CConstaterende datenschede
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2. Was-wordt lijst verordening

Raadsvergadering 31 maart 2025, gemeente enschedeBij agendapunt: Verordening leerlingenvervoer4.820 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

AANPASSINGEN VERORDENING LEERLINGENVERVOER GEMEENTE ENSCHEDE 2025

Tabel 1 Was-wordt; veranderingen t.o.v. modelverordening 2024 Locatie Artikel 1. Definities Aanvraag (nieuw) Artikel 1. Definities Afstand

Model Verordening leerlingenvervoer (nieuw model, 23 april 2024)

Artikel 1. Definities Buitenschoolse opvang (verwijderd) Artikel 1. Definities Deskundige

buitenschoolse opvang: de buitenschoolse opvang, bedoeld in artikel 1.1, van de Wet kinderopvang, van de leerling waar de leerling voor of na afloop van de lestijd op school verblijft; deskundige: onafhankelijk medisch, psychiatrisch, psychologisch, pedagogisch of verkeerskundig deskundige.

Artikel 1. Definities Leerling met een beperking

gehandicapte leerling: een leerling, die door een lichamelijke, verstandelijke, zintuiglijke of psychische handicap niet, of niet zelfstandig van het openbaar vervoer gebruik kan maken;

Artikel 1. Definities Openbaar vervoer Artikel 1. Definities Tussenvoorziening (nieuw)

Artikel 7. Besluit Lid 4 (nieuw)

afstand: afstand, overeenkomstig artikel 4, zesde lid, van de Wet op het primair onderwijs, artikel 8.29, vierde lid, van de Wet voortgezet onderwijs 2020 en artikel 4, vijfde lid, van de Wet op de expertisecentra, gemeten met de routeplanner langs de kortste voor de leerling voldoende begaanbare en veilige weg.

openbaar vervoer: personenvervoer dat openbaar toegankelijk is en waarvan iedereen al dan niet tegen betaling gebruik kan maken.

Verordening leerlingenvervoer gemeente Enschede 2025 aanvraag: een volledig ingevuld aanvraagformulier leerlingenvervoer gemeente Enschede met alle informatie en bijlagen die noodzakelijk zijn; afstand: afstand, overeenkomstig artikel 4, zesde lid, van de Wet op het primair onderwijs, artikel 8.29, vierde lid, van de Wet voortgezet onderwijs 2020 en artikel 4, vijfde lid, van de Wet op de expertisecentra, gemeten met de routeplanner langs de kortste voor de leerling voldoende begaanbare en veilige weg. De routeplanner die gebruikt wordt staat opgenomen in de beleidsregels;

deskundige: onafhankelijk medisch, psychiatrisch, psychologisch, pedagogisch of verkeerskundig deskundige. Indien van toepassing kan de school ook aangemerkt worden als deskundige. leerling met een beperking: een leerling als bedoeld in dit artikel, die door een structurele lichamelijke, verstandelijke, zintuiglijke of psychische beperking niet, of niet zelfstandig van het openbaar vervoer of de fiets gebruik kan maken; De term gehandicapte leerling is in het verdere document vervangen voor leerling met een beperking. openbaar vervoer: personenvervoer dat openbaar toegankelijk is en waarvan iedereen al dan niet tegen betaling gebruik kan maken dan wel door de gemeente georganiseerd vervoer per grote schoolbus voor speciaal basisonderwijs leerlingen, waarbij de school deze laatstgenoemde vorm van vervoer heeft geadviseerd; tussenvoorziening: een locatie behorend bij een school(bestuur) of een samenwerkingsverband waar voortijdig schooluitval van een leerling wordt voorkomen, maar deze locatie valt formeel niet binnen de beleidscategorieën voor een school als bedoeld in de Wet op het primair onderwijs, Wet op het voortgezet onderwijs en Wet op de expertisecentra. Een samenwerkingsverband is verantwoordelijk voor de inrichting van deze locatie(s); 7.4 Het college kan ten behoeve van de uitvoering van deze verordening nadere regels stellen.

Artikel 8. Algemene bepalingen Lid 2

8.2 Ten behoeve van het schoolbezoek van een leerling die zijn woning heeft in de gemeente, kent het college aan de ouders of de meerderjarige leerling op aanvraag een vervoersvoorziening toe met inachtneming van het bepaalde in deze verordening. Hierbij vormt de goedkoopst passende vervoersvoorziening het uitgangspunt.

