CConstaterende datenschede
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 10a bij de toelichting bestemmingsplan

Raadsvergadering 27 september 2021, gemeente enschedeBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan "Leuriks Oost 2020", exploitatieplan Leuriks Oost en beeldkwaliteitsplan Leuriks Oost26.085 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Bijlagen Toelichting Bestemmingsplan Leuriks Oost 2020

Status: Vastgesteld

Leuriks Oost 2020

Inhoudsopgave

Bijlagen toelichting

3

Bijlage 1

Overzicht bijlagen en onderzoeksrapporten

4

Bijlage 2

Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r. beoordeling

5

Bijlage 3

Akoestisch onderzoek Wet geluidhinder

24

Bijlage 4

(Ontwerp)besluit Hogere grenswaarde Wet geluidhinder

73

Bijlage 5

Bodemonderzoek

80

Bijlage 6

Aerius-berekeningen voor de aanlegfase (75 woningen)

251

Bijlage 7

Aerius-berekeningen voor de aanlegfase (25 woningen)

261

Bijlage 8

Aerius-berekening voor de gebruiksfase

267

Bijlage 9

Quickscan Flora & Fauna

273

Bijlage 10

Ecologisch werkprotocol buizerd

304

Bijlage 11

Archeologisch onderzoek

309

Bijlage 12

Waterstructuurplan

367

Bijlage 13

Kwantitatieve risicoanalyse

447

Bijlage 14

Beeldkwaliteitplan

460

Bijlage 15

Exploitatieplan Leuriks Oost

511

Bijlage 16

Laddertoets Leuriks Oost

722

Bijlage 17

Aanvullend onderzoek kamsalamander Leuriks Oost

737

2

bestemmingsplan Leuriks Oost 2020 (vastgesteld)

Bijlagen toelichting

bestemmingsplan Leuriks Oost 2020 (vastgesteld)

3

Bijlage 1 Overzicht bijlagen en onderzoeksrapporten Bijlage 1: Overzicht bijlagen en onderzoeksrapportages Bijlage 2: Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r. beoordeling Bijlage 3: Akoestisch onderzoek Bijlage 4: (Ontwerp)besluit Hogere grenswaarde Wet geluidhinder Bijlage 5: Bodemonderzoek Bijlage 6: Aerius-berekening voor de aanlegfase (75 woningen) Bijlage 7: Aerius-berekening voor de aanlegfase (25 woningen) Bijlage 8: Aerius-berekening voor de gebruiksfase Bijlage 9: Quickscan Flora & Fauna Bijlage 10: Ecologisch werkprotocol buizerd Bijlage 11: Archeologisch onderzoek Bijlage 12: Waterhuishoudkundig plan Bijlage 13: Kwantitatieve risicoanalyse Bijlage 14: Beeldkwaliteitplan Bijlage 15: Exploitatieplan Leuriks Oost Bijlage 16: Laddertoets leuriks Oost

4

bestemmingsplan Leuriks Oost 2020 (vastgesteld)

Bijlage 2 Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r. beoordeling

bestemmingsplan Leuriks Oost 2020 (vastgesteld)

5

Notitie t.b.v. vormvrije m.e.r.-beoordeling Bestemmingsplan Leuriks Oost 2020

20 oktober 2020

-1-

Inhoudsopgave

1 1.1 1.2 1.3

INLEIDING Initiatiefnemer en het bevoegd gezag Aanleiding en doel van deze notitie Inhoud van de notitie

3 3 3 3

2 2.1 2.2

DE PLAATS EN DE KENMERKEN VAN HET PROJECT De plaats van het project De kenmerken van het project

4 4 6

3 3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 3.6 3.7 3.8 3.9 3.10

KENMERKEN VAN DE POTENTIËLE EFFECTEN Referentiesituatie voor effectbeschrijving Natuur Water en bodem Landschap, cultuurhistorie en archeologie Verkeer Luchtkwaliteit Geluid Geur Externe veiligheid Duurzaamheid en klimaat

8 8 9 12 13 13 14 14 16 16 17

4

CONCLUSIE

18

-2-

1

Inleiding

1.1

Initiatiefnemer en het bevoegd gezag Gemeente Enschede treedt op als initiatiefnemer en bevoegd gezag om een besluit te nemen over de mogelijke m.e.r.-plicht voor de benodigde bestemmingsplanherziening voor de beoogde ontwikkeling.

1.2

Aanleiding en doel van deze notitie De gemeente Enschede is voornemens om met het bestemmingsplan “Leuriks Oost 2020” een woonwijk met (naar huidig inzicht) 74 woningen mogelijk te maken aan de Gronausestraat, aan de oostzijde van Enschede. Op basis van de kenmerken van de voorgenomen activiteit geldt waarschijnlijk een plicht tot een vormvrije m.e.r.-beoordeling voor de bestemmingsplanherziening. De voorgenomen activiteit is namelijk onder activiteit D 11.2 van onderdeel D van de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.) te scharen: 'de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen'. De bijbehorende drempelwaarden (1° een oppervlakte van 100 hectare of meer, 2° een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen en 3° een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer) worden niet overschreden. Het terrein is circa 12 hectare groot en het betreft 74 woningen. Daarmee blijft het plan ruimschoots onder de drempelwaarden. Het doel van voorliggende notitie is om te beschrijven wat de aard en omvang van de ingreep en de aard en omvang van de milieueffecten van deze ingreep zijn en of deze zodanig zijn dat een m.e.r.-procedure (het opstellen van een MER) nodig is.

Op basis van voorliggende notitie kan het bevoegd gezag (gemeente Enschede) beoordelen en besluiten of zij voor de benodigde bestemmingsplanherziening een m.e.r.-procedure nodig acht. Het besluit om al dan niet een volledige m.e.r.-procedure te doorlopen wordt verwerkt in de bestemmingsplantoelichting.

1.3

Inhoud van de notitie Voor een vormvrije m.e.r.-beoordeling geldt, evenals voor de ‘gewone’ m.e.r.-beoordeling, dat deze inhoudelijk in moet gaan op de criteria zoals genoemd in bijlage III van de Europese richtlijn inzake milieueffectbeoordeling (85/337/EEG zoals gewijzigd door de richtlijnen 97/11/EG en 2003/35/EG): 1. de kenmerken van het project: omvang, cumulatie met andere projecten, gebruik van natuurlijke hulpbronnen, productie van afvalstoffen, verontreiniging en hinder, risico van ongevallen (m.n. door gebruikte stoffen of technologieën); 2. de plaats van het project (kwetsbaarheid van het omliggende milieu): bestaande grondgebruik, rijkdom, kwaliteit en regeneratievermogen van natuurlijke hulpbronnen, opnamevermogen van het natuurlijke milieu (met name aandacht voor gebieden als wetlands, reservaten en natuurparken, speciale beschermingszones, gebieden met een hoge bevolkingsdichtheid en landschappen van historisch, cultureel of archeologisch belang);

-3-

3. de kenmerken van de potentiële effecten in samenhang met de kenmerken en plaats van het project: het bereik/grootte van het effect (afstand en getroffen bevolking), grensoverschrijdende effecten, complexiteit, waarschijnlijkheid, duur, frequentie en omkeerbaarheid van het effect. Het is daarbij gebruikelijk om de effecten van het hele plan/project in beeld te brengen en niet alleen de effecten van de onderdelen waarvoor de plicht tot (vormvrije) m.e.r.(beoordeling) geldt. De kenmerken van het project en de plaats van het project (criteria 1 en 2) worden in hoofdstuk 2 beschreven. De potentiële milieu-/omgevingseffecten worden in hoofdstuk 3 beschreven. Op basis daarvan wordt vervolgens in hoofdstuk 4 aangegeven of belangrijke nadelige milieugevolgen uit zijn te sluiten. Het bevoegd gezag neemt op basis van de inhoud van deze notitie een besluit of er een (volledige) m.e.r.(-beoordeling) nodig is.

2

De plaats en de kenmerken van het project

2.1

De plaats van het project Het plangebied van bestemmingsplan “Leuriks Oost 2020” ligt tussen Enschede en Glanerbrug. In de omgeving zijn meerdere woonwijken ontwikkeld, maar is ook het buitengebied nog aanwezig. Bebouwde kom en buitengebied komen bij elkaar. In onderstaande afbeelding is de ligging van het plangebied in de omgeving weergegeven.

Afbeelding 2.1: Ligging plangebied in wijdere omgeving Het plangebied ligt tussen de Gronausestraat aan de noordzijde, de Keppelerdijk aan de zuidzijde en de Oostweg aan de oostzijde. Aan de westzijde wordt het plangebied begrensd door het landgoed De Leuriks, met daarnaast het woongebied De Leuriks West. Ten noorden en oosten liggende de woonwijken de Sleutelkamp en de Eekmaat-west.

