CConstaterende datenschede
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 - TAM-omgevingsplan H22G Rigelstraat 3_Motivering wijzigingsbesluit

Raadsvergadering 10 november 2025, gemeente enschedeBij agendapunt: Vaststelling van wijziging omgevingsplan Rigelstraat 312.404 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

3.5.6

Natura 2000-gebieden

Het gebied van deze wijziging van het omgevingsplan ligt niet binnen de grenzen en of in de nabijheid van een gebied dat is aangewezen als Natura 2000 gebied of bijzonder nationaal natuurgebied. De dichtstbijzijnde Natura 2000 gebieden "Lonnekermeer" en "Buurserzand & Haaksbergerveen" liggen op respectievelijk ca. 5,4 kilometer ten noorden en 6,6 kilometer ten zuidwesten van het gebied van de wijziging. Gelet op de aard en omvang van de beoogde ontwikkeling(en) in relatie tot de afstand van de ontwikkelingslocatie tot de Natura 2000 gebieden Lonnekermeer en Buurserzand & Haaksbergerveen kunnen significant negatieve gevolgen voor de realisatie van instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000gebieden op voorhand worden uitgesloten voor zover het gaat om andere mogelijke verstoringsfactoren dan stikstofdepositie. Verstoringsfactoren als oppervlakteverlies, versnippering, verontreiniging, verdroging, optische verstoring en verstoring door mechanische effecten kunnen alleen aan de orde zijn bij ruimtelijke ontwikkelingen in of in de directe nabijheid van een Natura 2000 gebied. Hierna gaan we daarom alleen in op stikstofdepositie.

Stikstofdepositie Voor de beoogde ontwikkeling is voor de aanleg- en de gebruiksfase een Aeriusberekening uitgevoerd. Voor de resultaten wordt verwezen naar bijlage 2. Uit de stikstofdepositieberekeningen blijkt dat de stikstofdepositie tijdens zowel de aanleg- als de gebruiksfase niet hoger zal zijn dan 0,00 mol/ha/jaar. Daarom kan met voldoende zekerheid worden geconcludeerd dat het wijzigingsbesluit geen significant negatieve effecten op het realiseren van de instandhoudingsdoelen van Natura 2000 gebieden zal hebben. 3.5.7

Natuurnetwerk Nederland (NNN)

Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is een samenhangend netwerk van natuurgebieden en landbouwgebieden met veel natuurwaarden. Het NNN heeft als doel het behouden, beschermen en versterken van de rijkdom aan plant- en diersoorten (biodiversiteit) en beoogt een bijdrage te leveren aan het realiseren en in stand houden van een (inter-)nationaal vitaal stelsel van natuurgebieden. De aanwijzing van gebieden als onderdeel van het NNN vindt plaats bij provinciale verordening en dient te bestemmingsplan TAM-omgevingsplan H22G Rigelstraat 3 (vastgesteld) 23

worden vertaald in gemeentelijke ruimtelijke plannen zoals de omgevingsvisie en het omgevingsplan. De regels met betrekking tot het NNN uit de provinciale verordening voor zover gelegen in het buitengebied zijn vertaald naar de Gids Buitenkans 2022. De Gids Buitenkans 2022 is van toepassing als toetsingskader als het gaat om het Natuur Netwerk Nederland (NNN). Het NNN en deze wijziging van het omgevingsplan Het gebied van de wijziging van het omgevingsplan is niet gelegen binnen de grenzen van een gebied dat onderdeel uitmaakt van het NNN. De dichtstbijzijnde gronden die onderdeel uitmaken van het NNN liggen op circa 2,4 kilometer ten westen van het plangebied. NNN-gebieden hebben geen externe werking. Een verdere toetsing aan het NNN kan daarom achterwege blijven. Conclusie NNN Op grond van het voorgaande kan met aan voldoende zekerheid worden geconcludeerd dat het NNN geen belemmering vormt voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan.

