CConstaterende datenschede
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage_2_BP Ringwoningen Broekheurne-ring_Bijlagen toelichting

Raadsvergadering 18 juli 2023, gemeente enschedeBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan Ringwoningen Broekheurne-ring en wijziging Welstandsnota24.866 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Toetsing volgens BoToVa, module T.13-Beoordeling kwaliteit van grondwater volgens Wbb (Toetsversie 2.0.0, toetskader WBB, SIKB versie 13.3.0, toetsingsdatum: 29-12-2021 - 09:30)

Projectcode Projectnaam Monsteromschrijving Monstersoort Monster conclusie

20211017 20211017 Assinklanden te Enschede Assinklanden te Enschede 12-1-1 21-1-1 Grondwater (AS3000) Grondwater (AS3000) Overschrijding Interventiewaarde Overschrijding Streefwaarde

Analyse

Eenheid SR

METALEN barium cadmium kobalt koper kwik lood molybdeen nikkel zink

ug/l ug/l ug/l ug/l ug/l ug/l ug/l ug/l ug/l

87 87 >S 0.06 0.32 0.32 <=S 28 28 >S 0.10 <2 1.4 <=S <0.050.035<=S <2 1.4 <=S <2 1.4 <=S 24 24 >S 0.15 35 35 <=S -

26 26 <=S <0.2 0.14 <=S 2.5 2.5 <=S <2 1.4 <=S <0.050.035<=S <2 1.4 <=S <2 1.4 <=S 4.3 4.3 <=S 77 77 >S 0.02

VLUCHTIGE AROMATEN benzeen tolueen ethylbenzeen o-xyleen p- en m-xyleen xylenen (0.7 factor) styreen naftaleen

ug/l ug/l ug/l ug/l ug/l ug/l ug/l ug/l

<0.2 0.14 <=S <0.2 0.14 <=S <0.2 0.14 <=S <0.1 0.07 <0.2 0.14 0.21 0.21 <=S <0.2 0.14 <=S <0.020.014<=S

-

<0.2 0.14 <=S <0.2 0.14 <=S <0.2 0.14 <=S <0.1 0.07 <0.2 0.14 0.21 0.21 <=S <0.2 0.14 <=S <0.020.014<=S

-

<0.2 0.14 <=S <0.2 0.14 <=S <0.1 0.07 <=S <0.1 0.07 <0.1 0.07 -

-

<0.2 0.14 <=S <0.2 0.14 <=S <0.1 0.07 <=S <0.1 0.07 <0.1 0.07 -

-

0.14 0.14 <=S <0.2 0.14 <=S <0.2 0.14 <0.2 0.14 <0.2 0.14 0.42 0.42 <=S <0.1 0.07 <=S <0.1 0.07 <=S <0.1 0.07 <=S <0.1 0.07 <=S <0.2 0.14 <=S <0.2 0.14 <=S <0.2 0.14 <=S <0.2 0.14 ---

-

0.14 0.14 <=S <0.2 0.14 <=S <0.2 0.14 <0.2 0.14 <0.2 0.14 0.42 0.42 <=S <0.1 0.07 <=S <0.1 0.07 <=S <0.1 0.07 <=S <0.1 0.07 <=S <0.2 0.14 <=S <0.2 0.14 <=S <0.2 0.14 <=S <0.2 0.14 ---

-

17.5 -17.5 -17.5 -17.5 -35 <=S

-

GEHALOGENEERDE KOOLWATERSTOFFEN 1,1-dichloorethaan ug/l 1,2-dichloorethaan ug/l 1,1-dichlooretheen ug/l cis-1,2-dichlooretheen ug/l trans-1,2-dichlooretheen ug/l som (cis,trans) 1,2- dichloorethenen (0.7 factor) ug/l dichloormethaan ug/l 1,1-dichloorpropaan ug/l 1,2-dichloorpropaan ug/l 1,3-dichloorpropaan ug/l som dichloorpropanen (0.7 factor) ug/l tetrachlooretheen ug/l tetrachloormethaan ug/l 1,1,1-trichloorethaan ug/l 1,1,2-trichloorethaan ug/l trichlooretheen ug/l chloroform ug/l vinylchloride ug/l tribroommethaan ug/l MINERALE OLIE fractie C10-C12 fractie C12-C22 fractie C22-C30 fractie C30-C40 totaal olie C10 - C40

ug/l ug/l ug/l ug/l ug/l

ADDITIONELE TOETSPARAMETERS 13592695-001 som 16 aromatische oplosmiddelen (Bbk, 1-1-2008) som 10 polyaromatische koolwaterstoffen (VROM) 13592695-002 som 16 aromatische oplosmiddelen (Bbk, 1-1-2008) som 10 polyaromatische koolwaterstoffen (VROM)