-4-

In onderstaande afbeelding is de plangrens weergegeven op een recente luchtfoto (2020). Duidelijk zichtbaar zijn de grote bospercelen aan de randen (en reikend richting het midden) van het plangebied. De laanbeplanting langs de Gronausestraat vormt de groene noordrand van het gebied. Ten zuiden grenst het plangebied aan de Keppelerdijk, een landelijke weg die de Leuriks Oost scheidt van het prachtige buitengebied van Enschede. Verder is het plangebied vooral in gebruik als agrarisch en ‘braakliggend’ grasland.

Afbeelding 2.2: Begrenzing plangebied (rode lijn) Door de ligging op de flank van een stuwwal kent het gebied een natuurlijk hoogteverschil van west naar oost en een hoge grondwaterstand door de kleileem in de bodem. Er ligt een beek ten noorden van de grote tweebospercelen. Deze beek stroomt vanaf landgoed De Leuriks naar de Oostweg. Daarnaast zijn er nog sloten ten zuiden van de bospercelen die de landbouwgronden afwateren en een poel in het oostelijk bosperceel. Van oudsher is Leuriks Oost een gebied geweest met veel bos, afgewisseld met weides te midden van onontgonnen heidevelden. Door de jaren heen zijn de weidegebieden gegroeid en verdween het bos langs de Keppelerdijk. En ook de omgeving veranderde van onontgonnen

-5-

heidevelden en landbouwgrond naar woonwijken en industriegebied. De bospercelen in het plangebied zijn bosrestanten en maken deel uit van de ecologische verbindingszone tussen het Aamsveen en de Hoge Boekel (deels NNN). In paragraaf 3.2 wordt verder ingegaan op het aspect natuur. In het plangebied komen geen markante en bijzondere cultuurhistorisch waardevolle panden, elementen en structuren voor.

2.2

De kenmerken van het project Motivering activiteit In 2016 is geconstateerd dat er een tekort was aan locaties voor groenstedelijk wonen in Enschede. Groenstedelijk wonen betreft een breed spectrum aan woonmilieus met overwegend grondgebonden woningen in verschillende dichtheden en types. Er zijn sindsdien locaties tot ontwikkeling gekomen, maar de vraag naar groenstedelijk wonen is nog steeds duidelijk aanwezig. De gemeente (bureau kaveluitgifte) constateert een grote vraag naar (vrije) kavels rond de 500m2, maar er is al geruime tijd geen aanbod meer in dit segment. Dat betekent dat een belangrijke doelgroep voor de gemeente Enschede niet wordt bediend. Een belangrijke doelstelling van de woonvisie Enschede is immers het vasthouden en aantrekken van “talent”: “Talent” omvat een brede doelgroep van studenten en net afgestudeerden tot midden en hogere-inkomensgroepen in de leeftijdscategorie 30-55 jaar, die voor de sociaaleconomische ontwikkeling van de stad erg belangrijk zijn. Voor deze doelgroepen dienen geschikte woningen en woonmilieus te worden aangeboden. Dat betekent dat voor de doelgroep “talent” niet alleen hoog stedelijke woonmilieus met appartementen in beeld zijn, maar ook groenstedelijke woonmilieus, juist voor de laatstgenoemde doelgroep. Leuriks Oost bedient deze doelgroep.

Kenmerken van de activiteit In onderstaande afbeelding is de stedenbouwkundige opzet weergegeven. Hier wordt een korte beschrijving gegeven. Voor een volledige beschrijving van het plan wordt verwezen naar hoofdstuk 4 van de bestemmingsplantoelichting. Het betreft een nieuwe woonwijk met (naar huidig inzicht) 74 vrijstaande woningen. Uitgangspunt is het realiseren van een woonwijk tussen bestaande bospercelen, het landelijke gebied en de Gronausestraat.

-6-

Afbeelding 2.3: stedenbouwkundige opzet Leuriks Oost De bestaande bospercelen en de houtwallen vormen het ruimtelijke kader voor het stedenbouwkundig plan. Hierbinnen zal een netwerk van nieuwe houtwallen de onderlegger vormen voor de waterstructuur. Door het hoogte verschil in het gebied is de waterstructuur een belangrijk onderdeel van het plan en wordt gevormd door een bestaande beek, een nieuwe beek en een stelsel van sloten op de kavel en langs de wegen. De waterstructuur en het groene netwerk vormen samen de blauwgroene hoofdstructuur. De blauwgroene hoofdstructuur vormt woonclusters in groene kamers. Hierbinnen liggen de kavels die altijd in contact staan met het bos, de houtwallen, de beek of het buitengebied. Het bestaande netwerk van oppervlaktewater wordt uitgebreid en aangevuld met een nieuw stelsel van sloten. Dit beperkt droogte en hittestress en is van voldoende omvang om het regenwater zonder overlast te bergen en af te voeren. Ook op iedere individuele kavel wordt gezorgd voor voldoende berging van regenwater.

Planning en tijdsduur activiteit De woningen worden gebouwd voor onbepaalde tijd. Uiteraard is het doel dat de woningen toekomstbestendig zijn lang meegaan.

-7-

De aanleg van de wijk zal waarschijnlijk in fasen gaan. De realisatie zal naar verwachting enkele jaren in beslag nemen van bouwrijpmaken tot realisatie van de laatste woning. Cumulatie met andere projecten In de omgeving van het project bevinden zich geen projecten waarvan de omgevingseffecten op een relevante manier versterkt worden door het project waarvoor voorliggende notitie is opgesteld. Gebruik natuurlijke hulpbronnen Er wordt een nieuwe woonwijk gebouwd. Dit vergt bouwstoffen en energie voor de bouw. De huidige ‘productiewaarde’ van de te bebouwen landbouwgrond zal verdwijnen. Uiteraard zal er tijdens de gebruiksfase elektriciteit en water nodig zijn voor de woningen. Als gevolg van het nieuwe plan wordt verder geen bijzonder beslag op natuurlijke hulpbronnen gelegd en vindt geen relevante productie gevaarlijke of milieubelastende (afval)stoffen plaats. Verontreiniging en hinder Bij de aanleg en het gebruik van de woningen zijn ten aanzien van verontreiniging/hinder voornamelijk de aspecten verkeer en geluid van belang. Deze aspecten worden nader beschreven in hoofdstuk 3 (kenmerken van de potentiële effecten). Risico van ongevallen en veiligheid De beoogde activiteiten in en rond het plangebied zorgen niet voor een toename van risico’s voor de omgeving. Er worden geen gevaarlijke stoffen geproduceerd, opgeslagen of vervoerd.

Externe veiligheid en verkeersveiligheid komen verder aan bod in hoofdstuk 3.

3

Kenmerken van de potentiële effecten In dit hoofdstuk worden de potentiële effecten van het project aangegeven. Per (milieu)aspect wordt in samenhang met de kenmerken en de locatie van het project bezien of zich bijzondere omstandigheden voordoen met betrekking tot potentiële milieueffecten. Daarbij gaat het niet alleen om de effecten van de onderdelen waarvoor de plicht tot (vormvrije) m.e.r.(-beoordeling) geldt, maar om effecten van het plan als geheel.

3.1

Referentiesituatie voor effectbeschrijving Algemeen De effecten in een m.e.r. of m.e.r.-beoordeling worden beschreven ten opzichte van de referentiesituatie. Dit is de situatie die in de toekomst ontstaat als het project/plan niet doorgaat, bestaande uit de huidige situatie plus ‘autonome ontwikkelingen’. Of meer precies (Commissie m.e.r., 20181): • huidige, feitelijke situatie: alle vergunde activiteiten die zijn gerealiseerd (of direct geactiveerd kunnen worden zonder nieuwe gebruiks- of bouwvergunning), uitgezonderd illegale activiteiten. 1 Zie verder: http://www.commissiemer.nl/documenten/00000263.pdf

-8-

•

•

toekomstige ontwikkelingen binnen en buiten het plangebied (het studiegebied): dit zijn activiteiten die met grote zekerheid zullen plaatsvinden, ook al gaat de voorgenomen activiteit/het plan niet door. Generieke, planoverstijgende ontwikkelingen: bijvoorbeeld normen/grenswaarden die binnen de planperiode moeten worden bereikt op grond van wetgeving (bijv. max uitstoot van stallen of vrachtwagens) of een autonome groei van het verkeer.

