CConstaterende datenschede
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 Bijlagen bij de toelichting Zwembad Diekman_Aangepast

Raadsvergadering 26 september 2022, gemeente enschedeBij agendapunt: Bestemmingsplan zwembad Diekman13.209 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Bijlagen Toelichting Bestemmingsplan Zwembad Diekman

Status: Vastgesteld

Zwem bad Diekm an

Inhoudsopgave

Bijlagen toelichting

3

Bijlage 1

Overzicht bijlagen en onderzoeksrapporten

4

Bijlage 2

Archeologisch onderzoek

5

Bijlage 3

Verkennend en aanvullend bodemonderzoek

53

Bijlage 4

Akoestisch onderzoek

145

Bijlage 5

Quickscan Externe Veiligheid

307

Bijlage 6

Stikstofberekening

316

Bijlage 7

Ecologische quickscan

343

Bijlage 8

Nader onderzoek flora en fauna

366

2

bestemmingsplan Zwembad Diekman (vastgesteld)

Bijlagen toelichting

bestemmingsplan Zwembad Diekman (vastgesteld)

3

Bijlage 1 Overzicht bijlagen en onderzoeksrapporten Bijlage 1 Overzicht bijlagen en onderzoeksrapportages Bijlage 2 Archeologisch onderzoek Bijlage 3 Verkennend en aanvullend bodemonderzoek Bijlage 4 Akoestisch onderzoek Bijlage 5 Quickscan Externe Veiligheid Bijlage 6 Stikstofberekening Bijlage 7 Ecologische quickscan Bijlage 8 Nader onderzoek flora en fauna

4

bestemmingsplan Zwembad Diekman (vastgesteld)

Bijlage 2 Archeologisch onderzoek

bestemmingsplan Zwembad Diekman (vastgesteld)

5

Laagland Archeologie Rapport 798

Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase

J.J. van Deinselaan 2, Enschede, gemeente Enschede (OV).

maart 2022 Versie 2 (definitief)

In opdracht van: Reitsema & partners architecten bna

7 Colofon Laagland Archeologie Rapport 798

Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase J.J. van Deinselaan 2 te Enschede, gemeente Enschede (OV) Auteur: Anne Ponten en Erwin Brouwer

In opdracht van: Reitsema & partners architecten bna

Foto’s en tekeningen: Laagland Archeologie

Status rapport: definitief

Controle: E.W. Brouwer Autorisatie: E.W. Brouwer

ISSN 2468-4759 Laagland Archeologie BV Virulyweg 21F-G 7602 RG Almelo

E-mail: info@laaglandarcheologie.nl KvK-Nummer: 60294418

© Laagland Archeologie BV, Almelo, maart 2022 Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie of op welke wijze dan ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgevers. Laagland Archeologie BV aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit de toepassing van de adviezen of het gebruik van de resultaten van dit onderzoek.

v3

Samenvatting Laagland Archeologie heeft in december 2021 een Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase uitgevoerd aan de J.J. van Deinselaan 2 te Enschede. Het onderzoek vond plaats in verband met de ruimtelijke procedure rondom de sloop van het huidige zwembad en de bouw van een nieuw zwembad. Het onderzoek is uitgevoerd conform de protocollen SIKB KNA 4002 en 4003. Het bureauonderzoek had tot doel een archeologisch verwachtingsmodel op te stellen. Centraal staat daarbij de vraag of en zo ja welke archeologische resten (complextype, datering, diepteligging en gaafheid) in het plangebied kunnen worden verwacht. Hiertoe zijn landschappelijke, archeologische en historische bronnen geraadpleegd. Geomorfologisch en bodemkundig is het plangebied niet gekarteerd. Op basis van het AHN en een nabije, gekarteerde zone kan worden aangenomen dat het plangebied in een zone met grondmorenewelvingen ligt. Vermoedelijk is daarop een dun dekzandpakket aanwezig. Hierin heeft zich vermoedelijk een veldpodzol, mogelijk ook een beekeerdgrond ontwikkeld. Het is een relatief laaggelegen gebied. Op een kaart uit 1832 is het plangebied grotendeels in gebruik als hooiland, indicatief voor een tamelijk vochtige bodem. Op basis van de landschappelijke situatie kunnen resten uit de periode Midden-Neolithicum tot en met de IJzertijd worden verwacht (middelhoge verwachting).

Het uitgevoerde verkennende booronderzoek heeft tot doel het verwachtingsmodel te toetsen en zo nodig aan te vullen. Hiertoe zijn verspreid over het toegankelijke deel van het plangebied verkennende boringen gezet. In dit stadium is verkennend booronderzoek de meest efficiënte onderzoekswijze om de archeologische potentie van het plangebied in kaart te brengen. Uit het verkennend booronderzoek blijkt dat de bodem overal tot in de C-horizont is verstoord. In de meeste boringen resteert alleen keizand of grondmorene. De kans dat het gebied nog archeologische resten met een intacte archeologische context bevat wordt daarom laag geacht. Op basis van de resultaten van het veldonderzoek wordt geadviseerd geen archeologisch vervolgonderzoek in het plangebied uit te voeren en het plangebied vrij te geven voor het aspect archeologie. Dit advies is overgenomen door de bevoegde overheid, de gemeente Enschede. De gemeente wordt hierin vertegenwoordigd door haar deskundige, de heer dr. O. Satijn Mochten tijdens de werkzaamheden onverhoopt toch archeologische resten worden aangetroffen, of resten waarvan redelijkerwijze kan worden vermoed dat het om archeologische resten gaat, dan geldt op grond van de Erfgoedwet (art. 5.10) een meldingsplicht. Dit kan bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE, www.cultureelerfgoed).

Samenvatting ___________________________________________________ 3 1 Inleiding ____________________________________________________ 5 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5 1.6

Aanleiding onderzoek______________________________________________ 5 Afbakening plan- en onderzoeksgebied ________________________________ 5 Administratieve gegevens __________________________________________ 6 Huidige situatie en toekomstig gebruik ________________________________ 8 Gemeentelijk beleid _______________________________________________ 9 Onderzoeksdoel __________________________________________________ 9

2 Inventarisatie ________________________________________________ 10 2.1 2.2 2.3

Inleiding_______________________________________________________ 10 Landschappelijke ontwikkeling _____________________________________ 10 Archeologie ____________________________________________________ 12

2.3.1 2.3.2 2.3.3 2.4

Bekende archeologische waarden _________________________________ 12 Gemeentelijke verwachtingskaart _________________________________ 12 Eerder archeologisch onderzoek __________________________________ 12

Historie _______________________________________________________ 14

3 Conclusie en verwachtingsmodel _________________________________ 19 3.1 3.2

Conclusie ______________________________________________________ 19 Verwachtingsmodel ______________________________________________ 19

4 Veldonderzoek _______________________________________________ 21 4.1 4.2

Beschrijving onderzoeksmethodiek __________________________________ 21 Resultaten: lithologie, lithogenese en bodemontwikkeling ________________ 21

5 Conclusie en verwachting ______________________________________ 24 6 Selectieadvies _______________________________________________ 25 literatuur _____________________________________________________ 26 BIJLAGE 1 AMZ-cyclus __________________________________________ 28 BIJLAGE 2 Archeologische perioden________________________________ 29 BIJLAGE 3 Niet-toegankelijke delen voor veldonderzoek _______________ 30 BIJLAGE 4 Geomorfologische kaart ________________________________ 31 BIJLAGE 5 Actueel Hoogtebestand Nederland ________________________ 32 BIJLAGE 6 Gemeentelijke archeologische verwachtingskaart ____________ 33 BIJLAGE 7 Bodemkaart _________________________________________ 35 BIJLAGE 8 Waarnemingen, AMK-terreinen en onderzoeksmeldingen ______ 36 BIJLAGE 9 Boorpuntenkaart veldonderzoek _________________________ 37 BIJLAGE 10 Boorstaten veldonderzoek _____________________________ 38 BIJLAGE 11 Verklarende woordenlijst ______________________________ 45

HOOFDSTUK

Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase J.J. van Deinselaan 2 te Enschede, gemeente Enschede, Overijssel

1I

NLEIDING

1.1 AANLEIDING ONDERZOEK

De aanleiding voor het onderzoek vormt de geplande sloop van het huidige zwembad gevolgd door de bouw van een nieuw zwembad aan de J.J. van Deinselaan 2 te Enschede, gemeente Enschede (OV). De gemeente Enschede heeft een eigen archeologiebeleid. Op basis van het bestemmingsplan dient archeologisch onderzoek uitgevoerd te worden om aan te tonen dat eventueel aanwezige archeologische waarden niet onevenredig worden of kunnen worden geschaad door de geplande bouwactiviteiten. De opdrachtgever beoogt met het onderzoek de gemeentelijke paraaf te krijgen voor het onderdeel archeologie. Aanvullende wensen zijn niet kenbaar gemaakt.

