Blekerstraat locaties 61 en 83_Toelichting
Tekst van het document
- oppervlaktewater In het plangebied liggen geen watergangen en werkzaamheden vinden niet plaats binnen de beschermingszone van de primaire watergang. Aan de zuidzijde van het plan ligt de recent aangelegde Zuiderspoorbeek.
- grondwater en ontwatering Uit de resultaten van de metingen in de directe omgeving kan worden geconcludeerd dat de gemiddelde doorlatendheid varieert van 0,5 tot 1 m/dag. De metingen zijn uitgevoerd in de zandige bodem boven de grondwaterstand. De doorlatendheid van de zandlagen wordt daarmee beschouwd als “matig”. Het terrein is vanuit dat oogpunt van nature beperkt geschikt voor infiltratie. Het plan voorziet in het bergen en vertraagd afvoeren van regenwater. Infiltratie vindt enkel plaats via onverhard en half-verhard oppervlak. Hierdoor wordt een verhoogd effect op de grondwaterstand tegengegaan. Op basis van de maatgevende grondwaterstanden van het grondwatermeetnet, het verwachtte stromingspatroon en de metingen nabij de onderzoek locatie is bepaald dat binnen de plangebieden wordt voldaan aan de gewenste ontwateringshoogtes.
Blekerstraat 79-83 De gemiddeld hoogte grondwaterstand (GHG) voor de ontwikkeling Blekerstraat 79-83 ligt op NAP +35,60 meter. Vloerpeilen van de nieuwe woningen liggen tussen NAP 36,60 en NAP 36,70 meter en het wegpeil ligt tussen NAP 36,40 en NAP 36,50 meter. Daarmee wordt voldaan aan de minimaal gewenste ontwatering. De nieuwe hoogten van het plangebied sluiten aan bij de bestaande hoogtes en de hoogtes in de directe omgeving van het plangebied.
Blekerstraat 61 De gemiddeld hoogte grondwaterstand (GHG) voor de ontwikkeling Blekerstraat 61 ligt op NAP +35,90 meter. Het vloerpeil van de nieuwe woningen liggen op NAP 37,40 en NAP 37,50 meter en het wegpeil ligt tussen NAP 36,60 en NAP 37,20 meter. Daarmee wordt voldaan aan de minimaal gewenste ontwatering. De nieuwe hoogten van het plangebied sluit aan bij de nieuwbouw aan de oostzijde. De tuinen aan de noordwestzijde van het plangebied, aan de Blekerstraat, liggen in een laagte. Het nieuwe bouwplan voorziet in een afwateringsmogelijkheid van deze tuinen. Ten westen van het plangebied liggen bestaande garageboxen welke lager liggen dan de tuinen van het bestemmingsplan Blekerstraat locaties 61 en 83 (vastgesteld)
25
nieuwbouwplan. Het hoogteverschil wordt middels een keermuur overbrugd. Omdat het ophogen van het maaiveld kan zorgen voor een verhoging van de grondwaterstanden, wordt hier drainage aangelegd. Conclusie Op basis van het bovenstaande kan worden geconcludeerd dat de waterhuishouding geen belemmering vormt voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan.
3.3.2
Beschermde planten- en diersoorten
Wetgeving In hoofdstuk 3 van de Wet natuurbescherming is de aanwijzing en bescherming van planten- en diersoorten geregeld. Het gaat daarbij niet om de bescherming van individuele planten of dieren maar om te voorkomen dat het voortbestaan van soorten planten of dieren in gevaar komt en dat vaste rust- en verblijfplaatsen en groeiplaatsen opzettelijk worden vernield of verstoord. Hiertoe zijn in deze wet een aantal verbodsbepalingen opgenomen, zoals het verbod op het opzettelijk doden of verontrusten van dieren of het verbod op het plukken van planten. Daarbij is het “nee, tenzij” principe het uitgangspunt, er mag geen schade worden toegebracht aan beschermde dieren of planten tenzij dit uitdrukkelijk is toegestaan en daarbij zorgvuldig wordt gehandeld. Bij elke ruimtelijke ontwikkeling moet worden getoetst of de beoogde activiteiten mogelijk negatieve gevolgen kunnen hebben voor in dat gebied voorkomende vaste rust- en verblijfplaatsen en/of anderszins functioneel leefgebied van beschermde soorten. Indien noodzakelijk dienen tijdig passende preventieve of mitigerende maatregelen te worden getroffen dan wel dient het plan te worden aangepast om overtreding van verbodsbepalingen te kunnen voorkomen en de functionaliteit van het gebied voor de aanwezige beschermde soorten te kunnen waarborgen.
