CConstaterende datenschede
Koppel je AI →
Document · PDF

Boeldershoek 2018_Bijlagen plantoelichting

Raadsvergadering 27 september 2021, gemeente enschedeBij agendapunt: Herstelbesluit bestemmingsplan Boeldershoek 201822.813 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

bestemmingsplan Boeldershoek 2018 (vastgesteld)

11

Bijlage 5 Notitie t.b.v. vormvrije m.e.r. beoordeling

bestemmingsplan Boeldershoek 2018 (vastgesteld)

27

Notitie ten behoeve van Vormvrije m.e.r.-beoordeling Bestemmingsplan Boeldershoek 2018

21 maart 2018

-1-

Inhoudsopgave 1 1.1 1.2 1.3

INLEIDING Initiatiefnemer en het bevoegd gezag Aanleiding en doel van deze notitie Inhoud van de notitie

3 3 3 3

2 2.1 2.2

DE PLAATS EN DE KENMERKEN VAN HET PROJECT De plaats van het project De kenmerken van het project

4 4 5

3 3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 3.6 3.7 3.8 3.9 3.10

KENMERKEN VAN DE POTENTIËLE EFFECTEN Natuur Water en bodem Landschap, cultuurhistorie en archeologie Verkeer Luchtkwaliteit en geur Geluid Externe veiligheid Gezondheid Duurzaamheid en klimaat Sociale aspecten

7 7 8 9 9 9 10 10 11 11 11

4

CONCLUSIE

12

-2-

1

Inleiding

1.1

Initiatiefnemer en het bevoegd gezag Gemeente Enschede treedt op als initiatiefnemer en bevoegd gezag om een besluit te nemen over de mogelijke m.e.r.-plicht voor de benodigde bestemmingsplanherziening voor de beoogde ontwikkeling.

1.2

Aanleiding en doel van deze notitie De gemeente Enschede is voornemens het bestemmingsplan Boeldershoek 2009 te actualiseren en stelt daartoe bestemmingsplan Boeldershoek 2018 op. Op basis van de kenmerken van de voorgenomen activiteit geldt een plicht tot een vormvrije m.e.r.beoordeling voor de bestemmingsplanherziening. Deze plicht is onderbouwd in de bestemmingsplantoelichting. Het doel van voorliggende notitie is om te beschrijven wat de aard en omvang van de ingreep en de aard en omvang van de milieueffecten van deze ingreep zijn en of deze zodanig zijn dat een m.e.r.-procedure (het opstellen van een MER) nodig is. Op basis van voorliggende notitie kan het bevoegd gezag (gemeente Enschede) beoordelen en besluiten of zij voor de benodigde bestemmingsplanherziening een m.e.r.-procedure nodig acht. Het besluit om al dan niet een volledige m.e.r.-procedure te doorlopen wordt verwerkt in de bestemmingsplantoelichting.

1.3

Inhoud van de notitie Voor een vormvrije m.e.r.-beoordeling geldt, evenals voor de ‘gewone’ m.e.r.-beoordeling, dat deze inhoudelijk in moet gaan op de criteria zoals genoemd in bijlage III van de Europese richtlijn inzake milieueffectbeoordeling (85/337/EEG zoals gewijzigd door de richtlijnen 97/11/EG en 2003/35/EG): 1. de kenmerken van het project: omvang, cumulatie met andere projecten, gebruik van natuurlijke hulpbronnen, productie van afvalstoffen, verontreiniging en hinder, risico van ongevallen (m.n. door gebruikte stoffen of technologieën); 2. de plaats van het project (kwetsbaarheid van het omliggende milieu): bestaande grondgebruik, rijkdom, kwaliteit en regeneratievermogen van natuurlijke hulpbronnen, opnamevermogen van het natuurlijke milieu (met name aandacht voor gebieden als wetlands, reservaten en natuurparken, speciale beschermingszones, gebieden met een hoge bevolkingsdichtheid en landschappen van historisch, cultureel of archeologisch belang); 3. de kenmerken van de potentiële effecten in samenhang met de kenmerken en plaats van het project: het bereik/grootte van het effect (afstand en getroffen bevolking), grensoverschrijdende effecten, complexiteit, waarschijnlijkheid, duur, frequentie en omkeerbaarheid van het effect.

Het is daarbij gebruikelijk om de effecten van het hele plan/project in beeld te brengen en niet alleen de effecten van de onderdelen waarvoor de plicht tot (vormvrije) m.e.r.(-beoordeling) geldt. De kenmerken van het project en de plaats van het project (criteria 1 en 2) worden in hoofdstuk 2 beschreven. De potentiële milieu-/omgevingseffecten worden in hoofdstuk 3 beschreven. Op basis daarvan wordt vervolgens in hoofdstuk 4 aangegeven of belangrijke nadelige milieugevolgen uit zijn te sluiten. Het bevoegd gezag neemt op basis van de inhoud van deze notitie een besluit of er een (volledige) m.e.r.(-beoordeling) nodig is.

-3-

2

De plaats en de kenmerken van het project

2.1

De plaats van het project In paragaaf 1.2 en hoofdstuk 3 van de bestemmingsplantoelichting is het plangebied en haar omgeving beschreven. In onderstaande afbeeldingen is het plangebied weergegeven, in haar wijdere omgeving en meer ingezoomd op een luchtfoto.

Afbeelding 2.1: Ligging plangebied in wijdere omgeving Het plangebied ligt in aan Rijksweg A35, tussen bedrijventerrein Twentekanaal (Hengelo) en het buitengebied van Twekkelo in. Het terrein is in eigendom van en wordt gebruikt door Twence BV. Het gebied is met name in gebruik voor de opslag en be- en verwerking van verschillende soorten afval. Het gaat onder andere om recycling, scheiding en verbranding van huishoudelijk- en bedrijfsafval, compostering (groen- en GFT) en, steeds belangrijker, de winning van duurzame energie (in de vorm van gas, elektriciteit en stoom) en (grond)stoffen uit afval. Ook is er een stortplaats aanwezig. Stort van afval vindt tegenwoordig nog slechts in beperkte mate plaats. Dit neemt echter wel het grootste deel van het terrein van Twence in beslag.

-4-

Afbeelding 2.2: Begrenzing plangebied

2.2

De kenmerken van het project Plan “Boeldershoek 2018” betreft een actualisatie van het Enschedese deel van bestemmingsplan "Boeldershoek 2009". Het plan is grotendeels conserverend wat betreft 'grote bedrijfsontwikkelingen'. Dat wat vergund is wordt, wanneer nodig, positief bestemd. Nieuwe grote (industriële) ontwikkelingen worden over het algemeen niet bij recht mogelijk gemaakt. Voor m.e.r.- of m.e.r.-beoordelingsplichtige activiteiten wordt per geval een separate procedure doorlopen. De afval- en energiesector is constant in ontwikkeling. Nieuwe technieken volgen elkaar snel op. Twence wil zo snel mogelijk op deze nieuwe technieken kunnen inspelen. Om dit te kunnen doen is zij gebaat bij een flexibel bestemmingsplan. Het bestemmingsplan geeft op een aantal punten meer flexibiliteit en mogelijkheden voor het optimaal benutten van het bestaande terrein, zonder dat de omgeving daar nadelig door wordt beïnvloed. Het gaat vooral om praktische aanpassingen en om actualisaties als gevolg van ontwikkelingen in de omgeving, zoals het verdwijnen van enkele woningen. Voor een volledige beschrijving van de aanpassingen in het plan ten opzichte van plan “Boeldershoek 2009” wordt verwezen naar paragraaf 4.2 van de bestemmingsplantoelichting.

Cumulatie met andere projecten In de omgeving van het plangebied bevinden zich geen projecten waarvan de omgevingseffecten op een relevante manier versterkt worden door het plan waarvoor voorliggende notitie is opgesteld.

Gebruik natuurlijke hulpbronnen en productie van afvalstoffen Het plan is hoofdzakelijk conserverend. Het ruimtebeslag blijft gelijk. Als gevolg van het nieuwe plan wordt geen bijzonder nieuw beslag op natuurlijke hulpbronnen gelegd en vindt geen relevante extra productie van stoffen plaats die leidt tot gevaarlijke of milieubelastende (afval)stoffen. Verontreiniging en hinder

-5-

Bij het gebruik van het plangebied zijn ten aanzien van verontreiniging/hinder voornamelijk de aspecten verkeer, geluid en geur/luchtkwaliteit van belang. Deze aspecten worden nader beschreven in hoofdstuk 3 (kenmerken van de potentiële effecten). Risico van ongevallen en veiligheid De beoogde activiteiten in het plangebied, zoals mogelijk gemaakt in het bestemmingsplan “Boeldershoek 2018”, zorgen niet voor een toename van risico’s voor de omgeving. Er worden naar huidig inzicht geen extra gevaarlijke stoffen geproduceerd, opgeslagen of vervoerd. Externe veiligheid en verkeersveiligheid komen verder aan bod in hoofdstuk 3.

