Beleidsregel Damocles 2025
Tekst van het document
Beleidsregel Damoclesbeleid Enschede 2025 De Burgemeester van Enschede gelet op artikel 13b, eerste lid van de Opiumwet, artikel 4:81 eerste lid Algemene wet bestuursrecht, in overeenstemming met de in het lokale driehoeksoverleg en het Districtelijk veiligheidsoverleg overeengekomen afspraken ten aanzien van het coffeeshopbeleid en de aanpak van drugshandel in woningen en lokalen en de daarbij behorende erven, besluit vast te stellen de volgende beleidsregels voor het toepassen van artikel 13b, eerste lid van de Opiumwet, onder de naam DAMOCLESBELEID Enschede 2025 HOOFDSTUK 1 ALGEMENE BEPALINGEN Artikel 1 definities In deze beleidsregels wordt verstaan onder: 1. harddrugs: middelen vermeld op lijst I en lijst II behorend bij de Opiumwet, met uitzondering van softdrugs; 2. softdrugs: hasjiesj en hennep (ook stekjes) zoals omschreven in lijst II behorend bij de Opiumwet, ook wel aangeduid als hasj, marihuana, weed, wiet of stuff; 3. handel in drugs: het verkopen, afleveren of verstrekken van harddrugs of softdrugs, dan wel het daartoe aanwezig zijn daarvan; onder verkoop wordt tevens verstaan het sluiten van een mondelinge overeenkomst tot koop en verkoop van drugs, waarbij de aflevering van de drugs elders plaatsvindt; 4. voorbereidingshandelingen: het voorhanden hebben van een voorwerp of stof als bedoeld in artikel 10a, eerste lid, onder 3, of artikel 11a van de Opiumwet; 5.
horecabedrijf: een inrichting als bedoeld in artikel 2:27 lid 1 onder a van de Algemene Plaatselijke Verordening Enschede 2009; 6. horecavergunning: een vergunning als bedoeld in artikel 7 van de Drank- en Horecaverordening Enschede 2024; 7. gedogen van de handel in softdrugs: geen gebruik maken van de bevoegdheid genoemd in artikel 13b, eerste lid van de Opiumwet; 8. gedoogbeschikking: Een besluit van de burgemeester op grond waarvan de handel in softdrugs in een coffeeshop door een natuurlijke persoon wordt gedoogd onder de voorwaarden die in deze beleidsregel zijn opgenomen. 9. exploitant: de natuurlijke persoon voor wiens rekening en risico de coffeeshop wordt geëxploiteerd.
10. lokaal: een pand al dan niet toegankelijk voor het publiek, zoals een winkel, café, coffeeshop, loods of bedrijfsruimte. 11. woning: een woning is een pand dat in hoofdzaak dient tot woning dan wel dienstbaar is aan het wonen. Zowel koop- als huurwoningen vallen onder deze definitie. 12. coffeeshop: een voor het publiek toegankelijk lokaal ten aanzien waarvan de burgemeester de handel in softdrugs gedoogt; 13. coffeeshoplijst: de door de burgemeester vastgestelde en bijgehouden lijst waarop elke coffeeshop en de exploitant daarvan staan vermeld; 15. niet-ingezetenen: onder niet-ingezetenen wordt verstaan personen die niet in Nederland woonachtig zijn; 16. sluiting: een sluiting met toepassing van artikel 13b, eerste lid van de Opiumwet. Artikel 2 uitgangspunten 1. Handel in drugs en voorbereidingshandelingen zijn strafbare feiten op grond van de Opiumwet. 2. Indien in een woning, een lokaal of een daarbij behorend erf handel in drugs of voorbereidingshandelingen plaatsvinden, dan maakt de burgemeester gebruik van de bevoegdheid genoemd in artikel 13b, eerste lid van de Opiumwet, tenzij de drugshandel – met inachtneming van de in deze beleidsregel aangegeven voorschriften en beperkingen (hierna: gedoogregels) – plaatsvindt in een coffeeshop. 3. Indien er feitelijk tot sluiting wordt overgegaan zal de woning/lokaal/coffeeshop voor één ieder ontoegankelijk worden gemaakt. 4.
Met betrekking tot de omschrijving van het “verkopen, afleveren, verstrekken dan wel daartoe aanwezig hebben” van harddrugs en softdrugs, wordt aansluiting gezocht bij het gestelde daartoe in de Aanwijzing Opiumwet. Concreet betekent dit dat er onder meer sprake is van een overtreding in de zin van dit beleid bij een aangetroffen hoeveelheid zoals die in de Aanwijzing Opiumwet is vastgelegd. De aanwijzing Opiumwet is als bijlage bij dit beleid gevoegd.
