Bijlage Locaal Educatieve Agenda 2023 2026
Tekst van het document
Daarnaast wordt er op andere zorgintensieve scholen eveneens geëxperimenteerd met het aanbieden van geïntegreerde hulp op school. Dit wordt gefinancierd uit de drie wetten: Jeugdwet, Wet Langdurig Zorg (WLZ) en Zorg Verzekeringswet (ZVW). - Wat goed ging tijdens de OJA-pilot, gaan we ook toepassen op andere plekken in het onderwijs. We gaan de komende LEA-periode gebruiken om de ondersteuning door wijkteams, JGZ en het preventieve aanbod vanuit het voorveld (welzijn, sport, cultuur, …) meer te integreren in en om de school. Daarmee zorgen we dat de ondersteuning dichterbij en laagdrempeliger wordt en wordt het ook een logischer onderdeel van het onderwijs. Niet voor elke tegenslag is hulp nodig. We gaan minder gebruik maken van jeugdzorg op sommige locaties. Deze kiezen we op basis van een analyse. Tegengaan van schaduwonderwijs - Onderwijs heeft als doel jongeren voor te bereiden op een plek in de maatschappij. Daarvoor zijn een passende opleiding en goede maatschappelijke vaardigheden noodzakelijk. Een passende opleiding is niet altijd een cognitief hoger aangeschreven opleiding. Schoolprestaties zijn op kortere termijn te verbeteren door o.a. specifieke training buiten de lessen om (‘schaduwonderwijs’). Op langere termijn zorgen juist de motivatie uit jezelf en je persoonlijke mogelijkheden voor succes.
Schaduwonderwijs zorgt bij jongeren voor een gevoel van hoge verwachtingen waaraan zij moeten voldoen. Dit geeft stress en de angst om te falen. De LEA-partners steunen daarom dit schaduwonderwijs niet (zoals bijvoorbeeld huiswerkbegeleiding). De komende periode kijken we naar bestaande afspraken en gebruiksovereenkomsten met (commerciële) aanbieders en of we hiermee door willen gaan. - Als er toch extra onderwijsactiviteiten nodig zijn, dan bekijken we dit op basis van een analyse en in onderling overleg. De gesubsidieerde onderwijsbegeleiding wordt de komende LEA-periode geëvalueerd en waar nodig bijgesteld. Waar merken ouders en kinderen dat aan?
23
• •
Jongeren kunnen in Enschede de schoolopleiding volgen die past bij hun ambities en mogelijkheden. Ze krijgen ondersteuning als dit nodig is en ontwikkelen zich tot mondige adolescenten die hun weg na de vervolgopleiding en de maatschappij zelfstandig weten te vinden. Ouders en jongeren zien dat de school en andere partijen het beste met hen voor hebben en passende hulp bieden die in lijn is met de mogelijkheden.
Hoe blijven we op koers? De plannen in deze LEA worden jaarlijks uitgewerkt in uitvoeringsplannen. Deze worden geëvalueerd. Dit zorgt voor input voor de volgende uitvoeringsplannen. Dit doen we als LEA-partners samen. Wat zijn de kosten? De middelen voor de activiteiten hierboven genoemd en afkomstig van de gemeente: Basis-arrangementen gefinancierd vanuit het LEA-budget zijn de maatschappelijke stage, wetenschap & techniek en makerschap. Jongerenwerk op school, bewegingsonderwijs, Duitse taal en cultuureducatie worden uit andere budgetten gefinancierd. Plus-arrangementen worden gefinancierd uit budgetten van het onderwijs en vanuit meerdere beleidsonderdelen van de gemeente. Budget Jongerenwerk op School is structureel beschikbaar. Voor Kansrijk Ondersteunen zetten we nu budgetten in van het onderwijs, Jeugdgezondheidszorg (JGZ), schoolwijkcoaches en leerplicht. Tot en met het schooljaar 2024-2025 kunnen we ook de rijksmiddelen van het Nationaal Programma Onderwijs (NPO) gebruiken. Als uit de school-klas-kind-analyses en de gesprekken acties komen die nog niet begroot zijn zullen hier extra middelen voor gevonden moeten worden. Dit bekijken we per jaar en wordt elk jaar in de Zomernota geactualiseerd.