-6-

3

Kenmerken van de potentiële effecten In dit hoofdstuk worden de potentiële effecten van het project aangegeven. Per (milieu)aspect wordt in samenhang met de kenmerken en de locatie van het project bezien of zich bijzondere omstandigheden voordoen met betrekking tot potentiële milieueffecten. Daarbij gaat het niet alleen de effecten van de onderdelen waarvoor de plicht tot (vormvrije) m.e.r.(beoordeling) geldt, maar om effecten van het plan als geheel.

3.1

Natuur In paragraaf 5.3 van de bestemmingsplantoelichting wordt uitvoerig stilgestaan bij de effecten ten aanzien van natuur. In het navolgende wordt hier kort op ingegaan. Wet natuurbescherming: Natura 2000-gebieden Het plangebied van het bestemmingsplan is niet gelegen binnen de grenzen dan wel in de nabijheid van een gebied dat is aangewezen als Natura 2000 gebied of bijzonder nationaal natuurgebied. De dichtstbijzijnde Natura 2000-gebieden “Lonnekermeer” en “Buurserzand & Haaksbergerveen” zijn op respectievelijk circa 5,3 kilometer ten noordoosten en circa 6 kilometer ten zuiden van het plangebied gelegen. Op deze afstand is er alleen een effect mogelijk van stikstofdepositie. Gezien de conserverende aard van het bestemmingsplan vergroot het plan de stikstof-emissiemogelijkheden niet of nauwelijks ten opzichte van bestemmingsplan "Boeldershoek 2009". Echter, om een significante toename van stikstofdepositie als gevolg van nog niet benutte planologische mogelijkheden, die nu opnieuw worden mogelijk gemaakt, met zekerheid uit te sluiten is in het bestemmingsplan een directe koppeling gelegd met de geldende Natuurbeschermingswetvergunning van Twence. Op deze manier is het uitgesloten dat nieuwe ontwikkelingen zorgen voor significant negatieve effecten ten opzichte van de beoordeelde situatie in de Natuurbeschermingswetvergunning.

Conclusie en mitigerende maatregelen Op grond van het voorgaande kan met aan voldoende zekerheid grenzende waarschijnlijkheid worden geconcludeerd dat er geen significant negatieve effecten optreden. Mitigerende maatregelen zijn niet nodig in het kader van dit bestemmingsplan. Wet natuurbescherming: beschermde planten- en diersoorten Gelet op het feit dat het bestemmingsplan “Boeldershoek 2018” grotendeels conserverend van aard is kan in het kader van dit bestemmingsplan een verdere toetsing aan de Wet natuurbescherming voor wat betreft de bescherming van soorten achterwege blijven. Echter, bij concrete nieuwe ontwikkelingen in het plangebied is mogelijk wel actualiserend/aanvullend onderzoek nodig. Met de in paragraaf 5.3.2 van de bestemmingsplantoelichting beschreven rapporten (met veldonderzoek voor hele plangebied in 2013 en actualisatie voor westelijk deel in 2017) ligt er een uitvoerige basis voor het inschatten van de (mogelijke) aanwezigheid van beschermde soorten en eventuele mogelijkheden voor mitigerende/compenserende maatregelen wanneer er een concrete ontwikkeling speelt. Afhankelijk van de aard, de locatie en het tijdstip van een ontwikkeling, zal aanvullend/actualiserend onderzoek nodig zijn, moeten mogelijk maatregelen worden getroffen en is eventueel een ontheffing van verbodsbepalingen uit de Wet natuurbescherming noodzakelijk.

Conclusie en mitigerende maatregelen Bij concrete ontwikkelingen is er mogelijk aanvullend/actualiserend onderzoek nodig ten opzichte van het reeds uitgevoerde onderzoek. Dat is afhankelijk van de aard, de locatie en het tijdstip van een ontwikkeling. Eventueel is dan een ontheffing van verbodsbepalingen uit de Wet natuurbescherming noodzakelijk, indien mitigerende maatregelen niet voldoende getroffen kunnen worden..

-7-

NNN: Natuurnetwerk Nederland (voorheen EHS genoemd) Het plangebied is niet gelegen binnen de grenzen van een gebied dat onderdeel uitmaakt van het NNN. De dichtstbijzijnde gronden die onderdeel uitmaken van het NNN grenzen aan de oostzijde aan het plangebied. Ook aan de zuidzijde ligt NNN. In het oosten van het plangebied is een groene zone gelegen (tevens bestemd als 'groen'). Aan de zuidzijde ligt de A35 tussen het NNN en het plangebied. Dit gegeven, samen met het gegeven dat het plan grotendeels conserverend is, maakt dat er geen relevante effecten zullen optreden ten aanzien van NNN als gevolg van voorliggend bestemmingsplan. Conclusie en mitigerende maatregelen Er treden geen relevante effecten op ten aanzien van NNN. Mitigerende maatregelen zijn niet nodig 3.2

Water en bodem In paragrafen 3.1, 5.1.3 en 5.2 van de bestemmingsplantoelichting wordt uitvoerig stilgestaan bij een beschrijving van de aspecten water en bodem. In het navolgende wordt kort ingegaan op de relevante effecten. Waterkwantiteit Het bestemmingsplan “Boeldershoek 2018” is hoofdzakelijk conserverend van aard. Voor het plangebied geldt dat de huidige waterhuishoudingssituatie behouden blijft. Bij nieuwe ontwikkelingen moet het beleid, zoals beschreven in paragraaf 5.2 van de bestemmingsplantoelichting, in acht worden genomen. Specifiek ter voorkoming van het te snel afvoeren van water uit het plangebied zijn in artikel 16.2 van de planregels regels opgenomen ten aanzien van het bergen, vasthouden en afvoeren van hemelwater. Aangezien de regels voor werkzaamheden binnen de keurzone rond de beken (5m vanaf de insteek) zijn geborgd in de Keur van het waterschap zijn deze net als in het geldende bestemmingsplan “Boeldershoek 2009”, niet opgenomen in het bestemmingsplan. De beken vallen, net als in het geldende bestemmingsplan, binnen de bestemming 'Groen'. Conclusie en mitigerende maatregelen Er treden naar verwachting geen relevante effecten op. Indien er een nieuwe ontwikkeling plaatsvindt moet deze onder andere voldoen aan de bestemmingsplanregels ten aanzien van het bergen, vasthouden en afvoeren van hemelwater en aan de regels uit de Keur van het waterschap.

Indien nodig worden maatregelen getroffen om aan deze regels te voldoen. Dit vormt geen belemmering oor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan. Bodem- en grondwaterkwaliteit In de loop van de jaren zijn er vele onderzoeken uitgevoerd in het plangebied naar de kwaliteit van de bodem en het grondwater. Het plangebied behoudt in de basis dezelfde bestemming als in bestemmingsplan "Boeldershoek 2009". Daarom is er geen nieuw onderzoek naar de kwaliteit van bodem en grondwater uitgevoerd. Op basis daarvan is bij concrete ontwikkelingen snel een eerste inzicht te geven in de kwaliteit op verschillende delen van het terrein. Zodra er een concrete ontwikkeling plaatsvindt wordt in detail gekeken naar de bodem- en grondwaterkwaliteit ter plaatse en de mogelijke invloed van een ingreep op de eventuele verspreiding van verontreinigingen. Conclusie en mitigerende maatregelen De actualisatie van het plan zorgt niet voor grote nieuwe ontwikkelmogelijkheden. Bij een concrete ontwikkeling zal per geval gekeken moeten worden of er gevolgen kunnen zijn voor bodem- en grondwaterkwaliteit en hoe deze zijn te voorkomen. Dit is geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan.

-8-

3.3

Landschap, cultuurhistorie en archeologie Landschap en cultuurhistorie In paragraaf 3.1 van de plantoelichting is de ligging van het plangebied in haar omgeving beschreven en hoe het plangebied is (en blijft) ingepast in haar omgeving. Plan Boeldershoek 2018 behoudt de al geldende uitgangspunten voor inpassing. Het terrein is en blijft ingepast door groene zones aan de randen van het gebied. Met name de inpassing richting het kleinschalige landschap van buurtschap Twekkelo (ten oosten/noordoosten van plangebied) speelt een belangrijke rol. Met name het oostelijk deel van het terrein is op een landschappelijke/natuurlijke wijze ingericht. De stortlobben zijn hier omzoomd door natuurlijk ingericht groen dat aansluit op het kleinschalige landschap. Vanuit het oosten is het Twence-terrein (de inrichting van Twence binnen Boeldershoek) nauwelijks zichtbaar vanuit de omgeving. Om te borgen dat het zicht vanuit het oosten en zuiden op de bebouwing voldoende is afgeschermd, zijn de verplichte dwarsprofielen uit bestemmingsplan Boeldershoek 2009 wederom opgenomen in bestemmingsplan Boeldershoek 2018. Er zijn geen monumenten of overige cultuurhistorisch waardevolle elementen en structuren aanwezig binnen het plangebied en de aanwezige waarden in de omgeving worden niet aangetast door de (beperkte) nieuwe ontwikkelingsmogelijkheden in het plangebied.

