Bijlage 3 - Bestemmingsplan Centrumkwadraat - Molenstraat Zuidzijde - Bijlagen toelichting
Tekst van het document
Vergeleken met de textielindustrie in België was er wel een achterstand op technisch gebied. Daarom werd vanuit het rijk geïnvesteerd in de ontwikkeling van textielonderwijs en kwamen met financiële hulp van de koning, de eerste stoomfabrieken tot stand.8 ‘N GROOTEN STOOM De eerste stoomspinnerij in Twente was die van Hofkes in Almelo. Hier werden fijne garens geproduceerd die voorheen alleen vanuit Engeland geïmporteerd
konden worden. In Enschede ontstonden al snel plannen voor een vergelijkbaar bedrijf. Met geld van de doopsgezinde gemeente, koning Willem I en een lening van de Nederlandsche Handel-Maatschappij werd in 1833 de Enschedesche Katoenspinnerij (EKS) opgericht, bijgenaamd ’n Grooten Stoom. Het bedrijf stond de eerste jaren onder directie van de Engelse technicus John Dixon en werd gebouwd naar Engels model. Het gebouw was veertig meter lang en vijftien meter breed en telde vijf verdiepingen, met een totale hoogte van 23 meter. De Grooten Stoom zou tot in de jaren zeventig van de negentiende eeuw model staan voor andere katoenspinnerijen.9 Op een schilderij van L.J. Bruna uit circa 1939 is goed te zien hoe deze enorme stoommachinerie als een ufo in het agrarische landschap was geland. Op de voorgrond liggen de koeien, op de achtergrond zien we de kerktoren van Enschede. In 1938 kwam een kleinere katoenspinnerij tot stand, bijgenaamd ’n Kleinen Stoom. In het kielzog van de fabrieken werden arbeiderswoningen gebouwd. Bij een archeologische opgraving in 2020 aan de Raiffeisenstraat, kwam een gedeelte van drie arbeiderswoningen uit de negentiende eeuw tevoorschijn, behorend bij ’n Grooten Stoom.10 Zoals de meeste katoenspinnerijen was de Grooten Stoom uitermate brandgevaarlijk. Op 3 oktober 1890 werd de fabriek dan ook volledig in as gelegd.
Tijdens de brand gingen vijftien arbeiderswoningen verloren. In 1891 werd de fabriek herbouwd naast Spinnerij Tubantia aan de spoorlijn Haaksbergen-Enschede.11 Op de fundamenten van de afgebrande fabriek liet dokter B.J. van Delden in 1892 een huis bouwen (zie p.23). De Grooten Stoom was de eerste katoenspinnerij van Enschede. Op een steenworp afstand werd in 1855 de
eerste katoenweverij gebouwd aan de Deurningerstraat met een kantoor aan de Gronausestraat. Deze katoenweverij kwam tot stand in opdracht van Jan Stroink voor de firma J. Stroink & Zonen. Bij de grote stadsbrand van 1862 brandde ook deze fabriek af, maar werd in 1863 weer opgebouwd. In 1894 werd het fabrieksterrein te koop aangeboden. ‘Eene stoomweverij met Verwerij, Kalanderij, Ruwerij, diverse bijgebouwen, kantoor- en magazijngebouw, pakhuis en terreinen.’ De fabriek werd voortgezet door de firma Nico ter Kuile & Zonen. In 1907 is het bedrijf nog op de kaart aangegeven als stoomweverij, maar later vestigde zich hier andere industrie. Zo zat hier de machinefabriek van Bruningmeyer, maar ook de bandenfabriek van de gebroeders Hardick. In de jaren zeventig is het fabrieksterrein gesloopt om plaats te maken voor woningbouw (zie p.39). GEMEENTEHUIS LONNEKER Hoewel de naam van de Enschedesche Katoenspinnerij anders doet vermoeden, bevonden de Groote en Kleinen Stoom zich op het grondgebied van Lonneker. Door ruimtegebrek was Enschede noodgedwongen om buiten de eigen gemeentegrenzen te bouwen, waarmee de stad belasting misliep. Bovendien was Lonneker niet altijd happig om mee te werken aan de expansiedrift van Enschede.12 Lonneker vormde een gigantische gemeente die als een soort brede ring om Enschede heen lag. Een gemeentehuis ontbrak echter.
Voor het nieuwe gemeentehuis werd gekozen voor een locatie aan de Hengelosestraat, vlak naast de gemeentegrens met Enschede, min of meer in het midden van de gemeente Lonneker én in de nabijheid van twee herbergen.13 Het nieuwe gemeentehuis was in augustus 1861 klaar. Met de grenswijziging in 1884 kwam het echter binnen de gemeentegrenzen van Enschede STEENHUISMEURS
13
De Hengelosestraat met het raadhuis van Lonneker, rechterpand (herbouwd in 1905) in 1911. [Cultureelerfgoedenschede.nl]
14 MOLENSTRAAT HENGELOSESTRAAT, ENSCHEDE
Bouwtekeningen van de tweede versie van het raadhuis van Lonneker uit 1905. [SAE]
Brand te Enschedé, 7 mei 1862, anoniem. [Rijksmuseum]
te liggen. Desalniettemin bleef het in functie tot 1934 toen Lonneker uiteindelijk volledig door Enschede werd geannexeerd. Het huidige pand aan de Hengelosestraat 52 komt uit 1905. Toen werd het gemeentehuis volledig herbouwd naar een ontwerp van architect H.E. Zeggelink en kreeg het karakter van een statige villa. DE GROTE BRAND Op 7 mei 1862 ontstond brand aan de Kalanderstraat. Er stond een straffe wind, het had weken niet geregend en de stad hing vol met versieringen ter ere van het bezoek van Koning Willem III, dat een paar dagen eerder had plaatsgevonden. Het vuur verspreidde zich snel en was niet te blussen. De grote stadsbrand legde de hele historische binnenstad binnen de grachten in as. Een deel van de bebouwing aan de Molenstraat moest er ook aan geloven. De ravage is goed te zien op de schadekaart die de situatie van na de brand in Enschede in beeld bracht. Met de wederopbouw van Enschede brak een nieuwe periode aan, waarin een groot deel van de aanwezige industrie naar de randen van de stad werd verplaatst en het centrum binnen de middeleeuwse stedenbouwkundige structuur opnieuw werd opgebouwd.
