Bijlage 5a - Toelichtende notitie adviesrecht, participatieplicht en delegatie
Tekst van het document
Toelichtende notitie adviesrecht, participatieplicht en delegatie wijzigen van delen van het omgevingsplan Korte toelichting adviesrecht, participatieplicht en delegatie In deze toelichtende notitie wordt een korte toelichting gegeven op de volgende onderwerpen: • het adviesrecht van de raad bij omgevingsvergunningen voor een Buitenplanse OmgevingsPlanActiviteit (BOPA); • het al dan niet opleggen van een plicht tot participatie bij bepaalde initiatieven voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit; • delegatie van de bevoegdheid tot het vaststellen van omgevingsplanwijzigingen. Meer informatie over adviesrecht, participatieplicht en delegatie Een diepgaande uitleg over deze onderwerpen is opgenomen in de bijgevoegde discussienota over het adviesrecht en de participatieplicht en in de discussienota over delegatie. Deze discussienota’s zijn opgesteld voor de verschillende beeldvormende sessies in de Commissie Omgevingsbeleid. In de discussienota’s vindt u het volgende: - Uitgebreide algemene informatie over de drie onderwerpen. - Een toelichting op de verschillende keuzes. - Concrete informatie over de huidige praktijk (denk bijvoorbeeld aan inzicht in aangevraagde afwijkingsvergunningen, vastgestelde bestemmingsplannen, voorbeelden van wijzigingsbevoegdheden, etc.).
Adviesrecht raad Overgang huidige situatie naar Omgevingswet Op dit moment is het mogelijk om van het bestemmingsplan af te wijken via een omgevingsvergunning. Naast de mogelijkheden die het bestemmingsplan zelf biedt (“binnenplanse afwijkingen”), zijn er twee “buitenplanse” varianten voor het “afwijken”. In de volksmond worden dit ook wel de “kruimelafwijking” (reguliere procedure van 8 weken) en het “projectafwijkingsbesluit” (uitgebreide procedure van 26 weken) genoemd. Onder de Omgevingswet verdwijnt dit onderscheid, maar ook verdwijnt het begrip “afwijken”. De Omgevingswet spreekt namelijk van omgevingsplanactiviteiten. De reguliere én de uitgebreide afwijkingen worden onder de Omgevingswet de “buitenplanse omgevingsplan activiteit” genoemd. Kortweg: buitenplanse OPA en in dit naslagwerk vanwege de veelvuldige herhaling van het begrip ook wel: “BOPA”. Bevoegdheid college en raad Het college is op dit moment bevoegd om de aanvraag voor een omgevingsvergunning (voor zowel de reguliere als de uitgebreide afwijking) te behandelen. Bij de uitgebreide afwijking is in bepaalde gevallen ook een besluit van de raad nodig. De raad moet daarvoor namelijk een verklaring van geen bedenkingen (VVGB) afgeven. De raad heeft gevallen aangewezen waarvoor u geen VVGB af hoeft te geven. Ook onder de Omgevingswet blijft het college bevoegd om de aanvraag voor een BOPA te behandelen.
