CConstaterende datenschede
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 4 ETFAL-onderbouwing

Raadsvergadering 26 januari 2026, gemeente enschedeBij agendapunt: Advies voor BOPA voor de realisatie van twee bedrijfsverzamelgebouwen met in totaal 25 bedrijfsunits aan de Deurningerstraat 356, 366 - 37215.105 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Het gaat niet om het toestaan van nieuwe locaties voor wonen, bedrijven en recreëren. Afdeling 4.6: Agrarisch Deze afdeling heeft betrekking op o.a. verbod op nieuwvestiging en uitbreiding van geitenhouderijen, op regels voor het mogelijk maken van nieuwe of het wijzigen van bestaande agrarische bouwpercelen alsmede een verbod op nieuwvestiging of uitbreiding van agrarische activiteiten in of nabij verzuringsgevoelige natuurgebieden). Deze afdeling is niet van toepassing op beoogde ontwikkeling aan de Deurningerstaat en hier buiten beschouwing gelaten. Afdeling 4.7: Landschap en Natuur (initiatieven in NNN en bos buiten NNN) Het meest dichtbij geleden gebied dat onderdeel is van dit natuurnetwerk bevindt zich op iets minder dan 1,6 kilometer ten noordwesten van het plangebied. Gelet op deze afstand en het gegeven dat het bij de beoogde ontwikkeling gaat om een herstructurering en revitalisering van een bestaand bedrijfsperceel kan in alle redelijkheid worden gesteld dat dit onderdeel niet van toepassing is op beoogde ontwikkeling. Afdeling 4.8: Grondwaterbeschermingsgebieden en boringsvrije zones niet van toepassing Het plangebied aan de Deurningerstraat is volgens de Omgevingsvisie voor de provincie Overijssel niet gelegen in een gebied dat is aangemerkt als een grondwaterbeschermingsgebied en/of boringsvrije zone.

Deze afdeling is dus hier niet van toepassing Afdeling 4.9: Watergebiedsreserveringen Deze afdeling is niet van toepassing op beoogde ontwikkeling aan de Deurningerstraat en hier verder buiten beschouwing gelaten. Afdeling 4.10: Mobiliteit (transportroutes voor gevaarlijke stoffen) In de nabije omgeving van het plangebied aan de Deurningerstraat bevinden zich geen transportroutes voor gevaarlijke stoffen waarmee bij de beoogde ontwikkeling rekening zou moeten worden gehouden.

19

Afdeling 4.11: Energie en Afval (zonnevelden en windturbines) Deze afdeling is niet van toepassing voor het plangebied van beoogde ontwikkeling en hier buiten beschouwing gelaten. Afdeling 4.12: Ondergrond (zout- en zandwinningslocaties en bodembescherming) Deze instructieregel is van toepassing voor het aanwijzen van nieuwe locaties voor zoutwinning en/of zandwinning. Bij de beoogde ontwikkeling aan de Deurningerstraat is daarvan geen sprake en is hier buiten beschouwing gelaten. Paragraaf 7.1.3: Beperkingen gebiedsactiviteiten op grond van luchthavenbesluit Airport Twente. De locatie aan de Deurningerstraat ligt op enige afstand, op ruim 3 kilometer ten zuiden van het vliegveld Twente en ligt niet in een ten behoeve van de functionaliteit van dit vliegveld aangewezen aandachtsgebied voor geluidsbelasting, veiligheidsgebied, gebieden met beperkingen voor vogel aantrekkende functies, laservrije gebieden, gebieden met hoogtebeperkingen etc. Deze paragraaf is om hiervoor genoemde reden niet van toepassing op de beoogde ontwikkeling aan de Deurningerstraat en buiten beschouwing gelaten. 3.2.5

Conclusie toetsing beoogde ontwikkeling aan provinciaal beleid en instructieregels. Geconcludeerd kan worden dat, na toetsing van het plan aan de provinciale instructieregels, deze de beoogde ontwikkeling aan de Deurningerstraat niet in de weg staan.

3.4

Toetsing aan gemeentelijk beleid en omgevingsaspecten In deze paragraaf wordt de aangevraagde buitenplanse omgevingsplanactiviteit getoetst aan de Omgevingsvisie van de gemeente Enschede en eventuele programma’s als ook ander relevant beleid en regelgeving m.b.t. de fysieke leefomgeving.

3.4.1

Ontstaansgeschiedenis- stedenbouw en ruimtelijke kwaliteit

3.4.1.1 Ontstaansgeschiedenis- in het kort Enschede ligt op de flank van de Twentse stuwwal die bestaat uit zand, keileem en klei, duizenden jaren geleden gevormd door ijs dat het land omhoog drukte. Tot het begin van de veertiende eeuw was Enschede een dorp met een kerk en een borg, die teruggaan tot de 11e en 12e eeuw. In de dertiende eeuw veranderde de borg in een hof van de bisschoppen van Utrecht. Door de ligging in de buurt van een handelsroute tussen de bisschoppelijke steden Deventer en Münster kon het dorp Enschede zich langzaam ontwikkelen. In 1325 verleende de bisschop van Utrecht privileges en stadsrechten aan Enschede en liet verdedigingswerken optrekken in de vorm van een (dubbele) vestinggracht rondom de toenmalige stad, het opwerpen van een aarden wal en de bouw van twee stadspoorten (Espoort en Veldpoort).

kaart van Jacob van Deventer (1557-1558)

20

Op de stadsplattegrond van Enschede van cartograaf Jacob van Deventer (Kampen 1505- Keulen1575) is te zien hoe de stad was voorzien van een dubbele verdedigingsgracht en hoe landwegen ‘radiaalsgewijs’ samenkomen bij de toenmalige stad en de twee stadspoorten. De huidige Deurningerstraat is op deze kaart met een dubbele stippellijn ten noordwesten van de stad aangegeven. Het betrof hier een karrenspoor en loopt door het groen gekleurde gebied dat, ten tijde van Jacob van Deventer, duidt op vochtige omstandigheden. Beken speelden een belangrijke rol bij het ontstaan van Enschede. De eerste bewoners hebben zich hier gevestigd, omdat er genoeg water voorhanden was. Zij gebruikten het als drinkwater, waswater, voor bewatering van de akkers en zelfs voor de verdediging van de stad. In de omgeving van het plangebied voor deze BOPA aan de Deurningerstraat liepen verschillende beken te weten Roombeek, Bolhaarsbeek en Vanekerbeek. Deze beken liepen vanaf de stuwwal aan de oostzijde van de stad in westelijke richting. De Roombeek, ten noorden van de stad, functioneerde tijdens de bloeiperiode van de Enschedese textielindustrie als aan- en afvoer van water voor de textielfabrieken. Op de grasvelden (bleekvelden) behorende bij deze textielfabrieken werd textiel uitgespreid die door blootstelling aan zonlicht witter werden en daardoor meer waard.

