CConstaterende datenschede
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 - Keizerweg 26-28_Toelichting

Raadsvergadering 26 juni 2023, gemeente enschedeBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan Keizerweg 26-2818.535 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Toelichting Bestemmingsplan Keizerweg 26-28

Status: Vastgesteld

Keizerweg 26-28

Inhoudsopgave

Toelichting

3

Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding bestemmingsplan 1.2 Ligging en begrenzing plangebied 1.3 Geldende juridische regelingen 1.4 Wettelijk kader 1.5 Adviezen, vooroverleg en procedure

3 3 3 4 6 7

Hoofdstuk 2 Planologisch beleidskader 2.1 Ruimtelijk beleid en regels van het Rijk 2.2 Ruimtelijk beleid en regels van de provincie Overijssel 2.3 Gemeentelijk ruimtelijk relevant strategisch beleid

9 9 10 15

Hoofdstuk 3 Gebiedsbeschrijving 3.1 Ruimtelijke en functionele structuur 3.2 Cultuurhistorie

20 20 20

Hoofdstuk 4 Planbeschrijving 4.1 Nieuwe ontwikkeling 4.2 Ladder Duurzame Verstedelijking (artikel 3.1.6, 2e lid Bro) 4.3 Duurzaamheid

22 22 22 23

Hoofdstuk 5 5.1 Milieu 5.2 Water 5.3 Natuur

Omgevingsaspecten

26 26 30 32

Hoofdstuk 6 Juridische planopzet 6.1 Algemeen 6.2 Indeling planregels 6.3 Beschrijving van het plan 6.4 Handhaving

35 35 35 36 43

Hoofdstuk 7

44

2

Economische uitvoerbaarheid

bestemmingsplan Keizerweg 26-28 (vastgesteld)

T oelichting Hoofdstuk 1

1.1

Inleiding

Aanleiding bestemmingsplan

Voor het plangebied is in het verleden het bestemmingsplan Buitengebied Noordwest - Keizerweg 28 opgesteld. Dat bestemmingsplan had tot doel om een ontwikkeling mogelijk te maken. Deze ontwikkeling zag op een tweetal locaties (aan de Keizerweg 28 en de Voshaarweg 65) waarbij landschapontsierende bedrijfsbebouwing werd gesloopt. Als compensatie voor die sloop mocht initiatiefnemer een compensatiewoning bouwen en een bestaande veestal vervangen door een grotere hal (1500 m²) voor het hobbymatig houden en berijden van maximaal 5 paarden. Tevens werd toegestaan de voormalige bedrijfswoning verplaatsen binnen het erf. Het bestemmingsplan bevatte ter compensatie van de genoemde ontwikkelingsmogelijkheden een verplichting tot het aanleggen van een landschappelijke inpassing. Op 21 maart 2017 heeft de gemeenteraad het bestemmingsplan vastgesteld. Vervolgens is op 14 september 2017 aan initiatiefnemer onder voorwaarden een omgevingsvergunning verleend voor het bouwen van twee woningen en een bijgebouw. Eén van deze voorwaarden was dat het uitsluitend mocht gaan om het hobbymatig houden en indoor berijden van maximaal 5 paarden. Een andere voorwaarde was dat er voldaan diende te worden aan zowel de sloopverplichting, maar ook aan de inrichting conform het landschapsplan.

Deze inrichting is publiekrechtelijk vastgelegd in het bestemmingsplan, maar ook privaatrechtelijk als onderdeel van de overeenkomst tussen initiatiefnemer en de gemeente. Uit controles is echter gebleken dat hetgeen gerealiseerd is, afwijkt van zowel de vergunning als van het bestemmingsplan. Deze strijdigheden betreffen: 1. de overeengekomen en verplichte landschappelijke inpassing is niet gerealiseerd. In afwijking hiervan zijn slechts summiere ingrepen gedaan die geen bijdrage leveren aan de versterking van het landschap; 2. er is slechts het hobbymatig houden van maximaal 5 paarden toegestaan in de schuur. Tijdens de controle bleek echter dat er 13 paardenboxen gerealiseerd waren. De activiteiten die plaatsvonden, zijnde handel in paarden, maar ook het opleiden en dresseren ervan, zijn aan te merken als bedrijfsmatig; 3. op de verdieping van de schuur zijn 2 verblijfruimtes gemaakt en ingericht om jockey's / verzorgers of gasten te laten overnachten. Daarnaast was tijdens de controle een derde woning in aanbouw in de hal voor paarden; 4. daarnaast was zonder vergunning een aantal bijgebouwen gerealiseerd in de vorm van een zwembad, een aantal paddocks, een mestplaat en een paardenbak van 2000m2. Een deel van deze bijgebouwen zijn deels aangelegd in het Natuurnetwerk Nederland. In 2019 heeft initiatiefnemer een verzoek tot legalisatie ingediend.

Naar aanleiding hiervan en het daaropvolgende overleg met initiatiefnemer zijn afspraken hernieuwd in een overeenkomst vastgelegd en is het voorliggende bestemmingsplan “Keizerweg 26-28" opgesteld. Dit plan heeft als doel een deel van de geconstateerde overtredingen te legaliseren en de hernieuwde afspraken in de overeenkomst in een nieuw juridisch planologisch toetsingskader vast te leggen.

1.2

Ligging en begrenzing plangebied

Het gebied waarop het bestemmingsplan “Keizerweg 26-28” betrekking heeft wordt globaal begrensd door de percelen kadastraal bekend als gemeente Lonneker, sectie AK, perceelnummers 983 (gedeeltelijk), 985, 986 en 1025 (gedeeltelijk). De plangrens komt deels overeen met die van het geldende bestemmingsplan "Buitengebied Noordwest - Keizerweg 28", zij het dat de plangrens van het voorliggende plan aan de noordzijde is uitgebreid in verband met de planologische inpassing van de omzetting naar natuur als gevolg van de landschappelijke inpassing en de voor de ontwikkeling benodigde compensatie in natuur. Verder is de plangrens ook afgestemd op de inpassing van de verharding die binnen de bestemming 'Natuur' niet is toegestaan. De bebouwde kom van de kern van Boekelo is gelegen ten zuidoosten van het plangebied.

bestemmingsplan Keizerweg 26-28 (vastgesteld)

3

Globale begrenzing plangebied

1.3

Geldende juridische regelingen

Buitengebied Noordwest

4

bestemmingsplan Keizerweg 26-28 (vastgesteld)

Uitsnede bestemmingsplan Buitengebied Noordwest In dit bestemmingsplan zijn de volgende bestemmingen van toepassing: Agrarisch met waarden - Agrarische functie met landschapswaarden Deze bestemming is opgenomen met het oog op het agrarische bedrijf dat voorheen op de locatie aanwezig was. De destijds aanwezige landbouw diende rekening te houden met de in het gebied aanwezige belangrijke landschappelijke waarden; Natuur Deze bestemming is opgenomen voor die gebieden die uitsluitend een natuurfunctie hebben. Wonen Deze bestemming is opgenomen voor de bebouwing die in het verleden in het plangebied aanwezig was.

Buitengebied Noordwest - Keizerweg 28 Het gebied Keizerweg 26-28 valt daarnaast deels onder het bestemmingsplan “Buitengebied Noordwest Keizerweg 28”, dat op 21 maart 2017 is vastgesteld door de gemeenteraad van Enschede. Op 9 juni 2017 is het bestemmingsplan in werking getreden. Een uitsnede van dat bestemmingsplan is weergegeven in de volgende afbeelding. Dit bestemmingsplan is opgesteld om de gewenste ontwikkeling van de locatie planologisch mogelijk te maken. Deze herziening zag vooral op het bebouwde deel van het plangebied.

bestemmingsplan Keizerweg 26-28 (vastgesteld)

5

Uitsnede bestemmingsplan Buitengebied Noordwest - Keizerweg 28 In dit bestemmingsplan zijn in het plangebied 2 woningen toegestaan binnen de bestemming 'Wonen' met daarbij de specifieke voorwaarden en maatvoeringen die daarop van toepassing zijn. Voor de schuur is de bestemming 'Agrarisch met waarden - Agrarische functie met landschapswaarden' opgenomen met daarin specifiek bepaald dat uitsluitend een hal is toegestaan bestemd voor het hobbymatig houden en indoor berijden van maximaal 5 paarden. Aansluitend daarop is ook een verplichting opgenomen om een landschappelijke inrichting te realiseren conform een inrichtingsplan.

