CConstaterende datenschede
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlagen - Transitievisie Warmte Enschede def

Raadscommissie Omgevingsbeleid 15 november 2021, gemeente enschedeBij agendapunt: Vaststelling Transitievisie Warmte Enschede24.162 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Een grotere afhankelijkheid van elektriciteit heeft ook een nadelig effect op de snelheid waarmee we de transitie kunnen realiseren, omdat de transportcapaciteit van het net op veel plekken niet is afgestemd op een groeiende vraag naar elektriciteit en netverzwaring dus tempobepalend kan zijn.

Bijlagen Transitievisie Warmte Enschede 68

Bijlage D: Modelanalyses In deze bijlage wordt beschreven hoe we tot de verschillende warmteopties per wijk zijn gekomen met de laagste maatschappelijke kosten. Aan de grondslag van dit onderzoeksbeeld liggen verschillende modelstudies. Eerst zal de methodologie achter de financieel technische analyse met het Warmtetransitiemodel (WTM) in detail worden uitgewerkt. Hierna zullen andere modelanalyses worden besproken, waar in vergelijking met het WTM een analyse op is uitgevoerd die heeft geleid tot het onderzoeksbeeld waarop de warmteoptie per wijk is bepaald. Ook deze modelstudies zullen in dit hoofdstuk worden besproken. Samengevat staan de volgende onderdelen centraal: 1. Toepassing van het Warmtetransitiemodel 2. Vergelijkende analyse met andere rekenmodellen Het Warmtetransitiemodel maakt zoveel mogelijk gebruik van openbare data uit betrouwbare bronnen. Daarnaast maakt het model gebruik van verschillende kentallen om warmteopties te berekenen. Brondata en kentallen komen samen in het model dat volgens logische regels is ontworpen. Dit hoofdstuk gaat dieper in op de brondata, kentallen, en het modelontwerp.

D1 Methodologische verdieping Warmtetransitiemodel Deze paragraaf geeft een methodologische verdieping van het WTM van Over Morgen. Voor een methodologische verdieping van het Openingsbod 1.0 13 en de Startanalyse 202014 wordt verwezen naar externe documentatie in de voetnoot. D 1.1 Modelontwerp Warmtetransitiemodel Het WTM is een ruimtelijk model dat geschreven is in Python 3. Het model maakt 13

Openingsbod Warmtetransitie: https://www.stedin.net/zakelijk/branches/overheden/het-openingsbod

14

Startanalyse PBL: https://www.pbl.nl/publicaties/startanalyse-aardgasvrije-buurten-2020

Bijlagen Transitievisie Warmte Enschede 69

voornamelijk gebruik van de ArcPy library en maakt daarnaast gebruik van enkele PostGIS-libraries. De basis voor het modelontwerp is een database van gebouwen. Deze database is gebaseerd op de Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG) van het Kadaster. Deze gebouwendatabase is verrijkt met gegevens uit verschillende bronnen. Ook is informatie toegevoegd op basis van kentallen. De gebouwendatabase bevat zodoende van ieder gebouw in Nederland informatie over onder andere: • • • • •

Bouwjaar en gebouwtype Buurtkenmerken, zoals bebouwingsdichtheid Gemodelleerd energieverbruik en energieprestatie, gevalideerd met werkelijke verbruiksgegevens Investeringsbandbreedtes voor verschillende bouwkundige en energetische maatregelen Bandbreedtes voor kosten en besparingen

D 1.2 Brondata Warmtetransitiemodel Het WTM maakt vrijwel geheel gebruik van open data uit betrouwbare bronnen, zie figuur D.1. In Enschede is het model aangevuld met data over het warmtenet van Ennatuurlijk en het corporatiebezit. De gebouwendatabase is verrijkt met kengetallen over investeringskosten en operationele kosten en opbrengsten en een realistische besparingspotentie. Met deze kengetallen worden de warmteopties per buurt berekend. Het WTM maakt de warmteoptie met de laagst maatschappelijke kosten per buurt inzichtelijk. Kentallen worden bij woningbouw toegekend op basis van een woningtype - en bouwjaarcombinatie. Dit wordt een sleuteltype genoemd.

Bijlagen Transitievisie Warmte Enschede 70

Figuur D.1: Bronvermelding Warmtetransitiemodel

Bronhouder

Bron

Dataset

CBS

Wijk- en Buurtkaart

Buurtgeometrie

Energielevering aan woningen en bedrijven naar postcode Kleinverbruiksdata

Energieverbruiken per postcode-6

Regionale netbeheerders Kadaster

Basisregistratie Adressen en Gebouwen

Basisregistratie Topografie (TOP10NL) Over Morgen

Energieverbruiken per postcode-6 • Pandgeometrie • Oppervlaktes • Gebouwfuncties • Bouwjaar Terreingeometrie (voor berekening bebouwingsdichtheid) Energetische kengetallen en kostenkentallen op basis van eigen kennis en ervaring.

Bijlagen Transitievisie Warmte Enschede 71

Figuur D.2:. Combinaties van bouwjaarklassen en woningtypen vormen sleuteltypen in het Warmtetransitiemodel. Sleuteltypen voor utiliteitsbouw worden bepaald door combinaties van afgemelde energielabels en gebruiksfuncties.

Woningen Bouwjaarklassen <1920 1920-1950 1950-1975 1975-1990 1990-2005 ≥2005 Utiliteitsbouw Bouwjaarklassen < 1945 1946-1973 1974-1981 1982-1992 1993-1999 2000-2003 2004-2005 > 2005

Gebouwtype Rijwoning Twee-onder-een-kapwoning Vrijstaande woning Meergezinswoning Utiliteitsbouw

Energielabel G G F E D C B A

Functie Kantoren Winkels Gezondheidszorg Onderwijs Logies Sport Bijeenkomst

Bij utiliteitsbouw worden de sleuteltypes bepaald op basis van energielabel en functie. Als er geen energielabel aanwezig is, dan wordt het sleuteltype bepaald op basis van het bijhorende bouwjaar. Daarnaast maakt het model nog onderscheid tussen voor- en naoorlogs vastgoed. D 1.3 Hoe komen we tot een warmteoptiekaart? Het WTM berekent per wijk of buurt (CBS-wijk/buurt of postcodebuurt15) wat de totale maatschappelijke kosten zijn van warmteopties voor woningen. De verschillende kosten van de opties zijn naast elkaar gelegd en vergeleken. De resultaten van deze analyse zijn gevisualiseerd in de Warmteoptiekaart (zie paragraaf 3.1 15

Een postcodebuurt is een gebied met dezelfde postcode. Indien CBS-buurten te grofmazig zijn worden postcodebuurten als schaalniveau gekozen.