STEENHUISMEURS
15
Enschede in 1868. [SAE] 1. Den Grooten Stoom, 1833 2. Arbeiderswoningen 3. Treinstation, 1866 4. Oude mannen- en vrouwenhuis, 1867
1
2 4
3
16 MOLENSTRAAT HENGELOSESTRAAT, ENSCHEDE
Enschede na de annexatie van Lonneker in 1884. [SAE] 1. Spinnerij en Weverij van Heek & Co. 5. Spinnerij en Weverij van Stroink & Co. 10. Enschedese Katoenspinnerij 12. Spinnerij en Weverij van H.J. Stroink 16. Weverij van Ter Kuile Cromhoff 18. Weverij van Stroink & Blijdenstein
25. Kettingsterkerij van M. Udink ten Cate 26. Machinefabriek en IJzergieterij van Sepp & Co 31. Oude mannen- en vrouwenhuis 32. Ziekenhuis Enschede 33. Ziekenhuis Lonneker 66. Algemene begraafplaats, Lonneker 73. Gemeentehuis Lonneker 76. Weverij van S.J. Menko & Cohen
EPISODE 3 - 1862-1901: WEDEROPBOUW EN EXPLOSIEVE GROEI In de periode van de grote stadsbrand tot het eerste uitbreidingsplan van Enschede (1903) volgden de ontwikkelingen elkaar in een hoog tempo op. Met de wederopbouw van het stadscentrum werden de stadspoorten geslecht, bestaande straten verbreed en de stinkende fabrieken uit het stadscentrum verplaatst. De stedenbouw van de middeleeuwse stadskern, het ‘ei’ bleef ongewijzigd. In 1865 werd Enschede aangesloten op het spoorwegennetwerk waarmee de groei van de textielindustrie een enorme impuls kreeg. Langs de spoorlijn ontsproten uitgestrekte fabrieksterreinen. Textielfabrieken waren uiterst brandgevaarlijk en na de grote stadsbrand gold een verbod om binnen de grachten fabrieken te bouwen.14 Enschede groeide buiten haar stadsgrenzen en slaagde er in 1884 in om een flink deel van Lonneker te annexeren. AANSLUITING OP HET SPOOR In 1865 opende het eerste station, aan de in 1866 geopende lijn van de Staats Spoorwegen Zutphen-Gronau. Het station stond tussen de Ruiterlaan en de huidige Kortenaarstraat, zo’n driehonderd meter ten westen van de huidige locatie. De spoorlijn kwam ten noorden van het oude stadscentrum te liggen en vormde een grens tussen de historische stad en het landelijke gebied in de omgeving van de Molenstraat. In 1868 werd de spoorlijn doorgetrokken naar Glanerbrug en in 1875 naar Münster.
Kort na de aanleg van de spoorlijn Zutphen-Gronau werd een andere lijn aangelegd, waarmee Enschede werd verbonden met Boekelo en Oldenzaal, aangelegd door de GelderschOverijsselsche Lokaalspoorweg-Maatschappij (GOLS). De GOLS wilde gebruikmaken van het reeds bestaande station, maar de Staatsspoorwegen (SS) gingen hier niet mee akkoord. Daarom werd besloten een nieuw station te
bouwen net ten noorden van het bestaande station. StationNoord werd geopend in 1885 op de plaats waar de nieuwe spoorlijn de Hengelosestraat kruiste. Het tracé van de spoorlijn volgde de huidige busbaan Noorderbaan. StationNoord bleef geopend voor reizigersvervoer 1937, daarna was het in gebruik als goederenstation tot 1989. TEXTIELFABRIEKEN LANGS HET SPOOR De aansluiting op het spoorwegennetwerk bracht de industriële ontwikkeling van de stad in een stroomversnelling. De spoorverbinding had een grote aanzuigende werking op het bedrijfsleven en langs de spoorlijn vestigden zich textielfabrieken, waaronder Blijdenstein, Ter Kuile (op de oude plek van katoenweverij Stroink), Jannink, Menko, Bamshoeve en Van Heek & Co. Laatstgenoemde was in 1858 vanuit een familiebedrijf opgericht en ontwikkelde zich tot een van de grootste industriële ondernemingen van Nederland. In 18591860 bouwde de firma haar eerste weverij op een nog vrijwel onbebouwd terrein, iets ten noorden van de binnenstad. Later werd dit gebied tussen de binnenstad en de spoorlijn vrijwel volledig door de firma ingevuld met bedrijfsgebouwen. De stoomspinnerij aan de Parallelweg werd in 1879 gebouwd naar ontwerp van de Enschedese fabrieksarchitect G. Beltman en in 1897 kwam een uitbreiding tot stand naar ontwerp van de Engelse architect Sidney Stott.
Het fabrieksterrein van Van Heek is het enige industriële erfgoed rondom de Molenstraat dat de tand des tijds (deels) heeft doorstaan en kreeg in de jaren zeventig een nieuw leven als appartementencomplex. Een andere textielgigant was Menko & Cohen (vanaf 1890 ging het bedrijf verder onder de naam S.J. Menko & Zonen). Onder leiding van Salomon Jacob Menko werd in 1886 aan de Molenstraat ter hoogte van de huidige Wenninkgaarde een
textielfabriek aan het spoor gebouwd. Ook dit complex werd voortvarend uitgebreid met diverse afdelingen, onder meer een machinekamer, ververij, ruwerij, kalanderij en ketelhuis. In 1909 brak er brand uit in de fabriek. De Enschedese brandweer wist de drukkerij, machinekamer en het ketelhuis nog te redden. Na de brand richtte Menko zijn vizier op nieuwe fabrieken in de Roombeek. De laatste gebouwen aan de Molenstraat zouden in de jaren zeventig worden gesloopt. VAN AGRARISCH- NAAR INDUSTRIELANDSCHAP Behalve diverse textielfabrikanten vestigden zich ook ijzergieterijen aan het spoor, waarvan de smederij, ijzergieterij en machinefabriek A. Sanders & Zn. wellicht de bekendste is. Het bedrijf werd gebouwd in 1874 aan de Molenstraat 77-81 naar ontwerp van A.L. Clemens.15 Aan de Nieuwe Schoolweg kwam in 1919 een gieterij, andere uitbreidingen vonden plaats in 1928. De bouw van dit soort complexen markeerde de transformatie van het agrarische landschap naar industrielandschap. De Tubantia schreef in 1923: ‘Waar de ijzergieterij der firma Sanders staat, was voorheen een tuin, waarachter nog eenige huizen waren en naast dien tuin stond een huis van 2 woningen, waarin in ’t eene de heer Otto, gemeentelijk stratenmaker en in ’t andere de heer Hallau, mr. Kleermaker, woonde.’16 In 2006 werd het pand na 131 jaar door Machinefabriek Sanders verlaten. Het complex werd gesloopt.
Op de plaats van de fabrieksgevel aan de Molenstraat zijn appartementen in dezelfde stijl teruggebouwd, inclusief letters op het dak. Het hoekpand uit 1905 is wel gespaard gebleven. In 1874 werd ook de ijzergieterij van Sepp & Co gebouwd aan Parallelweg, aan de andere kant van het spoor tegenover het fabriekscomplex van Menko. Het bedrijf was gespecialiseerd in het repareren van textielmachines. STEENHUISMEURS
17
Station Staatsspoor (S.S.) met twee rijtuigen en hondenkarren, 1895-1905. [SAE] Station Noord in 1989, vlak voordat het werd afgebroken. [WC]
18 MOLENSTRAAT HENGELOSESTRAAT, ENSCHEDE
Tekening van de Molenstraat met de textielfabriek van Menko, begin twintigste eeuw. Uiterst rechts zijn de herenhuizen te zien die er tegenwoordig nog staan. [SAE] Fabrieken complex van Van Heek & Co. met de spoorlijn Enschede-Gronau omstreeks 1946. Op de voorgrond de Molenstraat met de blusvijver, de houten koeltoren en de Joodse begraafplaats. [Cultureelerfgoedenschede.nl]
Ongedateerde luchtfoto van het terrein van Van Heek & Co. [boek Langs Enschedese textielfabrieken] Luchtfoto van de fabriek Menko & Zn. omstreeks 1930. [SAE] De panden van Menko, die zijn gesloopt ten behoeve van de bouw van het kantoorgebouw van de Dienst Gemeentewerken (‘de Noordmolen’) begin jaren tachtig van de twintigste eeuw. [SAE]
Sanders IJzergieterij aan het begin van de twintigste eeuw. [SAE] Enschedesche Machinefabriek en IJzergieterij (voorheen Sepp & Co), begin twintigste eeuw. Deze fabriek zou in 1931 door Van Heek worden overgenomen. [boek De Twensche nijverheid in beeld]
STEENHUISMEURS
19
∕
De groei van de Enschedese textielfabrieken in beeld. [SAE]
20 MOLENSTRAAT HENGELOSESTRAAT, ENSCHEDE
Oude mannen- en vrouwenhuis aan de Molenstraat. [SAE] Oude Visserij, omgeving latere gemeentewerf wijk ‘t Zeggelt / Visserijstraat, 1893-1899. [SAE]
STEENHUISMEURS
21
Villa van L. van Heek aan de Hengelosestraat 40, een herenhuis in neoclassicistische bouwstijl dat in 1902 naar een ontwerp van Karel Muller. Dokterswoning uit 1892 aan Hengelosestraat 42-44, gebouwd in opdracht van dokter B.J. van Delden. De villa werd gebouwd op de fundamenten van ’n Grooten Stoom.
