CConstaterende datenschede
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 4 - Doelenboom incl. toelichting

Stedelijke commissie - BESTUUR EN MIDDELEN 4 juli 2022, gemeente enschedeBij agendapunt: Vaststelling programma-indeling, doelstellingen en beleidsindicatoren7.857 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Bijlage: strategische opgaven, doelen en indicatoren voor de nieuwe begrotingscyclus In dit overzicht staat een toelichting op de strategische opgaven, de daarbij horende “wenkende perspectieven” en de bij de opgaven horende doelen. Per doel wordt ook aangegeven welke indicatoren worden voorgesteld voor de nieuwe begrotingscyclus.

Begrotingsprogramma “vitaal en sociaal” Strategische opgave 1: inclusief Enschede Wenkend perspectief 2040: Inwoners van Enschede ervaren perspectief op een zo zelfstandig, gelukkig en gezond mogelijk leven. Inwoners hebben de mogelijkheid om in hun levensonderhoud te voorzien en een bestaanszeker leven te leiden. Ze kunnen (blijven) wonen op een passende plek in hun eigen wijk en/of buurt. Het aantal inwoners met problematische schulden is afgenomen en de gevolgen van armoede zijn beperkt. Enschede is een stad waar de kansen voor een ieder op de arbeidsmarkt en het onderwijs gelijk zijn en hier blijvend aandacht voor is. Iedere inwoner kan meedoen in de samenleving en heeft voldoende ruimte en mogelijkheid om zich maatschappelijk in te zetten, ongeacht afkomst, beperking, seksuele geaardheid, etc. Hierbij is aandacht voor een leven lang leren en inzet op innovatie en vernieuwing. De gezondheidservaring van inwoners van Enschede is wezenlijk veranderd: de nadruk ligt op de veerkracht, eigen regie en het aanpassingsvermogen van de mens. We doorbreken de maatschappelijke trend van ongezonde keuzes en toenemende gezondheidsverschillen. Mensen voelen zich gezonder en zijn zich meer bewust van de gevolgen van stress, bewegingsarmoede, ongezonde voeding, en middelengebruik, etc.

Deze gedachtegang wordt integraal meegenomen in onze ondersteuning, zowel bij de gemeente als bij partners. Missie: Iedere inwoner van de gemeente Enschede kan zo zelfstandig, gelukkig en gezond mogelijk leven. De sleutel om een zelfstandig, gelukkig en gezond leven te kunnen leiden, ligt in het hebben van perspectief, iets wat we in ons handelen in het Sociaal Domein als uitgangspunt hanteren. Om perspectief te ervaren zijn bestaanszekerheid, kansengelijkheid en gezondheid van uiterst belang. De kern van dit stelsel is dat inwoners zelf de regie hebben en op de overheid terug kunnen vallen voor ondersteuning als inwoners hun behoefte aan ondersteuning niet zelf en met hun omgeving kunnen invullen. Onze overtuiging hierbij is dat: - inwoners het beste uit zichzelf willen halen en ertoe willen doen; - inwoners zelf regie willen houden en verantwoordelijk willen zijn; - de gemeente haar rol pakt waar de samenleving dat zelf nog niet kan; - we vertrouwen hebben in inwoners en professionals.

Doel 1. Elke inwoner heeft de mogelijkheid tot financiële zekerheid en stabiliteit Toelichting: Bestaanszekerheid is niet alleen de zekerheid van voldoende en voorspelbaar inkomen. Ook de zekerheid van werk, van de ruimte om zich te kunnen ontwikkelen en van mee kunnen doen op alle leefdomeinen in de samenleving, vanuit een stabiele woonsituatie in een veilige en prettige omgeving. subdoel 1.1 Iedere inwoner heeft de mogelijkheid om in z’n levensonderhoud te voorzien Toelichting: een groot deel van de inwoners kan inkomen generen via een baan. Voor de groep die dat niet kan, is er een vangnet nodig ten aanzien van toeleiding naar werk en het (tijdelijk) voorzien in een

inkomen. Werk genereert niet alleen inkomen, maar er wordt ook in bepaalde mate een bestaansrecht aan verleend: er toe doen, van betekenis zijn. Mensen die langere tijd moeten rondkomen van (te) weinig geld lopen kans om schulden op te bouwen. Vroegsignalering en schuldhulpverlening vormen hierbij het vangnet. Rollen - Gemeente: op basis van vertrouwen uitvoeren van wettelijke taken om ervoor te zorgen dat inwoners voldoende inkomen hebben (vangnet). - Inwoners: leveren naar vermogen een bijdrage aan de maatschappij. - Partners: dragen bij aan de ontwikkeling op een specifiek leefgebied of ondersteunen bij een specifiek probleem, bij inwoners die het niet lukt om een baan te vinden, leven in/met armoede en/of schulden en/of een laag inkomen (onder 120% wsm) hebben. Hierbinnen hebben we vanuit de rol van de gemeente twee speerpunten: a. We willen dat bijstandsgerechtigden stappen zetten in de keten van dagbesteding naar werk Voor het deel dat uitstroomt naar werk is het wenselijk dat dit een langdurige uitstroom is, in plaats van banen voor een korte periode afgewisseld met bijstand. Voor een deel zal namelijk de stap naar onbetaald (vrijwilligers)werk het hoogst haalbare zijn. Opgemerkt moet worden dan de ontwikkeling van de economie ook een rol speelt in het vinden van een (duurzame) baan, waarop de gemeente en haar partners geen invloed hebben b.

We willen dat de mensen die daar recht op hebben gebruik maken van onze voorzieningen in het kader van inkomensondersteuning. We hebben we deels de wettelijke taak, maar ook de beleidsruimte, om mensen een financieel steuntje in de rug te geven . Met onze inkomensondersteunende instrumenten bieden we meer stabiliteit, zodat inwoners zich kunnen ontwikkelen en kunnen meedoen op alle leefdomeinen. Indicatoren: - percentage ontwikkeling volume bijstand Enschede t.o.v. de landelijke ontwikkeling - percentage bijstandsgerechtigden met sociale activering t.o.v. het totale bijstandsbestand - percentage LKS - regulier t.o.v. de doelgroep - percentage LKS - nieuw beschut t.o.v. wettelijk verplichte taakstelling - collectieve zorgverzekering minima (gemeentelijk): deelname aan garantverzorgd 1 en 2 (110% wsm) en garantverzorgd 3 (tot 120% wsm) - individuele Inkomenstoeslag (IIT): deelname aan deze regeling voor inwoners die al langer dan vijf jaar moeten rondkomen van een inkomen op bijstandsniveau (100% van het wsm) - Vroegsignalering; deze indicator is nog in ontwikkeling

Subdoel 1.2 Iedere inwoner heeft een dak boven z’n hoofd Toelichting: Het hebben van een dak boven je hoofd is een essentieel onderdeel voor de levensstandaard. Een groot deel van de inwoners regelt hun woning zelf. Een kleine groep inwoners lukt dit om allerlei persoonlijke problemen op één of meer levensgebieden niet. Bijvoorbeeld door ouderdom, handicap, verslavingsproblematiek, echtscheiding of huiselijk geweld. Ondersteuning is nodig, voor het regelen van huisvesting en/of passende zorg en ondersteuning bij het zelfstandig wonen. Van wonen met (tijdelijke) begeleiding of ondersteuning tot beschermd wonen. Dit doel sluit aan bij doelen van de aantrekkelijke stad en de duurzame stad. Rollen - Gemeente: we ondersteunen inwoners en partners binnen de taken en mogelijkheden die we als gemeente hebben, waarbij we toezicht houden op een correcte uitvoering van taken van onze eigen organisatie en die van partners die we financieren. Hierbij werken we samen met de regiogemeenten daar waar het centrumgemeente taken betreft. Daarnaast stimuleren we ontwikkelingen en innovaties.

