Bp. Zoglandweg 10_Toelichting
Tekst van het document
Toelichting Bestemmingsplan Zoglandweg 10
Status: Vastgesteld
Zoglandweg 10
Inhoudsopgave
Toelichting
3
Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding bestemmingsplan 1.2 Ligging en begrenzing plangebied 1.3 Geldende juridische regelingen 1.4 Wettelijk kader 1.5 Adviezen, vooroverleg en procedure
3 3 3 4 5 6
Hoofdstuk 2 Planologisch beleidskader 2.1 Ruimtelijk beleid en regels van het Rijk 2.2 Ruimtelijk beleid en regels van de provincie Overijssel 2.3 Gemeentelijk ruimtelijk relevant strategisch beleid
8 8 9 12
Hoofdstuk 3 Gebiedsbeschrijving 3.1 Ontstaansgeschiedenis 3.2 Huidige situatie plangebied 3.3 Cultuurhistorie
16 16 16 18
Hoofdstuk 4 Planbeschrijving 4.1 Aspecten kwaliteitsverbetering 4.2 Nieuw te realiseren woning 4.3 Ladder Duurzame Verstedelijking (artikel 3.1.6, 2e lid Bro) 4.4 Welstand en beeldkwaliteit 4.5 Duurzaamheid
19 19 21 22 22 23
Hoofdstuk 5 Omgevingsaspecten 5.1 Milieu 5.2 Water 5.3 Natuur
26 26 31 33
Hoofdstuk 6 Juridische planopzet 6.1 Algemeen 6.2 Indeling planregels 6.3 Beschrijving van het plan 6.4 Handhaving
36 36 36 37 44
Hoofdstuk 7
45
2
Economische uitvoerbaarheid
bestemmingsplan Zoglandw eg 10 (vastgesteld)
Toelichting Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding bestemmingsplan
Het perceel aan de Zoglandweg 10 heeft de bestemming Wonen met de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - agrarische woning'. Binnen deze bestemming is één woning toegestaan en de aanduiding heeft tot gevolg dat agrarische opstallen konden blijven staan ten tijde van vaststelling van het vigerende bestemmingsplan. Bij de gemeente is een verzoek ingediend voor een rood-voor-rood ontwikkeling voor dit perceel. Initiatiefnemers willen de (voormalige) agrarische opstallen slopen en daarvoor in de plaats een nieuwe woning op dit perceel terugbouwen. Ten tijde van de aanvraag voor rood-voor-rood, waren de (voormalige) agrarische opstallen nog aanwezig. Vanwege de veiligheid op het perceel en ten behoeve van de uitvoering van het bodemonderzoek zijn de opstallen ten tijde van de vaststelling van dit bestemmingsplan (deels) gesloopt. Voorliggend plan is opgesteld om de gewenste rood-voor-rood ontwikkeling juridisch-planologisch mogelijk te maken. Voorliggende toelichting geeft aan dat de gewenste ontwikkeling ruimtelijk verantwoord en uitvoerbaar is.
1.2
Ligging en begrenzing plangebied
Het gebied waarop het bestemmingsplan “Zoglandweg 10” betrekking heeft betreft het perceel Zoglandweg 10 dat is gelegen in het buitengebied van de gemeente Enschede. Het plangebied ligt ten noordoosten van de kern Enschede en de kern Lonneker. De grens van het plangebied wordt aan de westzijde gevormd door de Zoglandweg met aan de overzijde van de weg het perceel Zoglandweg 9, aan de noordzijde door een groenstrook met waterloop en aan oost- en zuidzijde wordt het plangebied begrensd door agrarische gronden. Afbeelding 1.1 geeft de globale ligging en begrenzing van het plangebied weer.
bestemmingsplan Zoglandw eg 10 (vastgesteld)
3
Afbeelding 1.1: glob ale ligging en b egrenzing plangebied
1.3
Geldende juridische regelingen
1.3.1
Buitengebied Noordwest
Het plangebied is gelegen binnen het bestemmingsplan "Buitengebied Noordwest" dat is vastgesteld door de gemeenteraad van Enschede op 9 november 2015. Binnen dit bestemmingsplan heeft het plangebied de bestemming "Wonen" met de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - agrarische woning', de dubbelbestemming 'waterstaat - intrekgebied' en de gebiedsaanduiding 'archeologische onderzoeksgebied b'. Het plangebied heeft één bouwblok waardoor in het plangebied één woning is toegestaan. Dit betreft de bestaande woning. Afbeelding 1.2 geeft een uitsnede weer van het vigerende bestemmingsplan:
4
bestemmingsplan Zoglandw eg 10 (vastgesteld)
Afbeelding 1.2: Uitsnede vigerend b estemmingsplan Buitengebied Noordwest 1.3.2
Paraplubestemmingsplannen
Nadat het bestemmingsplan "Buitengebied Noordwest" is vastgesteld, zijn er nog een paar parapluplannen voor (onder andere) het plangebied vastgesteld. Dit zijn de volgende plannen:
Parkeren Enschede, vastgesteld 13 maart 2019 Het "paraplu" bestemmingsplan Parkeren Enschede, regelt dat de beleidsregel 'Parkeernormennota Enschede 2017' van toepassing is op (bijna) de hele gemeente, waaronder het plangebied. De relevante regels zijn doorvertaald in voorliggend plan. De werking van het bestemmingsplan "Parkeren Enschede" vervalt met de inwerkingtreding van voorliggend bestemmingsplan voor het plangebied.
Buitengeb ied - zonnepanelen, vastgesteld 2 juli 2018 Het "paraplu" bestemmingsplan Buitengebied - zonnepanelen regelt dat zonnepanelen op het maaiveld in het buitengebied mogelijk worden gemaakt. De relevante regels zijn doorvertaald in voorliggend plan. De werking van het bestemmingsplan "Buitengebied - zonnepanelen" vervalt met de inwerkingtreding van voorliggend bestemmingsplan voor het plangebied.
Cultuurhistorie, vastgesteld 6 feb ruari 2017 Het bestemmingsplan "Cultuurhistorie" geeft een planologisch-juridische regeling voor cultuurhistorisch erfgoed. Sinds 1 januari 2012 geldt de wettelijke verplichting om in een bestemmingsplan aan te geven hoe in dat plan rekening is gehouden met cultuurhistorisch erfgoed. Het plangebied heeft in dit bestemmingsplan geen specifieke aanduiding, waardoor bij voorliggend plan geen rekening hoeft te worden gehouden met dit bestemmingsplan.
1.4
Wettelijk kader
Het wettelijk kader van een bestemmingsplan is de Wet ruimtelijke ordening (hierna Wro) en het Besluit ruimtelijke ordening (hierna Bro).
Wet ruimtelijke ordening (Wro) De Wro schrijft voor dat de gemeenteraad "voor het gehele grondgebied van de gemeente een of meer bestemmingsplannen vaststelt, waarbij ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening de bestemming van bestemmingsplan Zoglandw eg 10 (vastgesteld)
5
de in dat plan begrepen grond wordt aangewezen en met het oog op die bestemming regels worden gegeven". Besluit ruimtelijke ordening (Bro) In het Bro is geregeld hoe een bestemmingsplan en andere ruimtelijke plannen er uit moeten zien, wat vastgelegd moet worden en wat meegewogen moet worden (artikelen 3.1.2 t/m 3.1.7 en artikelen 3.2.1 t/m 3.2.4 Bro). In artikel 3.1.6 van het Bro is bepaald dat elk bestemmingsplan vergezeld gaat van een toelichting. In de toelichting moet worden vermeld wat de uitkomsten zijn van onderzoeken over ecologie/flora/fauna, hoe het is gesteld met de waterhuishouding, of de Wet milieubeheer van toepassing is voor bijvoorbeeld een Milieu Effect Rapport (MER), of sprake is van archeologische/cultuurhistorische waarden, welke milieukwaliteitseisen wat betreft lucht, bodem, geluid bij het plan betrokken zijn en welk beleid van gemeente, provincie en Rijk een rol speelt. Een bestemmingsplan is daarom een juridisch ruimtelijk beleidsdocument, waarin de bestemming van de gronden met inbegrip van de daarop van toepassing zijnde gebruiks- en bouwregels en de daarop aanwezige bebouwing worden vastgelegd, maar waarin ook ruimtelijke ontwikkelingsmogelijkheden zijn opgenomen. Digitalisering Alle ruimtelijke plannen moeten voor iedereen digitaal beschikbaar en raadpleegbaar zijn. Daarvoor is een landelijke voorziening in het leven geroepen.