Uitzondering Natura 2000: de referentiesituatie voor effecten op Natura 2000-gebieden bestaat alleen uit de feitelijke, huidige situatie. Voorbeeld: bestemmingsplan voor woningbouw op oud bedrijventerrein • Huidig, feitelijk: verouderd bedrijventerrein met veel langdurige leegstand. • Autonome ontwikkeling: beperkte bezetting van bestaande panden met realistische verwachting van toekomstig gebruik indien plan niet doorgaat (dus niet de maximale planologische invulling!). Geen nieuwbouw. Verdere verloedering van leegstaande panden en het gebied als geheel.

Referentiesituatie voor studiegebied van bestemmingsplan “Leuriks Oost 2020“ Zoals aangegeven in paragraaf 2.1 bestaat het plangebied vooral uit bos, houtwallen en weiland/grasland. De omgeving bestaat uit landgoed De Leuriks, woonwijken (De Leuriks West, Sleutelkamp en Eekmaat-west) en het buitengebied. In en nabij het plangebied zijn geen relevante autonome ruimtelijke ontwikkelingen bekend. Bij de effectbeschrijving in dit hoofdstuk wordt verder rekening gehouden met de specifieke referentiesituatie per (milieu)aspect.

3.2

Natuur In paragraaf 5.3 van de bestemmingsplantoelichting wordt uitvoerig stilgestaan bij de effecten ten aanzien van natuur. In het navolgende wordt hier kort op ingegaan. Wet natuurbescherming: Natura 2000-gebieden Het plangebied van het bestemmingsplan is niet gelegen binnen de grenzen dan wel in de nabijheid van een gebied dat is aangewezen als Natura 2000 gebied of bijzonder nationaal natuurgebied. De dichtstbijzijnde Natura 2000 gebieden “Aamsveen” en “Dinkelland” zijn op respectievelijk ca. 2,6 km op ca. 3,1 km van het plangebied gelegen. Op dergelijke grote afstanden speelt alleen het effect van stikstofdepositie (verzuring/vermesting) een mogelijk relevante rol. Om te bepalen of het project significant negatieve gevolgen kan hebben voor Natura 2000gebieden is daarom een stiktofdepositieberekening uitgevoerd. Met behulp van Aerius is de stikstofdepositie vanwege zowel de aanleg- als de gebruiksfase op Natura 2000-gebieden berekend. De rekenresultaten zijn als bijlage bij de bestemmingsplantoelichting gevoegd. Uit de berekeningen blijkt dat de realisatie van het plan tijdens de aanlegfase een stikstofdepositie van maximaal 0,01 mol/ha/jaar tot gevolg heeft als alle 75 woningen in één jaar gerealiseerd worden. Per jaar zullen echter maximaal 25 woningen gerealiseerd worden.

Bij de realisatie van 25 woningen per jaar zal de stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden niet hoger zijn dan 0,00 mol/ha/jaar. Ook tijdens de gebruiksfase (als alle woning zijn aangelegd en

-9-

bewoond worden) zal de stikstofdepositie niet hoger zijn dan 0,00 mol/ha/jaar. Dat betekent dat het project uitvoerbaar is zonder dat er significant negatieve effecten op Natura 2000-gebieden optreden. Conclusie en mitigerende maatregelen Op grond van het voorgaande kan met aan voldoende zekerheid grenzende waarschijnlijkheid worden geconcludeerd dat er geen significant negatieve effecten optreden. Er zijn geen mitigerende maatregelen nodig om de effecten te verminderen. Wet natuurbescherming: beschermde planten- en diersoorten Er is een ecologisch onderzoek uitgevoerd naar beschermde flora en fauna in het plangebied. Dit is als bijlage bij de bestemmingsplantoelichting gevoegd. In één van de te handhaven groenzones rondom de nieuwbouwlocatie is een bezet buizerdnest aangetoond. Om de ecologische functionaliteit van het buizerdnest te kunnen waarborgen is het plan aangepast door binnen de invloedssfeer van het nest een bouwkavel te schrappen en af te zien van het aanleggen van een wandelpadenstructuur in het bosje rondom het nest. Daarnaast is de te handhaven poel in het zuidoosten van het plangebied mogelijk geschikt als voortplantingsbiotoop voor de kamsalamander. Om dat met zekerheid te kunnen vaststellen of uit te sluiten wordt in het voorjaar 2021 een nader soortgericht onderzoek naar kamsalamander uitgevoerd.

Wanneer in de poel kamsalamander wordt aangetoond moet een deel van het plangebied rondom de poel tot het essentieel functioneel leefgebied van de soort worden gerekend en is een ontheffing noodzakelijk. Conclusie en mitigerende maatregelen Om overtreding van verbodsbepalingen te kunnen voorkomen en de functionaliteit van het gebied voor de aanwezige beschermde soorten te kunnen waarborgen worden wel mitigerende/preventieve maatregelen getroffen om de effecten te verminderen: -

-

Om effecten op de buizerd te voorkomen wordt binnen de invloedssfeer van het nest een bouwkavel geschrapt en wordt daar geen wandelpadenstructuur in het bosje aangelegd. Verder zal bij de uitvoering van de werkzaamheden worden gewerkt overeenkomstig een ecologisch werkprotocol (als bijlage bij het bestemmingsplan gevoegd). Daarmee is verzekerd dat de ontwikkeling kan worden gerealiseerd zonder het buizerdnest te verstoren. Er is geen ontheffing van voor de Wet Natuurbescherming noodzakelijk. Als uit het nog uit te voeren aanvullende onderzoek voor de kamsalamander blijkt dat de poel tot het essentieel functioneel leefgebied behoort, moet er voorafgaand aan de uitvoering van de werkzaamheden een ontheffing worden aangevraagd bij de provincie Overijssel. Daarin zullen beperkingen en/of randvoorwaarden staan voor het uitvoeren van de werkzaamheden. De gunstige staat van instandhouding van de soort is niet in het geding en de eventuele invloed op het functioneel leefgebied van de soort is naar verwachting gering. Een eventueel noodzakelijke ontheffing zal redelijkerwijs kunnen worden verleend.

Met in achtneming van voorgaande maatregelen treden er naar verwachting geen relevante negatieve effecten op ten aanzien van beschermde flora en fauna. De Wet natuurbescherming vormt voor wat betreft beschermde soorten op voorhand geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan.

NNN: Natuurnetwerk Nederland (voorheen EHS genoemd)

- 10 -

Binnen en op de randen van het plangebied liggen bos en houtwallen die in de Omgevingsverordening van Overijsel zijn aangewezen als NNN (Bestaande natuur). Zie onderstaande afbeelding. Ze maken deel uit van het NNN-gebied “Landgoederen en beekdalen Enschede/Hengelo” (deelgebied 26 in de verordening).

Afbeelding 3.X: NNN in en nabij plangebied (via https://geo.overijssel.nl/viewer/app/master/v1) Het nieuwe bestemmingsplan maakt geen ontwikkelingen mogelijk op gronden die gelegen zijn binnen het NNN. De houtwallen en het bos worden bestemd als ‘groen’ voor zover gelegen binnen het plangebied en blijven behouden. Er vindt geen oppervlakteverlies van NNN plaats. Het bestaande bos wordt ‘opgeschoond’ en er worden enkele half verharde padenaangelegd. Aan de randen worde struiken met bloemen en bessen bijgeplant waardoor er een veilige, gevarieerde bosrand kan ontwikkelen. De houtwal nabij de Gronausestraat (ook deels onderdeel van het NNN) zorgt voor een groen kader om het noordelijke ‘wooncluster’. Uit het bestaande groen komen nieuwe groenelementen die de wijk dooraderen en een raamwerk vormen tussen de verschillende ‘woonclusters’. Ze vormen een verbinding tussen het

- 11 -

bestaande en nieuwe groen. Het worden robuuste groenstroken, ingeplant met inheemse bomen en struiken. Het nieuwe groen versterkt het aangrenzende NNN. Conclusie en mitigerende maatregelen Er treden als geheel geen relevante negatieve effecten op ten aanzien van het NNN. Er zijn geen mitigerende maatregelen nodig. De nieuw aan te brengen beplanting in het plangebied versterkt mogelijk wel de werking van het NNN.

