebouwensembles en openbare ruimtes kunnen gebruiken, verbonden door continue groenstructuren. Hier ligt een enorme kans vanuit de verschillende tijdlagen die in het onderzoeksgebied aanwezig zijn, niet alleen in gebouwen van verschillende datum, maar ook in routes en groenstructuren.
LEESWIJZER Dit rapport bevat een cultuurhistorische waardestelling van het gebied Molenstraat-Hengelosestraat zuidzijde vanaf de voormalige brandweerkazerne tot de Oldenzaalsestraat. Het eerste deel van het rapport bevat een gebiedsbiografie in zes episodes. Deze gebiedsbiografie leidt tot een vijftal kernwaarden, een kaart met erfenissen en een waardenkaart van het gebied. In het tweede deel van het onderzoek worden de drie deellocaties brandweerkazerne, hoek Molenstraat en pakhuizenkwartier in tekst en beeld uitgewerkt.
SteenhuisMeurs, april 2021
STEENHUISMEURS
5
1
GEBIEDSBIOGRAFIE IN ZES EPISODES
Enschede rond 1575, door Jacob van Deventer. De Molenstraat is als veldweg aangegeven, met molen en galgenveld. [Biblioteca Nacional de España]
Enschede in de zeventiende eeuw, als middelpunt van een wegennetwerk door Joan Blaeu, 1652. [Universiteit Utrecht] De omgeving van de Molenstraat tussen 1811 en 1832, met onder meer twee begraafplaatsen, tuingrond, enkele huizen en een blekerij. Twee begraafplaatsen zijn omcirkeld [HISGIS]
hooiland tuingrond bouwland weideland
8 MOLENSTRAAT HENGELOSESTRAAT, ENSCHEDE
EPISODE 1 - TOT 1830: AGRARISCH BUITENGEBIED Enschede is ontstaan op de westelijke flank van een stuwwal. De kleiige ondergrond was bij uitstek geschikt voor agrarische doeleinden. Het gebied kent een lange bewoningsgeschiedenis, de oudste bewoningssporen gaan terug tot de steentijd.1 In de elfde en twaalfde eeuw bestond het dorp Enschede uit een kerk en een borg (een versterkt woonhuis) met wat omliggende bebouwing. In de late middeleeuwen was de nederzetting onderdeel van het Landgericht Enschede, waarbinnen de marken Eschmarke, Lonneker, Driene, Twekkelo en Usselo vielen. Binnen een marke werden landbouwgronden collectief door boerden beheerd. De nederzetting Enschede had enige betekenis gekregen vanwege haar ligging op de handelsroute tussen de bisschoppelijke steden Deventer en Münster, en in 1325 verleende de bisschop van Utrecht stadsrechten aan Enschede. Dit hield in dat de nederzetting mocht worden versterkt met een omwalling en een gracht. In 1465 werd een tweede gracht (buitengracht) aangelegd. Op de kaart van Jacob van Deventer is de situatie te zien van omstreeks 1575. De borg is hier al verdwenen, maar stond waarschijnlijk ten zuiden van de kerk.2 De door twee grachten begrensde stad heeft een kenmerkende ei-vorm. De stad had twee stadspoorten aan de oost- en westkant. Buiten de stad loopt een aantal landwegen.
Opmerkelijk is dat op deze oudste stadsplattegrond het tracé van huidige Molenstraat en een deel van de Hengelosestraat al duidelijk als veldweg is aangegeven. Ook is een aantal karresporen te zien, waarvan er een uitwaaiert richting Hengelo en een naar Oldenzaal. Ter hoogte van Molenstraat 6-8 stond een molen en op de locatie van Hengelosestraat 99 bevond zich een galgenveld.