Er moet gewerkt worden via landelijk vastgestelde regels (artikel 1.2.1 en 1.2.2 Bro, nader uitgewerkt in de ministeriële Regeling standaarden ruimtelijke ordening). Kosten In de wet is bepaald dat de kosten voor het maken van een bestemmingsplan verhaald kunnen worden op de aanvrager. Die kosten worden vastgesteld in een exploitatieplan, maar ze kunnen ook op een andere wijze verhaald worden bijvoorbeeld door het sluiten van een overeenkomst (afdeling 6.4 Wro).
1.5
Adviezen, vooroverleg en procedure
Adviezen Voorafgaand aan het in procedure brengen van een bestemmingsplan vragen burgemeester en wethouders aan het binnen het plangebied werkzame erkende wijkorgaan advies uit te brengen over het in voorbereiding zijnde bestemmingsplan. Dit is geen wettelijke procedurestap maar een binnen de gemeente Enschede gehanteerde werkwijze, die is vastgelegd in de Regeling Wijkorganen 2008 en nader uitgewerkt in de notitie Wijkorganen en Adviesafspraken. Binnen het plangebied van het bestemmingsplan “Zoglandweg 10” is het erkende wijkorgaan Stichting Dorpsraad Lonneker actief. De Dorpsraad is gevraagd schriftelijk advies uit te brengen. Op 29 oktober 2021 heeft de Stichting Dorpsraad Lonneker het volgende per e-mail aan ons kenbaar gemaakt en is daarmee akkoord gegaan met voorliggend plan: Ervan uitgaande dat het plan aan de regelgeving (o.a. rood voor rood) voldoet hebben we als Dorpsraad Lonneker geen b ezwaar tegen herziening van het bestemmingsplan. We vinden dat het een verbetering is t.o.v. de huidige situatie (mede gezien het ontwerp van de woning (schuurwoning)).
Vooroverleg In het Bro is voorgeschreven (artikel 3.1.1) dat burgemeester en wethouders voorafgaand aan het in procedure brengen van een nieuw bestemmingsplan overleg moeten plegen met de besturen van eventueel betrokken andere gemeenten, het waterschap, de provincie en met die diensten van het Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen die in het plan in het geding zijn. Van het wettelijke vooroverleg met Rijk en provincie kan in de praktijk in veel gevallen worden afgezien. De provincie Overijssel en het Rijk hebben beleid vastgesteld, waarin is bepaald dat zij een bestemmingsplan alleen nog voor vooroverleg willen ontvangen, indien dat bestemmingsplan ontwikkelingen
6
bestemmingsplan Zoglandw eg 10 (vastgesteld)
mogelijk maakt die raken aan bepaalde ruimtelijke belangen van de provincie of het Rijk. Het bestemmingsplan “Zoglandweg 10” maakt geen ontwikkelingen mogelijk waarbij ruimtelijke belangen van andere gemeenten, het waterschap Vechtstromen, de provincie Overijssel of het Rijk in het geding zijn. Daarom is voor dit bestemmingsplan afgezien van het plegen van vooroverleg.
Procedure Vooraankondiging Burgemeester en wethouders moeten burgers en anderen informeren over het voornemen een bestemmingsplan voor te bereiden op verzoek van een derde of uit eigen beweging. Dat voornemen wordt gepubliceerd in het gemeentelijk huis-aan-huisblad en op internet. In Enschede wordt geen gelegenheid geboden om zienswijzen hieromtrent naar voren te brengen (artikel 1.3.1 Bro). In dit geval is het voornemen om een nieuw bestemmingsplan genaamd “Zoglandweg 10” in voorbereiding te nemen, gepubliceerd in het gemeentelijk blad “Huis aan Huis" en op de website van de gemeente Enschede.
Terinzagelegging ontwerpplan In de Wro staat dat op de procedure van een bestemmingsplan de uniforme openbare voorbereidingsprocedure uit afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing is. Dit betekent dat het ontwerp van een bestemmingsplan gedurende een periode van zes weken ter inzage moet worden gelegd. Deze terinzagelegging biedt iedereen de mogelijkheid om gedurende die periode zienswijzen naar voren te brengen bij de gemeenteraad. De terinzagelegging is op 29 december 2021 gepubliceerd in de "Huis aan Huis", de Staatscourant en het Gemeenteblad en langs “elektronische weg”, dus internet.
Zienswijzen Het ontwerpbestemmingsplan heeft ter visie gelegen van 30 december 2021 tot en met 9 februari 2022. Binnen deze termijn kon een ieder zijn zienswijze kenbaar maken. Hiervan is geen gebruik gemaakt.
Rechtsb escherming Na vaststelling van het bestemmingsplan door de gemeenteraad staat voor belanghebbenden nog de mogelijkheid open om bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State beroep in te stellen tegen het bestemmingsplan.
bestemmingsplan Zoglandw eg 10 (vastgesteld)
7
Hoofdstuk 2
Planologisch beleidskader
2.1
Ruimtelijk beleid en regels van het Rijk
2.1.1
Nationale Omgevingsvisie (NOVI)
Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) vastgesteld als structuurvisie. De NOVI biedt een langetermijnperspectief op de ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland tot 2050. Met de NOVI geeft het kabinet richting aan de grote opgaven die het aanzien van Nederland de komende dertig jaar ingrijpend zullen veranderen. Denk aan het bouwen van nieuwe woningen, ruimte voor opwekking van duurzame energie, aanpassing aan een veranderend klimaat, ontwikkeling van een circulaire economie en omschakeling naar kringlooplandbouw. Alles met zorg voor een gezonde bodem, schoon water, behoud van biodiversiteit en een aantrekkelijke leefomgeving. De NOVI schetst een duurzaam toekomstperspectief voor de leefomgeving in Nederland in 2050.
Dit toekomstperspectief voor Nederland is: Een klimaatbestendige delta, waarbij Nederland beschermd is tegen de negatieve gevolgen van klimaatverandering, waterveiligheid (ook voor de laaggelegen gebieden in het westen) gegarandeerd is en voldoende zoetwater beschikbaar is van goede kwaliteit; Duurzaam, concurrerend en circulair: een toekomstbestendige en volledig circulaire economie zonder vervuilende manieren van produceren en consumeren, met een uitstekend vestigingsklimaat en een hoge kwaliteit van leven, met een zo goed mogelijke inpassing van duurzame energie in onze leefomgeving en slimme combinaties van functies zonder de risico's en milieunadelen te vergroten. Een economie die veel maatschappelijke winst oplevert in termen van banen, innovatie en nieuwe bedrijvigheid en exportmogelijkheden; Kwaliteit van leven in stad en dorp: met een aantrekkelijke woon- en leefomgeving en een goede verbondenheid van stad en land. De ontwikkelingen zijn gericht op kwaliteit, met gecontroleerde en doordachte groei waar dat nodig is, waardoor diversiteit in wonen, een stedelijk netwerk, prettige woonmilieus, met rust en ruimte maar ook vitale en leefbare regio's ontstaan. Nabijheid en betrouwbare verbindingen: een uitstekende bereikbaarheid wordt met een goede en betrouwbare infrastructuur gegarandeerd, waarbij wordt ingespeeld op locatiekeuzes voor wonen en werken (nabijheid).
De infrastructuur is onderdeel van een mobiliteitssysteem dat een meer divers patroon van mobiliteit veilig, robuust en duurzaam afhandelt. Luchthavens blijven belangrijk voor een sterk internationaal netwerk voor de lange afstanden. De uitdaging is om het vliegverkeer net als het goederenvervoer op een zo veilige, efficiënte en duurzame manier vorm te geven. Veilig en gezond, herkenbaar en natuurlijk: een veilig en gezond leven voor iedereen staat voorop. De leefomgeving nodigt uit om te bewegen, elkaar te ontmoeten en te ontspannen. Daarbij horen een goede milieukwaliteit, robuuste natuur, klimaatbestendigheid en voor iedereen goede toegang tot wonen, werken en voorzieningen. Het realiseren van een fysieke leefomgeving die dit toekomstperspectief mogelijk maakt, is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van alle overheden. In de NOVI benoemt het Rijk 21 nationale belangen voor het omgevingsbeleid, inclusief de opgaven en de rol van het Rijk in het realiseren van deze opgaven. Deze opgaven komen samen in vier prioriteiten. Deze prioriteiten vormen complexe, omvangrijke en dringende opgaven die voortkomen uit of samenhangen met grote transities. Deze prioriteiten zijn: 1. 2. 3. 4.
