CConstaterende datenschede
Koppel je AI →
Document · PDF

Brief aan de Raad

Stedelijke commissie - BESTUUR EN MIDDELEN 30 mei 2022, gemeente enschedeBij agendapunt: Reactie Quick scan Gemeenterekening 20215.207 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

POSTADRES

Postbus 20 7500 AA ENSCHEDE

BEZOEKADRES

Langestraat 24 TELEFOONNUMMER

Aan de Gemeenteraad

DATUM

ONS KENMERK

BEHANDELD DOOR

17 mei 2022

2200041752

G.H. Oude Nijhuis

UW BRIEF VAN

UW KENMERK

DOORKIESNUMMER

ONDERWERP

Reactie Quick scan Gemeenterekening 2021

Geachte leden van de Raad, Onlangs heeft dhr. de Kruijf op verzoek van de rekenkamercommissie en de rekeningencommissie een Quick scan uitgevoerd op de Gemeenterekening 2021 en zijn bevindingen in een rapportage uitgebracht. Wij stellen de QuickScan erg op prijs en bedanken dhr. de Kruijf en uw rekenkamer- en rekeningencommissie hiervoor, aangezien de Quick scan behulpzaam is en bijdraagt aan een verdere verbetering van de gemeenterekening. De bevindingen volgens de paragrafen 3 tot en met 5 van de QuickScan zijn hieronder integraal opgenomen, aangevuld met onze reactie.

Kernpunten 1. In de beleidsbrief van het college bij P&C documenten zou een oordelende uitspraak van het college over de ontwikkeling van de strategische doelen een bijdrage kunnen leveren aan focus in het politieke debat met uw raad. 2. Het gevoerde terughoudende grondbeleid en het grote aantal verkopen heeft er de afgelopen jaren toe geleid dat er vrijwel geen bouwlocaties meer beschikbaar zijn. Voorbereiding van nieuwe plannen kost tijd en de vraag is op welke manier knelpunten in bijvoorbeeld personele bezetting voor langere doorlooptijden gaan zorgen. 3. Overweeg in de paragraaf verbonden partijen ook inzicht te geven in regionale samenwerking die niet formeel als verbonden partij kwalificeert, denk aan zaken als regio-deals. 4. Overweeg meer inzicht te geven in begrote en gerealiseerde ambities in onderhoud aan kapitaalgoederen, ook voor kapitaalgoederen waar de gemeente indirect op is aan te spreken. 5. Overweeg bij grote projecten of beleidswijzigingen het college te vragen om kwetsbaarheden in de organisatie en of prioritering expliciet te maken. 6. Sociaal domein: denk na over nieuwe risico’s bij WMO en jeugdzorg en eventuele conflicterende gemeentelijke doelstellingen rondom werken en zorg.

DATUM

ONS KENMERK

PAGINA

17 mei 2022

2200041752

2 / 11

Hoofdthema’s In deze paragraaf is een toelichting op een aantal bredere beleidsthema’s opgenomen die aanleiding kunnen zijn om nadere vragen aan het college te stellen. Bij het terugblikken op de begroting 2021 en de huidige verantwoording bij de jaarstukken is er geen aanleiding om specifiek op punten uit de quick scan bij de begroting 2021 terug te komen.

Beleidsbrief Het college benoemt in de begroting 2019 vijf strategische opgaven voor de gemeente: goed bestuur, inclusieve samenleving, duurzame groene stad, talent aantrekken en vasthouden en bereikbaarheid van banen. Strategisch beleid kost tijd en effecten zijn niet altijd in eenvoudige indicatoren te benoemen. We zijn nu drie jaar verder in de tijd. De inleidende beleidsbrief van het college bij de jaarrekening 2021 heeft het karakter van een nogal financieel technische uiteenzetting over de resultaten in 2021, aangevuld met een enkele opmerking over de doorwerking van de corona-pandemie. Wanneer het college strategische doelen centraal stelt, zou het in de lijn der verwachting liggen om in de centrale boodschap die het college aan u meegeeft ook aandacht te besteden aan de voortgang rondom de strategische doelen van de gemeente. Daarmee is niet gezegd dat elk onderdeel van de strategische doelen in detail aandacht vraagt, maar wel de richting die het college signaleert in combinatie met eventuele kansen en bedreigingen. Dat kan vervolgens de basis zijn voor het politieke debat rondom inhoudelijke bijsturing of aanpassingen in de kort na de jaarrekening te publiceren kadernota. Reactie: Het college kan de verwachting op dit onderwerp goed plaatsen.

Voor deze specifieke jaarrekening geldt dat deze is ingestoken als een terugblik op het jaar 2021 en niet op de gehele collegeperiode. Desalniettemin is ons voornemen om voor de aanstaande nieuwe P&Ccyclus het via beleidsbrieven terugblikken op de stand van zaken van de opgaven een prominentere plaats te geven. De doelenboom voor de begroting, zoals die nu in voorbereiding is, kan daarbij helpen. Randvoorwaardelijk daarbij is dat, niet alleen in de beleidsbrief maar ook in de andere hoofdstukken van de P&C documenten, de opgaven een (meer) prominente plaats krijgen.

