CConstaterende datenschede
Koppel je AI →
Document · PDF

Brief aan de raad

Stedelijke commissie 29 juni 2021, gemeente enschedeBij agendapunt: Reactie college op QuickScan Zomernota 20214.205 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

POSTADRES

Postbus 20 7500 AA ENSCHEDE

BEZOEKADRES

Langestraat 24 TELEFOONNUMMER

Aan de Gemeenteraad

14053

DATUM

ONS KENMERK

BEHANDELD DOOR

23 juni 2021

2100058621

P.H.D. Claassens

UW BRIEF VAN

UW KENMERK

DOORKIESNUMMER

(053) 481 82 18 ONDERWERP

Reactie college op QuickScan Zomernota 2021

Geachte leden van de Raad, Op verzoek van de rekenkamer- en de rekeningencommissie heeft de heer J.A.M. de Kruijf een Quickscan uitgevoerd op de Zomernota 2021. Het college reageert met deze brief op zijn bevindingen. Wij danken dhr. de Kruijf wederom voor zijn werk en stellen het zeer op prijs dat hij ondanks de korte tijd deze Quickscan heeft kunnen opstellen. Hieronder vindt u integraal de tekst van de Quickscan met daaronder in blauw onze reactie. Inleiding De zomernota 2021 is er een met dilemma’s en onzekerheden. Tegelijkertijd zit er een wellicht te impliciete boodschap in verborgen die samenhangt met de ambitie om een investeringsagenda te realiseren. Die boodschap is eenvoudig gezegd snellere groei van de bevolking dan landelijk het geval is (naar 175.000 inwoners?). Daarnaast streeft de gemeente naar een verandering in de verhouding tussen enerzijds praktijk geschoolde inwoners en inwoners met een HBO of universitaire opleiding en de daarbij passende werkgelegenheid. Het idee is om zo meer draagkracht in de stad te krijgen. Hier aan werken is een kwestie van lange adem en strekt zich uit over meerdere collegeperiodes. Ter illustratie: bedenk hoeveel tijd er is verstreken om tot de huidige uitstraling van de Metropoolregio Eindhoven te komen of denk aan de doorlooptijd (20 jaar) van afspraken voor het nationaal programma Rotterdam Zuid.

Aan de vooravond van gemeenteraadsverkiezingen is het in stand houden van breed draagvlak voor een dergelijke lange termijn ambities van belang. Dat geldt zeker ook wanneer u met deze zomernota besluit om middelen voor investeringen beschikbaar te stellen die de doelstellingen dichterbij moeten brengen. Uw besluit bindt dan immers ook toekomstige gemeenteraden. Reactie college De ontwikkeling en koers van de stad is één van lange adem en loopt inderdaad over raadsperiodes heen. Dit laat onverlet dat toekomstige gemeenteraden een eigen invulling kunnen geven aan het bereiken van strategische doelen. Met deze groeidoelstelling kan Enschede bijdragen aan de woonopgave van Nederland én het is van belang om voldoende Rijksmiddelen te blijven genereren.

DATUM

ONS KENMERK

PAGINA

23 juni 2021

2100058621

2/9

Het college richt zich in de zomernota op investeren in de stad, uitgaande van, zoals het college zelf aangeeft, beargumenteerde financiële veronderstellingen over de voor gemeenten beschikbare middelen. In de budgettaire kaders gaat het college uit van een structurele toename van gemeentelijke middelen in het gemeentefonds van € 800 mln. Dat komt overeen met hetgeen er op lange termijn op basis van het advies van de arbitragecommissie over de jeugdzorg voor gemeenten beschikbaar zou moeten komen, en vertaald naar het aandeel van Enschede daarin. In die veronderstelling is meegerekend dat de door het kabinet tijdelijk beschikbaar gestelde € 300 mln per jaar voor jeugdzorg wordt voortgezet. Ten opzichte van de begroting 2021 betekent dit feitelijk dat het college met € 500 mln extra middelen voor alle gemeenten rekent. Het college is daarmee wellicht aan de conservatieve kant van de inkomstenontwikkeling gaan zitten. Daar staat tegenover dat de voorgenomen investeringsambities tot structurele en onvermijdelijke lasten in de vorm van rente en afschrijving zullen leiden. Zou het college optimistischer uitgangspunten hanteren, dan bestaat het risico dat later alsnog bezuinigingen op basisvoorzieningen nodig zijn omdat op eenmaal gerealiseerde investeringen moeilijk te bezuinigen valt. Reactie van het college: Het college onderschrijft de gedane constatering.

