CConstaterende datenschede
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 8 Concept wijziging omgevingsplan

Raadsvergadering 12 mei 2025, gemeente enschedeBij agendapunt: Raadsvoorstel PPS Cromhoff14.994 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

De detailhandelsfunctie betreft maximaal 20% van het totale bruto vloeroppervlak (b.v.o.) van de (delen van) gebouwen van het bedrijf, met een maximum van 60 m 2 verkoopvloeroppervlak (v.v.o.); Het betreft de verkoop van goederen die ter plaatse worden vervaardigd, gerepareerd en/of toegepast in het productieproces. De detailhandel is uitsluitend toegankelijk via de ingang van het bedrijf waar de detailhandel bij hoort. Er wordt voldaan aan de algemene beoordelingsregel in artikel 9.

b. c. d. 16.2

Beoordelingsregels omgevingsplanactiviteit bouwwerken

Voor een omgevingsvergunning voor de omgevingsplanactiviteit bouwwerken gelden de beoordelingsregels voor bouwen in hoofdstuk 2 en hoofdstuk 4.

32 t)

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan H22A Cromhoff (concep

Artikel 17

17.1

Gebruiksactiviteiten

17.1.1 a. b.

c.

Cultuur en ontspanning - Cromhoff

Algemeen

Binnen het werkingsgebied Cultuur en ontspanning - Cromhoff mogen de gronden gebruikt worden voor activiteiten op gebied van kunst, cultuur en ontspanning/leisure. Daar waar aanvullend op het bedoelde onder a géén wonen is toegestaan, zoals bedoeld in artikel 15, is wel het gebruik van een dakterras en/of daktuin toegestaan ten behoeve van bewoners van direct aangrenzende gebouwen. Binnen het werkingsgebied Cultuur en ontspanning - Cromhoff mogen de gronden gebruikt worden voor bij de onder a en b bedoelde activiteiten behorende bouwwerken, erven, terreinen, voorzieningen en activiteiten, zoals: 1. parkeervoorzieningen en laden en lossen; 2. voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding, zoals sloten, beken, vijvers, poelen, wadi's en andere voorzieningen ten behoeve van het vasthouden, bergen, aan- en afvoeren van water; 3. voorzieningen ten behoeve van warmte-koude-opslag; 4. groenvoorzieningen; 5. (openbare) nutsvoorzieningen; 6. uit- en inritten, toegangswegen, wandel- en fietspaden.

17.1.2

Specifieke geb ruiksregels

Voor de activiteiten als bedoeld in lid 17.1.1 onder a gelden volgende voorwaarden: a. b. c. d.

e.

Alle activiteiten vinden inpandig plaats. Dus ook niet op een dakterras. De activiteiten hebben geen of zeer beperkte invloed op het woon- en leefklimaat in de omgeving. De activiteiten vinden overdag en/of gedurende een deel van de avond plaats (niet tussen 22:00 en 7:00 uur). Het betreft de volgende activiteiten en daarmee vergelijkbare activiteiten, voor zover deze naar aard en omvang vergelijkbaar zijn qua invloed op het woon- en leefklimaat in de omgeving: 1. Tentoonstellingen en musea; 2. Kleinschalige voorstellingen, zoals theater/toneel, lezing, dans, ballet en muziek met niet-versterkte muziek; 3. Workshops/onderwijs gericht op kunst, cultuur en creativiteit, zoals muziek, toneel, beeldende kunst en dans; 4. Niet-intensieve vormen van sport/beweging en spel, zoals yoga(-onderwijs), jeu de boules en escaperooms. De activiteiten zijn alleen toegestaan als wordt voldaan aan artikel 14.

17.1.3

Omgevingsplanactiviteiten geb ruik

Met een omgevingsvergunning kan niet zelfstandige horeca worden toegestaan (horeca-categorie 4), als onderdeel van een activiteit als bedoeld in lid 17.1.1 onder a. 17.1.4

Beoordelingsregels omgevingsplanactiviteiten gebruik

Voor het verlenen van een omgevingsvergunning als bedoeld in lid 17.1.3 gelden de volgende voorwaarden: a. b. c.

De oppervlakte van de niet zelfstandige horecafunctie telt niet mee in de toegestane oppervlakte aan zelfstandige horecafuncties als bedoeld in lid 18.1.2, maar artikel 14 blijft wel van toepassing; De horecafunctie is uitsluitend toegankelijk via de ingang van de functie waar de horecafunctie onderdeel van is. Overnachting is niet toegestaan, met uitzondering van overnachting ten behoeve van yoga-onderwijs, onder de volgende voorwaarden: 1. Er zijn maximaal 24 slaapplaatsen (voor 24 personen), verdeeld over maximaal 12 ruimtes; 2. Er is geen sprake van wonen;

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan H22A Cromhoff (concept) 33

3.

Overnachten is alleen toegestaan als een persoon yoga-onderwijs volgt op direct op de overnachting aansluitende dagen (de dag voor de overnachting en/of de dag er na). Er wordt voldaan aan de algemene beoordelingsregel in artikel 9.

d. 17.2

Beoordelingsregels omgevingsplanactiviteit bouwwerken

Voor een omgevingsvergunning voor de omgevingsplanactiviteit bouwwerken gelden de beoordelingsregels voor bouwen in hoofdstuk 2 en hoofdstuk 4.

34 t)

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan H22A Cromhoff (concep

Artikel 18

18.1

Gebruiksactiviteiten

18.1.1 a.

b.

Horeca - Cromhoff

Algemeen

Binnen het werkingsgebied Horeca - Cromhoff is zelfstandige horeca toegestaan, met dien verstande dat deze functie uitsluitend is toegestaan op de begane grond en beperkt is tot horecabedrijven in horeca-categorie 3. Bij nieuwvestiging of uitbreiding geldt de vergunningplicht zoals opgenomen in artikel 18.1.3. Binnen het werkingsgebied Horeca - Cromhoff mogen de gronden gebruikt worden voor bij de onder a bedoelde activiteiten behorende bouwwerken, erven, terreinen, voorzieningen en activiteiten, zoals: 1. parkeervoorzieningen en laden en lossen; 2. voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding, zoals sloten, beken, vijvers, poelen, wadi's en andere voorzieningen ten behoeve van het vasthouden, bergen, aan- en afvoeren van water; 3. voorzieningen ten behoeve van warmte-koude-opslag; 4. groenvoorzieningen; 5. (openbare) nutsvoorzieningen; 6. uit- en inritten, toegangswegen, wandel- en fietspaden.