3.5.8

Beschermde planten- en diersoorten

De wijziging van het omgevingsplan maakt het mogelijk om 32 woningen te realiseren op het perceel Rigelstraat 3. Om te bepalen of de realisatie van deze ontwikkeling mogelijk negatieve gevolgen heeft voor de functionele leefomgeving en/of de gunstige staat van instandhouding van beschermde soorten is een verkennend ecologisch onderzoek (quickscan) uitgevoerd. Uit de onderzoeksrapportage (rapport nr. 23026.001 van Econsultancy d.d. 9 november 2023, zie bijlage 3) blijkt dat negatieve gevolgen op voorhand niet met voldoende zekerheid kunnen worden uitgesloten. Het uitvoeren van nader soortgericht onderzoek is noodzakelijk. Soortgericht nader veldonderzoek Het aanvullend onderzoek (zie bijlage 4) is uitgevoerd in het kader van herontwikkeling van de onderzoekslocatie. De initiatiefnemer is voornemens het noordelijke deel van de bebouwing te slopen en het zuidelijke deel te renoveren. Er zijn geen beschermde functies aangetroffen voor beschermde soorten als de huismus, vleermuis en gierzwaluw. Vervolgstappen zijn hier niet noodzakelijk. Uit bureaustudie met een aanvullend veldbezoek blijkt dat er geschikt habitat aanwezig is voor de egel. Indien er geschikte verblijfplaatsen voor de egel op de onderzoeklocatie worden verwijderd, wat ten tijden van het schrijven van het ecologisch onderzoek nog onbekend was, dan is een mitigatieplan voor de egel noodzakelijk.

De provincie Overijssel heeft een brochure 'Soortenbescherming in Overijssel' opgesteld. Op basis van het uitvoeren van drie fases (habitatgeschiktheidsonderzoek (fase 1), veldonderzoek (fase 2) en effectenanalyse (fase 3) kan een vergunning worden verleend. Op basis van de bevindingen uit fase 1 en 2 onderbouwt een ecologisch deskundige of verbodsbepalingen uit de Omgevingswet worden overtreden en hoe deze effecten met maatregelen geminimaliseerd kunnen worden. Met een mitigatieplan kan onderbouwt worden dat er bewust wordt omgegaan met de bescherming van de egel. De provincie Overijssel is bevoegd gezag voor het verlenen van die vergunning. Die vergunning kan los van dit wijzigingsplan verleend worden. Op basis van het voorgaande kan geconcludeerd worden dat de soortenbescherming geen belemmering hoeft te zijn voor de uitvoering van dit wijzigingsplan. 3.5.9

Activiteiten en milieuzonering

Voor ruimtelijke ontwikkelingen in de omgeving van bedrijvigheid en andere activiteiten die hinder kunnen veroorzaken, kan onder de Omgevingswet gebruik gemaakt te worden van de publicatie 'Activiteiten en milieuzonering Omgevingswet', van oktober 2024 door de VNG. Hiermee kan worden gemotiveerd dat sprake is van een goed woon- en leefklimaat op een locatie en/of dat nabijgelegen bedrijven niet beperkt worden door deze ontwikkeling.

Milieuzonering en deze wijziging van het omgevingsplan 24 tgesteld)

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan H22G Rigelstraat 3 (vas

De VNG-handreiking benadrukt ook het belang van het interactieve karakter van de omgeving. Er wordt gekeken naar de afstemming tussen de geplande activiteiten en de aanwezige omgevingsfactoren. De voorgenomen ontwikkeling betreft de realisatie van 32 appartementen in deels bestaande bebouwing op het perceel Rigelstraat 3 en G.J. Van Heekstraat 173. De beoogde woningen betreffen gevoelige functies in het kader van activiteiten en milieuzonering. Hiertoe dient rekening te worden gehouden met de afstand tot bestaande bedrijfs- en andere relevante activiteiten in de omgeving. Deze kunnen invloed hebben op de beoogde ontwikkeling van de woningen en vice versa. In dit geval bevindt het plangebied zich in de stad Enschede, waar de activiteiten passen binnen een stedelijke omgeving. Gezien de omgeving van het plangebied in de nabijheid van het winkelcentrum is, is het gebied te typeren als 'gemengd gebied'. Gemengd gebied is een gebied met een matige tot sterke functiemenging. Direct naast woningen komen andere functies voor zoals winkels, horeca en kleine bedrijven. In de directe omgeving van het werkingsgebied van dit plan zijn de volgende bedrijven aanwezig die enige hinderinvloed hebben: Meerdere winkels en voorzieningen op het wijkcentrum van Twekkelerveld CrossFit Twente, sportschool op perceel G.J. van Heekstraat 414

