CConstaterende datenschede
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 4_Woonwagenstandplaatsen Twekkelerbeekweg_Toelichting

Raadsvergadering 9 oktober 2023, gemeente enschedeBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan Woonwagenstandplaatsen Twekkelerbeekweg, grondexploitatie en notitie beeldkwaliteit21.907 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Toelichting Bestemmingsplan Woonwagenstandplaatsen Twekkelerbeekweg

Status: Vastgesteld

Woonwagenstandplaatsen Twekkelerbeekweg

Inhoudsopgave

Toelichting

3

Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding bestemmingsplan 1.2 Ligging en begrenzing plangebied 1.3 Geldende juridische regelingen 1.4 Wettelijk kader 1.5 Adviezen, vooroverleg en procedure

3 3 3 4 5 6

Hoofdstuk 2 Planologisch beleidskader 2.1 Ruimtelijk beleid en regels van het Rijk 2.2 Ruimtelijk beleid en regels van de provincie Overijssel 2.3 Gemeentelijk ruimtelijk relevant strategisch beleid

8 8 9 15

Hoofdstuk 3 Gebiedsbeschrijving 3.1 Ruimtelijk-functionele structuur 3.2 Cultuurhistorie

23 23 23

Hoofdstuk 4 Planbeschrijving 4.1 Stedenbouwkundige opzet 4.2 Ladder Duurzame Verstedelijking (artikel 3.1.6, 2e lid Bro) 4.3 Welstand en beeldkwaliteit 4.4 Duurzaamheid

26 26 27 28 29

Hoofdstuk 5 Omgevingsaspecten 5.1 Milieu 5.2 Water 5.3 Natuur

32 32 41 44

Hoofdstuk 6 Juridische planopzet 6.1 Algemeen 6.2 Indeling planregels 6.3 Beschrijving van het plan 6.4 Handhaving

47 47 47 49 54

Hoofdstuk 7

55

2 eg (vastgesteld)

Economische uitvoerbaarheid

bestemmingsplan Woonw agenstandplaatsen Tw ekkelerbeekw

Toelichting Hoofdstuk 1

1.1

Inleiding

Aanleiding bestemmingsplan

Het bestemmingsplan “Woonwagenstandplaatsen Twekkelerbeekweg” heeft als doel de bestemming van de binnen het plan gelegen gronden en de bouw- en gebruiksmogelijkheden daarvan vast te leggen. Bij de behandeling van de Zomernota 2019 heeft de gemeenteraad een motie aangenomen waarbij het college werd verzocht de behoefte en de mogelijkheden van uitbreiding van het aantal woonwagenstandplaatsen te onderzoeken. Uit dit onderzoek bleek dat er in Enschede behoefte is aan 20 - 25 extra woonwagenstandplaatsen. Vervolgens heeft de gemeente het Rijk verzocht de kosten van aanleg van deze standplaatsen te dekken. In 2020 heeft het ministerie van Binnenlandse Zaken & Koningrijkrelaties (BZK) de gemeente Enschede een subsidie verleend voor het realiseren van woonwagenstandplaatsen. Voor de toegekende subsidiegelden kunnen naar schatting maximaal tien nieuwe plekken worden gerealiseerd. Dit aantal sluit aan bij de wens van woningcorporatie de Woonplaats om kleinere woonwagenlocaties te realiseren, dit vanwege de betere leefbaarheid van kleinere locaties. Met de behoefte en de financiële kaders in beeld, is de gemeente een locatieonderzoek gestart. Op 20 juni 2022 heeft de gemeenteraad vervolgens besloten om een deel van een perceel aan de Windmolenweg / Twekkelerbeekweg aan te wijzen als nieuwe locatie voor maximaal 10 woonwagenstandplaatsen.

De locatie heeft nu nog de bestemming Agrarisch, waardoor woningbouw hier niet mogelijk is. Voorliggend bestemmingsplan is opgesteld om de hiervoor genoemde ontwikkeling juridisch planologisch mogelijk te maken. Voorliggende toelichting vormt de ruimtelijke verantwoording en onderbouwing van deze ontwikkeling.

1.2

Ligging en begrenzing plangebied

Het gebied waarop het bestemmingsplan “Woonwagenstandplaatsen Twekkelerbeekweg” betrekking heeft, bevindt zich op een deel van het percelen, kadastraal bekend als Gemeente Lonneker, sectie AL, nummer 309. Daarnaast omvat het plangebied ook een kleine strook van het perceel bekend als Gemeente Lonneker, sectie AL, nummer 288. Deze laatste strook ligt op een perceel van het waterschap, tussen de woonwagenlocatie en de bergingsvijver ten noorden daarvan. Het plangebied wordt globaal begrensd door de bergingsvijver aan de Twekkelerbeekweg in het noorden, de bestaande bebouwing aan de Windmolenweg 645 in het oosten, het Windmolenpad in het zuiden en de Twekkelerbeekweg in het westen en ligt in het stadsdeel West. Het plangebied ligt op de rand van Twekkelo en de bedrijventerreinnen Marssteden en het Havengebied.

bestemmingsplan Woonw agenstandplaatsen Tw ekkelerbeekw eg (vastgesteld) 3

Globale ligging en begrenzing plangebied

1.3

Geldende juridische regelingen

Het gebied Woonwagenstandplaatsen Twekkelerbeekweg valt onder het bestemmingsplan “Buitengebied Noordwest”, dat op 9 november 2015 is vastgesteld door de gemeenteraad van Enschede. Buitengeb ied Noordwest

Uitsnede bestemmingsplan Buitengebied Noordwest

4 eg (vastgesteld)

bestemmingsplan Woonw agenstandplaatsen Tw ekkelerbeekw

In dit bestemmingsplan zijn de volgende bestemmingen en aanduidingen (gedeeltelijk) van toepassing; Agrarisch met waarden - Agrarische functie met landschapswaarden Deze bestemming is opgenomen met het oog op het agrarische bedrijf dat voorheen op de locatie aanwezig was. De destijds aanwezige landbouw diende rekening te houden met de in het gebied aanwezige belangrijke landschappelijke waarden; Overig - Stadsrandzone Deze aanduiding is opgenomen met het doel om aanvullende regels te stellen voor de stadsrandzone; een gebied dat de overgang vormt tussen het stedelijke en het landelijke gebied. Overig - Bodemdalingsgebied Deze aanduiding is opgenomen voor het gebied waar de zoutwinning plaatsvindt. Als gevolg daarvan kan (beperkte) bodemdaling optreden. Met het oog daarop met het doel om aanvullende regels te stellen aan eventuele ontwikkelingen zodat het belang van de zoutwinning daarbij geborgd is.

1.4

Wettelijk kader

Het wettelijk kader van een bestemmingsplan is de Wet ruimtelijke ordening (hierna Wro) en het Besluit ruimtelijke ordening (hierna Bro).

Wet ruimtelijke ordening (Wro) De Wro schrijft voor dat de gemeenteraad "voor het gehele grondgebied van de gemeente een of meer bestemmingsplannen vaststelt, waarbij ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening de bestemming van de in dat plan begrepen grond wordt aangewezen en met het oog op die bestemming regels worden gegeven". Besluit ruimtelijke ordening (Bro) In het Bro is geregeld hoe een bestemmingsplan en andere ruimtelijke plannen er uit moeten zien, wat vastgelegd moet worden en wat meegewogen moet worden (artikelen 3.1.2 t/m 3.1.7 en artikelen 3.2.1 t/m 3.2.4 Bro). In artikel 3.1.6 van het Bro is bepaald dat elk bestemmingsplan vergezeld gaat van een toelichting. In de toelichting moet worden vermeld wat de uitkomsten zijn van onderzoeken over ecologie/flora/fauna, hoe het is gesteld met de waterhuishouding, of de Wet milieubeheer van toepassing is voor bijvoorbeeld een Milieu Effect Rapport (MER), of sprake is van archeologische/cultuurhistorische waarden, welke milieukwaliteitseisen wat betreft lucht, bodem, geluid bij het plan betrokken zijn en welk beleid van gemeente, provincie en Rijk een rol speelt.