18.1.2

Specifieke geb ruiksregels

Voor de in lid 18.1.1 onder a genoemde activiteiten gelden de volgende voorwaarden: a. b. c. d. e.

Het bruto vloeroppervlak van zelfstandige horeca bedraagt in totaal maximaal 500 m 2 (exclusief terras), met dien verstande dat ook altijd voldaan wordt aan artikel 14. Het bruto vloeroppervlak bedraagt per zelfstandige horeca-unit maximaal 300 m 2 (exclusief terras). Er zijn maximaal 2 units met zelfstandige horeca toegestaan. In afwijking van lid 18.1.1 onder a is maximaal 1 café-restaurant met avondopening toegestaan (gesloten tussen 23:00 uur en 7:00 uur). Dit telt in dat geval als 1 van de 2 units als bedoeld onder c. De horeca moet passen binnen het samenhangende concept van Cromhoff, zoals beschreven in de "Ontwikkelvisie Cromhoff Enschede, Back to Basic", welke onderdeel is van de beleidsregels "Beeldkwaliteit en concept Cromhoff".

18.1.3

Omgevingsplanactiviteiten geb ruik

De volgende activiteiten zijn alleen toegestaan met een omgevingsvergunning: a. b.

Nieuwvestiging of uitbreiding van zelfstandige horeca als bedoeld in lid 18.1.1 onder a, op of naar een locatie waar nog geen zelfstandige horeca aanwezig is. Een kleinschalig hotel of daarmee vergelijkbare verblijfshoreca, in afwijking van lid 18.1.1 onder a.

18.1.4 a. b.

Beoordelingsregels omgevingsplanactiviteiten gebruik

Voor het verlenen van een omgevingsvergunning als bedoeld in lid 18.1.3 onder a moet voldaan worden aan de regels in lid 18.1.2. Voor het verlenen van een omgevingsvergunning als bedoeld in lid 18.1.3 onder b gelden de volgende voorwaarden: 1. De vloeroppervlakte van de verblijfshoreca telt niet mee in de maximale totale bruto vloeroppervlakte van 500 m 2 voor zelfstandige horeca als bedoeld in lid 18.1.2 onder a, maar wel in de totale oppervlakte als bedoeld in artikel 14. 2. Het betreft maximaal 1 zelfstandig hotel (of vergelijkbare verblijfshoreca), op 1 locatie. Deze telt niet mee in het maximale aantal van 2 zelfstandige horeca-units als bedoeld in lid 18.1.2 onder c. 3. Er wordt voldaan aan de regels in lid 18.1.2 onder b, d en e. 4. Er wordt voldaan aan de algemene beoordelingsregel in artikel 9.

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan H22A Cromhoff (concept) 35

18.1.5

Aanvraagvereisten omgevingsplanactiviteit gebruik

De aanvraag voor de omgevingsplanactiviteiten als bedoeld in lid 18.1.4 onder a en b bevat tenminste de volgende gegevens: a.

Een plattegrond op schaal met: 1. De exacte locatie van (de uitbreiding van) de zelfstandige horeca. 2. De eventuele indeling in meerdere zelfstandige horeca-units. 3. De bruto vloeroppervlakte (in m 2) die voor (de uitbreiding van) de zelfstandig horeca gebruikt gaat worden, inclusief de vloeroppervlakte per eventuele zelfstandige horeca-unit. Een plattegrond op schaal met het voorgaande gebruik van de exacte locatie van (de uitbreiding van) de zelfstandig horeca. Een beschrijving van het horeca-concept waaruit in ieder geval blijkt: 1. Onder welke horeca-categorie het valt op basis van openingstijden, aanbod et cetera. 2. Waarom het past binnen het samenhangende concept van Cromhoff, zoals bedoeld in lid 18.1.2 onder e.

b. c.

18.2

Beoordelingsregels omgevingsplanactiviteit bouwwerken

Voor een omgevingsvergunning voor de omgevingsplanactiviteit bouwwerken gelden de beoordelingsregels voor bouwen in hoofdstuk 2 en hoofdstuk 4.

36 t)

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan H22A Cromhoff (concep

Artikel 19

19.1

Gebruiksactiviteiten

19.1.1 a. b.

Kantoor - Cromhoff

Algemeen

Binnen het werkingsgebied Kantoor - Cromhoff is een zelfstandig kantoor toegestaan. Bij nieuwvestiging of uitbreiding geldt de vergunningplicht zoals opgenomen in artikel 19.1.3. Binnen het werkingsgebied Kantoor - Cromhoff mogen de gronden gebruikt worden voor bij de onder a bedoelde activiteiten behorende bouwwerken, erven, terreinen, voorzieningen en activiteiten, zoals: 1. parkeervoorzieningen en laden en lossen; 2. voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding, zoals sloten, beken, vijvers, poelen, wadi's en andere voorzieningen ten behoeve van het vasthouden, bergen, aan- en afvoeren van water; 3. voorzieningen ten behoeve van warmte-koude-opslag; 4. groenvoorzieningen; 5. (openbare) nutsvoorzieningen; 6. uit- en inritten, toegangswegen, wandel- en fietspaden.

19.1.2

Specifieke geb ruiksregels

Voor de in lid 19.1.1 onder a genoemde activiteiten gelden de volgende voorwaarden: a. b. c.

Het bruto vloeroppervlak van zelfstandige kantoren bedraagt in totaal maximaal 300 m 2, met dien verstande dat ook altijd voldaan wordt aan artikel 14. Het bruto vloeroppervlak bedraagt per zelfstandige kantoor-unit minimaal 100 m 2 . Het betreft een bedrijf in de creatieve of technische branche, zoals een architectenbureau, interieur-ontwerper, mode-ontwerper, reclame-bedrijf of daarmee vergelijkbaar.