22 MOLENSTRAAT HENGELOSESTRAAT, ENSCHEDE
Een rijtje villa’s aan de Hengelosestraat. Van links naar rechts: Hengelosestraat 60: deze villa werd rond 1900 gebouwd in opdracht van de fabrikant I. Rozendaal naar een ontwerp van de bouwkundige R. van der Woerd. Hengelosestraat 52: het voormalige gemeentehuis van Lonneker. Deze villa werd in 1905 volledig nieuw gebouwd, naar ontwerp van architect H.E. Zeggelink. Hengelosestraat 50: een classisistische villa van rond de eeuwwisseling, naar ontwerp van stadsarchitect Gerrit Doorwaard Niermans.
Een villa aan de Hengelosestraat 46 met hoektorentje en erker uit het begin van de twintigste eeuw. Aan de Hengelosestraat 36-38 staat een classicistische tweeonder-een-kapwoning met voortuin van halverwege de negentiende eeuw.
Het complex was een ontwerp van stadsarchitect H.P. Timmer. In 1901 ging het bedrijf verder onder de naam N.V. Enschedesche Machinefabriek en IJzergieterij (E.M.Y.) Na de liquidatie van de E.M.Y. in 1931 werden de terreinen aan de Parallelweg overgenomen door Van Heek & Co.17 In dezelfde periode verkochten boeren hun melk niet meer rechtstreeks aan hun klanten, maar aan de in 1884 opgerichte N.V. Enschedese Melkinrichting aan de Molenstraat. Later nam de Lonneker Melkfabriek het gebouw over en in 1896 kwam de eerste ‘Lonneker’ melk uit een fabriek aan de Kottendijk. De Enschedese Melkinrichting was hiermee overtollig en moest aan het begin van de twintigste eeuw plaatsmaken voor vier herenhuizen (Molenstraat 30-36).18
tuinaanleg. Aan de Hengelostraat ontstond ook zo’n ‘gouden randje’. Een bijzondere blikvanger is Hengelosestraat 40, een herenhuis in neoclassicistische bouwstijl dat in 1902 in opdracht van L. van Heek werd gebouwd naar een ontwerp van Karel Muller. Het pand staat iets verhoogd en met enige afstand van de Hengelosestraat. Aan de Hengelosestraat 42-44, op de hoek van de Raiffeisenstraat staat de dokterswoning met aangebouwde praktijk die in 1892 werd gebouwd in opdracht van dokter B.J. van Delden. De villa is opgetrokken in eclectische bouwstijl met neorenaissancistische detaillering en werd gebouwd op de fundamenten van ’n Grooten Stoom. Verderop staat aan de Hengelosestraat nog een rijtje villa’s uit dezelfde periode (zie p.22).
GOUDEN RANDJE Terwijl omvangrijke industriële complexen verrezen rond de Molenstraat en aan het spoor, ontwikkelde zich aan de landelijke Hengelostraat een chique woonwijk met groene boulevards en villa’s voor de families van de textielbaronnen. Met de industrialisering nam de tegenstelling tussen rijk en arm toe. Arbeiders waren op zichzelf aangewezen om aan woonruimte te komen. In 1884 werd door de Kamer van Koophandel melding gemaakt van een woontekort. Een jaar later meldde de KVK dat er vooral veel door fabrieksarbeiders zelf gebouwd werd, gefinancierd met eigen spaargeld.19 In andere delen van de stad werden in de arbeiderswijken De Krim en Sebastopol bouwvallige huisjes gebouwd, dicht op elkaar gepakt. De textielbaronnen lieten langs uitvalswegen landgoederen en villa’s bouwen, in het lommerijke buitengebied, vaak in de buurt van een modelboerderij van de fabrikant, maar ook bij oude bleken waar het beekwater werd gebruikt in de weelderige
OUDEREN VAN DAGEN Los van de industrie, kwam aan en achter de Molenstraat ook een ander soort functie die tegenwoordig als ‘zorgcluster’ zou worden bestempeld. Na de grote stadsbrand van Enschede werd door het stadsbestuur geld beschikbaar gesteld voor de bouw van een ‘Gesticht voor oude mannen en vrouwen’, bedoeld voor een zestal eenzame armen, meestal bejaarden. Het Oude mannenen vrouwenhuis werd gesticht in 1867. In 1912 was het tehuis uitgegroeid tot een instituut met ruimte voor tachtig bewoners: mannen en vrouwen werden apart gehuisvest (ook als zij een echtpaar vormden). Het gebouw kwam in 1962 in handen van het Leger des Heils en moest in de jaren zeventig plaatsmaken voor nieuwbouw (die ook alweer gesloopt is). In 1872 werden gemeenten bij wet verplicht om maatregelen te treffen tegen besmettelijke ziekten. De gemeenten Enschede en Lonneker lieten beide een ziekenhuis bouwen, op de ‘Konijnenberg’,
een terrein achter het oude mannen- en vrouwenhuis. In 1889 volgde een rooms-katholieke inrichting naast de St. Jacobuskerk en 1894 werd een nieuw ziekenhuis gebouwd in de Veenstraat.20 Begin twintigste eeuw zijn de twee ziekenhuizen op de Konijnenberg gesloopt; op de kaart van 1920 zijn de gebouwen verdwenen. De stenen van de lage poort van de begraafplaats aan de kant van de H.B. Blijdensteinlaan zijn afkomstig van het voormalige ziekenhuis aan de oude Veenstraat.21 De Visserijstraat is vernoemd naar een viskwekerij. Het is niet onwaarschijnlijk dat in deze gracht ook bloedzuigers werden gevangen voor het naastgelegen ziekenhuis.22 Tegenwoordig zijn in het straatbeeld geen sporen van dit zorgcluster meer terug te vinden. De gebouwen zijn gesloopt en de viskwekerij is gedempt. GRENSWIJZIGING Sinds 1818 werd de stad omsloten door de gemeente Lonneker. Er waren voortdurend onenigheden over de invulling van de straataanleg en bebouwing aan grensgebieden Uiteindelijk moest Lonneker het onderspit delven. Eerst werd in 1881 al een deel van de gemeente aan het snel uitdijende Hengelo toegevoegd. Drie jaar later werd Lonneker opnieuw beknot, ditmaal ten gunste van de expansiedrift van Enschede. Enschede werd hiermee in één klap vergroot van 53 hectare tot 682 hectare.
Met deze grenswijziging was de Molenstraat geen grensgebied meer, maar kwam ruim in de nieuwe grote gemeente Enschede te liggen.