1.2 AFBAKENING PLAN- EN ONDERZOEKSGEBIED Het plangebied betreft de J.J. van Deinselaan 2 in Enschede, gemeente Enschede (OV), zie onderstaande afbeelding.

Afbeelding 1. Ligging van het plan- en onderzoeksgebied. Bron: pdok.nl 5

Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase J.J. van Deinselaan 2 te Enschede, gemeente Enschede, Overijssel

Het plangebied heeft een omvang van circa 3 ha. Het zuidelijke deel is eerder onderzocht door middel van archeologisch onderzoek en op grond daarvan vrijgegeven voor vervolgonderzoek (zie Afbeelding 11). Het resterende (nog te onderzoeken) deel heeft een omvang van ongeveer 1,9 ha. Het grootste deel daarvan is bebouwd of vergraven (zwembaden). Voor een beter begrip van de bodemkundige omstandigheden en de archeologie van de planlocatie is een groter gebied bestudeerd. Een zone van 500 m rondom het plangebied wordt voldoende geacht om de archeologische potentie van het plangebied in kaart te brengen. Deze zone wordt aangeduid als ‘onderzoeksgebied’.

1.3 ADMINISTRATIEVE GEGEVENS ADMINISTRATIEVE GEGEVENS Provincie

Overijssel

Gemeente

Enschede

Plaats

Enschede

Beheerder/eigenaar grond

-

Toponiem

J.J. van Deinselaan 2

Kadastrale perceelnummer(s)1

2250, 3087, 3088

Laagland Archeologie projectnummer

ENJJ211

Datum conceptrapportage

4-2-2022

Datum definitief rapport

22-3-2022

XY-coördinaten

258125/469835 258250/469870 258285/469665 258120/469630

Kaartblad

34F

Oppervlakte/lengte Plangebied Datering

circa 1,9 ha.

Complextype

bewoning (inclusief verdediging)

Onderzoeksmeldingsnr

5142928100

AMK-terrein

n.v.t.

Vondstmeldingsnr.

n.v.t.

Type onderzoek

Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek verkennende fase

Datum begin veldonderzoek

3-2-2022

Datum eind veldonderzoek

3-2-2022

Opdrachtgever

Reitsema & partners architecten bna

2

Midden-Neolithicum – IJzertijd

1

kadastralekaart.com

2

www.imergis.nl/htm/opentopo800.htm 6

Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase J.J. van Deinselaan 2 te Enschede, gemeente Enschede, Overijssel

Goedkeuring bevoegde overheid Bevoegde overheid

10-3-2022

Adviseur namens bevoegde overheid Beheer documentatie

O. Satijn

Uitvoerder

Projectleider/opsteller onderzoek

gemeente Enschede

Provinciaal Depot voor Bodemvondsten Overijssel E-depot voor de Nederlandse archeologie Archief Laagland archeologie BV Laagland Archeologie BV Virulyweg 21F-G 7602 RG Almelo 06 41 76 92 62 Anne Ponten anne.ponten@laaglandarcheologie.nl

Tabel 1. Objectgegevens.

7

Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase J.J. van Deinselaan 2 te Enschede, gemeente Enschede, Overijssel

1.4 HUIDIGE SITUATIE EN TOEKOMSTIG GEBRUIK Het plangebied is momenteel in gebruik als zwembad met zonneweide en jeu de boules baan. Het terrein bevat voor zover bekend geen kelders of andere ondergrondse kunstwerken en er zijn geen historisch waardevolle bouwwerken in het plangebied aanwezig.3 Het complex bevat wel meerdere zwembaden van 1 tot 2,5 m diep. In dit stadium is de exacte invulling van de plannen nog niet bekend. De milieutechnische condities, huidige en eventuele nieuwe waterpeil en of en zo ja wie de toekomstige gebruiker(s) wordt/worden zijn in dit stadium evenmin bekend. Onderstaande afbeelding toont de huidige en de gewenste nieuwe situatie. Het rode kader geeft de geplande locatie van het nieuwe hoofdgebouw met binnenbad. De buitenbaden aan de westzijde blijven gehandhaafd.

3

bron: gemeentelijke monumentenlijst 8

Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase J.J. van Deinselaan 2 te Enschede, gemeente Enschede, Overijssel

Afbeelding 2. Huidige situatie (boven) en nieuwe situatie (onder). Bron:pdok.nl

1.5 GEMEENTELIJK BELEID Op grond van het gemeentelijk beleid dient archeologisch onderzoek uitgevoerd te worden. Dit beleid is vertaald in het bestemmingsplan Hogeland-Zuid, Varvik en Diekman. Voor het oostelijke deel van het plangebied geldt Artikel 25.1.1: Archeologisch onderzoeksgebied a. In dit artikel staat dat archeologisch onderzoek uitgevoerd moet worden zodra de geplande verstoring dieper reikt dan 50 cm en het bodemverstoringsoppervlak groter is dan 250 m2. Voor het westelijke deel van het plangebied geldt 25.1.2: Archeologisch onderzoeksgebied b. In dit artikel staat dat archeologisch onderzoek uitgevoerd moet worden zodra de geplande verstoring dieper reikt dan 50 cm en het bodemverstoringsoppervlak groter is dan 2500 m2 De omvang van de geplande verstoringen overschrijdt de vrijstellingsgrenzen zoals die in het vigerende gemeentelijk archeologiebeleid zijn aangegeven.

1.6 ONDERZOEKSDOEL

Het uitgevoerde onderzoek behoort tot de eerste fasen in het huidige archeologische onderzoeksproces (zie bijlage 1). De initiatiefnemer beoogt met het hier uitgevoerde onderzoek te voldoen aan de gemeentelijke regelgeving omtrent archeologisch onderzoek. Het bureauonderzoek heeft tot doel een archeologisch verwachtingsmodel op te stellen aan de hand van bestaande bronnen, en te bepalen of en zo ja welke delen van het plangebied in aanmerking komen voor vervolgonderzoek. Het verwachtingsmodel wordt getoetst en zo nodig aangevuld door middel van een verkennend booronderzoek. Op grond van de resultaten van dit onderzoek kan worden beoordeeld of en zo ja, welke vorm van vervolgonderzoek nodig is om de archeologische waarde van het gebied te kunnen vaststellen.

9

HOOFDSTUK

Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase J.J. van Deinselaan 2 te Enschede, gemeente Enschede, Overijssel

2I

NVENTARISATIE

2.1 INLEIDING In dit hoofdstuk worden de relevante landschappelijke ontwikkeling en huidige bodemkundige situatie beschreven. Tevens wordt ingegaan op de bekende archeologische waarden in de omgeving van het plangebied en de historische situatie. Voor wat betreft de in de tekst genoemde archeologische perioden wordt verwezen naar bijlage 2.

2.2 LANDSCHAPPELIJKE ONTWIKKELING Het plangebied ligt in het Overijssels-Gelders zandgebied. Dit landschap is gevormd tijdens de voorlaatste ijstijd (Saalien) en de laatste ijstijd (Weichselien). Kenmerkend voor dit gebied is het dekzandlandschap, met dekzandvlakten, welvingen en –ruggen. Beken doorsnijden dit landschap en her en der komen grotere en kleine stuwwallen voor. Gedurende het Saalien was dit deel van Nederland geheel met landijs bedekt dat een dikte van honderden meters kon bereiken. De stuwwallen ontstonden langs de flanken en het front van de voortkruiende, dikke ijsmassa. Ze bestaan uit oudere afzettingen van de voorloper van de Rijn (klei, zand, grind), die door de gletsjers zijn weggedrukt. De glaciale afzettingen afkomstig van de ijskap (Glaciaal, inclusief subglaciaal (keileem/grondmorene), fluvioglaciaal (sandur, kame en esker; (kei)zand), en glaciale meersedimenten (klei met warven) die toen tot afzetting kwamen worden gerekend tot de Formatie van Drenthe. Tijdens de laatste fasen van het Weichselien werd het keileem afgedekt door dekzand (Formatie van Boxtel, Laagpakket van Wierden). Op de geomorfologische kaart (bijlage 3) is het plangebied niet gekarteerd. Ten zuiden van het plangebied bevindt zich een dalvormige laagte en ten oosten van het plangebied ligt een grondmorenerug.