Archeologie Een archeologisch onderzoek is, gezien de conserverende aard van het plan, niet nodig. Ook bestaat er bij ontwikkelingen op basis van het archeologiebeleid voor nagenoeg het gehele plangebied geen aanleiding voor een onderzoeksplicht. Wel blijft bij toekomstige ontwikkelingen nog altijd de zogenaamde signalerings- en zorgplicht uit de Erfgoedwet (voorheen Monumentenwet) gelden in geval van 'toevalsvondsten' van archeologische waarden. Conclusie en mitigerende maatregelen De mogelijkheden in het plan zorgen niet voor relevante effecten ten opzichte van de referentiesituatie. Aanvullende maatregelen zijn niet nodig.

3.4

Verkeer Het grotendeels conserverende plan Boeldershoek 2018 zorgt niet voor relevante veranderingen in de verkeersaantrekkende werking of de routes die het verkeer van- en naar het plangebied rijdt ten opzichte van de referentiesituatie. Ook ten aanzien van verkeersveiligheid en parkeren treden geen relevante effecten op als gevolg van het plan. Er zijn in het kader van het bestemmingsplan geen maatregelen nodig om effecten tegen te gaan.

3.5

Luchtkwaliteit en geur In paragraaf 5.1.5 van de bestemmingsplantoelichting zijn de aspecten luchtkwaliteit en geur beschreven. In het navolgende wordt hier kort op ingegaan. Uit eerder uitgevoerde onderzoeken naar de luchtkwaliteit en geur, blijkt dat buiten het plangebied ruimschoots wordt voldaan aan de grenswaarden voor fijn stof (PM10) en stikstofdioxide (NO2) uit de Wet luchtkwaliteit. De maximale geurbelasting als gevolg van de activiteiten van Twence is vastgelegd in de voorschriften van de omgevingsvergunning. Twence voldoet op veel punten aan de in de provinciale beleidsregel opgenomen richtwaarden en heeft reeds verregaande maatregelen getroffen om geurhinder te voorkomen. Indien er klachten zijn ontvangen, was dit het gevolg van incidenten. In het kader van bestemmingsplan "Boeldershoek 2009" is door de provincie geconcludeerd dat er sprake is van een acceptabel geurhinderniveau.

-9-

Het bestemmingsplan “Boeldershoek 2018” is hoofdzakelijk conserverend van aard. Ook worden er ook geen nieuwe geurgevoelige objecten mogelijk gemaakt. De verschillen ten opzichte van bestemmingsplan 'Boeldershoek 2009' en de daarna verleende omgevingsvergunningen zijn niet relevant ten aanzien van luchtkwaliteit en geur. Verder leidt de milieuzonering in het plangebied er toe dat op voorhand geen nieuwe activiteiten worden verwacht die zorgen voor een onacceptabel hinderniveau in de omgeving. Bij omgevingsvergunningen voor nieuwe geurproducerende activiteiten zal altijd (cumulatief) aan het provinciaal geurbeleid getoetst moeten worden, zodat ook bij toekomstige ontwikkelingen geurgevoelige objecten in de omgeving voldoende beschermd zullen zijn. Conclusie en mitigerende maatregelen De mogelijkheden in het plan zorgen op zichzelf niet voor relevante effecten ten opzichte van de referentiesituatie. Bij concrete nieuwe ontwikkelingen met een relevante emissie van geur of luchtverontreinigende stoffen zal altijd getoetst moeten worden aan de wetgeving en het provinciaal geurbeleid. Indien nodig zullen op dat moment ook mitigerende maatregelen getroffen moeten worden of zal de beoogde ontwikkeling anders of elders op het terrein vormgegeven moeten worden.

3.6

Geluid Binnen het plangebied van het bestemmingsplan “Boeldershoek 2018” zijn geen geluidgevoelige gebouwen of terreinen aanwezig. Het bestemmingsplan voorziet ook niet in de realisatie van geluidgevoelige gebouwen of terreinen en bovendien niet in geluidrelevante aanpassingen van infrastructuur. Binnen de grenzen van het plangebied van het bestemmingsplan "Boeldershoek 2018" is het op grond van de Wet geluidhinder gezoneerde industrieterrein Boeldershoek gelegen. Binnen de geluidzone rond het industrieterrein zijn geluidgevoelige gebouwen en terreinen aanwezig. Het bestemmingsplan voorziet niet in de realisatie van nieuwe geluidgevoelige gebouwen of terreinen binnen de geluidzone en bovendien niet in een verruiming van de geluidzone. Voorliggend plan zal niet leiden tot een verhoging van de geluidintensiteit in de omgeving van Boeldershoek. Bij concrete nieuwe ontwikkelingen wordt getoetst of deze passen in de vergunde 'geluidruimte' van Twence. Conclusie en mitigerende maatregelen De mogelijkheden in het plan zorgen op zichzelf niet voor relevante effecten ten opzichte van de referentiesituatie. Bij concrete nieuwe ontwikkelingen wordt getoetst of deze passen in de vergunde 'geluidruimte' van Twence, al dan niet na het treffen van mitigerende maatregelen.

3.7

Externe veiligheid In paragraaf 5.1.6 van de bestemmingsplantoelichting is het aspect externe veiligheid beschreven. In het navolgende wordt kort op de mogelijke effecten van het plan ingegaan. Binnen het plangebied van het bestemmingsplan “Boeldershoek 2018” of in de directe nabijheid daarvan zijn geen bedrijven of inrichtingen aanwezig waarop het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) of het Besluit Risico's Zware Ongevallen (BRZO) van toepassing is. Het bestemmingsplan “Boeldershoek 2018” maakt dergelijke nieuwe activiteiten ook niet mogelijk. Binnen het plangebied van het bestemmingsplan “Boeldershoek 2018” of in de directe nabijheid daarvan zijn enkele buisleidingen aanwezig waarop het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) van toepassing is. De leidingen kennen geen contour voor het plaatsgebonden risico (PR). Bovendien worden er geen nieuwe (beperkt) kwetsbare objecten mogelijk gemaakt. Binnen het invloedsgebied (groepsrisico) van de leidingen vinden als gevolg van bestemmingsplan geen wijzigingen plaats met betrekking tot het aantal aanwezigen. Wel moet langs een buisleiding ten behoeve van onderhoud een zogenoemde belemmeringenstrook van 5 meter aan weerszijden van de buisleiding worden bestemd. Een dergelijke zone is opgenomen in bestemmingsplan “Boeldershoek 2018”.

- 10 -

Tot slot is nog relevant dat de Rijksweg A35 aan de zuidzijde van het plangebied ligt. Deze weg is in het Basisnet Weg aangewezen als transportroute voor gevaarlijke stoffen over de weg. Er bevinden zich in het plangebied geen (beperkt) kwetsbare objecten binnen de PR-contour van de A35. Bovendien worden er geen nieuwe (beperkt) kwetsbare objecten mogelijk gemaakt. Ook is er geen wijziging in het aantal aanwezigen in het plangebied als gevolg van voorliggend bestemmingsplan. Conclusie en mitigerende maatregelen De mogelijkheden in het plan zorgen niet voor relevante effecten ten opzichte van de referentiesituatie. Maatregelen zijn in het kader van bestemmingsplan “Boeldershoek 2018” niet nodig.

3.8

Gezondheid Het grotendeels conserverende plan zorgt niet voor relevante effecten ten aanzien van gezondheid ten opzichte van de referentiesituatie.

3.9

Duurzaamheid en klimaat Het bestemmingsplan draagt op indirecte wijze bij aan het realiseren van de gemeentelijke duurzaamheidsdoelen. De actualisatie van het bestemmingsplan maakt het voor Twence mogelijk om iets efficiënter (met name sneller) relatief kleinschalige aanpassingen aan te brengen in de bedrijfsvoering en daarmee ook om efficiënter te werken aan haar duurzaamheids- en energiegerelateerde projecten. Het gaat onder andere om het aanleggen van buisleidingen binnen het plangebied tot een hogere hoogte dan mogelijk is volgens bestemmingsplan “Boeldershoek 2009”.

3.10

Sociale aspecten Het plan zorgt niet voor relevante effecten ten aanzien van sociale aspecten, zoals gedwongen verhuizingen of een afname van sociale veiligheid.