Grondexploitatie U ontvangt samen met de jaarrekening het zogenaamde Meerjarenperspectief Grondbeleid (MPG). Dat document is niet in de quick scan betrokken, maar de financiële resultaten 2021 staan samengevat wel in de jaarrekening 2021. Het college benoemt in de beleidsbrief bij de jaarrekening het afbouwen van grondexploitaties als een belangrijk resultaat. In 2021 is er boven verwachting veel grond voor woningbouw en bedrijventerreinen verkocht (zie paragraaf grondbeleid). Tegelijkertijd zijn er door terughoudend grondbeleid in de afgelopen jaren eind 2021 nauwelijks nog gemeentelijke grondposities over. Dat heeft tot gevolg dat er slechts beperkt mogelijkheden zijn om snel nieuwe woningen te bouwen. Op pagina 49 van de jaarrekening is in een overzicht over de voortgang van doelen wel inzichtelijk gemaakt dat de gemeente stappen zet om nieuwe bouwlocaties te ontwikkelen, maar die zijn nog in een beginstadium. Op pagina 160 in de paragraaf grondbeleid is terug te vinden dat het college via de strategische investeringsagenda ruimte wil maken voor nieuwe ontwikkelingen.

DATUM

ONS KENMERK

PAGINA

17 mei 2022

2200041752

3 / 11

Grondexploitatie en locatie-ontwikkeling zijn belangrijke instrumenten voor de economische ontwikkeling van de stad (p. 39 en 46) en het vasthouden van hoger opgeleide inwoners en daarmee onderdeel van de strategische agenda. Daarbij komt dat het college op p. 36 verwijst naar knelpunten in de personele bezetting van de organisatie waardoor taken in het fysieke domein niet zijn gerealiseerd. Dat alles, in combinatie met de landelijke ambities rondom woningbouw en knelpunten op de arbeids- en grondstoffenmarkt1, roept vragen op over de doorlooptijd die nodig is om de woningbouwambities van de gemeente te realiseren. Reactie: Na de stedelijke koers in 2012 hebben veel gemeenten, en ook Enschede, er voor gekozen om het grondbeleid vooral faciliterend in te vullen. Dit wil zeggen dat de gemeente vooral medewerking gaf aan initiatieven van derden en zelf geen nieuwe woningbouw of werklocaties tot ontwikkeling bracht. Gevolg hiervan is dat er slechts beperkt nieuwe woonlocaties tot ontwikkeling zijn genomen. De vraag naar woningen was en is er wel, waardoor de woningmarkt steeds krapper is geworden. Met de investeringsagenda poogt het college weer te komen tot een versnelling in de woningbouwontwikkeling door weer zelf meer de regie te nemen en weer actiever te worden op de grondmarkt. Gebiedsontwikkeling is echter een kwestie van de lange adem.

Na een periode van ruim 10 jaar van nauwelijks plannen en alleen maar afbouwen van de bestaande grondposities kost het tijd en capaciteit om de woningbouwproductie weer op te bouwen. Dit ook zeker in het licht dat de “oude” actieve grondexploitaties inmiddels uitverkocht zijn en de nieuwe grondexploitaties nog vooral in de planvorming zitten. De schaarste aan mensen, maar ook aan (bouw)materialen is hierbij een vertragende factor. Op pagina 155 in de paragraaf grondbeleid schrijft het college een toelichting op de manier waarop financiële resultaten in het grondbedrijf tot stand komen. Hier is landelijke regelgeving leidend. In het verleden was het zo dat gemeenten pas winst in de boeken opnamen wanneer een grondexploitatie volledig was afgerond en men zeker wist of er winst zou zijn. Dat mag niet meer. Ook als er voor een klein deel van een project verkoopresultaten zijn, moet de gemeente tegenwoordig winst nemen. Omdat grondexploitaties een lange doorlooptijd kennen is het uiteindelijke resultaat bij de start en in de beginfase van een grondexploitatie zeer onzeker. Om die reden blijven, eenvoudig gezegd, de financiële resultaten van een grondexploitatie binnen de budgetten van het grondbedrijf. Reactie: Deze stelling klopt, indien er winst wordt genomen wordt deze toegevoegd aan de reserve Grondbedrijf.

In het verleden is er voor gekozen om het Grondbedrijf administratief gezien in principe als een gesloten vat te laten functioneren. Dat betekent dat het Grondbedrijf zijn eigen broek moet ophouden en daarom vindt er verevening plaats van zowel winsten als verliezen via de reserve Grondbedrijf. De resultaten blijven derhalve altijd binnen het Grondbedrijf.