Bijlagen Transitievisie Warmte Enschede 72

van bijlage D). Deze paragraaf beschrijft eerst de gebouwgebonden maatregelen en vervolgens de warmteopties. D 1.4 Gebouwgebonden maatregelen We onderscheiden twee niveaus van isolatie in het model, het minimumniveau en het basisniveau. D 1.4.1 Minimum isolatieniveau Om de transitie mogelijk te maken is het wenselijk dat alle woningen zo snel mogelijk dit niveau hebben bereikt. Op dit niveau kunnen woningen comfortabel verwarmd worden met een maximumtemperatuur van 70°C in plaats van de 80°C tot 90°C die nodig is voor het verwarmen van slecht geïsoleerde woningen. De woningen zijn dan dus 70°C-ready. Figuur D.3 geeft ter indicatie per bouwjaar de maatregelen die genomen moeten worden voor het minimumniveau. Bij alle isolatiemaatregelen geldt dat maximaal technisch geïsoleerd moet worden zonder dat onderdelen van de woning geheel vervangen hoeven te worden. De daadwerkelijke isolatiewaarde die behaald kan worden is dus sterk situatieafhankelijk, omdat alle woningen anders zijn. Iedere huizenbezitter kan testen of hij op dit niveau zit door de bestaande gasketel op een maximumtemperatuur van 70°C in te (laten) stellen zonder (veel) in te hoeven leveren op gebied van comfort. In een aantal gevallen zullen er radiatoren vervangen of bijgeplaatst moeten worden.

Op het gebied van isolatie zitten alle woningen gebouwd na 1990 en een deel gebouwd tussen 1975 en 1990 al - vanaf het jaar dat ze gebouwd zijn - op dit minimumniveau. Alle woningen die daarvoor zijn gebouwd kunnen door het nemen van deze maatregelen naar een gemiddelde warmtevraag voor ruimteverwarming lager dan 80 kWh/m2.

Bijlagen Transitievisie Warmte Enschede 73

Figuur D.3: Indicatie minimumniveau maatregelen per bouwjaar en woningtype.

Eengezinswoning en < 1920 ≥ 1920 – 1950

Vloer

Gevel

Kozijnen en glas

Dak

Kruipruimte isoleren indien aanwezig

Geen spouw

Minimaal HR glas

Dak isoleren

Spouw Isoleren

Minimaal dubbel glas

Voldoet

Voldoet

Voldoet

Voldoet

Kruipruimte isoleren indien aanwezig

Geen spouw

Minimaal HR glas

Spouw isoleren

Minimaal dubbel glas

Voldoet

Voldoet

≥ 1950 - 1975 ≥ 1975 – 1990 ≥ 1990 - 2005 ≥ 2005 Meergezinswonin gen < 1920 ≥ 1920 – 1950 ≥ 1950 - 1975 ≥ 1975 – 1990 Voldoet

Dak isoleren

Voldoet

≥ 1990 – 2005 ≥ 2005 D 1.4.2 Basisisolatieniveau Als woningen het basisniveau bereikt hebben, zijn ze zowel geschikt om comfortabel te verwarmen met een maximumtemperatuur van 70°C, als met beperkte aanpassingen ook met 40°C. Om verwarming met deze lagere temperatuur van 40°C mogelijk te maken, moeten wel in de meeste gevallen de radiatoren vervangen worden door grotere laagtemperatuurradiatoren of vloerverwarming. Het is wenselijk dat een groot deel van de woningen in Nederland aan het einde van de warmtetransitie op dit niveau zit. Hierdoor zijn ze namelijk geschikt voor Bijlagen Transitievisie Warmte Enschede 74

bijna alle alternatieve duurzame verwarmingstechnieken. Ook wordt de warmtevraag hierdoor nog verder verlaagd en wordt de retourtemperatuur lager, waardoor installaties efficiënter kunnen functioneren. Figuur D.4 geeft ter indicatie de maatregelen die genomen moeten worden/zijn. Bij alle isolatiemaatregelen geldt dat het advies is om maximaal te isoleren tot het niveau dat technisch mogelijk is, zonder dat onderdelen van de woning geheel vervangen hoeven te worden. Figuur D.4: Indicatie basisniveau isolatiemaatregelen per bouwjaar.

Alle woningtypes < 1920 ≥ 1920 – 1950 ≥ 1950 – 1975 ≥ 1975 – 1990 ≥ 1990 - 2005 ≥ 2005

Vloer

Gevel

Kozijnen en glas

Dak

Kruipruimte isoleren als aanwezig

Isolatie binnenzij de Spouw (na)isoler en Voldoet

Minimaal HR glas

Dak (na)isoler en

Voldoet

Minimaal HR glas Minimaal HR glas

Voldoet

D 1.5 Bouwkundige niveaus in het Warmtetransitiemodel Het WTM rekent met vier bouwkundige niveaus. Voor een technische verdieping bij deze niveaus verwijzen we naar bijlage E. • • • •

Bestaande situatie (meer dan 80 kWh/m2 ruimteverwarming) Minimumniveau (max. 80 kWh/m2 ruimteverwarming) Basisniveau (max. 65 kWh/m2 ruimteverwarming) Hoog niveau (max. 50 kWh/m2 ruimteverwarming)

Het model neemt op basis van het sleuteltype aan op welk niveau ieder gebouw momenteel zit. Indien een gebouw nog niet op het minimum- of basisniveau zit, rekent het model door wat de kosten zijn om het minimum- en het basisniveau te Bijlagen Transitievisie Warmte Enschede 75

bereiken en tot welke energiebesparingen dat leidt. Het model doet dit voor ieder gebouw en aggregeert deze getallen vervolgens naar buurten. In bijlage E staan voor de verschillende sleuteltypes de investeringskosten voor het minimumniveau en het basisniveau. Naast isolatie zijn er aanvullende gebouwgebonden maatregelen nodig om de woning te verduurzamen en geschikt te maken voor duurzame verwarming: • • •

Elektrisch koken, zoals inductiekoken; Kierdichting; Voldoende (mechanische) ventilatie.

Deze investeringskosten zijn meegenomen indien van toepassing. D 1.6 Warmteopties in het Warmtetransitiemodel Het model kent een typologie van vijf warmteopties: • •

•

•

•

All electric: verwarmen en koken met gebruik van elektriciteit. In de woning wordt gebruikgemaakt van een warmtepomp. Gasnet in combinatie met hybride oplossingen: een gasinfrastructuur gevoed met duurzaam gas in combinatie met een gasketel en een elektrische warmtepomp. Warmtenet (70°C): collectieve warmtevoorziening in de vorm van een middentemperatuur warmtenet, waarbij warm water met een temperatuur van maximaal 70°C aangevoerd wordt tot bij het gebouw of de woning. Warmtenet (40°C): collectieve warmtevoorziening in de vorm van een lage temperatuur warmtenet, waarbij warm water met een temperatuur van circa 40°C aangevoerd wordt tot het gebouw of de woning. Lokale bronnetten: lokale kleinschalige (collectieve) warmtevoorziening in de vorm van een zeer lage temperatuur bronnet. In het gebouw is een warmtepomp nodig voor verwarming. Het aangevoerde water kan ook gebruikt worden voor koeling.