Artikel 9. Afwijzingsgronden Lid 1.

9.1 Geen vervoersvoorziening wordt toegekend als de afstand van de woning tot de dichtstbijzijnde toegankelijke school kleiner is dan [(6)] km. Deze grens geldt niet voor gehandicapte leerlingen.

Artikel 11. Aanwijzing opstapplaats Lid 1. Artikel 11. Aanwijzing opstapplaats Lid 3. Artikel 12. Vervoersvoorziening naar de dichtstbijzijnde toegankelijke school Lid 2. (nieuw) Artikel 16. Vervoersvoorziening naar stageadres Lid 1. Artikel 16. Vervoersvoorziening naar stageadres Lid 3. (verwijderd) Lid 4. (verwijderd)

11.1 Het college kan bij het verstrekken van aangepast vervoer een opstapplaats aanwijzen van waaruit de leerling gebruik maakt van het aangepast vervoer.

Artikel 17. Vervoer tussen de

17.1 Als er al aanspraak bestaat op een vervoersvoorziening van de woning [of de opstapplaats] naar een school en terug kan op verzoek een vervoersvoorziening

11.3 De ouders dragen er zorg voor dat de leerling de opstapplaats wordt begeleid als dit noodzakelijk is.

8.2 Ten behoeve van het schoolbezoek van een leerling die zijn woning heeft in de gemeente, kent het college aan de ouders of de meerderjarige en handelingsbekwame leerling op aanvraag een vervoersvoorziening toe met inachtneming van het bepaalde in deze verordening. Hierbij vormt de goedkoopst passende vervoersvoorziening het uitgangspunt. De term meerderjarige leerling is in het verdere document waar van toepassing vervangen voor meerderjarige en handelingsbekwame leerling. 9.1 Geen vervoersvoorziening wordt toegekend als de afstand van de woning tot de dichtstbijzijnde toegankelijke school kleiner is dan: a. 6 km voor basisonderwijs als bedoeld in de Wet op het primair onderwijs; b. 3 km voor speciaal basisonderwijs als bedoeld in de Wet op het primair onderwijs; of c. 3 km voor speciaal onderwijs. 11.1. Het college kan bij het verstrekken van aangepast vervoer een opstapplaats aanwijzen van waaruit de leerling gebruik maakt van het aangepast vervoer. Dit is ook de uitstapplaats voor de terugrit. 11.3 De ouders dragen er zorg voor dat de leerling naar op, en terug van de opstapplaats wordt begeleid als dit noodzakelijk is. 12.2 Onverminderd het bepaalde in het eerste lid, ontstaat niet eerder een aanspraak op een vervoersvoorziening dan dat de ouders of de meerderjarige en handelingsbekwame leerling de keuze voor de toegankelijke school schriftelijk hebben gemeld.

16.1 Als er aanspraak bestaat op een vervoersvoorziening naar school kan op verzoek een vervoersvoorziening worden toegekend voor het vervoer naar een stageadres. Hiervoor wordt een afzonderlijke aanvraag ingediend. 16.3 De in het tweede lid, onder b, genoemde voorwaarde is niet van toepassing als kan worden aangetoond dat dit niet mogelijk is.] 16.4 De in het tweede lid, onder d, genoemde voorwaarde is niet van toepassing als kan worden aangetoond dat dit niet mogelijk is. In dat geval kan het stageadres gelegen zijn binnen een door het college te bepalen maximaal aantal kilometers van de woning[ dan wel de opstapplaats] of de school.

16.1 Als er al aanspraak bestaat op een vervoersvoorziening naar school kan op verzoek een vervoersvoorziening worden toegekend voor het vervoer naar een stageadres. Hiervoor kan school contact met het leerlingenvervoer opnemen.

buitenschoolse opvang en de school (vervallen)

worden toegekend voor het vervoer van de buitenschoolse opvang naar de school of terug. 17.2 De vervoersvoorziening van de buitenschoolse opvang naar de school of terug wordt alleen verstrekt als de kosten voor de gemeente vergelijkbaar zijn met de kosten voor het vervoer van de woning naar de school en terug. 17.3 In afwijking van het tweede lid kan de vervoersvoorziening van de buitenschoolse opvang naar de school of terug ook worden toegekend als de ouders van de leerling de meerkosten zelf betalen.]