19.1.3

Omgevingsplanactiviteit geb ruik

De volgende activiteit is alleen toegestaan met een omgevingsvergunning: nieuwvestiging of uitbreiding van een zelfstandig kantoor als bedoeld in lid 19.1.1 onder a, op of naar een locatie waar nog geen zelfstandig kantoor aanwezig is. 19.1.4

Beoordelingsregels omgevingsplanactiviteit gebruik

Voor het verlenen van een omgevingsvergunning als bedoeld in lid 19.1.3 moet voldaan worden aan de regels in lid 19.1.2. 19.1.5

Aanvraagvereisten omgevingsplanactiviteit gebruik

De aanvraag voor de omgevingsplanactiviteit als bedoeld in lid 19.1.3 bevat tenminste de volgende gegevens: a.

b.

19.2

Een plattegrond op schaal met: 1. De exacte locatie van (de uitbreiding van) het zelfstandige kantoor. 2. De eventuele indeling in meerdere zelfstandige kantoorunits. 3. De bruto vloeroppervlakte (in m 2) die voor (de uitbreiding van) het zelfstandige kantoor gebruikt gaat worden, inclusief de vloeroppervlakte per eventuele zelfstandige kantoorunit. Een plattegrond op schaal met het voorgaande gebruik van de exacte locatie van (de uitbreiding van) het zelfstandige kantoor. Beoordelingsregels omgevingsplanactiviteit bouwwerken

Voor een omgevingsvergunning voor de omgevingsplanactiviteit bouwwerken gelden de beoordelingsregels voor bouwen in hoofdstuk 2 en hoofdstuk 4.

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan H22A Cromhoff (concept) 37

Artikel 20

20.1

Gebruiksactiviteiten

20.1.1 a.

Maatschappelijk

Algemeen

Binnen het werkingsgebied Maatschappelijk mogen de gronden gebruikt worden voor maatschappelijke basisfuncties. Binnen het werkingsgebied Maatschappelijk mogen de gronden gebruikt worden voor bij de onder a bedoelde activiteiten behorende bouwwerken, erven, terreinen, voorzieningen en activiteiten, zoals: 1. parkeervoorzieningen en laden en lossen; 2. voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding, zoals sloten, beken, vijvers, poelen, wadi's en andere voorzieningen ten behoeve van het vasthouden, bergen, aan- en afvoeren van water; 3. voorzieningen ten behoeve van warmte-koude-opslag; 4. groenvoorzieningen; 5. (openbare) nutsvoorzieningen; 6. uit- en inritten, toegangswegen, wandel- en fietspaden.

b.

20.1.2

Specifieke geb ruiksregels

De activiteiten als bedoeld in lid 20.1.1 onder a zijn alleen toegestaan als wordt voldaan aan artikel 14. 20.1.3

Omgevingsplanactiviteiten geb ruik

De volgende maatschappelijke functies zijn alleen mogelijk met een omgevingsvergunning: a. b.

Kinderopvang. Onderwijs en daaraan gerelateerde leer- en werkplekken.

20.1.4 a.

Beoordelingsregels omgevingsplanactiviteiten gebruik

Voor het verlenen van de omgevingsvergunning als bedoeld in lid 20.1.3 onder a gelden de volgende voorwaarden, aanvullend op de voorwaarde in artikel 20.1.2: 1. er is maximaal 1 kinderopvang in het werkingsgebied 'Maatschappelijk' aanwezig. 2. er wordt voldaan aan de algemene beoordelingsregel in artikel 9, met uitdrukkelijke aandacht voor het woon- en leefklimaat in de omgeving, hinder voor omliggende functies en de parkeersituatie. Voor het verlenen van de omgevingsvergunning als bedoeld in lid 20.1.3 onder b moet, aanvullend op de voorwaarde in artikel 20.1.2, worden voldaan aan de algemene beoordelingsregel in artikel 9.

b.

20.2

Beoordelingsregels omgevingsplanactiviteit bouwwerken

Voor een omgevingsvergunning voor de omgevingsplanactiviteit bouwwerken gelden de beoordelingsregels voor bouwen in hoofdstuk 2 en hoofdstuk 4.

38 t)

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan H22A Cromhoff (concep

Artikel 21

Groen

21.1

Gebruiksactiviteiten

21.1.1

Algemeen

Binnen het werkingsgebied Groen mogen de gronden gebruikt worden voor a. b. c. d. e. f. g. h.

groenvoorzieningen; voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding, zoals sloten, beken, vijvers, poelen, wadi's en andere voorzieningen ten behoeve van het vasthouden, bergen, aan- en afvoeren van water; in- en uitritten (inclusief paden voor hulpdiensten), wandel- en fietspaden; speelvoorzieningen en recreatief medegebruik; (openbare) nutsvoorzieningen; stadslandbouw; bij deze doeleinden behorende gebouwen, bouwwerken geen gebouwen zijnde, straatmeubilair en andere werken; het gebruik als bedoeld in lid 22.1 (Verkeer), voor zover het om een totale grondoppervlakte van maximaal 5.000 m 2 binnen werkingsgebied Groen in het plangebied gaat.

21.1.2 a. b.

21.1.3 a.

b.