Het is bekend dat al sinds 1849 in het gebied van beoogde ontwikkeling aan de Deurningerstraat een wasserij was gevestigd die gebruik maakte van het schone water uit één van de beken. 3.4.1.2 Stedenbouw en ruimtelijke kwaliteit De Deurningerstraat behoort tot één van de voor Enschede kenmerkende radiaalwegen en is een belangrijke toegangsweg tot de stad voor het forensenverkeer komende vanuit het noorden en vanaf de autosnelweg A1 (onderdeel van de route Amsterdam- Hannover- Berlijn). De Deurningerstraat wordt daarbij gekenmerkt door lintbebouwing uit verschillende tijdsperioden die voornamelijk bestaat uit woningen. Incidenteel wordt deze woonbebouwing afgewisseld door kleinschalige vormen van detailhandel, bedrijvigheid en maatschappelijke voorzieningen. Hoe verder van de binnenstad gelegen, hoe groener het straatbeeld wordt door groenelementen in de vorm (bomen) en andersoortig begeleidend groen. Ter hoogte van het plangebied van de beoogde ontwikkeling aan de Deurningerstraat bevindt zich een tankstation met een grote, in het oog springende luifel. Daarachter, enigszins door dit tankstation afgeschermd, ligt het bedrijfsperceel waar de twee nieuw te bouwen bedrijfsverzamelgebouwen zijn gedacht. Dit bedrijfsperceel ligt ingebed tussen kleinschalige woonbebouwing met daarbij behorende (langgerekte) tuinen aan de zuidzijde en een bedrijfsperceel aan de noordzijde.

Aan de oostzijde grenst het plangebied aan de woonbebouwing van de woonwijk Mekkelholt. Tot voor kort bevonden zich op dit bedrijfsperceel een aantal bedrijfsgebouwen die hoofdzakelijk in gebruik waren voor de opslag van goederen. Gesteld mag worden dat de hier aanwezige bedrijfsgebouwen en de onbebouwde verkeersruimte een gedateerde en verwaarloosde uitstraling had. Na de recentelijke sloop van deze bedrijfsbebouwing ligt het terrein met een oppervlak van ca. 0,7 hectare braak. De beoogde ontwikkeling van de realisatie van twee bedrijfsverzamelgebouwen betekent een nieuwe impuls voor een meer dan 100 jaar oude bedrijfslocatie dat in de loop der jaren om uiteenlopende redenen behoorlijk in het slop was geraakt en, voor wat betreft de aanwezige bebouwing als ook het onbebouwde deel van het terrein, een deplorabel aanzien bood. Met de beoogde ontwikkeling kan gesproken worden van een herstructurering en revitalisering van een bestaande bedrijfslocatie die mogelijkheden biedt voor een functioneel zinvolle-, bijdetijdse- en duurzame invulling die bijdraagt aan de stadseconomie en voldoet aan het uitgangspunt van een ‘zuinig ruimtegebruik’. Deze ontwikkeling heeft geen uitbreiding van het stedelijk gebied van de stad tot gevolg. Ruimtelijk gezien is hier sprake van een merkbare verbetering met een positieve uitstraling naar het omliggende gebied.

De beoogde ontwikkeling op deze locatie bestaat uit de bouw van twee bedrijfsverzamelgebouwen met in totaal 25 bedrijfsunits. Het gaat om 21 bedrijfsunits met een oppervlakte van 100 m2, 3 bedrijfsunits van 150 m2 en 1 bedrijfsunit van 225 m2. De grotere bedrijfsunits van de geplande nieuwbouw zijn aan de zijde van de Deurningerstraat gedacht. Deze bedrijfsunits worden in tegenstelling tot de overige units op dit terrein in twee bouwlagen gerealiseerd. Hier zijn tevens niet-zelfstandige kantoorfuncties als integraal onderdeel van de bedrijfsactiviteiten toegestaan. Beide bedrijfsverzamelgebouwen worden van elkaar gescheiden door een ‘tussenstraat’ en aan de westzijde visueel met elkaar verbonden door een architectonische verbijzondering middels een ‘pergola’. Voor wat betreft de gevels aan de westzijde van beide bedrijfsverzamelgebouwen zal hier bij het ontwerpen in architectonische zin zodanige aandacht worden besteed met de bedoeling de uitstraling van beide gebouwen extra cachet te geven.

21

22

3.4.1.3 Welstand Volgens de gemeentelijke welstandskaart heeft het gebied van beoogde ontwikkeling aan de Deurningerstraat de welstandscategorie “Verborgen enclaves”. Dit gebied is op de welstandskaart met een gele kleur aangegeven. Kenmerken welstandscategorie verborgen enclaves Enschede is opgebouwd uit een structuur van lange dorpse linten met aaneengesloten bebouwing. Een verborgen enclave ligt, zoals de naam al aangeeft, verborgen achter de bebouwing van deze dorpse linten. De linten bevatten veel midden- en kleinbedrijven. Deze bedrijfjes bestaan meestal uit een woonhuis aan het lint met een oprit naar het achterliggende terrein, de verborgen enclave. Hier bevinden zich de bedrijfsgebouwen, opslagruimten en werkplaatsen. Het bedrijf wordt aangegeven met een reclamebord in de voortuin van het woonhuis. De verborgen enclaves hebben een functionele uitstraling. Er is weinig bewuste aandacht voor architectuur of detaillering, ook al kan de bebouwing monumentaal, typerend voor een tijdvak of in een bepaalde stijl zijn uitgevoerd. Het terrein bevat geen groen en ziet er vaak rommelig en soms verpauperd uit. Veel enclaves worden na sluitingstijd afgesloten met een hek. De verborgen enclaves zijn meestal ingesloten door (achterkanten van) bebouwing. Bij stadsvernieuwing of inbreiding van bestaande wijken worden de bedrijfjes vaak niet gehandhaafd.

Een aantal enclaves heeft zo in de loop van de tijd een andere functie gekregen: parkeergarage, woning, speeltuin of school. De kleinschalige bedrijvigheid gecombineerd met wonen is waardevol voor de stad. Ook al hebben de verborgen enclaves vaak geen esthetische, architectonische of zelfs publieke waarde, ze dragen wel bij aan de identiteit en levendigheid van Enschede.