Deze Zomernota is omgeven met onzekerheden en dat maakt dat het college zelf een realistische inschatting moet maken van waar de rijksmiddelen zich meerjarig naartoe ontwikkelen. Het college heeft er vertrouwen in dat het Rijk gemeenten niet in de kou laat staan en dat de komende maanden invulling gegeven zal worden aan een ophoging van het gemeentefonds. Daarvoor zijn de signalen positief. De uitkomst van de arbitragecommissie Jeugd kan het kabinet niet zo naast zich neerleggen en voor 2022 heeft het kabinet ook reeds besloten tot een forse tegemoetkoming. Ook het rapport van de ROB over extra klimaatgelden en de uitspraak van de demissionair minister van Binnenlandse Zaken dat er iets gedaan moet worden aan de opschalingskorting stemmen positief. Dat maakt ook dat het college het aandurft om alvast 800 miljoen euro rijksmiddelen in te boeken. Zoals in de Zomernota aangegeven wordt daarmee een ‘gecalculeerd risico’ genomen. Naast deze inschatting aan de inkomstenontwikkeling wordt in de benodigde weerstandscapaciteit vanuit voorzichtigheidsprincipe ook rekening gehouden met een risico dat het tegenvalt op onze aannames. Daarvoor wordt voor 2022 incidenteel 10 miljoen euro en structureel 4,5 miljoen euro weerstandsvermogen aangehouden zodat een onverhoopte tegenvaller op extra inkomsten vanuit het gemeentefonds enigszins kan worden opgevangen.

Bij structurele tegenvallers op onze aannames is bijsturing nodig. Gezien de ruimte die we in de reservepositie aanhouden voor de komende paar jaren is er in dat geval ook tijd om tot die bijsturing te komen.

DATUM

ONS KENMERK

PAGINA

23 juni 2021

2100058621

3/9

In het resterende deel van deze quick scan komen wat meer gedetailleerde opmerkingen aan bod, te beginnen met opmerkingen over het financiële beeld. Financiën algemeen In de keuzes die het college maakt is het weerstandsvermogen en de weerstandsratio een belangrijk element. In de documenten van de controller over de financiële positie van Enschede is o.a. benoemd dat de zogenaamde stille reserves eigenlijk niet goed meegeteld kunnen worden om risico’s op te vangen. Het college schrijft in de jaarrekening 2020 (p. 120-121) over het voornemen de stille reserves niet meer mee te tellen bij de bepaling van de weerstandscapaciteit. Des te opvallender is dat nu in de zomernota het college er voor kiest om de stille reserves wel mee te blijven tellen als onderdeel van de weerstandscapaciteit (p. 11). Reactie van het college: Het college is zich bewust van de wens in de Raad om de stille reserves niet meer mee te tellen in het weerstandsvermogen. In de raad is echter afgesproken de financiële verordening na de begroting aan te passen. Daarom vindt het college dat zij zich dient te houden aan de afspraken zoals deze zijn opgenomen in onze huidige financiële verordening. Wanneer een raadsmeerderheid besluit om in een gewijzigde financiële verordening de stille reserves niet meer in het weerstandsvermogen mee te nemen zal het college hier naar handelen.

Bovendien formuleert het college dat een weerstandsratio van minimaal 1,0 gewenst is en bepaalt op grond daarvan dat er voor € 4,2 mln (p. 30) ruimte is om het weerstandsvermogen in te zetten voor nieuwe investeringen. Het zal duidelijk zijn dat de weerstandsratio van ruim boven 2 in de jaarrekening 2020 duidt op erg grote buffers ten opzichte van de risico’s. De nu voorliggende keuzes van het college rondom het gewenste weerstandsvermogen bieden ruimte voor politiek debat. Reactie van het college: De norm van een weerstandsratio inclusief stille reserves van minimaal 1,0 is opgenomen in de door de raad vastgestelde financiële verordening. Verder is het inderdaad zo dat de weerstandsratio bij de jaarrekening 2020 op 2,3 lag (stand 31-12-2020) maar is het ook goed te beseffen dat deze bij de start van de zomernota op 1,7 staat (stand 1-1-2022). Het verschil tussen beide zit in het begrotingsjaar 2021 dat tussen beide momenten zit. In de begroting 2021 zit een tekort in het middelenkader van -18,3 miljoen euro dat deze daling verklaard. Het huidige beeld voor 2021 is dat dit tekort enigszins verbeterd naar -17,3 miljoen euro. Daarnaast valt op dat in de paragraaf over risico weinig zaken in geld zijn uitgedrukt. Dat hoeft niet erg te zijn vanuit een signalerende functie op dit moment.

