Bestemmingsplan Roolvinkweg 30_Bijlagen toelichting
Tekst van het document
Bijlagen Toelichting Bestemmingsplan Roolvinkweg 30
Status: Vastgesteld
Roolvinkweg 30
Inhoudsopgave
Bijlagen toelichting
3
Bijlage 1
Overzicht bijlagen en onderzoeksrapporten
4
Bijlage 2
Rapportage bodemonderzoek (A)
5
Bijlage 3
Rapportage Wet natuurbescherming (A)
27
Bijlage 4
Rapportage Stikstofdepositieonderzoek (A)
39
2
bestemmingsplan Roolvinkw eg 30 (vastgesteld)
Bijlagen toelichting
bestemmingsplan Roolvinkw eg 30 (vastgesteld)
3
Bijlage 1 Overzicht bijlagen en onderzoeksrapporten Bijlage 1: Overzicht bijlagen en onderzoeksrapportages
Bijlage 2: Rapportage bodemonderzoek (rapportnr. 20205588/B01/Gpe, Adviesbureau EnviroPlan Bodemsanering d.d. 15 januari 2021) Bijlage 3: Rapportage Wet natuurbescherming (rapportnr. 201337, Adviesbureau Eelerwoude d.d. 30 november 2020) Bijlage 4: Rapportage Stikstofdepositie project Roolvinkweg 30 (rapportnr. 1277178, Adviesbureau TAUW d.d. 22 januari 2021)
4
bestemmingsplan Roolvinkw eg 30 (vastgesteld)
Bijlage 2 Rapportage bodemonderzoek (A)
bestemmingsplan Roolvinkw eg 30 (vastgesteld)
5
Grafwegen 35 6262 KG Groesbeek T: 06-53347664 E: bodemsanering@enviroplan.nl I: www.enviroplan.nl IBAN: NL19 RABO 0117 4785 47
De heer J. van Eck Westkanaaldijk 7 3542 DA UTRECHT
Uw kenmerk: Ons kenmerk:
20205588/B01/GPe
Contactpersoon: Aantal bijlagen:
Betreft:
verkennend bodemonderzoek tanklocatie Roolvinkweg 33, Enschede
Geert Peters (06-53347664) 5
Groesbeek, 15 januari 2021 Geachte heer Van Eck, Hierbij informeren wij u inzake de resultaten van het verkennend bodemonderzoek zoals uitgevoerd op de locatie van een bovengrondse tank voor de opslag van dieselolie aan de Roolvinkweg 30 in Enschede. Aanleiding en doelstelling De aanleiding voor de uitvoering van het bodemonderzoek wordt gevormd door de voorgenomen bestemmingswijziging van de locatie voor een tweede woonfunctie. Het doel van het onderzoek is vast te stellen of er als gevolg van de opslag van motorbrandstoffen een bodemverontreiniging is ontstaan die belemmering zou kunnen vormen voor de bestemmingswijziging. Situatie De bovengrondse tank bevond zich op de noordoostoek van een schuur op het adres Roolvinkweg 30 in Enschede. De locatie van de tank is aangeduid op onderstaande afbeeldingen. De tank heeft gediend als brandstofopslag voor landbouwvoertuigen.
EnviroPlan Nederland B.V. is ingeschreven bij de Kamer van Koophandel Centraal Gelderland onder nummer 100.43.142 Brief_basis_versie 1.0
- brief 20205588/B01/GPe d.d. 15-01-2021 -
pagina 2
In onderstaande tabel zijn enkele algemene gegevens van de onderzoekslocatie opgenomen (zie ook bijlage 1). Tabel 1: Algemene gegevens en gebruiksgegevens adres van de locatie
Roolvinkweg 30, 7524 PW Enschede
kadastrale aanduiding
Lonneker, sectie AM, perceelnummer 228
eigenaar van de locatie
Dhr. O.H. Bierman en mw. C.P.Th.M. van Wijngaarden
oppervlakte perceel
18.025 m2
oppervlakte onderzoekslocatie
10 m2
XY-coördinaten onderzoekslocatie
X = 285.335; Y = 475.656
verharding onderzoekslocatie
onverhard
Onderzoekshypothese, onderzoeksstrategie Voor de uitvoering van het bodemonderzoek is uitgegaan van Nederlandse Norm NEN 5740+A1 (april 2016); Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek en onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond. Voor de uitvoering van eindsituatie bodemonderzoek is de onderzoeksstrategie voor een ‘Onderzoeksstrategie voor een verdachte locatie met een plaatselijke bodembelasting met een duidelijke verontreinigingskern’ gehanteerd (strategie VEP; paragraaf 5.3 van NEN 5740). Verder zijn als uitgangspunt voor het uit te voeren onderzoek gehanteerd: 1. Verdachte bodemlaag is bovengrond alsmede het grondwater; 2. Verdachte parameters zijn minerale olie voor de grond en minerale olie en vluchtige aromaten voor het grondwater Veldwerkzaamheden De veldwerkzaamheden ten behoeve van het onderzoek zijn uitgevoerd door Ortageo Metingen en Controle BV onder certificaat conform BRL SIKB 2000 (Beoordelingsrichtlijn voor het SIKB procescertificaat Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek) en de daarbij behorende protocollen 2001 en 2002. De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd door de heer A. Vrugteman en P. Bruggink. Het aantal grondboringen is gebaseerd op de gehanteerde onderzoeksstrategie en oppervlakte van een onderzoekslocatie tot maximaal 100 m2. In onderstaande tabel is het veldwerkprogramma opgenomen.
Tabel 2: Veldwerkprogramma uitvoeringsdatum
handeling
aantal
boringnummers
bijzonderheden
07-12-2020
uitvoeren grondboringen en plaatsen peilbuis
3
01-03
-
15-12-2020
bemonstering grondwater
1
01
-
De locaties van de grondboringen en peilbuizen zijn aangeduid op de situatietekening in bijlage 2. De opgeboorde grond is zintuiglijk beoordeeld op aanwezigheid van visueel waarneembare verontreinigingen. Tevens zijn profielbeschrijvingen gemaakt waarbij tevens eventueel waargenomen verontreinigingskenmerken worden vastgelegd. Voor wat betreft het veldonderzoek hebben zich geen omstandigheden of situaties voorgedaan die aanleiding vormen tot afwijking van de normale werkwijze.
- brief 20205588/B01/GPe d.d. 15-01-2021 -
pagina 3
Bodemopbouw De profielbeschrijvingen van de grondboringen zijn opgenomen als bijlage 3. De bodem bestaat tot 1,7 m-mv uit matig fijn, zwak tot matig siltig zand. Van 1,7 tot 2,5 m-mv wordt sterk zandige leem aangetroffen. Vanaf 2,5 tot 3,4 m-mv (einddiepte van boring 01) wordt klei aangetroffen. Veldwaarnemingen Ter controle op de eventuele aanwezigheid van een verontreiniging met minerale olie producten is bij de uitvoering van boringen de olie-waterreactie gecontroleerd. Hierbij wordt een geringe hoeveelheid van de te testen grond in een schaal met water gebracht. Indien de grond aardolieproduct bevat, is dit visueel waarneembaar aan de hand van een oliefilm of drijflaag op het wateroppervlak. Bij de uitvoering van de veldwerkzaamheden is visueel geen verontreiniging met aardolieproducten vastgesteld. In de tabel hierna zijn de resultaten van de veldmetingen van het grondwater weergegeven. Tabel 3: Resultaten veldmetingen grondwater resultaten veldmetingen d.d. 15-12-2020 nr. peilbuis
PB 01
filterstelling (m-mv)
2,4-3,4
grondwaterstand (m-mv)
zuurgraad (pH)
1,8
7,0
geleidingsvermogen (EC; µS/cm)
troebelheid (NTU)
730
12
Uit de resultaten van de veldmetingen van de zuurgraad en het geleidingsvermogen volgen geen bijzonderheden. De meetresultaten van de troebelheid vormen een indicatie van de kwaliteit van het watermonster. Bij een hoge meetwaarde voor de troebelheid kan het meetresultaat van het laboratorium voor bepaalde stoffen beïnvloed worden door in het monster aanwezig slib. Het streefgetal voor de troebelheid ligt op 10 NTU of lager. Laboratoriumonderzoek en -resultaten De grondwatermonsters zijn ter analyse naar het laboratorium van Eurofins Analytico BV overgebracht. Dit laboratorium is geaccrediteerd op basis van de criteria in NEN-EN-ISO/IEC 17025:2005 (accreditatienummer L010) en op basis van AS 3000. In tabellen 4 en 5 zijn het analyseprogramma en de toetsingsresultaten van de grond- en grondwatermonsters weergegeven. Als bijlage 4 zijn de analysecertificaten en als bijlage 5 de toetsingsresultaten opgenomen. De toetsing van de analyseresultaten is uitgevoerd met behulp van BoToVa. Bij de bespreking van de onderzoeksresultaten wordt de volgende terminologie gehanteerd:
niet verontreinigd c.q. niet verhoogd: concentratie(s) lager dan de streefwaarde of achtergrondwaarde; licht verontreinigd c.q. licht verhoogd: concentratie(s) hoger dan de streefwaarde of achtergrondwaarde maar lager dan de tussenwaarde; matig verontreinigd c.q. matig verhoogd: concentratie(s) hoger dan de tussenwaarde maar lager dan de interventiewaarde; sterk verontreinigd c.q. sterk verhoogd: concentratie(s) hoger dan de interventiewaarde.