- 11 -

4

Conclusie Deze notitie gaat in op de vraag of er bijzondere omstandigheden zijn vanwege de aard van het voornemen (bestemmingsplan Boeldershoek 2018), de kenmerken van de omgeving of de impact van het voornemen op de omgeving, die aanleiding geven om een m.e.r.-procedure te doorlopen voor het nieuwe bestemmingsplan. In hoofdstuk 3 zijn de mogelijke effecten van het voornemen beschreven en zijn waar nodig mogelijkheden aangegeven om de mogelijke negatieve effecten te mitigeren, compenseren of anderszins op te lossen. Gezien de conserverende aard van het bestemmingsplan zijn er op voorhand geen mitigerende maatregelen nodig, Echter, bij concrete ontwikkelingen kunnen maatregelen nodig zijn om een project op een voor de ruimtelijke ordening en het milieu verantwoorde manier uit te kunnen voeren. Daarbij kan onder andere worden gedacht aan mitigerende maatregelen ten aanzien van beschermde flora en fauna (eventueel ook een ontheffing nodig), geluid en geur. Dit zal vooral aan de orde zijn bij ontwikkelingen die niet passen in het bestemmingsplan, zoals een ontwikkeling waarvoor een m.e.r.(-beoordeling) nodig is. Als een m.e.r.(-beoordeling) nodig is, zal aparte planprocedure gevolgd moeten worden om die ontwikkeling mogelijk te maken.

Conclusie en te nemen besluit bevoegd gezag Met het treffen van de hiervoor beschreven maatregelen zijn er gezien de kenmerken van de potentiële effecten van het voornemen in combinatie met de kenmerken/gevoeligheid van de omgeving waarin deze optreden, geen belangrijke nadelige effecten voor het milieu te verwachten. Op basis van de informatie in voorliggende notitie neemt het bevoegd gezag een m.e.r.beoordelingsbesluit waarin zij aangeeft of een volledige m.e.r.-procedure nodig is.

- 12 -

Bijlage 6 Historisch onderzoek bodemkwaliteit T wence

40

bestemmingsplan Boeldershoek 2018 (vastgesteld)

Historisch onderzoek bodemkwaliteit Twence Afvalverwerking en energiebedrijf Boeldershoek te Hengelo

Twence Afvalverwerking B.V. 21 januari 2008 Definitief rapport 9R9123.B0

Barbarossastraat 35 Postbus 151 6500 AD Nijmegen +31 (0)24 328 42 84 +31 (0)24 322 47 89

E-mail

www.royalhaskoning.com

Internet

Historisch onderzoek bodemkwaliteit Twence Afvalverwerking en energiebedrijf Boeldershoek te Hengelo

Verkorte documenttitel

Historisch onderzoek bodemkwaliteit

Status

Definitief rapport

Datum

21 januari 2008

Projectnummer

9R9123.B0

Opdrachtgever

Twence Afvalverwerking B.V.

Referentie

9R9123.B0/R0002/Nijm

Auteur(s)

Ing. C.J. Poelarends

Collegiale toets

Ing. E. de Vries

Datum/paraaf

………………….

Vrijgegeven door Datum/paraaf

………………….

Ing. M. Pigge ………………….

Fax

info@nijmegen.royalhaskoning.com

Arnhem 09122561

Documenttitel

Telefoon

………………….

KvK

INHOUDSOPGAVE Blz. 1

INLEIDING 1.1 1.2 1.3

1 1 1 1

Aanleiding Doelstelling Leeswijzer

2

AANPAK ONDERZOEK 2.1 Inleiding 2.2 Bronnen historisch onderzoek 2.3 Beschrijving verontreiniging

2 2 2 3

3

RESULTATEN HISTORISCH ONDERZOEK 3.1 Terrein Twence 3.2 Stortvakken 3.3 Bodemonderzoeken 3.4 Twente Heideweg locaties 3.4.1 HCH-problematiek 3.4.2 Kwikproblematiek 3.5 AKZO Chemie zoutwinning 3.6 Asbest 3.7 Geohydrologie

4 4 4 4 5 5 6 6 6 6

4

EVALUATIE ONDERZOEKSRESULATEN 4.1 Algemeen 4.2 Grond 4.3 Grondwater 4.4 Evaluatie

8 8 8 9 10

REFERENTIES

11

BIJLAGEN: 1. Overzicht onderzoekslocatie 2. Overzicht locatie bodemonderzoeken, stortvakken en HCH-locaties 3. Samenvatting bodemkwaliteit deellocaties 4. Verontreinigingssituatie grond 5. Verontreinigingssituatie grondwater 6. Stroomschema aanpak Twente Heideweg locaties 7. Beschikkingen

Actualisatie bodemkwaliteit Definitief rapport

9R9123.B0/R0002/Nijm -i-

20 juli 2007

1

INLEIDING Op de onderzoekslocatie (Boeldershoek) bevindt zich het afvalverwerkings- en energiebedrijf Twence Afvalverwerking BV (hierna: Twence). Twence ontvangt afval, waarna het afval gescheiden, hergebruikt, gecomposteerd, verbrand of gestort wordt. Van de circa 760.000 ton afval die in 2006 aangeleverd werd, is circa 84% omgezet in grondstoffen, bouwstoffen en/of energie. Twence is een dynamisch bedrijf met oog voor nieuwe ontwikkelingen. Zo is in het voorjaar van 2006 begonnen met de bouw van een Biomassa elektriciteitscentrale (BEC) en wordt er tevens gewerkt aan een derde verbrandingslijn (TRIADE).Voor situering van de BEC en de Triade wordt verwezen bijlage 1. Bij deze huidige en toekomstige ontwikkelingen wordt er een beroep gedaan op de beschikbare ruimte. Het terrein waarop Twence haar activiteiten ontplooid heeft een oppervlakte van ruim 150 hectare. Het terrein is gelegen ten zuidoosten van het industrieterrein Twentekanaal te Hengelo. Het grootste gedeelte van de locatie is gelegen in de gemeente Enschede. In het verleden zijn vele bodemonderzoeken op het terrein van Twence uitgevoerd, inclusief de met HCH verontreinigde ‘Heideweg Locaties’. De voorliggende rapportage beschrijft de resultaten van het historisch onderzoek dat door Royal Haskoning is uitgevoerd in opdracht van Twence.

Het historisch onderzoek is gericht op het in beeld brengen van de kwaliteit van de grond en het grondwater op de gehele locatie en de bijbehorende risico’s aan te geven.

1.1

Aanleiding Aanleiding voor het historisch onderzoek vormt de herziening van het bestemmingsplan.

1.2

Doelstelling Het doel van het historisch onderzoek is het vaststellen van de bodemkwaliteit door middel van het bestuderen van de data uit de beschikbare bodemonderzoeken die zijn uitgevoerd op de onderzoekslocatie. Bij toekomstige ruimtelijke ordeningsprojecten kan zodoende snel een oordeel worden gevormd over de kwaliteit van grond en grondwater en de potentiële risico’s die er zijn met betrekking tot de bodemkwaliteit.

1.3

Leeswijzer In hoofdstuk 2 wordt de aanpak van het onderzoek beschreven. De resultaten van het historisch onderzoek worden gepresenteerd in hoofdstuk 3. Vervolgens wordt in hoofdstuk 4 een beknopte evaluatie van de onderzoeksresultaten gegeven.

Actualisatie bodemkwaliteit Definitief rapport

9R9123.B0/R0002/Nijm -1-

21 januari 2008

2

AANPAK ONDERZOEK

2.1

Inleiding In het verleden zijn op het terrein van Twence een groot aantal bodemonderzoeken uitgevoerd. Veel bodemonderzoeken zijn uitgevoerd in het kader van het vastleggen van de nulsituatie. Verder is bekend dat er in het verleden op de diverse deellocaties binnen het onderzoeksgebied stort heeft plaatsgevonden van grond waar HCH- afvalproducten in verwerkt zijn. Om een beeld te verkrijgen van de algehele bodemkwaliteit op het terrein van Twence is door middel van archiefonderzoek, interviews en een terreininspectie de reeds bekende informatie verzameld, geëvalueerd en samengevat. Het onderzoek bestaat uit het bestuderen van de onderzoeksrapporten die over de onderzoekslocatie zijn opgesteld. Een overzicht van de uitgevoerde onderzoeken is opgenomen in de referenties. De resultaten van een eerste globale beoordeling van de uitgevoerde onderzoeken zijn in voorliggend rapport samengevat. Zodra er voor een bestreffende deellocatie concrete ontwikkelingsplannen zijn, verdient het aanbeveling om de bijbehorende onderzoeksrapporten nader in detail te bestuderen.

2.2

Bronnen historisch onderzoek Het historisch onderzoek is conform de NVN 5725 uitgevoerd. Op 11, 12 en 14 juni 2007 heeft een medewerker van Royal Haskoning een bezoek gebracht aan de gemeenten Hengelo en Enschede. De provincie Overijssel is bezocht op 9 juli 2007. Tijdens het onderzoek zijn vervolgens ook de volgende informatiebronnen geraadpleegd: • Twence B.V.; • Topografisch Dienst Emmen; • Google Earth; • Kadaster; • www.Twekkelo.nl; • Waterschap Regge en Dinkel; • Ingenieursbureau Tauw; • Adviesbureau Enviro; • Ingenieursbureau Royal Haskoning. De informatie is afkomstig uit: • Milieuvergunningen: hinderwet/Wet Milieubeheer; • Bouwvergunningen; • (Historisch) bodemonderzoeksrapporten op het terrein en in de omgeving; • Kaarten met de (historische) terreinindeling; • Luchtfoto’s; • Gegevens van stortplaatsen; • Beschikkingen Wet bodembescherming; • Milieu effect rapportages (MER); • Locatie ontwikkelingsplannen; • Geregistreerde meldingen/calamiteiten.