Omgevingsplanactiviteiten geb ruik

Een overschrijding van de grondoppervlakte van 5.000 m 2 als bedoeld in lid 21.1.1 onder h (gebruik ten behoeve van Verkeer, als bedoeld in lid 22.1), is alleen toegestaan met een omgevingsvergunning. Op voorwaarde van een omgevingsvergunning is in de directe nabijheid van bouwwerken binnen de aanduiding 'karakteristiek' in werkingsgebied Groen (hierna: de oude fabrieksmuur) op kleine schaal ander gebruik dan genoemd in lid 21.1.1 mogelijk, zoals een ontmoetingsplek, kleinschalige daghoreca of een kunstgalerie. Beoordelingsregels omgevingsplanactiviteiten gebruik

Voor het verlenen van een omgevingsvergunning als bedoeld in lid 21.1.2 onder a gelden de volgende voorwaarden: 1. Het gebruik als bedoeld in lid 22.1 mag horizontaal niet verder dan 5 meter afwijken van het werkingsgebied Verkeer of het werkingsgebied bouwvlak. 2. Het gebruik als bedoeld in lid 22.1 is noodzakelijk uit een oogpunt van functionaliteit en/of veiligheid. 3. Er wordt voldaan aan de algemene beoordelingsregel in artikel 9, waarbij uitdrukkelijk aandacht uitgaat naar het zoveel mogelijk voorkomen van aantasting van natuurlijke, landschappelijke en cultuurhistorische waarden. Voor het verlenen van een omgevingsvergunning als bedoeld in lid 21.1.2 onder b voor ander gebruik op kleine schaal gelden de volgende voorwaarden: 1. Het gebruik vindt plaats binnen 10 meter afstand van de oude fabrieksmuur. 2. De beleving van de oude fabrieksmuur wordt vergroot door het gebruik. 3. Er wordt voldaan aan de algemene beoordelingsregel in artikel 9.

21.2

Omgevingsplanactiviteit uitvoeren van werken en werkzaamheden

21.2.1

Omgevingsplanactiviteit

Binnen het werkingsgebied "overige zone - beperkingen groen" is het verboden om zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken en werkzaamheden uit te voeren: a. b. c. d.

het rooien en verwijderen/afgraven van bosbodem, houtwallen en singels; het ontginnen, bodemverlagen, afgraven, ophogen en egaliseren van gronden het aanbrengen van ondergrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen en de daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur; het aanleggen of verharden van wegen, paden, banen of parkeergelegenheid en het aanbrengen van (andere) oppervlakteverhardingen;

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan H22A Cromhoff (concept) 39

e.

het verrichten van onderzoeks- en exploitatieboringen ten behoeve van de winning van delfstoffen, water en andere bodemschatten; het graven en/of dempen van sloten en het door afwateren, ontwateren of afdammen wijzigen van de grondwaterstand; het leggen van drainagebuizen.

f. g.

21.2.2

Uitzonderingen

Het verbod als bedoeld in lid 21.2.1 geldt niet voor werken en werkzaamheden die het normale onderhoud, gebruik en beheer betreffen of die reeds in uitvoering waren op het tijdstip van het van kracht worden van het plan. Hieronder vallen ook kap- en snoeiwerkzaamheden ten behoeve van de veiligheid. 21.2.3

Beoordelingsregels omgevingsplanactiviteit werkzaamheden en werken

Een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit binnen het werkingsgebied "overige zone beperkingen groen" als bedoeld in lid 21.2.1, wordt alleen verleend onder de volgende voorwaarden: a. b.

De activiteit is noodzakelijk uit een oogpunt van functionaliteit en/of veiligheid. Het aanbrengen van verharding is alleen mogelijk ten behoeve van een doorgaand fietspad, waarbij het gehele fietspad niet verder dan 5 meter ten westen van de oostelijke grens van de aanduiding "overige zone - beperkingen groen" mag liggen. Er wordt voldaan aan de algemene beoordelingsregel in artikel 9, waarbij extra aandacht uitgaat naar het voorkomen van aantasting van natuurlijke, landschappelijke en cultuurhistorische waarden.

c.

21.3 a. b.

c.

d.

Beoordelingsregels omgevingsplanactiviteit bouwwerken Voor een omgevingsvergunning voor de omgevingsplanactiviteit bouwwerken gelden de beoordelingsregels voor bouwen in hoofdstuk 2 en hoofdstuk 4. In afwijking van a mag ter plaatse van de aanduiding "overige zone - beperkingen groen" niet worden gebouwd, met uitzondering van: 1. erf- en perceelsafscheidingen; 2. straatmeubilair en constructies ten behoeve van een doorgaand fietspad in combinatie met een omgevingsvergunning als bedoeld in lid 21.2.1, waarbij alle bouwwerken niet verder dan 5 meter ten westen van de oostelijke grens van de aanduiding "overige zone - beperkingen groen" liggen. In aanvulling op a geldt dat bouwwerken voor stadslandbouw zijn toegestaan in een bouwvlak. Bouwwerken ten behoeve van stadslandbouw buiten een bouwvlak moeten voldoen aan het bepaalde onder d sub 3. In aanvulling op a gelden de volgende beoordelingsregels voor bouwwerken aan of in de directe nabijheid van bouwwerken binnen de aanduiding 'karakteristiek' in werkingsgebied Groen (hierna: de oude fabrieksmuur): 1. De maximum bouwhoogte van bouwwerken geen gebouw zijnde ten behoeve van constructieve versteviging van de oude fabrieksmuur is gelijk aan de hoogte van de oude fabrieksmuur. 2.

Binnen 5 meter afstand aan weerszijden van de oude fabrieksmuur is de maximum bouwhoogte van bouwwerken geen gebouw zijnde gelijk aan de hoogte van de oude fabrieksmuur, voorzover het gaat om beeldende kunst of bouwwerken ten behoeve van recreatie waarmee de beleving van de oude fabrieksmuur wordt vergroot. 3. Voor bouwwerken ten behoeve van stadslandbouw buiten een bouwvlak en voor bouwwerken ten behoeve van gebruik dat op grond van een omgevingsvergunning als bedoeld in lid 21.1.2 onder b is toegestaan, gelden de volgende voorwaarden: De bouwhoogte is maximaal 5 meter; Bouwwerken staan binnen een afstand van 5 meter aan weerszijden van de oude fabrieksmuur; De gezamenlijke oppervlakte van gebouwen is in totaal maximaal 50 m 2. Er wordt voldaan aan de algemene beoordelingsregel in artikel 9.

40 t)

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan H22A Cromhoff (concep

Artikel 22

22.1 a.

b.