Regionale samenwerking Gemeenten werken soms vrijwillig, soms verplicht samen met buurgemeenten om diensten tot stand te brengen. Onderdeel van de wettelijk verplichte paragrafen in de jaarrekening is een paragraaf over de samenwerking van de gemeente met zogeheten verbonden partijen. In Twente is in het afgelopen jaar in de intergemeentelijke samenwerking het een en ander veranderd. De oude gemeenschappelijke regeling Regio Twente is opgeheven en opgesplitst in een gemeenschappelijke regeling rondom gezondheidszorg en een rondom recreatie. Een aantal andere taken van de voormalige Regio Twente zijn ondergebracht bij verschillende gemeenten. Zo voert Enschede namens de samenwerkingspartners de projecten van Twentse Kracht en het regionale IT-platform uit. 1 Zie bijvoorbeeld ook discussies over grenzen aan de capaciteit van electriciteitsnetwerken.

https://www.tubantia.nl/hengelo/hengelo-neemt-onder-druk-van-enexis-voorschot-op-aanlegzonneveld-op-boeldershoek~a2dd57aa/

DATUM

ONS KENMERK

PAGINA

17 mei 2022

2200041752

4 / 11

Daarnaast is er op rijksniveau een ontwikkeling gaande waar via zogenaamde regio-deals en convenanten middelen beschikbaar komen. Die middelen komen vaak bij individuele gemeenten terecht die vervolgens samen met de buurgemeenten over de besteding gaan. Hier is vanuit de verhoudingen tussen rijk en gemeenten kritiek op te leveren.2 Voor de samenwerkingsverbanden waarin de gemeente samenwerkt met zogenaamde verbonden partijen gelden allerlei regels over informatievoorziening daarover aan de raad. Voor deze quick scan is van belang dat daar waar een gemeente namens andere gemeenten taken uitvoert er sprake is van vormen van gemeentelijke samenwerking die niet aan de definitie van verbonden partijen voldoet. Dat bemoeilijkt de invloed van en het zicht op die activiteiten voor de gemeenteraad. Zo gold bijvoorbeeld al voor de taken rondom beschermd wonen die Enschede uitvoert, dat die taken niet zijn terug te vinden in de paragraaf verbonden partijen. Wellicht is dat in 2021 een vergissing aangezien in het jaarverslag op p. 65 staat dat er inmiddels voor deze taken een gemeenschappelijke regeling is opgericht. Reactie: Inderdaad heeft de raad al in december 2020 ingestemd met deelname aan de Centrumregeling Beschermd Wonen. Deze regeling zou starten per 1 januari 2022 maar is nu uitgesteld, omdat het nieuwe verdeelmodel voor Beschermd Wonen ook is uitgesteld naar 1 januari 2023.

In de paragraaf verbonden partijen in de Gemeenterekening 2021 had dit onder de actualiteiten moeten worden opgenomen. Meer in algemene zin is het te overwegen om de paragraaf verbonden partijen uit te breiden met een passage over de taken die Enschede in samenwerking met of namens andere gemeenten uitvoert zodat u op één plaats overzicht houdt over alle vormen van regionale samenwerking. Reactie: Zoals terecht wordt gesteld, kennen we als gemeente vele vormen van bestuurlijke samenwerking en afstemming: van formeel publiekrechtelijk of civielrechtelijk naar informeel met of zonder overeenkomst als basis. We zijn immers een netwerkende overheid. Samen werken we aan maatschappelijke opgaven. We hanteren de wettelijk verplichte lijn dat we de formele verbonden partijen opnemen in onze paragraaf verbonden partijen. Het opnemen van andere, niet wettelijk verplichte, vormen van samenwerking in de paragraaf verbonden partijen is een optie en we begrijpen de overweging van de rekenkamer ten dele. We zouden de opname van samenwerkingen willen beperken tot opname onder de beleidsprogramma’s. De drie regiodeals, waaraan we nu deelnemen zullen zeker terugkomen in de gemeentebegroting 2023, hoofdstuk 3.

Onderhoud kapitaalgoederen Onderdeel van de wettelijk verplichte paragrafen is een paragraaf waarin het college stiltstaat bij het onderhoud van het gemeentelijk bezit. Deze paragraaf krijgt voor het eerst bijzondere aandacht in een quick scan. Aanleiding is de wijze waarop het college rapporteert over de voorgenomen investeringen. In de quick scan bij de begroting 2022 waren investeringen in algemene zin een onderwerp van aandacht, vooral vanwege een mogelijk spanningsveld tussen ambities en doorlooptijd van realisaties. In de praktijk blijkt ieder jaar dat niet alle investeringsvoornemens zijn gerealiseerd.

2 Allers, M. A., Budding, G., Munneke, S., & Peters, K. (2022). Advies over het uitkeringsstelsel

tussen Rijk en provincies en gemeenten. Kamerstukken II 2021/22, 35925-VII, nr. 143, blg1022967. https://zoek.officielebekendmakingen.nl/blg-1022967 (pp 76-79).