VROEGE TEXTIELINDUSTRIE In het agrarische buitengebied was in de middeleeuwen weinig bouwactiviteit. De stad functioneerde als vesting en in het omliggende gebied golden waarschijnlijk beperkingen vanwege het vrije schootsveld.3 Uitzonderingen werden gevormd door de stadsmolens de Noord- en Zuidmolen, waarvan eerstgenoemde zich aan de Molenstraat bevond. Na de ontmanteling van de vesting in 1600 begon het buitengebied geleidelijk te veranderen. Rondom de stad verschenen tuinen, gescheiden door heggen.4 Van bebouwing rondom de Molenstraat was nog nauwelijks sprake. Op de kadastrale kaart uit 1811-1832 is de situatie van dat moment goed te zien. Aan de oostelijke zijde van de Molenstraat bevonden zich enkele huizen waaronder boerderijen, het huis van een wever en een herberg. Het landgebruik werd gedomineerd door tuinbouw, verder zien we wat weidegronden en hooiland. Ten westen van de Noordmolen bevond zich een blekerij. Voordat de Nederlandse overheid vanaf 1830 actief sturing zou geven aan de textielindustrie, waren in de omgeving van Enschede al vroeg veel huisweverijen en bleekvelden. De textielindustrie in Twente gaat terug tot de zeventiende eeuw. Agrariërs verbouwden vlas op overgebleven stukken land. Hier werden in huis linnen weefsels van gemaakt. De textielnijverheid vormde een bijverdienste voor boeren in de wintermaanden, als het werk op het land stillag.
Door de concurrentie met andere steden werd deze industrie echter steeds minder winstgevend, en plaatselijke fabrikeurs ontwikkelden een slim alternatief: bombazijn, een textiel van half linnen, en half katoen. In 1728 verleenden de Staten van Overijssel een octrooi op de fabricage van bombazijn.5 De katoen werd geïmporteerd vanuit Griekenland en Egypte en Enschede ontwikkelde zich tot het centrum van de bombazijnindustrie.6 De stof werd gebleekt op zogenaamde
bleekvelden of bleken. Na het wassen was het linnen vaak nog gelig van kleur. Door het op een grasveld te spreiden en bloot te stellen aan zonlicht en zuurstof werd het textiel gebleekt. Een van de stadsbleken lag op de huidige kruising van de Molenstraat met de Deurningerstraat en de spoorovergang bij de Korte Hengelosestraat. OP DE GRENS MET LONNEKER Nadat Enschede stadsrechten had gekregen was het een stadsgericht, waar een ander recht gold dan het algemene landrecht. Het stadsgericht Enschede had een kenmerkende zeshoekige vorm, met daarbinnen de met grachten omgeven stad en buitengebied. Dit territorium werd het stadswigbold genoemd; binnen deze zeshoekige begrenzing gold het stadsrecht van Enschede. De noordelijke stadsgrens liep dwars door het gebied Molenstraat/Hengelosestraat. Buiten deze grenzen gold geen stadsrecht, maar het landsrecht van Lonneker. In 1811 schaften de Fransen de oude situatie van stads- en landgerichten af. In plaats daarvan kwamen gemeentegrenzen. De hoekpunten van de stadsgrens van Enschede werden gemarkeerd door zes veldkeien, zogenaamde wigboldstenen. In 1826 werden de wigboldstenen vervangen door Bentheimerstenen palen.7 Toen deze hun functie verloren, werden ze verwijderd. In 2008 werden replica’s van deze palen geplaatst op initiatief van de Loakstenencommissie.
Aan de Molenstraat bevinden deze replica’s zich op de kruising Molenstraat-Oldenzaalsestraat en de kruising MolenstraatDeurningerstraat. Door de bijzondere ligging op de grens tussen stad en buitengebied, had de Molenstraat het karakter van een gemengd grensgebied, waarbij zowel Lonneker als Enschede een claim deed op de ruimte. Een van de oudste nog aanwezige relicten in de omgeving van STEENHUISMEURS
9
Kadastrale kaart uit de periode 1811-1832. Het stadswigbold Enschede heeft een zeshoekige vorm. De Molenstraat ligt op de grens tussen Enschede en Lonneker. [RCE]
10 MOLENSTRAAT HENGELOSESTRAAT, ENSCHEDE
Elke hoek van het stadswigbold werd gemarkeerd met wigboldpalen. In 2006 werden replica’s van deze palen geplaatst.