Naar een ruimte voor klimaat adaptatie en energietransitie; Naar een duurzaam economisch groeipotentieel; Naar sterke en gezonde steden en regio's; Naar een toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied;
Deze vier opgaven kunnen alleen in samenhang verder worden gebracht wanneer aandacht is voor thema's die hier dwars doorheen lopen, zoals omgevingskwaliteit, gezondheid, cultuurhistorie, klimaatadaptatie, water, bodem, (nationale) veiligheid en milieukwaliteit.
8
bestemmingsplan Zoglandw eg 10 (vastgesteld)
2.1.2
Besluit algemene regels ruimtelijke ordening en Besluit ruimtelijke ordening
De basis van juridische borging van de realisatie van de nationale belangen ligt in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) en het Bro. Het Barro is in werking sinds 2011 en bevat onderwerpen die van rijksbelang zijn, zoals defensie, de ecologische hoofdstructuur, de elektriciteitsvoorziening en toekomstige uitbreiding van het hoofd(spoor)wegennet. Per onderwerp bevat het Barro regels waaraan bestemmingsplannen moeten voldoen. Binnen drie jaar moet het onderwerp zijn opgenomen in een bestemmingsplan. 2.1.3
Toetsing bestemmingsplan aan beleid en regels van het Rijk
Voorliggend plan raakt geen rijksbelangen. Het Rijksbeleid vormt geen belemmering voor de vaststelling en uitvoering van voorliggend plan.
2.2
Ruimtelijk beleid en regels van de provincie Overijssel
2.2.1
Omgevingsvisie Overijssel
Het ruimtelijk beleid van de provincie Overijssel staat vooral in de Omgevingsvisie en Omgevingsverordening. Op 12 april 2017 hebben Provinciale Staten van Overijssel een herziening van de visie en verordening vastgesteld en op 1 mei 2017 zijn deze in werking getreden. Na 2017 heeft een aantal aanpassingen plaatsgevonden. Voorliggend plan is getoetst aan de geconsolideerde versie van de verordening van 3 maart 2021 en geconsolideerde visie van 18 mei 2021. De Omgevingsvisie is een integrale visie waarin de beleidsambities en doelstellingen staan die van provinciaal belang zijn voor de ontwikkeling van de fysieke leefomgeving van Overijssel. Het uitgangspunt is gericht op het jaar 2030. De visie biedt kaders in de vorm van ontwikkelingsperspectieven voor de groene omgeving en stedelijke omgeving. Daarbinnen krijgen gemeenten, waterschappen, maatschappelijke organisaties en andere initiatiefnemers mogelijkheden om ruimtelijke ontwikkelingen te realiseren. De hoofdambitie van de visie is, net als in de oorspronkelijke omgevingsvisie van 2009, een toekomstvaste groei van welvaart en welzijn met een verantwoord beslag op de beschikbare natuurlijke hulpbronnen en voorraden. De opgaven en kansen waar de provincie Overijssel voor staat zijn vertaald in centrale beleidsambities voor negen beleidsthema’s.
Deze benadert zij vanuit de drie overkoepelende 'rode draden': duurzaamheid, ruimtelijke kwaliteit en sociale kwaliteit.
Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Om te bepalen of een initiatief bijdraagt aan de ambities, gebruikt de provincie het Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel. In dit uitvoeringsmodel staan de stappen of, waar en hoe centraal. Bij een initiatief kan aan de hand van deze drie stappen bepaald worden of een initiatief binnen de geschetste visie voor Overijssel mogelijk is (generieke beleidskeuzes), waar het past (ontwikkelperspectieven) en hoe het uitgevoerd kan worden (gebiedskenmerken). In afbeelding 2.1 is het uitvoeringsmodel weergegeven. Vervolgens zijn de niveaus toegelicht. De '“vishaak” met de drie niveaus uit de Omgevingsvisie van 2009 is daarbij behouden gebleven. Boven het uitvoeringsmodel (in de paraplu) staan de rode draden en centrale beleidsambities weergegeven.
bestemmingsplan Zoglandw eg 10 (vastgesteld)
9
Afbeelding 2.1: Uitvoeringsmodel provincie
Generieke beleidskeuzes (of) Generieke beleidskeuzes vloeien voort uit beleid van EU, Rijk of provincie. Het zijn keuzes die bepalen of een ontwikkeling nodig is of mogelijk. De generieke beleidskeuzes zijn veelal normstellend. De herziene Omgevingsvisie maakt daarbij onderscheid in: Generieke beleidskeuzes voor heel Overijssel. Dit heeft zij gevat onder de 'Overijsselse ladder voor duurzame verstedelijking'. Dit is een nadere invulling van de nationale Ladder voor duurzame verstedelijking, die voor 'nieuwe stedelijke ontwikkelingen' verplicht moet worden doorlopen. De Overijsselse ladder geeft onder andere aan dat alle belangen die bij een ontwikkeling betrokken zijn, zorgvuldig tegen elkaar moeten worden afgewogen ('integraliteit'; is ook een eis uit het Bro). Ook wordt onder andere ingegaan op zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik (voorheen verwoord in de 'SER-ladder') en '(boven)regionale afstemming' (gemeenten moeten hun ruimtelijke ontwikkelingsplannen afstemmen met buurgemeenten om te voorkomen dat inefficiënte concurrentie tussen gemeenten ontstaat). Gebiedspecifieke beleidskeuzes, zoals aanduidingen voor grondwaterbeschermingsgebied, Natuurnetwerk Nederland (NNN) en Nationale Landschappen.
Ontwikkelingsperspectieven (waar) Na de toetsing aan de generieke beleidskeuzes komen de ontwikkelingsperspectieven aan de orde. In de Omgevingsvisie staan zes ontwikkelperspectieven beschreven: drie voor de groene en drie voor de stedelijke omgeving. Daarbinnen is nog een onderverdeling gemaakt. De ontwikkelperspectieven zijn flexibel voor de toekomst en geven richting aan wat waar ontwikkeld zou kunnen worden.
Gebiedskenmerken (hoe) Tot slot zijn de gebiedskenmerken van belang, die bestaan uit vier lagen (natuurlijke laag, laag van agrarische cultuurlandschappen, stedelijke laag en laag van de beleving). Voor elke laag gelden specifieke
10
bestemmingsplan Zoglandw eg 10 (vastgesteld)
kwaliteitsvoorwaarden en -opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. Het is de vraag 'hoe' een ontwikkeling invulling krijgt. In het resterende deel van deze paragraaf wordt nader ingegaan op de generieke beleidskeuzes, de ontwikkelingsperspectieven en de gebiedskenmerken. 2.2.2
Omgevingsverordening Overijssel
De hoofdlijnen van de Omgevingsvisie zijn juridisch geborgd in de Omgevingsverordening. Het gaat om de onderwerpen uit de visie die de provincie zo belangrijk vindt dat deze dwingend worden opgelegd. In de verordening staan algemene regels op het gebied van de ruimtelijke ordening, mobiliteit, milieu, water en bodem. De verordening als juridisch instrument om de doorwerking van provinciaal beleid af te dwingen, is beperkt tot die onderdelen van het beleid waarvoor de inzet van algemene regels noodzakelijk is om provinciale belangen veilig te stellen of om uitvoering te geven aan wettelijke verplichtingen. De Omgevingsverordening geeft regels aan gemeenten die bij het maken van bestemmingsplannen in acht genomen moeten worden. 2.2.3
Toetsing bestemmingsplan aan beleid en regels van de provincie Overijssel
2.2.3.1 Generieke b eleidskeuzes Voor voorliggend plan zijn de volgende artikelen uit de provinciale verordening van belang:
2.1.2 Principe van concentratie Bestemmingsplannen voorzien uitsluitend in woningbouw, aanleg van bedrijventerreinen voor lokaal gewortelde bedrijvigheid en het realiseren van stedelijke voorzieningen, met bijbehorende infrastructuur en groenvoorzieningen om te voldoen aan de lokale behoefte en de behoefte van bijzondere doelgroepen. Initiatiefnemers zijn tevens eigenaren van het perceel. Voorliggend plan wordt uitgevoerd voor lokale behoefte.