Een bestemmingsplan is daarom een juridisch ruimtelijk beleidsdocument, waarin de bestemming van de gronden met inbegrip van de daarop van toepassing zijnde gebruiks- en bouwregels en de daarop aanwezige bebouwing worden vastgelegd, maar waarin ook ruimtelijke ontwikkelingsmogelijkheden zijn opgenomen. Digitalisering Alle ruimtelijke plannen moeten voor iedereen digitaal beschikbaar en raadpleegbaar zijn. Daarvoor is een landelijke voorziening in het leven geroepen. Er moet gewerkt worden via landelijk vastgestelde regels (artikel 1.2.1 en 1.2.2 Bro, nader uitgewerkt in de ministeriële Regeling standaarden ruimtelijke ordening). Kosten In de wet is bepaald dat de kosten voor het maken van een bestemmingsplan verhaald kunnen worden op de aanvrager. Die kosten worden vastgesteld in een exploitatieplan, maar ze kunnen ook op een andere wijze verhaald worden bijvoorbeeld door het sluiten van een overeenkomst (afdeling 6.4 Wro).

bestemmingsplan Woonw agenstandplaatsen Tw ekkelerbeekw eg (vastgesteld) 5

1.5

Adviezen, vooroverleg en procedure

Adviezen Voorafgaand aan het in procedure brengen van een bestemmingsplan vragen burgemeester en wethouders aan het binnen het plangebied werkzame erkende wijkorgaan advies uit te brengen over het in voorbereiding zijnde bestemmingsplan. Dit is geen wettelijke procedurestap maar een binnen de gemeente Enschede gehanteerde werkwijze, die is vastgelegd in de Regeling Wijkorganen 2008 en nader uitgewerkt in de notitie Wijkorganen en Adviesafspraken. Binnen het plangebied van het bestemmingsplan “Woonwagenstandplaatsen Twekkelerbeekweg” is het erkende wijkorgaan Buurtkring Twekkelo actief. Het wijkorgaan is op de hoogte gebracht van de inhoud van het bestemmingsplan.

Vooroverleg In het Bro is voorgeschreven (artikel 3.1.1) dat burgemeester en wethouders voorafgaand aan het in procedure brengen van een nieuw bestemmingsplan overleg moeten plegen met de besturen van eventueel betrokken andere gemeenten, het waterschap, de provincie en met die diensten van het Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen die in het plan in het geding zijn. Van het wettelijke vooroverleg met Rijk en provincie kan in de praktijk in veel gevallen worden afgezien. De provincie Overijssel en het Rijk hebben beleid vastgesteld, waarin is bepaald dat zij een bestemmingsplan alleen nog voor vooroverleg willen ontvangen, indien dat bestemmingsplan ontwikkelingen mogelijk maakt die raken aan bepaalde ruimtelijke belangen van de provincie of het Rijk. Het voorliggende plan is voorgelegd aan de provincie en aan het waterschap. Van beiden is een positieve reactie ontvangen. Tevens is de ontwikkeling voorgelegd aan Staatstoezicht op de Mijnen, gelet op het voorkomen van bodemdaling door zoutwinning in de omgeving van het plangebied. Namens hen is van Nobian een advies ontvangen.

Procedure Vooraankondiging Burgemeester en wethouders moeten burgers en anderen informeren over het voornemen een bestemmingsplan voor te bereiden op verzoek van een derde of uit eigen beweging. Dat voornemen wordt gepubliceerd in het gemeentelijk huis-aan-huisblad en op internet. In Enschede wordt geen gelegenheid geboden om zienswijzen hieromtrent naar voren te brengen (artikel 1.3.1 Bro). In dit geval is het voornemen om een nieuw bestemmingsplan genaamd: “Woonwagenstandplaatsen Twekkelerbeekweg” in voorbereiding te nemen op (datum) gepubliceerd in het gemeentelijk blad “Huis aan Huis" en op de website van de gemeente Enschede.

Terinzagelegging ontwerpplan In de Wro staat dat op de procedure van een bestemmingsplan de uniforme openbare voorbereidingsprocedure uit afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing is. Dit betekent dat het ontwerp van een bestemmingsplan gedurende een periode van zes weken ter inzage moet worden gelegd. Deze terinzagelegging biedt iedereen de mogelijkheid om gedurende die periode zienswijzen naar voren te brengen bij de gemeenteraad. Die terinzagelegging wordt gepubliceerd in de Nederlandsche Staatscourant en in het gemeentelijk blad "Huis aan Huis" en langs “elektronische weg”, dus internet. De aankondiging van de terinzagelegging van dit ontwerpbestemmingsplan “Woonwagenstandplaatsen Twekkelerbeekweg” en de mogelijkheid om tijdens die periode een zienswijze naar voren te brengen wordt gepubliceerd in "Huis aan Huis", op de website van de gemeente Enschede, in de Staatscourant en het Gemeenteblad.

Zienswijzen 6 eg (vastgesteld)

bestemmingsplan Woonw agenstandplaatsen Tw ekkelerbeekw

Van de eventueel inkomende zienswijzen en de gemeentelijke beantwoording daarvan wordt een verslag gemaakt dat als bijlage bij het vaststellingsbesluit van het bestemmingsplan wordt gevoegd.

Rechtsb escherming Na vaststelling van het bestemmingsplan door de gemeenteraad staat voor belanghebbenden nog de mogelijkheid open om bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State beroep in te stellen tegen het bestemmingsplan.

bestemmingsplan Woonw agenstandplaatsen Tw ekkelerbeekw eg (vastgesteld) 7

Hoofdstuk 2

Planologisch beleidskader

2.1

Ruimtelijk beleid en regels van het Rijk

2.1.1

Nationale Omgevingsvisie (NOVI)

Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) vastgesteld als structuurvisie. De NOVI biedt een langetermijnperspectief op de ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland tot 2050. Met de NOVI geeft het kabinet richting aan de grote opgaven die het aanzien van Nederland de komende dertig jaar ingrijpend zullen veranderen. Denk aan het bouwen van nieuwe woningen, ruimte voor opwekking van duurzame energie, aanpassing aan een veranderend klimaat, ontwikkeling van een circulaire economie en omschakeling naar kringlooplandbouw. Alles met zorg voor een gezonde bodem, schoon water, behoud van biodiversiteit en een aantrekkelijke leefomgeving. De NOVI schetst een duurzaam toekomstperspectief voor de leefomgeving in Nederland in 2050.

Dit toekomstperspectief voor Nederland is: Een klimaatbestendige delta, waarbij Nederland beschermd is tegen de negatieve gevolgen van klimaatverandering, waterveiligheid (ook voor de laaggelegen gebieden in het westen) gegarandeerd is en voldoende zoetwater beschikbaar is van goede kwaliteit; Duurzaam, concurrerend en circulair: een toekomstbestendige en volledig circulaire economie zonder vervuilende manieren van produceren en consumeren, met een uitstekend vestigingsklimaat en een hoge quality of life, met een zo goed mogelijke inpassing van duurzame energie in onze leefomgeving en slimme combinaties van functies zonder de risico's en milieunadelen te vergroten. Een economie die veel maatschappelijke winst oplevert in termen van banen, innovatie en nieuwe bedrijvigheid en exportmogelijkheden; Kwaliteit van leven in stad en dorp: met een aantrekkelijke woon- en leefomgeving en een goede verbondenheid van stad en land. De ontwikkelingen zijn gericht op kwaliteit, met gecontroleerde en doordachte groei waar dat nodig is, waardoor diversiteit in wonen, een stedelijk netwerk, prettige woonmilieus, met rust en ruimte maar ook vitale en leefbare regio's ontstaan. Nabijheid en betrouwbare verbindingen: een uitstekende bereikbaarheid wordt met een goede en betrouwbare infrastructuur gegarandeerd, waarbij wordt ingespeeld op locatiekeuzes voor wonen en werken (nabijheid).

De infrastructuur is onderdeel van een mobiliteitssysteem dat een meer divers patroon van mobiliteit veilig, robuust en duurzaam afhandelt. Luchthavens blijven belangrijk voor een sterk internationaal netwerk voor de lange afstanden. De uitdaging is om het vliegverkeer net als het goederenvervoer op een zo veilige, efficiënte en duurzame manier vorm te geven. Veilig en gezond, herkenbaar en natuurlijk: een veilig en gezond leven voor iedereen staat voorop. De leefomgeving nodigt uit om te bewegen, elkaar te ontmoeten en te ontspannen. Daarbij horen een goede milieukwaliteit, robuuste natuur, klimaatbestendigheid en voor iedereen goede toegang tot wonen, werken en voorzieningen. Het realiseren van een fysieke leefomgeving die dit toekomstperspectief mogelijk maakt, is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van alle overheden. In de NOVI benoemt het Rijk 21 nationale belangen voor het omgevingsbeleid, inclusief de opgaven en de rol van het Rijk in het realiseren van deze opgaven. Deze opgaven komen samen in vier prioriteiten. Deze prioriteiten vormen complexe, omvangrijke en dringende opgaven die voortkomen uit of samenhangen met grote transities. Deze prioriteiten zijn: 1. 2. 3. 4.