De warmteopties worden toegekend aan wijken op basis van een aantal rekenregels. Het model doorloopt hiervoor vijf stappen:

Bijlagen Transitievisie Warmte Enschede 76

1. Eerst worden op basis van bouwjaarklasse en dichtheid de bestaande wijken of buurten geselecteerd waar het gasnet zal blijven liggen. Het model rekent niet met het aanbod van duurzaam gas, maar kijkt alleen naar de vraagkant: in welke wijken zou het gasnet blijven liggen als er een beperkt aanbod is van duurzaam gas. In de praktijk zijn het historische stads- en dorpskernen en lintbebouwing die uitkomen op het gasnet. 2. Vervolgens wordt op basis van gebouwfunctie de bestaande wijken of buurten geselecteerd waar een bronnet de meest logische keuze is. Dit zijn dus wijken en buurten met relatief veel utiliteitsbouw. 3. In alle overige buurten kijkt het model vervolgens naar de dichtheid. Alleen als de dichtheid groter is dan 30 WEQ per hectare dan is een warmtenet een realistische oplossing. Wijken of buurten met een lagere dichtheid krijgen automatisch de warmteoptie all electric. 4. De buurten die dan nog overblijven krijgen op basis van een vergelijking van de maatschappelijke kosten de optie warmtenet of all-electric. D 1.7 Berekening van de maatschappelijke kosten Alleen in de buurten die overblijven in stap 4 wordt een maatschappelijke kostenberekening gemaakt om te komen tot de optimale warmteoptie. Deze berekening gaat als volgt.

Op basis van de kengetallen per sleuteltype berekent het model per woning wat de investeringen, onderhoudskosten en de energierekening is van de warmteopties warmtenet en all electric, over een periode van 30 jaar. Op basis hiervan wordt met een netto contante waardeberekening de onrendabele top berekend van de warmteopties. Die onrendabele top wordt geaggregeerd naar buurt en gemiddeld naar een gemiddelde onrendabele top per woning per buurt. De omvang van de onrendabele top verschilt doorgaans sterk per buurt. De onrendabele top is het deel van de investering dat niet kan worden terugverdiend gedurende de exploitatie. De exploitatiekosten zijn over het algemeen lager, als gevolg van een lagere energierekening. Vrijwel altijd zullen duurzame warmteopties nog leiden tot een onrendabele top op buurtniveau. Als de financieringsperiode wordt verkort naar bijvoorbeeld 15 jaar dan zal de onrendabele top dus verder stijgen.

Bijlagen Transitievisie Warmte Enschede 77

Alle investeringskosten en de onrendabele top worden uitgedrukt in een gemiddelde bandbreedte met een onder- en bovengrens en zijn inclusief BTW. Uitgangspunt is dat de investeringen worden gecombineerd met natuurlijke momenten. De gepresenteerde kosten zijn een gemiddelde van een bandbreedte met een onder- en bovengrens. De bandbreedtes zijn zodanig breed dat zij rekening houden met de volgende aspecten: • De te nemen maatregelen zullen op woningniveau sterk variëren; • Technische variaties binnen warmteopties, afhankelijk van warmtebron, opslag, opwekker en infrastructuur;

• Bestaande prijsverschillen op de markt door schaal en aanbestedingsvormen; • Marktontwikkelingen zoals schaarste en inzetbaarheid van personeel, materiaal, etc.; • Afwijking van de kengetallen als gevolg van sterk afwijkende woningen. De omvang van de bandbreedte verschilt per maatregeltype, warmteoptie en sleuteltype, afhankelijk van de karakteristieken van die specifieke combinatie.

D2 Vergelijkende modelanalyse warmte-infrastructuren Als aanvulling op de financieel-technische analyse is een vergelijking gemaakt met drie andere rekenmodellen die de gemeente Enschede tot haar beschikking heeft. Het doel van deze analyse is tweeledig: om de robuustheid van de financieel-technische analyse in de transitievisie te vergroten en om verschillen met andere modellen te verklaren. Deze uitkomsten kunnen de keuzes in de Transitievisie warmte versterken. Daarnaast is er een extra analyse gedaan door bureau Over Morgen. Namelijk het identificeren van gebieden met een hoge concentratie warmtevraag, ook wel de warmte-eilanden methodiek genoemd. De volgende modelstudies zijn gebruikt voor deze vergelijkende analyse: • •

De Startanalyse (2020): een doorrekening van alle gemeenten met het Vesta MAIS model door Planbureau voor de Leefomgeving (PBL). Een scenariostudie voor de warmtevoorziening van Enschede & Hengelo door Ecofys (2019). In navolging van het Energieakkoord is door de Provincie Overijssel een scenariostudie opgesteld waar vier scenario’s Bijlagen Transitievisie Warmte Enschede 78

•

•

verschillende eindbeelden schetsen voor de uitfasering van aardgas in Enschede en Hengelo. De vier scenario’s hebben elk een eigen invalshoek en worden als volgt gekarakteriseerd: minimale kosten, maximale duurzaamheid, maximale inzet warmtebronnen en maximale individuele keuzevrijheid. Het CEGOIA-model (2021). Het CEGOIA-model berekent de kosten van duurzame warmteopties. Hiermee heeft CE Delft op verzoek van Enexis advies uitgebracht over de ontwikkeling van het energievraagstuk, zowel op wijkniveau als landelijk. Het helpt de (lokale) overheid, de netbeheerder en het energiebedrijf een stap verder op weg naar een klimaatneutrale warmtevoorziening. Het Warmtetransitie Model (WTM) (2021): een nieuwe doorrekening van de maatschappelijke transitiekosten per buurt voor verschillende warmteopties door Over Morgen. In paragraaf D2.1 is deze modelmatige financieel-technische analyse op basis van het WTM nader toegelicht.