2.1.5 Ruimtelijke kwaliteit In de toelichting op b estemmingsplannen wordt onderbouwd dat de nieuwe ontwikkelingen die het bestemmingsplan mogelijk maakt, b ijdragen aan het versterken van de ruimtelijke kwaliteit conform de geldende gebiedskenmerken. In de regels bij dit bestemmingsplan is een inrichtingsplan gevoegd. In de regels is bepaald dat dit inrichtingsplan ook daadwerkelijk moet worden uitgevoerd. De uitvoering hiervan heeft een verbetering van de landschappelijke kwaliteit tot gevolg. Daarnaast zorgt het ervoor dat meer mensen van deze kwaliteit kunnen genieten, door de openstelling van een deel van het plangebied middels de aanleg van een wandelpad.
2.2.2 Realisatie nieuwe woningen Bestemmingsplannen en omgevingsvergunningen, als bedoeld in artikel 2.1 lid 1 onder c van de Wabo, voorzien uitsluitend in de mogelijkheid tot het realiseren van nieuwe woningen als de behoefte daaraan is aangetoond door middel van actueel onderzoek woningbouw. De realisatie van de nieuwe woning in het plangebied past binnen de gemeentelijke woonvisie. In de gemeentelijke woonvisie is de woningbouwbehoefte beschreven. 2.2.3.2 Ontwikkelingsperspectief Voorliggend plan ligt binnen het ontwikkelingsperspectief 'Wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap'. Het ontwikkelingsperspectief Wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap richt zich op het in harmonie met elkaar ontwikkelen van de diverse functies in het buitengebied. Aan de ene kant melkveehouderij, akkerbouw en opwekking van hernieuwbare energie als belangrijke vormen van landgebruik. Aan de andere kant gebruik voor natuur, recreatie, wonen en andere bedrijvigheid.
bestemmingsplan Zoglandw eg 10 (vastgesteld)
11
Bij voorliggend plan wordt een nieuwe woning aan het buitengebied toegevoegd. Daar tegenover staat de sloop van 850 m 2 voormalig agrarische opstallen. In de direct omgeving van het plangebied is geen (agrarisch) bedrijf gevestigd dat nadelen kan ondervinden van de ontwikkeling van de woning. Het perceel rond de woningen wordt landschappelijk ingepast en een deel van het perceel wordt opengesteld voor wandelaars. Voorliggend plan is een goed voorbeeld van een invulling van een perceel binnen het kleinschalig mixlandschap. 2.2.3.3 Gebiedskenmerken Zoals hiervoor aangegeven, zijn de gebiedskenmerken weergegeven in vier lagen. Deze lagen worden hierna beschreven: Natuurlijke laag; stuwwallen: De provincie heeft de ambitie om het eigen karakter van de stuwwallen te behouden en versterken. De inzet is het reliëf daarbij ruimtelijk beeldbepalend te laten zijn. Laag van het agrarisch cultuurlandschap; Jong heide- en broekontginningslandschap: De dragende structuren van jong heide- en broekontginningslandschap worden gevormd door landschappelijk raamwerken van lanen, bosstroken en waterlopen, die de rechtlijnige ontginningsstructuren versterken. Binnen deze raamwerken is ruimte voor verdere ontwikkeling van bestaande erven en soms de vestiging van nieuwe erven, mits deze een stevige landschappelijke jas krijgen.
Stedelijke laag; geen specifieke aanduiding: Deze laag is niet van belang. Laag van b eleving; geen specifieke aanduiding: Deze laag is niet van belang. Met het inrichtingsplan wordt rekening gehouden met de kenmerken van het plangebied en de omgeving. Waar mogelijk wordt aangesloten bij de gebiedskenmerken.
Conclusie: Geconcludeerd kan worden dat de in dit voorliggende bestemmingsplan besloten ruimtelijke ontwikkeling in overeenstemming is met het in de Omgevingsvisie Overijssel 2017 verwoorde en in de Omgevingsverordening verankerde provinciaal ruimtelijk beleid
2.3
Gemeentelijk ruimtelijk relevant strategisch beleid
Deze paragraaf bevat een korte beschrijving van het algemene ruimtelijke relevante beleid van de gemeente Enschede. De inhoud van deze toelichting is zodanig opgebouwd dat eerst algemene informatie aan de orde komt en vervolgens onderwerpen die specifiek aan dit bestemmingsplan zijn toegeschreven. Het sectorale beleid wordt daarom verderop in deze toelichting behandeld. 2.3.1
Toekomstvisie Enschede 2020 en uitwerkingsvisies
De gemeenteraad heeft op 17 december 2007 de Toekomstvisie Enschede 2020 vastgesteld, waarin de hoofdlijnen en doelstellingen voor het gemeentelijke beleid tot 2020 staan. Het document geeft richting aan het beleid, dat nader uitgewerkt wordt in andere beleidsstukken. De ruimtelijk relevante aspecten van de hoofdlijnen en beleidsdoelstellingen in de Toekomstvisie zijn uitgewerkt in de Herijking van de Ruimtelijke Ontwikkelingsvisie, die op 22 juni 2009 door de gemeenteraad is vastgesteld. Integraal onderdeel hiervan is een visie op de binnenstad (Binnenstadsvisie) en mobiliteit (Mobiliteitsvisie). Vervolgens is de inhoud van het document Herijking RO-Visie, Binnenstadsvisie inclusief Mobiliteitsvisie ruimtelijk vertaald in de Structuurvisie Enschede, die in één van de volgende paragrafen aan de orde komt.
12
bestemmingsplan Zoglandw eg 10 (vastgesteld)
2.3.2
Stedelijke Koers
Onder de noemer "Stedelijke Koers" heeft de gemeenteraad op 24 september 2012 ingestemd met een andere koers voor Enschede. Dat was nodig omdat vraag en aanbod in de vastgoedmarkt op het gebied van wonen, bedrijventerreinen en kantoren flink uit balans zijn. De maatschappij is veranderd. Het aantal projecten, de ambities en de plannen in Enschede die werden voorbereid en uitgevoerd pasten niet meer bij de huidige en toekomstige vraag. Om dit terug te brengen naar een realistisch aanbod heeft de gemeenteraad gekozen voor de plannen en projecten die het meest waardevol zijn voor de toekomst van Enschede en die de economie van Enschede en de regio zoveel mogelijk stimuleren. De financiële uitwerking hiervan vond plaats tijdens de behandeling van de Programmabegroting op 12 november 2012. In Enschede zullen niet alleen minder woningen worden gebouwd, maar ook andere soorten: minder appartementen en meer woningen met een tuin. De prognose voor de verkoop van grond voor bedrijventerreinen wordt naar beneden bijgesteld. Voor de kantorensector wordt naast verlagen van het aantal te bouwen kantoren ook gekeken naar hergebruik van bestaande kantoren, omdat er sprake is van leegstand. 2.3.3
Richting aan Ruimte
Op 5 april 2016 hebben burgemeester en wethouders van Enschede 'Richting aan Ruimte' (RAR) vastgesteld. Dit is een richtinggevend ontwikkelingskader waarin wordt verduidelijkt hoe Enschede omgaat met de programmering. Niet langer de kwantitatieve aspecten staan centraal maar er wordt gestuurd op kwaliteit. Daarbij wordt gekeken naar de totale stedelijke programmering maar ook naar de behoefte van het gebied. Een integrale afweging van alle relevante belangen (o.a. ruimtelijke kwaliteit, duurzaamheid, economie, welzijn) op basis van het 'RAR-kompas' leidt uiteindelijk tot een besluit over de (on)wenselijkheid van een nieuw ruimtelijk initiatief. Ongewijzigd onderdeel van het integrale afwegingskader is het 'versterken vanuit het hart'.
afbeelding: het 'RAR kompas'
2.3.4
Structuurvisies
De Wro verplicht iedere gemeente om voor het hele grondgebied één of meer structuurvisies vast te stellen voor een goede ruimtelijke ordening. Een soortgelijke verplichting geldt ook voor de provincies en het Rijk. In een gemeentelijke structuurvisie staan de hoofdlijnen van de voorgenomen ontwikkeling van dat gebied en de hoofdzaken van het ruimtelijk beleid. De structuurvisie bevat ook een uitvoeringsparagraaf waarin de raad aangeeft via welke instrumenten en bevoegdheden de voorgenomen ontwikkeling gerealiseerd zal kunnen worden.