Monstercode 13592695-001 13592695-002

Monsteromschrijving 12-1-1 12 (400-500) 21-1-1 21 (250-350)

BT

BC BI

SR

-

-

<25 17.5 -380 380 -2200 2200 -320 320 -2900 2900 >I 5.18

<25 <25 <25 <25 <50

EenheidBT

BC

0.77 ^-ug/l DIMSLS 0.0002 0.77 ^-ug/l DIMSLS 0.0002

BT

BC BI

-

-

Verklaring kolommen SR Resultaat op het analyserapport BT Berekend toetsresultaat (omgerekend naar standaard bodem). Bij organische stof en lutum staan de voor de toetsing gebruikte waarden. BC Toetsoordeel BI SGS berekende BodemIndex waarde: =(BT - (S of AW) ) / (I - (S of AW) ) Verklaring toetsingsoordelen Geen toetsoordeel mogelijk -Heeft geen normwaarde, zorgplicht van toepassing --Streefwaarde ontbreekt, zorgplicht van toepassing # Verhoogde rapportagegrens, voor meer informatie zie analysecertificaat <=AW Kleiner dan of gelijk aan de achtergrondwaarde <=S Kleiner dan of gelijk aan de streefwaarde >S Groter dan de streefwaarde >I Groter dan interventiewaarde >(ind)I INEV (Indicatieve interventiewaarde) wordt overschreden ^ Enkele parameters ontbreken in de som Kleur informatie Rood > Interventiewaarde Oranje >= Tussenwaarde (BI ligt tussen 0.5 en 1) Blauw > streefwaarde

Toetsing volgens BoToVa, module T.13-Beoordeling kwaliteit van grondwater volgens Wbb (Toetsversie 2.0.0, toetskader WBB, SIKB versie 13.3.0, toetsingsdatum: 21-01-2022 - 09:50)

Projectcode Projectnaam Monsteromschrijving Monstersoort Monster conclusie

20211017 Assinklanden te Enschede 04-1-2 Grondwater (AS3000) Overschrijding Streefwaarde

Analyse

Eenheid SR

METALEN barium cadmium kobalt koper kwik lood molybdeen nikkel zink

ug/l ug/l ug/l ug/l ug/l ug/l ug/l ug/l ug/l

86 86 >S 0.06 0.50 0.5 >S 0.02 11 11 <=S 3.2 3.2 <=S <0.050.035<=S <2 1.4 <=S <2 1.4 <=S 25 25 >S 0.17 64 64 <=S -

-

VLUCHTIGE AROMATEN benzeen tolueen ethylbenzeen o-xyleen p- en m-xyleen xylenen (0.7 factor) styreen naftaleen

ug/l ug/l ug/l ug/l ug/l ug/l ug/l ug/l

<0.2 0.14 <=S <0.2 0.14 <=S <0.2 0.14 <=S <0.1 0.07 <0.2 0.14 0.21 0.21 <=S <0.2 0.14 <=S <0.020.014<=S

-

-

<0.2 0.14 <=S <0.2 0.14 <=S <0.1 0.07 <=S <0.1 0.07 <0.1 0.07 -

-

-

0.14 0.14 <=S <0.2 0.14 <=S <0.2 0.14 <0.2 0.14 <0.2 0.14 0.42 0.42 <=S <0.1 0.07 <=S <0.1 0.07 <=S <0.1 0.07 <=S <0.1 0.07 <=S <0.2 0.14 <=S <0.2 0.14 <=S <0.2 0.14 <=S <0.2 0.14 ---

-

-

17.5 -17.5 -17.5 -17.5 -35 <=S

-

GEHALOGENEERDE KOOLWATERSTOFFEN 1,1-dichloorethaan ug/l 1,2-dichloorethaan ug/l 1,1-dichlooretheen ug/l cis-1,2-dichlooretheen ug/l trans-1,2-dichlooretheen ug/l som (cis,trans) 1,2- dichloorethenen (0.7 factor) ug/l dichloormethaan ug/l 1,1-dichloorpropaan ug/l 1,2-dichloorpropaan ug/l 1,3-dichloorpropaan ug/l som dichloorpropanen (0.7 factor) ug/l tetrachlooretheen ug/l tetrachloormethaan ug/l 1,1,1-trichloorethaan ug/l 1,1,2-trichloorethaan ug/l trichlooretheen ug/l chloroform ug/l vinylchloride ug/l tribroommethaan ug/l MINERALE OLIE fractie C10-C12 fractie C12-C22 fractie C22-C30 fractie C30-C40 totaal olie C10 - C40

ug/l ug/l ug/l ug/l ug/l

ADDITIONELE TOETSPARAMETERS 13603042-001 som 16 aromatische oplosmiddelen (Bbk, 1-1-2008) som 10 polyaromatische koolwaterstoffen (VROM)