Artikel 19. Vervoersvergoeding voor de leerling Lid 1. Lid 2. Lid 3. Lid 4. (nieuw) Lid 5. (nieuw)

19.1 Het college bepaalt de hoogte van de te verstrekken vervoersvoorziening in de vorm van een vervoersvergoeding op basis van de kosten van het openbaar vervoer en houdt daarbij rekening met de kortingen die voor de leerling binnen het systeem kunnen gelden. 19.2 Als aanspraak bestaat op een vergoeding zoals bedoeld in het eerste lid en de leerling naar het oordeel van het college, al dan niet onder begeleiding, gebruik kan maken van het vervoer per fiets, verstrekt het college de ouders de vergoeding op basis van de kosten van het vervoer per fiets. 19.3 De kilometervergoeding voor het afleggen van de afstand per fiets bedraagt [… (vast te stellen door de gemeente)].

Artikel 20. Vervoersvergoeding voor de begeleider Lid 5 (nieuw) Artikel 22. Aangepast vervoer Lid 2. (nieuw)

19.1 Als voldaan is aan de afstandsgrens genoemd in artikel 9, eerste lid, verstrekt het college een vervoersvoorziening in de vorm van een vervoersvergoeding op basis van de kosten van het openbaar vervoer en houdt daarbij rekening met de kortingen die voor de leerling binnen het systeem kunnen gelden. 19.2 Als aanspraak bestaat op een vergoeding zoals bedoeld in het eerste lid en de leerling naar het oordeel van het college, al dan niet onder begeleiding, gebruik kan maken van het vervoer per fiets, verstrekt het college de ouders de vergoeding op basis van de kosten van het vervoer per fiets. 19.3 De kilometervergoeding voor het afleggen van de afstand per fiets is nader beschreven in de beleidsregels ‘leerlingenvervoer’. 19.4 Indien aanspraak bestaat op vergoeding zoals bedoeld in het eerste en tweede lid biedt het college, indien door het speciaal basisonderwijs vervoer per grote schoolbus wordt geadviseerd, deze vorm van vervoer aan voor de leerlingen van groep 1 tot en met groep 7 in het speciaal basisonderwijs. 19.5 Als voldaan is aan de afstandgrens genoemd in artikel 9, eerste lid, kan het college aan de ouders van de leerling die een school voor het voortgezet speciaal onderwijs bezoekt, een vergoeding in de vorm van een abonnement voor het openbaar vervoer verstrekken.

Dit is inkomensafhankelijk en voor ouder(s) met een inkomen tot 120% van de geldende bijstandsnorm. Dit is nader beschreven in de beleidsregels ‘leerlingenvervoer’ – regeling ‘zelfstandig reizen’. 20.5 Als begeleiding in het vervoer vereist is, vergoedt het college geen andere kosten dan de vervoerskosten die verbonden zijn aan de begeleiding van de leerling in het vervoer. 22.2 Bij de inzet van aangepast vervoer is het uitgangspunt, dat leerlingen gecombineerd met andere leerlingen worden vervoerd in een touringcar, taxibusje of personenauto. Slechts in zeer uitzonderlijke gevallen kan het voorkomen dat een leerling tijdelijk individueel vervoerd moet worden, omdat de leerling niet samen met andere leerlingen kan worden vervoerd. Dit is individueel vervoer. Als dit type vervoer noodzakelijk is, dienen ouders dit aan te tonen en wordt dit toegestaan op basis van een deskundig onafhankelijk onderzoek. Individueel vervoer wordt in beginsel

Artikel 25. Draagkrachtafhankelij ke bijdrage Lid 2. Artikel 27. Beëindiging, opschorting, herziening, intrekking en terugvordering van de vervoersvoorziening Lid 1.

25.2 De hoogte van het bedrag wordt berekend per gezin en is afhankelijk van de hoogte van het inkomen van de ouders. De bedragen van de eigen bijdrage per gezin per jaar per inkomenscategorie bedragen: [(inkomenscategorieën en bedragen)] 27.1 Het college kan een besluit tot toekenning van een vervoersvoorziening beëindigen, , opschorten, herzien of intrekken, als het vaststelt dat: a. niet of niet meer is of wordt voldaan aan de voorwaarden en verplichtingen gesteld bij deze verordening; b. beschikt is op grond van gegevens waarvan gebleken is dat die gegevens zodanig onjuist waren dat, waren de juiste gegevens bekend geweest, een ander besluit zou zijn genomen; c. de verstrekte vervoersvoorziening naar het oordeel van het college niet meer de meest passende vervoersvoorziening is; d. ouders weigeren het drempelbedrag bedoeld in artikel 24 te betalen of nalatig zijn in het betalen ervan; e. ouders weigeren de draagkrachtafhankelijke eigen bijdrage bedoeld in artikel 25 te betalen of nalatig zijn in het betalen ervan; f. sprake is van onaanvaardbaar gedrag door de leerling gedurende het verblijf in het aangepast vervoer; of g. het vervoeren van de leerling leidt tot een onveilige situatie voor de leerling zelf, andere reisgenoten of de chauffeur in het aangepast vervoer.