bestemmingsplan Zoglandw eg 10 (vastgesteld)
13
Structuurvisie Enschede De gemeenteraad van Enschede heeft op 26 september 2011 de Structuurvisie vastgesteld. Hierin is het bestaande ruimtelijk beleid uit de hieronder genoemde gemeentelijke nota's opgenomen en met elkaar in relatie gebracht. Groenstructuur Actieplan, bevat de belangrijkste gemeentelijke ambities op het gebied van behouden en versterken van parken en groenstructuren; Beleidskader kleine windturbines, hierin zijn mogelijke locaties voor kleine windturbines aangewezen; Mobiliteitsplan 2004-2015, bevat de gemeentelijke ambities voor de verkeerscirculatie en bereikbaarheid van de stad. Hieruit zijn de belangrijkste verkeersprojecten voor auto, openbaar vervoer en fiets in de Structuurvisie opgenomen; Nieuwe Energie voor Enschede, bevat de gemeentelijke duurzaamheidsambities voor nieuwe ontwikkelingen, herstructurering en renovatie. Hierbij staat de reductie van CO2 centraal. Gids Buitenkans, bevat op basis van landschapstypologieën en -plekken het kwalitatieve kader voor ontwikkelingen in het buitengebied; Hotelnota, hierin zijn de ontwikkellocaties voor hotels aangewezen; Structuurvisie Luchthaven Twente en omgeving, bevat het ruimtelijke ontwikkelingskader voor de herontwikkeling van het terrein van de voormalige militaire vliegbasis Twente; Ruimtelijke Ontwikkelingsvisie 2001, bevat belangrijke gemeentelijke ontwikkellocaties en infrastructuurprojecten.
Hieruit zijn de nog actuele projecten en locaties in de Structuurvisie opgenomen; Ruimtelijke Ontwikkelingsvisie en Binnenstadsvisie 2009, bevat het actuele integrale kader voor ruimtelijke ontwikkeling, verkeer, economie en de ontwikkeling van de binnenstad; Ontwikkelingskader Horeca 2005-2015, hierin zijn de horecaconcentratiegebieden en horeca-ontwikkellocaties aangewezen. Met uitzondering van de Ruimtelijke Ontwikkelingsvisie 2001 zijn de individuele beleidsnota's nog steeds van kracht omdat deze meer bevatten dan wat is opgenomen in de Structuurvisie. In de Structuurvisie gaat het om de gewenste ruimtelijke ontwikkelingen voor de toekomst op het gebied van wonen, groen, economie, verkeer, milieu en gebiedsontwikkeling. Het doel van de Structuurvisie is het in samenhang presenteren van de hoofdlijnen van sectoraal of gebiedsgericht beleid. Het gaat om de hoofdlijnen van ruimtelijk beleid op de lange termijn, zodat er op projectniveau voldoende flexibiliteit is om in te kunnen spelen op veranderingen. De Structuurvisie is continu in ontwikkeling. Bij nieuwe gebiedsontwikkelingen en nieuw stedelijk beleid wordt de Structuurvisie aangevuld of nader uitgewerkt, zodat het een actueel strategisch en integraal kader vormt.
Sectorale en gebiedsgerichte structuurvisies In aanvulling op de eerder genoemde integrale Structuurvisie, heeft de gemeenteraad van Enschede ook diverse sectorale structuurvisies en een gebiedsgerichte structuurvisie vastgesteld. Hierin worden specifieke onderwerpen geregeld. Voor voorliggend plan zijn de volgende sectorale visies van belang. Woonvisie Op 12 maart 2012 is de Woonvisie Enschede 2025 vastgesteld. De Woonvisie vormt een nadere uitwerking van de Structuurvisie, specifiek toegespitst op de gemeentelijke beleidsdoelstellingen ten aanzien van het wonen.
Watervisie Op 27 mei 2013 is de Watervisie 2013-2025 vastgesteld. Deze sectorale structuurvisie richt zich op het samen met partners in de waterketen aanpakken van waterknelpunten in Enschede op het gebied van hemelwateroverlast, grondwateroverlast, grondwaterverontreiniging en waterkwaliteit. De Watervisie heeft twee sporen, het oplossen van knelpunten en het realiseren van een zestal waterambities. De op te lossen knelpunten zijn: Overbelasting van het rioolstelsel. Grondwateroverlast. Problemen met waterkwaliteit. 14
bestemmingsplan Zoglandw eg 10 (vastgesteld)
De Enschedese waterambities zijn: Daar waar het kan is het regenwater afgekoppeld van het gemengde riool. De beleving van de groene en blauwe kwaliteit van Enschede versterken door water zichtbaar te maken. Waterberging in de buitenruimte wordt zoveel mogelijk benut voor het opvangen van extreme regenbuien en om bij warme perioden de stad te verkoelen. De watergerelateerde component van de (woon)lasten blijft beheersbaar. Enschedeërs gaan bewuster met water om en zijn meer betrokken bij de watervoorzieningen in de stad. De waterpartners zorgen samen voor een goede waterkwaliteit en – kwantiteit in Enschede.
Gids Buitenkans De Gids Buitenkans 2014 (vastgesteld door de gemeenteraad op 11-11-2014) biedt een kader voor nieuwe ontwikkelingen in het buitengebied. De Gids vormt een toetsingskader om de wenselijkheid van initiatieven in het buitengebied te beoordelen. Hierbij wordt de 'weegschaal' gehanteerd: is er sprake van een evenwicht tussen privébelang van individuele bewoners en gebruikers van het buitengebied en het publieke belang? Hierbij dient de ontwikkeling te leiden tot een versterking van de ruimtelijke kwaliteit en een bijdrage te leveren aan het publieke en maatschappelijke belang. De weegschaal is gebaseerd op het gedachtegoed van de Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving (KGO). De rood-voor-rood regeling is een concrete uitwerking van de weegschaal gedachte. Voorliggend plan is daarom ook aan deze regeling getoetst. Rood-voor-rood is gebaseerd op het principe dat het afbreken van landschapsontsierende bebouwing het recht geeft op een bouwkavel. Hiervoor moet alle landschapsontsierende (voormalig agrarische) bebouwing worden gesloopt met een minimum van 850 m 2 en moet een investering in de landschappelijke kwaliteit worden gedaan. 2.3.5
Toetsing bestemmingsplan aan het gemeentelijk ruimtelijk relevant strategisch beleid
In de strategische beleidsdocumenten Toekomstvisie, Stedelijke Koers en de diverse structuurvisies zijn voor het plangebied van het bestemmingsplan "Zoglandweg 10" geen specifieke beleidsdoelstellingen of ontwikkelingsrichtingen benoemd met uitzondering van de rood-voor-rood regeling uit de Gids Buitenkans. Voorliggend plan voldoet aan de genoemde voorwaarden om de nieuwe woning te mogen realiseren. In hoofdstuk 4 wordt aangegeven hoeveel m 2 wordt gesloopt en op welke wijze een investering wordt gedaan in de ruimtelijke kwaliteit.
bestemmingsplan Zoglandw eg 10 (vastgesteld)
15
Hoofdstuk 3
Gebiedsbeschrijving
In dit hoofdstuk wordt een algemene beschrijving van de huidige situatie in het plangebied gegeven. Daarbij wordt ingegaan op de ontstaansgeschiedenis, de huidige situatie van het plangebied en op de aanwezige cultuurhistorische waarden in het plangebied. Doel is het aanreiken van een kader waaraan ontwikkelingen in de wijk of buurt kunnen worden getoetst.
3.1
Ontstaansgeschiedenis
Het plangebied is gelegen in het buitengebied ten noorden van de kern Lonneker en ten zuiden van het Haagsebos en wordt omgeven door agrarische gronden. De omgeving van het plangebied bestaat uit agrarische gronden met houtwallen/-singels en kleinere en grotere bosschages. In de directe omgeving van het plangebied zelf is sprake van open agrarische gronden met alleen houtwallen/-singels rond de bebouwde percelen, er is weinig wegbeplanting. Het perceel Zoglandweg 10 vormt samen met het perceel aan de overzijde van de Zoglandweg (Zoglandweg 9) een bebouwingseenheid in dit open gebied. Het perceel Zoglandweg 9 staat al op de kaarten van 1850 en was toen nog omgeven door heide. Rond 1900 lijkt ter plaatse van het plangebied een erf te ontstaan. De gronden direct rond dit erf zijn natte gronden en verder van het erf af ligt heidegrond. In de jaren '30 van de vorige eeuw zijn vrijwel alle heidegronden ontgonnen tot weidegronden. Afbeelding 3.1 komt uit het ervenconsulentenadvies van Het Oversticht en geeft een ontwikkeling van het plangebied en de omgeving weer.