Monstercode 13603042-001 13603042-002

Monsteromschrijving 04-1-2 04 (300-400) 12-1-2 12 (400-500)

<25 <25 <25 <25 <50

BT

BC BI

20211017 Assinklanden te Enschede 12-1-2 Grondwater (AS3000) Voldoet aan Streefwaarde SR BT BC BI

-

-

<25 17.5 -<25 17.5 -<25 17.5 -<25 17.5 -<50 35 <=S

EenheidBT

BC

0.77 ^-ug/l DIMSLS 0.0002

-

Verklaring kolommen SR Resultaat op het analyserapport BT Berekend toetsresultaat (omgerekend naar standaard bodem). Bij organische stof en lutum staan de voor de toetsing gebruikte waarden. BC Toetsoordeel BI SGS berekende BodemIndex waarde: =(BT - (S of AW) ) / (I - (S of AW) ) Verklaring toetsingsoordelen Geen toetsoordeel mogelijk -Heeft geen normwaarde, zorgplicht van toepassing --Streefwaarde ontbreekt, zorgplicht van toepassing # Verhoogde rapportagegrens, voor meer informatie zie analysecertificaat <=AW Kleiner dan of gelijk aan de achtergrondwaarde <=S Kleiner dan of gelijk aan de streefwaarde >S Groter dan de streefwaarde >I Groter dan interventiewaarde >(ind)I INEV (Indicatieve interventiewaarde) wordt overschreden ^ Enkele parameters ontbreken in de som Kleur informatie Rood > Interventiewaarde Oranje >= Tussenwaarde (BI ligt tussen 0.5 en 1) Blauw > streefwaarde

Verkennend bodemonderzoek en nader asbestonderzoek

Assinklanden te Enschede

Inleiding De mate van verontreiniging van grond en grondwater wordt vastgesteld door de gehalten/concentraties aan verontreinigende stoffen in de monsters van grond en grondwater te toetsen aan de norm die is vastgesteld door het ministerie van VROM. Dit betreft de circulaire "Bodemsanering 2013" (Staatscourant 2013 nr 16675)., die een onderdeel vormt van de Wet bodembescherming (Wbb). In de Circulaire wordt verwezen naar het Besluit en de Regeling bodemkwaliteit (RBK) ten aanzien van de Achtergrondwaarden voor grond. Toelichting toetsingswaarden De achtergrondwaarden voor grond zijn vastgesteld op basis van de gehalten aan stoffen zoals die voorkomen in de bodem van natuur- en landbouwgronden in Nederland die niet zijn belast door lokale verontreinigingbronnen. De streefwaarden voor grondwater zijn gebaseerd op de bescherming van de milieukwaliteit op de lange termijn, uitgaande van Verwaarloosbare Risico’s voor het ecosysteem. De achtergrondwaarden en streefwaarden betreffen het concentratieniveau waarop of waaronder grond en/of grondwater als niet verontreinigd wordt beschouwd. De interventiewaarde is het concentratieniveau voor verontreinigingen in grond en grondwater waarboven een ernstige vermindering optreedt van de functionele eigenschappen die de bodem heeft voor mens, plant of dier.

Boven deze waarde is er mogelijk sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging (> 25 m³ grond of > 100 m³ grondwater verontreinigd boven de interventiewaarde). Bij de toetsing wordt een uitspraak gedaan op parameterniveau en op monsterniveau. Als gevolg van de toetsregels in artikel 4.2.2. van de Regeling bodemkwaliteit kan de conclusie op monsterniveau afwijken van de conclusie op parameterniveau. Artikel 4.2.2. beschrijft wanneer de achtergrondwaarde wordt overschreden. Bodemindex Bij de getoetste waarde is een bodemindex opgenomen. De bodemindex is een gestandaardiseerde maat voor de mate van overschrijding van een bepaalde toetsingswaarde en wordt berekend volgens onderstaande formule: 𝐵𝑜𝑑𝑒𝑚𝑖𝑛𝑑𝑒𝑥 =

(𝐺𝑆𝑆𝐷 − 𝐴𝑊) (𝐼 − 𝐴𝑊)

Daarbij geldt het volgende: AW: Achtergrondwaarde I: Interventiewaarde GSSD: Gestandaardiseerde waarde omgerekend naar standaard bodem Index< 0: Index> 0: Index> 0,5: Index> 1

De achtergrondwaarde wordt niet overschreden; De achtergrondwaarde wordt overschreden; De waarde waarbij nader bodemonderzoek in het kader van de Wet bodembescherming noodzakelijk is wordt overschreden; De interventiewaarde wordt overschreden.