1.4

Wettelijk kader

Het wettelijk kader van een bestemmingsplan is de Wet ruimtelijke ordening (hierna Wro) en het Besluit ruimtelijke ordening (hierna Bro).

Wet ruimtelijke ordening (Wro) De Wro schrijft voor dat de gemeenteraad "voor het gehele grondgebied van de gemeente een of meer bestemmingsplannen vaststelt, waarbij ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening de bestemming van de in

6

bestemmingsplan Keizerweg 26-28 (vastgesteld)

dat plan begrepen grond wordt aangewezen en met het oog op die bestemming regels worden gegeven". Besluit ruimtelijke ordening (Bro) In het Bro is geregeld hoe een bestemmingsplan en andere ruimtelijke plannen er uit moeten zien, wat vastgelegd moet worden en wat meegewogen moet worden (artikelen 3.1.2 t/m 3.1.7 en artikelen 3.2.1 t/m 3.2.4 Bro). In artikel 3.1.6 van het Bro is bepaald dat elk bestemmingsplan vergezeld gaat van een toelichting. In de toelichting moet worden vermeld wat de uitkomsten zijn van onderzoeken over ecologie/flora/fauna, hoe het is gesteld met de waterhuishouding, of de Wet milieubeheer van toepassing is voor bijvoorbeeld een Milieu Effect Rapport (MER), of sprake is van archeologische/cultuurhistorische waarden, welke milieukwaliteitseisen wat betreft lucht, bodem, geluid bij het plan betrokken zijn en welk beleid van gemeente, provincie en Rijk een rol speelt. Een bestemmingsplan is daarom een juridisch ruimtelijk beleidsdocument, waarin de bestemming van de gronden met inbegrip van de daarop van toepassing zijnde gebruiks- en bouwregels en de daarop aanwezige bebouwing worden vastgelegd, maar waarin ook ruimtelijke ontwikkelingsmogelijkheden zijn opgenomen. Digitalisering Alle ruimtelijke plannen moeten voor iedereen digitaal beschikbaar en raadpleegbaar zijn. Daarvoor is een landelijke voorziening in het leven geroepen.

Er moet gewerkt worden via landelijk vastgestelde regels (artikel 1.2.1 en 1.2.2 Bro, nader uitgewerkt in de ministeriële Regeling standaarden ruimtelijke ordening). Kosten In de wet is bepaald dat de kosten voor het maken van een bestemmingsplan verhaald kunnen worden op de aanvrager. Die kosten worden vastgesteld in een exploitatieplan, maar ze kunnen ook op een andere wijze verhaald worden bijvoorbeeld door het sluiten van een overeenkomst (afdeling 6.4 Wro). Ten behoeve van het voorliggende bestemmingsplan is een overeenkomst gesloten met initiatiefnemer.

1.5

Adviezen, vooroverleg en procedure

Adviezen Voorafgaand aan het in procedure brengen van een bestemmingsplan vragen burgemeester en wethouders aan het binnen het plangebied werkzame erkende wijkorgaan advies uit te brengen over het in voorbereiding zijnde bestemmingsplan. Dit is geen wettelijke procedurestap maar een binnen de gemeente Enschede gehanteerde werkwijze, die is vastgelegd in de Regeling Wijkorganen 2008 en nader uitgewerkt in de notitie Wijkorganen en Adviesafspraken. Binnen het plangebied van het bestemmingsplan “Keizerweg 26-28” is het erkende wijkorgaan Dorpsraad Boekelo actief. De Dorpsraad Boekelo is gevraagd schriftelijk advies uit te brengen. In het kader van de adviesvraag is het bestemmingsplan op 24 februari 2023 toegezonden aan de Dorpsraad Boekelo. De Dorpsraad heeft in haar vergadering van 14 maart 2023 het bestemmingsplan besproken en adviseert positief over het aanpassen van het bestemmingsplan voor zowel de (inpandige) bebouwing als ook de beplanting/aanplant van de verschillende percelen t.b.v. de versterking van het landschap. Voor de Dorpsraad is het van belang dat met deze aanpassing het bestemmingsplan voor deze locatie nu definitief is en de grenzen helder zijn.

Vooroverleg In het Bro is voorgeschreven (artikel 3.1.1) dat burgemeester en wethouders voorafgaand aan het in procedure brengen van een nieuw bestemmingsplan overleg moeten plegen met de besturen van eventueel betrokken andere gemeenten, het waterschap, de provincie en met die diensten van het Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen die in het plan in het geding zijn. Van het wettelijke vooroverleg met Rijk en provincie kan in de praktijk in veel gevallen worden afgezien. De provincie Overijssel en het Rijk hebben beleid vastgesteld, waarin is bepaald dat zij een bestemmingsplan alleen nog voor vooroverleg willen ontvangen, indien dat bestemmingsplan ontwikkelingen mogelijk maakt die raken aan bepaalde ruimtelijke belangen van de provincie of het Rijk.

Procedure Vooraankondiging

bestemmingsplan Keizerweg 26-28 (vastgesteld)

7

Burgemeester en wethouders moeten burgers en anderen informeren over het voornemen een bestemmingsplan voor te bereiden op verzoek van een derde of uit eigen beweging. Dat voornemen wordt gepubliceerd in het gemeentelijk huis-aan-huisblad en op internet. In Enschede wordt geen gelegenheid geboden om zienswijzen hieromtrent naar voren te brengen (artikel 1.3.1 Bro). In dit geval is het voornemen om een nieuw bestemmingsplan genaamd: “Keizerweg 26-28” in voorbereiding te nemen op 07-12-2022 gepubliceerd in het gemeentelijk blad “Huis aan Huis" en op de website van de gemeente Enschede.

Terinzagelegging ontwerpplan In de Wro staat dat op de procedure van een bestemmingsplan de uniforme openbare voorbereidingsprocedure uit afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing is. Dit betekent dat het ontwerp van een bestemmingsplan gedurende een periode van zes weken ter inzage moet worden gelegd. Deze terinzagelegging biedt iedereen de mogelijkheid om gedurende die periode zienswijzen naar voren te brengen bij de gemeenteraad. Die terinzagelegging wordt gepubliceerd in het Gemeenteblad en in het gemeentelijk blad "Huis aan Huis" en langs “elektronische weg”, dus internet. De aankondiging van de terinzagelegging van dit ontwerpbestemmingsplan “Keizerweg 26-28” en de mogelijkheid om tijdens die periode een zienswijze naar voren te brengen is op 12 april 2023 gepubliceerd in "Huis aan Huis", op de website van de gemeente Enschede en in het Gemeenteblad. Het ontwerpbestemmingsplan met de daarbij behorende stukken lag vervolgens van 13 april 2023 tot en met 24 mei 2023 ter inzage.

Zienswijzen Tijdens de periode van terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan kon men zienswijzen kenbaar maken bij de gemeenteraad. Er zijn geen zienswijzen ontvangen.

Rechtsbescherming Na vaststelling van het bestemmingsplan door de gemeenteraad staat voor belanghebbenden nog de mogelijkheid open om bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State beroep in te stellen tegen het bestemmingsplan.

8

bestemmingsplan Keizerweg 26-28 (vastgesteld)

Hoofdstuk 2

Planologisch beleidskader

2.1

Ruimtelijk beleid en regels van het Rijk

2.1.1

Nationale Omgevingsvisie (NOVI)

Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) vastgesteld als structuurvisie. De NOVI biedt een langetermijnperspectief op de ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland tot 2050. Met de NOVI geeft het kabinet richting aan de grote opgaven die het aanzien van Nederland de komende dertig jaar ingrijpend zullen veranderen. Denk aan het bouwen van nieuwe woningen, ruimte voor opwekking van duurzame energie, aanpassing aan een veranderend klimaat, ontwikkeling van een circulaire economie en omschakeling naar kringlooplandbouw. Alles met zorg voor een gezonde bodem, schoon water, behoud van biodiversiteit en een aantrekkelijke leefomgeving. De NOVI schetst een duurzaam toekomstperspectief voor de leefomgeving in Nederland in 2050.