Afbeelding 3.1: Ontwikkeling plangeb ied en omgeving 1850-1950
3.2
Huidige situatie plangebied
De huidige bebouwing in het plangebied is in de jaren '70 ontwikkeld. Op het erf staat de bedrijfswoning met daaraan vast een schuur (met een kop-hals-rompkoppeling) en drie losse schuren. De (voormalige) bedrijfswoning staat aan de zuidzijde van het erf, haaks op de Zoglandweg. Ten noorden van de woning, ook haaks op de Zoglandweg, staan twee voormalige varkensstallen. Aan de achterzijde van het perceel (ten oosten van de twee varkensstallen) staat nog een schuur. Het erf rond de bebouwing is grotendeels verhard. aan de noordzijde van het perceel vormt een houtwal de afscheiding van het erf. Afbeelding 3.2 geeft de huidige inrichting van het plangebied weer. Op deze afbeelding is tevens het erf aan de overzijde van de Zoglandweg weergegeven, dit perceel vormt samen met het plangebied een ruimtelijke eenheid.
16
bestemmingsplan Zoglandw eg 10 (vastgesteld)
Afbeelding 3.2: Luchtfoto met huidige situatie plangebied en naastgelegen perceel
Op het perceel heeft een beoordeling plaatsgevonden over de kwaliteit en het aanzicht van de gebouwen. Daaruit is gebleken dat de drie losse schuren landschapsontsierend zijn. Dit zijn de schuren 2, 3 en 4 op afbeelding 3.3. Schuur 2 heeft een oppervlakte van 221 m 2, schuur 3 een oppervlakte van 279 m 2 en schuur 4 een oppervlakte van 277 m 2. Schuur 3 en 4 zijn aan elkaar gebouwd. De constructie die zorgt voor de verbinding is tevens als landschapsontsierend aangemerkt en heeft een oppervlakte van ongeveer 76 m 2. In totaal staat op het perceel 853 m 2 aan landschapsontsierende bebouwing. De rundveestal die is gekoppeld aan de bedrijfswoning (schuur 1 op afbeelding 3.3) is vanwege het rustige totaalbeeld, de locatie op het erf en de vorm van het gebouw niet als landschapsontsierend aangemerkt.
bestemmingsplan Zoglandw eg 10 (vastgesteld)
17
Afbeelding 3.3: Nummering schuren b ij b eoordeling landschapsontsierende gebouwen
3.3
Cultuurhistorie
Monumenten en overige cultuurhistorisch waardevolle elementen in het plangebied In het plangebied staan geen rijks- en/of gemeentelijke monumenten. Tevens zijn er geen andere waardevolle cultuurhistorische elementen in het plangebied aanwezig.
Archeologisch erfgoed in het plangebied Het plangebied heeft volgens de gemeentelijke archeologische beleidskaart een hoge en middelhoge verwachtingswaarde. Dit heeft tot gevolg dat werkzaamheden die leiden tot een verstoring van de ondergrond op een diepte van meer dan 50 cm en een oppervlakte van meer dan 2500 m 2 niet zijn toegestaan zonder dat onderzoek is gedaan naar eventueel aanwezige waarden.
Beschermwaardige bomen in het plangebied De bescherming van bomen is geregeld in de Verordening kwaliteit leefomgeving (Vkl). Op het bij de Vkl behorende bomenoverzicht zijn de beschermde bomen en boomgroepen weergegeven, voor het vellen waarvan in ieder geval een omgevingsvergunning (kapvergunning) op grond van de Vkl is vereist. Op het bomenoverzicht zijn niet alle beschermde bomen weergegeven. Ook de gemeentelijke bomen die niet op het bomenoverzicht zijn weergegeven, zijn beschermd op grond van de Vkl. Het bij de Vkl behorende bomenoverzicht is een interactieve bomenkaart die is te raadplegen op de website van de gemeente Enschede.
18
bestemmingsplan Zoglandw eg 10 (vastgesteld)
Hoofdstuk 4
Planbeschrijving
Voorliggend plan bestaat uit de sloop van 853 m 2 aan landschapsontsierende bebouwing aan de Zoglandweg 10, het verwijderen van de erfverharding en het inrichten van het plangebied op zodanige wijze dat een kwaliteitsverbetering voor de omgeving optreedt. Ter compensatie van deze totale kwaliteitsverbetering kan initiatiefnemer een nieuwe (tweede) woning realiseren in het plangebied.
4.1
Aspecten kwaliteitsverbetering
De rood-voor-rood regeling heeft tot doel om verstening tegen te gaan in het buitengebied en om te zorgen voor een totale kwaliteitsverbetering van het betreffende perceel en de omgeving. Deze kwaliteitsverbetering op het perceel Zoglandweg 10 bestaat uit drie aspecten: 1. 2. 3.
sloop 853 m 2 aan landschapsontsierende bebouwing verwijdering erfverharding uitvoering inrichtingsplan
Sloop bebouwing De basis van een rood-voor-rood regeling is de sloop van minimaal 850 m 2 aan landschapsontsierende bebouwing. Bij voorliggend plan worden de gebouwen zoals aangeduid op afbeelding 3.3 met de nummers 2, 3, 4 en het tussenstuk tussen 3 en 4 gesloopt. In totaal wordt hiermee 853 m 2 gesloopt en wordt voldaan aan deze voorwaarde uit de rood-voor-rood regeling om in het plangebied een woning te realiseren. Met initiatiefnemer is in de overeenkomst geregeld dat de sloopmeters elders mogen worden ingezet als blijkt dat dit bestemmingsplan niet onherroepelijk wordt. Als dit bestemmingsplan wel onherroepelijk wordt, is het niet toegestaan om elders nog een bouwvlak te realiseren vanwege deze sloopmeters.
Verwijdering erfverharding In de huidige situatie is het overgrote deel van het erf verhard. Deze verharding is in het verleden aangebracht voor een goede bedrijfsvoering van het agrarisch bedrijf. Deze erfverharding wordt verwijderd. Mogelijk komt er nieuwe erfverharding terug rond de woningen. In vergelijking met de huidige hoeveelheid erfverharding is deze mogelijke nieuwe toevoeging nihil. Een vermindering van de verharding op het perceel zorgt voor een betere afwatering en de mogelijkheid voor het toevoegen van groen.
Inrichtingsplan Initiatiefnemer heeft door Het Oversticht een inrichtingsplan laten opstellen voor het plangebied. Het erfinrichtingsplan bestaat uit twee delen: 1. 2.
de woonpercelen achterliggende agrarische gronden.
1. woonpercelen De woonpercelen liggen ter plaatse van de huidige bestemming 'Wonen'. De bestaande (voormalige) bedrijfswoning met aangebouwde schuur blijft behouden. De gronden rond deze woning waar nu erfverharding aanwezig is, krijgen een groene inrichting. De groene inrichting wordt gerealiseerd door een tuin/bloemenweide ten oosten van de schuur, een boomgaard tussen de twee woningen en een moestuin ten oosten van de boomgaard. Deze boomgaard en moestuin zorgen voor de gewenste privacy bij beide woningen, maar zijn tevens een verbindende factor op het erf. De gronden rond de nieuwe woning worden ook ingericht als bloemenweide. Afbeelding 4.1 geeft de toekomstige inrichting van de gronden rond de woonpercelen weer.
bestemmingsplan Zoglandw eg 10 (vastgesteld)
19
Afbeelding 4.1: Toekomstige inrichting woonpercelen
2. Achterliggende agrarische gronden De achterliggende agrarische gronden (ten zuidoosten van de woonpercelen) zijn meegenomen in het inrichtingsplan. Voorliggend plan zorgt niet alleen voor een kwalitatieve verbetering van de woonpercelen, maar ook voor een recreatief aantrekkelijke inrichting van aangrenzende agrarische gronden. Deze gronden worden ingericht als een bloemrijk grasland met aan de rand de aanleg van een wandelpad. Aan dit wandelpad worden drie boomgroepen aangelegd en komt een bankje te staan bij één boomgroep. In de bloemenweide kunnen graspaden worden gemaaid. Deze inrichting zorgt voor een aantrekkelijk aanzicht voor de omgeving, maar ook voor aantrekkelijk recreatief medegebruik. Afbeelding 4.2 geeft de inrichting van de aangrenzende gronden weer.
