CConstaterende datenschede
Koppel je AI →
Document · PDF

Centrumkwadraat - Brammelerdwarsstraat_Toelichting

Raadsvergadering 18 juli 2023, gemeente enschedeBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan Centrumkwadraat – Brammelerdwarsstraat25.050 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

4.1

Centrumkwadraat

Op 3 februari 2020 heeft de gemeenteraad het ambitiedocument Centrumkwadraat behandelt. In dit document is de ambitie voor een zestal locaties rondom het centraal station als kwalitatief hoogstedelijk gebied opgenomen. Enschede heeft de ambitie om haar Stationsplein te transformeren tot een ruimte in het centrum van de stad dat de bezoekers en treinreizigers een warm welkom geeft, klimaatadaptief en natuurinclusief is ingericht. Het plein krijgt een duidelijke identeit: ontmoeten, verblijven, spelen en groen. Daarvoor gaan we de openbare ruimte compleet vernieuwen die in de huidige situatie vooral op de (auto)verkeersfunctie is ingericht. Om voetgangers en fietsers, plus de grote uitdagingen van de klimaatveranderingen centraal te kunnen stellen, gaan we de auto geen ruimte meer bieden op het nieuwe plein. Een betere ontsluiting voor de fiets en de voetganger naar het stationsgebied richting de binnenstad heeft prioriteit, net als goede en helder beleefbare verbindingen vanuit het station naar de Oude markt en het Van Heekplein. Het Stationsplein wordt straks de ontvangstruimte van de stad, een hotspot van gezonde en duurzame mobiliteit. Daarnaast draagt het toevoegen van woonprogramma in combinatie met centrum stedelijke functies bij aan het vergroten van de levendigheid en leefbaarheid van de Stationsomgeving.

Door het naar voren schuiven van de pleinwand en het vergroten van de bouwhoogte gaan we de grote open ruimtes beter begeleiden en ontstaat een meer geborgen gevoel op het plein. Het toepassen van een pandsgewijze opbouw van de bebouwing en setbacks in hoogte geven de wand een menselijke maat en schaal. Via heldere zichtlijnen en herkenbare bebouwing ontstaan duidelijke looproutes van en naar het centrum.

bestemmingsplan Centrumkwadraat - Brammelerdwarsstraat (vastgesteld) 23

Figuur 4.1 Overzicht gebiedsontwikkelingen binnen Centrumkwadraat Hoge architectonische kwaliteit van de pleinbebouwing in combinatie met een passend programma benadrukt de ambitie om het Stationsplein te transformeren tot een waardige entree van de stad met hoogstedelijke verblijfskwaliteit. Een naadloze aansluiting van de nieuwe bebouwing op het omliggende stedelijk weefsel en een zorgvuldig opgebouwde gevelwand zorgt voor vanzelfsprekende en herkenbare verbindingen. Door in de toekomst de ontsluiting van de parkeergarage Stationsplein te verplaatsen naar de Piet Heinstraat, verdwijnt de verkeersstroom over het Stationsplein. Daarnaast wordt onderzocht of de parkeergarage Stationsplein dan enkel nog beschikbaar kan worden gesteld aan abonnementhouders (bewoners en werknemers directe omgeving), of volledig wordt herontwikkeld. Dit is echter pas haalbaar wanneer in de directe omgeving een vervangende parkeervoorziening is gerealiseerd. Voor het binnengebied ligt een grote kans om te transformeren tot een aangename, autoluwe verblijfsruimte, waar gewoond en gewerkt wordt. Het maaiveldparkeren maakt plaats voor bebouwing met de voordeur aan het maaiveld, een groene inrichting van de openbare ruimte zorgt voor een aangenaam verblijfsklimaat.

Nieuwe straatjes en een groen pleintje zorgen ervoor dat het binnengebied straks onderdeel uitmaakt van het stedelijk weefsel van het centrum. Enschede heeft groot-stedelijke ambities rondom het stationsgebied.

4.2

Stedenbouwkundig plan

Het is de intentie om stapsgewijs te komen tot volledige transformatie van de bebouwing aan het Stationsplein en het gebied daarachter. Elke stap dient hierbij een bijdrage te leveren aan de ambities voor Centrumkwadraat. Het bouwblok nabij het Stationsplein wordt in dit document beschouwd als Blok A. Binnenin het bouwblok, achter de pleinwand en aan de Brammelerdwarsstraat bevindt zich Blok C. De herontwikkeling van beide blokken hangt nauw met elkaar samen. De bebouwing tussen Blok A en C ligt aan een gezamenlijk binnenterrein dat semi-openbaar zal gaan worden. Dat terrein zal 's nachts door een poort afgesloten worden.

24 gesteld)

bestemmingsplan Centrumkwadraat - Brammelerdwarsstraat (vast

Figuur 4.2 Blok A als onderdeel van de nieuwe wand aan het Stationsplein, blok C als intermediair tussen bestaand en nieuw Het plan voor Blok A betreft twee gebouwen die onderling met elkaar zijn. Het gehele blok zal als een bijzonder gemengd woonconcept ontwikkelt gaan worden. Het voorliggende plan richt zich op Blok C. Het plan voor Blok C bebouwd de ruimte aan de achterzijde van de Korte Hengelosestraat. Het ensemble vormt een ruimtelijke schakel tussen deze verschillende entiteiten door te variëren in maat en schaal. We ontwerpen een gebouw dat bestaat uit gelede volumes met 'groene' setbacks en met voldoende afstand tot bestaande bebouwing. Hiermee creëren we een luchtig, doch stevig genoeg, ensemble dat zowel aansluiting vindt bij de historische bebouwing alsook reageert op de nieuwe buitenruimte tussen Blok A en C. Het ensemble staat zichtbaar in de tweede rij en respecteert het cultuurhistorische ensemble aan de Korte Hengelosestraat.

Figuur 4.3 Schets bouwplan Bouwplannen zoals die op dit moment bekend zijn en waarop dit bestemmingsplan op is gericht om mogelijk te maken, zijn afgebeeld in volgende artist impressions (zie figuur 4.4). In bijlage 2 is het ontwerp bouwplan te vinden, waarin nadere verbeelding van initiatiefnemer te vinden is.

bestemmingsplan Centrumkwadraat - Brammelerdwarsstraat (vastgesteld) 25

Figuur 4.4 Artis impressions aangezicht bouwplan

4.3

Welstand en beeldkwaliteit

In de Welstandsnota "Bouwen aan identiteit" is aangegeven aan welke welstandseisen bouwwlannen moeten worden getoetst. Daartoe zijn in de Welstandsnota voor het gehele grondgebied van de gemeente Enschede welstandsidentiteiten opgenomen. Voor het plangebied van het bestemmingsplan "Centrumkwadraat Brammelerdwarsstraat" geldt de welstandsidentiteit Nieuw stadshart. De uitgangspunten voor bebouwing die onder deze criteria vallen zijn: het bouwvolume moet groot en hoog zijn het bouwvolume moet een samenhangende compositie vormen met naastgelegen bouwvolumes het bouwvolume moet zo in de omgeving geplaatst zijn, dat een aangename openbare ruimte rondom het volume ontstaat. Hoewel de nieuwe bebouwing op basis van de geldende welstandscriteria in overeenstemming lijkt te zijn met deze welstandscriteria, is met het vastleggen van een beeldkwaliteitsplan beoogt een meer op maat gemaakt welstandskader te creeren die recht doet aan de prominente locatie in de binnenstad van Enschede. De welstandsnota van Enschede is een beheersinstrument, willen zeggen dat het beleid geschreven is voor bestaande 26 gesteld)

bestemmingsplan Centrumkwadraat - Brammelerdwarsstraat (vast

bebouwing en bebouwing die zich in de geest van de bestaande context gaat vernieuwen. In het Centrumkwadraat ontwerpen we aan een hoogstedelijke Enschede met veel meer aandacht voor de stad op ooghoogte. Dat vraagt om specifieke beeldkwaliteitseisen, zeker aan het Stationsplein waar we als stad een zeer hoge beeldkwaliteitsregie willen voeren. Daarom hebben we een specifiek beeldkwaliteitsplan opgesteld die de plannen gedetailleerd weergeeft.

Beeldkwaliteitplan Rijkheid in detaillering van de verschillende kleinschalige panden is goed te zien. Zie ook de analyse als uitsnede uit het beeldkwaliteitsplan in figuur 4.5. Deze detailering dient terug te komen in het eindontwerp en is als gevolg kaderstellend in het beeldkwaliteitsplan opgenomen.