- Inwoners: - Partners:

vragen ondersteuning en/of accepteren ondersteuning in geval er sprake is van (dreigende) dak- en thuisloosheid en/of problemen bij zelfstandig wonen . werken samen met andere partners om onze inwoners zo goed mogelijk hulp en ondersteuning te bieden. Daarnaast signaleren ze actief en zijn ze laagdrempelig benaderbaar voor onze inwoners.

Hierbinnen hebben we vanuit de rol van de gemeente twee speerpunten: a. We willen dat er voldoende specifieke passende woonvormen zijn voor de mensen die deze nodig hebben Streven is ‘meer wonen, minder zorg’ oftewel van op straat wonen via beschermd wonen en/of wonen met begeleiding om te komen tot uitstroom naar toekomstige zelfstandige huisvesting. b. We willen dat er minder mensen gebruik hoeven te maken van de Maatschappelijke Opvang en de Vrouwenopvang en het liefst zo kort mogelijk. We bieden tijdelijk onderdak en begeleiding aan mensen die geen thuis hebben of de thuissituatie hebben (moeten) verlaten en niet in staat zijn zich op eigen kracht te handhaven in de samenleving. Mensen die dakloos zijn bieden we onderdak met trajectbegeleiding (maatschappelijke opvang (MO)). Als er sprake is van huiselijk geweld en/of kindermishandeling willen we dat het geweld stopt en dat na ingrijpen de woonsituatie weer zo snel mogelijk genormaliseerd wordt. We zorgen voor een duidelijke toegankelijkheid en afspraken met partners om met name de veiligheid te borgen. Aan kinderen die meekomen met hun ouder(s) wordt specifiek aandacht besteed, zodat zij met zo min mogelijk schade verder kunnen opgroeien (vrouwenopvang (VO)). Om dit doel te bereiken, is het van belang voldoende en diverse opvangplekken en een mogelijkheid tot ambulante ondersteuning te hebben.

Indicatoren: - aantal cliënten dat gebruik maakt van beschermd wonen en op de wachtlijst staat - gemiddelde verblijfsduur in MO - gemiddelde verblijfsduur in VO

Doel 2. Elke inwoner heeft de mogelijkheid om keuzes te maken die gezond leven makkelijker maken Toelichting: Dit doel stelt een betekenisvol leven van mensen centraal. De nadruk ligt op de veerkracht, eigen regie en het aanpassingsvermogen van de mens. Het gaat om wie de mens is en niet om zijn/haar beperkingen of ziekte. Om gezonde keuzes te kunnen maken zijn vaardigheden, bereikbaarheid, toegankelijkheid en bewustzijn nodig. Als mensen daar alleen of met hulp van buren, vrienden en familie niet in slagen, kan de overheid ondersteunen (door een basis te leggen om mee te kunnen doen). subdoel 2.1 Iedere inwoner heeft toegang tot een stimulerende leefomgeving Toelichting: Een gezonde leefomgeving is een omgeving die als prettig wordt ervaren. De leefomgeving nodigt uit tot gezond gedrag. Zo nodigt het uit tot ontmoeting, bewegen, spelen en houdt rekening met de behoefte van de bewoners en specifieke bevolkingsgroepen. Dit vraagt om een gevarieerd aanbod van voorzieningen die toegankelijk, beschikbaar en betaalbaar moeten zijn. Hiervoor is een goede basisinfrastructuur en een aantrekkelijke en gevarieerde openbare ruimte nodig, waar de gemeente samen met partners voor zorgt. Rollen - Gemeente: we maken afspraken met partners en stimuleren samenwerking. Daarnaast zorgen we voor een stimulerende omgeving en het onderhoud daarvan.

Denk aan (sport)parken, speelplekken en fietssnelwegen. Daarbij organiseren we dichtbij inwoners laagdrempelige plekken voor advies, steun en ontmoeting. En vergroten we de vindbaarheid en de mogelijkheid om in eigen leefomgeving zorg en ondersteuning te krijgen.

- Inwoners:

- Partners:

maken gebruik van de mogelijkheden die hun worden geboden. Ze geven zelf hun wensen aan en nemen initiatief om het te organiseren, al dan niet met partijen in de omgeving. Indien dit niet vanzelfsprekend is, verwachten we dat ze actief aan de bel trekken. communiceren zo breed en duidelijk mogelijk over de mogelijkheden die zij aanbieden. Ze zorgen er ook voor dat hun aanbod toegankelijk en vindbaar is. Ze passen daarnaast hun aanbod aan op de vraag/behoefte van inwoner en werken slim samen met andere partners.

Hierbinnen hebben we vanuit de rol van de gemeente als speerpunt: a. We willen een stimulerende leefomgeving die uitdaagt tot gezond gedrag. Een gezonde inrichting van de leefomgeving nodigt uit tot gezond gedrag zoals wandelen, fietsen, spelen, ontspannen of elkaar ontmoeten. Een stimulerende omgeving wordt onder andere bepaald door de aanwezigheid van voorzieningen, die aansluiten bij de behoefte van de inwoners. En ook door de bekendheid en vindbaarheid ervan, onbekend maakt immers onbemind. Een gebiedsgerichte aanpak is hierbij noodzakelijk. Indicatoren - tevredenheid over aanbod voorzieningen in de nabije omgeving - tevredenheid over aanwezigheid voldoende groen - sportdeelname (frequentie en organisatievorm)

subdoel 2.2 Inwoners kijken naar elkaar om en dragen mede zorg voor elkaars welzijn en bestaan Toelichting: sociale netwerken zijn onmisbaar voor een gezond en betekenisvol leven. Een sociaal netwerk betekent: oog hebben voor elkaar, elkaar durven vragen en vertrouwen en elkaar willen helpen, oftewel noaberschop. Een sociaal netwerk bestaat uit mede-inwoners en organisaties/instellingen (onze partners). Samen versterken zij de sociale veerkracht. Rollen - Gemeente: we zijn opdrachtgever van onze partners en faciliteren onze partners om hun netwerk te bevorderen en te vergroten. Daarnaast zorgen we ervoor dat voorzieningen in stand gehouden worden en dat we hier met partners aanwezig zijn om laagdrempelig vragen op te vangen. - Inwoners: helpen buren, familieleden, vrienden en kennissen als het nodig is. Dit doen ze binnen hun kunnen en mogelijkheden. - Partners: faciliteren ontmoetingen tussen inwoners en gaan actief op pad om inwoners te verbinden. Ze vangen daarnaast signalen op die duiden op een bredere ondersteuningsvraag en schakelen hier op tijd aanvullende hulp voor in indien nodig. Hierbinnen hebben we vanuit de rol van de gemeente als speerpunt: a. Wij willen dat onze inwoners sociale steun ervaren. In perioden van zware tegenslag kan een sociaal netwerk ook betekenis hebben als vangnet van waaruit mensen opstaan die (tijdelijk) hulp en ondersteuning bieden.