24
PARAGRAAF 6: VAN VOORTGEZET ONDERWIJS NAAR MIDDELBAAR BEROEPSONDERWIJS Twentse Belofte 1: Jongeren die de overstap maken naar een nieuwe school zijn goed voorbereid en op de nieuwe school komt de (extra) ondersteuning direct op gang. Inleiding In het regionaal plan De Twentse Belofte hebben we in belofte 1 vastgelegd hoe we ervoor zorgen dat jongeren een goede overstap maken naar een nieuwe school. Met als doel dat er minder jongeren voortijdig van school gaan en we in Twente bijdragen aan een landelijke vermindering van het aantal nieuwe voortijdig schoolverlaters. In de LEA dragen we met de Enschedese partners bij aan dit regionaal plan. Daarin leggen we Enschedese accenten. Voor wie • Alle jongeren die naar het MBO gaan en extra ondersteuning nodig hebben • Leerlingen vanuit het Praktijkonderwijs (PrO) en het Voortgezet (Speciaal) Onderwijs (V(S)O) Wat gaan we daarvoor doen - Jongeren worden voorbereid op de stap naar een nieuwe school. Zij krijgen extra ondersteuning voor, tijdens en na de overstap. Er is sprake van een warme overdracht (basis). - In juni 2020 zijn we begonnen met de Overstaptafel. Het Twents Aansluitingsnetwerk gaat samen met het vmbo, mbo en de gemeenten kijken welke leerlingen zich nog niet hebben ingeschreven. Dan wordt bepaald wie dit gaat oppakken. Dit noemen wij de zomeracties (basis).
- In convenanten tussen Praktijkonderwijs (PrO) en ROC zijn samenwerkingsafspraken vastgelegd. Het doel is een doorlopende leerlijn maken voor leerlingen uit het Praktijkonderwijs, zodat ze een diploma van de Entree opleiding of een startkwalificatie (niveau 2) halen (basis). - Als jongeren op papier naar het vervolgonderwijs kunnen, maar daar in de praktijk nog niet aan toe zijn, krijgen zij alternatieve onderwijsvormen aangeboden. Voorbeelden hiervan zijn het Pre-MBO of Go2MBO. een samenwerking tussen Attendiz (VSO) en Entree (plus). - Gemeenten gaan meedenken over welke jongeren extra risico lopen. Samen met de scholen wordt bekeken hoe deze jongeren de beste begeleiding kunnen krijgen. Denk bijvoorbeeld aan jongeren die uit huis zijn geplaatst of een GGZ-behandeling krijgen (plus). Hoe blijven we op koers? De stuurgroep Twentse Belofte rapporteert jaarlijks over het aantal jongeren vanuit PrO, VSO en Entreeonderwijs dat een kwetsbare overstap maakt naar het MBO, of zij aankomen en goed landen op hun nieuwe school. Wat zijn de kosten? De kosten van deze begeleiding vallen onder de begroting van De Twentse Belofte, onderwijs, leerplicht en RMC.
25
PARAGRAAF 7: OP HET MIDDELBAAR BEROEPSONDERWIJS Twentse Belofte 2: Jongeren met een hogere kans op schooluitval worden op school extra ondersteund om zich te ontwikkelen en een startkwalificatie te halen. Voor wie • Alle jongeren in het VO en MBO die een risico lopen op zowel school- als maatschappelijke uitval door bijvoorbeeld psychosociale of keuzeproblemen, verslaving, schulden of problemen thuis. Deze jongeren kunnen zich op school moeilijk of zelfs helemaal niet handhaven (plus) • Opvallende risico-groepen waarvan we signalen krijgen: zoals bijvoorbeeld vastgelopen jongeren vanuit HAVO 3 en 4 en leerlingen vanuit Vmbo-BB op het MBO. (Zie ook Ambitie 5: Kansrijk ondersteunen op het VO) Wat gaan we daarvoor doen Algemeen - Er is een passend opleidingsaanbod voor studenten met diverse leervragen en verschillende ondersteuningsbehoefte (inclusief onderwijs). - Het onderwijs wordt ondersteund door de partners in de begeleidingsketen, waaronder de gemeenten. - Jongeren met een hogere kans op schooluitval worden op school extra ondersteund om zich te ontwikkelen en een startkwalificatie te behalen. - Op het MBO werken professionals uit de jeugdgezondheidszorg, verslavingszorg, jeugdartsen en Leerplicht/RMC intensief en preventief samen met de professionals van het Loopbaancentrum. Wat is basis - Naast het melden van verzuim wordt ook meteen gehandeld.