HOOFDSTUK 2 WONINGEN EN LOKALEN NIET ZIJNDE COFFEESHOPS Artikel 3 reacties op handel in softdrugs in woningen en lokalen niet zijnde coffeeshops of het voorbereiden of bevorderen daarvan (voorhanden hebben van een voorwerp of stof als bedoeld in artikel 11a van de Opiumwet) a. Bij een eerste overtreding van de Opiumwet volgt in beginsel sluiting van de woning of het lokaal voor een periode van 3 respectievelijk 6 maanden. Bij de beoordeling om tot sluiting over te gaan worden in ieder geval de volgende omstandigheden betrokken: 1. Toeloop van leveranciers en kopers van drugs of voorwerpen of stoffen (als bedoeld in artikel 11a van de Opiumwet) naar de woning of het lokaal; 2. Gevaar voor de openbare orde, de veiligheid en de gezondheid als gevolg van de drugshandel of de voorbereidingshandelingen; 3. de straat of buurt waarin de drugshandel of de voorbereidingshandelingen hebben plaatsgevonden, de aanwezigheid van actuele drugsgerelateerde activiteiten of link met het criminele circuit; 4. De mate van verwijtbaarheid. b. Bij een tweede overtreding van de Opiumwet binnen 5 jaar na de eerste overtreding wordt de woning of het lokaal gesloten voor een dan te bepalen periode.
Artikel 4 reactie op handel in harddrugs in woningen en lokalen niet zijnde coffeeshops of het voorbereiden of bevorderen daarvan (voorhanden hebben van een voorwerp of stof als bedoeld in artikel 10a, eerste lid, onder 3 van de Opiumwet) a. Bij een eerste overtreding van de Opiumwet volgt in beginsel sluiting van de woning of het lokaal voor een periode van 6 respectievelijk 12 maanden. Bij de beoordeling om tot sluiting over te gaan worden in ieder geval de volgende omstandigheden betrokken: 1. Toeloop van leveranciers en kopers van drugs of voorwerpen of stoffen als bedoeld in artikel 10a, eerste lid, onder 3 van de Opiumwet naar de woning of het lokaal; 2. Gevaar voor de openbare orde, de veiligheid en de gezondheid als gevolg van de drugshandel of de voorbereidingshandelingen; 3. de straat of buurt waarin de drugshandel of de voorbereidingshandelingen hebben plaatsgevonden;
4. De mate van verwijtbaarheid. b. Indien de overtreding als bedoeld onder a. plaatsvindt in een woning die eigendom is van een woningcorporatie als bedoeld in artikel 19 van de Woningwet volgt sluiting van de woning voor een periode van 3 maanden, tenzij het belang van de openbare orde en de veiligheid sluiting van de woning voor een periode van 6 maanden noodzakelijk maakt. c. Bij een tweede overtreding van de Opiumwet binnen 5 jaar na de eerste overtreding wordt de woning of het lokaal gesloten voor een dan te bepalen periode. HOOFDSTUK 3 COFFEESHOPS Artikel 5 coffeeshoplijst 1. Er is een coffeeshoplijst, waarop per coffeeshop staan vermeld de naam waaronder de coffeeshop wordt geëxploiteerd, het adres waar de coffeeshop is gevestigd, alsmede de naam, de voorletters, de geboortedatum en de geboorteplaats van de exploitant. 2. Op de dag waarop deze beleidsregels in werking treden, staan op de coffeeshoplijst vermeld het aantal coffeeshops en de daarbij behorende exploitanten. De lijst maakt onderdeel uit van deze beleidsregels. 3. In overeenstemming met regionale afspraken, wordt het aantal coffeeshops op de coffeeshoplijst en het aantal gedoogbeschikkingen, gezien het aantal inwoners van Enschede ten tijde van de vaststelling van deze beleidsregels, vastgesteld op maximaal 8. 4. Op de coffeeshoplijst wordt een nieuwe combinatie van coffeeshop en exploitant vermeld: a.