- brief 20205588/B01/GPe d.d. 15-01-2021 -
pagina 4
Tabel 4: Analyseprogramma en toetsingsresultaten grondmonsters mondeelstercode monsters
diepte (cmmv)
01.1 02.1 03.1
0-50 0-50 0-50
MM1
deellocatie/ omschrijving
analyseparameters
concentratieniveau >S/<T
>T/<I
>I
bovengrond voormalige tanklocatie
minerale olie, organische stof en lutum
-
-
-
S
= achtergrondwaarde grond
T
= tussenwaarde c.q. toetsingscriterium voor nader onderzoek
I
= interventiewaarde
Uit de toetsing van de analyseresultaten aan de normwaarden volgt dat het gehalte minerale olie beneden de achtergrondwaarde ligt. Tabel 5: Analyseprogramma en toetsingsresultaten grondwatermonsters concentratieniveau
peilbuis
diepte (m-mv)
deellocatie/ omschrijving
analyseparameters
PB01
2,4-3,4
voormalige tanklocatie
minerale olie, vluchtige aromaten
S
= streefwaarde grondwater
T
= tussenwaarde c.q. toetsingscriterium voor nader onderzoek
I
= interventiewaarde
>S/≤T
>T / ≤ I -
>I -
Uit de toetsingsresultaten van het grondwater volgt dat de gehalten minerale olie en vluchtige aromaten in het grondwater niet zijn verhoogd. Conclusies en aanbevelingen Uit de resultaten van het bodemonderzoek volgt dat de vaste bodem en het grondwater ter plaatse van de voormalige tanklocatie, niet zijn verontreinigd als gevolg van de opslag van aardolieproduct. De bodemkwaliteit vormt geen belemmering voor de voorgenomen bestemmingswijziging. Voor een eventueel gewenste nadere toelichting op de onderzoeksresultaten kunt u contact opnemen met ondergetekende. Met vriendelijke groet, EnviroPlan Nederland B.V.
G.A.M. (Geert) Peters
Bijlage(n):
1. 2. 3. 4. 5.
Kadastrale gegevens onderzoekslocatie Situatietekening met locatie monsterpunten Profielbeschrijvingen Analysecertificaten Toetsingsresultaten
Kadastrale kaart
Uw referentie: 20205588
Deze kaart is noordgericht
12345 25
Schaal 1: 2000
Perceelnummer Huisnummer Vastgestelde kadastrale grens Voorlopige kadastrale grens Administratieve kadastrale grens
Kadastrale gemeente Sectie Perceel
Lonneker AM 228
Bebouwing Voor een eensluidend uittreksel, geleverd op 6 januari 2021 De bewaarder van het kadaster en de openbare registers
Aan dit uittreksel kunnen geen betrouwbare maten worden ontleend. De Dienst voor het kadaster en de openbare registers behoudt zich de intellectuele eigendomsrechten voor, waaronder het auteursrecht en het databankenrecht.
BETREFT
Lonneker AM 228 UW REFERENTIE
20205588 GELEVERD OP
PRODUCTIEORDERNUMMER
06-01-2021 - 15:42
S11085983314
VOLLEDIG GESIGNALEERD T/M
VOLLEDIG BIJGEWERKT T/M
06-01-2021 - 13:41
06-01-2021 - 13:41
BLAD
1 van 2
Eigendomsinformatie ALGEMEEN Kadastrale aanduiding Lonneker AM 228 Kadastrale objectidentificatie : 091210022870000
Locatie Roolvinkweg 30
7524 PW Enschede Locatiegegevens zijn ontleend aan de Basisregistratie Adressen en Gebouwen Verblijfsobject ID: 0153010000453301
Kadastrale grootte 18.025 m² Grens en grootte Vastgesteld Coördinaten 258279 - 475644 Omschrijving Wonen
Terrein (grasland)
AANTEKENINGEN Publiekrechtelijke beperking Er zijn geen beperkingen bekend in de Basisregistratie Kadaster. Basisregistratie Kadaster Overige aantekening Herverkavelingskosten te verwachten Betrokken (rechts)persoon Lonnekerland 9434 Afkomstig uit stuk Hyp4 69305/91
Ingeschreven op 28-10-2016 om 14:38
RECHTEN 1 Eigendom (recht van) Aandeel 1/2 Afkomstig uit stuk Hyp4 69305/91
Ingeschreven op 28-10-2016 om 14:38
Naam gerechtigde De heer Olaf Herman Bierman Adres Roolvinkweg 30
7524 PW ENSCHEDE Geboren 26-02-1971
te ENSCHEDE
Persoonsgegevens zijn ontleend aan de Basisregistratie Personen
Burgerlijke staat Gehuwd (ten tijde van verkrijging) Betrokken persoon Mevrouw Caroline Petronella Theodora Maria van Wijngaarden (ten tijde van
verkrijging) Persoonsgegevens zijn ontleend aan de Basisregistratie Personen
BETREFT
Lonneker AM 228 UW REFERENTIE
20205588 GELEVERD OP
PRODUCTIEORDERNUMMER
06-01-2021 - 15:42
S11085983314
VOLLEDIG GESIGNALEERD T/M
VOLLEDIG BIJGEWERKT T/M
06-01-2021 - 13:41
06-01-2021 - 13:41
BLAD
2 van 2
1 Eigendom (recht van) Aandeel 1/2 Afkomstig uit stuk Hyp4 69305/91
Ingeschreven op 28-10-2016 om 14:38
Naam gerechtigde Mevrouw Caroline Petronella Theodora Maria van Wijngaarden Adres Roolvinkweg 30
7524 PW ENSCHEDE Geboren 04-05-1974 Persoonsgegevens zijn ontleend aan de Basisregistratie Personen
Burgerlijke staat Gehuwd (ten tijde van verkrijging) Betrokken persoon De heer Olaf Herman Bierman (ten tijde van verkrijging) Persoonsgegevens zijn ontleend aan de Basisregistratie Personen
Voor een eensluidend uittreksel, de bewaarder van het kadaster en de openbare registers. De Dienst voor het kadaster en de openbare registers behoudt ten aanzien van de kadastrale gegevens zich het recht voor als bedoeld in artikel 2 lid 1 juncto artikel 6 lid 3 van de Databankenwet. Heeft u nog vragen? Neem contact op met de klantenservice.
te ENSCHEDE
Meetpunt: 01
Meetpunt: 02
Datum meting: 7-12-2020 Veldwerker: Arnold Vrugteman Peilen in cm t.o.v. referentievlak 0
Datum meting: 7-12-2020 Veldwerker: Arnold Vrugteman Peilen in cm t.o.v. referentievlak 0
0
erf Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, sporen grind, sporen wortels, geen olie-water reactie, donkerbruin
1
50
0
erf Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, sporen grind, geen olie-water reactie, donkerbruin
1
50
50
60
Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, geen olie-water reactie, donker grijsbruin
2
100 3 120
Zand, zeer fijn, matig siltig, matig leemhoudend, sporen roest, geen olie-water reactie, licht bruinbeige 4
150
170
Leem, sterk zandig, geen olie-water reactie, neutraal bruinbeige 5
200
250
250
Klei, zwak siltig, geen olie-water reactie, neutraalgrijs
300
340
Meetpunt: 03 Datum meting: 7-12-2020 Veldwerker: Arnold Vrugteman Peilen in cm t.o.v. referentievlak 0
0
erf Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, sterk wortelhoudend, geen olie-water reactie, donkerbruin
1
50
50
Projectlocatie:
Roolvinkweg 30, Enschede
Projectcode: 213979
Opdrachtgever:
Enviroplan
Pagina: 1 / 1
BV
Enviroplan Nederland B.V. T.a.v. Geert Peters Grafwegen 35 6562 KG GROESBEEK
Analysecertificaat Datum: 10-Dec-2020
Hierbij ontvangt u de resultaten van het navolgende laboratoriumonderzoek. Certificaatnummer/Versie Uw project/verslagnummer Uw projectnaam Uw ordernummer Monster(s) ontvangen
2020197859/1 20205588 Enschede - Roolvinkweg 30 20205588 07-Dec-2020
Dit certificaat mag uitsluitend in zijn geheel worden gereproduceerd. De analyse resultaten hebben alleen betrekking op het beproefde object. De grondmonsters worden tot 4 weken na datum ontvangst bewaard en watermonsters tot 2 weken na datum ontvangst. Zonder tegenbericht worden de monsters nadien afgevoerd. Indien de monsters langer bewaard dienen te blijven verzoeken wij U dit exemplaar uiterlijk 1 werkdag voor afloop van de standaardbewaarperiode ondertekend aan ons te retourneren. Voor de kosten van het langer bewaren van monsters verwijzen wij naar de prijslijst.
Bewaren tot: Datum:
Naam:
Handtekening:
Wij vertrouwen erop uw opdracht hiermee naar verwachting te hebben uitgevoerd, mocht U naar aanleiding van dit analysecertificaat nog vragen hebben verzoeken wij U contact op te nemen met de afdeling Verkoop en Advies.
Met vriendelijke groet, Eurofins Analytico B.V.