De toetsingswaarden voor grond zijn bodemtype-afhankelijk en gebaseerd op een standaardbodem met een lutum percentage van 25% en een organisch stof percentage van 10%. Bij de beoordeling van de kwaliteit van de bodem worden de gemeten gehalten middels een bodemtypecorrectie met BoToVa gevalideerde software omgerekend naar standaardbodem.

projectnummer

datum

20211017/RREK

januari 2022

Bijlagen

Verkennend bodemonderzoek en nader asbestonderzoek

Assinklanden te Enschede

Barium In de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013 is aangegeven dat de norm voor barium tijdelijk is ingetrokken. Gebleken is dat de interventiewaarde voor barium lager was dan het gehalte dat van nature in de bodem voorkomt. Indien sprake is van verhoogde bariumgehalten ten opzichte van de natuurlijke achtergrondwaarde als gevolg van een antropogene bron, kan dit gehalte worden beoordeeld op basis van de voormalige interventiewaarde voor barium van 920 mg/kg d.s. (standaardbodem). Analyses op barium dienen wel nog te worden uitgevoerd, maar de resultaten hoeven niet meer getoetst te worden, tenzij een duidelijke antropogene bron aanwezig is. Indicatieve niveaus voor ernstige verontreiniging Voor een aantal stoffen zijn nog geen achtergrond-, streef- en interventiewaarden opgesteld, omdat nog geen meet- en analysevoorschriften zijn vastgesteld of omdat nog onvoldoende ecotoxicologische gegevens beschikbaar zijn om betrouwbare waarden vast te stellen. De wel beschikbare indicatieve niveaus hebben een grotere mate van onzekerheid en mogen dan ook niet op dezelfde wijze worden gehanteerd om uitspraken te doen over gevallen van al dan niet ernstige bodemverontreiniging. In bepaalde gevallen kan het bijvoorbeeld nodig zijn aanvullend onderzoek te doen naar de risico's van de betreffende stof.

Niet genormeerde stoffen Stoffen waarvoor geen normen zijn opgesteld worden aangeduid als ‘niet-genormeerde stoffen’. Ook bij deze stoffen kan sprake zijn van een geval van ernstige verontreiniging en/of saneringsurgentie. De circulaire geeft een richtlijn die bij het aantreffen van nietgenormeerde stoffen kan worden gevolgd. Beleid voor hergebruik grond Om de hergebruiksmogelijkheden van grond te kunnen bepalen is een onderzoek conform het Besluit Bodemkwaliteit noodzakelijk. Bij een dergelijk onderzoek wordt de vrijkomende grond, op basis van de gemeten gehalten, ingedeeld in ‘klassen’ (klasse ‘altijd toepasbaar’, klasse ‘wonen’, klasse ‘industrie’ of klasse ‘niet toepasbaar’). In onderstaande figuur is deze klasseverdeling schematisch weergegeven. Tevens blijkt hieruit dat hier het Besluit Bodemkwaliteit en de Circulaire Bodemsanering samenkomen. Max. waarde klasse wonen