indien de coffeeshop voldoet aan de vestigingscriteria zoals omschreven onder artikel 6 én, b. wanneer voor de exploitatie van het horecabedrijf een vergunning op grond van de Drank- en horecaverordening en een gedoogbeschikking als bedoeld in artikel 1 lid 8 van kracht is geworden. 5. In afwijking van het bepaalde in het vierde lid, wordt op de coffeeshoplijst geen nieuwe coffeeshop vermeld indien op deze lijst 8 coffeeshops zijn vermeld. Voor het gebied Binnensingel (zie de gebiedskaart in bijlage 1) wordt geen nieuwe coffeeshop op de coffeeshoplijst vermeld en nieuwe gedoogbeschikking verleend wanneer in dat gebied al 7 coffeeshops zijn gevestigd. 6. De vermelding van een coffeeshop op de coffeeshoplijst wordt doorgehaald en de gedoogbeschikking wordt ingetrokken: a. een besluit van de burgemeester om de vergunning voor de exploitatie van het horecabedrijf in te trekken, onherroepelijk is geworden;
b. de exploitatie niet meer plaatsvindt voor rekening en risico van de op de coffeeshoplijst vermelde exploitant; c. de exploitant aan de burgemeester een schriftelijke verklaring heeft verstrekt dat hij de exploitatie van de coffeeshop onvoorwaardelijk en onherroepelijk staakt; d. redelijkerwijs moet worden aangenomen dat in de coffeeshop geen handel in softdrugs meer plaatsvindt; e. vier weken zijn verlopen sinds de dag dat de exploitant is overleden; f. in geval van recidive van overtreding van een of meerdere van de gedoogcriteria. Artikel 6 vestigingscriteria voor coffeeshops 1.Onverminderd het bepaalde in artikel 5, vierde tot en met zesde lid, wordt een andere combinatie van coffeeshop en exploitant dan bedoeld in het tweede lid van artikel 5 slechts op de coffeeshoplijst vermeld: a. indien de coffeeshop voldoet aan de volgende vestigingscriteria: 1. ter plaatse is in het omgevingsplan zelfstandige horeca in de vorm van een café / bar toegestaan; 2. Alleen langs doorgaande wegen binnen de bebouwde kom (maximumsnelheid 50 km/uur) of in de binnenstad met uitzondering van het gebied zoals aangegeven op de kaart in bijlage 2; 3. een loopafstand tussen coffeeshops onderling van ten minste 100 meter; 4.
een afstand van ten minste 200 meter hemelsbreed en een loopafstand van ten minste 250 meter tot percelen waarop een school voor van overheidswege bekostigd basis-, middelbaar en of voortgezet dagonderwijs aanwezig of gepland is; 5. niet op prominente plekken, zoals op de hoeken van belangrijke kruispunten en in bovengemiddeld karakteristieke panden; 6. niet conflicteren met (ander) sectoraal of generiek gemeentebeleid, en verenigbaar met in voorbereiding of in uitvoering zijnde gemeentelijke projecten; 7. de oppervlakte van de voor bezoekers beschikbare verblijfsruimte is niet groter dan 100 m²;
8. geen combinatie met andere (horeca-)activiteiten binnen hetzelfde horecabedrijf; 9. niet in een deel van een pand dat is afgezonderd van een bestaand horecabedrijf, én b. indien de horecavergunning en de gedoogbeschikking zijn verleend aan een natuurlijke persoon, én c. indien de houder van de horecavergunning geen exploitant is of 5 jaar voorafgaand aan de aanvraag voor een gedoogbeschikking exploitant is geweest van een Enschedese coffeeshop, én d. indien redelijkerwijs kan worden aangenomen dat de houder van de horecavergunning geen zakelijke banden heeft met een persoon die exploitant is of 5 jaar voorafgaand aan de aanvraag voor een gedoogbeschikking exploitant is geweest van een Enschedese coffeeshop. e. De burgemeester kan met inachtneming van het belang van de openbare orde, de veiligheid, de gezondheid en de leefomgeving, afwijken van het bepaalde in artikel 6 lid 1 onder 1 t/ m 9. Artikel 7 gedoogregels voor coffeeshops De burgemeester gedoogt de handel in softdrugs: 1. uitsluitend in een coffeeshop vermeld op de coffeeshoplijst, 2. zolang hij de gedoogbeschikking of horecavergunning niet heeft ingetrokken, 3. voor zover de volgende gedoogregels in acht worden genomen: a. geen affichering voor softdrugs; dit betekent geen reclame voor softdrugs, op welke wijze dan ook, met uitzondering van een summiere aanduiding (hennepblad) op de betreffende coffeeshop; b.