20
bestemmingsplan Zoglandw eg 10 (vastgesteld)
Afbeelding 4.2: Toekomstige inrichting agrarische gronden
4.2
Nieuw te realiseren woning
Alle bovenstaande verbeteringen voor het perceel en de omgeving zorgen ervoor dat initiatiefnemers een nieuwe woning kunnen realiseren naast de bestaande woning. Zoals hiervoor aangegeven komt deze woning op het huidige erf, ten noorden van de bestaande woning met daartussen een boomgaard en moestuin. Ook de nieuwe woning wordt ingepast in het agrarisch landschap. Deze woning zal samen met de inrichting van het totale woonerf en de bestaande woning de uitstraling moeten krijgen van één agrarisch erf. Om dit effect te vergroten, wordt de woning gebouwd in de vorm van een schuur. Het exacte ontwerp van deze schuur woning is nog niet definitief, maar de basisgedachten zijn wel al opgesteld. Het is de bedoeling dat alles in dit ene gebouw wordt gerealiseerd. Losse bijgebouwen (vergunningvrije bouwwerken uitgezonderd) zijn niet toegestaan op het erf. De bijbehorende bouwwerken worden daarom mee ontworpen met de woning. Hiermee wordt voorkomen dat een nieuw woonperceel met eigen losse bijgebouwen ontstaat. De woning met inpandige bijgebouwen heeft het aanzicht van een schuur bij de voormalige bedrijfswoning. Afbeelding 4.3 geeft een impressie van de gewenste nieuwe schuurwoning.
bestemmingsplan Zoglandw eg 10 (vastgesteld)
21
Afbeelding 4.3: Impressie gewenste nieuwe woning
4.3
Ladder Duurzame Verstedelijking (artikel 3.1.6, 2e lid Bro)
Artikel 3.1.6, 2e tot en met 4e lid van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) schrijft voor dat van een stedelijke ontwikkeling die in een bestemmingsplan wordt mogelijk gemaakt in de toelichting moet worden aangetoond dat er sprake is van een behoefte. Wanneer een bestemmingsplan een stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied moet in de toelichting tevens worden gemotiveerd waarom in die behoefte niet kan worden voorzien binnen het bestaand stedelijk gebied. Bij iedere 'stedelijke ontwikkeling' moet inzichtelijk worden gemaakt of er, in relatie tot het bestaande aanbod, concreet behoefte bestaat aan de desbetreffende ontwikkeling. Die behoefte moet dan worden afgewogen tegen het bestaande aanbod, waarbij moet worden gemotiveerd dat rekening is gehouden met het voorkomen van leegstand. Dit wordt de 'Ladder voor Duurzame Verstedelijking' genoemd. Deze zogenoemde 'Ladder voor Duurzame Verstedelijking' is geen blauwdruk voor een optimale ruimtelijke inpassing van alle nieuwe ontwikkelingen en schrijft geen vooraf bepaald resultaat voor. De 'Ladder' is alleen van toepassing als er sprake is van een 'nieuwe stedelijke ontwikkeling'. Een in een bestemmingsplan voorziene ontwikkeling dient voldoende substantieel te zijn om als 'stedelijke ontwikkeling' te kunnen worden aangemerkt.
'Stedelijke ontwikkeling' Onder 'stedelijke ontwikkeling' wordt in het Bro (art. 1.1.1, 1e lid onder i) verstaan: een ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen. Of in een bestemmingsplan sprake is van een of meer stedelijke ontwikkelingen als bedoeld in het Bro is niet altijd even duidelijk. Dit dient per plan te worden getoetst en gemotiveerd. In de jurisprudentie van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRvS), zie uitspraken 201310814/1/R1 en 201311211/1/R3, is inmiddels de lijn te ontdekken dat, wanneer er sprake is van bestaande bebouwing en geen toename van het ruimtebeslag, er in dat geval geen sprake is van een 'stedelijke ontwikkeling' als bedoeld in het Bro. Ook bij nieuwbouw hoeft volgens de jurisprudentie, zie uitspraak 201310222/1/R6, niet altijd sprake te zijn van een 'stedelijke ontwikkeling' als bedoeld in het Bro. Uit jurisprudentie blijkt ook dat een ontwikkeling van 11 woningen niet wordt gezien als een stedelijke ontwikkeling (ABRvS 16 september 2015; ECLI:NL:RVS:2015:2921).
'Stedelijke ontwikkeling' en het bestemmingsplan "Zoglandweg 10" Voorliggend plan heeft tot gevolg dat één nieuwe woning aan het plangebied wordt toegevoegd. Zoals uit de jurisprudentie blijkt, wordt de toevoeging van één woning niet gezien als een stedelijke ontwikkeling. De behoefte van voorliggend plan hoeft dan ook niet te worden gemotiveerd in het kader van de Ladder voor duurzame verstedelijking.
4.4
Welstand en beeldkwaliteit
In de Welstandsnota "Bouwen aan identiteit" is aangegeven aan welke welstandseisen bouwplannen moeten worden getoetst. Daartoe zijn in de Welstandsnota voor het gehele grondgebied van de gemeente Enschede welstandsidentiteiten opgenomen. Voor het plangebied geldt de welstandsidentiteit 'boerenerven'. Het doel van de welstandszorg is de ruimtelijke kwaliteit van de boerenerven te behouden of een impuls te bieden om deze verder te ontwikkelen. Omdat de erven zo belangrijk zijn voor de identiteit van het Twentse landschap, staat het behoud van de relatie tussen erfbebouwing, erfbeplanting en het landschap steeds voorop. De welstandszorg wil de landelijke, eenvoudige en terughoudende karakter van de bebouwing bevorderen.
Toetsing b ouwplan aan welstand
22
bestemmingsplan Zoglandw eg 10 (vastgesteld)
De eerste tekeningen van de schuurwoning zijn voorgelegd aan de welstand. Deze impressies voldoen aan de welstandsidentiteit 'boerenerven'. De schuurwoning heeft een eenvoudig, landelijk en terughoudend karakter. De totale inrichting van de woonpercelen, de situering van de twee woningen ten opzichte van elkaar en de architectuur, refereren aan een boerenerf.
4.5
Duurzaamheid
Duurzaamheid is een centraal thema in het gemeentelijk beleid van Enschede. Duurzaam handelen is daarbij meer dan het ontzien van natuur en milieu. In dat opzicht vraagt duurzaam handelen bijvoorbeeld ook om een solide financieel beleid. Voor 2015 werd onder de noemer van het duurzaamheidsbeleid vooral gewerkt aan maatregelen die gericht zijn op het tegengaan van gevolgen voor de klimaatverandering. Daarmee is niet gezegd dat er voor thema's die op andere plaatsen wel onder het beleidsveld duurzaamheid worden geschaard, zoals afval, water en bodem, geen aandacht was maar van een breed en samenhangend duurzaamheidsbeleid was toen nog geen sprake. Om daar verandering in te kunnen brengen, is het Actieplan Duurzaamheid opgesteld. Hierin wordt uitgewerkt aan welke doelen onder de noemer van het duurzaamheidsbeleid actief wordt gewerkt, welke aanpak daarvoor is vereist, welke partijen bij de realisatie daarvan een rol spelen en welke rol de gemeente daarbij voor zichzelf ziet weggelegd, alsmede de toewijzing van mensen en middelen om de gestelde doelen te realiseren. 4.5.1
Speerpunten van het duurzaamheidsbeleid
In het Actieplan duurzaamheid, dat op 8 juni 2015 door de gemeenteraad van Enschede is vastgesteld, heeft de gemeenteraad er voor gekozen om het duurzaamheidsbeleid toe te spitsen op de volgende punten:
Energie Eigen organisatie Verhogen van het op eigen grondgebied Zelf het goede voorbeeld geven. opgewekte aandeel hernieuwbare energie tot minimaal 12 procent in 2030 en minimaal 27 procent van het voor 2050 voorziene gebruik van energie. Biodiversiteit Behoud en versterken van de verscheidenheid aan dier- en plantsoorten in de leefomgeving
Groene groei Groei van de economie zonder dat dit nadelig is voor klimaat, water, bodem, grondstoffen en biodiversiteit.
Circulaire economie Verminderen van de hoeveelheid (rest-)afval door afvalpreventie en het beter scheiden van restafval.
Klimaatadaptatie Negatieve gevolgen die gepaard gaan met klimaatverandering beperken en de kansen die de klimaatverandering biedt benutten.
Duurzame mobiliteit Verhoging van het aandeel fietsgebruik in het totaal aantal verplaatsingen, stimuleren van het gebruik van het openbaar vervoer en stimuleren van het gebruik van elektrische auto's.