Toelichting – Algemeen Doelstelling (nieuw)

Toelichting – Artikel 1. Definities Afstand

De afstand dient consequent te worden gemeten. Er wordt voor elke afstand eenzelfde, professionele routeplanner gehanteerd. De route hoeft overigens niet in alle gevallen toegankelijk te zijn voor gemotoriseerd verkeer. Ook kan de route – en daarmee de afstand – op de heenweg verschillen van die van de terugweg.

toegekend voor de duur van maximaal drie maanden. Bij een eventuele verlenging wordt opnieuw een belangenafweging gemaakt. Voor een vergoeding van de kosten van het individuele vervoer moet voldaan worden aan alle onderstaande drie voorwaarden. a. Er is een medische noodzaak. b. En het individueel vervoer is niet te voorkomen door begeleiding mee te laten gaan in het gecombineerde vervoer. c. En de leerling wordt de rest van de dag individueel begeleid. 25.2 De hoogte van het bedrag wordt berekend per gezin en is afhankelijk van de hoogte van het inkomen van de ouders. De bedragen van de eigen bijdrage per gezin per jaar per inkomenscategorie is nader beschreven in het Financieel besluit leerlingenvervoer gemeente Enschede. 27.1 Het college kan een besluit tot toekenning van een vervoersvoorziening beëindigen, , opschorten, herzien of intrekken, als het vaststelt dat: a. niet of niet meer is of wordt voldaan aan de voorwaarden en verplichtingen gesteld bij deze verordening; b. beschikt is op grond van gegevens waarvan gebleken is dat die gegevens zodanig onjuist waren dat, waren de juiste gegevens bekend geweest, een ander besluit zou zijn genomen; c. de verstrekte vervoersvoorziening naar het oordeel van het college niet meer de meest passende vervoersvoorziening is; d. ouders weigeren het drempelbedrag bedoeld in artikel 24 te betalen of nalatig zijn in het betalen ervan; e.

ouders weigeren de draagkrachtafhankelijke eigen bijdrage bedoeld in artikel 25 te betalen of nalatig zijn in het betalen ervan; f. sprake is van onaanvaardbaar gedrag door de leerling gedurende het verblijf in het aangepast vervoer; of g. het vervoeren van de leerling leidt tot een onveilige situatie voor de leerling zelf, andere reisgenoten of de chauffeur in het aangepast vervoer. Het college deelt het besluit schriftelijk mee aan de ouders of de meerderjarige en handelingsbekwame leerling. Doelstelling Deze verordening heeft tot doel, op basis van een beoordeling, een gehele of gedeeltelijke vergoeding toe te kennen aan de ouders voor het goedkoopst passend vervoer van de leerling van de woning, dan wel de opstapplaats, naar de dichtstbijzijnde toegankelijke school voor de leerling. Met inachtneming van het bepaalde in deze verordening. Dit is op grond van in de verordening bepaalde criteria en op basis van een onderzoek naar de individuele situatie van de leerling. De afstand dient consequent te worden gemeten. Er wordt voor elke afstand eenzelfde, professionele routeplanner gehanteerd. De route hoeft trouwens niet in alle gevallen toegankelijk te zijn voor gemotoriseerd verkeer. Ook kan de route – en daarmee de

afstand – op de heenweg verschillen van die van de terugweg. In de beleidsregels is de berekening van de afstand gespecificeerd. Toelichting – Artikel 1. Definities Buitenschoolse opvang (verwijderd)