22.2

Verkeer

Gebruiksactiviteiten Binnen het werkingsgebied Verkeer mogen de gronden gebruikt worden voor: 1. wegen; 2. woonerven; 3. pleinen; 4. voet- en fietspaden; 5. laden en lossen; 6. parkeervoorzieningen; 7. groenvoorzieningen; 8. waterpartijen, -lopen, -bergingen, wadi's, infiltratiestroken en andere voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding; 9. speelvoorzieningen; 10. straatmeubilair; 11. nutsvoorzieningen; 12. verkeersvoorzieningen; 13. een openbare trap; 14. bij deze doeleinden behorende bouwwerken en andere werken. Ter plaatse van de aanduiding "overige zone - terras" is een terras toegestaan ten behoeve van horeca als bedoeld in artikel 18, waarbij geldt: 1. Een oppervlakte van maximaal 150 m 2 is ingericht danwel in gebruik is als terras. 2. Versterkte muziek is niet toegestaan buiten het gebouw van de bijbehorende horeca. 3. Het terras is gesloten tussen 23:00 uur en 07:00 uur. Beoordelingsregels omgevingsplanactiviteit bouwwerken

Voor een omgevingsvergunning voor de omgevingsplanactiviteit bouwwerken gelden de beoordelingsregels voor bouwen in hoofdstuk 2 en hoofdstuk 4.

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan H22A Cromhoff (concept) 41

Hoofdstuk 4 Artikel 23

23.1 a.

b. c. d. e.

f.

Activiteiten per thema

Bergen, vasthouden en afvoeren van hemelwater

Algemene regels waterberging In verhouding met de oppervlakte van het verhard oppervlak (bouwwerken en overige verharding) op het bouwperceel moeten voldoende voorzieningen gerealiseerd worden voor het bergen en/of in de bodem infiltreren van hemelwater afkomstig van dat verhard oppervlak, bij voorkeur in combinatie met drainage. De minimum bergingsopgave als bedoeld onder a bedraagt 55 mm per m 2 verhard oppervlak. De onder a genoemde voorzieningen worden gerealiseerd en in stand gehouden op eigen terrein. De onder a bedoelde berging of infiltratie van hemelwater dient het (teveel aan) water af te wateren op een voorziening voor de ontvangst van hemelwater in het openbaar toegankelijk gebied. In afwijking van c is het mogelijk om de voorzieningen als bedoeld onder a niet (geheel) op eigen terrein te realiseren, onder de volgende voorwaarden (uiteraard met toestemming eigenaar terrein buiten eigen terrein): 1. Berging of infiltratie van hemelwater op eigen terrein is redelijkerwijs niet op doelmatige wijze mogelijk. 2. Binnen of in de directe omgeving van het plangebied wordt ten allen tijde voldoende voorzien in waterbergende voorzieningen in relatie met de hoeveelheid verhard oppervlak in het plangebied. 3.

In het geval van een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit bouwwerken of een andere omgevingsplanactiviteit waarbij het verhard oppervlak wordt aangepast, wordt voldaan aan de algemene beoordelingsregel in artikel 9. De voldoende waterbergende voorzieningen als bedoeld onder a moeten in stand gehouden worden.

23.2 Beoordelingsregels waterberging bij omgevingsplanactiviteiten ten aanzien van bouwwerken en verharding Bij een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit bouwwerken of een andere omgevingsplanactiviteit waarbij het verhard oppervlak wordt aangepast, gelden de regels in artikel 23.1 als beoordelingsregels.

42 t)

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan H22A Cromhoff (concep

Artikel 24

24.1 a.

b. c.

d. e.

f.

24.2

Parkeren

Algemene regels parkeren Bij het (ver)bouwen van bouwwerken en/of het wijzigen van het gebruik van bouwwerken en/of gronden moet, gelet op de omvang en het gebruik daarvan, in voldoende mate worden voorzien in ruimte voor: 1. het parkeren van auto's; 2. het stallen van fietsen; 3. het stallen van brommers, scooters en andere soortgelijke vervoersmiddelen. De onder a genoemde voorzieningen worden gerealiseerd en in stand gehouden binnen het plangebied. In afwijking van b is het mogelijk om de voorzieningen als bedoeld onder a niet geheel binnen het plangebied te realiseren, onder de volgende voorwaarden: 1. Er wordt aantoonbaar op andere wijze in de nodige parkeer- of stallingsruimte voorzien; 2. In het geval van een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit bouwwerken en/of voor het wijzigen van het gebruik van bouwwerken en/of gronden wordt voldaan aan de algemene beoordelingsregel in artikel 9. Stallingsplaatsen voor fietsen van bewoners en gebruikers van appartementen dienen inpandig (in een gebouw of onder een overkapping) te worden gerealiseerd. Bij de beoordeling of er wordt voldaan aan het genoemde onder a gelden de parkeernormen voor het gebied 'Schilwijken/binnensingelgebied', zoals opgenomen in de beleidsregel 'Nota Parkeernormen Enschede 2017' (of in een beleidsregel die deze Nota wijzigt of vervangt).

Bij de beoordeling of er wordt voldaan aan het genoemde onder a wordt verder getoetst aan de parkeernormen en andere richtlijnen (zoals afmetingen van parkeerplaatsen) in de beleidsregel 'Nota Parkeernormen Enschede 2017' of in een beleidsregel die deze Nota wijzigt of vervangt. Beoordelingsregels parkeren bij omgevingsplanactiviteiten bouwwerken en gebruik

Bij een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit bouwwerken en/of een omgevingsplanactiviteit voor het wijzigen van het gebruik van bouwwerken en/of gronden, gelden de regels in artikel 24.1 als beoordelingsregels.