Achtergrondwaarde

Klasse wonen Altijd toepasbaar

Max. waarde klasse industrie

Klasse industrie

Niet toepasbaar

Generiek Nooit toepasbaar

gebiedsspecifiek

Ruimte voor lokale maximale waarden

Achtergrondwaarde

Interventiewaarde (droge) bodem

projectnummer

datum

20211017/RREK

januari 2022

Sanerings criterium

Bijlagen

Verkennend bodemonderzoek en nader asbestonderzoek

Assinklanden te Enschede

Bijlage 5: Toelichting bodemonderzoek en asbest

projectnummer

datum

20211017/RREK

januari 2022

Bijlagen

Verkennend bodemonderzoek en nader asbestonderzoek

Assinklanden te Enschede

Algemeen In deze bijlage zijn de technische handelingen die worden verricht bij milieukundig bodemonderzoek in het algemeen, beschreven en toegelicht. De veldwerkzaamheden worden uitgevoerd conform een intern kwaliteitssysteem dat voldoet aan de ISO-9001 en de VCA** normen (VeiligheidsChecklistAannemers). De van toepassing zijnde protocollen staan in dit rapport beschreven. Boorwerkzaamheden en bemonstering Grond Meestal worden boringen handmatig verricht met een zogenaamde edelmanboor. In andere gevallen wordt gebruik gemaakt van een guts, een zuigerboor of een pulsboor. In beton- of asfaltverhardingen worden met een diamantboor gaten geboord om de onderliggende bodem te kunnen bereiken. Regelmatig komt het voor dat losse verhardingsmaterialen zijn aangebracht (met name puin). Om die reden moeten boringen soms (gedeeltelijk) worden uitgevoerd met een puinboor, een slagguts, een ramguts of een mechanische boorstelling. Grondwater In een boorgat kan een peilbuis worden geplaatst om grondwatermonsters te nemen. Peilbuizen zijn kunststof buizen die over een lengte van (meestal) één meter zijn geperforeerd. Het geperforeerde gedeelte (filter) wordt voorzien van een filterkous om inspoeling van fijn bodemmateriaal te voorkomen. Voor het verkrijgen van een representatief grondwatermonster wordt de peilbuis afgepompt, direct na plaatsing en voorafgaand aan de monstername.

Monstername vindt plaats na minimaal een week standtijd. Voor het afpompen en bemonsteren van het grondwater wordt gebruik gemaakt van een slangenpomp. Per peilbuis wordt het grondwater met een schoon stuk (siliconen)slang bemonsterd om contaminatie uit te sluiten. De grondwatermonsters worden gekoeld bewaard in luchtdicht afgesloten glazen flessen met kunststof schroefdop. Zintuiglijk onderzoek In het veld worden grond en grondwater zintuiglijk onderzocht. Het zintuiglijk onderzoek is te splitsen in:  lithologisch onderzoek, waarbij de opgeboorde grondsoorten worden geclassificeerd.  onderzoek naar verontreiniging, waarbij zintuiglijk waarneembare afwijkingen in of aan het bodemmateriaal worden beschreven. De benaming van de zintuiglijk waargenomen bijzonderheden is afwijkend van de benaming in Protocol 2001. De gehanteerde gradaties komen overeen. Gradaties

Hoeveelheid (protocol 2001)

< 5% 5% - 15% 15%- 50% 50% - 80% > 80% -: niet benoemd

weinig veel zeer veel -

Hoeveelheid (volgens codering NEN5104 en NEN5706) zwak matig sterk uiterst volledig

De hoeveelheden zwak, matig en sterk komen overeen met de gradaties en hoeveelheden zoals benoemd in Protocol 2001. De grens van 80% tussen uiterst en volledig is gebaseerd op de definitie van een bouwstof uit het Besluit bodemkwaliteit. De hoeveelheden volgens NEN5104 en NEN5706 zijn voor bodemvreemde bestanddelen niet gedefinieerd. Om deze coderingen te kunnen duiden is aansluiting gemaakt bij Protocol 2001.

projectnummer

datum

20211017/RREK

januari 2022

Bijlagen

Verkennend bodemonderzoek en nader asbestonderzoek

Assinklanden te Enschede

Bij olieproducten wordt gebruik gemaakt van de 'oliepan-methode'. Daarbij wordt de grond verkruimeld in een schaal met water. Het verschijnen van een oliefilm op het water is een teken dat er olieachtige stoffen in de grond aanwezig kunnen zijn. Eventueel worden PID-metingen uitgevoerd (alleen als specifiek in rapport vermeld). Met behulp van de PID-meter kan de hoeveelheid ioniseerbare vluchtige bestanddelen in de opgeboorde grond worden bepaald. Mede op basis van de resultaten van het zintuiglijk onderzoek wordt beslist welke monsters op welke chemische stoffen worden geanalyseerd. Stromingsrichting grondwater en doorlaatbaarheid van de bodem Via een waterpassing kan de lokale stromingsrichting van het grondwater worden bepaald. Met de gegevens van een waterpassing kan een inschatting worden gemaakt van het verspreidingspatroon van een verontreiniging in het grondwater. Bij een waterpassing wordt het grondwaterpeil in meerdere peilbuizen bepaald ten opzichte van een vast punt op het terrein. Hieruit volgt of er sprake is van een eenduidige grondwaterstromingsrichting en hoe sterk deze stroming is. Via een zogenaamde doorlaatbaarheidstest kan de waterdoorlaatbaarheid van de grond onder de grondwaterspiegel worden vastgesteld. Bepaald wordt hoe snel een boorgat weer wordt gevuld met toestromend grondwater, nadat het gat is leeggepompt.