Dit toekomstperspectief voor Nederland is: Een klimaatbestendige delta, waarbij Nederland beschermd is tegen de negatieve gevolgen van klimaatverandering, waterveiligheid (ook voor de laaggelegen gebieden in het westen) gegarandeerd is en voldoende zoetwater beschikbaar is van goede kwaliteit; Duurzaam, concurrerend en circulair: een toekomstbestendige en volledig circulaire economie zonder vervuilende manieren van produceren en consumeren, met een uitstekend vestigingsklimaat en een hoge quality of life, met een zo goed mogelijke inpassing van duurzame energie in onze leefomgeving en slimme combinaties van functies zonder de risico's en milieunadelen te vergroten. Een economie die veel maatschappelijke winst oplevert in termen van banen, innovatie en nieuwe bedrijvigheid en exportmogelijkheden; Kwaliteit van leven in stad en dorp: met een aantrekkelijke woon- en leefomgeving en een goede verbondenheid van stad en land. De ontwikkelingen zijn gericht op kwaliteit, met gecontroleerde en doordachte groei waar dat nodig is, waardoor diversiteit in wonen, een stedelijk netwerk, prettige woonmilieus, met rust en ruimte maar ook vitale en leefbare regio's ontstaan. Nabijheid en betrouwbare verbindingen: een uitstekende bereikbaarheid wordt met een goede en betrouwbare infrastructuur gegarandeerd, waarbij wordt ingespeeld op locatiekeuzes voor wonen en werken (nabijheid).

De infrastructuur is onderdeel van een mobiliteitssysteem dat een meer divers patroon van mobiliteit veilig, robuust en duurzaam afhandelt. Luchthavens blijven belangrijk voor een sterk internationaal netwerk voor de lange afstanden. De uitdaging is om het vliegverkeer net als het goederenvervoer op een zo veilige, efficiënte en duurzame manier vorm te geven. Veilig en gezond, herkenbaar en natuurlijk: een veilig en gezond leven voor iedereen staat voorop. De leefomgeving nodigt uit om te bewegen, elkaar te ontmoeten en te ontspannen. Daarbij horen een goede milieukwaliteit, robuuste natuur, klimaatbestendigheid en voor iedereen goede toegang tot wonen, werken en voorzieningen. Het realiseren van een fysieke leefomgeving die dit toekomstperspectief mogelijk maakt, is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van alle overheden. In de NOVI benoemt het Rijk 21 nationale belangen voor het omgevingsbeleid, inclusief de opgaven en de rol van het Rijk in het realiseren van deze opgaven. Deze opgaven komen samen in vier prioriteiten. Deze prioriteiten vormen complexe, omvangrijke en dringende opgaven die voortkomen uit of samenhangen met grote transities. Deze prioriteiten zijn: 5. Naar een ruimte voor klimaat adaptatie en energietransitie; 6. Naar een duurzaam economisch groeipotentieel; 7. Naar sterke en gezonde stedenen regio's; 8.

Naar een toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied; Deze vier opgaven kunnen alleen in samenhang verder worden gebracht wanneer aandacht is voor thema's die hier dwars doorheen lopen, zoals omgevingskwaliteit, gezondheid, cultuurhistorie, klimaatadaptatie, water, bodem, (nationale) veiligheid en milieukwaliteit. 2.1.2

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening en Besluit ruimtelijke ordening

De basis van juridische borging van de realisatie van de nationale belangen ligt in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) en het Bro. Het Barro is in werking sinds 2011 en bevat onderwerpen die van rijksbelang zijn, zoals defensie, de ecologische hoofdstructuur, de elektriciteitsvoorziening en toekomstige uitbreiding van het hoofd(spoor)wegennet. Per onderwerp bevat het Barro regels waaraan bestemmingsplannen moeten voldoen. Binnen drie jaar moet het onderwerp zijn opgenomen in een bestemmingsplan.

bestemmingsplan Keizerweg 26-28 (vastgesteld)

9

2.1.3

Toetsing bestemmingsplan aan beleid en regels van het Rijk

Met het voorliggende bestemmingsplan worden geen rijksbelangen geraakt.

2.2

Ruimtelijk beleid en regels van de provincie Overijssel

2.2.1

Omgevingsvisie Overijssel

Het ruimtelijk beleid van de provincie Overijssel staat vooral in de Omgevingsvisie en Omgevingsverordening. Op 15 december 2021 hebben Provinciale Staten van Overijssel een herziening van de visie en verordening vastgesteld en op 1 februari 2022 zijn deze in werking getreden. De Omgevingsvisie is een integrale visie waarin de beleidsambities en doelstellingen staan die van provinciaal belang zijn voor de ontwikkeling van de fysieke leefomgeving van Overijssel. Het uitgangspunt is gericht op het jaar 2030. De visie biedt kaders in de vorm van ontwikkelingsperspectieven voor de groene omgeving en stedelijke omgeving. Daarbinnen krijgen gemeenten, waterschappen, maatschappelijke organisaties en andere initiatiefnemers mogelijkheden om ruimtelijke ontwikkelingen te realiseren. De hoofdambitie van de visie is, net als in de oorspronkelijke omgevingsvisie van 2009, een toekomstvaste groei van welvaart en welzijn met een verantwoord beslag op de beschikbare natuurlijke hulpbronnen en voorraden. De opgaven en kansen waar de provincie Overijssel voor staat heeft men vertaald in centrale beleidsambities voor negen beleidsthema’s. Deze benadert zij vanuit de drie overkoepelende 'rode draden': duurzaamheid, ruimtelijke kwaliteit en sociale kwaliteit.

Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Om te bepalen of een initiatief bijdraagt aan de ambities, gebruikt de provincie het Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel. In dit uitvoeringsmodel staan de stappen of, waar en hoe centraal. Bij een initiatief kan aan de hand van deze drie stappen bepaald worden of een initiatief binnen de geschetste visie voor Overijssel mogelijk is (generieke beleidskeuzes), waar het past (ontwikkelperspectieven) en hoe het uitgevoerd kan worden (gebiedskenmerken) In onderstaande afbeelding is het uitvoeringsmodel weergegeven. Vervolgens zijn de niveaus toegelicht. De '“vishaak” met de drie niveaus uit de Omgevingsvisie van 2009 is daarbij behouden gebleven. Boven het uitvoeringsmodel (in de paraplu) staan de rode draden en centrale beleidsambities weergegeven.

10

bestemmingsplan Keizerweg 26-28 (vastgesteld)

Generieke beleidskeuzes (of) Generieke beleidskeuzes vloeien voort uit beleid van EU, Rijk of provincie. Het zijn keuzes die bepalen of een ontwikkeling nodig is of mogelijk. De generieke beleidskeuzes zijn veelal normstellend. De herziene Omgevingsvisie maakt daarbij onderscheid in: Generieke beleidskeuzes voor heel Overijssel. Dit heeft zij gevat onder de ' Overijsselse ladder voor duurzame verstedelijking'. Dit is een nadere invulling van de nationale Ladder voor duurzame verstedelijking, die voor 'nieuwe stedelijke ontwikkelingen' verplicht moet worden doorlopen. De Overijsselse ladder geeft onder andere aan dat alle belangen die bij een ontwikkeling betrokken zijn, zorgvuldig tegen elkaar moeten worden afgewogen ('integraliteit'; is ook een eis uit het Bro). Ook wordt onder andere ingegaan op zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik (voorheen verwoord in de 'SER-ladder') en '(boven)regionale afstemming' (gemeenten moeten hun ruimtelijke ontwikkelingsplannen afstemmen met buurgemeenten om te voorkomen dat inefficiënte concurrentie tussen gemeenten ontstaat). Gebiedsspecifieke beleidskeuzes, zoals aanduidingen voor grondwaterbeschermingsgebied, Natuurnetwerk Nederland (NNN) en Nationale Landschappen. Ontwikkelingsperspectieven (waar) Na de toetsing aan de generieke beleidskeuzes komen de ontwikkelingsperspectieven aan de orde.

In de Omgevingsvisie staan zes ontwikkelperspectieven beschreven: drie voor de groene en drie voor de stedelijke omgeving. Daarbinnen is nog een onderverdeling gemaakt. De ontwikkelperspectieven zijn flexibel voor de toekomst en geven richting aan wat waar ontwikkeld zou kunnen worden.