geen harddrugs; dit betekent dat in de coffeeshop geen harddrugs voorhanden mogen zijn of verkocht mogen worden; c. geen overlast veroorzaken; onder overlast wordt verstaan parkeeroverlast rond de coffeeshop, geluidhinder, vervuiling of voor of nabij de coffeeshop rondhangende klanten;
d. geen verkoop van softdrugs aan jeugdigen; onder jeugdigen wordt verstaan personen jonger dan 18 jaar (minderjarigen); e. geen toegang tot de coffeeshop voor jeugdigen; onder jeugdigen wordt verstaan personen jonger dan 18 jaar (minderjarigen); f. geen verkoop van een grote hoeveelheid softdrugs per transactie; van een grote hoeveelheid is sprake als deze meer bedraagt dan 5 gram; onder transactie wordt begrepen alle koop en verkoop in één coffeeshop op eenzelfde dag met betrekking tot eenzelfde koper; g. geen verkoop van softdrugs aan niet-ingezetenen; h. geen toegang voor niet-ingezetenen; i. Geen handelsvoorraad van meer dan 500 gram; onder de handelsvoorraad vallen softdrugs die in de coffeeshop aanwezig zijn, maar ook softdrugs die elders worden aangetroffen als er een directe relatie bestaat met de coffeeshop; het moet gaan om elders aanwezige drugs die kennelijk voor verkoop in deze coffeeshop zijn bestemd, bijvoorbeeld elders in het pand, in een ander pand of in een auto; j. gedurende de openingsuren van de coffeeshop is te allen tijde een leidinggevende aanwezig die op de gedoogbeschikking en horecavergunning staat vermeld; k. de coffeeshop dient gesloten te zijn tussen 00:00 en 10:00 uur; l. in de coffeeshop vinden geen voorbereidingshandelingen plaats. 4.
De Burgemeester kan in het belang van de openbare orde en veiligheid, de gezondheid en de leefomgeving, aanvullend op de gedoogregels als bedoeld in artikel 7 lid 3 onder a t/m l, voorschriften verbinden aan de gedoogbeschikking. In ieder geval maar niet uitsluitend worden de volgende voorschriften in de gedoogbeschikking opgenomen: a. Bij een redelijk vermoeden van probleemgebruik, geldt een verkoopverbod en een verwijzingsplicht naar een instelling voor verslavingszorg. b. er wordt proactief voorlichting gegeven over (verantwoord) gebruik van softdrugs. c. exploitant en leidinggevend volgen de Coffeeshopcursus van het Trimbosinstituut of een vergelijkbare cursus en kunnen vakbekwaamheid aantonen middels een certificaat.
Artikel 8 reacties op overtreding van de gedoogregels voor coffeeshops 1.De burgemeester reageert op de hierna vermelde wijze op overtreding van een gedoogregel zoals genoemd in artikel 7, vierde lid: a. affichering voor softdrugs: sluiting van de coffeeshop voor een periode van 4 weken; b. harddrugs: sluiting voor een periode van 12 maanden; c. overlast veroorzaken: sluiting van de coffeeshop voor een periode van 13 weken; d. verkoop van softdrugs aan jeugdigen: sluiting van de coffeeshop voor een periode van 26 weken; e. toegang verlenen tot de coffeeshop voor jeugdigen: sluiting van de coffeeshop voor een periode van 13 weken; f. verkoop van meer dan vijf gram softdrugs per transactie: sluiting van de coffeeshop voor een periode van 13 weken; g. verkoop van softdrugs aan niet-ingezetenen: in beginsel volgt geen sanctie. Bij geconstateerde overlast in relatie tot de verkoop van softdrugs aan niet-ingezetenen zullen in de lokale driehoek nieuwe afspraken worden gemaakt over de handhaving. h. toegang verlenen tot de coffeeshop voor niet-ingezetenen: in beginsel volgt geen sanctie. Bij geconstateerde overlast in relatie tot het toegang verlenen aan niet-ingezetenen zullen in de lokale driehoek nieuwe afspraken worden gemaakt over de handhaving. i. een handelsvoorraad van meer dan 500 gram: sluiting van de coffeeshop voor een periode van 13 weken; j.
geen leidinggevende aanwezig: sluiting van de coffeeshop voor een periode van 4 weken; k. open zijn tussen 00:00 en 10:00 uur: sluiting van de coffeeshop voor een periode van 4 weken; l. voorbereidingshandelingen: sluiting van de coffeeshop voor een periode van 12 maanden.