WEconomy Bewoners in Enschede dragen in collectief verband actief bij aan een of meer van de duurzame doelstellingen.
Aanpak van het duurzaamheidsbeleid Binnen de aanpak van het Actieplan Duurzaamheid staan de begrippen 'duurzame daden', 'duurzame deals' en 'duurzaam doen' centraal.
Duurzame daden
bestemmingsplan Zoglandw eg 10 (vastgesteld)
23
De gedachte hierbij is dat het zichtbaar maken van bestaand duurzaam gedrag de beste manier is om anderen te inspireren en aan te zetten tot duurzaam handelen. We richten ons daarbij op de groep die in beginsel bereid is tot duurzaam gedrag.
Duurzame deals Duurzame deals, oftewel afspraken over duurzaam handelen, zijn een middel om nieuw duurzaam gedrag uit te lokken. Bij de uitvoering van duurzame initiatieven lopen bedrijven, instellingen en groepen inwoners soms tegen barrières aan. De gemeente wil die belemmeringen wegnemen. Soms kunnen we daar zelf voor zorgen. In andere gevallen doen we daarvoor een beroep op anderen. De deals maken duidelijk dat verduurzaming van de samenleving een opgave is die we samen moeten oppakken.
Duurzaam Doen Zelf het goede voorbeeld geven is binnen de gekozen aanpak een belangrijk uitgangspunt. Verduurzaming van de eigen organisatie is in dit Actieplan duurzaamheid verder uitgewerkt onder de noemer Duurzaam Doen.
Voor deze benadering is gekozen, omdat het een positieve benadering is, die anderen inspireert en stimuleert tot duurzame handelingen (gedrag, het doen van investeringen etc.). Het voordeel van deze aanpak is bovendien dat het gedrag voor de doelgroep herkenbaar en dichtbij is, de communicatieboodschap hierdoor aansluit bij de belevingswereld van mensen en de huidige doeners de afzender/ambassadeur zijn (in plaats van de gemeente). Hierdoor is het een aanpak van de stad, in plaats van de gemeente. 4.5.2
Duurzaamheidsbeleid en het bestemmingsplan
In deze paragraaf wordt aan de hand van het Actieplan Duurzaamheid bekeken in hoeverre het bestemmingsplan kan bijdragen aan de realisatie van de gemeentelijke duurzaamheidsambities.
Algemeen: Bij elke nieuwe ruimtelijke ontwikkeling zal, afhankelijk van de opgave en de locatie, bezien moeten worden welke duurzame energiebronnen aangeboord worden. Dit kan er toe leiden dat in het ene geval ingezet wordt op een zongerichte verkaveling, terwijl in het andere geval gekoerst wordt op het gebruik van bodem- en/of windenergie, dan wel aansluiting op het warmtenet. Ook de aanpassing aan de klimaatverandering is in hoge mate een ruimtelijk vraagstuk. Meer warme zomers en een toenemende kans op extreme weersituaties vragen bij een verdere ontwikkeling van de stad om het vergroten van afvoer- en absorptievermogen in stedelijke watersystemen en het voorkomen van 'hitte-eilanden' en hittestress.
Energie: Voor het realiseren van veel energiebesparende maatregelen of voorzieningen in, aan of op gebouwen, zoals isolatie van vloer, muren of dak, het plaatsen van zonnepanelen of een zonnecollector op het dak, is geen omgevingsvergunning vereist. Voor warmte-koude-opslag en bodemenergiesystemen is de provincie Overijssel het bevoegd gezag. Voor nieuwbouw geldt dat moet worden voldaan aan de energieprestatienormen uit het Bouwbesluit. Voor dat soort maatregelen en voorzieningen hoeven in een bestemmingsplan geen regels te worden opgenomen. Voorliggend bestemmingsplan bevat wel regels voor het realiseren van zonnepanelen op het erf.
Klimaatadaptatie: Voor het realiseren van relatief eenvoudige klimaatadaptieve maatregelen en voorzieningen als groene dakbedekking op gebouwen en het in de bodem infiltreren van hemelwater is geen omgevingsvergunning vereist. Voor dat soort maatregelen en voorzieningen hoeven in een bestemmingsplan geen regels te worden opgenomen. Voorliggend bestemmingsplan bevat wel regels voor de berging van het hemelwater.
24
bestemmingsplan Zoglandw eg 10 (vastgesteld)
Circulaire economie: Voor het realiseren van afvalcontainers voor het gescheiden inzamelen van afval en herbruikbare materialen is geen omgevingsvergunning vereist. Voor dat soort voorzieningen hoeven in een bestemmingsplan geen regels te worden opgenomen. Een bestemmingsplan kan wel regels bevatten voor het realiseren van voorzieningen en bedrijven voor de verwerking van afval. In voorliggend plan zijn deze regels niet opgenomen.
Biodiversiteit: Natuurgebieden, bossen, parken en andere structurele, veelal openbaar toegankelijke, groenvoorzieningen worden in een bestemmingsplan als zodanig bestemd en voorzien van een passende beschermende gebruiks- en bouwregeling. Daarnaast maakt dit bestemmingsplan het binnen elke bestemming mogelijk om groenvoorzieningen van ondergeschikte aard te realiseren.
Overige actiepunten: Voor de overige actiepunten uit het Actieplan Duurzaamheid kan kortheidshalve worden volstaan met de conclusie dat deze geen ruimtelijke relevantie hebben en als zodanig dus ook niet of hooguit indirect van invloed zijn op de kwaliteit van de woon- en leefomgeving.
bestemmingsplan Zoglandw eg 10 (vastgesteld)
25
Hoofdstuk 5
Omgevingsaspecten
Op grond van artikel 3.1.6 van het Bro wordt in het kader van de voorbereiding van een bestemmingsplan nagegaan of dat plan uitvoerbaar is. In dat kader moet elk bestemmingsplan worden getoetst aan een aantal omgevingsaspecten. Het vaststellen van een bestemmingsplan kan namelijk gevolgen hebben voor de belangen van natuur en milieu en voor de waterhuishouding. In dit hoofdstuk wordt de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan "Zoglandweg 10" getoetst aan de belangen van milieu, natuur en waterhuishouding.
5.1
Milieu
In deze paragraaf wordt achtereenvolgens ingegaan op de milieuaspecten m.e.r., milieuhinder, bodemkwaliteit, geluid, luchtkwaliteit en externe veiligheid. 5.1.1
Milieueffectrapportage
Bij ruimtelijke plannen en besluiten die mogelijk gevolgen kunnen hebben voor het milieu, dient te worden beoordeeld of ten behoeve van de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling een milieueffectrapportage moet worden opgesteld. Een milieueffectrapportage (m.e.r.) is bedoeld om milieubelangen bij verschillende ruimtelijke procedures een volwaardige plaats bij de besluitvorming te geven. Het wettelijk kader voor de m.e.r. is hoofdstuk 7 van de Wet milieubeheer (Wm) en het daarbij behorende Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.). In het Besluit m.e.r. is geregeld voor welke plannen en besluiten die nieuwe ontwikkelingen mogelijk maken daadwerkelijk een m.e.r.-(beoordelings)procedure doorlopen moet worden dan wel een vormvrije m.e.r.-beoordeling dient te worden uitgevoerd. Bij het toetsen van plannen en besluiten aan het Besluit m.e.r. zijn er vier mogelijkheden: 3. 4. 5. 6.
het plan of besluit maakt geen activiteiten mogelijk die in het Besluit m.e.r. zijn genoemd. Er geldt geen m.e.r.-plicht of (vormvrije) m.e.r.-beoordelingsplicht. m.e.r.-plicht: voor (onderdelen van) het plan of besluit is het uitvoeren van een m.e.r.-verplicht; m.e.r.-beoordelingsplicht: voor (onderdelen van) het plan of besluit moet eerst worden beoordeeld of er mogelijk aanzienlijke milieugevolgen optreden. Zo ja, dan is alsnog het uitvoeren van een m.e.r. verplicht; vormvrije m.e.r.-beoordeling: het plan of het besluit omvat een m.e.r.-beoordelingsplichtige activiteit, maar deze activiteit ligt (ruim) beneden de daarvoor in het Besluit m.e.r. opgenomen indicatieve drempelwaarden. Het bevoegd gezag moet nagaan of die activiteit mogelijk aanzienlijke milieugevolgen zou kunnen hebben. Zo ja, dan moet er alsnog een volledige m.e.r.-(beoordelings)procedure worden doorlopen.