Ing. A. Veldhuizen Technical Manager
Eurofins Analytico B.V. Gildeweg 42-46 3771 NB Barneveld P.O. Box 459 3770 AL Barneveld NL
Tel. +31 (0)34 242 63 00 BNP Paribas S.A. 227 9245 25 Fax +31 (0)34 242 63 99 IBAN: NL71BNPA0227924525 E-mail info-env@eurofins.nl BIC: BNPANL2A Site www.eurofins.nl KvK/CoC No. 09088623 BTW/VAT No. NL 8043.14.883.B01
Eurofins Analytico B.V. is ISO 14001: 2015 gecertificeerd door TÜV en erkend door het Vlaamse Gewest (OVAM en Dep. Omgeving), het Brusselse Gewest (BIM), het Waalse Gewest (DGRNE-OWD) en door de overheid van Luxemburg (MEV).
Analysecertificaat Uw project/verslagnummer Uw projectnaam Uw ordernummer Uw monsternemer
20205588 Enschede - Roolvinkweg 30 20205588 Oratgeo - A. Vrugteman
Eenheid
Analyse
Certificaatnummer/Versie Startdatum analyse Datum einde analyse Rapportagedatum Bijlage Pagina
2020197859/1 08-Dec-2020 10-Dec-2020 10-Dec-2020/15:12 A,C 1/1
1
Voorbehandeling
Uitgevoerd
Cryogeen malen AS3000 Bodemkundige analyses
S
Droge stof
S S
% (m/m)
83.7
Organische stof
% (m/m) ds
4.6
Gloeirest
% (m/m) ds
95
Korrelgrootte < 2 µm (Lutum)
% (m/m) ds
2.1
Minerale olie (C10-C12)
mg/kg ds
<3.0
Minerale olie (C12-C16)
mg/kg ds
<5.0
Minerale olie (C16-C21)
mg/kg ds
<5.0
Minerale olie (C21-C30)
mg/kg ds
27
Minerale olie (C30-C35)
mg/kg ds
13
Minerale olie (C35-C40)
mg/kg ds
<6.0
Minerale olie totaal (C10-C40)
mg/kg ds
49
Minerale olie
S
Chromatogram olie (GC)
Zie bijl.
Nr. Uw monsteromschrijving
1
MM bovengrond
Opgegeven monstermatrix
Monster nr.
Grond (AS3000)
11752914
Q: door RvA geaccrediteerde verrichting A: AP04 erkende en geaccrediteerde verrichting S: AS SIKB erkende en geaccrediteerde verrichting V: VLAREL erkende verrichting
Eurofins Analytico B.V.
Gildeweg 42-46 3771 NB Barneveld P.O. Box 459 3770 AL Barneveld NL
W: Waals Gewest erkende verrichting
Tel. +31 (0)34 242 63 00 Fax +31 (0)34 242 63 99 E-mail info-env@eurofins.nl Site www.eurofins.nl
Dit certificaat mag uitsluitend in zijn geheel worden gereproduceerd. BNP Paribas S.A. 227 9245 25 Eurofins Analytico B.V. is ISO 14001: 2015 gecertificeerd door TÜV IBAN: NL71BNPA0227924525 en erkend door het Vlaamse Gewest (OVAM en Dep. Omgeving), BIC: BNPANL2A het Brusselse Gewest (BIM), het Waalse Gewest (DGRNE-OWD) KvK/CoC No. 09088623 en door de overheid van Luxemburg (MEV). BTW/VAT No. NL 8043.14.883.B01
Akkoord Pr.coörd.
VA TESTEN RvA L010
Bijlage (A) met de opgegeven deelmonsterinformatie behorende bij het analysecertificaat. 2020197859/1 Pagina 1/1 Monster nr. Barcode
Uw monsteromschrijving Boornr
11752914
Van
Tot
Uw datum monstername
Monsteromsch./Monstername ID
MM bovengrond
0538433485
01
0
50
07-Dec-2020
01.1
0538054784
02
0
50
07-Dec-2020
02.1
0538433358
03
0
50
07-Dec-2020
03.1
Eurofins Analytico B.V.
Gildeweg 42-46 3771 NB Barneveld P.O. Box 459 3770 AL Barneveld NL
Tel. +31 (0)34 242 63 00 Fax +31 (0)34 242 63 99 E-mail info-env@eurofins.nl Site www.eurofins.nl
BNP Paribas S.A. 227 9245 25 IBAN: NL71BNPA0227924525 BIC: BNPANL2A KvK/CoC No. 09088623 BTW/VAT No. NL 8043.14.883.B01
Eurofins Analytico B.V. is ISO 14001: 2015 gecertificeerd door TÜV en erkend door het Vlaamse Gewest (OVAM en Dep. Omgeving), het Brusselse Gewest (BIM), het Waalse Gewest (DGRNE-OWD) en door de overheid van Luxemburg (MEV).
.
Bijlage (C) met methodeverwijzingen behorende bij analysecertificaat 2020197859/1
Analyse
Methode
Techniek
Methode referentie
W0106
Voorbehandeling
AS3000
Droge Stof
W0104
Gravimetrie
pb 3010-2 en NEN-EN 15934
Organische stof (gloeiverlies)
W0109
Gravimetrie
pb 3010-3 en NEN 5754
Korrelgrootte < 2 µm (lutum)
W0171
Sedimentatie
pb 3010-4 en NEN 5753
Minerale Olie (C10-C40)
W0202
GC-FID
pb 3010-7 en NEN-EN-ISO 16703
Chromatogram MO (GC)
W0202
GC-FID
NEN-EN-ISO 16703
Pagina 1/1
Voorbehandeling
Cryogeen malen Bodemkundige analyses
Minerale olie
Nadere informatie over de toegepaste onderzoeksmethoden alsmede een classificatie van de meetonzekerheid staan vermeld in ons overzicht "Specificaties analysemethoden", versie juni 2020.
Eurofins Analytico B.V.
Gildeweg 42-46 3771 NB Barneveld P.O. Box 459 3770 AL Barneveld NL
Tel. +31 (0)34 242 63 00 Fax +31 (0)34 242 63 99 E-mail info-env@eurofins.nl Site www.eurofins.nl
BNP Paribas S.A. 227 9245 25 IBAN: NL71BNPA0227924525 BIC: BNPANL2A KvK/CoC No. 09088623 BTW/VAT No. NL 8043.14.883.B01
Eurofins Analytico B.V. is ISO 14001: 2015 gecertificeerd door TÜV en erkend door het Vlaamse Gewest (OVAM en Dep. Omgeving), het Brusselse Gewest (BIM), het Waalse Gewest (DGRNE-OWD) en door de overheid van Luxemburg (MEV).
Chromatogram TPH/ Mineral Oil
10000
5000
5000
C40
C30-C35 C35-C40
C21-C30
C21
C16-C21
C12-C16
C10-C12
pA
10000
C10
pA
Sample ID.: 11752914 Certificate no.: 2020197859 Sample description.: MM bovengrond V
0
0 0.4
0.6
0.8
1.0
1.2
1.4
1.6
1.8
pA
C40
C21
C12-C16
C30-C35 C35-C40
500
C21-C30
500
C16-C21
1000
C10-C12
1000
C10
pA
Minutes
0
0 0.4
0.6
0.8
1.0
1.2
1.4
1.6
1.8
0 0.4
C40
C21
C12-C16
C30-C35 C35-C40
0 0.6
0.8
1.0
1.2 Minutes
1.4
1.6
1.8
pA
100
C21-C30
100
C16-C21
200
C10-C12
200
C10
pA
Minutes
Enviroplan Nederland B.V. T.a.v. Geert Peters Grafwegen 35 6562 KG GROESBEEK
Analysecertificaat Datum: 22-Dec-2020
Hierbij ontvangt u de resultaten van het navolgende laboratoriumonderzoek. Certificaatnummer/Versie Uw project/verslagnummer Uw projectnaam Uw ordernummer Monster(s) ontvangen
2020202983/1 20205588 Enschede - Roolvinkweg 30 20205589 15-Dec-2020
Dit certificaat mag uitsluitend in zijn geheel worden gereproduceerd. De analyse resultaten hebben alleen betrekking op het beproefde object. De grondmonsters worden tot 4 weken na datum ontvangst bewaard en watermonsters tot 2 weken na datum ontvangst. Zonder tegenbericht worden de monsters nadien afgevoerd. Indien de monsters langer bewaard dienen te blijven verzoeken wij U dit exemplaar uiterlijk 1 werkdag voor afloop van de standaardbewaarperiode ondertekend aan ons te retourneren. Voor de kosten van het langer bewaren van monsters verwijzen wij naar de prijslijst.
Bewaren tot: Datum:
Naam:
Handtekening:
Wij vertrouwen erop uw opdracht hiermee naar verwachting te hebben uitgevoerd, mocht U naar aanleiding van dit analysecertificaat nog vragen hebben verzoeken wij U contact op te nemen met de afdeling Verkoop en Advies.
Met vriendelijke groet, Eurofins Analytico B.V.
Ing. A. Veldhuizen Technical Manager
Eurofins Analytico B.V. Gildeweg 42-46 3771 NB Barneveld P.O. Box 459 3770 AL Barneveld NL
Tel. +31 (0)34 242 63 00 BNP Paribas S.A. 227 9245 25 Fax +31 (0)34 242 63 99 IBAN: NL71BNPA0227924525 E-mail info-env@eurofins.nl BIC: BNPANL2A Site www.eurofins.nl KvK/CoC No. 09088623 BTW/VAT No. NL 8043.14.883.B01
Eurofins Analytico B.V. is ISO 14001: 2015 gecertificeerd door TÜV en erkend door het Vlaamse Gewest (OVAM en Dep. Omgeving), het Brusselse Gewest (BIM), het Waalse Gewest (DGRNE-OWD) en door de overheid van Luxemburg (MEV).