Tegelijkertijd valt ook op dat veel van de opgesomde risico’s eerder inhoudelijke zekerheden dan onzekerheden zijn en op enig moment, al dan niet structureel, aan de orde zullen zijn. Dat is een heel ander risicoprofiel dan wanneer het gaat over zaken waarvan onzeker is of ze zich zullen gaan voordoen en als dat dan al het geval is, welke financiële gevolgen dat dan zou hebben. Het college heeft zoals hierboven aangegeven terughoudend rekening gehouden met verhoging van rijksbijdragen. In die zin is er wel enige marge voor tegenvallers, ook gelet op de post onvoorzien en de € 10 mln sparen via de reserves, maar de nu genoemde risico’s zijn anders van karakter dan wat er in de begrotingen en jaarrekeningen is genoemd.

DATUM

ONS KENMERK

PAGINA

23 juni 2021

2100058621

4/9

Reactie van het college: De genoemde risico’s zijn een combinatie van financiële en inhoudelijke (on)zekerheden. Zoals aangegeven is deze Zomernota meer dan ooit een perspectief (en geen blauwdruk) voor de begroting. De verwachting is dat zich in opmaat naar de begroting diverse ontwikkelingen voor gaan doen die nog impact hebben op het huidige middelenkader. Denk aan het wel of niet afschaffen van de opschalingskorting, de herijking van het gemeentefonds, duidelijkheid over het Enschedese aandeel in Jeugdhulp middelen, mogelijk een nieuw regeerakkoord, de impact van mei- en septembercirculaire etc. Het college ziet de begroting als het moment waarop al deze ontwikkelingen, samen met de laatste kennis en informatie over de genoemde risico’s worden meegenomen in een herijkte integrale afweging. Een laatste algemene punt is het door het college genoemde structurele saldo. De tekst is op dit punt vrij stellig – niet onder € 4,2 mln overschot komen – maar een onderbouwing hiervoor ontbreekt. Het tabelletje over het structurele saldo op pagina 32 voegt wat dat betreft niet veel bijzonders toe. Te overwegen is om het structureel saldo uit elkaar te trekken naar hoofdgroepen van beleid zoals is gedaan in de notitie over 10 jaar bezuinigingsbeleid of naar de verschillende programma’s in de begroting. Dat biedt u beter zicht op kwetsbaarheden in structurele saldi.

Reactie van het college: Het college heeft alle toevoegingen en besparingen op het middelenkader die in deze Zomernota zijn gedaan geanalyseerd op het incidentele of structurele karakter. Het uiteindelijke saldo is weergegeven in de tabel op pagina 32. De toegevoegde waarde van de tabel is gelegen in het feit dat de toezichthouder -in het kader van het financieel toezicht op de gemeente- kijkt naar een structureel sluitende begroting. De tabel laat zien dat met de huidige aannames en keuzes in het middelenkader het structureel saldo positief blijft en daarmee geen aanleiding geeft voor de provincie om preventief toezicht toe te passen. Bij de begroting volgt een reguliere update van het structurele saldo. Investeringen Centraal in deze zomernota staat het begrip investeren. In deze quick scan gaat het niet zozeer om de inhoudelijke keuzes maar wel om een aantal aandachtspunten vanuit procesperspectief. In de eerste plaats is er de vorming van de investeringsreserve, die er samen met een aantal eenmalige maatregelen toe moet leiden dat er voor een bedrag van € 21 mln investeringen mogelijk zijn. De keuzes die het college maakt leiden er toe dat u en uw opvolgers straks een aantal kredietvoorstellen ontvangen die optellen tot totaal € 21 mln (tabel p. 31). Daarvan is € 11 mln al aangewezen als investeringsmiddelen voor grondexploitaties en Cromhoffpark.