Uitsnede welstandskaart. Welstandszorg - Doel van welstandszorg De welstandszorg heeft hier tot doel de enclaves te laten voortbestaan en zo nodig functioneel nieuw leven in te blazen. Daarbij is er veel ruimte voor individuele initiatieven. Het welstandsbeleid is er vooral op gericht dat enclaves die in het zicht van omliggende bebouwing liggen, meer kwaliteit krijgen en zich in functie en uiterlijk onderscheiden van de bebouwing aan het lint. Toetsing bouwplan stadsbouwmeester Welstandscategorie: "Verborgen Enclaves", op 31 maart 2025 akkoord stadsbouwmeester. 3.4.2

Verkeer

3.4.2.1 Ontsluiting Het terrein wordt ontsloten vanaf de Deurningerstraat. De bestaande wegverbinding in de richting van de Dr. Coppesstraat zal in de toekomstige situatie niet voor de ontsluiting van dit bedrijfsterrein worden gebruikt, niet anders dan dat bij calamiteiten van deze wegverbinding door reddingsdiensten (brandweer, etc.) gebruik kan worden gemaakt. De Deurningerstraat is een belangrijke hoofdontsluitingsweg van de stad Enschede voor het forensenverkeer komend uit noordelijke richting en is aan weerszijden voorzien van een fietsstrook. Gesteld kan worden dat de bedrijfslocatie aan de Deurningerstraat voor zowel het gemotoriseerd verkeer als ook het fietsverkeer goed toegankelijk is. 3.4.2.2 Parkeren motorvoertuigen Het parkeren vindt plaats op eigen terrein. Voor nieuwe voorzieningen wordt uitgegaan van parkeernormen zoals vastgesteld in de beleidsregel 'Parkeernormennota Enschede 2025'. Voor nieuwe voorzieningen geldt dat de parkeervoorzieningen zoveel mogelijk worden gerealiseerd op eigen terrein. De parkeerplaatsen voor bezoekers dienen toegankelijk te zijn. Bij een realistische verwachting van de invulling van dit wijzigingsplan is de parkeerbehoefte 42 parkeerplaatsen. Op het terrein worden 53 parkeerplekken gerealiseerd, wat boven de parkeernormen ligt.

De parkeerbehoefte kan geheel op eigen terrein worden ingevuld en is vanuit verkeerskundig oogpunt verantwoord.

23

Aantal m2 parkeernorm

Aantal parkeerplaatsen

Kantoor 1e verdieping 4 668,5 kopunits

1,7

11,3645

Opslagunits

3031,5

1

30,315

Totaal

3700 m2

41,6795

Figuur: berekening parkeerbehoefte 3.4.2.3 Parkeren fietsen Het terrein aan de Deurningerstraat kan, zowel in de oude- als nieuwe situatie, aangemerkt worden als een locatie voor de lichte industrie met daarbij behorende, niet- zelfstandige kantoorfuncties. Het gaat hierbij om ca. 2.775 m2 bruto vloeroppervlak (bvo) aan lichte vormen van industrie en ca. 675 m2 bvo voor de bij de bedrijfsvoering behorende, niet-zelfstandige kantoren. Volgens het Besluit bouwen leefomgeving (Bbl- bijlage I, onderdeel B) is een ‘lichte industriefunctie’ een functie waarbij het verblijven van personen een ondergeschikte rol speelt. De verwachting is dus dat er op de ontwikkellocatie aan de Deurningerstraat, althans relatief gezien, weinig mensen aanwezig zullen zijn. Ook is het de verwachting dat personen die op de fiets komen deze, vanuit een oogpunt van gemak vanuit veiligheidsoverwegingen het zicht op hun fietsen wensen te houden, een fiets eerder in de hal van een bedrijfsunit plaatsen dan in een verder van een dergelijk unit gelegen fietsenrek. Hieruit wordt een parkeernorm voor kantoren afgeleid van 2,5 fiets parkeerplekken per 100 m2 en 1 fiets parkeerplek per 100 m2 lichte industrie en voor voldoende geacht.

Dit betekent dat voor de beoogde ontwikkeling aan de Deurningerstraat bij 675 m2 kantoorruimte 17 fiets parkeerplekken nodig zijn en bij 2775 m2 lichte bedrijvigheid 28 fiets parkeerplekken. In totaal zijn er ten behoeve van deze ontwikkeling dus 45 fiets parkeerplekken benodigd. Deze fiets parkeerplekken worden in de vorm van te plaatsen fiets parkeerrekken met een totale lengte van 17,55 m’ op de ontwikkellocatie gerealiseerd. 3.4.3

Landschappelijke waarden Voor wat betreft de beoogde ontwikkeling aan de Deurningerstraat gaat het om een ontwikkeling in het bestaande, stedelijke gebied van de stad. Bij deze ontwikkeling zijn geen landschappelijke waarden in het geding waarmee rekening zou moeten worden gehouden. Deze paragraaf kan dus met betrekking tot deze onderbouwing buiten beschouwing worden gelaten.

3.4.4

Cultuurhistorische waarden In het plangebied van deze BOPA zijn geen bouwwerken, structuren of andere elementen aanwezig die vanuit het oogpunt van cultuurhistorie, cultuurhistorische waarden hebben. Deze paragraaf kan dus met betrekking tot deze onderbouwing buiten beschouwing worden gelaten.

3.4.5

Archeologie en archeologische waarden In het bestemmingsplan “Enschede Noord 2013” is het plangebied van de beoogde ontwikkeling aan de Deurningerstraat aangegeven met een gebiedsaanduiding ‘overige zone- archeologisch onderzoeksgebied b’. Dit betekent dat ter plaatse van deze aanduiding geen bouwwerken mogen worden opgericht die een bodemverstoring veroorzaken dieper dan 50 centimeter bij een verstoringsoppervlak van meer dan 2.500 m2. Burgemeester en wethouders kunnen bij een te verlenen omgevingsvergunning hiervan afwijken indien uit een archeologisch (voor)onderzoek blijkt dat ter plaatse geen archeologische waarden aanwezig zijn of dat door beoogde bouwactiviteiten geen onevenredige aantasting plaats vindt van aanwezige archeologische waarden. Doordat de beoogde nieuwbouw aan de Deurningerstraat een minimaal te verstoren oppervlak van ca. 2.775 m2 tot gevolg heeft en bij het bouwen naar alle waarschijnlijkheid dieper zal worden gegraven dan 50 centimeter is het uitvoeren van een archeologisch (voor)onderzoek, alvorens uitvoering te geven aan een bouwplan, een vereiste.