Analysecertificaat Uw project/verslagnummer Uw projectnaam Uw ordernummer Uw monsternemer
20205588 Enschede - Roolvinkweg 30 20205589 Ortageo - Pim Bruggink
Analyse
Certificaatnummer/Versie Startdatum analyse Datum einde analyse Rapportagedatum Bijlage Pagina
Eenheid
1
2020202983/1 16-Dec-2020 22-Dec-2020 22-Dec-2020/16:42 A,B,C 1/1
Vluchtige Aromatische Koolwaterstoffen
S
Benzeen
µg/L
<0.20
S
Tolueen
µg/L
<0.20
S
Ethylbenzeen
µg/L
<0.20
S
o-Xyleen
µg/L
<0.10
S
m,p-Xyleen
µg/L
<0.20
S
Xylenen (som) factor 0,7
µg/L
0.21
BTEX (som)
µg/L
<0.90
Naftaleen
µg/L
<0.020
Minerale olie (C10-C12)
µg/L
<10
Minerale olie (C12-C16)
µg/L
<10
Minerale olie (C16-C21)
µg/L
<10
Minerale olie (C21-C30)
µg/L
<15
Minerale olie (C30-C35)
µg/L
<10
Minerale olie (C35-C40)
µg/L
<10
Minerale olie totaal (C10-C40)
µg/L
<50
S
1)
Minerale olie
S
Nr. Uw monsteromschrijving
1
PB01
Opgegeven monstermatrix
Monster nr.
Water (AS3000)
11770248
Q: door RvA geaccrediteerde verrichting A: AP04 erkende en geaccrediteerde verrichting S: AS SIKB erkende en geaccrediteerde verrichting V: VLAREL erkende verrichting
Eurofins Analytico B.V.
Gildeweg 42-46 3771 NB Barneveld P.O. Box 459 3770 AL Barneveld NL
W: Waals Gewest erkende verrichting
Tel. +31 (0)34 242 63 00 Fax +31 (0)34 242 63 99 E-mail info-env@eurofins.nl Site www.eurofins.nl
Dit certificaat mag uitsluitend in zijn geheel worden gereproduceerd. BNP Paribas S.A. 227 9245 25 Eurofins Analytico B.V. is ISO 14001: 2015 gecertificeerd door TÜV IBAN: NL71BNPA0227924525 en erkend door het Vlaamse Gewest (OVAM en Dep. Omgeving), BIC: BNPANL2A het Brusselse Gewest (BIM), het Waalse Gewest (DGRNE-OWD) KvK/CoC No. 09088623 en door de overheid van Luxemburg (MEV). BTW/VAT No. NL 8043.14.883.B01
Akkoord Pr.coörd.
VA TESTEN RvA L010
Bijlage (A) met de opgegeven deelmonsterinformatie behorende bij het analysecertificaat. 2020202983/1 Pagina 1/1 Monster nr.
Uw monsteromschrijving Van
Tot
G6779632
0
B1908488
0
Barcode
11770248
Boornr
Uw datum monstername
Monsteromsch./Monstername ID
0
15-Dec-2020
PB01
0
15-Dec-2020
PB01
PB01
Eurofins Analytico B.V.
Gildeweg 42-46 3771 NB Barneveld P.O. Box 459 3770 AL Barneveld NL
Tel. +31 (0)34 242 63 00 Fax +31 (0)34 242 63 99 E-mail info-env@eurofins.nl Site www.eurofins.nl
BNP Paribas S.A. 227 9245 25 IBAN: NL71BNPA0227924525 BIC: BNPANL2A KvK/CoC No. 09088623 BTW/VAT No. NL 8043.14.883.B01
Eurofins Analytico B.V. is ISO 14001: 2015 gecertificeerd door TÜV en erkend door het Vlaamse Gewest (OVAM en Dep. Omgeving), het Brusselse Gewest (BIM), het Waalse Gewest (DGRNE-OWD) en door de overheid van Luxemburg (MEV).
Bijlage (B) met opmerkingen behorende bij analysecertificaat 2020202983/1 Pagina 1/1 Opmerking 1)
De toetswaarde van de som is gelijk aan de sommatie van 0,7*RG
Eurofins Analytico B.V.
Gildeweg 42-46 3771 NB Barneveld P.O. Box 459 3770 AL Barneveld NL
Tel. +31 (0)34 242 63 00 Fax +31 (0)34 242 63 99 E-mail info-env@eurofins.nl Site www.eurofins.nl
BNP Paribas S.A. 227 9245 25 IBAN: NL71BNPA0227924525 BIC: BNPANL2A KvK/CoC No. 09088623 BTW/VAT No. NL 8043.14.883.B01
Eurofins Analytico B.V. is ISO 14001: 2015 gecertificeerd door TÜV en erkend door het Vlaamse Gewest (OVAM en Dep. Omgeving), het Brusselse Gewest (BIM), het Waalse Gewest (DGRNE-OWD) en door de overheid van Luxemburg (MEV).
.
Bijlage (C) met methodeverwijzingen behorende bij analysecertificaat 2020202983/1
Analyse
Methode
Techniek
Methode referentie
Pagina 1/1
Vluchtige Aromatische Koolwaterstoffen
Xylenen som AS3000
W0254
HS-GC-MS
pb 3130-1
Aromaten (BTEXN)
W0254
HS-GC-MS
pb 3130-1
W0215
GC-FID
pb 3110-5
Minerale olie
Minerale olie (C10-C40)
Nadere informatie over de toegepaste onderzoeksmethoden alsmede een classificatie van de meetonzekerheid staan vermeld in ons overzicht "Specificaties analysemethoden", versie juni 2020.
Eurofins Analytico B.V.
Gildeweg 42-46 3771 NB Barneveld P.O. Box 459 3770 AL Barneveld NL
Tel. +31 (0)34 242 63 00 Fax +31 (0)34 242 63 99 E-mail info-env@eurofins.nl Site www.eurofins.nl
BNP Paribas S.A. 227 9245 25 IBAN: NL71BNPA0227924525 BIC: BNPANL2A KvK/CoC No. 09088623 BTW/VAT No. NL 8043.14.883.B01
Eurofins Analytico B.V. is ISO 14001: 2015 gecertificeerd door TÜV en erkend door het Vlaamse Gewest (OVAM en Dep. Omgeving), het Brusselse Gewest (BIM), het Waalse Gewest (DGRNE-OWD) en door de overheid van Luxemburg (MEV).
Uw Project
Enschede - Roolvinkweg 30 (20205588)
Certificaat
2020197859
Toetsing
BoToVa T12 kwaliteit van grond volgens Wbb
Versie
BoToVa Default
Toetsingsdatum
14 January 2021 13:47 Eenheid
Analyse
G.W. Bodemtype correctie Korrelgrootte < 2 µm (Lutum)
2.1
Organische stof
4.6
Minerale olie Minerale olie totaal (C10-C40) mg/kg DS
49
MM bovengrond G.S.S.D Index
110
RG
>AW
T
I
35
190
2600
5000
Oordeel
-
Monsteromschrijving
Eurofins Nr.
Datum Monstername
Uw Project
Eindoordeel
MM bovengrond
11752914
07-12-2020
Enschede - Roolvinkweg 30
Voldoet aan Achtergrondwaarde
Legenda #
Aangenomen waarde
G.W.
Gemeten waarde
G.S.S.D.
Gestandaardiseerde meetwaarde
RG
< streefwaarde/aw2000 of RG
>AW
Streefwaarde/aw2000
T
Tussenwaarde (T)
I
> Interventiewaarde (I)
@
Geen toetsoordeel mogelijk
-
<= Achtergrondwaarde
Deze toetsing is m.b.v. BoToVa uitgevoerd. Zie voor info: http://www.rwsleefomgeving.nl/onderwerpen/bodem-ondergrond/bbk/instrumenten/botova/
Page 1 of 1
Uw Project
Enschede - Roolvinkweg 30 (20205588)
Certificaat
2020202983
Toetsing
BoToVa T13 kwaliteit van grondwater volgens Wbb (water)
Versie
BoToVa Default
Toetsingsdatum
14 January 2021 13:46
Is Diep grondwater
Nee
Analyse
Eenheid
PB01 G.S.S.D
G.W.
Index
RG
S
T
I
Oordeel
Vluchtige Aromatische Koolwaterstoffen Benzeen µg/l
<0.20
0.14
-
0.2
0.2
15.1
30
Tolueen
µg/l
<0.20
0.14
-
0.2
7
503
1000
Ethylbenzeen
µg/l
<0.20
0.14
-
0.2
4
77
150
Xylenen (som) factor 0,7
µg/l
0.21
0.21
-
0.2
0.2
35.1
70
Naftaleen
µg/l
<0.020
0.014
-
0.02
0.01
35
70
<50
35
-
50
50
325
600
Minerale olie Minerale olie totaal (C10-C40) µg/l Monsteromschrijving
Eurofins Nr.
