Bijlage 4 Memo Pondera consult
Tekst van het document
Memo Betreft
Datum
Aanvullende notitie bij MER Enschede over totstandkoming Voorkeursalternatief
6-5-2021
Aan
Projectnummer
Gemeente Enschede
716134
Van
Versienummer
Jorieke Letteboer, Eric Arends
v1.0
Aanvullende notitie behorende bij Milieueffectrapport Energievisie Gemeente Enschede over de totstandkoming van het Voorkeursalternatief Waarom deze aanvullende notitie? Deze notitie is een aanvulling op het milieueffectrapport (MER) ten behoeve van de Energievisie van de gemeente Enschede. Door de Commissie m.e.r. is aangeven dat een toelichting op de keuze voor het voorkeursalternatief (VKA) gewenst zou zijn. Ook in meerdere zienswijzen is gevraagd om een verduidelijking van de totstandkoming van het VKA. In het MER is in paragraaf 9.1 de totstandkoming van het VKA behandeld. Deze notitie gaat hier dieper op in.
Waarom is het voorkeursalternatief niet één van de vijf onderzochte alternatieven? In het MER worden de milieugevolgen van vijf alternatieven op twee ambitieniveaus (‘basis’ en ‘maximale opbrengst’) geschetst. De vijf onderzochte alternatieven geven het speelveld weer van de mogelijke opties voor het opwekken van duurzame energie. Bij vergelijking van de effecten van de verschillende alternatieven komt het alternatief ‘Natuur en landschap’, zowel op het ambitieniveau ‘basis’ als bij het ambitieniveau ‘maximale opbrengst’ het beste uit de verf. Het lijkt logisch dat dit alternatief dan ook wordt aangewezen als het ‘voorkeursalternatief’. Het voorkeursalternatief komt echter niet alleen voort uit het milieueffectrapport maar is ook mede bepaald door verdiepende studies en politieke keuzes van college en raad van de gemeente Enschede. Het voorkeursalternatief in het MER bestaat daarom uit een combinatie van verschillende elementen van de vijf onderzochte alternatieven.
Hoe is het voorkeursalternatief (VKA) tot stand gekomen? In de periode 2019 - 2020 hebben college en gemeenteraad van Enschede in diverse bijeenkomsten en raadsdebatten discussies gevoerd over de invulling van de Energievisie voor de periode 2020 - 2030. In deze discussies zijn tal van informatiebronnen gebruikt waaronder het concept milieueffectrapport. In een aantal amendementen en moties zijn kaders gesteld aan de Energievisie en meer specifiek aan de locaties voor windenergie en de wijze waarop zonnevelden gerealiseerd dienen te worden.
Keuze windturbinelocaties in het VKA Locaties afgevallen na verdiepende studie Uit een verdiepende studie is gebleken dat het Grolsch-terrein en het Havengebied geen ruimte bieden aan 190 tot 230 meter hoge windturbines. Deze locaties waren opgenomen in het alternatief ‘Natuur en landschap’ en zijn vervolgens niet opgenomen in het VKA.
[Titel]Aanvullende notitie bij MER Enschede over totstandkoming Voorkeursalternatief 716134 716134| Aanvullende notitie bij MER Enschede over totstandkoming Voorkeursalternatief | v1.0 | 6-5-2021 Pagina 1
Amendement ‘Geen windmolen aan de Windmolenweg Twekkelo’ Het amendement van 7 september 2020 ging in op de landschappelijke waarde van de omgeving Twekkelo. Na aanname van het amendement is de windmolenlocatie aan de Windmolenweg komen te vervallen. De locatie is daarom niet opgenomen in het VKA. Motie ‘Toetsen haalbaarheid 150 meter hoge windmolens’ Naar aanleiding van de motie ‘Toetsen haalbaarheid 150 meter hoge windmolens’ hebben er marktconsultatiegesprekken plaatsgevonden. Daaruit bleek dat marktpartijen onder de huidige omstandigheden niet geïnteresseerd zijn in de bouw en exploitatie van 150 meter hoge windturbines, omdat:
deze windturbines een laag rendement hebben, dat door streven naar lokaal eigendom ook nog eens gedeeld moet worden;
de beschikbaarheid van deze middelhoge windturbines op de markt beperkt is (ze worden nu al bijna niet meer gemaakt);
de SDE++-regeling is juist gericht op grote windturbines (meeste kWh productie per euro subsidie).