Toelichting – Artikel 1. Definities Deskundige

Toelichting – Artikel 1. Definities Leerling met een beperking

Toelichting – Artikel 1. Definities Openbaar vervoer

Buitenschoolse opvang De wet spreekt alleen van het vervoer tussen de woning en de school. Er wordt geen rekening gehouden met de mogelijkheid dat de leerling vóór aanvang en/of na afloop van de schooldag elders wordt opgevangen. Met het toevoegen van de buitenschoolse opvang als locatie voorziet de verordening in een mogelijkheid voor het toekennen van een vervoersvoorziening in deze situatie. In de definitie wordt aangesloten bij de wettelijke definitie uit de Wet kinderopvang. Een deskundige beschikt over specifieke expertise op basis van zijn opleiding of functie. Dit kan een arts, psychiater of psycholoog zijn, die inzicht kan geven in de mate waarin de leerling door een handicap is beperkt, maar ook bijvoorbeeld een politiefunctionaris die als verkeersdeskundige kan beoordelen of een route voldoende begaanbaar en veilig is.

Een deskundige beschikt over specifieke expertise op basis van zijn opleiding of functie. Dit kan een arts, psychiater of psycholoog zijn, die inzicht kan geven in de mate waarin de leerling door een beperking is beperkt, maar ook bijvoorbeeld een politiefunctionaris die als verkeersdeskundige kan beoordelen of een route voldoende begaanbaar en veilig is. Indien van toepassing kan de school ook aangemerkt worden als deskundige.

Gehandicapte leerling Een leerling die door een lichamelijke, verstandelijke, zintuiglijke of psychische handicap niet of niet zelfstandig van het openbaar vervoer gebruik kan maken, wordt aangemerkt als een gehandicapte leerling in de zin van de Verordening leerlingenvervoer. ‘Centraal staat het feit dat de leerling vanwege een handicap niet in staat is om zelfstandig naar school te reizen, de aard van de handicap is daarbij ondergeschikt’ (Kamerstukken II 2013/14, 34 022, nr. 3, p. 5).

Leerling met een beperking Een leerling die door een structurele lichamelijke, verstandelijke, zintuiglijke of psychische beperking niet of niet zelfstandig van het openbaar vervoer of de fiets gebruik kan maken, wordt aangemerkt als een leerling met een beperking in de zin van de Verordening. ‘Centraal staat het feit dat de leerling vanwege een beperking niet in staat is om zelfstandig naar school te reizen, de aard van de beperking is daarbij ondergeschikt’ (Kamerstukken II 2013/14, 34 022, nr. 3, p. 5).

Wanneer een leerling, ondanks zijn handicap wél zelf kan reizen met het openbaar vervoer, is deze in de zin van de Verordening leerlingenvervoer géén gehandicapte leerling. De beperking die de leerling door de handicap ervaart moet structureel van aard zijn, in ieder geval langer dan drie maanden duren. Wanneer de beperking met medicijnen te verbeteren is, is er geen sprake van een beperking in de zin van deze verordening. Van een beperking in deze verordening is dus alleen sprake wanneer deze structureel en niet behandelbaar is.

Wanneer een leerling, ondanks zijn beperking wél zelf kan reizen met het openbaar vervoer, is deze in de zin van de Verordening géén leerling met een beperking. De beperking die de leerling door de beperking ervaart moet structureel van aard zijn, in ieder geval langer dan drie maanden duren. Wanneer de beperking met medicijnen te verbeteren is, is er geen sprake van een beperking in de zin van deze verordening. Van een beperking in deze verordening is dus alleen sprake wanneer deze structureel en niet behandelbaar is.

Het openbaar vervoer is ruim gedefinieerd. Het gaat niet alleen om voor een ieder openstaand personenvervoer volgens een dienstregeling. Ook een voor een ieder openstaande regiotaxi of belbus, die op afroep rijdt, wordt in het kader van deze verordening als een vorm van openbaar vervoer beschouwd. De definitie in deze verordening is daarmee ruimer dan de definitie van openbaar vervoer in artikel 1, Wet personenvervoer 2000.

In de modelverordening leerlingenvervoer 2024 wordt de term gehandicapte leerling gebruikt. Deze term is in deze verordening vervangen door de term leerling met een beperking. Het openbaar vervoer is ruim gedefinieerd. Het gaat niet alleen om voor een ieder openstaand personenvervoer volgens een dienstregeling. Ook een voor een ieder openstaande regiotaxi of belbus, die op afroep rijdt, wordt in het kader van deze verordening als een vorm van openbaar vervoer beschouwd. De definitie in deze verordening is daarmee ruimer dan de definitie van openbaar vervoer in artikel 1, Wet personenvervoer 2000.