2. Indien binnen 5 jaar na de eerste overtreding van de in artikel 7 genoemde gedoogregels, met uitzondering van de onder g en h genoemde ingezetenencriteria, in dezelfde coffeeshop wederom een overtreding van deze gedoogregels plaatsvindt, heeft dat tot gevolg dat de verkoop van softdrugs in de coffeeshop niet meer wordt gedoogd en de gedoogbeschikking wordt ingetrokken. De vermelding van de betreffende coffeeshop zal op de coffeeshoplijst worden doorgehaald. HOOFDSTUK 4 AANVRAAG- EN SELECTIEPROCEDURE GEDOOGBESCHIKKING COFFEESHOPS, LOOPTIJD GEDOOGBESCHIKKING Artikel 9 Bekendmaking a. Wanneer op de coffeeshoplijst onherroepelijk minder dan 8 coffeeshops zijn vermeld, dan wordt dit bekend gemaakt op de gemeentelijke website en in het gemeenteblad (overheid.nl). b. In de bekendmaking wordt verwezen naar de geldende aanvraag- en selectieprocedure. Artikel 10 Kenbaar maken belangstelling a. Er wordt géén wachtlijst aangehouden van gegadigden voor vestiging van een coffeeshop. Een ieder kan zich binnen 8 weken na de bekendmaking als bedoeld in artikel 9 schriftelijk bij de burgemeester aanmelden en zijn belangstelling kenbaar maken. De wijze van aanmelden staat beschreven in de bekendmaking. b. Te laat ingediende aanmeldingen worden niet meegenomen in de vervolgprocedure. c. Van iedere gegadigde wordt maximaal één aanmelding geaccepteerd. d. De aanmelding is persoonsgeboden.
De indiener van de aanmelding moet dezelfde natuurlijk persoon zijn als degene die (uiteindelijk) als exploitant op de gedoogbeschikking, de horecavergunning en de coffeeshoplijst zal worden vermeld. Artikel 11. Aanvraag gedoogbeschikking 1. Een aanvraag voor een gedoogbeschikking moet schriftelijk worden ingediend bij de burgemeester door middel van een door hem vastgesteld aanvraagformulier. In het geval de indiener van de aanvraag al vergunninghouder is voor de uitoefening van het horecabedrijf voor de beoogde locatie van de coffeeshop, dient hij daarvan een kopie bij te voegen. 2. De criteria waaraan de burgemeester een dergelijke aanvraag toetst, om te bepalen of in de coffeeshop de verkoop van softdrugs kan worden gedoogd, zijn vastgelegd in Hoofdstuk 3 van deze beleidsregel.
Artikel 12. Vervolgprocedure Indien zich meer gegadigden hebben gemeld dan er vermeldingen op de coffeeshoplijst beschikbaar zijn gekomen, vindt er een loting plaats, als bedoeld in artikel 13. Artikel 13. Openbare loting 1. De volgorde waarin aanmeldingen inhoudelijk worden behandeld, wordt bepaald door middel van een openbare loting. 2. Alleen aanmeldingen die tijdig en volledig zijn ingediend worden meegenomen in de openbare loting. 3. De openbare loting, als bedoeld in het eerste lid, geschiedt door een notaris. 4. Aan gegadigden die deelnemen aan de loting wordt door de burgemeester een uniek nummer toegekend. De lijst met unieke nummers wordt door de burgemeester aan de notaris verstrekt. 5. De notaris loot, per beschikbaar gekomen vermelding op de coffeeshoplijst, één gegadigde. 6. De notaris maakt van de loting een proces-verbaal op dat zo spoedig mogelijk uitsluitend aan de burgemeester wordt overgelegd. 7. Het proces-verbaal is ondertekend door de notaris. Het proces-verbaal is gedagtekend en vermeld de wijze waarop de loting is uitgevoerd, de uitslag en de datum van de loting. 8. De uitslag van de loting wordt als volgt in het proces-verbaal vermeld: a. een lijst met daarop de unieke nummers in de rangorde van trekking gekoppeld aan de nummers één tot en met maximaal twintig (hierna: ‘plaatsingslijst’); b.