Op basis van het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN, zie bijlage 5) en de omliggende gekarteerde eenheden kan worden aangenomen dat het plangebied zich op een grondmorenewelving bevindt. Een dalvormige laagte is een zeer langgerekte terreindepressie die in één richting helt. Meestal zijn ze ontstaan gedurende het Weichselien. Doordat het oppervlak bevroren was, stroomde het oppervlaktewater (sneeuwsmeltwater) over het maaiveld weg en verzamelde zich daarbij in de laaggelegen delen. Geleidelijk werden hierdoor dalvormige laagten uitgesleten. Grondmorenes bestaan uit keileem, een ongesorteerd mengsel is van klei, leem, zand en grotere keien. Ze worden aan de onderkant van ijskappen of gletsjers

10

Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase J.J. van Deinselaan 2 te Enschede, gemeente Enschede, Overijssel

gevormd en hebben daarom dezelfde tongvorm als de gletsjer zelf.4 Keileem is slecht waterdoorlatend en slecht doordringbaar voor plantenwortels. Waar keileem dicht onder het oppervlak ligt is vaak sprake van (zeer) vochtige omstandigheden. Op onderstaande detailopname van de AHN is te waarschijnlijk weinig van de oorspronkelijke morfologie te zien door de bebouwing en infrastructuur van Enschede. Rondom de bebouwing is sprake van enige ophoging.

Afbeelding 3. Detailopname van het plangebied op het AHN.

Bodemkundig (bijlage 7) ligt het gebied in een zone met bebouwd gebied. Deze zone is niet bodemkundig gekarteerd. Ten zuiden van het plangebied bevindt zich wel een zone met beekeerdgronden afgewisseld met hoge zwarte enkeerdgronden. Voorsorterend op een beschrijving van de historische situatie kan worden opgemerkt dat het plangebied in historische tijden in gebruik was als hooiland. In de omgeving komen onder andere bouwlanden en graslanden voor. Bouwlanden zijn aangelegd op oorspronkelijk wat hoger gelegen drogere zandgronden, waarop later (in Overijssel bijna altijd vanaf de Nieuwe Tijd) een plaggendek is opgebracht. Hooilanden zijn relatief laaggelegen, vochtige gronden die meestal alleen in het droge seizoen geschikt waren voor beweiding, maar die meestal werden gebruikt om hooi te winnen. Bodemkundig gaat het daarbij vaak om bodemtypen die onder vochtige omstandigheden ontstaan, zoals beekeerdgronden of veldpodzolgronden. Gebaseerd op de ligging van het plangebied ten opzichte van de omliggende bodemsoorten kan worden aangenomen dat het plangebied een of beide van deze bodemsoorten bevat bevat.

4

Geologievannederland.nl 11

Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase J.J. van Deinselaan 2 te Enschede, gemeente Enschede, Overijssel

Beekeerdgronden zijn zandgronden die ontstaan in gebieden met een hoog fluctuerende grondwaterstand. De top bestaat uit een humeuze (moerige) laag. Dit eerddek is ontstaan doordat de aangroei van organische stof sneller verloopt dan de afbraak ervan. Eronder ligt dekzand waarin zich geen of een onduidelijke podzol heeft ontwikkeld. In de top komen roestvlekken voor. De aanwezigheid van roestvlekken duidt op een (zeer) slechte ontwatering. Veldpodzolgronden zijn gevormd in relatief laaggelegen, tamelijk vochtige gronden, al is het bodemtype gedurende lange tijd voldoende ontwaterd geweest om bodemvorming mogelijk te maken. Het zijn ietwat zure gronden, die niet zeer geschikt waren voor vroege vormen van akkerbouwen. Vaak zijn veldpodzolgronden pas vrij laat (Late Middeleeuwen of Nieuwe Tijd) in ontginning genomen op een moment dat meer geschikte bodemtypen niet meer voorhanden waren. Een veldpodzolgrond behoort tot de hydro-zandgronden, waarbij de inspoeling beperkt is als gevolg van relatief hoge grondwaterstanden. De uit- en inspoelingslagen zijn bij deze gronden over het algemeen slecht ontwikkeld.

2.3 ARCHEOLOGIE 2.3.1 BEKENDE ARCHEOLOGISCHE WAARDEN Bijlage 8 toont de locaties van de bekende archeologische waarden en de uitgevoerde archeologische onderzoeken in de omgeving van het plangebied. In het plan- en onderzoeksgebied zijn geen bekende waarden geregistreerd.

2.3.2 GEMEENTELIJKE VERWACHTINGSKAART Op de gemeentelijke verwachtingskaart (bijlage 6) ligt het plangebied in een zone met een middelhoge verwachting. 50 meter ten oosten van het plangebied bevindt zich historisch erf H-79 (erf Dyck).

2.3.3 EERDER ARCHEOLOGISCH ONDERZOEK In de omgeving van het plangebied hebben eerder archeologische onderzoeken plaatsgevonden. De onderzochte locaties zijn afgebeeld in bijlage 8. Zaakidentificatie 2161528100 betreft een archeologisch booronderzoek uitgevoerd door Syntegra BV in 2007.5 Het onderzoek overlapt met de zuidelijke helft van het plangebied en bevindt zich verder tegen de oostkant van het plangebied. Het deel van dit onderzoek dat overlapt met het plangebied (in dit onderzoek aangegeven als deelgebied I) is niet met boringen onderzocht omdat tijdens het bureauonderzoek was vastgesteld dat dit toentertijd een voetbalveld betrof met drainage. De verstoring in dit gebied is daarom al 80 cm diep. In de rest van het plangebied zijn karterende boringen gezet. Bij de karterende boringen is gebleken dat in grote delen van het plangebied de bodem tot in de C-horizont verstoord is. Vermoedelijk is het oorspronkelijke plaggendek en onderliggende veldpodzolgrond in grote delen van het plangebied afgegraven. In boring 36 t/m 38 is veel baksteengruis, bouwmateriaal en mortel aangetroffen. Dit is van subrecente ouderdom en kan niet worden gekoppeld aan de hoeve Dijkman die hier in de buurt gelegen moet hebben. Verder zijn geen

5

Kremer 2007 12

Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase J.J. van Deinselaan 2 te Enschede, gemeente Enschede, Overijssel

archeologische indicatoren aangetroffen. Gebaseerd op de resultaten van het onderzoek wordt vervolgonderzoek niet noodzakelijk geacht. Zaakidentificatie 2074153100 betreft een archeologisch booronderzoek uitgevoerd door BAAC BV in 2005.6 Het onderzoek bevindt zich op ongeveer 40 m ten noordwesten van het plangebied. Op basis van het bureauonderzoek geldt in het plangebied een middelhoge tot hoge verwachting voor archeologische resten. Uit het veldonderzoek blijkt dat de bodem in het plangebied is verstoord tot een diepte van 100 cm ten opzichte van het maaiveld. Er zijn geen archeologische indicatoren aangetroffen. Op basis van de resultaten van het onderzoek wordt geadviseerd om het gebied vrij te geven. Zaakidentificatie 4867156100 betreft een archeologisch booronderzoek uitgevoerd door Laagland Archeologie in 2020.7 Het onderzoek doorsnijdt de meest noordwestelijke hoek van het plangebied en bevindt zich verder ten westen van het plangebied. Op basis van het bureauonderzoek worden resten uit de periode Neolithicum – IJzertijd en Late Middeleeuwen – Nieuwe Tijd verwacht. Uit het verkennend booronderzoek blijkt dat de bodem overwegend tot in de C-horizont is verstoord. In twee boringen is een redelijk intacte podzolprofiel aangetroffen. De oorspronkelijke top ligt hier echter relatief laag en was waarschijnlijk minder aantrekkelijk voor bewoning.

De kans dat het gebied nog archeologische resten met een intacte archeologische context bevat wordt daarom laag geacht. Zaakidentificatie 2193378100 betreft een archeologisch booronderzoek uitgevoerd door BAAC BV in 2008.8 Het onderzoek bevindt zich op ongeveer 400 m ten noorden van het plangebied. Op basis van het bureauonderzoek geldt een middelhoge tot hoge verwachting voor archeologische vondsten voor de periode Midden-Neolithicum tot en met de Middeleeuwen. Op basis van het veldonderzoek bleek dat de bodem in het plangebied geroerd was tot in de C-Horizont. Op basis van de resultaten van het onderzoek adviseert BAAC dat archeologisch vervolgonderzoek niet noodzakelijk is. Zaakidentificatie 4018712100 betreft een archeologisch proefsleuvenonderzoek uitgevoerd door Laagland Archeologie in 2016.9 Het onderzoek bevindt zich op ongeveer 260 m ten zuidwesten van het plangebied. Hier is een verkennend booronderzoek (2459382100) aan voorafgegaan. Bij de proefsleuven in het zuidwestelijke deel van het plangebied zijn enkele archeologische sporen aangetroffen onder een plaggendek en een oude akkerlaag. De sporen zijn gevonden in proefsleuf 1. Het betreft enkele niet nader dan in de late prehistorie dateerbare sporen van paalkuiltjes of kuiltjes met spoortjes houtskool in de vulling.