Indien door maatregelen en eventueel planaanpassing negatieve gevolgen voor aanwezige beschermde soorten niet of niet volledig kunnen worden voorkomen is een ontheffing van de betreffende verbodsbepalingen noodzakelijk en dient aannemelijk te worden gemaakt dat deze redelijkerwijs ook verleend zal kunnen worden. Beschermde soorten en het plangebied “Blekerstraat locaties 61 en 83” Voor het plangebied van locatie 83 is door Econsultancy een quickscan Wet natuurbescherming uitgevoerd. Zie bijlage 4. Uit het onderzoek volgt dat ten aanzien van algemene broedvogels kunnen overtredingen worden voorkomen door rekening te houden met het broedseizoen. Verder wordt geconcludeerd dat de destijds aanwezige bebouwing geschikt kan zijn als verblijfsplaats voor vleermuizen. Uit nader uitgevoerde onderzoeken (zie bijlage 7) op de onderzoekslocatie is gebleken dat er geen verblijfsfuncties voor de onderzochte vleermuissoorten aanwezig zijn. Als gevolg heeft initiatiefnemer de gronden vrij gemaakt voor bebouwing. Op dit moment liggen de gronden braak. Voor het plangebied van de locatie Blekerstraat 61 is door Natuurbank Overijssel een quickscan verricht (bijlage 5). De inrichting en het gevoerde beheer maken het plangebied niet tot een geschikte groeiplaats voor beschermde plantensoorten, maar wel tot geschikt functioneel leefgebied voor verschillende beschermde dieren.
Het plangebied wordt door beschermde diersoorten hoofdzakelijk benut als foerageergebied, maar mogelijk nestelen er vogels, bezetten amfibieën er een (winter)rustplaats, bezetten beschermde grondgebonden zoogdieren er een vaste rust- of voortplantingsplaats en bezetten vleermuizen er een verblijfplaats. Ook voor dit terrein is geconcludeerd dat nader onderzoek dient te worden uitgevoerd naar de mogelijke aanwezigheid van vleermuizen. In dit onderzoek is geconcludeerd dat er geen vleermuizen zijn aangetroffen (bijlage 6) Conclusie Wet natuurbescherming, bescherming van planten- en diersoorten De Wet natuurbescherming vormt voor wat betreft de bescherming van planten- en diersoorten op voorhand geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan. 3.3.3
Beschermde natuurgebieden
Natura 2000-gebied Bij elke ruimtelijke ontwikkeling moet worden getoetst of de beoogde activiteiten mogelijk significant negatieve gevolgen kunnen hebben voor de aangewezen natuurlijke habitats en habitats van soorten in een Natura 2000 gebied. Het plangebied van het bestemmingsplan ligt binnen de singel van de stad Enschede, ten zuidwesten van het centrum. Het plangebied ligt niet binnen de grenzen of in de directe nabijheid van een gebied dat is aangewezen als Natura 2000 gebied of bijzonder nationaal natuurgebied. De dichtstbijzijnde Natura 2000 gebieden is 'Aamsveen' op circa 5 kilometer ten zuidoosten van het plangebied. Voor dit gebied aangewezen habitattypen en habitats van soorten zijn gevoelig tot zeer gevoelig voor verzuring en vermesting als gevolg van stikstofdepositie. Andere Natura 2000 gebieden in de omgeving zijn gelegen op meer dan 5 kilometer afstand van het plangebied.