een lijst met daarop de overige unieke nummers, die niet zijn getrokken; 9. In het geval slechts één gegadigde zijn belangstelling kenbaar heeft gemaakt voor een vermelding op de coffeeshoplijst, vindt er geen openbare loting plaats, maar wordt die gegadigde in de gelegenheid gesteld een aanvraag in te dienen, als bedoeld in artikel 11. Artikel 14. Informatievoorziening na loting 1. Nadat de loting, als bedoeld in artikel 13, heeft plaatsgevonden, informeert de burgemeester de gegadigden over de uitslag. 2. De burgemeester informeert zowel de gegadigde die is geloot als de overige gegadigden die niet zijn geloot. Artikel 15. Termijn en werking wachtrij en rangorde 1. De burgemeester houdt een wachtrij in stand van de nummers twee tot en met maximaal twintig. De getrokken gegadigden worden in de wachtrij geplaatst, tenzij een gegadigde te kennen heeft aangegeven niet langer van die mogelijkheid gebruik te willen maken. 2. De volgorde van de gegadigden op de wachtrij komt overeen met de rangorde van de uitslag van de loting, als bedoeld in artikel 13, achtste lid, onder a. 3. Indien een aanvraag uit de wachtrij in behandeling wordt genomen, schuift de volgorde van de gegadigden in de wachtrij dienovereenkomstig op en worden de gegadigden in de wachtrij zijn geplaatst daarover geïnformeerd. 4.
Het derde lid is van overeenkomstige toepassing indien een gegadigde te kennen heeft gegeven niet of niet langer van de wachtrij gebruik te willen maken. 5. Na het vermelden van de coffeeshop op de coffeeshoplijst, worden de gegadigden die in de wachtrij waren geplaatst daarover geïnformeerd en wordt de wachtrij opgeheven.
Artikel 16. Uitnodiging indienen aanvraag 1. De eerste gegadigde op de plaatsingslijst zal in de gelegenheid worden gesteld om een aanvraag in te dienen, eventueel gepaard met een aanvraag om een horecavergunning, in het geval de gegadigde niet beschikt over een horecavergunning. 2. Wanneer een aanvraag niet leidt tot een vermelding op de coffeeshoplijst, zal op volgorde van de plaatsingslijst de volgende gegadigde overeenkomstig artikel 19 worden geïnformeerd en in de gelegenheid worden gesteld om een aanvraag in te dienen. Artikel 17. Indieningsvereisten 1. De gegadigde die in de gelegenheid is gesteld om een aanvraag in te dienen, die gepaard gaat met een aanvraag om een horecavergunning, maakt hiervoor gebruik van een door de burgemeester vastgesteld aanvraagformulier en het daarbij behorende Bibobvragenformulier. In het geval de gegadigde al beschikt over een horecavergunning, kan de gegadigde volstaan met een aanvraag om een gedoogbeschikking als bedoeld in artikel 11. 2. Het aanvraagformulier en de daarbij behorende stukken, (waaronder het Bibobvragenformulier), moeten uiterlijk binnen vier weken, na de datum waarop de gegadigde in de gelegenheid is gesteld om een aanvraag in te dienen, worden ingediend bij de burgemeester. Ditzelfde geldt voor de aanvraag voor een gedoogbeschikking. 3.
Alleen wanneer de aanvraag voor een gedoogbeschikking, eventueel gepaard met een aanvraag om een horecavergunning, tijdig en met inachtneming van deze procedure is ingediend, komt de aanvraag in aanmerking voor verdere behandeling. 4. Paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht (positieve beschikking bij niet tijdig beslissen) is niet op een aanvraag voor een gedoogbeschikking van toepassing. Artikel 18. Bibob-toets 1. Overeenkomstig de geldende Beleidsregel Wet Bibob gemeente Enschede 2019 maakt een Bibob- toets onderdeel uit van de aanvraagprocedure voor een horecavergunning. 2. Een Bibob-toets wordt tevens uitgevoerd in het geval een gegadigde al beschikt over een horecavergunning voor de beoogde locatie van de coffeeshop, als bedoeld in artikel 11, eerste lid. Artikel 19. Vervolgprocedure bij niet vermelden coffeeshop op de coffeeshoplijst 1. Als de aanvraag om een gedoogbeschikking of om verlenging van een gedoogbeschikking niet leidt tot verlening of verlenging van een gedoogbeschikking, wordt de eerstvolgende uit de wachtrij in de gelegenheid gesteld om een aanvraag in te dienen: a. als tegen het besluit op de aanvraag binnen de daarvoor geldende termijnen geen rechtsmiddelen zijn aangewend: nadat na afloop van die termijnen rechtens onherroepelijk vaststaat dat de aanvraag niet leidt tot verlening of verlenging van een gedoogbeschikking; of b.
