CConstaterende datenschede
Koppel je AI →
Document · PDF

Casussen tbv 6 maart_.docx

Commissie Menselijke Maat 6 maart 2023, gemeente enschedeBij agendapunt: Casussen en dilemma's, concept gedragsregels2.541 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Casus Participatiewet: Niet rechtmatig in Nederland BESCHRIJVING Moeder is met 4 kinderen leeftijd tussen 4 en 9 jaar) van Zweden naar Enschede gekomen. Zij verteld “gevlucht” te zijn vanuit Zweden vanwege geweld t.o.v. haar en de kinderen door de ( verslaafde) vader en zijn familie. Ze is naar Enschede gekomen omdat ze daar is opgegroeid en veel van haar familie woonachtig is. Moeder heeft, door omstandigheden waarin haar Roma-ouders verkeerden, niet de Nederlandse, noch een andere nationaliteit (haar vader heeft haar destijds “vergeten” aan te geven bij de burgerlijke stand). Moeder heeft dus géén geldige verblijfsstatus (niet in Nederland, maar ook nergens anders). In tegenstelling tot haar vader en 9 broers en zussen die allen een Nederlands paspoort hebben. Haar kinderen zijn in Zweden geboren en hebben de Zweedse nationaliteit. Moeder en vier kinderen wonen bij de vader van moeder in. Ze hebben geen financiële middelen. De vier kinderen gaan naar school. De autoriteiten in Zweden (Politie en Gemeente waar de vader van de kinderen staat ingeschreven) geven aan dat moeder “tegen de wil van de gezaghebbende vader” met de kinderen is vertrokken naar Nederland. De vader heeft aangifte hiervan gedaan. Regelmatig hebben betrokken hulpverleners contact gehad met de Zweedse autoriteiten om te vragen of en zo ja welke acties en oplossingen van hen kunnen worden verwacht.

In eerste aanleg was de boodschap dat de kinderen terug moesten keren naar Zweden. Daar scheiden van kinderen en (niet gedocumenteerde) moeder niet wenselijk geacht werd, zou er ook een oplossing voor moeder gezocht moeten worden. Na maanden van contact en uitwisselen van zorgen en (on)mogelijkheden is er tot nu toe geen oplossing gevonden waardoor moeder en vier kinderen terug kunnen naar Zweden. Er zijn geen garanties voor opvang en waarborg van veiligheid voor moeder en kinderen (en door de relatie tussen vader en moeder is geen sprake van een veilige situatie) . Moeder en kinderen zijn daardoor nog steeds in Enschede, maar zonder financiële middelen DILEMMA: WETTELIJK KADER STAAT FINANCIËLE ONDERSTEUNING NIET TOE Als een vreemdeling (iemand die niet de Nederlandse nationaliteit heeft) rechtmatig in Nederland verblijft kan er recht op bijstand bestaan. Dat geldt in dit geval niet omdat moeder géén geldige verblijfsstatus heeft. De P-wet sluit uit dat we een uitkering toekennen aan niet rechtmatig in Nederland verblijvende vreemdelingen vanwege het doorkruizen van het vreemdelingenbeleid in Nederland (strijd met Koppelingsbeginsel).

De wettelijke onmogelijkheid van toekennen van bijstand aan niet-rechtmatig in Nederland verblijvende personen blijkt uit art 16 PW: daar staat dat we, als iemand geen recht heeft, bij dringende reden toch bijstand toe kunnen kennen, maar dat dat niet geldt voor personen die nietrechtmatig in Nederland verblijven. WAT DOEN WE NU ANDERS DAN VROEGER: DE FEITELIJKE UITKOMST In het verleden hadden we in deze casus geen financiële ondersteuning verstrekt omdat er geen recht is. Omdat we zagen dat in deze specifieke casus een zeer schrijnende situatie ontstond hebben we gehandeld vanuit het leidende principe ‘Waar onze ‘standaard instrumenten’ niet voldoen gaan we over op een aanpak op maat, waarbij we een bewuste afweging maken tussen de rechtmatigheid, de kosten en de eigen inzet van de inwoner. Dit betekent dat we