Gebiedskenmerken (hoe) Tot slot zijn de gebiedskenmerken van belang, die bestaan uit vier lagen (natuurlijke laag, laag van agrarische cultuurlandschappen, stedelijke laag en laag van de beleving. Voor elke laag gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en -opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. Het is de vraag 'hoe' een ontwikkeling invulling krijgt. In het resterende deel van deze paragraaf wordt nader ingegaan op de generieke beleidskeuzes, de ontwikkelingsperspectieven en de gebiedskenmerken.

bestemmingsplan Keizerweg 26-28 (vastgesteld)

11

2.2.2

Omgevingsverordening Overijssel

De hoofdlijnen van de Omgevingsvisie zijn juridisch geborgd in de Omgevingsverordening. Het gaat om de onderwerpen uit de visie die de provincie zo belangrijk vindt dat deze dwingend worden opgelegd. In de verordening staan algemene regels op het gebied van de ruimtelijke ordening, mobiliteit, milieu, water en bodem. De verordening als juridisch instrument om de doorwerking van provinciaal beleid af te dwingen, is beperkt tot die onderdelen van het beleid waarvoor de inzet van algemene regels noodzakelijk is om provinciale belangen veilig te stellen of om uitvoering te geven aan wettelijke verplichtingen. De Omgevingsverordening geeft regels aan gemeenten die bij het maken van bestemmingsplannen in acht genomen moeten worden. 2.2.3

Toetsing bestemmingsplan aan beleid en regels van de provincie Overijssel

Generieke beleidskeuzes De volgende artikelen van de provinciale verordening zijn van belang voor voorliggend plan:

Artikel 2.1.3 Zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik (lid 2) Bestemmingsplannen voor de Groene Omgeving voorzien uitsluitend in ontwikkelingen die een extra ruimtebeslag door bouwen en verharden leggen anders dan de uitleg van steden en dorpen wanneer aannemelijk is gemaakt: dat (her)benutting van bestaande erven en/of bebouwing in de Groene Omgeving in redelijkheid niet mogelijk is; dat mogelijkheden voor combinatie van functies op bestaande erven optimaal zijn benut. Het voorliggende plan maakt geen nieuwe bebouwing mogelijk ten opzichte van het geldende plan, maar voorziet wel in de realisatie van een aantal voorzieningen ten behoeve van het hobbymatig houden van paarden; een paardenbak, een paddock, een mestplaat en een longeercirkel. Deze voorzieningen worden aangelegd bij een bestaande locatie waar de paarden worden gehouden, waardoor er geen sprake is van strijd met het beleid. Er is dan ook geen sprake van een extra ruimtebeslag. Ook het verruimde gebruik van de hal leidt niet tot extra ruimtebeslag.

Artikel 2.1.4 Toekomstbestendigheid In de toelichting op bestemmingsplannen waarin provinciale belangen in het geding zijn, wordt aannemelijk gemaakt dat de nieuwe ontwikkelingen die het bestemmingsplan mogelijk maakt en die niet bedoeld zijn voor tijdelijk gebruik, toekomstbestendig zijn en dus: de mogelijkheden van toekomstige generaties om in hun behoeften te voorzien niet in gevaar brengen; duurzaam en evenwichtig bijdragen aan het welzijn van mensen, economische welvaart en het beheer van natuurlijke voorraden; ook op lange termijn toegevoegde waarde hebben. De provinciale belangen die bij het voorliggende plan in het geding zijn, zien uitsluitend op het deel van de paardenbak die gelegen is in het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Dit betreft een oppervlak van ongeveer 240 m 2. Voor het overige zijn er met het voorliggende plan geen provinciale belangen in het geding. Aangezien het daarbij niet gaat om een tijdelijk gebruik, zal ingegaan worden op de eisen die de verordening aan de toelichting stelt. Daarvoor wordt verwezen naar hetgeen hierna in deze toelichting is opgenomen met betrekking tot het NNN en de wijze waarop de inbreuk daarop in het voorliggende plan wordt gecompenseerd.

Op grond van deze compensatie, en het feit dat het gaat om een kleinschalige inbreuk op de NNN, kan gesteld worden dat er sprake is van een ontwikkeling die toekomstbestendig is doordat deze gepaard gaat met een versterking van de NNN.

Artikel 2.1.5 Ruimtelijke kwaliteit In de toelichting op bestemmingsplannen dient, op grond van dit artikel, een aantal zaken onderbouwd te worden. De nieuwe ontwikkelingen die het bestemmingsplan mogelijk maakt, dienen bijvoorbeeld bij te dragen aan het versterken van de ruimtelijke kwaliteit conform de geldende gebiedskenmerken. Om te voldoen aan de motiveringsverplichtingen die voortvloeien uit dit artikel, is deze paragraaf opgenomen waar wordt ingegaan op het provinciale beleid, zowel qua systematiek als qua inhoud.

Titel 2.7 Natuurnetwerk Nederland (NNN) Zoals hiervoor al gesteld is, maakt het plangebied een ontwikkeling mogelijk van ongeveer 240 m2 in het NNN-gebied Landgoederen en beekdalen Enschede. Op grond van de omgevingsverordening zijn ter plaatse van de NNN

12

bestemmingsplan Keizerweg 26-28 (vastgesteld)

uitsluitend bestemmingen toegestaan die gericht zijn op het behoud, het herstel of de duurzame ontwikkeling van de wezenlijke kenmerken en waarden van deze gebieden. Voor zowel groot- als kleinschalige ontwikkelingen kan onder bepaalde voorwaarden worden afgeweken van dat beschermingsregime. De paardenbak valt aan te merken als zo'n kleinschalige ontwikkeling. Feitelijk gaat het hierbij om een oppervlakte van ongeveer 240 m 2 aan de rand van het NNN. Voor kleinschalige ontwikkelingen als deze kan worden afgeweken onder de voorwaarde dat is aangetoond dat deze wijziging: de wezenlijke kenmerken en waarden slechts in beperkte mate aantast, per saldo gepaard gaat met een versterking van de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN, of een vergroting van de oppervlakte van het NNN, plaatsvindt na een zorgvuldige afweging van alternatieve locaties. Het NNN-gebied Landgoederen en beekdalen Enschede is in totaal bijna 3500 hectare groot. Uit de beheertypenkaart van de provincie blijkt dat het gebied waar de paardenbak zal worden toegestaan, valt onder de natuurbeheertypen "kruidenrijk grasland" en "haagbeuken essen bos". Ter plaatse van de paardenbak is het haagbeuken essenbos nog niet aanwezig. Als compensatie wordt een perceel van meer dan 1 hectare aangelegd met het natuurbeheertype “kruidenrijk grasland”. Kwantitatief is hiermee sprake van een ruimschootse compensatie.

Om ook de kwalitatieve compensatie te borgen, zal de bestemming daar ook op aan moeten gaan sluiten in het voorliggende bestemmingsplan. Aangezien het gaat om een paardenbak bij een hal voor paarden, is er geen sprake van een alternatieve locatie waarbij niet afgeweken hoeft te worden. Clustering van de voorzieningen nabij de hal is immers wenselijk.

Ontwikkelingsperspectieven Het plangebied is gelegen binnen een drietal ontwikkelingsperspectieven in de Groene Omgeving, te weten 1. Zone ondernemen met natuur en water buiten het Natuurnetwerk Nederland, 2. Wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap, en: 3. Natuurnetwerk Nederland (in beperkte mate). In de verordening is aangegeven dat de provincie de Groene Omgeving ziet als een mozaïek van woon-, werk-, geniet- en natuurlandschappen waar diverse beleidsambities goed samen gaan. Zo is het vergroten van de veerkracht van het watersysteem goed te combineren met robuuste natuur en het versterken van de biodiversiteit, en gaat het ontwikkelen van mogelijkheden voor vrije tijd en toerisme in veel gevallen samen met de agrarische functie van een gebied.

Uitsnede omgevingsverordening met ontwikkelingsperspectieven Ad 1; Zone ondernemen met natuur en water buiten het Natuurnetwerk Nederland

bestemmingsplan Keizerweg 26-28 (vastgesteld)

13

Er zijn gebieden binnen de Zone ONW die buiten het natuurnetwerk liggen. In deze gebieden is ruimte voor groen ondernemerschap, voor initiatieven en functies die de economische en maatschappelijke dragers zijn van de kwaliteit van natuur, water en landschap én ruimte voor continuïteit van de aanwezige landbouwfunctie. Initiatieven van bewoners en ondernemers zijn hier leidend: zij zijn eigenaar en vormgever van de omgevingskwaliteit. De na te streven kwaliteitsdoelen voor natuur en water zijn daarbij het uitgangspunt.