als tegen het besluit op de aanvraag wel rechtsmiddelen zijn aangewend: nadat na het doorlopen van de betreffende procedures rechtens onherroepelijk vaststaat dat de aanvraag niet leidt tot verlening of verlenging van een gedoogbeschikking. 2. Deze procedure herhaalt zich totdat een coffeeshop op de coffeeshoplijst is vermeld. 3. Indien het doorlopen van de procedure voor ieder van de gegadigden, ook zij die in de wachtrij zijn geplaatst, niet leidt tot een vermelding van een coffeeshop op de coffeeshoplijst, zal er een geheel nieuwe procedure worden opgestart. Artikel 20. Vervolgprocedure bij geen belangstelling 1. In het geval er binnen de in de bekendmaking genoemde termijn geen belangstelling kenbaar wordt gemaakt, als bedoeld in artikel 10, wordt de procedure gesloten. 2. De procedure van een beschikbare vermelding op de coffeeshoplijst wordt opnieuw gestart op het moment dat een gegadigde zijn belangstelling kenbaar heeft gemaakt bij de burgemeester. In dat geval maakt de burgemeester, binnen vier weken na het kenbaar maken
van de belangstelling, via de gemeentelijke website en het gemeenteblad bekend dat overige gegadigden hun belangstelling kenbaar kunnen maken. Artikel 21. Looptijd gedoogbeschikking 1. De looptijd van de gedoogbeschikking wordt vastgesteld op maximaal 5 jaar. 2. Om in aanmerking te komen voor verlenging van de gedoogbeschikking met maximaal 5 jaar, dient 6 maanden voor het einde van de looptijd een nieuwe aanvraag te zijn ingediend. Artikel 22. Overgangsrecht 1. Een voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze Beleidsregel bestaande vermelding op de coffeeshoplijst als bedoeld in artikel 1 onder 11 Damoclesbeleid Enschede 2018, die op het tijdstip van inwerkingtreding van deze Beleidsregel niet is ingetrokken of vervallen, blijft gedurende drie maanden na de inwerkingtreding van deze Beleidsregel van kracht. 2. Indien binnen drie maanden na inwerkingtreding van deze beleidsregel een aanvraag als bedoeld in artikel 11 is ingediend, blijft de vermelding van kracht totdat onherroepelijk op de aanvraag is beslist. 3. Voor de coffeeshops die op het moment van inwerkingtreding van deze Beleidsregel op de coffeeshoplijst vermeld staan, gelden niet de vestigingscriteria als bedoeld in artikel 6, lid 1 onder a, punt 2 t/m 9, voor zover de locaties waar deze coffeeshops zijn gevestigd daar niet aan voldoen.
Artikel 23 afwijkingsbevoegdheid en hardheidsclausule De burgemeester kan gemotiveerd afwijken van zijn Damoclesbeleid. Artikel 23 Citeertitel Deze beleidsregel wordt aangehaald als ‘Beleidsregel Damoclesbeleid 2025’ Artikel 24 Slotbepaling 1.De Beleidsregel Damoclesbeleid Enschede 2018 wordt ingetrokken. Dit besluit treedt op 1 januari 2025 in werking. Ondertekening Aldus op 26 november 2024 vastgesteld door de burgemeester van Enschede, de Burgemeester,
R. W. Bleker
HANDHAVING GEDOOGCRITERIA COFFEESHOPS Overtreding
Gemeente
Politie / OM
Ingezetenen
In beginsel geen bestuurlijke handhaving. Bij geconstateerde overlast in relatie tot het ingezetenenschap zullen in de lokale driehoek nieuwe afspraken worden gemaakt over de handhaving bij overtreding van het ingezetenencriterium.
Het OM zal in beginsel niet strafrechtelijk handhaven. Echter indien een coffeeshop aan nietingezetenen verkoopt en de problematiek in of rondom de shop daartoe aanleiding geeft, dan zal het OM altijd de afweging maken of het toch eigenstandig zal optreden, maar pas nadat het standpunt van het OM in de driehoek kenbaar gemaakt is.
Affichering
1e overtreding: tijdelijke sluiting van 4 weken. 2e overtreding binnen 5 jaar: Intrekking gedoogbeschikking .