Actualisatie bodemkwaliteit Definitief rapport

9R9123.B0/R0002/Nijm -2-

21 januari 2008

2.3

Beschrijving verontreiniging In onderhavig onderzoek zijn de resultaten uit de diverse bodemonderzoeken getoetst aan het vigerend toetsingskader uit de Wet Bodembescherming. In het toetsingskader worden voor milieuschadelijke, dan wel milieuvreemde stoffen drie toetsingsniveaus gehanteerd, te weten: • De streefwaarde (S) is de concentratie waarbij sprake is van een duurzame bodemkwaliteit (schone grond). In verontreinigde bodems is dit de concentratie die moet worden bereikt om functionele eigenschappen, die de bodem voor mens, dier en vegetatie heeft, volledig te herstellen; • Indien concentraties worden gemeten die hoger zijn dan het gemiddelde van de streefwaarde en de interventiewaarde (in deze rapportage tussenwaarde (T) genoemd), is in het algemeen nader onderzoek noodzakelijk; • De interventiewaarde (I) geeft de concentratie aan waarboven de functionele eigenschappen die de bodem heeft voor mens, plant en dier, ernstig zijn of dreigen te worden verminderd. Indien de interventiewaarde wordt overschreden in meer dan 25 m3 grond of in het grondwater in meer dan 100 m3 bodemvolume, is sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging.

In onderhavig onderzoek zijn de volgende kleuren gebruik voor de verschillende verontreinigingsgraden: Geen gegevens bekend (potentieel verontreinigd*) Gehalten kleiner dan streefwaarden Gehalten groter dan streefwaarden Gehalten groter dan tussenwaarden Gehalten groter dan interventiewaarden * Potentieel verontreinigd; dat wil zeggen een onvoldoende onderzochte (HCH-) locatie (zie bijlage 3)

Relevante historische informatie over de onderzoekslocatie is samengevat in hoofdstuk 3. Op basis van deze historische informatie zijn in totaal 42 deellocaties geselecteerd. De bodemkwaliteit van elk van deze deellocaties is apart beschreven in bijlage 3 en samengevat in hoofdstuk 4.

Actualisatie bodemkwaliteit Definitief rapport

9R9123.B0/R0002/Nijm -3-

21 januari 2008

3

RESULTATEN HISTORISCH ONDERZOEK

3.1

Terrein Twence Vóór 1980 was het terrein in gebruik voor agrarische doeleinden. Vanaf 1984 is onder leiding van het intergemeentelijk samenwerkingsverband Twente de onderzoekslocatie geleidelijk in gebruik genomen als stortterrein. Tevens werd er een depot voor het opslaan van klein chemisch afval gevestigd (1988). Dit depot is in 2005 gesloten. In de loop van de jaren is het ‘Twence-complex’ flink uitgebreid. Zo werd in 1994 de composteerinstallatie voor groente-, fruit- en tuinafval in bedrijf genomen. Waarna in 1996 een gedeelte van het terrein werd ingericht als grondbank. De grondbank bemiddeld in vraag en aanbod van licht verontreinigde grond en slaat verontreinigde grond (al dan niet tijdelijk) op. Nadat enkele jaren het afval alleen werd gestort, is in 1997 de afvalverbrandingsinstallatie in gebruik genomen. Verder zijn de activiteiten uitgebreid met de inname van wit en bruingoed (1999 - 2005) en afvalscheiding (2002). De bouw van een Biomassa elektriciteitscentrale (BEC) en een derde verbrandingslijn (TRIADE) zijn in volle gang (ingebruikname: 2008). In de toekomst is voorzien in een externe warmtelevering aan de gemeente Enschede. De huidige begrenzing van het Twence-terrein is weergegeven in bijlage 1.

3.2

Stortvakken Naast het verwerken van de afvalstroom tot energie en bouwstoffen wordt er tot op heden ook nog een gedeelte van het afvalmateriaal gestort. De stortplaats bevindt zich op het zuidoostelijke deel van de locatie en is te verdelen in acht stortgebieden te weten: de lobben I, II, III, IV en de Slenk. In bijlage 2 zijn de stortvakken in rood omkaderd. Lob I is het oudste gedeelte van de stortplaats en deze lob is in gebruik vanaf 1986. In 1988 vond uitbreiding plaats met de lob II en in 1993 met lob III. Sinds 1995 is ook lob IV deels in gebruik en sinds 2000 is de Slenk in gebruik. De onderdelen 1-D en 1-E van lob 1 zijn sinds 2005 in gebruik. Sinds 2007 is lob IV-1 gedeeltelijk in gebruik. In bijlage 3 is per stortgebied de bodemkwaliteit beknopt beschreven. Voor een meer volledigere beschrijving wordt verwezen naar het rapport: Grondwaterkwaliteit Boeldershoek Hengelo, d.d. 2 mei 2007, Tauw, ref: R001-4482791CEH-sbb-V01-NL. Dit betreft een verslag van jarenlange monitoring van peilbuizen en drains om en nabij het de verschillende stortvakken.

3.3

Bodemonderzoeken In het verleden zijn diverse bodemonderzoeken uitgevoerd op de onderzoekslocatie. In bijlage 2 zijn deze locaties waar onderzoek is uitgevoerd met blauw omkaderd. In bijlage 3 zijn de resultaten van de uitgevoerde bodemonderzoeken per deellocatie samengevat. De desbetreffende rapporten zijn afkomstig uit de archieven van Twence, de gemeenten Enschede en Hengelo en de Provincie Overijssel. In totaal zijn er veertien deellocaties (nummers 1 tot en met 14) te onderscheiden.

Actualisatie bodemkwaliteit Definitief rapport

9R9123.B0/R0002/Nijm -4-

21 januari 2008

Uit de eerste beoordeling van de bodemonderzoeksrapporten blijkt ondermeer het volgende: • Ter plaatse van deellocatie 9 (‘Kop van Boeldershoek’) bevind zich een geval van ernstige bodemverontreiniging. Grond en grondwater zijn sterk verontreinigd met minerale olie; • Op het zuidelijke deel van de locatie bevindt zich een voormalige beek die in 1994 deels is gedempt. Er is geen informatie bekend over de milieuhygiënische kwaliteit van het dempingsmateriaal en de voormalige waterbodem. Bij het waterschap is informatie opgevraagd over de kwaliteit van de beken in de omgeving. Hieruit blijkt dat de waterbodem bestaat uit maximaal klasse 2 materiaal. Hierbij is geen sprake van ernstige bodemverontreiniging; • Voor diverse locaties geldt dat er nog een verplichting aanwezig is met betrekking tot het uitvoeren van bodemonderzoek, dan wel het verrichten c.q. verder uitvoeren van saneringsactiviteiten.

3.4

Twente Heideweg locaties In de regio Twente bevindt zich op meerdere plaatsen een bodemverontreiniging met hexachloorcyclohexaan (HCH). De eerste bodemverontreiniging met deze stof is aangetroffen op de Heideweg te Hengelo. De HCH problematiek wordt geclusterd aangepakt en vindt plaats onder de naam ‘Twente Heideweg’. Uit het archiefonderzoek blijkt dat zich op het terrein van Twence in totaal achttien Twente Heideweg locaties bevinden. In bijlage 2 zijn deze locaties met groen gearceerd. In bijlage 3 is per locatie de meest actuele situatie van grond en grondwater beschreven en zijn de uitgevoerde bodemonderzoeken per locatie vermeld.

3.4.1

HCH-problematiek In 1948 startte STORK Chemie (N.V. Stork Chemische Industrie) met de productie van HCH. Dit is een mengsel van hexachloorcyclohexaan isomeren. Na 1950 werd bekend dat alleen het gamma-isomeer, beter bekent als lindaan, verantwoordelijk was voor de insectenbestrijdende werking. Deze gamma-HCH werd uit het mengsel gehaald en verkocht. Voor de rest (70%) van het HCH-mengsel (voornamelijk alfa- en beta-HCH) was geen toepassing. In 1952 werd de productie van HCH gestopt en in 1954 werd STORK chemie door K.N.Z., later AKZO-Zout Chemie, overgenomen. Dit concern kwam daarmee ook in het bezit van de “HCH-afvalberg”. Een deel van deze berg (1.500 ton) werd aan Philips Duphar verkocht. De rest, ruim 4.000 ton, bleef tot 1974 langs het Twentekanaal liggen op het voormalige fabrieksterrein van STORK Chemie in Hengelo. Daarna werd de afvalberg afgegraven, voor het grootste deel in vaten verpakt en vervolgens naar een Duitse kalimijn bij Kassel vervoerd. Rondom Hengelo zijn tal van plaatsen waar de bodem ernstig is verontreinigd met HCH. De puinresten van de voormalige lindaanfabriek kunnen een deel van de verontreiniging vormen. Een deel van de afvalberg is in de omgeving verspreid doordat het afval is benut als aanvullingsmateriaal voor diverse in de omgeving voorkomende voormalige zandafgravingen of zakkingsgebieden.