Een losstaande ‘extra’ analyse die is uitgevoerd voor Enschede is via de warmteeiland methodiek verricht. Deze methodiek is een onderdeel van het WTM. Deze identificeert gebieden met hoge concentraties van warmtevraag. De modellen verschillen van elkaar in aannames, (clustering van) warmteopties en gegevens waarmee de modellen rekenen. Door dat verschil kunnen ook de uitkomsten van de modellen verschillen van elkaar. Een vergelijkende analyse laat zien in welke buurten er een robuuste uitkomst is van meerdere modellen en waar er geen of minder consensus is tussen de modellen. D 2.1 Methodologie onderzoeksbeeld Deze modelstudies zijn zowel vergeleken op methodologie als op resultaten per CBS-buurt. Eerst is geverifieerd of de modelstudies inderdaad vergelijkbaar zijn, en waar de verschillen zitten in rekenwijze of uitgangspunten, en daarna is per buurt gekeken in hoeverre de modelstudies dezelfde resultaten per CBS-buurt produceren en wat de reden is van eventuele verschillende uitkomsten per buurt. Onderstaande figuur geeft een samenvatting weer van de belangrijkste overeenkomsten en verschillen tussen de vier gehanteerde modelstudies.

Bijlagen Transitievisie Warmte Enschede 79

D 2.2 Vergelijking inputzijde Onderstaande figuur D.5 geeft een samenvatting van de belangrijkste overeenkomsten en verschillen aan de inputzijde van de modellen Figuur D.5: Overeenkomsten en verschillen modellen Kenmerk WTM (2021) CEGOIA Startanalyse (2019) (2020) Tijdhorizon 2020. De 2050. De 2030. De kosten van /prijspeil kosten van kosten van maatregelen zijn toekomstige maatregelen maatregelen kosten waarbij zijn huidige zijn prijsontwikkelingen zijn kosten op toekomstige voorspeld op basis van basis van kosten waarbij leercurves en onderbouwde ervaringscijf prijsontwikkelin aannames. ers. gen zijn voorspeld op basis van leercurves en onderbouwde aannames. Kosten

Maatschapp elijke kosten

Maatschappelij ke kosten

Bouwkundi ge aannames

Neemt de huidige staat als uitgangspun t op basis van kengetallen.

Neemt de huidige staat als uitgangspunt op basis van kengetallen.

Isoleert naar een van de twee niveaus op basis van de laagste maatschapp elijke kosten: • Minimu m (lager dan 80

Isoleert naar het optimale energielabel op basis van de laagste maatschappelij ke kosten.

Maatschappelijke kosten (wordt “nationale kosten” genoemd in de Startanalyse) Neemt de huidige staat als uitgangspunt op basis van kengetallen. Heeft als uitgangspunt dat alle bebouwing naar schillabel B gaat, onafhankelijk van de warmteoptie.

Ecofys (2017) 2050. De kosten van maatregelen zijn toekomstige kosten waarbij prijsontwikkelin gen zijn voorspeld op basis van leercurves en onderbouwde aannames Maatschappelij ke kosten Neemt de huidige staat als uitgangspunt op basis van kengetallen. Afhankelijk van het scenario (4 stuks) wordt er geïsoleerd tot label A of B.

Bijlagen Transitievisie Warmte Enschede 80

Warmteopti es (output)

Warmtebro nnen

Hernieuwb aar gas

kWh/m2 ) • Basis (lager dan 65 kWh/m2) • Gasnet/ hybride • Allelectric • Warmte net (70°C) • Warmte net (40°C) • Lokale bronnett en Veronderste ld onbeperkt, separaat het bronperspec tief toetsen op basis van ander onderzoek.

Beschikbare hoeveelheid gas is geen

• • •

All-electric WKO Geothermi e (LT) • Restwarmt e (AVI en STEG) • HR-ketel (groen gas) • Hybride WP (groen gas) Verondersteld beperkt en als input aan het model meegegeven op basis van toen beschikbare data.

• •

Verondersteld beperkt en als input aan het

Verondersteld beperkt en als input aan het model meegegeven op basis van

• • •

All-electric Warmtenet met MT/HTbron Warmtenet met LT-bron Hernieuwbaar gas hybride Hernieuwbaar gas HRketel

Verondersteld beperkt en als input aan het model meegegeven op basis van toen beschikbare data.

• • •

•

All-electric Warmtenet HR-ketel & Hybride warmtepom p HR-ketel

Warmtebronne n zijn meegenomen en afhankelijk van het scenario worden beschikbare bronnen ingezet. In het scenario Maximale inzet van warmtebronnen worden warmtenetten ingezet in de gehele dicht bebouwde omgeving. Groen gas wordt als beschikbaar

Bijlagen Transitievisie Warmte Enschede 81

inputvariabe le. De warmteoptie gasnet wordt toegekend op basis van buurtkenme rken. In het geval van Enschede heeft toets plaatsgevon den op basis van het Klimaatakko ord.

model meegegeven op basis van toen beschikbare data. Gasnet als warmteoptie wordt toegewezen op basis van maatschappelij ke kosten en aannames beschikbaarhei d

toen beschikbare data. Gasnet als warmteoptie wordt toegewezen op basis van maatschappelijke kosten en aannames beschikbaarheid.

verondersteld. In deze studie is rekening gehouden met groen gas die buiten Enschede is geproduceerd.

Uit de vergelijking aan de inputzijde blijken drie belangrijke verschillen tussen de modellen: 1. Het Warmtetransitiemodel gaat uit van de kosten anno nu op basis van ervaringscijfers, terwijl de andere vier modellen uitgaan van toekomstige kosten op basis van onderbouwde voorspellingen. 2. De modellen doen alle verschillende aannames over de bouwkundige maatregelen die moeten worden genomen en de isolatieniveaus die worden onderscheiden. Aangezien de gebouwgebonden maatregelen de grootste kostenpost zijn in de keten kan dit verschil grote invloed hebben op de uitkomsten. 3. Het Warmtetransitiemodel neemt de beschikbaarheid van hernieuwbaar gas niet als inputvariabele mee, maar wijst gasnet als warmteoptie alleen toe op basis van bepaalde buurtkenmerken (ouderdom, dichtheid). Het model van Ecofys gaat uit van beschikbaarheid van hernieuwbaar gas, maar plaatst wel de kanttekening dat dit bij beperkte beschikbaarheid beter alleen als transitiebrandstof kan worden ingezet. De andere modellen gaan uit van een beperkte beschikbaarheid van hernieuwbaar gas en verdelen die over een beperkt aantal buurten op basis van de laagste maatschappelijke kosten. Bijlagen Transitievisie Warmte Enschede 82

D 2.3 Vergelijking outputzijde Om de vergelijking van de output tussen de vier modellen mogelijk te maken zijn de warmteopties gegeneraliseerd tot drie infrastructuren: • Gasnet • Warmtenet • All-electric Met gasnet bedoelen we dat in deze buurten voorlopig het gasnet het beste kan blijven liggen. Idealiter wordt hier met hybride(tussen)oplossingen gewerkt naast isoleren als eerste stap naar aardgasvrij. Op termijn kan dan gekeken worden of een andere warmteoptie toch passend kan zijn. Zo niet, dan zijn dit buurten waar duurzaam gas mogelijk toegepast zal worden. Als er tenminste voldoende duurzaam gas beschikbaar is op termijn. Vervolgens is per buurt bekeken welke output de modellen geven en in welke mate er overeenstemming is tussen de modellen.