Datum Monstername
Uw Project
Eindoordeel
PB01
11770248
15-12-2020
Enschede - Roolvinkweg 30
Voldoet aan Streefwaarde
Legenda #
Aangenomen waarde
G.W.
Gemeten waarde
G.S.S.D.
Gestandaardiseerde meetwaarde
RG
< streefwaarde/aw2000 of RG
S
Streefwaarde/aw2000
T
Tussenwaarde (T)
I
> Interventiewaarde (I)
-
<= Streefwaarde
@
Geen toetsoordeel mogelijk
Deze toetsing is m.b.v. BoToVa uitgevoerd. Zie voor info: http://www.rwsleefomgeving.nl/onderwerpen/bodem-ondergrond/bbk/instrumenten/botova/
Page 1 of 1
Bijlage 3 Rapportage Wet natuurbescherming (A)
bestemmingsplan Roolvinkw eg 30 (vastgesteld)
27
Quickscan Wet natuurbescherming Realisatie woning Roolvinkweg 30, Enschede Projectnummer: Datum: Projectleider: Opgesteld:
201337 30-11-2020 G. Lubbers N. Otten
De opdrachtgever is voornemens een paardenstal om te vormen tot een woning welke voldoet aan de 21eeuwse standaard. Voor deze ontwikkeling wordt een architect ingeschakeld waarmee in samenspraak wordt besloten welk gedeelte van de stal behouden blijft of welk gedeelte aan vervanging toe is. Hierbij is het de bedoeling om zoveel mogelijk authentieke eigenschappen van de stal te behouden. Daarnaast zullen twee oude eiken worden gekapt met een stamdiameter op borsthoogte van circa 70-90cm. Voor de realisatie van deze ontwikkeling is een toetsing van de plannen aan natuurwetgeving en -beleid noodzakelijk. Met deze toetsing moet duidelijk worden hoe de ontwikkeling gerealiseerd kan worden binnen de kaders van de Wet natuurbescherming. De eerste stap in deze toetsing is de Quickscan Wet natuurbescherming. De Quickscan richt zich op het verkrijgen van een geïnformeerd beeld van de mogelijke consequenties vanuit de natuurwetgeving en -beleid. Op basis daarvan worden uitspraken gedaan over de (mogelijke) effecten van de voorgenomen ontwikkeling en de eventueel noodzakelijke vervolgstappen.
Realisatie woning Roolvinkweg 30, Enschede | Eelerwoude | 1
Afbeelding 1: Ligging plangebied (ESRI, 2020).
Realisatie woning Roolvinkweg 30, Enschede | Eelerwoude | 2
Afbeelding 2a: Impressie plangebied, situatie op 16-11-2020 (op de foto linksboven zijn de 2 bomen net naast de paardenstal zichtbaar die gekapt moeten worden).
Realisatie woning Roolvinkweg 30, Enschede | Eelerwoude | 3
Afbeelding 2b: Impressie plangebied, situatie op 16-11-2020.
Methode Op basis van een eenmalig veldbezoek is de situatie beoordeeld op de geschiktheid van de schuur voor beschermde soorten of soortgroepen. Het veldbezoek is op 16-11-2020 door N. Otten, ecologisch adviseur van Eelerwoude uitgevoerd. Het gaat hier om een deskundigenoordeel op basis van de fysieke gesteldheid van het terrein (biotopen onderzoek).
Realisatie woning Roolvinkweg 30, Enschede | Eelerwoude | 4
Bescherming van gebieden Niet stikstof-gerelateerde effecten: Op circa 3 km afstand ligt het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied Lonnekermeer (AERIUS, 2020). De aard van de voorgenomen werkzaamheden en ontwikkeling maken dat de effecten uitsluitend tot het plangebied of in de zeer directe zone eromheen beperkt blijven. Gezien de afstand tot de Natura 2000-gebieden, de invulling van de tussenliggende gebieden en de voorgenomen werkzaamheden is er geen sprake van mogelijk negatieve effecten op de instandhoudingsdoelstellingen van het Natura 2000-gebied. Een toetsing op grond van de Wet natuurbescherming van niet stikstof-gerelateerde effecten wordt daarom niet noodzakelijk geacht. Stikstof-gerelateerde effecten Een AERIUS-berekening wordt niet noodzakelijk geacht omdat de afstand tot het dichtstbijzijnde Natura 2000gebied dusdanig groot is en de geplande ontwikkeling dusdanig klein dat een significante stikstofdepositie vrijwel zeker kan worden uitgesloten. Dit kan worden onderbouwd door de handreiking woningbouw welke door de overheid is opgesteld (afbeelding 3).
Afbeelding 3: Handreiking woningbouw (Rijksoverheid, 2020).
Bescherming van houtopstanden Voor de twee te kappen eiken dient een kapmelding te worden gedaan bij de provincie Overijssel, de te kappen bomen maken namelijk onderdeel uit van een houtopstand van meer dan 10 are.
Nederlands Natuurnetwerk (NNN) Het plangebied en het omliggende gebied maken geen deel uit van het Nederlands Natuurnetwerk van de provincie Overijssel (voorheen de Ecologische Hoofdstructuur). Daarnaast kent de provincie Overijssel geen externe werking wat betreft de NNN. Een toetsing aan het NNN-beleid wordt niet noodzakelijk geacht.
Bescherming van soorten De Wet natuurbescherming onderdeel soorten gaat over de bescherming van ongeveer 500 planten- en diersoorten, van de 36.000 soorten die in Nederland voorkomen. Het uitgangspunt van de wet is dat geen schade mag worden gedaan, tenzij dit uitdrukkelijk is toegestaan (het ‘nee, tenzij-principe’). De wet verbiedt onder meer om beschermde soorten (opzettelijk) te verstoren, doden, vervoeren, bezit en handel. Onder
Realisatie woning Roolvinkweg 30, Enschede | Eelerwoude | 5
bepaalde voorwaarden mogen deze handelingen wel uitgevoerd worden. U heeft dan een ontheffing of vrijstelling nodig of u werkt conform een gedragscode.
Planten Gelet op de aanwezige terreintypen en de functie van het plangebied (vrijwel uitsluitend bebouwing) wordt het voorkomen van beschermde plantensoorten niet verwacht. Daarnaast zijn er geen waarnemingen bekend van beschermde plantensoorten rondom het plangebied (NDFF, 2020). Conclusie: nader onderzoek of een ontheffing Wet natuurbescherming voor beschermde flora is niet aan de orde.
Vleermuizen Alle vleermuissoorten zijn beschermd onder de Wet natuurbescherming met beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn. Het opzettelijk verstoren, vangen en doden van individuen van beschermde soorten, alsmede het beschadigen of vernielen van vaste verblijfplaatsen, inclusief de functionele leefomgeving, is verboden vanuit de Wet natuurbescherming. De functionaliteit van de verblijfplaatsen van vleermuizen dienen te allen tijde gegarandeerd te blijven. Verblijfplaatsen Gebouwen Omdat het pand niet beschikt over een spouwmuur en een traditioneel pannendak heeft, is de paardenstal in beginsel niet geschikt als verblijfplaats voor vleermuizen. De muren zijn enkelsteens en de dakpannen liggen direct op het onderliggende geraamte van het dakbeschot, waardoor de dakpannen van de binnenkant zichtbaar zijn (afbeelding 4). Daarnaast heeft de stal geen isolerende werking waardoor binnen een ongunstig microklimaat heerst voor vleermuizen. Geschikte verblijfplaatsen zijn echter wel aanwezig onder het houtbeschot welke aan weerszijden van de stal aanwezig zijn. Dit houtbeschot heeft eveneens weinig isolerende waarde waardoor deze potentiële verblijfplaats alleen gedurende warme periodes in gebruik kunnen zijn (1 april – 1 december). Het is nog onduidelijk wat er gaat gebeuren met het houtbeschot aan de stal.
Indien het houtbeschot binnen de kwetsbare periode van vleermuizen wordt verwijderd, dan is nader onderzoek noodzakelijk. Indien het houtbeschot tijdelijk zal worden verwijderd dient dit te gebeuren buiten de kwetsbare periode van vleermuizen. Deze periode loopt globaal van 1 april tot 1 december. Indien men het houtbeschot definitief verwijderd, is nader onderzoek naar vleermuizen noodzakelijk om uit te sluiten, dan wel aan te tonen dat het houtbeschot een functie heeft als verblijfplaats voor vleermuizen. Belangrijk is ook dat bij het opnieuw aanbrengen van houtbeschot dit op een dusdanige wijze gebeurd dat vleermuizen hier weer achter kunnen kruipen. De eventuele functie van (zomer)verblijfplaats wordt in die situatie niet aangetast. Een essentiële voorwaarde om binnen de kaders van de Wet natuurbescherming te werken, ongeacht of nu wel of geen ontheffing wordt aangevraagd. Een ontheffing zal redelijkerwijs verleend kunnen worden waarbij voldaan moet worden aan de drie cumulatieve voorwaarden: geen andere bevredigende oplossing (1), een in de wet genoemd belang (2) en geen verslechtering van de staat van instandhouding van de soort (3). Vooralsnog lijkt aan deze voorwaarden te kunnen worden voldaan.
Realisatie woning Roolvinkweg 30, Enschede | Eelerwoude | 6
Afbeelding 4: Binnenzijde van de hooizolder in de paardenstal.