STEENHUISMEURS
23
Het uitbreidingsplan uit 1904 naar ontwerp van A.H. op ten Noort. Het plan voorzag in uitbreidingswijken in alle windrichtingen en een rondweg, die in een royaal gebaar rond de stad kwam te liggen. [SAE]
24 MOLENSTRAAT HENGELOSESTRAAT, ENSCHEDE
De omgeving van de Molenstraat in 1907. [SAE]
EPISODE 4 - 1901-1941: STADSUITBREIDINGEN NA DE WONINGWET Tot de twintigste eeuw had de uitbreiding van Enschede min of meer organisch plaatsgevonden. De Woningwet uit 1901 verplichtte gemeenten echter tot het opstellen van uitbreidingsplannen en het eerste plan tot uitbreiding werd in 1907 door het gemeentebestuur goedgekeurd. Het werd opgesteld door A.H. op ten Noort, die in 1907 werd benoemd tot directeur Gemeentewerken. Het plan voorzag in uitbreidingswijken in alle windrichtingen en een rondweg, die in een royaal gebaar rond de stad kwam te liggen. Deze singels werden tussen 1916 en 1929 aangelegd. Binnen de singels werden nieuwe stadswijken aangelegd, waaronder de wijken ’t Zeggelt en de Laares ten noorden van de Molenstraat. ’t Zeggelt was begin twintigste eeuw nog eigendom van boer Herman Zeggelt die hier een boerderij met weidegrond bezat. Voor de Tweede Wereldoorlog zou het gebied binnen de singels grotendeels volgebouwd worden. Hiermee was het gebied rondom de Molenstraat en de Hengelosestraat geen stadsgrens meer op de rand van het boerenlandschap, maar kwam midden in de stedelijke dynamiek van Enschede te liggen. DIENSTENCENTRUM In het uitbreidingsplan van Enschede zien we dat een perceel links van de Visserijstraat en de Molenstraat is gemarkeerd als gemeentelijk eigendom.
Met de bebouwing van dit terrein begon de ontwikkeling van de Molenstraat als gemeentelijk dienstencentrum. In 1903 kwam hier het nieuwe kantongerechtsgebouw. Sinds de oprichting van het kantongerecht in Enschede, was dit gevestigd in het stadhuis aan de Langestraat. Na de annexatie van Lonneker in 1884 was het pand te klein geworden, zodat diverse diensten moesten verhuizen. De Molenstraat was een geschikte nieuwe locatie, midden in de nieuwe grotere stad.23 Hier werd een voornaam gerechtsgebouw
ontworpen door het bureau van de hoofdingenieur van gerechtsgebouwen, Willem Cornelis Metzelaar. Het bakstenen gebouw wordt gekenmerkt door een sobere neorenaissance stijl. De stijl en het formaat van het gebouw past bij de herenhuizen en villa’s in de straat. Een paar jaar later, in 1908 kwam naast het kantongerecht het kantoor voor de Dienst Gemeentewerken voor de afdelingen bouwen woningtoezicht en de gemeentelijke gas- en waterleiding. Het ontwerp was van de dienst zelf. Het gebouw heeft net als het kantongerecht het voorkomen van een voorname villa, met een erker, ramen met roedeverdeling en een prominente daklijst. WONEN OP STAND Tegenover het kantongerecht en de Dienst Gemeentewerken werden in dezelfde periode een rijtje van vier herenhuizen gebouwd in rijke neorenaissancestijl. De woningen werden gebouwd door de aannemer F.M. Oude Groeninger op de plaats van de voormalige melkfabriek van de N.V. Enschedese Melkinrichting. Deze herenhuizen staan er nog steeds, evenals een villa aan de Niermansgang, waarin drie woonhuizen waren ondergebracht. Uit de bouwarchieven blijkt dat hier een familie Niermans woonde. Waarschijnlijk gaat het om de familie Niermans van de stadsarchitect van Enschede waar ook de Niermansgang (oorspronkelijk ‘Achter Niermans’) naar vernoemd is.24 Molenstraat 13 is begin twintigste-eeuws, maar is in de jaren negentig ingrijpend verbouwd.
In 1920 werd nummer 15 (bestaande uit twee herenhuizen) aan het volume toegevoegd. Tegenover deze villa bevindt zich op Molenstraat 12 nog een woon- en winkelpand uit 1905. In het pand was een kapsalon gevestigd. Deze gebouwen zijn tegenwoordig schaarse relicten uit een periode dat de Molenstraat zich ontwikkelde tot een wijk van welgestelde
ambtenaren en middenstanders. Geheel passend bij deze ontwikkeling verrezen ook enkele hotels, waaronder Hotel Zwijnenberg op de hoek van de Kloostersteeg (afgebrand in 1965) en Hotel Twente in een voormalige villa van de familie Stroink aan de Molenstraat 3 (gesloopt in de jaren zeventig). De Molenstraat transformeerde tot een voorname straat waar behalve de activiteit van de industrie ook vooral veel voorname gebouwen verrezen, die – ongeacht de functie – de uitstraling hadden van deftige woonhuizen. ANNEXATIE LONNEKER De uitbreiding van het gemeentelijke apparaat zou alleen nog maar toenemen na de annexatie van Lonneker in 1934. Nadat Enschede in 1884 een flink deel van Lonneker aan haar grondgebied had kunnen toevoegen, waren deze gronden in de jaren twintig reeds voor een groot deel volgebouwd. Er kwam opnieuw een discussie op gang over de annexatie van de landbouwgemeente waarmee Enschede werd omringd. De Telegraaf schreef in 1929: ‘Toen Enschede in 1922 door zijn bouwterreinen heen raakte, werden er pogingen gedaan tot samenvoeging van Lonneker met deze stad. Doch een krachtige actie in Lonneker verijdelde dezen aanslag op de zelfstandigheid der plattelandsgemeente, en het betreffende verzoek tot samenvoeging (…).25 Uiteindelijk trok Enschede toch aan het langste eind.
In 1934 werd in Den Haag besloten om de gemeenten Enschede en Lonneker samen te voegen en in 1938 kwam Enschede al met een ontwerp-uitbreidingsplan voor de dag. De oorlog zou echter roet in het eten gooien. DE PRINSESSETUNNEL Met moderne bewoordingen zouden we de Molenstraat kunnen typeren als zakelijk district, waarin ambtenaren, textielfamilies en middenstanders zich vestigden. Wel STEENHUISMEURS
25
∕
Het Kantongerecht in 1927 [SAE] en in 2020. Ansichtkaart met voor het gebouw van de Dienst Gemeentewerken en daarachter het Kantongerecht, 1917. [SAE]
26 MOLENSTRAAT HENGELOSESTRAAT, ENSCHEDE
Bouwtekening van het Kantongerecht, 1902. [SAE] Bouwtekeningen van de Dienst Gemeentewerken, 1908. [SAE]
vormde de spoorlijn een flinke barrière tussen de binnenstad en de nieuwe wijken ten noorden van de binnenstad. Al vanaf het begin van de twintigste eeuw werd door de gemeente gestudeerd op een tunnelverbinding.26 Er zijn verschillende ontwerpvarianten gemaakt. Een tekening uit 1930 toont een tunnel vlak naast het oude station in het verlengde van de Piet Heinstraat. Uiteindelijk werd gekozen voor een locatie iets ten westen daarvan, aan de Ruyterlaan. Het ontwerp kwam tot stand in samenwerking met de Dienst van de Spoorwegen. De Prinsessetunnel werd geopend op de geboortedag van prinses Beatrix op 31 januari 1938 en bracht duizend mensen op de been. In zijn toespraak benadrukte burgemeester Rückert het belang van de tunnel: ‘De tunnel is voor Enschede van het allergrootste belang. Hij vormt niet alleen een verbinding tusschen het Noordelijk en Zuidelijk stadsdeel, maar hij verbindt het hart van Enschede direct met de rest van Twente. Wanneer straks vanaf het H.J. van Heekplein de verbinding verder wordt uitgebouwd, komt door dezen tunnel een plan voor de geheele stad tot stand. Voor de groote stad, welke
Impressie van de Molenstraat in 1912, met rechts de net gebouwde herenhuizen. [SAE] De herenhuizen (Molenstraat 30-36) anno 2020.