D3 Resultaat onderzoeksbeeld In figuur D.6, D.7 en D.8 zijn de resultaten van de vier modellen over elkaar heen gelegd per warmteinfrastructuur. Wat uit het onderzoeksbeeld naar voren komt is dat het warmtenet een belangrijke warmteoptie is in Enschede. Dit is gelet op het stedelijke karakter van de gemeente geen verrassende uitkomst. All-electric zien we in mindere mate terugkomen. Wijken waar all-electric vaak terugkomt zijn bedrijventerreinen (bronnet) en wijken met een lagere bebouwingsdichtheid. Uit het kaartbeeld kunnen de volgende conclusies worden getrokken: 1. De grootste overeenstemming tussen de modellen is te vinden in een groot deel van het Binnensingelgebied, Helmerhoek, Wesselerbrink, Deppenbroek en Mekkelholt. In al deze gebieden komen de vier modellen uit op een warmtenet als optimale infrastructuur. 2. De kleinste mate van overeenstemming is te vinden in de ring direct om het Binnensingelgebied. De verklaring voor deze verschillen is Bijlagen Transitievisie Warmte Enschede 83

waarschijnlijk te vinden in het feit dat de vier modellen op een andere manier omgaan met de beschikbaarheid en toewijzing van hernieuwbaar gas en de kosten die de modellen berekenen voor de bouwkundige aanpassingen. Door de ouderdom van de woningen in deze buurten kunnen die kosten sterk verschillen afhankelijk van de aannames die worden gedaan in het model. Mede op basis van de dichtheid van bebouwing, de ligging van de warmtenetinfrastructuur en de gemiddelde leeftijd van de bebouwing is hier waar mogelijk een keuze gemaakt voor de best passende warmteoptie. In deze wijken waar er nog geen overeenstemming is over de uitkomst zal het gasnet voorlopig blijven liggen en ligt de focus op besparen en hybride oplossingen. Bij herijking van de transitievisie warmte zal opnieuw bekeken worden of er dan wel duidelijkheid is over de aardgasvrije eindoplossing. Figuur D.6: Vergelijking warmtenet

Bijlagen Transitievisie Warmte Enschede 84

Figuur D.7: Vergelijking all electric

Figuur D.8:. Vergelijking gasnet

Bijlagen Transitievisie Warmte Enschede 85

D 3.1 Validatie van het onderzoeksbeeld Zoals uit het onderzoeksbeeld blijkt, zijn modelstudies niet feilloos en het onderzoeksbeeld is dat dus ook niet. Daarom is het onderzoeksbeeld met de lokale werkgroep gevalideerd. Dat wil zeggen: per buurt is bekeken of de uitkomst van het onderzoeksbeeld logisch, begrijpelijk en herkenbaar is. Bij die validatie zijn dus ook de vakspecialisten van de diverse partijen betrokken. Eventuele onlogische uitkomsten per buurt zijn samen met de vakspecialisten verklaard en aangepast. Deze overwegingen zijn meegenomen in het opstellen van de uiteindelijke warmteoptiekaart van de gemeente. Op basis van de hierboven beschreven analyse is de definitieve kaart van warmteopties per buurt tot stand gekomen (zie figuur D.9). In bijlage F is het overzicht van alle buurten in Enschede opgenomen met de warmteoptie uit de vergelijkende analyse en het gekozen transitiepad. Figuur D.9. Warmteoptie per wijk in Enschede

Bijlagen Transitievisie Warmte Enschede 86

Bijlage E: Kosten voor de inwoner Om beter inzichtelijk te maken wat de financiële consequenties zijn van de warmtetransitie voor de inwoner op woningniveau, zijn vier voor Enschede representatieve woningtypes geselecteerd. Enschede telt ruim 75.000 woningen. Representatieve woningtypes zijn: • Een twee-onder-één-kap woning gebouwd tussen 1920 en 1950; • Een rijwoning gebouwd tussen 1950 en 1975; • Een rijwoning gebouwd tussen 1975 en 1990; • Een galerij- of portiekflat (meergezinswoning) gebouwd tussen 1950 en 1975. Voor deze vier representatieve woningtypes geven we inzicht in: • De investeringskosten voor de vastgoedeigenaar voor isolatie; • De investeringskosten van de warmteopties per woningtype. Het inzicht wordt gegeven voor de volgende vijf situaties: • De huidige situatie, waarbij de woning wordt verwarmd met gasketel. • De situatie waar maatregelen genomen om de woning te verbeteren tot het minimumniveau (lager dan 80 kWh/m2). • De situatie waar maatregelen genomen om de woning te verbeteren tot het basisniveau (lager dan 65 kWh/m2), dit is vergelijkbaar met de Standaard. • De situatie waar maatregelen genomen om de woning te verbeteren tot het minimumniveau (lager dan 80 kWh/m2) in combinatie met aansluiting op een warmtenet.

• De situatie waar maatregelen genomen om de woning te verbeteren tot het basisniveau (vergelijkbaar met de Standaard (lager dan 65 kWh/m2)) in combinatie met het vervangen van radiatoren en een individuele luchtwaterwarmtepomp. • De situatie waar maatregelen genomen om de woning te verbeteren tot het minimumniveau (lager dan 80 kWh/m2) in combinatie met een hybride warmtepomp. De figuren in de volgende paragrafen geven voor alle representatieve woningtypes inzicht in de investeringen, die gedaan moeten worden door de

Bijlagen Transitievisie Warmte Enschede 87

vastgoedeigenaar aan de woning voor zowel het minimum als de Standaard cq. basisisolatieniveau. De kosten zijn berekend in een bandbreedte. Er is dus een minimale en een maximale investering mee gemoeid op basis van ervaringscijfers. Individuele investeringskosten kunnen ook hoger of lager uitvallen dan deze gemiddelde bandbreedtes. Dat is bijvoorbeeld afhankelijk van de omvang van de woning en de huidige mate van isolatie. Uitgangspunt is dat de investeringskosten gedaan worden gelijktijdig met een natuurlijk moment voor onderhoud of vervanging of in combinatie met een verbouwing. De gebruikskosten zijn hier niet inzichtelijk gemaakt.