Echter, bij de voorbereidingen van de geplande realisatie van twee bedrijfsverzamelgebouwen op de locatie aan de Deurningerstraat is gebleken dat de bodem op verschillende plaatsen op dit terrein dermate vervuild was (asbest, minerale olie, etc.) dat een sanering van de bodem op deze locatie noodzakelijk was. Inmiddels hebben op dit terrein afgravings- en saneringswerkzaamheden plaatsgevonden zonder dat daaraan voorafgaand een archeologisch (voor)onderzoek heeft plaatsgevonden. Gesteld mag worden dat door deze werkzaamheden eventuele archeologische waarden en/of vondsten, voor zover hiervan sprake was, verloren zijn gegaan en het in dit geval een onomkeerbare situatie betreft. Het alsnog laten uitvoeren van een archeologisch onderzoek kan in dit geval als achterhaald en overbodig worden beschouwd.

24

Dit neemt niet weg dat bij nog uit te voeren werkzaamheden op dit terrein onverhoopt toch nog archeologische resten worden aangetroffen, of resten waarvan in alle redelijkheid kan worden vermoed dat het om archeologische resten gaat, op grond van de Erfgoedwet (art. 5.10) een meldingsplicht geldt. Meldingen kunnen worden gedaan bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE, (www.cultureelerfgoed). 3.4.6

Bodemkwaliteit Op de locatie worden diverse bedrijfsunits ten behoeve voor opslag gerealiseerd. In een viertal units is een verblijfsfunctie toegestaan. Het betreft hier unit 1, 2, 3 en 4. Over de gehele locatie zijn lichte verontreinigingen aangetoond die passen bij een locatie dat jarenlang als bedrijfslocatie dienst heeft gedaan. Daarnaast is op een tweetal plaatsen een verontreiniging met asbest aangetoond. Ter plaatse van een ondergrondse brandstoftank is een verontreiniging met minerale olie aangetoond. Uit de evaluatierapporten en brieven van respectievelijk de Inspectie voor Leefomgeving en Transport en de Omgevingsdienst Twente blijkt dat de asbestverontreiniging volledig is gesaneerd. Daarbij wordt opgemerkt dat voor de asbestverontreiniging de melding is gedaan ‘graven in bodem met een kwaliteit boven interventiewaarde’. Vanwege de verblijfsfunctie in unit 1, 2, 3 en 4 had dit via de melding ‘saneren van de bodem’ gemoeten. Dit omdat sprake is van een saneringsdoelstelling. De bodemsanering is echter dusdanig uitgevoerd, dat het resultaat voor beide meldingen akkoord zou zijn. Ter plaatse van de verontreiniging met olie kon in één wand niet verder worden ontgraven vanwege technische beperkingen (aanwezigheid muur). De restverontreiniging is afgedekt met folie.

Als in de toekomst verder wordt ontgraven dan is hiervoor de melding ‘Kleinschalig graven boven de interventiewaarde bodemkwaliteit’ voor noodzakelijk conform het omgevingsplan van de gemeente Enschede (paragraaf 22.3.7.2). Conclusie: Op basis van het uitgevoerde onderzoek en de uitgevoerde bodemsaneringen wordt geconcludeerd dat de bodem geen belemmering vormt bij de voorgenomen bouw van bedrijfsunits op de locatie.

3.4.7

Waterhuishouding en klimaatadaptatie Hemelwater Uitgangspunt in het beleid van zowel gemeente als waterschap is het voorkomen van wateroverlast, ook bij hevige buiten. De gemeenteraad heeft op 25 oktober 2021 het Water- en Klimaatadaptatieplan 2022-2026 vastgesteld. Dit beleidsplan beschrijft hoe Enschede toewerkt naar een waterrobuuste, klimaatbestendige en biodiverse gemeente in 2050. Enschede wordt nog 'groener' en 'blauwer' om goed voorbereid te zijn op een nattere, hetere en drogere toekomst. Water de ruimte geven en stenen vervangen door planten en bomen gaan wateroverlast, hittestress en verdroging tegen. Zo werkt Enschede verder aan een aantrekkelijke 'duurzame en groene stad' waar mensen graag wonen, leven en werken! Nu en in de toekomst. In het plan zijn nieuwe waterbergingsnormen opgenomen. Bij nieuwbouwplannen worden eisen gesteld aan de hoeveelheid regenwater die op eigen terrein moet worden geborgen. Die eisen zijn vanaf 1 januari 2022 strenger geworden en zijn nu voor alle situaties 55 mm per m2 verhard oppervlak. Afvalwater Uitgangspunt in het gemeentelijk beleid voor de waterhuishouding is dat het ontstaan van afvalwater wordt beperkt. In nieuwe situaties (nieuwbouw, herontwikkeling) wordt afvalwater gescheiden van het hemelwater aangeboden en afgevoerd.

De gemeente zorgt ervoor dat het afvalwater vanaf de perceelsgrens wordt getransporteerd naar de rioolwaterzuiveringsinstallatie van het waterschap Vechtstromen. In het buitengebied is niet overal in de openbare ruimte een systeem aanwezig voor de afvoer van afvalwater. In dat geval moet op eigen terrein een individuele behandeling van afvalwater (IBA), al dan niet met een helofytenfilter, worden ingericht. Oppervlaktewater Uitgangspunt in het gemeentelijk beleid voor de waterhuishouding bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen is dat bestaand oppervlaktewater (sloten en vijvers) gehandhaafd blijft. Bij de herinrichting van het oppervlaktewatersysteem zijn de benodigde afvoercapaciteit, de streefbeelden en de kwaliteitsdoelstellingen van het waterschap Vechtstromen en de gemeente Enschede leidend. Het oppervlaktewater wordt liefst op fraaie wijze geïntegreerd in het stedenbouwkundig plan, zodanig dat het water beleefd kan worden en goed te beheren is. Eventueel nieuw oppervlaktewater mag geen permanente verlaging van de grondwaterstand veroorzaken, tenzij dit oppervlaktewater mede als doel heeft grondwateroverlast in bestaand stedelijk gebied te beperken. De aanleghoogte van nieuw oppervlaktewater dient zodanig te zijn dat de overstromingskans vanuit oppervlaktewater beperkt wordt