In de VNG-brochure Activiteiten en Milieuzonering is een lijst opgenomen, waarbij per type bedrijf indicatief is opgenomen op welke wijze de activiteiten hinderbelasting uitstralen. Er zijn in hoofdzaak twee manieren om milieuhinderlijke activiteiten en milieugevoelige activiteiten ten opzichte van elkaar in te passen. Het mengen van milieugevoelige en milieuhinderlijke activiteiten en het scheiden van milieugevoelige en milieuhinderlijke activiteiten. De activiteiten die voortvloeien als gevolg van de winkels en supermarkten in het specifiek zijn in die lijst voor de milieuaspecten geur en geluid aangemerkt als functiemenging. Dit betekent dat deze bedrijven vanuit mileukundig oogpunt verenigbaar zijn in een woonomgeving. In de nieuwe situatie zal er geen sprake zijn dat de bedrijfsfunctie aangelegen is aan de woonfunctie. De woningbouw is geprojecteerd op een afstand van circa 18 meter tot de detailhandel. De sportschool is in de lijst voor het milieuaspect geur opgenomen dat deze verenigbaar kan zijn in een woonomgeving (functiemenging). Voor het milieuaspect geluid dient te worden voldaan aan een basisprincipe van 50 dB op 50 meter afstand. De sportschool ligt op een afstand van circa 25 meter. Om te bepalen of voldaan kan worden aan een evenwichtige verdeling van functies aan locaties is een geluidsonderzoek uitgevoerd (rapportnr. 24-11082.R01.V01 van Alcedo B.V. d.d.

8 januari 2025, bijlage 5). Uit de resultaten blijkt dat het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau ter plaatse van de school ten hoogste 31 en 35 dB(A) in respectievelijk de dag- en avondperiode bedraagt. Hiermee wordt aan de waarden uit het omgevingsplan van 50 en 45 dB(A) voor respectievelijk de dag- en avondperiode voldaan. Het maximale geluidniveau vanwege de motorvoertuigen bedraagt ten hoogste 65 dB(A) in de dag- en avondperiode. Hiermee wordt aan de waarden uit het omgevingsplan van 70 en 65 dB(A) voor respectievelijk de dag- en avondperiode voldaan. Conclusie Geconcludeerd wordt dat het aspect 'activiteiten en milieuzonering' geen belemmering vormt voor de voorgenomen ontwikkeling.

3.5.10

Luchtkwaliteit

De Omgevingswet biedt het kader om te toetsen aan luchtkwaliteitseisen. Een uitzondering op deze verplichting om de gevolgen van ruimtelijke ontwikkelingen op de luchtkwaliteit mee te wegen, vormen bepaalde typen projecten die niet in betekende mate (NIBM) bijdrage aan de luchtkwaliteit. Het plan heeft betrekking op de realisatie van 32 woningen, waardoor op grond van artikel 5.54 Bkl er sprake is van NIBM. Ter controle is de 'NIBM-tool' ingevuld. Daaruit blijkt dat de ontwikkeling ruim onder de grenswaarde blijft. Zie onderstaande tabel.

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan H22G Rigelstraat 3 (vastgesteld) 25

Figuur 3.3 Resultaat NIBM-tool (b ron: https://iplo.nl/thema/lucht/betekenende-mate-bijdragen/nibm-tool/)

Conclusie Het plan draagt niet in betekende mate bij aan verslechtering van de luchtkwaliteit. De planwijziging voldoet aan de instructieregels in paragraaf 5.1.4.1 van het Bkl. Het aspect luchtkwaliteit vormt daarmee geen belemmering voor deze wijziging van het omgevingsplan. 3.5.11