E1 Investeringskosten woning voor isolatie, ventilatie, binneninstallatie en elektrisch koken Figuur E.1: Investering in de woning voor twee-onder-een-kap 1920-1950 (getallen zijn indicatief op basis van het prijspeil 2020) Bouwdeel Minimumniveau De Standaard - Basisniveau van

tot

van

tot

€4.550

€4.550

€4.550

€4.550

€20.000

€ 5.875

€20.000

€ 4.275

€11.875

Bouwkundig Begane grondvloer isoleren Isolatieglas aanbrengen Spouwisolatie

€4.275

€ 4.550

Isoleren zoldervloer €10.400

Isoleren schuin dak Isoleren plat dak

€2.250

€2.250

€10.400 € 2.250

€ 2.250

Installatietechnisch €3.800

Mechanische ventilatie

€ 3.800

Radiatoren vervangen

€3.000

E-koken + aanpassen meterkast TOTAAL

€1.000

€2.200

€ 1.000

€ 2.200

€15.075

€43.200

€22.500

€55.075

Bijlagen Transitievisie Warmte Enschede 88

Figuur E.2: Investering in de woning voor rijwoning 1950-1975 (getallen zijn indicatief op basis van het prijspeil 2020) Bouwdeel Minimumniveau De Standaard - Basisniveau van tot van tot Bouwkundig Begane grondvloer isoleren

€ 3.500

€ 3.500

Isolatieglas aanbrengen Spouwisolatie

€ 2.700

€ 2.700

€ 3.500

€ 3.500

€ 5.875

€ 5.875

€ 2.700

€ 2.700

€ 3.500

Isoleren zoldervloer Isoleren schuin dak

€ 10.400

€ 10.400

€ 3.800

€ 3.800

Installatietechnisch Mechanische ventilatie Radiatoren vervangen

€ 2.000

E-koken + aanpassen meterkast TOTAAL

€ 1.000

€ 2.200

€ 1.000

€ 2.200

€ 9.200

€ 22.600

€ 16.575

€ 28.475

Figuur E.3: Investering in de woning voor rijwoning 1975-1990 (getallen zijn indicatief op basis van het prijspeil 2020) Bouwdeel Minimumniveau De Standaard - Basisniveau van

tot

van

tot

€ 3.500

€ 3.500

€ 3.500

€ 4.700

€ 4.700

Bouwkundig Begane grondvloer isoleren Isolatieglas aanbrengen

€ 2.700

Spouwisolatie € 3.500

Isoleren zoldervloer Isoleren schuin dak

€ 11.200

€ 11.200

€ 3.800

€ 3.800

Installatietechnisch Mechanische ventilatie Radiatoren vervangen

€ 3.000

E-koken + aanpassen meterkast TOTAAL

€ 1.000

€ 2.200

€ 1.000

€ 2.200

€ 4.000

€ 20.700

€ 12.700

€ 28.100

Bijlagen Transitievisie Warmte Enschede 89

Figuur E.4 : Investering in de woning voor portiekwoning of galerijwoning 1950-1975 (getallen zijn indicatief op basis van het prijspeil in 2020) Bouwdeel Minimumniveau De Standaard - Basisniveau van

tot

van

tot

€ 1.050

€ 1.050

€ 1.050

€ 1.050

€ 4.700

€ 4.700

€ 4.700

Bouwkundig Begane grondvloer isoleren Isolatieglas aanbrengen Spouwisolatie

€ 1.575

€ 1.575

€ 1.575

€ 1.575

Isoleren plat dak

€ 2.250

€ 2.250

€ 2.250

€ 2.250

Installatietechnisch € 2.800

Mechanische ventilatie

€ 2.800

Radiatoren vervangen

€ 1.500

E-koken + aanpassen meterkast TOTAAL

€ 1.000

€ 2.200

€ 1.000

€ 2.200

€ 7.375

€ 14.575

€ 10.575

€ 14.575

E 2 Investeringskosten warmteopties per woningtype Figuur E.5: Investering warmteopties twee-onder-een-kap woning (getallen zijn indicatief op basis van het prijspeil 2020) Warmtenet All electric Hybride warmtepomp

KDB warmtenet16 Opwekinstallatie

van

tot

€ 17.000

€ 22.000

LT-radiatoren Totaal

€ 17.000

€ 22.000

van

tot

van

€ 15.000

€ 20.000

€

6.500

€

10.000

€

€

€

6.500

€

10.000

6.000

€ 23.500

tot

6.000

€ 28.500

16 KDB = kostendekkingsbijdrage en is alleen van toepassing voor warmtenetwijken

Bijlagen Transitievisie Warmte Enschede 90

Figuur E.6: Investering warmteopties rijwoning (getallen zijn indicatief op basis van het prijspeil 2020) Warmtenet All electric Hybride warmtepomp van

tot

van

tot

Opwekinstallatie

€ 12.500

€ 17.500

€ 6.000

€ 9.000

LT-radiatoren

€ 4.000

€ 4.000

€ 16.500

€ 21.500

€ 6.000

€ 9.000

KDB warmtenet

Totaal

van

tot

€ 12.500

€ 17.500

€ 12.500

€ 17.500

Figuur E.7: Investering warmteopties portiekwoning of galerijwoning (getallen zijn indicatief op basis van het prijspeil 2020) Warmtenet All electric Hybride warmtepomp KDB warmtenet

van

tot

€ 5.000

€ 10.000

Opwekinstallatie LT-radiatoren Totaal

€ 5.000

€ 10.000

van

tot

van

€ 12.500

€ 17.500

€

6.000

€

9.000

€

€

€

6.000

€

9.000

3.000

€ 15.500

tot

3.000

€ 20.500

Bijlagen Transitievisie Warmte Enschede 91

Bijlage F: Onderbouwing warmteoptie op wijkniveau Op basis van de vergelijkende analyse is een warmteoptiekaart gemaakt (zie figuur D.9, pagina 67). Naar aanleiding van een analyse van het huidige warmtenet en de mogelijkheden daarvan plus inzicht in de potentiële bronnen hebben we de uitkomst voor een aantal buurten nog aangepast. Op dit moment is er bijvoorbeeld geen bron bekend voor een warmtenet in Glanerbrug. Deze buurten krijgen dan ook als transitiepad ‘besparen en op termijn warmteoptie bepalen’. Hieronder staan voor alle buurten de uitkomsten van de vergelijkende analyse en het gekozen transitiepad. Figuur F.1: Onderbouwing warmteoptie op wijkniveau Buurtcode

Buurtnaam

Wijk

Warmteoptie

Transitiepad

Afweging keuze

BU01530000

City

Binnensingelgebied

Mix bronnet & warmtenet

Wijkaanpak warmtenet

Combi woningen en utiliteit

BU01530001

BU01530003

De Bothoven

BU01530004

HogelandNoord

Binnensingelgebied Binnensingelgebied Binnensingelgebied Binnensingelgebied

Warmtenet

BU01530002

Lasonder, Zeggelt De Laares

BU01530005

Getfert

Binnensingelgebied

Mix bronnet & warmtenet

Wijkaanpak warmtenet Wijkaanpak warmtenet Wijkaanpak warmtenet Besparen en op termijn warmteoptie bepalen Wijkaanpak warmtenet