Denk aan familie, vrienden en buren.

Indicatoren: - sociaal vangnet (uitgesplitst in familie/vrienden en mensen in de buurt)

- inzet voor anderen (uitgesplitst naar hulp aan buren en naastenzorg) - sociale eenzaamheid

Doel 3. Elke inwoner heeft de kans zich optimaal te ontwikkelen Toelichting: het mag voor de inwoners niet uitmaken waar hun wieg heeft gestaan en hoe het leven de inwoner heeft gevormd. Iedereen moet de mogelijkheid hebben het beste en het mooiste uit zichzelf naar boven halen. Daarbij is het van belang is om expliciet oog te hebben voor kansen(on)gelijkheid in onze stad. Gelijke kansen mag dus ook betekenen dat je ongelijke ondersteuning biedt. Want iedereen dezelfde uitgangspositie geven is onmogelijk, dus moet je bijsturen op wat er in basis is. subdoel 3.1 Iedere jeugdige groeit veilig en stabiel op Toelichting: de basis voor je leven wordt gelegd in je jeugd. Daarom is er specifiek voor deze groep extra aandacht en inzet. We willen dat iedere jeugdige opgroeit in een stabiel gezin; speelt en deelneemt aan maatschappelijke activiteiten. En passende ondersteuning krijgt waar nodig. We zetten in op het versterken van de eigen kracht van de jeugdige en van het zorgend en probleemoplossend vermogen van het gezin en de sociale omgeving. Zo krijgt hij/zij de kans een zelfredzame, sociaal vaardige en gezonde inwoner te worden. Rollen - Gemeente: we ondersteunen kind en gezin om veilig en gezond (kansrijk) op te kunnen groeien. Daarnaast ondersteunen we ouders bij het oplossen van opvoedproblematiek met aandacht voor alle leefdomeinen.

- Inwoners: ouders/verzorgers de eerste verantwoordelijke zijn voor het opvoeden van hun kinderen. - Partners: ondersteunen bij opvoedproblematiek. Daarnaast verwachten we dat ze alert zijn op signalen die een onveilige situatie aanduiden en hierop acteren. Hierbinnen hebben we vanuit de rol van de gemeente drie speerpunten: a. Wij willen ouders zo vroeg mogelijk ondersteunen bij opvoedproblematiek Voor het grootste gedeelte van de jeugdigen en hun ouders is voor het gezond opgroeien van de kinderen een positief opgroei- en opvoedklimaat voldoende. Zij redden zich prima, onder andere door gebruik te maken van de basisvoorzieningen in de stad. Een kleinere groep jeugdigen en hun ouders hebben (tijdelijke) ondersteuning nodig in de vorm van een voorziening. Slechts voor een zeer kleine groep jeugdigen en hun ouders is ingrijpen door de overheid nodig. Dit is het geval als ouders er onvoldoende in slagen om hun opvoedingsverantwoordelijkheid waar te maken en hun kinderen in de ontwikkeling worden bedreigd, of wanneer een jongere een strafbaar feit heeft gepleegd . Streven is: zo licht als mogelijk, zo zwaar als nodig. b. Wij willen dat kinderen ‘zo thuis mogelijk’ opgroeien Kinderen hebben baat bij een stabiele opvoedsituatie met toekomstperspectief. Echter: niet iedere jeugdige groeit door allerlei oorzaken op in een stabiel en veilig gezin.

Sommige kinderen wonen, tijdelijk, in een pleeggezin binnen de familie, bijvoorbeeld bij een tante of bij opa en oma, ook wel netwerkpleegzorg genoemd. Andere kinderen wonen in een pleeggezin buiten de familie. Kinderen kunnen ook geplaatst worden in een gezinshuis of een residentiële instelling. Ook deze kinderen moeten een duurzame plek hebben waar zij ’zo thuis mogelijk’ kunnen opgroeien: een pleeggezin of een gezinshuis. c. Wij willen het bereik van onze voorziening in het kader van kinderarmoede bij de St. Leergeld verhogen. Kinderen hebben recht op een toereikende levensstandaard, ook als er thuis weinig te besteden is. Onderzoek wijst uit dat kinderen en jongeren die opgroeien in armoede in hun ontwikkeling worden belemmerd. Nu investeren voorkomt problemen op latere leeftijd. Het helpt ook voorkomen dat

kinderen de problemen van hun ouders erven, waardoor armoede overgaat van generatie op generatie Wij willen dat elk kind ervaart dat hij of zij meedoet en erbij hoort; nú meedoen betekent straks meetellen. Activiteiten als sport, schoolreisjes en muziek horen bij de vorming van ieder kind. Indicatoren: - jongeren met jeugdhulp, waarbij we licht/zwaar tegen elkaar afzetten - percentage jeugd met jeugdbeschermingsmaatregelen t.o.v. totaal aantal jeugdigen met Jeugdzorg; - percentage jeugd met opvang in pleegzorg of een gezinshuis t.o.v. totaal verblijf - aantal meldingen van huiselijk geweld en kindermishandeling bij Veilig Thuis Twente - aantal actieve unieke klanten bij St. Leergeld t.o.v. aantal kinderen dat (geschat) in armoede leeft (onder 120% wsm). subdoel 3.2 Iedere inwoner neemt volwaardig deel aan de samenleving Toelichting: Afkomst, geslacht, milieu, opleiding en inkomen (bij jeugd van ouders), fysieke of verstandelijke beperking, bepalen nog te veel de invulling van talentontwikkeling, opleiding en werk. We maken van gewoon meedoen niet een individueel gevecht, maar een taak die we als samenleving hebben te vervullen. Hierbij letten we op een supporterde omgeving, voldoende passende plekken voor onze inwoners om mee te doen al dan niet via een passende plek in de arbeidsmarkt.

Rollen - Gemeente: op basis van vertrouwen investeren in mensen door middel van voorzieningen. - Inwoners: doen mee naar vermogen in de samenleving. - Partners: creëren een veilige en stimulerende omgeving zodat iedereen zich welkom voelt en mee kan doen. Hierbinnen hebben we vanuit de rol van de gemeente drie speerpunten: a. Wij willen de maatschappelijke inzet onder onze inwoners vergroten Participatie, het meedoen en bijdragen aan de maatschappij, vertegenwoordigt voor een persoon allerlei positieve aspecten zoals zingeving, zelfontplooiing, verbondenheid en sociaal contact. Maar participatie heeft in veel gevallen ook expliciete maatschappelijke relevantie en -baten. Bij dit subdoel ligt de focus op betekenisvolle participatie oftewel maatschappelijke inzet. Dit betreft vormen van actieve participatie die van belang zijn voor het individu, én tot doel hebben anderen te helpen of bij te dragen aan de leefomgeving of maatschappij. b. Wij willen dat onze inwoners kunnen deelnemen aan de samenleving zonder dat ze daarbij beperkingen ervaren Inwoners kunnen uiteenlopende uitdagingen ervaren die een hindernis vormen voor de gewenste mate van eigen kracht, zelfredzaamheid en het volwaardig kunnen deelnemen aan het maatschappelijk le-ven. Beperkingen kunnen op fysiek, psychisch, taalvaardig en/of financieel gebied zijn. c.