Bomen De twee te kappen eiken zijn vanaf de grond visueel beoordeeld op de aanwezigheid van mogelijke verblijfplaatsen van vleermuizen. Er zijn geen potentieel geschikte holtes, spleten of loshangende schors aangetroffen die door boombewonende vleermuizen kunnen worden gebruikt. Verblijfplaatsen van boombewonende vleermuizen zijn naar verwachting dan ook niet aanwezig. Foerageergebied en vliegroute Door de aanwezigheid van veel oude eiken, landschapselementen en bosschages is de omgeving van het plangebied zeer geschikt als foerageergebied voor vleermuizen. De twee te kappen bomen welke grotendeels liggen langs de Roolvinkweg maken mogelijk ook onderdeel uit van een vliegroute van vleermuizen. Zowel het foerageergebied als de vliegroute worden niet aangetast bij het renoveren van de stal. Het kappen van slechts twee bomen in een bosrijke omgeving heeft geen invloed op de potentiële geschiktheid van vliegroutes. Ook na de ontwikkeling blijft het plangebied beschikbaar voor vleermuizen. Conclusie: nader onderzoek naar vleermuizen is noodzakelijk indien het houtbeschot tijdelijk verwijderd wordt binnen de periode 1 april – 1 december. Nader onderzoek naar vleermuizen is ook noodzakelijk als men besluit het houtbeschot definitief te verwijderen.
Belangrijk is ook dat bij het opnieuw aanbrengen van houtbeschot dit op een dusdanige wijze gebeurd dat vleermuizen hier weer achter kunnen kruipen. De eventuele functie van (zomer)verblijfplaats wordt in die situatie niet aangetast. Een essentiële voorwaarde om binnen de kaders van de Wet natuurbescherming te werken, ongeacht of nu wel of geen ontheffing wordt aangevraagd.
Grondgebonden zoogdieren Op basis van het aanwezige biotoop worden enkel een aantal algemene muizen en spitsmuizen binnen het plangebied verwacht. Dergelijke soorten beschikken over een provinciale vrijstelling van de provincie Overijssel. Beschermde soorten zonder provinciale vrijstelling als eekhoorn, egel en steenmarter komen mogelijk voor in de omgeving van het plangebied. Binnen de stal of in de bomen zijn geen verblijfplaatsen (eekhoornnesten), prenten, prooiresten of uitwerpselen van genoemde soorten vastgesteld. Vanwege de kleine schaal van de geplande ontwikkeling in een zeer groene omgeving is er ook geen sprake van aantasting van het essentieel leefgebied van bovenstaande soorten. Ook na de ontwikkeling blijft het plangebied voor grondgebonden zoogdieren beschikbaar. Conclusie: nader onderzoek of een ontheffing Wet natuurbescherming is voor zoogdieren is niet aan de orde.
Realisatie woning Roolvinkweg 30, Enschede | Eelerwoude | 7
Broedvogels Broedvogels (overig) Er zijn mogelijk broedvogels aanwezig binnen het plangebied, dit betreft soorten als houtduif, Turkse tortel, roodborst, merel, zanglijster en winterkoning. De genoemde vogelsoorten kunnen de stal of de zomereiken gebruiken om te broeden. Daarom dienen de bomen buiten de broedperiode van 1 maart tot en met 15 juli gekapt te worden, waarbij men alert blijft op eventuele aanwezigheid van laat broedende soorten als houtduif en Turkse tortel. Vogels met jaarrond beschermde nesten In de paardenstal en in de eiken zijn geen horsten, braakballen of uitwerpselen waargenomen van roofvogels met een jaarrond beschermd nest als buizerd, steenuil, kerkuil en ransuil. Wel zijn binnen de paardenstal circa 5 oude nesten waargenomen van boerenzwaluw. Boerenzwaluw is grotendeels afhankelijk van toegankelijke schuren/stallen in de directe omgeving van vee (voedsel in vorm van insecten). Het vee betreft in deze situatie paarden en deze paarden blijven ook in de toekomst rondom het plangebied aanwezig (manege). Daarnaast zijn de twee schuren direct ten westen van de te renoveren stal ook bezet met in totaal circa 25 broedparen van boerenzwaluw. Bij het renoveren wordt de stal omgevormd naar een dichte woning waar geen nesten van broedvogels aanwezig zijn.
Een negatief effect wordt echter niet verwacht omdat er voldoende voedsel en broedgelegenheid aanwezig blijft op het erf. Het ongeschikt maken van een broedlocatie van boerenzwaluw is echter wel ontheffingsplichtig. Een ontheffing kan redelijkerwijs worden verleend omdat kan worden voldaan aan de drie cumulatieve voorwaarden. Een andere bevredigende oplossing is niet voorhanden. Het handhaven van de nestlocaties van boerenzwaluw in combinatie met een nieuwe woonfunctie is simpelweg niet mogelijk. In de stal is asbest aanwezig dat omwille van de volksgezondheid en openbare veiligheid verwijderd dient te worden, wat daarmee een wettelijk belang dient. De staat van instandhouding van de soort is niet in het geding. De soort laat sinds de eeuwwisseling weer een lichte toename zie na een sterke daling in de afgelopen eeuw. Deze toename wordt toegeschreven aan een hoger broedsucces en een toename van het aantal professionele en hobbymatige paardenstallen (SOVON, 2014). De staat van instandhouding is vanwege de bovenstaande toename gunstig (SOVON, 2020). Daarnaast blijkt uit onderzoek van SOVON dat paardenhouders (zoals initiatiefnemers) bijgedragen hebben aan de recente toename van het aantal broedparen boerenzwaluw in Nederland.
Jaarrond beschermde functionele leefomgeving In deze situatie zijn een groot aantal vogelsoorten te verwachten met een jaarrond beschermd functioneel leefgebied. Het gaat hierbij om soorten als bonte vliegenvanger, boomklever, boomkruiper, gekraagde roodstaart, glanskop, grauwe vliegenvanger, groene specht, grote bonte specht, middelste bonte specht, ringmus, spreeuw en zwarte roodstaart. Gelet op het kleinschalige karakter van de omgeving en het behoud van de meeste groenelementen wordt een negatief effect op de populatie broedvogels met een jaarrond beschermde functionele leefomgeving niet verwacht. Daarnaast zijn genoemde soorten goed in staat alternatieve nestplaatsen te vinden, die op en rond het erf in voldoende mate aanwezig zijn. Compenserende maatregelen of het aanvragen van een ontheffing is om deze redenen dan ook niet aan de orde. Conclusie: het aanvragen van een ontheffing is noodzakelijk voor het ongeschikt maken verblijfplaatsen van circa 5 broedparen boerenzwaluw. Daarnaast dient het kappen van de eiken buiten de periode 1 maart – 15 juli uitgevoerd te worden, waarbij men alert moet zijn op eventueel aanwezige laat broedende soorten zoals houtduif.
Realisatie woning Roolvinkweg 30, Enschede | Eelerwoude | 8
Reptielen In de directe omgeving van het plangebied komen geen reptielen voor met uitzondering van een populatie levendbarende hagedissen op vliegveld Twenthe. Waarnemingen van levendbarende hagedis zijn echter niet bekend aan de Roolvinkweg, daarnaast ontbreekt ook potentieel geschikt leefgebied in de vorm van heideterreinen. Beschermde reptielen zijn dan ook niet aanwezig. Conclusie: nader onderzoek of het aanvragen van een ontheffing is in het kader van de Wet natuurbescherming voor reptielen is niet aan de orde.
Amfibieën Een aantal beschermde soorten als bruine kikker, bastaardkikker, gewone pad, kamsalamander, poelkikker en kleine watersalamander komen voor in de omgeving van het plangebied. Binnen het plangebied is geen geschikt leefgebied aanwezig door het ontbreken van goed vergraafbare grond, stobben, stenenstapels of een goed ontwikkelde strooisel laag. Voortplantingsbiotoop in de vorm van waterelementen ontbreekt binnen het plangebied. Conclusie: nader onderzoek of het aanvragen van een ontheffing is in het kader van de Wet natuurbescherming voor amfibieën niet aan de orde.
Ongewervelden Van de groep ongewervelden (dagvlinders, libellen, kevers, kreeftachtigen en weekdieren) worden beschermde soorten als gevlekte witsnuitlibel en platte schijfhoorn niet verwacht. Dit door het ontbreken van geschikt biotoop dat onder andere bestaat uit heideterreinen en venranden. Er zijn ook geen verspreidingsgegevens bekend van beschermde ongewervelden in en rondom het plangebied (NDFF, 2020). Conclusie: nader onderzoek of het aanvragen van een ontheffing is in het kader van de Wet natuurbescherming voor beschermde ongewervelden niet noodzakelijk.
Conclusie Vleermuizen Nader onderzoek naar vleermuizen is noodzakelijk indien het houtbeschot verwijderd wordt in de kwetsbare periode voor zomerverblijfplaatsen van vleermuizen welke loopt van 1 april tot en met 1 december. Indien het houtbeschot tijdelijk zal worden verwijderd is dit alleen mogelijk buiten de kwetsbare periode van vleermuizen. Indien het houtbeschot definitief verwijderd wordt is nader onderzoek naar vleermuizen noodzakelijk. Het nader onderzoek zal moeten uitwijzen welke functie het houtbeschot heeft in relatie tot vleermuizen en/of een ontheffing Wet natuurbescherming noodzakelijk wordt geacht. Belangrijk is ook dat bij het opnieuw aanbrengen van houtbeschot dit op een dusdanige wijze gebeurd dat vleermuizen hier weer achter kunnen kruipen. De functie van verblijfplaats wordt in die situatie niet aangetast. Een essentiële voorwaarde om binnen de kaders van de Wet natuurbescherming te werken, ongeacht of nu wel of geen ontheffing wordt aangevraagd.