Figuur 4.5 Analyse omgeving met kader welstand nieuw bouwplan (bron: Beeldkwaliteitsplan)

4.4

Ladder Duurzame Verstedelijking (artikel 3.1.6, 2e lid Bro)

Artikel 3.1.6, 2e tot en met 4e lid van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) schrijft voor dat van een stedelijke ontwikkeling die in een bestemmingsplan wordt mogelijk gemaakt in de toelichting moet worden aangetoond dat er sprake is van een behoefte. Wanneer een bestemmingsplan een stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied moet in de toelichting tevens worden gemotiveerd waarom in die behoefte niet kan worden voorzien binnen het bestaand stedelijk gebied. Bij iedere 'stedelijke ontwikkeling', waaronder iedere ontwikkeling van detailhandelsvloeroppervlak, moet inzichtelijk worden gemaakt of er, in relatie tot het bestaande aanbod, concreet behoefte bestaat aan de desbetreffende ontwikkeling. Die behoefte moet dan worden afgewogen tegen het bestaande aanbod, waarbij moet worden gemotiveerd dat rekening is gehouden met het voorkomen van leegstand. Dit wordt de 'Ladder voor Duurzame Verstedelijking' genoemd.

bestemmingsplan Centrumkwadraat - Brammelerdwarsstraat (vastgesteld) 27

Deze zogenoemde 'Ladder voor Duurzame Verstedelijking' is geen blauwdruk voor een optimale ruimtelijke inpassing van alle nieuwe ontwikkelingen en schrijft geen vooraf bepaald resultaat voor. De 'Ladder' is alleen van toepassing als er sprake is van een 'nieuwe stedelijke ontwikkeling'. Een in een bestemmingsplan voorziene ontwikkeling dient voldoende substantieel te zijn om als 'stedelijke ontwikkeling' te kunnen worden aangemerkt. Daarvan zal in beginsel geen sprake zijn indien het nieuwe bestemmingsplan ten opzichte van het voorgaande planologische regime geen nieuw planologisch ruimtebeslag mogelijk maakt. Dit kan anders zijn indien het bestemmingsplan ten opzichte van het voorgaande planologische regime in een vanuit ruimtelijk oogpunt ingrijpende nieuwe planologische functiewijziging voorziet. Wanneer de 'stedelijke ontwikkeling' die een bestemmingsplan mogelijk maakt alleen betrekking heeft op de vestiging van een dienst als bedoeld in artikel 1 van de Dienstenwet, heeft het onderzoek naar de behoefte slechts tot doel om na te gaan of de vestiging van een dienst in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening. 4.4.1

Stedelijke ontwikkeling

Onder 'stedelijke ontwikkeling' wordt in het Bro (art. 1.1.1, 1e lid onder i) verstaan: een ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen. Of in een bestemmingsplan sprake is van een of meer stedelijke ontwikkelingen als bedoeld in het Bro is niet altijd even duidelijk. Dit dient per plan te worden getoetst en gemotiveerd. In de jurisprudentie van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State, zie uitspraken 201310814/1/R1 en 201311211/1/R3, is inmiddels de lijn te ontdekken dat wanneer er sprake is van bestaande bebouwing en geen toename van het ruimtebeslag, er in dat geval geen sprake is van een 'stedelijke ontwikkeling' als bedoeld in het Bro. Ook bij nieuwbouw hoeft volgens de jurisprudentie, zie uitspraak 201310222/1/R6, niet altijd sprake te zijn van een 'stedelijke ontwikkeling' als bedoeld in het Bro. Dit geldt bijvoorbeeld wanneer er sprake is van een feitelijke capaciteitsafname doordat er minder commercieel vloeroppervlak wordt teruggebouwd dan er is afgebroken. Ook een op grond van het voorgaande plan reeds mogelijke maar nog niet gerealiseerde ontwikkeling hoeft niet altijd een 'stedelijke ontwikkeling' als bedoeld in het Bro te zijn.

Dit is onder meer het geval wanneer er geen sprake is van toename maar wel van concentratie van de bebouwingsmogelijkheden. Ook wanneer er sprake is van 'saldering' (verplaatsing van een stedelijke ontwikkeling, zonder netto extra (planologisch) ruimtebeslag of waarbij bebouwing wordt gereduceerd, zoals de 'Ruimte voor Ruimte' regelingen) is er meestal geen sprake van een 'stedelijke ontwikkeling' als bedoeld in het Bro. In de uitspraak 201608869/1/R3 geeft de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State een overzicht op hoofdlijnen van alle relevante aspecten waar aan moet worden getoetst om te bepalen of sprake is van een 'stedelijke ontwikkeling' als bedoeld in het Bro en zo ja, welke eisen er worden gesteld aan de beschrijving van de behoefte aan de betreffende stedelijke ontwikkeling. 4.4.2

'Stedelijke ontwikkeling' en het bestemmingsplan "Centrumkwadraat - Stationsplein 5"

In het bestemmingsplan "Centrumkwadraat - Brammelerdwarsstraat" worden diverse ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk gemaakt. Onderstaand wordt per ruimtelijke ontwikkeling nagegaan of daarbij sprake is van een 'stedelijke ontwikkeling' als bedoeld in het Bro. De ontwikkelingen die als 'stedelijke ontwikkeling' moeten worden aangemerkt worden vervolgens getoetst aan de Ladder Duurzame Verstedelijking. 4.4.2.1

Woningbouw

Dit project betreft vanwege de woningbouw een stedelijke ontwikkeling die getoetst moet worden aan de ladder voor duurzame verstedelijking. Voor de reguliere woningbehoefte wordt gebruik gemaakt van de 'trendscenario' dat het bureau 'STEC' voor de gemeente Enschede heeft ontwikkeld. Dit is in onze Woonvisie opgenomen. In 2021 heeft 'STEC' dit scenario op basis van de nieuwste prognoses en de Regionale Woonagenda van de provincie Overijssel geactualiseerd. Dit geactualiseerde rapport is als bijlage 4 bij deze plantoelichting gevoegd (Stadsbrede laddertoets Enschede, d.d. 8 juni 2021). Hieruit komt naar voren dat er tot 2031, 3.225 woningen aan de woningvoorraad moeten worden toegevoegd. Pas voor een deel hiervan (1215 woningen per peildatum 1 januari 2021) is een bestemmingsplan gemaakt. De woningen binnen dit project passen dan ook binnen de behoefte. Het betreft hier een ontwikkeling binnen bestaand stedelijk gebied. Het plangebied ligt midden in de stad en had voorheen ook al een stedelijke functie.

28 gesteld)

bestemmingsplan Centrumkwadraat - Brammelerdwarsstraat (vast

4.5

Duurzaamheid

Duurzaamheid is een centraal thema in het gemeentelijk beleid van Enschede. Duurzaam handelen is daarbij meer dan het ontzien van natuur en milieu. In dat opzicht vraagt duurzaam handelen bijvoorbeeld ook om een solide financieel beleid. Voor 2015 werd onder de noemer van het duurzaamheidsbeleid vooral gewerkt aan maatregelen die gericht zijn op het tegengaan van gevolgen voor de klimaatverandering. Daarmee is niet gezegd dat er voor thema's die op andere plaatsen wel onder het beleidsveld duurzaamheid worden geschaard, zoals afval, water en bodem, geen aandacht was maar van een breed en samenhangend duurzaamheidsbeleid was toen nog geen sprake. Om daar verandering in te kunnen brengen is het Actieplan Duurzaamheid opgesteld. Hierin wordt uitgewerkt aan welke doelen onder de noemer van het duurzaamheidsbeleid actief wordt gewerkt, welke aanpak daarvoor is vereist, welke partijen bij de realisatie daarvan een rol spelen en welke rol de gemeente daarbij voor zichzelf ziet weggelegd, alsmede de toewijzing van mensen en middelen om de gestelde doelen te realiseren. 4.5.1

Speerpunten van het duurzaamheidsbeleid

In het Actieplan duurzaamheid, dat op 8 juni 2015 door de gemeenteraad van Enschede is vastgesteld, heeft de gemeenteraad er voor gekozen om het duurzaamheidsbeleid toe te spitsen op de volgende punten:

Energie Verhogen van het op eigen grondgebied opgewekte aandeel hernieuwbare energie tot minimaal 12 procent in 2030 en minimaal 27 procent van het voor 2050 voorziene gebruik van energie.

Eigen organisatie Zelf het goede voorbeeld geven.