We willen dat de inwoners van 70 jaar en ouder in staat is thuis te blijven wonen met of zonder ondersteuning. Doel van de Wmo is om mensen zo lang mogelijk zelfstandig te laten wonen en deel te laten nemen aan het dagelijks leven, als dan niet met behulp van voorzieningen uit de Wmo. Dit sluit aan bij de wens van veel ouderen. Het stelt ze in staat om in eigen vertrouwde omgeving met hun vertrouwde netwerk te blijven. Daarnaast geldt voor veel ouderen dat ze hun lage woonlasten behouden. Er kleven natuurlijk ook nadelen aan langer thuis blijven wonen, de woning moet toekomstbestendig gemaakt worden, sommige ouderen ervaren eenzaamheid en ondersteuning is vaak wenselijk. Het is belangrijk om per individu te blijven kijken naar de afweging tussen de vooren nadelen.

Indicatoren: - maatschappelijke inzet - verenigingsleven en vrijwilligerswerk - mogelijkheden om aan het maatschappelijk leven deel te nemen - aantal inwoners met een Wmo-voorziening - aantal zelfstandig wonende 70-plussers

subdoel 3.3 Iedere inwoner ontwikkelt zijn talenten (door) Toelichting: men gaat naar school, behaalt diploma’s en een startkwalificatie en krijgt passende ondersteuning waar nodig. Het milieu waarin je opgroeit (gezin, school, vereniging, buurt en dergelijke) beïnvloedt hoe hoog je de lat legt voor jezelf en het zien en het hebben van kansen. We zetten ons in als gemeente om de kansen voor iedere jeugdige zo veel mogelijk gelijk te trekken. Een inwoner die zoveel als mogelijk zelfstandig kan wonen en leven en een goed perspectief heeft op de arbeidsmarkt. Rollen - Gemeente: Onze rol begint bij onze jeugd en jongeren. Hierbij sturen we op vroegtijdige preventie. Daarnaast sturen we op schoolgang en handhaven daar op. We zorgen dat er hulp komt voor jongeren met psychische problemen om toch door kunnen met school en opleiding. We financieren het onderwijs om een breder aanbod te doen en het middenveld om veel jongeren te bereiken. Verder willen we dat ook als je ouder bent of nieuw bent in Nederland je kansen hebt om je verder door te ontwikkelen. We stimuleren een leven lang onderwijs. - Inwoners: hebben de grondhouding het beste uit zichzelf te halen binnen zijn eigen vermogen. - Partners: behandelen inwoners naar behoefte.

Ze ondersteunen de hele schoolcarrière goed, voor kinderen en volwassenen die van meet af aan een achterstand hebben, of die op een gegeven moment klem komen te zitten. Zij sporen achterstanden zo vroeg mogelijk opsporen, ze bieden voorschools aanbod (VVE), ze verzorgen onderwijs (zo regulier mogelijk, met zo min mogelijk afstroom), ze stimuleren schoolaanwezigheid stimuleren (ook als het tegenzit), ze zorgen voor geschikte stages voor alle leerlingen. Hierbinnen hebben we vanuit de rol van de gemeente als speerpunt: a. Wij willen dat onze inwoners een startkwalificatie hebben. Een schooldiploma vergroot de kans op participatie via betaald werk. Voor een startkwalificatie voor de arbeidsmarkt is een opleiding mbo2, havo-, vwo-, of hoger vereist. De inzet van de gemeente is om te voorkomen dat jongeren afhaken en om hen alsnog een diploma te laten behalen. Daarnaast ben je nooit te oud om te leren en zetten we in op een leven lang leren. Indicator: - percentage van de beroepsbevolking met een opleidingsniveau van havo, vwo, mbo2 of hoger

Begrotingsprogramma “duurzaam wonen, leven en werken” Strategische opgave 2: groen en duurzaam Enschede Wenkend perspectief 2040: Enschede biedt een veilige, gezonde en aantrekkelijke leefomgeving voor mensen, dieren en planten. Een stad met een uniek stuk landelijk gebied. In 2050 is de CO2 uitstoot in Enschede teruggebracht naar nul, is het grondstoffengebruik volledig circulair, is de stad klimaatbestendig ingericht en zijn alle panden van het gas af. Mensen zijn gezonder door de schone lucht, het vele groen en de mogelijkheden tot meer bewegen. De temperatuurverschillen tussen de stad en het platteland zijn verkleind door de sterke vergroening van de stedelijke omgeving. In samenwerking met de kennisinstellingen en bedrijven in de Euregio hebben we innovatieve oplossingen getest en toegepast en kunnen alle energie-intensieve organisaties in Enschede op een duurzame wijze in hun energiebehoefte voorzien. De opgave “groen en duurzaam Enschede” is de basis voor een veilige, gezonde en aantrekkelijke leefomgeving voor mensen, dieren en planten.

Doel 1: Enschede is klimaatneutraal Enschede wil een aantrekkelijke en leefbare gemeente zijn voor iedereen die er woont, werkt of op bezoek komt. Nu en in de toekomst. Daarom maken we ons sterk voor maatregelen die de opwarming van de aarde beperken. Hiervoor stappen we over van fossiele brandstoffen (aardgas, steenkool) naar duurzame energie (zonenergie, windenergie). Ons doel is het aandeel duurzame energie tot 2030 met minimaal 8% te verhogen. In 2050 is de CO2 uitstoot teruggebracht naar nul en zijn woningen en bedrijven van het gas af. Om Enschede klimaatneutraal te maken werken we aan verduurzaming van de gebouwde omgeving (warmtetransitie), industrie & bedrijvigheid, elektriciteit, mobiliteit, landbouw en landgebruik, innovatie, klimaatneutraal gemeentelijk vastgoed in 2040 en vervanging van schoolgebouwen. Indicatoren: -

CO2 uitstoot Enschede totaal en per sector aandeel hernieuwbare energie tov totaal energieverbruik Enschede

Doel 2. Enschede is klimaatbestendig en waterrobuust ingericht We willen een veilige, gezonde en aantrekkelijke leefomgeving voor mensen, dieren en planten. In 2050 is Enschede klimaatbestendig en waterrobuust ingericht. Enschede is hierdoor bestand tegen de gevolgen van weersextremen zoals hevige neerslag, droogte en hitte(golven). Om dit te bereiken willen we meer aansluiten bij natuurlijke systemen, gaan we groen-blauwe structuren terugbrengen en aanleggen en vergroten we de waterbergingscapaciteit o.a. door het benutten van de sponswerking van de bodem. Indicator: percentage ontwikkelingen in de openbare ruimte, waar we minimaal 1 klimaatlabel zijn gestegen

Doel 3. Enschede is groen en biodivers We moeten Enschede verder vergroenen en biodiverser maken om Enschede aantrekkelijk, gezond en leefbaar te houden naar de toekomst toe. Dit om ook de balans te houden met de verstening en verdichting van Enschede vanuit bijvoorbeeld de woon-, energietransitie, mobiliteits- en werklocatie opgaven. Dit doen we vanuit de ambitie: Enschede één groot groen park. Waarbij het prachtige groene landelijke gebied via unieke groene invalswegen, wiggen, (stads)parken, groene wijken en dorpen en een vergroende singel naadloos overgaat in een sterk vergroend centrum. Een groen park dat ruimte biedt aan mens, plant en dier. We streven daarbij naar een meer natuurlijk evenwicht, waarin plagen als de eikenprocessierups of invasieve dier- en plantsoorten minder kans krijgen. We gaan hier aan werken via drie lijnen: Beter zorgen voor het bestaande groen (beschermen), het verbeteren van de inrichting van het groen (benutten) en meer groen toevoegen aan Enschede bij elke nieuwbouw- en herinrichtingproject (bouwen).