3.3

Water en bodem In paragrafen 3.1, 5.1.3 en 5.2 van de bestemmingsplantoelichting wordt uitvoerig stilgestaan bij een beschrijving van de aspecten water en bodem. In het navolgende wordt kort ingegaan op de relevante effecten. Waterkwantiteit Om te kunnen bepalen wat de mogelijke consequenties van de beoogde transformatie zijn voor de waterhuishouding in en rondom het plangebied is een beknopt Waterstructuurplan opgesteld (bijlage bij het bestemmingsplan). Hierin wordt uitgebreid onderbouwd en aangegeven hoe de waterhuishouding (hemelwater, afvalwater, grondwater, ontwatering en afwatering) in het plangebied wordt ingevuld. De hoeveelheid verhard oppervlak in het plangebied neemt toe ten opzichte van de huidige situatie. Waterberging is nodig om regenwater tijdelijk vast te houden. Er wordt extra oppervlaktewater als waterbergende voorziening gerealiseerd in de vorm van kavelsloten, sloten en beken. De kavelsloten bevinden zich op particuliere grond. Sloten en beken liggen in de openbare ruimte. Het regenwater dat versneld van de aan te leggen verharding (daken, paden en wegen) afwatert, wordt tijdelijk in het plangebied geborgen en uiteindelijk afgevoerd richting de watergang langs de Oostweg. Afhankelijk van de weersomstandigheden zal de hoeveelheid water in de sloten en beken variëren. In droge perioden zal het water grotendeels infiltreren.

In natte periodes wordt het water vertraagd afgevoerd. Wat het grondwater betreft: de ontwateringsdiepte (t.b.v. de woningen) binnen het plangebied is op veel plaatsen onvoldoende. Ophoging van bouwvlakken en wegen is noodzakelijk om te voldoen aan de norm en om beheerste afwatering mogelijk te maken. Conclusie en mitigerende maatregelen Er treden geen relevante effecten op indien de in het waterhuishoudingsplan beschreven maatregelen worden uitgevoerd. Dit gaat o.a. om het aanleggen van voldoende waterberging en het gedeeltelijk ophogen van het plangebied. Bodem- en grondwaterkwaliteit Er is onderzoek uitgevoerd naar de bodemkwaliteit in het plangebied. Dit onderzoek is bijgevoegd bij het bestemmingsplan. Het bodemonderzoek laat zien dat er binnen het plangebied lokaal sprake is van bodemverontreiniging met asbest. Verder zijn er wat betreft de milieuhygiënische bodemkwaliteit en de kwaliteit van het grondwater geen belemmeringen voor de herontwikkelingsplannen. De bodemverontreiniging met asbest kan functiegericht en kosteneffectief worden gesaneerd. Deze bodemsaneringswerkzaamheden dienen voordat het plangebied bouwrijp wordt gemaakt,

- 12 -

te worden uitgevoerd. De realisatie van het plan komt hierdoor niet in het geding. Als deze maatregel wordt uitgevoerd is er geen sprake van mogelijk negatieve effecten. Een sanering van een verontreiniging is in feite een positief effect. 3.4

Landschap, cultuurhistorie en archeologie Landschap en cultuurhistorie Van oudsher is Leuriks Oost een gebied geweest met veel bos, afgewisseld met weides, te midden van onontgonnen heidevelden. Door de jaren heen zijn de weidegebieden gegroeid en verdween het bos langs de Keppelerdijk. Ook de omgeving veranderde van onontgonnen heidevelden en landbouwgrond naar woonwijken en industriegebied. De bospercelen in het plangebied zijn bosrestanten. Deze blijven behouden in het plan. Het stedenbouwkundig plan zet een robuuste groen raamwerk op, die relaties legt tussen het bos en de nieuwe kavels om zo de landschappelijke kwaliteiten in het gebied te versterken. Er komen geen cultuurhistorisch waardevolle gebouwen, elementen en structuren in het plangebied voor. Conclusie en mitigerende maatregelen Het plan heeft naar verwachting geen relevante negatieve effecten op het landschap en/of cultuurhistorie. Er zijn geen mitigerende maatregelen nodig. Archeologie Er is een archeologische onderzoek uitgevoerd voor het plangebied. Dat is als bijlage bij het bestemmingsplan gevoegd. Op basis van dit onderzoek blijkt dat in het plangebied geen archeologische resten bedreigd worden. Er is geen vervolgonderzoek nodig.

De archeologische verwachting van het plangebied kan worden bijgesteld naar ‘laag’ voor vindplaatsen uit alle perioden en het gebied kan ‘vrijgegeven’ worden voor toekomstig onderzoek (geen onderzoek in toekomst nodig). Mitigerende maatregelen zijn niet nodig. Als er onverwacht toch archeologische resten worden aangetroffen bij uitvoering van de werkzaamheden dan moet dat conform de Erfgoedwet wel worden aangemeld.

3.5

Verkeer Verkeersintensiteit en -bereikbaarheid Verkeerskundig gezien is het plangebied een verblijfsgebied waarbinnen een 30 km/uur-zone van toepassing is. De verkeerstructuur is volledig gericht op de Keppelerdijk richting de Oostweg, het autoverkeer kan Leuriks Oost alleen via deze weg verlaten. Vanuit de Oostweg is in zuidelijke richting de N35 bereikbaar en in noordelijke richting de Gronausestraat. Daarmee is het plangebied goed bereikbaar per auto. Uit een eerste onderzoek is gebleken dat Leuriks Oost ontwikkeld kan worden en kan aansluiten op het bestaande wegennet zonder dat dit significante invloed heeft op de doorstroming. Het aantal extra voertuigen is namelijk zeer gering ten opzichte van het aantal dat nu al over de Oostweg rijdt. Voor voetgangers en fietsers zal de wijk ontsloten worden richting de Gronausestraat en de Oostweg. Eén van deze ontsluitingen naar de Gronausestraat zal toegankelijk gemaakt worden voor hulpdiensten, zodat deze een snellere toegang hebben tot de wijk.

- 13 -

Ten aanzien van het openbaar vervoer geldt dat stadsbuslijn (lijn 3) bushalte Winterweg vanuit Leuriks Oost binnen 15 min lopen bereikbaar is. Ook treden er naar verwachting geen noemenswaardige tijdelijke effecten op wat betreft bereikbaarheid en verkeersafwikkeling tijdens de aanleg van de wijk. Conclusie en mitigerende maatregelen Het plangebied is goed bereikbaar. Er zijn geen negatieve effecten te verwachten ten aanzien van verkeersintensiteit en -bereikbaarheid. Mitigerende maatregelen zijn niet nodig. Verkeersveiligheid Binnen het plangebied is een 30 km/uur-zone van toepassing is. Dit leidt naar verwachting tot een veilige verkeerssituatie. De ontsluiting voor auto’s loopt volledig via de Keppelerdijk en vervolgens naar grotere wegen. Ook dit zorgt naar verwachting niet voor verkeersonveilige situaties. In de aanlegfase zal er bouwverkeer rijden. Eventuele maatregelen om dit veilig te laten verlopen worden in een later stadium uitgewerkt. Parkeren Het parkeren wordt in principe op de eigen kavel opgelost. Wanneer mogelijk mag er langs de weg geparkeerd worden. De gehele parkeervraag zal in ieder geval binnen het plangebied opgelost kunnen worden. Er zijn geen negatieve effecten op de parkeersituatie in de omgeving.

3.6

Luchtkwaliteit Binnen het plangebied worden naar verwachting 75 vrijstaande woningen gerealiseerd. Uit de 'Regeling niet in betekenende mate' blijkt dat woningbouwlocaties met één ontsluitingsweg en niet meer dan 1.500 woningen als niet in betekenende mate zijn aan te merken. Het project is daarmee zondermeer een ontwikkeling die niet in betekenende mate bijdraagt aan de luchtkwaliteit. In de monitoringstool van het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) zijn gegevens opgenomen met betrekking tot de huidige en toekomstige luchtkwaliteit in Nederland. Uit de monitoringstool 2019 blijkt dat op het plangebied in alle zichtjaren (2018, 2020 en 2030) aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit wordt voldaan. Uiteraard zal er wel een kleine toename zijn van uitlaatgassen als gevolg van verkeer. Dit effect is echter marginaal. De concentraties aan luchtverontreinigende stoffen zullen ruimschoots onder de grenswaarden blijven. Conclusie en mitigerende maatregelen Het plan draagt niet in betekenende mate bij aan een verslechtering van de luchtkwaliteit. Ook met een marginale bijdrage van luchtverontreinigende stoffen als gevolg van verkeer blijven de concentraties aan luchtverontreinigende stoffen ruimschoots onder de grenswaarden. Er zijn geen mitigerende maatregelen nodig.