Naar een ruimte voor klimaat adaptatie en energietransitie; Naar een duurzaam economisch groeipotentieel; Naar sterke en gezonde steden en regio's; Naar een toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied;

Deze vier opgaven kunnen alleen in samenhang verder worden gebracht wanneer aandacht is voor thema's die hier dwars doorheen lopen, zoals omgevingskwaliteit, gezondheid, cultuurhistorie, klimaatadaptatie, water, bodem, (nationale) veiligheid en milieukwaliteit.

8 eg (vastgesteld)

bestemmingsplan Woonw agenstandplaatsen Tw ekkelerbeekw

2.1.2

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening en Besluit ruimtelijke ordening

De basis van juridische borging van de realisatie van de nationale belangen ligt in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) en het Bro. Het Barro is in werking sinds 2011 en bevat onderwerpen die van rijksbelang zijn, zoals defensie, de ecologische hoofdstructuur, de elektriciteitsvoorziening en toekomstige uitbreiding van het hoofd(spoor)wegennet. Per onderwerp bevat het Barro regels waaraan bestemmingsplannen moeten voldoen. Binnen drie jaar moet het onderwerp zijn opgenomen in een bestemmingsplan. 2.1.3

Toetsing bestemmingsplan aan beleid en regels van het Rijk

Het initiatief ziet op de realisatie van een locatie voor 10 woonwagens op de rand van het stedelijk en het landelijk gebied. Deze ontwikkeling is niet in strijd met het rijksbeleid.

2.2

Ruimtelijk beleid en regels van de provincie Overijssel

2.2.1

Omgevingsvisie Overijssel

Het ruimtelijk beleid van de provincie Overijssel staat vooral in de Omgevingsvisie en Omgevingsverordening. Op 16 november 2022 hebben Provinciale Staten van Overijssel een herziening van de visie en verordening vastgesteld en op 1 januari 2023 zijn deze in werking getreden. De Omgevingsvisie is een integrale visie waarin de beleidsambities en doelstellingen staan die van provinciaal belang zijn voor de ontwikkeling van de fysieke leefomgeving van Overijssel. Het uitgangspunt is gericht op het jaar 2030. De visie biedt kaders in de vorm van ontwikkelingsperspectieven voor de groene omgeving en stedelijke omgeving. Daarbinnen krijgen gemeenten, waterschappen, maatschappelijke organisaties en andere initiatiefnemers mogelijkheden om ruimtelijke ontwikkelingen te realiseren. De hoofdambitie van de visie is, net als in de oorspronkelijke omgevingsvisie van 2009, een toekomstvaste groei van welvaart en welzijn met een verantwoord beslag op de beschikbare natuurlijke hulpbronnen en voorraden. De opgaven en kansen waar de provincie Overijssel voor staat heeft men vertaald in centrale beleidsambities voor negen beleidsthema’s. Deze benadert zij vanuit de drie overkoepelende 'rode draden': duurzaamheid, ruimtelijke kwaliteit en sociale kwaliteit.

Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Om te bepalen of een initiatief bijdraagt aan de ambities, gebruikt de provincie het Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel. In dit uitvoeringsmodel staan de stappen of, waar en hoe centraal. Bij een initiatief kan aan de hand van deze drie stappen bepaald worden of een initiatief binnen de geschetste visie voor Overijssel mogelijk is (generieke beleidskeuzes), waar het past (ontwikkelperspectieven) en hoe het uitgevoerd kan worden (gebiedskenmerken) In onderstaande afbeelding is het uitvoeringsmodel weergegeven. Vervolgens zijn de niveaus toegelicht. De '“vishaak” met de drie niveaus uit de Omgevingsvisie van 2009 is daarbij behouden gebleven. Boven het uitvoeringsmodel (in de paraplu) staan de rode draden en centrale beleidsambities weergegeven.

bestemmingsplan Woonw agenstandplaatsen Tw ekkelerbeekw eg (vastgesteld) 9

Generieke beleidskeuzes (of) Generieke beleidskeuzes vloeien voort uit beleid van EU, Rijk of provincie. Het zijn keuzes die bepalen of een ontwikkeling nodig is of mogelijk. De generieke beleidskeuzes zijn veelal normstellend. De herziene Omgevingsvisie maakt daarbij onderscheid in: Generieke beleidskeuzes voor heel Overijssel. Dit heeft zij gevat onder de ' Overijsselse ladder voor duurzame verstedelijking'. Dit is een nadere invulling van de nationale Ladder voor duurzame verstedelijking, die voor 'nieuwe stedelijke ontwikkelingen' verplicht moet worden doorlopen. De Overijsselse ladder geeft onder andere aan dat alle belangen die bij een ontwikkeling betrokken zijn, zorgvuldig tegen elkaar moeten worden afgewogen ('integraliteit'; is ook een eis uit het Bro). Ook wordt onder andere ingegaan op zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik (voorheen verwoord in de 'SER-ladder') en '(boven)regionale afstemming' (gemeenten moeten hun ruimtelijke ontwikkelingsplannen afstemmen met buurgemeenten om te voorkomen dat inefficiënte concurrentie tussen gemeenten ontstaat). Gebiedsspecifieke beleidskeuzes, zoals aanduidingen voor grondwaterbeschermingsgebied, Natuurnetwerk Nederland (NNN) en Nationale Landschappen.

Ontwikkelingsperspectieven (waar) Na de toetsing aan de generieke beleidskeuzes komen de ontwikkelingsperspectieven aan de orde. In de Omgevingsvisie staan zes ontwikkelperspectieven beschreven: drie voor de groene en drie voor de stedelijke omgeving. Daarbinnen is nog een onderverdeling gemaakt. De ontwikkelperspectieven zijn flexibel voor de toekomst en geven richting aan wat waar ontwikkeld zou kunnen worden.

Gebiedskenmerken (hoe) Tot slot zijn de gebiedskenmerken van belang, die bestaan uit vier lagen (natuurlijke laag, laag van agrarische cultuurlandschappen, stedelijke laag en laag van de beleving). Voor elke laag gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en -opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. Het is de vraag 'hoe' een ontwikkeling invulling krijgt.

10 eg (vastgesteld)

bestemmingsplan Woonw agenstandplaatsen Tw ekkelerbeekw

In het resterende deel van deze paragraaf wordt nader ingegaan op de generieke beleidskeuzes, de ontwikkelingsperspectieven en de gebiedskenmerken.

Generieke beleidskeuzes De provincie hanteert een aantal generieke beleidsambities met betrekking tot duurzaamheid, ruimtelijke kwaliteit en sociale kwaliteit. Hoe in het initiatief omgegaan wordt met duurzaamheid, is toegelicht in paragraaf 4.4. Voor het realiseren van ruimtelijke kwaliteit wil de provincie dat bij nieuwe initiatieven aangesloten wordt bij de bestaande kwaliteiten van Overijssel. Deze kwaliteiten worden benoemd in de catalogus Gebiedskenmerken. Elk project moet bijdragen aan de versterking van de ruimtelijke kwaliteit van de leefomgeving. Sociale kwaliteit realiseert de provincie door inwoners te betrekken bij haar initiatieven.

Ontwikkelingsperspectieven Voor het plangebied gelden ontwikkelingsperspectieven voor zowel de Groene als de Stedelijke omgeving. 1. 2.

Wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap, en; Stads- en dorpsrandgebieden.

Wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap Het ontwikkelingsperspectief Wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap richt zich op het in harmonie met elkaar ontwikkelen van de diverse functies in het buitengebied. Aan de ene kant melkveehouderij, akkerbouw en opwekking van hernieuwbare energie als belangrijke vormen van landgebruik. Aan de andere kant gebruik voor natuur, recreatie, wonen en andere bedrijvigheid. De ontwikkelingsmogelijkheden voor de landbouw, maar ook die voor de andere sectoren, willen we in dit ontwikkelingsperspectief nadrukkelijk verbinden met behoud en versterking van cultuurhistorische, natuurlijke en landschapselementen. Het waterbeheer richt zich op optimale condities voor de lokaal aanwezige functies, rekening houdend met de klimaatopgave en de kenmerken van het watersysteem.