bij aanpak op maat zoeken naar de ruimte binnen regelgeving en, waar die ruimte er niet is maar wel nodig, zoeken naar alternatieven om te doen wat nodig is.’ We hebben gezien de situatie gekozen voor creatief boekhouden om juridisch verantwoord te kunnen handelen. Moeder is niet-rechtmatig in Nederland en we kunnen daardoor ondanks haar schrijnende situatie - niet op grond van dringende reden afwijken van de PWregels (want in art 16 lid 2 staat dat afwijken o.g.v. dringende reden niet kan als het gaat om onrechtmatig in Nederland verblijvende vreemdelingen). Haar kinderen hebben op zich geen recht op uitkering want zijn jonger dan 18 jaar, maar zij zijn wél EU-burgers en verblijven op dit moment niet onrechtmatig in Nederland (want EU-burgers mogen hier verblijven). Doordat ze niet onrechtmatig in Nederland zijn zouden we bij de kinderen wel een beroep kunnen doen op dringende reden van art 16 in combinatie met het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het kind art 26. We hebben er daarom voor gekozen een uitkering toe te kennen aan de kinderen (en dat stemmen we dan af op het bedrag wat moeder anders bij wel recht aan uitkering had gekregen). Omdat we hiermee de grenzen van regelgeving opgerekt hebben, hebben we deze oplossing afgestemd met de betrokken bestuurders voor akkoord.

Zeer recent heeft de moeder eindelijk een verblijfstitel ontvangen waarna we zijn overgegaan tot het verstrekken van een reguliere PW-uitkering.

Casus Participatiewet: Gokken BESCHRIJVING Victor (42) is getrouwd met Sabine (40) en samen hebben ze een dochter van 12. Victor en Sabine hebben veel psychische en fysieke problemen waardoor werken voor hen op dit moment onhaalbaar is. Daardoor zitten ze al vijf jaar in de bijstand. Omdat Victor veel last heeft van stress zoekt hij sinds twee jaar ontspanning in het online gokken. Hij gokt minimaal 4 keer per week op voetbalwedstrijden. Soms heeft hij geluk en wint hij in een maand een paar honderd euro, maar meestal verliest hij. Per saldo kost het gokken hem daardoor alleen maar geld. Dat leidt ook tot spanningen met Sabine want het lukt ze daardoor niet om een klein spaarpotje op te bouwen voor tegenvallers. Bij een periodieke standaardcontrole door de gemeente ontdekt de gemeente dat Victor al langere tijd regelmatig gokt en daarmee wel eens geld verdient. Tegelijk zien we ook dat Victor ook vaak verliest. Victor heeft zelf nooit gemeld dat hij gokt. DILEMMA: WETTELIJK KADER STAAT SALDERING NIET TOE Opbrengsten uit gokken is inkomen waarmee de in de maandelijkse bijstand (P-wet) volledig rekening moet worden houden. Geen rekening wordt daarbij gehouden met de ingezette gelden en geleden verliezen. Alle opbrengsten in verband met gokken moeten door Victor gemeld worden en door het college in mindering worden gebracht op de uitkering.

Victor dient dus een terugvordering te krijgen voor de gerealiseerde ‘bruto’ winsten. Omdat Victor de inkomsten bovendien niet gemeld heeft en daardoor teveel uitkering heeft ontvangen, dient hij ook een boete te krijgen voor het schenden van de ‘inlichtingenplicht’. WAT DOEN WE NU ANDERS DAN VROEGER: DE FEITELIJKE UITKOMST In het verleden zouden we conform de wet gehandeld hebben en alle opbrengsten teruggevorderd hebben van Victor. Met het gegeven dat hij per saldo geen winst heeft gemaakt zouden we geen rekening hebben gehouden. Omdat op deze manier deze mensen een schuld krijgen zonder dat ze daadwerkelijk financieel voordeel hebben gehad hebben we actie ondernomen vanuit het leidende principe ‘Waar onze ‘standaard instrumenten’ niet voldoen gaan we over op een aanpak op maat, waarbij we een bewuste afweging maken tussen de rechtmatigheid, de kosten en de eigen inzet van de inwoner. Dit betekent dat we bij aanpak op maat zoeken naar de ruimte binnen regelgeving en, waar die ruimte er niet is maar wel nodig, zoeken naar alternatieven om te doen wat nodig is.’ Omdat deze situatie regelmatig voorkomt en het wettelijk kader ons dus geen ruimte geeft om te salderen. hebben we het college beleidsregels laten vaststellen die ruimte bieden om wel tot saldering van winsten en verliezen over te gaan en dus alleen de netto winst in mindering te brengen op de uitkering.

Dit onder de voorwaarde dat er een spelhistorie overlegd kan worden en dat (indien noodzakelijk) de klant zich laat behandelen voor zijn gokverslaving). Nadat de beleidsregels zijn vastgesteld hebben we de terugvordering die Victor al had ontvangen teruggedraaid en dit hebben we ook met andere vergelijkbare terugvorderingen gedaan. Nieuwe gevallen worden uiteraard aan de hand van de beleidsregels beoordeeld.

Wat ‘spannend’ is aan deze casus is dat het college met het vaststellen van deze beleidsregels de grenzen van de regelgeving en haar mandaat heeft opgezocht.