26
bestemmingsplan Blekerstraat locaties 61 en 83 (vastgesteld)
Natuurnetwerk Nederland Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is een samenhangend netwerk van natuurgebieden en landbouwgebieden met veel natuurwaarden. Het NNN heeft als doel het behouden, beschermen en versterken van de rijkdom aan plant- en diersoorten (biodiversiteit) en beoogt een bijdrage te leveren aan het realiseren en in stand houden van een (inter-)nationaal vitaal stelsel van natuurgebieden. Het plangebied van het bestemmingsplan “Blekerstraat locaties 61 en 83” is niet gelegen binnen de grenzen van een gebied dat onderdeel uitmaakt van het NNN. De dichtstbijzijnde gronden die onderdeel uitmaken van het NNN liggen op meer dan 2,5 km ten noorden van het plangebied. Een verdere toetsing aan het NNN kan daarom achterwege blijven. Het NNN vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan. Andere mogelijke verstoringsfactoren dan stikstofdepositie Eventuele negatieve effecten op de realisatie van de instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000 gebieden als gevolg van andere mogelijke verstoringsfactoren dan stikstofdepositie kunnen op voorhand worden uitgesloten. Verstoringsfactoren als oppervlakteverlies, versnippering, verontreiniging, verdroging, optische verstoring en verstoring door mechanische effecten kunnen alleen aan de orde zijn bij ruimtelijke ontwikkelingen in of in de directe nabijheid van een Natura 2000 gebied.
Voor andere verstoringsfactoren dan stikstofdepositie kan een nadere toetsing aan hoofdstuk 2 van de Wet natuurbescherming achterwege blijven. Stikstofdepositie In het kader van het voorliggende bestemmingsplan is een stikstofdepositie-onderzoek uitgevoerd. In het onderzoek is de stikstofdepositie tijdens de aanlegfase en de gebruiksfase bepaald. De resultaten van het onderzoek zijn opgenomen in het rapport dat als bijlage 3 bij deze plantoelichting is opgenomen. Uit het onderzoek blijkt dat zowel tijdens de aanlegfase als de gebruiksfase de stikstofdepositie op Natura 2000 gebieden niet hoger zal zijn dan 0,00 mol/ha/jaar. Er is daarmee geen sprake van een stikstofdepositie met een mogelijk significant negatief effect op Natura 2000 gebieden. Conclusie Wet natuurbescherming, beschermde natuurgebieden Op grond van het voorgaande kan met voldoende zekerheid worden geconcludeerd dat het voorliggende plan geen significant negatieve effecten op Natura 2000 gebieden zal hebben en daarmee in overeenstemming is met het bepaalde in de Wet natuurbescherming voor wat betreft het hoofdstuk Gebiedsbescherming. 3.3.4
Archeologische waarden
Beide locaties in het plangebied van het bestemmingsplan "Blekerstraat locaties 61 en 83" liggen volgens de archeologische verwachtingenkaart van de Gemeente Enschede in een gebied dat aangemerkt wordt als onderzoeksgebied B. Dat houdt in dat onderzoek noodzakelijk is bij een bodemverstoring (zoals graven) met een diepte van 50 cm of meer over een oppervlakte van 2.500 m 2 of meer. Het plangebied overschrijdt voor de locatie Blekerstraat 61 de grens van 2.500 m 2. Uit archeologisch onderzoek (zie bijlage 11) volgt dat is gebleken dat de bodem in het plangebied reeds verstoord is. Na het bodem- en asbestonderzoek is de bestaande bebouwing gesloopt en is de bodem laagsgewijs gesaneerd. Dit heeft de bodem in het zuiden tot 60-70 cm-mv verstoord, in het noorden tot 25 cm-mv en daar waar een weg wordt aangelegd tot 75 cm-mv. De opdrachtgever heeft aangegeven dat er voor de nieuwe bebouwing geen diepere bodemingrepen meer plaatsvinden met uitzondering van het aanbrengen van nutsvoorzieningen. Het onderzoek toont aan dat er geen archeologische waarden worden aangetast. 3.3.5
Cultuurhistorische waarden