In de kamerbrieven van 10 juli 2019 (DGKE/19144416) en 17 februari 2020 (DGKE-E/20023501) heeft minister Wiebes aangekondigd vanaf 2020 een aparte categorie voor turbines met een hoogtebeperking van 150 meter tiphoogte open te stellen, onder de voorwaarde dat deze ontstaan door objectief vast te stellen beperkingen uit landelijke regelgeving. Voor de in het Havengebied gedachte windturbines biedt deze versoepeling helaas geen soelaas omdat deze windturbines niet onder de regeling vallen. Voor overheden kan er een taak zijn weggelegd als de markt daarin niet voorziet (marktfalen). Een dergelijke aanpak wordt in deze situatie niet opportuun geacht. Het ontbreekt de gemeente aan de kennis en middelen om zich actief met het produceren van energie te gaan bezighouden. En ook de gemeente zou al spoedig aanlopen tegen de problemen, zoals die door de marktpartijen zijn geschetst. Met het oog op de hiervoor genoemde overwegingen zijn de windmolenlocaties in het Havengebied geschrapt en niet opgenomen in het VKA.
Motie ‘Proces en input Energievisie’ Dat de gebieden die in het MER met het nummer 6 (omgeving Rutbeek) en 7 (omgeving Eschmarke Aamsveen) zijn aangeduid, zijn afgevallen, houdt voornamelijk verband met de op 10 december 2018 door de gemeenteraad aangenomen motie ‘Proces en input Energievisie’, waarbij nadrukkelijk is gevraagd rekening te houden met het op 11 november 2014 aangenomen amendement bij de behandeling van de Gids Buitenkans, waar geen nadere kaders voor het toestaan van windturbines, ofwel geen windenergie in het buitengebied, zijn gesteld. Uiteindelijke voorkeurslocatie voor windturbines Voor windenergie betreft het VKA twee voorkeurslocaties die samen ruimte bieden voor 2 of 3 windturbines, beide langs de N18. De voorkeur voor deze locaties houdt verband met het feit dat deze locaties, in vergelijking tot de overige onderzochte locaties, relatief goed scoren in het milieueffectrapport, en dat door de situering van deze locaties ten opzichte van de N18 de windturbines op deze plek fungeren als een ‘baken’ in het landschap, waarmee de toegang tot de stad vanuit het zuiden wordt gemarkeerd.
716134 716134| Aanvullende notitie bij MER Enschede over totstandkoming Voorkeursalternatief | v1.0 | 6-5-2021 Pagina 2
Keuzes ten aanzien van zonnevelden in het VKA Amendement ‘Vergroten bruto-omvang zonnevelden buitengebied’ In de nota Uitgangspunten Energievisie had het college voorgesteld op gronden met een hoge of zeer hoge kwaliteit, de maximale oppervlakte van een zonneveld te beperken tot maximaal 6 hectare. Via het amendement van 7 september 2020 heeft de gemeenteraad uitgesproken dit een te grote beperking te vinden. In plaats van het door de gemeenteraad voorgestelde alternatief (een maximumoppervlakte van 10 hectare) is ervoor gekozen om in het geheel geen maximum te verbinden aan de oppervlakte van een zonneveld. Amendement ‘Realiseren minimale ambitie duurzame energie per 2022’ Via dit amendement heeft de gemeenteraad op 7 september 2020 aangegeven dat een generiek verbod op het gebruik van esgronden voor de aanleg van zonnevelden wat haar betreft niet noodzakelijk is. Ontwikkeling van zonnevelden is niet per definitie uitgesloten maar er kan alleen ontwikkeld worden met inachtneming van de door de gemeente opgestelde ontwikkelingsstrategie.