Ad 2: Wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap Het ontwikkelingsperspectief Wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap richt zich op het in harmonie met elkaar ontwikkelen van de diverse functies in het buitengebied. Aan de ene kant melkveehouderij, akkerbouw en opwekking van hernieuwbare energie als belangrijke vormen van landgebruik. Aan de andere kant gebruik voor natuur, recreatie, wonen en andere bedrijvigheid. De ontwikkelingsmogelijkheden voor de landbouw, maar ook die voor de andere sectoren, zijn in dit ontwikkelingsperspectief nadrukkelijk verbonden met behoud en versterking van cultuurhistorische, natuurlijke en landschapselementen. Het waterbeheer richt zich op optimale condities voor de lokaal aanwezige functies, rekening houdend met de klimaatopgave en de kenmerken van het watersysteem.

Ad 3: Natuurnetwerk Nederland Binnen het Natuurnetwerk Nederland (NNN) staan in Overijssel de kwaliteitsambities Natuur als ruggengraat en Continu en Beleefbaar watersysteem voorop. Behoud en versterking van de natuurkwaliteit staat centraal binnen de bestaande natuur van het natuurnetwerk. Voor initiatieven die niet passen binnen de doelstelling van het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is binnen het natuurnetwerk geen ruimte, tenzij er sprake is van een groot openbaar belang waar niet op een andere manier aan voldaan kan worden (het ‘nee, tenzij’-principe). Daarbij gelden de zogenaamde NNN-spelregels. Binnen de gebieden waar de komende jaren natuurrealisatie plaatsvindt, is medegebruik mogelijk. Voorwaarde is wel dat initiatieven actief bijdragen aan realisatie van het robuuste en samenhangende netwerk van gebieden met natuur-, water- en landschappelijke kwaliteit. Een onderdeel van de ontwikkeling is de landschappelijke inpassing, die het landschap en de natuur ter plaatse moet versterken.

Gebiedskenmerken Het plangebied is gelegen in het landelijke gebied. De 'Laag van de beleving' is hier niet van toepassing. Daarom wordt bij de gebiedskenmerken alleen ingegaan op de 'Stedelijke laag', de 'Natuurlijke laag' en de 'Laag van het agrarisch cultuurlandschap'. Stedelijke laag - Verspreide bebouwing: Als ontwikkelingen plaats vinden op erven, dan dragen deze bij aan behoud en versterking van de kenmerkende erfstructuur en volumematen, blijft er een duidelijk onderscheid voorkantachterkant en vindt koppeling van het erf aan landschap plaats. Toegankelijkheid wordt erdoor verbeterd. Stedelijke laag - Informele trage netwerk: Als ontwikkelingen plaats vinden in de gebieden die in de directe invloedssfeer van stad en dorp liggen (b.v. bedrijventerreinen, woonwijken) , dan dragen deze ontwikkelingen bij aan behoud en verkleining van de maaswijdte van het padennetwerk. Nieuwe mogelijkheden voor lange afstands-, wandel- en fietsroutes worden benut. Natuurlijke laag - Beekdalen en natte laagtes: Beekdalen en laagtes krijgen een beschermende bestemmingsregeling, gericht op instandhouding van het watersysteem, de waterkwaliteit en voldoende ruimte voor water en indien het bestaande (agrarisch) gebruik dat toelaat natuurlijke dynamiek.

Als ontwikkelingen plaats vinden in of in de directe nabijheid van beekdalen en natte laagtes, dan dragen deze bij aan extra ruimte voor de dynamiek van het stromende water en het vasthouden van water, aan versterking van de samenhang in het beeksysteem en aan vergroting van de zichtbaarheid, bereikbaarheid en beleefbaarheid van het water. Dit zijn uitgangspunten bij (her)inrichting. Laag van het agrarisch cultuurlandschap - Oude Hoevenlandschap: Als ontwikkelingen plaats vinden in het oude hoevenlandschap, dan dragen deze bij aan behoud en accentuering van de dragende structuren (groenstructuur en routes) van het oude hoevenlandschap, en aan de samenhang en de karakteristieke verschillen tussen de landschapselementen: de erven met erfbeplanting; open es(je); beekdal; voormalige heidevelden, de mate van openheid en kleinschaligheid. Ontwikkelingen vergroten de toegankelijkheid van erven en erfroutes. Het voorliggende bestemmingsplan maakt een aantal ontwikkelingen mogelijk bij een bestaande woning met een hal ten behoeve van het hobbymatig houden van paarden. Deze ontwikkelingen gaan gepaard met een landschappelijke inpassing. De locatie ligt niet in de directe invloedssfeer van een dorp of stad.

14

bestemmingsplan Keizerweg 26-28 (vastgesteld)

Conclusie Geconcludeerd kan worden dat de in dit voorliggende bestemmingsplan besloten ruimtelijke ontwikkeling in overeenstemming is met het in de Omgevingsvisie Overijssel verwoorde en in de Omgevingsverordening verankerde provinciaal ruimtelijk beleid.

2.3

Gemeentelijk ruimtelijk relevant strategisch beleid

Deze paragraaf bevat een korte beschrijving van het algemene ruimtelijke relevante beleid van de gemeente Enschede. De inhoud van deze toelichting is zodanig opgebouwd dat eerst algemene informatie aan de orde komt en vervolgens onderwerpen die specifiek aan dit bestemmingsplan zijn toegeschreven. Het sectorale beleid wordt daarom verderop in deze toelichting behandeld. 2.3.1

Toekomstvisie Enschede 2020 en uitwerkingsvisies

De gemeenteraad heeft op 17 december 2007 de Toekomstvisie Enschede 2020 vastgesteld, waarin de hoofdlijnen en doelstellingen voor het gemeentelijke beleid tot 2020 staan. Het document geeft richting aan het beleid, dat nader uitgewerkt wordt in andere beleidsstukken. De ruimtelijk relevante aspecten van de hoofdlijnen en beleidsdoelstellingen in de Toekomstvisie zijn uitgewerkt in de Herijking van de Ruimtelijke Ontwikkelingsvisie, die op 22 juni 2009 door de gemeenteraad is vastgesteld. Integraal onderdeel hiervan is een visie op de binnenstad (Binnenstadsvisie) en mobiliteit (Mobiliteitsvisie). Vervolgens is de inhoud van het document Herijking RO-Visie, binnenstadsvisie inclusief mobiliteitsvisie ruimtelijk vertaald in de Structuurvisie Enschede, die in één van de volgende paragrafen aan de orde komt. 2.3.2

Stedelijke Koers

Onder de noemer "Stedelijke Koers" heeft de gemeenteraad op 24 september 2012 ingestemd met een andere koers voor Enschede. Dat was nodig omdat vraag en aanbod in de vastgoedmarkt op het gebied van wonen, bedrijventerreinen en kantoren flink uit balans zijn. De maatschappij is veranderd. Het aantal projecten, de ambities en de plannen in Enschede die werden voorbereid en uitgevoerd pasten niet meer bij de huidige en toekomstige vraag. Om dit terug te brengen naar een realistisch aanbod heeft de gemeenteraad gekozen voor de plannen en projecten die het meest waardevol zijn voor de toekomst van Enschede en die de economie van Enschede en de regio zoveel mogelijk stimuleren. De financiële uitwerking hiervan vond plaats tijdens de behandeling van de Programmabegroting op 12 november 2012. In Enschede zullen niet alleen minder woningen worden gebouwd, maar ook andere soorten: minder appartementen en meer woningen met een tuin. De prognose voor de verkoop van grond voor bedrijventerreinen wordt naar beneden bijgesteld. Voor de kantorensector wordt naast verlagen van het aantal te bouwen kantoren ook gekeken naar hergebruik van bestaande kantoren, omdat er sprake is van leegstand. 2.3.3

Richting aan Ruimte

Op 5 april 2016 hebben burgemeester en wethouders van Enschede 'Richting aan Ruimte' (RAR) vastgesteld. Dit is een richtinggevend ontwikkelingskader waarin wordt verduidelijkt hoe Enschede omgaat met de programmering. Niet langer de kwantitatieve aspecten staan centraal maar er wordt gestuurd op kwaliteit. Daarbij wordt gekeken naar de totale stedelijke programmering maar ook naar de behoefte van het gebied. Een integrale afweging van alle relevante belangen (o.a. ruimtelijke kwaliteit, duurzaamheid, economie, welzijn) op basis van het 'RAR-kompas' leidt uiteindelijk tot een besluit over de (on)wenselijkheid van een nieuw ruimtelijk initiatief. Ongewijzigd onderdeel van het integrale afwegingskader is het 'versterken vanuit het hart'.

bestemmingsplan Keizerweg 26-28 (vastgesteld)

15

afbeelding: het 'RAR kompas'

2.3.4

Structuurvisies

De Wro verplicht iedere gemeente om voor het hele grondgebied één of meer structuurvisies vast te stellen voor een goede ruimtelijke ordening. Een soortgelijke verplichting geldt ook voor de provincies en het Rijk. In een gemeentelijke structuurvisie staan de hoofdlijnen van de voorgenomen ontwikkeling van dat gebied en de hoofdzaken van het ruimtelijk beleid. De structuurvisie bevat ook een uitvoeringsparagraaf waarin de raad aangeeft via welke instrumenten en bevoegdheden de voorgenomen ontwikkeling gerealiseerd zal kunnen worden.