Geluidhinder

Bij het toelaten van een activiteit, (spoor)weg, industrieterrein of geluidgevoelig gebouw moet het bevoegd gezag het geluid op geluidgevoelige gebouwen beoordelen. Ieder bevoegd gezag heeft de algemene taak 'evenwichtige toedeling van functies aan locaties' (artikel 4.2, Omgevingswet) bij de belangenafweging over beschermen en benutten. Instructieregels die deze algemene taak invullen staan in hoofdstuk 5 van het Besluit kwaliteit leefomgeving. Voor het beoordelen van geluid zijn deze regels bedoeld voor de bescherming van de gezondheid en het milieu. Het bevoegd gezag moet rekening houden met gezondheid (artikel 2.1 lid 4, Omgevingswet). De centrale regels voor beoordeling van geluid door activiteiten, lokale (spoor)wegen en op geluidgevoelige gebouwen staan in de artikelen 5.59, 5.78l en 5.78s van het Bkl. Het vaststellen van het omgevingsplan die deze toelaten, moet aan twee eisen voldoen: houd rekening met geluid; voorziet in aanvaardbaar geluid. In een omgevingsplan wordt rekening gehouden met het geluid door activiteiten op geluidgevoelige gebouwen. Een omgevingsplan voorziet erin dat het geluid door een activiteit op geluidgevoelige gebouwen aanvaardbaar is.

Wegverkeerslawaai Met de realisatie van de voorgenomen ontwikkeling worden geluidsgevoelige gebouwen aan de omgeving toegevoegd. Het Besluit kwaliteit leefomgeving bevat standaardwaarden en grenswaarden voor geluid door een geluidbronsoort op een geluidgevoelig gebouw. Het plangebied is gelegen in het geluidaandachtsgebied van (meerdere) gemeentelijke wegen. Hiervan zijn twee wegen het meest maatgevend, namelijk de Weegschaalstaat en de G.J. van Heekstraat. De Weegschaalstraat ligt aan de oostzijde en de G.J. van Heekstraat ligt aan de noordzijde van het plangebied. Na de kruising met de Weegschaalstraat wijzigt op de G.J. van Heekstraat de toegestane

26 tgesteld)

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan H22G Rigelstraat 3 (vas

snelheid van 50 km/uur naar 30 km/uur. Op de Weegschaalstraat is 30 km/uur de maximaal toegestane snelheid. Om te bepalen wat het effect is van wegverkeerslawaai op de gevels van de beoogde geluidgevoelige gebouwen, is een akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai uitgevoerd (rapportnr. 24-11082.R01.V01 van Alcedo B.V. d.d. 8 januari 2025, bijlage 5). Uit het uitgevoerde onderzoek volgt dat de geluidsbelasting op de nieuw te bouwen woningen ten hoogste 57 dB bedraagt en daarmee voldoet aan de grenswaarde van 70 dB. Dit is echter wel een overschrijding van de standaardwaarde van 53 dB. In figuur 3.4 is een weergave van de gezamenlijke geluidsbelasting afgebeeld. Zichtbaar is dat de geluidsbelasting in overwegende mate afkomstig is van verkeer over de Weegschaalstraat.

Figuur 3.4 Geluidsb elasting gevel in nieuwe situatie Indien de standaardwaarde wordt overschreden, maar wel voldaan wordt aan de grenswaarde, dan dient te worden onderbouwd of de geluidsbelasting met toepassing van maatregelen teruggebracht kan worden tot de standaardwaarde, dan wel gemotiveerd kan worden dat ondanks deze hogere geluidsbelasting er voldaan kan worden aan een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. In het geluidsrapport zijn meerdere maatregelen als het plaatsen van een geluidsscherm of ander type wegdek overwogen. De uitvoering van die maatregelen is redelijkerwijs niet mogelijk. Een geluidsbelasting in het gebied tussen de standaardwaarde en de maximale grenswaarde is alleen toelaatbaar na afweging. In de voorliggende situatie wordt de hogere geluidsbelasting aanvaardbaar geacht omdat: in lijn met gemeentelijk beleid zo veel als mogelijk wordt voorzien in de aanwezigheid van een geluidluwe gevel;

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan H22G Rigelstraat 3 (vastgesteld) 27

met het vastleggen van het gezamenlijke geluid in samenhang met regels (afdeling 4.3) in Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) wordt gezekerd dat het geluidniveau in de woningen voldoende laag is. In dit wijzigingsplan is in de planregels de maximaal toelaatbare geluidsbelasting als weergegeven in figuur 3.4 geborgd. In het kader van ‘geluid en gezondheid’ is hiermee sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Conclusie wegverkeerslawaai Het aspect 'wegverkeerslawaai' vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.