Reactie van het college: Allereerst is het goed te benoemen dat het besluit om een investeringsreserve in te richten en daaraan een dotatie te doen vanuit de algemene reserve pas bij de begroting daadwerkelijk aan de raad wordt voorgelegd. Dit omdat we het middelenkader bij de begroting nog opnieuw zullen herijken en dan duidelijk wordt welk concrete bedrag is af te romen uit de algemene reserve. Verder wordt benadrukt dat de feitelijke besluiten om gelden op investeringen aan te wenden separaat per project ter besluitvorming aan de raad worden voorgelegd. Alleen voor de € 3,8 mln. ten behoeve van het Cromhoffpark geldt dat de besluitvorming hierover al wel heeft plaatsgevonden.

DATUM

ONS KENMERK

PAGINA

23 juni 2021

2100058621

5/9

Om investeringen mogelijk te maken kiest het college er voor om vanaf 2022 een bedrag van € 1,6 mln per jaar op te nemen als kapitaallasten in de reguliere begroting. Omdat planvorming tijd vergt zijn die kapitaallasten in de eerste jaren eigenlijk nog niet nodig en zouden ze in het financieel resultaat aan het eind van het jaar terechtkomen. Het college stelt voor om het niet benutte deel tot een bedrag van € 5,4 mln (tabel p. 29) op te sparen en vanaf 2025 in te zetten als onderdeel van de genoemde € 21 mln voor de investeringsagenda. De keuze van het college en uw goedkeuring daarop betekent dus dat u nu besluit om tot en met 2025 overschotten op de jaarlijks beschikbare € 1,6 mln kapitaallasten op te sparen. Daar horen ook afspraken bij over de investeringsprojecten die onderdeel zijn van het collegevoorstel inclusief een goede verantwoording zodat u kunt volgen welk deel van de kapitaallasten nog niet zijn benut. Een en ander heeft ook invloed op de totaal beschikbare investeringsruimte omdat wanneer investeringen sneller zouden zijn gerealiseerd dan verwacht, er minder spaarruimte is en de € 5,4 mln niet wordt gehaald. Omgekeerd, als investeringen vertragingen oplopen dan is de vraag of u de extra niet benutte kapitaallasten wil gebruiken voor extra investeringsruimte of voor andere doeleinden wil inzetten. Hier past scherp geformuleerde besluitvorming bij.

Reactie van het college: Het college de onderschrijft de gemaakte analyse. Het college stelt de raad daarom voor om de investeringsagenda in meer detail uit te werken richting de gemeentebegroting 2022-2025. Onderdeel van die gedetailleerde uitwerking zal onder andere zijn uw Raad te vragen een investeringsreserve in te stellen. Het is dan aan de Raad om te bepalen hoe u wenst om te gaan met bijv. de wijze van doteren en onttrekken uit deze reserve. Daarbij wel de opmerking dat het college voortvarend aan de slag wil waardoor de verwachting is dat op korte termijn de kapitaallastenreeks niet meer als spaarinstrument ingezet kan worden. Wat hierboven in algemene zin is gezegd over het investeringsbudget van € 21 mln geldt ook voor de mobiliteitsprojecten (€ 1,045 mln per jaar) en fietsprojecten (€ 0,75 mln per jaar). Bij mobiliteit (nr. 26 in de opsomming van het college) staat dit ook benoemd, bij fietsprojecten (nr. 39) blijft het in het midden of het college voor dezelfde benadering kiest. Reactie van het college: Het is goed te beseffen dat de kapitaallasten reeks van mobiliteit en de fietsvisie gemiddelde reeksen betreffen. In het begin iets te veel budget, aan het einde te weinig. Door te werken met een egalisatiereserve kapitaallasten wordt dit verschil in de tussentijd opgelost. Hetgeen hierboven is gezegd raakt de ambities van het college.