Biodiversiteit Groene groei Behoud en versterken van de verscheidenheid aan Groei van de economie zonder dat dit nadelig is dier- en plantsoorten in de leefomgeving voor klimaat, water, bodem, grondstoffen en biodiversiteit. Circulaire economie Klimaatadaptatie Verminderen van de hoeveelheid (rest-)afval door Negatieve gevolgen die gepaard gaan met afvalpreventie en het beter scheiden van restafval. klimaatverandering beperken en de kansen die de klimaatverandering biedt benutten. Duurzame mobiliteit WEconomy Verhoging van het aandeel fietsgebruik in het totaal Bewoners in Enschede dragen in collectief aantal verplaatsingen, stimuleren van het gebruik verband actief bij aan een of meer van de van het openbaar vervoer en stimuleren van het duurzame gebruik van elektrische auto's. doelstellingen.

Aanpak van het duurzaamheidsbeleid Binnen de aanpak van het Actieplan Duurzaamheid staan de begrippen 'duurzame daden', 'duurzame deals' en 'duurzaam doen' centraal.

Duurzame daden De gedachte hierbij is dat het zichtbaar maken van bestaand duurzaam gedrag de beste manier is om anderen te inspireren en aan te zetten tot duurzaam handelen. We richten ons daarbij op de groep die in beginsel bereid is tot duurzaam gedrag.

Duurzame deals Duurzame deals, oftewel afspraken over duurzaam handelen, zijn een middel om nieuw duurzaam gedrag uit te lokken. Bij de uitvoering van duurzame initiatieven lopen bedrijven, instellingen en groepen inwoners soms tegen barrières aan. De gemeente wil die belemmeringen wegnemen. Soms kunnen we daar zelf voor zorgen. In andere bestemmingsplan Centrumkwadraat - Brammelerdwarsstraat (vastgesteld) 29

gevallen doen we daarvoor een beroep op anderen. De deals maken duidelijk dat verduurzaming van de samenleving een opgave is die we samen moeten oppakken.

Duurzaam Doen Zelf het goede voorbeeld geven is binnen de gekozen aanpak een belangrijk uitgangspunt. Verduurzaming van de eigen organisatie is in dit Actieplan duurzaamheid verder uitgewerkt onder de noemer Duurzaam Doen.

Voor deze benadering is gekozen, omdat het een positieve benadering is, die anderen inspireert en stimuleert tot duurzame handelingen (gedrag, het doen van investeringen etc.). Het voordeel van deze aanpak is bovendien dat het gedrag voor de doelgroep herkenbaar en dichtbij is, de communicatieboodschap hierdoor aansluit bij de belevingswereld van mensen en de huidige doeners de afzender/ambassadeur zijn (in plaats van de gemeente). Hierdoor is het een aanpak van de stad, in plaats van de gemeente. 4.5.2

Duurzaamheidsbeleid en het bestemmingsplan

In deze paragraaf wordt aan de hand van het Actieplan Duurzaamheid bekeken in hoeverre het bestemmingsplan kan bijdragen aan de realisatie van de gemeentelijke duurzaamheidsambities.

Algemeen Bij elke nieuwe ruimtelijke ontwikkeling zal, afhankelijk van de opgave en de locatie, bezien moeten worden welke duurzame energiebronnen aangeboord worden. Dit kan er toe leiden dat in het ene geval ingezet wordt op een zongerichte verkaveling, terwijl in het andere geval gekoerst wordt op het gebruik van bodem- en/of windenergie, dan wel aansluiting op het warmtenet. Ook de aanpassing aan de klimaatverandering is in hoge mate een ruimtelijk vraagstuk. Meer warme zomers en een toenemende kans op extreme weersituaties vragen bij een verdere ontwikkeling van de stad om het vergroten van afvoer- en absorptievermogen in stedelijke watersystemen en het voorkomen van 'hitte-eilanden' en hittestress.

Energie: Voor het realiseren van veel energie besparende maatregelen of voorzieningen in, aan of op gebouwen, zoals isolatie van vloer, muren of dak, het plaatsen van zonnepanelen of een zonnecollector op het dak, is geen omgevingsvergunning vereist. Voor warmte-koude opslag en bodemenergiesystemen is de provincie Overijssel het bevoegd gezag. Voor nieuwbouw geldt dat moet worden voldaan aan de energieprestatienormen uit het Bouwbesluit. Voor dat soort maatregelen en voorzieningen hoeven in een bestemmingsplan geen regels te worden opgenomen. Een bestemmingsplan kan wel regels bevatten voor bijvoorbeeld het realiseren van windturbines of zonneparken en andere voorzieningen en bouwwerken met een mogelijke impact op de kwaliteit van de woon- en leefomgeving.

Klimaatadaptatie: Voor het realiseren van relatief eenvoudige klimaatadaptieve maatregelen en voorzieningen als groene dakbedekking op gebouwen en het in de bodem infiltreren van hemelwater is geen omgevingsvergunning vereist. Voor dat soort maatregelen en voorzieningen hoeven in een bestemmingsplan geen regels te worden opgenomen. Een bestemmingsplan kan wel regels bevatten voor het realiseren van voorzieningen voor de berging van hemelwater, het vrij houden van bebouwing van overloopgebieden (bij overstroming), het vrij houden van bebouwing langs beken of van lage plekken die natuurlijke waterbergingen vormen, het ophogen van gronden of het realiseren van bouwwerken ter voorkoming van overstromingen en andere voorzieningen en bouwwerken met een mogelijke impact op de kwaliteit van de woon- en leefomgeving.

Circulaire economie: Voor het realiseren van afvalcontainers voor het gescheiden inzamelen van afval en herbruikbare materialen is geen omgevingsvergunning vereist. Voor dat soort voorzieningen hoeven in een bestemmingsplan geen regels te worden opgenomen. Een bestemmingsplan kan wel regels bevatten voor het realiseren van voorzieningen en bedrijven voor de verwerking van afval.

Biodiversiteit: 30 gesteld)

bestemmingsplan Centrumkwadraat - Brammelerdwarsstraat (vast

Natuurgebieden, bossen, parken en andere structurele, veelal openbaar toegankelijke, groenvoorzieningen worden in een bestemmingsplan als zodanig bestemd en voorzien van een passende beschermende gebruiks- en bouwregeling. Daarnaast maakt een bestemmingsplan het in nagenoeg elke bestemming mogelijk om groenvoorzieningen van ondergeschikte aard te realiseren.

Overige actiepunten: Voor de overige actiepunten uit het Actieplan Duurzaamheid kan kortheidshalve worden volstaan met de conclusie dat deze geen ruimtelijke relevantie hebben en als zodanig dus ook niet of hooguit indirect van invloed zijn op de kwaliteit van de woon- en leefomgeving.

4.6

Verkeer en parkeren

Algemeen Op het gebied van verkeer en vervoer bestaat geen specifieke wetgeving die relevant is voor de voorgenomen activiteit. Wel dient in het kader van het ruimtelijk plan dat de activiteit mogelijk maakt, te worden onderbouwd dat het geheel voldoet aan een goede ruimtelijke ordening. Dit houdt onder meer in dat er voldoende parkeergelegenheid aanwezig dient te zijn en de eventuele verkeerstoename niet leidt tot knelpunten in de verkeersafwikkeling.

Parkeren Voor de beoogde ontwikkeling wordt de parkeerbehoefte berekend op basis van Nota parkeernormen Enschede 2017 en de memo parkeernormen Centrum Kwadraat van 13 december 2021. De memo geeft aangepaste parkeernormen voor wonen en kantoren, de overige functies en de methodiek van berekenen zijn beschreven in de Nota parkeernormen gemeente Enschede 2017.

Nota parkeernormen Enschede 2017 Het bestemmingsplan maakt de realisatie van 36 woningen mogelijk. De nota parkeernormen van de gemeente Enschede geeft aan hoe om te gaan met eventuele tekorten aan parkeren van de voorgaande functie. In artikel 3.3 is dit beschreven: 3.3 nieuw voor oud Conform uitspraken van de Raad van State wordt bij de berekening van de parkeernormen bij functiewijziging/verbouw als uitgangspunt gehanteerd dat (eventuele) problemen uit het verleden niet op de nieuwe functie afgewikkeld mogen worden. Het verschil in parkeerplaatsen tussen de huidige bestemming en de nieuwe ontwikkeling wordt op een theoretische manier berekend. Het aantal te realiseren parkeerplaatsen = parkeernorm huidige situatie minus parkeerplaatsen nieuwe situatie. Is dit een positief getal dan zijn er voldoende (of te veel) parkeerplaatsen. Is de uitkomst negatief dan zal dit verschil aan parkeerplaatsen gerealiseerd moeten worden om aan de nieuwe parkeereis te voldoen (zie ook de rekenvoorbeelden bijlage 13 van de bijlagennota). De berekening van het verschil vindt dus plaats op basis van de theoretische benadering. De parkeernormen voor de voorgaande functie worden gebruikt, wel op basis van dezelfde normen. Tot slot geeft de Nota parkeernormen gemeente Enschede aan dat gebruik gemaakt kan worden van dubbelgebruik van parkeerplaatsen, zolang dat in praktische zin ook mogelijk is.