Railverkeerslawaai Er geldt van rechtswege voor elke spoorlijn een zone die moet worden aangemerkt als 'geluidaandachtsgebied'. Bij spoorweglawaai is de breedte van de zone onder andere afhankelijk van het aantal sporen en de verkeersintensiteit. Conclusie railverkeerslawaai De hoofdspoorweg Enschede-Zwolle heeft een zonebreedte van 100 meter. De planlocatie ligt buiten deze zone waardoor toetsing van railverkeerslawaai achterwege kan blijven. Industrielawaai In paragraaf 3.5.9 is toegelicht dat er in de directe omgeving een sportschool aanwezig is. Nader onderzoek is uitgevoerd om te bepalen in hoeverre de aanwezigheid van de activiteiten van de sportschool de nieuwe woningbouwontwikkeling belemmert. Uit het onderzoek volgt dat hier geen sprake van is. Conclusie industrielawaai Het aspect 'industrielawaai' vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.

Luchtvaartlawaai Het plangebied is niet gelegen binnen de geluidszone van het vliegveld.

Overig geluid In het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) staan instructieregels waaraan de direct werkende regels in het omgevingsplan moeten voldoen. Deze regels zijn nodig voor het bereiken van de gewenste geluidkwaliteit. Vanuit een evenwichtig toedeling van functies aan locaties dienen ook overige mogelijke geluidshinder te worden beschouwd die niet als een instructieregels zijn opgenomen. Hierbij valt o.a. te denken aan stemgeluid. In voorliggende situatie zijn er geen geluidsbronnen aanwezig die van invloed kunnen zijn op de voorgenomen ontwikkeling.

Conclusie Het aspect 'geluid' vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling. De planwijziging voldoet aan de instructieregels in de paragrafen 5.1.4.2 en 5.1.4.2a van het Bkl.

3.5.12

Trillinghinder

Het onderdeel trillingen is geregeld in paragraaf 22.3.5 van de Bruidsschat. Daarin worden regels gesteld aan trillingen in een frequentie van 1 tot 80 Hz door een activiteit in een trilling gevoelige ruimte van een trilling gevoelig gebouw, die op een locatie is toegelaten op grond van een omgevingsplan. Er gelden maximale waarden voor continue trillingen en voor herhaald voorkomende trillingen. De maximale waarden zijn opgenomen in de tabellen in artikel 22.88 van de Bruidsschat en artikel 5.87 Bkl.

28 tgesteld)

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan H22G Rigelstraat 3 (vas

Trillinghinder en deze wijziging van het omgevingsplan Er zijn in de omgeving van de planlocatie geen bronnen aanwezig die mogelijk trillinghinder kunnen veroorzaken, zoals spoorlijnen. Er wordt verondersteld dat trillingen op deze locatie geen problemen opleveren. Het aspect 'trillingen' vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling. De planwijziging voldoet aan de instructieregels in paragraaf 5.1.4.4 van het Bkl. 3.5.13

Geurhinder

In het omgevingsplan moet rekening worden gehouden met geur door activiteiten op geurgevoelige gebouwen. Dit volgt uit artikel 5.92 lid 1 Bkl. De geur van een activiteit moet op een geurgevoelig gebouw aanvaardbaar zijn (artikel 5.92 lid 2 Bkl). Dit betekent dat het bevoegd gezag moet beoordelen of waarden, afstanden of gebruiksregels in het omgevingsplan leiden tot een aanvaardbaar hinderniveau. Het bevoegd gezag bepaalt zelf welke mate van geurhinder ze aanvaardbaar vindt. Geurhinder en deze wijziging van het omgevingsplan Zoals vastgesteld in paragraaf 3.5.9 zijn er in de omgeving van het plangebied geen bedrijven of inrichtingen gesitueerd die mogelijk voor geurhinder ter plekke van de beoogde woningen kunnen zorgen. Verder onderzoek naar geurhinder is niet noodzakelijk. Omgekeerd hebben de beoogde woningen geen effect op omliggende gevoelige functies. De planwijziging voldoet de instructieregels in paragraaf 5.1.4.6 van het Bkl.