25

tot eens per 100 jaar (T=100). Bij ontwikkelingen nabij watergangen geeft het waterschap Vechtstromen een aanleghoogte advies. Grondwater en ontwatering In de Waterwet is vastgelegd dat perceeleigenaren zelf verantwoordelijk zijn voor het grondwater op hun perceel. De ontwatering van een perceel is afhankelijk van het gebruik van de grond. Onder ontwatering wordt verstaan: het verschil tussen het peil van de weg of van de bebouwing en de gemiddeld hoogste grondwaterstand (GHG). Om ongewenste effecten van hoge grondwaterstanden te voorkomen wordt geadviseerd de in onderstaande tabel genoemde ontwateringshoogtes aan te houden: Grondgebruik

Ontwatering (m – bovenkant vloer / maaiveld / as van de weg)

Primaire wegen

0,7 m onder de as van de weg

Secundaire wegen erfontsluitingswegen

en

0,5 m onder de as van de weg

Bouwwerken met kruipruimten

0,7 m onder de bovenkant van de vloer

Bouwwerken zonder kruipruimten

0,5 m onder de bovenkant van de vloer

Groen

0,5 m onder het maaiveld

De gemeente zorgt in voorkomende gevallen in de openbare ruimte voor passende en doelmatige maatregelen volgens de systematiek van risicogestuurd beheer. Dat betekent dat beslissingen over waar en hoe maatregelen worden getroffen genomen gaan worden op basis van mogelijke risico's. Afwatering Om op perceelsniveau te kunnen voorkomen dat afstromend regenwater problemen veroorzaakt gelden de volgende advieswaarden voor peilhoogtes:  Het vloerpeil minimaal 0,30 m boven straatpeil (kruin van de weg t.o.v. toegang ter plaatse);  Het perceel vlak of richting de weg af laten lopen;  De maaiveldpeilen en vloerpeilen van de verschillende percelen op elkaar afstemmen. Waterhuishouding en het bestemmingsplan “Deurningerstraat 365” Het bestemmingsplan “Deurningerstraat 365” beoogt het planologisch mogelijk te maken dat het plangebied samen met de gemeente wordt herontwikkeld tot een bedrijfshallen/garageboxen. In onderstaande afbeelding is een schetsontwerp van het plangebied weergegeven:

Afbeelding 1 – Schetsontwerp ontwikkeling Deurningerstraat 365 (bron: Waterhuishoudkundigplan Plan “Bedrijfshallen Deurningerstraat” te Enschede – Buro Twinn d.d. 24-08-2025

26

onderbouwing o.b.v. de te realiseren ruimtelijke ontwikkelingen: - hemelwaterberging Binnen het plangebied is met de nieuwe ontwikkelingen 6840m2 verhard oppervlak aanwezig. Deze verharding moet voldoen aan de bergingsnorm van 55mm waterberging per vierkante meter verhard oppervlak. Deze waterberging vindt plaats middels een waterbergende fundering onder de verharding. Het water uit de berging wordt in 48 uur afgegeven aan de grond. Mocht de waterbergende fundering vol zijn bij hevige neerslag is er een noodoverloop aanwezig middels een roosterput. Indien de noodoverloop volledig is gevuld kan het water via de roosterput oppervlakkig richting de Deurningerstraat stromen. - hemelwaterafvoer Het hemelwater wordt binnen het plangebied middels een hemelwaterstreng afgevoerd naar de bergingsvoorzieningen aan de westzijde van het plangebied. Wanneer de hemelwaterberging volledig gevuld is loopt deze over middels een noodoverloop in een hemelwaterafvoer. Deze hemelwaterafvoer wordt aangesloten op het gemengde riool in de Deurningerstraat. - afvalwaterafvoer Rondom het plangebied is een gemengde riolering aanwezig. Hierop wordt vanuit het plangebied aangesloten. Het nieuwe pand wordt middels nieuwe uitlegger(s) aangesloten op de omliggende riolering. - oppervlaktewater Er is geen oppervlaktewaterstructuur binnen het plangebied aanwezig.

Van lozing van hemelwater op omliggende oppervlaktewateren is geen sprake. - grondwater, ontwatering en afwatering De nieuwe panden worden gerealiseerd op een bouwpeilhoogte van 36.80m +NAP. De bebouwing wordt kruipruimteloos gebouwd. De grondwaterstanden bevinden zich tijdens de GHG-periode op 1,00m maaiveld. Er wordt zodoende voldoende ontwateringsdiepte gerealiseerd. Het straatpeil aan de Deurningerstraat bevindt zich op 36.20m +NAP en bevindt zich > 30cm boven het straatpeil. Conclusie Op basis van het bovenstaande kan worden geconcludeerd dat de waterhuishouding geen belemmering vormt voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan. 3.4.8

Beschermde natuurgebieden (Natura 2000) Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied bij het plangebied (‘Lonnekermeer’) bevindt zich op circa 4,2 kilometer afstand. Het Natura 2000-gebied ‘Aamsveen’ ligt op circa 6,5 kilometer afstand en overige Natura 2000-gebieden liggen op minimaal 8 kilometer afstand van het plangebied. Vanwege de ligging van het plangebied buiten de begrenzing van Natura 2000-gebieden is van fysieke effecten als oppervlakte-verlies en versnippering geen sprake. Ook negatieve effecten op instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000-gebieden als gevolg van verstoring door licht (’s avonds en ’s nachts werken), geluid en trillingen worden uitgesloten op basis van de aard van de werkzaamheden en de afstand van het plangebied tot de dichtstbijzijnde Natura 2000-gebieden. Van negatieve fysieke effecten van de werkzaamheden op instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000gebieden is dus geen sprake. Door de aard en omvang van de werkzaamheden, in combinatie met de afstand tot het dichtstbijzijnde stikstofgevoelige Natura 2000-gebied (Lonnekermeer) zijn effecten van stikstofdepositie op voorhand niet uit te sluiten. De omvang en reikwijdte van de stikstofdepositie door de werkzaamheden en/of het gebruik dienen met een AERIUS-berekening inzichtelijk gemaakt te worden.

Afhankelijk van de uitkomst zijn er geen vervolgstappen (geen deposities) of is een Voortoets en/of passende beoordeling nodig. Bovengenoemde AERIUS-berekening is uitgevoerd. De rapportage geeft een goede beschrijving van de uit te voeren werkzaamheden voor de realisatie van twee bedrijfsverzamelgebouwen. Uit het rapport blijkt dat er geen significatie depositie van stikstof plaatsvindt tijdens zowel de aanleg- als de gebruiksfase.