Tevens is het mogelijk dat een deel van het afval is gestort op voormalige vuilnisbelten. Ook heeft verspreiding naar de omgeving plaatsgevonden door uitworp van deze stoffen uit de schoorsteen en doordat de wind vrij spel had op de afvalberg.

Actualisatie bodemkwaliteit Definitief rapport

9R9123.B0/R0002/Nijm -5-

21 januari 2008

Na het storten kan de HCH in principe op natuurlijke wijze uit de bodem verdwijnen. Afbraakproducten die worden gevormd door biologische afbraak zijn: monochloorbenzeen en benzeen. Echter met name de bèta-isomeer van HCH bezit de eigenschap zeer persistent te zijn en te accumuleren in onder andere lichaamsvet. Het bevoegd gezag heeft voor met HCH verontreinigde locaties een specifiek bodemonderzoeksprotocol opgesteld. In bijlage 6 is het stroomschema voor de aanpak opgenomen. 3.4.2

Kwikproblematiek In de omgeving van Hengelo en Enschede worden ook aanzienlijke kwikverontreinigingen aangetroffen. In het chloor-alki-productieproces van de zoutchemie in Hengelo wordt kwik als elektrolyt toegepast. Tijdens het elektrolyseproces wordt natriumchloride omgezet in chloor en natronloog. Het is niet uit te sluiten dat de gevonden kwikgehalten in de bodem in verband houden met eventuele kwiklozingen.

3.5

AKZO Chemie zoutwinning De zoutwinning (chloride) door Akzo Chemie BV in de omgeving van de stortplaats beinvloedt het zoutgehalte van het grondwater. Gezien de relatief hoge verplaatsingssnelheid van chloriden is de beïnvloeding in het ondiepe grondwater van tijdelijke aard er zal naar verloop van tijd een concentratietoename in het diep grondwater optreden. In onderhavig onderzoek is dit buiten beschouwing gelaten.

3.6

Asbest Uit de beschikbare gegevens blijkt dat er incidenteel onderzoek is uitgevoerd naar de aanwezigheid van asbest in de bodem. Op de onderzoekslocatie wordt sporadisch asbesthoudend materiaal aangetroffen. In verband met de aanleg van een nieuwe gasleiding aan de Oude Hengelosedijk bleek in een mengmonster van het dempingsmateriaal een asbestgehalte van 99 mg/kg d.s. gemeten te zijn. De interventiewaarde en hergebruikswaarde voor asbest in grond is vastgesteld op 100 mg/kg d.s. Omdat de gemeten waarde dicht bij deze interventiewaarde ligt, is besloten een nader onderzoek uit te voeren. In het nader onderzoek zijn geen verhoogde concentraties asbesthoudend materiaal aangetoond. Op grond van deze resultaten is geconcludeerd dat er in het dempingsmateriaal waarschijnlijk plaatselijk verhoogde asbestconcentraties voorkomen. Zo is er in 2006 ter plaatse van de nieuwbouw van de Triade een asbestonderzoek uitgevoerd naar de puinfundering onder een klinkerbestrating (in een eerder onderzoek is hier asbest aangetroffen). Uit de resultaten van het asbestonderzoek uit 2006 blijkt dat er echter geen asbesthoudend materiaal is aangetroffen.

3.7

Geohydrologie De geohydrologische opbouw van het onderzoeksgebied is in deze paragraaf geschematiseerd weergegeven. De vanaf het maaiveld voorkomende jonge (kwartaire) afzettingen vormen tezamen één watervoerend pakket, terwijl de daaronder aanwezige slecht doorlatende tertiaire afzettingen de hydrologische basis van het systeem vormen. In figuur 1 en 2 is de bodemopbouw schematisch weergegeven.

Actualisatie bodemkwaliteit Definitief rapport

9R9123.B0/R0002/Nijm -6-

21 januari 2008

Uit de grondwaterkaarten (TNO) blijkt dat het grondwater richting het noordwesten stroomt.

Figuur 1 schematische doorsnede van het geologisch profiel

Figuur 2 Lokale bodemopbouw

Actualisatie bodemkwaliteit Definitief rapport

9R9123.B0/R0002/Nijm -7-

21 januari 2008

4

EVALUATIE ONDERZOEKSRESULATEN

4.1

Algemeen In onderhavig onderzoek is de onderzoekslocatie opgesplitst in een groot aantal deellocaties. Per deellocatie is een beeld geschetst van de kwaliteit van grond en grondwater (bijlage 3). Hieronder is kort een algemeen beeld gegeven van de bodemkwaliteit. Bij de interpretatie van de onderzoeksresultaten dient er rekening mee gehouden te worden dat diverse bodemonderzoeken gedateerd zijn. Dit kan inhouden dat de destijds aangetroffen concentraties niveaus mogelijk niet meer representatief zijn voor de huidige situatie. Dit geldt met name voor mobiele verontreinigingen in het grondwater.

4.2

Grond Uit de resultaten van het historisch onderzoek blijkt dat de grond op het terrein van Twence op verschillende locaties licht tot sterk verontreinigd is. Verspreid over de onderzoekslocatie is de grond verontreinigd met hexachloorcyclohexaan (HCH) een afvalproduct uit de bestrijdingsmiddelenindustrie. De betreffende verontreinigingen reiken tot een diepte van 1 meter tot 5 meter beneden maaiveld. Van de HCH is bekend dat de verontreinigingen zeer heterogeen zijn. Aangezien de uitgevoerde onderzoeken vaak een indicatief karakter hebben, is de locale omvang van de verontreiniging veelal niet bekend. Verder zijn er een aantal potentieel verdachte HCH-locaties, die niet dan wel uiterst summier onderzocht zijn. Deze zullen in de toekomst volgens de door provincie opgestelde onderzoeksmethodiek moeten worden onderzocht. De aanpak voor de HCH-locaties is door de provincie Overijssel verwoord in een stroomschema. Hierin staat weergegeven hoe om te gaan met terreinen die (potentieel) verdacht zijn voor een HCH- dan wel kwikverontreiniging welke te relateren zijn aan de activiteiten van de voormalige fabriek van Stork Chemicals. Het stroomschema is in bijlage 6 opgenomen. In bijlage 4 is een overzichtkaart toegevoegd waarop per deellocatie de verontreinigingsgraad is aangegeven.

Mochten er in de toekomst werkzaamheden worden uitgevoerd, dan is op deze kaart te zien of er rekening moet worden gehouden met reeds bekende verontreinigingen wat mogelijk weer gebruiksbeperkingen met zich meebrengt dan wel hogere kosten voor verwerking van de verontreinigde grond oplevert. Door de gemeente Hengelo en Enschede zijn reeds drie verontreinigingssituaties op de onderzoekslocatie beschikt. Twee betreffen HCH-locaties en één minerale olie verontreiniging. Op 24 april 2006 heeft de gemeente Enschede een beschikking afgegeven op de locatie Oude Hengelosedijk 100 (in bijlage 3 bekend als: OHD). Ter plaatse van de Oude Hengelose Dijk is een geval van ernstige bodemverontreiniging met HCH. Grond: niet spoedeisend. Grondwater: sanering dient te starten binnen 4 jaar na afgifte van deze beschikking. Dit betekend dat Twence voor 6 juni 2010 een aanvang moet hebben gemaakt met de sanering (monitoring) van het grondwater. Alvorens hiermee kan worden gestart moet een saneringsplan aan de gemeente zijn overlegd. De

Actualisatie bodemkwaliteit Definitief rapport

9R9123.B0/R0002/Nijm -8-

21 januari 2008

werkzaamheden mogen niet eerder worden uitgevoerd dan nadat de gemeente Enschede goedkeuring heeft verstrekt middels een instemmingsbeschikking. Ter plaatse van de BEC is een deelsanering uitgevoerd. Op 7 mei 2007 is er een instemming met de uitgevoerde sanering locatie BEC Twence afgegeven. Hierin zijn nazorgmaatregelen opgenomen: "Bij de uitvoering van de deelsanering is een isolatievariant uitgevoerd. De verontreiniging bevindt zich deels onder de verharding van het bedrijfsgebouw en deels onder de aangebrachte leeflaag. In het deelsaneringsplan waarmee de gemeente Enschede heeft ingestemd, is aangegeven dat de nazorg zal bestaan uit het in stand houden van de huidige situatie waarbij er geen humane blootstelling aan de verontreiniging kan plaatsvinden (in stand houden hekwerk). Ten overvloede merkt de gemeente op dat handelingen of werkzaamheden in de onderhavige bodemverontreiniging niet zijn toegestaan zonder dat hiervoor bij de gemeente een saneringsplan is ingediend, waarmee zij hebben ingestemd. Ter plaatse van de Kop van Boeldershoek is er een geval van ernstige bodemverontreiniging (minerale olie) aanwezig. In haar beschikking van 4 juni 2007 met het kenmerk:163077 stemt de gemeente Hengelo in met het saneringplan.