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan H22A Cromhoff (concept) 43

Artikel 25

Cultuurhistorie

25.1

Karakteristieke objecten

25.1.1

Verbod b ouwen en slopen

Binnen het werkingsgebied 'overige zone - karakteristiek' is het verboden om bouwkundige wijzigingen aan te brengen in de karakteristieke hoofdvorm en/of karakteristieke elementen van bebouwing. Daaronder wordt ook het geheel of gedeeltelijk slopen van bebouwing verstaan. 25.1.2

Uitzonderingen op verbod

Het verbod als bedoeld in lid 25.1.1 geldt niet voor wijzigingen aan bebouwing: a. b. c.

d.

die ten tijde van inwerkingtreding van dit plan voor de locatie van de betreffende bebouwing waren toegestaan en in uitvoering waren; die van geringe omvang zijn, dan wel het normale onderhoud en beheer betreffen; die niet zichtbaar zijn vanuit het openbaar toegankelijk gebied, tenzij; 1. het wijzigingen aan bebouwing betreft die zichtbaar vanuit openbaar toegankelijk gebied zijn te maken door het rooien van beplanting of het weghalen van een erfafscheiding; 2. het wijzigingen betreft aan objecten buiten de bebouwde kom. anders dan bedoeld onder a t/m c en waarbij de cultuurhistorisch deskundige oordeelt dat er geen sprake is van een wijziging van de karakteristieke hoofdvorm en/of karakteristieke elementen van de bebouwing. Het betreft bijvoorbeeld delen van een bouwwerk die niet bijdragen aan de karakteristiek van het bouwwerk.

25.1.3

Omgevingsplanactiviteit karakteristieke objecten

Op voorwaarde van een omgevingsvergunning is het (in afwijking van het bepaalde in lid 25.1.1) mogelijk om bouwkundige wijzigingen in de karakteristieke hoofdvorm en/of karakteristieke elementen van bebouwing aan te brengen. 25.1.4 a.

b.

c.

d.

44 t)

Beoordelingsregels omgevingsplanactiviteit karakteristieke objecten

Bij een aanvraag omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit als bedoeld in lid 25.1.3 wordt beoordeeld of de aangevraagde bouwkundige wijzigingen aanvaardbaar zijn in relatie tot de karakteristieke hoofdvorm en karakteristieke elementen van het karakteristieke object. Deze beoordeling vindt plaats aan de hand van de beleidsregel 'Koesteren cultuurhistorie' dan wel, in het geval deze tussentijds wordt gewijzigd of vervangen door een andere beleidsregel, aan deze gewijzigde of vervangende beleidsregel. Bij een aanvraag voor de omgevingsplanactiviteit bouwwerken vindt de beoordeling als bedoeld onder a inhoudelijk plaats als onderdeel van het verplichte proces in artikel 1 van de beleidsregels "Beeldkwaliteit en concept Cromhoff", als bedoeld in artikel 6.2 onder a en artikel 12.1. Een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit als bedoeld in lid 25.1.3 wordt in ieder geval verleend in de volgende gevallen: 1. de karakteristieke hoofdvorm en karakteristieke elementen zijn niet langer aanwezig en kunnen niet zonder ingrijpende wijzigingen aan de bebouwing worden hersteld; 2. de karakteristieke hoofdvorm en karakteristieke elementen zijn in redelijkheid niet langer te handhaven. Alvorens een omgevingsvergunning als bedoeld in lid 25.1.3 wordt verleend, vragen burgemeester en wethouders altijd advies aan een cultuurhistorisch deskundige.

Als het gaat om een omgevingsvergunning voor de omgevingsplanactiviteit bouwwerken wordt daarbij het resultaat van het proces als bedoeld onder b uitdrukkelijk betrokken.

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan H22A Cromhoff (concep

Artikel 26

26.1

Geluid

Beoordelingsregels omgevingsplanactiviteit bouwwerken

Een grondgebonden woning waarop de geluidbelasting (als gevolg van wegen, spoorwegen of industrieterrein) hoger is dan de standaardwaarde uit artikel 5.78t van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl), moet over ten minste één geluidluwe gevel beschikken waarop de geluidbelasting lager is dan deze standaardwaarde. Zie in dit verband ook het aanvraagvereiste in artikel 6.2 onder b. 26.2 a.

b.

Voorwaardelijke verplichtingen wonen Wonen in het plangebied is alleen toegestaan onder de volgende voorwaarden: 1. Er heeft een onderzoek plaatsgevonden naar een eventuele overschrijding van de grenswaarde voor het geluid in geluidgevoelige ruimtes (de 'binnenwaarde', zoals weergeven in Artikel 3.53 van het Besluit kwaliteit leefomgeving) van de bestaande woningen Getfertsingel 49 en Getfertsingel 77, aangezien daar sprake kan zijn van een overschrijding van deze 'binnenwaarde'. 2. Als uit het onderzoek als bedoeld onder 1 blijkt dat de binnenwaarde niet voldoet moeten maatregelen aangeboden worden aan de eigenaar om de gevelwering te verbeteren. 3. Als de eigenaar de maatregelen bedoeld onder 2 accepteert, moeten deze uitgevoerd zijn binnen 1 jaar na ingebruikname van de eerste woning in het plangebied. 4. Het bepaalde onder 1 tot en met 3 is niet van toepassing als de eigenaar van de betreffende woning zelf afziet van een onderzoek en eventueel daaruit volgende maatregelen. Aanvullend op het bepaalde onder a is wonen binnen de contour zoals opgenomen in Bijlage X in de periode tot en met 24 mei 2029 (einddatum tijdelijke omgevingsvergunning met kenmerk 0153Z2023122200002) alleen toegestaan onder de volgende voorwaarden: 1. Er is alleen sprake van 'achtergrondmuziek' in het kader van de activiteiten die tijdelijk mogelijk zijn gemaakt met vergunning 0153Z2023122200002.

Dit geldt niet voor incidentele situaties, zoals de 'grote evenementen' die maximaal 10 keer per jaar zijn toegestaan op basis van de vergunning. 2. Horeca is gesloten tussen 23:00 uur en 07:00 uur. 3. Parkeren is niet toegestaan ter plaatse van locatie X, zoals weergegeven in Bijlage X.