Bijvoorbeeld wanneer een bewonersparkeerplaats overdag ook beschikbaar is voor een kantoormedewerker of -bezoeker, dan kan gebruik gemaakt worden van de aanwezigheidspercentages. Zijn parkeerplaatsen exclusief voor een bewoner gemaakt, dan kan daar geen gebruik van gemaakt worden.

Beleidsregel Parkeernormen Centrum Kwadraat In de memo Parkeernormen Centrumkwadraat wordt een andere norm voor het gebied rondom het Stationsplein gehanteerd. De memo richt zich op wonen en kantoor. De nieuwe normen worden in de memo onderbouwd vanuit de volgende argumenten: Bouwen voor specifieke doelgroepen, waar autobezit minder een rol speelt; Het feitelijke autobezit; Inzetten op andere modaliteiten (STOP-principe); bestemmingsplan Centrumkwadraat - Brammelerdwarsstraat (vastgesteld) 31

Inzetten op deelmobiliteit; Inzetten op meer fietsgebruik; Gunstige ligging ten opzichte van het station. - Wonen We bouwen rond de binnenstad voor een belangrijk deel woningen voor studerenden en jong professionals. Het merendeel van de woningen heeft een grootte van tussen de 40m2 en 80m2. Deze woningen en doelgroepen betreffen mensen bij wie autobezit minder een rol speelt. Grotere woningen, waaronder penthouses, trekken andere doelgroepen aan, waar autobezit een grotere rol speelt. Hoe groter de woning, hoe hoger de norm. In de onderstaande tabel hebben we de parkeernormen opgenomen zoals we deze realistisch achten. Gebruiksoppervlakte per woning

Parkeernorm Centrumkwadraat

> 120 m2

1,0

80 > 120 m2

0,7

60 > 80 m2

0,5

40 > 60 m2

0,3

< 40 m2

0,1

- Randvoorwaarden De fietsparkeernorm is conform parkeernormennota en wordt gerealiseerd middels gemeenschappelijke stallingen; Alle ontwikkelingen die vallen binnen de gebiedsomschrijving van Centrumkwadraat worden uitgesloten van het vergunningenstelsel van de Gemeente Enschede. Parkeeroplossingen zijn niet zichtbaar vanaf de straat. Voor overige functies geldt de reguliere Nota parkeernormen Enschede uit 2017.

Toetsing aan de parkeernormen De definitieve toets op de parkeervraag wordt gedaan bij de aanvraag omgevingsvergunning. Op dat moment liggen de precieze invulling van het type wonen, de invulling van de gezamenlijke ruimte en de definitieve oppervlaktes per functie vast. Het bestemmingsplan maakt de realisatie van 36 woningen mogelijk. Voor een worst case benadering wordt uitgegaan van de hoogstse parkeernorm (>120 m2) van 1,0 pp per woning. Hiervoor geldt dan dat er een parkeerbehoefte is van 36 parkeerplaatsen. Deze woningen kunnen niet allemaal in de grootste categorie vallen omdat dan de grenzen van bouwoppervlakte en hoogte worden overschreden. Uitgaande van dubbelgebruik is het maatgevende moment de werkdag nacht en is de parkeervraag 34 parkeerplaatsen. Bij de berekening van de parkeernormen bij functiewijziging/verbouw als uitgangspunt gehanteerd dat (eventuele) problemen uit het verleden niet op de nieuwe functie afgewikkeld mogen worden. De regeling komt erop neer dat het aantal te realiseren parkeerplaatsen is de parkeernorm van de huidige situatie minus de parkeerplaatsen in de nieuwe situatie. Voor het maatgevende moment: werkdag nacht, wijzigt de behoefte van 34 parkeerplaatsen niet. De worst case-berekening is in de memo Parkeerbalans Brammelerdwarsstraat opgenomen (bijlage 12).

Conclusie Deze 34 parkeerplaatsen moeten in eerste instantie op eigen terrein gerealiseerd worden. De hoeveelheid parkeren die niet op eigen terrein worden gerealiseerd kunnen een plek vinden in de parkeergarage Stationsplein. In de parkeergarage Stationsplein is voldoende overcapaciteit. Deze oplossing wordt getoetst aan artikel 3.9 van de nota Parkeernormen Enschede 2017: "[…] De (rest)parkeerbehoefte kan op het terrein van derden, op eigen terrein ver weg of in één van de (gemeentelijke) parkeergarages worden gerealiseerd vermits de restcapaciteit hier toereikend is. De aanvrager dient hiervoor relevante documenten te overleggen, zoals een getekende koop- of huurovereenkomst voor tenminste 10 jaar." Het bestemmingsplan biedt geen maximale omvang van appartementen. Wel in aantallen, wat betekent dat er ook woningen kunnen komen die ruimer zijn dan zijn voorzien op grond van door initiatiefnemer aangegeven bouwtekeningen op basis waarvan dit bestemmingsplan is opgesteld. Indien meer parkeerplaatsen nodig zijn is er in de parkeergarage voldoende ruimte om hierin te voorzien, omdat in de berekening uitgegaan is van een worst-case-situatie. 32 gesteld)

bestemmingsplan Centrumkwadraat - Brammelerdwarsstraat (vast

Op grond van het bovenstaand wordt geconcludeerd dat er geen sprake is van aantasting van goede ruimtelijke ordening, immers de parkeerbehoefte van het woningbouwplan leidt niet tot een te hoge parkeerdruk.

Ontsluiting Het plangebied wordt voor langzaamverkeer als ook voor gemotoriseerd verkeer ontsloten via de Brammelerdwarsstraat en het Stationsplein. Aan de noordzijde ligt het treinstation. Ten noordoosten van het plangebied ligt het busstation. Voor het langzame verkeer is het ontwikkelgebied goed ontsloten door zowel oost-west richting, waarbij richting het oosten aan wordt gesloten op de Korte Hengelosestraat en Willem Wilminkplein en richting het westen via het Stationsplein naar de Piet Heinstraat. In noord-zuidrichting, is het plangebied richting het zuiden ontsloten via de Brammelerdwarsstraat.

Verkeersgeneratie Om een beeld te krijgen van de gevolgen van het bouwplan op de verkeersgeneratie is de verkeersgeneratie van de oude/bestaande functies vergeleken met de verkeersgeneratie van de nieuwe functies. Voor het berekenen van de verkeersgeneratie wordt gebruik gemaakt van de kencijfers van het CROW uit publicatie 381. Omdat we ten behoeve van de functies wonen een onderbouwde afwijking van de parkeernormen hanteren, ligt het ook voor de hand dat we de kencijfers voor verkeersgeneratie in vergelijkbare verhouding aanpassen. In bijlage 13 zijn de rekentabellen opgenomen. In onderstaande tabel is de conclusie uit die tabellen samengevat:

Brammelerdwarsstraat

Huidige vk-generatie

Toekomstige vk-generatie

Verschil

235 mvt

134 mvt

-86

De conclusie is dat de ontwikkeling een gunstig effect heeft op de hoeveelheid verkeer dat door deze locatie wordt gegenereerd. Verkeersveiligheid Het bouwplan is een herontwikkeling van een bestaande situatie. De hoeveelheid verkeer dat de ontwikkeling genereerd wordt minder dan de huidige/oude functies genereren. Daarmee wordt de verkeersveiligheid niet in negatieve zin beïnvloed.