DATUM

ONS KENMERK

PAGINA

17 mei 2022

2200041752

5 / 11

In de jaarrekening 2021 komt dit bij het onderdeel onderhoud kapitaalgoederen in zekere zin terug. Het college rapporteert voor verschillende groepen kapitaalgoederen (riool, parkeergarages, verlichting, etc.) wel de realisatie van uitgaven en investeringen. Wat ontbreekt is een vergelijking met de geraamde investeringen en wat dat betekent voor de kwaliteit van het onderhoud op termijn. Als geplande investeringen veel hoger lagen dan werkelijk gerealiseerd kan dat op termijn tot extra investeringen leiden door versterkte slijtage. Kern van de paragraaf onderhoud kapitaalgoederen is juist om dit soort risico’s inzichtelijk te maken. De inhoud is nu globaal: wat is het beleidskader en wat hebben we uitgegeven, maar niet wat is er niet gebeurd en wat betekent dat op termijn? Reactie: In de paragraaf onderhoud kapitaalgoederen wordt inzicht gegeven in de beheerplannen, de financiële vertaling en of er sprake is van achterstallig onderhoud. Wij voldoen hiermee aan de verslaggevingsvoorschriften Besluit Begroting en Verantwoording. Ten aanzien van de kapitaalgoederen van de gemeente Enschede is er geen sprake van achterstallig onderhoud. Als voorbeeld wordt de planning van het onderhoud, ter borging van de kwaliteit, per kwartaal (met externe begeleiding) geactualiseerd voor de parkeergarages.

Het geactualiseerde beleidsplan, dat door de raad wordt vastgesteld, is gebaseerd op de meerjarenplanning die totstandkomt door o.a inspecties van derden. De toereikendheid van de voorziening groot onderhoud is een jaarlijks aandachtspunt van de accountantscontrole. Bij de gemeentelijke panden wordt ook op basis van een meerjaren onderhoudsplanning (MJOP) het te verwachten onderhoud jaarlijks in beeld gebracht. Op basis van deze geraamde kosten wordt vanuit de exploitatie een dotatie gedaan in de onderhoudsvoorziening en wordt het onderhoud conform planning uitgevoerd. Naast de algemene opmerking over de voorgenomen investeringen vallen nog twee punten op. Het college benoemt op p. 133 dat de verantwoordelijkheid voor onderwijsgebouwen (primair en voortgezet onderwijs) bij de schoolbesturen ligt. Voor sportaccomodaties ligt de verantwoordelijkheid bij Sportaal. Formeel juridisch klopt dat. Maar wat gebeurt er wanneer nieuwbouw van scholen nodig is, de gemeente als tussenpersoon voor subsidies voor goed geventileerde gebouwen (p. 252) optreedt of wanneer Sportaal onvoldoende onderhoud aan sportaccomodaties verricht? Mogelijk komt het risico dan terug bij de gemeente; zeker in het geval van Sportaal omdat die organisatie wel op afstand staat, maar alleen voor Enschede werkt.

Overweeg of het wenselijk is om ook voor openbaar bezit waar de gemeente indirect op aanspreekbaar is te rapporteren over de kwaliteit van het onderhoud. Reactie: De gemeente is eigenaar van alle sportaccommodaties en sportparken en verhuurt deze aan Sportaal. Sportaal heeft de opdracht de accommodaties te exploiteren en is alleen verantwoordelijk voor klein dagelijks onderhoud. Er is regelmatig afstemming over het opdrachtgeverschap richting Sportaal en over het door de gemeente uit te voeren groot onderhoud. Momenteel wordt er vanuit de driehoeksverhouding sportbeleid-Sportaal-VFBE gewerkt aan een integraal accommodatiebeleid. Een belangrijk onderdeel hiervan is hoe te sturen op de kwaliteit van de sportaccommodaties. Schoolbesturen zijn als eigenaar verantwoordelijk voor hun schoolgebouwen. Dit betekent dat het beheer en onderhoud voor rekening van de schoolbesturen komt. Scholen hebben er belang bij om dit onderhoud goed te doen om zo leerlingen te behouden en te werven. In de wet is geregeld dat de gemeente verantwoordelijk is voor (de financiering van) nieuwbouw. In Enschede zijn veel oudere schoolgebouwen. Er is een IHP (Integraal Onderwijhuisvestingsplan) gemaakt waarin een planning staat voor nieuwbouw van de scholen voor primair, speciaal en voortgezet onderwijs in de komende 35 jaar.