Enschede in de laatste jaren definitief geworden is, is zulks onontbeerlijk.’ Met de aanleg van de Prinsessetunnel ontstond een nieuwe driehoekskruising. In het midden van deze beeldbepalende plek werd in 1941 het nieuwe kantoor van de rijksbelastingdienst gebouwd. Het gebouw was een ontwerp van architect Gustav Cornelis Bremer (1880-1949), destijds rijksbouwmeester. Hij ontwierp een monumentaal hoekpand met twee vleugels die haaks op elkaar staan en samenkomen aan de Brandweerstraat in een ronde hoek met een kegeldak. Deze hoek is voorzien van een grote glaspartij, met daarboven het wapen van Nederland, een beeldhouwwerk van kunstenares Nel Klaassen. Het gebouw heeft een flink volume met vier bouwlagen en was op dat moment een van de grotere gebouwen in deze omgeving.
STEENHUISMEURS
27
De villa naast de Niermansgang 13-15a werd in fases gebouwd. Het rechterdeel stamt uit 1920. Tekening van de Molenstraat 13, voor de renovatie.
28 MOLENSTRAAT HENGELOSESTRAAT, ENSCHEDE
De twee villa’s op Molenstraat 15 uit 1920.
Woon- en winkelpand aan de Molenstraat 12 uit 1905.
De omgeving van de Molenstraat in 1928. [SAE]
5. Jozefkerk 21. Gemeente ontvanger 22. Kantongerecht 23. Gemeentewerken 24. Oude mannen- en vrouwenhuis 28. Larinksticht (klooster) 45. Cinema Palace 54. Hotel Zwijnenberg 56. Hotel Hof van Holland 63. Keuringsdienst van Waren
STEENHUISMEURS
29
De Prinses Beatrixtunnel (Prinsessetunnel) en met daarachter een deel van het oude station, 1954-1956. [SAE] Spoorwegovergang met Villa Kleiboer ter hoogte van de Deurningerstraat, 1930. [SAE]
30 MOLENSTRAAT HENGELOSESTRAAT, ENSCHEDE
Niet uitgevoerd ontwerp van de Prinsessetunnel ter hoogte van de Piet Heinstraat, 1930. In de tekening is met een stippellijn de uiteindelijke locatie van de Prinsessetunnel aangegeven. [SAE]
Zicht op het Rijksbelastinggebouw, 1941. [SAE] Situering van het Rijksbelastinggebouw, 1938 [SAE]
Het uitbreidingsplan van Enschede na de annexatie van Lonneker, 1938. Na de oorlog zou er een nieuw uitbreidingsplan komen.
STEENHUISMEURS
31
Verwoest gebouw na het bombardement van 20 maart 1945 op het kruispunt Molenstraat - Visserijstraat - Kloosterstraat. [SAE] Het nieuwe NS-station in 1958. [Cultureelerfgoedenschede.nl]
32 MOLENSTRAAT HENGELOSESTRAAT, ENSCHEDE
Wederopbouwplan van W. De Bruyn en J.B. Baron van Asbeck, met de aanleg van de Boulevard 1945 en de verplaatsing van het station. [SAE]
EPISODE 5 - 1945-1967: ONTWIKKELING TOT DIENSTENCENTRUM Enschede werd tijdens de Tweede Wereldoorlog meerdere malen getroffen door bombardementen en in 1945 was de oorlogsschade groot. Opnieuw moest de stad weer worden opgebouwd, voor de tweede keer in honderd jaar. De bombardementen troffen vooral het zuidoostelijke deel van de stad. Het gebied rondom de Molenstraat en de Hengelosestraat bleef relatief ongeschonden. Enkele panden op het kruispunt Molenstraat-Visserijstraat-Kloosterstraat sneuvelden tijdens een bombardement op 20 maart 1945. Enschede was een stad van grote tegenstellingen. Aan de uitvalswegen – waaronder de Hengelosestraat – bevonden zich gouden randjes met buitenhuizen van textielbaronnen. Maar tegelijkertijd bevonden zich op een steenworp afstand de rokende schoorstenen van de industrie, met verpauperde arbeiderswijkjes. De wederopbouw werd door het stadsbestuur aangegrepen om het stadsbeeld te moderniseren en werd uitgevoerd volgens een wederopbouw van het stedenbouwkundig bureau van W. de Bruyn en J. B. baron van Asbeck. Het plan uit 1949 was vooral gericht op het zuidelijke deel van de binnenstad, met de aanleg van een 72 meter brede boulevard (Boulevard 1945) als speerpunt.
MOLENSTRAAT WORDT STATIONSGEBIED Een tweede grote ingreep betrof echter de verplaatsing van het station, dat driehonderd meter oostwaarts werd gesitueerd, precies onder het midden van de Molenstraat. Hiermee kwam het station ten zuiden van de Molenstraat te liggen en werd de straat onderdeel van het nieuwe stationsgebied van Enschede. In eerste instantie was de aanleiding voor deze ingreep de elektrificatie van het spoor. De spoorlijn moest worden gemoderniseerd. Bovendien was er behoefte aan hogere perrons, waar de locatie van het
oude station geen ruimte voor bood.27 Bijkomend voordeel van een nieuw station was dat deze in oostelijke richting kon worden gerealiseerd, dichter bij de binnenstad. Het markante betonnen gebouw met klokkentoren dat deels een kopstation is, werd ontworpen door spoorbouwmeester Schelling. Het station, dat op 28 oktober 1951 onder grote belangstelling werd geopend, als eerste naoorlogse station van Nederland een unieke plaats in in de architectuur van de wederopbouwperiode. GEMEENTELIJKE FUNCTIES UITGEBREID De ontwikkeling waarmee gemeentelijke functies werden ondergebracht in de buurt van het station, werd na de oorlog doorgezet. In 1948 verscheen aan de Hengelosestraat een kantoorgebouw voor de Sociale Dienst van Enschede, tegenover de belastingdienst. Dit gebied lag voor de oorlog nog temidden van de stationsemplacementen van de twee stations van Enschede. Met de verplaatsing van het station kwam de ontwikkeling hier in een stroomversnelling, voornamelijk met publieke functies. Het pand van de Sociale Dienst heeft een rechthoekige plattegrond, opgetrokken uit baksteen onder een schilddak. De hoogte van het pand sloot aan bij de bestaande bebouwing van de Hengelosestraat, bestaande uit villa’s.