Tegelijkertijd zijn er signalen dat de ambtelijke maar ook marktcapaciteit om investeringen tot stand te brengen tegenvalt. Dat roept onder andere ook vragen op hoe ver het college wil gaan met bijvoorbeeld het faciliteren van de zogenaamde 0 en 1 fases van projecten (nr. 27). Kiest het college voor een gemaximeerd budget voor deze werkzaamheden met het risico dat door prijsontwikkelingen rondom inhuur van personeel minder gerealiseerd wordt dan gepland of kiest het college voor gemaximeerde capaciteit voor deze werkzaamheden. In dat laatste geval zijn begrotingsoverschrijdingen denkbaar. Het is een politieke keuze of u voor zekerheid in de begroting of voor zekerheid in beschikbare capaciteit wil gaan.

DATUM

ONS KENMERK

PAGINA

23 juni 2021

2100058621

6/9

Reactie van het college: Het klopt dat het voor het aantrekken van mensen die nodig zijn voor de versnellingsopgave een lastige markt is. Het college denkt echter met een gerichte manier van werven toch de benodigde capaciteit en kwaliteit aan te kunnen trekken. Hierbij is rekening gehouden met de prijzen die nu voor bijvoorbeeld inhuur gevraagd worden. Primair is het budget leidend maar wanneer er toch vertragingen ontstaan in de projecten als gevolg van het niet kunnen aantrekken of het hebben van te weinig budget voor realisatie, zal de uitvoering leidend zijn bij beperkte overschrijdingen en zal er een nieuwe bestuurlijke afweging plaats moeten vinden bij grotere begrotingsoverschrijdingen. Het college laat zien dat een aantal taakstellingen op het sociaal domein niet uitvoerbaar zijn. Tegelijkertijd neemt het college een stelpost op om kosten in het sociaal domein te beheersen. Met de gegevens die beschikbaar zijn gesteld, zijn de ontwikkelingen in het sociaal domein moeilijk te doorgronden. Dat wordt nog versterkt omdat 2020 voor een vertekend beeld lijkt te zorgen. Het extra budget voor de volumestijging in de WMO van € 0,3 mln komt als erg laag over, gegeven € 47,3 mln lasten in de jaarrekening 2020 (p. 222). In de begroting 2021 stond € 52,6 mln voor 2022 (p. 173) opgenomen, waar het college kennelijk nu dus € 0,3 mln aan toevoegt.

Het verschil tussen rekening 2020 en begroting 2022 is dan circa € 5½ mln en dat is een groot bedrag. Reactie van het college: Er wordt hier een vergelijking gemaakt tussen het kostenniveau 2020 en het begrotingsniveau 2022. Het is correct dat hier een groot verschil in zit. Dit verschil wordt veroorzaakt door twee ontwikkelingen: 1. Een stijgend begrotingsniveau, naast de reguliere jaarlijkse prijsindexering (2021 en 2022) is er ook sprake van een extra budget voor de volumestijging voor het abonnementstarief (begroting 2021), volumestijging als gevolg van demografische groei (2021 en 2022) en extra indexering voor de tarieven van Ondersteuning huishouden (op basis van de AmvB voor “reële tarieven”). Per saldo gaat het hier om ruim 3 miljoen euro aan budgettoename. Deze toename zou overigens nog groter zijn zonder het begroten van de transformatie-effecten (taakstellingen) voor de Wmo; 2. Achterblijvende kosten in 2020 als gevolg van corona. In de jaarrekening 2020 is aangegeven dat de feitelijke uitgaven voor de Wmo met name lager zijn uitgevallen als gevolg van minder geleverde zorg dan verwacht en lagere vervoerskosten (beide als gevolg van corona) en dalende uitgaven voor persoonsgebonden budgetten. Per saldo lagere kosten van 2,3 miljoen euro. Om ontwikkelingen in het sociaal domein wat meer sprekend te maken het volgende.

Landelijk zijn de kosten van huishoudelijke hulp in 2020 gemiddeld ongeveer € 3.700 per jaar per gebruiker. Dat betekent vertaald naar Enschede dat met € 0,3 mln meer ongeveer 80 personen meer een beroep op huishoudelijke hulp zouden kunnen doen. In totaal zijn er volgens het CBS in Enschede in 2020 circa 16.300 personen die een beroep op WMO doen. Op basis van te verwachten bevolkingsontwikkelingen en de veronderstelling dat het relatieve gebruik van WMO voorzieningen ongewijzigd blijft loopt dat op naar 17.300 in 2025 en 17.900 in 2030. De onderliggende boodschap is dat de druk op WMO-middelen bij ongewijzigd beleid of beperkt succes in de transformatie nog toe zal nemen.