BU01530006

VeldkampGetfert-West

Binnensingelgebied

Gasnet

BU01530007

HorstlandenStadsweide

Binnensingelgebied

Mix bronnet & warmtenet

Besparen en op termijn warmteoptie bepalen Wijkaanpak warmtenet

BU01530008

Boddenkamp

Binnensingelgebied

Mix bronnet & warmtenet

Wijkaanpak warmtenet

BU01530100

Velve-Lindenhof

Hogeland

Gasnet

Besparen en op termijn warmteoptie bepalen

Warmtenet Warmtenet Gasnet

Combi woningen en utiliteit

Combi woningen en utiliteit Combi woningen en utiliteit

Bijlagen Transitievisie Warmte Enschede 92

BU01530101

Wooldrik

Hogeland

Gasnet

BU01530102

Hogeland-Zuid

Hogeland

Gasnet

BU01530103

Varvik-Diekman

Hogeland

Mix bronnet & warmtenet

Besparen en op termijn warmteoptie bepalen Besparen en op termijn warmteoptie bepalen Wijkaanpak warmtenet

BU01530104

Sleutelkamp

Hogeland

BU01530104

Sleutelkamp

Hogeland

Mix all electric, gasnet & warmtenet All electric

All electric

BU01530104

Sleutelkamp

Hogeland

Gasnet

BU01530104

Sleutelkamp

Hogeland

Warmtenet

BU01530105

't Weldink

Hogeland

Gasnet

BU01530106

De Leuriks

Hogeland

All electric

Besparen en op termijn warmteoptie bepalen Wijkaanpak warmtenet Besparen en op termijn warmteoptie bepalen All electric

BU01530200

Cromhoffsbleek -Kotman

Boswinkel

Mix bronnet & warmtenet

Wijkaanpak warmtenet

BU01530201

Boswinkel

Warmtenet

BU01530202

Boswinkel-De Braker Pathmos

Boswinkel

Gasnet

BU01530203

Stevenfenne

Boswinkel

Gasnet

BU01530204

Stadsveld-Zuid

Boswinkel

Warmtenet

BU01530205

Boswinkel

Warmtenet

Boswinkel

Warmtenet

BU01530207

ElferinkHeuwkamp StadsveldNoord-Bruggert 't Zwering

Boswinkel

Warmtenet

BU01530208

Ruwenbos

Boswinkel

All electric

Wijkaanpak warmtenet Besparen en op termijn warmteoptie bepalen Besparen en op termijn warmteoptie bepalen Wijkaanpak warmtenet Wijkaanpak warmtenet Wijkaanpak warmtenet Wijkaanpak warmtenet All electric

BU01530300

TubantiaToekomst Twekkelerveld

Twekkelerveld

Warmtenet

Twekkelerveld

Warmtenet

BU01530206

BU01530301

Combi woningen en utiliteit

Combi woningen en utiliteit

Wijkaanpak warmtenet Wijkaanpak warmtenet

Bijlagen Transitievisie Warmte Enschede 93

BU01530400

WalhofRoessingh

EnschedeNoord

Mix bronnet & warmtenet

Wijkaanpak warmtenet

BU01530401

Bolhaar

All electric

All electric

BU01530402

Warmtenet

BU01530403

RoombeekRoomveldje Mekkelholt

BU01530404

Deppenbroek

BU01530405

VoortmanAmelink

EnschedeNoord EnschedeNoord EnschedeNoord EnschedeNoord EnschedeNoord

BU01530406

DrienerveldU.T. Schreurserve

EnschedeNoord Ribbelt Stokhorst

Warmtenet

BU01530501

RibbeltRibbelerbrink

Ribbelt Stokhorst

Gasnet

BU01530502

Park Stokhorst

Ribbelt Stokhorst

Warmtenet

Wijkaanpak warmtenet Wijkaanpak warmtenet Wijkaanpak warmtenet Besparen en op termijn warmteoptie bepalen Wijkaanpak warmtenet Besparen en op termijn warmteoptie bepalen Besparen en op termijn warmteoptie bepalen Besparen en op termijn warmteoptie herijken

BU01530503

Stokhorst

All electric

All electric

BU01530600

Stroinkslanden Noord-Oost StroinkslandenZuid Stroinkslanden Noord-West Wesselerbrink Noord-Oost Wesselerbrink Zuid-Oost Wesselerbrink Zuid-West Wesselerbrink Noord-West HelmerhoekNoord HelmerhoekZuid het Brunink

Ribbelt Stokhorst Enschede-Zuid

Warmtenet

Enschede-Zuid

Warmtenet

Enschede-Zuid

Warmtenet

Enschede-Zuid

Warmtenet

Enschede-Zuid

Warmtenet

Enschede-Zuid

Warmtenet

Enschede-Zuid

Warmtenet

Enschede-Zuid

Warmtenet

Enschede-Zuid

Warmtenet

Enschede-Zuid

All electric

Wijkaanpak warmtenet Wijkaanpak warmtenet Wijkaanpak warmtenet Wijkaanpak warmtenet Wijkaanpak warmtenet Wijkaanpak warmtenet Wijkaanpak warmtenet Wijkaanpak warmtenet Wijkaanpak warmtenet All electric

BU01530500

BU01530601 BU01530602 BU01530603 BU01530604 BU01530605 BU01530606 BU01530607 BU01530608 BU01530609

Warmtenet Warmtenet Gasnet

Gasnet

Combi woningen en utiliteit

Geen warmtebron aanwezig en koppeling op hoofdinfra warmtenet onwaarschijnlij k

Bijlagen Transitievisie Warmte Enschede 94

BU01530700

Industrie- en havengebied

Bedrijfsterreine n EnschedeWest Bedrijfsterreine n EnschedeWest Bedrijfsterreine n EnschedeWest Bedrijfsterreine n EnschedeWest

Lokaal bronnet

BU01530701

Marssteden

BU01530702

Koekoeksbeekhoek

BU01530703

Kennispark

BU01530800

Glanerveld

Glanerbrug en omgeving

Gasnet

BU01530801

BentveldBultserve

Glanerbrug en omgeving

BU01530801

BentveldBultserve BentveldBultserve

Glanerbrug en omgeving Glanerbrug en omgeving

Mix all electric, gasnet & warmtenet All electric

BU01530801

BentveldBultserve

Glanerbrug en omgeving

Warmtenet

BU01530802

SchipholtGlanermaten

Glanerbrug en omgeving

BU01530802

SchipholtGlanermaten SchipholtGlanermaten

Glanerbrug en omgeving Glanerbrug en omgeving

Mix all electric, gasnet & warmtenet All electric

BU01530802

SchipholtGlanermaten

Glanerbrug en omgeving

Warmtenet

BU01530803

Eekmaat

Glanerbrug en omgeving

Gasnet

BU01530804

Oikos

Glanerbrug en omgeving

BU01530804

Oikos

Glanerbrug en omgeving

Mix all electric, gasnet & warmtenet All electric

BU01530801

BU01530802

Warmtenet

Lokaal bronnet Mix bronnet & warmtenet

Gasnet

Gasnet

Collectieve aanpak bedrijventerrein Collectieve aanpak bedrijventerrein Collectieve aanpak bedrijventerrein Collectieve aanpak bedrijventerrein