De boerenbegraafplaats van Lonneker is nu een stadspark, midden in een de woonwijk. Het voormalig Joodse kerkhof aan de Molenstraat. Met op de achtergrond ijzergieterij en machinefabriek Sanders, 1910. [SAE]
de Molenstraat, is de Boerenbegraafplaats van Lonneker. In 1828 trad wetgeving in werking waarmee het begraven in kerken werd verboden. Begraafplaatsen mochten alleen worden aangelegd buiten de bebouwde kom. De gemeente Lonneker besloot een perceel heidegrond aan de Korte Steeg (nu Deurningerstraat) in gebruik te nemen als begraafplaats. Omdat hier vooral veel plattelanders werden begraven kreeg het kerkhof al snel de naam ‘Boerenkerkhof’. De laatste begraving vond plaats in 1952. In 1954 werd het Boerenkerkhof voor begravingen gesloten. Het kerkhof vormt tegenwoordig als buurtpark een vanzelfsprekend onderdeel van de omliggende woonwijk. Het Boerenkerkhof was niet de enige begraafplaats in dit gebied. Nog ouder was de Joodse begraafplaats, opgericht in 1768. Deze kleine dodenakker lag buiten de stadsgrens op een stukje heidegrond aan de Molenstraat. Sinds 1841 werd de begraafplaats niet meer gebruikt en in 1947 zijn de doden herbegraven op de nieuwe Joodse begraafplaats aan de Noord Esmarkerrondweg. De begraafplaats aan de Molenstraat is nog te zien op een oude foto’s, vlak voor Sanders IJzergieterij ter hoogte van de Nieuwe Schoolweg. Sinds 2016 wordt de plek (voor de jarenzestigflat op de hoek van de Oldenzaalsestraat) op initiatief van de Historische Sociëteit Enschede-Lonneker gemarkeerd door een gedenkmonument.
STEENHUISMEURS
11
Tweede Stoomkatoenspinnerij Den Grooten Stoom – Gezicht op Enschede (vermoedelijk 1839) Geschilderd door L.J. Bruna (1822-1906). Met op de achtergrond de Grote Kerk van Enschede. [WC] Archeologische opgraving in 2020 van een gedeelte van drie arbeiderswoningen uit de negentiende eeuw aan de Raiffeisenstraat, behorend bij ’n Grooten Stoom. [RAAP/Tubantia]
12 MOLENSTRAAT HENGELOSESTRAAT, ENSCHEDE
Schade van Enschede na de grote stadsbrand op 7 mei 1862. Aan de Hengeloseweg is de Grooten Stoom, het gemeentehuis van Lonneker en de textielfabriek van Stroink te zien. [SAE]
EPISODE 2 - 1830-1862: TEXTIELINDUSTRIE OP STOOM De opkomst van de textielindustrie zou het gebied rondom de Molenstraat onherkenbaar transformeren. In de periode vanaf de Belgische onafhankelijkheid tussen de grote stadsbrand van Enschede (1862) werd het startschot gegeven voor de ontwikkeling van Enschede tot industriebolwerk en kwam een definitief einde aan het sluimerende bestaan van het agrarische stadje. De aanleiding voor deze ontwikkeling was de Belgische onafhankelijkheid. Op dat moment was de Belgische textielindustrie met het gebruik van stoommachines veel verder ontwikkeld dan de kleinschalige textielindustrie in Twente. Na de afscheiding van België in 1830 werd de mogelijkheid onderzocht om in Nederland goedkoop textiel te produceren. De Nederlandse regering voelde er immers niets voor om textiel uit België te importeren. Daarnaast wilde handelskoning Willem I de handel met de Koloniën nieuw leven inblazen door katoen naar Nederlands-Indië te exporteren. De directeur De Clerq van de Nederlandsche Handel Maatschappij (NHM) vertrok op verzoek van de regering naar Twente om te onderzoeken of deze regio geschikt zou zijn voor textielindustrie. Uit de Clerqs onderzoek kwam naar voren dat de plaatselijke bevolking al bekend was met spinnen en weven, de lonen laag waren en er veel arbeidskrachten beschikbaar waren.