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan H22A Cromhoff (concept) 45

Colofon Dit is een uitgave van: Afdeling Bestemmen Cluster Omgeving & Recht Gemeente Enschede

© Februari 2025, gemeente Enschede

Bijlagen bij regels

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan H22A Cromhoff (concept) 3

Bijlage 1 Gezamenlijk geluid

4 t)

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan H22A Cromhoff (concep

Beleidsregels "Beeldkwaliteit en concept Cromho ' Concept 24 februari 2025 De gemeenteraad van de gemeente Enschede, gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. x 2024, besluit: Vast te stellen de beleidsregels "Beeldkwaliteit en concept Cromho ' als: - beleidsregels als bedoeld in artikel 4.19 van de Omgevingswet. Het “Beeldkwaliteitsplan Cromho Enschede” is onderdeel van deze beleidsregels en bevat de toetsingscriteria voor het uiterlijk van bouwwerken in het ontwikkelgebied “Cromho ”. - beleidsregels in de zin van artikel 1:3, lid 4 van de Algemene wet bestuursrecht. Inleiding en leeswijzer Om de ruimtelijke en architectonische kwaliteit van bouwplannen in het ontwikkelgebied Cromho te borgen zijn in het Omgevingsplan van gemeente Enschede diverse beoordelingsregels verbonden aan omgevingsvergunningen voor de omgevingsplanactiviteit (OPA) bouwen. In enkele van deze beoordelingsregels wordt verwezen naar voorliggende beleidsregels "Beeldkwaliteit en concept Cromho '. Deze beleidsregels zorgen voor een nadere invulling van die beoordelingsregels. Artikel 1 van deze beleidsregels beschrijft het verplichte proces dat een bouwplan moet doorlopen om zo goed mogelijk te borgen dat een bouwplan waarvoor een omgevingsvergunning wordt aangevraagd voldoende kwaliteit heeft en past binnen ‘het planconcept’ van Cromho .

Artikel 2 van deze beleidsregels is samen met het bijbehorende beeldkwaliteitsplan het kader voor de beoordeling van het ‘uiterlijk van bouwwerken’ (voorheen welstand) voor de omgevingsplanactiviteit bouwen voor het ontwikkelgebied Cromho . Het kwaliteitsteam (hierna: Q-team) speelt een belangrijke rol in het verplichte proces en in de ‘welstandstoets’. Artikel 3 bevat daarom enkele bepalingen over de rol en de samenstelling van het Q-team. Past het bouwplan niet in het Omgevingsplan? Dan is een omgevingsvergunning voor een Buitenplanse Omgevingsplanactiviteit (BOPA) of een wijziging van het Omgevingsplan nodig om het bouwplan planologisch mogelijk te maken. Ook in dat geval passen we deze beleidsregels toe als onderdeel van de beoordeling. Aanvullend wordt daarbij nadrukkelijk aangeraden om een vooroverleg in te dienen. Zo kunnen de juiste kaders en aandachtspunten meegegeven worden aan de voorkant. Artikel 1: Proces beoordeling omgevingsplanactiviteit bouwen Voordat een omgevingsvergunning voor de omgevingsplanactiviteit bouwen verleend kan worden, moet het betre ende bouwplan het volgende proces volledig doorlopen: 1. Clusterpaspoort De Gemeente Enschede stelt samen met de andere grondeigenaren in een publiek-private samenwerking (hierna ‘vennootschap’) in het ontwikkelgebied een clusterpaspoort op (zie

begripsbepaling). Het Q-team (zie begripsbepaling) wordt daarbij betrokken en heeft een aantoonbare adviesrol in de totstandkoming van het clusterpaspoort. 2. Voorlopig ontwerp - Op basis van het clusterpaspoort werkt een ontwikkelaar een voorlopig ontwerp (VO) uit. - De ontwikkelaar legt het VO voor aan het Q-team voor schriftelijk advies. - Het Q-team beoordeelt het bouwplan op conceptuele aspecten en beeldkwaliteit aan de hand van het Omgevingsplan, de Ontwikkelvisie en het Beeldkwaliteitsplan. Het Q-team beoordeelt daarbij nadrukkelijk niet alleen de bebouwing, maar ook de bij de bebouwing horende buitenruimte/overgang naar de openbare ruimte aan de hand van het Beeldkwaliteitsplan (zie bijlage) en het Inrichtingsplan (richtinggevend; zie bijlage). - Als het een bouwplan betreft voor een in het omgevingsplan als ‘karakteristiek’ aangeduid object, dan beoordeelt het Q-team samen met een cultuurhistorisch deskundige van de gemeente (deze deskundige kan ook onderdeel van het Q-team zijn) of de bouwkundige wijzigingen aanvaardbaar zijn in relatie tot de karakteristieke hoofdvorm en karakteristieke elementen van het karakteristieke object. Deze beoordeling vindt inhoudelijk op vergelijkbare wijze plaats als de in de beleidsregel 'Koesteren cultuurhistorie' (of diens opvolger) beschreven toetsing van een aanvraag omgevingsvergunning.

- De ontwikkelaar legt schriftelijk vast of, en zo ja hoe, het VO op het advies van het Qteam is aangepast. - De vennootschap toetst het VO. Bij deze toets wordt nadrukkelijk en aantoonbaar het advies van het Q-team betrokken. Ook treedt de vennootschap in overleg met de gemeente over de uitvoerbaarheid (verkeer, parkeren, water, groen), beheerbaarheid en aansluiting van het bouwplan op de omliggende openbare ruimte. - Bij goedkeuring van de vennootschap kan de ontwikkelaar starten met het definitief ontwerp (DO). Als sprake is van een ‘negatief’ advies van het Q-team (waar geen gevolg aan is gegeven), dan zijn vennootschap en ontwikkelaar zich er van bewust dat dit een reëel procedurerisico betekent. Na de aanvraag van een omgevingsvergunning heeft het Q-team namelijk een formele toetsende rol, welke zij ook vervult als zij een negatief advies heeft afgegeven op een eerder ontwerp. Zie artikel 2. 3. Definitief ontwerp De ontwikkelaar werkt het definitief ontwerp (DO) uit. De toetsing door het Q-team en de vennootschap is grotendeels inhoudelijk gelijk aan de toetsing van het VO. Aanvullend wordt het DO aan het VO getoetst en wordt extra aandacht besteed aan de uitvoerbaarheid (verkeer, parkeren, water, groen), beheerbaarheid en aansluiting van het bouwplan op de omliggende openbare ruimte. Hiertoe zal de vennootschap in overleg treden met de gemeente.