Structuurvisie Enschede De gemeenteraad van Enschede heeft op 26 september 2011 de Structuurvisie vastgesteld. Hierin is het bestaande ruimtelijk beleid uit de hieronder genoemde gemeentelijke nota's opgenomen en met elkaar in relatie gebracht. Groenstructuur Actieplan, bevat de belangrijkste gemeentelijke ambities op het gebied van behouden en versterken van parken en groenstructuren; Beleidskader kleine windturbines, hierin zijn mogelijke locaties voor kleine windturbines aangewezen; Mobiliteitsplan 2004-2015, bevat de gemeentelijke ambities voor de verkeerscirculatie en bereikbaarheid van de stad. Hieruit zijn de belangrijkste verkeersprojecten voor auto, openbaar vervoer en fiets in de Structuurvisie opgenomen; Nieuwe Energie voor Enschede, bevat de gemeentelijke duurzaamheidsambities voor nieuwe ontwikkelingen, herstructurering en renovatie. Hierbij staat de reductie van CO2 centraal. Gids Buitenkans, bevat op basis van landschapstypologieën en -plekken het kwalitatieve kader voor ontwikkelingen in het buitengebied; Hotelnota, hierin zijn de ontwikkellocaties voor hotels aangewezen; Structuurvisie Luchthaven Twente en omgeving, bevat het ruimtelijke ontwikkelingskader voor de herontwikkeling van het terrein van de voormalige militaire vliegbasis Twente; Ruimtelijke Ontwikkelingsvisie 2001, bevat belangrijke gemeentelijke ontwikkellocaties en infrastructuurprojecten.

Hieruit zijn de nog actuele projecten en locaties in de Structuurvisie opgenomen; Ruimtelijke Ontwikkelingsvisie en Binnenstadsvisie 2009, bevat het actuele integrale kader voor ruimtelijke ontwikkeling, verkeer, economie en de ontwikkeling van de binnenstad; Ontwikkelingskader Horeca 2005-2015, hierin zijn de horecaconcentratiegebieden en horeca-ontwikkellocaties aangewezen. Met uitzondering van de Ruimtelijke Ontwikkelingsvisie 2001 zijn de individuele beleidsnota's nog steeds van kracht omdat deze meer bevatten dan wat is opgenomen in de Structuurvisie. In de Structuurvisie gaat het om de gewenste ruimtelijke ontwikkelingen voor de toekomst op het gebied van wonen, groen, economie, verkeer, milieu en gebiedsontwikkeling. Het doel van de Structuurvisie is het in samenhang presenteren van de hoofdlijnen van sectoraal of gebiedsgericht beleid. Het gaat om de hoofdlijnen van ruimtelijk beleid op de lange termijn, zodat er op projectniveau voldoende 16

bestemmingsplan Keizerweg 26-28 (vastgesteld)

flexibiliteit is om in te kunnen spelen op veranderingen. De Structuurvisie is continu in ontwikkeling. Bij nieuwe gebiedsontwikkelingen en nieuw stedelijk beleid wordt de Structuurvisie aangevuld of nader uitgewerkt, zodat het een actueel strategisch en integraal kader vormt.

Sectorale en gebiedsgerichte structuurvisies In aanvulling op de eerder genoemde integrale Structuurvisie, heeft de gemeenteraad van Enschede ook diverse sectorale structuurvisies en een gebiedsgerichte structuurvisie vastgesteld. Hierin worden specifieke onderwerpen geregeld. Woonvisie Op 12 maart 2012 is de Woonvisie Enschede 2025 vastgesteld. De Woonvisie vormt een nadere uitwerking van de Structuurvisie, specifiek toegespitst op de gemeentelijke beleidsdoelstellingen ten aanzien van het wonen. Detailhandelsstructuurvisie Op 23 januari 2012 is de Detailhandelsstructuurvisie Enschede 2012 vastgesteld. In deze sectorale structuurvisie staan de hoofdlijnen van het gemeentelijk detailhandelsbeleid voor de komende vier jaar. Na een technische aanpassing in de besluitvorming op 12 november 2012 is dit formeel een structuurvisie zoals bedoeld in artikel 2.1 van de Wro. Watervisie Op 27 mei 2013 is de Watervisie 2013-2025 vastgesteld. Deze sectorale structuurvisie richt zich op het samen met partners in de waterketen aanpakken van waterknelpunten in Enschede op het gebied van hemelwateroverlast, grondwateroverlast, grondwaterverontreiniging en waterkwaliteit. De Watervisie heeft twee sporen, het oplossen van knelpunten en het realiseren van een zestal waterambities. De op te lossen knelpunten zijn: Overbelasting van het rioolstelsel. Grondwateroverlast.

Problemen met waterkwaliteit. De Enschedese waterambities zijn: Daar waar het kan is het regenwater afgekoppeld van het gemengde riool. De beleving van de groene en blauwe kwaliteit van Enschede versterken door water zichtbaar te maken. Water in de buitenruimte wordt zoveel mogelijk benut voor het opvangen van extreme regenbuien en om bij warme perioden de stad te verkoelen. De watergerelateerde component van de (woon)lasten blijft beheersbaar. Enschedeërs gaan bewuster met water om en zijn meer betrokken bij de watervoorzieningen in de stad. De waterpartners zorgen samen voor een goede waterkwaliteit en – kwantiteit in Enschede. Water- en klimaatadaptatieplan gemeente Enschede 2022-2026 De gemeenteraad heeft 25 oktober 2021 unaniem het Water- en Klimaatadaptatieplan 2022-2026 aangenomen. Dit beleidsplan beschrijft hoe Enschede toewerkt naar een waterrobuuste, klimaatbestendige en biodiverse gemeente in 2050. Enschede wordt nog 'groener' en 'blauwer' om goed voorbereid te zijn op een nattere, hetere en drogere toekomst. Water de ruimte geven en stenen vervangen door planten en bomen gaan wateroverlast, hittestress en verdroging tegen. Zo werkt Enschede verder aan een aantrekkelijke 'duurzame en groene stad' waar mensen graag wonen, leven en werken! Nu en in de toekomst. In het plan zijn nieuwe waterbergingsnormen opgenomen.

Structuurvisie Cultuurhistorie Op 8 december 2014 is de Structuurvisie Cultuurhistorie vastgesteld. In deze sectorale structuurvisie staat het gemeentelijk beleid voor het bij ruimtelijke plannen en ontwikkelingen omgaan met het aanwezige cultuurhistorisch erfgoed. Daarbij wordt onder cultuurhistorisch erfgoed verstaan: alle cultuurhistorisch waardevolle gebouwen, objecten en structuren in de gemeente Enschede, met uitzondering van gemeentelijke monumenten, rijksmonumenten en archeologische waarden. Voor monumenten en archeologische waarden is reeds in afzonderlijke gemeentelijke beleidskaders vastgelegd hoe daarmee dient te worden omgegaan in het kader van ruimtelijke plannen en ontwikkelingen.