Het naastgelegen driehoekige perceel tegenover de Prinscessetunnel dat met het kantoor van de belastingdienst al voor een deel was ingevuld, kreeg in 1955 een tweede bestemming als brandweerkazerne. De bouw van de kazerne gebeurde in opdracht van de Dienst Gemeentewerken. Het gebouw vormt samen met het kantoor van de belastingdienst een beeldbepalend volume dat meebuigt met de vorm van de kavel. Het gebouw bestaat uit drie volumes, een garagevleugel en een hoofdgebouw, verbonden met een tussenlid. Aan
de rechterzijde van het hoofdgebouw kwam een toren voor de opslag en het drogen van brandslangen.28 Deze toren vormt tevens een stedenbouwkundig accent naast de Prinsessetunnel. Door de latere toevoeging van extra verdiepingen is de toren nu enigszins aan het oog onttrokken. In dezelfde periode werd door de Dienst Gemeentewerken ook elders aan de Molenstraat flink gebouwd. De Dienst was gevestigd in een villa aan Molenstraat 25 uit 1908. De uitbreiding, waarvoor in 1952 de vergunning werd verleend, betreft een nieuw volume op een braakliggend terrein aan de oostelijke zijde van de villa. De aanbouw is van dezelfde hoogte als de oudbouw en werd opgetrokken in een sobere baksteenarchitectuur met verticale raampartijen. In tegenstelling tot de villa had deze uitbouw meer het zakelijke karakter van een kantoorgebouw. Het oude en het nieuwe bouwdeel worden verbonden door een tussenlid met entree van een opmerkelijke afwijkende vormgeving. Door de toevoeging van dit tussenvolume maakt het gebouw een knik en buigt mee met de rooilijn van de Molenstraat. SCHAALVERGROTING De jaren vijftig zestig luidden een eerste schaalvergroting in het gebied in. Er werd afscheid genomen van de villatypologie, die tot die tijd zo kenmerkend was voor de gebouwen in dit deel van de stad. Er vond verdichting plaats, maar de bebouwing werd niet hoger dan vier of vijf verdiepingen.
Langzamerhand werden de open plekken aan de Molenstraat en de Hengelosestraat ingevuld. Met de annexatie van Lonneker in 1934 stond Enschede niets meer in de weg om flink uit te breiden en begin jaren zestig waren de in het uitbreidingsplan genoemde wijken gebouwd. De Molenstraat lag niet langer aan de STEENHUISMEURS
33
∕
Het gebouw van de Sociale Dienst uit 1948. De brandweerkazerne uit 1952 gefotografeerd in 1955 [SAE] en in 2020.
34 MOLENSTRAAT HENGELOSESTRAAT, ENSCHEDE
Molenstraat gebouw Openbare Werken, 1954-1956. Het gevelreliëf kreeg in de jaren tachtig een nieuwe plek in gebouw ‘de Noordmolen’. [SAE]
Gevels van het oude en het nieuwe gebouw van het dienstgebouw van de Dienst Openbare Werken en Volkshuisvesting, 1952. [SAE] Maquette van de uitbreiding van het dienstgebouw van de Dienst Openbare Werken en Volkshuisvesting (D.O.W.V.), 1964. [SAE]
Situatietekening van de uitbreiding van het dienstgebouw van de Dienst Openbare Werken en Volkshuisvesting, 1952. [SAE]
rand van de stad, maar werd onderdeel van een groter stadscentrum. Vanuit het stadsbestuur werd gestuurd op een multifunctionele stad, waarin de industrie niet langer de dominerende factor was.29 De teloorgang van de industrie, die in de jaren vijftig al werd ingezet, maakte de weg vrij voor kantoren, onderwijsinstellingen en winkels, maar ook wonen werd een belangrijk speerpunt. De gemeente kocht leegstaande fabrieken op, die werden gesloopt of een nieuwe bestemming kregen. Dit beleid kwam voort uit de notie dat de stad haar grenzen had bereikt en nieuwe woningbouwlocaties grotendeels in de stad moesten worden gezocht.30 Zo werd op in 1963 op de hoek van de Molenstraat en de Deurningerstraat in opdracht van de Enschedese Bouwcombinatie een flatgebouw met garagebedrijf, kantoren en woningen gerealiseerd. De architect van het gebouw was het bureau Veth en Maaten. Net als bij de brandweerkazerne gaat het hier om een markant hoekgebouw met en bijzondere stedenbouwkundige betekenis. Het gebouw aan de Hengelosestraat heeft vier bouwlagen. De knik in de Hengelosestraat is benadrukt door middel van driehoekige balkons waarna het gebouw richting de hoek met de Deurningerstraat voorzien is van een extra etage. Deze getrapte opzet voorziet deze kruising van een subtiel stedenbouwkundig accent.
STEENHUISMEURS
35
∕
Kantoorpand van Gebroeders Hardick aan de Deurningerstraat 6 uit 1962 in 1980 [SAE] en in 2020.
36 MOLENSTRAAT HENGELOSESTRAAT, ENSCHEDE
Flatgebouw op de hoek van de Deurningerstraat met garagebedrijf, kantoren en bovenwoningen uit 1963. [SAE]
∕
Flatgebouw op de hoek van de Deurningerstraat met garagebedrijf, kantoren en bovenwoningen uit 1963. [SAE]
STEENHUISMEURS
37
∕
De gesloopte en herbestemde textielfabrieken in Enschede in 1965 en 1976. [SAE]
38 MOLENSTRAAT HENGELOSESTRAAT, ENSCHEDE
Krantenkop uit Tubantia, 23 januari 1967. [SAE] Sloop van een deel van de gebouwen van textielfabriek van Heek & Co langs de Parallelweg, 1984. [SAE]
Huisvesting en trefcentrum voor buitenlandse werknemers (later verbouwd tot studentenhuisvesting) uit 1975 Ontwerptekeningen voor de huisvesting en het trefcentrum voor buitenlandse werknemers, Bureau Cannegieter, 1973. [SAE]
EPISODE 6 - NA 1967: TELOORGANG VAN DE TEXTIELINDUSTRIE Zoals ooit de Belgische onafhankelijkheid het startschot vormde voor de uitbouw van Enschede als textielstad, zo luidde een externe geopolitieke factor ook het einde van de textielindustrie in. Na de oprichting van de Europese Economische Gemeenschap (EEG) in 1957, kreeg Enschede te maken met toenemende buitenlandse concurrentie. Vooral de lagelonenlanden vormden een grote bedreiging. In de jaren zestig stonden de kranten vol met noodoproepen van textielfabrikanten. Zo verscheen in 1967 een bericht in de Twentsche Courant over de nieuwjaarstoespraak van H.J. Geerkens, directeur van een van de grootste textielbedrijven in Enschede: Van Heek en Co Koninklijke Textielfabrieken. In dit bericht lichtte hij toe hoe de voorraden in 1966 waren toegenomen door een onverwachte afname in bestellingen. Ondanks de kleine verbeteringen ten opzichte van het jaar daarvoor, gaf het concern aan maatregelen te moeten treffen om faillissement te voorkomen.31 Ook andere Nederlandse textielsteden, zoals Tilburg, kampten met grote problemen. De oplossing lag volgens velen bij de overheid. Zo vonden de medewerkers van de fabriek van Van Heek en Co weten dat de overheid de import van goedkope producten uit het buitenland aan banden moest leggen.32 De noodoproepen mochten niet baten. In 1967 sloot van Heek & Co definitief de deuren.