3.5.14

Externe veiligheid

Bij externe veiligheid gaat het om het beheersen van de veiligheid van personen in de omgeving van activiteiten met gevaarlijke stoffen. Ook de risico's die zijn verbonden aan het gebruik van luchthavens vallen onder externe veiligheid. De risico's waar burgers aan worden blootgesteld door de aanwezigheid van risicovolle inrichtingen of transportroutes van gevaarlijke stoffen in hun leefomgeving dienen tot een aanvaardbaar minimum te worden beperkt. Daarom heeft de overheid regels opgesteld voor inrichtingen, buisleidingen en transportroutes van gevaarlijke stoffen die onaanvaardbaar grote risico's opleveren voor personen die zich bevinden in woningen, scholen en bejaardencentra die in de directe omgeving hiervan liggen. Kort samengevat heeft dit tot gevolg dat er veiligheidsafstanden moeten worden aangehouden tussen risicovolle activiteiten en kwetsbare objecten zoals woningen en dergelijke. De wet- en regelgeving met betrekking tot externe veiligheid kan grofweg in twee categorieën worden ingedeeld: regelgeving met betrekking tot risicovolle activiteiten bij inrichtingen en regelgeving met betrekking tot het transport van gevaarlijke stoffen. Stationaire risicovolle activiteiten In de gemeente Enschede liggen bedrijven waar risicovolle stationaire activiteiten plaatsvinden, zoals opslag van (verpakte) gevaarlijke stoffen.

Bij een ongeval met gevaarlijke stoffen bij een risicovolle activiteit kunnen er levensbedreigende effecten ontstaan, zoals een brand, explosie en/of gifwolk. Veel van deze activiteiten kennen daarom aandachtsgebieden waarbinnen we rekening houden met de bescherming van mensen tegen deze effecten. Voor sommige activiteiten moeten de aandachtsgebieden per geval worden berekend. Voor andere activiteiten staan er vaste afstanden in bijlage VII tot en met X van het Besluit kwaliteit leefomgeving, zoals voor LPG-tankstations en propaantanks. Voor deze omgevingsplanwijziging zijn stationaire activiteiten niet relevant. Binnen het plangebied of in de directe nabijheid daarvan zijn geen bedrijven of inrichtingen aanwezig waarbij risicovolle activiteiten zijn toegestaan. Bovendien is geen vestiging van risicovolle inrichtingen mogelijk op basis van het voorliggende wijzigingsplan. Transportactiviteiten door buisleidingen In de gemeente Enschede bevinden zich meerdere hogedruk aardgasleidingen. De hogedruk aardgasleidingen liggen in de bodem en zijn daardoor in de basis goed beschermd. Door bijvoorbeeld (graaf)werkzaamheden kan er een breuk ontstaan. Het aardgas stroomt dan onder hoge druk uit de leiding. bestemmingsplan TAM-omgevingsplan H22G Rigelstraat 3 (vastgesteld) 29

Het brandbare gas zal waarschijnlijk ontsteken, waardoor een fakkelbrand optreedt met een hoge hittestraling. Omdat een fakkelbrand het enige denkbare scenario is, hebben alle hogedruk aardgasleidingen een brandaandachtsgebied, maar geen explosie- en gifwolkaandachtsgebied. Er loopt ten zuiden aan het plangebied parallel aan de spoorlijn Enschede - Zwolle een buisleiding voor transport van gas. Met een afstand van 275 meter vormt die gasleiding geen belemmering voor de uitvoering van de woningbouwontwikkeling. Transportactiviteiten over de weg, spoor en het water Het vervoer van gevaarlijke stoffen over de weg kan in een gemeente plaatsvinden over rijkswegen (basisnetroutes), provinciale en gemeentelijke wegen. Het vervoer kan bestaan uit brandbare, explosieve en giftige stoffen variërend van klein verpakkingen tot bulktanks. Afhankelijk van de frequentie, de aard en het verpakkingsvolume van het vervoer van gevaarlijke stoffen kan het risico van een wegvak op het gebied van externe veiligheid worden bepaald. Door de gemeente Enschede loopt de rijksweg A1, A35 en N18 (basisnetroutes). Er is bij alle drie de wegen sprake van een brandaandachtsgebied van 30 meter, een explosieaandachtsgebied van 200 meter en een gifwolkaandachtsgebied van 300 meter.