Het resultaat van de test geeft, samen met de algemene geohydrologische informatie over de onderzoekslocatie een indicatie van de hoeveelheid grondwater dat zal toestromen bij ontgraving van een verontreiniging of bij een grondwatersanering. Chemisch onderzoek Indien bij het zintuiglijk onderzoek in overeenkomende bodemlagen uit verschillende boringen geen afwijkingen worden aangetroffen mogen mengmonsters worden samengesteld. Voor chemische analyse op mengmonsters wordt gekozen om zoveel mogelijk informatie te verkrijgen tegen relatief beperkte analysekosten. Het risico hierbij is dat in het mengmonster een verontreiniging wordt aangetroffen waarbij niet duidelijk is of alle monsters in dezelfde mate zijn verontreinigd, ofwel dat één of enkele monsters relatief sterk zijn verontreinigd. Indien een dergelijke situatie optreedt, dan worden in principe de individuele monsters waaruit dat mengmonster was samengesteld geanalyseerd op de betreffende stof. Op die manier wordt vastgesteld hoe de verontreiniging is verdeeld over de monsters. Indien er sprake is van een onverdacht terrein worden minimaal twee grondmengmonsters en minimaal één grondwatermonster geanalyseerd op een breed pakket aan stoffen. Deze stoffen zijn opgenomen in de zogeheten standaardpakketten voor grond en grondwater.

Indien er sprake is van aandachtspunten waarbij bekend is om welke verontreinigende stoffen het gaat, worden de betreffende monsters onderzocht op de relevante stoffen. In het algemeen worden monsters die tijdens het zintuiglijk onderzoek als afwijkend zijn beoordeeld, niet gemengd. Wel wordt met mengmonsters gewerkt indien een homogene afwijkende laag wordt aangetroffen, bijvoorbeeld een puinhoudende verhardingslaag. Grondwatermonsters worden in principe nooit gemengd. Het laboratoriumonderzoek zal worden uitgevoerd conform het AS3000 kwaliteitswaarborg door een onafhankelijk, door de Raad voor Accreditatie erkend, laboratorium. Op de certificaten is te zien door welk laboratorium de analyses in dit onderzoek zijn verricht. Afkortingen en begrippen m-gws: meter beneden de grondwaterspiegel; m-mv: meter beneden maaiveld.

projectnummer

datum

20211017/RREK

januari 2022

Bijlagen

Verkennend bodemonderzoek en nader asbestonderzoek

Assinklanden te Enschede

Wat is asbest? Asbest is een verzamelnaam voor een aantal in de natuur voorkomende mineralen die zijn opgebouwd uit fijne vezels (in tegenstelling tot wat veel mensen denken is asbest geen chemisch product). Het asbest wordt als delfstof in mijnen (dagbouw) gewonnen; de lagen asbest zijn ingesloten in gesteente. De landen waar asbest gewonnen wordt, zijn onder meer Rusland, Canada en Zuid-Afrika. Asbest komt in Nederland niet van nature voor maar is ingevoerd vanuit het buitenland. Ruwe asbest is in het verleden ingevoerd en aan een grote verscheidenheid van producten toegevoegd. De in Nederland ingevoerde en toegepaste asbestsoorten zijn: chrysotiel (wit asbest, 84% van de productie); amosiet (bruin asbest, 4% van de productie); crocidoliet (blauw asbest, 12% van de productie). De overige asbestsoorten komen slechts sporadisch voor. De kleuren waarmee de asbestsoorten aangeduid worden, zijn overigens alleen microscopisch waarneembaar. Asbest is vanwege zijn eigenschappen in het verleden veelvuldig toegepast als toevoeging in diverse producten. Het materiaal zal in Nederland niet in pure vorm worden aangetroffen, maar is in percentages (tot maximaal 80 à 90 procent) gemengd met andere producten. De meest voorkomende toepassing is de toevoeging aan bouwmaterialen zoals cementplaten. De bekende asbestcementen golfplaten bestaan voor circa 80% uit cement en circa 20% uit asbest.

Toepassingsgebieden asbest Asbest is in zo’n 3.000 verschillende producten toegepast. Veelgebruikte toepassingen zijn: Asbestcement: golfplaten, riolering, wand- en plafondplaten, borstweringsplaten, boeiboorden, bloembakken enz.. De bedrijven in Nederland die veel van deze producten hebben geproduceerd zijn Asbestona in Harderwijk en Eternit in Goor; Brandwerende textiel: brandwerende kleding, handschoenen, branddekens, lasgordijnen, theatergordijnen; Brandwerend plaatmateriaal: brandwerend materiaal in bijvoorbeeld brandkasten, als schimmelwerende onderlaag voor vinylvloerbedekking, onderlaag van behang; Spuitasbest (asbest vermengd met bindmiddel; wolachtig uiterlijk): gespoten tegen dragende constructiebalken van gebouwen (brandwering); Vulstof: in kitten (bijvoorbeeld de kassen in het Westland, maar ook bij metalen raamkozijnen van gebouwen), vloer- en wandafwerkmiddelen; Asbesthoudend kunststof: remvoering, remblokken, koppelingsplaten; Koord: : afdichtingkoord in kachels. Hechtgebondenheid asbest Het risico van asbest wordt bepaald door de losse respirabele vezels. De vezels zijn gebonden in materialen. Afhankelijk van de hardheid c.q. hechtgebondenheid van het materiaal komen snel of minder snel asbestvezels vrij. Er worden twee typen materialen onderscheiden namelijk: “hechtgebonden” en “niet-hechtgebonden” materialen.