Doel 4. Enschede is circulair In 2050 heeft Nederland een volledig circulaire economie. Dit betekent dat we zuiniger en slimmer om moeten gaan met grondstoffen. In Enschede richten we ons op vier gebieden: ondernemers moeten meer circulair ondernemen, afval wordt grondstof, ondernemers en kennisinstellingen werken samen op circulaire economie en onze gemeentelijke inkoop is circulair. Indicatoren: -

kg restafval per huishouden scheidingspercentage restafval

Strategische opgave 3: aantrekkelijk Enschede Wenkend perspectief 2040: Enschede/Twente is een plek waar mensen graag wonen en waar veel baankansen zijn. De beroepsbevolking in Enschede blijft op peil doordat we talent weten aan te trekken en vast te houden. Talent uit binnen- en buitenland. Enschede biedt hierbij een hoogstedelijk woon- en werkmilieu als grootste stad in de regio. Punt op de horizon is een bevolkingsgroei naar 170.000 inwoners. Enschede is een bruisende stad met veel evenementen en goede culturele voorzieningen. Enschede biedt ook veel verrassingen. De binnenstad is een belangrijke plek voor ontmoeting en werken. Enschede heeft veel nieuwe en duurzame woonmilieus en besteedt veel zorg aan de leefbaarheid in de dorpen en wijken. Binnen een uur reistijd zijn Enschedeers in Zwolle, Münster en de Achterhoek. Door de kortere reistijden blijven meer mensen in Enschede wonen terwijl ze elders werken. De euregionale agglomeratiekracht neemt toe waardoor banen verantwoord blijven groeien en lonen stijgen. De grens is geen barrière meer. In Enschede en Twente vinden belangrijke innovaties plaats die helpen bij het oplossen van grote maatschappelijke problemen. Enschede is een groene leefstad, gelegen in een prachtige regio. De opgave “aantrekkelijk Enschede” gaat over de economische veerkracht van Enschede en is echt een ontwikkelopgave.

In deze opgave zit de woningbouwopgave, groei van banen, goede voorzieningen, innovatie en een beweging naar een groene economie. Om economisch veerkrachtig te blijven als stad, om de dalende beroepsbevolking te keren en om voldoende mensen te hebben om alle banen te vervullen moeten we meer mensen aantrekken en vasthouden. Hiervoor moeten we werken aan een betere bereikbaarheid van banen, vasthouden van talent en hebben we oog voor de bestaande stad.

Doel 1: Enschede heeft veel baankansen We willen Enschede economisch versterken. Op deze manier kunnen we kwalitatief groeien, baankansen bieden voor iedereen en daardoor ook sociale problemen beter het hoofd bieden. Eerste prioriteit om dit voor elkaar te krijgen is het vergroten van de bereikbaarheid van banen. Dit doen we op verschillende manieren: kortere reistijden naar aanliggende gebieden met banen, een betere interne bereikbaarheid, een sterkere verwevenheid/relatie met naastliggende economische centra (ook over de grens) en meer banen in de stad zelf. Subdoel 1.1. Enschede/Twente is meer verbonden met aanliggende economische centra (agglomeratiekracht) Het beter verbinden van Enschede met aanliggende economische centra (Zwolle en Munster) is van belang om de euregionale agglomeratiekracht te versterken. Er komen meer banen beschikbaar binnen een redelijke reisafstand. Hierdoor kunnen meer mensen aan het werk en kan hier opgeleid talent in Enschede blijven wonen en elders werken. Van met name HBO- en universitair opgeleide mensen is bekend dat die verder willen reizen voor hun werk.

Voor dit alles hebben we een betere externe bereikbaarheid (lobby op kortere reistijden), een betere interne bereikbaarheid (denk hierbij bijvoorbeeld aan een zo kort mogelijk voor- en natransport naar de OV knooppunten en werklocaties) en een verdere verweving van kennis en bedrijven met onze buren in Duitsland nodig (vergroting van het daily urban system). Indicatoren: -

Aantal bereikbare banen binnen redelijke reisafstand Index reistijd hoofdinvalswegen auto (bereikbaarheid centrum)

Subdoel 1.2 In Enschede groeien de banen op de toplocaties Op de toplocaties Kennispark, binnenstad/stadscampus en Technology Base faciliteren wij de vestiging van bedrijven en de groei van banen. In de binnenstad groeien de banen in met name de horeca en detailhandel. De stadscampus, Kennispark en Technology Base gaan zorgen voor een internationaal aantrekkelijk profiel van onze stad en regio, een meer diverse economie, bieden een nieuwe inspirerende werkomgeving en dragen daarmee ook bij aan het aantrekken en vasthouden van talent. Indicatoren: -

Aantal banen Kennispark Aantal banen binnenstad/stadscampus Aantal banen vml. Vliegveld

Subdoel 1.3 In Enschede kunnen bestaande en nieuwe bedrijven verantwoord groeien en innoveren De basis van onze economie zijn onze bestaande bedrijven. Voor alle bestaande en nieuwe bedrijven bieden we een goede dienstverlening, zorgen we voor ruimte om te ondernemen, digitale bereikbaarheid, bieden we ondersteuning van netwerken voor starters, start ups en scale ups en innovatie (Novel-T), bevorderen we internationalisering, hebben we aandacht voor het arbeidsmarktbeleid en voor een aantrekkelijke werkomgeving. Met het oog op de brede welvaart is de groei van bedrijven “verantwoord/groen” en gaat niet ten koste van mens of planeet. Indicatoren: -

Totaal aantal banen BRP Enschede per inwoner (bruto regionaal product)

Doel 2: In Enschede wordt talent aangetrokken, vastgehouden en ontwikkeld De beroepsbevolking in Enschede en Twente gaat dalen in de komende decennia. Dit kan er toe leiden dat bedrijven op de langere termijn gaan verplaatsen naar gebieden met meer potentiële werknemers. Jongeren trekken wel naar Enschede om hier te studeren, maar vertrekken daarna naar een grotere stad. Daarom werken we naast het vergroten van de baankansen ook aan het aantrekken en vasthouden van talent. Het werken aan deze opgaven hangt heel erg samen met het arbeidsmarktbeleid vanuit de opgave “inclusief Enschede”. De aantrekkelijkheid van een stad wordt in eerste instantie bepaald door de inwoners: het aandeel HBO en universitair opgeleiden en het aandeel creatieve klasse bepaalt de aantrekkelijkheid van de stad voor bedrijven en de economische groei. Economische groei is nodig om iedereen aan het werk te houden. Enschede heeft een relatief laag aandeel HBO en universitair opgeleiden. Dit beperkt de economische kansen van onze stad. Om hier verandering in aan te brengen, gaan wij meer inzetten op het aantrekken en vasthouden van HBO en universitair opgeleid talent. Hiervoor is het belangrijk dat de voorzieningen (wonen, cultuur, profilering) goed op orde zijn. We willen kwalitatief groeien om als stad sterker te worden. Over 10 jaar is ons inwoneraantal gestegen naar 170.000 inwoners.