3.7

Geluid

- 14 -

Wegverkeerslawaai Voor wegverkeerslawaai is een akoestisch onderzoek uitgevoerd. Het rapport is als bijlage bij de bestemmingsplantoelichting gevoegd. Het gaat daarbij om de geluidsbelasting op de nieuw te realiseren woningen. Uit het akoestisch onderzoek blijkt dat op alle woningen in het zuidelijk deel van het plangebied vanwege het wegverkeer op wegen nabij en in het plangebied wordt voldaan aan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB uit de Wet geluidhinder. Op woningen in het noordelijk deel van het plangebied wordt vanwege het wegverkeer op de Gronausestraat en/of Oostweg de voorkeursgrenswaarde overschreden. Het gaat om maximaal 30 woningen vanwege het wegverkeer op de Gronausestraat (ten hoogste 56 dB) en maximaal 3 woningen vanwege het wegverkeer op de Oostweg (ten hoogste 57 dB). Dit betekent dat iets minder dan de helft van de woningen (33 in totaal) meer geluid op één of meer gevels heeft dan idealiter het geval zou zijn. Daarnaast het volgende. Zonder fysieke mitigerende maatregelen hebben alle woningen wel een geluidluwe gevel en buitenruimte hebben, maar een gedeelte van de woningen in het noordelijk deel van het plangebied heeft geen geluidluwe achtergevel en een daaraan grenzende buitenruimte. Dit vanwege het wegverkeer op de Gronausestraat en de Oostweg. Dit is geen wenselijke situatie. Maatregelen zijn gewenst.

Zie paragraaf 5.1.4 van de bestemmingsplantoelichting voor een uitgebreidere beschrijving van het akoestisch onderzoek. Overig geluid en trillingen Er zijn geen relevante effecten op gebied van railverkeerslawaai en luchtverkeerslawaai. Zie daarvoor verder paragraaf 5.1.4 van de bestemmingsplantoelichting. In de gebruiksfase wordt er ook geen hinder als gevolg van trillingen verwacht. Ten aanzien van industrielawaai is er één bedrijf in de omgeving aanwezig met mogelijk relevante effecten. Het betreft groothandel in en bewerking/bereiden van voedsel. Hiervoor geldt een standaard normafstand van 100 meter voor geluid. Het plangebied is op minder dan 100 m van het bedrijf gelegen. Op basis van een in 2018 uitgevoerd akoestisch onderzoek blijkt dat, met aanvullende maatwerkvoorschriften, voldaan kan worden aan de waarden uit de Geluidnota. Daarmee vormt het bedrijf geen knelpunt voor het plangebied wat geluid betreft. Tijdens de aanlegfase is er mogelijk sprake van tijdelijke hinder als gevolg van geluid en trillingen bij woningen in de directe omgeving. Dit is met name het geval bij zwaar bouwverkeer en eventuele heiwerkzaamheden. Direct aan het plangebied liggen slechts enkele woningen. Conclusie en mitigerende maatregelen Er treden alleen relevante effecten op ten aanzien van wegverkeerslawaai.

Voor een deel van de woningen (33 stuks) komt meer geluid op de gevel terecht dan gewenst. Realisatie van deze woningen is alleen mogelijk als vanwege het wegverkeer op de Gronausestraat en de Oostweg hogere waarden worden vastgesteld. Aan de voorwaarden, uit de Wet geluidhinder en de Geluidnota, voor het vaststellen van een hogere waarde wordt voldaan. Zoals aangegeven heeft een gedeelte van de woningen in het noordelijk deel van het plangebied geen geluidluwe achtergevel en een daaraan grenzende geluidluwe buitenruimte. Om deze situatie te verbeteren worden vanuit het oogpunt van een goed woon- en leefklimaat absorberende groene geluidsschermen geplaatst zodat in alle achtertuinen wordt voldaan aan de voorkeursgrenswaarde vanwege het wegverkeer op de Gronausestraat en de Oostweg.

- 15 -

Met het treffen van deze mitigerende maatregel treden er geen relevante negatieve effecten op ten aanzien van geluid. Tijdelijke hinder van geluid en trillingen tijdens de aanleg kan voorkomen worden door de werkzaamheden met zwaar bouwverkeer en eventuele heiwerkzaamheden zoveel mogelijk overdag uit te voeren.

3.8

Geur In de omgeving is één bedrijf in aanwezig met mogelijk relevante effecten op gebeid van geur. Het betreft wederom het bedrijf met groothandel in en bewerking/bereiden van voedsel. Hiervoor geldt een standaard normafstand van 100 meter voor geur. Het plangebied is op minder dan 100 m van het bedrijf gelegen. Voor geur is hoofdzakelijk het bereiden van voedingsmiddelen relevant. De genoemde afstand van 100 m dient derhalve te worden aangehouden vanaf de emissiepunten van deze activiteiten. Deze emissiepunten zijn op grotere afstand dan 100 m van het plangebied gelegen. Het aspect geur vormt daarmee geen knelpunt. Er zijn geen (mitigerende) maatregelen nodig.

3.9

Externe veiligheid In paragraaf 5.1.6 van de bestemmingsplantoelichting is het aspect externe veiligheid beschreven. In het navolgende wordt kort op de mogelijke effecten van het plan ingegaan. Bij externe veiligheid gaat het om het beheersen van de veiligheid van personen in de omgeving van een risico-opleverende activiteit met gevaarlijke stoffen. Het kan daarbij gaan om industriële activiteiten (Bevi en BRZO), transportroutes (Basisnet) of buisleidingen (Bevb). Binnen het plangebied of in de directe nabijheid daarvan zijn geen bedrijven of inrichtingen aanwezig waarop het Bevi en/of het BRZO van toepassing is. Ook is er geen sprake van transport van gevaarlijke stoffen over de weg, het spoor en het water binnen of in de directe nabijheid van het plangebied. Binnen/in de directe nabijheid zijn wel buisleidingen gelegen waarop het Bevb van toepassing is. De relevante leidingen zijn gelegen aan de oostzijde van het plangebied. Omdat met het nieuwe bestemmingsplan een wijziging optreedt in het aantal aanwezigen in het gebied rond de buisleidingen is onderzoek naar de externe veiligheidsrisico's van de hogedruk aardgastransportleidingen uitgevoerd. Het onderzoek is bijgevoegd bij het bestemmingsplan. Uit het onderzoek blijkt dat er geen plaatsgebonden risico-contour 10-6 wordt berekend en dat het groepsrisico niet wijzigt.

Daarmee is er geen relevant effect als gevolg van buisleidingen. Conclusie en mitigerende maatregelen Op basis van het bovenstaande kan worden geconcludeerd dat er geen relevante effecten optreden op gebied van externe veiligheid. Wel dient rekening gehouden te worden met eventuele leidingverleggingen van de gastarnsportleidingen aan de oostzijde van het plangebied. Conform het Bevb geldt voor aardgasleidingen een bebouwingsvrije afstand van vijf meter. Deze bebouwingsvrije afstanden zijn daarom als dubbelbestemming opgenomen op de verbeelding en in de planregels van het bestemmingsplan.

- 16 -

3.10

Duurzaamheid en klimaat Het project sluit goed aan op de duurzaamheids-doelstellingen van de gemeente Enschede.Het hemelwater wordt binnen het plangebied opgevangen en vertraagd afgevoerd. Bestaande bomen en groen worden zoveel mogelijk gehandhaafd en nieuw groen wordt aangelegd. Daarnaast gelden er verplichte duurzame maatregelen: - Aardgasvrije woningen: de woningen zullen hierbij worden opgewarmd middels warmtepompen. - De woningen moeten voldoen aan ‘BENG’: : nieuwe regelgeving die moet zorgen voor Bijna EnergieNeutrale Gebouwen. De EPC vervalt. De Europese richtlijn EPBD (Energy Performance of Buildings Directive) geeft aan dat vanaf 2021 alle nieuwe gebouwen ‘Nearly Zero Energy Buildings’ (NZEB) moeten zijn. BENG is een letterlijke vertaling daarvan. Er treden geen negatieve effecten op op het gebied van duurzaamheid en klimaat.

- 17 -

4

Conclusie Deze notitie gaat in op de vraag of er bijzondere omstandigheden zijn vanwege de aard van het voornemen (bestemmingsplan Leuriks Oost 2020), de kenmerken van de omgeving of de impact van het voornemen op de omgeving, die aanleiding geven om een m.e.r.-procedure te doorlopen voor het nieuwe bestemmingsplan. In hoofdstuk 3 zijn de mogelijke effecten van het voornemen beschreven en zijn waar nodig/gewenst mogelijkheden aangegeven om de mogelijke negatieve effecten te mitigeren, compenseren of anderszins op te lossen. Het gaat enerzijds om wettelijke benodigde maatregelen, zoals de maatregelen ten behoeve van beschermde diersoorten en het saneren van asbest dat aanwezig is in de bodem. De wettelijk benodigde maatregelen worden geborgd in het bestemmingsplan danwel worden afgedwongen in procedures die verplicht doorlopen moeten worden (zoals ontheffing van de Wet Natuurbescherming). Andere maatregelen die worden getroffen zijn bovenwettelijk (niet verplicht). Een voorbeeld is het plaatsen van absorberen groene geluidsschermen om het woon- en leefklimaat in het plangebied te verbeteren. Een ander voorbeeld is de aanleg van nieuwe groenstroken aansluitend op het NNN, waardoor de werking van het NNN mogelijk wordt verbeterd.