DATUM

ONS KENMERK

PAGINA

17 mei 2022

2200041752

6 / 11

De Suvis regeling, de subsidieregeling voor ventilatie, kan alleen aangevraagd worden door de gemeente. Het schoolbestuur moet hiervoor een aanvraag aanleveren bij de gemeente, afdeling Subsidies die dit dan ‘doorsluist’. Omdat de gemeente geen eigenaar is van deze scholen zijn ze ook niet verantwoordelijk voor het onderhoud en beheer én hoeven hierin niet bij te dragen. De subsidie is gerelateerd aan het aantal leerlingen op de school en is maximaal 30% van de investering.

Organisatie In 2021 heeft de Rekenkamer een rapport gepubliceerd over een vanaf 2013 in gang gezet project naar een compacte en flexibele organisatie (CFO). Bij dat rapport horen aanbevelingen over het proces rondom dit project en ook over bijvoorbeeld strategische personeelsplanning en meegroeien met ontwikkelingen in de organisatie. Het college noemt dit Rekenkameronderzoek overigens niet in het jaarverslag 2021. In de paragraaf bedrijfsvoering en ook elders door de tekst heen zijn de nodige aanwijzingen te vinden dat er personele knelpunten in de organisatie zijn. Daarnaast voert het college ook in de paragraaf weerstandsvermogen een beduidend hogere post voor ICT-risico’s op. Indien de organisatie onvoldoende is toegerust voor het uitvoeren van de gevraagde taken, dan kan dat gevolgen hebben voor de doorlooptijd van projecten, kwaliteit van dienstverlening of de aandacht die nodig is voor individuele gevallen zoals benoemd in het rapport over de menselijke maat en uitgewerkt in de motie die daarover unaniem is aangenomen in de raad. De jaarrekening van de gemeente is vooral bedoeld om terug te kijken. Signalen over taken die niet uitgevoerd konden worden zijn wellicht ook voor toekomstige activiteiten van belang.

In die zin is het te overwegen om bij besluitvorming over grotere projecten of beleidswijzigingen het college te vragen een analyse te maken van de kwetsbaarheden in de organisatie die invloed kunnen hebben op projecten of beleidswijzigingen. Dat kan een basis zijn voor een politiek debat over prioritering van projecten in relatie tot de strategische agenda. Reactie: We onderschrijven volledig het punt van dhr. de Kruijf. Na jaren bezuinigen en pas op de plaats maken, komen er weer grote opgaven op de stad af. Dat vraagt veel van de organisatie. Tegelijkertijd zien we de komende jaren ook een forse pensioenuitstroom waarbij ook de nodige kennis de organisatie verlaat. In combinatie met de krappe arbeidsmarkt ligt hier een forse uitdaging. Met strategisch personeelsmanagement wordt momenteel in beeld gebracht waar zich personele knelpunten voor gaan doen en op welke wijze te anticiperen op de combinatie van forse pensioenuitstroom en krappe arbeidsmarkt. De start van de nieuwe raad is een natuurlijk moment om in gesprek te gaan over hoe de ambities van het gemeentebestuur zich verhouden tot wat dat van de organisatie vraagt.

Sociaal domein Ongeveer de helft van de gemeentelijke begroting3 gaat op aan taken in het sociaal domein, kort gezegd bijstand en begeleid werk, jeugdzorg en WMO. Onderstaande overzichten geven de ontwikkeling van de lasten in de jaarrekeningen vanaf 2015 voor verschillende onderdelen van het sociaal domein weer.

3 Grondexploitatie en reserves buiten beschouwing gelaten.

DATUM

ONS KENMERK

PAGINA

17 mei 2022

2200041752

7 / 11

Figuur 1 Lasten sociaal domein (jaarrekening) in € mln met werk en inkomen uitgesplitst € 250,000 € 200,000 € 150,000 € 100,000 € 50,000 € ,000

Bijstand 2015R

2016R

Beschut werk 2017R

2018R

WMO-Jeugd

2019R

2020R

2021R

Figuur 2 Lasten sociaal domein (jaarrekening) in € mln met WMO en jeugdzorg uitgesplitst € 250,000 € 200,000 € 150,000 € 100,000 € 50,000 € ,000

Centrumtaken WMO 2015R

2016R

WMO-overig 2017R

2018R

Jeugd 2019R

2020R

Bijstand/werk 2021R

In Figuur 1 zijn bijstand en beschut werk uitgesplitst en zijn de lasten voor WMO en Jeugdzorg opgeteld. In de Figuur 2 is het precies omgekeerd. Uit de grafieken zijn een paar zaken af te leiden. In de eerste plaats vertekent de ontwikkeling van de bijstand zich enigszins door inkomensregelingen rondom corona in 2020 en 2021. Het college geeft aan dat de feitelijke ontwikkeling van het aantal huishoudens met bijstandsgerechtigden daalt (p. 83) en verklaart dat door de ontwikkelingen op de arbeidsmarkt. Een andere verklaring zou kunnen zijn dat een deel van de doelgroep die bijstand ontvangt de pensioengerechtigde leeftijd bereikt en daardoor geen bijstand maar AOW gaat ontvangen. Uit de beschikbare toelichting is niet af te leiden hoe belangrijk die verklaring in het totaal van de ontwikkeling van de bijstand is. In de tweede plaats laten de lasten voor beschut werk een dalende tendens zien. Ook daar speelt uitstroom bij pensioengerechtigde leeftijd een rol. Reactie: Het verminderde aantal inwoners dat een bijstandsuitkering ontvangt komt inderdaad vooral door de ontwikkelingen op de arbeidsmarkt. Het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd speelt hierin een kleinere rol.