Wanneer het asbest bijvoorbeeld met cement is vermengd (hard materiaal), spreekt men over hechtgebonden asbest. De vezels zitten stevig gebonden in het cement en komen hieruit alleen vrij bij bewerking van het materiaal. Hechtgebonden materiaal vormt zodoende geen direct risico. Wanneer het asbest wordt gebroken of verweerd is, of slechtgeboden in een matrix voorkomt (wol, papier, textiel etc.) komen de vezels eerder los van het bindingsmateriaal en ontstaan er gezondheidsrisico’s als er respirabele vezels in de lucht komen. Eigenschappen van asbest in de bodem Bepaalde eigenschappen van asbest zijn van belang tijdens het onderzoek naar asbest in de bodem. Hieronder wordt op deze eigenschappen kort ingegaan:

projectnummer

datum

20211017/RREK

januari 2022

Bijlagen

Verkennend bodemonderzoek en nader asbestonderzoek

Assinklanden te Enschede

-

-

visuele herkenbaarheid van asbest. Asbest in de bodem is, in tegenstelling tot de meeste chemische verontreinigingen in het merendeel van de gevallen visueel zichtbaar. De herkenning van de asbesthoudende deeltjes door de onderzoeker is zodoende essentieel; verspreidingsgedrag. Asbesthoudend materiaal loogt niet uit zodat verdere verspreiding van het materiaal in de omgeving alleen door menselijk handelen veroorzaakt kan worden. Asbesthoudend materiaal kan zodoende niet worden verwacht in ongeroerde bodemlagen.

Wettelijk kader Voor asbest op of in de bodem, grond en puin kunnen diverse wettelijke kaders van toepassing zijn. Figuur 1 biedt ondersteuning in het positioneren van asbestproblemen binnen het juiste kader. Figuur 1: Het wettelijk kader en bevoegd gezag Asbest in bodem, grond of puin. Welk wettelijk kader? BAW / Inspectie Milieuhygiëne

weg of strook langs een weg? ja nee stortplaats, geluidswal of depot voor grond/puin of strook langs een weg?

Wm / provincie of gemeente ja

nee ondergronds bouwwerk of leiding? ja

(O.)Asbestverwijderingsbesluit/ gemeente

nee

asbestbevattende afvalstroom? ja

Wm, WvS / provincie of gemeente

nee

Wbb, / provincie of gemeente

Definiëring begrippen Geluidswal: een geluidswerende voorziening die bestaat uit grond. Aangebracht boven het maaiveld en het maakt geen onderdeel uit van de bodem; Ondergrondse werken: bouwwerken zoals kelders en fundamenten of ondergronds leidingnet met bijvoorbeeld asbestbevattende cementleidingen; Puin (= niet bodem): het materiaal bestaat voor meer dan 50% (gewicht) uit puindelen / bodemvreemde delen die groter zijn dan 2 mm (bron: provincie Gelderland); Stortplaats: inrichting (of gedeelte van inrichting) waar afvalstoffen worden gestort. Onder stortplaats wordt ook begrepen een stortplaats waar het storten van afvalstoffen is beëindigd. (Stortbesluit bodembescherming (Stb. 55, 1993) en de (voor 1996, NAVOS) gesloten stortplaatsen; Strook: stroken van een halve meter aan beide zijden van en direct aansluitend op een weg (bron: regeling asbestwegen Wms, art. 1e);

projectnummer

datum

20211017/RREK

januari 2022

Bijlagen

Verkennend bodemonderzoek en nader asbestonderzoek

Assinklanden te Enschede

-

-

Weg: Weg, pad, parkeerplaats, erfverharding of gedeelte daarvan, alsmede andere grond die bestemd is om door rij- of ander verkeer te worden gebruikt.(Bron: regeling asbestwegen Wms, art. 1d); Zwerfasbest: asbest is op de bodem aanwezig en heeft zich niet vermengd met de bodem;