Visie Landelijk Gebied

bestemmingsplan Keizerweg 26-28 (vastgesteld)

17

Op 6 juli 2021 heeft de gemeenteraad van Enschede de Visie Landelijk Gebied vastgesteld. Deze visie geeft weer wat de huidige kwaliteiten van het buitengebied zijn, maar ook hoe de gemeente richting wil geven aan de verandering, houvast wil bieden bij keuzen en actief wil bijdragen aan de toekomst van het landelijk gebied. Hiervoor ligt in de Visie ook de gemeentelijke ambitie vast ten aanzien van het landelijk gebied. Drie onderdelen bepalen samen deze ambitie: 1. De Groene Pijler Dit onderdeel staat voor het gevarieerde samenstel van landschap, bodem, water, lucht, natuur, cultuurhistorie, beleving van stilte en duisternis. 2. Het gevarieerde grondgebruik Het buitengebied is ook een deel van het gemeentelijk grondgebied dat gebruikt wordt door een verscheidenheid aan functies. Een groot deel daarvan is goed afgestemd op de fysieke situatie. 3. De nabijheid van de grootste stad van Oost-Nederland. De scheiding tussen stad en land is vrij scherp. De gemeente wil inzetten op een versterking van de onderlinge band. Om te toetsen of een ontwikkeling past binnen die gemeentelijke ambitie, bevat de Visie Landelijk Gebied een viertal ontwikkelingsprincipes.

Een ontwikkeling draagt bij aan de Enschedese ambitie voor het landelijk gebied als deze: Leidt tot versterking van een robuuste regionale structuur voor natuur en water Uitgaat van de kwaliteit van het landschap De band tussen stad en landelijk gebied versterkt Ruimtelijke inrichting, economie, sociale verbanden en de band gemeente-samenleving vernieuwt Het voorliggende initiatief heeft tot gevolg dat er weliswaar een klein stuk van het nog niet-ontwikkelde NNN verdwijnt, maar dat deze ruimschoots elders wordt gecompenseerd. De volgende afbeelding geeft de gevolgen voor het NNN weer op basis van de provinciale omgevingsverordening, aangezien deze het NNN goed weergeeft.

De locatie waar het NNN verdwijnt, is een onderdeel van een wat robuuster deel qua omvang. De locatie van de omvangrijkere compensatie ligt nabij een zeer kwetsbaar natuurgebied en een kleine verbindingszone nabij de watergang. Door de compensatie wordt die verbinding robuuster en wordt er ook een buffer gerealiseerd ten zuiden van het kwetsbare natuurgebied. Bij de ontwikkelingen die dit bestemmingsplan mogelijk maakt, gaat het om een aantal voorzieningen in de directe omgeving van een woning die gesitueerd is op de plaats van een oud boerenerf (zie ook paragraaf 3.2). Deze ontwikkelingen worden ingepast in het landschap. Daarnaast vindt er compensatie plaats in de vorm van de omzetting van een bestaand agrarisch perceel naar een kruidenrijk grasland. Het voorgaande sluit aan bij de kwaliteit van het oude hoevenlandschap. Voor het overige geldt dat de aard en omvang van het initiatief niet kan bijdragen aan de doelen.

18

bestemmingsplan Keizerweg 26-28 (vastgesteld)

2.3.5

Toetsing bestemmingsplan aan het gemeentelijk ruimtelijk relevant strategisch beleid

In de strategische beleidsdocumenten Toekomstvisie, Stedelijke Koers en de diverse structuurvisies zijn voor het plangebied van het bestemmingsplan "Keizerweg 26-28" geen specifieke beleidsdoelstellingen of ontwikkelingsrichtingen benoemd.

bestemmingsplan Keizerweg 26-28 (vastgesteld)

19

Hoofdstuk 3

Gebiedsbeschrijving

In dit hoofdstuk wordt een algemene beschrijving van de huidige situatie in het plangebied gegeven. Daarbij zal worden ingegaan op de huidige ruimtelijke en functionele structuur van het plangebied en op de aanwezige cultuurhistorische waarden in het plangebied. Doel is het aanreiken van een kader waaraan ontwikkelingen in de wijk of buurt (of, in geval van Boekelo, Lonneker, Usselo of Glanerbrug: het dorp) kunnen worden getoetst.

3.1

Ruimtelijke en functionele structuur

Het plangebied is gelegen aan de Keizerweg 26 en 28, ten noordwesten van de bebouwde kom van de kern Boekelo. De belangrijkste ruimtelijke structuurdragers in de omgeving vormen karakteristieke houtwallen, beeklopen en landschapselementen. Deze houtwallen, singels, bosjes, boomgroepen, weg- en erfbeplantingen maken het landschap waardevol. De functionele structuur bestaat uit verspreide woonerven (veelal voormalige agrarische erven), agrarische cultuurgronden, natuur en water (beeklopen). Her en der komt nog een enkel agrarisch bedrijf voor. Deze bedrijven zijn veelal van beperkte omvang. Het plangebied wordt globaal begrensd door agrarische cultuurgronden aan de noord- en westzijde. De zuidzijde van het plangebied grenst aan een houtwal en bosperceel. In het plangebied bevindt zich een tweetal woningen met een hal voor het hobbymatig houden van paarden. Daarnaast bevinden zich nog gronden in het plangebied die in agrarisch gebruik zijn. De ligging van het plangebied op luchtfoto's wordt weergegeven in onderstaande afbeelding waarbij het globale plangebied rood omkaderd is.

3.2

Cultuurhistorie

Historie en ontstaansgeschiedenis plangebied Al op topografische kaarten uit 1875 is bebouwing te zien ter plaatse van het plangebied en de directe omgeving daarvan.

20

bestemmingsplan Keizerweg 26-28 (vastgesteld)

Ontwikkeling van het plangebied gedurende de jaren (bron: topotijdreis.nl)

Desondanks is de bebouwing die op dit moment aanwezig is in het plangebied pas recent gerealiseerd. De bebouwing die voorheen aanwezig was, is daarbij gesloopt.

Monumenten of cultuurhistorisch waardevolle elementen in het plangebied In het plangebied en/of de directe nabijheid van het plangebied zijn geen rijksmonumenten of gemeentelijke monumenten (meer) aanwezig. Evenmin zijn er cultuurhistorisch waardevolle objecten, structuren en bouwwerken aanwezig.

Beschermwaardige bomen in het plangebied In het plangebied van het bestemmingsplan "Keizerweg 26-28" zijn geen beschermwaardige bomen aanwezig.

bestemmingsplan Keizerweg 26-28 (vastgesteld)

21

Hoofdstuk 4 4.1

Planbeschrijving

Nieuwe ontwikkeling

Het voorliggende bestemmingsplan maakt de realisatie mogelijk van een paardenbak, een paddock, een longeercirkel en een mestplaat. Feitelijk zijn deze al aanwezig, maar deze voorzieningen worden verplaatst. Daarnaast wordt het bestaande gebruik van de rijhal verruimd, zodat het ook toegestaan is om in het gebouw hobbymatig auto's te stallen. Ter compensatie van deze verruimde mogelijkheden, is het landschappelijke inpassingsplan aangepast, teneinde een grotere compensatie te bieden ten opzichte van het inpassingsplan dat is gevoegd bij het geldende bestemmingsplan.

4.2

Ladder Duurzame Verstedelijking (artikel 3.1.6, 2e lid Bro)

Artikel 3.1.6, 2e tot en met 4e lid van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) schrijft voor dat van een stedelijke ontwikkeling die in een bestemmingsplan wordt mogelijk gemaakt in de toelichting moet worden aangetoond dat er sprake is van een behoefte. Wanneer een bestemmingsplan een stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied moet in de toelichting tevens worden gemotiveerd waarom in die behoefte niet kan worden voorzien binnen het bestaand stedelijk gebied. Bij iedere 'stedelijke ontwikkeling', waaronder iedere ontwikkeling van detailhandelsvloeroppervlak, moet inzichtelijk worden gemaakt of er, in relatie tot het bestaande aanbod, concreet behoefte bestaat aan de desbetreffende ontwikkeling. Die behoefte moet dan worden afgewogen tegen het bestaande aanbod, waarbij moet worden gemotiveerd dat rekening is gehouden met het voorkomen van leegstand. Dit wordt de 'Ladder voor Duurzame Verstedelijking' genoemd. Deze zogenoemde 'Ladder voor Duurzame Verstedelijking' is geen blauwdruk voor een optimale ruimtelijke inpassing van alle nieuwe ontwikkelingen en schrijft geen vooraf bepaald resultaat voor. De 'Ladder' is alleen van toepassing als er sprake is van een 'nieuwe stedelijke ontwikkeling'. Een in een bestemmingsplan voorziene ontwikkeling dient voldoende substantieel te zijn om als 'stedelijke ontwikkeling' te kunnen worden aangemerkt.