Conclusie De ontsluiting van de planontwikkeling is goed. Er vindt een verkeersafname van 86 mvt/etmaal plaats. De omliggende wegen bieden ruim voldoende capaciteit om het verkeer te kunnen verwerken en het bouwplan zal dan ook niet leiden tot knelpunten op het omliggende wegennet. Er is voldoende ruimte aanwezig om te voorzien in de berekende parkeerbehoefte op basis van de gemeentelijke parkeernormen. Het aspect verkeer en parkeren staat de ontwikkeling daarmee niet in de weg.

bestemmingsplan Centrumkwadraat - Brammelerdwarsstraat (vastgesteld) 33

Hoofdstuk 5

Omgevingsaspecten

Op grond van artikel 3.1.6 van het Bro wordt in het kader van de voorbereiding van een bestemmingsplan nagegaan of dat plan uitvoerbaar is. In dat kader moet elk bestemmingsplan worden getoetst aan een aantal omgevingsaspecten. Het vaststellen van een bestemmingsplan kan namelijk gevolgen hebben voor de belangen van natuur en milieu en voor de waterhuishouding. In dit hoofdstuk wordt de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan "Centrumkwadraat - Brammelerdwarsstraat" getoetst aan de belangen van milieu, natuur en waterhuishouding.

5.1

Milieu

In deze paragraaf wordt achtereenvolgens ingegaan op de milieuaspecten bodemkwaliteit, geluid, luchtkwaliteit en externe veiligheid. Daarnaast wordt in deze paragraaf verslag gedaan van de uitkomsten van de bedrijven- en milieu-inventarisatie en de toepassing van milieuzonering. 5.1.1

Milieueffectrapportage

Bij ruimtelijke plannen en besluiten die mogelijk gevolgen kunnen hebben voor het milieu dient te worden beoordeeld of ten behoeve van de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling een milieueffectrapportage moet worden opgesteld. Een milieueffectrapportage (m.e.r.) is bedoeld om milieubelangen bij verschillende ruimtelijke procedures een volwaardige plaats bij de besluitvorming te geven. Het wettelijk kader voor de m.e.r. is hoofdstuk 7 van de Wet milieubeheer (Wm) en het daarbij behorende Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.). In het Besluit m.e.r. is geregeld voor welke plannen en besluiten die nieuwe ontwikkelingen mogelijk maken daadwerkelijk een m.e.r.-(beoordelings)procedure doorlopen moet worden dan wel een vormvrije m.e.r.-beoordeling dient te worden uitgevoerd. Bij het toetsen van plannen en besluiten aan het Besluit m.e.r. zijn er vier mogelijkheden: 1. het plan of besluit maakt geen activiteiten mogelijk die in het Besluit m.e.r. zijn genoemd. Er geldt geen m.e.r.-plicht of (vormvrije) m.e.r.-beoordelingsplicht. 2. m.e.r.-plicht: voor (onderdelen van) het plan of besluit is het uitvoeren van een m.e.r.-verplicht; 3. m.e.r.-beoordelingsplicht: voor (onderdelen van) het plan of besluit moet eerst worden beoordeeld of er mogelijk aanzienlijke milieugevolgen optreden. Zo ja, dan is alsnog het uitvoeren van een m.e.r. verplicht; 4.

vormvrije m.e.r.-beoordeling: het plan of het besluit omvat een m.e.r.-beoordelingsplichtige activiteit, maar deze activiteit ligt (ruim) beneden de daarvoor in het Besluit m.e.r. opgenomen indicatieve drempelwaarden. Het bevoegd gezag moet nagaan of die activiteit mogelijk aanzienlijke milieugevolgen zou kunnen hebben.Zo ja, dan moet er alsnog een volledige m.e.r.-(beoordelings)procedure worden doorlopen. Toetsing bestemmingsplan "Centrumkwadraat - Brammelerdwarsstraat" aan het Besluit m.e.r. Het bestemmingsplan "Centrumkwadraat - Brammelerdwarsstraat' heeft tot doel de realisatie van 36 appartementen aan de Brammalerdwarsstraat mogelijk te maken. Deze beoogde ontwikkeling is geen activiteit / project als genoemd in de bijlage bij het Besluit m.e.r. waarvoor een m.e.r. of m.e.r. beoordeling dient te worden uitgevoerd. Een nadere toetsing aan het Besluit m.e.r. kan dan ook achterwege blijven.

5.1.2

Milieuhinder van bedrijven en voorzieningen

In het kader van een goede ruimtelijke ordening is nagegaan of er bestaande bedrijfsactiviteiten en voorzieningen rondom het plangebied van het bestemmingsplan "Centrumkwadraat - Brammelerdwarsstraat" aanwezig zijn, die van invloed kunnen zijn op het woon- en leefklimaat in het plangebied. Daarbij is gekeken naar de potentiële milieubelasting van deze bedrijfsactiviteiten en voorzieningen. De milieubelasting en de bijbehorende hindercontouren worden bepaald door verschillende ruimtelijk relevante milieuaspecten, zoals geur, stof, geluid en gevaar. In zijn algemeenheid kan worden gesteld dat het plangebied is gelegen in het centrum van de stad Enschede en kan worden gezien als een gemengd gebied. Op basis van de VNG publicatie "Bedrijven en milieuzonering", is van de aanwezige bedrijven en voorzieningen rondom het plangebied de milieucategorie bepaald. Verder is een beknopte beschrijving gemaakt van de (bedrijfs)activiteiten en zijn voor de bedrijven en voorzieningen de wenselijke afstanden (indicatieve hindercontouren) aangegeven. De VNG heeft in hun publicatie aangegeven dat wanneer de ontwikkeling is gelegen in gemengd gebied dat de richtafstanden met één trede verlaagd kunnen worden. In de omgeving van het plangebied zijn diverse bedrijven gelegen (zie bijlage 5). Van twee bedrijven (NS station en 34 gesteld)

bestemmingsplan Centrumkwadraat - Brammelerdwarsstraat (vast

parkeergarage Stationsplein) zijn de indicatieve hindercontouren gelegen binnen het plangebied. Voor deze bedrijven is een nadere beoordeling uitgevoerd. Hieruit is het volgende naar voren gekomen: Stationsplein 33 / NS station / treinemplecement De relevante milieuaspecten m.b.t. het station/emplacement betreffen geluid en gevaar. Geluid De belangrijkste geluidbronnen zijn het gebruik van de treinen (rangeren) en het reinigen van de treinen. Het emplacement waar de rangeerbewegingen plaatsvinden en de locatie waar het reinigen van treinen plaatsvindt, liggen ten westen van het station. De plangebied Brammelerdwarsstraat/Stationsstraat ligt ten zuid-oosten van het station. Ten oosten van het station vindt alleen regulier treinverkeer (onder dienstregeling) plaats. Het reguliere treinverkeer valt niet onder de bepalingen van de milieuvergunning van het emplacement. Ten westen van het Stadskantoor is een appartementencomplex gelegen. Dit complex ligt aanzienlijk dichterbij het emplacement dan de ontwikkellolcatie. Als op dit complex door het emplacement aan de geluidsnormen van de milieuvergunning wordt voldaan, dan wordt zeker op het plangebied voldaan. Gevaar Op grond van de gegevens uit de milieuvergunning blijken de specifieke gevaarsaspecten beperkt te zijn. Er vindt alleen personenvervoer plaats en dus geen transport van (gevaarlijke) goederen.

De gevaarsaspecten worden voornamelijk bepaald door: a. de opslag van gevaarlijke stoffen (olie en schoonmaakmiddelen) in het dienstgebouw dat is gelegen op het emplacement direct ten noorden van de Prinsessentunnel; b. de verwarmingsinstallaties, de acculader en de relaisruimte in het stationsgebouw; c. het verwarmen van wissels; d. de aanwezige transformatoren. Gelet op het feit dat alleen personenvervoer plaatsvindt en de relatief beperkte gevaarsaspecten kan geconcludeerd worden dat het aspect gevaar geen knelpunt oplevert voor de ontwikkeling. Uit de nadere beoordeling is gebleken dat het NS station geen knelpunt oplevert voor de planontwikkeling voor deze locatie. Parkeergarage Stationsplein 6 Een parkeergarage wordt op grond van de VNG Publicatie Bedrijven en milieuzonering ingedeeld in categorie 2 met een richtafstand van 30 m voor het aspect geluid. In de inleiding van deze subparagraaf is al aangegeven dat in gemengd gebied de richtafstand een trede omlaag mag. Dat betekent dat er de richtafstand voor het bepalende milieuaspect geluid niet 30 meter is, maar 10 meter. Aan deze afstand kan niet worden voldaan. Het plangebied is op minder dan 10 meter tot de parkeergarage gelegen, namelijk ca. 7 meter. In nader akoestisch onderzoek (bijlage 17) is beoordeeld in hoeverre en sprake kan zijn van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat.

Met toepassen van maatregelen als gevelisolatie van de zuidgevel van de woningen en de sluiting van de gevelopeningen van de parkeergarage kan worden voldaan aan een goed woon- en leefklimaat in de woning.