Realisatie woning Roolvinkweg 30, Enschede | Eelerwoude | 9
Broedvogels (overige) Broedvogels kunnen in de paardenstal of de te kappen eiken broeden. Omdat in de eiken ook laat broedende soorten als houtduif en Turkse tortel kunnen broeden, dienen deze gekapt te worden buiten de broedperiode van deze soorten. De broedperiode van houtduif en Turkse tortel loopt van 1 maart tot en met 1 oktober. Broedvogels jaarrond Het aanvragen van een ontheffing Wet natuurbescherming bij de provincie Overijssel is noodzakelijk voor het ongeschikt maken van een broedlocatie van circa 5 broedpaar boerenzwaluw. Uitvoerbaarheid Op basis van het voorgaande wordt geconcludeerd dat voor de boerenzwaluw een ontheffing moet worden aangevraagd die redelijkerwijs kan worden verleend. De Wet natuurbescherming staat daarmee de uitvoerbaarheid van de voorgenomen herontwikkeling en de beoogde bestemmingsplanherziening niet in de weg.
Realisatie woning Roolvinkweg 30, Enschede | Eelerwoude | 10
Literatuur • • • •
AERIUS. (2020). AERIUS calculator. Opgehaald van calculator.aerius.nl: https://calculator.aerius.nl/ ESRI. (2020). ArcMap. Nederland NDFF. (2020). uitvoerportaal. Opgehaald van ndff-ecogrid.nl: https://ndff-ecogrid.nl/ Rijksoverheid. (2020, Januari). Handreiking woningbouw en AERIUS. Opgeroepen op 2020, van bij12.nl: https://www.bij12.nl/wp-content/uploads/2020/02/Handreiking-woningbouw-enAERIUS.pdf
Realisatie woning Roolvinkweg 30, Enschede | Eelerwoude | 11
Bijlage 4 Rapportage Stikstofdepositieonderzoek (A)
bestemmingsplan Roolvinkw eg 30 (vastgesteld)
39
Stikstofdepositieonderzoek project Roolvinkweg 30 22 januari 2021
Kenmerk
R001-1277178NVG-V02-agv-NL
Verantwoording Titel
Stikstofdepositieonderzoek project Roolvinkweg 30
Opdrachtgever
Vliegveld Twenthe Evenemententerrein
Projectleider
Arthur Beskers
Auteur(s)
Roy Laurijsse
Tweede lezer
Nadine van Geersdaele
Projectnummer
1277178
Aantal pagina’s
11
Datum
22 januari 2021
Handtekening
Ontbreekt in verband met digitale verwerking. Dit rapport is aantoonbaar vrijgegeven.
Colofon TAUW bv Handelskade 37 Postbus 133 7400 AC Deventer T +31 57 06 99 91 1 E info.deventer@tauw.com
2/11
Kenmerk
R001-1277178NVG-V02-agv-NL
Inhoud 1
Inleiding ..................................................................................................................................... 4
2
Wettelijk kader ........................................................................................................................... 5
3
Opzet onderzoek ....................................................................................................................... 6
4
Uitgangspunten aanlegfase ....................................................................................................... 7
5
4.1
(mobiele) werktuigen .......................................................................................................... 7
4.2
Vrachtverkeer en personenvervoer .................................................................................... 9
Uitgangspunten gebruiksfase .................................................................................................. 10 5.1
6
Beoogde situatie .............................................................................................................. 10
5.1.1
Woningen .................................................................................................................. 10
5.1.2
Verkeersgeneratie ..................................................................................................... 10
Resultaten en conclusie .......................................................................................................... 11
Bijlage 1
AERIUS berekening aanlegfase
Bijlage 2
AERIUS berekening gebruiksfase
3/11
Kenmerk
R001-1277178NVG-V02-agv-NL
1 Inleiding Vliegveld Twenthe Evenemententerrein (hierna VTE) heeft ingenieursbureau TAUW gevraagd het stikstofdepositieonderzoek uit te voeren voor Roolvinkweg 30. Het project omvat de verbouw van een schuur tot woning (oranje kader) en het in gebruik hebben van twee vrijstaande woningen (oranje en rode kader). De bestaande woning wordt niet verbouwd alleen de schuur.
Figuur 1.1: Rode kader is de bestaande woning, het oranje kader betreft de te verbouwen schuur tot woning
Zowel tijdens de realisatie (de aanlegfase) als na realisatie (de gebruiksfase) van activiteiten of projecten kunnen er bronnen zijn die stikstofoxiden (NOx) en eventueel ammoniak (NH3) emitteren. De stikstofoxiden en ammoniak in de lucht komen uiteindelijk weer op de grond terecht. Dit heet stikstofdepositie. Vooral in natuurgebieden kan stikstofdepositie een probleem zijn, omdat hierdoor de bodem rijk wordt aan voedingsstoffen waardoor de biodiversiteit afneemt. Wanneer blijkt dat het project meer dan 0,00 mol/ha/jaar bijdraagt aan de stikstofdepositie op overbelaste stikstofgevoelige natuur in Natura 2000-gebieden is er sprake van een in potentie significant effect waarvoor een Wnb-vergunning moet worden aangevraagd.
4/11
Kenmerk
R001-1277178NVG-V02-agv-NL
Figuur 1.2 Projectlocatie (1) en omliggende Natura 2000-gebieden (mosterdgeel ) en stikstofgevoelige habitats (paars)
Figuur 1.2 toont de ligging van projectgebied en de Natura 2000-gebieden in de directe omgeving. De meest nabije stikstofgevoelige habitats of leefgebieden van soorten zijn gelegen op circa 2,8 km van het projectgebied in Natura 2000-gebied Lonnekermeer. Hoofdstukken 2 en 3 beschrijven kort het wettelijk kader en de onderzoeksopzet. In hoofdstuk 4 en 5 worden alle emissieberekeningen en uitgangspunten voor modellering toegelicht, voor de aanlegfase en de gebruiksfase. Hoofdstuk 6 tot slot geeft de resultaten en de conclusie.
2 Wettelijk kader In Nederland zijn ruim 160 Natura 2000-gebieden aangewezen, dit zijn gebieden met een Europese beschermingsstatus. Veel van die gebieden zijn gevoelig voor stikstofdepositie en overbelast door een teveel aan stikstof. Het is verboden zonder vergunning ingevolge de Wet natuurbescherming (Wnb-vergunning) projecten te realiseren die gelet op de instandhoudingsdoelstellingen voor een Natura 2000gebied de kwaliteit van de natuurlijke habitats of de habitats van soorten in dat gebied kunnen verslechteren of een significant verstorend effect kunnen hebben op de soorten waarvoor dat gebied is aangewezen. Een vergunning wordt uitsluitend verleend, indien de zekerheid is verkregen dat het project de natuurlijke kenmerken van het gebied niet zal aantasten. Daarom dient voor nieuwe of gewijzigde projecten onderzocht te worden of er sprake kan zijn van een mogelijk significant effect door depositie van stikstof op relevante Natura 2000-gebieden.
5/11
Kenmerk
R001-1277178NVG-V02-agv-NL
Een project dat meer dan 0,00 mol/ha/jaar bijdraagt aan de stikstofdepositie op een overbelast stikstofgevoelig habitattype of leefgebied heeft in potentie een significant effect waarvoor een Wnb-vergunning moet worden aangevraagd. Een Wnb-vergunning kan worden verleend, als de stikstofdepositie op geen enkel relevant en voor stikstofdepositie gevoelig hexagoon1 toeneemt. Bij wijziging van projecten of bij toepassing van saldering wordt het projecteffect bepaald ten opzichte van de referentiesituatie. De referentiesituatie is de situatie waarvoor in het verleden een Wnb-vergunning is verleend, of een Wm-vergunning daterend van voor de referentiedatum. De referentiedatum is de datum waarop het gebied als habitat- of vogelrichtlijngebied door de Europese Commissie op de lijst van gebieden van communautair belang werd geplaatst. Indien er geen Wnb- of Wm-vergunning aanwezig is, dan wordt de situatie op de referentiedatum als referentiesituatie aangehouden. Wanneer er sprake is van een toename in stikstofdepositie kan in een ecologische voortoets of passende beoordeling onderzocht worden of effecten daadwerkelijk op gaan treden als gevolg van het project en of deze de natuurlijke kenmerken van het gebied aantasten. Als blijkt dat de toename in stikstofdepositie niet leidt tot aantasting van het gebied kan het project alsnog doorgang vinden.
3 Opzet onderzoek Voor het berekenen van de stikstofdepositie is gebruik gemaakt van de vigerende versie van het rekenmodel AERIUS Calculator, versie 2020. In de berekeningen wordt onderscheid gemaakt tussen de aanlegfase en de gebruiksfase. In de berekeningen zijn de emissies van NOx en NH3 van de relevante bronnen meegenomen. Het gaat hierbij om: • Verkeersbewegingen tijdens de aanleg -en gebruiksfase • •
Mobiele werktuigen tijdens de aanlegfase Stookinstallaties tijdens de gebruisfase
Er zijn in dit onderzoek twee berekeningen uitgevoerd om de stikstofdepositiebijdrage van het project op de Natura 2000-gebieden in kaart te brengen: 1. Berekening stikstofdepositiebijdrage ten gevolge van de aanlegfase 2.