Het uitstroompercentage naar pensioen heeft – ondanks de oplopende pensioenleeftijd – weliswaar al jaren een stijgende tendens, van 5% in 2015 naar 8% in 2021, maar de ontwikkeling in de uitstroom naar werk en de instroom vanuit werk is veel bepalender. Voor de dalende lasten voor beschut werk is de uitstroom naar AOW wél de belangrijkste verklaring.

DATUM

ONS KENMERK

PAGINA

17 mei 2022

2200041752

8 / 11

Voor het sinds 2015 overgedragen takenpakket WMO en jeugdzorg zijn de ontwikkelingen anders. Het college benoemt de effecten van de beleidswijzigingen bij beschermd wonen in 2021 (p. 65) en dat is in de cijfers ook goed zichtbaar. Bij de overige WMO-taken en bij jeugdzorg is nog steeds sprake van een stijgende tendens in de lasten. Het college benoemt dat ook (p. 65 voor WMO en 64 voor jeugd). Ook in de quick scan bij de begroting 2021 is bij dit onderwerp stilgestaan, in het bijzonder bij de doelgroep 75+ in de WMO. Reactie: De vergrijzing, de langere levensverwachting en de extramuralisering leidt tot een groter beroep op de WMO. De verandering in de gemiddelde duur van het beroep op WMO zijn nog niet goed te duiden, mede door de impact van Corona. In 2020 zagen we een daling van de ondersteuning (individueel en groep), in 2021 is het gebruik hiervan gestegen. Op basis van de tekst in het programma “Vitaal en Sociaal” vallen een paar zaken op. De laatste tijd is er veel aandacht voor uit huis geplaatste kinderen. Dat thema is niet genoemd in dit jaarverslag. Reactie: In de jaarrekening wordt op pagina 69 en 70 in gegaan op jeugdigen die uit huis geplaatst zijn. Aanvullend daarop is het aantal jeugdigen met een vorm van verblijf (dus uithuisgeplaatsten) in 2021 tov 2020 gedaald. In Enschede is fors ingezet op meer begeleiding thuis en inzet op het gehele gezinssysteem.

Door samen met de ouders, kind(eren) en de hulpverleners aan tafel te gaan (Jeugdbeschermingstafels) wordt ook gezamenlijk bezien wat nodig is. Door met het gezin samen de woon- en financiele situatie te stabiliseren is er vaak meer mogelijk voor begeleiding in de thuissituatie. Ten tweede is er aandacht nodig voor jongvolwassenen. De coronacrisis heeft jongeren geraakt en er zijn regelmatig in de media berichten verschenen over overbelasting en motivatieproblemen. In een studentenstad zou zoiets mogelijk extra in beeld komen. Dat kan betekenen dat er nog meer beroep op WMO wordt gedaan dan alleen al door demografische ontwikkelingen plaatsvindt. Reactie: In 2020 zagen we een daling van de ondersteuning (individueel en groep), in 2021 is het gebruik hiervan sterk gestegen. We hebben nog onvoldoende zicht of deze stijging in bepaalde leeftijdsgroepen groter is dan in anderen. Voor ondersteuning op het gebied van geestelijke gezondheid geldt dat deze vorm van ondersteuning voor jong volwassenen onder de zorgverzekeringswet valt, we hebben geen inzicht in deze cijfers. Er is in de opgerichte taskforce jongeren veel contact met organisaties die in verbinding staan met jongeren, zoals scholen, welzijn, sport en wijkteams. De scholen en wijkteams hebben extra ingezet op aandacht voor kinderen en jongeren in een kwetsbare positie.

Er is inmiddels op het ROC ook extra inzet vanuit Mediant en Tactus gerealiseerd. Het ROC van Twente ervaart dat er dit schooljaar een andere generatie studenten binnenkwam op alle MBO-niveaus: een generatie die sociale vaardigheden mist, waardoor de sociale omgang met docenten en lesgeven moeilijker is. Het Bonhoeffer College heeft een enquête gedaan onder oud-leerlingen die nu op het MBO, HBO en WO studeren. Daar komt een beeld naar voren dat jongeren mogelijk te maken gaan krijgen met lange-termijn-effecten: collectieve vermoeidheid en angsten. De indicaties voor de Jeugdwet en de Jeugd-GGZ zijn op vso en vmbo min of meer gelijk gebleven, maar op havo en vwo zijn deze met 10-25% gestegen (bron: Ontwikkeltafel Onderwijs Zorg). We zien op bepaalde indicaties wel weer een daling. Met de UT is een nauwe samenwerking, voor jongeren met autisme, waardoor snel ondersteuning kan worden ingezet Ten derde noemt het college dat mantelzorg een belangrijk thema is (p. 90). Het college zegt daarbij te streven naar de groei van het aantal mantelzorgers. Elders benoemt het college dat de arbeidsparticipatie van de bevolking omhoog moet (p. 88). Dat kan spanningen oproepen: een burger kan niet en full-time werken en veel mantelzorg leveren.