Conclusie milieuhinder bedrijven en voorzieningen Op basis van het bovenstaande kan worden geconcludeerd dat er uit oogpunt van milieuhinder van bedrijven en voorzieningen geen belemmering is voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan.

5.1.3

Bodemkwaliteit

Bodemkwaliteit algemeen Bij de toetsing of een bestemmingsplan uitvoerbaar is, moet worden nagegaan of er mogelijk sprake is van bodemverontreiniging. Bij functiewijzigingen en nieuwe ontwikkelingen dient daarom te worden bekeken of de bodemkwaliteit past binnen het toekomstige gebruik van de bodem en of deze optimaal op elkaar kunnen worden afgestemd. Het bodembeleid in Nederland heeft een hervormingsfase ondergaan. Er is sprake van een overgang van het saneren van vervuilde bodems naar het duurzaam beheren en bewust gebruiken van de bodem en de ondergrond. Het beleid richt zich niet uitsluitend meer op het wegnemen van bodemverontreiniging, maar de nadruk is komen te liggen op creatief, innovatief en integraal beheer en gebruik van de bodem en ondergrond. Het oude beginsel van niet bouwen op een vervuilde bodem is hiermee verlaten. Bouwen op een ernstig verontreinigde bodem is onder voorwaarden mogelijk. Functiegericht en kosteneffectief saneren is dan voldoende. Het uitgangspunt hierbij is dat aanwezige bodemverontreiniging geen onaanvaardbaar risico oplevert voor de gebruikers van de bodem.

bestemmingsplan Centrumkwadraat - Brammelerdwarsstraat (vastgesteld) 35

Bodemkwaliteit en het bestemmingsplan "Centrumkwadraat - Brammelerdwarsstraat" Algemeen De nadruk op het bodembeleid in Nederland ligt op de mogelijkheden die de bodem en ondergrond biedt om een locatie te gebruiken. Daaronder vallen ook eventuele bodemverontreinigingen. Drie aspecten om te komen tot een veilig en gezond gebruik van de bodem en ondergrond staan daarbij centraal: 1. Het voorkomen van een nieuwe bodemverontreiniging of aantasting van de bodem en ondergrond. 2. Het beheren en/of functiegericht saneren van een bodemverontreiniging bij het wijzigen of toekennen van een functie. 3. Het beheren van overige bodemverontreinigingen. Dit geldt met name voor locaties waar de functie en/of bestemming niet wijzigt, maar waar door vroegere activiteiten een bodemverontreiniging is ontstaan. De milieuhygiënische kwaliteit van de bodem speelt een rol om vast te stellen of een bestemmingsplanwijziging uitvoerbaar is. Dit is geregeld in artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening. De Wet bodembescherming kan hierop eveneens van toepassing zijn. Bijvoorbeeld bij de aanwezigheid van een bodemverontreiniging. Uitgevoerde bodemonderzoeken Binnen het plangebied zijn diverse bodemonderzoeken bekend. In 2022 heeft de gemeente Enschede een bodemonderzoek uitgevoerd op een deel van het plangebied.

Het verkennend asbest- en bodemonderzoek Stationsplein/Brammelerdwarsstraat te Enschede, is uitgevoerd door Geofoxx (zie bijlage 14). In het rapport is de locatie opgedeeld in vier terreindelen. Alleen terreindeel 3 uit het verkennend asbest- en bodemonderzoek van 27 juli 2022 is van toepassing op dit plan. Terreindeel 3 Het onderzochte terreindeel is momenteel ingericht als parkeerplaats voor scooters. In de bodemlaag tot 0,5 meter minus maaiveld is een gehalte aan kwik aangetoond die de achtergrondwaarde overschrijdt. Dit gehalte heeft geen invloed op de mogelijkheid om de locatie te kunnen ontwikkelen. Wel moet bij eventuele afvoer van grond naar een verwerker rekening worden gehouden met extra kosten.

Conclusie bodemkwaliteit Voor de herontwikkeling is voor het verkrijgen van een omgevingsvergunning (bouwen) een bodemonderzoek volgens de NEN 5740 nodig. Dit omdat het grootste deel van de locatie momenteel bebouwd is. Een bodemonderzoek is dan pas mogelijk, nadat de huidige bebouwing gesloopt is. Afhankelijk van de waarnemingen in de bodem kan ook een asbestonderzoek volgens de NEN 5707 nodig zijn. 5.1.4

Wet geluidhinder

In artikel 3.3.1 van het Bro is bepaald dat in een bestemmingsplan moet worden aangegeven waar geluidgevoelige gebouwen en terreinen zijn gesitueerd ten opzichte van wegen, spoorwegen en industrieterreinen met een onderzoekszone als bedoeld in de Wet geluidhinder (Wgh). Wanneer het bestemmingsplan binnen deze onderzoekszones de realisatie van nieuwe geluidgevoelige gebouwen of terreinen en/of de transformatie van bestaande panden naar wonen of een andere geluidgevoelige functie mogelijk maakt, moet door middel van een akoestisch onderzoek worden nagegaan of de geluidsbelasting binnen de wettelijke normen blijft. De geluidsbelasting mag de in de Wgh genoemde grenswaarden niet overschrijden. Daarbij moet ook de doeltreffendheid worden onderzocht van de in aanmerking komende maatregelen ter voorkoming van in de toekomst optredende geluidsbelasting van de geluidgevoelige gebouwen en terreinen. Het plangebied is gelegen binnen de akoestische invloedssfeer van de wegen Nijverheidstraat, Piet Heinstraat, Hoedemakerplein, Brammelerdwarsstraat, Deurningerstraat, Hengelosestraat, Korte Hengelosestraat, Molenstraat en Stationsplein West en Oost en de spoorlijnen Enschede-Hengelo en Enschede-Gronau.

Voor de geluidsbelasting vanwege het wegverkeer op de Deurningerstraat en Stationsplein West en het railverkeer op beide spoorlijnen geldt op grond van de Wet geluidhinder een onderzoeksverplichting. Voor de overige wegen geldt geen onderzoeksverplichting op grond van de Wet geluidhinder omdat het 30 km-wegen betreft. Ondanks dat op 30 km-wegen de Wet geluidhinder niet van toepassing is moet op grond van uitspraken van de Raad van State bij een ruimtelijke procedure wel aandacht worden besteed aan de geluidsbelasting vanwege 30 km-wegen. Industrielawaai en luchtvaartlawaai zijn voor het plangebied niet relevant. Met het bestemmingsplan Centrumkwadraat - Brammelerdwarsstraat worden nieuwe geluidsgevoelige bestemmingen mogelijk gemaakt. De nieuwe geluidsgevoelige bestemmingen mogen geen belemmering vormen voor de aanwezige en toekomstige bedrijven. Het bedrijf waar specifiek rekening mee moet worden gehouden is de parkeergarage Stationsplein aan de Brammelerdwarsstraat. 36 gesteld)

bestemmingsplan Centrumkwadraat - Brammelerdwarsstraat (vast

Wegverkeerslawaai Wettelijk kader In artikel 74 van de Wgh is bepaald dat zich aan weerszijden van een weg een zone bevindt. De breedte van de zone is afhankelijk van de ligging van de weg in stedelijk of buitenstedelijk gebied en van het aantal rijstroken. De zonering geldt niet voor wegen die gelegen zijn binnen een als woonerf aangeduid gebied en voor wegen waarvoor een maximumsnelheid geldt van 30 km per uur. Volgens artikel 76a/77 van de Wgh moet bij het vaststellen of herzien van een bestemmingsplan of een projectbesluit, waarin nieuwe woningen of andere geluidsgevoelige functies mogelijk worden gemaakt, binnen onderzoekszones van wegen, als bedoeld in artikel 74 van de Wgh, akoestisch onderzoek worden verricht. De geluidsgevoelige bestemmingen die met het bestemmingsplan Centrumkwadraat - Brammelerdwarsstraat mogelijk worden gemaakt zijn gelegen in binnenstedelijk gebied binnen de zone van bestaande wegen. Op woningen bedraagt de voorkeurswaarde 48 dB (artikel 82, eerste lid Wgh). Indien deze waarde wordt overschreden kan onder voorwaarden een hogere waarde worden verleend tot ten hoogste 63 dB (artikel 83, tweede lid Wgh).