Sinds 1 januari 2012 geldt de wettelijke verplichting om in een bestemmingsplan aan te geven hoe in dat plan rekening is gehouden met cultuurhistorisch erfgoed. Deze verplichting is vastgelegd in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Met de term cultuurhistorie worden de overblijfselen van de geschiedenis bedoeld die door de mens zijn gemaakt. Hierbij valt te denken aan stedenbouwkundige patronen, landschappelijke structuren en bouwkundig erfgoed. Cultureel erfgoed is alles met een materiële en immateriële waarde dat van belang wordt geacht voor de huidige en komende generaties om een beeld te geven van het verleden en dat zo een bijdrage levert aan de culturele identiteit van een land, een stad of een plek. De gebouwen zijn geen Rijks- of gemeentelijk monumentale panden. De bebouwing wordt gewaardeerd door de verwijzing naar het industriële textielverleden van de stad. Dit komt tot uiting in de sheddaken, algehele industriële uitstraling door sobere aankleding, bouwvorm en korrelgrootte. In de artist impressions komen deze waarden terug en zullen nog verder aangescherpt worden bij toetsing aan de bouwaanvraag. In en om de directe omgeving van het plangebied zijn geen cultuurhistorisch waardevolle objecten, structuren of bouwwerken aanwezig. Cultuurhistorische waarden worden dus niet aangetast.
bestemmingsplan Blekerstraat locaties 61 en 83 (vastgesteld)
27
3.3.6
Gezondheid
Beide locaties in het plangebied van het bestemmingsplan "Blekerstraat 61 en 83" liggen niet in de directe nabijheid van bijv. GSM-masten, hoogspanningsverbindingen, straalpaden of andere voorzieningen die eventuele gezondheidsproblemen kunnen opleveren voor toekomstige bewoners.
3.4
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
In hoeverre een plan draagvlak heeft dient meegewogen te worden bij de ruimtelijke aanvaardbaarheid van een plan. Initiatiefnemer heeft de plannen met de directe omwonenden rechtstreeks besproken. Dit heeft voor zover dat nodig is geacht geresulteerd in een schriftelijke overeenkomst met de eigenaren van de aangelegen percelen met betrekking tot afspraken over de aansluiting op elkaars kavels. Initiatiefnemer organiseerde op woensdag 20 april 2022 een buurtbijeenkomst voor omwonenden en belanghebbenden in het buurthuis Robson aan de Blekerstraat. Verslaglegging van deze bijeenkomst is naar de omwonenden gestuurd. Aanvullend zijn op 15 juni 2023 de plannen gepresenteerd aan de wijkraad Horstlanden-Stadsweide .
3.5
Economische uitvoerbaarheid
Het hoofddoel van dit bestemmingsplan is de gewenste toekomstige situatie planologisch-juridisch vast te leggen. Het plan maakt 18 grondgebonden woningen mogelijk, in de vorm van een twee-onder-één-kap-woning en rijenwoningen. De gronden in het plangebied zijn eigendom van een particulier/ projectontwikkelaar. Op grond van het bepaalde in artikel 6.12 van de Wro dient de gemeenteraad voor gronden waarop een bouwplan als bedoeld in artikel 6.2.1 van het Bro is voorgenomen een exploitatieplan vast te stellen, tenzij het kostenverhaal van de grondexploitatie over de in het bestemmingsplan begrepen gronden anderszins is verzekerd. De gronden worden door particulieren en/of een projectontwikkelaar ontwikkeld, waarbij de gemeente de kosten verhaalt middels een (anterieure) exploitatieovereenkomst met de betreffende particuliere ontwikkelaar. Gelet op het bovenstaande kan worden gesteld dat het kostenverhaal voldoende anderszins is verzekerd en is de economische uitvoerbaarheid van het nu voorliggende bestemmingsplan voldoende aangetoond.
28
bestemmingsplan Blekerstraat locaties 61 en 83 (vastgesteld)
Colofon Dit is een uitgave van: Afdeling Bestemmen Cluster Omgeving & Recht Gemeente Enschede
© Januari 2024, gemeente Enschede