DATUM

ONS KENMERK

PAGINA

17 mei 2022

2200041752

9 / 11

Reactie: Het achterliggende doel van het verhogen van de arbeidsparticipatie is de participatie in de samenleving = meedoen naar vermogen en het welbevinden van inwoners door ‘ertoe te doen’. Dat kan via betaald werk, maar mantelzorg is net zo goed een middel om de participatiegraad te verhogen. Desondanks hebben we aandacht voor een gezonde balans betaald werk-mantelzorg. Deze aandacht is breed en varieert van een mantelzorgtraining via het wijkteam, ondersteuning via het wijkteam, financiering mantelzorgcommunities en subsidieverlening aan externe partners om ondersteuning te bieden bij overbelaste situaties. Specifiek hebben we een afgelopen jaar een project uitgezet om het mantelzorgen (en hulp en ondersteuning daarbij) bij werkgevers op de agenda te krijgen/houden De drie hier genoemde thema’s vragen misschien aandacht in de beleidsontwikkeling.

Aandachtspunten voor het college In deze paragraaf zijn nog een paar kleinere, meer technische, thema’s genoemd die opvielen en waarbij het college kan afwegen om bij een volgend P&C document al dan niet actie op te ondernemen.

Ziektekostenverzekering De gemeente heeft een collectieve ziektekostenverzekering afgesloten voor mensen met een laag inkomen. Het college constateert dat in 2021 het aantal gebruikers van deze verzekering licht daalt (p. 85/86). Verzekeraars kunnen toelatingseisen stellen voor de aanvullende verzekering. Dat kan een belemmering zijn voor overstappen naar een andere verzekeraar en daarmee een verklaring voor daling in het gebruik van deze voorziening in de gemeente. Reactie: Inwoners moeten aan een aantal voorwaarden voldoen om deel te kunnen nemen aan de collectieve zorgverzekering: hun inkomen mag niet hoger zijn dan 110% van het wettelijk sociaal minimum, of, voor het meest uitgebreide pakket (GV3), 120%. Men mag geen schulden hebben bij een andere zorgverzekeraar en men moet in Enschede wonen. Maar er is voor de aanvullende verzekeringen geen gezondheidscheck. Zowel de gemeente als Menzis vinden het erg belangrijk dat alle rechthebbenden gebruik kunnen maken van de collectieve ziektekostenverzekering. Er is geen sprake van toelatingseisen voor de aanvullende verzekeringen. Er wordt gebruik gemaakt van de “gelijk-over-regeling”. Inwoners hebben recht op dezelfde aanvullende verzekering als ze bij hun oude zorgverzekeraar hadden. De inwoners hebben keuze uit 3 pakketten.

We zien dat het aantal deelnemers aan GV1 en GV2 de afgelopen jaren licht daalt, maar ook dat het aantal deelnemers aan GV3 stabiliseert. Dit kan van meerdere factoren afhankelijk zijn. Het is nog onduidelijk waarom minder inwoners gebruik maken van GV1 en GV2. Wellicht speelt de coronacrisis hier ook mee. De cijfers van 2021 laten in ieder geval geen grote schommelingen ten opzichte van de voorgaande jaren zien. Binnenkort vindt een gesprek over dit onderwerp plaats met Menzis. In 2021 is een onderzoek naar de collectieve zorgverzekering afgerond. Uit dat onderzoek bleek o.a. dat de deelnemers passend verzekerd zijn en dat inwoners bij elk pakket een uitgebreide dekking hebben waardoor zij minder snel zorg zullen mijden. Verder is er een aantal aanbevelingen gedaan om de collectieve zorgverzekering nog effectiever te maken. Deze aanbevelingen worden voor de zomer aan uw raad gepresenteerd.

Weerstandsvermogen Het college benoemt in de paragraaf risicomanagement en weerstandsvermogen een beschikbare weerstandscapaciteit van € 87 mln (p. 115). Hoe dat cijfer precies aansluit op de post algemene reserve die volgens pagina 116 € 73,5 mln is, is in de jaarstukken moeilijk te achterhalen, ook niet door de staat van reserves te bestuderen. Iets meer toelichting zou hier behulpzaam zijn.