1e overtreding: rapport + PV + inbeslagname + vervolging: Art. 3b OW ivm art. 10, lid 1 OW. Art. 3b OW ivm art. 10, lid 2 OW. 2e overtreding binnen 5 jaar: rapport + PV + inbeslagname + vervolging (idem als vorenstaand).
Harddrugs
1e overtreding: tijdelijke sluiting van 52 weken. 2e overtreding binnen 5 jaar : Intrekking gedoogbeschikking
1e overtreding: rapport + PV + inbeslagname + vervolging: Art. 2 OW ivm art. 10, lid 1 OW. Art. 2 OW ivm art. 10, lid 3 OW. Art. 2 OW ivm art. 10, lid 4 OW. 2e overtreding binnen 5 jaar: rapport + PV + inbeslagname + vervolging (idem als vorenstaand).
Overlast
1e overtreding: tijdelijke sluiting van 13 weken. 2e overtreding binnen 5 jaar : Intrekking gedoogbeschikking
1e overtreding: rapport + PV + inbeslagname + vervolging: Art. 3 OW ivm art. 11, lid 1 OW. Art. 3 OW ivm art. 11, lid 2 OW. Art. 3 OW ivm art. 11, lid 3 OW. Art. 3 OW ivm art. 11, lid 5 OW. 2e overtreding binnen 5 jaar: rapport + PV + inbeslagname + vervolging (idem als vorenstaand).
Verkoop jeugdigen Toegang jeugdigen
1e overtreding: Tijdelijke sluiting van 26 weken. 2e overtreding binnen 5 jaar : Intrekking gedoogbeschikking. 1e overtreding: Tijdelijke sluiting van 26 weken. 2e overtreding binnen 5 jaar : Intrekking gedoogbeschikking.
1e overtreding: rapport + PV + inbeslagname + vervolging: Art. 3 OW ivm art. 11, lid 1 OW. Art. 3 OW ivm art. 11, lid 2 OW. Art. 3 OW ivm art. 11, lid 3 OW. Art. 3 OW ivm art. 11, lid 5 OW. 2e overtreding binnen 5 jaar: rapport + PV + inbeslagname + vervolging (idem als vorenstaand). 1e overtreding: rapport + PV + inbeslagname + vervolging: Art. 3 OW ivm art. 11, lid 1 OW. Art. 3 OW ivm art. 11, lid 2 OW. Art. 3 OW ivm art. 11, lid 3 OW. Art. 3 OW ivm art. 11, lid 5 OW. 2e overtreding binnen 5 jaar: rapport + PV + inbeslagname + vervolging (idem als vorenstaand).
te Grote hoeveelheid
1e overtreding:
1e overtreding:
tijdelijke sluiting van 13 weken. 2e overtreding binnen 5 jaar : Intrekking gedoogbeschikking.
rapport + PV + inbeslagname + vervolging: Art. 3 OW ivm art. 11, lid 1 OW. Art. 3 OW ivm art. 11, lid 2 OW. Art. 3 OW ivm art. 11, lid 3 OW. Art. 3 OW ivm art. 11, lid 5 OW. 2e overtreding binnen 5 jaar: rapport + PV + inbeslagname + vervolging (idem als vorenstaand).
te Grote handelsvoorraad
1e overtreding: tijdelijke sluiting van 13 weken. 2e overtreding binnen 5 jaar : Intrekking gedoog beschikking.
1e overtreding: rapport + PV + inbeslagname + vervolging: Art. 3 OW ivm art. 11, lid 1 OW Art. 3 OW ivm art. 11, lid 2 OW Art. 3 OW ivm art. 11, lid 3 OW Art. 3 OW ivm art. 11, lid 5 OW 2e overtreding binnen 5 jaar: rapport + PV + inbeslagname + vervolging (idem als vorenstaand).
Voorbereidingshandelingen
1e overtreding: tijdelijke sluiting van 12 maanden. 2e overtreding binnen 5 jaar: Intrekking gedoogbeschikking.
1e overtreding: rapport + PV + inbeslagname + vervolging: Art. 2 en/of 3 OW ivm art. 10a lid 1 onder 3 of art. 11a OW 2e overtreding binnen 5 jaar: rapport + PV + inbeslagname +vervolging (idem als vorenstaand).
Niet nakomen aan gedoogbeschikking verbonden nadere voorschriften
Beoordeling levensgedrag exploitant en/ of leidinggevenden
Bijlage 1 gebiedskaart binnensingelbied
Bijlage 2: gebied binnenstad waar geen coffeeshops mogen worden gevestigd