Toelichting – Artikel 1. Definities Opstapplaats

Eén van de mogelijkheden om het vervoer efficiënter en daardoor goedkoper te organiseren, is het instellen van centrale opstapplaatsen, van waar de leerlingen met de taxi of bus worden vervoerd. Met een dergelijk systeem worden de leerlingen niet thuis voor de deur opgehaald, maar dienen zij zich, al dan niet onder begeleiding van de ouders, te begeven naar de door het college aangewezen opstapplaats.

Toelichting – Artikel 1. Definities Tussenvoorziening – (nieuw)

Toelichting – Artikel 1. Definities Woning

Artikel 2. Aanvraag

Artikel 2. Aanvraag – (nieuw)

De definitie is uitgebreid met het vervoer met grote schoolbussen voor SBO-leerlingen tot en met groep 7, om leerlingen van SBO-scholen de mogelijkheid te geven van deze vorm van vervoer gebruik te maken. Eén van de mogelijkheden om het vervoer efficiënter en daardoor goedkoper te organiseren, is het instellen van centrale opstapplaatsen, van waar de leerlingen met de taxi of bus worden vervoerd. Met een dergelijk systeem worden de leerlingen niet thuis voor de deur opgehaald, maar dienen zij zich, al dan niet onder begeleiding van de ouders, te begeven naar de door het college aangewezen opstapplaats. Anderhalve kilometer naar de opstapplaats wordt als redelijke reisafstand gehanteerd. Tussenvoorziening Soms worden leerlingen door het samenwerkingsverband geplaatst in zogenoemde tussenvoorzieningen op basis van de Wet passend onderwijs. Deze tussenvoorzieningen zijn nodig om voortijdig schooluitval van de leerling te voorkomen. De feitelijke locatie van deze tussenvoorziening die door de leerling wordt bezocht kan worden aangemerkt als ‘school’.

Woning Onder ‘woning’ wordt verstaan: de plaats waar de leerling structureel en feitelijk verblijft. Hierbij is het niet relevant in welke gemeente de ouders en/of het kind staan ingeschreven. Deze plaats kan ook in meer dan één gemeente zijn (ABRvS 24 januari 2018, ECLI:NL:RVS:2018:249). Wanneer de leerling tijdelijk in een andere gemeente verblijft, bijvoorbeeld in verband met noodzakelijke opvang, moet een aanvraag voor een vervoersvoorziening bij die gemeente ingediend te worden. Vakantie van de ouders geldt overigens niet als reden voor noodzakelijke opvang van de leerling elders. Bij de aanvraag kunnen gegevens worden gevraagd. Onder gegevens moet ook worden verstaan eventuele toevoeging van verklaringen (bewijsstukken), bijvoorbeeld een medische verklaring, werkgeversverklaring, of een verklaring van de rijksinspecteur van de belasting. Huisartsen zijn hiervan uitgezonderd, omdat de Landelijke Huisartsen Vereniging in haar richtlijn heeft opgenomen, dat huisartsen deze verklaringen niet mogen verstrekken. Het schaadt mogelijk de relatie met de patiënt en daar werken huisartsen liever niet aan mee. Een advies is wel op te vragen bij de Gemeentelijke Gezondheidsdienst. Bij twijfel zal het college zelf een onafhankelijke deskundige moeten inschakelen.

In de beleidsregels ‘leerlingenvervoer’ is de werkwijze hiervoor beschreven. Woning Onder ‘woning’ wordt verstaan: de plaats waar de leerling structureel en feitelijk verblijft. Hierbij is het niet relevant in welke gemeente de ouders en/of het kind staan ingeschreven. Deze plaats kan ook in meer dan één gemeente zijn (ABRvS 24 januari 2018, ECLI:NL:RVS:2018:249). Wanneer de leerling tijdelijk in een andere gemeente verblijft, bijvoorbeeld in verband met noodzakelijke opvang, moet een aanvraag voor een vervoersvoorziening bij die gemeente ingediend te worden. Vakantie van de ouders geldt overigens niet als reden voor noodzakelijke opvang van de leerling elders. Bij de aanvraag kunnen gegevens worden gevraagd. Onder gegevens moet ook worden verstaan eventuele toevoeging van verklaringen (bewijsstukken), bijvoorbeeld een medische verklaring, werkgeversverklaring, of een verklaring van de rijksinspecteur van de belasting. Voor medische rapporten wordt een geldigheidsduur van twee jaar gehanteerd. Huisartsen zijn hiervan uitgezonderd, omdat de Landelijke Huisartsen Vereniging in haar richtlijn heeft opgenomen, dat huisartsen deze verklaringen niet mogen verstrekken. Het schaadt mogelijk de relatie met de patiënt en daar werken huisartsen liever niet aan mee. Een advies is wel op te vragen bij de Gemeentelijke Gezondheidsdienst.