Na goedkeuring kan de ontwikkelaar starten met de vergunningaanvraag. 4. Omgevingsvergunning De ontwikkelaar dient een ontvankelijke aanvraag voor de omgevingsvergunning in op basis van het goedgekeurde DO. Het Q-team voert de beoordeling van het uiterlijk van bouwwerken (voorheen welstandstoets) uit (zie artikel 2).

Artikel 2: Het uiterlijk van bouwwerken (voorheen ‘Welstand’) a. Deze beleidsregels gelden als beleidsregels als bedoeld in Artikel 4.19 van de Omgevingswet (regels over het uiterlijk van bouwwerken) voor het ontwikkelgebied Cromho (met andere woorden: regels voor de welstandstoets). b. Voor de beoordeling van het uiterlijk van bouwwerken bij omgevingsvergunningaanvragen voor de activiteit bouwen geldt het “Beeldkwaliteitsplan Cromho Enschede” als toetsingskader. Dit beeldkwaliteitsplan is als bijlage bij deze beleidsregels gevoegd. c. Het Q-team is bevoegd om de beoordeling van het uiterlijk van bouwwerken (de ‘welstandstoets’) uit te voeren namens de gemeentelijke ‘Adviescommissie omgevingskwaliteit Enschede’ (en diens opvolgers). Artikel 3: Q-team a. Het Q-team bestaat uit minimaal 3 leden en een secretaris. b. De stadsbouwmeester is altijd één van de leden van het Q-team. Dit is een vereiste vanwege de bevoegdheid van het Q-team voor de beoordeling van het uiterlijk van bouwwerken (‘welstandstoets’). De andere leden van het Q-team en hun vervangers worden op persoonlijke titel aangewezen door het college van B&W. c. Bij één of meer leden van het Q-team moet aantoonbare deskundigheid aanwezig zijn op gebied van landschapsinrichting, omdat de rol van het Q-team niet alleen het uiterlijk van bouwwerken betreft. d.

Het Q-team betrekt een cultuurhistorisch deskundige van de gemeente (deze deskundige kan ook onderdeel van het Q-team zijn) in elke stap van het proces in artikel 1 als het een bouwplan voor een in het omgevingsplan als ‘karakteristiek’ aangeduid object betreft. e. Het Q-team geeft altijd één gezamenlijk advies. f. Het Q-team blijft in stand tot het moment dat de gemeenteraad deze beleidsregels intrekt en daarbij een ander kader voor de welstandstoets voor het gebied Cromho van toepassing verklaart of al heeft verklaard. Dat zal op zijn laatst het geval zijn zodra alle clusters in het ontwikkelgebied Cromho zijn ontwikkeld en het gebied de ‘beheerfase’ ingaat. Artikel 4 Begripsbepalingen Clusterpaspoort: Een door de Vennootschap te vervaardigen set van uitgangspunten voor een (deel van) een deelgebied van het ontwikkelgebied Cromho , gebaseerd op de Ontwikkelvisie (zie bijlage), het Beeldkwaliteitsplan (zie bijlage), het Stedenbouwkundig plan (richtinggevend; zie bijlage), het Inrichtingsplan van het openbaar gebied (richtinggevend; zie bijlage) en indien nodig een stedenbouwkundige uitwerking. Het kan o.a. gaan om uitgangspunten t.a.v. stedenbouw, woningcategorieën, doelgroep(en), niet openbare buitenruimte en aansluiting op de openbare ruimte.

In het clusterpaspoort voor de deelontwikkeling moet aandacht zijn voor de plek in/ samenhang met de totale ontwikkeling van ontwikkelgebied Cromho . Daarnaast is een financiële paragraaf gebaseerd op de Grondexploitatie opgenomen en kan het Clusterpaspoort worden aangevuld met een advies van het Q-team.

Gebied/ontwikkelgebied Cromho : Het gebied waarop de omgevingsplanwijziging ‘TAM-omgevingsplan H22A Cromho ’ van toepassing is, zoals vastgesteld d.d. 2025 door de gemeenteraad van Enschede Q-team: Een onafhankelijk kwaliteitsteam dat beoordeelt of bouwplannen voldoen aan de beoogde kwaliteit en het beoogde ‘concept’ voor ontwikkelgebied Cromho . Voorontwerp (VO) en definitief ontwerp (DO): Het VO en het DO moeten in ieder geval de documenten en informatie bevatten die zijn opgenomen in de Standaardtaakbeschrijving (STB) van de DNR 2014. Inwerkingtreding Deze beleidsregels treden in werking op de dag na publicatie in het Gemeenteblad. Vervallen welstandsidentiteit(en) of beeldkwaliteitsplan in de Welstandsnota Met de inwerkingtreding van deze beleidsregels vervallen de voor het ontwikkelgebied Cromho geldende welstandsidentiteit(en) zoals opgenomen in de Welstandsnota als bedoeld in artikel 12a Woningwet, zoals deze gold op 31-12-2023 en weergegeven op de bij de Welstandsnota behorende welstandskaart. Ondertekening Vastgesteld door de gemeenteraad van Enschede op XX 2024.

Bijlagen - ‘Beeldkwalteitsplan Cromho Enschede’ (versie februari 2024; XX 2025 vastgesteld door gemeenteraad Enschede) - ‘Ontwikkelvisie Cromho Enschede, Back to Basic’ (versie 30 augustus 2021; 25 oktober 2021 vastgesteld door gemeenteraad Enschede) - Stedenbouwkundig plan (datum x), bestaande uit drie kaarten en een parkeerbalans - Inrichtingsplan (datum x)

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=enschede&id=42ee3135-93e4-4cf9-85ac-8fc4c2b78408