Daarvan zal in beginsel geen sprake zijn indien het nieuwe bestemmingsplan ten opzichte van het voorgaande planologische regime geen nieuw planologisch ruimtebeslag mogelijk maakt. Dit kan anders zijn indien het bestemmingsplan ten opzichte van het voorgaande planologische regime in een vanuit ruimtelijk oogpunt ingrijpende nieuwe planologische functiewijziging voorziet. Wanneer de 'stedelijke ontwikkeling' die een bestemmingsplan mogelijk maakt alleen betrekking heeft op de vestiging van een dienst als bedoeld in artikel 1 van de Dienstenwet, heeft het onderzoek naar de behoefte slechts tot doel om na te gaan of de vestiging van een dienst in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening.

'stedelijke ontwikkeling' Onder 'stedelijke ontwikkeling' wordt in het Bro (art. 1.1.1, 1e lid onder i) verstaan: een ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen. Of in een bestemmingsplan sprake is van een of meer stedelijke ontwikkelingen als bedoeld in het Bro is niet altijd even duidelijk. Dit dient per plan te worden getoetst en gemotiveerd. In de jurisprudentie van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State, zie uitspraken 201310814/1/R1 en 201311211/1/R3, is inmiddels de lijn te ontdekken dat wanneer er sprake is van bestaande bebouwing en geen toename van het ruimtebeslag, er in dat geval geen sprake is van een 'stedelijke ontwikkeling' als bedoeld in het Bro. Ook bij nieuwbouw hoeft volgens de jurisprudentie, zie uitspraak 201310222/1/R6, niet altijd sprake te zijn van een 'stedelijke ontwikkeling' als bedoeld in het Bro. Dit geldt bijvoorbeeld wanneer er sprake is van een feitelijke capaciteitsafname doordat er minder commercieel vloeroppervlak wordt teruggebouwd dan er is afgebroken. Ook een op grond van het voorgaande plan reeds mogelijke maar nog niet gerealiseerde ontwikkeling hoeft niet altijd een 'stedelijke ontwikkeling' als bedoeld in het Bro te zijn.

Dit is onder meer het geval wanneer er geen sprake is van toename maar wel van concentratie van de bebouwingsmogelijkheden. Ook wanneer er sprake is van 'saldering' (verplaatsing van een stedelijke ontwikkeling, zonder netto extra (planologisch) ruimtebeslag of waarbij bebouwing wordt gereduceerd, zoals de 'Ruimte voor Ruimte' regelingen) is er meestal geen sprake van een 'stedelijke ontwikkeling' als bedoeld in het Bro. In de uitspraak 201608869/1/R3 geeft de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State een overzicht op hoofdlijnen van alle relevante aspecten waar aan moet worden getoetst om te bepalen of sprake is van een 'stedelijke ontwikkeling' als bedoeld in het Bro en zo ja, welke eisen er worden gesteld aan de beschrijving van de behoefte aan de betreffende stedelijke ontwikkeling.

22

bestemmingsplan Keizerweg 26-28 (vastgesteld)

'Stedelijke ontwikkeling' en het bestemmingsplan "Buitengebied Noordwest - Keizerweg 26-28" In het bestemmingsplan "Keizerweg 26-28" worden diverse ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk gemaakt in de vorm van voorzieningen ten behoeve van het hobbymatig houden van paarden en het uitbreiden van de gebruiksmogelijkheden van een bestaand gebouw. Het betreft hierbij echter geen stedelijke voorzieningen als woningbouw of een bedrijventerrein. Er is dan ook geen sprake van een stedelijke ontwikkeling. Toetsing aan de Ladder Duurzame Verstedelijking is dan ook niet van toepassing.

4.3

Duurzaamheid

Duurzaamheid is een centraal thema in het gemeentelijk beleid van Enschede. Duurzaam handelen is daarbij meer dan het ontzien van natuur en milieu. In dat opzicht vraagt duurzaam handelen bijvoorbeeld ook om een solide financieel beleid. Voor 2015 werd onder de noemer van het duurzaamheidsbeleid vooral gewerkt aan maatregelen die gericht zijn op het tegengaan van gevolgen voor de klimaatverandering. Daarmee is niet gezegd dat er voor thema's die op andere plaatsen wel onder het beleidsveld duurzaamheid worden geschaard, zoals afval, water en bodem, geen aandacht was maar van een breed en samenhangend duurzaamheidsbeleid was toen nog geen sprake. Om daar verandering in te kunnen brengen is het Actieplan Duurzaamheid opgesteld. Hierin wordt uitgewerkt aan welke doelen onder de noemer van het duurzaamheidsbeleid actief wordt gewerkt, welke aanpak daarvoor is vereist, welke partijen bij de realisatie daarvan een rol spelen en welke rol de gemeente daarbij voor zichzelf ziet weggelegd, alsmede de toewijzing van mensen en middelen om de gestelde doelen te realiseren. 4.3.1

Speerpunten van het duurzaamheidsbeleid

In het Actieplan duurzaamheid, dat op 8 juni 2015 door de gemeenteraad van Enschede is vastgesteld, heeft de gemeenteraad er voor gekozen om het duurzaamheidsbeleid toe te spitsen op de volgende punten:

Energie Verhogen van het op eigen grondgebied opgewekte aandeel hernieuwbare energie tot minimaal 12 procent in 2030 en minimaal 27 procent van het voor 2050 voorziene gebruik van energie.

Eigen organisatie Zelf het goede voorbeeld geven.

Biodiversiteit Groene groei Behoud en versterken van de verscheidenheid aan Groei van de economie zonder dat dit nadelig is dier- en plantsoorten in de leefomgeving voor klimaat, water, bodem, grondstoffen en biodiversiteit. Circulaire economie Klimaatadaptatie Verminderen van de hoeveelheid (rest-)afval door Negatieve gevolgen die gepaard gaan met afvalpreventie en het beter scheiden van restafval. klimaatverandering beperken en de kansen die de klimaatverandering biedt benutten. Duurzame mobiliteit WEconomy Verhoging van het aandeel fietsgebruik in het totaal Bewoners in Enschede dragen in collectief aantal verplaatsingen, stimuleren van het gebruik verband actief bij aan een of meer van de van het openbaar vervoer en stimuleren van het duurzame gebruik van elektrische auto's. doelstellingen.

Aanpak van het duurzaamheidsbeleid Binnen de aanpak van het Actieplan Duurzaamheid staan de begrippen 'duurzame daden', 'duurzame deals' en 'duurzaam doen' centraal.

Duurzame daden De gedachte hierbij is dat het zichtbaar maken van bestaand duurzaam gedrag de beste manier is om anderen te inspireren en aan te zetten tot duurzaam handelen. We richten ons daarbij op de groep die in beginsel bereid is tot bestemmingsplan Keizerweg 26-28 (vastgesteld)

23

duurzaam gedrag.

Duurzame deals Duurzame deals, oftewel afspraken over duurzaam handelen, zijn een middel om nieuw duurzaam gedrag uit te lokken. Bij de uitvoering van duurzame initiatieven lopen bedrijven, instellingen en groepen inwoners soms tegen barrières aan. De gemeente wil die belemmeringen wegnemen. Soms kunnen we daar zelf voor zorgen. In andere gevallen doen we daarvoor een beroep op anderen. De deals maken duidelijk dat verduurzaming van de samenleving een opgave is die we samen moeten oppakken.

Duurzaam Doen Zelf het goede voorbeeld geven is binnen de gekozen aanpak een belangrijk uitgangspunt. Verduurzaming van de eigen organisatie is in dit Actieplan duurzaamheid verder uitgewerkt onder de noemer Duurzaam Doen.

Voor deze benadering is gekozen, omdat het een positieve benadering is, die anderen inspireert en stimuleert tot duurzame handelingen (gedrag, het doen van investeringen etc.). Het voordeel van deze aanpak is bovendien dat het gedrag voor de doelgroep herkenbaar en dichtbij is, de communicatieboodschap hierdoor aansluit bij de belevingswereld van mensen en de huidige doeners de afzender/ambassadeur zijn (in plaats van de gemeente). Hierdoor is het een aanpak van de stad, in plaats van de gemeente. 4.3.2

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=enschede&id=08ff1f85-d161-4278-99d9-e6c34231f49d