Casus WMO: Verhuizen of woning aanpassen BESCHRIJVING Marjan is een gescheiden vrouw van 47 jaar (twee puberkinderen) en krijgt plotseling een CVA. De recente echtscheiding ging met veel problemen gepaard en de relatie met de ex-man is erg moeilijk. Marjan ligt door het CVA een maand in het ziekenhuis revalideert nog een aantal maanden in het Roessingh. Een maand voor haar ontslagdatum wordt een melding gedaan bij de gemeente voor een onderzoek WMO. De melding wordt met spoed opgepakt. Marjan is halfzijdig verlamd en kan moeilijk praten en de mate van herstel is nog niet helder. Ze heeft allerlei vormen van ondersteuning nodig: ondersteuning huishouden, vervoer, rolstoel, woningaanpassingen en begeleiding. Ze woont in een hobbykamer woning in stadsdeel Zuid.

DILEMMA 1: DE WONINGAANPASSING IS ZEER DUUR EN NIET DUURZAAM Er zijn in stadsdeel Zuid veel hobbykamer woningen, deze zijn niet geschikt voor mensen in een rolstoel of mensen die slecht ter been zijn. Deze woningen zijn moeilijk aanpasbaar voor iemand in een rolstoel. Het zijn zeer omvangrijke en ingrijpende verbouwingen. Bovendien zien we dat men zodra het mogelijk is toch verhuist naar een gelijkvloerse woning. Die mogelijkheden zijn weer groter als de kinderen uit huis zijn. De investering staat dan niet in verhouding met de duur van het gebruik van de aangepaste woning.

DILEMMA 2: ER ZIJN GEEN WONINGEN BESCHIKBAAR EN ER IS GEEN URGENTIEBELEID In het verleden konden mensen sneller verhuizen naar een meer geschikte woning die ook beter kan worden aangepast (doelmatiger en goedkoper). Maar de huidige woningmarkt zit redelijk op slot en mensen moeten lang wachten op een woning. Mocht er wel een woning beschikbaar zijn dan is er geen urgentiebeleid. Onze bemiddelingsmogelijkheden zijn beperkt.

DILEMMA 3: PRIMAAT VERHUIZEN EN DE HOOGTE VAN DE VERHUISKOSTENVERGOEDING In de verordening en beleidsregels is vastgelegd dat verhuizen de voorkeur heeft. Daarnaast is in de verordening een bedrag opgenomen voor verhuiskostenvergoeding die te laag is. In de verordening is niet opgenomen dat het bedrag wordt geïndexeerd. De verordening bevat wel een hardheidsclausule.

DE FEITELIJKE UITKOMST: We kennen de aanvraag toe en de woning wordt aangepast. Daarbij hadden we ons besluit gebaseerd op het leidende principe ‘Waar onze ‘standaard instrumenten’ niet voldoen gaan we over op een aanpak op maat, waarbij we een bewuste afweging maken tussen de rechtmatigheid, de kosten en de eigen inzet van de inwoner. Dit betekent dat we bij aanpak op maat zoeken naar de ruimte binnen regelgeving en, waar die ruimte er niet is maar wel nodig, zoeken naar alternatieven om te doen wat nodig is.’ De alternatieven: Indien een verhuizing, naar een andere (goed aanpasbare woning) wel mogelijk was geweest hadden we een hogere verhuiskostenvergoeding toegekend afgestemd op de werkelijke kosten. Daarnaast hadden we, indien de inwoner daartoe zelf geen netwerk heeft, ook verbinding gelegd met organisaties/ vrijwilligers die kunnen ondersteunen bij de verhuizing.

We werken aan een aanpassing van de verordening, beleidsregels en werkinstructies Omdat deze situatie regelmatig voorkomt en het wettelijk kader niet meer passend is, wordt vanuit de uitvoering voorgesteld om de verordening en de beleidsregels en werkinstructies aan te passen. We verwachten dat in kwartaal 3 – 4 van 2023 de verordening en beleidsregels in route gaan.