De gemeente Hengelo stelt dat op grond van de aangeleverde gegevens op de locatie sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging als bedoeld in artikel 29 Wbb. Ten aanzien van de verontreinigde grond geldt de volgende gebruiksbeperking: tot de start van de feitelijke sanering moet de locatie op een deugdelijke wijze worden afgesloten opdat het betreden van de verontreinigde locatie zoveel mogelijk wordt voorkomen. Tot de start van de feitelijke sanering is het verboden om in de bodem te graven. In bijlage 7 zijn de volledige Beschikkingen opgenomen. Op de onderzoekslocatie is sporadisch asbesthoudend materiaal aangetroffen in puinhoudende lagen.

4.3

Grondwater Uit het historisch onderzoek blijkt verder dat het grondwater op vrijwel het gehele bedrijventerrein verhoogde gehalten aan verontreinigende stoffen bevat. De meest ernstige verontreinigingen zijn ontstaan door het stort van met HCH verontreinigde grond. Verder is op de Kop van Boeldershoek een geval van ernstige grondwaterverontreiniging met minerale olie. De stortvakken I tot en met III zijn voorzien van een onderafdichting die bestaat uit een folielaag. Tijdens de jaarlijkse monitoringsronde zijn stoffen aangetroffen die vanuit het stort uitlogen naar het grondwater. De verspreidingsomvang van stoffen uit het stort naar de omgeving zijn in het kader van de jaarlijkse monitoring onderzocht. De onderzoeksresultaten zijn te lezen in: Grondwaterkwaliteit Boeldershoek Hengelo, d.d. 2 mei 2007, Tauw, ref: R001-4482791CEH-sbb-V01-NL. Dit betreft een verslag van jarenlange monitoring van peilbuizen en drains om en nabij het stort. Lokaal zijn op de onderzoekslocatie sterk verhoogde gehalten aan zware metalen aangetoond. Van zware metalen is bekend dat ze van nature in wisselende concentraties voorkomen in het grondwater. In dat geval kunnen ze als verhoogde achtergrondconcentraties worden beschouwd. Het is echter niet uit te sluiten dat de verhoogde gehalten ook (deels) te maken hebben met menselijke handelingen.

Actualisatie bodemkwaliteit Definitief rapport

9R9123.B0/R0002/Nijm -9-

21 januari 2008

Indien er in de toekomst op de onderzoekslocatie werkzaamheden worden uitgevoerd waarbij grondwater wordt verplaatst/vrijkomt zal er rekening met de verontreinigingen moeten worden gehouden. In bijlage 5 is een overzicht gegeven van de grondwaterkwaliteit op de onderzoekslocatie.

4.4

Evaluatie Het rapport is zodanig opgesteld dat zodra er werkzaamheden op een gedeelte van het terrein van Twence worden uitgevoerd, er direct een globaal beeld verkregen kan worden van de kwaliteit van de bodem (grond en grondwater). Voor meer specifieke informatie van de deellocatie zal het vervolgens noodzakelijk zijn de genoemde bodemonderzoeken in detail te bestuderen. In het algemeen geldt dat er in de grond op een groot aantal deellocaties verhoogde concentraties aan verontreinigende stoffen aanwezig zijn. Niet van alle verontreinigingen is de omvang voldoende vastgelegd. Dit houdt in dat er voor een aantal locaties aanvullend onderzoek noodzakelijk kan zijn en dat bij de verwerking van vrijkomende (verontreinigde) grond (graafwerkzaamheden) er extra kosten gemaakt moeten worden om deze vrijkomende grond te verwerken. Ook wordt niet uitgesloten dat er plaatselijk asbesthoudend materiaal in de bodem aanwezig is. Indien er in de toekomst op een deellocatie bronneringswerkzaamheden (grondwateronttrekkingen) uitgevoerd gaan worden, dient er rekening gehouden te worden met de aanwezigheid van verontreinigd grondwater. Dit in verband met de lozingseisen die van toepassing zijn en om te voorkomen dat aanwezige grondwaterverontreinigingen verplaatst worden.

Hierbij is niet alleen de grondwaterkwaliteit op de betreffende deellocatie van belang, maar ook de grondwaterkwaliteit op de aangrenzende percelen. Voor een aantal deellocaties geldt dat er in het kader van de Wet bodembescherming nog een saneringsplicht en/of onderzoeksplicht aanwezig is (zie bijlage 3).

Actualisatie bodemkwaliteit Definitief rapport

9R9123.B0/R0002/Nijm - 10 -

21 januari 2008

REFERENTIES •

Grondwaterkwaliteit Boeldershoek Hengelo, d.d. 2 mei 2007, Tauw, ref: R001-4482791CEH-sbb-V01-NL;

•

Wet Milieubeheer, vergunningsaanvraag Boeldershoek, d.d. januari 1995;

•

MER verwerking C2- en C3-afvalstoffen op de afvalverwerkingslocatie Boeldershoek, d.d. november 1995, Haskoning, ref: 11756.C0119.A0/R014.SAM/HJ/NN;

•

Verkennend bodemonderzoek uitbreiding opslag secundaire grondstoffen, d.d. 16 juni 2005, Tauw, ref: R001-

•

Nulsituatie bodemonderzoek ter plaatse van tijdelijk ketenpark Boldershoekweg 51 te Hengelo, d.d. 12 juni

4396341; 2006, Tebodin,ref: 3415001; •

Eindsituatie bodemonderzoek KCA-gebouw & Romneyloods Boeldershoek 51 te Hengelo, d.d. 17 februari

•

Verkennend bodemonderzoek terrein Boeldershoek Enschede, d.d. 21 juli 1993, De Bondt bv Rijssen, ref:

2006, Tebodin, ref: 35521.01; 93.2720.08; •

Verkennend bodemonderzoek GFT-compostering Twence, d.d. 25 oktober 2005, Tauw, ref: R001-4396952;

•

Nulsituatie bodemonderzoek Tienbunderweg te Hengelo (Ov.), d.d. 8 januari 2004, Tauw, ref: 4316033;

•

Aanvulling nulsituatieonderzoek Tienbunderweg te Hengelo (Ov.), d.d. 10 december 2004, Tauw, ref: 4367821;

•

Verkennend bodemonderzoek ter plaatse van nieuwe verbrandingslijn “Triade” Boldershoekweg 51 te

•

Nulsituatie bodemonderzoek ter plaatse van parkeerplaats en opslag/ ketenpark Boldershoekweg 51 te

Hengelo, d.d. 7 maart 2006, Tebodin, ref: 35521.00; Hengelo, d.d.21 februari 2006, Tebodin, ref:35521.03/04; •

Indicatief bodemonderzoek op twee potentiële bouwlocaties aan de Boekeloseweg en Zirkoonstraat te

•

Rapport verkennend bodemonderzoek locatie Boekeloseweg te Hengelo, d.d. 21 juni 2004, Lankelma

Hengelo, d.d. januari 1992, Tebodin, ref: BOD24/331126; Geotechniek Almelo b.v., ref: GJB/VN-26499; •

Verkennend bodemonderzoek volgens NVN 5740-richtlijn Boldershoekweg-Diamanstraat te Hengelo, d.d. juni

•

Briefrapportage: risico-inventarisatie, d.d. 15 mei 2007, Lankelma, ref: GJB/VN-26499C;

•

Nader bodemonderzoek Boekeloseweg te Hengelo, d.d. 21 september 2004, Lankelma, ref: GJB/VN-26499;

•

Rapport verkennend bodemonderzoek locatie Boekeloseweg te Hengelo, d.d. 21 juni 2004, Lankelma

•

Rapportage uitsplitsing HCH, d.d. 14 maart 2006, Tebodin, ref: RKBK/T35521.03/1225;

•

Brief: afsprakenlijst overleg/documenten bodemonderzoek, d.d. 23 maart 2006, Twence afvalverwerking, ref:

•

Nader bodemonderzoek Boekeloseweg (Twente Heideweglocatie 53AB) te Hengelo, d.d.8 maart 2001, Tauw,

•

Verkennend bodemonderzoek nieuwbouw BEC bij Twence, d.d. 24 maart 2006, Tauw, ref: R001-4444169DTL;

•

Deelsaneringsplan nieuwbouw BEC Twence te Enschede, d.d. 8 maart 2006, Tauw, ref:R001-4397889GMC-

•

Aanvullende opmerkingen deelsaneringsplan BEC Twence, d.d. 11 april 2006, Tauw, ref: N001-4397889GMC-

1993, Tauw, ref: R3278212.J01/ANS;

Geotechniek Almelo b.v., ref: GJB/VN-26499;

sswart_060323_001; R001-3902870WDO-D01-D;

nva-V01-NL; V01; •

Beschikking ernst/spoedeisendheid en instemmen met het deelsaneringsplan Oude Hengelosedijk 100 in

•

Instemming met uitgevoerde deelsanering locatie BEC Twence, Oude Hengelosedijk 100 te Enschede, d.d.