WONINGEN VOOR GASTARBEIDERS De laatste ontwikkeling aan de Molenstraat die te relateren is aan de textielindustrie, betreft de bouw van een woongebouw voor gastarbeiders. In de jaren vijftig was een tekort ontstaan aan arbeiderskrachten voor de textielindustrie en op grote schaal gastarbeiders uit onder Spanje en Italië naar Nederland werden gehaald. Het grootste deel van deze arbeiders was werkzaam in de
textielindustrie. Eind 1970 werd door de gemeentearchitect A. Wagenaar een schetsplan opgesteld voor een woonflat met ontmoetingscentrum voor gastarbeiders uit Marokko, Spanje en Italië. Dit gebeurde in opdracht de Stichting Huisvesting Buitenlandse Werknemers (SHBW). Uiteindelijk werd in 1975 een flat gerealiseerd naar een ontwerp van architect Cannegieter, op een smal terrein tussen de Molenstraat en de spoorlijn, naast de blusvijver. Het gebouw van zeven verdiepingen bood ruimte aan woningen en daarnaast kwam een vleugel van twee bouwlagen met vier cafés voor Spanjaarden, Italianen, Turken en Marokkanen, een spreekkamer voor maatschappelijk werk, een bibliotheek-vergaderzaal en kantoor voor het beheer. Het woongedeelte was ingericht voor woongroepen van acht personen, met vier tweepersoonskamers, een woonkeuken. De voorzieningen waren afgestemd op de wensen van de bewoners; zo waren er bijvoorbeeld hurktoiletten. Halverwege de jaren tachtig – na de definitieve teloorgang van de textielindustrie – werd het pand verbouwd tot studentenhuisvesting. OPRUIMING, WONINGBOUW EN KANTOREN In de jaren zeventig was het verval van de textielindustrie in Enschede niet langer te stoppen. Veel leegstaande fabrieken werden één voor één opgekocht door de gemeente, waarna een deel werd verbouwd tot woningen. Het grootste deel werd echter gesloopt.
Op de locatie van de gesloopte fabrieken werd woningbouw opgetrokken. Textielfabrieken waren niet de enige gebouwen die in het kader van de stadsvernieuwing tegen de vlakte gingen. Ook verwaarloosde villa’s moesten het veld ruimen voor nieuwe ontwikkelingen. Een bekend voorbeeld is de sloop van Villa Kleiboer, een beeldbepalend gebouw tegenover de spoorwegovergang op de hoek van Molenstraat en de
Deurningerstraat. De beeltenis van de villa is nog terug te vinden op talloze historische foto’s en ansichtkaarten. Met de vrijkomende ruimte werd een flinke schaalvergroting ingezet, zoals de verbreding van de Hengelosestraat maar ook de bouw van grote flats en kantoorgebouwen. Op de kruising van de Niermansgang en de Molenstraat stond voorheen de bandenfabriek van de gebroeders Hardick. In 1978 werd de fabriek gesloopt ten behoeve van een nieuw woningbouwcomplex: ’t Hardick (1978), ontworpen door Bouwontwerpgroep Beltman Vanwaalwijk Ellenbroek Kieft van Tussenbroek b.v. Architecten en ingenieurs. Hiermee werd een karakteristiek jarenzeventigwoongebouw aan het gebied toegevoegd. Het complex heeft een getrapte opbouw en is tegen het voormalige kantoorgebouwtje van Hardick aan aangebouwd. Het terrein voor het woongebouw, waar voorheen villa Kleiboer stond, is ingevuld als plantsoen. Naast het woongebouw bevond zich een machinefabriek van Bruningmeyer op de kruising van de Molenstraat en de Niermansgang. In 2018 werd dit complex voor een groot gedeelte gesloopt. Op deze locatie, naast de woningen van ’t Hardick, worden momenteel nieuwbouwwoningen opgetrokken. Een ander woongebouw uit deze periode was de flat Eendracht 2000 aan de Hengelosestraat, opgeleverd in 1977.
Deze woontoren van twaalf verdiepingen werd in 2004 volledig gestript tot casco en verhoogd, waardoor het gebouw niet meer oogt als een woontoren uit de jaren zeventig. De grootschalige ingrepen in de Molenstraat waren geen onderdeel van één stedenbouwkundige visie voor het hele gebied. Dit soort plannen waren er wel, bijvoorbeeld het ‘Cityplan’ van de architectengroep E-’68. In dit – niet uitgevoerde – plan zou de Molenstraat volledig worden rechtgetrokken en onderdeel worden van een vierkante ringweg. De bestaande bebouwing zou volledig worden gesloopt om plaats te maken voor een wand van STEENHUISMEURS
39
Krantentenartikel uit Tubantia van 19 november 1971 waarin de sloop van villa Kleiboer wordt aangekondigd. [SAE] Verbreding kruising en spooroverang, met boven villa Kleiboer, aangeduid als ‘pension’, 1965. [SAE]
40 MOLENSTRAAT HENGELOSESTRAAT, ENSCHEDE
Sloop oude fabriekscomplex Hardick aan de Niermansgang, 1978. [SAE] Machinefabriek Bruningmeyerin 1978, gesloopt in 2018. [SAE]
Geveltekening van wooncomplex ’t Hardick, 1977. [SAE] Wooncomplex ’t Hardick op de hoek van de Niermansgang en de Molenstraat.
kantoorgebouwen tussen de Molenstraat en het spoor.33 SCHAALSPRONG EN STADSREPARATIE De Molenstraat had vanaf het begin van de twintigste eeuw een bescheiden dienstencentrum, maar de industrie bleef beeldbepalend. Nu kwam hier verandering. Lege plekken werden opgevuld met grote kantoor- en woongebouwen. De gebouwen van textielfabrikant Menko werden gesloopt voor de bouw van een nieuw kantoor van de Dienst Openbare Werken en Volkshuisvesting in 1982. Dit gebouw genaamd ‘de Noordmolen’ was een ontwerp van de Ingenieurs Architecten Associatie en werd pal naast een het rijtje herenhuizen uit 1905 (Molenstraat 30-36) gesitueerd. De bouwhausse zette zich voort in de jaren negentig, met de bouw van de nieuwe kantoren van de Belastingdienst (1996 en 2002) aan de Brandweerstraat. In 2001 werd kwam het nieuwe Stadskantoor tot stand aan de Hengelosestraat naar een ontwerp van de Architecten Cie. Deze kolossale gebouwen luidden een flinke schaalsprong in. Tegelijkertijd kwam er begin jaren negentig ook meer aandacht voor de waarde van het cultureel erfgoed, met onder meer het Monumenten Inventarisatie Project (MIP) als aanjager. In het MIP werden onder meer de overgebleven villa’s aan de Molenstraat en Hengelosestraat als waardevol aangewezen, waarna de gemeente besloot deze gebouwen te restaureren. Tegenwoordig staat dit rijtje villa’s enigszins wezensvreemd tussen de kantoorkolossen.
Aan de Hengelosestraat vinden we een interessante stadsreparatie: een nieuwbouwvilla aan de Hengelosestraat 48 uit 2004. Deze postmoderne villa verwijst met de timpaan, dakvorm en pilasters duidelijk naar ‘Zorgvlied’, een dependance van het voormalige stadhuis van Lonneker die op deze plaats stond.
STEENHUISMEURS
41
Flat ‘De Eendracht 2000’ tegenover garage Kokkeler, Hengelosestraat, 1979-1981. Deze flat werd in 2004 gestript en gerenoveerd. [SAE] Het Cityplan van de architectengroep E-’68. In dit plan zou de Molenstraat volledig worden rechtgetrokken en onderdeel van een vierkante ringweg. Dit plan werd niet uitgevoerd. [Tubantia, 4 april 1971]
42 MOLENSTRAAT HENGELOSESTRAAT, ENSCHEDE
Het stadskantoor in aanbouw tussen de Hengelosestraat en het Stationsplein, 2000. [SAE]
∕
Ontwerptekeningen voor de Dienst Openbare Werken en Volkshuisvesting (‘de Noordmolen’). [SAE]
Bouwterrein waar de Noordmolen gebouwd wordt, eind jaren zeventig. [SAE]
∕
Voor en na: het gesloopte Zorgvlied [SAE] en de nieuwbouwvilla uit 2004.