DATUM

ONS KENMERK

PAGINA

23 juni 2021

2100058621

7/9

Reactie van het college: Wij onderschrijven de analyse van de heer de Kruijf als het gaat om de toenemende vergrijzing en daardoor een toenemend te verwachten beroep op de Wmo. In de begrotingssystematiek wordt, evenals bij de loon- en prijscompensatie, jaarlijks gekeken naar de te verwachten volumegroei op basis van de demografische ontwikkeling voor het komende jaar, niet cumulatief voor de komende 4 jaar. Dit doen we omdat we de relatie leggen met de ontwikkeling van het gemeentefonds waarin ook jaarlijks de bijstelling plaatsvindt op basis van de actuele begroting van het Rijk (waar ook de zorguitgaven deel van uitmaken). De 0,3 miljoen euro is enerzijds gebaseerd op de uitgaven voor de Wmo maatwerkvoorzieningen (Ondersteuning huishouden, Begeleiding en hulpmiddelen) exclusief de Collectieve voorziening vervoer (CVV—vervoer, zijnde taxipassen) en anderzijds op de groei van de afgelopen 5 jaar. In de CBS cijfers die genoemd worden zijn deze aantallen wel meegenomen en dat vertekent bovenstaande redenering rondom de omvang van groei. De cliëntenpopulatie met een maatwerkvoorziening voor de 3 genoemde categorieën kende in 2020 ruim 9.700 cliënten (waarvan voor de huishoudelijke ondersteuning ruim 5.600 en bij de hulpmiddelen alleen de groep met een “nieuwe verstrekking”).

Dezelfde lijn van groei doortrekkend betekent dit een groei naar 10.300 cliënten in 2025 en 10.650 cliënten in 2030. Gebaseerd op gemiddelde kosten in Enschede voor deze 3 categorieën (3.300 euro) betekent dit voor 2022 een groei van 90 cliënten. Hier moet mede bij aangetekend worden dat de groei in de afgelopen jaren (exclusief de effecten van het abonnementstarief op ondersteuning huishouden) beïnvloed is door de effecten van het inrichten van algemene voorzieningen. Aanpassingen 2021 De kostendaling bij de participatiewet lijkt te passen in een al langer bestaande trend als gevolg van veranderingen in het stelsel van beschut werk. De meevaller in de bijstand is wat moeilijker beoordeelbaar, zij het dat er wel algemene beelden bestaan dat de doorwerking van de coronacrisis op werkgelegenheid in veel sectoren mee lijkt te vallen. Het college rapporteert een tegenvaller op personeel onder de noemer bedrijfsvoering van € 1,2 mln (p. 41 en 43). De toelichting is summier en onduidelijk blijft hoe deze bevinding zich verhoudt tot problemen met capaciteit die voor 2022 en verder zijn benoemd. Vanuit het perspectief van personeel is overigens ook opvallend dat in 2022 extra capaciteit voor een privacy-officer (nr. 17) is ingeraamd, maar dat die capaciteit na 2024 weer verdwijnt.

Het thema is tegen die tijd zeker niet weg, maar onduidelijk blijft of het college de genoemde functies nu structureel of incidenteel wil invullen. Reactie van het college: De 1,2 miljoen is ontstaan door een aantal oorzaken. Vervanging van personeel bij ziekte, improductieve uren gerelateerd aan Corona, extra inzet medewerkers 0 en 1 fase projecten, en structureel ongedekte kosten Cockpit. Omdat het deels gaat om structurele effecten zien we in de Zomernota een aantal dillema’s terugkomen die het structurele effect moeten opheffen (Cockpit, 0en 1 fase budget).