Enschede. Projectcode: EN/0153/00226, d.d. 24 april 2006, gemeente Enschede, ref: 060010474 BM/be; 7 mei 2007, gemeente Enschede, ref: 0700002753 BM/be; •

Bodemonderzoek in verband met de aanleg van een nieuwe gasleiding aan de Oude Hengelosedijk te

•

Overzicht Twente-Heideweglocaties, d.d. 25 februari 2003, Tauw, ref: R001-4233220MMK-D01-D;

•

Actualisatie inventarisatie project Twente-Heideweg -versie 2000-, d.d. 18 mei 2000, Tauw, R001-

Enschede, d.d. 31 januari 2005, Syncera De Straat B.V., ref: B05K004;

3723275JHN-D01-D;

Actualisatie bodemkwaliteit Definitief rapport

9R9123.B0/R0002/Nijm - 11 -

21 januari 2008

•

Inventarisatie HCH-stortplaatsen in Twente door interpretatie van bestaande luchtfotografie, d.d. 1985,

•

Nader onderzoek perceel 51, d.d. februari 1989, Tauw, rap: 6047238 Aanvullend nader onderzoek locatie 51,

•

Saneringsonderzoek locatie 51 te Hengelo en locatie V2 te Enschede, project Heideweg, d.d. maart 1990,

•

Saneringsplan locatie 51 te Hengelo en locatie V2 te Enschede, project Heideweg, d.d. september 1990,

•

Bestek voor grondwerkzaamheden en grondwaterbemaling op locatie 51 en V2, d.d. 1990, Tauw, rap:

•

Aanvullend nader onderzoek locatie 51 en V2 Heideweg, d.d. december 1990, Tauw, rap: 3139409;

•

Calamiteit G.W.Z.I. locatie 51/V2 in week 16, d.d. 1993, Tauw, rap: 3264475;

•

Calamiteit G.W.Z.I. locatie 51/V2 in week 43 d.d. 1993, Tauw, rap: 3264467;

•

Heideweg, grondwatersanering locatie V2 en 51, beheer depot Beckum, d.d. 1993, Tauw, rap: 3250980;

•

Verslag van de bodemsanering- en grondwatersaneringswerkzaamheden locatie 51 en V2. Project Heideweg

•

Actualisatie inventarisatie project Twente-Heideweg -versie 2000-, d.d. 18 mei 2000, Tauw, R001-

•

Actualiserend grondwateronderzoek acht gesaneerde Twente-Heideweglocaties, d.d. maart 2001, rap:

•

Nader onderzoek Twentse Heideweglocatie V2, d.d. januari 2002, Tauw, rap: R001-3930122ANH-C01-D;

Eurosense B.V.; V2 50A en Boeldershoek te Hengelo, d.d. november 1989, Tauw, rap: 312074; Tauw, rap: 3126501; Tauw, rap: 3101789; 31019797;

in de gemeenten Hengelo en Enschede, d.d. juli 1993, Tauw, rap: 3157326; 3723275JHN-D01-D; 3854876 •

Overzicht Twente-Heideweglocaties, d.d. 25 februari 2003, Tauw, ref: R001-4233220MMK-D01-D;

•

Verkennend bodemonderzoek Twente-Heideweg locatie TH 41, d.d. 19 december 2003, Verhoeve Milieu, ref:

•

Nader onderzoek Oude Hengelose Dijk, d.d. 1985, Tauw, rap: 5104235;

•

Saneringsonderzoek Hengelose Dijk, d.d. augustus 1985, Tebodin, ref: 81694;

•

Aanvullend onderzoek drie percelen Heideweg, d.d. juni 1987, Tauw, ref: 5104278;

•

Saneringsonderzoek 3 locaties Heideweg, d.d. januari 1988, Tauw, ref: 5104278;

•

Grondwateronderzoek Oude Hengelose Dijk fase 1, d.d. 1988, Tauw, ref: 6047249;

•

Nader grondwater onderzoek oude Hengelose dijk, juli 1990, Tauw, ref: 3105636;

•

Aanvullend saneringsonderzoek naar grondwaterbeheersing perceel Oude Hengelose Dijk, d.d. juli 1991,

•

Beheersplan, d.d. december 1994, Tauw, ref: 3160971;

•

NOBIS onderzoek Bioremediatie HCH-locaties, d.d. september 1999, Tauw, ref: 3748618;

•

Aanvullend en actualiserend bodemonderzoek TH OHD, d.d. mei 2002, ref: R001-3864766;

•

Saneringsnotitie Twence, Oude Hengelose Dijk te Enschede, d.d. september 2004, Tauw, ref: R001-

advies/VMO/JNI/2607;

Tauw, ref: 6047230;

4345551BVO; •

Inventarisatie HCH-stortplaatsen in Twente door interpretatie van bestaande luchtfotografie, d.d. 1985,

•

Saneringsonderzoek drie locaties Heideweg/aanvullend onderzoek, d.d. oktober 1987, Tauw, rap: 5104278;

•

Heideweg, bemonstering drie depots oude Hengelose Dijk locatie 51, d.d. 1993, Tauw, rap: 3222365;

•

Calamiteit G.W.Z.I. locatie 51/V2 in week 16, d.d. 1993, Tauw, rap: 3264475;

•

Calamiteit G.W.Z.I. locatie 51/V2 in week 43 d.d. 1993, Tauw, rap: 3264467;

•

Heideweg in de gemeenten Hengelo en Enschede, d.d. juli 1993, Tauw, rap: 3157326;

•

Actualisatie inventarisatie project Twente-Heideweg -versie 2000-, d.d. 18 mei 2000, Tauw, R001-

•

Actualiserend grondwateronderzoek acht gesaneerde Twente-Heideweglocaties, d.d. maart 2001, rap:

•

Monsterneming Bouwstoffenbesluit Twence BV te Hengelo, d.d. 18 juni 2001, Tebodin B.V., ref: 3315001/XI;

•

Nader onderzoek Twentse Heideweglocatie 51, d.d. december 2001, Tauw, rap: 3930629;

•

Overzicht Twente-Heideweglocaties, d.d. 25 februari 2003, Tauw, ref: R001-4233220MMK-D01-D;

Eurosense B.V.;

3723275JHN-D01-D; 3854876;

Actualisatie bodemkwaliteit Definitief rapport

9R9123.B0/R0002/Nijm - 12 -

21 januari 2008

•

Aanvullend bodemonderzoek Twente Heideweglocatie 50A, d.d. 22 oktober 2001, Tauw, ref: R001-

•

Aanvullend bodemonderzoek en saneringsonderzoek Twente Heideweglocatie 50A, d.d. 21 juni 2000, Tauw,

•

Nader bodemonderzoek Boekeloseweg (Twente Heideweglocatie 53AB) te Hengelo, d.d.8 maart 2001, Tauw,

•

Overzicht Twente-Heideweglocaties, d.d. 25 februari 2003, Tauw, ref: R001-4233220MMK-D01-D;

•

Saneringsplan locatie 52AB te Hengelo, d.d. november 1988, Tauw, rap: 6047217;

•

Bestek voor grondwerkzaamheden en grondwaterbemaling op locatie 52AB, d.d. januari 1989, Tauw, rap:

•

Verslag van de bodemsanering- en grondwatersaneringswerkzaamheden locatie 52AB. d.d. februari 1991,

•

Bodem en gewasonderzoek locatie 52AB Twente Heideweg, d.d. 10 februari 1999, Tauw, ref: R3593053.D02;

•

Actualisatie inventarisatie project Twente-Heideweg -versie 2000-, d.d. 18 mei 2000, Tauw, R001-

•

Projectvoorstel naar grondwateronderzoek Twente Heideweg 52A te Hengelo (fase 1), Tauw, A001

3855724ANH-D01-D; ref: A001-3855724JHN-D0-D; R001-3902870WDO-D01-D;

6047219; Tauw, rap: 3104168.SO1;

3723275JHN-D01-D; 3932494ANH-D01-D; •

Actualiserend grondwateronderzoek acht gesaneerde Twente-Heideweglocaties, d.d. maart 2001, rap:

•

Nader onderzoek Twentse Heideweglocatie 51, d.d. december 2001, Tauw, rap: 3930629;

•

Ontwikkelingsvisie locatie Boeldershoek, d.d. september 2004, DHV, ref:ON-H-20042083;

•

Bodemkundig-hydrologisch en grondmechanisch onderzoek, d.d. februari 1988, Heidemij, ref: 634-43428

•

Afvalverwerkingsterrein Boeldershoek, lob III bodemkundig-hydrologisch en grondmechanisch onderzoek, d.d.

•

Asbestonderzoek Boeldershoek te Hengelo, d.d. 27 april 2006, Tauw, ref: R001-4446973WCDO-pla-V01;

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=enschede&id=e3713329-d3dc-4d86-81a3-d3f4f2e9c0a5