27

Figuur: afstand plangebied tot het dichtstbijzijnde Natura-2000 gebied. Circa 4,2 km afstand. Natuurnetwerk Nederland Het plangebied ligt niet in en grenst niet aan een NNN-gebied. Het dichtstbijzijnde perceel ligt op circa 710 meter van het plangebied. Gezien het plangebied buiten de grenzen van het NNN ligt, en de Omgevingsverordening van de provincie Overijssel geen bepalingen ten aanzien van externe werking bevat, bestaan er vanuit het provinciaal natuurbeleid geen belemmeringen. Vervolgstappen zijn daardoor niet nodig.

Figuur: afstand plangebied tot het dichtstbijzijnde NNN-gebied. Circa 710 meter afstand. 3.4.9

Beschermde planten- en diersoorten Op de locatie aan de Deurningerstraat waarop deze omgevingsvergunning voor een BOPA betrekking heeft is de bestaande bebouwing gesloopt en in het kader van een noodzakelijke bodemsanering afgegraven. Er hebben op dit terrein zodanige saneringswerkzaamheden plaatsgevonden (asbest, minerale oliën, etc.) dat op dit moment geen sprake meer kan zijn van de aanwezigheid van beschermde planten- en diersoorten.

28

In een voor deze locatie eerder uitgevoerde quickscan naar flora en fauna was hier de aanwezigheid van steenmarters, egels en vleermuizen als te beschermen diersoorten gesignaleerd. Als voortvloeisel van deze constatering is door ons geadviseerd om ten aanzien van deze dieren nader onderzoek te verrichten en om te bezien op welke wijze hiervoor eventuele mitigerende maatregelen konden worden getroffen. Dit nader onderzoek heeft om niet nader genoemde redenen nimmer plaatsgevonden en is men, begonnen de bodem op de locatie aan de Deurningerstraat te saneren. Aangezien het hier strikt genomen om een onomkeerbare situatie gaat kan het alsnog eisen van een nader onderzoek naar steenmarters, egels en vleermuizen, als overbodig worden aangemerkt. Gesteld kan dan ook worden dat de huidige gesteldheid van het terrein aan de Deurningerstraat van dien aard is dat het onderdeel planten- en diersoorten hier niet meer aan de orde is en de beoogde ontwikkeling niet in de weg staat. 3.4.10

Lichthinder Niet uit het oog dient te worden verloren dat de beoogde ontwikkeling aan de Deurningerstraat een ontwikkeling betreft in het bestaande stedelijk gebied van Enschede en waar sowieso veel lichtbronnen aanwezig zijn (zoals straatverlichting, verlichting vanuit woningen- appartementen, verlichting motorvoertuigen, etc.) die van invloed zijn op de (woon)omgeving. Met name vanuit veiligheidsoverwegingen zal dit bedrijfsterrein, althans voor zover noodzakelijk geacht, op een adequate-, hedendaagse- en duurzame wijze, worden verlicht. Van een onaanvaardbare toename van lichthinder als gevolg van deze ontwikkeling is, zover hier al sprake van kan zijn, geen sprake. Conclusie: Als gevolg van de beoogde ontwikkeling aan de Deurningerstraat in het stedelijke gebied van Enschede is van een onaanvaardbare toename van lichthinder als gevolg van deze ontwikkeling, voor zover hier al sprake van kan zijn, geen sprake.

3.4.11

Energietransitie De nieuwbouw van twee bedrijfsverzamelgebouwen aan de Deurningerstraat zullen duurzaam, energiezuinig en gasloos worden gerealiseerd. Daarbij wordt aansluiting gezocht bij de meest recente eisen uit het bouwbesluit en andere relevante regelgeving. Daarnaast wordt in het kader van de gewenste energietransitie rekening gehouden met de mogelijkheden voor het plaatsen van zonnepanelen op de platte daken van beide bedrijfsverzamelgebouwen.

3.4.12

Luchtkwaliteit Zoals in paragraaf 3.2.2 van deze onderbouwing reeds is geconcludeerd vormt het aspect luchtkwaliteit geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van de beoogde ontwikkeling aan de Deurningerstraat.

3.4.13

Geluidhinder Bij het toelaten van een activiteit, (spoor)weg, industrieterrein of geluidgevoelig gebouw moet het bevoegd gezag het geluid op geluidgevoelige gebouwen beoordelen. Ieder bevoegd gezag heeft de algemene taak 'evenwichtige toedeling van functies aan locaties' (artikel 4.2, Omgevingswet) bij de belangenafweging over beschermen en benutten. Instructieregels die deze algemene taak invullen staan in hoofdstuk 5 van het Besluit kwaliteit leefomgeving. Voor het beoordelen van geluid zijn deze regels bedoeld voor de bescherming van de gezondheid en het milieu. Het bevoegd gezag moet rekening houden met gezondheid (artikel 2.1 lid 4, Omgevingswet). De centrale regels voor beoordeling van geluid door activiteiten, lokale (spoor)wegen en op geluidgevoelige gebouwen staan in de artikelen 5.59, 5.78l en 5.78s van het Bkl. Het vaststellen van een BOPA die deze activiteiten toelaat, moet aan twee eisen voldoen: houd rekening met geluid; voorziet in aanvaardbaar geluid.

-

Geluidhinder en deze Bopa Het geluidrapport met de titel ‘Project Deurningerstraat 356 te Enschede’, opgesteld door Munsterhuis Geluidsadvies (kenmerk B02.25.221, datum 17 september 2025) is beoordeeld. Uit de beoordeling van het rapport komen de volgende conclusies naar voren: • Het rapport is voldoende transparant en herleidbaar. • Op de uitgevoerde berekeningen zijn er geen aanvullingen of opmerkingen die zullen leiden tot een andere conclusie. • Voor de avondperiode zijn geen verkeersbewegingen voorzien in het onderzoek, het uitgangspunt is dat de bedrijfsunits alleen overdag in gebruik zijn. Gelet op de te verwachten type bedrijvigheid is dat aannemelijk.

29

• •

Uit het onderzoek volgt dat voldaan wordt aan de richtwaarden van het gebiedsgerichte geluidbeleid van de gemeente Enschede en aan de standaardwaarden voor het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau en maximale geluidniveau van artikel 22.63 van het Omgevingsplan gemeente Enschede. Zowel uit het geluidonderzoek als deze beoordeling volgt dat daarmee sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.