De school, gemeente en hulpverleners werken daarbij samen. Om dat in goede banen te leiden, pakken we het als volgt aan: - We kijken naar de oorzaken van het verzuim en bepalen welke acties extra nodig zijn. - De studieloopbaanbegeleiders zorgen voor de basis-ondersteuning. Is er extra ondersteuning nodig dan komt het Loopbaancentrum in beeld (plus). Wat is plus - We kijken naar problematisch schoolverzuim en hoe dat kan worden voorkomen. Het gaat dan niet alleen om ongeoorloofd verzuim (verzuim waar geen goede reden voor is), maar ook om zorgwekkend geoorloofd verzuim (bijvoorbeeld leerlingen die langdurig ziek zijn). Hierbij is de insteek om het verschil tussen het melden bij 18- en 18+ minder groot te maken. Dit kan bijvoorbeeld door bij 18+ eerder en vaker preventief te melden. - We gaan meer interdisciplinair werken: scholen, gemeenten, Jeugdgezondheidszorg (JGZ), Raad voor de Kinderbescherming, Veilig Thuis Twente (VTT), jeugdreclassering en het Openbaar Ministerie (OM) gaan samen kijken hoe het gaat en bepalen hoe het beter kan. - We gaan bepalen hoe we de Jeugd-GGZ eerder en beter op scholen kunnen inzetten. - Het Loopbaancentrum van ROC van Twente heeft een centrale positie als het gaat om begeleiding van jongeren die kans hebben om uit te vallen.
De afgelopen jaren is de expertise van het team uitgebreid, door extra en vroegtijdige inzet van jeugdartsen, jeugd-ggz en verslavingszorg. Deze inzet wordt door ROC van Twente en gemeenten geëvalueerd, voortgezet en doorontwikkeld. - Ook het RMC en Leerplicht gaan intensiever met het Loopbaancentrum samenwerken. In overleg met het MBO gaan we op de locaties aan de slag om meer jongeren in een vroeg stadium te helpen. Zodat de kans kleiner wordt dat ze uitvallen en niet aangemeld hoeven te worden bij Leerplicht of RMC. - MBO en gemeenten gaan bepalen hoe ze de begeleiding van MBO en zorg vanuit de gemeenten beter kunnen laten aansluiten op elkaar. Hetzelfde gaan we doen met de zorgverzekeraars, omdat veel jongeren ouder dan 18 jaar zijn. Zij maken dus geen gebruik meer van de Jeugdwet, maar van de Zorgverzekeringwet. - We hebben al jaren een uitgebreid aanbod van Plusvoorzieningen op het MBO. We gaan onderzoeken of de Plusvoorzieningen blijven aansluiten bij de begeleidingsbehoefte van de studenten. Waar nodig gaan we nieuwe voorzieningen opzetten of bestaande Plusvoorzieningen samen met de partners door ontwikkelen (zoals bijvoorbeeld Scoren door Scholing en Assist).
26
Plusvoorzieningen zijn speciale voorzieningen die jongeren zowel groepsgericht als individueel extra ondersteuning bieden om hun opleiding af te ronden. Het gaat om voorzieningen die bovenop de ondersteuning van studieloopbaanbegeleiders komt. -
Voor de studenten van het MBO zijn en blijven de Plusvoorzieningen beschikbaar. Ze zijn ook vrij toegankelijk voor alle jongeren in Twente die ingeschreven staan bij ROC van Twente en Zone College op niveau 1 t/m 4. We onderzoeken wat de risicogroepen zijn. Denk aan bovengenoemde vastgelopen jongeren vanuit HAVO 3 en 4 en leerlingen vanuit Vmbo-BB op het MBO. Ook jongeren met een recente migratieachtergrond (Syrische en Eritrese jongeren) vallen op. Scholen, zorgaanbieders en gemeente gaan de ondersteuning op elkaar afstemmen.
Waar merken jongeren en hun ouders dat aan? • • • •
Jongeren merken dat er aandacht is voor hun persoonlijke situatie en dat daarmee rekening wordt gehouden op school. Jongeren merken dat scholen en gemeenten op de hoogte zijn van elkaars activiteiten. Jongeren voelen zich aan alle kanten gesteund als ze het moeilijk hebben en dreigen uit te vallen. Jongeren die het nodig hebben merken dat ze direct gebruik kunnen maken van extra ondersteuning.