Uiteindelijke voorkeurslocatie voor zonne-energie Voor zonne-energie gaat het VKA uit van een aantal voorkeurslocaties voor het plaatsen van zonnepalen, deze bestaan uit: a) daken, parkeerterreinen en andere onbebouwde ruimtes in de bouwde kom; b) locaties langs de A35; c) grote wateroppervlakten, voor zover deze niet voor de scheepvaart worden benut, de instandhouding van soorten en habitattypen zich daartegen niet verzet en het gebruik voor het opwekken van zonne-energie geen overwegende bezwaren van recreatieve aard ontmoet; d) de Technology Base (bedrijventerrein vliegveldlocatie). De voorkeur voor deze locaties sluit het gebruik van andere, in de groene ruimte gelegen locaties niet uit. Ook impliceert het noemen van deze voorkeurslocaties niet een volgtijdelijkheid. De voorkeur voor de benutting van onder a t/m d genoemde locaties zal tot uitdrukking komen in de vorm van stimuleringsmaatregelen. In het landelijk gebied lenen zich niet alle gronden even goed voor het opwekken van zonne-energie. In het Natuurnetwerk Nederland wordt de aanleg van zonnevelden uitgesloten. De beoordeling van initiatieven voor andere locaties vindt plaats aan de hand van de Waarderingskaart Buitengebied Enschede en de daaraan gekoppelde ontwikkelingsstrategieën. De aanleg van grote zonnevelden, c.q. de clustering van zonnevelden in gebieden met een basiskwaliteit wordt geprioriteerd.
Echter, ook op gronden met een hoge of zeer hoge kwaliteit worden zonnevelden toegestaan. Hiervoor liggen twee redenen ten grondslag, namelijk: a)
b)
de exploitatie van een zonneveld kan bijdragen aan het beheer en onderhoud van het landschap; De inkomsten die voortvloeien uit een zonneveld kunnen door particulieren gebruikt worden voor het beheer en onderhoud van het landschap. In dit verband wordt gewezen op het rapport ‘Inventarisatie van landgoederen in Enschede’, een rapportage van het Overijssels Particulier Grondbezit. Daarin staat dat het produceren van energie kansen biedt voor het in stand houden van en nieuwe ontwikkelingen op landgoederen. Maatregelen op dit gebied zorgen voor een daling van de energiekosten en daarmee dalen de exploitatiekosten. de wens gebruik te maken van de bestaande aansluit- en transportcapaciteit van HS/MS-stations van Enexis. Vanuit een oogpunt van energiesysteemefficiëntie is het gewenst om gebruik te maken van de aansluit- en transportcapaciteit van de bestaande netwerkstations van Enexis. Deze stations bevinden zich allemaal binnen de bebouwde kom. Als de nog resterende aansluit- en transportcapaciteit van
716134 716134| Aanvullende notitie bij MER Enschede over totstandkoming Voorkeursalternatief | v1.0 | 6-5-2021 Pagina 3
deze stations benut moet worden, dan zullen er in de nabijheid van die stations mogelijkheden moeten worden geboden voor het aanleggen van een zonneveld. Als de afstand tussen een zonneveld en het dichtstbijzijnde punt waarop de energie op het netwerk kan worden ingevoed te groot is, drukken de aansluitkosten zo zwaar op de exploitatie van het zonneveld, dat het project onuitvoerbaar wordt. De in de stadsrand gelegen gronden hebben echter veelal een hoge, of zeer hoge kwaliteit. Ten opzichte van de uitgangspunten in het MER heeft de gemeente Enschede besloten meer nadruk te leggen op het benutten van de mogelijkheden in het stedelijk gebied. De gemeente zal stimuleren dat meer zonnepanelen op daken, parkeerterreinen en andere onbebouwde ruimtes in de bouwde kom geplaats gaan worden. Hierdoor wordt de noodzaak van het benutten van het buitengebied voor het bereiken van de duurzame energiedoelstelling verlaagd.
716134 716134| Aanvullende notitie bij MER Enschede over totstandkoming Voorkeursalternatief | v1.0 | 6-5-2021 Pagina 4