Stads- en dorpsrandgebieden De stads- en dorpsrandgebieden vormen de overgang tussen de Stedelijke en de Groene Omgeving, en zijn daarmee zowel entree van de stad als verbinding naar het buitengebied. Het vormgeven als entree van zowel de Groene als de Stedelijke Omgeving is een belangrijk kwaliteitsdoel. Veel stads- en dorpsrandgebieden in Overijssel liggen tegen aantrekkelijke natuurcomplexen of landgoederen aan. Als er naast de inmiddels geplande woon- en werklocaties nog behoefte ontstaat, kunnen nieuwe woon- en werkmilieus worden ingezet om de kwaliteit en aantrekkelijkheid van de stads- en dorpsrandgebieden te verhogen en de landschappelijke structuur in deze gebieden te versterken. In de stads- en dorpsrandgebieden liggen ook kansen om beleidsambities op het gebied van natuur, water, en energie te realiseren én om de functie als ‘uitloop’-gebied voor de stad te versterken door verdichting van het routenetwerk voor langzaam verkeer.

Gebiedskenmerken Voor het plangebied schrijft de Omgevingsvisie gebiedskenmerken op de volgende lagen voor: 1. 2. 3. 4.

Natuurlijke laag; Laag van het agrarisch cultuurlandschap; Stedelijke laag, en; Laag van de beleving.

Natuurlijke laag Over een klein deel van de zuidoostelijke hoek van het plangebied is het gebiedskenmerk 'Dekzandvlakte en ruggen' gelegen. De ambitie is de natuurlijke verschillen tussen hoog en laag en tussen droog en nat

bestemmingsplan Woonw agenstandplaatsen Tw ekkelerbeekw eg (vastgesteld) 11

functioneel meer sturend en beleefbaar te maken. Dit kan bijvoorbeeld door een meer natuurlijk watersysteem en door beplanting met 'natuurlijke' soorten. En door de (strekkings)richting van het landschap te benutten in gebiedsontwerpen. Op het overige deel van het plangebied is het gebiedskenmerk 'Beekdalen en natte laagtes' van toepassing. Het Overijsselse zandlandschap is van oorsprong kletsnat. In de laagtes van het zandgebied verzamelde zich het water. Hier ontwikkelden zich moerassen en broekbossen, waar het water in de loop van het seizoen geleidelijk uit weg sijpelde naar de lager gelegen delen, naar de beken en rivieren. Als ontwikkelingen plaats vinden in of in de directe nabijheid van beekdalen en natte laagtes, dan dragen deze bij aan extra ruimte voor de dynamiek van het stromende water en het vasthouden van water, aan versterking van de samenhang in het beeksysteem en aan vergroting van de zichtbaarheid, bereikbaarheid en beleefbaarheid van het water.

Laag van het agrarisch cultuurlandschap Het plangebied valt in zijn geheel onder het gebiedskenmerk 'Jong heide- en broekontginningslandschap'. Als ontwikkelingen plaats vinden in de agrarische ontginningslandschappen, dan dragen deze bij aan behoud en versterking van de dragende lineaire structuren van lanen, bosstroken en waterlopen en ontginningslinten met erven en de kenmerkende ruimtematen. Stedelijke laag In de Stedelijke laag worden voor het plangebied twee gebiedskenmerken gegeven, namelijk 'verspreide bebouwing' en het 'informele trage netwerk'. Voor het gebiedskenmerk 'verspreide bebouwing' geldt dat de ontwikkeling van nieuwe erven bij moet dragen aan behoud en ontwikkeling van de ruimtelijke kwaliteit overeenkomstig de Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving. Het gebiedskenmerk 'informele trage netwerk' ziet op het ‘langzame’ netwerk (wandelpaden, fietspaden, ruiterpaden, vaarroutes) van de provincie, dat delen van het agrarisch cultuurlandschap en het natuurlijke laag toegankelijk en ervaarbaar maakt. De oude zandwegen en paden vormen het basisstramien. Laag van de b eleving Binnen de Laag van de beleving wordt het plangebied aangeduid met het gebiedskenmerk 'stads- en dorpsrandgebied'. Deze gebieden vormen de overgang tussen de Stedelijke en de Groene Omgeving, en zijn daarmee zowel entree van de stad als verbinding naar het buitengebied.

Het vormgeven als entree van zowel de Groene als de Stedelijke Omgeving is een belangrijk kwaliteitsdoel. Veel stads- en dorpsrandgebieden in Overijssel liggen tegen aantrekkelijke natuurcomplexen of landgoederen aan. Als er naast de inmiddels geplande woon- en werklocaties nog behoefte ontstaat, kunnen nieuwe woon- en werkmilieus worden ingezet om de kwaliteit en aantrekkelijkheid van de stads- en dorpsrandgebieden te verhogen en de landschappelijke structuur in deze gebieden te versterken. In de stads- en dorpsrandgebieden liggen ook kansen om beleidsambities op het gebied van natuur, water, en energie te realiseren én om de functie als ‘uitloop’-gebied voor de stad te versterken door verdichting van het routenetwerk voor langzaam verkeer. 2.2.2

Omgevingsverordening Overijssel

De hoofdlijnen van de Omgevingsvisie zijn juridisch geborgd in de Omgevingsverordening. Het gaat om de onderwerpen uit de visie die de provincie zo belangrijk vindt dat deze dwingend worden opgelegd. In de verordening staan algemene regels op het gebied van de ruimtelijke ordening, mobiliteit, milieu, water en bodem. De verordening als juridisch instrument om de doorwerking van provinciaal beleid af te dwingen, is beperkt tot die onderdelen van het beleid waarvoor de inzet van algemene regels noodzakelijk is om provinciale belangen veilig te stellen of om uitvoering te geven aan wettelijke verplichtingen. De Omgevingsverordening geeft regels aan gemeenten die bij het maken van bestemmingsplannen in acht genomen moeten worden. De volgende artikelen van de provinciale verordening zijn van belang voor voorliggend plan: Artikel 2.1.2 Principe van concentratie: Bestemmingsplannen voorzien uitsluitend in woningbouw, aanleg van bedrijventerreinen voor lokaal gewortelde bedrijvigheid en het realiseren van stedelijke voorzieningen, met bijbehorende infrastructuur en groenvoorzieningen om te voldoen aan de lokale behoefte en de behoefte van bijzondere doelgroepen.

12 eg (vastgesteld)

bestemmingsplan Woonw agenstandplaatsen Tw ekkelerbeekw

Artikel 2.1.3 Zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik: Bestemmingsplannen voorzien uitsluitend in stedelijke ontwikkelingen die een extra ruimtebeslag door bouwen en verharden leggen op de Groene Omgeving wanneer aannemelijk is gemaakt: dat er voor deze opgave in redelijkheid geen ruimte beschikbaar is binnen het bestaande bebouwd gebied en de ruimte binnen het bestaand bebouwd gebied ook niet geschikt te maken is door herstructurering en/of transformatie; dat mogelijkheden voor meervoudig ruimtegebruik binnen het bestaand bebouwd gebied optimaal zijn benut. Artikel 2.1.5 Ruimtelijke kwaliteit: In de toelichting op bestemmingsplannen wordt onderbouwd dat de nieuwe ontwikkelingen die het bestemmingsplan mogelijk maakt, bijdragen aan het versterken van de ruimtelijke kwaliteit conform de geldende gebiedskenmerken. Artikel 2.1.6 bevat de Kwaliteitsimpuls groene omgeving. Deze kwaliteitsimpuls komt er op neer dat bestemmingsplannen alleen voorzien in nieuwvestiging van functies in de groene omgeving, indien daar sociaaleconomische en/of maatschappelijke redenen voor zijn èn er is aangetoond dat het verlies aan ecologische en/of landschappelijke waarden in voldoende mate wordt gecompenseerd door investeringen ter versterking van ruimtelijke kwaliteit in de omgeving.