Binnen het plangebied zijn geen wegen, spoorwegen of waterwegen aanwezig die in het Basisnet zijn aangewezen als transportroute voor gevaarlijke stoffen. Ten zuiden van het plangebied ligt op een afstand van circa 410 meter de Rijksweg A35. Over deze weg kan transport van gevaarlijke stoffen worden vervoerd. Hiervoor gelden veiligheidsafstanden vanuit brand en explosiegevaar. De zonering vanuit het aspect brand eindigt op ruim 375 meter en de veiligheidszonering vanuit het aspect explosiegevaar eindigt op circa 210 meter vanaf het plangebied. Gezien deze ruime afstanden kan een nadere toetsing aan het Basisnet Weg, het Basisnet Water en het Basisnet Spoor daarmee achterwege blijven. 3.5.15

Fysieke veiligheid

Bereikbaarheid Een parkeervoorziening voor de toekomstige bewoners zal via de Rigelstraat worden ontsloten. De planlocatie is zeer goed bereikbaar, gezien het perceel aan alle zijden grenst aan wegen. Een gedegen wegennetwerk komt de bestrijdbaarheid ten goede. Hulpdiensten kunnen goed ter plaatse komen. De aanwezigheid, capaciteit en de bereikbaarheid van het bluswater dient gegarandeerd te zijn, zodat een snelle en doeltreffende inzet door de brandweer mogelijk is. De bluswatervoorziening dient in principe zo geregeld te worden dat binnen 40 meter van de toegang van een object een toereikende openbare bluswatervoorziening met in principe een capaciteit van 60 m³/h aanwezig is. De brandweer toetst aan de Handreiking Bluswatervoorziening en Bereikbaarheid 2019 en heeft geconstateerd dat het plangebied zodanig ingericht kan worden, dat de locatie over een goede bluswatervoorziening beschikt. Op voorhand zijn er geen beperkingen voor het voorliggende wijzigingsplan. Zelfredzaamheid Als gevolg van een incident met toxische stoffen geldt dat een toxische wolk zich snel kan ontwikkelen en verplaatsen. Dit effect is vaak niet zichtbaar.

Zelfredzaamheid in dit scenario is alleen mogelijk als er tijdig alarmering plaatsvindt en gebouwen geschikt zijn om enkele uren te schuilen, denk hierbij aan het sluiten van ramen en deuren en met name het uitschakelen van (mechanische) ventilatiesystemen. Instructie met betrekking tot de juiste handelswijze in geval van een incident is noodzakelijk voor een effectieve zelfredzaamheid. De alarmering van de aanwezigen wordt momenteel nog gerealiseerd middels het waarschuwings- en alarmeringssysteem (WAS), het luchtalarm. Dit systeem wordt de komende jaren uitgefaseerd. Het waarschuwingssysteem wordt vervangen door een totaalpakket aan alarmeringsmiddelen, waaronder de calamiteitenzenders, de sirenes, crisis.nl, NL-Alert en het gebruik van sociale media. Ter plaatse van de planlocatie wordt woningbouw mogelijk gemaakt. De geplande woningbouw heeft geen overwegende zorgcomponent. De aanwezige personen zullen over het algemeen zelfredzaam zijn.

30 tgesteld)

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan H22G Rigelstraat 3 (vas

3.5.16

Milieueffectrapportage

Bij een wijziging van het omgevingsplan moet beoordeeld worden of er eventueel een milieueffectrapportage (m.e.r.), een m.e.r.-beoordeling of geen van deze twee nodig is. In hoofdstuk 11 van het Omgevingsbesluit en de bijbehorende Bijlage V is geregeld voor welke ontwikkelingen en besluiten een m.e.r.-(beoordelings)procedure doorlopen moet worden. M.e.r. en deze wijziging van het omgevingsplan De omgevingsplanwijziging maakt de ontwikkeling van 32 appartementen mogelijk. Dit is geen activiteit die is genoemd of bedoeld in bijlage V van het Omgevingsbesluit. Er is geen m.e.r. of m.e.r.-beoordeling nodig voor deze omgevingsplanwijziging.

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan H22G Rigelstraat 3 (vastgesteld) 31

Colofon Dit is een uitgave van: Afdeling Bestemmen Cluster Omgeving & Recht Gemeente Enschede

© Oktober 2025, gemeente Enschede

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=enschede&id=d06aba18-ab93-40ea-ab9f-29f118be48d8