Zowel in deze sporen als bij het aanleggen van het de proefsleuven en het opgravingsvlak zijn geen archeologische vondsten aangetroffen. In de overige proefsleuven zijn geen sporen aangetroffen. Op grond van de waarderingscriteria uit de KNA heeft de aangetroffen vindplaats een lage waarde en is daarom als niet behoudenswaardig gekwalificeerd. Laagland Archeologie adviseert daarom in het licht van de voorgenomen plannen en de uitvoering daarvan (specifiek de bergingsvijver of basin) geen verder onderzoek te laten uitvoeren.

6

Nales 2005

7

Brouwer 2020

8

Bergman en Krist 2008

9

Oude Rengerink 2016 13

Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase J.J. van Deinselaan 2 te Enschede, gemeente Enschede, Overijssel

Zaakidentificatie 2361899100 betreft een archeologische opgraving uitgevoerd door Sweco in 2012.10 Het onderzoek bevindt zich op ongeveer 420 m ten westen van het plangebied. Aan dit onderzoek zijn een booronderzoek (2237652100) en een proefsleuvenonderzoek (2284202100) voorafgegaan. Uit het eerder uitgevoerde booronderzoek bleek dat in het onderzoeksgebied restanten van een esdek aanwezig zijn. Verder is op basis van het onderzoek gebleken dat in het plangebied restanten van historische erven te verwachten zijn. Uit het hierop volgende proefsleuven onderzoek is gebleken dat in het zuidelijke deel van het plangebied diverse sporen aanwezig zijn die kunnen duiden op de aanwezigheid van een boerderijerf uit de Middeleeuwen. Tijdens de opgraving zijn de plattegronden van 9 boerderijen en 22 bijgebouwen aangetroffen. Daarnaast zijn 8 waterputten, 2 waterkuilen, erfscheidingen en afvalkuilen aangetroffen. Het geheel kan onderverdeeld worden in twee verschillende erven die vanaf de tweede helft van de 8e eeuw tot en met het eind van de 12e eeuw gevolgd kunnen worden.

2.4 HISTORIE De gronden van de huidige gemeente Enschede worden als sinds de vroege middeleeuwen gebruikt voor landbouw. Op de Elferink Es is een boerderij uit 600 n.Chr. gevonden en op de Usserleres een boerderij uit 900 n.Chr.. Boerderijen gingen zich klusteren in zogenaamde buurstchappen en vanaf de 11 e eeuw worden de grenzen van de verschillende buurstschappen afgebakend. Zo ontstaan de Marken. De marken bleven in gebruik tot 1325.11 De stad Enschede ligt in de Marke Esmarke. Boerderijen in een Marke moesten belasting betalen aan hun landheer of de Parochiekerk in Enschede, een zogenaamde schatting. Wie wat moest betalen werd vastgelegd in schattingsregisters.12 Ongeveer 50 meter ten oosten van het plangebied lag vroeger een historisch erf dat omstreeks 1500 al genoemd wordt in het schattingsregister van Twente. Dit betreft erve Dyck.13 Op de eerste kadastrale kaart (circa 1832)14 is het plangebied en haar omgeving nog onbebouwd (zie onderstaande afbeelding). Het terrein is op de OAT (Oorspronkelijke Aanwijzende Tafel) aangeduid als hooiland. Middendoor het plangebied loopt een dun strookje weideland en de zuidoostelijke hoek bevindt zich in een zone aangeduid als bos.

10

Veenstra, Osinga en Fijma 2013

11

Shsel.nl

12

Shsel.nl

13

zie Boshoven et al. 2005 pag. 97; Historische Kaart Twente 1500, pag. 22

14

bron: hisgis.nl 14

Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase J.J. van Deinselaan 2 te Enschede, gemeente Enschede, Overijssel

Afbeelding 4. Uitsnede uit de eerste kadastrale kaart, circa 1832. De locatie van het plangebied is rood omlijnd. Geel: hooiland, beige: bouwland, lichtgroen: weideland, donkergroen: bos/opgaand hout, paars: heiderood met grijs: bebouwing met erf. Bron: hisgis.nl. Op de topografische kaart van 1900 (zie Afbeelding 5) is het plangebied nog steeds onbebouwd. Het stuk bos in het zuidoostelijke deel van het plangebied is omgezet in hooi/weideland. Rond 1937 verdwijnen de houtwallen rondom de weides in en rond het plangebied (Afbeelding 6).

15

Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase J.J. van Deinselaan 2 te Enschede, gemeente Enschede, Overijssel

Afbeelding 5. Uitsnede uit de topografische kaart van 1900. Bron: topotijdreis.nl.

Afbeelding 6. Uitsnede uit de topografische kaart van 1937. Bron: topotijdreis.nl. In de jaren 50 van de vorige eeuw verschijnt meer bebouwing ten noorden en westen van het plangebied (Afbeelding 7). Rond 1965 wordt een zwembad gebouwd ten oosten van het plangebied en delen van het plangebied worden omheind en een gebouw wordt gebouwd in de noordoostelijke hoek van het plangebied (Afbeelding 8).

16

Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase J.J. van Deinselaan 2 te Enschede, gemeente Enschede, Overijssel

Afbeelding 7. Uitsnede uit de topografische kaart van 1955. Bron: topotijdreis.nl.

Afbeelding 8. Uitsnede uit de topografische kaart van 1965. Bron: topotijdreis.nl. In het midden van de jaren 90 van de vorige eeuw wordt het zwembad ten oosten van het plangebied gesloopt en wordt het nieuwe zwembad in de noordelijke helft van het plangebied gebouwd (Afbeelding 9). Rond 2010 worden extra buitenbaden aangelegd in het zuidwestelijke deel van het plangebied (Afbeelding 10).

17

Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase J.J. van Deinselaan 2 te Enschede, gemeente Enschede, Overijssel

Afbeelding 9. Uitsnede uit de topografische kaart van 1994. Bron: topotijdreis.nl.

Afbeelding 10. Uitsnede uit de topografische kaart van 2010. Bron: topotijdreis.nl.

18

HOOFDSTUK

Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase J.J. van Deinselaan 2 te Enschede, gemeente Enschede, Overijssel

3C

ONCLUSIE EN

VERWACHTINGSMODEL 3.1 CONCLUSIE Op basis van de inventarisatie kan het volgende geconcludeerd worden. Op basis van de geomorfologische kaart en het AHN kan worden aangenomen dat het plangebied op een grondmorenewelving ligt. Bodemkundig is waarschijnlijk sprake van een veldpodzolbodem of een beekeerdgrond. In de omgeving van het plangebied zijn archeologische resten uit de Middeleeuwen bekend. In historische tijden (vanaf circa 1832) werd het terrein omschreven als hooiland met een dunne band weideland en een stuk bos in het zuidoosten van het plangebied. Het plangebied bleef onbebouwd tot 1965 toen is in het noordoosten van het plangebied een gebouw gebouwd dat waarschijnlijk hoorde bij het zwembad dat ten oosten van het plangebied werd gebouwd. Rond 1994 werd het zwembad ten oosten van het plangebied gesloopt en werd in de noordelijke helft van het plangebied een nieuw zwembad gebouwd. Rond 2010 zijn in het zuidwestelijke deel van het plangebied meerdere buitenbaden gebouwd.

3.2 VERWACHTINGSMODEL Op basis van landschappelijke criteria is er een lage verwachting voor resten uit de periode Laat-Paleolithicum tot en met Vroeg-Neolithicum. Nederzettingen van jager verzamelaars bevinden zich vaak op dekzandkopjes in de buurt van vers water. In het plangebied is hiervan geen sprake. Voor de periode Laat Neolithicum tot en met de IJzertijd geldt een middelhoge verwachting. Vermoedelijk was het terrein tamelijk vochtig en daarmee niet bij uitstek geschikt voor bewoning. In de omgeving kwamen opduikingen voor (waar later plaggendekken op zijn aangebracht). Deze boden waarschijnlijk betere omstandigheden voor bewoning. Een uitzondering vormt wellicht de IJzertijd. In deze periode zocht men de wat lagergelegen, vochtiger gronden op voor zowel bewoning als akkerbouw. In de omgeving zijn echter geen resten uit de IJzertijd bekend, zodat ook voor deze periode een middelhoge verwachting kan worden aangehouden. Voor latere perioden kan worden uitgegaan van een lage verwachting, ook weer gebaseerd op de relatief lage ligging en hoge bodemvochtigheid. Op oude kaarten is geen bebouwing in het plangebied aangegeven. Wel bevindt het plangebied zich in de bufferzone van historisch erf H-79. Hierdoor is er een kleine tot gematigde kans aanwezig dat zich in het plangebied resten kunnen bevinden van het historische erf.