Conclusie en te nemen besluit bevoegd gezag Met het treffen van de hiervoor beschreven wettelijk benodigde maatregelen zijn er - mede gelet op een integrale beoordeling van alle relevante criteria van bijlage III bij de mer-richtlijn - geen belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu te verwachten. Daarnaast worden bovenwettelijke (mitigerende) maatregelen getroffen. Oftewel, voor alle beschreven (milieu)aspecten (zowel afzonderlijk als in onderlinge samenhang) zijn er, bezien in samenhang met de kenmerken van het project en de kenmerken/gevoeligheid van de omgeving /locatie van het project, geen belangrijke nadelige effecten voor het milieu te verwachten. Op basis van de informatie in voorliggende snotitie neemt het bevoegd gezag (het college van B&W van gemeente Enschede) een m.e.r.-beoordelingsbesluit waarin zij aangeeft of een volledige m.e.r.procedure nodig is.

- 18 -

Bijlage 3 Akoestisch onderzoek Wet geluidhinder

24

bestemmingsplan Leuriks Oost 2020 (vastgesteld)

Akoestisch onderzoek Bestemmingsplan Leuriks Oost Enschede Wegverkeerslawaai

Gemeente Enschede M. van der Vegt 5 februari 2021

Inhoud 1.

Inleiding

1

2.

Wettelijk kader 2.1 Wegverkeer 2.2 Hogere waarde

2 2 2

3

Akoestisch onderzoek 3.1 Onderzoeksopzet 3.2 Verkeersgegevens 3.3 Rekenmethode 3.4 Rekenresultaten

3 3 3 3 4

4.

Maatregelen 4.1 Bronmaatregelen 4.2 Overdrachtsmaatregelen

5 5 5

5.

Cumulatie

7

6.

Hogere grenswaarde

8

7.

Conclusie

10

Bijlagen 1. 2. 3. 4. 5. 6.

Situatie Verkeersgegevens Rekenmodel en invoergegevens Rekenresultaten wegverkeer Rekenmodel en invoergegevens – maatregelen Rekenresultaten wegverkeer – maatregelen

1

Inleiding

Binnen het plangebied Leuriks Oost is woningbouw voorzien. Binnen het plangebied zal de mogelijkheid worden geboden om maximaal 74 vrijstaande woningen te realiseren. Dit betekent dat binnen het plan nieuwe geluidsgevoelige bestemmingen mogelijk worden gemaakt. Bij de ontwikkeling van nieuwe geluidsgevoelige bestemmingen is vanuit de Wet geluidhinder onderzoek naar de geluidsbelasting noodzakelijk indien de bestemmingen zijn gelegen binnen een wettelijke zone. Het plangebied is gelegen binnen de zones van de Gronausestraat, Euregioweg en Oostweg. Om na te gaan of de milieuhygiënische situatie geluidsgevoelige bestemmingen toelaat is door de afdeling Bestemmen van de Gemeente Enschede een akoestisch onderzoek verricht waarin de geluidsbelasting vanwege het wegverkeer op de nog te realiseren geluidsgevoelige bestemmingen is bepaald.

1

2

Wettelijk kader

2.1

Wegverkeer

In artikel 74 van de Wet geluidhinder is bepaald dat zich aan weerszijden van een weg een zone bevindt. De breedte van de zone is afhankelijk van de ligging van de weg in stedelijk of buitenstedelijk gebied en van het aantal rijstroken. De zonering geldt niet voor wegen die gelegen zijn binnen een als woonerf aangeduid gebied en voor wegen waarvoor een maximumsnelheid geldt van 30 km per uur. Volgens artikel 77 van de Wet geluidhinder is het college van Burgemeester en Wethouders verplicht om voor nieuwe situaties bij de voorbereiding van de vaststelling van een bestemmingsplan, of van een wijzigings- of uitwerkingsplan, dat geheel of gedeeltelijk betrekking heeft op gronden die zijn gelegen binnen een zone als bedoeld in artikel 74, een akoestisch onderzoek in te stellen naar de geluidsbelasting die woningen, andere geluidsgevoelige gebouwen en geluidsgevoelige terreinen die binnen de zone zijn gelegen, ondervinden van het verkeer op die weg. Daarnaast wordt een onderzoek ingesteld naar de doeltreffendheid van de in aanmerking komende verkeersmaatregelen en andere maatregelen, om te voorkomen dat de in de toekomst vanwege de weg optredende geluidsbelasting van de geluidsgevoelige objecten, de ten hoogste toelaatbare waarden te boven zou gaan.

De voorkeursgrenswaarde uit de Wet geluidhinder voor woningen en andere geluidsgevoelige gebouwen binnen een geluidszone bedraagt 48 dB. Een geluidsbelasting hoger dan de voorkeursgrenswaarde is uitsluitend mogelijk indien een hogere waarde wordt vastgesteld. In stedelijk gebied langs een aanwezige weg bedraagt de ten hoogste vast te stellen hogere waarde 63 dB. Voor vervangende woningen bedraagt de ten hoogste vast te stellen hogere waarde 68 dB. Vanwege de verwachting dat de geluidsproductie van motorvoertuigen in de toekomst zal afnemen biedt artikel 110g van de Wet geluidhinder de bevoegde autoriteit de mogelijkheid tot het toepassen van een aftrek op de berekende geluidsbelastingen. Deze aftrek bedraagt 5 dB bij wegen met een snelheid van minder dan 70 km/u. Voor wegen met een snelheid van 70 km/u en hoger is de aftrek afhankelijk van de hoogte van de geluidsbelasting zonder aftrek ex. artikel 110 g Wgh. De aftrek bedraagt 4 dB bij een geluidsbelasting van 57 dB, 3 dB bij een geluidsbelasting van 56 dB en 2 dB bij andere waarden van de geluidsbelasting. Voor de bepaling van de geluidwering ter plaatse van de gevels van geluidsgevoelige bestemmingen mag geen aftrek worden toegepast.

2.2

Hogere waarde

Het vaststellen van een hogere waarde is pas mogelijk indien aangetoond wordt dat maatregelen (bronmaatregelen, overdrachtsmaatregelen en/of maatregelen bij de ontvanger) om te voldoen aan de voorkeursgrenswaarde niet doeltreffend zijn (bezwaren stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige, landschappelijke of financiële aard), en voldaan wordt aan de voorwaarden uit de Geluidsnota Enschede (verder Geluidnota). De Geluidnota is op 3 april 2018 door Burgemeester en Wethouders (gedeeltelijk herzien) vastgesteld.

2

3

Akoestisch onderzoek

3.1

Onderzoeksopzet

In het plangebied wordt de mogelijkheid geboden geluidsgevoelige bestemmingen (woningen) te realiseren. Het plangebied wordt begrensd door de Gronausestraat, Oostweg en Keppelerdijk. Het plangebied is gelegen binnen de zone van de Euregioweg, Gronausestraat en de Oostweg. De nabij het plangebied gelegen Keppelerdijk en Moerasspirealaan en de in het plangebied te realiseren wegen hebben op grond van de Wet geluidhinder geen zone omdat het 30 km/uur wegen betreft. De Wet geluidhinder is op 30 km-wegen niet van toepassing. In het kader van een goede ruimtelijke ordening zijn deze 30 km-wegen wel meegenomen in het akoestisch onderzoek. In bijlage 1 is een situatietekening opgenomen met de ligging van het plangebied en de kavels voor de 74 te realiseren woningen.

3.2

Verkeersgegevens

Door het Domein Fysiek, afdeling Stadsingenieurs & Ontwerp, van de gemeente Enschede zijn voor de relevante wegen verkeersgegevens aangeleverd voor het jaar 2030. De aangeleverde verkeersgegevens hebben betrekking op werkdagen. Voor de geluidsberekeningen moet uitgegaan worden van weekdagen. De aangeleverde verkeersgegevens zijn omgerekend van werkdag- naar weekdaggegevens. De aangeleverde verkeersgegevens en de omrekening van de verkeersgegevens van werkdag in weekdag zijn opgenomen in bijlage 2.