Het vaststellen van een hogere waarde is pas mogelijk indien aangetoond wordt dat maatregelen (bronmaatregelen, overdrachtsmaatregelen en/of maatregelen bij de ontvanger) om te voldoen aan de voorkeursgrenswaarde niet doeltreffend zijn (bezwaren stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige, landschappelijke of financiële aard), en voldaan wordt aan de voorwaarden uit de Geluidnota Enschede (verder Geluidnota). De Geluidnota is op 3 april 2018 door Burgemeester en Wethouders (gedeeltelijk herzien) vastgesteld. De gemeente Enschede sluit bij de beoordeling van het geluid van 30 km-wegen aan bij de grenswaarden en systematiek van de Wet geluidhinder en het hogere waarde beleid uit de Geluidnota. Akoestisch onderzoek Om de geluidsbelasting vanwege wegverkeerslawaai in beeld te brengen is door BJZ.nu een akoestisch onderzoek uitgevoerd. De resultaten van het onderzoek zijn opgenomen in het rapport "Akoestisch onderzoek weg- en railverkeerslawaai Brammelerdwarsstraat - Stationsplein Enschede; projectnummer 2022-391; d.d. 16 februari 2023". Het rapport is als bijlage 16 bij deze toelichting gevoegd. Onderzoeksresultaten Uit het akoestisch onderzoek blijkt dat vanwege het wegverkeer op de wegen (Deurningerstraat en Stationsplein West) waarop de Wgh van toepassing is de geluidsbelasting ten hoogste 33 dB (incl. aftrek artikel 110g Wgh) bedraagt.

Daarmee wordt ruimschoots aan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB uit de Wet geluidhinder voldaan. Vanwege het wegverkeer op de overige wegen (30 km-wegen) wordt voldaan aan de voorkeursgrenswaarde. Conclusie wegverkeerslawaai Wegverkeerslawaai vormt daarmee geen belemmering voor het plan.

Railverkeerslawaai Het plangebied van het bestemmingsplan "Centrumkwadraat - Brammelerdwarsstraat" is gelegen aan of in de nabijheid van de op grond van de Wet geluidhinder gezoneerde spoorlijn Enschede-Hengelo / Enschede-Gronau. De nieuwe geluidsgevoelige bestemmingen die met het bestemmingsplan mogelijk worden gemaakt liggen binnen de onderzoekszone van deze spoorlijnen.

Wettelijk kader In de Wet geluidhinder en het Besluit geluidhinder zijn regels opgenomen voor wat betreft het aspect railverkeerslawaai. Langs een spoorweg bevindt zich een zone. In het Besluit geluidhinder (artikel 1.4a) is aangegeven dat de breedte van de zone afhankelijk is van de hoogte van het geluidproductieplafond. Op 1 juli 2012 zijn door een wetswijziging van de Wet milieubeheer de geluidproductieplafonds (gpp's) voor hoofdspoorwegen van kracht geworden. Met de Gpp's is de maximaal toegestane geluidproductie van de hoofdspoorwegen in Nederland vastgelegd. Op grond van artikel 4.3 van het Besluit geluidhinder is het college van Burgemeester en Wethouders verplicht om voor nieuwe situaties bij de voorbereiding van de vaststelling van een bestemmingsplan, of van een wijzigings- of bestemmingsplan Centrumkwadraat - Brammelerdwarsstraat (vastgesteld) 37

uitwerkingsplan, dat geheel of gedeeltelijk betrekking heeft op gronden die zijn gelegen binnen een zone als bedoeld in artikel 1.4a, een akoestisch onderzoek in te stellen naar de geluidsbelasting die woningen, andere geluidsgevoelige gebouwen en geluidsgevoelige terreinen die binnen de zone zijn gelegen, ondervinden vanwege de spoorweg. Daarnaast wordt een onderzoek ingesteld naar de doeltreffendheid van de in aanmerking komende maatregelen, om te voorkomen dat de in de toekomst vanwege de spoorweg optredende geluidsbelasting van de geluidsgevoelige objecten, de ten hoogste toelaatbare waarden te boven zou gaan. Op geluidsgevoelige bestemmingen bedraagt vanwege railverkeerslawaai de voorkeurgrenswaarde 55 dB. Een geluidsbelasting hoger dan de voorkeursgrenswaarde is uitsluitend mogelijk indien een hogere waarde wordt vastgesteld. De maximaal vast te stellen hogere waarde bedraagt 68 dB.

Akoestisch onderzoek Om de geluidsbelasting vanwege railverkeerslawaai in beeld te brengen is door BJZ.nu een akoestisch onderzoek uitgevoerd. De resultaten van het onderzoek zijn opgenomen in het rapport “Akoestisch onderzoek weg- en railverkeerslawaai Brammelerdwarsstraat – Stationsplein Enschede; projectnummer 2022-391; d.d. 16 februari 2023”. Het rapport is als bijlage 16 bij deze toelichting gevoegd.

Onderzoeksresultaten Uit het akoestisch onderzoek blijkt dat vanwege het railverkeer op de spoorlijnen Enschede-Hengelo en Enschede-Gronau de geluidsbelasting ten hoogste 47 dB bedraagt. Daarmee wordt ruimschoots aan de voorkeursgrenswaarde van 55 dB uit de Wet geluidhinder wordt voldaan.

Conclusie railverkeerslawaai Railverkeerslawaai vormt daarmee geen belemmering voor het plan. Industrielawaai Het plangebied van het bestemmingsplan "Centrumkwadraat - Brammelerdwarsstraat" is niet gelegen in de nabijheid van een op grond van de Wet geluidhinder gezoneerd industrieterrein. Bovendien voorziet het bestemmingsplan "Centrumkwadraat - Brammelerdwarsstraat" niet in bestemmingen waarop geluidzoneringsplichtige inrichtingen als bedoeld in bijlage I van het Besluit omgevingsrecht ('grote lawaaimakers') gevestigd kunnen worden. Een nadere toetsing aan de Wet geluidhinder vanwege industrielawaai kan daarom achterwege blijven.

Parkeergarage 'Stationsplein' In het kader van een goede ruimtelijke ordening dient ook aandacht te worden besteed aan relevante geluidsbronnen die niet vallen onder de geluidswetgeving voor wegverkeers-, railverkeers-, industrie- en luchtvaartlawaai. Ten zuiden van het plangebied is de parkeergarage Stationsplein gelegen. Wettelijk kader Als toetsingskader geldt de Geluidnota Enschede, welke bij besluit van 3 april 2018 door burgemeester en wethouders (gedeeltelijke herzien) is vastgesteld. Volgens de bij de Geluidnota behorende gebiedstypenkaart zijn de parkeergarage en de te realiseren geluidsgevoelige bestemmingen gelegen in het gebiedstype 'Centrumgebied'. Voor dit gebiedstype geldt voor het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau een richtwaarde van 50 dB(A) etmaalwaarde. Voor het maximale geluidsniveau zijn in de Geluidnota geen normen opgenomen en wordt aangesloten bij de waarde van 70 dB(A) etmaalwaarde uit het Activiteitenbesluit. Op de parkeergarage Stationsplein is het Activiteitenbesluit van toepassing. In het Activiteitenbesluit zijn uitzonderingen opgenomen voor de beoordeling van geluid. In het kader van een ruimtelijke beoordeling, zoals ten behoeve van het bestemmingsplan Centrumkwadraat - Brammelerdwarsstraat nodig is, moeten alle geluidsbronnen worden meegenomen.

Akoestisch onderzoek Om inzicht te krijgen in de geluidsbelasting die de nieuwe geluidsgevoelige bestemmingen zullen ondervinden vanwege de parkeergarage Stationsplein is door Akoestisch Buro Tideman een akoestisch onderzoek uitgevoerd.

38 gesteld)

bestemmingsplan Centrumkwadraat - Brammelerdwarsstraat (vast

De resultaten van het onderzoek zijn opgenomen in het rapport "Akoestisch onderzoek Woon- en leefklimaat Brammelerdwarsstraat Enschede, Geluidsbelasting als gevolg van een parkeergarage; rapportnummer 22.209.02, versie 04; d.d. 16 mei 2023". Het rapport is als bijlage 17 bij deze toelichting gevoegd. Onderzoeksresultaten De parkeergarage Stationsplein is een split-level garage met in totaal 8 parkeerlevels. De bovenste twee levels (level 7 en 8) bevinden zich op het dak van de parkeergarage en zijn volledig open. De rest van de parkeerlevels (level 1 t/m 6) is voorzien van gevels met openingen. De geluiduitstraling via de openingen op parkeerlevel 1 t/m 6 is zodanig dat niet aan de geluidsnormen voor het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau en het maximale geluidsniveau kan worden voldaan. De gemeente Enschede, eigenaar van de parkeergarage, heeft besloten om de openingen af te sluiten aan de zijde waar de nieuwe geluidsgevoelige bestemmingen worden gerealiseerd. Wanneer de openingen worden afgeschermd is het geluid van de parkeerlevels 1 t/m 6 niet meer relevant. Het meest relevant zijn dan het en de piekgeluiden (zoals dichtslaan portieren/kofferbak, starten, optrekken) die die auto's produceren op de bovenste twee parkeerlevels (level 7 en 8).