Casus WMO: bredere kijk BESCHRIJVING Boudewijn is een 46 jarige man, gehuwd met Fleur (43). Samen hebben zij een samengesteld gezin. Er zijn 6 kinderen. Zij heeft er 5, hij heeft er 1. De 5 kinderen van Fleur zijn uit huis geplaatst en de zoon van Boudewijn komt eens per twee weken een weekend. Boudewijn is vorig jaar gediagnostiseerd met kanker. Dit is operatief behandeld en hij is schoon verklaard. Daarnaast heeft hij fors overgewicht en is hij kortademig waarvoor hij medicatie krijgt. Boudewijn vraagt een scootmobiel zodat hij naar de winkel (800 meter), zijn moeder (3km) en het ziekenhuis (2,5km) kan. Enerzijds door een verminderde conditie en anderzijds door een beperkte longinhoud t.g.v. COPD en hart- en vaatlijden. Het lukt hem nauwelijks meer op een gewone fiets de afstanden te overbruggen. Feitelijk zijn er nog algemeen gebruikelijke alternatieven, denk hierbij aan een scooter of elektrische fiets. Er is dus geen compensatie noodzakelijk vanuit de Wmo. Wat is er anders Vroeger, toen het zorgloket nog niet was opgegaan in de wijkteams, zou het hier eindigen. Er is geen compensatieplicht vanuit de Wmo. FEITELIJKE UITKOMST Echter in het gesprek komt naar voren dat Fleur t.g.v. psychiatrische klachten al 15 jaar niet buiten komt. Haar kinderen heeft zijn vrijwillig uit huis geplaatst omdat zij de zorg niet kon dragen.

Op het moment dat de wijkteammedewerker bij het gezin thuis is, is ook Fleurs 14 jarige zoon er. Hij heeft de wens om thuis bij zijn moeder te wonen en Fleur heeft dezelfde wens en geeft aan deze zorg ook te kunnen dragen. Over 2 dagen hebben zij een gesprek met de jeugdbeschermer. Fleur ziet hier erg tegenop. Naast dit komt er uit de vraagverheldering: - Verslavingsproblemen bij Boudewijn & zorg mijdend – waardoor zijn gezondheid niet verbeterd. - Schuldenproblematiek door samen wonen (W&I en UWV betrokken) - Eenzaamheid - Relatieproblemen door stressoren Na dit eerste gesprek bied de wijkteammedewerker aan om het gesprek met de jeugdbeschermer voor te bereiden en op verzoek van Fleur sluit deze ook aan bij het gesprek met de jeugdbeschermer. In het gesprek met de jeugdbeschermer zijn moeder en zoon beiden in staat om aan te geven wat de wensen, behoeften en ook de zorgen zijn. Er wordt samen met jeugdbeschermer een goed plan gemaakt en moeder en zoon worden na 12 jaar herenigd en wonen 24/7 samen. Daarnaast heeft wijkteammedewerker ondersteuning geboden bij: - de aanvraag voor de voedselbank - het aanschrijven van fondsen voor een elektrische fiets

-

-

Is er contact geweest met de huisarts van Boudewijn n.a.v. dit contact o gaat Boudewijn 2x per week naar de fysiotherapie om te werken aan zijn conditie o Heeft er een detox plaats gevonden bij Tactus en volgt hij behandeling Is er een budgetbeheer rekening bij de Stadsbank en is het gezin aangemeld bij Profez voor ondersteuning bij de financiën. Heeft ze Boudewijn in contact kunnen brengen met iemand die hem kan begeleiden naar een baan Is zoon aangemeld voor behandeling en is de behandeling gestart

De wijkteammedewerker is betrokken geraakt voor een aanvraag scootmobiel. Beiden waren zorg mijdend. Door de aandacht van de wijkteammedewerker is er vertrouwen ontstaan en zijn er diverse acties uitgezet. De verwachting is dat het gezin zelfstandig verder kan met de ingezette ondersteuning en kan de wijkteammedewerker de tijd afbouwen. Wat zou er gebeurd zijn als de WMO nog via het zorgloket zou verlopen: Als in het keukentafelgesprek wel de problematiek boven tafel zou zijn gekomen dan zou de WMO consulent de inwoner - Het vraagstuk van moeder en herstel van de situatie met het kind niet hebben opgepakt, omdat er een jeugdbeschermer aan verbonden is. - Verwijzen naar vrijwilligerspunt voor aanboren extra middelen voor e-bike/scooter - Voor gesprek over schulden verwijzen naar stadsbank DILEMMA: TOT HOE VER STREKT DE BETROKKENHEID

De dilemma’s in deze casus zitten met name op betrokkenheid en de tijd die de wijkteammedewerker inzet voor dit gezin. Waar kan de medewerker vertrouwen op de deskundigheid en inzet van andere professionals (arts, jeugdbeschermer, P-wet medewerker) en beschikbare vrijwilligers. De ervaring leert dat het zo belangrijk is om naast het gezin te blijven staan en met warme hand begeleiden tot dat de ondersteuning is gerealiseerd, in plaats van verwijzen. Hoe verhoudt deze inzet zich tot andere inwoners die op de wachtlijst staan en waarvoor de expertise van de wijkteammedewerker echt nodig is.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=enschede&id=eca66e61-0d95-4cc1-9492-3e086350d37b