Artikel 2.2.2 Realisatie nieuwe woningen: Bestemmingsplannen en omgevingsvergunningen als bedoeld in artikel 2.1 lid 1 onder c van de Wabo, voorzien uitsluitend in de mogelijkheid tot het realiseren van nieuwe woningen als de behoefte daaraan is aangetoond door middel van actueel onderzoek woningbouw. 2.2.3

Toetsing bestemmingsplan aan beleid en regels van de provincie Overijssel

Het initiatief is getoetst aan het provinciaal beleid door middel van het Uitvoeringsmodel. Daarbij worden de volgende stappen doorlopen ten aanzien van het initiatief; òf, waar en hoe. Of In deze stap vindt toetsing plaats aan de generieke beleidskeuzes uit het provinciaal beleid. Daarbij wordt getoetst aan een aantal normstellende artikelen uit de Omgevingsverordening. Principe van concentratie De ontwikkeling die het voorliggende bestemmingsplan mogelijk maakt, voorziet in de huisvesting van een bijzondere doelgroep, namelijk woonwagenbewoners. Dat dit een bijzondere doelgroep is, blijkt ook uit het feit dat de cultuur van de woonwagenbewoners sinds augustus 2014 is bijgeschreven als Immaterieel Cultureel Erfgoed Nederland. Dat er sprake is van een lokale behoefte, blijkt uit een peiling die in 2019 gehouden is. Op grond daarvan bleek dat er binnen de Enschede woonwagengemeenschap behoefte is aan 20-25 standplaatsen extra. Het voorliggende bestemmingsplan voorziet in een deel van die behoefte. Zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik In de Omgevingsverordening Overijssel is het begrip 'groene omgeving' nader gedefinieerd als: de gronden die niet vallen onder bestaand bebouwd gebied.

Het begrip 'bestaand bebouwd gebied' is nader gedefinieerd als: “de gronden binnen steden en dorpen die benut kunnen worden voor stedelijke functies op grond van geldende bestemmingsplannen en op grond van voorontwerp-bestemmingsplannen voor zover de provinciale diensten daarover schriftelijk een positief advies hebben uitgebracht in het kader van het vooroverleg als bedoeld in artikel 3.1.1 Bro.” Het begrip 'stedelijke functies' is vervolgens gedefinieerd als “functies van steden en dorpen zoals wonen, bedrijvigheid, detailhandel, horeca, maatschappelijke, educatieve, culturele en religieuze voorzieningen met de bijbehorende infrastructuur, stedelijk water en stedelijk groen”. De ontwikkeling die het voorliggende bestemmingsplan mogelijk maakt, is een stedelijke functie als bedoeld in de Omgevingsverordening. Deze ontwikkeling ligt nèt buiten het bestaand bebouwd gebied en daarmee in de groene omgeving. Een ontwikkeling met woonwagenstandplaatsen is een ontwikkeling die aan te merken is als een NIMBY-project (Not In My BackYard). Dit betekent dat, ongeacht de locatie, een dergelijke ontwikkeling vaak zal stuiten op weerstand. Een locatie aan de rand van het bestaand bebouwd gebied en de groene omgeving leent zich beter voor een dergelijke ontwikkeling dan een locatie in het binnenstedelijk gebied met direct omwonenden.

De gemeenteraad van Enschede heeft op 20 juni 2022 besloten om de locatie van de ontwikkeling aan te wijzen als voorkeurslocatie. Daarbij is een locatieonderzoek uitgevoerd over beschikbare locaties in bestemmingsplan Woonw agenstandplaatsen Tw ekkelerbeekw eg (vastgesteld) 13

gemeentelijk eigendom. Daarbij zijn ook kavels binnen het bestaande bebouwd gebied beoordeeld. Uiteindelijk heeft de eerste selectie van gemeentelijke gronden geresulteerd in een twintigtal potentiële locaties. Deze 20 locaties zijn nader bekeken en beoordeeld aan de hand van zowel technische, ruimtelijke als sociale criteria. De locatie aan de Windmolenweg / Twekkelerbeekweg is hieruit als voorkeurslocatie naar voren gekomen. Binnen het bestaand bebouwd gebied is in redelijkheid geen ruimte voor een ontwikkeling tot woonwagenlocatie. Evenmin is er ruimte geschikt te maken door herstructurering, transformatie of meervoudig ruimtegebruik. Versterking van de ruimtelijke kwaliteit De ontwikkeling heeft een versterking tot gevolg van de ruimtelijke kwaliteit ter plaatse. Deze bestaat uit de aanleg van een royale groene bosstrook rondom de woonwagenlocatie. Hier wordt nader op ingegaan in paragraaf 2.3.6. Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving Het voorliggende bestemmingsplan heeft tot doel een ontwikkeling mogelijk te maken waarbij 10 woonwagens gerealiseerd worden. In verschillende uitspraken heeft het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) geoordeeld dat bewoning van een woonwagen een essentieel onderdeel is van de cultuur en de traditie van woonwagenbewoners als minderheid. Het is dus essentieel voor deze groep om in een woonwagen te wonen.

Daarbij heeft het EHRM ook geoordeeld dat de overheid een positieve verplichting heeft om deze cultuur te beschermen en te faciliteren. Met de ontwikkeling die dit bestemmingsplan mogelijk maakt voldoet de gemeente aan die verplichting. De gemeente legt de nieuwe woonwagenlocatie aan en draagt de standplaatsen over aan woningbouwcorporatie de Woonplaats. De Woonplaats plaatst de woonwagens en is verhuurder / beheerder, net als bij de bestaande woonwagenlocatie Sleutelkamp. Het doel van de Kwaliteitsimpuls is het realiseren van een evenwicht tussen extra rood en een extra investering in ruimtelijke kwaliteit. Bij de ontwikkeling van een woonwagenlocatie gaat het om een publieke ontwikkeling van algemeen belang. Alhoewel de ontwikkeling dus wel 'extra rood' toevoegt, is er daarbij sprake van een geringe impact op de omgeving doordat het gaat om een specifieke woonvorm van beperkte oppervlakte en hoogte. Gelet daarop kan volstaan worden met een beperkte extra investering in de ruimtelijke kwaliteit. Deze investering wordt toegelicht verderop in deze paragraaf, maar ook in paragraaf 2.3.6 en 4.1. Waar Voor het plangebied gelden ontwikkelingsperspectieven voor zowel de Groene als de Stedelijke Omgeving. Juist het feit dat het plangebied onderdeel uitmaakt van de overgang tussen de beide omgevingen, maakt dat het gaat om een gebied dat een mix vormt van de beide omgevingen.

Wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap De locatie betreft nu een agrarisch perceel. Woningbouw is een functie die past binnen het ontwikkelingsperspectief 'Wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap'. Het landschap in en om het plangebied bestaat uit een weiland met aangrenzend een bergingsvijver met houtwal. Het initiatief versterkt deze oost-west georiënteerde structuur van het landschap door aan te sluiten bij die oriëntatie. De bosstrook versterkt daarbij de structuur van de houtwal als beeldbepalend element. De ontwikkeling vindt dan ook plaats met behoud en versterking van de cultuurhistorische, natuurlijke en landschapselementen. Daarbij is er ook voor gekozen om in het ontwerp voor de locatie ook het watersysteem in het plangebied in dezelfde oost-west richting te oriënteren. Stads- en dorpsrandgebieden De locatie is gelegen in een stads- en dorpsrandgebied en maakt daarmee een onderdeel uit van een gebied waar zowel functies vanuit de stedelijke omgeving als vanuit de groene omgeving passend zijn. Het plangebied ligt op geringe afstand van twee bedrijventerreinen, de Marssteden en het Havengebied. Van de Windmolenweg is het plangebied zichtbaar. De woonwagenlocatie is aan te merken als een nieuw woonmilieu waarvoor behoefte bestaat.

Vanwege de specifieke aard van de ontwikkeling is er nog niet voorzien in deze behoefte in de inmiddels geplande woonlocaties. Conclusie De ontwikkeling past in de voor de locatie genoemde ontwikkelingsperspectieven. Hoe Natuurlijke laag

14 eg (vastgesteld)

bestemmingsplan Woonw agenstandplaatsen Tw ekkelerbeekw

De ontwikkeling sluit aan bij de strekkingsrichting van het landschap (in oost-west-richting). Daarbij wordt ook eenzelfde oriëntatie aangehouden voor de nieuw aan te leggen watergangen in het plangebied. Deze nieuwe watergangen zijn ook zichtbaar, bereikbaar en beleefbaar doordat de zuidelijke watergang aansluitend aan een groenstrook is gelegen en langs de noordelijke watergang een wandelpad wordt aangelegd. Het plangebied is van een te geringe omvang om te spreken van een waarneembaar verschil tussen hoog en laag of droog en nat. Laag van het agrarisch cultuurlandschap Juist door de situering nabij een bestaande en dragende lineaire structuur van de houtwal ten zuiden van de bergingsvijver, ontstaat de kans om deze te versterken. Hier wordt nader op ingegaan in paragraaf 2.3.6. Stedelijke laag Voor wat betreft de toets aan de Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving wordt verwezen naar het onderdeel daarover eerder in deze paragraaf. In het plangebied is geen sprake van de aanwezigheid van een langzaam netwerk. Desalniettemin wordt in de ontwikkeling een langzame verkeersontsluiting toegevoegd van de woonwagenlocatie naar het bestaande struinpad ten zuiden van de bergingsvijver.