Hier ligt al een warmtenet

Warmtenet kan, bronnet ook door aanwezigheid LT-bronnen

Besparen en op termijn warmteoptie bepalen

All electric Besparen en op termijn warmteoptie bepalen Besparen en op termijn warmteoptie bepalen

Geen warmtebron aanwezig voor warmtenet

All electric Besparen en op termijn warmteoptie bepalen Besparen en op termijn warmteoptie bepalen Besparen en op termijn warmteoptie bepalen

Geen warmtebron aanwezig voor warmtenet

All electric

Bijlagen Transitievisie Warmte Enschede 95

BU01530804

Oikos

Glanerbrug en omgeving

Gasnet

BU01530804

Oikos

Glanerbrug en omgeving

Warmtenet

BU01530805

Eilermarke

All electric

BU01530806

De Slank

Glanerbrug en omgeving Glanerbrug en omgeving

BU01530807

Dolphia

Glanerbrug en omgeving

Gasnet

BU01530808

Eekmaat West

Glanerbrug en omgeving

BU01530808

Eekmaat West

BU01530808

Eekmaat West

Glanerbrug en omgeving Glanerbrug en omgeving

Mix all electric & gasnet All electric

BU01530900

Dorp Lonneker

BU01530900

Dorp Lonneker

BU01530900

Dorp Lonneker

BU01530901

Dorp Boekelo

BU01530901

Dorp Boekelo

BU01530901

Dorp Boekelo

BU01530904

BU01530905

Lokaal bronnet

Gasnet

Landelijk gebied en kernen Landelijk gebied en kernen Landelijk gebied en kernen

Mix all electric & gasnet All electric

Landelijk gebied en kernen Landelijk gebied en kernen Landelijk gebied en kernen

Mix all electric & gasnet All electric

Buurtschap Zuid-Esmarke

Landelijk gebied en kernen

Gasnet

Buurtschap Broekheurne

Landelijk gebied en kernen

Gasnet

Gasnet

Gasnet

Besparen en op termijn warmteoptie bepalen Besparen en op termijn warmteoptie bepalen All electric

Geen warmtebron aanwezig voor warmtenet

Collectieve aanpak bedrijventerrein Besparen en op termijn warmteoptie bepalen

All electric Besparen en op termijn warmteoptie bepalen

All electric

Besparen en op termijn warmteoptie bepalen

All electric

Besparen en op termijn warmteoptie bepalen Besparen en op termijn warmteoptie bepalen Besparen en op termijn warmteoptie bepalen

Bijlagen Transitievisie Warmte Enschede 96

BU01530906

Buurtschap Usselo

Landelijk gebied en kernen

Gasnet

BU01530906

Josink Es

Lokaal bronnet

BU01530907

Boekelerveld

Bedrijfsterreine n EnschedeWest Landelijk gebied en kernen

BU01530908

Buurtschap Twekkelo

Landelijk gebied en kernen

Gasnet

Gasnet

Besparen en op termijn warmteoptie bepalen Collectieve aanpak bedrijventerrein Besparen en op termijn warmteoptie bepalen Besparen en op termijn warmteoptie bepalen

Bijlagen Transitievisie Warmte Enschede 97

Bijlage G: Aanvullende analyses voor fasering warmtenetwijken Op basis van aanvullende analyses passend bij het afwegingskader zoals beschreven in hoofdstuk 7 van de transitievisie warmte is een fasering van warmtenetwijken tot stand gekomen. Relevante kwantitatieve en kwalitatieve data zijn gebundeld om inzicht te krijgen in de opgaves op stads- en wijkniveau. De gegevens zijn gebruikt om via het afwegingskader te helpen bij het faseren van de warmtenetwijken. De volgende analyses zijn uitgevoerd: • •

• • •

•

•

•

Er is bepaald welke gebouwen nog niet zijn aangesloten op het warmtenet. Er is in kaart gebracht wat het type bebouwing is (zie figuur G.1). Waarbij vooral het onderscheid tussen meergezinswoningen (hoogbouw) en eengezinswoningen van belang is naast bedrijfsgebouwen en maatschappelijk vastgoed. Ook is er in kaart gebracht welke woningen en gebouwen in bezit zijn van welke woningcorporatie (zie figuur G.2) Beoogde renovatieprojecten van corporaties tussen nu en 2030 zijn op wijkniveau in kaart gebracht. Geplande grootschalige transformatie zoals in Kennispark is meegenomen. Voor dat gebied ligt er al een stedenbouwkundig plan waar ook de warmtetransitie onderdeel van is. De rioolvervangingsopgave van de gemeente is meegenomen (zie figuur G.3). Er zijn 3 buurten met grootschalige vervanging in de periode 20252030. Hier is koppeling met de realisatie van een warmtenet mogelijk interessant. (Deppenbroek, Mekkelholt, Wesselerbrink Zuid-Oost). De geplande scheiding van hemelwaterafvoer en rioolwater tussen nu en 2030 is meegenomen evenals die straten en gebieden waar maatregelen op de planning staan om wateroverlast tegen te gaan (zie figuur G.3). De urgentiescores van de Stedelijke InvesteringsAfweging (SIA) zijn meegenomen.

Deze analyse (zie figuur G.4) focust zich op de buurten met de hoogste cumulatieve urgenties, waarbij urgenties op gebied van leefbaarheid, veiligheid, gezondheid, inkomen, energie en klimaat zijn opgeteld. Op basis van de urgentiescores is er een rangschikking van Bijlagen Transitievisie Warmte Enschede 98

buurten ontstaan met de hoogste cumulatieve urgenties, waarbij urgenties op het gebied van leefbaarheid, gezondheid, inkomen, energie en klimaat zijn opgeteld.

Figuur G.1: Bouwtypes in Enschede

Bijlagen Transitievisie Warmte Enschede 99

Figuur G.2: woningbezit van corporaties

Figuur G.3: Beoogde rioolvervanging en scheiding riool- en hemelwater tussen nu en 2030:

Bijlagen Transitievisie Warmte Enschede 100

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=enschede&id=c38bfa2e-9247-4600-bc70-c2c0c9eabaa2