In de vergunning zal een regel worden opgenomen dat, zonder nader akoestisch onderzoek waaruit blijkt dat er sprake is van een goed woon- en leefklimaat, er in de avond- en nachtperiode geen reguliere activiteiten zijn toegestaan en dat dit alleen incidenteel (zijnde minder dan 12 keer per jaar) mag voorkomen. 3.4.14

Trillinghinder Er worden op de bedrijfslocatie aan de Deurningerstraat geen nieuwe milieubelastende activiteiten mogelijk gemaakt, niet anders dan volgens het geldende bestemmingsplan “Enschede Noord 2013” hier nu ook al zijn toegestaan. Zoals eerder in deze onderbouwing staat vermeld heeft het terreingedeelte dat in het bestemmingsplan “Enschede Noord 2013” (ten onrechte) een woonbestemming heeft gekregen altijd al onlosmakelijk onderdeel uitgemaakt van deze bedrijvenlocatie en waar eenzelfde categorie bedrijfsfuncties zijn uitgeoefend.

3.4.15

Geurhinder De beoogde ontwikkeling aan de Deurningerstraat betreft de bouw van twee nieuwe bedrijfsverzamelgebouwen dat als ‘niet-geurgevoelige’ bebouwing kan worden aangemerkt. Voor wat betreft het aspect geur als gevolg van deze beoogde ontwikkeling op geurgevoelige bebouwing in de omgeving (zoals woningen) kan gesteld worden dat deze locatie aan de Deurningerstraat in het bestemmingsplan “Enschede Noord 2013” al grotendeels een bedrijfsbestemming heeft en middels deze omgevingsvergunning voor een BOPA niet wordt gewijzigd. Dit betekent dat hier enkel bedrijfsfuncties zijn toegestaan in de laagste categorieën 1 en 2. In de regel gaat het hier om bedrijfsfuncties die in de onmiddellijke nabijheid van woningen zijn toegestaan. Er worden op de bedrijfslocatie aan de Deurningerstraat geen nieuwe milieubelastende activiteiten mogelijk gemaakt, niet anders dan volgens het geldende bestemmingsplan “Enschede Noord 2013” hier nu ook al zijn toegestaan. Zoals eerder in deze onderbouwing staat vermeld heeft het terreingedeelte dat in het bestemmingsplan “Enschede Noord 2013” (ten onrechte) een woonbestemming heeft gekregen altijd al onlosmakelijk onderdeel uitgemaakt van deze bedrijvenlocatie en waar eenzelfde categorie bedrijfsfuncties zijn uitgeoefend.

3.4.16

Externe veiligheid Bij externe veiligheid gaat het om het beheersen van de veiligheid van personen in de omgeving van activiteiten met gevaarlijke stoffen. Ook de risico's die zijn verbonden aan het gebruik van luchthavens vallen onder externe veiligheid. De risico's waar burgers aan worden blootgesteld door de aanwezigheid van risicovolle inrichtingen of transportroutes van gevaarlijke stoffen in hun leefomgeving dienen tot een aanvaardbaar minimum te worden beperkt. Daarom heeft de overheid regels opgesteld voor inrichtingen en transportroutes van gevaarlijke stoffen die onaanvaardbaar grote risico’s opleveren voor personen die zich bevinden in woningen, scholen en bejaardencentra die in de directe omgeving hiervan liggen. Kort samengevat heeft dit tot gevolg dat er veiligheidsafstanden moeten worden aangehouden tussen risicovolle activiteiten en kwetsbare objecten zoals woningen en dergelijke. Bij externe veiligheid wordt onderscheid gemaakt tussen plaatsgebonden risico en groepsrisico. Het plaatsgebonden risico mag in principe nergens groter zijn dan een kans van 1 op 1 miljoen (ofwel 10-6). Het groepsrisico legt een relatie tussen de kans op een ramp en het aantal mogelijke slachtoffers. De contour is daarom niet bepalend, maar het aantal mensen dat zich gedurende een bepaalde periode binnen een bepaalde afstand (effectafstand) van een risicovolle activiteit ophoudt.

Voor het groepsrisico geldt dat de actuele hoogte van het groepsrisico en de bijdrage aan het groepsrisico van ruimtelijke ontwikkelingen verantwoord moeten worden. De wet- en regelgeving met betrekking tot externe veiligheid kan grofweg in twee categorieën worden ingedeeld: regelgeving met betrekking tot risicovolle activiteiten bij inrichtingen en regelgeving met betrekking tot het transport van gevaarlijke stoffen.

•

Risicovolle activiteiten bij inrichtingen Het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) en het Besluit Risico's Zware Ongevallen (BRZO) zijn het wettelijk kader voor risicovolle activiteiten bij inrichtingen. Binnen het plangebied van het plangebied van deze BOPA of in de directe nabijheid daarvan zijn geen bedrijven of inrichtingen aanwezig waarop het Bevi en/of het BRZO van toepassing is.

•

Transport van gevaarlijke stoffen door buisleidingen Voor het transport van gevaarlijke stoffen door buisleidingen is het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) het wettelijk kader. Binnen het plangebied aan de Deurningerstraat of in de directe nabijheid daarvan zijn geen buisleidingen aanwezig waarop het Bevb van toepassing is.

30

•

Transport van gevaarlijke stoffen over de weg, het spoor en het water Voor het transport van gevaarlijke stoffen over de weg, per spoor of over het water zijn de Wet vervoer gevaarlijke stoffen en de Circulaire Vervoer Gevaarlijke Stoffen het wettelijk kader. Momenteel is nieuwe wet- en regelgeving in voorbereiding voor het transport van gevaarlijke stoffen over de weg, het spoor en het water. De basis van die nieuwe regelgeving wordt gevormd door het Basisnet vervoer gevaarlijke stoffen. Het Basisnet kent 3 vervoersmodaliteiten: Basisnet Water, Basisnet Spoor en Basisnet Weg. Basisnet Weg Binnen het plangebied aan de Deurningerstraat of in de directe nabijheid daarvan zijn geen wegen aanwezig die in het Basisnet zijn aangewezen als transportroute voor gevaarlijke stoffen over de weg. Basisnet Water Binnen het plangebied aan de Deurningerstraat of in de directe nabijheid daarvan zijn geen waterwegen aanwezig die in het Basisnet zijn aangewezen als transportroute voor gevaarlijke stoffen over water. Basisnet Spoor Binnen het plangebied aan de Deurningerstraat of in de directe nabijheid daarvan is geen spoorweg aanwezig die in het Basisnet is aangewezen als transportroute voor gevaarlijke stoffen over het spoor.