Subdoel 2.1: de stedelijke voorzieningen zijn divers en attractief voor inwoners en bezoekers (nationaal en internationaal) Een aantrekkelijke stad heeft een bruisende binnenstad, goede culturele voorzieningen, evenementen en voorzieningen. De stad is verrassend en heeft mogelijkheden voor creatieve broedplaatsen.

Indicatoren: -

Aantal bezoekers grote gesubsidieerde culturele instellingen Gemiddeld aantal weekbezoekers binnenstad

Subdoel 2.2. de nieuwe woonmilieus zijn attractief en toekomstbestendig Dit subdoel betreft de nieuwbouwopgave van onze stad. Deze nieuwbouwopgave is gericht op doorstroom, het vasthouden van talent en de woon-zorgvraag. De kwalitatieve samenstelling van het woningaanbod is een aandachtspunt en we moeten kijken of we passende woningen hebben voor net afgestudeerden, expats en gezinnen. Als grootste stad van het oosten bieden wij een grootstedelijk woonmilieu.

Indicatoren: -

aantal toegevoegde woningen (ambitie 9300) Aantal koopwoningen boven en onder NHG grens (boven: doorstroming, onder: betaalbaar) Planvoorraad nieuwbouw woningen hard en zacht Aantal inwoners Enschede (ambitie: groei naar 170.000)

Subdoel 2.3. Talent weet waarom Enschede aantrekkelijk is om te wonen, leven en te werken Om onze stad neer te zetten als aantrekkelijk voor talent is veel inzet nodig op positionering en profilering. Het gaat hierbij om marketing voor nieuwkomers, maar ook voor blijvers. We sluiten hierbij aan op de citymarketing: technologie, innovatie en creativiteit. Hiernaast willen we ook een welcoming city zijn voor de toenemende stroom van buitenlandse studenten en kenniswerkers. De profilering wordt verbonden met de maatschappelijke opgaven. Verder werken we samen met de kennisinstellingen en Twenteboard om samen de talentopgave vorm te geven. Als we dit alles goed doen, houden we meer jongeren en afgestudeerden vast in onze stad en blijft onze beroepsbevolking op peil. Indicatoren: -

Migratiesaldo naar leeftijd Omvang beroepsbevolking Aandeel HBO/WO opgeleiden in de beroepsbevolking

Doel 3: In Enschede kun je prettig en gezond wonen en leven De opgave “aantrekkelijke stad” gaat naast nieuwe ontwikkelingen (vooral zichtbaar bij baankansen en talent) ook over de bestaande stad. De accenten komen daarbij vooral te liggen op gebiedsgericht werken en een vitale en leefbare stad. Aandacht voor de bestaande woningvoorraad, gezondheid, veiligheid en interne bereikbaarheid zijn onderdeel van dit doel. Subdoel 3.1 Wijken en buurten zijn veilig, gezond en leefbaar Dit subdoel gaat over de leefomgeving, leefkwaliteit, de bestaande woningvoorraad, samenwerking met de corporaties, herstructurering, vergunningen, gebiedsgericht werken, geluid, schone lucht, handhaving en een inrichting van de openbare ruimte die bijdraagt aan een veilig gevoel.

indicator: -

Waardering woonomgeving

Subdoel 3.2 Enschede heeft een goede interne bereikbaarheid Hieronder vallen maatregelen voor een goede verkeersafwikkeling in de stad en dorpen en verkeersveiligheid. Indicator -

Verkeersveiligheid (aantal ongevallen)

Begrotingsprogramma “samenleving en bestuur” Strategische opgave 4: Open Enschede Wenkend perspectief 2040: Enschede is naast een doelmatige en rechtmatige gemeente ook een netwerkende en responsieve gemeente. Bestuur en organisatie wisselen lenig tussen de verschillende rollen en belangen. De kloof tussen systeemwereld en leefwereld is weg. Inwoners hebben het volste vertrouwen in de overheid. Ook in de snel digitaliserende samenleving. Enschede is verbonden met de juiste partners voor aanpak van de maatschappelijke opgaven. De ramen moeten open om licht en lucht binnen te laten. Openheid is noodzakelijk voor een gezonde relatie tussen overheid en burger in een democratie. Voortschrijdende digitalisering en steeds mondiger burgers geven verdere betekenis aan die openheid. Het is niet alleen nodig, maar ook steeds beter mogelijk om informatie te delen en te werken aan co-creatie. Uiteindelijk maakt dat de besluitvorming beter en het wederzijds vertrouwen sterker.” – Serv Wiemers, directeur Open State Foundation, 2020

Dit citaat geeft goed weer wat we bedoelen met de opgave Open Enschede. Het gaat om onze open houding, open communicatie, open aanpak, open informatie en open verantwoording. De opgave ziet kortweg gezegd op ons gedrag. Zonder normatief te willen zijn. Deze openheid, in allerlei vormen, hebben we opgenomen in drie doelen. Zodat we via die doelen werken aan ons wenkend perspectief. Waarbij het doel “een digitale gemeente” niet een tegenstelling hoeft te zijn van de “mensgerichte gemeente”. Ook in onze snel digitaliserende samenleving zijn we mensgericht. Meten van gedrag Hoe gaan we nu meten dat we meer mensgericht zijn of door betere netwerkvaardigheden meer maatschappelijk rendement halen? Hier zijn geen objectieve kengetallen voor te noemen. Wel verzamelen we al jarenlang gegevens uit de Burgerpeiling van waarstaatjegemeente.nl. Die peiling wordt jaarlijks via ons Enschedepanel (van 3000 Enschedeërs) uitgezet en door zo’n 1000 Enschedeërs ingevuld. We putten hieruit voor gegevens over onze informatievoorziening, dienstverlening, communicatie en hoe we scoren op betrokkenheid van inwoners bij beleid en uitvoering. Aanvullend gaan we meer en meer werken met narratief evalueren en storytelling. Zo kunnen we patronen halen uit verhalen die ons duiding geven hoe ons gedrag wordt ervaren, vanuit zeer breed perspectief.

En in onze managementinformatie nemen we proces- en prestatie indicatoren op. Die zeggen bijvoorbeeld iets over hoe we werken aan onze ontwikkeling op het vlak van direct duidelijke taal of de open aanpak in rechtsbeschermingsprocedures.

Doel 1: Enschede is een mensgerichte gemeente Een mensgericht Enschede is in onze ogen een gemeentebestuur en organisatie die bij het ontwikkelen van beleid en de uitvoering daarvan meer rekening houdt met de verscheidenheid van mensen. Daarbij stellen we ons steeds een aantal vragen1 om het brede burgerperspectief op te halen: -

Hoe gaat het met onze inwoners en wat willen ze? Wat doen inwoners? Wat kunnen inwoners? Hoe om te gaan met dilemma’s? Hoe kijken we naar onze inwoners?

1 Essay de menselijke maat, Burgerperspectief als voorwaarde voor een toekomstbestendig sociaal

contract, Kim Putters Sociaal en Cultureel Planbureau Den Haag, mei 2022.