19

Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase J.J. van Deinselaan 2 te Enschede, gemeente Enschede, Overijssel

Eventuele nederzettingen uit de steentijd hebben een omvang van 50 – 200 m2 (kleine variant) of 200 – 1000 m2 (middelgrote variant). Nederzettingen uit de periode bronstijd – middeleeuwen hebben meestal een omvang tussen 500 – 2000 m2 (huisplaats) of meer dan 8000 m2 (dorp).15 Deze resten liggen in de top van de natuurlijke ondergrond. Die top bestaat vermoedelijk uit een dunne laag dekzand met daaronder grondmorene of keizand. Eventuele resten bestaan uit vuursteenstrooiingen (voornamelijk neolithicum, in mindere mate bronstijd en ijzertijd). Daarnaast kan (gefragmenteerd) aardewerk worden verwacht, evenals houtskool, verbrande huttenleem en natuursteen. Deze vondstcategorieën bevinden zich aan of in het pleistocene zand, direct onder een bouwvoor. Daarnaast kunnen grondsporen worden verwacht. Het gaat daarbij overwegend om paalkuilen, greppels en afvalkuilen en dergelijke. Deze bevinden zich in de top van de pleistocene ondergrond en kunnen zich tot op grote diepte uitstrekken.

15 bron: Tol e.a., 2006.

20

HOOFDSTUK

Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase J.J. van Deinselaan 2 te Enschede, gemeente Enschede, Overijssel

4V

ELDONDERZOEK

4.1 BESCHRIJVING ONDERZOEKSMETHODIEK

Het veldonderzoek heeft tot doel om meer inzicht te verkrijgen in de fysische situatie in het plangebied. Het dient de in het plangebied aanwezige bodems, de mate van verstoring en de aanwezigheid van potentiële archeologische niveaus in kaart te brengen. Aan de hand daarvan kan er voor het plangebied een gespecificeerd verwachtingsmodel worden opgesteld dat gedetailleerder en nauwkeuriger is dan een verwachtingsmodel dat louter gebaseerd is op bronnen en globalere bodem- en geomorfologische kaarten. Voor het booronderzoek niet-toegankelijke en/of verstoorde delen zijn aangegeven op de kaart in bijlage 3. Voor aanvang van het veldonderzoek is een Plan van Aanpak (PvA) opgesteld16 en gedeponeerd in Archis3. Het veldonderzoek bestond uit het zetten van 10 verkennende boringen. Verkennend booronderzoek is een snelle en kostenefficiënte onderzoeksmethode om de archeologische potentie van een plangebied in kaart te brengen. Aangezien de specifieke bodemopbouw in het plangebied niet bekend is, is verkennend onderzoek in dit stadium de meest geschikte onderzoeksmethode. Naast de tien nieuw gezette boringen zijn ook twee boringen verwerkt van een eerder onderzoek van Laagland Archeologie in 2020 (zaakid. 4867156100). Dit betreffen boring 3 en 4 van dat onderzoek die in dit onderzoek zijn omgenummerd naar boring 1 en 12.

De boringen zijn uitgevoerd met een Edelmanboor met een diameter van 7 cm en een guts. De boorkernen zijn visueel geïnspecteerd op het voorkomen van archeologische indicatoren. De boringen zijn gemeten met GPS met een nauwkeurigheid van 2 m. Het bodemprofiel is beschreven volgens de norm NEN 5104 en ASB. De NAPmaaiveldhoogtes van de boringen zijn bepaald aan de hand van het AHN. De profielbeschrijvingen zijn opgenomen in bijlage 10. De boorpuntenkaart met de posities van de boringen is opgenomen in bijlage 9.

4.2 RESULTATEN: LITHOLOGIE, LITHOGENESE EN BODEMONTWIKKELING

Het typerende bodemprofiel bestaat uit een verstoord (grotendeels opgebracht) pakket met een gemiddelde dikte van 145 cm. Deze ligt meestal scherp begrensd op een C-horizont (k grondmorene of keizand). De minimale verstoringsdikte is 80 cm (boring 7); de maximale verstoringsdikte is 205 cm (boring 9). Boring 11 is op

16

A. Ponten, 2021 21

Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase J.J. van Deinselaan 2 te Enschede, gemeente Enschede, Overijssel

ongeveer 100 cm -mv gestagneerd op een puinhoudende laag. Verder is boring 10 gestagneerd op ongeveer 150 m -mv. Vermoedelijk is deze boring gestagneerd op een grote kiezel en is hier de top van de grondmorene aangeraakt. De samenstelling van het verstoorde pakket varieert. In het algemeen gaat het om matig fijn, zwak –matig-, soms sterk tot uiterst siltig zand. Dit zand is zwak tot matig humeus, vaak baksteenhoudend en heeft diverse kleurschakeringen, variërend van lichtgeel/grijsbruin tot donkergrijs/zwart Waarschijnlijk gaat het grotendeels om omhogingspakketten. Vaak komen brokken lemig zand (grondmorene) voor in het verstoorde pakket. Op onderstaande afbeelding is een interpolatie van de dikte van het verstoorde pakket in het plangebied weergegeven.

Afbeelding 11. Dikte van het verstoorde pakket in cm. De C-horizont ligt gemiddeld op een diepte van circa 1,5 m -mv (39,48 m -NAP). Het hoogste punt is aangetroffen in boring 7 (40,44 m +NAP); het laagste punt in boring 3 (38,74 m +NAP). De C-horizont bestaat overwegend uit zwak siltig, matig fijn zand, dat is geïnterpreteerd als keizand. Dit zand is lichtgeel van kleur. Verder is het licht roesthoudend en licht grindig. In boring 8 is van 175 - 200 cm –mv verspoeld dekzand aangetroffen. Dit bestaat uit matig fijn, zwak siltig en zwak grindig lichtgeel zand. In boring 12 is van 115 – 140 cm –mv dekzand gezien (matig fijn, matig siltig lichtgrijs zand dat naar onder toe een bruinbeige kleur krijgt). Onder dit zandpakket ligt een keileempakket bestaande uit sterk zandig, licht grindige leem. Dit leem is overwegend grijsblauwgroen. Op onderstaande afbeelding is de diepte van de intacte C-horizont (zand of keileem) weergegeven.

22

Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase J.J. van Deinselaan 2 te Enschede, gemeente Enschede, Overijssel

Afbeelding 12. Diepte van de intacte C-horizont (zand of keileem) in m+NAP.

23

HOOFDSTUK

Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase J.J. van Deinselaan 2 te Enschede, gemeente Enschede, Overijssel

5C

ONCLUSIE EN

VERWACHTING Er is sprake van een verstoord/opgebracht bodempakket met een gemiddelde dikte van ca. 150 cm. Dit betreft waarschijnlijk een recente lagen die zijn gevormd bij de bouw van het huidige zwembad. Deze laag sluit direct aan op de C-horizont in de vorm van keileem, of keizand, in enkele gevallen op (verspoeld) dekzand. Sporen van bodemvorming in het dekzand zijn niet aanwezig. In de meeste boringen is het oorspronkelijke dekzand verdwenen. Daarmee is ook het oorspronkelijke archeologische niveau niet meer aanwezig. De kans dat in het plangebied nog archeologische sporen aanwezig zijn wordt laag geacht. Het verwachtingsmodel kan daarom voor alle perioden worden bijgesteld naar ‘laag’.

24

HOOFDSTUK

Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase J.J. van Deinselaan 2 te Enschede, gemeente Enschede, Overijssel

6S

ELECTIEADVIES

Op basis van het uitgevoerde booronderzoek is de kans klein dat het plangebied archeologische sporen bevat, afgezien van zeer diepe grondsporen. Het archeologisch belang hiervan is laag. Om deze reden adviseren we geen vervolgonderzoek uit te voeren en het plangebied vrij te geven. Dit advies is overgenomen door de gemeente Enschede, hierin vertegenwoordigd door de archeologisch adviseur van de gemeente, de heer O. Satijn Mochten bij graafwerkzaamheden onverhoopt toch archeologische resten worden aangetroffen, dan geldt conform de Erfgoedwet (art. 5.10) een meldingsplicht. Dit kan bij Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (033 421 74 56) of via de website: www.cultureelerfgoed.nl/contact.