•

Gebruik van luchthavens De aanwezigheid van vliegvelden en grote luchthavens in de omgeving is van belang in het kader van de externe veiligheid omdat de kans op het neerstorten van vliegtuigen in de buurt van een vliegveld of luchthaven groter is dan elders. Een luchtvaartongeval is daar dus te voorzien en het is denkbaar dat daarbij (woon)bebouwing wordt getroffen. Een vliegtuig of helikopter kan overal neerstorten, de gevolgen kunnen dus in beginsel op elke plek optreden. Het risico is echter het grootst nabij een vliegveld of luchthaven, met name bij het opstijgen en landen. Het plangebied aan de Deurningerstraat is hemelsbreed op ca. 3,5 kilometer van het (voormalige) vliegveld Twente gelegen. Dit betekent dat de kans op een luchtvaartongeluk in het plangebied (zeer) klein is.

Conclusie externe veiligheid Op basis van het bovenstaande en het gegeven dat het plan geen (nieuwe) kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten mogelijk maakt binnen risicocontouren kan worden geconcludeerd dat de externe veiligheid geen belemmering vormt voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan. 3.4.17

Fysieke veiligheid De locatie aan de Deurningerstraat is voor hulpdiensten (ambulances, brandweer en andere hulpdiensten in het geval van calamiteiten) vanaf de Deurningerstraat goed bereikbaar. De Deurningerstraat is één van de belangrijke radiaalwegen in de stad en tevens een belangrijke, directe verbindingsweg tussen de autosnelweg A1 (Amsterdam-Berlijn) en het stadscentrum van Enschede. Het ziekenhuis Medisch Spectrum Twente (MST) bevindt zich aan de zuidzijde van het stadscentrum en is vanaf de locatie aan de Deurningerstraat goed bereikbaar. Dit grootschalige ziekenhuis met o.a. een kliniek voor hartchirurgie ligt op een rijafstand van ca. 2,5 kilometer van de locatie aan de Deurningerstraat verwijderd. Opgemerkt dient te worden dat aan de Lijsterstraat, op hemelsbreed nog geen 100 meter afstand ten noorden van het plangebied voor deze BOPA, een brandweerpost aanwezig is. Daarbij kunnen hulpdiensten in geval van een calamiteit en indien noodzakelijk, tevens gebruik maken van de bestaande ontsluitingsweg aan de zijde van de Dr. Coppesstraat.

3.4.18

Sociale veiligheid De beoogde ontwikkeling aan de Deurningerstraat heeft in hoofdzaak betrekking op een herstructurering, revitalisering van een bestaande, binnenstedelijke bedrijvenlocatie. Op deze locatie zal ter vervanging van oude (inmiddels gesloopte) bedrijfsgebouwen, nieuwbouw van twee bedrijfsverzamelgebouwen plaatsvinden. Ook zal de verkeersruimte op dit terrein opnieuw worden ingericht. Voor wat betreft de sociale veiligheid is dit plan getoetst aan de richtlijnen van de ‘ZETA’ (zichtbaarheid, eenduidigheid, toegankelijkheid en aantrekkelijkheid). Zichtbaarheid:

de beoogde nieuwbouw van de twee bedrijfsgebouwen zijn op het terrein zodanig gesitueerd dat, in tegenstelling tot de oude situatie, de zichtbaarheid vanaf de Deurningerstraat op deze bedrijvenlocatie wordt verbeterd .

31

Eenduidigheid:

Er is bij de beoogde ontwikkeling aan de Deurningerstraat sprake van een heldere, uniforme en eenduidige inrichting. De beide bedrijfsverzamelgebouwen krijgen in toegepaste materialen en volumes eenzelfde verschijningsvorm en vormen middels een architectonische verbijzondering in de vorm van een ‘pergola’ een eenheid.

Toegankelijkheid: Het terrein van beoogde ontwikkeling is vanaf de Deurningerstraat, via het terrein van het benzinepompstation TINQ, voor zowel fietsers als ook het gemotoriseerd verkeer goed bereikbaar. Aan de zijde van de Dr. Coppesstraat zal dit terrein in de nieuwe situatie via een bestaande toegangsweg niet bereikbaar zijn. Hier is een hekwerk met een afsluitbare poort aanwezig die enkel in geval van calamiteiten toegang geeft tot hulpdiensten. Aantrekkelijkheid:Zoals gezegd gaat het bij de beoogde ontwikkeling aan de Deurningerstraat in principe om een herstructurering en revitalisering van een bestaande, binnenstedelijke bedrijvenlocatie. Door de sloop van verouderde bebouwing en te plegen nieuwbouw, waarbij tevens een verbetering van de verkeersruimte van de plannen deel uitmaakt, zal de aantrekkelijkheid van dit gebied aanmerkelijk worden vergroot. 3.4.19

Gezondheid Op dit moment is er geen sterk bewijs dat blootstelling van RF-golven van mobiele telefoonmasten merkbare gezondheidseffecten veroorzaakt. Daarbij staan antenneinstallaties vaak op gebouwen of op vrijstaande masten. Een antenne-installatie is altijd zo opgesteld dat omwonenden niet te dicht bij een antennepaneel kunnen komen. Op deze wijze worden op de plek waar wordt gewoond de blootstellingslimieten niet overschreden. Het plangebied van de beoogde ontwikkeling aan de Deurningerstraat bevindt zich op een afstand van ca. 400 meter tot dichtstbij gelegen GSM-masten. Op het dak van een flatgebouw aan de Jekerstraat (15 etages), bevinden zich een 3-tal gsm-masten (KPN, Vodafone en Odido). Gelet op het gegeven dat het bij de beoogde ontwikkeling aan de Deurningerstraat om een werkgebied gaat en waar personen slechts voor een gedeelte van de dag aanwezig zijn, moet deze afstand van 400 meter tot deze masten als ruim voldoende worden geacht zonder dat deze masten gezondheidseffecten tot gevolg hebben.

Eindconclusie: Met betrekking tot de beoogde ontwikkeling aan de Deurningerstraat voor de realisatie van twee bedrijfsverzamelgebouwen met daarbij behorende functies kan, na toetsing van deze ontwikkeling aan het rijksbeleid, provinciaal beleid en gemeentelijk beleid, gesteld worden dat hier sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFAL).

32

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=enschede&id=faee3f9a-df8f-49d2-aae8-f7614a626edb