Dat bestaande pad wordt verbeterd zodat het ook dienst kan doen voor het onderhoud van de watergang in het noorden van het plangebied en, in voorkomend geval als ontsluiting voor hulpdiensten in het geval van een calamiteit. Laag van de beleving De ontwikkeling van een nieuw woonmilieu wordt ingezet om de landschappelijke structuur in de directe omgeving van het plangebied te versterken. Aangezien de directe stedelijke omgeving van het plangebied bestaat uit een tweetal bedrijventerreinen, is de functie als 'uitloop'-gebied minder aanwezig. Er is in de directe omgeving van het plangebied geen routenetwerk aanwezig voor langzaam verkeer. Wel is, zoals eerder aangegeven, een struinpad ten zuiden van de bergingsvijver aanwezig. Dat pad wordt met de voorliggende ontwikkeling verbeterd, wat de recreatieve waarde ten goede komt. Conclusie Op basis van het voorgaande kan geconcludeerd worden dat de in dit voorliggende bestemmingsplan besloten ruimtelijke ontwikkeling in overeenstemming is met het in de Omgevingsvisie Overijssel 2022 verwoorde en in de Omgevingsverordening verankerde provinciaal ruimtelijk beleid.

2.3

Gemeentelijk ruimtelijk relevant strategisch beleid

Deze paragraaf bevat een korte beschrijving van het algemene ruimtelijke relevante beleid van de gemeente Enschede. De inhoud van deze toelichting is zodanig opgebouwd dat eerst algemene informatie aan de orde komt en vervolgens onderwerpen die specifiek aan dit bestemmingsplan zijn toegeschreven. Het sectorale beleid wordt daarom verderop in deze toelichting behandeld. 2.3.1

Toekomstvisie Enschede 2020 en uitwerkingsvisies

De gemeenteraad heeft op 17 december 2007 de Toekomstvisie Enschede 2020 vastgesteld, waarin de hoofdlijnen en doelstellingen voor het gemeentelijke beleid tot 2020 staan. Het document geeft richting aan het beleid, dat nader uitgewerkt wordt in andere beleidsstukken. De ruimtelijk relevante aspecten van de hoofdlijnen en beleidsdoelstellingen in de Toekomstvisie zijn uitgewerkt in de Herijking van de Ruimtelijke Ontwikkelingsvisie, die op 22 juni 2009 door de gemeenteraad is vastgesteld. Integraal onderdeel hiervan is een visie op de binnenstad (Binnenstadsvisie) en mobiliteit (Mobiliteitsvisie). Vervolgens is de inhoud van het document Herijking RO-Visie, binnenstadsvisie inclusief mobiliteitsvisie ruimtelijk vertaald in de Structuurvisie Enschede, die in één van de volgende paragrafen aan de orde komt.

bestemmingsplan Woonw agenstandplaatsen Tw ekkelerbeekw eg (vastgesteld) 15

2.3.2

Stedelijke Koers

Onder de noemer "Stedelijke Koers" heeft de gemeenteraad op 24 september 2012 ingestemd met een andere koers voor Enschede. Dat was nodig omdat vraag en aanbod in de vastgoedmarkt op het gebied van wonen, bedrijventerreinen en kantoren flink uit balans zijn. De maatschappij is veranderd. Het aantal projecten, de ambities en de plannen in Enschede die werden voorbereid en uitgevoerd pasten niet meer bij de huidige en toekomstige vraag. Om dit terug te brengen naar een realistisch aanbod heeft de gemeenteraad gekozen voor de plannen en projecten die het meest waardevol zijn voor de toekomst van Enschede en die de economie van Enschede en de regio zoveel mogelijk stimuleren. De financiële uitwerking hiervan vond plaats tijdens de behandeling van de Programmabegroting op 12 november 2012. In Enschede zullen niet alleen minder woningen worden gebouwd, maar ook andere soorten: minder appartementen en meer woningen met een tuin. De prognose voor de verkoop van grond voor bedrijventerreinen wordt naar beneden bijgesteld. Voor de kantorensector wordt naast verlagen van het aantal te bouwen kantoren ook gekeken naar hergebruik van bestaande kantoren, omdat er sprake is van leegstand. 2.3.3

Richting aan Ruimte

Op 5 april 2016 hebben burgemeester en wethouders van Enschede 'Richting aan Ruimte' (RAR) vastgesteld. Dit is een richtinggevend ontwikkelingskader waarin wordt verduidelijkt hoe Enschede omgaat met de programmering. Niet langer de kwantitatieve aspecten staan centraal maar er wordt gestuurd op kwaliteit. Daarbij wordt gekeken naar de totale stedelijke programmering maar ook naar de behoefte van het gebied. Een integrale afweging van alle relevante belangen (o.a. ruimtelijke kwaliteit, duurzaamheid, economie, welzijn) op basis van het 'RAR-kompas' leidt uiteindelijk tot een besluit over de (on)wenselijkheid van een nieuw ruimtelijk initiatief. Ongewijzigd onderdeel van het integrale afwegingskader is het 'versterken vanuit het hart'.

afbeelding: het 'RAR kompas'

2.3.4

Structuurvisies

De Wro verplicht iedere gemeente om voor het hele grondgebied één of meer structuurvisies vast te stellen voor een goede ruimtelijke ordening. Een soortgelijke verplichting geldt ook voor de provincies en het Rijk. In een gemeentelijke structuurvisie staan de hoofdlijnen van de voorgenomen ontwikkeling van dat gebied en de hoofdzaken van het ruimtelijk beleid. De structuurvisie bevat ook een uitvoeringsparagraaf waarin de raad aangeeft via welke instrumenten en bevoegdheden de voorgenomen ontwikkeling gerealiseerd zal kunnen worden. 16 eg (vastgesteld)

bestemmingsplan Woonw agenstandplaatsen Tw ekkelerbeekw

Structuurvisie Enschede De gemeenteraad van Enschede heeft op 26 september 2011 de Structuurvisie vastgesteld. Hierin is het bestaande ruimtelijk beleid uit de hieronder genoemde gemeentelijke nota's opgenomen en met elkaar in relatie gebracht. Groenstructuur Actieplan, bevat de belangrijkste gemeentelijke ambities op het gebied van behouden en versterken van parken en groenstructuren; Beleidskader kleine windturbines, hierin zijn mogelijke locaties voor kleine windturbines aangewezen; Mobiliteitsplan 2004-2015, bevat de gemeentelijke ambities voor de verkeerscirculatie en bereikbaarheid van de stad. Hieruit zijn de belangrijkste verkeersprojecten voor auto, openbaar vervoer en fiets in de Structuurvisie opgenomen; Nieuwe Energie voor Enschede, bevat de gemeentelijke duurzaamheidsambities voor nieuwe ontwikkelingen, herstructurering en renovatie. Hierbij staat de reductie van CO2 centraal. Gids Buitenkans, bevat op basis van landschapstypologieën en -plekken het kwalitatieve kader voor ontwikkelingen in het buitengebied; Hotelnota, hierin zijn de ontwikkellocaties voor hotels aangewezen; Structuurvisie Luchthaven Twente en omgeving, bevat het ruimtelijke ontwikkelingskader voor de herontwikkeling van het terrein van de voormalige militaire vliegbasis Twente; Ruimtelijke Ontwikkelingsvisie 2001, bevat belangrijke gemeentelijke ontwikkellocaties en infrastructuurprojecten.