DATUM

ONS KENMERK

PAGINA

17 mei 2022

2200041752

10 / 11

Reactie: De samenstelling van de beschikbare weerstandscapaciteit van 87 miljoen euro is op pagina 116 van de gemeenterekening onder de kop ‘Beschikbare weerstandscapaciteit (Algemene reserve)’ toegelicht: De beschikbare weerstandscapaciteit na toevoeging van het jaarresultaat 2021 bedraagt in totaal 87,0 miljoen euro en bestaat uit de reserve weerstandsvermogen van 73,5 miljoen euro en de reserve grondbedrijf van 13,5 miljoen euro. De reserve grondbedrijf is daarbij niet meer voor de volle omvang van 26,3 miljoen euro meegenomen. Dit als gevolg van de nieuwe spelregel dat het surplus van 12,8 miljoen euro in de reserve grondbedrijf boven het niveau van de ratio grondbedrijf van 1,0 niet meer meetelt. Deze middelen zijn namelijk niet bedoeld voor het afdekken van risico’s buiten het grondbedrijf, maar wel voor investeringen in het grondbedrijf en deels ook voor de strategische investeringsagenda.

Schuldhulpverlening Het college constateert een daling in het aantal aanmeldingen bij de Stadsbank (p. 86/87). Als verklaring noemt het college dat inwoners minder contact hebben met maatschappelijke organisaties, mede als gevolg van corona. Tegelijkertijd is er nieuwe wetgeving die bepaalt dat partijen als woningcorporaties en energiebedrijven betalingsachterstanden actief bij gemeenten moeten melden met als doel preventie. Dat thema komt alleen als constatering (p. 66) in de tekst voor. Het roept de vraag op hoe die nieuwe wetgeving dan in de praktijk in Enschede heeft uitgepakt. Reactie: Vanaf 1 januari 2021 is de vroegsignalering van betalingsachterstanden en schulden een wettelijke taak voor gemeenten. Met het ingaan van de wettelijke taak van vroegsignalering, moeten gemeenten op ontvangen signalen van een betalingsachterstand actie uitvoeren en hulp aanbieden. Hiervoor werken we samen met energiebedrijven, waterleveranciers, ziektekostenverzekeraars en woningcorporaties. We hebben de uitvoering van de wettelijk taak per januari 2021 conform de wet opgestart. We gaan proactief op huisbezoek als zich op één adres meerdere betalingsachterstanden voordoen. Als we een signaal over een enkele betalingsachterstand ontvangen benaderen we inwoners daar in eerste aanleg schriftelijk over, waarbij we inwoners onze ondersteuning aanbieden bij het vinden van passende hulp.

Daar waar inwoners op ons aanbod ingaan kan de geboden ondersteuning variëren. Het kan bijvoorbeeld gaan om een zogenaamde quickfix (helpen bij een betalingsregeling), maar ook bijvoorbeeld tot doorverwijzing aan het voorliggende veld of aan de Stadsbank. Daarmee is de wettelijke taak op de vroegsignalering een aanvulling in het geheel van instrumenten om mensen te ondersteunen met het risico op problematische schulden.

Tussentijdse begrotingswijzigingen De oorspronkelijke begroting 2021 exclusief inzet reserves (€ 722 mln lasten) ligt veel dichter bij de realisatie 2021 (€ 708 mln lasten) dan de begroting na herziening (€ 759 mln lasten). Voor sommige begrotingsposten zijn aanpassingen plausibel, maar voor andere roept een begrotingsaanpassing vragen op. Zo viel op dat in het programma Duurzaam Wonen, Leven en Werken tussentijds op de post verkeersinfrastructuur (p. 210) € 3 mln is toegevoegd, terwijl vervolgens blijkt dat dit niet wordt gerealiseerd door langere doorlooptijd van projecten (p. 221). Het roept de vraag op of een dergelijke begrotingsaanpassing op voorhand realistisch is geweest, zeker ook in de context van paragraaf 4.2 over grondbeleid en paragraaf 4.5 over de organisatie wat is gezegd over knelpunten in capaciteit Reactie: In de gemeentebegroting wordt de raad gevraagd in te stemmen met vervangingsinvesteringen per jaarschijf. Voor deze investeringen is dekking beschikbaar in de kapitaallastenbudgetten van de programma's.

DATUM

ONS KENMERK

PAGINA

17 mei 2022

2200041752

11 / 11

Voor mobiliteit geldt een andere afspraak en autoriseert de gemeenteraad op een later moment aan het begin van het begrotingsjaar afzonderlijk de aanvraag mobiliteitsprojecten en meerjarige doorkijk. Wij hopen dat deze reactie bijdraagt aan een zorgvuldige en goede inhoudelijke behandeling van de gemeenterekening 2021 in uw raad. Hoogachtend, Burgemeester en Wethouders van Enschede, de loco-Secretaris, de Burgemeester,

(E.A. Smit)

(R.W. Bleker)

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=enschede&id=17485d25-345d-42ad-aa9f-9a0ac65741c1