DATUM

ONS KENMERK

PAGINA

23 juni 2021

2100058621

8/9

Doordat het informatiebeveiliging- en privacybeschermingsdomein groeit en ook bewustwording op dit gebied toeneemt komt er meer werk op de organisatie af. Voor een goede borging van de privacybescherming is naast kennis van de AVG ook specifieke kennis van sectorale wet- en regelgeving nodig. Dat vraagt om een decentrale aanpak om de privacybescherming in alle domeinen van de gemeente te organiseren. Om te onderzoeken wat precies nodig is en hoe dit op een goede manier in te bedden in de werkwijze van de organisatie is het werk van specialisten op dit gebied, de zogeheten privacy-officers noodzakelijk. In eerste instantie is dit een tijdelijke invulling om te bezien hoe de bijbehorende taken uiteindelijk het beste in de bestaande werkwijzen opgenomen kunnen worden. Het liefst wil het College deze taak nu al structureel financieren, maar ziet daartoe, gegeven het huidige middelenkader, helaas nog geen ruimte. In de volgende Zomernota 2023-2026 zal dit punt opnieuw worden bezien. Tot slot valt op dat de technische wijzigingen moeilijk beoordeelbaar zijn. Wellicht is het een idee om na de technische wijzigingen overzichten op te nemen vergelijkbaar met wat in de gemeenterekening 2020 onder het programma ‘Vitaal en Sociaal’ op pagina 222 is opgenomen.

Dan is de aansluiting tussen oorspronkelijke begroting en begroting inclusief alle wijzigingen te volgen, zeker nu soms financieel zeer omvangrijke technische verschuivingen plaatsvinden. Reactie van het college: Het college neemt het advies ter harte en zal bij een volgende Zomernota beoordelen of de voorgestelde wijziging te realiseren is. Overige onderwerpen Tot slot nog enkele kleinere punten. Normaal gesproken blijft beleidsinhoud in een quick scan achterwege omdat daar vaak een politieke dimensie aan verbonden is. De door het college voorgestelde middelen voor zonne-energie op daken (nr. 13) is aanleiding om dit keer toch op beleidsinhoud in te gaan. Knelpunt bij de realisatie van de energietransitie is vaak de groep relatief arme eigenaren-bewoners. Zij hebben vaak de middelen niet om zelf woningverbeteringen aan te brengen . Woningcorporaties lopen daar vaak ook tegenaan bij rijtjes woningen waar sprake is van deels corporatiebezit en deels privé bezit. Vanuit een oogpunt van doelmatige inzet van middelen is een debat mogelijk over de doelgroepen voor wie aanleggen van zonnepanelen wordt gefaciliteerd. Reactie van het college: De aanpak voor zonne-energie op daken zal allereerst gericht zijn op grotere daken en terreinen zoals parkeerterreinen.

Het omschreven knelpunt van de beperkte mogelijkheden voor verduurzaming van mensen met beperkte financiële middelen zijn wij ons zeer bewust van. We gaan hiervoor een aanpak uitwerken voor zon op dak in samenhang met een 'ontzorgingsaanbod' om aardgasloos te worden of daar stappen in te zetten. Dat zal in samenhang gaan met maatregelen en instrumenten van de landelijke overheid. Bij het woondebat zullen we hier ook aandacht aan besteden.

DATUM

ONS KENMERK

PAGINA

23 juni 2021

2100058621

9/9

In de quick scan bij de gemeenterekening 2020 is een opmerking gemaakt over grondexploitaties en subsidies. Het college gaf aan dat risico op wegvallen van subsidies in de risico-analyse van het MPG is meegenomen. Ook nu komt in de zomernota het thema subsidie via het ondergronds brengen van een hoogspanningskabel opnieuw in beeld (nr. 34). Dit kan gekoppeld zijn aan grondexploitatie, maar hoeft niet. Meer in algemene zin valt op dat het rijk weer actiever is met geldstromen met subsidievoorwaarden (specifieke uitkeringen). Alert blijven en bewaken van doorlooptijden van subsidies gaat daarmee verder dan enkel kwesties rondom grondexploitaties. Reactie van het college: Het bewaken van de doorlooptijden van subsidies is inderdaad een onderwerp dat breder speelt dan bij grondexploitaties. Ook bij investeringen wordt veelvuldig gebruik gemaakt van subsidies. In samenwerking met het subsidiebureau worden de termijnen en voorwaarden bewaakt en periodiek besproken. Hoogachtend, Burgemeester en Wethouders van Enschede, de loco-Secretaris, de Burgemeester,

(E.A. Smit)

(dr. G.O. van Veldhuizen)

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=enschede&id=53b4e579-6d5b-4cc0-b39b-93c9d30cf874