Bij twijfel zal het college zelf een onafhankelijke deskundige moeten inschakelen. Bezwaar en beroep

Er kan bezwaar gemaakt worden tegen een besluit van het college, tegen het feit, dat het college te laat beslist en tegen het verdagen van een besluit. Dit moet wel op tijd worden ingediend, namelijk binnen zes weken nadat het besluit bekend is gemaakt. Als bovenstaande termijnen (acht weken en een eventuele verdaging van vier weken) overschreden worden, kunnen de aanvragers op basis van artikel 6:2 van de Awb daartegen bezwaar maken en beroep instellen. In dit geval is het bezwaar en beroep niet aan een termijn gebonden (artikel 6:12, eerste lid, van de Awb). Het bezwaar- of beroepschrift wordt niet-ontvankelijk verklaard indien het onredelijk laat is ingediend (artikel 6:12, derde lid, van de Awb). Artikel 11. Aanwijzing opstapplaats Lid 1.

Artikel 11. Aanwijzing opstapplaats Lid 3.

Om het vervoer efficiënter en daardoor goedkoper te organiseren, voorziet deze bepaling in een bevoegdheid aan het college om opstapplaatsen aan te wijzen, vanwaar leerlingen met de taxi of bus worden vervoerd. Met een dergelijk systeem worden de leerlingen niet thuis voor de deur opgehaald, maar moeten zij, al dan niet onder begeleiding, naar de door het college aangewezen opstapplaats, vanwaar zij worden opgehaald.

Om het vervoer efficiënter en daardoor goedkoper te organiseren, voorziet deze bepaling in een bevoegdheid aan het college om opstapplaatsen aan te wijzen, vanwaar leerlingen met de taxi of bus worden vervoerd. Met een dergelijk systeem worden de leerlingen niet thuis voor de deur opgehaald, maar moeten zij, al dan niet onder begeleiding, naar de door het college aangewezen opstapplaats, vanwaar zij worden opgehaald.

Het uitgangspunt is dat ouders zelf zorgdragen voor de voor de leerling noodzakelijke begeleiding. Wanneer het voor ouders onmogelijk is om de leerling naar de opstapplaats te (laten) begeleiden, dan wijst het college geen opstapplaats aan. Nu van ouders een redelijke mate van inzet verwacht mag worden zal hier niet snel sprake van zijn. Het is aan het college om te beoordelen of ouders voldoende hebben aangetoond dat het (laten) bieden van begeleiding naar en op de opstapplaats voor hen, door individuele omstandigheden, onmogelijk is.

Wanneer het vervoer niet goedkoper, maar zelfs duurder wordt, door het organiseren van opstapplaatsen, wijst het college geen opstapplaatsen aan. Het behaalt dan niet de efficiency, die het beoogt. Het uitgangspunt is dat ouders zelf zorgdragen voor de voor de leerling noodzakelijke begeleiding. Wanneer het voor ouders onmogelijk is om de leerling naar de opstapplaats te (laten) begeleiden, dan wijst het college geen opstapplaats aan. Nu van ouders een redelijke mate van inzet verwacht mag worden zal hier niet snel sprake van zijn. Het is aan het college om te beoordelen of ouders voldoende hebben aangetoond dat het (laten) bieden van begeleiding naar en op de opstapplaats voor hen, door individuele omstandigheden, onmogelijk is. Wanneer een verzoek om een tegemoetkoming van de vervoerskosten wordt ingediend, blijft de afstand tussen de woning en de school relevant; het instellen van opstapplaatsen verandert daar niets aan. Dit betekent dat ouders die op bijvoorbeeld zes kilometer van de school wonen terwijl de gemeente op drie kilometer afstand een opstapplaats heeft ingesteld, recht hebben op bekostiging van het vervoer (en eventueel begeleiding) over de resterende drie kilometer. Ook blijft het berekenen van de reistijd zoals dat nu geldt onverkort intact.

Met andere woorden: de tijdsduur die gemoeid is met het bereiken van de opstapplaats telt mee als reistijd als bedoeld in artikel 22, eerste lid, onder a.