Hoe blijven we op koers? Bovengenoemde activiteiten worden door de regiegroep Twentse Belofte gemonitord, geëvalueerd en bijgesteld. De stuurgroep Twentse Belofte rapporteert jaarlijks over: - onze bijdrage aan een landelijke vermindering van het aantal nieuwe voortijdig schoolverlaters tot maximaal 20.000 in 2024; - schoolaanwezigheid - het percentage uitgevallen jongeren dat een jaar later terugkeert naar het onderwijs, - de jongeren vanuit het VSO, PrO en Entree, die gestopt zijn met school en in beeld zijn gekomen bij de gemeente. Hoe verdelen we de kosten? De kosten van deze begeleiding vallen onder de begroting van De Twentse Belofte, onderwijs, leerplicht en RMC.
27
PARAGRAAF 8: NAAR WERK/DAGBESTEDING EN/OF TERUG NAAR SCHOOL Twentse Belofte 3: Jongeren die zonder startkwalificatie van school gaan worden persoonlijk begeleid naar een passende plek in de samenleving. Deze ambitie vinden we ook terug in de Strategische Koers 2023-2027 van het ROC van Twente en in de Werkagenda mbo in wording. Twentse Belofte 5: Jongeren die niet op school zitten of aan het werk zijn worden benaderd en begeleid zodat ze terug naar school kunnen, aan het werk of allebei. De komende jaren willen we via de uitvoering van ons regionaal plan De Twentse Belofte: a) bijdragen aan een landelijke vermindering van het aantal nieuwe voortijdig schoolverlaters tot maximaal 20.000 in 2024; b) het percentage uitgevallen jongeren dat een jaar later terugkeert naar het onderwijs verhogen; c) het percentage uitgevallen jongeren dat één jaar later voor minimaal 12 uur per week werkzaam is verhogen; en d) ervoor zorgen dat alle jongeren uit het VSO, PrO en Entree-onderwijs bekend zijn bij de gemeente voordat zij het onderwijs verlaten. e) ervoor zorgen dat meer jongeren die langer dan een jaar geleden met school en/of werk gestopt zijn, weer terug naar school gaan, aan het werk of allebei.
Voor wie • Alle jongeren tot 27 jaar die zonder startkwalificatie van school gaan • Andere jongeren (ook mét startkwalificatie) die extra ondersteuning nodig hebben • Jongeren vanuit VSO, PrO en Entree-onderwijs en jongeren zonder startkwalificatie voor wie school en/of werk meer dan een jaar na uitval nog niet lukt Wat gaan we daarvoor doen Wat is basis -
Alle jongeren tot 27 jaar die zonder startkwalificatie van school gaan of al langer dan een jaar van school zijn zijn bekend in het Actieteam en krijgen via het Actieteam passende ondersteuning aangeboden richting zelfredzaamheid (basis)
Wat is plus - Vaak hebben deze jongeren meer problemen, bijvoorbeeld met schulden, met wonen, met eenzaamheid. Dan is er een vast contactpersoon nodig om samen met de jongere overzicht te houden op alle leefgebieden en het vizier op de toekomst te richten (plus). - Een medewerker van de gemeente zoekt jongeren met problemen op meerdere leefgebieden actief op en houdt contact. - In het contact met de jongere staat het bouwen aan vertrouwen en aan eigen regie van de jongere centraal. De jongere bepaalt welke stappen in welke volgorde gezet worden. - De jongere krijgt een vaste contactpersoon toegewezen. Deze persoon houdt het overzicht op de leefgebieden en houdt het langere termijnperspectief voor ogen, totdat de jongere zelf de regie kan overnemen of tot de leeftijd van 27 jaar. Oók als de jongere weer naar school gaat of aan het werk. - Er kunnen ook andere begeleiders actief zijn: van school, van geestelijke gezondheidszorg, schuldenaanpak enz. De vaste contactpersoon blijft samen met de jongere het overzicht houden. - Onder leefgebieden verstaan we de Financiën, Fysieke gezondheid, Mentale gezondheid, Sociaal netwerk, Wonen, Werk, Opleiding - Als een gemeente denkt dat de jongere weer naar school kan, dan hebben de gemeente en het onderwijs (Team Bijzondere Instroom) eerst samen contact.