Hieruit zijn de nog actuele projecten en locaties in de Structuurvisie opgenomen; Ruimtelijke Ontwikkelingsvisie en Binnenstadsvisie 2009, bevat het actuele integrale kader voor ruimtelijke ontwikkeling, verkeer, economie en de ontwikkeling van de binnenstad; Ontwikkelingskader Horeca 2005-2015, hierin zijn de horecaconcentratiegebieden en horeca-ontwikkellocaties aangewezen. Met uitzondering van de Ruimtelijke Ontwikkelingsvisie 2001 zijn de individuele beleidsnota's nog steeds van kracht omdat deze meer bevatten dan wat is opgenomen in de Structuurvisie. In de Structuurvisie gaat het om de gewenste ruimtelijke ontwikkelingen voor de toekomst op het gebied van wonen, groen, economie, verkeer, milieu en gebiedsontwikkeling. Het doel van de Structuurvisie is het in samenhang presenteren van de hoofdlijnen van sectoraal of gebiedsgericht beleid. Het gaat om de hoofdlijnen van ruimtelijk beleid op de lange termijn, zodat er op projectniveau voldoende flexibiliteit is om in te kunnen spelen op veranderingen. De Structuurvisie is continu in ontwikkeling. Bij nieuwe gebiedsontwikkelingen en nieuw stedelijk beleid wordt de Structuurvisie aangevuld of nader uitgewerkt, zodat het een actueel strategisch en integraal kader vormt.

Sectorale en gebiedsgerichte structuurvisies In aanvulling op de eerder genoemde integrale Structuurvisie, heeft de gemeenteraad van Enschede ook diverse sectorale structuurvisies en een gebiedsgerichte structuurvisie vastgesteld. Hierin worden specifieke onderwerpen geregeld. Woonvisie Op 12 maart 2012 is de Woonvisie Enschede 2025 vastgesteld. De Woonvisie vormt een nadere uitwerking van de Structuurvisie, specifiek toegespitst op de gemeentelijke beleidsdoelstellingen ten aanzien van het wonen. Detailhandelsstructuurvisie Op 23 januari 2012 is de Detailhandelsstructuurvisie Enschede 2012 vastgesteld. In deze sectorale structuurvisie staan de hoofdlijnen van het gemeentelijk detailhandelsbeleid voor de komende vier jaar. Na een technische aanpassing in de besluitvorming op 12 november 2012 is dit formeel een structuurvisie zoals bedoeld in artikel 2.1 van de Wro. Watervisie Op 27 mei 2013 is de Watervisie 2013-2025 vastgesteld. Deze sectorale structuurvisie richt zich op het samen met partners in de waterketen aanpakken van waterknelpunten in Enschede op het gebied van hemelwateroverlast, grondwateroverlast, grondwaterverontreiniging en waterkwaliteit. De Watervisie heeft bestemmingsplan Woonw agenstandplaatsen Tw ekkelerbeekw eg (vastgesteld) 17

twee sporen, het oplossen van knelpunten en het realiseren van een zestal waterambities. De op te lossen knelpunten zijn: Overbelasting van het rioolstelsel. Grondwateroverlast. Problemen met waterkwaliteit.

De Enschedese waterambities zijn: Daar waar het kan is het regenwater afgekoppeld van het gemengde riool. De beleving van de groene en blauwe kwaliteit van Enschede versterken door water zichtbaar te maken. Water in de buitenruimte wordt zoveel mogelijk benut voor het opvangen van extreme regenbuien en om bij warme perioden de stad te verkoelen. De watergerelateerde component van de (woon)lasten blijft beheersbaar. Enschedeërs gaan bewuster met water om en zijn meer betrokken bij de watervoorzieningen in de stad. De waterpartners zorgen samen voor een goede waterkwaliteit en – kwantiteit in Enschede.

Structuurvisie Cultuurhistorie Op 8 december 2014 is de Structuurvisie Cultuurhistorie vastgesteld. In deze sectorale structuurvisie staat het gemeentelijk beleid voor het bij ruimtelijke plannen en ontwikkelingen omgaan met het aanwezige cultuurhistorisch erfgoed. Daarbij wordt onder cultuurhistorisch erfgoed verstaan: alle cultuurhistorisch waardevolle gebouwen, objecten en structuren in de gemeente Enschede, met uitzondering van gemeentelijke monumenten, rijksmonumenten en archeologische waarden. Voor monumenten en archeologische waarden is reeds in afzonderlijke gemeentelijke beleidskaders vastgelegd hoe daarmee dient te worden omgegaan in het kader van ruimtelijke plannen en ontwikkelingen.

Structuurvisie Externe Veiligheid Op 8 december 2014 is de Structuurvisie Externe Veiligheid vastgesteld. In deze sectorale structuurvisie staat het gemeentelijk beleid met betrekking tot het beheersen van risico's die mensen lopen door de opslag, de protectie, het gebruik en het vervoer van gevaarlijke stoffen. Daarbij is vastgelegd wat in Enschede nog als een toelaatbaar risico wordt beschouwd en hoe ongewenste situaties zoveel mogelijk kunnen worden voorkomen of beperkt. In deze structuurvisie is tevens het beleid voor opslagplaatsen en verkooppunten van consumentenvuurwerk vastgelegd.

Visie Landelijk geb ied Op 6 juli 2021 heeft de gemeenteraad van Enschede de Visie Landelijk Gebied vastgesteld. Deze visie geeft weer wat de huidige kwaliteiten van het buitengebied, maar ook hoe de gemeente richting wil geven aan de verandering, houvast wil bieden bij keuzen en actief wil bijdragen aan de toekomst van het landelijk gebied. Hiervoor ligt in de Visie ook de gemeentelijke ambitie vast ten aanzien van het landelijk gebied. Drie onderdelen bepalen samen deze ambitie: 1.

De Groene Pijler Dit onderdeel staat voor het gevarieerde samenstel van landschap, bodem, water, lucht, natuur, cultuurhistorie, beleving van stilte en duisternis;

2.

Het gevarieerde grondgebruik Het buitengebied is ook een deel van het gemeentelijk grondgebied dat gebruikt wordt door een verscheidenheid aan functies. Een groot deel daarvan is goed afgestemd op de fysieke situatie;

3.

De nabijheid van de grootste stad van Oost-Nederland. De scheiding tussen stad en land is vrij scherp. De gemeente wil inzetten op een versterking van de onderlinge band.

18 eg (vastgesteld)

bestemmingsplan Woonw agenstandplaatsen Tw ekkelerbeekw

Visiekaart landelijk geb ied Enschede Op de visiekaart landelijk gebied Enschede is het plangebied globaal rood omkaderd. Het ligt in een gebied waar de oude landschappelijke identiteit geen uitgangspunt bij de vormgeving van nieuwe ontwikkelingen. Hier geldt een ontwerpopgave voor het maken van een nieuw landschap met een eigen identiteit en samenhang. Een uitzondering op het uitgangspunt om geen woningen aan het buitengebied toe te voegen betreft ook initiatieven van bijzondere doelgroepen en voor pilots, die nu geen plek in het buitengebied hebben. 2.3.5

Gids Buitenkans

De Gids Buitenkans 2022 geeft een kader om te kunnen beoordelen of nieuwe initiatieven in het landelijk gebied wenselijk zijn. De eerste Gids is van 2008 met enkele wijzigingen in 2010. Na evaluatie in 2013 is in 2014 een herziene versie van de Gids uitgebracht. Bij de herziening is gebruik gemaakt van het gedachtengoed van de Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving (KGO). De KGO is ontstaan binnen de Omgevingsvisie van de provincie Overijssel en gaat uit van een balans om evenwicht te brengen tussen het privébelang van de initiatiefnemer en het publieke belang. In deze derde versie sluit de Gids aan op de Visie landelijk gebied Enschede (2021) en op de Omgevingswet (inwerkingtreding verwacht 2023) met het beginsel van beschermen en benutten. De Gids buitenkans biedt aanvullend op het bestemmingsplan (straks omgevingsplan) afwegingsruimte voor nieuwe ontwikkelingen. Het gaat om ontwikkelingen die bij het opstellen van het bestemmingsplan niet waren voorzien en om het actualiseren van het beleid. Belangrijke voorwaarde bij de beoordeling van initiatieven is dat een plan leidt tot een verbetering van de ruimtelijke kwaliteit. Naast de Gids stuurt het instrument KGO (Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving) van de provincie Overijssel op behoud en versterking van de ruimtelijke kwaliteit. Een toets aan dat instrument is in voorliggend plan opgenomen in paragraaf 2.2.3.