Artikel 16. Vervoersvoorziening naar stageadres (verwijderd)

Aangezien stage in feite een verlenging van de schoolactiviteit is, moeten de dagen en tijden, waarvoor de vervoersvoorziening wordt verstrekt in beginsel overeenkomen met de reguliere schooltijden. Omdat dit in de praktijk lastig kan zijn, omdat stages vaak aansluiten op werktijden, bevat het derde lid een

Artikel 19. Vervoersvergoeding voor de leerling Lid 3. Lid 4. (nieuw) Lid 5. (nieuw)

Artikel 20. Vervoersvergoeding voor de begeleider Lid 4. Lid 5. (nieuw)

uitzonderingsmogelijkheid. Dit moet voorkomen dat leerlingen die geen passende stageplek binnen de reguliere schooltijden kunnen vinden hun opleiding niet kunnen afronden. Derde lid De hoogte van de vergoeding per fiets is gebaseerd op […].

Vierde lid Als de begeleider de leerling op de fiets begeleidt bedraagt de hoogde van de vergoeding […]. De hoogte van de vergoeding per fiets is gebaseerd op […].

Derde lid De hoogte van de vergoeding per fiets is nader beschreven in de beleidsregels leerlingenvervoer. Vierde lid Leerlingen die met de grote schoolbus naar speciaal basisonderwijs gaan, reizen als het ware met het openbaar vervoer als bedoeld in artikel 1 van de Verordening. Het kunnen reizen met de grote schoolbus wordt geadviseerd door de school en/of het samenwerkingsverband voor leerlingen van groep 1 tot en met groep 7. Voor een leerling in groep 8 is het uitgangspunt om met zelfstandig met het openbaar vervoer of de fiets te reizen. vijfde lid De modelverordening voorziet niet in vergoeding van het vervoer voor een leerling die zelfstandig naar het voortgezet speciaal onderwijs kan reizen met het openbaar vervoer. Zelfstandig (leren) reizen is belangrijk voor de zelfredzaamheid van een leerling voor in de toekomst. Het reizen met het openbaar vervoer kan (relatief) hoge kosten meebrengen. Daarom is er de mogelijkheid voor om ouder(s) met een inkomen tot 120% van de bijstandsnorm in aanmerking te komen voor de ‘regeling zelfstandig reizen’. Op basis hiervan kan een abonnement voor het openbaar vervoer verstrekt worden voor een leerling die zelfstandig kan reizen met het openbaar vervoer naar het voortgezet speciaal onderwijs. Dit is nader beschreven in de beleidsregels ‘leerlingenvervoer’.

Vierde lid De hoogte van de vergoeding voor iemand die een leerling op de fiets begeleidt is nader beschreven in de beleidsregels leerlingenvervoer. Vijfde lid Uit het onderzoek naar de zelfstandigste manier van reizen van de leerlingen kan naar voren komen, dat de leerling niet in staat is alleen met de fiets of het openbaar vervoer te reizen. Dit kan te maken hebben met de leeftijd van de leerling en/of de beperkingen, die de beperking van de leerling met zich mee brengt. In dat geval worden ook de vervoerskosten van de begeleider vergoed voor zover de begeleider met de leerling meereist. Soms is begeleiding in het aangepast vervoer noodzakelijk, bijvoorbeeld wanneer een leerling verzorging nodig heeft, of in het geval een leerling bepaald ongewenst gedrag vertoont. In dit geval worden eveneens alleen de kosten van het vervoer die aan deze begeleiding verbonden zijn vergoed. Ook kan de gemeente een plaats beschikbaar stellen in het aangepast vervoer. Salariskosten worden niet vergoed. Voor medische begeleiding tijdens het vervoer is de gemeente niet verantwoordelijk.

Artikel 24. Drempelbedrag

Artikel 4, zevende lid, van de Wpo stelt een afstand van zes kilometer als bovengrens. Deze afstand wordt in de Verordening leerlingenvervoer aangehouden.

Artikel 4, zevende lid, van de Wpo stelt een afstand van zes kilometer als bovengrens. Deze afstand wordt in de Verordening leerlingenvervoer aangehouden voor het basisonderwijs. Voor speciaal basisonderwijs en speciaal onderwijs wordt een afstand van 3 kilometer als bovengrens gehanteerd.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=enschede&id=c6e241b3-06b3-4381-a5a8-796c8731dabe