Onze mensgerichte aanpak ziet op het maken van regelgeving en beleid, op de uitvoering en op onze rechtsbeschermingsprocedures. Onze houding is open, we handelen behoorlijk en onze dienstverlening is toegankelijk. We communiceren duidelijk en werken aan een goede en open informatievoorziening. In onze contacten zijn we responsief en empathisch, met behoud van objectiviteit. Zo werken we aan het vertrouwen van onze inwoners. En dragen we ook bij aan de opgaven Inclusief Enschede, Groen en duurzaam Enschede en Aantrekkelijk Enschede. Subdoel 1.1 Wij zijn mensgericht, handelen behoorlijk en we hebben een toegankelijke dienstverlening De menselijke maat staat centraal in onze regelgeving, beleid, uitvoering en rechtsbescherming. Van duidelijk en helder beleid, persoonlijk contact in de uitvoering, een persoonlijke behandeling van klachten en bezwaren tot een goede toegang tot rechtsbescherming. We laten zien dat we ons behoorlijk gedragen ten opzichte van onze inwoners. Iedere inwoner zien wij voor wie die is, in de veelheid aan rollen die de inwoner kan vervullen. De inwoner staat centraal in onze dienstverlening en moet daar toegang toe hebben. Ook dient de dienstverlening goed te zijn. Het brede burgerperspectief, de algemene beginselen van behoorlijk bestuur uit de Algemene wet bestuursrecht en de behoorlijkheidsnormen van de Nationale Ombudsman vormen onze leidraad.

Indicatoren: - burgerpeiling: Algemene vragen over dienstverlening, digitale dienstverlening en Hostmanshipmodule dienstverlening Subdoel 1.2 Wij communiceren duidelijk en persoonlijk We hanteren een open aanpak, onderhouden open contact en geven toegang tot open informatie. Elke inwoner ontvangt duidelijke voorlichting over regelgeving, beleid en concrete plannen in de buurt. In direct duidelijke taal. Naar inwoner, partners en onderling als gemeentebestuur staan een duurzaam toegankelijke informatievoorziening en informatie-uitwisseling centraal. Indicatoren -

Tevredenheid met communicatie: Algemeen cijfer over tevredenheid met gemeentelijke communicatie, gemeten in de burgerpeiling van waarstaatjegemeente.nl Vertrouwen in gemeentebestuur: Percentage over de vraag hoeveel vertrouwen de inwoner heeft in de manier waarop uw gemeente wordt bestuurd? Gemeten in de burgerpeiling van waarstaatjegemeente.nl

Doel 2: Enschede is een netwerkende en responsieve gemeente Naast onze verantwoordelijkheden op het vlak van rechtmatigheid en doelmatigheid, hebben we de blik naar buiten gericht en werken we waarde gedreven. Per opgave realiseren we ons dat we er niet alleen voor staan en de grote problemen ook zeker niet alleen kunnen oplossen. We staan open voor een passende partner, soms interbestuurlijk dan weer met bedrijven, kennisinstellingen, organisaties en inwoners. We halen signalen op uit de stad en benutten de kracht die er is. Subdoel 2.1 (veer)kracht van de stad: we staan open voor en benutten signalen en initiatieven uit de samenleving We werken duurzaam samen met de stad aan onze opgaven en staan open voor inwonerparticipatie, doen aan overheidsparticipatie en werken aan inwonervertegenwoordiging in alle vormen. We nemen onze inwoners daarbij steeds meer mee aan de voorkant bij het maken van beleid. Zodat mensen zich

herkennen in beleid en ook echt meer zeggenschap krijgen. Randvoorwaardelijk daarbij zijn begrijpelijke informatievoorziening, helderheid over momenten van inspraak en participatie en wat daarmee wordt gedaan. En als we uitgedaagd worden door burgerinitiatieven om onze taken over te nemen, staan we daarvoor open en reageren we adequaat. Uiteraard benutten we hierbij de jarenlange ervaringen van het stadsdeelmanagement en wisselen we digitale vormen van participatie af met fysieke vormen. Indicator: -

Percentage: Tevredenheid met mate betrokkenheid (burgerpeiling) Rapportcijfer tevredenheid inwoners voorlichting en samenwerking (burgerpeiling)

Naast deze indicatoren geldt de verplichting ogv artikel 3 lid 5 van de Participatieverordening dat elk jaar een participatieparagraaf in de gemeentebegroting wordt opgenomen waarin de speerpunten voor participatie in het komend jaar benoemd worden. In het jaarverslag wordt teruggeblikt. Daarbij wordt gebruik gemaakt van de geëvalueerde participatieprocessen. Subdoel 2.2 Passende allianties: Samenwerking met andere overheden, onderwijsinstellingen en andere partners aan de gezamenlijke opgaven van de stad en de regio Samenwerking is een middel en geen doel op zich. Samenwerking met (regionale) partners zal gebaseerd zijn op een gezamenlijke agenda c.q. doelen en zal moeten leiden tot maatschappelijk rendement en meer gezamenlijke kennisdeling. We staan open voor allerlei nieuwe vormen van samenwerking en werken gelijktijdig aan onze samenwerkingsvaardigheden. Indicator: geen Wat het netwerken en samenwerken ons oplevert, is niet te vatten in 1 indicator. Wel bieden de jaarlijkse rekenkamerrapporten over een verbonden partij waardevolle informatie. We zouden zelf ook doelmatigheidsonderzoeken kunnen starten. Verder is het goed om inzicht te hebben in de doelen en indicatoren van onze partners. Actief stakeholdermanagement op het niveau van onze opgaven kan daaraan bijdragen.

Doel 3: Enschede is een digitale gemeente Digitalisering zorgt voor ongekende en snelle veranderingen in de samenleving. Het besturen van de informatiesamenleving vraagt om kennis, innovatievermogen en investering. Op Europees, nationaal en gemeentelijk niveau. Digitale transformatie is een breed begrip en omvat de adoptie van digitale technologieën om waarde te creëren. In het geval van de overheid gaat het om publieke waarde voor inwoners, ondernemers en maatschappelijk instellingen. De toepassingen zijn breed en onder andere te vinden in de publieke ruimte, mobiliteit, klimaat en energie, (sociale) veiligheid, zorg en dienstverlening. Het gaat veelal om ‘slimme’ toepassingen, bijvoorbeeld camerasystemen, sensortechnologie, robot medewerkers en algoritmes. En over de ontwikkeling van dashboards en monitors. Digitalisering inclusief databedrevenheid wordt meer en meer onderdeel van de ontwikkeling die de ambtelijke organisatie de komende jaren doormaakt. We verworden steeds meer tot een kennisorganisatie. Subdoel 3.1 We benutten de kansen, verkleinen de risico’s en reflecteren op de digitale transformatie Kansen Er liggen grote kansen om met behulp van digitalisering en data, en de kennis die dat oplevert, opgaven aan te pakken en onze dienstverlening te verbeteren. Ten aanzien van het laatste bieden we

onze inwoners digitale middelen aan die ervoor zorgen dat ze snel en adequaat hun weg vinden en de juiste informatie, voorziening en/of ondersteuning krijgen, passend bij de persoonlijke situatie. Een digitale gemeente die mensgericht is. Risico’s Digitale technieken bieden niet alleen kansen, maar hebben ook de potentie om ontwrichtend te zijn. Onze afhankelijkheid van digitale ontwikkelingen is inmiddels zo groot dat de overheid moet investeren om niet achter te blijven. Het gaat niet alleen om verdere digitalisering van de overheid zelf en de daarmee gepaard gaande investeringen in IT, maar ook om het borgen van fundamentele vrijheden, mensenrechten, (digitale) veiligheid en beantwoording van belangrijke ethische vragen die ontstaan door nieuwe technieken. We sluiten aan bij de Agenda Digitale Stad 2024 van de VNG. Indicator: geen Bij dit doel hebben we geen indicatoren. Wel krijgen we signalen van onze CISO en FG over risico’s. En door het werken aan open informatie en open verantwoording door onze dashboards steeds meer toegankelijk te maken voor iedereen, kan worden gezien welke kansen het datagedreven werken ons biedt.