Om het verschil tussen stad en landelijk gebied in stand te houden geldt als algemeen uitgangspunt dat het bouwvolume in het landelijk gebied niet toeneemt. Hiervoor zijn regelingen als Rood voor Rood opgenomen in de Gids waarbij (voormalige) agrarische bebouwing wordt gesloopt om zo nieuwe woningen te kunnen toevoegen. Om het landelijk gebied niet op slot te zetten, de leefbaarheid te versterken en vernieuwing te bevorderen zijn uitzonderingen mogelijk waarbij ook zonder dergelijke sloop van bestaande gebouwen woningen toegevoegd kunnen worden. Voorwaarde is dat het om een bijzondere doelgroepen/woonvormen die de gemeente graag ruimte wil bieden. Het initiatief moet kwaliteit aan de stad toevoegen en zorgvuldig worden ingepast in het landelijk gebied.

bestemmingsplan Woonw agenstandplaatsen Tw ekkelerbeekw eg (vastgesteld) 19

Daarnaast worden eisen gesteld aan de locatie, omvang en de benodigde extra investeringen voor versterking van de ruimtelijke, landschappelijke en/of cultuurhistorische kwaliteit. Het initiatief wordt getoetst aan de landschapswaardering zoals opgenomen in de Visie landelijk gebied. Voorwaarden om medewerking te verlenen aan dergelijke initiatieven zijn: Een initiatief vanuit de gemeenschap (geen commerciële partij). Breed gedragen initiatief voor specifieke doelgroep. Bedoeld voor laag- en middensegment woningen, een initiatief alleen gericht op hoog segment is uitgesloten. Initiatiefnemer gaat zelf op de locatie wonen, zelfbewoningsplicht van minimaal vijf jaar. Verbetering van ruimtelijke kwaliteit. Voldoet aan de strategie voor het landschap, volgens de waarderingskaart uit de Visie landelijk gebied. Grondgebonden woningen. Geen zwaarwegende belemmeringen voor omgeving, onder andere verkeersdruk en in geval van omliggende bedrijven geen beperkingen in ontwikkelruimte. Circulair bouwen en hergebruik van materialen wordt gestimuleerd. 2.3.6

Toetsing bestemmingsplan aan het gemeentelijk ruimtelijk relevant strategisch beleid

In een groot deel van de strategische beleidsdocumenten Toekomstvisie, Stedelijke Koers en de diverse structuurvisies zijn voor het plangebied van het bestemmingsplan "Woonwagenstandplaatsen Twekkelerbeekweg" geen specifieke beleidsdoelstellingen of ontwikkelingsrichtingen benoemd. Het gaat bij de voorliggende ontwikkeling om de realisatie van woonwagens; een bijzondere woonvorm als genoemd / bedoeld in de Visie Landelijk Gebied. Daarnaast ligt de locatie in de stadsrandzone; het overgangsgebied tussen het stedelijk gebied en het landelijk gebied dat een verwevingsgebied is van diverse functies. De Gids Buitenkans stelt verder nog aanvullende voorwaarden. Het gaat om een maatschappelijke ontwikkeling die door de gemeente Enschede in samenwerking met woningbouwcorporatie De Woonplaats wordt gerealiseerd. Er is dan ook geen sprake van een initiatief van een commerciële partij zonder maatschappelijke meerwaarde. De gemeente draagt zorg voor de openbare ruimte en de Woonplaats draagt zorg voor het verhuur en het beheer van de woonwagens. De zelfbewoningsplicht is hierom niet aan de orde. Het is een initiatief voor een specifieke en bijzondere doelgroep. Gelet op de aard van de ontwikkeling is er geen sprake van een breed draagvlak, maar dat ligt in de lijn der verwachting.

De ontwikkeling van de woonwagens leveren geen belemmeringen op voor de omliggende bedrijven, zo blijkt ook uit paragraaf 5.1.2. Daarnaast gaat het om een beperkte toename van verkeersbewegingen, gelet op de aard en omvang van de ontwikkeling. De Gids stelt een aantal voorwaarden met betrekking tot de woningen. Het moet gaan om grondgebonden woningen uit het lage of middensegment. De woonwagens zijn vergelijkbaar met grondgebonden woningen van 1 laag, zij het dat ze in zijn geheel of in delen verplaatsbaar zijn. In aanvulling daarop behoren woonwagens tot het lagere of het middensegment. De landschappelijke inpassing van de woonwagens voldoet aan de strategie voor het landschap. Het terrein waar de woonwagens een plek kunnen vinden is volgens de visie landelijk gebied gelegen in een jonge veldontginning met de waardering "basis". Dit betekent dat de landschappelijke karakteristieken die kenmerkend zijn voor de jonge veldontginningen voor een groot deel verdwenen zijn. De Visie geeft tevens aan dat de bijbehorende strategie om ingrepen in dit terrein te doen omschreven wordt met de term transformatie. Door de nieuwe functie 'woonwagenlocatie" te introduceren in dit gebied is er een mogelijkheid om het landschap te voorzien van een nieuwe drager. We doen dit door in royale mate meer dan gemiddeld opgaande beplantingen toe te voegen in het ontwerp van de locatie.

Hiermee voorzien we het gebied van een stevige bossingel waarin de woonwagens een plek vinden die vanuit het landschap afgeschermd is. Een indicatieve doorsnede van de bossingel wordt weergegeven in afbeelding 2.3.6.

20 eg (vastgesteld)

bestemmingsplan Woonw agenstandplaatsen Tw ekkelerbeekw

Afbeelding 2.3.6.1 Indicatieve doorsnede bossingel Het uiteindelijke resultaat van de ingreep zal zijn dat aan het gebied een forse hoeveelheid opgaand inheems groen wordt toegevoegd die vooral vanaf afstand, vanaf de omliggende wegen waargenomen wordt en die daarmee de beleving van het landschap een positieve impuls zal geven. Los van de realisatie van de royale groene bosstrook rondom de ontwikkeling, zal in de openbare ruimte ook sprake zijn van groene, deels overrijdbare bermen. De aanleg van watergangen en de verbetering van het wandelpad ten zuiden van de bergingsvijver leveren daarbij ook een bijdrage aan de ruimtelijke kwaliteit van de ontwikkeling. Het geluidsscherm zal voorzien worden van groene beplanting zodat het scherm zelf aan het oog onttrokken wordt en deel uit gaat maken van de groene elementen in de ontwikkeling.

bestemmingsplan Woonw agenstandplaatsen Tw ekkelerbeekw eg (vastgesteld) 21

Afbeelding 2.3.6.2 Referentiebeeld geluidscherm bij aanplant (linkerfoto) en het eindbeeld (rechterfoto)

22 eg (vastgesteld)

bestemmingsplan Woonw agenstandplaatsen Tw ekkelerbeekw

Hoofdstuk 3

Gebiedsbeschrijving

In dit hoofdstuk wordt een algemene beschrijving van de huidige situatie in het plangebied gegeven. Daarbij zal worden ingegaan op de huidige ruimtelijke en functionele structuur van het plangebied en op de aanwezige cultuurhistorische waarden in het plangebied.

3.1

Ruimtelijk-functionele structuur

Het plangebied is gelegen nabij de grens van het stedelijk gebied van Enschede en het buitengebied, aan de rand van het buurtschap Twekkelo. Ten oosten van het plangebied ligt een woning met bijgebouwen met aangrenzend een weiland, de Hovenierslaan, een watergang, de Auke Vleerstraat en het Industrie- en Havengebied. Ten zuiden ervan ligt een weiland met aangrenzend de Windmolenweg en het bedrijventerrein de Marssteden. Ten noorden van het plangebied is een bergingsvijver van het Waterschap Vechtstromen aanwezig met aangrenzend een weiland en bos. Ten westen van het plangebied ligt de Twekkelerbeekweg met daaraangrenzend weilanden. Ook het plangebied bestaat uit een agrarisch perceel dat al sinds jaren in gebruik is als grasland. Het is rechtstreeks ontsloten op de Twekkelerbeekweg. Tussen de bergingsvijver en het plangebied is een houtwal met aan de zijde van het plangebied nog een hekwerk.

Afbeelding 3.1 Situatie plangebied (oktober '22)

3.2

Cultuurhistorie

Historie en ontstaansgeschiedenis plangebied

bestemmingsplan Woonw agenstandplaatsen Tw ekkelerbeekw eg (vastgesteld) 23

Situatie plangeb ied 1900

Situatie plangebied 1950

Situatie plangeb ied 1990

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=enschede&id=46671ba9-2c17-443a-873e-eee63b38237a