STEENHUISMEURS
43
TIJDLIJN Legenda: Episode 1 Episode 2 Episode 3 Episode 4 Episode 5 Episode 6
1830: Belgische onafhankelijkheid 1862 Grote stadsbrand van Enschede
1325: Enschede krijgt stadsrechten
1300 1400 1500
1600
1728: Octrooi bombazijn
1700
1750
1800 1768: Joodse begraafplaats aan de Molenstraat
1865 Opening station Staatsspoorwegen
1810
1820
1830
1840
1850
1855 Opening stoomweverij Stroink & Zonen 1833 Oprichting Enschedesche Katoenspinnerij (EKS) ’n Grooten Stoom 1829: Boerenbegraafplaats Lonneker
44 MOLENSTRAAT HENGELOSESTRAAT, ENSCHEDE
1860
1870
1884 Grenswijziging Lonneker en Enschede 1885 Opening station Noord 1934 Annexatie Lonneker 1901 Woningwet 1949 Wederopbouwplan van W. de Bruyn en J. B. baron van Asbeck
1907 Uitbreidingsplan van A.H. op ten Noort
1951 Opening nieuw station
1890
1900
1879 Stoomspinnerij van Heek & Co aan de Parallelweg
1910
1920
1930
1940
1950
1938 Opening Prinsessetunnel
1960
1970
1980
1990
1967 Faillissement van Heek & Co
2000
2010 2001 Opening nieuw stadskantoor
STEENHUISMEURS
45
2
PALETKAART EN KERNWAARDEN
48 MOLENSTRAAT HENGELOSESTRAAT, ENSCHEDE
KERNWAARDEN MIDDELEEUWSE VERBINDINGSROUTES MET MARKANTE HOEKEN Het oudste erfgoed aan de Molenstraat en de Hengelosestraat zijn de straten zelf. Ze werden al als veldweg ingetekend op de zestiende-eeuwse stadsplattegrond van Jacob van Deventer. Hoewel het tracé van de wegen meerdere malen is aangepast, verbreed en deels rechtgetrokken, herinnert het slingerende verloop van de straat nog altijd aan deze geschiedenis. De bebouwing langs de Molenstraat en de Hengeloseweg is zelden kaarsrecht maar voegt zich naar deze rooilijn. We zien interessante hoekoplossingen en geknikte gevels, zoals bij het Rijksbelastingkantoor, de brandweerkazerne, het woongebouw op de hoek van de Deurningerstraat en het voormalige gebouw van de Dienst Gemeentewerken aan de Molenstraat 25. Bij nieuwe ontwikkelingen is het wenselijk dat er zuinig met deze markante hoeken en geknikte gevels wordt omgesprongen. Tegelijkertijd biedt deze kernwaarde ook concrete aanknopingspunten voor nieuwe gebouwen. Accentueer de slingerende rooilijnen en vermijd lange, kaarsrechte gevels. LEVENDIGE BUURT MET VEELZIJDIG GEBRUIK Hoewel het gebied vaak is veranderd, is er één constante factor: het multifunctionele gebruik. Van oudsher werd hier gewoond en gewerkt en daar kwam met de industriële revolutie geen verandering in.
Inmiddels heeft het gebied rondom de Molenstraat zich ontwikkeld tot dienstencentrum met tal van gemeentelijke functies. Tegelijkertijd wordt er gewoond, eerst in herenhuizen en villa’s, nu in appartementen en grondgebonden woningen. Deze rode draad kan doorgetrokken worden naar de toekomst. Zet in op verschillende functies, denk aan wonen voor verschillende doelgroepen en grote én kleine bedrijven
naast gemeentelijke diensten. Voorkom dat het gebied verwordt tot een zielloos kantorenpark. Door in te zetten op een levendige mix, kan de gemeente de bezieling van dit gebied behouden. SCHAALSPRONGEN EN PATCHWORK STEDENBOUW Het is opvallend dat de Molenstraat en omgeving in uitbreidingsplannen vaak min of meer buiten beschouwing werd gelaten. In de twintigste-eeuwse uitbreidingsplannen werd de blik vooral gericht op het terrein achter de Molenstraat waar Enschede kansen zag om nieuwe woonwijken te stichten. Door de jaren heen is veel ad hoc gesloopt en gebouwd, maar een aantal oudere gebouwen heeft standgehouden. Vanaf de jaren zeventig sloeg de stadsvernieuwing toe, waardoor veel is gesloopt, maar ook grote contrasten ontstonden. Kantoorkolossen werden vlak naast herenhuizen en villa’s geplaatst, zonder zachte overgang. Zo staat aan de Molenstraat 12 een smal en ragfijn gedetailleerd winkelpandje uit het begin van de twintigste eeuw, ingeklemd tussen moderne monolithische bebouwing. Elke periode heeft sporen in het gebied achtergelaten. Een aanbeveling is om bij nieuwe ontwikkelingen in te zeten op het behoud van deze historische gelaagdheid, en daarbij de naoorlogse laag niet uit het oog te verliezen.
HUIZEN WORDEN KANTOREN, FABRIEKEN WORDEN WONINGEN Voor de naoorlogse stadsvernieuwing werden de verschillende functies in het gebied op een eenduidige manier vormgegeven door middel van een villatypologie. Zo had het gemeentehuis van Lonneker het voorkomen van een villa, maar ook het kantongerecht en het oude kantoor van de Dienst Gemeentewerken. Na de oorlog
vond al snel een schaalvergroting plaats, waarmee afscheid werd genomen van deze typologie. Wel kregen de villa’s van textielbaronnen veelal een nieuw leven als kantoor. Tijdens dit onderzoek vonden we tal van verbouwingen waarbij woningen kantoren werden, maar ook omgekeerd. Een fraai voorbeeld van vroege herbestemming is het complex van Van Heek & Co, dat een nieuw leven kreeg als appartementengebouw. Enschede is een van de eerste gemeenten die aan de slag ging met het herbestemmen van industrieel erfgoed. Koester deze traditie en zoek oplossingen voor nieuwe problemen in bestaande gebouwen, of in niet voor de hand liggende typologieën. ONDERNEMERSCHAP EN SLOOPDRIFT Het gebied rondom de Molenstraat en de Hengelosestraat is exemplarisch voor de ondernemersmentaliteit die kenmerkend is voor Enschede. Daarbij ligt de nadruk op vooruitgang en een stad die zich continu opnieuw moet uitvinden, na stadsbranden, bombardementen en de teloorgang van de textielindustrie. Ondernemers bouwden hun fabrieken en hun huizen langs de spoorlijn en op het moment dat de machines en/of de gebouwen waren verouderd, werd het geheel zonder pardon vervangen. Wat opvalt is dat deze mentaliteit nog doorwerkt tot op de dag van vandaag. De sloophamer is in de Molenstraat en de Hengelosestraat vlijtig ter hand genomen om zo de vooruitgang ruim baan te bieden.
Voor toekomstige ontwikkelingen is bewustwording van dit soort processen zinvol. Juist door in te zetten op een ontwikkeling mét behoud van het karakter, kan meerwaarde aan dit bijzondere stukje Enschede worden toegevoegd.
STEENHUISMEURS
49