Randvoorwaardelijk: Openbare orde en veiligheid Doel: Enschede is een veilige stad In Enschede moet iedereen in een veilige omgeving kunnen wonen, werken en recreëren.

Subdoel 1.1 We bevorderen de verbinding in de samenleving We willen onze signalerings- en interventiepositie in de stad verstevigen door o.a. constant in gesprek te zijn in de stad. Daarbij leggen we de focus op het verminderen van maatschappelijke onrust.

Subdoel 1.2 Enschede heeft een ongunstig klimaat voor ondermijnende activiteiten Ondermijnende criminaliteit is criminaliteit die maatschappelijke structuren of het vertrouwen daarin schaadt. Net als veel andere steden heeft Enschede te maken met verschillende vormen van ondermijnende (vermenging boven- en onderwereld), georganiseerde criminaliteit. Enschede is als grensstad extra aantrekkelijk voor deze vormen van criminaliteit. We leggen de focus op drugscriminaliteit, zorgfraude, cybercriminaliteit, weerbare overheid en weerbare maatschappij.

Subdoel 1.3 We versterken de samenwerking tussen zorg en veiligheid Bij complexe casuïstiek opereren zowel het zorg- als veiligheid, in aanvulling op elkaar. Door een verbeterende samenwerking tussen zorg en veiligheid wordt bij gedragen aan de algemene veiligheid, het verbeteren van de persoonlijke situatie, het voorkomen en verminderen van recidive, (ernstige)

overlast, criminaliteit en/of maatschappelijke uitval. Het Veiligheidshuis speelt hierbij een belangrijke rol. De focus ligt op verwarde en kwetsbare personen, woonoverlast, huiselijk geweld, straatintimidatie, mensenhandel en loverboy problematiek.

Subdoel 1.4 Voorkomen en verminderen van risicogedrag bij jongeren Het integraal veiligheidsbeleid legt een accent op de jeugd vanuit de gedachte van preventie. Preventie ligt primair bij het begrotingsprogramma Vitaal en sociaal, het verminderen van risicogedrag zit meer bij veiligheid.

Indicatoren (BBV): -

Verwijzingen halt per 10.000 jongeren Aantal winkeldiefstallen Aantal geweldsmisdrijven Aantal diefstallen uit woningen Vernielingen en beschadigingen openbare ruimte

Hiernaast wordt bij openbare orde en veiligheid gebruik gemaakt van PowerBI en periodieke duidingsgesprekken met de raad

Begrotingsprogramma “Financiën en Organisatie” Randvoorwaardelijk: Financiën en Organisatie Doel: Enschede heeft een betrouwbare en voor lange termijn houdbare financiële huishouding en organisatie De afgelopen jaren zijn de schulden afgebouwd en de reserves versterkt. Er is een start gemaakt met het op peil brengen van de solvabiliteit. Het weerstandsvermogen om risico’s op te vangen is op goed niveau. De structurele begrotingsruimte (verschil tussen jaarlijks terugkerende baten en lasten) is nog wel beperkt. Daarbij moet Enschede ook nog een aantal lopende taakstellingen invullen. Het vraagt de komende jaren dan ook aandacht om het huishoudboekje op orde te houden. Tot slot is het afgelopen decennium weinig geïnvesteerd. Investeringen zijn noodzakelijk om het voorzieningenniveau en daarmee de aantrekkelijkheid van de stad overeind te houden. Daarom maken we gebruik van een strategische investeringsagenda en fonds waarmee we naar de toekomst borgen dat Enschede een aantrekkelijke stad blijft.

Subdoel 1.1 Enschede is weerbaar tegen financiële tegenvallers Enschede is een ambitieuze en ondernemende stad. Bij het realiseren van opgaves en doelen loopt de gemeente ook (financiële) risico’s. We zetten risicomanagement in om pro actief met risico’s om te gaan. Om tegenslagen het hoofd te kunnen (blijven) bieden houden we ook voldoende weerstandsvermogen aan om ze op te kunnen vangen als ze zich voordoen. We streven naar een weerstandsratio tussen 1.0 en 1,4. Dat is ook zo opgenomen in onze in 2022 vastgestelde nota weerstandsvermogen. We voeren realistisch en degelijk financieel beleid. Vanuit voorzichtigheidsbeginsel speculeren we niet op onzekere inkomsten. Structurele uitgaven dekken we met structurele middelen. We sturen stevig op het realiseren van afgesproken taakstellingen. We blijven bij het Rijk aandacht vragen voor de financiële en sociale situatie van onze stad. Op deze manier blijven we ook in de toekomst in staat om onverwachte financiële tegenvallers op te kunnen vangen.

Subdoel 1.2 Enschede investeert toereikend Het afgelopen decennium kende Enschede een heel laag investeringsniveau. Als gevolg van de financiële crisis en de financiële effecten daarvan voor Enschede was er nauwelijks investeringsruimte en lag de focus sterk op herstel van de financiële conditie. Een laag investeringsniveau brengt risico met zich mee dat inhaalinvesteringen nodig zijn en dat Enschede minder aantrekkelijk wordt dan andere steden die wel blijven investeren. Het voornemen is dan ook om, nu de financiële conditie is hersteld, structureel te blijven investeren in het voorzieningenniveau en de leefbaarheid in de stad. Hiervoor werken we met een strategische investeringsagenda waarin de belangrijkste investeringen om een impuls aan de stad te geven zijn opgenomen. Daarmee houden we Enschede aantrekkelijk voor onze inwoners. En het helpt ons om aantrekkelijk te zijn voor mensen die hier nog niet wonen. Als stad in het groen om te wonen, werken en leven. De ambitie is om te komen tot een structurele financiering van de investeringsagenda.

Subdoel 1.3 De gemeentelijke organisatie is voldoende weerbaar Wij zijn er als gemeentelijke organisatie voor onze inwoners en ondernemers. Om hen, in de dynamiek en complexiteit van het hier en nu, zo goed mogelijk van dienst te zijn moeten we in staat zijn om integer, slim en snel te handelen. Daarbij zijn we mensgericht en werken we meer in netwerken van onze samenleving. Het verder optimaliseren van onze lerende, flexibele en talentvolle organisatie draagt hier aan bij. We streven naar effectiviteit en efficiency waarbij standaardisatie, doelgerichtheid belangrijke maatstaven zijn. Die verstevigen we de komende periode door onder andere meer in te zetten op digitalisering en datavaardigheid. Ook werken we aan onze weerbaarheid als het gaat om integriteit en ondermijning en gebruiken hiervoor verschillende instrumenten. De sturing van het geheel aan opgaven vraagt om focus, besluitvaardigheid en daadkracht, zodat we onze organisatie continue blijven richten op wat er nodig is en gevraagd wordt.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=enschede&id=909be8c8-8e13-4627-9306-8841de2da0a1