Er is dan geen besluit van de raad meer nodig. Het instrument VVGB vervalt onder de Omgevingswet. De wetgever wil de procedure voor de BOPA namelijk flexibiliseren en versnellen (van 26 weken naar 8 weken). Maar de raad komt niet met lege handen te staan. Hij krijgt daarvoor in de plaats een bindende adviesbevoegdheid. Vereenvoudiging en versnellen procedure: rol raad niet meer de standaard In tegenstelling tot de VVGB is het niet meer “de standaard” dat de raad een rol heeft bij de omgevingsvergunning; de wetgever wil de procedure immers flexibiliseren en versnellen. Eerst moest de raad altijd een VVGB afgeven ténzij de raad had aangegeven dat niet nodig te vinden (door het aanwijzen van gevallen waarvoor geen VVGB nodig is). Onder de Omgevingswet is dat aangepast: er is nu standaard geen besluit van de raad nodig. De raad kan nu de gevallen aanwijzen waarvoor hij wel een verzwaard, bindend advies wil afgeven aan het college. Vanwege genoemde accentverschuiving is het niet vanzelfsprekend om onder de Omgevingswet de huidige situatie zoveel mogelijk voort te zetten. De Omgevingswet heeft als uitgangspunt immers versnellen en vereenvoudigen en vraagt ook om vertrouwen. Het uitgangspunt van de wet is, dat de 1
raad stuurt op hoofdlijnen en zich beperkt tot projecten met grote impact op de fysieke leefomgeving. Daarbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan projecten waarbij op meerdere punten wordt afgeweken van het omgevingsplan, waar veel verschillende belangen meewegen, waar een project (veel) invloed kan hebben op omliggende percelen of waar het project de herontwikkeling van een relatief groot gebied betreft. Participatieplicht bij BOPA’s Vroegtijdige participatie is vrijblijvend De Omgevingswet stimuleert vroegtijdige participatie om tijdig belangen, meningen en creativiteit op tafel te krijgen. De Omgevingswet geeft daarom aan, dat in een aanvraag aangegeven moet worden of en zo ja, hoe de omgeving is betrokken en wat er is gedaan met de resultaten. De Omgevingswet verplicht dus niet dát er moet worden geparticipeerd en hoe dat moet plaatsvinden, maar alleen dat een aanvrager moet aangeven of en hoe hij met participatie is omgegaan. Als op het aanvraagformulier is aangegeven dat er geen participatie is toegepast, dan wordt daarmee voldaan aan de eis die de Omgevingswet stelt.
Bij gebrek aan participatie kan het college wel zelf nog aanvullende informatie verzamelen als het college dat nodig acht om een goede afweging te kunnen maken.1 Introductie participatieplicht De Omgevingswet geeft de gemeenteraad echter wél de ruimte om participatie verplicht te stellen voor bepaalde activiteiten. Dat kan de raad alleen doen voor BOPA’s waarvoor het college bevoegd is (en niet bijvoorbeeld de provincie). De raad kan geen inhoudelijke eisen stellen aan de participatie. Wel kan de aanvrager uiteraard daarover sparren met de gemeente, of zou de gemeente een handreiking kunnen opstellen ter inspiratie voor aanvragers. Delegatie Huidige delegatiebevoegdheid wijzigen bestemmingsplan De raad heeft in de meeste bestemmingsplannen de bevoegdheid opgenomen voor het college om het bestemmingsplan voor bepaalde situaties te wijzigen. Concreet betekent dit, dat op dit moment het college het bestemmingsplan voor een bepaalde situatie (gedeeltelijk) mag wijzigen als voldaan wordt aan alle in het bestemmingsplan genoemde voorwaarden. Een wijzigingsbevoegdheid in het bestemmingsplan zorgt voor flexibiliteit en snellere procedures en er wordt ook nog een bepaalde mate van regie behouden. De bruikbaarheid van de bevoegdheid is echter wel afhankelijk van hoe deze is vormgegeven.
Als een wijzigingsbevoegdheid heel specifiek is gemaakt, of veel voorwaarden bevat, dan wordt de bevoegdheid minder snel gebruikt. Delegatiebevoegdheid wijzigen omgevingsplan onder de Omgevingswet Onder de Omgevingswet kan de raad nog steeds aan het college de bevoegdheid delegeren om het omgevingsplan te wijzigen (nu bestemmingsplan). De raad doet dat nu echter in een delegatiebesluit en niet meer in het omgevingsplan zelf. Dit delegatiebesluit bepaalt binnen welke grenzen en onder welke voorwaarden het college het omgevingsplan kan wijzigen (en eventueel binnen welke termijn).
Dit kan bijvoorbeeld door in overleg met de aanvrager de ontwerpaanvraag ter inzage te leggen. Ook kan het college de aanvraag ter inzage leggen voor zienswijzen. Verder kan het college zelf rechtstreeks contact opnemen met de belanghebbenden. 1
2