25

Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase J.J. van Deinselaan 2 te Enschede, gemeente Enschede, Overijssel

literatuur

Berendsen, H.J.A., 2005 (1997). Landschappelijk Nederland. De fysisch geografische regio’s. Assen. Berendsen, H.J.A., 2008. De vorming van het land. Assen. Bergman, W.A. en Krist, J.S., 2008. Enschede Hardick en Seckel, inventariserend veldonderzoek, verkennende fase. Deventer. Borsboom, A.J. en J.W.H.P. Verhagen, 2012. KNA Leidraad Inventariserend Veldonderzoek. Deel: Proefsleuvenonderzoek (IVO-P). Gouda. Bosch, J.H.A.,2008. Archeologische Standaard Boorbeschrijvingsmethode versie 1.1. Op basis van de Standaard Boorbeschrijvingsmethode versie 5.2. Deltares-rapport 2008-U-R0881/A. Boshoven, E.H., R.M. Lotte, A.G. Oldemenger, L.A. Tebbens en J.M.J. Willems, 2005. Gemeente Enschede, archeologische verwachtingskaart. BAAC-rapport 04.238. BAAC bv Deventer. Brouwer, E.W., 2020. Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek verkennende fase Kuipersdijk te Enschede, gemeente Enschede (OV). Almelo. Historische kaart van Twente circa 1500, Werkgroep Historische Kaart van Twente, Enschede 1991. Kremer, H., 2007. Bureauonderzoek en karterend veldonderzoek d.m.v. boringen, Diekmanterrein te Enschede. Doetingchem. Mulder, E.F.J. de., 2003. De ondergrond van Nederland. Groningen. Nederlands Normalisatie-instituut, 1989. Nederlandse Norm NEN 5104, Classificatie van onverharde grondmonsters, Nederlands Normalisatie-instituut Delft. Nales, T., 2005.

Enschede, plangebied kuipersdijk, Inventariserend archeologisch veldonderzoek: karterende fase. Deventer. Oude Rengerink, J.A.M., 2016. IVO proefsleuvenonderzoek Hornbach-Locatie Enschede, gemeente Enschede. Almelo Tol, A.J., J.W.H.P. Verhagen en M. Verbruggen, 2012. Leidraad inventariserend veldonderzoek; Deel: karterend booronderzoek v2. SIKB Veenstra, J.B., Osinga, M. en Fijnma, P. 2013. Archeologisch onderzoek kotmanpark Oost te Enschede. Assen. Ponten, A. , 2021. Plan van Aanpak ivo-verkennend Plangebied J.J. van Deinselaan 2, Enschede, Enschede. Almelo. Archeologische databases/internetbronnen ArchisIII www.boorstaten.nl www.topotijdreis.nl www.hisgis.nl www.grondwatertools.nl www.kadastralekaart.com

26

Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase J.J. van Deinselaan 2 te Enschede, gemeente Enschede, Overijssel

Gebruikte kaarten Historische kaarten vanaf 1890 tot en met 2015. Bron: www.topotijdreis.nl. Geraadpleegd op 14-12-2021 Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN2), nauwkeurigheid Z-waarde <= 5 cm. Bron: www.ahn.nl. Geraadpleegd op 14-12-2021 archeologische verwachtingskaart. Bron: gemeente Enschede. Geraadpleegd op 14-122021 Kaart waarnemingen, AMK-terreinen en onderzoeksmeldingen. Bron: www.zoeken.cultureelerfgoed.nl. Geraadpleegd op 14-12-2021 Bodemkaart van Nederland, schaal 1:50.000. Bron: www.pdok.nl. Geraadpleegd op 1412-2021 Geomorfologische kaart van Nederland, schaal 1:50.000. Bron: www.pdok.nl. Geraadpleegd op 14-12-2021 legenda archeologische verwachting. Bron: gemeente Enschede. Geraadpleegd op 14-122021 Topografische kaart, schaal 1:10.000. Bron: www.pdok.nl. Geraadpleegd op 14-12-2021 Topografische kaart, schaal 1:10.000. Bron: www.pdok.nl. Geraadpleegd op 14-12-2021

27

BIJLAGE 1 AMZ-CYCLUS

28

BIJLAGE 2 ARCHEOLOGISCHE PERIODEN

29

BIJLAGE 3 NIET-TOEGANKELIJKE DELEN VOOR VELDONDERZOEK

30

BIJLAGE 4 GEOMORFOLOGISCHE KAART

geomkaart

31

BIJLAGE 5 ACTUEEL HOOGTEBESTAND NEDERLAND

AHNkaart

32

BIJLAGE 6 GEMEENTELIJKE ARCHEOLOGISCHE VERWACHTINGSKAART

33

gwk

34

BIJLAGE 7 BODEMKAART

bodem

35

BIJLAGE 8 WAARNEMINGEN, AMKTERREINEN EN ONDERZOEKSMELDINGEN

archis

36

BIJLAGE 9 BOORPUNTENKAART VELDONDERZOEK

37

BIJLAGE 10 BOORSTATEN VELDONDERZOEK Boring 1

RD-coördinaten: 258135/469835

-mv (m) NAP(m) lithologie kleurbeeld 40,45 0

0,25

40,2

zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, donkerbruin/ grijs, kleibrokken, zwak baksteenhoudend, scherpe ondergrens, gevlekt/ verstoord

Boring 2

RD-coördinaten: 258129/469776

-mv (m) NAP(m) lithologie kleurbeeld 40,87 0

0,25

40,62

zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, zwak grindig, donkerbruin/ grijs, kleibrokken, onscherpe ondergrens, gevlekt/ verstoord

40

0,5

39,95 65

zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, donkergrijs/ bruin, weinig plantenresten, scherpe ondergrens, gevlekt/ verstoord

0,5

40,37

0,75

39,7

0,75

40,12

1

39,45

1

39,87

50

80

110 120

1,25

1,5

39,2

zand, matig fijn, uiterst siltig, donkergrijs, 135 scherpe ondergrens, 138 gevlekt/ verstoord, schoon

1,25

leem onbepaald, grijs, scherpe ondergrens, keileem/ grondmorene

1,5

39,37

1,75

39,12

2

38,87

38,95

170

leem, sterk zandig, geel/ bruin, C-horizont, keileem/ grondmorene, homogeen

39,62

zand, matig fijn, zwak siltig, geel/ grijs/ bruin, zwak roesthoudend, scherpe ondergrens, gevlekt/ verstoord zand, matig fijn, zwak siltig, donkerbruin/ grijs, kleibrokken, matig baksteenhoudend, onscherpe ondergrens, gevlekt/ verstoord zand, matig fijn, matig siltig, matig humeus, donkergrijs/ zwart, kleibrokken, onscherpe ondergrens, gevlekt/ verstoord zand, zeer fijn, sterk siltig, matig humeus, donkerbruin/ grijs, onscherpe ondergrens, gevlekt/ verstoord, homogeen

180

zand, matig fijn, zwak siltig, zwak grindig, donkergeel, C-horizont, keizand, stag boor loopt leeg

220

38

Boring 3

RD-coördinaten: 258129/469740

-mv (m) NAP(m) lithologie kleurbeeld 40,34 0

0,25

0,5

40,09

zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, bruin/ grijs, zwak baksteenhoudend, gevlekt/ verstoord

39,84

Boring 4

RD-coördinaten: 258174/469758

-mv (m) NAP(m) lithologie kleurbeeld 40,98 0

20

0,25

0,5

40,73

30 35

40,48 60

0,75

39,59

0,75

40,23

1

39,34

1

39,98

120

1,25

1,5

zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, donkergrijs, matig baksteenhoudend, scherpe ondergrens, gevlekt/ verstoord

39,09

38,84 160

1,75

38,59

zand, matig fijn, zwak siltig, oranje/ geel, C-horizont, keizand

1,25

39,73

zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, donkergrijs/ bruin, zwak doorworteld, onscherpe ondergrens, gevlekt/ verstoord zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, grijs/ bruin/ grijs, zwak baksteenhoudend, onscherpe ondergrens, gevlekt/ verstoord, resten tegyyels

75

zand, matig fijn, zwak siltig, grijs/ geel/ grijs, scherpe ondergrens, gevlekt/ 100 verstoord zand, matig fijn, zwak siltig, zwak grindig, grijs/ bruin/ grijs, gevlekt/ verstoord zand, matig fijn, zwak siltig, lichtgrijs, 140 scherpe ondergrens, gevlekt/ verstoord zand , donkerbruin/ grijs, kleibrokken, zwak baksteenhoudend, onscherpe ondergrens, gevlekt/ verstoord klei, sterk zandig, lichtblauw/ grijs, C-horizont

2

38,34

200

39

Boring 5

RD-coördinaten: 258177/469736

-mv (m) NAP(m) lithologie kleurbeeld 40,9 0

0,25

40,65

0,5

40,4 60

0,75

zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, donkerbruin/ grijs/ grijs, kleibrokken, matig doorworteld, onscherpe ondergrens, gevlekt/ verstoord zand, matig fijn, zwak siltig, zwak grindig, donkergrijs/ bruin, kleibrokken, zwak baksteenhoudend, gevlekt/ verstoord

40,15

Boring 6

RD-coördinaten: 258205/469737

-mv (m) NAP(m) lithologie kleurbeeld 41,17 0

0,25

40,92

0,5

40,67

0,75

40,42

1

39,9

1

40,17

1,25

39,65

1,25

39,92

1,5

39,4

1,5

39,67

80

zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, donkergrijs/ grijs, kleibrokken, zwak baksteenhoudend, onscherpe ondergrens, gevlekt/ verstoord, enkele gele vlekken zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, donkergrijs/ grijs, onscherpe ondergrens, gevlekt/ verstoord, veel leembrokken

zand, matig fijn, matig siltig, donkergrijs, kleibrokken, gevlekt/ 100 verstoord

160

zand, matig fijn, zwak siltig, sterk grindig, donkergrijs/ zwart, gevlekt/ verstoord