Het onderwijs denkt in een vroeg stadium hierover mee; voordat de jongere wordt aangemeld bij het MBO. Team Bijzondere Instroom zorgt voor een warme overdracht. En adviseert de opleiding wat de jongere nodig heeft aan extra begeleiding.
28
Waar merken jongeren en hun ouders dat aan? -
Jongeren zonder startkwalificatie merken dat ze bij het verlaten van de school een gesprek krijgen. Daarin wordt gesproken over hun toekomst, leefgebieden en hoe nu verder. Ook wordt duidelijk wie hun contactpersoon wordt bij de gemeente. Jongeren worden ondersteund bij het zoeken naar een geschikte vervolgplek en hier goed op voorbereid. Jongeren kennen hun contactpersoon bij de gemeente en merken dat hij of zij vanuit hun perspectief aan de slag gaat. Alle jongeren tot 27 jaar, zonder startkwalificatie, merken dat ze in beeld zijn doordat ze persoonlijk en actief worden benaderd. Ze ervaren dat ze op alle mogelijke manieren gestimuleerd worden om alsnog een diploma te halen en/of te gaan werken. Jongeren merken dat ze weer in staat zijn om te werken of een opleiding af te ronden. Ze merken dat ze op andere leefgebieden ook begeleid worden als dat nodig is. Jongeren hebben vertrouwen in hun begeleider.
Hoe blijven we op koers? De stuurgroep Twentse Belofte rapporteert jaarlijks over: - onze bijdrage aan een landelijke vermindering van het aantal nieuwe voortijdig schoolverlaters tot maximaal 20.000 in 2024; - het percentage uitgevallen jongeren dat een jaar later terugkeert naar het onderwijs, - het percentage uitgevallen jongeren dat één jaar later voor minimaal 12 uur per week werkzaam is - de jongeren vanuit het VSO, PrO en Entree, die gestopt zijn met school en in beeld zijn gekomen bij de gemeente. Het Actieteam rapporteert jaarlijks over het aantal jongeren dat ze in begeleiding hebben en hun vorderingen op alle leefgebieden. Hoe verdelen we de kosten? De kosten van deze begeleiding vallen onder de begroting van De Twentse Belofte, onderwijs, leerplicht en RMC.
29
BIJLAGEN: MENGEN OF SCHEIDEN VAN KINDEREN MET VERSCHILLENDE ACHTERGRONDEN
Kinderen zitten vaak in de klas met kinderen van hetzelfde sociaal-economische milieu (‘segregatie’). Dit is niet goed voor de ontwikkeling van kinderen uit minder stimulerende gezinnen. Artikel 167a van de Wet op het Primair Onderwijs vraagt om in de LEA aandacht te geven aan dit verschijnsel. Enschede volgt het landelijke beeld van De Staat van het Onderwijs 2022. De schoolsegregatie van kinderen van ouders met een migratieachtergrond daalt langzaam. De segregatie naar opleidingsniveau en inkomen van ouders is groter en daalt niet. Uit verder onderzoek blijkt dat Enschede één van de steden is waar segregatie ook erg wordt beïnvloed door de keuze van de school, en dus niet alleen door de wijk waar iemand woont (Bron: Boterman en De Wolf, 2018).6 Volgens dit onderzoek is 25 procent van de leerlingen door schoolkeuze ongelijk verdeeld, terwijl dat in bijvoorbeeld Zoetermeer maar 5% is. Wij herkennen deze situatie in Enschede. Wij vinden het belangrijk dat mensen hun eigen school kunnen kiezen (artikel 23) en geloven niet in maatregelen die deze keuzes beperken. Liever gaan we extra investeren in uitstekend onderwijs in kwetsbare wijken. Segregatie zien we ook (op een iets andere manier) bij de peuters: kinderen van tweeverdieners gaan naar de kinderdagopvang, terwijl (vooral) kinderen van éénverdieners of ouders zonder werk naar de peutergroep gaan.
De regelgeving van dit moment helpt daar niet bij. Daarom gaan we op zoek naar mogelijkheden om de segregatie in de leeftijd van 2 tot 4 jaar te verminderen.
6 “Woonsegregatie bepaalt in grote mate schoolsegregatie”, Boterman en De Wolf, ESB (4768), december 2018
30