Het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau vanwege het gebruik van de parkeergarage bedraagt op de te realiseren geluidsgevoelige bestemmingen ten hoogste 47 dB(A) etmaalwaarde. Daarmee wordt voldaan aan de richtwaarde van 50 dB(A) etmaalwaarde uit de Geluidnota. Vanwege het dichtslaan van portieren op parkeerlevel 7 en 8 bedraagt het maximale geluidsniveau ten hoogste 75 dB(A) in alle perioden. Daarmee wordt de maximaal toegestane waarde van 70 dB(A) etmaalwaarde uit het Activiteitenbesluit in de dag-, avond- en nachtperiode met respectievelijk 5, 10 en 15 dB(A) overschreden. Dergelijke overschrijdingen zijn alleen mogelijk als sprake is van een goed woon- en leefklimaat. Het gebouw met de te realiseren geluidgevoelige bestemmingen is aanzienlijk hoger dan de parkeergarage. Daardoor wordt "op" de bovenste parkeerlevels gekeken. Hierdoor zijn zeer hoge geluidsschermen nodig om enig effect te hebben. Dergelijke schermen zijn vanuit stedenbouwkundig oogpunt niet wenselijk. De overschrijdingen van het maximale geluidsniveau zijn over het algemeen hinderlijk in de avond- en nachtperiode. In deze perioden treden slechts een beperkt aantal overschrijdingen op vanwege het beperkte gebruik van de bovenste parkeerlevels van de parkeergarage in de avond- en nachtperiode.

Om er voor te zorgen dat de maximale geluidsniveaus in de woningen niet hinderlijk zijn wordt de geluidwering van de gevels dusdanig verhoogd dat wordt voldaan aan de in het Activiteitenbesluit vastgestelde geluidsniveaus voor inen aanpandige gevoelige gebouwen. Met een geluidwering van de gevel van minimaal 30 dB(A) wordt in de maatgevende nachtperiode voldaan aan de binnenwaarde van 45 dB(A) uit het Activiteitenbesluit. Met het verhogen van de geluidwering van de gevel ontstaat een goed woon- en leefklimaat in de woning. Alle woningen hebben een buitenruimte. Bij diverse woningen wordt op de gevel waaraan de buitenruimte is gelegen niet aan de waarde voor het maximale geluidsniveau voldaan.

De mogelijke hinder die wordt verwacht in de buitenruimte van de woningen wordt acceptabel geacht omdat: Geluiden als het dichtslaan van portieren niet vreemd zijn in de bebouwde kom; De locatie in het centrum van de stad Enschede ligt, met een hoog dynamische woon-werkmilieu, nabij een stationsomgeving (waar - op grotere afstand - een taxistandplaats is met dichtslaande portieren en kofferbakken) en uitgaans-/horecagelegenheden; De frequentie waarop sprake kan zijn van geluid op het bovenste parkeerdek in de avond en nacht zeer laag is: De toekomstige bewoners huurders zijn in de vrije sector en bewust kiezen voor binnenstedelijk wonen met de daarbij behorende omgevingskenmerken; Het heeft de voorkeur de woningen waar mogelijk te voorzien van een eigen buitenruimte. Conclusie parkeergarage Stationsplein Door de openingen van de parkeerlevels 1 t/m 6 van de parkeergarage Stationsplein dicht te zetten en de gevels van de te realiseren geluidsgevoelige bestemmingen, waar niet aan de waarden voor het maximale geluidsniveau kan worden voldaan, te voorzien van een gevelwering van minimaal 30 dB(A) is in de geluidsgevoelige bestemmingen sprake van een goed woon- en leefklimaat. De mogelijke hinder die vanwege piekgeluiden wordt verwacht in de buitenruimte van de woningen wordt gezien de omgeving en de beperkte frequentie in de avond- en nachtperiode acceptabel geacht.

Conclusie geluid Op grond van het bovenstaande kan worden geconcludeerd dat het aspect geluid geen belemmering vormt voor de in het bestemmingsplan Centrumkwadraat - Brammelerdwarsstraat te realiseren geluidsgevoelige bestemmingen. Om er voor te zorgen dat in de woningen sprake is van een goed woon- en leefklimaat worden in de regels van het bestemmingsplan voorwaardelijke verplichtingen opgenomen voor het dichtzetten van de openingen van de parkeergarage en voor de geluidwering van de gevel van de te realiseren geluidsgevoelige bestemmingen. bestemmingsplan Centrumkwadraat - Brammelerdwarsstraat (vastgesteld) 39

Om de bedrijfsvoering van de parkeergarage niet te belemmeren zal een maatwerkvoorschrift geluid moeten worden vastgesteld waarin de maximale geluidsniveaus worden gereguleerd. 5.1.5

Luchtverkeerslawaai

Het wettelijke kader met betrekking tot luchtverkeerslawaai is geregeld in de Wet luchtvaart en specifiek de wijzigingswet Regelgeving burgerluchthavens en militaire luchthavens (RBML). De consequenties met betrekking tot het geluid als gevolg van vliegverkeer zijn vastgelegd in het Luchthavenbesluit, dat op 1 maart 2017 door gedeputeerde staten van Overijssel is vastgesteld en op 30 maart 2017 in werking is getreden. Het plangebied van het bestemmingsplan “Centrumkwadraat - Brammelerdwarsstraat” is niet gelegen in de nabijheid van het vliegveld Twente en is ook niet gelegen binnen de geluidszone van het vliegveld. Een nadere toetsing aan het Luchthavenbesluit vanwege luchtverkeerslawaai kan daarom achterwege blijven.

Conclusie luchtverkeerslawaai Op basis van het bovenstaande kan worden geconcludeerd dat luchtverkeerslawaai geen belemmering vormt voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan.

5.1.6

Luchtkwaliteit

Bij de toetsing of een bestemmingsplan uitvoerbaar is, moet worden nagegaan of de realisatie van beoogde ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk gevolgen kan hebben voor de luchtkwaliteit. Op grond van het bepaalde in hoofdstuk 5, titel 5.2 van de Wet milieubeheer en onderliggende algemene maatregelen van bestuur en ministeriële regelingen vormen de luchtkwaliteitseisen in ieder geval geen belemmering voor ruimtelijke ontwikkelingen indien: a. er geen sprake is van feitelijke of dreigende overschrijding van de grenswaarde; b. een project, al dan niet per saldo, niet leidt tot een verslechtering van de luchtkwaliteit; c. een project 'niet in betekenende mate' bijdraagt aan de luchtverontreiniging; d. een project is opgenomen in een regionaal programma van maatregelen of in het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL); e. een project niet voorziet in de realisatie van gevoelige bestemmingen binnen de zone van een op grond van het Besluit gevoelige bestemmingen gezoneerde rijksweg of provinciale weg. Luchtkwaliteit en het plangebied “Centrumkwadraat - Brammelerdwarsstraat” Het bestemmingsplan “Centrumkwadraat - Brammelerdwarsstraat” beoogt het planologisch mogelijk maken van 36 appartementen. Uit de 'Regeling niet in betekenende mate' blijkt dat woningbouwlocaties met één ontsluitingsweg en niet meer dan 1.500 woningen als niet in betekenende mate zijn aan te merken.

Voor de luchtkwaliteit zijn uitsluitend de verkeersbewegingen relevant. Emissies vanwege stookinstallaties zijn er niet omdat alle appartementen gasloos zullen zijn. Volgens de CROW-publicatie bedraagt voor huur appartementen (incl. sociale huur) de verkeersgeneratie 3,2 verkeersbewegingen per appartement per dag. Volgens de worst case berekening van de verkeersintensiteiten (zie bijlage 13) zijn er als gevolg van de ontwikkeling 149 mvt per etmaal. Dit is ruimschoots lager dan de 4.800 verkeersbewegingen voor 1.500 appartementen die als niet in betekenende mate worden aangemerkt. Het plan kan daarmee gezien worden als een ontwikkeling die niet in betekenende mate bijdraagt aan de luchtkwaliteit.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=enschede&id=f4cd083c-6a6b-4d50-8e7b-10cb99206808