170

1,75

2

39,15

38,9

180 183

200

zand, matig fijn, zwak siltig, sterk grindig, donkergrijs/ zwart, onscherpe ondergrens, gevlekt/ verstoord

1,75

zand, matig fijn, zwak siltig, zwak grindig, geel/ bruin/ grijs, scherpe ondergrens, C-horizont, keizand, homogeen

2

39,17

2,25

38,92

leem, sterk zandig, zwak grindig, grijs/ groen, C-horizont

39,42 190

leem, sterk zandig, grijs/ geel/ bruin, sterk roesthoudend, C-horizont, keileem/ grondmorene

240

40

Boring 7

RD-coördinaten: 258201/469766

-mv (m) NAP(m) lithologie kleurbeeld 41,24 0

0,25

0,5

0,75

1

40,99

zand, matig fijn, zwak siltig, zwak grindig, bruin/ grijs, onscherpe ondergrens, gevlekt/ verstoord

40,74

zand, matig fijn, zwak siltig, grijs/ geel, onscherpe ondergrens, gevlekt/ verstoord

40,49

50

zand, matig fijn, zwak siltig, geel, zwak roesthoudend, C-horizont, keizand 80

40,24

Boring 8

RD-coördinaten: 258253/469750

-mv (m) NAP(m) lithologie kleurbeeld 41,71 0

0,25

41,46

25 35

0,5

41,21

0,75

40,96

1

40,71

1,25

40,46

1,5

40,21

zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, zwak grindig, donkerbruin, zwak doorworteld, zwak baksteenhoudend, onscherpe ondergrens, gevlekt/ verstoord zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, donkerbruin/ grijs/ grijs, onscherpe ondergrens, gevlekt/ verstoord, grote brokken tertiare klei

zand, zeer fijn, zwak siltig, zwak humeus, zwak grindig, donkerbruin, 100 zwak baksteenhoudend, onscherpe ondergrens, gevlekt/ verstoord, gele zand/kleibrokjes

120

zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, donkergrijs/ bruin, onscherpe ondergrens, gevlekt/ verstoord zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, donkerbruin, onscherpe ondergrens, gevlekt/ 175 verstoord 160

1,75

2

39,96

39,71

zand, matig fijn, zwak siltig, zwak grindig, lichtgeel, C-horizont, 200 verspoeld dekzand

41

Boring 9

RD-coördinaten: 258251/469801

-mv (m) NAP(m) lithologie kleurbeeld 41,85 0

0,25

41,6

0,5

41,35

0,75

50

zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, donkergrijs/ grijs/ geel, scherpe ondergrens, gevlekt/ verstoord zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, zwak grindig, lichtgeel/ grijs/ bruin, gevlekt/ verstoord, brokken keileem

Boring 10

-mv (m) NAP(m) lithologie kleurbeeld 41,37 0 10 20

0,25

41,12

0,5

40,87

41,1

0,75

40,62

1

40,85

1

40,37

1,25

40,6

1,25

40,12

1,5

40,35

1,75

40,1

2

39,85

2,25

RD-coördinaten: 258242/469844

1,5

39,87

zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, donkerbruin/ grijs, matig doorworteld, ondergrens diffuus, gevlekt/ verstoord zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, zwak grindig, donkergrijs/ oranje/ geel, ondergrens diffuus, gevlekt/ verstoord

80

zand, matig fijn, zwak siltig, geel/ bruin/ grijs, onscherpe ondergrens, gevlekt/ verstoord, kleibrokken

zand, matig fijn, sterk siltig, lichtbruin/ grijs, kleibrokken, scherpe ondergrens, 125 gevlekt/ verstoord zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, donkergrijs/ zwart, homogeen 150 155

keileem/ grondmorene, niet gezien

205

klei, sterk zandig, grijs/ blauw/ oranje, sterk roesthoudend, C-horizont, keileem/ grondmorene

39,6 240

42

Boring 11

RD-coördinaten: 258179/469841

-mv (m) NAP(m) lithologie kleurbeeld 41,24 0

0,25

40,99

0,5

40,74

zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, zwak grindig, donkergrijs, kleibrokken, zwak baksteenhoudend, onscherpe ondergrens, gevlekt/ verstoord

Boring 12

RD-coördinaten: 258147/469840

-mv (m) NAP(m) lithologie kleurbeeld 40,5 0

0,25

40,25

0,5

40 65

0,75

40,49

0,75

39,75

1

40,24

1

39,5

1,25

zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, donkergrijs/ bruin, weinig plantenresten, scherpe ondergrens, gevlekt/ verstoord zand, matig fijn, uiterst siltig, lichtgrijs/ grijs, scherpe ondergrens, gevlekt/ verstoord

85

zand, matig fijn, zwak siltig, matig grindig, 100 lichtbruin, sterk puinhoudend, gevlekt/ verstoord, stag, boor loopt leeg

zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, donkerbruin/ grijs, kleibrokken, zwak baksteenhoudend, scherpe ondergrens, gevlekt/ verstoord

110 115 120

zand, matig fijn, matig siltig, lichtgrijs, onscherpe ondergrens, C-horizont, dekzand

140

zand, matig fijn, matig siltig, lichtbruin/ beige, C-horizont, dekzand

39,25

43

44

BIJLAGE 11 VERKLARENDE WOORDENLIJST ARCHIS3 - Archis3 (Archeologisch Informatiesysteem) is een databank waarin gegevens over archeologisch onderzoek, vindplaatsen en terreinen in Nederland zijn opgeslagen. Bleek – een bleek (of bleekweide) is een grasveld dat vroeger door huishoudens gebruikt werd om linnen te bleken na het wassen ervan. In oude teksten is in 1520 voor het eerst sprake van een veld om was te bleken. De bleek als zodanig werd nog tot in de vorige eeuw gebruikt. Bronstijd - In de Bronstijd (2.000 – 800 voor Chr.) werden voor het eerst voorwerpen van brons – een legering van koper en tin – gemaakt, hoewel vuursteen nog steeds breed toegepast werd. Aardewerk uit deze periode is meestal zeldzaam en van slechte kwaliteit (‘hondebrokaardewerk’). Waarschijnlijk werden veel tradities en gebruiken uit het Neolithicum in deze periode voortgezet, waaronder aanvankelijk het gebruik overledenen in grafheuvels bij te zetten. Later, rond 1.200 voor Chr. werd begraving vervangen door crematies, die in urnenvelden en soms ook in oudere grafheuvels werden bijgezet. Es – een es (enk, eng) is een areaal bouwland dat door meerdere grondgebruikers wordt gebruikt. Een es is ruimtelijk begrensd en als zodanig herkenbaar, maar de individuele percelen zijn niet gescheiden door duidelijk herkenbare grenzen.

Formatie van Boxtel – de Boxtel-afzettingen bestaan overwegend uit zand en in wat mindere mate uit leem. Deze afzettingen zijn vooral onder koude, periglaciale omstandigheden gevormd. Het betreft onder andere afzettingen die door de wind zijn afgezet (eolische afzettingen), niet-eolische afzettingen zoals löss, kleinschalige fluviatiele afzettingen, hellingafzettingen, en lacustiene afzettingen. Formatie van Drenthe – de sedimenten van de Drentheformatie bestaan overwegend uit matig fijn tot uiterst grof grindhoudend zand, klei en leem. Deze sedimenten zijn gevormd door of nabij het landijs tijdens het Saalien. Bodemhorizont – een bodemhorizont is een laag of zone die wordt gevormd door bodemvorming. Een bodemhorizont onderscheidt zich van andere lagen door kleur, textuur, structuur en abiotische factoren. De aan- of afwezigheid van bodemhorizonten in podzolgronden geeft belangrijke informatie in hoeverre het vroegere loop-/woonniveau nog intact is en in welke mate daarmee archeologische resten zijn te verwachten. De A-horizont ligt meestal aan of vlak onder het maaiveld en is vaak humeus. Vaak vormt de bouwvoor de A-horizont. De E-horizont ligt meestal onder de A-horizont. De E-horizont is ontstaan onder invloed van (regen)water, waardoor klei, humus en/of aluminium omlaag zijn getransporteerd. De E-horizont is vaak lichtgrijs van kleur (‘loodzand’).

De B-horizont ligt onder de E-horizont. Dit is een inspoelingslaag. De B-horizont is meestal bruin of donkerbruin gekleurd. DE BC-horizont kan onder de B-horizont voorkomen. Dit is een overgangslaag van B- naar C-horizont. De kleur is meestal donkergeel, bruingeel of geelbruin De C-horizont is de minerale horizont van ongeconsolideerd materiaal. Het is het moedermateriaal waarin de bovenliggende horizonten zijn gevormd.