1
Berekening stikstofdepositiebijdrage ten gevolge van de beoogde situatie (gebruiksfase)
AERIUS berekent de depositiebijdrage op een hexagoon (een zeshoek met een oppervlak van 1 hectare). Een
relevant hexagoon is een hexagoon welke (deels) overlapt met stikstofgevoelige habitats of leefgebieden van soorten in Natura 2000-gebieden.
6/11
Kenmerk
R001-1277178NVG-V02-agv-NL
4 Uitgangspunten aanlegfase De werkzaamheden in de aanlegfase bestaan uit het verbouwen van de reeds bestaande schuur. In de eerste fase wordt de volledige schuur gestript. De schuur wordt niet gesloopt aangezien het “monumentale” schuur betreft. In deze fase worden onder andere het dak (vervangen) en de muren (met name isoleren) aangepakt. In de tweede fase wordt de schuur omgebouwd naar een woning die voldoet aan de huidige eisen. Een reële doorlooptijd van de verbouwing is 6-9 maanden, afhankelijk van de aanvang van de verbouwing. De periode waarin de werkzaamheden worden uitgevoerd is waarschijnlijk in 2022. De aanlegfase is in AERIUS gemoduleerd in het jaar 2022. Al het in te zetten materieel met een verbrandingsmotor (diesel-, benzine- of LPG aangedreven) zorgt voor de emissie van stikstofoxiden (NOx) en daarmee voor een bepaalde bijdrage aan de stikstofdepositie op omliggende Natura 2000-gebieden. Naast de inzet van mobiele werktuigen worden vrachtwagens ingezet voor de aan- en afvoer van materiaal en personenauto’s en busjes voor de arbeiders/ personeel.
4.1
(mobiele) werktuigen
Tabel 4.1 geeft de diesel-, benzine of lpg aangedreven (mobiele) werktuigen welke in de aanlegfase worden ingezet met bijbehorende kentallen. De informatie over het type werktuigen en de bedrijfsuren is ingeschat door TAUW op basis van ervaring in overleg met de opdrachtgever. Het vermogen en STAGE klasse is eveneens een inschatting door specialisten van TAUW, op basis van verzamelde informatie van soortgelijke stikstofdepositie-onderzoeken. De deellast- en emissiefactoren zijn overgenomen uit AERIUS versie 2020 en zijn afkomstig uit TNO-rapport 2020 R11528 (Ligterink et al., 2020) en bijbehorende Excel-bestand2. Deze deellasten emissiefactoren gelden bij typische belasting van werktuigen3. In tabel 4.2 wordt de totale NOx en NH3 emissie gegeven. De gehanteerde
2
Rapport titel “Onderbouwing AERIUS emissiefactoren voor wegverkeer, mobiele werktuigen, binnenvaart en
zeevaart” met bijbehorend Excel bestand TNO_getallen_voor_AERIUS_2020v3_mobiele_werktuigen.xslx 3
Vanaf AERIUS versie 2020 biedt de rekensoftware de mogelijkheid onderscheid te maken in emissies tijdens
typische belasting en tijdens stationair draaien van (mobiele) werktuigen. Als vuistregel wordt gegeven dat 70% van de bedrijfsuren het werktuig normaal belast wordt en 30% van de tijd stationair draait. Aangezien blijkt dat emissies tijdens stationair draaien vrijwel op hetzelfde niveau liggen als tijdens typische belasting – deze liggen iets hoger bij typische belasting – is ervoor gekozen geen onderscheid te maken tussen typische belasting en stationair draaien en de factoren voor typische belasting aan te houden.
7/11
Kenmerk
R001-1277178NVG-V02-agv-NL
Bij aanvang van voorliggend stikstofdepositie-onderzoek was bij de opdrachtgever niet bekend welke diesel-, benzine of lpg aangedreven (mobiele) werktuigen in de aanlegfase ingezet zullen worden. Daarmee is ook over bedrijfstijden, bouwjaar en vermogen van de werktuigen geen specifieke informatie beschikbaar. De benodigde informatie voor het uitvoeren van de AERIUS berekening is een inschatting door specialisten van TAUW, op basis van verzamelde informatie van soortgelijke stikstofdepositie-onderzoeken. Het aantal bedrijfsuren en het vermogen is een conservatieve inschatting in samenspraak met de opdrachtgever. In voorliggende situatie betreft het dan ook alleen de verbouw van de schuur tot woning. Voor het dak worden mogelijk een hijskraan en telekraan ingezet gedurende respectievelijk 1 en 2 dagen. Overige werktuigen zullen slechts beperkt worden ingezet. In onderstaande tabel is uitgegaan van een conservatieve inschatting. Tabel 4.1 In te zetten (mobiele) werktuigen met bijbehorende kenmerken activiteit / werktuig
Bedrijfsuren
Bouwjaar [jaar]
Vermogen [kW]
Deellast [-]
[uur/jaar]* shovel/laadschop
18
Vanaf 2015
100
0,55
graafmachine
24
Vanaf 2014
200
0,69
heistelling/hijskraan
16
Vanaf 2014
400
0,69
betonstorter
4
Vanaf 2014
200
0,69
telekraan/mobiele kraan
24
Vanaf 2014
200
0,61
heftruck
24
Vanaf 2015
100
0,84
hoogwerker 8 Vanaf 2015 80 * Bedrijfsuren zijn op basis van een conservatieve inschatting van TAUW in samenspraak met de opdrachtgever
0,55
Tabel 4.2 Bepaling totale emissie door inzet (mobiele) werktuigen4 activiteit / werktuig
Emissiefactor
Emissiefactor
Vracht NOx
Vracht NH3
NOx [g/kWh]
NH3 [g/kWh]
[kg/jaar]
[kg/jaar]
shovel/laadschop
0,90
0,003
0,9
0,00
graafmachine
0,80
0,002
2,6
0,01
heistelling/hijskraan
1,00
0,003
4,4
0,01
betonstorter
1,00
0,003
0,6
0,00
telekraan/mobiele kraan
0,90
0,002
2,6
0,01
heftruck
0,90
0,002
1,8
0,00
0,90
0,002
0,3
0,00
Totaal gehele aanlegfase
13,4
0,04
hoogwerker
4
De emissie wordt berekend als bedrijfsuren*vermogen*(deellastfactor/100)*(emissiefactor/1000)
8/11
Kenmerk
R001-1277178NVG-V02-agv-NL
Modellering mobiele werktuigen De mobiele werktuigen zullen actief zijn op de bouwlocatie en daar rondrijden. Daarom zijn de emissies gemodelleerd als vlakbron gelijk aan de projectlocatie. Daarbij is gekozen voor de sector ‘Mobiele werktuigen’, subsector ‘Bouw en Industrie’. De emissiehoogte is 4 meter en de warmteinhoud 0 MW. Dit zijn de default waarden in AERIUS voor mobiele werktuigen. De Instructie gegevensinvoer AERIUS Calculator geeft het advies om de default spreiding (4 meter) aan te passen naar de helft van de uitstoothoogte. De ingevoerde spreiding is daarmee 2 meter.
4.2
Vrachtverkeer en personenvervoer
Het aantal benodigde ritten met personenauto’s, bestelbussen en vrachtwagens is ingeschat door TAUW in samenspraak met de opdrachtgever. Het totaal aantal voertuigbewegingen gedurende de gehele bouwperiode (6-9 maanden)5 in de aanlegfase bedraagt: • •
Personenauto’s en bestelbussen (personeel): 540 voertuigen (2 per dag gedurende 9 maanden), dit zijn 1080 bewegingen Vrachtwagens voor aan en afvoer: 270 voertuigen, dit zijn 540 bewegingen
Modellering wegverkeer De emissies afkomstig van verkeer worden door AERIUS zelf berekend en zijn afhankelijk van het voertuigtype (personenauto’s, middelzwaar of zwaar vrachtverkeer), het aantal bewegingen per etmaal, het wegtype, de rijafstand en de mate van stagnatie. De vrachtwagenbewegingen in de aanlegfase zijn in AERIUS gemodelleerd als ‘zwaar vrachtverkeer’. Vervoer van personeel van en naar de locatie vindt plaats met bestelbusjes en/of personenauto’s. Deze bewegingen zijn in AERIUS gemodelleerd als ‘licht verkeer’. Voor het wegtype is in de modellering aanhouden: ‘buitenwegen’. De instructie gegevensinvoer voor AERIUS Calculator (BIJ12, oktober 2020) geeft aan dat verkeer van en naar inrichtingen meegenomen dient te worden totdat het verkeer is opgenomen in het heersend verkeersbeeld. Dit is het geval op het moment dat het aan- en afvoerende verkeer zich door zijn snelheid en rijen stopgedrag niet meer onderscheidt van het overige verkeer dat zich op de betrokken weg bevindt. Hierbij weegt ook mee hoe de verhouding is tussen de hoeveelheid verkeer dat door de voorgenomen ontwikkeling wordt aangetrokken en het reeds op de weg aanwezige verkeer. Hiervan uitgaande is het verkeer vanaf de projectlocatie meegenomen tot aan N733.