Besluit asbestwegen De regeling Asbestwegen (Wet milieugevaarlijke stoffen, VROM, februari 1999) is medio 2000 omgezet in een besluit. Kort samengevat houdt de regeling het volgende in: Het is met ingang van 1 januari 2000 verboden een weg die asbest bevat, voorhanden te hebben. Onder weg worden binnen deze regeling ook beschouwd paden,sporen, parkeerplaatsen, bermen en erven. Uitzonderingen: De regeling is niet van toepassing op wegeigenaren die kunnen aantonen dat het asbest voor 1 juli 1993 is aangebracht én waarvan het asbest is afgeschermd door een verharding die geen asbest bevat (asfalt, klinkers of beton). De regeling is eveneens niet van toepassing op een weg of stroken waarvan de eigenaar heeft aangetoond dat de concentratie Serpentijnasbest vermeerderd met tien maal de concentratie Amfiboolasbest ten hoogste 100 mg/kg is. In figuur 2 is een toelichting gegeven op het Besluit Asbestwegen. Figuur 2: Toelichting Besluit Asbestwegen (voorheen Regeling Asbestwegen) BAW wettelijk kader Onderzoek NEN 5897

overschrijding restconcentratienorm? nee ja zorgplicht? (1993)

geen actie vereist ja

eigenaar weg: saneren

nee

minder

saneringnorm 100 mg/kg gewogen asbest meer

beheren

nee

niet urgent duurzame afdekking / saneren

Interventiewaarde en restconcentratienorm VROM heeft in het huidige interimbeleid voor asbest in bodem, grond en puin(granulaat) een restconcentratienorm met betrekking tot de asbestconcentratie vastgesteld. Met ingang van 1 januari 2003 geldt een interventiewaarde bodemsanering voor asbest van 100 mg/kg gewogen (serpentijnasbestconcentratie vermeerderd met 10 maal de amfiboolasbestconcentratie). Dit concentratieniveau wordt tevens gehanteerd als restconcentratienorm (hergebruik).

projectnummer

datum

20211017/RREK

januari 2022

Bijlagen

Verkennend bodemonderzoek en nader asbestonderzoek

Assinklanden te Enschede

Bijlage 6: Foto’s

projectnummer

datum

20211017/RREK

januari 2022

Bijlagen

Fotobijlage

Assinklanden te Enschede

Foto 1: 04 (d.d. 13 december 2021)

Foto 2: 12 (d.d. 13 december 2021)

Foto 3: 21 (d.d. 13 december 2021)

Foto 4: (d.d. 20 december 2021)

Foto 5: (d.d. 20 december 2021)

Foto 6: (d.d. 20 december 2021)

projectnummer

datum

20211017

januari 2022

Bijlagen

Fotobijlage

Assinklanden te Enschede

Foto 7: (d.d. 13 december 2021)

Foto 8: (d.d. 13 december 2021)

Foto 9: (d.d. 13 december 2021)

Foto 10: (d.d. 13 december 2021)

Foto 11: (d.d. 13 december 2021)

Foto 12: (d.d. 24 december 2021)

projectnummer

datum

20211017

januari 2022

Bijlagen

Fotobijlage

Assinklanden te Enschede

Foto 13: (d.d. 24 december 2021)

Foto 14: Sl01 (d.d. 20 december 2021)

Foto 15: Sl01 (d.d. 20 december 2021)

Foto 16: Sl03 (d.d. 20 december 2021)

Foto 17: Sl03 (d.d. 20 december 2021)

Foto 18: Sl04 (d.d. 20 december 2021)

projectnummer

datum

20211017

januari 2022

Bijlagen

Fotobijlage

Assinklanden te Enschede

Foto 19: Sl04 (d.d. 20 december 2021)

Foto 20: Sl05 (d.d. 20 december 2021)

Foto 21: Sl06 (d.d. 20 december 2021)

Foto 22: Sl06 (d.d. 20 december 2021)

Foto 23: Sl06 (d.d. 20 december 2021)

Foto 24: Sl07 (d.d. 20 december 2021)

projectnummer

datum

20211017

januari 2022

Bijlagen

Fotobijlage

Assinklanden te Enschede

Foto 25: Sl07 (d.d. 20 december 2021)

Foto 26: Sl08 (d.d. 20 december 2021)

Foto 27: Sl08 (d.d. 20 december 2021)

Foto 28: Sl09 (d.d. 20 december 2021)

Foto 29: Sl09 (d.d. 20 december 2021)

Foto 30: Sl10 (d.d. 20 december 2021)

projectnummer

datum

20211017

januari 2022

Bijlagen

Verkennend bodemonderzoek en nader asbestonderzoek

Assinklanden te Enschede

Bijlage 7: Onafhankelijkheidsverklaring

projectnummer

datum

20211017/RREK

januari 2022

Bijlagen

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=enschede&id=65506b8c-698f-4015-b5d1-90e10e4e5a48