45

IJzertijd - In de IJzertijd (800 – 12 voor Chr.) werden de eerste ijzeren voorwerpen gemaakt. IJzer was harder dan brons en ijzererts was veel breder beschikbaar dan de grondstoffen voor brons (koper en tin). Het winnen en smeden van ijzer vereiste echter veel kunde en kennis. Naast aardewerk worden vanaf deze periode soms resten van ijzeroventjes gevonden of afval dat is ontstaan bij ijzerwinning. Op de hogere zandgronden kwamen celtic fields (raatakkers) tot ontwikkeling. Dit waren akkercomplexen die zich soms tot over een groot gebied konden uitstrekken en gekenmerkt werden door relatief kleine akkertjes die omgeven werden door raatvormige wallen. Men woonde temidden van de akkers. Ten opzichte van de voorgaande en latere perioden werden vaak nattere gronden opgezocht. Vanaf de IJzertijd ook werden de zeekleigebieden in gebruik genomen. Laagpakket van Wierden - (Boxtelformatie). Tot dit laagpakket worden de dekzanden gerekend. Dekzand is gedurende het laat-Weichselien – vroeg-Holoceen gevormd onder invloed van de wind Loodzand - In een plaggendek wordt regelmatig loodzand aangetroffen: bij het winnen van plaggen werd eerst de natuurlijke toplaag afgestoken. In deze toplaag was een Ehorizont (uitspoelingslaag) aanwezig met een kenmerkende grijze kleur. Loodzand wordt meestal aangetroffen in de onderzijde van het plaggendek.

Middeleeuwen - De Middeleeuwen duurden van 450 – 1500 na Chr. Over de periode vlak na het definitieve vertrek van de Romeinen uit Nederland is weinig bekend. Tot op heden zijn relatief weinig vindplaatsen uit deze periode aangetroffen. Er zijn sterke vermoedens dat resten uit deze periode voor een belangrijk deel onder de huidige oude stads- en dorpskernen en oude akkercomplexen liggen. Vanaf ongeveer de 10e eeuw ontstaat er weer enige stabiliteit en is sprake van een min of meer centraal gezag. De maatschappij raakt gefeodaliseerd. In deze periode werd een begin gemaakt met de ontginning van veen, heide en bos. Neolithicum - Het Neolithicum (5.300 – 2.000 voor Chr.) wordt gekenmerkt door een overschakeling van jagen/verzamelen naar landbouw en veeteelt. De mens ging zich op een min of meer vaste locatie vestigen. Aanvankelijk werd daarnaast nog gejaagd en verzameld, maar meer en meer werd de mens agrariër. Doordat men zich op een locatie kon vestigen, namen de materiële bezittingen sterk toe. Men bouwde boerderijen en andere constructies en creëerde voorwerpen van aardewerk en geslepen steen. De bevolking kon groeien en de samenlevingen werden complexer. Uit deze periode zijn hunebedden en grafvelden/-heuvels bekend.

Paleolithicum - Gedurende het Paleolithicum (300.000 – 8.800 voor Chr.) is Nederland wel bezocht door de mens (Homo Sapiens Sapiens en Homo Sapiens Neanderthalensis) gedurende de warmere perioden. Sporen zijn echter schaars en vaak verstoord. De mens trok destijds als jager/verzamelaar rond in kleine groepen. Afhankelijk van het seizoen en aanwezige voedselbronnen werden steeds wisselende, tijdelijke kampementen bewoond.

Pleistoceen - Het Pleistoceen is een geologisch tijdvak binnen het Quartair, van ongeveer 2 miljoen tot 10 duizend jaar geleden. In deze periode vond een afwisseling van ijstijden (stadialen) en warme perioden (interstadialen) plaats. Het Pleistoceen eindigde met de komst van het Holoceen. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) – De RCE is een onderdeel van het ministerie van OCW. Het voert wet- en regelgeving uit, ontwikkelt kennis en geeft advies over rijksmonumenten, landschap & omgeving, archeologie en roerend erfgoed. Romeinse tijd - Met de komst van de Romeinen (van 12 voor Chr. tot 450 na Chr. ) eindigde de IJzertijd. In 47 na Chr. werd de Rijn als rijkgrens vastgesteld. Langs deze grens (de limes) werden castella en wachttorens gebouwd. In het door Romeinen bezette gebied verbeterde de infrastructuur en ontstonden steden als Nijmegen. Noordelijk van de limes kon de inheemse levenswijze zich grotendeels handhaven, maar wel zijn veel Romeinse invloeden te zien. 46

Saalien – een geologische periode in het Pleistoceen die duurde van 236 – 126 duizend jaar geleden. Het Saalien was de voorlaatste ijstijd (voorlaatste glaciaal). Gedurende deze periode kwam het landijs tot in Midden-Nederland. Weichselien – een geologische periode in het Pleistoceen die duurde van 116 – 11,7 duizend jaar geleden. Het Weichselien is de laatste ijstijd (glaciaal) die we in Nederland gehad hebben. Het landijs bereikte de Nederlandse grenzen niet, maar wel was de bodem van grote delen permanent bevroren (permafrost).

47

Bijlage 3 Verkennend en aanvullend bodemonderzoek

bestemmingsplan Zwembad Diekman (vastgesteld)

53

! ! !" #

$

%

&

,

$

-! ! !

! *! $

!!

" #

6 9

+ .+

/(

01

$

7!"!

8 44 +

'

' !

(

)

*

"

+

#

. /

2 & 3.

44 5$ *

- ! 44 +

6

222!

## !

! ! !" #

:

,

$

% ( (# # !! " #

#& "

# # &

7 2 &

! #

# # #

$! !

#

# ;&#< #

## #

#&

& # &#

#

# 2

# #

• •

#

+! 6!

6=/

!

&

; # &

#

; # 8 0 019

A@ A@

# B # B

# &

E

# # ?

>

#& 2 B #& #&2 # B!

" # # & # & 2 & # !" # 2 # #&# & # # & # ! 7 2 # #& & $*1 ,:)$ C # & # 4 # & 2 # D# & # @ # : # %& # # # &# & # &# & @ # % 2 #& # & # # #&# &! " $

#&

!

0 0 +.3 # # #&

#

2

2

#&2 # ! " 2 # #

& # @

&

# #&# &

% @2

# #

#

&

%%

& !

%

#& %#

&

%%

!

@& 2

&

$

#

# & 8E

9

'#

#

!

* F# &

# & ; /) % '$ # %% @ '$ /) #

# # & F#

#

& #

&

&

#

$ G

#

G2 8

# 2

/

#

2 #& #&2 #

/

#

& #& #&2 #

# &

2

!: @

&

&

#

% # &

& # &

& # #

!:

&

2

#

& ! "#

# @ D;

# & &

& &

% %

#&

!

#

#&

#

2 # # G "# % G&

#

#

&

& &

#

! &

&

2 & 3.

#

##

;&#< #

# #

6

222!

# !

44 5$ *

-

44 +

##

!

! ! !" #

2 & &

8 #

9 #

; "

&

&

#

#

>

# # # & 2 # #

;&#< # & E

& # &

2

@ D; # ? # &

# &

& &

# & # #& # # &

# &!

&

#

2

#

H % '$ H % /) # # & 2 # 2 2 ! & # # & 2 !" ## % # ! %

# #&

#

& # #& #

% # ;&#<

% #&

'* E 3 2 !

#

# ! &

* F#

& "

-

&

# #&# & # 2 #& # # # #

"

-

# @4

#

# &# # &

#

5

2 & &2 #

5 # &

# &8

&

!

-/FE # @ @2 # # # %& & # # 9!

# #&# & # # # # # # 2 # # # & # #&# & # #& # & 2 #&!

#

"

2

# #

#

# # #&# &!

& #&&# & #&2 #

#

#

I &

J @4

!7 #

# # B !5

& #

# @2

/

&

#& #&2 # # @2 #&

& #

# &

# &9

&

&

%&

# 2 # # #&2 # @ &

# 2 &

#

#

# & @

# &

# & %&

# # #& 8 % &

2

&

# #&# & # &

&

#

& #

# !:

# &

# # #&

!

# &

#

%

!

2 & 3.

44 5$ *

-

44 +

6

222!

##

!

! ! !" #

:

&

,/( 0 /--:05 !!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!! !

:01 :":05!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!3 !

/

!

*

!

$

!

# # &

!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!! 3 !!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!! 3

2

* 0" *K

#

)!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!

!

1

# & &

!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!

!

1

# #

# !!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!! .

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=enschede&id=054c8232-3376-403b-9d85-529e798f9f59