3.3

Rekenmethode

Voor de bepaling van de geluidsbelasting vanwege het wegverkeer is met behulp van het computerprogramma Geomilieu (V2020.0) een rekenmodel opgesteld. Met behulp van dit rekenmodel is de geluidsbelasting overeenkomstig Standaardrekenmethode II uit het “Rekenen Meetvoorschrift Geluidhinder 2012“ berekend. Om de geluidsbelasting vanwege het wegverkeer op de omgeving te berekenen zijn in het rekenmodel de relevante wegen ingevoerd op basis van de aangeleverde verkeersgegevens. Op de Euregioweg, Gronausestraat en Oostweg bedraagt de maximumsnelheid 50 km/uur. Op de overige wegen bedraagt de maximumsnelheid 30 km/uur. Voor alle wegen, met uitzondering van de nieuw aan te leggen wegen in het plangebied, bestaat de verharding uit asfalt (DAB). Van de nieuw in het plangebied aan te leggen wegen bestaat de verharding uit klinkers in keperverband. In het rekenmodel zijn voor de harde bodemgebieden (wegen, trottoirs e.d.) bodemvlakken ingevoerd. De bodemfactor voor deze harde bodemgebieden bedraagt 0,0 (hard). Als algemene bodemfactor voor de overige gebieden is een factor 0,8 (zacht) aangehouden.

3

Voor de situering van de te projecteren bebouwing is uitgegaan van het stedenbouwkundigplan van de afdeling Stadsingenieurs & Ontwerp van de gemeente Enschede. In het plan zijn de kavels en de in het bestemminsplan op te nemen bouwvlakken aangegeven. In het onderzoek is uitgegaan van een worst-case situatie, dat er in het plangebied geen bebouwing aanwezig is. Hierdoor is geen sprake van afscherming naar achterliggende woningen. In het rekenmodel zijn voor de relevante kavels op het bouwvlak rekenpunten gelegd op 2 meter boven de begane grond en verdiepingsvloeren (2 m, 5 m en 8 m). Verder is over het plangebied een grid gelegd met een berekeningshoogte van 8 m (maatgevende hoogte). Een plot van het rekenmodel en de invoergegevens zijn opgenomen in bijlage 3.

3.4

Rekenresultaten

De rekenresultaten van de berekening van de geluidsbelasting vanwege het wegverkeerslawaai zijn voor de woningen opgenomen in bijlage 4. Uit de rekenresultaten blijkt het volgende: Euregioweg Vanwege het wegverkeer op de Euregioweg wordt op alle woningen binnen het plangebied Leuriks Oost voldaan aan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB. Gronausestraat Vanwege het wegverkeer op de Gronausestraat wordt op 35 woningen binnen het plangebied Leuriks Oost de voorkeursgrenswaarde van 48 dB overschreden. De overschrijding vindt plaats op vrijwel alle woningen in het noordelijk deel van het plangebied. Vanwege het wegverkeer op de Gronausestraat bedraagt de geluidsbelasting ten hoogste 56 dB, incl. aftrek ex. artikel 110g Wgh. Daarmee wordt voldaan aan de, voor nieuwe woningen, ten hoogste vast te stellen hogere waarde van 63 dB. Keppelerdijk Vanwege het wegverkeer op de Keppelerdijk wordt op alle woningen binnen het plangebied Leuriks Oost voldaan aan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB. Moerasspirealaan Vanwege het wegverkeer op de Moerasspirealaan wordt op alle woningen binnen het plangebied Leuriks Oost voldaan aan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB. Oostweg Vanwege het wegverkeer op de Oostweg wordt op 8 woningen binnen het plangebied Leuriks Oost de voorkeursgrenswaarde van 48 dB overschreden.

De overschrijdingen vinden plaats op de meest oostelijk gelegen woningen in het noordelijk deel van het plangebied. Vanwege het wegverkeer op de Oostweg bedraagt de geluidsbelasting ten hoogste 57 dB, incl. aftrek ex. artikel 110g Wgh. Daarmee wordt voldaan aan de, voor nieuwe woningen, ten hoogste vast te stellen hogere waarde van 63 dB. Wegen plangebied Leuriks Oost Vanwege het wegverkeer op de nieuw aan te leggen wegen binnen het plangebied Leuriks Oost wordt op alle woningen binnen het plangebied voldaan aan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB. 4

4

Maatregelen

Zonder maatregelen zal op diverse woningen vanwege het verkeer op de Gronausestraat en de Oostweg de voorkeursgrenswaarde worden overschreden. Onderzocht is welke maatregelen mogelijk zijn om de geluidsbelasting op de woningen te reduceren.

4.1

Bronmaatregelen

Het toepassen van geluidreducerende wegdekken voor de Gronausestraat en de Oostweg wordt door de afdeling Stadsdeelbeheer, vanwege hogere initiële kosten en een kortere levensduur, niet wenselijk geacht. Bovendien zal een stil wegdek er niet toe leiden dat vanwege het wegverkeer op de Gronausestraat en Oostweg aan de voorkeursgrenswaarde wordt voldaan. Geluidsreductie zou verder kunnen worden behaald door het verlagen van de snelheid van het verkeer en/of het verminderen van de verkeersintensiteit. Omdat de Gronausestraat en de Oostweg deel uitmaken van de hoofdstructuur zijn dergelijke maatregelen niet reëel. Vergroten van de afstand van de kavels tot de Gronausestraat en de Oostweg, zodat voldaan wordt aan de voorkeursgrenswaarde, betekent dat vrijwel alle kavels in het noordelijk deel van het plangebied niet gerealiseerd kunnen worden. Daarmee zou een financieel onhaalbaar plan ontstaan.

4.2

Overdrachtsmaatregelen

De hoogste overschrijdingen vanwege het wegverkeer op de Gronausestraat en de Oostweg vinden plaats op de bovenste verdieping. Afscherming van de bovenste bouwlagen is slechts mogelijk met een (relatief) hoge afscherming (ca. 9 meter hoogte). Hoge afschermingen zijn vanuit stedenbouwkundig oogpunt niet wenselijk. Lage afschermingen zijn vanuit stedenbouwkundig oogpunt eventueel acceptabel als deze groen zijn. Groene schermen zijn over het algemeen absorberend. Onderzocht is of met lage schermen (3 meter hoog en absorberend) op de begane grond en in de buitenruimte voldaan kan worden aan de voorkeursgrenswaarde. Gronausestraat Met een scherm van 3 meter hoog, parallel aan de Gronausestraat, langs de noordgrens van de kavels die grenzen aan de Gronausestraat (kavel 1, 7,13, 19, 25 en 31) kan op de begane grond en in de buitenruimte bij vrijwel alle kavels worden voldaan aan de voorkeursgrenswaarde. Om op alle kavels te voldoen moet het scherm haaks op de Gronausestraat worden doorgetrokken. Gerekend vanaf de Gronausestraat moet het scherm, zowel aan de oostzijde (kavel 31-33) als aan de westzijde (kavel 1-3) langs 3 kavels worden doorgetrokken.

Oostweg Met een scherm van 3 meter hoog langs de oostzijde van de kavels 73 en 74 en langs de zuidzijde van de kavels 72 (deels) en 73 (geheel) kan op de begane grond en in de buitenruimte van de kavels 72 en 73 worden voldaan aan de voorkeursgrenswaarde. Voor kavel 74 is dit niet volledig mogelijk. Door het bouwvlak in de noordoosthoek van kavel 74 te situeren zal de woning voor afscherming zorgen. Hierdoor zullen de zuid- en westgevel, en de aan die zijden van de woning gelegen buitenruimten, geluidluw zijn. 5

Een plot van het rekenmodel met maatregelen (schermen) en de invoergegevens daarvan zijn opgenomen in bijlage 5. De rekenresultaten voor de situatie met bovenstaande geluidsschermen zijn opgenomen in bijlage 6.

6

5.

Cumulatie

Volgens de Wet geluidhinder is sprake van cumulatie als sprake is van meer dan één relevante geluidsbron. Van een voor de Wet geluidhinder relevante geluidsbron is sprake als het om een zoneringsplichtige bron gaat en de voorkeursgrenswaarde wordt overschreden.

De geluidsbelasting vanwege het wegverkeerslawaai is gecumuleerd overeenkomstig bijlage 1 van het Reken- en meetvoorschrift geluid 2012 (RMV2012). Voor kavel 74 zijn de gecumuleerde geluidsbelastingen opgenomen in onderstaande tabel. Rekenpunt

Gronausestraat

Geluidsbelasting (dB) Oostweg

Cumulatie

2 5 8

53,92 55,57 56,55

54,29 58,44 59,73

57 60 61

2 5 8

52,86 54,9 55,76

52,92 60,49 61,25

56 62 62

hoogte (m)

74

74-1

De cumulatieve geluidsbelasting bedraagt ten hoogste 62 dB (excl. aftrek ex artikel 110g Wgh). Daarmee is volgens de Geluidnota sprake van een aanvaardbare situatie.

7

6

Hogere Grenswaarde

In het voorgaande is de geluidsbelasting vanwege wegverkeerslawaai op de binnen het bestemmingsplan Leuriks Oost te realiseren woningen in beeld gebracht. Uit de resultaten blijkt dat op woningen die op kavels in het noordelijk deel van het plangebied worden gerealiseerd vanwege het wegverkeer op de Gronausestraat en/of Oostweg de voorkeursgrenswaarde van 48 dB uit de Wet geluidhinder wordt overschreden. De realisatie van de woningen is alleen mogelijk indien een hogere waarde wordt vastgesteld. In stedelijk gebied bedraagt, op nieuwe woningen vanwege de genoemde wegen, de ten hoogste vast te stellen hogere waarde 63 dB. Het vaststellen van een hogere waarde is pas mogelijk nadat aangetoond is dat maatregelen om de geluidsbelasting terug te brengen tot de voorkeursgrenswaarde onvoldoende doeltreffend zijn dan wel overwegende bezwaren ontmoeten van stedenbouwkundige, verkeerof vervoerskundige, landschappelijke of financiële aard. Tevens dient voldaan te worden aan de voorwaarden uit de Geluidnota. Uit hoofdstuk 4 blijkt dat maatregelen die getroffen kunnen worden om aan de voorkeursgrenswaarde te voldoen onvoldoende effect hebben of bezwaren ontmoeten van verkeerskundige, stedenbouwkundige of financiële aard. Hiermee wordt aan de eerste eis om een hogere waarde te kunnen vaststellen voldaan.

Om een hogere waarde te kunnen vaststellen moet verder nog worden voldaan aan de ten hoogste vast te stellen hogere waarde uit de Wet geluidhinder en aan de Geluidnota. In de Geluidnota is bepaald dat om een hogere waarde te kunnen vaststellen: een woning tenminste één geluidluwe gevel heeft. Een gevel is geluidluw indien de geluidsbelasting ten gevolge van elk van de afzonderlijk te onderscheiden bronnen op grond van de Wet geluidhinder niet hoger is dan de voorkeursgrenswaarde die voor elk van de afzonderlijk te onderscheiden geluidbronnen geldt. verblijfsruimten en buitenruimten (indien beschikbaar) bij voorkeur gelegen zijn aan de geluidluwe zijde van een woning. Alle woningen waarvoor een hogere waarde noodzakelijk is beschikken over een geluidluwe gevel (geluidsbelasting <48 dB). Deze woningen beschikken tevens aan de geluidluwe zijde over een buitenruimte, waarmee voldaan wordt aan de voorkeurseis voor buitenruimten. Zonder maatregelen zouden de geluidluwe gevel en de daaraan grenzende buitenruimte niet altijd gelegen zijn aan de achterzijde van de woning, daar waar men over het algemeen een terras aanlegt en de meeste tijd in de buitenruimte doorbrengt. Vanwege het wegverkeer op de Gronausestraat en de Oostweg zal een gedeelte van de woningen in het noordelijk deel van het plangebied geen geluidluwe achtergevel en een daaraan grenzende buitenruimte hebben.

Vanuit het oogpunt van een goed woon- en leefklimaat en daarmee van een goede ruimtelijke ordening worden absorberende groene geluidsschermen geplaatst zodat in alle achtertuinen vanwege het wegverkeer op de Gronausestraat en de Oostweg wordt voldaan aan de voorkeursgrenswaarde. In hoeverre verblijfsruimten aan de geluidluwe zijde van de woningen worden gerealiseerd is op dit moment niet duidelijk. Hieraan zal in het kader van de omgevingsvergunning onderdeel bouwen aandacht worden besteed. Daar waar nodig zullen gevelmaatregelen moeten worden getroffen om te voldoen aan de eisen uit het Bouwbesluit.

8

Uit het voorgaande blijkt dat aan de voorwaarden, uit de Wet geluidhinder en de Geluidnota, voor het vaststellen van een hogere waarde wordt voldaan. Voor de realisatie van het plan is het noodzakelijk dat vanwege het wegverkeer op de Gronausestraat en de Oostweg hogere waarden worden aangevraagd. De vanwege het wegverkeer op de Gronausestraat en Oostweg aan te vragen hogere waarden zijn in onderstaande tabel opgenomen. Voor de woningen is uitgegaan van de hoogst berekende geluidsbelasting op het bouwvlak.

Weg

Kavel 1)

Gronausestraat

Oostweg

1):

Hogere waarde

Aftrek

1, 7, 13, 19, 25 en 31 2, 8, 14, 20, 26 en 32 9, 21 en 27 3, 15, 33 en 74 4, 10, 22, 28 en 34 16 5, 11, 17, 23, 29 en 35

56 dB 54 dB 53 dB 52 dB 51 dB 50 dB 49 dB

5 dB 5 dB 5 dB 5 dB 5 dB 5 dB 5 dB

72 73 74

54 dB 57 dB 56 dB

5 dB 5 dB 5 dB

nummering kavels zoals weergegeven op bijlage 1.

In totaal wordt voor 33 woningen een hogere waarde aangevraagd. Voor 30 woningen is dit uitsluitend vanwege het wegverkeer op de Gronausestraat en voor 2 woningen uitsluitend vanwege het wegverkeer op de Oostweg. Voor 1 woning (kavel 74) wordt zowel vanwege het wegverkeer op de Gronausestraat als op de Oostweg een hogere waarde aangevraagd.

9

7

Conclusie

Uit het akoestisch onderzoek blijkt dat op alle woningen in het zuidelijk deel van het plangebied vanwege het wegverkeer op wegen nabij en in het plangebied wordt voldaan aan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB uit de Wet geluidhinder. Op diverse woningen in het noordelijk deel van het plangebied Leuriks Oost wordt vanwege het wegverkeer op de Gronausestraat en/of Oostweg de voorkeursgrenswaarde overschreden. Vanwege de overige wegen nabij en in het plangebied wordt op de woningen in het noordelijk deel van het plangebied wel voldaan aan de voorkeursgrenswaarde. Vanwege het wegverkeer op de Gronausestraat wordt op maximaal 30 woningen de voorkeursgrenswaarde overschreden. De geluidsbelasting bedraagt vanwege het wegverkeer op de Gronausestraat ten hoogste 56 dB. Vanwege het wegverkeer op de Oostweg wordt op maximaal 3 woningen de voorkeursgrenswaarde overschreden. De geluidsbelasting vanwege het wegverkeer op de Oostweg bedraagt ten hoogste 57 dB. In totaal wordt voor 33 woningen een hogere waarde aangevraagd. Voor 30 woningen is dit uitsluitend vanwege het wegverkeer op de Gronausestraat en voor 2 woningen uitsluitend vanwege het wegverkeer op de Oostweg. Voor 1 woning wordt zowel vanwege het wegverkeer op de Gronausestraat als op de Oostweg een hogere waarde aangevraagd.

Volgens de Wet geluidhinder is in het plangebied alleen sprake van cumulatie ter plaatse van kavel 74 waar zowel vanwege het wegverkeer op de Gronausestraat als op de Oostweg de voorkeursgrenswaarde wordt overschreden. De cumulatieve geluidsbelasting bedraagt ten hoogste 62 dB (excl. aftrek ex artikel 110g Wgh). Daarmee is volgens de Geluidnota sprake van een aanvaardbare situatie. Realisatie van woningen in het noordelijk deel van het plangebied Leuriks Oost is alleen mogelijk als vanwege het wegverkeer op de Gronausestraat en de Oostweg hogere waarden worden vastgesteld. Aan de voorwaarden, uit de Wet geluidhinder en de Geluidnota, voor het vaststellen van een hogere waarde wordt voldaan. Zonder maatregelen zullen alle woningen een geluidluwe gevel en buiten ruimte hebben. Deze zijn echter niet altijd gelegen aan de achterzijde van de woning waar men over het algemeen een terras aanlegt en de meeste tijd in de buitenruimte doorbrengt. Vanwege het wegverkeer op de Gronausestraat en de Oostweg zal een gedeelte van de woningen in het noordelijk deel van het plangebied geen geluidluwe achtergevel en een daaraan grenzende buitenruimte hebben.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=enschede&id=c84834ce-8698-4cbe-9e6b-8af74bd04995